CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323675 Bijlage 1 Onderzoeksrapport voor iedereen een veilig en inclusief Geredigeerd

Commissie Samenleving 27 november 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken15.049 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De studenten worden – al dan niet terecht - gezien als een ‘betrouwbare groep’, omdat de verwachting is dat ze onder meer toezicht houden. Het is een groep waarvan meerdere respondenten erop vertrouwen dat ze mogelijk ingrijpen indien nodig en die zorgen voor levendigheid. Levendigheid door de voor de doelgroep betrouwbare mensen is bovendien een indirecte factor die kan zorgen voor een positieve veiligheidsbeleving: levendigheid zorgt voor mensen die voor sociale controle zorgen. Sociale factoren (2): Het imago en algemene maatschappelijke ontwikkelingen Hoe gebruikers denken over dit gebied en de verwachtingen die zij hebben bij hun gebruik en hoe zij hun gebruik daarop aanpassen, hangt samen met (1) het imago van het gebied en (2) algemeen stedelijke ontwikkelingen, niet beperkt tot dit gebied of zelfs tot Den Haag. Het imago van het gebied, zo komt uit enkele voorbeelden naar voren, is er één van ‘onveiligheid’. Sam zegt bijvoorbeeld: Ik vind HS niet onveilig omdat ik er zelf nog nooit iets mee heb gemaakt dat onveilig was, wel heeft het een onveilig imago. Figuur 19 Persoonlijke kaart en route van Lina.

<

22

>

Ook een van de Poolse vrouwen kent dat imago. Zij omschrijft het als ‘a typical place of crime’. Maar het onderzoeksgebied is geen geïsoleerde container, maar juist ingebed in allerhande maatschappelijke ontwikkelingen. Negatieve (stedelijke) ontwikkelingen hebben hun neerslag op hoe de ruimte híer beleefd wordt. De deelnemers zijn zich bewust van die samenhang: overal ‘gebeuren wel dingen’. Zo vertelt Nilay: Er gebeuren overal wel dingen, zoveel geweldsincidenten. Men ziet er normaal uit maar je weet het nooit. Net als hier bij de Jumbo was een man uit het niets op zijn hoofd geslagen. Daardoor let je steeds meer op. Ook andere vrouwen die we gesproken hebben, hebben het idee dat het vroeger beter was en/of dat de situatie in de gehele stad verslechterd is. Deze uitwisseling tussen Shanice, Soraya en Samira laat dat goed zien: Soraya: Ik woon alleen en ik raad mijn kinderen ook af om niet in het donker bij de Hollands Spoor te gaan. Shanice: Het geeft niet altijd te maken met dit gebied gewoon, als wij ergen anders hadden gewoond, zou het ook misschien gewoon zo zijn; ik denk niet dat het specifiek te maken heeft met dit gebied […] Samira: Vroeger was het niet zo veel dat je bang was of zo maar nu hoor je meer dingen. Interviewer: Het gaat dus meer over wat je hoort en niet noodzakelijk meemaakt? Soraya: Het is een beetje onveilig in Nederland geworden.

Samira: Je wordt zo beroofd, geslagen … Shanice: Het is totaal anders dan 20 of 30 jaar geleden. Soraya: Ja, heel anders. Samira: Als wij met kleinkinderen naar een speeltuin gaan, laten wij ze nooit alleen en wij blijven altijd in de buurt bij hen […]

Ruimtelijke factoren (1): Keuzemogelijkheden Vrouwen en queers ervaren beperkte keuzemogelijkheden in deze omgeving. De keuzemogelijkheden om van Laak naar Centrum te komen zijn beperkt: de fiets- en voetgangerstunnel, de OV-tunnel en het viaduct. Voor Mira is de fiets- en voetgangerstunnel de enige manier om naar de hogeschool te gaan: ‘there was like no other path because otherwise, you’d have to check in and check out’. Ze vervolgt: Well, I mean it’s the only way to go from this side to that side, creating another option, I don’t know if it’s possible. Or just make this passage a lot better. Interviewer: How then, tell me! Well, clean it. There used to be a food place which has been closed for as long as I can remember, probably five years. So, I think putting something there would make it automatically a little bit more hospitable. De vrouwen denken goed na over welke route ze kiezen, zo blijkt uit een gesprek tussen Elif en Nilay: Elif: Maar Hollands Spoor zou ik dan ook niet langs die tunnel gaan, zou ik ook gewoon de normale weg nemen. Nilay: Dat zeg ik toch. Elif: Dan, daar [viaduct Rijswijksweg, LZ] heb je dan ook wel weer tussenstukjes zoals het Strijkijzer, het gebouw. Daar heb je natuurlijk beneden, hebben ze daar zo rommelig gemaakt dat je niet kan lopen. Je moet echt daar een stap nemen, daar een stap nemen. Weet ik veel wat ze daar allemaal hebben gedaan.

Er is geen een looppad daar.

Ook Bert verklaart een ervaring van hem met ‘het is de tijdsgeest’. Hij is queer en doet (vrijwilligers)werk in zijn stadsdeel. Hij heeft meegedaan aan de gaywalkpride en herinnert zich dat er toen een regenboogvlag is gehesen. Mannen in zwarte kleding hebben de vlaggenstok eruit getrokken en de vlag eraf getrokken, vertelt hij. En hij vervolgt: ‘Het is de tijdsgeest’. Kortom, maatschappelijke ontwikkelingen kunnen een negatief effect hebben op de beleving van een plek. Enerzijds komt het imago van een plek daardoor ook niet in isolatie tot stand, maar altijd in wisselwerking met stedelijke of maatschappelijke ontwikkelingen. Anderzijds is het imago ook een stukje kennis dat mensen hebben opgedaan in de loop van de tijd en hun leven over een gebied.

<

23

>

Ruimtelijke factoren (2): De verlichting Een van de factoren die door bijna iedereen genoemd is, is de verlichting. Dat is bijvoorbeeld ook één van de redenen dat Fay en Elsa er ’s avonds voor kiezen om de OV-tunnel te nemen, in plaats van fiets- en voetgangerstunnel. Ook Stefan ziet het zo. Merel vermijdt om dezelfde redenen deze tunnel: Nou, ik denk wel dat ik sowieso niet zo snel, maar zeker ‘s avonds niet, door de tunnel zou meer lopen. Interviewer: De fietstunnel? Ja. Dan zou ik toch eerder door het station lopen en dan in en uit checken. Interviewer: Ja. Want de fietstunnel, waarom wil je daar niet doorheen lopen ‘s avonds? Ja, die is best wel donker en daar voel ik me niet zo veilig. Nee. Interviewer: Nee. En als jij iets zou mogen aanpassen aan die fietstunnel, wat zou je dan doen om jou een veiliger gevoel te geven? Sowieso meer licht.

Figuur 20 Ruimtelijke situatie tussen Rijswijkseweg en Strijkijzer.

Ook voor Lina zijn ‘dunne steegjes, heel veel duisternis, hel veel hoge gebouwen waar geen licht tussen is’ de reden om een ander route te kiezen, net als voor Levi. Voor Maaike is het viaduct aan de Rijswijkseweg veel te donker, dat is ‘creepy’. Ze zou het soms liever vermijden, maar dat kan niet altijd. Elif en Nilay wijzen erop dat de Waldorpstraat donkerder is dan de Rijswijkseweg – zij lopen mede daarom liever langs de Rijswijkseweg dan de Waldorpstraat. Stefan, een queerman, vermijdt de Jan Blankenstraat en Kraijhoffstraat, omdat hij daar ‘ogen in de buurt’ mist omdat hij het er donker vindt. Levi vindt het onveilig bij de fiets- en voetgangerstunnel en het strijkijzer ‘omdat het daar donker’ is.

Figuur 21 Situatie bij het Strijkijzer.

<

24

>

Figuur 22 Het viaduct aan de Rijswijkseweg

Figuur 23 Afgesloten trap in de fiets- en voetgangerstunnel

Ruimtelijke factoren (3): Openheid en overzichtelijke (verkeers)situaties Ook de openheid en het overzicht van plekken en routes is van belang voor de beleving van een plek. Het viaduct aan de zijde Laakhavens vermindert het zicht op de omgeving, zegt Myrte. De fiets- en voetgangerstunnel is laag zeggen verschillenden en komt ‘claustrofobisch’ over. Mira over deze tunnel: you used to be able to get to HS station through there but you can’t anymore, it’s all blocked off. It looks unappealing, also visually. Opening those stairs, I imagine, would make it a bit better, more open. Because I feel it’s a little bit claustrophobic […]. Ciska heeft eenzelfde ervaring. Zij nam vroeger altijd één van de twee trappen naar één van de twee tunnels. Dat kan tegenwoordig niet meer. Hetzelfde geldt voor de ‘steegjes’ op de campus. Lina vertelt: Het is allemaal heel erg afgesloten van elkaar, er is heel weinig overzicht en dat maakt het dan wel spannender als er ook geen mensen om je heen zijn. Want als er dan iets gebeurt, ja geen kip die je ziet of hoort. Figuur 24 Een ‘steegje’ op de campus (richting Leemansplein)

<

25

>

Dit hangt ook samen met de aanwezigheid van laagbouw of hoogbouw. Ook laagbouw geeft een ‘minder claustrofobisch gevoel dan al die flats’. Ook de wijkagent zegt, dat het een ‘lastige omgeving met hoge gebouwen’ blijft, ook als er meer camera’s en verlichting zou zijn. Aan de voorzijde van het station is het voor sommigen juist ‘heel erg open’, en druk, maar dat geeft een veiliger gevoel (Lina). Daar waar veel verkeersstromen en mensen bij elkaar komen, heerst ook een gevoel van onoverzichtelijkheid. Een voorbeeld is het stukje voor Siezo, de fietsenkelder op de campus. Ciska vertelt: [Het is] Een zooitje. Een onoverzichtelijke zooi. Niet overzichtelijk Interviewer: En wat doet het met jouw ervaring om daar te zijn? Oh, haha. Nou ja, die wordt nooit, wat zou ik zeggen. Nou ik denk; kijk even waarom je daar een fietspad maakt wat abrupt eindigt. Ik vind daar dan weinig over nagedacht. Mila zegt over het gebied tussen het station en het Johanna Westerdijkplein: ‘Voornamelijk in de ochtend, kwart voor negen is altijd VECHTEN [ze lacht, LZ]’.

Hetzelfde geldt voor de uitgang van de fiets- en voetgangerstunnel aan beide zijden, het Stationsplein, het kruispunt op de Rijswijkseweg/Neherkade. Nehir vertelt over haar ervaring: Maar het is natuurlijk wel het drukste plek. Veel trams, maar hoe je dat moet aanpakken. Ik vind de autoweg daar rommelig, eerlijk gezegd, met autorijden. Dat is daar echt rommelig. Want als je erin komt, kom je er soms niet meer uit. Als je daar erin gaat, mag je daar er niet in. Ga je daar erin, mag je daar er niet in. Het is niet het verkeer zelf dat hier direct een negatief effect kan hebben op de veiligheidsbeleving. Sterker nog, gegeven de drukte en daarmee toezicht die het brengt, kan verkeer een positief effect hebben. Echter, omdat veel verkeersstromen die bij elkaar komen niet overzichtelijk kunnen zijn, draagt dit bij aan een negatieve veiligheidsbeleving. Zo ook bijvoorbeeld bij de tramhaltes aan het stationsplein. Ewelina vertelt: For me, definitely a change in the layout of the tram transfer area. Right now, I can’t just get off one platform and onto another—I have to walk far. There’s no clear pedestrian path, so everyone just walks however they want in every direction. Kasia: Yes, everyone just walks right through the middle however they please.

Stefan heeft na de herinrichting juist een positievere ervaring: En met de nieuwe inrichting die ze nu hebben, dat eilandplatform is die volgens mij nu vijf meter breed. En is er genoeg ruimte om de halte, gewoon zonder te moeten duwen, zeg maar, te verlaten. Dus daarmee heb je al wat agressie er uitgehaald. Ciska benadrukt ook de onoverzichtelijkheid bij de fiets- en voetgangerstunnel: Interviewer: En hier was het dus vooral gewoon heel erg onoverzichtelijk met dat tunneltje. Ja, en met busjes die daar rijden. En wie mag waar enzo. Ja. Zeker als het mooi weer is, dan is daar is er een soort druk.

Figuur 25 Voorbeeld verkeerssituatie kruising Neherkade

<

>

26

Ruimtelijke en programmatische factoren (1): voorzieningen De sfeer in het gebied hangt samen met de aanwezige voorzieningen: die spreken de vrouwen en queer niet in het bijzonder aan. Elif en Nilay zien bijvoorbeeld dat sommige voorzieningen voor hen niet aantrekkelijk zijn, maar voor andere stedelijke groepen wel: Omdat je hebt daar niks. Je hebt daar een shisha lounge waar gasten komen om te zitten. En voor de rest hebben we daar eigenlijk helemaal niks. En voor de rest hebben we daar eigenlijk helemaal niks. En de school is dicht. Beide vrouwen zijn wel positief over de Rijswijkseweg tot voor het viaduct, waar voorzieningen, zoals wijkcentrum Vliethage, zitten die voor hen aantrekkelijk zijn. Een andere deelnemer geeft juist aan dat zij ‘hier echt nooit ’s avonds zou lopen’. De Rijswijkseweg toont daarmee een ambivalent karakter voor de betrokkenen. Noah merkt op dat een leeg terras niet bijdraagt aan het veiligheidsgevoel: het is dus belangrijk dat voorzieningen, zoals horeca, gebruikt worden (en, zoals we al weten uit de sociale factoren: dat het ertoe doet wie er aanwezig is). Er wordt door één persoon een voorziening genoemd waar zij gezien haar gezondheidsproblemen wel langs móet, maar ze liever op andere manier zou passeren. Dit betreft een plek waar volgens haar ‘TBS-ers’ zitten.

Ze heeft daar in het verleden mee gewerkt en maakt op basis van haar ervaring een inschatting. Al eerder kwam de ‘categoriale’ kennis aan bod – dat concept is ook hier weer relevant: Interviewer: Oh. En merk je daar veel van? Of is dat is het je eigen gevoel meer, als je daar langs loopt? Ja dat zie ik gewoon vanzelf. Daar kan niks aan doen. Daar ga ik daar niet langslopen. Niet dat ze mij aanvallen of zo hoor. Om het nou op te zoeken is ook weer zoiets hè. Interviewer: Ja, en is het een plek die je dan ook echt vermijdt? Ja die vermijd ik.

Stefan: En ook bij de Stationsweg, omdat daar nu, je hebt een wandelstuk langs de winkels, dat maakt het ook een stuk beter. En je hebt ook een klein terrasje zitten. Dus mensen voelen zich al wat meer op hun gemak, rustiger aan. En ik denk dat dat ook een heel groot verschil maakt. […] Dat maakt dan natuurlijk ook de buurt wat levendiger. Want die zorgen... die gaan bijvoorbeeld wel, als het even kan, uiteten. Die zorgen dus dat de zaken open zijn. Die zorgen daarmee dus ook dat er meer leven is, en dus daarmee ook meer sociale controle. De aanwezige voorzieningen in het gebied zijn belangrijk voor de vrouwen en queers. Het lijkt erop alsof die momenteel deels onvoldoende aansluiten bij de belevingswereld van vrouwen en queerpersonen. Gebieden waar voorzieningen voor hen ontbreken of ongebruikt blijven, voelen leeg en onveilig. Onderhouds- en toezichtfactoren (2): de verwachtingen Ook het onderhoud van de omgeving telt mee in de veiligheidsbeleving van het gebied. Daarmee wordt bedoeld de mate waarin de omgeving wordt gezien als vies/schoon en de mate waarin onderhoud wordt gepleegd aan de ‘groene, blauwe en rode’ elementen in de inrichting. Over het algemeen kunnen we zeggen dat het niet goed is voor de algemene beleving van de omgeving. Zo geeft Kai aan: De straten zijn er heel vies, alles gooien mensen gewoon maar op straat, zelfs daar waar prullenbakken staan.

[…] Ik heb mezelf er niet onveilig gevoeld, maar wel onbehaaglijk, alsof ik er niet thuishoorde. Elif en Nilay vinden het groenbeheer in de omgeving erg belangrijk. Zij reppen bijvoorbeeld van de speeltuin achter Vliethage7 over ‘veel groen’, dat is ergerlijk, ‘overal brandnetels’, ‘ratten’, een ‘boom met vieze vruchten’. Zij hebben hier een melding van gemaakt, ‘maar wordt niks mee gedaan’. Het onderhoud van het fietspad valt bij Ciska op als verbeterpunt. Ook zij heeft ‘[er] al eens een melding over gedaan dat dat kapot is. Maar daar heeft nooit iemand op gereageerd’. Lina merkt op dat het park de Laakweg mooi is opgeknapt (zie figuur 26).

Het Stationsplein en de Stationsstraat worden door sommigen gezien als voorbeeld van hoe voorzieningen de omgeving een boost geven. Elif en Nilay: De voorkant, daar al de winkels en zo zijn, al die restaurantjes. Ze hebben het wel leuker gemaakt dan eerst. Het is nu wel veel leuker. Je hebt heel veel, maar het is wel chaotisch, dat wel.

<

7 Als we de grens van de Rijkswijkseweg aanhouden, valt deze speeltuin net buiten het onderzoeksgebied. Echter, de ervaringen in de speeltuin kunnen wel inzicht bieden in wat bewoners belangrijk vinden aan de omgeving in het algemeen.

27

>

Sommigen hebben de indruk dat dit gebied minder aandacht krijgt dan andere delen van de stad, zoals bijvoorbeeld Celina. Zij krijgen dit signaal onder meer door de aanwezigheid van afval en rommel in de omgeving. Vera zegt ‘I feel like this area is taken less care of. I would require more attention’. Ook Mira zegt iets gelijks: I think, generally what makes this area worse is that there are a lot of low-income people and there’s not a lot of investment. Maybe the city just needs to take better care. (…) Just having stuff to do in this area would make it slightly better, like more activities for young people. Vera: It’s going to sound really funny but … I like those rich neighbourhoods in the city where rich people are living because they are quiet. They are cleaner, taken care of ..yeah, compared to … THIS.

Figuur 26 ‘Mooier gemaakt de afgelopen jaren’.

Enkelen verbinden een omgeving die vies is direct aan hun onveiligheidsgevoel. Fay adviseert de fiets- en voetgangerstunnel schoon te houden, want dit is één van de plekken waar zij zich weleens angstig voelen. Ook Mira vindt deze tunnel ‘quite dirty’, en bovendien loopt de tunnel onder water als het regent: ‘Biking through, and walking through can be a bit of a mess. It’s dirty’. Ook Riva zegt over haar woonomgeving op de campus: I am not sure if I’m 100% safe there all the time. It’s combined with the streets not being too clean as well. Now it’s basically litter. Zo heeft ook Lina een ‘rommelig’ beeld bij de hele wijk: Vooral als ik dus de route langs de studentenwoningen loop, dan staan er ook altijd containers en zo. En daar staat altijd een hele inboedel bij en dat soort dingen. En ja, er ligt gewoon wel vaak rommel en meuk en meubels. En dat is eigenlijk overal wel, ook als je het water over bent en ook als je richting de Megastores gaat. Dat draagt voor haar bij aan ‘een stukje onveiligheid’. Ook hier weer telt de verwachting, de inschatting die zij maakt op basis van deze waarneming: zij verwacht sneller grensoverschrijdend gedrag in dit gebied. Lina legt uit:

Figuur 27 Stamkartstraat

<

Ja, dan heb ik toch zoiets van, oh er is minder fatsoen, dus dan is het ook gevaarlijker of zo. En dan zijn mensen ook sneller grijs uit de grens overschrijdend. Dat gaat dan wel, en dat is bij ons thuis net zo, maar dat herken ik hier ook heel erg. […] want dit zijn mensen die blijkbaar hier ook geen respect voor hebben, dus dan zullen ze ook minder respect hebben voor de andermans veiligheid of zo. 28

>

Het zorgt ervoor dat Riva deze route, die zij ‘the garbage-passage’ noemt, vermijdt. Mogelijk hangt de mate van afval hier op straat samen met de aan­ wezigheid van studenten(woningen) in deze buurt: per definitie zijn studenten tijdelijk woonachtig zijn in de buurt. Omdat zij hier geen ‘roots’ hebben, denkt Lina dat zij het niet zo nauw nemen met het schoonhouden van de buurt. Onderhouds- en toezichtfactoren (1): meer dan handhaving Vrouwen en LHBTIQ+ in dit onderzoek hebben geregeld aangeven baat te hebben bij meer toezicht. Dit toezicht is drieledig. Ten eerste toezicht van camera’s die zichtbaar zijn. Ten tweede toezicht van professionals, zoals van boa’s. Ten derde en vooral telt: toezicht door andere mensen op straat die vertrouwen wekken, in dit geval met name studenten. Van studenten wordt ingeschat dat zij op één of andere manier zullen ingrijpen indien dat nodig is. Ten eerste de zichtbare camera’s in het gebied. Mira denkt dat er weinig camera’s hangen, terwijl het volgens haar wel kan bijdragen aan het verhogen van het veiligheidsgevoel. Vrouwen en queers krijgen mogelijk ‘een gevoel van zekerheid’ van camera’s, zoals Merel en een jonge vrouw bij de Boulderhal benoemen. Hoe dat werkt legt Ciska uit: omdat er zichtbare camera’s zijn én mensen zich volgens een bepaalde, gedeelde norm gedragen, voelt zij zich er veilig.

Ciska: Figuur 28 Persoonlijke kaart en route van Riva. Op verschillende plekken in de omgeving ligt afval op straat. Zoals aan de waterkant aan het park aan de Laakweg: ‘daar liggen heel vaak matrassen en dingen’, zegt Lina. Dat is niet voor iedereen een indicatie het er onveilig kan zijn, maar levert voor hen een negatieve bijdrage aan de algemene beleving van de buurt. Voor Stefan telt dat hij het ‘verblijfsklimaat’ niet fijn vindt. Hij zegt: ‘je wilt zo snel mogelijk weg’. Hij vermoedt dat er mensen staan te plassen in de fiets- en voetgangerstunnel: ‘het voelt gewoon echt als een openbaar toilet’. Ook Kasia vindt het ‘gray, dull and dirty’, net als Gosia. Mira en Riva trekken zich het afval in de omgeving aan, vooral aan de Stamkartstraat. Het is ‘REALLY dirty’ (Mira) en ‘unpleasant’: I do not have particular complains about it. There’s trash here and there. But I suppose it’s out of the school’s control, you know. They cannot look after everything.

<

Ja, maar het zal dus ook echt niet gestolen worden want anders dan doe je dat niet. Dus ik vertrouw er op dat dat niet gestolen wordt. Interviewer: En die camera’s? Dat geeft je ook een veiliger gevoel? Of een fijner gevoel? Nou het feit dat iedereen zich vrij voelt om die spullen te laten liggen. Maakt dat ik het bedacht heb dat er dat er dus camera’s zijn die er inderdaad ook allemaal hangen. Het is wel van belang dat de vrouwen weten of denken te weten dat de camerabeelden ook live worden bekeken, zodat direct ingrijpen mogelijk is. Elif: Ja, ik zit gelijk hele filmscenario’s te verzinnen in m’n hoofd. Een man achter het scherm met camerabeelden. Er komt een melding binnen, die wordt lastig gevallen. Ja, ik zit achter het scherm en dan krijg ik ineens de camera, pakt de melding. Weet je, dat is een soort iets is dat het, als bijvoorbeeld een vrouw lastiggevallen wordt en dat camera dat oppikt en gelijk signaal gaat naar het bureau. Hup! Daar wordt iemand lastiggevallen.

>

29

Ten tweede de zichtbaarheid van professionals of semi-professionals, zoals medewerkers van winkels, BOA’s, geuniformeerde medewerkers van NS, private beveiliging en vrijwilligers, zoals in een speeltuin. De Poolse Ewelina geeft bijvoorbeeld aan, dat er bij Centraal Station ook veel ‘homeless people’ zijn, maar dat ze zich daar niet bedreigd voelt: er is bij CS volgens haar meer toezicht van ‘railway staff or uniformed personnel around’. Het zwaartepunt ligt daarbij in de avond en nacht, weekenden en vooral in het gebied rondom de fiets- en voetgangerstunnel en de campus. Zo hebben Elif, Nilay en Nina baat bij meer toezicht in de fiets- en voetgangerstunnel. Bij de woongebouwen van DUWO wordt al een beveiligingsbedrijf ingezet volgens de wijkagent. Shanice vertelt dat de vrijwilligers bij de speeltuin haar een veilig gevoel geven. Ewelina vertelt dat ze zich veiliger voelt op Centraal Station dan op Hollands Spoor. Dat komt onder meer omdat er meer geüniformeerd personeel rondloopt. Kasia deelt dat gevoel. Ewelina: But most importantly, there are a lot of railway staff or uniformed personnel around, so I definitely feel safer there. Even though there are also homeless people or people looking for different things, I don’t feel threatened.At HS, it’s darker—or at least it feels that way. It has a gloomy, eerie atmosphere.

Kasia: That station is just kind of dark and small, right? It has a certain vibe. Ewelina: I live in Mariahoeven, and I feel relatively safe there, even though there’s been a lot going on lately, and we’ve seen more police patrols. But in general, I’m not afraid to come home late. At HS, though, there’s this shiver, this feeling of danger. Mira krijgt een goed gevoel van de ‘homeless lady […] playing an instrument’ in de fiets- en voetgangerstunnel. Deze dame is voor haar een vast element op de route door de tunnel. Haar aanwezigheid is voorspelbaar en verhoogt daarmee de beleving van Mira van het gebied. Anderen benadrukken dat ze een route kiezen op de (verwachting) van toezicht vanuit woningen of van mensen op straat. Dit speelt op meerdere plekken, vooral ‘s avonds, o.a. bij het Leemansplein en Waldorpstraat (voorkeursroutes), de vermeden routes via de brug en het café Siezo bij De Haagse Hogeschool en de Jan Blankenstraat en Kraijhoffstraat. Lina kiest bijvoorbeeld een wat langere route langs de studentenflats bij het Leemansplein (‘één van de twee kwaden’) om niet tussen het ‘café [Siezo] en de hogeschool’ te lopen. Ze loopt langs het Leemansplein omdat ze het gevoel heeft als er dan wat gebeurt, dan ben ik toch dichter bij mensen. Omdat de hogeschool dicht is, en het café is dicht.

En er zitten verder daar wel bedrijven en werkplaatsen volgens mij, maar die mensen, die zie je niet, horen je niet.

<

Toezicht kan ook helpen om verkeerssituaties, die een indirect effect hebben op de veiligheidsbeleving, te verbeteren. Ewelina stelt ‘permanent staff’ voor bij een oversteekplek naar school: It really is. And definitely more lighting, more patrols, or even permanent staff at the school crossing. Also, some kind of traffic solution for people going towards the campus or Mondrian College, so that people have to stop—period. The same for cyclists. You never know who has the right of way there—cyclists, pedestrians, or cars. Opvallend is dat er slechts een enkele keer verwezen wordt naar meer toezicht door politie. Ewelina zou zich veiliger voelen als de politie wat vaker langsrijdt, Just to show they’re paying attention. Yes, I think more frequent patrols would help, or having permanent or semi-permanent officers, whether police or municipal guards, stationed there. Cameras too—I’m not sure if they’re already there. Dat betekent dus dat de politie, net als camera’s, voor haar zichtbaar moeten zijn. We vinden hier geen verschil tussen hoe vrouwen en queers aan de zichtbaarheid van professionals kijken, behalve als het gaat om de politie. In één geval is er sprake van expliciet geen vertrouwen in het handelen van politie.8 Rowan geeft aan dat voor hen ‘politie niet automatisch het antwoord is, die intimideert zelf ook’.

Hen komt ook liever niet rechtstreeks in contact met politie en handhaving, want ze zijn ‘vaak seksistisch en transfoob’. Ten derde: het vanzelfsprekend toezicht van mensen in de buurt, die vertrouwen opwekken. ‘Dat je ogen in de buurt hebt’, zegt Stefan. Shanice, Soraya en Samira vinden plekken waar weinig mensen wonen, of het ‘heel rustig is’ niet prettig om ’s avonds te lopen. Daar zijn geen ‘ogen op straat’. Lina geeft aan dat zij haar route aanpast op de verwachting dat studenten haar zullen horen indien nodig: Ik denk nou als ik dan heel hard gil ofzo, als er wat is, dan zijn er misschien nog studenten die hun raam open hebben staan. Omdat je dan dus langs een studentenflat loopt. Maar dat overdekte stukje met al die pilaren langs [Johanna Westerdijkplein], ja volgens mij zit daar een mediatheek ofzo, ik weet niet wat er zit... Dat is echt een heel raar, bij dat café, dat is echt een heel raar, donker stuk 8 Tekenend is dat ook de wijkagent aangeeft dat de meldingsbereidheid in de wijk laag is, omdat er geen vertrouwen zou zijn in de politie. Hij verklaart dit door het doorgangskarakter van de omgeving: mensen zijn er maar kort, maken iets mee en denken niet ‘dat ga ik even melden’. Hier is het relevant om te benoemen dat het doorgangskarakter (‘van A naar B’) slechts ten dele het gebruik van de omgeving weerspiegelt.

>

30

daar […] Nou ja, omdat ik dan toch het gevoel heb, als er dan wat gebeurt, dan ben ik toch dichter bij mensen. Omdat de hogeschool dicht is, en het café is dicht. En er zitten verder daar wel bedrijven en werkplaatsen volgens mij, maar die mensen, die zie je niet, horen je niet. Stefan’s ‘ogen in de buurt’ zijn er niet alleen maar omdat er mensen (zoals studenten) wonen en een aantal voorzieningen zijn. Het is een samenspel tussen aanwezigheid van studenten in de buurt én beschikbare voorzieningen die voor hen interessant en betaalbaar zijn. Studenten gaan namelijk, zegt Stefan, als het even kan uiteten. Die zorgen dus dat de zaken op zijn. Die zorgen daarmee dus ook dat er meer leven is, en dus daarmee ook meer sociale controle. In dat licht is het relevant te benoemen dat enkele horecagelegenheden nabij de campus rond 20.00 (al) gesloten zijn. Een positief voorbeeld voor Stefan is de omgeving van The Social Hub en de Stationsweg. De aanwezigheid van studenten geeft vrouwen en LHBTIQ+ dus een relatief veilig gevoel. Echter, studenten zelf kunnen zich behoorlijk onveilig voelen in de omgeving waar zij wonen (in het onderzoeksgebied), zo vertelt de wijkagent, maar ook verschillende studenten lieten dat eerder hierboven aan bod komen.

<

31

>

Hoofdstuk 4: Conclusie en discussie Het onderzoek naar de veiligheid en inclusiviteit van het Hollands Spoor- en Campusgebied laat zien dat vrouwen en queers de openbare ruimte op verschillende manieren gebruiken en ervaren. Zij komen hier voornamelijk als voetganger of fietser en gebruiken het gebied voor diverse activiteiten. Het gebied vervult een belangrijke rol als verbindingsplek binnen de stad, maar wordt ook gebruikt voor dagelijkse aangelegenheden zoals werken, studeren en recreëren. De beleving van veiligheid en inclusiviteit in dit gebied varieert en wordt beïnvloed door meerdere factoren, waaronder de (eigen) relaties met ‘thuis’, de fysieke inrichting, de aan­ wezigheid van andere gebruikers en het tijdstip van de dag. We onderscheiden vijf typen factoren, die samenhangen met de verschillende stakeholders die zijn geïdentificeerd: persoonlijke factoren, sociale factoren, ruimtelijke factoren, programmatische factoren en onderhouds- en toezicht­ factoren. Figuren 29 en 30 laten zien waar we mogelijkheden zien om aan-­­ bevelingen en verantwoordelijke partijen te formuleren (zie de Handreiking).

Figuur 30 Stakholder analyse (samenvatting studentenchallenge 11 december 2024) Hoewel sommige respondenten positieve associaties met het gebied hebben, ervaart een groot deel van de geïnterviewde vrouwen en LHBTIQ+ negatieve associaties. Specifieke locaties, zoals de fiets- en voetgangerstunnel en het viaduct aan de Rijswijkseweg, worden als onveilig bestempeld. Factoren die bijdragen aan dit onveilige gevoel zijn onder andere straatintimidatie, onvoldoende openheid en overzicht, onvoldoende verlichting en toezicht van onder meer betrouwbare groepen, zoals – in dit geval- studenten.

<

Figuur 29 (F)actoren analyse

Vrouwen en queers hanteren verschillende strategieën om te anticiperen op mogelijk onveilige situaties. Dit omvat alert blijven, het aanpassen van hun tempo (versnellen of vertragen), het kiezen van alternatieve routes, zich bezighouden met hun telefoon en vermijden om alleen te zijn. De aanwezigheid en het gedrag van de Ander in de openbare ruimte hebben een grote invloed op de veiligheidsbeleving. Drukte kan zowel positief als negatief werken; een zekere mate van

32

>

levendigheid draagt bij aan een veiliger gevoel, terwijl de aanwezigheid van sommige categorieën gebruikers juist een gevoel van onveiligheid kunnen versterken. De geïnterviewden maken inschattingen op basis van visuele kenmerken om de Ander in te schatten. Het Hollands Spoor- en Campusgebied wordt door sommigen gezien als een onveilige plek, wat leidt tot het vermijden van bepaalde locaties en het aanpassen van routes. Dit imago wordt gevoed door onder meer algemene stedelijke ontwikkelingen. Veel vrouwen en queers vermijden bepaalde routes vanwege een verhoogd gevoel van onveiligheid. Donkere en afgelegen plekken, zoals tunnels en viaducten, worden gemeden.

De verschillende factoren die de veiligheidsbeleving in het Hollands Spoor- en Campusgebied beïnvloeden, hangen nauw met elkaar samen. Op basis van dit onderzoek kunnen we niet concluderen dat één factor van groter belang is dan een andere factor: het gaat juist om de samenhang in factoren en integraliteit van de aanpak. Een integrale aanpak waarin zowel fysieke als sociale factoren worden meegenomen, is essentieel om de veiligheidsbeleving en inclusiviteit in het gebied te verbeteren. In de Handreiking presenteren we daarvoor een aantal aanbevelingen.

Ook plekken met onoverzichtelijke verkeerssituaties zij niet aantrekkelijk. Gebruikers kiezen liever routes waar sociale controle aanwezig is, zoals drukke straten of gebieden waar zij ‘natuurlijk toezicht’ verwachten. Factoren zoals gebrekkige verlichting, beperkte keuzevrijheid in de routering en het risico op confrontaties dragen bij aan de beleving van onveiligheid tijdens verplaatsingen door het gebied. Ook de fysieke inrichting van het gebied speelt een rol in de veiligheidsbeleving. Onvoldoende verlichting maakt bepaalde plekken minder toegankelijk en vergroot het gevoel van onveiligheid, vooral in de avonduren. Voorzieningen zoals horeca, winkels en gemeenschappelijke ruimtes kunnen bijdragen aan een gevoel van sociale controle en levendigheid, wat de veiligheidsbeleving ten goede komt. Daarnaast is openheid en overzichtelijkheid van straten en pleinen belangrijk; smalle steegjes en afgesloten gebieden verhogen het risico op onveilige situaties, terwijl goed ingerichte, overzichtelijke plekken juist bijdragen aan een veiliger gevoel. Dit geldt ook voor onoverzichtelijke verkeerssituaties. Toezicht speelt een cruciale rol in de veiligheidsbeleving, maar dit gaat verder dan enkel politie en handhaving. De zichtbaarheid van toezichthoudende per­ sonen, zoals beveiligers, stewards of gemeentelijke medewerkers, draagt bij aan een gevoel van controle en veiligheid.

Daarnaast zorgen sociale controle door buurtbewoners, studenten en ondernemers voor een informele vorm van toezicht die de beleving van veiligheid versterkt. De zichtbaarheid van toezichthoudende personen, zoals beveiligers, stewards of gemeentelijke medewerkers, draagt bij aan een gevoel van veiligheid. De staat van onderhoud van de openbare ruimte beïnvloedt het veiligheidsgevoel van gebruikers. Vervuiling, achterstallig onderhoud en rommel kunnen de indruk wekken dat mensen sneller grensoverschrijdend gedrag vertonen in het gebied.

<

33

>

Referenties Altman, M.R., Kim, J., Busse, M., Kantrowitz-Gordon, I. (2020). Community-led research priority setting for highly vulnerable communities: Adaptation of the research prioritization by affected communities protocol. International Journal of Qualitative Methods, 19. https://doi.org/10.1177/1609406920957508

Lofland, L. (1973). A world of strangers. Basic Books, Inc., Publishers.

Brammer, K., Klijn, A., Kruis, T., Van den Berg, K., Pijpers, R., Joemmanbaks, F., Van der Hoeve, R., Van Werkhooven, J. (2024). Lhbtiqa+ monitor 2024. .Movisie. https://www.movisie.nl/publicatie/lhbtiqa-monitor-2024

ProRail. (2020). Verbouwing stations Hollands spoor. Verbouwing station Hollands Spoor. Retrieved 13-2-2025, from https://www.prorail.nl/projecten/verbouwing-station-den-haag-hollands-spoor

De Haagse Hogeschool. (onbekend). Sociale veiligheid & inclusie. Retrieved 13-22025, from https://werkenbijdehaagse.nl/nl/over-ons/sociale-veiligheid-inclusie/

Schram, K., Doff, W., Fischer, T., Jansen, J., Slingerland, G., & Zuijderwijk, L. (2024). Ruimte voor meiden op zuid. Rotterdam: Kenniswerkplaats Leefbare wijken. https://kenniswerkplaats-leefbarewijken.nl/wp-content/uploads/ Ruimte-voor-meiden-op-Zuid-3.pdf

DHIC/Gemeente Den Haag/Dienst Publieke Zaken. (2024). Bevolking. Gemeente Den Haag. Retrieved 13-2-2025, from https://denhaag.incijfers.nl/mosaic/nl-nl/ wijkprofielen/bevolking

Lofland, L. (1998). The public realm, exploring the city’s quintessential social territory (third ed.). Transaction Publishers.

Gans, H. (1991). People, plans, and policies: Essays on poverty, racism, and other national urban problems. Columbia University Press. Gemeente Den Haag/Dimensus. (2023). Inwonersonderzoek 2023 - emancipatie. Jiang, B., Mak, C. N. S., Larsen, L., & Zhong, H. (2017). Minimizing the gender difference in perceived safety: Comparing the effects of urban back alley interventions. Journal of Environmental Psychology, 51, 117–131. https://doi.org/10.1016/j. jenvp.2017.03.012

<

>

34

Dit onderzoek is uitgevoerd op initiatief van en is gefinancierd door Gemeente Den Haag. Vormgever:

<

>

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16275161/1