CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323675 Bijlage 1 Onderzoeksrapport voor iedereen een veilig en inclusief Geredigeerd

Commissie Samenleving 27 november 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken15.049 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BIJLAGE 1 − Voor iedereen een veilig en inclusief Hollands Spoor- en Campusgebied

<

Februari 2025 Door Davy, Luuk en Rowan. Dit onderzoek is uitgevoerd op initiatief van en is gefinancierd door Gemeente Den Haag. 1

>

Colofon De hoofdonderzoeker was dr. , stadssociologe en oprichter van Stadssociologie #streetmatters. Haar bureau is gespecialiseerd in kwalitatief onderzoek naar de beleving en het gebruik van openbare ruimtes, met als doel deze leefbaarder, toegankelijker en veiliger te maken. Haar expertise ligt in het bieden van inzichten en praktische aanbevelingen voor stedelijke vraagstukken. Voor meer informatie kunt u terecht op haar website. Alle foto’s (behalve de foto’s van de persoonlijke plattegronden, figuren en daar waar vermeld) zijn gemaakt door . De gemeente heeft toestemming om de foto’s in de rapportage voor onbeperkte tijd en voor welke uiting dan ook te gebruiken.

<

2

>

Inhoudsopgave Voorwoord 4 1 Het station Hollands Spoor- en Campusgebied als gender sensitieve buitenruimte? – Aanleiding voor het onderzoek – Kennisbehoefte van de gemeente – Onderzoeksvragen – Co-creatie en eigenaarschap van kennis met de doelgroepen – vrouwen en queerpersonen als burgeronderzoekers 2

Onderzoeksopzet en methodologische verantwoording – Kwalitatief onderzoek – Onderzoeksmethoden en populatie – Leden onderzoeksteam – Analysemethoden – Betrouwbaarheid en validiteit – Representativiteit – Overige beperkingen en reikwijdte

3 Het gebied Hollands Spoor en Campus door de ogen van vrouwen en queers – De potentiële omgeving: het gebied rondom Hollands Spoor en Campus en stakeholders – Het feitelijk gebruik: hoe maken vrouwen en queers nu gebruik van deze omgeving? – Hoe ervaren vrouwen en queers de veiligheid en inclusiviteit in deze omgeving? – Welke factoren dragen bij aan een positieve en negatieve veiligheidsbeleving? 4.

Conclusie en discussie

5 5 5 5 5 7 7 7 10 10 10 10 11 13 13 15 15 17 32

Referenties 34

<

Figurenlijst Figuur 1 Samenwerken aan de onderzoeksopzet. Figuur 2 Het proces en de inhoud van onderzoek samen vormgeven.

6 6

Figuur 3 Onderzoeksactiviteiten in Wijkz Cromvlietplein 8 Figuur 4 Bespreken van de ruimtelijke context van het onderzoek 8 Figuur 5 Wandeling in de omgeving met een deelnemer van het onderzoek 8 Figuur 6 Tabel met deelnemers (allen gespeudonymiseerd) aan het onderzoek 10 Figuur 7 Tabel met leden onderzoeksteam 10 Figuur 8 Hotspots en tips stickeren op een fotoplattegrond. 11 Figuur 9 Werken met verbeeldingskaarten in The Social Hub. 12 Figuur 10 Het onderzoeksgebied (Gemeente Den Haag, oktober 2024). 13 Figuur 11 Samenvatting stakeholdermapping door studenten (11 december 2024) 13 Figuur 12 Voorbeeld van een stakeholdermapping -en analyse door studenten. 14 Figuur 13 Zicht op Den Haag. De Haagse Hogeschool gezien vanaf zijde Leeghwaterplein. Figuur 15 Waterzebra op de campus. 18 Figuur 16 Brug over de campus. 18 Figuur 17 Persoonlijke kaart en route van Ciska 20 Figuur 18 Studentenwoningen aan Leemansplein 21 Figuur 19 Persoonlijke kaart en route van Lina. 22 Figuur 20 Ruimtelijke situatie tussen Rijswijkseweg en Strijkijzer. 24 Figuur 21 Situatie bij het Strijkijzer. 24 Figuur 22 Het viaduct aan de Rijswijkseweg 25 Figuur 23 Afgesloten trap in de fiets- en voetgangerstunnel 25 Figuur 24 Een ‘steegje’ op de campus (richting Leemansplein) 25 Figuur 25 Voorbeeld verkeerssituatie kruising Neherkade26 Figuur 26 ‘Mooier gemaakt de afgelopen jaren’.

28 Figuur 28 Persoonlijke kaart en route van Riva. 29 Figuur 29 (F)actoren analyse 32 Figuur 30 Stakholder analyse (samenvatting studentenchallenge 11 december 2024) 32

3

>

Voorwoord Voor u ligt het onderzoeksrapport dat is voortgekomen uit het onderzoeksproces dat bewoners (als aspirant-onderzoekers en ervaringsdeskundigen) samen met externe onderzoekers hebben uitgevoerd. Dit onderzoek is een bijlage van de Handreiking en dient als onderbouwing van de aanbevelingen die in de handreiking zijn gedaan. Het rapport is getiteld ‘Voor iedereen een veilig en inclusief Hollands Spoor- en Campusgebied’. Dat is een aanpassing van de oorspronkelijke titel: ‘Amplifying Women and Queer Voices: Centering Knowledge about Hollands Spoor Public Space’. We hebben de titel aangepast om de inclusiviteit te vergroten en ervoor te zorgen dat deze beter aansluit bij het doel van dit rapport: het versterken van een veilige en inclusieve leefomgeving voor iedereen, overeenkomstig de wens van de bewoner-onderzoekers. Ik wil mijn dank uitspreken aan de bewoner-onderzoekers Rowan, Davy, Luuk1 en Safiye die met hun kennis en ervaringen dit project mogelijk hebben gemaakt. Hun betrokkenheid en inzet zijn onmisbaar geweest bij het voorbereiden van de onderzoeksactiviteiten, de wijze van benaderen van de doelgroep en locaties waar het onderzoek uiteindelijk heeft plaatsgevonden. Hun inbreng is cruciaal geweest bij het volbrengen van de onderzoeksopdracht. Deze aanpak met bewoners en/of ervaringsdeskundigen verdient wat ons betreft dan ook navolging in volgende onderzoeken.

Ook de mensen die hun verhalen en ervaringen in het gebied gedeeld hebben ben ik zeer erkentelijk, net zoals de studenten die tijdens en na de challenge op De Haagse Hogeschool onder de leiding van Stephan van Berkel (op 11 en 18 december 2024) hun inzichten deelden. Ook de locaties en voorzieningen waarmee we samengewerkt hebben ben ik dank verschuldigd: The Social Hub aan de Hoefkade, Wijkz Cromvlietplein, Vrouwenbuurtlab en De Haagse Hogeschool. Een belangrijk uitgangspunt in dit onderzoek is het zorgvuldig omgaan met de manier waarop we genderidentiteit benoemen. Wanneer we in dit rapport verwijzen naar het gender van een persoon, bedoelen we daarmee hoe deze persoon zichzelf identificeert. We hebben ons ingespannen om niet uit te gaan van aannames over gender. In situaties waarin we een persoon niet persoonlijk hebben kunnen spreken, hebben we het gender onbekend gelaten om recht te 1

<

doen aan de diversiteit en eigenheid van ieders identiteit. In dit onderzoek gebruiken we, zowel om recht te doen aan de diversiteit van de doelgroep als om de leesbaarheid te bevorderen, ‘queer’ en ‘LHBTIQ+’ door elkaar heen. De Handreiking waar dit rapport bij hoort, biedt zowel concrete quick wins als strategische aanbevelingen voor de verbetering van de veiligheidsbeleving en inclusiviteit in het Hollands Spoor- en Campusgebied. Daarbij benadrukken we het belang van samenwerking tussen verschillende gemeentelijke afdelingen en partners, alsmede de voortdurende dialoog met de gemeenschappen die van dit gebied gebruik maken. Uit recent onderzoek blijkt dat vrouwen en queer hun gedrag in de openbare ruimte aanpassen. Zo blijkt uit de Movisie-LHBTIQA+-monitor (Brammer et al. 2024) dat queerpersonen vaker dan niet-queerpersonen nadenken over hun gedrag in de openbare ruimte. Uit ander onderzoek weten we dat ook jonge meiden hun gedrag aanpassen (Schram et al. 2024). Dit onderzoek bevestigt deze uitkomsten en laat zien hoe deze in de context van ons onderzoeksgebied uitwerken. We doen op basis van dit onderzoek aanbevelingen aan gemeente (en andere partijen) die het mogelijk maken zich via ontwerp- en beleidsingrepen, alsook hun werkwijze en inclusie van ervaringsdeskundige bewoners, in te zetten voor de veiligheidsbeleving van deze groepen in de openbare ruimte.

De volgende stap kan bijvoorbeeld zijn: het plegen van lokale ontwerp-, beheers- en procesingrepen in combinatie met de monitoring van coping-strategieën in bijvoorbeeld ronde tafel gesprekken met doelgroep organisaties en ervaringsdeskundigen. Zo kan de verbetering, verslechtering of het gelijkblijven aan de ervaring van de doelgroep in de openbare ruimte gevolgd worden. Wij hopen dat dit onderzoek en de bijbehorende aanbevelingen bijdragen aan een inclusievere stedelijke ruimte, waarin iedereen zich welkom en veilig voelt. dr.

- hoofdonderzoeker Stadssociologie #streetmatters maart 2025

Rowan, Davy en Luuk zijn pseudoniemen van de bewoners.

4

>

Hoofdstuk 1 Het station Hollands Spoor- en Campusgebied als gendersensitieve buitenruimte? Aanleiding voor het onderzoek Het uitgangspunt is dat iedereen zich veilig moet kunnen voelen in Den Haag. Een stad waarin respectvol met elkaar omgaan en ruimte geven om jezelf te zijn, centraal staan. Toch blijkt uit onderzoek dat vrouwen en queer personen zich in de buitenruimte minder veilig voelen dan mannen. 46% van de vrouwen en queer personen ervaart gevoelens van onveiligheid, tegenover 28% van de mannen (Gemeente Den Haag/Dimensus 2023). Deze gevoelens zijn met name aanwezig rond treinstations, uitgaansgelegenheden en in winkelgebieden of het stadscentrum. Op deze plekken zijn vrouwen en queer personen onevenredig vaak slachtoffer van straatintimidatie (idem). De gemeente wil in het gebied rondom station Hollands Spoor concrete maat­ regelen treffen om de buitenruimte inclusiever en veiliger te maken, specifiek voor vrouwen en queer personen. Dit project richt zich zowel op de veiligheid overdag als ’s avonds en ’s nachts. Dit project fungeert als pilot voor soortgelijke initiatieven in de stad, waarbij we zowel naar het proces als naar de inhoud van de fysieke maatregelen kijken.

Kennisbehoefte van de gemeente De kennisbehoefte van de gemeente is drieledig. Uit de opdrachtomschrijving blijkt een vraag naar: 1. Het in kaart brengen van de sociaal-ruimtelijke situatie zoals die nu is met betrekking tot het gebied rondom Holland Spoor. Met oog voor de verschil­ lende (sub-)doelgroepen en stakeholders en al hun geleefde (alledaagse) in dit gebied. 2. Aanbevelingen voor aanpassingen in de fysieke leefomgeving, zowel quick wins als specifieke aanbevelingen voor de hardware, software en orgware. 3. Aanbevelingen voor de stedelijke strategie op basis van dit onderzoek en mogelijk aanvullend onderzoek.

<

Het doel van dit kennisproject was dus drieledig: 1. Identificatie van de quick wins en specifieke aanbevelingen voor het gebied. 2. Bespreking en toetsing op haalbaarheid van de aanbevelingen voor de Haagse strategie op dit gebied met de betrokken gemeenteambtenaren.

3. Bevorderen eigenaarschap van de vrouwen en queerpersonen die deelnemen aan het onderzoeksproces. Het doel was dat zij geen mede-eigenaar zijn, maar eigenaar van de resultaten.

Onderzoeksvragen In samenwerking met het team van bewoners (vrouwen en queers) is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: Hoe kan de beleving van vrouwen en queers van de omgeving Hollands Spoor en Campus verbeterd worden? Daartoe beantwoorden we de volgende deelvragen: • Hoe maken vrouwen en queers nu gebruik van deze omgeving? • Hoe ervaren zij nu de veiligheid en inclusiviteit in deze omgeving? • Welke factoren dragen bij aan een positieve en negatieve veiligheidsbeleving en inclusiviteit? • Hoe kan de veiligheidsbeleving en inclusiviteit verbeterd worden?

Co-creatie en eigenaarschap van kennis met de doelgroepen – vrouwen en queerpersonen als burgeronderzoekers Co-creatie en eigenaarschap: twee kernconcepten uit de opdrachtomschrijving van de gemeente. Deze twee concepten hebben centraal gestaan in de kennisontwikkeling. Dat was alleen mogelijk met de doelgroepen, die vanaf begin af aan betrokken zijn bij de opzet van het kennisproject, en die daarbij inhoudelijk en procesmatig gefaciliteerd zijn door een ervaren trainer-onderzoeker. De deelnemers namen deel aan sessies over het opzetten, uitvoeren en rapporteren over hun ervaringen en kennis. De onderzoeksleider bleef verantwoordelijk voor de betrouwbaarheid en transparantie. Het was dus de bedoeling vijf vrouwen en queerpersonen, allen bewoners, tot ‘burgeronderzoekers’ te trainen. Burgeronderzoek wordt uitgevoerd door burgers en andere maatschappelijke actoren. De focus ligt daarbij op het samen ontwikkelen van het onderzoeksproces: onder meer de vraag, methoden en uitkomsten zijn dus waar mogelijk ‘community-led’ (zie o.a. Altman et al. 2020).

5

>

We bouwen daarmee voort op een nieuwe lijn in kwalitatief onderzoek, waarbij leden van de community en hun ervaringen leidend zijn in het vormgeven van het onderzoek. Met dit type onderzoek wordt momenteel veel ervaring opgedaan, onder meer aan De Haagse Hogeschool. In dit proces hebben we contacten gelegd met lokale en themaorganisaties. Enerzijds om de vacature voor bewoner-onderzoekers onder de aandacht te brengen, anderzijds om na te gaan of de onderzoeksvraag ook voor hen en hun doelgroep relevant was. Echter, mogelijk door de tijdsdruk (vlak voor de kerstperiode) en redenen gerelateerd aan onderzoeksmoeheid, bleek de betrokkenheid van deze organisaties niet vanzelfsprekend. Helemaal community-led was dit onderzoek daarmee niet: daarvoor zou de community ook al betrokken dienen te zijn bij het uitschrijven van de opdracht – veel eerder in het onderzoeksproces dus. Op dit vlak hebben we lessen geleerd die zijn opgenomen in de Handreiking waar dit rapport bij hoort. Uiteindelijk zijn er vier bewoner-onderzoekers betrokken geweest, waarvan er drie het trainingsproces hebben doorlopen en er twee deels betrokken waren tot in de fase van dataverzameling. Om de kwaliteit in de dataverzameling te waarborgen zijn er nog twee externe onderzoekers aangetrokken, beiden met affiniteit met de doelgroep en het type onderzoek, die de dataverzameling mede hebben uitgevoerd.

Alle bewoner-onderzoekers zijn op basis van payroll of freelance overeenkomsten betaald voor hun ervaring en tijd.2 Alle betrokken bewoner- en extern onderzoekers zijn genoemd in de tabel 7 in hoofdstuk 2.

Figuur 1

Samenwerken aan de onderzoeksopzet.

Figuur 2

Het proces en de inhoud van onderzoek samen vormgeven.

Het proces waarin bewoners worden getraind om onderzoek uit te voeren vereiste al met al een andere manier van onderzoek opzetten uitvoeren: van vooropgezet projectplan naar een proces waarin in verschillende sessies het onderzoek wordt opgebouwd. In deze pilot hebben we daarmee ervaring opgedaan. De lessen die we geleerd hebben zijn opgenomen in de Handreiking.

2

<

Op moment van schrijven wordt dit nog afgerond.

6

>

Hoofdstuk 2 Onderzoeksopzet en methodologische verantwoording Kwalitatief onderzoek We kiezen voor een verkennend kwalitatief onderzoek, omdat we geïnteresseerd zijn in de alledaagse ervaringen in en rondom Hollands Spoor en het Campusgebied van vrouwen en queers en daar de eerste aanknopingspunten voor verbetering van deze ervaring willen ontdekken. We zien dit als een verkenning, omdat er voor dit specifieke gebied en deze doelgroep nog niet bekend is hoe we hun ervaringen in deze sociaal-ruimtelijke context moeten begrijpen. We hebben dus inzichten verzameld en factoren geïdentificeerd die er in deze sociaalruimtelijke context ‘toe doen’. Het rapport geeft daarmee richting aan mogelijke interventies en beleidsmaatregelen, die we in de Handreiking op een rijtje hebben gezet. De voorgestelde interventies kunnen tot slot op later moment weer op geëvalueerd worden.

Onderzoeksmethoden en populatie We hebben gebruik gemaakt van een diversiteit aan methoden van dataver­ zameling: ▶ Drie groepsgesprekken, inclusief persoonlijke plattegronden, met vrouwen uit Laakkwartier en wijdere omgeving van Hollands Spoor en Campus. • Twee groepsgesprekken vonden plaats in Wijkz Cromvlietplein, met respectievelijk drie en twee deelnemende vrouwen met diverse migratieachtergronden, tussen de 30 en 60 jaar. • Één groepsgesprek vond plaats in Vrouwenbuurtlab Laak met vier vrouwen met Poolse achtergrond tussen de 25 en 45 jaar.. Alle vrouwen hebben kinderen van diverse leeftijden. Vaak werken zij in de omgeving, en soms zijn zij moeders of vrouwen die niet betaald werken. ▶ Acht straatinterviews met vrouwen in de omgeving van station Hollands Spoor, Stationsplein en zijde Laakhaven. ▶ 13 interviews met een diverse groep die zichzelf als vrouw ziet en twee mannen die ook op mannen vallen. • Verbeeldingskaarten die helpen onbewuste gevoelens en gedachten te identificeren en in gesprek onder woorden te brengen. • Persoonlijke plattegronden die helpen de routes en relevante plekken, vaak ook onbewust, in beeld te brengen. • Stickeren van ‘hotpots’ om pijn- en verbeterpunten in kaart te brengen.

<

▶ Gebiedswandeling met één man die zichzelf als queer ziet (die ook geïnterviewd is), ▶ Observaties in onderzoeksgebied, alsook een observatie met de wijkagent ▶ Social media, email en persoonlijke communicatie met (potentiële) teamleden en deelnemers aan het onderzoek. ▶ Diverse gesprekken en ‘natural occuring’ data, zoals in gesprek met COC en diverse locaties/organisaties in het gebied. Deze zijn vastgelegd in het lopende verslag van het onderzoek ▶ Data verzameld door ca. 25 – 30 studenten gedurende de twee dagen challenge aan De Haage Hogeschool. • Fotografie tijdens gebiedswandelingen • Hairy drawings • Reacties op gebiedsplannnen (schetsontwerpen) • Probleemanalyse (mate van onverzorgdheid, rommeligheid, onaangenaamheid, te snel en te druk verkeer, looproutes, inrichting) • Voorstellen voor de verbetering van dit gebied De onderzoeksactiviteiten vonden grotendeels plaats op vier locaties: The Social Hub aan de Hoefkade, Wijkz aan het Cromvlietplein, Vrouwenbuurtlab Laak en De Haagse Hogeschool. Deze locaties zijn onder meer door de bewoneronderzoekers aangewezen als plekken waar de doelgroep gebruik van maakt. In het proces legden we op meerdere momenten contact met de beheerders van deze locaties. Als de beheerders het onderzoek relevant vonden voor hun bezoekers keken we of het mogelijk was om samen aandacht te vragen voor deelname aan het onderzoek.

De onderzoeksactiviteiten werden vervolgens gepland op een moment dat het de bezoekers goed uitkwam (bijvoorbeeld na een activiteit) en op de locatie waar zij al waren. De onderzoekers brachten op een dergelijk moment eten en drinken mee, en iedereen ontving een cadeaukaart naar keuze.

7

>

Figuur 3

Onderzoeksactiviteiten in Wijkz Cromvlietplein

Figuur 5

Wandeling in de omgeving met een deelnemer van het onderzoek

In dit onderzoek waren vrouwen en LHBTIQ+-personen de doelgroep. In Den Haag ziet ongeveer één op de tien bewoners zichzelf als queer persoon, waarvan circa 5% homoseksueel of biseksueel (3%) (Gemeente Den Haag/Dimensus 2023). Van de deelnemers aan dit onderzoek waarvan de genderidentiteit bekend was, zagen elf personen zich als queer of LHBTIQ+. Dat is ongeveer één-vierde van alle respondenten. Daarmee lijken we goed in staat om iets te zeggen over de ervaringen van vrouwen en queers in deze omgeving. In de paragraaf ‘representativiteit’ is onze visie hierop uitgewerkt.

Figuur 4

<

Bespreken van de ruimtelijke context van het onderzoek 8

>

Pseudoniem

Type gebruiker

Ziet zichzelf als

Methodiek

Pseudoniem

Type gebruiker

Ziet zichzelf als

Methodiek

Noah

Student HHS, woonachtig nabij onderzoeksgebied

man, queer

Challenge

Maaike

werkend leren, woonachtig nabij Stationsplein

vrouw

straatinterview

Anouk

werkend Rotterdam, woonachtig in Regentessekwartier

vrouw

straatinterview

Merel

Student Universiteit Leiden, woonachtig Rijswijkseplein

vrouw

straatinterview

Nina

werkend Amsterdam, woonachtig Leyenburg

vrouw

straatinterview

Myrte

onbekend, woonachtig Voorhout

vrouw, biseksueel

straatinterview

Vera

werkend Amsterdam, woonachtig Stationsplein

vrouw

straatinterview

Fay

vrouw

straatinterview

Stefan

niet werkend of studerend, woonachtig Regentessekwartier

man, queer

interview, persoonlijke plattegrond, verbeeldingskaarten, stickeren

Internationale student UL, woonachtig Enthovenplein

Elsa

vrouw

straatinterview

Student HHS, woonachtig in Brielle

vrouw

interview, persoonlijke plattegrond, verbeeldingskaarten, stickeren

Internationale student UL, woonachtig Enthovenplein

Miranda

onbekend

onbekend

Social media

Medewerker HHS, woonachtig in Rotterdam

vrouw

Ewelina

werkend, woonachtig in Mariahoeve

vrouw

groepsgesprek, persoonlijke plattegrond

Magda

vrouw

Stagiair gemeente, woonachtig nabij onderzoeksgebied (zijde Statsionplein)

vrouw

werkend, woonachtig in Oud-Rijswijk

groepsgesprek, persoonlijke plattegrond

Kasia

vrijwilliger, woonachtig Hoefkade

vrouw

groepsgesprek, persoonlijke plattegrond

Valea

Student HHS, woonachtig in of nabij onderzoeksgebied

vrouw

interview, persoonlijke plattegrond, verbeeldingskaarten, stickeren

Aneta

vrijwilliger, woonachtig Leidschendam

vrouw

groepsgesprek, persoonlijke plattegrond

Shanice

werkend en Haag, woonachtig Laakkwartier

vrouw, queer

interview, persoonlijke plattegrond, verbeeldingskaarten, stickeren

onbekend, woonachtig Neherkade

vrouw

Lina

groepsgesprek, persoonlijke plattegrond

Soraya

onbekend, woonachtig Neherkade

vrouw

groepsgesprek, persoonlijke plattegrond

Riva

Internationale student HHS, woonachtig op campus

vrouw, queer

interview, persoonlijke plattegrond, verbeeldingskaarten, stickeren

Samira

onbekend, woonachtig Rijswijkseweg

vrouw

groepsgesprek, persoonlijke plattegrond

Celina

Student (onbekend), woonachtig in of nabij onderzoeksgebied

vrouw

verbeeldingskaarten, persoonlijke plattegrond

Elif

onbekend, woonachtig Molenwijk

vrouw

groepsgesprek, persoonlijke plattegrond

Nilay

vrouw

Student HHS, woonachtig in TSH

vrouw

onbekend, woonachtig Schipperskwartier

groepsgesprek, persoonlijke plattegrond

Levi

man, queer

interview

Ard

onbekend

onbekend

Persoonlijke communicatie

werkend Amsterdam, woonachtig Om en Bij

Elle

Student (onbekend), woonachtig Javastraat

vrouw

interview, persoonlijke plattegrond, verbeeldingskaarten, stickeren

Sam

student, werkend Delft, woonachtig Brouwersgracht

man, queer

interview

Mila

Ciska

Mira

Jade

<

interview, persoonlijke plattegrond, verbeeldingskaarten, stickeren interview, persoonlijke plattegrond, verbeeldingskaarten, stickeren

interview, persoonlijke plattegrond

9

>

Analysemethoden

Kai

onbekend, was woonachtig in onderzoeksgebied

onbekend

social media

Bert

onbekend, Woonachtig Laakkwartier

man, queer

persoonlijke communicatie

Tom3

Internationale student, woonachtig in TSH

man

interview, persoonlijke plattegrond, verbeeldingskaarten, stickeren

De data zijn geanalyseerd op een analysedag door het onderzoeksteam, waaraan één bewoner-onderzoeker, twee externe onderzoekers en de hoofdonderzoeker deelnamen. Vervolgens zijn ze door de hoofdonderzoeker gecodeerd (thema’s aan stukken data toe te kennen) en vervolgens relaties tussen de stukken data te ontdekken (‘memo’ing’). Op basis van die memo’s zijn de onderzoeksvragen beantwoord.

Jules

Internationale student, woonachtig in TSH

man

interview, persoonlijke plattegrond, verbeeldingskaarten, stickeren

Betrouwbaarheid en validiteit

Student HHS, woonachtig in TSH

man

Jace

Figuur 6

interview, persoonlijke plattegrond, verbeeldingskaarten, stickeren

Tabel met deelnemers (allen gespeudonymiseerd) aan het onderzoek

Leden onderzoeksteam Pseudoniem

Type gebruiker

Ziet zichzelf als

Methodiek

Rowan

Geen studie of werk, woonachtig nabij onderzoeksgebied (zijde Laakkartier)

non-binair

Persoonlijke communicatie, bewoneronderzoeker van het team (geen deelnemer)

Safiye*

werkend, woonachtig Schilderswijk

vrouw

bewoner-onderzoeker van het team

Davy

werkend, woonachtig Oud-Rijswijk

man, panseksueel

bewoner-onderzoeker van het team

Luuk

vrijwilliger, woonachtig Rijswijkseweg

man, queer

bewoner-onderzoeker van het team

Lotte*

Nvt

vrouw, queer

Extern onderzoeker

Weronika*

Nvt

vrouw

Extern onderzoeker

Linda*

nvt

vrouw

Extern hoofdonderzoeker, leiding onderzoeksteam

Figuur 7

Tabel met leden onderzoeksteam

In dit onderzoek is triangulatie toegepast om de betrouwbaarheid en validiteit van de resultaten te versterken. Zo zijn verschillende onderzoeksmethoden gecombineerd, waaronder interviews, observaties en participatief onderzoek met ervaringsdeskundigen. Daarnaast zijn er verschillende onderzoekers (zowel bewoner-onderzoekers als externe onderzoekers) betrokken geweest in het gehele proces. Bij de analyse zijn verschillende inzichten met elkaar getoetst, waarbij gestreefd is naar ‘intersubjectiviteit’. Deze aanpak versterkte de betrouwbaarheid en praktische toepasbaarheid van de bevindingen.

Representativiteit Representativiteit in kwalitatief onderzoek verwijst naar de mate waarin de bevindingen van een onderzoek generaliseerbaar zijn naar een bredere groep mensen of context buiten de onderzochte groep of context. In tegenstelling tot kwantitatief onderzoek, waar representativiteit vaak statistisch wordt gegarandeerd door een aselecte steekproef, richt kwalitatief onderzoek zich op diepgaand begrip en rijke contextuele inzichten. Representativiteit in kwalitatief onderzoek wordt dan ook anders benaderd. Wat is onze visie daarop in dit onderzoek? Ten eerste, in dit onderzoek hebben we een breed scala aan ervaringen en perspectieven vastgelegd. Dat hebben we bereikt door gericht te zoeken naar onze doelgroep, en binnen die groep de grootst mogelijke diversiteit te bewerkstelligen. Tegelijkertijd is ‘queer’ of ‘LHBTIQ+’ een containercategorie, waarmee mensen zich op meerdere manieren kunnen identificeren. Ook kan daarin verandering optreden.

*deze personen zijn niet gespeudonymiseerd. 3 Tom, Jules en Jace hebben aan dit onderzoek deelgenomen als onderdeel van een groep studenten. Het is niet bekend of zij zichzelf identificeren als LHBTIQ+.

<

10

>

We zijn er niet in geslaagd zijn om meer dan één non-binaire persoon of bijvoorbeeld een persoon te spreken die zichzelf als aseksueel ziet, te spreken4. We weten dus niet of de resultaten van toepassing zijn op personen en groepen die niet of slechts minimaal in het onderzoek vertegenwoordigd waren. Hiervoor is aanvullend onderzoek nodig.

vergelijkbare gebieden. We verwachten dat de factoren waarschijnlijk in andere type gebieden in Den Haag gelijk zijn, maar in een dergelijke andere context meer, minder of anders van betekenis voor de veiligheidsbeleving van vrouwen en LHBTIQ+.

Mensen die zichzelf als (cis-)man zien vallen buiten het bereik van dit onderzoek, terwijl bijna 1/3 van de mannen zich soms of vaak onveilig voelen in de stad (idem). Op basis van dit onderzoek is het niet mogelijk om iets te zeggen over hun beleving van veiligheid of inclusiviteit, en factoren die daaraan bijdragen. Jiang et al (2017) suggereert dat de ingrepen die de veiligheidsbeleving voor vrouwen kunnen verbeteren, ook de beleving van (cis-) mannen verbeteren, maar of dit over de gehele linie van maatregelen van toepassing is, is nog onduidelijk. Daar ligt dus nog een vraag voor vervolgonderzoek.

Overige beperkingen en reikwijdte

We hebben ons in dit onderzoek beperkt tot het begrijpen van de beleving van de beleving van veiligheid en inclusiviteit door queerpersonen in de pub­lieke ruimte. In plaats van demografische categorieën, zoals opleidingsniveau of leeftijdscategorieën, hebben we daarom twee andere relevante categorieën centraal gesteld: (1) hoe mensen zichzelf en hun genderidentiteit zien en (2) categorieën van gebruik van de openbare ruimten. Het type gebruik van de openbare ruimte hangt samen met de manier waarop iemand de ruimte beleefd – denk bijvoorbeeld aan de mogelijke verschillen tussen dagelijks gebruikers, tijdelijke (internationale) studenten of langdurig bewoners. Opleidingsniveau en leeftijdscategorieën kunnen er wel degelijk toe doen, maar in deze verkenning staan ze niet centraal.

Tot slot zijn er twee laatste beperkingen aan dit onderzoek. Ten eerste is de data verzameld in januari, wat – als donkere maand – invloed kan hebben op de wijze hoe vrouwen en queers de ruimte beleven. Ten tweede zien we in onze data weinig tot geen gebruik van het Leeghwaterplein onder de geïnterviewden. Dat is opvallend, omdat wij wel degelijk vrouwen uit Laakkwartier gesproken hebben. Een mogelijke verklaring is dat de geïnterviewden inderdaad weinig gebruik maken van het Leeghwaterplein, omdat andere routes voor hen praktischer zijn. Een andere verklaring is dat het Leeghwaterplein vooral gebruikt wordt door bewoners die elders in de stad wonen en die dus weinig woonachtig zijn in de directe omgeving waar wij ons onderzoek uitgevoerd hebben. Nadrukkelijk vermelden we dat dit niet lijkt te komen omdat het Leeghwaterplein als onveilig beleefd wordt: daar zijn geen aanwijzingen voor gevonden.

Ten tweede is dit onderzoek deels overdraagbaar naar andere stedelijke contexten of contexten in Den Haag. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in de context van bestaande onderzoeken en bevestigen deels de bevindingen. De bevindingen zijn gecontextualiseerd voor de specifieke omgeving van dit onderzoek. Het onderzoek geeft inzicht in de onderliggende factoren die veiligheidsbeleving beïnvloeden. Die gelden in meer of mindere mate ook voor andere gebieden, zo weten we uit ander onderzoek (zie Schram et al. 2024). Vrouwen en queers voelen zich met name rondom treinstations, uitgaansgelegenheden en winkelgebieden relatief onveilig. De resultaten van dit onderzoek zijn daarom overdraagbaar zijn naar 4 Mogelijke redenen hiervoor zijn: mogelijk zijn we er niet in geslaagd hen de mogelijkheid te geven vertrouwen met ons op te bouwen. Mogelijk ontbrak het hier aan de juiste onder­zoeksmethode die hen aanspreekt. Dit onderzoek geeft dus zeer beperkt inzicht in de beleving van non-binaire personen in dit gebied. Het strekt dan ook tot de aanbeveling om in vervolgonderzoek in het bijzonder te focussen op personen die zichzelf bijvoorbeeld als non-binair zien en op andere subgroepen die we niet gesproken hebben.

<

Figuur 8

Hotspots en tips stickeren op een fotoplattegrond. 11

>

Figuur 9

<

Werken met verbeeldingskaarten in The Social Hub. 12

>

Hoofdstuk 3 Het gebied Hollands Spoor en Campus door de ogen van vrouwen en queers De potentiële omgeving: het gebied rondom Hollands Spoor en Campus en stakeholders In dit onderzoek staat het gebruik en de ervaring van het gebied Hollands Spoor en Campus centraal, het gebied tussen circa de Parallelweg, Stationsplein, Rijswijkseweg, het park aan de Laakweg, Slachthuisstraat en Leeghwaterplein. Het gebied ligt in twee stadsdelen: Centrum en Laak, Laakkwartier en Spoorwijk. Het onderzoeksgebied is grofweg weergegeven in figuur 10. Het station is gebouwd in 1891, op de plek van het eerdere station uit 1843. In 2020 werd een laatste verbouwing afgerond, waarbij ook aan de zijde Laakhaven een ‘volwaardige stationsingang’ is gecreëerd (ProRail 2020). In 1987 ontstond de Haage Hogeschool uit een fusie van een aantal kleinere scholen. In het gebied rondom de Laakhaven wordt in 1997 de bouw van het complex van de huidige Haagse Hogeschool afgerond.

Figuur 10

<

Het onderzoeksgebied (Gemeente Den Haag, oktober 2024).

De ‘potentiële omgeving’ (naar Gans 1991) is de wijze waarop de ruimte is vormgegeven en wordt beheerd en wie de stakeholders in de vormgeving en het beheer zijn. De diversiteit aan stakeholders in het gebied is zeer divers. Uit de mapping door studenten (challenge 11 december 2024) blijkt, dat zowel publieke, semipublieke als private partijen belangen hebben in dit gebied. Sommige partijen, zoals de gemeente, NS, ProRail hebben zowel belang en invloed op de financiering en inrichting op verschillende schaalniveaus en het beheer, in termen van veiligheid en onderhoud. Een ander type stakeholders die studenten identificeren hebben belang bij hun rol als gebruiker van het gebied: denk aan bewoners, reizigers, hangjongeren, studenten en (kleinere) ondernemers en winkeliers. Ook zij hebben ook belang bij de productie en het beheer, maar hebben minder vanzelfsprekend ook directe invloed daarop. Het gebied kent dus verschillende stakeholders.

Figuur 11 Samenvatting stakeholdermapping door studenten (11 december 2024) 13

>

Figuur 13 Zicht op Den Haag. De Haagse Hogeschool gezien vanaf zijde Leeghwaterplein. Wie zijn de mogelijke gebruikers van dit gebied? Zowel van het station HS als de Campus maken dagelijks meerdere duizenden bezoekers gebruik. Dagelijks maken er zo’n 54.000 reizigers gebruik van Hollands Spoor (ProRail 2020). Een deel van die reizigers bestaat uit studenten en medewerkers van de Haagse Hogeschool. Aan de Haage Hogeschool studeren zo’n 26.000 studenten, en werken zo’n 2500 medewerkers, allen met uiteenlopende achtergronden, voorkeuren, identiteiten en beperkingen (De Haagse Hogeschool, onbekend). Ook de wijken waarin het onderzoeksgebied ligt zijn van zeer diverse aard, zowel qua migratieachtergrond, als andere demografische factoren, zoals leeftijdsopbouw, inkomen en huishoudenssamenstelling (DHIC/Gemeente Den Haag/Dienst Publieke Zaken 2024). De omwonenden zijn tevens mogelijk gebruikers van de buurtfuncties in de omgeving. Figuur 12 Voorbeeld van een stakeholdermapping -en analyse door studenten.

<

In ons onderzoek richten we ons op vrouwen en queers onder mogelijke gebruikers: hoe maken zij gebruik van dit gebied? 14

>

Het feitelijk gebruik: hoe maken vrouwen en queers nu gebruik van deze omgeving?

Hoe ervaren vrouwen en queers de veiligheid en inclusiviteit in deze omgeving?

Uit de analyse blijkt dat het gebied door hen op de volgende manieren gebruikt wordt: (1) om (dagelijkse) boodschappen te doen, (2) om van A naar B te gaan met het OV, (3) om naar school of universiteit te gaan, (4) te wonen, (5) vrienden of familie in het gebied bezoeken, (6) vrije tijds activiteiten te ondernemen, zoals horeca bezoeken en (7) om te werken.

Alhoewel het gebied rondom Hollands Spoor bekend staat als ‘hotspot’ (opdrachtomschrijving Gendersensitieve Buitenruimte), zijn het niet alleen maar gevoelens van onveiligheid die naar voren komen. In deze paragraaf kijken we naar die variëteit in veiligheids- en inclusiviteitservaringen die vrouwen en queers aan dit gebied koppelen.

In lijn met de inrichting en ‘potentiële omgeving’ van het gebied, gebruikt vrijwel iedere geïnterviewde het gebied voor ‘verkeer’. De meeste respondenten doen dit regelmatig. Zo vertelt Merel, een studente van de Universiteit Leiden in Den Haag, bijvoorbeeld dat ze vaak de ‘trein en de tram’ pakt. Ook Maaike, een vrouw uit Nootdorp die nu circa 4 jaar in Den Haag woont, gebruikt de omgeving op die manier, vrijwel dagelijks:

Gevraagd naar de gevoelens die deze plek oproept, geven de respondenten verschillende antwoorden. Er zijn positieve associaties, zoals van de internationale studenten. Zo associeert Riva, een internationale studente, de omgeving met ‘flexibiliteit’: ‘the space to choose your own path’5. Ze vertelt dat onderwijs in haar thuisland, niet veel ‘freedom or flexibility’ geeft. Ook de internationale studenten Fay en Elsa hebben een positieve associatie met het gebied: zij ervaren er bijvoorbeeld een minimum aan racisme.

Nou ja, nu ga ik dus altijd hier met de bus. Dus dat is wel vaak. En als ik uit ga, kom ik ook wel vaak via hier naar een andere stad enzo. Dus dan ook wel ’s avonds. Voor Myrte, die zichzelf ziet als vrouw en queer is Hollands Spoor cruciaal om vanuit haar woonplaats naar Den Haag te gaan. Ook vrouwen uit Laakkwartier die naar de markt willen, lopen eerst een stukje door het gebied (over de campus en door de fiets- en voetgangerstunnel) voor zij de juiste tram kunnen pakken, zoals Carol vertelt. De geïnterviewden maken dus gebruik van verschillende vervoersmiddelen in deze omgeving, voornamelijk van het OV, per fiets en te voet. We hebben geen vrouwen en LHBTIQ+ gesproken die voornamelijk met de auto of andere vervoersmiddelen gebruik maken van de omgeving. Uit de analyse van de verschillende vormen van gebruik komt zowel de betekenis van dit gebied voor onze gebruikers naar voren op zowel stedelijk en buurtniveau. Stedelijk vanwege de belangrijke verbindingsfunctie van dit gebied (OV, studie) en op buurtniveau vanwege de alledaagse activiteiten en typen gebruik die hier plaatsvinden (boodschappen, vrienden en familie, wonen). Daarmee kunnen we dus ook wat zeggen over de beleving van het gebied op zowel stedelijk als buurtniveau.

Andere associaties zijn eerder negatief van aard, denk aan ‘agressiviteit’ en ‘de gemeente […] die vooral aan het praten en discussiëren zijn vooral met elkaar niet met de mensen’ (Stefan). Een vrouw voelt zich ‘sad, this is a left behind area’ (Celina), net als ‘rommelig’ (Lina) en ‘garbage’ (Riva). Ook ‘masculine energy’ werd genoemd (Mira). Thuisgevoel Om iets te kunnen zeggen over de mate waarin deze plek als inclusief wordt gezien, kijken we naar één indicator die daar iets over kan zeggen: het thuisgevoel.6 Of en hoe voelen vrouwen en queers zich thuis in deze omgeving? Uit de data blijkt dat thuisgevoel ten eerste komt met de tijd en ten tweede in relatie staat tot (bijvoorbeeld in vergelijking tot) de plek waar de betrokkenen daadwerkelijk wonen. Ciska, die al ruim 40 jaar aan De Haagse Hogeschool werkt, maakt zo’n vergelijking om te bepalen of ze zich hier thuis voelt. Op basis van 5 Om de internationale diversiteit van de geïnterviewden te representeren is ervoor gekozen om de citaten uit de Engels- of anderstalige interviews niet te vertalen. De citaten uit het Poolse groepsgesprek zijn door een extern onderzoeker en AI naar het Engels vertaalt. 6 Een andere indicator voor ‘inclusiviteit’ is bijvoorbeeld de mate waarin mensen deelnemen of het gevoel hebben deel te kunnen nemen aan de inrichting en het beheer van de ruimte. Deze indicator is niet gemeten.

<

15

>

haar vergelijking met de stad Rotterdam, waar ze woont, voelt ze zich hier in de omgeving thuis: […] dat komt omdat ik uit Rotterdam kom. Interviewer: En de mensen die hier komen, die zijn ook zoals Rotterdammers zijn? Ja, van alle kleuren en smaken. Ook Merel – die zegt zich hier níet thuis te voelen - vergelijkt de omgeving met het ‘kleine dorpje’ waar ze vandaan komt. Tegelijkertijd zien we hier dat ‘de tijd’ ertoe doet. Des te langer mensen gebruik maken van dit gebied (of er wonen), hoe groter de kans dat ze zich er thuis voelen. Elif, een moeder uit Laakkwartier bijvoorbeeld, zegt dat ze niks beters [kent] natuurlijk. Ik ben daar gewend, dus ik voel me wel gewoon op mijn gemak. Ja, ik voel me wel welkom. Myrte voelt zich ook thuis in de omgeving, waar ze al langere tijd ‘consistent’ komt. Ook Lina ervaart het zo. Ook Stefan, een queerman, woont al zijn hele leven in Den Haag, ‘dus ik voel me gewoon thuis’, zegt hij. Hij zou zich daarentegen niet thuisvoelen in ‘Leidschenveen’ en ‘Ypenburg’, en ook Wateringseveld, voel ik me niet echt thuis. En hier wel, vreemd genoeg. Ook voel ik me niet 100% veilig. Het thuisgevoel hangt ten derde ook samen met de wijze waarop het gebied is ingericht en wie er nog meer van de ruimte gebruik maken en hoe ze dat doen.

Zo vertelt Ciska, die al 40 jaar De Haagse Hogeschool werkt, dat ze zich door de stenige inrichting, ‘niet [kan] voorstellen dat je daar woont’. En Jade, die zich in omgeving van haar studentenkamer wel thuis voelt, maar in de wijdere omgeving niet, refereert bijvoorbeeld naar de schoonheid van de omgeving, die vindt ze ‘practical, but not comfortable, or beautifull’. De anderen die van de omgeving gebruik maken hebben ook invloed op het thuisgevoel, zowel in negatieve als positieve zin. Merel vertelt dat ze: regelmatig zwervers of mensen [ziet] die […] iets ophebben. Of in ieder geval zich op een bepaalde manier gedragen waar ik me niet altijd comfortabel bij voel. Voor Elle is het juist belangrijk dat die anderen zich met zichzelf bemoeit, en dat ze in redelijke anonimiteit in de stad bevindt: ‘I think everybody has like do their own thing so nobody cares about each other so... ‘.

<

Daarmee concluderen we dat thuisgevoel een persoonlijke, relationele ervaring is. De tijd helpt bij het creëren van thuisgevoel. Het thuisgevoel wordt ten dele beïnvloed door de inrichting van een plek en het gedrag van de mensen. Veiligheidsbeleving Tot slot: hoe beleven deze vrouwen en queers de veiligheid in dit gebied? Alhoewel sommigen aangeven zich veilig te voelen, geven meerderen aan zich in enige mate onveilig te voelen in dit gebied. Ook al overheerst er een negatieve beleving van de veiligheid, zo zijn er ook hier verschillende belevingswijzen en oorzaken te ontdekken. Stefan geeft bijvoorbeeld aan dat hij zich ‘sowieso’ in de fiets- en voetgangerstunnel onveilig voelt: dat vindt volgens mij iedereen wel. Het is gewoon een gevoel wat je krijgt, je wilt daar gewoon niet zijn eigenlijk. […] En er is geen prettig verblijfklimaat. En Riva voelt zich onzeker in de omgeving waar ze woont: […] my housing area, of not being sure if I’m 100% safe there all the time. It’s combined with the streets not being too clean as well. Now it’s basically litter. Myrte, een queervrouw, vindt de veiligheid ‘ook weleens minder’. Lina, ook een queervrouw, die het fijn heeft in de buurt en zich er thuis voelt, geeft aan dat ‘ze het wat veiliger [had] gewild’.

De negatieve beleving van de veiligheid hangt vooral samen met wie er volgens hen nog meer gebruik maken van het gebied en de interacties die de vrouwen en LHBTIQ+ hebben met de andere gebruikers. Zo vertelt Vera, een bewoner van het Stationsplein, dat haar gevoel te maken heeft met de mensen die van het gebied gebruik maken: When it comes to social needs, that’s something else, you know. It might be not so safe around here especially during the night. The people that are here, interestingly enough, are not anywhere else in this city except here … Ook bij Merel roept de aanwezigheid van ‘zwervers of mensen die iets op hebben’ op dat ze zich ‘onveilig, angstig’ voelt. Naast ‘wie er nog meer zijn en hoe ze zich gedragen’, doet ook het tijdstip ertoe. Zo vertelt Ewelina, een Poolse vrouw uit de buurt, over haar ervaring toen ze enkele jaren geleden op een ‘transfer point’ opgehaald moest worden voor haar werk: 16

>

Speaking of safety, a few years ago I was forced to wait at that station for someone to pick me up for work. It was a transfer point, and I definitely didn’t feel safe. But it was 5 AM, and it was still dark. I certainly didn’t feel comfortable there.

5: zorgen ervoor dat ze niet alleen zijn. Daarnaast vonden we een indicatie dat ook 6: kleding of uiterlijk aanpassen en 7: minder of niet tonen van affectie een mogelijke manier van coping voor in het bijzonder queerpersonen is.

Welke plekken binnen het gebied komen bij de vrouwen en LHBTIQ+ naar voren? Het vaakst genoemd zijn de fiets- en voetgangerstunnel, het viaduct Rijswijkseweg (en omgeving Spiegelpaleis), het Strijkijzer, Waldorpstraat en diverse plekken op de campus: Stamkartstraat en Leemansplein.

Noah, Merel, Ciska, Fay en Elsa geven bijvoorbeeld aan hun route aan te passen om mensen te ontlopen. Merel steekt in zo’n geval sneller een weg over dan eigenlijk haar bedoeling was. En in plaats van de fiets- en voetgangerstunnel kiezen vrouwen ervoor om de OV-tunnel te nemen. Zoals bijvoorbeeld Fay en Elsa. De reden hiervoor is dat het in de OV-tunnel niet zo donker is en zij zo mensen kunnen vermijden die ‘drinken’ in de fiets- en voetgangerstunnel. Stefan kan zich dat ook voorstellen. Ciska vertelt over de aanwezigheid van ‘niet zo vrolijke psychiatrie’ in een gebouw aan het Johanna Westerdijkplein en dat ze daarom de ‘waterzebra’ neemt, in plaats van de voor haar knieën fijnere route langs de gebouwen aan het plein. Elif en Nilay vermijden ’s avonds de brug bij De Haagse Hogeschool, die vinden ze ‘afgelegen, daar zou ik niet lopen’.

In deze paragraaf zagen we de diversiteit aan ervaringen van thuisgevoel en veiligheid en introduceerden we enkele factoren die ertoe doen. In de volgende paragraaf zullen we dieper ingaan op deze factoren.

Welke factoren dragen bij aan een positieve en negatieve veiligheidsbeleving? Uit eerder onderzoek weten we dat bepaalde factoren ‘ertoe doen’ voor de veiligheidsbeleving van (jonge) vrouwen en queerpersonen. Uitgebreid literatuuronderzoek in Schram et al. (2024) naar de ervaring van jonge meiden op straat richt zich bijvoorbeeld op factoren met betrekking tot de directe omgeving (zoals ‘eyes on the street’, formeel toezicht, onveilige elementen), maatschappelijke factoren (zoals gendernormen) en persoonlijke factoren (zoals persoonlijke ervaring en identiteit). Brammer et al. (2024) zagen bijvoorbeeld ook hoe persoon-­lijke factoren, zoals ervaring en coping strategieën er voor queers toe doen. Dit onderzoek richt zich dus in het bijzonder op de factoren die er voor vrouwen en queers toe doen met betrekking tot hun beleving van het gebied Hollands Spoor- en Campus. Persoonlijke factoren (1): Coping strategieën- en tactieken Bezoekers en bewoners van het gebied maken (onbewust) gebruik van allerlei coping strategieën- en tactieken. Deze strategieën en tactieken zijn manieren waarop vrouwen en LHBTIQ+ hun gedrag aanpassen om zo om te gaan met het mogelijke gevaar dat zij in de openbare ruimte tegenkomen. Schram et al.

(2024) schrijven dat het 'overgrote deel van de coping strategieën (structureel) en tactieken (eenmalig of tijdelijk) neerkomt op het zo weinig mogelijk zichtbaar zijn. In ons onderzoeksgebied kunnen we de volgende coping strategieën en tactieken onderscheiden: 1: vrouwen en LHBTIQ+ zijn (constant) alert en oplettend in het gebied, 2: ze passen hun tempo aan (versnellen of verlangzamen), 3: passen indien mogelijk hun route aan, 4: kijken op of zijn bezig met hun telefoon en

<

Figuur 14 Fiets- en voetgangerstunnel 17

>

Een coping strategie of techniek komt vaak niet alleen, zo blijkt. Met betrekking tot het alert zijn, vertellen bijvoorbeeld Elif en Nilay dat ze mensen in de gaten houden en hun tempo aanpassen. Maar ook pakken zij hun telefoon, versnellen hun pas of pakken snel een tram indien nodig. Elif: Dan denk ik dat ik naar iemand zou gaan bellen, praten. Met de telefoon lopen. Ik ben dan echt iemand die dan echt zo loopt [imiteert hoe ze loopt, om haar heen kijkend, LA]. Dan kijk ik naar achteren, links, rechts. En als ik dan van verte al iemand zie, waarvan ik de type bijvoorbeeld niet prettig eruit zie vinden, dan zou ik denk ik extra snel lopen. Of de eerste beste tram misschien pakken die ik tegenkom, ik weet het niet. Rowan geeft aan liever te fietsen dan te wandelen: ‘dan hebben ze minder tijd om lelijke dingen te roepen’. Helaas, zo geeft hen aan, zijn er op de route plekken waar hen even stil moet staan, bij een stoplicht. Dan gebeurt het toch alsnog dat er bijvoorbeeld gescholden wordt.

Figuur 15 Waterzebra op de campus.

Ook Sam, een queerman, vertelt dat hij ‘altijd het gevoel [heeft dat hij] iets meer wil opletten’ én dat het uitmaakt hoe hij zich kleedt (‘straight’ en/of met ruim zittende kleding bijvoorbeeld) en/of met partner is. Ook Rowan ziet dat het uitmaakt hoe hen zich kleedt. In periodes waarin hen vrouwelijkere kleding draagt, neemt bijvoorbeeld het schelden in diens beleving toe. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat seksuele identiteit/oriëntatie niet altijd zichtbaar zijn in de openbare ruimte, schrijven Brammer et al. (2024). Ook Levi heeft verschillende manieren om te navigeren met het mogelijke gevaar dat hij loopt in de omgeving. Hij past zijn route aan om drukkere routes te nemen, komt niet op donkere plekken, loopt niet hand in hand met zijn partner en probeert niet ‘te klef’ te zijn: Ja, ’s avonds ben ik wel wat voorzichtiger. Ik probeer drukke routes te nemen en vermijd donkere plekken. Ik heb met mijn partner ook een soort ongeschreven regels, ’s avonds lopen we nooit hand in hand en overdag proberen we ook niet al te klef te zijn. In de ochtend is het vaak drukker en voel ik me minder op mijn hoede. Maar eerlijk gezegd heb ik ’s avonds wel eens wat opmerkingen gehad en dat maakt me toch wat alert. Maar dat is minder als ik alleen ben, en ik ben meestal alleen bij het station.

Opvallend is dat het ‘alleen zijn’ in dit gebied voor Levi en Sam geen probleem lijkt te zijn, terwijl (queer)vrouwen aangeven liever niet alleen te zijn.

Figuur 16 Brug over de campus.

<

18

>

Persoonlijke factoren (2): Persoonlijke ervaringen met straatintimidatie Veel geïnterviewden hebben eigen ervaringen om mogelijke toekomstige verwachtingen op te baseren. Meerdere vrouwen en queers hebben te maken gekregen met gedrag dat ze niet acceptabel vinden. Denk daarbij aan ongevraagd aangesproken worden, nageroepen, catcalling en andere vormen van respectloos gedrag. Voor Lina doet het gedrag van de mensen in de buurt er vooral toe. Deze interacties zijn zeker van belang voor het veiligheidsgevoel. Rowan ervaart in deze omgeving meer straatintimidatie en onveiligheid dan de plek in Den Haag waar hen vroeger woonde: Ik woon sinds dit jaar in de buurt van HS en ik merk een significant verschil in straatintimidatie en veiligheid in vergelijking tot waar ik vroeger in Den Haag woonde. Hoewel ik normaal gesproken ook wel eens word aangekeken, wordt ik in de stad en ook in de buurt van HS aangesproken, gespuugd en belachelijk gemaakt als queer persoon. Ook Mira en Celina ervaren ‘catcalling’ in dit gebied – Mira geeft daarbij aan dat het gaat om ‘catcalling’ in plaats van ‘physical violence’. Ook Myrte vertelt, dat ze vaak wordt aangesproken en dat daar ook ‘mindere interacties’ tussen zitten.

Een man spreekt Vera en de interviewster aan, terwijl zij op een bankje met elkaar in gesprek zijn: Interviewer entry in logbook: ‘At this point we were interrupted by a guy, it wasn’t clear what he wanted, then he switched to English and started telling Vera how beautiful she is and begging pushily for her number although she said that she was not interested. It was hard to get rid of him really. Afterwards Vera concluded: I’m so happy that this was recorded. [I responded:] Yes, now I know exactly what you mean, it’s nearly impossible to keep sitting here without being exposed to such situations’.

Mira maakt mee dat er naar haar geroepen wordt, of opmerkingen gemaakt: When I come home at night and there are people hanging around usually teenagers, I don’t know, I guess, I’m quite small and not really intimidating, it can feel a little bit daunting on my own. When it comes to teenagers, I may look a little bit funky. They make comments or meow or shout something or some other silly stuff. Persoonlijke factoren (3): Identiteit, persoonlijke geschiedenis en (ervaren) kwetsbaarheid Hoe mensen de omgeving ervaren, hangt samen met hun persoonlijke kenmerken, zoals woongeschiedenis, lichamelijke gesteldheid en gender en in enkele gevallen de intersectie daarvan. Ciska vertelt bijvoorbeeld dat de ruimte bij het Johanna Westerdijkplein ‘uitsluiting’ creëert voor mensen voor wie het niet (goed) fysiek toegankelijk is. Mensen die lichamelijke gebreken hebben, kunnen dus niet goed meedoen in dit deel van de openbare ruimte. Haar verminderde keuzevrijheid door haar kwetsbare knieën heeft een negatief effect op haar veiligheidsbeleving. Ze vertelt dat de inrichting van de ‘waterzebra’ voor De Haagse Hogeschool niet zo geschikt vind voor iemand met een rolstoel. Ongeschikt eigenlijk he. Dus die zijn dan verplicht om die routes te lopen die ik ook minder zou vinden. [….] Nou dat vind ik uitsluiting eigenlijk. Zeker als gemeente dit aanlegt.

Dat dat dan wel een prioriteit moet hebben dat iedereen zich daar eh... Dat het toegankelijk is voor Iedereen.

Ook Riva heeft intimidaties meegemaakt, bij haar woning op de begane grond: I have a specific aversion towards the area around my home because I live at the ground floor and have these very big windows, The issue is that it overlooks the water, the canal, so senses on the ground or the people passing in front of my room. What sometimes happens is that they stop by. A couple of times they leaned against my window. I also had someone shouting at me once and banging on the door I have there. That’s why when I go back home a bit later, I rush to get inside and close the curtains.

<

19

>

Elif zegt: Ja, ik woon al 47 jaar in het Schipperskwartier. Ik ben daar geboren en opgegroeid, dus ik kan je nagaan hoe lang het is. Vandaar dat ik die angst in mijn eigen buurt niet heb. Ondanks dat er veel criminaliteit is. Ook Nilay heeft haar met 30 jaar woongeschiedenis in de wijk eenzelfde ervaring. Shanice kan zich voorstellen dat ‘een blond meisje met blauwe ogen’ zich ‘minder fijn’ voelt in de buurt: Ja, gek genoeg om dit zo te zeggen, als een buitenlander voel je je daar wel veiliger bij dan … als ik een blond meisje met blauwe ogen was, had ik mij denk ik minder fijn gevoeld. Ik zou denken zo veel buitenlanders! Ze zien mij iets meer als een “sister” weet je, om zo te zeggen. Soraya: Er zijn allerlei culturen in deze wijken. Interviewer: Hebben jullie dat ook? Zo’n thuis gevoel? Soraya: Ja, zeker, ik woon daar 38 jaar dus … ja, kinderen zaten daar op school, ze zijn uit het huis, ik ben de enige gebleven.

Figuur 17 Persoonlijke kaart en route van Ciska Ook Rowan maakt zich zorgen om diens kwetsbaarheid. Hen maakt zich zorgen over het meer algemene klimaat waarin non-binaire personen zich niet veilig voelen: Ik maak me sowieso als 21 jarige non-binaire persoon zorgen over de toenemende haat, seksisme en transfobie. Kennis van het gebied, bijvoorbeeld door er lang te wonen of gebruik van te maken, geeft gebruikers de mogelijkheid het gebied in te schatten. Merel bijvoorbeeld, komt uit een ‘klein dorpje’ en zegt: ‘ik ben dat ook niet helemaal gewend’. Lina daarentegen vertelt over haar eigen woonbuurt dat ze zich daar relatief veilig voelt, terwijl dat objectief gezien geen veilige buurt is volgens haar: Ik voel me in mijn eigen buurt wel relatief veilig, terwijl dat cijfer technisch gezien een van de meest onveilige buurten in Nederland is.

<

De uitspraken van Elif, Nilay, Shanice en Soraya illustreren dat hun veiligheidsgevoel in de openbare ruimte niet uitsluitend bepaald wordt door objectief meetbare factoren zoals criminaliteitscijfers, maar juist sterk samenhangt met persoonlijke ervaring, identiteit en sociale inbedding in de wijk. Hier speelt het concept intersectionaliteit een belangrijke rol: Shanice noemt hoe etnische identificatie invloed heeft op haar ervaring in de buurt. Daarmee onderstreept zij dat etniciteit en visuele herkenbaarheid als ‘deel van de wijk’ meespelen in hoe iemand zich op zijn gemak voelt. Dit is van belang, omdat het laat zien hoe iemands verschillende identiteiten zich verhouden tot de ervaring van de omgeving. Sociale factoren (1): Wat de Ander doet en de perceptie daarvan Ook sociale factoren zijn invloed op de veiligheidsbeleving in deze omgeving: ‘wie is er nog meer’ en hun (gepercipieerde) gedrag. Genoemde sociale factoren zijn (1) rust en drukte, (2) de samenstelling van de groep en (3) in hoeverre de gebruiker een inschatting van het gedrag van de groep kan maken en (4) wie de Ander volgens de geïnterviewden is. Een breed gedeeld inzicht onder de vrouwen en queers is dat zekere vorm van drukte bijdraagt aan een betere veiligheidsbeleving. Myrte voelt zich overdag veiliger dan ’s nachts in het gebied, omdat er overdag ‘meer mensen’ zijn.

En Fay en Elsa geven aan, dat 'especially for women, like for us, we tend to get scared if we’re in places where there’s less people.'

>

20

Het gaat er de vrouwen en queers vooral om tot welke categorie de andere gebruikers behoren. Dat gaat vooral om andere categorieën gebruikers van de ruimte. De meeste genoemde categorieën van anderen zijn daklozen, ‘shady’ mensen in het algemeen en mannen en jongens. Dit zegt niets zegt over de daadwerkelijke mate waarin deze groepen aanwezig zijn. Het gaat om de perceptie van hun aanwezigheid. Vooral als deze mensen in groepjes aanwezig zijn, heeft dat een negatief effect. Levi, bijvoorbeeld, vertelt dat er soms sprake is van een ‘grimmige sfeer’, vooral als ‘er groepjes rondhangen aan de voorkant [van het station, LZ]’. Elif en Nilay bijvoorbeeld, parkeren de auto nabij het Spiegelpaleis en zien daar ‘veel daklozen’, waar één van hen ook een vervelende ervaring mee heeft: Dan kijk ik ze aan om de situatie in te schatten. Als ik het veilig genoeg vind dan zeg ik tegen mijn kinderen: ‘oke we gaan nu uitstappen en gaan snel naar huis lopen’. […] Het is een afgelegen plekje dus van alles gebeurt daar. Ik ben zelf een keer overdag aangesproken door een dakloze. Die daar verbleef. Was dronken en sprak me aan toe ik was uitgestapt met mijn kinderen, zegt hij: mag ik je auto lenen? Ik moet mijn vrouw redden! Ik zei nee en ik liep weg. Maar ik vertrouwde het niet. Dus ik keek om en zag dat hij met iets in mijn autoslot aan het duwen was om mijn auto open te krijgen.

Ik liep terug en zei wat ben je aan t doen? Hij zei: 'ik heb auto nodig'. Ik belde toen me man en die stopte de dakloze.

status (Lofland 1973: 15); en dit soort informatie is vaak beperkt tot wat visueel waarneembaar en niet te maskeren is, zoals leeftijd en verondersteld geslacht. Het waarnemen van een categorie mensen, zorgt ervoor dat vrouwen en LHBTIQ+ een inschatting maken van het gedrag dat zij mogelijk kunnen verwachten en willen vermijden. Elif vertelt bijvoorbeeld: Nee, ik ben toch wel altijd voorzichtig. Weet je wat het is, tegenwoordig, lopen er zoveel rare figuren rond. Want je hoort natuurlijk al die verhalen. [Vertelt over verhalen dat mensen worden mishandelt, LZ] Daar is dit gebeurd. Ineens wordt er iemand neergeschopt. Ineens wordt er iemand neergestoken, uit het niets. Daarom, ook als je een normaal persoon voor je staat, je weet niet. Daarom, als ik bijvoorbeeld in de tram stap en ik zie van die figuren staan. Misschien zijn het goede personen, weet ik niet. Maar toch denk ik, zou het kunnen zijn dat die ook een of ander, weet je, gestoorde is die te wachten staat om iemand aan te vallen. Daarom ben ik voorzichtig geworden en let ik meer op.

Ook Celina heeft nare ervaringen met ‘homeless people [in the ‘bermudatriangle of homeless shelters and people using drugs’]. I’ve seen stabbings’. Daarnaast draagt de aanwezigheid van mannen en jongens, soms tieners in het algemeen (Mira), in groepen niet bij aan een positief veiligheidsgevoel. Dat blijkt onder meer uit het verhaal van Nina en Vera, die nabij het Stationsplein woont. Mira: It’s always men and they are always of a certain age and when they with their friends they are usually more empowered. Tot slot zorgt de perceptie dat er ‘rare figuren’ (Elif en Nilay), ‘shady people’ (Ewelina), ‘weird men’ (Mira), ‘debiele mannen’ (Sharon) en ‘weird people (Celina) zijn, niet voor een positieve veiligheidsbeleving. Hoe komt deze ervaring tot stand? De stedelijke publieke ruimte is een typische ‘world of strangers’ (Lofland 1973), waarin de ander persoonlijk onbekend is voor de – in dit geval – vrouwen en LHBTIQ+, maar wel visueel aanwezig. De publieke ruimte is een stedelijke ruimte die meestal wordt gebruikt door personen die vreemden voor elkaar zijn of die elkaar alleen ‘kennen’ in termen van beroepsmatige of andere niet-persoonlijke identiteitscategorieën (bijvoorbeeld buschauffeur – klant) (Lofland 1998: 9). De meest basale vorm van kennen is dus ‘categoriaal kennen’, waarbij kennis over de ander is ‘gebaseerd op informatie over’ iemands ‘rol’, sociale categorie of

<

Figuur 18 Studentenwoningen aan Leemansplein 21

>

De aanwezigheid van studenten heeft daarentegen voor meerdere geïnterviewden een positief effect op de veiligheidsbeleving. Ook hier geldt: dit is een groep aanwezigen in de publieke ruimte die sommigen ‘kennen’, omdat ze er zelf deel van uitmaken, maar waarmee meerderen geen persoonlijke ervaring hebben. Ook deze groep wordt dus ‘categoriaal’ gekend: de rol van deze personen communiceert dus naar de vrouwen en queers een bepaalde verwachting over hun gedrag. Ongeacht of dit gedrag ook in de realiteit zal plaatsvinden, zijn er positieve verwachtingen over het gedrag. Studenten worden geassocieerd met toezicht en levendigheid. Onder meer Stefan, Fay, Elsa, Lina, Elif, Shanice en Nilay hebben die ervaring. Lina:

Stefan: Het is zo fijn dat de Social Hub hier gekomen is. Dat maakt dan natuurlijk ook de buurt wat levendiger. Want die zorgen... die gaan bijvoorbeeld wel, als het even kan, uiteten. Die zorgen dus dat de zaken open zijn. Die zorgen daarmee dus ook dat er meer leven is, en dus daarmee ook meer sociale controle. Dus over die jaren is het enorm veranderd in positieve zin.

En dan kies ik er meestal voor om hier [Leemansplein, LZ] langs te lopen. Ik denk nou als het dan heel hard gil ofzo, als er wat is, dan zijn er misschien nog studenten die hun raam open hebben staan. Omdat je dan dus langs een studentenflat loopt.

Niet alle daadwerkelijk geleefde ervaringen met studenten zijn positief. Een vriend van Rowan heeft meegemaakt, dat hen in de tram aan Leeghwaterplein belaagd werd door jongeren, waarvan hen vermoedt dat het studenten van het ROC Mondriaan waren, die sap over diens vriend heen gooiden. Meer persoonlijke, negatieve ervaringen hebben wij niet gevonden.

Shanice: Ik ga well eens in de zomer op het terrasje daar zitten of dat soort dingen.[…] Overdag is het gewoon gezellig bomvol studenten, lekker levendig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16275161/1