CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323626 Bijlage 2 Final Eindrapport Verkenning bereikbaarheid World Forum-gebied

Commissie Ruimte 19 november 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken29.590 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Reden voor niet binnen geplande tijd kunnen bereiken evenementlocatie (bezoekers) Er zijn te weinig goede fietspaden naar mijn bestemming Er zijn weinig openbaar vervoer opties/verbindingen naar mijn bestemming Ik moet vaak wachten voor verkeerslichten

Er is teveel ander verkeer onderweg 0

1

2

3

4

5

6

7

8

Aantal respondenten Grafiek 23. De opgegeven reden voor het niet binnen de geplande tijd kunnen bereiken van bestemming(en) in het gebied door bezoekers

Van de bezoekers geeft 24% aan hun auto meestal makkelijk te kunnen parkeren bij de evenementlocatie. Voor 37% van de bezoekers is dit niet het geval, met als belangrijkste oorzaak dat er een tekort is aan parkeerplaatsen bij de evenementlocatie. Voor 39% is parkeren niet van toepassing omdat ze niet met de auto naar de evenementlocaties reizen.

Reden voor niet gemakkelijk kunnen parkeren bij evenementlocatie Anders, namelijk.. Parkeren bij mijn bestemming kost veel geld Er is veel ander verkeer aanwezig waardoor ik druk ervaar om op te schieten Er zijn te weinig parkeerplaatsen 0

5

10

15

20

Evenementlocatie Grafiek 24. De opgegeven reden voor het niet bij de evenementlocatie kunnen parkeren voor bezoekers

Gedragsonderzoek World Forum gebied Den Haag

26

5. Mogelijke maatregelen duurzaam reisgedrag In dit onderzoek stond de vraag ‘Welke maatregelen zijn effectief (op basis van een gebieds- en doelgroepenanalyse) om meer duurzaam mobiliteitsgedrag in de internationale zone te stimuleren en de bereikbaarheid van het gebied te verbeteren?’ centraal. Dit hoofdstuk combineert de inzichten uit voorgaande hoofdstukken en beschrijft de effectieve maatregelen per doelgroep.

5.1

Maatregelen voor bewoners Actieve mobiliteit is populair onder deze doelgroep, gekeken naar het mobiliteitsgedrag van de bewoners. Er liggen dus kansen om dit gedrag te versterken. Argumenten als gezondheid en meer bewegen kunnen hen naar verwachting overtuigen om meer gebruik te maken van actieve mobiliteit. In campagnes kan dit benut worden. De auto is met name populair voor recreatieve doeleinden, winkelen en boodschappen doen. Dit komt waarschijnlijk doordat vaak met meer personen tegelijk naar een recreatieve bestemming wordt gereisd, waarbij de auto al gauw als gemakkelijk en snel wordt ervaren. Bij winkelen en boodschappen doen, is het meenemen van spullen vaak de reden om de auto te nemen. Mogelijk kan hier – in combinatie met de argumenten gezondheid en bewegen de bakfiets worden gepromoot en kan dit kracht worden bijgezet door deelbakfietsen beschikbaar te stellen. Bakfietsen bieden mogelijkheid om veel te vervoeren, en supermarkten zijn in de internationale zone op fietsbare afstand. Daarnaast kan een campagne die de bewoners wijst op recreatieve bestemmingen dichterbij, het autogebruik voor dat motief verminderen. Openbaar vervoer wordt momenteel met name voor recreatieve en woon-werk-doeleinden gebruikt, waarbij de tram populairder is dan de bus. Deelvervoer wordt bij alle verschillende reismotieven weinig gebruikt.

Dit is in lijn met de landelijke trend: deelvervoer wordt nog niet op grote schaal gebruikt. Als men het gebruikt zijn het vaak ov-reizigers die het ter aanvulling gebruiken voor bestemmingen waar het ov niet of laagfrequent komt. Deelvervoer biedt vooral kansen op plekken waar het OV niet (op korte termijn) verbeterd kan worden en als aanvulling op bestaande ov-verbindingen die onvoldoende dicht bij populaire bestemmingen komen. Deelvervoer krijgt dan een rol in de ‘last mile’ naar een bestemming, waarbij het de laatste kilometers van een reis, van het OV-station tot aan de eindbestemming, overbrugt. Dit draagt bij aan duurzaam vervoer: deelvervoer inzetten als ‘last mile’ oplossing is duurzamer dan de gehele reis afleggen met een eigen auto. In de wijken Statenkwartier en Stadhoudersplantsoen wonen de meeste kosmopolieten qua leefstijl. Zij zijn in het bijzonder geïnteresseerd in deelvervoer, dus zijn deze wijken geschikt om het te promoten. Bewoners staan positief tegen meer duurzame vervoermiddelen. Om deze ook echt (vaker) te gaan gebruiken, zijn de volgende maatregelen noodzakelijk: • betere OV-verbindingen directer naar vaak voorkomende bestemmingen, • goedkoper ov (bijvoorbeeld meereis-, gezins- of groepskortingen) • betere fietsverbindingen (fietspaden) en -voorzieningen, • een groene golf voor fietsers op belangrijke doorgaande fietsroutes.

Over de kwaliteit van parkeervoorzieningen zijn en de doorstroming voor de auto zijn de meningen verdeeld. Het is aan de gemeente om te besluiten in hoeverre hier verbeteringen wenselijk en mogelijk zijn. Meer parkeervoorzieningen creëren, kan leiden tot meer auto’s (en daarmee een slechtere bereikbaarheid) en minder duurzame vervoerkeuzes en mogelijk minder groen in de straten. De doorstroming van auto’s bij het verlaten of inrijden van de wijk kan autogebruik ook aantrekkelijker maken. Het stimuleren van meer duurzame keuzes is het meest effectief als tegelijkertijd het autogebruik wordt ontmoedigd (minimaal niet verder aangemoedigd). Een deel van de bewoners klaagt over een tekort aan parkeerplaatsen en het bezetten van parkeerplaatsen bij de woning door fietsen of scooters. Ook worden er parkeerplaatsen bezet door hotelgasten en ouders die kinderen naar school brengen. Het beste kan dit worden tegengegaan door het invoeren van vergunningparkeren voor bewoners in combinatie met handhaving. Vervolgonderzoek is nodig om aan te tonen in wat de omvang is van deze problematiek en in hoeverre en op

Gedragsonderzoek World Forum gebied Den Haag

27

welke wijze hotels en scholen6 kunnen bijdragen aan oplossingen. Het beleid dat de gemeente Den Haag hanteert voor schoolstraten kan hier aan bijdragen.

Maatregelen voor werknemers Van de werknemers overweegt momenteel 33,5% van de internationale werknemers en 51,3% van de nationale werknemers geen alternatieven voor het vervoermiddel dat ze momenteel gebruiken. Het verschil tussen deze groepen is groot, een mogelijke verklaring hiervoor is dat internationale werknemers minder vast zitten in routinematige reispatronen (gewoontegedrag) ten opzichte van de nationale werknemers. Vervoermiddelen die door de werknemers wel als alternatief overwogen worden zijn met name de e-bike, fiets en tram, waarbij er weinig verschil te zien is tussen internationale en nationale werknemers. Maatregelen als het opzetten van e-bike probeerpools, het stimuleren van e-bike gebruik door werkgevers (werkgeversaanpak mobiliteit4) en het mogelijk bespoedigen van de mogelijkheid om elektrische ov-fietsen te huren op stations, kunnen daarom veel effect hebben bij het verduurzamen van mobiliteitsgedrag onder deze doelgroep. Maar ook het stimuleren van tram en de gewone fiets heeft potentie. Daarbij gaat het bij de tram vooral om frequentieverhoging, aangezien een korte reistijd en praktische overwegingen de boventoon voeren. Bij de implementatie van deze maatregelen is het belangrijk om rekening te houden met het bereiken van internationale werknemers door informatie en promotie ook in het Engels aan te bieden.

Specifiek onder autogebruikers overweegt 24% van de internationale werknemers en 48,8% van de nationale werknemers geen alternatieven voor hun huidige vervoermiddel, dit verschil is opnieuw groot waarbij gewoontegedrag een mogelijke verklaring kan zijn. Voor degenen die wel een alternatief overwegen, is met name de e-bike populair, vooral bij nationale werknemers. De eerder genoemde maatregelen voor de e-bike zijn ook voor deze groep relevant. Werknemers staan verder positief tegenover actieve mobiliteit dankzij een in hun ogen goede fietsinfrastructuur en positief tegen openbaar vervoer dankzij nabijgelegen haltes en voor beide vervoerswijzen vanwege de positieve milieu-impact. Hier liggen kansen om bedrijven te stimuleren meer duurzaam vervoer op te nemen in hun mobiliteitsbeleid richting werknemers en dit aantrekkelijker te maken. Dit sluit aan bij ontwikkelingen dat werkgevers de CO2-voetafdruk van werknemers moeten gaan bijhouden. Bedrijven met meer dan 100 personeelsleden moeten vanaf 1 juli de emissies bij gaan houden van woonwerkverkeer van het personeel, én van zakelijke reizen7. Er is al veel bekend over hoe werkgevers hun werknemers meer duurzaam kunnen laten reizen. Dit valt binnen de zogeheten werkgeversaanpak. Deze bevat mogelijkheden voor fietsstimulering, thuiswerken, OV gebruik stimuleren, spitsmijden en het elektrificeren van het leasepark4.

5.2

Maatregelen voor bezoekers Aangezien de groep bezoekers in ons onderzoek klein is, dient enige voorzichtigheid bij het interpreteren van de data in acht te worden genomen. De groep bezoekers uit ons onderzoek gebruikt met name de fiets om op de evenementlocatie te komen, hetgeen doet vermoeden dat de respondenten uit deze groep voornamelijk in of dichtbij de internationale zone wonen. Aangezien we weten dat evenementlocaties als Madurodam vanuit het hele land bezocht worden, is onze steekproef dus niet alleen gering van omvang, maar waarschijnlijk ook niet representatief voor de volledige populatie bezoekers aan de evenementlocaties in dit gebied. De bezoekers in ons onderzoek kiezen de vervoerwijze die het meest praktisch is, of op basis van een korte reistijd. Ook comfort tijdens de reis speelt mee. Vanuit deze motieven is men overwegend tevreden met de huidige keuze. De helft van de bezoekers overweegt geen enkel alternatief. Het is hierbij interessant om op te merken dat gemotoriseerd vervoer door deze groep (licht) negatief beoordeeld wordt, en dat deze groep al veelal op een duurzame wijze naar de evenementlocatie reist. Het niet bespoedigen van autogebruik werkt dus positief.

6

Maatregelen die kunnen worden overwogen zijn onder andere de campagne ‘High five’ High-Five (ikhighfive.nl) en de gedragscampagne ‘Safe bij de bel’ 7 Dit betreft de WPM: Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit (rvo.nl)

Gedragsonderzoek World Forum gebied Den Haag

28

Specifiek gekeken naar de automobilisten is te zien dat 52,6% geen alternatief overweegt. Automobilisten die wel openstaan voor alternatieven – en daar liggen aangrijpingspunten voor beleid – staan open voor diverse vervoermiddelen zoals de motor, fiets, e-bike en bus. In het kader van meer duurzaam vervoer, en omdat we verwachten dat veel van de bezoekers in ons onderzoek in de nabijheid wonen, kunnen e-bike probeerpools in de wijken een positief effect hebben. Daarnaast heeft het stimuleren van actieve mobiliteit (met argumenten als gezondheid) potentie bij de automobilisten, gezien zij hier positief tegenaan kijken. Over de parkeermogelijkheden bij evenementlocaties heerst een zekere mate van onvrede. Of dit verbeterd moet worden, of dat er juist meer ingezet moet worden op openbaar vervoer- en fietsgebruik, is een keuze die de gemeente samen met de evenementlocaties moeten nemen. Veel van de evenementlocaties in dit gebied zijn goed met het OV te bereiken. Met de evenementlocaties en vervoerders kan in gesprek gegaan worden over het stimuleren van combikaarten waarbij de toegangsprijs wordt gecombineerd met toegang tot het OV. Dergelijke combitickets kunnen extra aantrekkelijk worden gemaakt door ze te voorzien van bepaalde privileges (denk aan voorrang in rijen of exclusieve informatie over de inhoud van het evenement).

5.3

Aanbevelingen voor vervolgonderzoek Algemeen De resultaten van dit onderzoek zijn verzameld aan de hand van vragenlijsten als een eerste inventarisatie. Uit de verzamelde gegevens zijn verschillende interessante inhoudelijke onderwerpen naar voren gekomen voor nader onderzoek, welke zullen worden besproken per doelgroep in deze paragraaf. Om de resultaten verder te kunnen duiden is verdieping nodig. Dat kan met focusgroepen en diepte-interviews. Om deelnemers te bereiken voor deze focusgroepen en diepte-interviews kan er gebruik gemaakt worden van samenwerkingen met lokale organisaties in de wijk (bewoners), bedrijven (werknemers) en evenementlocaties (bezoekers). Om deze groepen daadwerkelijk te laten deelnemen moet er aandacht besteed worden aan de toegevoegde waarde van deelname: het vergroten van kennis die gebruikt wordt om hun directe leef- en werkomgeving te verbeteren. Bewoners Voor bewoners komen de onderwerpen OV- en fietsverbindingen, bakfietsgebruik en parkeerproblematiek naar voren voor vervolgonderzoek. Zo valt op dat voor de bewoners maatregelen als betere OV-verbindingen, betere fietsverbindingen en voorzieningen en een groene golf voor fietsers stimulerend kunnen werken. Om dit te bewerkstelligen moet in vervolgonderzoek het Worldforumgebied goed geanalyseerd worden op kansrijke fietsverbindingen en ontbrekende schakels in het openbaar vervoernetwerk.

Naast betere OV- en fietsverbindingen liggen er kansen om duurzaam vervoer te stimuleren door bewoners aan te moedigen hun boodschappen te doen per bakfiets. Hiervoor is vervolgonderzoek naar de motieven en weerstanden van bakfietsgebruik nodig. Tot slot ervaren bewoners parkeerproblematiek. In vervolgonderzoek moet vastgesteld worden of deze subjectieve parkeerproblematiek van bewoners overeenkomt met de objectieve parkeerproblematiek, alvorens er maatregelen ingezet worden. Hiervoor kan gedacht worden aan parkeertellingen, observaties op parkeeroverlast bij hotels en scholen en kwalitatief onderzoek naar de ervaren parkeeroverlast. De uitkomsten van dit vervolgonderzoek moeten met elkaar in verband gebracht worden, om zo tot oplossingsrichtingen te komen. Deze oplossingen kunnen verder worden uitgewerkt met participatietrajecten in de verschillende wijken. Werknemers Om de groep werknemers te stimuleren duurzamer te reizen liggen er kansen voor een werkgeversbenadering bij diverse (grote) bedrijven in het gebied. Een eerste stap hierin is een peiling naar het draagvlak voor een werkgeversaanpak bij de betreffende bedrijven. Bij voldoende draagvlak kan er bij de bedrijven vervolgonderzoek worden uitgevoerd naar het huidige de geldende bedrijfscultuur, en in welke mate deze duurzaam reisgedrag stimuleert. Vervolgonderzoek dient ook te richten

Gedragsonderzoek World Forum gebied Den Haag

29

op het mobiliteitsbeleid bij de diverse werkgevers en de kansen hierin om duurzaam reisgedrag aantrekkelijker te maken voor werknemers. Dit laatste is met name interessant voor de groep internationale werknemers, die aangeven meer van het OV gebruik te maken wanneer dit goedkoper zou zijn. Bezoekers In het onderzoek was deze doelgroep te gering en daarmee te weinig representatief. Om het reisgedrag van bezoekers beter te begrijpen en hen te stimuleren duurzamer te reizen is daarom een meer representatief onderzoek nodig naar het reisgedrag van de bezoekers. Om het vervoersgedrag van bezoekers grootschalig en representatief in beeld te brengen is samenwerking met evenementlocaties noodzakelijk.

Gedragsonderzoek World Forum gebied Den Haag

30

Colofon © XTNT, Utrecht 2024 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, scan, fotokopie of op welke wijze dan ook, zonder toestemming van XTNT.

Titel

Gedragsonderzoek World Forum gebied Den Haag

Opdrachtgever

Dienst Stedelijke Ontwikkeling, afdeling Mobiliteit gemeente Den Haag

Samengesteld door

XTNT

Datum

3 juli 2024

Bestandsnaam

Gedragsonderzoek World Forum gebied Den Haag

Contactadres voor deze Publicatie

Daalseplein 101 3511 SX UTRECHT

Gedragsonderzoek World Forum gebied Den Haag

31

Elke reis heeft een vertrekpunt. Als expert in mobiliteit, verkeer en gedrag verkent XTNT in nauwe samenwerking met haar opdrachtgevers de weg vooruit. XTNT anticipeert op toekomstige behoeften en creëert oplossingen voor morgen. Van stedelijke planning tot duurzaam vervoer, voor voetgangers, automobilisten en fietsers. Voor ons is niet alleen de bestemming belangrijk, maar zeker ook de reis ernaar toe.

www.xtnt.nl

Gedragsonderzoek XTNT Daalseplein 101, UtrechtWorld Forum gebied Den Haag

Waar de reis begint32

IV BIJLAGE: KAARTEN MODELVARIANTEN VERKENNING BEREIKBAARHEID

Witteveen+Bos | 138349/25-000.867 | Bijlage IV | Definitief

IV.1

Referentiesituatie 2040

Afbeelding IV.1 Referentiesituatie 2040

Witteveen+Bos | 138349/25-000.867 | Bijlage IV | Definitief

IV.2

Variant 1

Afbeelding IV.2 Variant 1

Witteveen+Bos | 138349/25-000.867 | Bijlage IV | Definitief

IV.3

Variant 2

Afbeelding IV.3 Variant 2

Witteveen+Bos | 138349/25-000.867 | Bijlage I | Definitief

V BIJLAGE: ONTWERPPARAMETERS In deze bijlage zijn enkele ontwerpparameters opgenomen die als basis hebben gediend voor het uitwerken van oplossingsrichtingen en de beoordeling van de inpassing.

Tabel V.1 Ontwerpparameters Type

Ontwerpparameters

weg 2x2

weg 2x1

tram 2x1

maaiveld

breedte: 17,0 m inclusief 3 m middenberm

tunnel

breedte: 20,0 m 2 x 7,0 m + obstakelvrees (4 x Rijstrookbreedte stedelijke hoofdweg: 0,7 m) + constructiediktes (3 x 3,5 m (HOR, december 2019) 1,0 m)

maaiveld

breedte: 10,0 m inclusief 3 m middenberm

tunnel

breedte: 16,5 m 2 x 3,5 m + obstakelvrees (2 x Rijstrookbreedte bij ontwerpsnelheid 0,7 m) + vluchtstroken (2 x 2,5 50 km/u: 3,5 m (CROW; ASVV 2021) m) + constructiediktes (3 x 1,0 m)

maaiveld

breedte: 9,0 m 7,00 m voor de trambaan met mastopstelling in midden + 1 m speling aan weerszijden voor bochtverbreding, loop-, vlucht- en inspectiepad, et cetera

tunnel

breedte: 11,0 m 9,0 m + constructiedikte (2 x 1,0 m)

halte

voetpad fietspad

1 richting 2 richtingen

busstrook

Bron Rijstrookbreedte stedelijke hoofdweg: 3,5 m (HOR, december 2019)

Rijstrookbreedte bij ontwerpsnelheid 50 km/u: 3,5 m (CROW; ASVV 2021)

HOR, december 2019 Tunnelhandboek, artikel 42, 2023 Expert judgement

breedte: zijligging: 3,0 m middenligging: 5,0 m lengte: 1 tram: 36,0 m 2 trams: 75,0 m

HOR, december 2019

2,3 m

HOR, december 2019

2,4 m

HOR, december 2019

3,5 -4,0 m

HOR, december 2019

3,5 m

HOR, december 2019

helling tram

maximaal 4,5 % benodigde lengte helling: circa 200 m (6,6 m à 4,5 % inclusief top- en voetboog)

helling weg

6,5 % benodigde lengte helling: circa 150 m (6,6 m à 6,5 % inclusief top- en voetboog)

expert judgement

pvr tram tunnel

4,6 m

expert judgement

Witteveen+Bos | 138349/25-000.867 | Bijlage V | Definitief

Handboek Tunnelbouw; artikel 40, 2023

Type

Ontwerpparameters

pvr weg tunnel tunneldak

minimaal 4,5 m 2,0 m 1,0 m constructie + 1,0 m grond

Afbeelding V.1 Ontwerpparameters

2 x 1 op maaiveld (inclusief 3 m middenberm)

2 x 2 op maaiveld (inclusief 3 m middenberm)

2 x 1 verdiept

2 x 2 verdiept

Witteveen+Bos | 138349/25-000.867 | Bijlage V | Definitief

Bron Handboek Tunnelbouw; artikel 28, 2023 expert judgement

VI BIJLAGE: VERKEERSMODEL MRDH EN COCON-BEREKENINGEN VI.1

Uitgangspunten

OV-netwerk In de referentiesituatie wordt de loop van verschillende ov-lijnen gewijzigd (conform Masterplan Bereikbaarheid CID-Binckhorst). In deze paragraaf wordt de lijnenloop zoals opgenomen in de referentiesituatie (en daarmee de modelvarianten) beschreven.

Tabel VI.1 Tramlijn 1 en 9 2040StedRef-lijn 1 Lijn 1a: Delft – Den Haag CS – Scheveningen Zwarte Pad Lijn 1b: Delft – Den Haag HS – Scheveningen Zwarte Pad (via Scheveningseweg)

2040StedRef-lijn 9 Lijn 9a: Vrederust – Den Haag HS – Den haag CS – Scheveningen Zwarte Pad Lijn 9b: Vrederust – Den Haag HS – Den Haag CS

freq. OS: 6 freq. RD: 6 freq. AS: 6

freq. OS: 6 freq. RD: 4 freq. AS: 6

Witteveen+Bos | 138349/25-000.867 | Bijlage VI | Definitief

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16176244/1