RIS323317 Bijlage 3 Onderbouwing BOPA Permanente Winter Opvang 2025 2026
Tekst van het document
OPVANGLOCATIE SPORTLAAN 600, GEBOUW E2, PERMANENTE WINTEROPVANG 2025-2026 (PWO)
‘s-Gravenhage Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) 10 september 2025
RHO ADVISEURS
RHO ADVISEURS DATUM
10 september 2025
PROJECT PROJECTLEIDER
Opvanglocatie Sportlaan 600, E2, Permanente Winteropvang (PWO)
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Gemeente Den Haag 20240929
AUTEUR STATUS
Definitief
3/36
4/36
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging projectgebied
7
1.3
Te doorlopen vergunningprocedure
8
1.4
Leeswijzer
9
Beschrijving van het project en zijn omgeving
11
2.1
Huidige situa e
11
2.2
Toekoms ge situa e
15
2.3
Juridische ac viteiten
16
2.4
Milieue ectrapportage
16
Hoofdstuk 3
Par cipa e
17
Hoofdstuk 4
Beleidskader
19
4.1
Rijk
19
4.2
Provincie
20
4.3
Gemeente Den Haag
21
Hoofdstuk 5
Beoordelingsregels
23
5.1
Inleiding
23
5.2
Waarborgen van de veiligheid
24
5.3
Beschermen van de waterbelangen
25
5.4
Kwaliteit van de buitenlucht
25
5.5
Geluid door ac viteiten
26
5.6
Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen
26
5.7
Bodemkwaliteit
27
5.8
Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed
27
5.9
Ladder voor duurzame verstedelijking
28
5.10
Mobiliteit en parkeren
29
5.11
Ecologie: soortenbescherming en gebiedsbescherming
29
5.12
Ruimtelijke kwaliteit
31
Hoofdstuk 2
5/36
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
33
6.1
Financiële uitvoerbaarheid
33
6.2
Kostenverhaal
33
Evenwich ge toedeling van func es aan loca es
35
Hoofdstuk 7
Bijlagen toelich ng Bijlage 1
Veiligheidsplan PWO
Bijlage 2
Memo realisa e PWO
Bijlage 3
GGDH Rapportage PWO 2022-2023
Bijlage 4
GGDH Rapportage PWO 2024
Bijlage 5
GGDH Rapportage PWO 2025
Bijlage 6
Uitnodiging Inloopbijeenkomst (4 september 2025)
Bijlage 7
Par cipa everslag inloopbijeenkomst (4 september 2025)
Bijlage 8
S ksto erekening
6/36
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Den Haag hee eind 2023 het leegstaande HagaZiekenhuis aan de Sportlaan 600 aangekocht met de inten e het pand te hergebruiken voor de opvang en huisves ng van diverse doelgroepen. De uiteindelijke doelstelling is om de hele loca e van het voormalige HagaZiekenhuis op termijn (maximaal 7 jaar) te her ontwikkelen naar een woongebied. Tot die jd wil de gemeente de bestaande gebouwen een jdelijke func e geven. In deze mo vering ligt de focus speci ek op de eerste twee bouwlagen van gebouw E2, waar de opvang van 80 daklozen gedurende de winterperiode (van 1 november 2025 tot uiterlijk 1 mei 2026) mogelijk wordt gemaakt. Dit gebouw is eerder in gebruik geweest als permanente winteropvang (PWO) voor daklozen. Voor het seizoen 2022-2023 werd een jdelijke vergunning verleend voor het 'handelen in strijd met de regels van de bestemming' en een voorbehoud voor het seizoen 2023-2024 voor de opvang van 120 daklozen. Ook voor vorig winterseizoen (2024-2025) is middels een BOPA (buitenplanse omgevingsplanac viteit) procedure een vergunning verleend voor de PWO, waarbij de opvang was afgeschaald naar 80 daklozen. Gemeente Den Haag hee eind 2023 alle bebouwing aan de Sportlaan 600 aangekocht. Voor het gehele complex werkt de gemeente momenteel een jdelijke invulling uit. Omdat ook de gehele jdelijke invulling strijdig is, is in maart een afwijkingsvergunning (BOPA) aangevraagd.
Deze is in behandeling maar kent een langere doorloop jd door extra onderzoek en onderbouwing doordat onder andere er een milieuvergunning noodzakelijk bleek. Omdat de kans bestaat dat deze niet jdig (lees voor 1 november) kan worden verleend en de PWO ook voor dit winterseizoen noodzakelijk is, wordt een aparte aanvraag voor dit winterseizoen ingediend. Omdat de beoogde gebruiksac viteit, het opvangen van maximaal 80 daklozen in de winterperiode, strijdig is met de ac viteiten die het omgevingsplan van de gemeente Den Haag toestaat, dient een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanac viteit (hierna: BOPA) aangevraagd te worden. Voorliggende mo vering is onderdeel van deze aanvraag en toont aan dat de voorgenomen ac viteiten voldoen aan de we elijke vereisten, waaronder een evenwich ge toedeling van func es aan loca es.
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied betre een voormalig onderdeel van het HagaZiekenhuis in Den Haag. Het betre de P-vormige vleugel van het ziekenhuis (hierna: gebouw E2). Het projectgebied is gelegen in de Bomen- en Bloemenbuurt in het stadsdeel Segbroek. De bebouwing is gelegen binnen het kadastraal perceel met de aanduiding GVH30-AN-5027. De ligging van het projectgebied c.q. het bouwdeel, is weergegeven in guren 1.2.1.
7/36
Figuur 1.2.1 - Ligging projectgebied (Bron: Streetsmart Cyclomedia)
1.3
Te doorlopen vergunningprocedure
Voor de beoogde ac viteit (het opvangen van maximaal 80 daklozen gedurende de winterperiode) is een omgevingsvergunning voor een BOPA benodigd. Een BOPA is een ac viteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningsvrij is. Voor een dergelijke aanvraag geldt in principe de reguliere vergunningsprocedure, tenzij anders bepaald. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning voor een BOPA verlenen als de ac viteit voldoet aan een evenwich ge toedeling van func es aan loca es (ETFAL) en er overeenstemming is met de instruc eregels van het Rijk en de provincie. Bevoegd gezag Voor een aanvraag omgevingsvergunning voor een BOPA is het college van B&W bevoegd gezag. Bindend adviesrecht en verplichte par cipa e In de gemeente Den Haag hee de gemeenteraad onder andere bindend adviesrecht voor ontwikkelingen waarbij andere func es dan wonen met meer dan 1.000 m² bruto vloeroppervlak aan bouwwerken worden gerealiseerd, veranderd en/of uitgebreid. In dit geval is hier sprake van een func ewijziging groter dan 1.000 m² en geldt bindend adviesrecht en verplichte par cipa e.
8/36
Samenhang met vergunning aanvraag voor de jdelijke invulling gehele loca e Sportlaan 600 Gemeente Den Haag wil jdelijk (5 tot 7 jaar) het gehele voormalige ziekenhuiscomplex gaan gebruiken voor de huisves ng en opvang van diverse doelgroepen (asielzoekers, jongeren en jonge statushouders, maatschappelijke opvang van gezinnen en studenten, zorguitstromers en daklozen). Naast de huisves ngs- en opvangplekken komen er nog ondergeschikte func es in het gebouw als een etsenmaker, een bibliotheek en een restaurant. In deze periode ( jdelijke invulling van 5 tot 7 jaar) wordt bekeken welke func e/invulling het terrein en/of de gebouwen daarna krijgen (permanente invulling). De jdelijke invulling van het gehele complex is niet toegestaan op basis van het omgevingsplan van de gemeente Den Haag, waardoor in maart 20225 een separate vergunning is aangevraagd. Deze aanvraag voor vergunning wordt momenteel behandeld, maar kent een langere doorloop jd door extra onderzoek en onderbouwing omdat onder andere een milieuvergunning vereist bleek te zijn. Aangezien de kans bestaat dat deze vergunning (voor de gehele jdelijke ontwikkeling) niet op jd kan worden verstrekt (lees voor 1 november) en de PWO ook voor dit winterseizoen noodzakelijk is, is er voor gekozen een aparte aanvraag voor de jdelijke PWO voor dit winterseizoen in te dienen (onderhavig document).
De aanvraag voor de gehele jdelijke invulling staat los van de (onderhavige) vergunningaanvraag voor het jdelijk opvangen van maximaal 80 daklozen gedurende de winterperiode 2025-2026 (PWO), echter de jdelijk PWO hee vanzelfsprekend ook een plek in de vergunning aanvraag voor de gehele jdelijk invulling.
1.4
Leeswijzer
Deze mo vering is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe vooroverleg en participatie hebben plaatsgevonden en hoe dit heeft bijgedragen aan de voorgenomen ontwikkeling. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 het project getoetst aan relevant beleidskader. In hoofdstuk 5 wordt het project getoetst aan de relevante beoordelingsregels. Hoofdstuk 6 bevat de financiële aspecten van het project. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 ingegaan op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
9/36
10/36
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van het project en zijn omgeving
Huidige situa e
2.1.1 Situa e projectgebied Het projectgebied betre een leegstaand gebouw dat voorheen in gebruik was als onderdeel van het voormalige HagaZiekenhuis. Het gebouw hee drie bouwlagen. De eerste twee bouwlagen van dit gebouw zijn eerder in gebruik geweest ten behoeve van de permanente winteropvang (PWO) voor daklozen.
Figuur 2.1.1 - Aanzicht op gebouw E2 vanaf het oosten, Fahrenheitstraat (Bron: Streetsmart Cyclomedia)
Figuur 2.1.2 - Vogelvlucht aanzicht op gebouw E2 vanaf het zuiden (Bron: Streetsmart Cyclomedia)
11/36
2.1.2 Omgeving projectgebied Het voormalige HagaZiekenhuis is gelegen in een groene zone tussen de Vogelwijk en de Bomen- en Bloemenbuurt, twee wijken die voornamelijk woonfunc es hebben. Binnen hetzelfde kadastrale perceel als gebouw E2 bevinden zich ook de andere gebouwen van het HagaZiekenhuis (A t/m E1). Deze gebouwen staan overwegend leeg. Bouwdeel C wordt af en toe gebruikt voor jdelijke func es die uitsluitend overdag in gebruik zijn. De gemeente Den Haag hee het voornemen om na gebouw E2, ook de andere bouwdelen jdelijke func es te laten vervullen. De verdere invulling van het voormalig ziekenhuiscomplex met jdelijke func es, maakt overigens geen deel uit van de huidige BOPA-aanvraag en daarom evenmin van deze mo vering.
Figuur 2.1.3 - Ligging projectgebied in de omgeving (Bron: Concept PUK HagaZiekenhuis Sportlaan)
Figuur 2.1.4 - Ligging projectgebied in de omgeving (Bron: Concept PUK HagaZiekenhuis Sportlaan)
12/36
Figuur 2.1.5 - Gebouw E2 aangewezen binnen groter geheel van de ontwikkeling (Bron: Gemeente Den Haag) 2.1.3 Relevante regels omgevingsplan Het omgevingsplan gemeente Den Haag bevat regels in het jdelijk deel. De regels voor de onderhavige loca e zijn opgenomen in de volgende onderdelen (ar kel 22.1 Omgevingswet): De besluiten genoemd in artikel 4.6, eerste lid van de Invoeringswet Omgevingswet, waaronder een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening en tevens de volgende verordeningen: 1. een regel als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet; 2. een verordening als bedoeld in artikel 6 van de Wet geurhinder en veehouderij; 3. een verordening als bedoeld in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer en een besluit tot aanwijzing van een gebied op grond van die verordening; De kaarten, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet, en de besluiten, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, van die wet; De Bruidsschat. Hierna wordt kort ingegaan op deze onderdelen uit het omgevingsplan die van belang zijn voor het voorliggende ini a ef. In paragraaf 2.3 wordt getoetst aan dit toetsingskader en ingegaan op de strijdigheden die ontstaan met het omgevingsplan.
Bestemmingsplan Vogelwijk Op basis van de geldende planologische regeling, het omgevingsplan van rechtswege van de gemeente Den Haag waarvan het bestemmingsplan 'Vogelwijk' onderdeel uitmaakt, geldt ter plaatse van het projectgebied de bestemming Maatschappelijk - Gezondheidszorg (zie guur 2.1.6). Binnen deze bestemming is uitsluitend een ziekenhuis toegestaan.
13/36
Figuur 2.1.6 - Projectgebied wit omlijnd in het omgevingsplan gemeente Den Haag, bestemmingsplan 'Vogelwijk' Verordening Er zijn geen speci eke regels uit verordeningen die deel uitmaken van het ( jdelijk deel van het) omgevingsplan van de gemeente Den Haag die relevant zijn voor de beoogde ontwikkeling. Bruidsschat Op grond van ar kel 22.1 sub c van de Omgevingswet maken de regels als bedoeld in ar kel 22.2 Omgevingswet ook onderdeel uit van het jdelijke deel van het Omgevingsplan. Het gaat hier om de zogenoemde Bruidsschat. Daarbij gaat het om een set regels die voorheen op rijksniveau werden gesteld. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet en gedurende de overgangsfase hebben gemeenten de jd om deze regels op te nemen in het Omgevingsplan. Om te voorkomen dat bepaalde onderwerpen bij inwerkingtreding van de Omgevingswet nog ongeregeld zijn, zijn deze regels opgenomen in de Bruidsschat, die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 van rechtswege is ontstaan en als zodanig onderdeel uitmaken van het jdelijke deel van het omgevingsplan.
14/36
2.2
Toekoms ge situa e
Deze mo vering voorziet in het mogelijk maken van maximaal 80 opvangplekken voor daklozen gedurende de winterperiode van 1 november 2025 tot uiterlijk 1 mei 2026. De voorziening is gedurende deze periode 24 uur per dag en 7 dagen in de week open. In de voorziening zijn zowel 1 als 2 persoonskamers aanwezig. De mannen en de vrouwen worden gescheiden opgevangen en de beoogde doelgroep is 18+. Er is 24 uurs aanwezigheid van 3 tot 4 beveiligers en dagelijks zijn er 5 tot 6 begeleiders aanwezig. Er worden strikte voorwaarden en huisregels gehanteerd. Zo moeten de daklozen bijvoorbeeld uiterlijk om 10 uur 's-avonds binnen zijn. De voorziening wordt ondersteund door maatschappelijke partners, waaronder de Zorgspartners, het Haags Straatteam (onderdeel van het daklozenloket) en de Haagse Wijk- en Woonzorg (deze zijn wisselend aanwezig, gemiddeld dagelijks 3 mensen). Eerste twee bouwlagen De opvangplekken zijn reeds gerealiseerd in de eerste twee bouwlagen (begane grond en 1e verdieping) van gebouw E2 (zie guur 1.2.2) van het voormalige HagaZiekenhuis. Omschrijving ac viteit De permanente winteropvang (PWO) biedt mensen een 24 uur per dag verblijf, tussen 1 november en 1 mei. Dit betekent dat mensen er zowel overdag als in de nacht (kunnen) verblijven. De duur van het verblijf verschilt per persoon. Sommige mensen verblijven er enkele dagen, anderen 3 maanden.
Er is een digitaal registra esysteem, zodat dagelijks de aanwezigheid wordt bijgehouden. Doelgroep In de PWO worden dakloze Haagse burgers boven de 18 jaar opgevangen en wordt er gedurende de periode gewerkt aan herstel. Het is een doorstroomvoorziening. Concreet betekent dit dat samenwerkende partners in het pand aanwezig zijn en met elkaar samenwerken om deze mensen door te laten stromen naar een duurzame woonoplossing. Par jen ISA doet de beveiliging en zorg voor de veiligheid in en om het gebouw. Het Leger des Heils doet de woonbegeleiding. Collega's van het daklozenloket (Straa eam) zijn aanwezig om het perspec ef met de mensen te bekijken en ze toe te leiden naar een structurele oplossing. Er worden dagac viteiten georganiseerd. Er worden dagelijks ac viteiten (schoonmaak, opruimen, helpen in de kledingwinkel etc) georganiseerd waar mensen een zakcentje mee kunnen verdienen.
15/36
Overleg en regels Wekelijks is er overleg met poli e, Leger des Heils, Beveiliging, Stadsdeel, Veiligheid, Straa eam, Stad & Bestuur en Communica e om de signalen uit de wijk te bespreken en waar mogelijk direct aanpassingen in de manier van organiseren te doen. Zo zijn camera's opgehangen, doet de beveiliging met meerdere keren per dag een rondje rondom de loca e. In de Fahrenheit straat zijn extra bikers van de handhavingsorganisa e ingezet. Ook hebben we extra beveiliging in de vorm van de Haags Host ingezet in de wijk en winkelstraat. In het GGD rapport kun je lezen hoe dat hand in had gaat met de ondernemers, handhaving en poli e. Daarnaast gelden er naast huisregels binnen, ook huisregels buiten. Hierop wordt strikt gehandhaafd en zo nodig wordt mensen op basis van hun gedrag de toegang ontzegd. Bereikbaarheid Er is een algemeen nummer en mail adres beschikbaar waar mensen overlast kunnen melden. Ook is er nauw contact met een afgevaardigde van het wijkteam en de eigenaar van de AH om zo snel in te kunnen spelen op signalen. Veiligheid Een belangrijk thema is veiligheid. De PWO zal (wederom) in gebruik worden genomen door als winteropvang voor maximaal 80 personen. Hiertoe is door Haagse Host in samenwerking met de gemeente Den Haag en het Leger des Heils een veiligheidsplan opgesteld (zie bijlage 1).
Dit veiligheidsplan richt zich speci ek op de PWO en sluit voor dat deel aan op het (eerder opgestelde) veiligheidsplan voor de gehele jdelijke invulling Sportlaan 600. De veiligheid met betrekking tot de PWO wordt gewaarborgd door een speci ek veiligheidsprotocol, dat voldoet aan landelijke richtlijnen, afgestemd met de omwonenden en speci ek kenmerken van deze loca e benoemt en oppakt. Onderdeel hiervan is dat het gebouw 24/7 beveiliging en toezicht aanwezig is. Daarnaast zi en alle betrokken par jen maandelijks om tafel in het Opera oneel Omgevingsoverleg om signalen en knelpunten die vanuit de omgeving zijn gemeld te bespreken en met elkaar te bezien of dit plan op onderdelen moet worden aangescherpt (zie hoofdstuk 3 over Par cipa e).
2.3
Juridische ac viteiten
Een project bestaat uit juridische ac viteiten. De juridische ac viteiten zijn onder te verdelen in drie categorieën: I. activiteiten die niet in strijd zijn met het omgevingsplan; II. activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan, omgevingsplanactiviteiten waarvoor de aanvraag voor de BOPA wordt ingediend; III. activiteiten die niet in het omgevingsplan worden geregeld en geen omgevingsplanactiviteit zijn (voorbeeld: de natura 2000-activiteit of de technische bouwactiviteit). De juridische ac viteit die mogelijk gemaakt wordt met deze mo vering is uitsluitend het opvangen van groepen mensen in een gebouw. Deze ac viteit betre een ac viteit die in strijd is met het omgevingsplan en valt onder categorie II. Dit is de enige ac viteit die vergund dient te worden met deze mo vering.
2.4
Milieue ectrapportage
De ontwikkeling hee geen betrekking op een van de ac viteiten die in bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn aangewezen als m.e.r.-plich g/m.e.r.-beoordelingsplich g.
16/36
Hoofdstuk 3
Par cipa e
De voorgenomen ontwikkeling (opvang van 80 daklozen in de periode van 1 november 2025 tot uiterlijk 1 mei 2026) toe op een func ewijziging anders dan wonen van meer dan 1.000 m² bruto vloeroppervlak. Dergelijke ontwikkelingen zijn in de gemeente Den Haag verplicht gesteld voor par cipa e. Dit is opgenomen in de lijst met gevallen waarvoor verplichte par cipa e en bindend advies geldt. Informa ebijeenkomsten en maandelijks overleg In het kader van de jdelijke invulling van alle gebouwen die behoren tot het voormalige HagaZiekenhuis, vinden regelma g informa ebijeenkomsten plaats. Tijdens deze bijeenkomsten is ook aan bod gekomen dat gebouw E2 weer in gebruik genomen zal worden voor de opvang van daklozen gedurende de winterperiode. Een nadere toelich ng over de par cipa e staat in de memo Realisa e van de Permantente Winteropvang (PWO) 2024 2025 (zie bijlage 2). In de afgelopen jaren hee er iedere maand jdens openstelling van de PWO een overleg plaatsgevonden met vertegenwoordigers van de bewonersorganisa es en de ondernemersvereniging. Dit is terug te zien in de bijgevoegde evalua es door de GGD van de PWO (bijlagen 3, 4 en 5). Dit overleg wordt sterk gewaardeerd door de deelnemers. Op het overleg worden signalen gedeeld, voortgang besproken en waar nodig aanpassingen gedaan op het gebied van leefbaarheid en veiligheid.
Tijdens de feestdagen in 2023 – 2024 hebben deze aanpassingen geleid tot de inzet van Haagse Hosts, naar de nadrukkelijke wens van de ondernemers. Deze inzet zal in het komend seizoen worden voortgezet vanaf de opening op 1 november. Een andere wens vanuit dit overleg is om het aantal op te vangen mensen in de PWO te verlagen van 120 naar 80 opvangplekken, dat overeenkomt met het advies van de driehoek. Deze “afschaling” is overgenomen in de realisa e van de PWO 2024 -2025 en is ook voor de PWO 2025 - 2026 uitgangspunt. De bedrijfsvoering van de PWO zal op een gelijke wijze als dat van het vorige winterseizoen (2024-2025) worden georganiseerd. Vanaf 1 november zal ook weer het maandelijkse omgevingsoverleg (Opera oneel omgevingsoverleg) worden gestart. Onderzoeksrapport GGD Haaglanden In het laatste rapport van de GGD van juni 2025 (zie bijlage 5) wordt beschreven in welke mate de aanbevelingen van de evalua erapporten naar de PWO van voorgaande jaren zijn opgevolgd. De GGD concludeert dat de ontwikkeling van de PWO in het algemeen als goed ervaren wordt door de betrokken professionals. De PWO is in de loop van de jaren steeds beter georganiseerd. De samenwerking tussen ketenpartners is sterk verbeterd, mede door een structureel overleg. Ook is er duidelijke communica e met buurtbewoners, de poli e en andere ketenpartners.
Daarnaast zijn er stappen gezet in het verbeteren van de slaapvertrekken en op gebied van de zorg voor bewoners. Als laatste hebben de inzet van professionele beveiliging en de Haagse Host bijgedragen aan een veiliger gevoel op en rond de loca e voor de buurtbewoners, professionals en de PWO bewoners. In de rapportage doet de GGD aanbevelingen voor het komende jaar op het gebied van sanitaire hygiëne, zelfredzaamheid van bewoners, doelen en intakeprocedures, structurele medische screening, personeelsinzet en prak sche voorbereiding van de loca e.
17/36
Par cipa ebijeenkomst 4 september 2025 Op 19 augustus hebben omwonenden en ondernemers uit de buurt een uitnodiging ontvangen voor een inloopbijeenkomst op 4 september 2025, ook kon men een reac e per mail geven (zie bijlage 6). Het doel van deze contactmogelijkheden was het verzamelen van ideeën, wensen en zorgen met betrekking tot het weer in gebruik nemen van de opvangloca e. In totaal is er een uitnodiging verstuurd naar 10.500 huishoudens. De reac es die zijn opgehaald jdens het buurtgesprek, de reac es op de website en de ingekomen e-mails zijn verwerkt in het par cipa everslag (zie bijlage 7). Bij het buurtgesprek van 4 september waren 19 bewoners aanwezig. Een vertegenwoordiger van de BIZ Fahrenheit hee telefonisch contact opgenomen. Naast de aanmeldingen voor de inloopbijeenkomst zijn er 2 inhoudelijke reac es binnengekomen via de e-mail. Tijdens de bijeenkomst zijn er zorgen geuit over het groenonderhoud, de veiligheid, de selec e van de bewoners van de PWO en of de capaciteit van 80 bewoners voldoende is. Daarnaast zijn er vragen gesteld over de gehele jdelijke invulling en en enkele sugges es gedaan. De volgende reac es zijn te geven over de geuite zorgen: Groenonderhoud Het achterstallig groenonderhoud rondom de gehele jdelijke opvangloca e wordt aangepakt.
Tijdens de openstelling van de PWO wordt, evenals voorgaande jaren de directe omgeving van de PWO onderhouden door de bewoners van de PWO. Begeleiding en beveiliging Er is 24 uur begeleiding. Van 7u tot 23u is het Leger des Heils aanwezig en van 23u tot 7u is er beveiliging op de loca e. Van 8u tot 22u is er inzet van de Haagse Hosts in de directe omgeving en in de winkelstraat. Contact en meldingen Er komt één telefoonnummer voor omwonenden dat 24 uur per dag bereikbaar zal zijn. Meldingen worden zo nodig meteen opgepakt. Tevens is er een e-mailadres waar mensen hun vragen kunnen stellen of zorgen kunnen uiten. Selec e bewoners De selec e van bewoners wordt gedaan door het Daklozenloket. Hierbij wordt rekening gehouden met in de raadsmededeling benoemde contra indica es en de samenstelling van de groep en kan het winteropvang convenant worden ingezet waar bij poli e en de sociaal beheerder met elkaar gegevens kunnen uitwisselen. Capaciteit PWO De capaciteit van 80 bewoners is vastgesteld voor deze opvangloca e. Over de stad zijn meerdere opvangloca es voor dak- en thuisloze mensen verdeeld. Tijdelijke invulling Sportlaan 600 Voor de gehele jdelijke invulling (Tijdelijke invulling Sportlaan 600) loopt een aparte vergunningaanvraag. Hierin wordt de gehele jdelijke invulling in samenhang beschouwd.
Ook voor deze aanvraag is een par cipa e doorlopen en zijn er diverse informa ebronnen en contactmogelijkheden.
18/36
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijk
4.1.1 Na onale omgevingsvisie (NOVI) Met de NOVI wordt rich ng gegeven aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende 30 jaar ingrijpend zullen veranderen. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspec ef op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op na onale belangen wil het Rijk sturen en rich ng geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combina es te maken en win-win situa es te creëren, maar dit is niet al jd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toetsing De NOVI is van een dusdanig schaal- en abstrac eniveau, dat er geen speci eke uitspraken uit volgen die voor deze aanvraag relevant zijn. Gelet op de strekking, de omvang en de jdelijke aard van de beoogde ac viteit, staat deze de ambi es uit de NOVI niet in de weg. 4.1.2 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is één van de vier AMvB’s die invulling geven aan de Omgevingswet. Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat instruc eregels en is één van de beoordelingskaders waaraan de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de BOPA wordt getoetst. Met behulp van de digitale voorziening 'Regels op de kaart' (Omgevingsloket) is voor het projectgebied bepaald of er gebiedsgerichte instruc eregels uit het Bkl voor dit project relevant zijn. Voor dit project zijn er geen relevante gebiedsgerichte instruc eregels.
Voor zover thema sche instruc eregels uit het Bkl van belang zijn voor dit project, vindt een afweging van deze instruc eregel plaats in hoofdstuk 4 van deze mo vering. De overige instruc eregels uit het Bkl zijn niet relevant voor dit project, omdat deze ofwel het schaalniveau overs jgen ofwel op een voor dit project onbelangrijk thema betrekking hebben.
19/36
4.2
Provincie
Omgevingsvisie Zuid-Holland (in werking per 1 april 2023) Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland stree de provincie naar een op male wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Toekoms ge beleidsvernieuwing biedt kansen voor verbeteringen in Zuid-Holland. De volgende beleidskeuzes zijn voor de ontwikkeling relevant: Ruimtelijke kwaliteit De provincie stuurt op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, als onderdeel van de kwaliteit van de leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit is het evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen func oneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust jdelijk) en in hun uiterlijke verschijning op een posi eve manier bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. Ruimtelijke kwaliteit begint met het kiezen van de juiste plek voor nieuwe ontwikkelingen. Wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpar jen en woningcorpora es, in voldoende en passende woningen op de juiste plekken voor de verschillende doelgroepen, waaronder bijzondere doelgroepen en de doelgroepen van woningcorpora es. Groenblauwe stedelijke structuur De groenblauwe stedelijke structuur is een samenhangend stelsel van verschillende groenblauwe ruimtes en routes in en rondom het stedelijk gebied.
Van een jnmazig netwerk van groenblauwe plekken binnen het bebouwd gebied, via meer grofmazige robuuste groenblauwe routes die steden en stad en land met elkaar verbinden, tot aan de grote groenblauwe gebieden buiten het bebouwd gebied. De provincie zet in op een groenblauwe stedelijke structuur waarin voldoende groen en water aanwezig zijn om de lee aarheid, gezondheid en natuurwaarden te behouden en versterken, ook in jden van extreme wateroverlast en extreme droogte en hi e. Er ligt een opgave om deze integrale structuur te behouden en waar nodig te versterken. In het verlengde hiervan wil de provincie de biodiversiteit in het stedelijk gebied duurzaam te behouden en te versterken. Toetsing De ontwikkeling voorziet in de maatschappelijke opvang van daklozen gedurende de winterperiode in bestaande bebouwing die reeds gereed gemaakt is voor de opvang van de doelgroep. Met de winteropvang krijgen daklozen de mogelijkheid om binnen te slapen gedurende de wintermaanden. Dit draagt voor deze doelgroep bij aan een goede leefomgevingskwaliteit zoals de omgevingsvisie van Zuid-Holland voor ogen hee . Het projectgebied is in de omgevingsvisie aangewezen als groenblauwe stedelijke structuur. Voor de gebieden die als zodanig zijn aangewezen geldt dat de daar aanwezige groenblauwe structuur behouden dient te blijven.
Omdat de beoogde gebruiksac viteit voorzien is in de bestaande bebouwing van het voormalig HagaZiekenhuis, blij de bestaande groenblauwe stedelijke structuur behouden.
20/36
4.3
Gemeente Den Haag
4.3.1 Omgevingsvisie Den Haag 2050 De omgevingsvisie is een langetermijnvisie waarin de gemeente aangee wat de kwaliteiten zijn van de fysieke leefomgeving en op welke wijze deze kwaliteiten ontwikkeld of beschermd moeten worden in het licht van trends en ontwikkelingen die op de stad a omen. De omgevingsvisie van de gemeente Den Haag is nog in ontwikkeling. Als eerste stap is een ambi edocument opgesteld dat in oktober 2021 door het college vastgesteld is waarmee de basis gelegd is voor de inhoud. In het ambi edocument zijn zes integrale ambi es voor de toekomst benoemd. Deze ambi es geven rich ng aan de verdere inhoudelijke uitwerking van de omgevingsvisie: Een rechtvaardig en inclusief Den Haag Een betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad in Den Haag Een klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief Den Haag Een economisch vitaal Den Haag Een gezond en veilig Den Haag Een duurzaam bereikbaar Den Haag Toetsing De omgevingsvisie vormt dus nog geen formeel toetsingskaders voor ontwikkelingen in Den Haag. Echter kan wel beschreven worden hoe de voorgenomen ontwikkeling bijdraagt aan de ambi es die voor de omgevingsvisie gesteld zijn. De voorgenomen ontwikkeling draagt het meest bij aan de gestelde ambi e op het gebied van een gezond en veilig Den Haag.
Door daklozen een veilige en warme plek te bieden om te overnachten in koude wintermaanden, wordt het aantal mensen dat op straat verminderd. Dit draagt bij aan een schonere en opgeruimdere openbare ruimte, wat de algehele lee aarheid in de gemeente verbeterd. Daarnaast zorgt een opvang ervoor dat de leefomgeving ;s nachts rus ger en veiliger is voor alle inwoners. Dit kan helpen om overlast en criminaliteit binnen de gemeente te verminderen wat van posi eve invloed is op de fysieke en sociale leefomgeving. Daarnaast hebben de daklozen in de opvang toegang tot basisvoorzieningen en ondersteuning en begeleiding. Dit zorgt ervoor dat zij hun persoonlijke hygiëne beter kunnen onderhouden en dat zij stappen kunnen ze en rich ng herstel en re-integra e. Dit draagt bij aan een stabielere en gezondere gemeenschap. Al met al helpt een opvang voor daklozen om een schonere, veiligere, en gezondere leefomgeving te creëren, wat de lee aarheid en het welzijn van de gehele gemeenschap bevordert.
21/36
22/36
Hoofdstuk 5 5.1
Beoordelingsregels
Inleiding
Voor het beoordelen van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de BOPA gelden beoordelingsregels. De beoordelingsregels hebben betrekking op: De evenwichtige toedeling van functies aan locaties Instructieregels van Rijk en provincie Instructies van Rijk en provincie Voorbeschermingsregels Projectbesluiten Gestelde maatwerkregels Voor de ontwikkeling zijn de volgende instruc eregels relevant, die vervolgens in de genoemde paragrafen van deze mo vering verder getoetst worden: Instruc eregels Bkl Afdelingen en paragrafen Bkl
Paragraaf en omgevingsaspect/thema in deze mo vering
Voldoet aan instruc eregel? (ja/nee)
Afdeling 5.1 § 5.1.2 Waarborgen van de vei- 5.2 Waarborgen van de veiligheid ligheid
Ja
§ 5.1.3 Beschermen van de wa- 5.3 Beschermen van de waterbelangen terbelangen
Ja
§ 5.1.4 Beschermen van de ge- 5.4 Kwaliteit van de buitenlucht Ja zondheid en het milieu 5.5 Geluid door ac viteiten 5.6 Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen 5.7 Bodemkwaliteit § 5.1.5 Beschermen van land- 5.8 Beschermen van landschappelijke of stedenbouwschappelijke of stedenbouw- kundige waarden en cultureel erfgoed kundige waarden en cultureel 5.9 Ladder voor duurzame verstedelijking erfgoed
Ja
Voor deze ontwikkeling zijn de volgende instruc eregels uit de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening TAM-IMRO (in werking per 15 juni 2024) relevant: Instruc eregels Omgevingsverordening § 7.3.8 Stedelijke ontwikkelin- 5.9 Ladder voor duurzame verstedelijking gen 5.10 Mobiliteit en parkeren
23/36
Ja
5.2
Waarborgen van de veiligheid
Toetsingskader Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat in paragraaf 5.1.2. instruc eregels voor het waarborgen van de veiligheid. Bij het toelaten van een ac viteit spelen vaak veiligheidsrisico's die ontstaan als gevolg van opslag, produc e, gebruik en vervoer van gevaarlijke sto en en windturbines. Ook zal moeten worden gemo veerd hoe voor risico's van branden, rampen en crises rekening gehouden met het belang van: a. het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan; b. de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en c. de geneeskundige hulpverlening. Toetsing De beoogde ontwikkeling maakt het jdelijk bieden van onderdak aan daklozen gedurende de winterperiode mogelijk. Dit soort opvang wordt gekwali ceerd als een logiesfunc e c.q. kwetsbaar gebouw en daarom zijn de paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 uit het Bkl van toepassing op deze ontwikkeling. Uit de kaart met betrekking tot externe veiligheid van Atlas Leefomgeving (zie guur 5.2.1) blijkt dat er in de directe omgeving van het projectgebied geen risicovolle inrich ngen aanwezig zijn. Tevens vindt er in de directe omgeving geen vervoer van gevaarlijke sto en plaats over het spoor, het water of door buisleidingen dat van invloed is op de externe veiligheidssitua e in het projectgebied.
Figuur 5.2.1 – Uitsnede atlasleefomgeving kaarten veiligheid (Bron: Atlasleefomgeving.nl) Conclusie Er zijn geen externe veiligheidsrisico's nabij het projectgebied gelegen. Het ini a ef voldoet aan de geldende instruceregels omtrent het waarborgen van veiligheid.
24/36
5.3
Beschermen van de waterbelangen
Toetsing Bij de vaststelling van het omgevingsplan moet de gemeente rekening houden met de weging van het waterbelang. Dit komt erop neer dat in een vroeg stadium de opva ngen van de waterbeheerder moeten worden betrokken. Dit volgt uit ar kel 5.37 van het Bkl. Deze instruc eregel is van overeenkoms ge toepassing op een omgevingsvergunning voor een BOPA via ar kel 8.0b Bkl. Een BOPA moet ook worden getoetst aan de instruc eregels uit de waterschapsverordening en de provinciale omgevingsverordening. De waterbeheerder voor deze loca e is Hoogheemraadschap van Del and. De gemeente of ini aefnemer is verantwoordelijk voor het opstellen van de uitwerking, mogelijke e ecten en de te nemen maatregelen om aan te tonen dat wordt voldaan aan de normen. De gemeente kan strengere normen opnemen in het omgevingsplan. Dit is al jd maatwerk en gebiedsa ankelijk. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling is niet gelegen in een aandachtsgebied of beschermingszone gerelateerd aan waterbelangen. De ontwikkeling betre slechts een func ewijziging waarbij opvang voor daklozen gedurende de winterperiode wordt mogelijk gemaakt in bestaande bebouwing. Het verhard oppervlak blij dan ook gelijk. Conclusie De ontwikkeling hee geen nega eve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.
5.4
Kwaliteit van de buitenlucht
Toetsingskader Als een BOPA betrekking hee op een ac viteit die leidt tot een verhoging van de concentra e in de buitenlucht van luchtverontreinigende sto en, kan deze alleen worden verleend als de omgevingswaarden voor deze sto en in acht worden genomen (ar kel 5.51 lid 4 Bkl). Dit wil zeggen dat deze omgevingswaarden niet mogen worden overschreden. De kans op overschrijding is met name aanwezig als een ac viteit in of nabij een aandachtsgebied plaatsvindt. In aandachtsgebieden (aangewezen in ar kel 5.51, lid 2, van het Bkl) bestaat een reële kans op (een dreigende) overschrijding van een omgevingswaarde. Onderzoek zal moeten uitwijzen of de ac viteiten die zorgen voor een toename van de verkeersintensiteit op wegen, vaarwegen of spoorwegen en milieubelastende ac viteiten daadwerkelijk leidt tot een overschrijding van de omgevingswaarden. Onderzoek is niet nodig als de ac viteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit is het geval als ac viteiten leiden tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentra e in de buitenlucht van zowel s kstofdioxide als PM10 van 1,2 µg/m³ of minder. Daarnaast zijn in ar kel 5.54 Bkl standaardac viteiten genoemd die niet in betekenende mate bijdragen.
Als een ac viteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, dan is het omgevingsaspect luchtkwaliteit geen belemmering.
25/36
Toetsing Het projectgebied bevindt zich in ar kel 5.51 (van het Bkl) vermeldde aandachtsgebieden voor s kstofdioxide en jnstof; aandachtsgebied voor NO2 en PM10 Den Haag/Leiden. In de beoogde situa e worden opvangplekken voor daklozen mogelijk gemaakt. De opvangplekken hebben een jdelijke woonfunc e. Het ini a ef valt daarom onder de standaardgevallen niet in betekenende mate luchtkwaliteit, zoals vermeld in Ar kel 5.54 van het Bkl. Naast een beoordeling van de bijdrage aan de luchtkwaliteit door de ac viteit zelf is het ook nodig om te beoordelen of de nieuwe func e aan de betre ende loca e kan worden toegewezen gelet op de achtergrondconcentra e van luchtverontreinigende sto en. Dit kan worden beoordeeld met behulp van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Uit de kaart blijkt dat in 2022 de jaargemiddelde concentra es s kstofdioxide en jn stof in de plangebieden ruimschoots onder de omgevingswaarden (genoemd in Ar kel 22.3 van het Bkl) lagen. De luchtkwaliteit ter plaatse is aanvaardbaar. Er wordt voldaan aan de geldende instruc eregels. Conclusie De kwaliteit van de buitenlucht vormt geen belemmering voor de voorgenomen func ewijziging.
5.5
Geluid door ac viteiten
Toetsingskader In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu dient rekening te worden gehouden met geluid. De instruc eregels voor het geluid door ac viteiten zijn opgenomen in paragraaf 5.1.4.2 van het Bkl. Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw bij een ac viteit maar ook bij het toelaten van een geluid veroorzakende ac viteit bij een geluidgevoelig gebouw wordt het geluid beoordeeld. De instruc eregels uit het Bkl beva en waarden, eisen en mogelijkheden voor het beoordelen van geluid. Toetsing De ontwikkeling voorziet niet in het toelaten van een geluid veroorzakende ac viteit. Er zijn ook geen geluid veroorzakende ac viteiten in de nabije omgeving aanwezig die de toekoms ge func e (een logiesfunc e voor maximaal 6 maanden) belemmeren. Conclusie Het geluid door ac viteiten staat de voorgenomen func ewijziging niet in de weg.
5.6
Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen
Toetsingskader In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu dient rekening te worden gehouden met geluid. De instruc eregels voor het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen zijn opgenomen in paragraaf 5.1.4.2a van het Bkl. Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied van wegen, spoorwegen en/of industrieterreinen wordt het geluid beoordeeld. De instruc eregels in het Bkl beva en waarden en eisen voor het beoordelen van geluid.
26/36
Toetsing Een opvangloca e voor daklozen gedurende de winterperiode wordt onder de Omgevingswet gezien als een gebouw met een logiesfunc e. Het gebouw is bedoeld voor het bieden van jdelijk onderdak aan personen voor een periode van niet meer dan zes maanden. Dit soort gebouwen zijn niet-geluidgevoelig en daarom is een toetsing aan het geluid van omliggende (spoor)wegen of industrieterreinen niet noodzakelijk. Conclusie Het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen staat de voorgenomen func ewijziging niet in de weg.
5.7
Bodemkwaliteit
Toetsingskader In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu dient rekening te worden gehouden met de bodemkwaliteit. De instruc eregels voor bodemkwaliteit zijn opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 van het Bkl. Voor een nieuwe ontwikkeling geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit, waarbij wordt getoetst aan de geldende grenswaarden. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in een nieuwe ontwikkeling, het betre uitsluitend een func ewijziging waarbij de jdelijke opvang voor daklozen in één winter (1 november 2025 tot uiterlijk 1 mei 2026) wordt mogelijk gemaakt. Een bodemonderzoek is voor een dergelijke func e niet vereist. Conclusie De bodemkwaliteit staat de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg.
5.8 Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed Toetsingskader De instruc eregels voor het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed zijn opgenomen in paragraaf 5.1.5 van het Bkl. Landschappelijke of stedenbouwkundige waarden zijn een element van omgevingskwaliteit. Hieronder vallen onder andere het behoud en versterking van (inter)na onale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten zoals het behoud van de vrije horizon vanaf de gemiddelde hoogwaterlijn met de blik op zee. Ook het cultureel en natuurlijk UNESCO-werelderfgoed, kenmerkende stads- en dorpsgezichten, rijksmonumenten en cultuurhistorische waarden in of op de zeebodem vallen hier onder. Daarnaast moet in het omgevingsplan rekening worden gehouden met cultureel erfgoed. Daar vallen ook cultuurlandschappen onder, zoals historische verkavelingsstructuren met houtsingels of landgoederen. Onder cultureel erfgoed vallen ook archeologische monumenten, gebouwde en aangelegde monumenten. Het gaat hierbij om cultureel erfgoed dat deel uitmaakt van of anderszins relevant is voor de fysieke leefomgeving. Bij verlening van een omgevingsvergunning voor een BOPA dient rekening gehouden te worden met het belang van het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed.
27/36
Toetsing Het gebied (en met name het gebouw) is van bijzondere landschappelijke en stedenbouwkundige waarde, namelijk gelegen in het plangebied van 'Basisplan wederopbouw Sportlaan - Zorgvliet' van architect en stedenbouwkundige W.M. Dudok. Dit plan zorgde voor stedenbouwkundig herstel van de tankgracht aangebracht door de Duitse beze er jdens de tweede wereldoorlog. Het gebied is uitgeroepen tot ecologische verbindingszone en groengebieden langs de Haagse beek. Cultuurhistorische waarden Het voormalige Haga Ziekenhuis aan de Sportlaan is zelf geen beschermd monument. Het gebouw betre een uitzondering binnen de posi onering van bouwkundige volumes in het stedenbouwkundige plan en vormt een verbindende schakel tussen de bomenbuurt en vogelbuurt. Het maakt wel onderdeel uit van het gemeentelijk beschermd stadsgezicht 'Sportlaan - Segbroeklaan en omgeving'. Daarom is in de geldende planologische regeling opgenomen dat de naar de openbare ruimte gerichte gevelindeling gehandhaafd dient te blijven. De ontwikkeling betre slechts een jdelijke func ewijziging waarbij opvang voor daklozen gedurende de winterperiode wordt mogelijk gemaakt in bestaande bebouwing. Gezien er geen ingrepen in de fysieke leefomgeving plaatsvinden blijven de aanwezige landschappelijke , stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden gelijk.
Conclusie De landschappelijke en stedenbouwkundige waarden zijn niet in het geding. Het aspect vormt geen belemmering voor de voorgenomen func ewijziging.
5.9
Ladder voor duurzame verstedelijking
Toetsingskader De ladder voor duurzame verstedelijking is een instruc eregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand welke is opgenomen in paragraaf 5.1.5.4 van het Bkl. Ar kel 5.129g regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Dit is ook benoemd in ar kel 7.45 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Ar kel 8.0b Bkl bepaalt dat deze instruc eregel ook geldt voor een BOPA. Bij een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwloca e, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substan eel is, wordt rekening gehouden met de behoe e aan die stedelijke ontwikkeling, en als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoe e te voorzien. Ar kel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substan eel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Voor wonen is de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling.
Bij andere stedelijke func es is de ondergrens 'in beginsel' 500 m2. De grens van het stedelijk gebied wordt bepaald door de omstandigheden van het geval, de speci eke ligging, de feitelijke situa e, het omgevingsplan en de aard van de omgeving.
28/36
Toetsing en conclusie De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing als de ontwikkeling voldoende substan eel is. Gezien geen uitbreidingen van bouwkundige volumes worden voorzien en de jdelijkheid van de PWO is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is voor de beoogde ontwikkeling niet van toepassing.
5.10 Mobiliteit en parkeren Toetsingskader Het Bkl bevat geen instruc eregels met betrekking tot mobiliteit en parkeren. Echter, bij het toelaten van een nieuwe ontwikkeling zal met het oog op een evenwich ge toedeling van func es aan loca es aangetoond moeten worden wat het e ect is op de bereikbaarheid, verkeersafwikkeling en parkeerdruk. Ook wordt in beeld gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoe e voor auto's, etsen (en scooters). Deze informa e is ook nodig in verband met het in beeld brengen van de gevolgen voor het geluid door wegen (5.6), luchtkwaliteit (5.4) en de emissie van s kstof (5.11). Volgens de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening ligt het projectgebied binnen de grenzen van sta onsomgevingen. Ar kel 7.45e stelt voor deze gebieden een parkeernorm van 0,7 autoparkeerplaats per nieuwbouwwoning vast, waarvan onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken. Toetsing De projectloca e bevindt zich binnen de grenzen van sta onsomgevingen. Conform ar kel 7.45e van de Zuid-Hollandse omgevingsverordening geldt hier een parkeernorm van 0,7 autoparkeerplaats per gerealiseerde woning. De voorgenomen ontwikkeling omvat echter geen nieuwe woningen en valt daarom niet onder deze instruc eregel. De geplande ontwikkeling betre een opvang voor daklozen.
Deze doelgroep bezit doorgaans geen auto's, waardoor de ontwikkeling uitsluitend verkeer aantrekt vanuit het personeel dat op de loca e aanwezig zal zijn. Gezien het feit dat de loca e voorheen dienstdeed als ziekenhuis, waar doorgaans een aanzienlijk hoger verkeersvolume door pa ënten, bezoekers en personeel werd gegenereerd, zal de verkeersaantrekkende werking van de jdelijke opvang aanzienlijk lager zijn. Dit verschil resulteert al sinds het vertrek van de ziekenhuisfunc e in een signi cante ontlas ng van het omliggende wegennetwerk, wat bijdraagt aan een verbeterde verkeerssitua e rondom de projectloca e. De loca e is goed bereikbaar voor personeel dat met de auto of ets komt, en het voormalige ziekenhuis beschikt over voldoende parkeergelegenheid. Daarnaast is de dichtstbijzijnde bushalte, 'Eksterlaan, Den Haag', prak sch naast de projectloca e gelegen. Vanuit deze halte vertrekken er elk kwar er bussen rich ng Den Haag Kijkduin en Sta on DH Mariahoeve, waardoor ook het openbaar vervoer een e ciënte op e is voor het personeel. Conclusie Mobiliteit en parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde func ewijziging.
5.11 Ecologie: soortenbescherming en gebiedsbescherming Toetsingskader Het Bkl bevat geen instruc eregels met betrekking tot ecologie. Echter, bij het toelaten van een nieuwe ontwikkeling zal met het oog op een evenwich ge toedeling van func es aan loca es aangetoond moeten worden wat het e ect is op ora en fauna en natuurgebieden (zoals Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland, houtopstanden).
29/36
Dit vergt doorgaans onderzoek, zoals een quickscan ecologie en een s ksto erekening. Het toelaten van een nieuwe ontwikkeling kan immers hinder en schade opleveren voor de natuur. Een voorbeeld is een woningbouwontwikkeling. Deze kan tot gevolg hebben dat planten en dieren op de ontwikkelloca e verdwijnen, bijvoorbeeld door het bouwen van woningen, aanleggen van verharding, het rooien van bomen en het dempen van sloten. De bouw en het gebruik van de woningen kunnen ook gevolgen hebben voor een Natura 2000- of ander natuurgebied. Denk hierbij aan de deposi e van s kstof in een Natura 2000-gebied vanwege de bouwfase maar ook aan andere gevolgen, bijvoorbeeld door geluid en licht die door de nieuwe ontwikkeling worden veroorzaakt. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een BOPA voor het toelaten van een nieuwe ontwikkeling is ecologie van belang in verband met een evenwich ge toedeling van func es aan loca es. Naast een omgevingsvergunning voor de BOPA kan een omgevingsvergunning nodig zijn voor een ora- en fauna-ac viteit en/of een Natura 2000-ac viteit. Toetsing Soortenbescherming Een quickscan soortenbescherming is niet noodzakelijk voor de geplande ontwikkeling omdat er geen bouw- of sloopwerkzaamheden benodigd zijn en geen beplan ng wordt verwijderd om de voorgenomen func ewijziging mogelijk te maken.
Daardoor is er geen risico op het verstoren of vernie gen van leefgebieden van beschermde soorten. Zonder fysieke ingrepen blij de huidige ecologische situa e onaangetast. Gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op ongeveer 350 meter afstand. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Westduinpark & Wapendal, op een afstand van 350 meter. Het projectgebied bevindt zich niet in beschermde natuurgebieden. Directe e ecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen daarom worden uitgesloten. Tussen het projectgebied en het natuurgebied ligt een woonwijk. Gezien de ligging in stedelijk gebied, de aard van de ontwikkeling en de afstand tot het natuurgebied, kunnen verstoringse ecten en e ecten op de waterhuishouding worden uitgesloten. Eventuele e ecten op Natura 2000 op het gebied van s kstof zijn onderzocht middels een s ksto erekening, zie Bijlage 8. Uit de berekening blijkt dat de beperkte verkeersgenera e niet zorgt voor een s kstofdeposi e hoger dan afgerond 0,00 mol N/ha/jaar en er derhalve geen relevant e ect is. Nega eve e ecten in de vorm van vermes ng en verzuring zijn om die reden niet aan de orde. Voor de uitvoering van dit project geldt geen vergunningplicht voor een Natura 2000-aci viteit op basis van de Omgevingswet. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen jdelijke func ewijziging.
30/36
5.12 Ruimtelijke kwaliteit Toetsingskader Het toetsingskader voor ruimtelijke kwaliteit volgt uit de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Hieronder worden de ar kelen waaraan voor dit onderwerp getoetst dient te worden opgesomd: Ar kel 7.43a (borgen ruimtelijke kwaliteit) 1. Een omgevingsplan laat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling alleen toe als de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. In een omgevingsplan wordt voor het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit rekening gehouden met: a. de beschermingscategorie en het gebiedstype; b. het soort en de mate van ingrijpendheid van de ruimtelijke ontwikkeling: inpassen, aanpassen en transformeren; c. de relevante richtpunten genoemd in bijlage IX, onder A. Ar kel 7.43c (randvoorwaarden soorten ruimtelijke ontwikkeling) 1. Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort inpassen als deze rekening houdt met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort aanpassen mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. 3.
Een omgevingsplan kan alleen voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van de soort transformeren als de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. Toetsing Het projectgebied is niet aangemerkt als bijzondere beschermingscategorie. Het wijzigen van de func e van een ziekenhuis naar een ( jdelijke) logiesfunc e, wordt beschouwd als 'inpassen'. De ontwikkeling voorziet niet in ruimtelijke ingrepen op de loca e. Conclusie De ruimtelijke kwaliteit wordt met de voorgenomen func ewijziging in stand gehouden.
31/36
32/36
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
In dit hoofdstuk wordt getoetst of de betre ende ontwikkeling economisch niet evident onuitvoerbaar is. Dit houdt in dat: 1. de ruimtelijke ontwikkeling niet evident financieel onuitvoerbaar mag zijn en 2. als de ruimtelijke ontwikkeling kostenverhaalplichtige activiteiten omvat, het kostenverhaal verzekerd moet zijn.
6.1
Financiële uitvoerbaarheid
De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling ziet toe op het jdelijk mogelijk maken van een opvang voor daklozen. De opvang zal plaatsvinden in de winterperiode van 1 november 2025 tot uiterlijk 1 mei 2026. De winteropvang wordt mogelijk gemaakt door de gemeente Den Haag. De gemeente is de ini a efnemer en realiseert deze jdelijke ontwikkeling voor eigen rekening en risico. De gemeente hee middelen beschikbaar vanuit de begro ng om de ontwikkeling te realiseren. Daarmee is aan de eerste vereiste voldaan.
6.2
Kostenverhaal
De voorgenomen ontwikkeling betre uitsluitend het wijzigen van een func e in een gebouw waarin de toekoms ge func e al eerder mogelijk was. Er is daarmee geen sprake van een kostenverhaalplich ge ac viteit als bedoeld in ar kel 8.13 van het Omgevingsbesluit.
33/36
34/36
Hoofdstuk 7
Evenwich ge toedeling van func es aan loca es
De beoogde ontwikkeling is getoetst aan het relevante beleidskader, de relevante instruc eregels en aan andere onderwerpen die raken aan een evenwich ge toedeling van func es aan loca es. In hoofdstuk 4 en 5 zijn de toetsing aan het beleidskader en de relevante beoordelingsregels beschreven. Hieruit volgt dat de aangevraagde ac viteit kan worden vergund met het oog op een evenwich ge toedeling van func es aan locaes.
35/36
36/36
VEILIGHEIDSPLAN PERMANENTE WINTEROPVANG SPORTLAAN 598 DEN HAAG 2025/2026
1
INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding .......................................................................................................................................... 4 2. Specifieke problematiek omtrent daklozen in Den Haag ................................................................ 6 3. Risicoanalyse (RI&E) ....................................................................................................................... 8 3.1. Risico-inventarisatie .................................................................................................................. 8 3.2. Evaluatie van incidenten .......................................................................................................... 10 4. Maatregelen .................................................................................................................................. 11 5. Actoren + rollen ............................................................................................................................ 12 5.1. Uitvoerende partijen ................................................................................................................ 12 5.1.1. Gemeente Den Haag.......................................................................................................... 12 5.1.2.
De Haagse Host ................................................................................................................. 13 5.1.3. Leger des Heils .................................................................................................................. 13 5.1.4. Straatdokter en -verpleger + Barka ...................................................................................... 15 5.1.5. Straatpastoraat ................................................................................................................. 16 5.1.6. Brijder ............................................................................................................................... 16 5.1.7. Straatconsulaat ................................................................................................................. 16 5.2. PWO voorbij de drempel .......................................................................................................... 16 5.2.1. Ondernemers BIZ .............................................................................................................. 16 5.2.2. Bewoners (omwonenden) .................................................................................................. 18 5.2.3. Politie en de handhavingsorganisatie .................................................................................. 19 5.2.4.
Algemeen .......................................................................................................................... 19 6. Coördinatieteam........................................................................................................................... 21 6.1. Organogram PWO ................................................................................................................... 21 7. Communicatieplan ....................................................................................................................... 22 7.1. Bewonersbrieven .................................................................................................................... 22 7.2. Klachtenafhandeling ............................................................................................................... 22 7.3. Onderlinge communicatie ....................................................................................................... 22 7.4. Pikettelefoon........................................................................................................................... 23 8. Ontruimingsplan ........................................................................................................................... 23 8.1.