RIS323204 Rekenkamerrapport Een helpende hand
Tekst van het document
30
verschillende definities de armoedepercentages weergegeven. Daarbij is telkens zichtbaar wat het armoedepercentage bij die definitie is in Nederland, in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag (zie figuur 6).
Armoedepercentages bij verschillende armoededefinities 25 20 15 10 5 0 Lage-inkomensgrens (2022) Nederland
Figuur 6
Sociaal minimum 130% (2022)
Nieuwe armoedegrens (2022)
Amsterdam
Den Haag
Rotterdam
Armoedepercentages27 bij verschillende definities van armoedexv
In dit onderzoek gebruiken we armoedecijfers op basis van de meetmethode van de lageinkomensgrens van het CBS28 (links in figuur 6). De motie waarin de raad de rekenkamer oproept tot onderzoek naar de hoge armoedecijfers is ook gebaseerd op deze lageinkomensgrens.xvi Er is nog geen data beschikbaar om Den Haag op het niveau van verschillende typen huishoudens te kunnen vergelijken met andere gemeenten op basis van de nieuwe armoedegrens (rechts in figuur 6). De ‘minimapopulatie’ waarover het college rapporteert in de Armoedemonitor is een bredere groep mensen. Dat komt doordat de gemeente Den Haag de groep mensen met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum aanhoudt om de minimapopulatie te beschrijven29 (midden in figuur 6).xvii De inkomensgrens voor de meeste armoederegelingen in Den Haag lag tot voor kort op een inkomen tot 130% van het sociaal minimum.xviii
27
De cijfers op basis van de nieuwe armoedegrens van 2024 (rechts in de grafiek) zijn met terugwerkende kracht berekend voor 2022 door het CBS. 28 Het CBS spreekt van een risico op armoede wanneer een huishouden een inkomen heeft onder de lage-inkomensgrens, en gebruikt hiervoor de termen ‘laag inkomen’ en ‘armoederisico’ door elkaar. 29 Naast het inkomen gaat de gemeente bij het bepalen van de minimapopulatie uit van een vermogen onder de bijstandsnorm.
31
Verschillende definities van armoede leiden dus tot variatie in het beeld van de omvang van armoede. De belangrijkste groepen met een hoog risico op armoede – zoals mensen met bijstand, eenoudergezinnen, laagopgeleiden en mensen met een migratieachtergrond – komen in de verschillende definities echter vergelijkbaar naar voren.xix Een uitzondering is de groep gepensioneerden. In 2022 lag het inkomen van mensen die uitsluitend AOW ontvangen, net als in voorgaande jaren, boven de lage-inkomensgrens. Het CBS ziet hen daarom niet als risicogroep.xx Met de inkomensgrenzen die de gemeente Den Haag hanteert voor de minimapopulatie, behoren de mensen die alleen van AOW leven wel tot de doelgroep voor de minimaregelingen. Zelfs als zij naast hun AOW een klein aanvullend pensioen hebben.
Hoge armoedecijfers drie grote steden door bevolkingssamenstelling Amsterdam, Rotterdam en Den Haag hebben relatief meer inwoners dan gemiddeld in Nederland bij wie sprake is van een of meer risicofactoren voor armoede. Dat komt doordat de bevolkingsopbouw in deze steden anders is dan in de rest van Nederland.xxi Utrecht is in deze vergelijking niet meegenomen, omdat daar de bevolkingssamenstelling, en daarmee de aanwezigheid van groepen met een hoger risico op armoede, afwijkt van de rest van de G4.xxii In de volgende paragrafen gaan we verder in op de verschillende risicofactoren voor armoede die meer voorkomen in Den Haag, Amsterdam en Rotterdam dan gemiddeld in Nederland. De twee belangrijkste factoren voor de kans op armoede zijn de bron van inkomsten en de gezinssituatie. Daarnaast spelen opleidingsniveau, gezondheid en herkomst een rol. In de praktijk komen risicofactoren ook samen voor. In Den Haag heeft bijvoorbeeld driekwart van de bijstandsontvangers geen startkwalificatie, ofwel een diploma dat een goede kans biedt op werk.xxiii Ook heeft de helft van de bijstandsontvangers gezondheidsproblemen.xxiv Door de stapeling van risicofactoren neemt de kans op armoede toe.
Groot aandeel mensen met kwetsbare bron van inkomen in Den Haag Mensen met uitkeringen uit sociale voorzieningen en mensen met weinig of flexibel, laagbetaald werk zijn kwetsbaar voor armoede. In Den Haag is het aandeel mensen met een bijstandsuitkering aanzienlijk hoger dan het Nederlands gemiddelde, net als in Amsterdam en Rotterdam. Van alle vormen van inkomen hebben mensen met een bijstandsuitkering in Nederland het vaakst een laag inkomen. Daarnaast zien we een laag inkomen vaak bij mensen met laagbetaald werk op flexibele basis of met een kleine werkweek. Hieronder beschrijven we bovengenoemde risico’s en gaan we in op de aanwezigheid van deze risicogroepen in grote steden zoals Den Haag.
32
Hoger risico op armoede bij bijstand en andere sociale uitkeringen Bijstandsontvangers30 hebben volgens het CBS het grootste armoederisico van alle sociaaleconomische groepen.xxv Dat komt doordat de hoogte van de bijstandsuitkering gekoppeld is aan het sociaal minimum. Bijstandsontvangers die recht hebben op aanvullende toeslagen zoals kinderbijslag en kindgebonden budget komen soms wel boven de lage-inkomensgrens uit.xxvi In Den Haag is volgens het CBS de kans op een laag inkomen binnen de groep mensen met een bijstandsuitkering hoger dan gemiddeld in Nederland. Landelijk had in 2022 namelijk 40% van de bijstandsontvangers een laag inkomen, en in Den Haag 45%.xxvii In Den Haag ligt, net als in Amsterdam en Rotterdam, het aandeel mensen met een bijstandsuitkering31 ruim boven het landelijke gemiddelde (zie figuur 7).xxviii
Percentage personen met een bijstandsuitkering 10% 9% 8% 7% 6% 5% 4% 3% 2% 1% 0%
Nederland Amsterdam Rotterdam Den Haag
2014
Figuur 7
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
Percentage inwoners met bijstandsuitkeringxxix
Ook ontvangers van een werkloosheids- of arbeidsongeschiktheidsuitkering lopen een verhoogd risico op armoede. Deze groepen zijn ten opzichte van het landelijk gemiddelde weliswaar niet groter in Den Haag, maar ze hebben in Den Haag wel een groter risico op
30
Naast de algemene bijstand die wordt verstrekt op grond van de Participatiewet zijn er nog drie aan de bijstand gerelateerde uitkeringen. Dit zijn uitkeringen vanuit de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere gewezen zelfstandigen en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). 31 In Figuur 7 is zichtbaar dat het aantal personen met een bijstandsuitkering tijdens de coronacrisis in 2020 tijdelijk toenam, en dat die stijging in de grote steden sterker was dan landelijk gemiddeld. Volgens het CBS is een mogelijk verklaring voor deze sterkere stijging dat het aantal jongere bijstandsontvangers en bijstandsontvangers met een migratieachtergrond in die periode naar verhouding meer toenam.
33
armoede.xxx Een mogelijke verklaring hiervoor is, dat zij vaker lagere inkomens uit werk hadden, waardoor ook hun uitkeringen lager uitvallen. In 2022 had in Den Haag 20,0% van de mensen met een werkloosheidsuitkering een laag inkomen tegen 12,4% gemiddeld in Nederland. En in datzelfde jaar had in Den Haag 13,1% van de mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering een laag inkomen tegen 9,3% landelijk gemiddeld.xxxi
Hoger risico op armoede bij weinig of flexibel laagbetaald werk Over het algemeen heeft de werkende bevolking in Nederland een laag risico op armoede (1,7% van de werkende bevolking had een laag inkomen in 2022).xxxii Toch zijn er binnen deze grote groep een aantal kwetsbare subgroepen die wel een laag inkomen hebben. Dit zijn vooral zelfstandigen, deeltijders en oproepkrachten.xxxiii Dit heeft te maken met een laag uurloon, een kleine werkweek, of een combinatie hiervan.xxxiv Zelfstandigen, en met name zzp’ers, lopen risico op een laag inkomen door een mogelijk te laag uurloon en door sterk wisselende inkomsten. Zzp’ers lopen risico doordat het werkelijke uurloon onder het minimumloon kan uitkomen.xxxv Landelijk komt een inkomenstekort van 15% of meer het vaakst voor bij zzp’ers.xxxvi Voor een deel van hen is dit geen probleem: het lage inkomen is meestal tijdelijk xxxvii en veel zelfstandigen hebben voldoende vermogen om een tijdelijk laag inkomen op te vangen.xxxviii Toch had in 2022 5,9% van de zzp’ers in Nederland een laag inkomen en dus risico op armoede.xxxix In Den Haag werken meer mensen als zzp’er dan gemiddeld in Nederland.
In 2022 was bijna 18% van de werkenden in Den Haag een zzp’er tegen 12% gemiddeld in Nederland.xl Mensen die in deeltijd werken en mensen met tijdelijke, onzekere (flex-)contracten hebben ook een hoger risico op een laag inkomen dan anderen.xli Mensen die in deeltijd werken hebben onder meer een hoger risico op armoede, omdat het minimumloon uitgaat van een volledige werkweek. Van de werkende armen in Nederland werkt ruim acht op de tien in deeltijd.xlii Voor mensen die werken op basis van tijdelijke contracten bestaan aanvullende risico’s. Zij zijn vaker tussentijds werkloos, vaker niet verzekerd tegen inkomensverlies door ziekte of arbeidsongeschiktheid, bouwen minder pensioen op en krijgen minder vaak scholing gericht op betere toekomstige inzetbaarheid.xliii We kunnen voor dit onderzoek niet vaststellen hoe het aandeel mensen met een tijdelijk contract of deeltijdwerk in Den Haag, Rotterdam en Amsterdam zich verhoudt tot het Nederlands gemiddelde; specifieke cijfers per stad zijn niet openbaar beschikbaar.
Groot aandeel eenoudergezinnen en alleenstaanden in Den Haag Eenoudergezinnen en alleenstaanden hebben een hoger risico op armoede dan andere huishoudens. Voor beide groepen speelt de afwezigheid van een verdienende partner een rol.xliv Deze groepen zijn in Den Haag, Amsterdam en Rotterdam groter dan gemiddeld in Nederland.
34
Eenoudergezinnen krijgen ondersteuning van het Rijk Eenoudergezinnen hadden in het verleden van alle huishoudens het grootste risico op armoede. Sinds 2015 is dit risico met een derde afgenomen, doordat deze doelgroep meer ondersteuning krijgt vanuit het Rijk met uitgebreide kindregelingen.xlv Desondanks heeft nog 9,2% van de eenoudergezinnen met kinderen onder de 18 jaar een laag inkomen.xlvi Oorzaken die daarvoor in onderzoek worden aangewezen zijn onder meer dat ouders van jonge kinderen vaak minder kunnen werken.xlvii Gezinnen met jonge kinderen hebben ook hogere uitgaven omdat er meer gezinsleden zijn.xlviii Het aantal eenoudergezinnen in Den Haag ligt lager dan Rotterdam en Amsterdam, maar is hoger dan het Nederlands gemiddelde (zie figuur 8).
Percentage eenoudergezinnen 35% 30%
Nederland
25%
Amsterdam
20%
Rotterdam Den Haag
15% 10% 2014
Figuur 8
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
Percentage eenoudergezinnen 2023, Bron CBSxlix
In grote steden wonen meer alleenstaanden Alleenstaanden hebben ook een groter risico op armoede dan het gemiddelde huishouden. 9,7% van de alleenstaanden tot de AOW-leeftijd heeft een laag inkomen. Vanaf de AOWleeftijd neemt dit af naar 2,1%.l Het percentage alleenstaanden in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag ligt hoger dan het landelijk gemiddelde. Voor Den Haag is dat 10% hoger dan het Nederlands gemiddelde (zie figuur 9).
35
Percentage alleenstaanden 60% 55% 50%
Nederland Amsterdam
45%
Rotterdam 40%
Den Haag
35% 30% 2014
Figuur 9
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
Percentage eenpersoonshuishoudens 2023, Bron CBSli
Opleidingsniveau, gezondheid en herkomst spelen rol bij armoederisico In Den Haag wonen meer mensen met een laag opleidingsniveau, mensen met een nietwesterse en Oost-Europese migratieachtergrond en mensen met gezondheidsproblemen dan gemiddeld in Nederland. Uit verschillende onderzoeken komt naar voren dat opleiding, herkomst en gezondheid factoren zijn die een rol kunnen spelen bij hogere armoedecijfers.
Armoede en lager opleidingsniveau kunnen elkaar versterken Armoede kan effect hebben op het opleidingsniveau. Zo kan armoede een negatief effect hebben op schoolprestaties en vergroot opgroeien in armoede de kans op vroegtijdig schoolverlaten.lii Andersom lopen mensen met een lager opleidingsniveau een hoger risico op armoede dan middelbaar en hoger opgeleiden. Een laag opleidingsniveau biedt beperktere mogelijkheden op de arbeidsmarkt.liii Jongeren zonder startkwalificatie hebben tien jaar na uitstroom minder vaak betaald werk, en werken vaker op tijdelijke basis dan jongeren die een mbo-diploma hebben gehaald.liv Lager opgeleiden hebben vaker een laag inkomen dan middelbaar en hoger opgeleiden.lv In 2022 had 7,5% van de laagopgeleiden in Nederland een laag inkomen (tegen 3,8% en 2,2% van de middelbaar en hoger opgeleiden).lvi Lager opgeleiden werken vaker in sectoren waarin lage lonen worden betaald en waar minder werkzekerheid is door flexibele contracten.lvii Mensen met een lager opleidingsniveau doen vaker fysiek belastend werk en hebben vaker gezondheidsproblemen.lviii In Den Haag en Rotterdam wonen iets meer lager opgeleiden dan gemiddeld in Nederland, in Amsterdam zijn dit er minder. Landelijk is 26,4% lager opgeleid, tegen 30,0% in Den Haag, 30,2% in Rotterdam en 21,9% in Amsterdam.lix
36
Veel verschillende risicofactoren bij mensen met migratieachtergrond Binnen de groep mensen met een migratieachtergrond32 hebben mensen met een nietwesterse migratieachtergrond en Oost-Europese arbeidsmigranten het grootste risico op armoede.lx In 2022 behoorde 13% van de huishoudens met een hoofdkostwinner met een niet-westerse migratieachtergrond tot de lage-inkomensgroep; drie keer zoveel als het gemiddelde van alle huishoudens (4,4%).lxi Dit heeft te maken met een samenkomst van risicofactoren binnen deze groep. Niet-westerse migranten van de eerste generatie hebben vaker een laag inkomen uit arbeidsongeschiktheids- of bijstandsuitkeringen.lxii Ook ongelijke toegang tot werk door een laag opleidingsniveau, lage taalvaardigheid en discriminatie vergroot de kans op armoede voor deze groep.lxiii Ouderen met een niet-westerse migratieachtergrond hebben vaker geen volledige AOW opgebouwd en geen of weinig aanvullend pensioen.lxiv Het percentage inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond is in Den Haag, net als in Rotterdam en Amsterdam, hoger dan het landelijk gemiddelde (zie figuur 10).
Percentage inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond 40,00% 35,00% Nederland
30,00%
Amsterdam 25,00%
Rotterdam Den Haag
20,00% 15,00% 2014
Figuur 10 CBSlxv
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
Percentage inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond 2022, Bron
Binnen de groep westerse arbeidsmigranten lopen vooral huishoudens met een kostwinner geboren in Bulgarije of Roemenië een verhoogd risico op armoede, omdat zij veelal
32
Een persoon heeft een migratieachtergrond als ten minste één van de ouders of hij/zij zelf in het buitenland is geboren.
37
laaggeschoold en laagbetaald werk33 doen.lxvi Daarbij hebben ze vaker een onzeker (tijdelijk) contract.lxvii In 2017 rapporteerde het CBS dat de laagste uurlonen in Nederland vooral werden betaald aan arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa.lxviii In 2024 was naar schatting 10%34 van de inwoners van Den Haag een arbeidsmigrant,lxix wat aanzienlijk hoger is dan het landelijk percentage. Dit is een schatting35, omdat veel arbeidsmigranten niet geregistreerd zijn en dus niet in statistieken naar voren komen.lxx Schattingen van het totale aantal arbeidsmigranten in Nederland variëren van 220.000 tot 735.000 en dus tussen de 1 en 4% van alle inwoners van Nederland.lxxi Aanleidingen voor het hogere aantal arbeidsmigranten in Den Haag liggen in de arbeidsmarkt in de Haagse omgeving. Arbeidsmigranten doen vaak seizoensgebonden werk in de landbouw, en doen ook structureel werk in de industrie, logistiek en voedselverwerking.lxxii Veel arbeidsmigranten die werkzaam zijn in de (glas)tuinbouw in het Westland wonen in Den Haag.lxxiii Behalve in de landbouw zijn arbeidsmigranten in de buurt van Den Haag onder andere werkzaam in de haven van Rotterdam, en bij levensmiddelen- en transportbedrijven.lxxiv
Financiële problemen en slechte gezondheid kunnen elkaar versterken Mensen met een laag inkomen hebben vaker een slechte gezondheid dan mensen met een hoger inkomen.lxxv Gezondheidsproblemen kunnen leiden tot lagere inkomsten doordat mensen minder kunnen werken en vaker afhankelijk zijn van een uitkering.lxxvi Gezondheidsproblemen hebben ook een negatieve invloed op opleiding, werk en maatschappelijke participatie.lxxvii Binnen de groep bijstandsontvangers in Den Haag is volgens het college gezondheid bijvoorbeeld de grootste belemmerende factor in de uitstroom naar werk.lxxviii Gezondheidsproblemen kunnen ook tot hogere uitgaven leiden door zorgkosten en bijkomende uitgaven aan vervoer en energie.lxxix Andersom kunnen financiële problemen stress veroorzaken of ertoe leiden dat mensen zorg mijden waardoor gezondheidsproblemen kunnen toenemen.lxxx
33
Ruim 70 tot 80 procent van werknemers geboren in Polen, Bulgarije, Roemenië en Hongarije heeft een uurloon onder de 15 euro. 34 Dit cijfer heeft betrekking op migranten die niet de Nederlandse nationaliteit hebben en die naar Nederland zijn gekomen om te werken. Dit omvat 28.445 geregistreerde en niet geregistreerde arbeidsmigranten. 35 Den Haag schat in dat ongeveer de helft van de arbeidsmigranten ongeregistreerd is. Dit zijn veelal arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa.
38
6. Invloed gemeente op armoedecijfers In dit hoofdstuk kijken we hoe de gemeente armoedecijfers kan beïnvloeden. We laten zien dat rijksbeleid en macro-economische ontwikkelingen de grootste invloed hebben op de hoogte van het inkomen en daarmee op het armoedecijfer. Gemeentelijke armoederegelingen hebben geen invloed op de armoedecijfers, maar ander gemeentelijk beleid heeft dat wel enigszins.
Armoedecijfers vooral beïnvloed door rijksbeleid en macro-economische ontwikkelingen Over het algemeen volgen de armoedecijfers de economische conjunctuur: tijdens een economische crisis stijgt het aandeel huishoudens met een inkomen onder de lageinkomensgrens, terwijl dit in tijden van economische voorspoed afneemt.i Ook recente crises zoals de coronacrisis (2020-2022) en de energiecrisis (2021-2023) hebben de inkomenspositie van bepaalde groepen tijdelijk of voor langere tijd beïnvloed.ii Volgens het CBS daalde de armoede in Nederland sinds 2019 door onder meer lagere werkloosheid en stijgende lonen, en door de verhoging van het minimumloon en de coronasteun- en energiemaatregelen.iii Armoedecijfers hangen ook samen met de hoogte van het minimumloon, toeslagen en uitkeringen, en fiscale regelingen. Het huishoudinkomen hangt mede af van de hoogte van deze bedragen. Het stelsel van inkomensvoorzieningen en toeslagen is rijksbeleid. Ook bepaalt de rijksoverheid het minimumloon.iv Herverdelingsbeleid is dus voorbehouden aan het Rijk, de gemeente kan in haar beleid enkel kleine inkomensoverdrachten opnemen.v Dit is zo vastgelegd om te voorkomen dat gemeenten het algemene inkomensbeleid van het Rijk doorkruisen.vi De mogelijkheid voor gemeenten om structureel het inkomen van hun inwoners te verhogen is daarom beperkt.
Om de armoedecijfers te verlagen moet het inkomen structureel toenemen of moeten (volgens de nieuwe armoededefinitie) de vaste lasten afnemen.36 Financiële bijdragen en voorzieningen uit gemeentelijke regelingen worden niet als inkomen meegeteld in de berekening van armoedecijfers.vii De gemeentelijke ondersteuning kan mensen helpen om uitgaven te besparen. Het gros van gemeentelijke regelingen verandert echter niets aan de
36
Bij het meten van de armoedecijfers volgens de lage inkomensgrens, die in dit rapport gebruikt worden, wordt enkel naar inkomen en vermogen gekeken. Bij de nieuwe methode om armoede te meten, die het CBS vanaf eind 2024 gebruikt worden ook vaste lasten meegenomen. Een uitleg van de verschillende armoedecijfers staat in bijlage 3.
39
uitgaven aan wonen, energie en zorg die in de nieuwe armoededefinitie worden meegenomen.37
Invloed gemeente op armoedecijfers door flankerend beleid Hierboven hebben we gezien dat gemeenten met armoederegelingen geen directe invloed kunnen uitoefenen op armoedecijfers. Via andere beleidsgebieden kunnen zij dat wel enigszins. De belangrijkste daarvan zijn door het uitvoeren van het sociale zekerheidsstelsel, beleid gericht op vaste lasten, het stimuleren van arbeidskansen, en onderwijs en zorg. Gemeenten hebben geen invloed op de waarde van uitkeringen en toeslagen, maar spelen een belangrijke rol in het zorgen dat mensen dit inkomen daadwerkelijk ontvangen. Gemeenten zijn medeverantwoordelijk voor de uitvoering van sociale zekerheid door bijstandsuitkeringen te verstrekken.viii Ook kan de gemeente mensen wijzen op toeslagen waar men recht op heeft. Uitkeringen en toeslagen hebben een directe invloed op het besteedbaar inkomen.ix Ook kunnen gemeenten mensen helpen een hoger inkomen te krijgen door hen naar werk te begeleiden.
Ze kunnen bijvoorbeeld de re-integratie van uitkeringsontvangers en de arbeidsdeelname van specifieke groepen stimuleren.x In bredere zin kan de gemeente werkzoekenden helpen zogenoemde persoonlijke hulpbronnen te versterken.xi Zo kunnen gemeenten werkzoekenden helpen vaardigheden te ontwikkelen die hun kansen op de arbeidsmarkt vergroten.xii Ook kunnen gemeenten gericht passende werkgelegenheid helpen creëren en discriminatie helpen tegengaan voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. xiii Daarbij moeten we aantekenen dat gemeenten ook op deze manier lang niet altijd invloed hebben op wat iemand kan verdienen. In Den Haag hoorde 80% van de mensen die uit de bijstand naar werk waren begeleid na anderhalf jaar nog steeds tot de minimapopulatie die recht hadden op armoederegelingen.xiv De gemeente kan ook beleid inzetten om prijzen voor vaste lasten te beperken.xv Beleid dat mensen helpt te besparen op woon-, energie- en zorglasten heeft invloed op armoede wanneer dit volgens de nieuwe armoededefinitie38 wordt gemeten. Dit kan bijvoorbeeld
37
De incidentele energiemaatregelen uit 2022 en 2023 vormen hierop een uitzondering. Deze tijdelijke toeslag verhoogde het jaarinkomen voor huishoudens in 2022 dusdanig dat de armoedecijfers dat jaar tijdelijk daalden. 38 De nieuwe meetmethode voor armoedecijfers kijkt niet enkel naar het inkomen, maar bekijkt of men voldoende inkomen heeft om noodzakelijke uitgaven te kunnen bekostigen. Hiervoor worden de kosten voor vaste lasten aan wonen, energie en zorg afgetrokken van het inkomen, om vast te stellen of er voldoende geld overblijft voor andere basisbehoeften. Voor uitleg over de meetmethode, zie bijlage 3.
40
beleid zijn dat zich richt op betaalbare huurwoningen.xvi Gemeenten kunnen ook lokale belastingen geheel of gedeeltelijk kwijtschelden.xvii
Invloed op kansengelijkheid met onderwijs-, gezondheid- en welzijnsbeleid Verschillende onderzoeken wijzen erop dat andere gemeentelijke beleidsdomeinen ook een positieve invloed kunnen hebben op armoede. Gemeenten kunnen bijdragen aan kansengelijkheid en risicopreventie met beleid op het gebied van onderwijs, zorg en sociale cohesie. Gemeenten kunnen investeren in onderwijs om kansengelijkheid te bevorderen.xviii Dit kan bijvoorbeeld door voorschoolse educatie en inzet op taal-, lees- en rekenvaardigheid. Ook kunnen gemeenten helpen met risicopreventie op het gebied van gezondheid, bijvoorbeeld door gezonde keuzes te stimuleren. xix Daarnaast heeft beleid om sociale cohesie te bevorderen in wijken invloed op kansengelijkheid, in het bijzonder van kinderen. Wanneer inwoners met een laag inkomen bij elkaar wonen, kunnen zij een hechte groep vormen waarin zij elkaar ondersteunen. xx Maar als veel kwetsbare mensen bij elkaar wonen kan een gebrek aan hulpbronnen in het sociale netwerk hun kansenongelijkheid vergroten,xxi en dit probleem ontstaat vooral wanneer de sociale verbindingen binnen een wijk afnemen.xxii De sociale omgeving heeft ook invloed op de onderwijskansen van kinderen. Kinderen die opgroeien in een kwetsbare wijk presteren gemiddeld slechter op school, stoppen vaker met school, en vertonen vaker ‘normoverschrijdend’ gedrag dan andere kinderen. xxiii
41
Bijlage 1: Vergelijking Haags armoedebeleid met basisbehoeften volgens het Nibud In hoofdstuk 1 bespreken we in hoeverre de regeling van de gemeente Den Haag in de opzet aansluiten op wat de doelgroep nodig heeft. Voor deze analyse hebben we de basisbehoeften van de minimadoelgroep naast de bestaande gemeentelijke ondersteuning gelegd. De basisbehoeften39 hebben wij overgenomen uit een overzicht van het Nibud.i Tabel 2 laat zien aan welke basisbehoeften het gemeentebeleid in Den Haag tegemoetkomt. We hebben voor elke basisbehoefte gekeken of de gemeente hier een (subsidie)regeling voor heeft. Daarvoor hebben we niet alleen naar het armoedebeleid gekeken, maar hebben we ook gekeken naar andere beleidsgebieden. Tabel 2 Beleid gemeente Den Haag per categorie basisbehoeften van het Nibud Categorie: Woning en inboedel Basisbehoefte
Beleidsveld gemeente
Koelkast, wasmachine, vriesvak of aparte vriezer, magnetron of oven
Armoedebeleid en woonbeleid
Goed geïsoleerde woning
Woonbeleid
Regelingen (en eventuele voorwaarden) Individuele inkomenstoeslag (bij 3 jaar lang een inkomen tot 110% van het sociaal minimum)ii Bijzondere bijstand (bij individuele bijzondere en noodzakelijke kosten)iii Subsidieregeling geldzorgen en geldproblemen, verstrekking via Sociale Fondsen Den Haagiv Duurzame cadeaukaart vanuit DSO wonen (toelating via Ooievaarspas)v Verduurzamingssubsidie voor woningeigenaren vanuit DSO wonen (toelating via Ooievaarspas)vi Direct bespaaractie voor huurdersvii Hulp bij initiatiefrecht voor huurdersviii
39
Deze items zijn noodzakelijk voor huishoudens op het bestaansminimum volgens onderzoek van het Nibud. Het Nibud maakte dit overzicht op basis van een steekproefonderzoek onder zowel minimahuishoudens als de bredere bevolking.
42
Goed onderhouden woning
Schuldenbeleid en woonbeleid
Lening Gemeentelijke Kredietbank voor woningeigenaren (tot 130% van het sociaal minimum)ix Prestatieafspraken met woningcorporatiesx Naleving besluit bouwwerken leefomgevingxi
Elk kind een eigen slaapkamer Geen gemeentelijk beleid voor Voldoende daglicht in woning
Geen gemeentelijk beleid voor
Woning in veilige buurt
Woonbeleid
Balkon of tuin
Geen gemeentelijk beleid voor
Investeringen in de verbetering van leefbaarheid en veiligheid in Den Haag Zuidwestxii
Categorie: Televisie, internet en telefonie Basisbehoefte
Beleidsveld gemeente
Televisie
Armoede- en schuldenbeleid
Elk gezinslid vanaf 18 jaar een eigen smartphone Elk gezinslid vanaf 18 jaar een eigen computer, laptop of tablet
Regelingen (en eventuele voorwaarden) Individuele inkomenstoeslag (bij 3 jaar lang een inkomen tot 110% van het sociaal minimum)xiii Bijzondere bijstand (bij individuele bijzondere en noodzakelijke kosten)xiv Lening Gemeentelijke Kredietbank (tot 130% van het sociaal minimum)xv
Geen gemeentelijk beleid voor40 Geen gemeentelijk beleid voor
Internettoegang
Geen gemeentelijk beleid voor
Televisieabonnement met commerciële zenders
Geen gemeentelijk beleid voor
Categorie: Verzekeringen Basisbehoefte
Beleidsveld gemeente
Regelingen (en eventuele voorwaarden)
Tandartsverzekering
Armoedebeleid
Haagse Zorgverzekering VGZxvi
Aanvullende zorgverzekering
Armoedebeleid
Haagse Zorgverzekering VGZxvii
40
Stichting Leergeld verstrekt wel een smartphone aan brugklassers.
43
Inboedelverzekering
Geen gemeentelijk beleid voor
Vrijwillige Geen gemeentelijk beleid voor aansprakelijkheidsverzekering Uitvaartverzekering
Geen gemeentelijk beleid voor
Categorie: Vervoer Basisbehoefte
Beleidsveld gemeente
Regelingen (en eventuele voorwaarden) Subsidieregeling geldzorgen en geldproblemen,xviii verstrekking via Stichting Leergeld (voor kinderen vanaf 8 jaar),xix Stichting Leren Doen (voor kinderen vanaf 8 jaar) en het Jeugdeducatiefonds. Subsidieregeling geldzorgen en geldproblemen, verstrekking via Kindpakket via Stichting Leergeld (voor kinderen vanaf 8 jaar),xx Sociale Fondsen Den Haag,xxi Stichting Leren Doen (voor kinderen vanaf 8 jaar) en het Jeugdeducatiefonds.
Elk gezinslid van 4 tot 12 jaar een eigen fiets
Armoedebeleid
Elk gezinslid vanaf 12 jaar een eigen fiets
Armoedebeleid
Auto als het gezin buiten de stad woont
N.v.t. in Den Haag, geen gemeentelijk beleid voor
Categorie: Voeding en andere uitgaven Basisbehoefte
Beleidsveld gemeente
Iedere dag een volwaardig ontbijt
Armoedebeleid
Iedere dag 250 gram groente en twee stuks fruit
Armoedebeleid
Iedere dag een warme maaltijd Armoedebeleid en met vlees, vis of aanpalend beleid vleesvervanger
Regelingen (en eventuele voorwaarden) Subsidieregelingen geldzorgen en geldproblemen,xxii verstrekking via Voedselbank Haaglanden. Subsidieregelingen geldzorgen en geldproblemen,xxiii verstrekking via Voedselbank Haaglanden. Warme maaltijdvoorziening voor ouderen, langdurig zieken en mensen met een beperking (toegang via Ooievaarspas).xxiv Subsidieregelingen geldzorgen en geldproblemen,xxv verstrekking via Broodexpres, Sociale Fondsen, Vers & Vrij, en Voedselbank. Subsidieregeling eten en ontmoeten (voor organisaties),xxvi verstrekking via Stichting VanHarte en Stichting Al Masar.
Categorie: Sociale participatie Basisbehoefte
Beleidsveld gemeente
Regelingen (en eventuele voorwaarden) 44
Boeken of gezelschapsspellen Armoedebeleid
Schoolreisjes waarvoor een ouderbijdrage nodig is
Armoedebeleid en aanpalend beleid
Jaarlijks een week op vakantie gaan
Armoedebeleid
Viering van speciale dagen
Armoedebeleid
Gratis bibliotheek lidmaatschap via Ooievaarspasxxvii Speelgoedbeurs via Ooievaarspas (voor kinderen tot 12 jaar)xxviii Subsidieregeling geldzorgen & geldproblemen, verstrekking via Jeugdeducatiefonds (voor scholen)xxix Subsidieregeling primair onderwijs (voor scholen)xxx Subsidieregeling geldzorgen en geldproblemen, vergoeding van vakantiekampen voor kinderen tot 18 jaar via Stichting Leergeldxxxi Subsidieregeling geldzorgen en geldproblemen, Speelgoedbon via Stichting Leergeld (voor kinderen van 4 t/m 12 jaar)xxxii
45
Bijlage 2: Overzicht acties college voor verbeteren toegankelijkheid Deze bijlage geeft een overzicht van alle door de rekenkamer gevonden activiteiten van het college op het gebied van toegankelijkheid. Dit overzicht wordt behandeld in hoofdstuk 3. Hoewel het overzicht is aangevuld door de ambtelijke organisatie, is dit waarschijnlijk geen uitputtend overzicht. Het kan ook zijn dat sommige activiteiten dubbel genoemd staan. Waar mogelijk hebben we dit aangeven.
Ordening activiteiten college naar deelaspecten toegankelijkheid We hebben een overzicht gemaakt van verbeteractiviteiten van het college. Deze hebben we geordend aan de hand van zes deelaspecten van toegankelijkheid die we hebben ontleend aan een kader van de Arbeidsinspectie.41 We hebben gekeken welke concrete acties42 het college de afgelopen vijf jaar heeft ondernomen om de toegankelijkheid van de armoederegelingen te verbeteren. i Hiervoor hebben we jaarrekeningen, beleidsstukken en interne rapportages van 2020 tot 2025 bekeken en bij de ambtelijke organisatie gevraagd welke acties er misten. We hebben hierbij specifiek gekeken naar verbeteracties gericht op de toegankelijkheid van de gemeentelijke armoederegelingen. Verbeteracties die betrekking hebben op de algehele dienstverlening van de gemeente, de algemene bijstandsuitkering, of op andere hulp bij geldzaken zoals schuldhulp en financiële dienstverlening hebben wij niet meegenomen. In Tabel 3 staat het overzicht van de acties die de gemeente Den Haag heeft uitgevoerd om de toegankelijkheid van de armoederegelingen te verbeteren, geordend per aspect van toegankelijkheid van de Arbeidsinspectie. De tabel geeft per blok een overzicht van de acties van het college op één van de zes aspecten, die zijn opgedeeld in thematische deelaspecten.
41
Dit overzicht is nadrukkelijk geen compleet en sluitend overzicht van alle activiteiten van de gemeente. Het is bedoeld om de belangrijkste aandachtspunten van de gemeente in kaart te brengen en inzichtelijk te maken op welke gebieden er meer of minder aandacht is. 42 We hebben hierin de acties die het college uitvoert binnen het programma Vergroten Bereik meegenomen (zie ook de volgende paragraaf over het bereik van de regelingen). De uitvoering van het Programma Vergroten bereik loopt nog in 2025.
46
Tabel 33 Verbeteractiviteiten van het college per aspect van toegankelijkheid Bereikbaarheid: Inwoners weten waar zij zich moeten melden met een hulpvraag Deelaspect
Concrete acties • • • •
Toegangspunten zijn duidelijk en transparant
• • • • • • • • • • • • •
Toegangspoorten (telefonisch, digitaal en fysiek) zijn vindbaar en laagdrempelig
• • • • • • •
Impuls visuele communicatie en meertalige communicatieii Teksten op taalniveau A2iii Leidraad Communicatie SZW voor gebruik van duidelijke taaliv Content-wasstraat voor brieven: brieven worden herschreven & getoetstv Meertalige animatiefilmpjes in de wijkvi Nieuwe animatie over de Haagse Zorgverzekeringvii Verbetering van communicatie energietoeslagviii Stadsbrede campagne Niemand Verdient Geldzorgen: vergroten van de zichtbaarheid van Helpdesk Geldzakenix Verwijzing naar Helpdesk Geldzaken en Ondernemersportaal in communicatiex Betere overdracht van kredietbank naar Helpdesk Geldzakenxi Vergroten zichtbaarheid spreekuur zonder afspraak op het Cromvlietpleinxii Actie Buurtbakkie in Moerwijkxiii Pilot Laak: routekaart welke hulp is er en waar moet ik zijnxiv De Helpdesk Geldzaken op 48 verschillende locatiesxv Helpdesk Geldzaken vestigen op plekken waar mensen al komenxvi Mogelijk nieuwe locaties Helpdesk Geldzaken op plekken waar zorgvragen een link met bestaanszekerheid hebbenxvii Noodzakelijke investeringen om het gewenste serviceniveau te waarborgen van onze gemeentelijke kanalen (balie, telefoon, website)xviii Onderzoek avondopenstelling en videobellen bij Helpdesk Geldzaken voor beter bereik werkenden xix Pilot Laak: Helpdesk Geldzaken locatie in Laak toegankelijker maken met inloopspreekurenxx Verbeteren communicatie voor ondernemersxxi Programma
Ondernemersdienstverlening, waar armoede en schulden onderdeel van zijn Jongerenpunten070: informatiepunt werk en uitkering jongerenxxii Openingstijden fruitweg voor Dak- en thuisloze mensen verruimd en A&I balies heringerichtxxiii Trainen van sleutelfiguren om het contact te zijn tussen inwoner en onze dienstverleningxxiv 47
• •
Verbeteren informatievoorziening en digitaal aanvragen d.m.v. klantreisxxv Alle productpagina's IO op basis van inzichten uit Klantreisanalyses aanpassenxxvi
Bekendheid regelingen vergroten: Niet-gebruik door onbekendheid tegengaan Deelaspect
Concrete acties • • • • •
• Inwoners goed informeren en attenderen op regelingen via algemene kanalen
• • • • • • • • • •
Inwoners goed informeren en attenderen op regelingen tijdens contactmomenten met inwoners
• •
Stadsbrede campagne Niemand Verdient Geldzorgen (eerder ook genoemd)xxvii Video’s over de armoederegelingen op vindplaatsen zoals huisartsen, billboards, etc.xxviii Kiezen voor doelgroepen in communicatieactiviteitenxxix Bekendheid en het gebruik van de beschikbare regelingen een speerpunt maken in wijkagenda’s en actieplannen van investeringsgebiedenxxx Extra inzet bereiken ondernemers: via nieuwsbrieven vanuit de afdeling economie en via voorlichtingsbijeenkomsten bij ondernemers- of brancheverenigingenxxxi Extra communicatie over armoederegelingen tijdens de energiecrisisxxxii Verschillende campagnes voor Haagse zorgverzekeringxxxiii Campagnes ‘vraag energietoeslag aan’xxxiv Campagne energiearmoedexxxv Training energiecoaches om geldproblemen te herkennenxxxvi Folder naar alle Haagse inwoners met informatie over energiebesparing en armoederegelingenxxxvii Via Haagse Preventie Aanpak (HPA) vergroten kennis van financiële hulpverlening onder maatschappelijke partnersxxxviii Partnerpagina op denhaag.nl met meer informatie, interne contactgegevens en extra bestandenxxxix Betere communicatie naar wijkverpleegkundigen en WMO-instellingen t.b.v.
bereik chronisch zieken en gehandicaptenxl Pilot Laak: sessie met sleutelfiguren over verbeteren overdracht Helpdesk Geldzakenxli Op basis van het energietoeslagbestand is een gericht aanbod gedaan aan werkende armen die eerder geen regelingen gebruikten, gevolgd door gesprekken over hun behoeftenxlii Bestandsvergelijking invalide parkeerpas om hen te attenderen op Tegemoetkoming Chronisch Zieken en Gehandicaptenxliii Bestandsvergelijking 3 jaar bijstand voor ambtshalve toekennen van Individuele Inkomenstoeslagxliv 48
•
Bestandsvergelijking tussen de Energietoeslag en de Ooievaarspas bracht 15.000 mogelijk gerechtigden aan het licht. In Laak zijn 200 huishoudens zonder Ooievaarspas maar mét energietoeslag benaderd met een briefxlv • Helpdesk Geldzaken was aanwezig bij buurtbijeenkomsten over energiebesparing en verduurzamingxlvi • Ooievaarspas zichtbaar op het Brugklasfestival van Stichting Leergeld, tijdens de evenementen Olympische Spelen op het strand en de Haagse Stadsspelenxlvii • In 1x goed geholpen: bij ieder contactmoment bespreken we de financiële situatie en de mogelijkhedenxlviii • Pilot aanwezigheid inkomensconsulent voor brede uitvraag bij Helpdesk Geldzakenxlix Complexiteit regelingen: Voorkomen van afschrikwekkende aspecten in de voorwaarden van regelingen Deelaspect Tegengaan van nietgebruik door angst voor terugvordering
Concrete acties •
• Tegengaan van nietgebruik door wirwar aan regelingen
• • • •
Tegengaan van complexe aanvraagprocedures
•
• • • Tegengaan van uiteenlopende definities
•
Uitstroompakket voor bijstandsgerechtigden die aan het werk gaan. Op basis van het nieuwe inkomen bekeken op welke regelingen nog recht is, en eventuele aanpassingen van lopende regelingen worden in gang gezetl Vereenvoudigen minimabeleid door het harmoniseren en beperken van het aantal regelingenli Inwoners kunnen gebruik maken berekenuwrecht.nl.lii Checklist Op DenHaag.nl om te zien voor welke regelingen bewoners in aanmerking komenliii Harmoniseren toegang armoederegelingen via Ooievaarspas, bijvoorbeeld gratis OV voor AOW’ers, kindpakketliv Ooievaarspas als verificatiemiddel voor andere gemeentelijke regelingen zoals inruilregeling dieselauto’s, brommers en fietsenlv Ontwikkeling applicatie waarbij bewoners met DigiD kunnen inloggen. Hiermee kan de gemeente (met toestemming van bewoners) zelf de relevante informatie opvragen en het recht vaststellenlvi Onwikkeling clickable PDF, op langere termijn komt er één aanvraagprocedurelvii Bij het eerst contactmoment de (financiële) situatie te toetsen en de mogelijkheden te besprekenlviii Vereenvoudigen van de armoederegelingen door het wijzigen van ons beleid zodat de normen en berekeningen over de hele linie zo veel mogelijk gelijk zijnlix Uniform inkomensbegrip: aansluiten bij de Participatiewet en vereenvoudiging van inkomensgrenzen door inkomen af te zetten tegen de van toepassing zijnde bijstandsnormlx 49
Administratieve (over)belasting: Voorkomen van administratieve (over)belasting voor de aanvrager Deelaspect
Concrete acties •
• • • • Wegnemen van belemmeringen in regelgeving en beleid
• •
• • • • • Wegnemen van organisatorische belemmeringen
• • •
Wegnemen van administratieve belemmeringen
•
Vereenvoudigen van de armoederegelingen door het wijzigen van ons beleid zodat de normen en berekeningen over de hele linie zo veel mogelijk gelijk zijnlxi (eerder ook genoemd) Criteria en inkomens- en vermogensbegrippen herzien (wat wordt wel/niet tot inkomen en vermogen gerekend)lxii Vergroten doelgroep: aanpassing criteria Ooievaarspas en Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicaptenlxiii Actualisatie beleidsregels Bijzondere bijstand: inzet op een bredere en eenvoudigere toegankelijkheid, zowel inhoudelijk als administratieve last voor inwonerslxiv Actualisatie Leidraad voor de Bijzondere Bijstand: vereenvoudigde inkomensnormen, terugbrengen aantal vormen van bijzondere bijstand, woninginrichting als gift en hanteren NIBUD prijzengidslxv Mogelijk maken dat mensen met een schuld bij zorgverzekeraar toch over kunnen stappen naar de Haagse zorgverzekeringlxvi G4 lobby richting het rijk voor aanpassing regeling kinderopvang i.v.m. sociaal/medische indicatie zodat deze beter aansluit bij de problematiek van de doelgroeplxvii Brief in G4-verband aan het demissionaire kabinet waarin wordt aangedrongen op een fundamentele herziening van de Participatiewet m.b.t.
complexiteit en hardheidlxviii G4 lobby richting het rijk voor toegankelijke voorschoolse voorziening voor alle kinderenlxix Lobby richting het rijk dat het inkomensbeleid van het kabinet ontoereikend islxx Doorbraaklab om over wetten, diensten en organisatiegrenzen heen doorbraken te realiserenlxxi Ontwikkeling verbeteraanpak voor verbetering van kwaliteit van uitvoering en dienstverlening. Input is de beleving van burgers en medewerkers met dienstverleninglxxii Nieuwe aanpak dienstverlening en kwaliteit op basis van eerdere verbeteraanpakkenlxxiii Ontwikkeling werkwijze om inwoners in één keer goed te helpenlxxiv Ontwikkeling clickable PDF, op langere termijn komt er één aanvraagprocedurelxxv (eerder genoemd) Verbeteren en toegankelijker maken van aanvraagformulier Ooievaarspas via MijnDenhaag, zo hoeft men niet meer een inkomensspecificatie én een bankafschrift te overhandigenlxxvi 50
• •
• • • • Eenduidig communiceren Niet-zelfredzame burgers ondersteunen bij hun aanvraag
• • •
Digitalisering aanvraagprocedure bijzonder bijstand voor bewindvoerderslxxvii Ontwikkeling applicatie waarbij bewoners met DigiD kunnen inloggen. Hiermee kan de gemeente (met toestemming van bewoners) zelf relevante informatie opvragen en het recht vaststellenlxxviii (eerder genoemd) Bewijsstukken uploaden en de status volgen in de MijnDenHaag-omgevinglxxix Pilot met het ministerie, UWV en belastingdienst waarbij we 1 telefoonnummer hanteren voor inwonerslxxx Ambtshalve toekennen van aantal armoederegelingen d.m.v. bestandsvergelijkinglxxxi (eerder genoemd) Automatisch recht op Ooievaarspas voor alle erkende minderjarige kinderen van Haagse pashouderslxxxii Ontwikkeling Gesprekskaart 'Welke stappen te nemen’lxxxiii Leidraad SZW inwonerscommunicatie 2.0lxxxiv Hulp van Helpdesk Geldzaken en de Advies- & Informatiebalie bij aanvragen en informatie aanvullende regelingenlxxxv
Houding uitvoerders: Voorkomen van niet-gebruik door houding van uitvoerders Deelaspect
Concrete acties • • •
Pilot Gastvrije ontvangst en uitrol van resultatenlxxxvi Gastvrije en extra veilige omgeving fruitweglxxxvii Aandacht voor de toon waarmee gecommuniceerd wordt met specifieke groepen zoals ondernemers en jongerenlxxxviii • Gesprekken met de cliëntenraad, Haagse jongeren en belangenorganisaties en ervaringsdeskundigen om de Professionals samenwerking te verbeterenlxxxix behandelen • Algemene trainingen op houding gedrag, integriteit maar inwoners met ook leiderschapxc respect • In taalgebruik maken we essentiële keuzes: we hebben het over mensen met een laag inkomen; niet over armoede, we hebben het over Ooievaarsregelingen; niet over armoederegelingen, we hebben het over geldzorgen en geldproblemen; niet over financiële problemen en hulp vragen positief framen, als teken van kracht en het nemen van verantwoordelijkheid. xci Continuïteit dienstverlening: Voorkomen van problemen door onderbrekingen in het aanvraagproces Deelaspect
Concrete acties •
Zorgen dat toegang tot voorzieningen op tijd komt
•
Versterkte inzet coronacrisis: op gang brengen distributiepakketten voedselbank, PC’s voor thuisonderwijsxcii Maatwerkbudget, voor maatwerk op het moment dat er zich een probleem voordoetxciii 51
• Voorkomen van wisselende contactpersonen
•
• Voorkomen van vertraging • Voorkomen van financiële problemen door discontinuïteit in dienstverlening
•
Pilot met het ministerie, UWV en belastingdienst waarbij we 1 telefoonnummer hanteren voor inwonersxciv (eerder genoemd) Pilot: Inwoners in één keer helpen met minder contactpersonen door bij toegang financiële hulpverlening en inkomensondersteuning samen aan te biedenxcv Directie IPV stuurt op de voortgang van geformuleerde doelen, stuurt bij in het geval van lagere doorlooptijden of daling van percentage bereik etc. Verder monitort directie verschillende wettelijke taken waardoor vertraging in processen wordt voorkomenxcvi Verstrekking van noodvoorzieningen vanuit het Haags Noodfonds om (ex-)asielzoekers te helpenxcvii Verstevigen inzet Helpdesk Geldzaken. Noodzakelijke investeringen om gewenste serviceniveau te waarborgen van onze gemeentelijke kanalen (balie, telefoon, website)xcviii (eerder genoemd)
52
Bijlage 3: Uitleg verschillende armoededefinities In deze bijlage geven we een overzicht van de verschillende armoededefinities die in Nederland worden gebruikt. We leggen per cijfer uit hoe deze wordt berekend en geven inzicht in de verschillende inkomens- en vermogensgrenzen aan de hand van drempelbedragen voor verschillende huishoudens.
Meerdere armoedecijfers in gebruik tot 2024 Praten over armoedecijfers kan tot verwarring leiden. Tot eind vorig jaar kende armoede in Nederland geen eenduidige definitie. Dit leidt tot uiteenlopende antwoorden op de vraag hoeveel armoede er is in Nederland. Deze cijfers bespreken hetzelfde fenomeen, maar in feite rapporteren ze over verschillende dingen. Vanaf eind 2024 hebben de belangrijkste onderzoeksinstellingen afgesproken om te rapporteren over armoede aan de hand van dezelfde maatstaf: de nieuwe meetmethode armoede. Er zal echter een verschil blijven bestaan tussen het landelijke armoedecijfer en de percentages die het college rapporteert in de Armoedemonitor. De doelgroep uit de Armoedemonitor komt niet één op één overeen met de groep mensen die onder de armoedegrens valt. In de Armoedemonitor rapporteert het college niet zozeer over het armoedepercentage in Den Haag, maar over de doelgroep van de armoederegelingen. De doelgroep voor armoederegelingen is groter dan de groep mensen onder de armoedegrens, omdat men recht heeft op deze ondersteuning tot 130% (of soms 150%) van het sociaal minimum.
Verschillende manieren om armoede te meten in Nederland Het CBS, Nibud en SCP hanteerden tot eind 2024 ieder een eigen methode om armoedecijfers te berekenen. Deze meetmethoden zijn allemaal gebaseerd op de hoogte van het inkomen, maar de armoedegrens varieert per instantie. Dat komt doordat elke instantie naar iets anders kijkt om de armoedegrens te bepalen. Ook verschillen de gehanteerde drempelbedragen voor vermogen.
De lage inkomensgrens van het CBS Het meest gebruikte armoedecijfer in rapportages over armoede in Nederland is het ‘risico op armoede’ van het CBS. Het CBS spreekt van een risico op armoede wanneer een huishouden een inkomen heeft onder de lage-inkomensgrens, en gebruikt hiervoor de termen ‘laag inkomen’ en ‘armoederisico’ als inwisselbaar.i De lage-inkomensgrens is gekoppeld aan de hoogte van de bijstand in 1979, en wordt jaarlijks geïndexeerd. Op die manier reflecteert de lage-inkomensgrens een vast koopkrachtniveau over de tijd. De gemeenteraad refereert bij de vraag in de motie Rekenkameronderzoek efficiency armoedebeleid (RIS 317583) waarom Den Haag koploper armoede is aan het armoedecijfer op basis van de lage inkomensgrens van het CBS.ii 53
De Nibud basisbegroting Het Nibud berekent normbedragen voor verschillende uitgavenposten. Aan de hand van deze normbedragen maakt het Nibud een basisbegroting. Hierin staat per type huishouden wat zij minimaal nodig hebben om alle noodzakelijke uitgaven te kunnen doen.iii Deze voorbeeldbegroting leidt niet tot een armoedecijfer an sich, maar kan wel worden gebruikt om vast te stellen wanneer een huishouden een toereikend inkomen heeft. Het Nibud gebruikt de basisbegroting in de Minima-effectrapportage voor de Gemeente Den Haag. In deze rapportage wordt per type huishouden bekeken of de basisbegroting sluitend is bij gebruik van alle gemeentelijke inkomensondersteuning.iv
Het niet-veel-maar-toereikend criterium van het SCP In haar onderzoeken over armoede hanteert het SCP twee eigen maatstaven die zijn gebaseerd op de basisbegroting van het Nibud. Het SCP rapporteert aan de hand van de Nibud basisbegroting hoeveel huishoudens onvoldoende inkomen hebben om rond te komen, en daarmee tot de groep mensen in armoede behoren. Het SCP onderscheid twee budgetten. Het basisbehoeftenbudget is het bedrag dat nodig is om kosten voor alle onvermijdbare zaken te dekken.v Het niet-veel-maar-toereikend-budget is ruimer en houdt rekening met kosten voor sociale inclusie en participatie.vi
Nieuwe meetmethode armoede In 2024 hebben het CBS, Nibud en SCP een nieuwe, eenduidige meetmethode voor armoede vastgesteld.vii Daarmee spreken zij af om vanaf nu allemaal te rapporteren over armoede aan de hand van deze maatstaf. Bij deze nieuwe meetmethode wordt gekeken of men voldoende inkomen heeft om noodzakelijke uitgaven te kunnen bekostigen. Dit wordt vastgesteld door te kijken naar het inkomen en vermogen en hier de kosten voor vasten lasten aan wonen, energie en zorg vanaf te trekken.viii Als na het betalen van vaste lasten onvoldoende overblijft voor andere basisbehoeften wordt een huishouden als arm beschouwd. Waar mogelijk wordt hierbij gebruik gemaakt van data over de daadwerkelijke uitgaven van huishoudens, en bij ontbrekende data gebruikt men lokale normbedragen.
Wettelijk sociaal minimum Het sociaal minimum is de beleidsmatige armoedegrens en wordt vastgesteld door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.ix Dit is volgens het ministerie het minimale dat iemand nodig heeft om rond te komen in de samenleving. Aan de hand van het wettelijk sociaal minimum bepaalt de overheid de hoogte van de bijstandsuitkering. Gemeenten gebruiken het wettelijk sociaal minimum voor de inkomensgrens van lokale armoederegelingen. Inwoners hebben recht op lokale inkomensafhankelijke regelingen als ze een inkomen tot een bepaald percentage van het wettelijk sociaal minimum verdienen. Het verschilt per gemeente welke grens wordt gehanteerd.x Ook in Den Haag is het recht op ondersteuning gekoppeld aan het sociaal minimum.xi
54
Bijlage 4: Bronnen
Hoofdstuk 1 i
RIS317583 Motie Rekenkameronderzoek efficiency armoedebeleid, de gemeenteraad, 23 december
2023. ii
RIS317583 Motie Rekenkameronderzoek efficiency armoedebeleid, de gemeenteraad, 23 december
2023. i
RIS315197 Raadsmededeling Bijlage Aanpak Geldzorgen en Geldproblemen 2022 – 2023, College van
Burgemeester en Wethouders, 11 april 2023, p. 8. ii
RIS319849 Raadsmededeling Bijlage Aanpak Geldzorgen en Geldproblemen 2023-2024, College van
Burgemeester en Wethouders. September 2024. iii
Een zeker bestaan: Naar een toekomstig stelsel van het sociaal minimum Rapport I, Commissie
Sociaal Minimum. 30 juni 2023, p. 97; Kansrijk armoedebeleid, CPB en SCP, 2020, p. 179. iv
RIS319849 Raadsmededeling Bijlage Aanpak Geldzorgen en Geldproblemen 2023-2024, College van
Burgemeester en Wethouders, september 2024, p. 10. v
Verordening Individuele Inkomenstoeslag 2015 gemeente Den Haag 2015, 2015. Geraadpleegd op
Verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Den Haag 2015 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl). vi
Individuele inkomenstoeslag aanvragen, Website Gemeente Den Haag (datum onbekend).
Geraadpleegd op 4 maart 2025, zie: Individuele inkomenstoeslag aanvragen - Den Haag vii
Beleidsregel minimavoorzieningen en bijzondere bijstand Gemeente Den Haag 2015, 2015, artikel 8.
Geraadpleegd op beleidsregels minimavoorzieningen en bijzondere bijstand gemeente den haag 2015 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl). viii
Beleidsregel minimavoorzieningen en bijzondere bijstand Gemeente Den Haag 2015, 2015, artikel
13-20. Geraadpleegd op beleidsregels minimavoorzieningen en bijzondere bijstand gemeente den haag 2015 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) ix
Beleidsregel minimavoorzieningen en bijzondere bijstand Gemeente Den Haag 2015, 2015, artikel 9.
Geraadpleegd op beleidsregels minimavoorzieningen en bijzondere bijstand gemeente den haag 2015 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl). x
Vergoeding langdurig zieken of gehandicapten, website gemeente Den Haag (datum onbekend).
Geraadpleegd op 4 maart 2025, zie: Vergoeding langdurig zieken of gehandicapten - Den Haag xi
Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Den Haag 2024, 2024. Geraadpleegd op
Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Den Haag 2024 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl). xii
Beleidsregel minimavoorzieningen en bijzondere bijstand Gemeente Den Haag 2015, 2015, artikel 6.
Geraadpleegd op beleidsregels minimavoorzieningen en bijzondere bijstand gemeente den haag 2015
55
| Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl); Verordening maatschappelijke participatie van kinderen 2012, 2016. Geraadpleegd op Verordening maatschappelijke participatie van kinderen 2012 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl). xiii
Alle kinderen gelijke kansen, website Stichting Leergeld, (datum onbekend),
https://www.leergelddenhaag.nl/, geraadpleegd op: 8 april 2024. xiv
Subsidieregeling tegemoetkoming kosten peuteropvang Den Haag 2019, 2024. Geraadpleegd op
Subsidieregeling tegemoetkoming kosten peuteropvang Den Haag 2019 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) xv
Gratis identiteitskaart voor jonge Ooievaarspashouders aanvragen, website gemeente Den Haag
(datum onbekend), Gratis identiteitskaart voor jonge Ooievaarspashouders aanvragen - Den Haag, geraadpleegd op: 28 mei 2025. xvi
Beleidsregel minimavoorzieningen en bijzondere bijstand Gemeente Den Haag 2015, 2015, artikel 7.
Geraadpleegd op beleidsregels minimavoorzieningen en bijzondere bijstand gemeente den haag 2015 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl). xvii
Korting op de dagelijkse maaltijd, website Ooievaarspas (datum onbekend), Korting op de
dagelijkse maaltijd - Ooievaarspas, geraadpleegd op 28 mei 2025. xviii
Duurzame Cadeaukaart voor Ooievaarspashouders, website gemeente Den Haag (datum
onbekend), Duurzame Cadeaukaart voor Ooievaarspashouders - Den Haag, geraadpleegd op: 28 mei 2025. xix
Tegemoetkoming dierenartskosten, website Ooievaarspas (datum onbekend), Tegemoetkoming
dierenartskosten - Ooievaarspas, geraadpleegd op 28 mei 2025. xx
Wat is genoeg om van te leven? Van den Brakel, M. en Vandewal, E. CBS, Nibud en SCP. 17 oktober
2024. xxi
Individuele inkomenstoeslag aanvragen, website Gemeente Den Haag (datum onbekend),
Individuele inkomenstoeslag aanvragen - Den Haag, geraadpleegd op: 22 mei 2025. Leidraad Individuele Bijzondere Bijstand 2024, Gemeente Den Haag, juli 2024, p 6; Duurzame cadeaukaart aanvragen, website Duurzame Cadeaukaart (datum onbekend), Cadeaukaart aanvragen - Duurzame Cadeaukaart Den Haag, geraadpleegd op: 22 mei 2025; SFDH helpt in de volgende situaties, website Sociale Fondsen Den Haag (datum onbekend), Situaties, geraadpleegd op: 22 mei 2025. xxii
Haagse zorgverzekering bij VGZ, website gemeente Den Haag (datum onbekend), Haagse
zorgverzekering bij VGZ - Den Haag, geraadpleegd op: 22 mei 2025. xxiii
Subsidie geldzorgen en geldproblemen, website gemeente Den Haag (datum onbekend), Subsidie
geldzorgen en geldproblemen aanvragen - Den Haag, geraadpleegd op: 22 mei 2025; Winterkledingpas, website Stichting Leergeld (datum onbekend), Winterkledingpas, geraadpleegd op: 22 mei 2025; Fiets, website Stichting Leergeld (datum onbekend), Fiets, geraadpleegd op: 22 mei
56
2025; SFDH helpt in de volgende situaties, website Sociale Fondsen Den Haag (datum onbekend), Situaties, geraadpleegd op: 22 mei 2025. xxiv
Gratis lid met ooievaarspas, website Bibliotheek Den Haag (datum onbekend), Gratis lid met
ooievaarspas, geraadpleegd op: 22 mei 2025. xxv
Speelgoedbon, website Leergeld Den Haag (datum onbekend), Speelgoedbon, geraadpleegd op: 22
mei 2025. Stichting Sintvoorieder1, website Sintvoorieder1 (datum onbekend), Stichting Sintvoorieder1 | Over de stichting | Wat we doen, geraadpleegd op: 22 mei 2025. xxvi
Gratis reizen met de Ooievaarspas, website gemeente Den Haag (datum onbekend), Gratis reizen
met de Ooievaarspas - Den Haag, geraadpleegd op: 22 mei 2025. xxvii
Informatie over Ooievaarsregelingen, website Ooievaarspas (datum onbekend), Informatie over
Ooievaarsregelingen - Ooievaarspas, geraadpleegd op: 22 mei 2025. xxviii
Informatie over Ooievaarsregelingen, website Ooievaarspas (datum onbekend), Informatie over
Ooievaarsregelingen - Ooievaarspas, geraadpleegd op: 22 mei 2025. xxix
RIS316050 Collegebesluit Gelijke kansen voor Zuidwest. College van Burgemeester en Wethouders,
26 september 2023. xxx
Reactie ambtelijke organisatie.
xxxi
Wat kun je aanvragen?, website Stichting Leergeld (datum onbekend), Wat kun je aanvragen?,
geraadpleegd op: 22 mei 2025. xxxii
Individuele inkomenstoeslag aanvragen, website Den Haag (datum onbekend), Individuele
inkomenstoeslag aanvragen - Den Haag, geraadpleegd op: 22 mei 2025. xxxiii
Geld lenen bij de Gemeentelijke Kredietbank, website gemeente Den Haag (datum onbekend),
Geld lenen bij de Gemeentelijke Kredietbank - Den Haag, geraadpleegd op: 22 mei 2025. xxxiv
Bijzondere bijstand, website gemeente Den Haag (datum onbekend), Bijzondere bijstand - Den
Haag, geraadpleegd op: 22 mei 2025. xxxv
Individuele inkomenstoeslag aanvragen, website Den Haag (datum onbekend), Individuele
inkomenstoeslag aanvragen - Den Haag, geraadpleegd op: 27 mei 2025. Hoofdstuk 2 i
Verschillen in gemeentelijk Minimabeleid: Vergelijking van 20 gemeenten, Nibud. November 2024,
p.19. ii
Gemeentelijke regelingen, website Nibud (datum onbekend), Gemeentelijke regelingen - Nibud,
geraadpleegd op: 27 mei 2025; Een zeker bestaan. Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum Rapport I, Commissie Sociaal Minimum. 30 juni 2023, p. 125. iii
Een zeker bestaan. Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum, Commissie Sociaal
Minimum. 28 september 2023, p. 139. Verschillen in gemeentelijk Minimabeleid: Vergelijking van 20 gemeenten, Nibud. November 2024, p.19.
57
iv
Verschillen in gemeentelijk Minimabeleid: Vergelijking van 20 gemeenten, Nibud. November 2024, p.
6. v
Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid, Instituut voor Publieke Economie. Januari 2025; Dashboard
gemeentelijke armoederegelingen, website IPE (7 juli 2025). Geraadpleegd op 2 september 2025. Dashboard gemeentelijke armoederegelingen — Instituut voor Publieke Economie. vi
Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum Rapport II, Commissie Sociaal
Minimum, 28 september 2023. vii
Wat kan het beleid aan armoede doen? Vrooman, C. In: Armoede in kaart. Sociaal en Cultureel Planbureau. 27 september 2016, p. 101. viii Een zeker bestaan. Naar een toekomstig stelsel van het sociaal minimum Rapport I, Commissie Sociaal Minimum. 30 juni 2023, p. 141. ix
Een zeker bestaan. Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum Rapport II,
Commissie Sociaal Minimum, 28 september 2023, p. 140. Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid, Instituut voor Publieke Economie. Januari 2025, p. 15. x
Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid, Instituut voor Publieke Economie. Januari 2025, p.40
xi
Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid, Instituut voor Publieke Economie. Januari 2025, p. 40.
xii
Een zeker bestaan. Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum Rapport II,
Commissie Sociaal Minimum, 28 september 2023, p. 131. xiii
Verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Den Haag 2015. Geraadpleegd op Verordening
Individuele Inkomenstoeslag gemeente Den Haag 2015 | Lokale wet- en regelgeving xiv
Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid, Instituut voor Publieke Economie. Januari 2025, p. 40.
xv
Invordering en Kwijtschelding. Website VNG (datum onbekend). Geraadpleegd op 13 mei 2025, zie:
Invordering en Kwijtschelding | VNG xvi
Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Den Haag 2024, 2024, artikel 4, lid a
xvii
Verschillen in gemeentelijk Minimabeleid: Vergelijking van 20 gemeenten, Nibud. November 2024,
p.8; Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid, Instituut voor Publieke Economie. Januari 2025, p.9 & 40; Minimaregelingen in de achttien Friese gemeenten, Planbureau Fryslân. September 2024; RIS319849 Bijlage Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2024. College van Burgemeester en Wethouders. 15 maart 2024. xviii
Een zeker bestaan. Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum Rapport II,
Commissie Sociaal Minimum. 28 september 2023, p. 125. xix
Een zeker bestaan. Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum Rapport II,
Commissie Sociaal Minimum. 28 september 2023, p. 132. xx
Invordering en Kwijtschelding, website VNG. Geraadpleegd op 14 mei 2025, zie: Invordering en
Kwijtschelding | VNG xxi
Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid, Instituut voor Publieke Economie. Januari 2025, p. 20.