CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323180 Bijlage OmbudsmanDenHaag-Rapport-Koos gemeente de juiste aanpak

Commissie Bestuur 24 september 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken11.989 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT - Gemeentelijke ombudsman

Koos de gemeente de juiste aanpak bij onderzoek? Klacht over reputatieschade ondernemer

Datum

Dossiernummer

juli 2025

2024-0106

Auteur B. Vegter

Inhoudsopgave

1. Samenvatting Tijdlijn 2. Het oordeel van de Ombudsman Den Haag

3 4 6

Klacht 1: Schending van de goede naam van verzoekers zoon

6

Klacht 2: Het onderzoek is onzorgvuldig en duurt veel te lang

9

Klacht 3: De klachtbehandeling

13

3. Conclusie

15

4. Aanbevelingen

16

Bijlage 1 - Verslag van Bevindingen

17

1.1 Aanleiding

17

1.2 De behandeling van verzoekers klacht bij de gemeente

19

1.3. Het verzoek tot onderzoek bij de Gemeentelijke Ombudsman

24

1.4. Onderzoeksgegevens

26

1.5. Reacties op het verslag van Bevindingen

34

Bijlage 2 – Wetteksten en aanverwante informatie

39

2.1 Subsidieregeling digitalisering midden- en klein bedrijf Den Haag

39

2.2. Algemene subsidieverordening Den Haag 2020

40

2.3 Informatieprotocol van de gemeente en Berenschot

42

2.4 Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus

44

Eindnoten

45

2 / 45

1. Samenvatting Onderzoek van de gemeente naar het handelen van verzoekers zoon bij de subsidieaanvragen De gemeente heeft een subsidieregeling ingesteld om ondernemers te ondersteunen bij verbetering van hun website. Verzoekers zoon kan als tussenpersoon subsidieaanvragen indienen voor ondernemers. De gemeente schrijft op 4 april 2023 aan verzoekers zoon dat hij 24 subsidieaanvragen heeft ingediend. De gemeente stelt hem in die brief op de hoogte dat zij onderzoek instelt naar aanleiding van signalen dat hij mogelijk niet in lijn heeft gehandeld met wet- en regelgeving. De gemeente schrijft dat het doel van het onderzoek is een reconstructie te maken van feiten en omstandigheden inzake de subsidieaanvragen. De gemeente schrijft ook dat het adviesbureau Berenschot het onderzoek uitvoert. De gemeente vraagt aan verzoekers zoon om mee te werken aan het onderzoek. In de brief staat ook dat het onderzoek strikt vertrouwelijk is. De gemeente schrijft tegelijkertijd, op 4 april 2023, ook een brief aan de klanten van verzoekers zoon voor wie hij een subsidie aanvraag heeft gedaan. Hierin schrijft zij dat de gemeente Berenschot de opdracht heeft gegeven onderzoek te doen en vraagt de medewerking van de ondernemers.

In de brief staat dat de reden van het onderzoek is dat de gemeente signalen heeft ontvangen dat verzoekers zoon mogelijk niet in lijn heeft gehandeld met wet- en regelgeving. Adviesbureau Berenschot voert het onderzoek uit. Berenschot stopt het onderzoek en geeft de opdracht terug aan de gemeente met een vertrouwelijke notitie van 14 juni 2023. Klachten van verzoeker en reactie van de gemeente Verzoeker klaagt er over dat de inhoud van de brief van 4 april 2023 aan zijn klanten VITYXEXMIIRHEEVQIInjRERGMʶPIWGLEHIZIVSSV^EEOXZSSV^MNR^SSRSQHEXHIOPERXIR van zijn zoon niets meer met hem te maken willen hebben. De gemeente erkent dat zij deze brief wat neutraler had kunnen schrijven en vindt deze klacht daarom deels gegrond. De gemeente vindt de klacht over de wijze van onderzoek en de klachtbehandeling ongegrond.

3 / 45

Oordeel van de Ombudsman De Ombudsman oordeelt dat verzoekers klacht op alle punten gegrond is. De gemeente mag onderzoeken of de ondernemer de subsidie (terecht) heeft gekregen. Maar de gemeente mag niet aan de klanten van verzoekers zoon schrijven dat hij zich mogelijk niet aan de wet- en regelgeving houdt voordat een onderzoek hiernaar is gestart. Dit wekt de indruk dat de gemeente hem verdenkt van fraude, waardoor hij reputatie schade opliep. Hiermee heeft zij een te zwaar middel ingezet. Daarbij komt dat het onderzoek geen bewijs tegen verzoekers zoon opleverde, maar dat de gemeente de ondernemers hierover niet informeert. Dit is in strijd met het beginsel van evenredigheid, fair play en transparantie. De Ombudsman doet (onder meer) de volgende aanbevelingen: Schrijf alsnog een brief aan de desbetreffende ondernemers, met een kopie aan verzoeker, waarin de gemeente aangeeft wat de uitkomst van het onderzoek is geweest, en welke zinsneden over verzoekers zoon onjuist waren, met in achtneming van dit rapport.

Tijdlijn Voor de leesbaarheid volgt hier eerst een opsomming van de gebeurtenissen. }

In de eerste helft van 2022 ontvangt de gemeente 24 nagenoeg dezelfde subsidieaanvragen op grond van de Subsidieregeling digitalisering midden- en klein bedrijf Den Haag. De gemeente keurt een aantal aanvragen goed en wijst aan aantal aanvragen af.

}

De gemeente kondigt in een brief van 4 april 2023 aan verzoekers zoon, en in een brief van dezelfde datum aan zijn klanten, aan onderzoek in te stellen naar het handelen van verzoekers zoon bij de subsidieaanvragen.

}

Op 12 april 2023 stuurt verzoeker een mail aan de gemeente dat dit onderzoek de goede naam van zijn zoon schaadt.

}

Op 8 mei 2023 stopt Berenschot het onderzoek voortijdig en geeft de opdracht terug aan de gemeente met een notitie van 14 juni 2023 (met advies over de behandeling van subsidieaanvragen) die de gemeente als vertrouwelijk aanmerkt.

4 / 45

}

Op 16 juni 2023 ontvangt de gemeente de eerste klacht van verzoeker dat dit onderzoek van Berenschot de goede naam van zijn zoon schendt en dat dit hem HEEVSQOPERXIROSWXIRnjRERGMʶPIWGLEHIXSIFVIRKX

}

Op 17 juli 2023 verstrekt de gemeente in reactie op verzoekers klacht informatie aan verzoeker over de aanleiding voor het onderzoek en bericht hem dat zij de elf goedgekeurde subsidie aanvragen nader gaat onderzoeken.

}

Verzoeker en zijn zoon voeren op 1 augustus 2023 een klachtgesprek met de gemeente.

}

Op 15 augustus 2023 vult verzoeker zijn klacht aan met een klacht dat de gemeente het onderzoek niet met de nodige zorgvuldigheid is gestart en heeft uitgevoerd en dit onderzoek niet is gestopt.

}

De gemeente verklaart op 20 december 2023 alle klachten ongegrond. De gemeente schrijft dat zij bezig is met het verdere onderzoek naar de goedgekeurde subsidie aanvragen. Daarna dient verzoeker een klacht in bij de Ombudsman Den Haag.

}

Op 30 april 2024 start de Ombudsman een onderzoek.

}

De gemeente heeft in juni 2024 bij een aantal ondernemers de subsidie ingetrokken, nadat zij hen eerst een voornemen tot herziening heeft gestuurd.

}

Op 2 juli 2024 schrijft de gemeente aan de Ombudsman in reactie op de klacht dat het onderzoek van Berenschot onvoldoende bewijs opleverde van strafbare feiten voor een succesvolle aangifte tegen verzoekers zoon. En biedt aan om de ondernemers een brief te schrijven dat zij geen vervolgstappen tegen hem zet.

}

Op 17 december 2024 bericht de gemeente dat zij verzoekers wens om aan de ondernemers een rehabilitatiebrief te schrijven in overweging heeft genomen. Deze brief is tot op heden niet verstuurd naar de ondernemers.

5 / 45

2. Het oordeel van de Ombudsman Den Haag Klacht 1: Schending van de goede naam van verzoekers zoon Klachtformulering Verzoeker klaagt erover dat de gemeente met een brief van 4 april 2023 onderzoek is gestart, waarmee de gemeente de goede naam van zijn zoon heeft geschaad, door in de brief van 4 april 2023 aan klanten van zijn zoon te schrijven dat de gemeente aanwijzingen heeft dat zijn zoon mogelijk niet in lijn heeft gehandeld met wet- en regelgeving, en dat zij wil worden geadviseerd over mogelijke vervolgstappen. Daarmee wekte de gemeente volgens verzoeker de indruk dat zij hem verdacht van fraude. De Ombudsman toetst aan de behoorlijkheidsnorm evenredigheid De overheid kiest om haar doel te bereiken een middel dat niet onnodig ingrijpt in het leven van de burger en dat in evenredige verhouding staat tot dat doel. De gemeente maakt steeds een afweging of een minder zwaar middel kan worden ingezet voor het doel dat zij wil bereiken. De gemeente moet voorkomen dat een burger onevenredig nadeel heeft van de maatregelen die de overheid neemt. Overwegingen De gemeente heeft de Subsidieregeling digitalisering midden- en kleinbedrijf Den Haag ingesteld om ondernemers te ondersteunen bij verbetering van hun website. De gemeente ontvangt in de eerste helft van 2022 van 24 ondernemers (ongeveer) dezelfde subsidieaanvragen.

Deze regeling sluit niet uit dat een tussenpersoon de aanvraag bij de gemeente indient voor ondernemers. Verzoekers zoon is als digitaliseringsleverancier tussenpersoon. En kon als tussenpersoon de aanvraag voor de ondernemer indienen. De gemeente keurt een aantal aanvragen goed en wijst de overige aanvragen af. Het staat vast dat de gemeente op 4 april 2023 een brief stuurt aan klanten van verzoekers zoon. Daarin schrijft de gemeente dat zij signalen heeft ontvangen dat verzoekers zoon mogelijk in strijd heeft gehandeld met wet- en regelgeving. En dat zij daarom het onderzoek uitdrukkelijk niet instelt naar de handelwijze van de ondernemer (de aanvrager van de subsidie), maar naar verzoekers zoon. Ook schrijft de gemeente dat zij wil worden geadviseerd over mogelijke vervolgstappen. De gemeente kondigt

6 / 45

het onderzoek diezelfde dag ook aan bij verzoekers zoon en schrijft in de brief dat het onderzoek strikt vertrouwelijk is. De gemeente informeert hem echter niet over de brief aan zijn klanten. Verzoeker krijgt de (geanonimiseerde) brief aan de ondernemers na een Woo-verzoek. De afdeling integriteit van Adviesbureau Berenschot (hierna Berenschot) voert dit onderzoek uit. Verzoeker stelt in zijn klacht van 16 juni 2023 dat dit onderzoek reputatie- en daarmee njRERGMʶPIWGLEHIZIVSSV^EEOXZSSV^MNR^SSRSQHEXHIOPERXIRZER^MNR^SSRHSSVHI^I brief niets meer met zijn zoon te maken willen hebben. De gemeente vindt de klacht (in het onderzoek van de Ombudsman) deels gegrond. Zij erkent dat zij de brief van 4 april 2023 neutraler had kunnen schrijven. Dat wil zeggen zonder de naam van verzoekers zoon expliciet te noemen. De gemeente ontkent dat zij negatief over verzoekers zoon is geweest en dat hij hierdoor schade heeft geleden. De gemeente geeft (op 17 juli 2023) als reden voor het onderzoek dat (in 2022) het bedrijf van verzoekers zoon betrokken was bij 24 nagenoeg dezelfde subsidieaanvragen, waarvan er 11 waren goedgekeurd. Na de goedkeuring ontstond het vermoeden van oneigenlijk gebruik van de subsidieregeling. De gemeente laat ook weten dat de aanvragen kwamen van een in 2019 opgeheven bedrijf van verzoeker en dat een aantal ondernemers niet wist van een aanvraag.

Daarom dacht de gemeente dat verzoekers zoon zelf (op eigen initiatief) alle aanvragen had ingediend, en wilde zij weten of het subsidiegeld juist was besteed. De gemeente moet inderdaad, zoals zij zelf ook zegt, toezien op de juiste besteding van het subsidiegeld. Verzoeker betwist dit overigens niet. Zeker als de gemeente 24 min of meer dezelfde aanvragen ontvangt, kan de Ombudsman zich voorstellen dat zij wil nagaan of de aanvrager de subsidie (terecht) heeft ontvangen. Daarbij rijst overigens voor de Ombudsman wel de vraag hoe het kan dat de gemeente aanvragen met dezelfde tekst zowel toekent als afwijst. De Algemene Subsidie Verordening (zie de bijlage 2) biedt in artikel 27 ruimte voor deze nadere controle. Dit betekent dat de gemeente kan controleren of de aanvrager de subsidie inderdaad heeft gekregen (en of dit terecht is geweest). Hieruit volgt dat de gemeente in de brief van 4 april 2023 aan de ondernemer had moeten volstaan met de

7 / 45

mededeling dat zij onderzoek instelt naar de gang van zaken over de subsidieverlening, omdat zij wil weten of de ondernemer (als aanvrager) de subsidie heeft ontvangen (en goed heeft besteed). De gemeente had in die brief dan ook achterwege moeten laten dat het onderzoek uitdrukkelijk alleen gaat over verzoekers zoon en niet over de ondernemer. En had beslist niet in die brief mogen schrijven dat zij signalen heeft dat verzoekers zoon zich mogelijk niet aan wet- en regelgeving houdt voor de start van een onderzoek of dit daadwerkelijk het geval is. Dit wekt namelijk de indruk dat de gemeente denkt dat verzoekers zoon fraudeert. Overigens blijkt uit het onderzoek van de Ombudsman dat de gemeente inderdaad met dit onderzoek bewijzen wilde vinden van strafbare feiten, omdat zij aangifte tegen hem wilde doen. Hiermee schendt de gemeente de goede naam van verzoekers zoon. Door deze mededelingen in deze brief aan zij klanten zet de gemeente een te zwaar middel in, dat onnodig ingrijpt in het leven van verzoekers zoon, met reputatieschade als gevolg. De gemeente heeft hiermee gehandeld in strijd met het beginsel van evenredigheid.

Daar komt nog bij dat de gemeente in de brief aan verzoeker van 4 april 2023 aankondigt dat het onderzoek strikt vertrouwelijk is, terwijl de gemeente tegelijkertijd een brief schrijft aan de klanten van verzoekers zoon dat zij signalen heeft ontvangen dat hij niet conform wet- en regelgeving heeft gehandeld. En de gemeente verzoekers zoon daarnaast niet informeert over deze brief aan zijn klanten. De Ombudsman vindt dit kwalijk. Door enerzijds vertrouwelijkheid toe te zeggen, lijkt de gemeente de toezegging te doen aan verzoekers zoon dat dit een intern onderzoek is. Maar dat is echter helemaal niet het geval. Hiermee zet de gemeente verzoekers zoon in een kwaad daglicht, achter de rug van verzoekers zoon om. Van een betrouwbare overheid mag worden verwacht dat de gemeente hem hierover op zijn minst op de hoogte had gesteld. De onderzochte gedraging is niet behoorlijk.

8 / 45

Klacht 2: Het onderzoek is onzorgvuldig en duurt veel te lang Klachtformulering Verzoeker klaagt erover dat de gemeente onvoldoende haar verantwoordelijkheid heeft genomen voor een zorgvuldige uitvoering van het onderzoek en om de mogelijk schadelijke gevolgen voor zijn zoon te voorkomen dan wel te beperken; en het onderzoek naar zijn zoon tot op heden (te weten de start van het onderzoek van de Ombudsman op 30 april 2024) nog niet heeft afgerond. De Ombudsman toetst aan de behoorlijkheidsnorm fair play De overheid geeft de burger de mogelijkheid om zijn procedurele kansen te benutten en zorgt daarbij voor een eerlijke gang van zaken. De gemeente heeft een open houding waarbij de burger de gelegenheid krijgt zijn standpunt en daarbij horende feiten naar voren te brengen en te verdedigen en het tegenovergestelde standpunt te bestrijden (hoor en wederhoor). De gemeente speelt daarbij open kaart en geeft actief informatie over de procedurele mogelijkheden die de burger kan benutten. Overwegingen De gemeente verklaart de klacht ongegrond. De gemeente geeft hierover aan dat zij van mening is dat het onderzoek van Berenschot een intern vooronderzoek is, dat dient om de feiten vast te stellen binnen een normenkader. De Ombudsman ziet dit anders, gelet op de overwegingen bij klacht 1.

Als de gemeente dit onderzoek ziet als een intern (voor)onderzoek, dan had zij dit ook als zodanig moeten aankondigen bij de klanten van verzoekers zoon. Namelijk als onderzoek om na te gaan of de ondernemer de subsidie (terecht) heeft ontvangen. Zeker als zij de feiten nog moet vaststellen. Daar geeft de Verordening het normenkader voor. Overigens staat in de brief van 4 april 2023 niet welk normenkader de gemeente bedoelt, dan wel wat de status of de wettelijke grondslag is van het onderzoek. Volgens de gemeente heeft Berenschot dit onderzoek zorgvuldig uitgevoerd. Maar maakten verzoeker en zijn zoon geen gebruik van hoor en wederhoor en wilden zij niet meer meewerken aan het onderzoek.

9 / 45

Volgens verzoeker kreeg hij geen informatie van de gemeente of van Berenschot waar hij op kon reageren. Daarom wilden hij en zijn zoon vervolgens niet meer meewerken. Voor zover de Ombudsman bekend heeft de gemeente (al dan niet via Berenschot) niet aangeboden om inhoudelijke informatie over het onderzoek met verzoeker te delen. Zo werden gespreksverslagen van interviews met de klanten van verzoeker niet opgesteld dan wel gedeeld met verzoekers en zijn zoon. Daarom is voor de Ombudsman niet duidelijk welke hoor en wederhoor de gemeente hier in gedachten had. En daarmee evenmin op welke manier verzoeker en zijn zoon zich konden verdedigen. Bovendien heeft Berenschot het onderzoek voortijdig stopgezet en heeft de opdracht aan de gemeente teruggegeven met een notitie van 14 juni 2023, die de gemeente als vertrouwelijk aanmerkt. Deze notitie is niet gedeeld met verzoeker en zijn zoon. Dit onderzoek leverde onvoldoende bewijs op van strafbare feiten voor een succesvolle aangifte tegen verzoekers zoon, zo liet de gemeente de Ombudsman op 2 juli 2024 weten. Berenschot geeft in de notitie van 14 juni 2023 aan de gemeente ook leerpunten over hoe zij een subsidieaanvraag kan registreren en beoordelen.

Verder schrijft de gemeente op 17 juli 2023 aan verzoeker naar aanleiding van zijn klacht wat de aanleiding was van het onderzoek van Berenschot (te weten de twijfel vanwege de 24 aanvragen), en dat zij de goedgekeurde subsidieaanvragen nader gaat onderzoeken, omdat deze na een eerste toets niet voldoen aan de subsidievoorwaarden. Dit betekent ten eerste dat de gemeente op 14 juni 2023 weet dat er onvoldoende bewijs is tegen verzoekers zoon van strafbare feiten, en dus ook behoort te weten dat zij de naam van verzoekers zoon ten onrechte heeft genoemd in de brief van 4 april 2023 aan zijn klanten. Dit nog los van het feit dat de gemeente dit onderzoek niet zo had mogen aankondigen, zoals hiervóór is overwogen. En ten tweede dat de gemeente in elk geval vanaf 17 juli 2023 weet dat zij de goedgekeurde aanvragen alsnog gaat beoordelen, en dat die beoordeling los staat van mogelijk frauduleus handelen van verzoekers zoon.

10 / 45

De Ombudsman vindt het belangrijk dat de gemeente een onderzoek dat mogelijk nadelige gevolgen heeft voor een burger niet langer laat voortduren dan strikt noodzakelijk is. Daarom mag van de gemeente worden verwacht dat zij snel na 14 juni 2023 aan de ondernemers een brief schrijft waarin zij aangeeft wat het onderzoek naar verzoekers zoon heeft opgeleverd, om zo de negatieve gevolgen van de brief 4 april 2023 voor hem alsnog te beperken. Zeker omdat de gemeente in de brief van 4 april 2023 schrijft dat zij wil worden geadviseerd over mogelijke vervolgstappen. De gemeente schrijft hierbij niet tegen wie die vervolgstappen zouden gelden, maar aannemelijk is dat zij verzoekers zoon bedoelt. Ook mag van de gemeente worden verwacht dat zij het nadere onderzoek naar de goedgekeurde aanvragen alsnog voortvarend uitvoert. Voor zover de Ombudsman bekend heeft de gemeente tot op heden de ondernemers die de brief van 4 april 2023 hebben ontvangen, noch verzoekers zoon bericht over de uitkomst van dit onderzoek.

Verder valt de Ombudsman hierbij op dat de gemeente op 2 juli 2024 (tijdens het onderzoek van de Ombudsman) aanbiedt om aan verzoekers zoon een brief te schrijven waarin de gemeente aangeeft dat de casus is afgesloten zonder stappen richting verzoekers zoon (wat de gemeente op 14 juni 2023 al wist op basis van de notitie van Berenschot), maar hier dan op 17 december 2024 op terugkomt. Dan geeft de gemeente aan deze brief nog te willen schrijven. Verder is de Ombudsman ondanks navraag niet bekend welk nader onderzoek de gemeente naar de goedgekeurde aanvragen heeft uitgevoerd na 17 juli 2023. Alleen is bekend dat de gemeente in juni 2024 een aantal goedgekeurde subsidie aanvragen alsnog intrekt. De gemeente heeft hiermee verzoekers zoon geen mogelijkheid gegeven om zich te verdedigen gedurende het onderzoek en laat deze situatie van onzekerheid en reputatieschade nodeloos lang voortduren. De gemeente heeft hiermee gehandeld in strijd met het beginsel van fair play.

11 / 45

De onderzochte gedraging is op dit punt niet behoorlijk. Dit leidt tot de volgende aanbeveling: 1. Schrijf alsnog zo snel mogelijk een brief aan de ondernemers die de brief van 4 april 2023 hebben ontvangen, met een kopie aan verzoeker, waarin de gemeente aangeeft wat de uitkomst van het onderzoek is geweest, en erkent dat zij het onderzoek niet zo had mogen aankondigen en welke zinsneden over verzoekers zoon onjuist waren, met in achtneming van dit rapport.

12 / 45

Klacht 3: De klachtbehandeling Klachtformulering Verzoeker klaagt tot slot over de klachtbehandeling. Hij vindt dat de gemeente zijn klachten van 16 juni 2023 en 15 augustus 2023 onvoldoende zorgvuldig heeft behandeld, onder meer omdat de gemeente geen hoor en wederhoor heeft toegepast en zijn klachten onjuist heeft geformuleerd. De Ombudsman toetst aan de behoorlijkheidsnorm transparantie De overheid is in haar handelen open en voorspelbaar, zodat het voor de burger duidelijk is waarom de gemeente bepaalde dingen doet. Transparantie vereist van de overheid een open houding. De overheid zorgt ervoor dat burgers inzicht kunnen hebben in de procedures, die tot beslissingen leiden en het hoe en waarom ervan. Overwegingen De gemeente verklaart deze klacht ongegrond. Zij is van mening dat zij de klacht zorgvuldig heeft behandeld en dat zij met het klachtgesprek van 1 augustus 2023 hoor en wederhoor heeft toegepast. Verzoekers klacht komt erop neer dat hij geen antwoord krijgt op zijn vragen en zorgen over de schadelijke gevolgen van het onderzoek naar zijn zoon. Tijdens het klachtgesprek van 1 augustus 2023 kon hij deze vragen en zorgen niet bespreken en kreeg hij geen antwoorden. Daarom beschouwt hij dit klachtgesprek niet als een hoor en wederhoor gesprek. Hij had ook over zijn tweede klacht een gesprek willen voeren met de gemeente.

De gemeente geeft (behalve op 17 juli 2023 over de aanleiding van het onderzoek naar verzoekers zoon) geen nadere informatie over de inhoud van dit onderzoek. De gemeente gaat tijdens het klachtgesprek niet inhoudelijk in op zijn zorgen en vragen over het onderzoek naar zijn zoon. Vervolgens nodigt de gemeente verzoeker niet uit om over zijn tweede klacht te praten. De gemeente zegt deze klacht namelijk als aanvulling op de eerste klacht te beschouwen en niet als een apart klachtonderdeel dat zij nog met verzoeker moet bespreken.

13 / 45

De Ombudsman kan zich indenken dat het gesprek van 1 augustus 2023 voor verzoeker onvoldoende is geweest voor hoor en wederhoor, omdat hij zijn zorgen en vragen over het onderzoek naar zijn zoon niet kon bespreken en hierover evenmin informatie kreeg. Als de gemeente geen reden ziet om verzoeker nader te spreken over zijn tweede klacht, omdat zij die beschouwt als een voortzetting van de eerste klacht, dan had zij dat duidelijk moeten aangeven. Dan had verzoeker daarop kunnen reageren. Ook had de gemeente verzoeker de gelegenheid moeten geven om te reageren op de informatie van de betrokken ambtenaren, die de gemeente in het kader van haar klachtonderzoek heeft gehoord. De gemeente heeft de verklaringen van deze ambtenaren niet van tevoren aan verzoeker toegestuurd, maar pas samengevat weergegeven in reactie op zijn klacht, te weten in de brief van 20 december 2023. Dit betekent dat de gemeente onvoldoende met verzoeker inhoudelijk in gesprek is gegaan over zijn klacht. Daarom heeft zij onvoldoende hoor en wederhoor toegepast. Bovendien reageert de gemeente pas na zes maanden op verzoekers eerste klacht. Dit is laat, omdat de gemeente in haar reactie niet ingaat op verzoekers zorgen over de mogelijke schadelijke gevolgen van dit onderzoek naar zijn zoon en op zijn vraag hoe de gemeente deze gevolgen gaat voorkomen of beperken. Dat was nu juist de reden van zijn klacht.

Hiermee heeft de gemeente geen open houding getoond. Zoals hiervóór onder klacht 1. en 2. is overwogen, was hier wel alle aanleiding toe. De gemeente heeft gehandeld in strijd met het beginsel van transparantie. De onderzochte gedraging is op dit punt niet behoorlijk. Dit leidt tot de volgende aanbeveling: Geef verzoeker (en zijn zoon) alsnog een passende reactie op de klacht.

14 / 45

3. Conclusie De klachten over de onderzochte gedragingen van de gemeente zijn gegrond ten aanzien van: •

De schending van de goede naam van verzoekers zoon, wegens strijd met het beginsel van evenredigheid;

•

Het onderzoek naar verzoekers zoon en de duur van het onderzoek, wegens strijd met het beginsel van fair play;

•

De klachtbehandeling, wegens strijd met het beginsel van transparantie.

15 / 45

4. Aanbevelingen De Ombudsman doet de volgende aanbevelingen aan de gemeente: 1. Schrijf alsnog zo snel mogelijk een brief aan de ondernemers die de brief van 4 april 2023 hebben ontvangen, met een kopie aan verzoeker, waarin de gemeente aangeeft wat de uitkomst van het onderzoek is geweest, en erkent dat zij het onderzoek niet zo had mogen aankondigen en welke zinsneden over verzoekers zoon onjuist waren, met in achtneming van dit rapport; 2. Zorg voor een zorgvuldige en tijdige afronding van het onderzoek naar de subsidieaanvragen en informeer verzoeker en zijn zoon hierover; 3. Geef verzoeker (en zijn zoon) alsnog een passende reactie op zijn klachten.

16 / 45

Bijlage 1 - Verslag van Bevindingen 1.1 Aanleiding Subsidieregeling van de gemeente De gemeente heeft de Subsidieregeling digitalisering midden- en kleinbedrijf Den Haag ingesteld, om zo ondernemers te ondersteunen bij het digitaliseren van hun onderneming, zoals verbetering van hun website (zie Bijlage 2). De ondernemer kan een bedrag van maximaal € 2.500,- aan subsidie ontvangen van de gemeente, als de ondernemer zelf hetzelfde bedrag besteedt aan digitalisering. Deze regeling sluit niet uit dat de ondernemer de aanvraag indient via een digitaliseringsleverancier (als tussenpersoon). Verzoekers zoon is tussenpersoon Verzoekers zoon ondersteunt met zijn éénmansbedrijf als digitaliseringsleverancier zijn klanten (ondernemers). De gemeente ontvangt in de tweede helft van 2022 227 subsidieaanvragen, waarvan 22 van de klanten van verzoekers zoon, één van verzoekers zoon zelf en één van zijn zuster. De gemeente keurt van deze 24 aanvragen een aantal aanvragen goed en keurt een aantal aanvragen af. Gemeenteambtenaar W. spreekt in 2022 met verzoekers zoon over de aanvragen. Ook belt zij met een aantal van zijn klanten. De gemeente kondigt op 4 april 2023 het onderzoek aan De gemeente kondigt in een brief van 4 april 2023 haar onderzoek aan naar verzoeker zoon. Medewerkers van de afdeling integriteit van onderzoeksbureau Berenschot voeren dit onderzoek uit.

In de brief van 4 april 2023 aan verzoekers zoon staat dat hij 24 aanvragen heeft ingediend; dat de aanleiding van het onderzoek is dat er signalen zijn dat hij mogelijk niet in lijn heeft gehandeld met wet- en regelgeving; en dat dit onderzoek strikt vertrouwelijk is. In deze brief staat niet wat verzoekers zoon kan doen als hij het niet eens is met de gang van zaken, en evenmin dat de gemeente nagenoeg dezelfde brief stuurt aan de klanten van verzoekers zoon. Verzoeker ontvangt na een Woo-verzoek bij de gemeente de geanonimiseerde versie van de brief aan de klanten.

17 / 45

Brief aan klanten van verzoekers zoon dat hij mogelijk niet handelt in lijn met wetgeving De gemeente schrijft in de brief van 4 april 2023 aan deze klanten: “U heeft met behulp van de heer (verzoekers zoon) een aanvraag ingediend. Wij willen benadrukken dat uw handelwijze geen onderwerp van onderzoek is, maar dat het onderzoek gaat over de wijze waarop de heer (verzoekers zoon) uw aanvraag heeft ingediend en in hoeverre deze werkzaamheden naar uw tevredenheid zijn uitgevoerd. De aanleiding voor het onderzoek is dat de gemeente signalen heeft ontvangen dat de heer (verzoekers zoon) met (zijn bedrijf) mogelijk niet in lijn heeft gehandeld met wet- en regelgeving. Het doel van het onderzoek is: •

Een reconstructie van de feiten en omstandigheden inzake de subsidieaanvragen met (verzoekers zoon) als digitaliseringsleverancier en de door hem in dit kader verrichte (al dan niet betaalde) werkzaamheden. (...)

•

Het adviseren over mogelijke vervolgstappen (...)

Het onderzoek en gesprek zijn strikt vertrouwelijk. Wij willen nogmaals benadrukken dat het onderzoek niet over uw handelwijze gaat.” :IV^SIOIVZMRHXHEXHMXSRHIV^SIOPIMHXXSXVITYXEXMIIRHEEVQIInjRERGMʶPIWGLEHI Nadat verzoekers zoon van een klant over het onderzoek hoort, mailt verzoeker vanaf 12 april 2023 uitgebreid met de betrokken gemeenteambtenaren en met de betrokken medewerkers van Berenschot. Verzoeker wil dat de gemeente dit onderzoek onmiddellijk stopt. Hij schrijft dat hij vindt dat dit onderzoek neerkomt op een fraudeonderzoek. (MXPIMHXZSPKIRWLIQXSXVITYXEXMIWGLEHIFMN^MNR^SSR)RHEEVQIIXSXnjRERGMʶPI schade. Ook vindt verzoeker dit onderzoek niet vertrouwelijk, in tegenstelling tot wat de gemeente in de brief van 4 april 2023 schrijft. Hij stelt vragen en uit zijn zorgen over fouten in het onderzoek. Hij stuurt ook een deel van een bericht van december 2022 van een klant aan zijn zoon, waarin staat: “...ben ik gebeld door de gemeente (...). Daaruit is gebleken dat je (...) de gemeente aan het oplichten bent en werden wij gewaarschuwd om geen zaken meer te doen vanwege de grote oplichter/fraudeur die je bent.

(…) de gemeente zei: “Hopelijk komt de rechtszaak tegen jou en je bedrijf snel (...).” Gezien deze (...) bijna illegale praktijken willen wij allesbehalve nog te maken hebben met jou en je bedrijf.” Verzoeker krijgt geen gespreksverslagen en weigert medewerking Gemeenteambtenaar M. schrijft op 19 april 2023 aan verzoeker dat hij geen reden ziet om het onderzoek te schorsen: “de contacten met de meeste ondernemers zijn

18 / 45

inmiddels belegd en het is nu hoofdzakelijk een kwestie van het uitwerken van deze gesprekken.” Op 25 april 2023 voert verzoeker een gesprek met de gemeente en Berenschot. Volgens verzoeker erkent de gemeente tijdens dit gesprek dat zijn zoon niet 24 aanvragen heeft ingediend en spreken zij af dat zijn zoon wil meewerken als hij inzage krijgt in de gespreksverslagen. Als daarna blijkt dat er volgens Berenschot geen gespreksverslagen zijn, weigeren verzoeker en zijn zoon om aan dit onderzoek mee te werken. Volgens Berenschot zijn er geen gesprekken (interviews) geweest, maar slechts een “telefonische belronde”. Berenschot verwijst daartoe naar het informatieprotocol (dat verzoeker ook heeft), waarin de afspraken tussen Berenschot en de gemeente staan (zie Bijlage 2.3), waaronder punt 5. Berenschot geeft op 14 juni 2023 de opdracht terug aan de gemeente Berenschot stopt op 8 mei 2023 voortijdig met het onderzoek en geeft de opdracht terug aan de gemeente met een notitie van 14 juni 2023. Berenschot schrijft op 31 oktober 2023 aan verzoeker dat in deze notitie een aantal leerpunten voor de gemeente staan. Deze leerpunten gaan over: wie kan subsidie aanvragen en de wijze waarop; de wijze van verantwoording; en het registeren en beoordelen van de aanvraag. Berenschot schrijft dat de gemeente zelf verzoeker op de hoogte moet stellen van de inhoud van deze notitie.

De gemeente wijst verzoekers Woo-verzoek om deze notitie te verstrekken af.

1.2 De behandeling van verzoekers klacht bij de gemeente 1.2.1 Verzoekers klacht van 16 juni 2023 Verzoeker dient namens zijn zoon een klacht in bij de Ombudsman. Hij vindt dat de gemeente verantwoordelijk is voor het onderzoek (zoals aangekondigd in de brief van 4 april 2023) en dat dit onderzoek niet vertrouwelijk is. Deze wijze van onderzoek FVIRKXZSPKIRWLIQVITYXEXMIWGLEHIIRHEEVQIInjRERGMʶPIWGLEHIEER^MNR^SSRXSI De ombudsman verzoekt op 16 juni 2023 aan de gemeente om verzoekers klacht te behandelen.

19 / 45

1.2.2 De gemeente verklaart op 20 december 2023 verzoekers klacht ongegrond De gemeente behandelt verzoekers klacht als volgt: de gemeente verstrekt op 17 juli 2023 informatie aan verzoeker (zie hierna onder A); voert op 1 augustus 2023 een gesprek met verzoeker en zijn zoon (zie hierna onder B); verzoeker vult zijn klacht aan met een tweede klacht op 15 augustus 2023 (zie hierna onder C); de gemeente verklaart op 20 december 2023 alle klachten ongegrond (zie hierna onder D). 1.2.2.A De informatie van de gemeente op 17 juli 2023 aan verzoeker Vermoeden van oneigenlijk gebruik van de subsidieregeling De gemeente schrijft dat zij in totaal 227 subsidieaanvragen heeft ontvangen, en dat verzoekers zoon betrokken is geweest bij 24 aanvragen (waarvan twee aanvragen voor verzoekers zoon zelf en zijn zuster). Daarvan heeft de gemeente elf aanvragen goedgekeurd. De gemeente vermoedt oneigenlijk gebruik van de subsidieregeling omdat een aantal ondernemers ontevreden was en de onderneming waarmee de goedgekeurde aanvragen waren ingediend op naam staat van zijn vader (verzoeker zelf), en volgens de Kamer van Koophandel in 2019 is uitgeschreven. Meerdere ondernemers waren niet tevreden over verzoekers zoon Dertien ondernemers hebben vrijwillig (telefonisch) meegewerkt aan het onderzoek van Berenschot.

Berenschot heeft deze ondernemers gebeld en heeft hen vragen gesteld over het proces, de uitvoering, en het resultaat van de aanvraag. Berenschot heeft alleen telefoonnotities gemaakt voor eigen gebruik (dit waren volgens de gemeente geen interviews). De gemeente wilde met het onderzoek feiten verzamelen over hoe de aanvragen tot stand zijn gekomen en welke afspraken de ondernemers met verzoekers zoon hebben gemaakt. Meerdere ondernemers hebben gezegd dat zij van verzoekers zoon verkeerde informatie hebben gekregen over de subsidieregeling, of dat zij de samenwerking onprettig vonden. Waarborg dat het onderzoek geen reputatieschade veroorzaakt? De gemeente antwoordt op deze vraag dat zij niets zegt tegen ondernemers over het handelen van verzoekers zoon. De gemeente heeft alleen contact met de ondernemers over de feiten van het subsidieproces en de invulling van de subsidie.

20 / 45

De stand van zaken van het onderzoek De gemeente schrijft: “Het onderzoek is door Berenschot afgerond. De scope van het onderzoek is gaandeweg gewijzigd, doordat verzoeker en zijn zoon niet langer mee wilden werken. Hierdoor is geen hoor en wederhoor geweest en is de opgehaalde informatie vanuit de ondernemers niet bij hen voorgelegd. Hierdoor zijn in het onderzoek geen conclusies opgenomen over het al dan niet handelen in lijn met de wet- en regelgeving.” De gemeente gaat de goedgekeurde subsidieaanvragen nader onderzoeken De gemeente schrijft: “Deze elf goedgekeurde aanvragen blijven onderwerp van nadere inspectie gezien het feit dat deze aanvragen opvallendheden bevatten en gelijktijdig ook op zichzelf niet voldoen aan na eerste toets aan de subsidievoorwaarde. De exacte vervolgstappen van de gemeente omtrent deze elf subsidieaanvragen zal de komende weken vorm krijgen.” 1.2.2.B Het klachtgesprek op 1 augustus 2023 In het verslag van dit gesprek met verzoeker en zijn zoon staat dat de gemeente met verzoeker afspreekt dat zij de klacht inhoudelijk zal behandelen, nadat hoor en wederhoor is toegepast en de twee betrokken ambtenaren (de heer M. en mevrouw W.) zijn gehoord, die destijds bij het onderzoek waren betrokken en niet meer bij de gemeente werken. Verzoeker licht zijn klacht toe. Hij klaagt over de manier waarop dit onderzoek is verricht.

Hij is akkoord met een onafhankelijk onderzoek naar de subsidietrajecten, maar niet als de gestelde feiten onjuist zijn en het onderzoek onduidelijk verloopt, zoals in dit geval. Hij vindt dat de gemeente als opdrachtgever moet toezien dat gemaakte afspraken worden nagekomen, onder meer omdat hij niet de toegezegde gespreksverslagen kreeg. Evenmin krijgt hij van de gemeente een inhoudelijke reactie op zijn herhaaldelijke waarschuwingen over het verloop van het onderzoek. Hij vraagt zich af of Berenschot wel een vergunning heeft voor dit onderzoek dat bijna een strafrechtelijk onderzoek lijkt te zijn. Verzoeker stelt de gemeente verantwoordelijk voor de schade die zijn zoon heeft geleden als gevolg van dit onderzoek en door uitspraken van een medewerker van de gemeente aan een klant van zijn zoon. Hij wil de informatie van de gemeente over het onderzoek bespreken (zie hiervoor onder 3.2.A.).

21 / 45

De gemeente zegt dat hij niet kan klagen over het onderzoek en dat de informatie (onder 3.2.A.) geen onderdeel uitmaakt van dit gesprek. De gemeente zegt ook dat hij er niet over kan klagen of Berenschot wel een vergunning heeft voor dit onderzoek. 1.2.2.C Verzoekers tweede klacht van 15 augustus 2023 Verzoeker vult op 15 augustus 2023 zijn klacht aan, met klachten over de gedragingen van de gemeenteambtenaar M. en zijn leidinggevende, mevrouw V.: Volgens verzoeker zegt de gemeente dat dit een onderzoek is naar de uitvoering van de subsidieregeling, maar is dit in feite een fraudeonderzoek naar zijn zoon, zonder wettelijke waarborgen voor de verdachte. Volgens verzoeker heeft de gemeente een gevoelige onderzoeksopdracht lichtzinnig uitbesteed aan Berenschot. Hij herhaalt dat de gemeente toezicht had moeten houden op de manier waarop Berenschot het onderzoek uitvoerde. De belastende feiten bleken volgens hem snel onjuist, en de gemeente had dit eenvoudig vooraf kunnen controleren. Bovendien hebben medewerkers van Berenschot tegen een ondernemer gezegd dat zij een fraudeonderzoek doen. Daardoor liep zijn zoon reputatieschade op, nog voordat enig belastend feit was vastgesteld.

Ook is volgens hem de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) van toepassing, waarin de eisen staan voor ZIVWPEKPIKKMRK HInjRMXMIZERƈMRXIVZMI[Ɖ (EEVMWZSPKIRWLIQRMIXEERZSPHEERSQHEX hij geen gespreksverslagen kreeg. Hij vindt het onjuist dat de gemeente geen verslag heeft gemaakt van de afspraak tijdens het gesprek van 25 april 2023 dat zijn zoon de verslagen van de interviews zou krijgen. Daarom had betrokken ambtenaar V. moeten ingrijpen. 1.2.2.D Het standpunt van de gemeente van 20 december 2023 De gemeente verklaart in de brief van 20 december 2023 de klacht ongegrond, met excuses dat de afhandeling van de klacht langer heeft geduurd. De gemeente schrijft dat zij heeft voldaan aan de hoor en wederhoorplicht, omdat verzoeker in het gesprek van 1 augustus 2023 zijn klacht heeft toegelicht.

22 / 45

Samenvatting van verzoekers klacht De gemeente vat verzoekers klacht samen en geeft aan dat verzoeker klaagt over: 1. De manier waarop de gemeente het onderzoek naar zijn zoon door Berenschot heeft laten uitvoeren; 2. Een gemeenteambtenaar een ondernemer heeft afgeraden om zaken te doen met verzoekers zoon, wat heeft geleid tot privacyschending en reputatieschade; 3. Het onderzoek heeft voortgezet, terwijl dit onderzoek volgens verzoeker: 4. Niet mocht worden uitgevoerd door Berenschot gezien het strafrechtelijk karakter van het onderzoek; en b. moest worden stopgezet omdat het handelen binnen het onderzoek de privacy en reputatie van zijn zoon schaadde. Toelichting van de gemeente: Ad 1. De gemeente mag onderzoek doen naar subsidieaanvragen De gemeente schrijft dat zij een zorgvuldigheids- en verantwoordingsplicht heeft bij het verstrekken van subsidies. De gemeente is deze plicht nagekomen door terugkomende opvallendheden in de subsidieaanvragen te signaleren en op te volgen met een onderzoek. Op basis van de Algemene subsidieverordening (zie Bijlage 2) is het mogelijk om nader onderzoek te doen naar subsidieaanvragen bij signalen van mogelijk oneigenlijk gebruik. Het controleren van de uitvoering van deze subsidieregeling is geen strafrechtelijke zaak en er zijn geen strafrechtelijke conclusies verbonden aan het onderzoek.

De gemeente heeft Berenschot gekozen vanwege de achtergrond in subsidies, waarbij het vertrouwen in het bekwaam en bevoegd uitvoeren van dit onderzoek is gegeven. De gemeente heeft hierbij de juiste procedure gevolgd, omdat Berenschot is aangesteld via een meervoudige onderhandse aanbesteding. Ad 2. Gemeenteambtenaren waren niet negatief over verzoekers zoon Volgens de gemeente hebben (voormalig) betrokken ambtenaren W. en M., in het kader van de klachtbehandeling op 6 oktober 2023 een verklaring afgelegd. Zij hebben ieder voor zich ontkend dat zij ondernemers actief hebben afgeraden om zaken te doen met verzoekers zoon. Wel hebben zij vragen gesteld aan ondernemers over afwijkingen in de aanvraag en hoe de aanvragen zelf tot stand zijn gekomen. De ondernemers hebben zelf conclusies getrokken over wel of geen zakendoen met verzoekers zoon. En niet op advies van de betrokken ambtenaren.

23 / 45

Ad 3: De gemeente had geen reden om het onderzoek te stoppen Betrokken ambtenaar V. heeft inderdaad niet ingegrepen om het onderzoek te stoppen. Daar had zij geen reden voor. Het aanstellen van Berenschot is één van de benodigde stappen geweest om vanuit de gemeente tot een standpunt te komen over het (on)eigenlijk gebruik van de subsidieregeling. Verzoekers zoon heeft zich volgens de gemeente ongewenst gedragen De gemeente zegt ook dat verzoekers zoon zich op 18 augustus 2023 (bedoeld zal zijn 2022; red. Ombudsman Den Haag) ongewenst heeft gedragen. Dit was nadat HIKIQIIRXIIIRWTIGMnjIOIEERZVEEKLIIJXEJKI[I^IR,MNLIIJXXIPIJSRMWGLXIKIR betrokken ambtenaar W. gezegd dat hij mensen op zeer hoge plekken kent bij de gemeente die ontevreden zouden zijn over de gang van zaken en dat W. hier nog problemen mee zou krijgen. Ook zegt de gemeente dat verzoekers zoon een voice memo heeft gestuurd via Whatsapp, waarin hij zegt dat hij de gegevens van W. heeft en dat daar nog bijzonder vervelend mee gedaan zal worden. De gemeente zal het onderzoek afhandelen De gemeente laat weten dat zij nog bezig is om het verdere proces van het onderzoek en afhandeling vorm te geven. Daarin zal zij ook het ongewenste gedrag meenemen.

1.3 Het verzoek tot onderzoek bij de Gemeentelijke Ombudsman De Ombudsman ontvangt het verzoekschrift van verzoeker namens zijn zoon van 15 januari 2024. Verzoeker vult zijn verzoekschrift aan op 13 februari 2024 en 19 maart 2024. Verzoeker is niet tevreden over de afhandeling van zijn klacht door de gemeente. De Ombudsman start op 30 april 2024 onderzoek en formuleert de klacht in samenspraak met verzoeker als volgt: De klachtformulering Verzoeker klaagt erover dat de gemeente: 1. Met een brief van 4 april 2023 onderzoek is gestart, waarmee de gemeente de goede naam van zijn zoon heeft geschaad, door in de brief van 4 april 2023 aan klanten van zijn zoon te schrijven dat de gemeente aanwijzingen heeft dat zijn

24 / 45

zoon mogelijk niet in lijn heeft gehandeld met wet- en regelgeving, en wil worden geadviseerd over mogelijke vervolgstappen. Daarmee wekte de gemeente volgens verzoeker de indruk dat zij twijfelde aan de integriteit van zijn zoon; 2. Onvoldoende haar verantwoordelijkheid heeft genomen voor een zorgvuldige uitvoering van het onderzoek en de mogelijk schadelijke gevolgen voor zijn zoon te voorkomen dan wel te beperken; en het onderzoek naar zijn zoon tot op heden nog niet af te ronden; 3. Zijn klachten van 16 juni 2023 en 15 augustus 2023 onvoldoende zorgvuldig heeft behandeld, onder meer door geen hoor en wederhoor te laten plaatsvinden, en zijn klachten onjuist te formuleren. Toelichting op de klacht Verzoeker vindt dat het voor de hand ligt dat tenminste een deel van zijn klanten geen zaken meer met zijn zoon wilde doen door de brief van 4 april 2023 en de uitlating van de gemeente in december 2022. Hij wil de fraudesignalen zien die de gemeente bedoelt in de brief van 20 december 2023. Hij blijft erbij dat de gemeente nog steeds niet heeft vastgesteld dat zijn zoon fraudeerde. Verzoeker is evenmin tevreden dat de gemeente pas op 20 december 2023, een half jaar na de notitie van Berenschot van 14 juni 2023, slechts schrijft dat zij nog bezig is het verdere proces en afhandeling van het onderzoek vorm te geven.

En niet aangeeft welke twijfel de gemeente heeft aan de integriteit van zijn zoon en wat de gemeente van plan is te gaan doen. Verzoeker is evenmin tevreden over de klachtbehandeling: Hij beschouwt het gesprek van 1 augustus 2023 niet als een hoor en wederhoor gesprek, omdat hij de inhoud van zijn klacht niet kon bespreken. En hij heeft over zijn tweede klacht van 15 augustus 2023 helemaal geen gesprek gevoerd. Daarbij vindt hij de klachtbehandeling van zes maanden ook veel te lang, zeker omdat hij geen antwoorden krijgt op zijn zorgen/vragen/klachten dat de gemeente: •

Op grond van onjuiste aannames onderzoek instelt;

•

De signalen eerst intern had moeten nagaan;

25 / 45

•

In de brief van 4 april 2023 aan de ondernemers (de klanten) de goede naam van zijn zoon schaadt;

•

Een onderzoek instelt dat een strafrechtelijk onderzoek lijkt, zonder bewijs van verdenking tegen zijn zoon;

•

1IXHMXSRHIV^SIOVITYXEXMIWGLEHIZIVSSV^EEOXIRHEEVQIInjRERGMʶPIWGLEHI (klantenverlies);

•

Niet toeziet op een zorgvuldige uitvoering dat dit onderzoek, onder meer door de mededeling van Berenschot dat zij een fraudeonderzoek doen en omdat hij de gespreksverslagen niet kreeg;

•

En op zijn klacht over dit gebrek aan toezicht alleen zegt dat zij de juiste aanbestedingsprocedure heeft gevoerd voor de keuze om Berenschot in te zetten. Verzoeker vindt dat het antwoord van de gemeente dat de juiste is gevoerd aanbestedingsprocedure los staat van de daadwerkelijke uitvoering van het onderzoek.

1.4. Onderzoeksgegevens De Ombudsman geeft bij de start van het onderzoek als toelichting dat zij meer duidelijkheid wil krijgen over de feitelijke gang van zaken en het proces van het onderzoek van de gemeente. De ombudsman wil vervolgens kunnen beoordelen of de gemeente hierbij voldoende zorgvuldig heeft gehandeld, te weten of zij voldoende oog heeft gehad voor de mogelijk negatieve gevolgen van haar handelwijze voor verzoekers zoon. De ombudsman heeft om de klacht te onderzoeken, de stukken bestudeerd die verzoeker en de gemeente aan de ombudsman hebben verstrekt. Daarnaast hebben medewerkers van de ombudsman mondeling (19 juni 2024) en schriftelijk (2 juli 2024) informatie ontvangen van de gemeente. De gemeente beantwoordt op 17 december 2024 nadere vragen van de ombudsman van 9 september 2024. Tijdens het gesprek over de nadere vragen biedt de gemeente mediation aan verzoeker aan. Deze mediation gaat niet door. De ombudsman heeft daarnaast de notitie van Berenschot van 14 juni 2023 en twee inhoudelijke notities van de gemeente als vertrouwelijke informatie ontvangen van de gemeente.

26 / 45

Uit het onderzoek is het volgende gebleken: 1.4.1 Tijdlijn }

Eerste helft 2022: De gemeente ontvangt 24 subsidieaanvragen waarin verzoekers zoon is betrokken als digitaliseringsleverancier;

}

4 april 2023: Start onderzoek naar verzoekers zoon;

}

12 april 2023: Mail verzoeker aan de gemeente: het onderzoek schaadt de goede naam van zijn zoon;

}

25 april 2023: Gesprek verzoeker met de gemeente en Berenschot;

}

8 mei 2023: Berenschot stopt het onderzoek voortijdig;

}

14 juni 2023: Notitie van Berenschot aan de gemeente;

}

16 juni 2023: De gemeente ontvangt verzoekers klacht;

}

17 juli 2023: De gemeente verstrekt informatie over het onderzoek. Zij gaat de 11 goedgekeurde aanvragen nader onderzoeken;

}

1 augustus 2023: Klachtgesprek met verzoeker en zijn zoon met de gemeente;

}

15 augustus 2023: Tweede klacht van verzoeker;

}

20 december 2023: De gemeente verklaart de klachten ongegrond. Zij schrijft dat zij bezig is met het verdere onderzoek naar de goedgekeurde aanvragen;

}

30 april 2024: Start onderzoek ombudsman.

27 / 45

1.4.2 Reactie van de gemeente op de klacht De ombudsman geeft de mondelinge en schriftelijk informatie van de gemeente samengevat weer. De gemeente neemt het standpunt in dat zij klacht 1 gegrond, en klacht 2 en 3 ongegrond acht: Klacht 1. De brief van 4 april 2023 aan de klanten van verzoekers zoon De gemeente erkent dat de brief van 4 april 2023 neutraler geformuleerd had kunnen worden, zonder verzoekers zoon expliciet te benoemen. Deze brief richtte zich te veel op verzoekers zoon. De gemeente vindt het wel een begrijpelijk dilemma dat de gemeente zijn naam heeft genoemd als onderwerp van onderzoek, omdat zij de betrokken ondernemers wilde laten weten dat de ondernemer geen fout had gemaakt. Ook omdat de gemeente de medewerking van de ondernemers nodig had. Klacht 2. De uitvoering van het onderzoek van Berenschot De gemeente herhaalt dat zij de juiste procedure heeft gevolgd (de aanbestedingsprocedure). De gemeente was ook akkoord met de methode voor het onderzoek. De gemeente vindt dat Berenschot het onderzoek goed heeft uitgevoerd: Berenschot heeft de gesprekken in tweetallen gevoerd, en had een neutrale deskundige houding. Klacht 3. De klachtbehandeling De gemeente vindt dat de kern van verzoekers klacht was dat dit onderzoek lijkt op een strafrechtelijk onderzoek, en dat Berenschot dit onderzoek niet mocht uitvoeren.

De gemeente vindt dat dit geen strafrechtelijk onderzoek was. De gemeente is ook van mening dat zij met het gesprek op 1 augustus 2023 voldoende hoor en wederhoor heeft toegepast, omdat verzoeker kon reageren op het gespreksverslag. Zijn tweede klacht (van 15 augustus 2023) was een aanvulling op de eerste klacht. Daarom kon de gemeente deze klachten gezamenlijk behandelen. De gemeente heeft dit ook aan verzoeker bericht. Verzoeker heeft daarop niet gezegd dat hij nogmaals wilde worden gehoord.

28 / 45

De gemeente biedt op 2 juli 2024 een brief aan en een gesprek met verzoeker en zijn zoon De gemeente schrijft 2 juli 2024 aan de ombudsman dat zij het dossier wil afronden. De gemeente heeft besloten om na afronding van het onderzoek van Berenschot de publiekrechtelijke route te volgen en te beoordelen of de subsidies rechtmatig zijn verstrekt. Na afronding van deze route wil de gemeente het dossier sluiten met een brief aan verzoeker en de mogelijkheid voor een gesprek, met de conclusie dat de gemeente geen vervolgstappen zet richting verzoekers zoon. De gemeente schrijft dat zij verzoeker wil aanbieden om ook aan de geïnterviewde ondernemers een brief te schrijven waarin de gemeente aangeeft dat de casus is afgesloten zonder stappen richting verzoekers zoon. Informatie van de gemeente over het onderzoek van Berenschot: De aanleiding voor het onderzoek De tekst van 24 subsidieaanvragen was ongeveer hetzelfde. In die aanvragen stond het nummer van de Kamer van Koophandel van het bedrijf van verzoeker zelf dat sinds 2019 was uitgeschreven. Daarom heeft een gemeenteambtenaar een aantal ondernemers gebeld.

Daaruit bleek dat een aantal ondernemers niet wist dat verzoekers zoon voor hen subsidie had aangevraagd; dan wel dachten dat een gemeenteambtenaar hen subsidie had aangeboden, zodat verzoekers zoon zich volgens de gemeente heeft voorgedaan als medewerker van de gemeente Den Haag. Daarbij kwam dat de gemeente de houding van verzoekers zoon als intimiderend heeft ervaren, omdat hij ambtenaren telefonisch onder druk zette om de subsidie te verstrekken. Het juridisch kader Het normenkader voor het onderzoek van Berenschot is de Subsidieregeling digitalisering midden- en klein bedrijf Den Haag (artikel 2:1) en de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020 (artikel 8) (zie Bijlage 2). De gemeente geeft op 17 december 2024 (in antwoord op de nadere vraag van de ombudsman) aan dat een jurist nog niet heeft kunnen kijken naar de vraag hoe dit normenkader zich verhoudt met artikel 27 van de Algemene subsidieverordening.

29 / 45

Welke juridische mogelijkheden heeft de gemeente bij vermoedens van fraude en tot wie richten deze middelen zich? De gemeente antwoordt met de wedervraag welke fraude de ombudsman hier bedoelt. Over de gevolgen voor verzoekers zoon Het betreft hier een intern vooronderzoek van de gemeente, waarbij de opdracht is om een reconstructie te maken binnen het normenkader. In deze fase zijn er geen rechtsmiddelen voor verzoekers zoon. Rechtsmiddelen zijn daarnaast van toepassing wanneer de gemeente juridische actie onderneemt tegen verzoekers zoon. Onvoldoende bewijs voor een succesvolle aangifte Uit het onderzoek van Berenschot blijkt dat een aantal ondernemers wel op de hoogte was van de aanvraag, en verzoekers zoon zich dus niet als medewerker van de gemeente had voorgesteld. Hij had dus niet alle aanvragen ingediend zonder dat de ondernemers dat wisten. Uit het onderzoek van Berenschot kwam geen voldoende en overtuigend bewijs voor een succesvolle aangifte bij de politie. Berenschot heeft zelf medewerkers van de afdeling integriteit ingezet, niet de gemeente. Het onderzoek na de notitie van Berenschot van 14 juni 2023 De gemeente heeft bij acht ondernemers medio 2024 de subsidie ingetrokken, met als reden dat de subsidie niet is besteed waarvoor die bedoeld is. Er is eerst een voornemen tot herziening gestuurd, waarop de aanvrager gelegenheid heeft gehad te reageren.

De gemeente heeft zorgvuldigheid boven snelheid verkozen om dit proces af te handelen, gezien de complexiteit van het dossier, de vele betrokken partijen en personen. Stand van zaken na het aanbod van 2 juli 2024 om verzoeker een brief te sturen dat de gemeente geen vervolgstappen zet De gemeente geeft op 17 december 2024 aan dat er contact is geweest met verzoeker over een mediationgesprek. Hij heeft daarvan afgezien en heeft aangeven een schadevergoeding en rehabilitatiebrief van de gemeente te willen ontvangen. De gemeente heeft dit verzoek in overweging genomen.

30 / 45

Wat zou de gemeente anders hebben gedaan als de gemeente de subsidieaanvragen na ontvangst inhoudelijk had behandeld, dan wel de signalen eerst zelf was nagegaan? De gemeente antwoordt dat zij geen antwoord kan geven op deze vragen, omdat deze situatie zich niet heeft voorgedaan. Over de klachtbehandeling: De gemeente antwoordt op 17 december 2024 op de nadere vraag wat het gevolg is van het gegronde (eerste) klachtonderdeel, dat hierop wordt gestudeerd. En dat zij de verantwoordelijkheid neemt om verzoeker hierover rechtstreeks en persoonlijk te informeren en spreken. Conclusies van de gemeente De gemeente geeft aan dat zij uit deze casus een aantal lessen heeft getrokken die worden geïmplementeerd voor de continue doorontwikkeling van het klachtenmanagement binnen deze Dienst van de gemeente en dat het onderzoek van Berenschot handvatten heeft gegeven om het subsidieproces verder aan te scherpen. De aansturing van een dergelijk onderzoek naar een ondernemer uit de stad vraagt WTIGMnjIOIOIRRMWIRIVZEVMRK(I^I[EWRMIXKIQIIRXIFVIIHFIWGLMOFEEV[EEVHSSV de Dienst van de gemeente deze rol zelf op zich heeft moeten nemen. Om deze aansturing te borgen is het zinvol om de mogelijkheden te verkennen om de kennis en expertise binnen de gemeente centraal te positioneren. Een eerste stap is om dit met Bureau Integriteit te bespreken.

De uitwerking van de adviezen naar aanleiding van dit dossier zijn nog niet zijn afgerond. Dit zal verder intern opgepakt worden. Dit is ook nog onder voorbehoud van eventuele collegebesluiten en capaciteit.

31 / 45

1.4.3 Reactie verzoeker op het antwoord van de gemeente De reactie van verzoeker luidt, zakelijk samengevat, als volgt: Over het standpunt van de gemeente Klacht 1 Verzoeker geeft aan dat de privacywetgeving verbiedt om de naam van zijn zoon te noemen in de brief van 4 april 2023. Verzoeker betwist dat de gemeente moest uitleggen dat het onderzoek niet aan de ondernemers (klanten) lag en daarom de naam van zijn zoon moest noemen. Hij vindt dit geen intern onderzoek. Het onderzoek van Berenschot was een extern onderzoek bij klanten van zijn zoon. Dus geen vertrouwelijk intern onderzoek. De brief van 4 april 2023 samen met het gerucht van december 2022 dat zijn zoon een oplichter zou zijn, was de oorzaak dat zijn klanten het contact met zijn zoon hebben verbroken. Hij vindt dat voor iedereen duidelijk is waarom de klanten van zijn zoon niets meer met hem te maken wilden hebben. Klacht 2 Verzoeker vindt het antwoord van de gemeente dat de opdracht aan Berenschot goed was aanbesteed, geen antwoord op zijn klacht dat gemeente had moeten toezien op een zorgvuldige uitvoering van het onderzoek. Hij heeft de gemeente steeds gewezen op de fouten en de schade voor zijn zoon. Volgens verzoeker was zijn zoon bereid om aan het onderzoek mee te werken, al was het maar omdat dit in zijn belang was.

Hij blijft erbij dat tijdens het gesprek op 25 april 2023 (waarvan volgens hem ten onrechte geen verslag is gemaakt) was afgesproken dat hij die gespreksverslagen zou krijgen. Daarna bleek dat er tegen de afspraak in geen gespreksverslagen waren, maar slechts een “inventariserende belronde” bij de ondernemers. Er was dus geen sprake van hoor en wederhoor, omdat zij nergens op konden reageren. Verzoeker vindt dat de gemeente op dat moment had moeten ingrijpen en erop had moeten toezien dat er wel informatie zou zijn waar zij op konden reageren. Klacht 3 Verzoeker betwist dat de gemeente zijn klacht goed heeft behandeld. Hij heeft geen antwoord gekregen op zijn vragen. Hij vindt het gesprek op 1 augustus 2023 onvoldoende voor hoor en wederhoor. Toen wilde de gemeente niet over het onderzoek

32 / 45

spreken. Bovendien ging dat gesprek alleen over zijn eerste klacht. En niet over zijn tweede klacht van 15 augustus 2023. Over zijn tweede klacht is hij niet gehoord. De gemeente heeft hem ook niet gevraagd of hij wilde worden gehoord, want dat wilde hij namelijk wel. Over het onderzoek van Berenschot: De aanleiding Verzoeker betwist de aanleiding die de gemeente geeft voor het onderzoek van Berenschot. Hij vraagt de gemeente de stellingen aan te tonen. De gemeente heeft nooit eerder aangevoerd dat ondernemers niet wisten van de subsidieaanvraag en dat zijn zoon deed alsof hij bij de gemeente werkte. Dat kan volgens hem ook niet, want de klanten kenden zijn zoon en wisten wat hij voor werk deed en dat hij niet voor de gemeente werkte. Misschien heeft zijn zoon per ongeluk een verkeerd nummer van de Kamer van Koophandel gebruikt, maar dat had de gemeente bij hem kunnen navragen. Zijn zoon ontkent ook dat hij zich intimiderend zou hebben gedragen. Verzoeker wil graag bewijzen zien van de gemeente dat zijn zoon zou hebben gefraudeerd en dat zijn zoon zich intimiderend zou hebben gedragen. Het normenkader Verzoeker vindt dat de gemeente eerst naar het normenkader had moeten kijken vóórdat zij Berenschot opdracht tot onderzoek gaf. Hij had meteen al gezegd dat de gemeente op grond van de subsidieverordeningen kan nagaan of de subsidie juist is verstrekt.

Dat is niet hetzelfde als een (bijna) fraudeonderzoek naar zijn zoon. Hij verwijst naar de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wbpr), de Privacy gedragscode sector Particuliere Onderzoeksbureaus (PPO) en de Algemene Verordening Gegevensverwerking (AVG). Daarin staat dat een onderzoeksbureau vooraf de te onderzoeken persoon moet informeren over het doel van het onderzoek, de aard van de gegevensverwerking en zijn of haar rechten en gespreksverslagen. De gemeente heeft echter de ondernemers in de brief van 4 april 2023 direct op de hoogte gesteld dat zij onderzoek deed naar zijn zoon. Daar kwam hij pas na zijn Woo-verzoek achter, omdat de gemeente dat niet aan zijn zoon heeft bericht. Over het onvoldoende bewijs voor een succesvolle aangifte bij de politie Hij vindt het schandalig dat de gemeente nu pas zegt dat uit het onderzoek van

33 / 45

Berenschot bleek dat geen voldoende en overtuigend bewijs is voor een succesvolle aangifte bij de politie. De gemeente heeft hem die informatie inmiddels anderhalf jaar lang onthouden. Pas via de Ombudsman hoorde hij dat de gemeente afziet van verdere (strafrechtelijke) acties tegen zijn zoon. Over de conclusies van de gemeente Hij vindt het dubieus dat de gemeente bij gebrek aan de vereiste kennis en ervaring heeft gehandeld zoals zij heeft gedaan en waarom de gemeente dan zelf het onderzoek voortzet nadat de deskundige, Berenschot, is gestopt. Hij wil graag weten welk onderzoek de gemeente heeft ingesteld na de notitie van Berenschot van 14 juni 2023, omdat hij het rapport van Berenschot (ondanks een Woo-verzoek) nooit heeft gekregen. Ook wil hij weten op grond van welke bevoegdheid de gemeente dit heeft gedaan en wat het resultaat hiervan was. Hij wil daarnaast ook graag weten wat de gemeente gaat doen aan de schade door het onzorgvuldige handelen van de gemeente. De gemeente zou hem na een gesprek op 4 oktober 2024 over de mogelijke mediation nader informeren, maar heeft dat niet meer gedaan. Hij heeft niets meer gehoord van de gemeente.

1.5 Reacties op het verslag van Bevindingen De reactie van verzoeker gaf aanleiding om dit verslag op een enkel punt aan te passen. Ook de reactie van de gemeente op het verslag van bevindingen gaf aanleiding om het verslag op een enkel punt aan te passen. Deze reactie is hierna opgenomen, met hierna de reactie van de Ombudsman. De reactie van de gemeente op het verslag van bevindingen 1. Vertrouwelijkheid van stukken: In het verslag wordt niet vermeld dat de stukken die aan de Ombudsman zijn verstrekt, waaronder het rapport van Berenschot en interne memo’s, uitdrukkelijk waren voorzien van een vertrouwelijkheidslabel. Dit label gaf aan dat deze stukken niet gedeeld mochten worden met klager. Deze context ontbreekt en kan leiden tot een verkeerde beeldvorming.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15946630/1