CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323101 Beantwoording technische vragen publiek integraal warmtebedrijf

Commissie Leefomgeving 16 oktober 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Tweede termijn inzake Voorstel van het college inzake Publiek integraal warmtebedrijf11.948 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Indien bovenstaande uitgangspunten nog niet bekend zijn, wanneer worden deze dan duidelijk en met de raad gecommuniceerd? Antwoord De uitgangspunten voor de techniekkeuze worden geactualiseerd in het warmteprogramma. In de uitwerkingsfase van het PIW wordt ook meer bekend over de plannen voor het PIW en de in te zetten techniek.

18/24

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10928950

2. Hoe gaan de warmtekavels met elkaar communiceren over de komende 10 jaar? Antwoord Dit is nog niet uitgewerkt. In het algemeen is het goed om warmtenetten die bij elkaar in de buurt liggen op elkaar aan te sluiten, zodat voorzieningen kunnen worden gedeeld. Uiteindelijk kan er naar één kavel worden toegewerkt indien blijkt dat dat verstandig is. 3. Is er een stadsbreed master design waar lokale ontwikkelingen kunnen inpassen? Antwoord Het is verstandig om te werken met een stadsbreed ontwerp van warmtenetten. Buurtwarmtenetten kunnen dan zodanig worden aangelegd dat ze passen in een stadsbreed ontwerp. Als buurt- of wijkwarmtenetten aan elkaar worden gekoppeld, kunnen ze bronnen en piek- en backupvoorzieningen delen. Dit verlaagt de benodigde investeringen. In de uitwerkingsfase wordt een stadsbreed ontwerp uitgewerkt. 4. Hoe wordt rekening gehouden met de verschillende kavels in de stad? Gaat ieder kavel z’n eigen piek- en backup levering verzorgen of komt daarvoor een masterplan voor de stad? Antwoord Zie het antwoord op bovenstaande vraag. 5. Hoe wordt gebruik gemaakt van bestaande infrastructuur, denk aan bijvoorbeeld bestaande infrastructuur zoals bij de Constant Rebecque Energiecentrale en Dunea? Antwoord Het raadsvoorstel gaat er van uit dat warmtenetten worden aangelegd in wijken waar nu nog geen warmtenet is.

Bij de keuze voor die wijken spelen veel overwegingen mee, waaronder de beschikbaarheid van warmtebronnen. Inzet van het college is dat lokale duurzame bronnen het hoofddeel van de warmte leveren. Het is wenselijk om ook gebruik te maken van bestaande infrastructuur zoals bij de De Constant Rebecque Energiecentrale, zowel van Eneco als Uniper. Dunea zou in de toekomst warmte uit aquathermie aan het PIW kunnen leveren en daarvoor bestaande leidingen kunnen inzetten. 6. Hoe wordt rekening gehouden met (technische) risico’s, zijn die in beeld? Is er een risico identificatie en managementproces operationeel? Antwoord Zie antwoord op vraag 10 van ChristenUnie/SGP. Bij het raadsvoorstel is een opsomming gedaan van de belangrijkste risico’s die in de onderzoeksfase zijn geïdentificeerd. Een meer diepgaande risicoanalyse en bijbehorende beheersmaatregelen volgen in de uitwerkingsfase, omdat het belangrijk is om dit samen met de beoogde partners te doen. 7. In de brief van het college staat genoemd dat het flankerend beleid vanuit het Rijk toereikend moet zijn om de uitrol van warmtenetten te realiseren. a.

Welke flankerende maatregelen zijn concreet nodig? Antwoord Het gaat hier om een combinatie van maatregelen: verbetering van de beschikbare subsidies, oprichting van het waarborgfonds (waardoor financiering goedkoper wordt, met minder inbreng van eigen vermogen en hoge mate van afdekking van financiële risico’s) en verbeterde (tarief-) regulering. In haar brief van 17 april 2025 geeft de minister van KGG aan dat zij, indien deze maatregelen nog niet het gewenste resultaat van relatieve betaalbaarheid opleveren zij het aanvullende instrument van een relatieve prijsgarantie overweegt.

19/24

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10928950

De minister van KGG definieert relatieve betaalbaarheid als tarieven die concurrerend zijn met het gangbare alternatief, voor veel inwoners is dat op dit moment nog gas, en in een later stadium moeten tarieven voor een warmtenet ook concurrerend zijn ten opzichte van het alternatief van een warmtepomp. b. Wanneer moeten deze flankerende maatregelen zijn geregeld? Antwoord Wat het college betreft moeten de flankerende maatregelen zijn geregeld tijdens of na de uitwerkingsfase, in elk geval vóór het te nemen besluit over de oprichting van het PIW. c. Welke flankerende maatregelen vanuit het Rijk zijn nog niet zeker, en wanneer wordt hierover duidelijkheid vanuit het Rijk verwacht? Antwoord Eind van dit jaar zullen naar verwachting de verbetering van subsidies en de voorwaarden van het waarborgfonds duidelijk zijn. De verbeterde tariefregulering is onderdeel van het wetsvoorstel Wcw. Zodra de het wetsvoorstel in de Eerste Kamer is aangenomen ontstaat daarover meer duidelijkheid. Dat is naar verwachting eind 2025. d. Wat kan de gemeente doen als het Rijk niet over de brug komt met de benodigde flankerende maatregelen? Antwoord Als er in onvoldoende mate wordt voldaan aan de randvoorwaarden en de benodigde flankerende maatregelen, komt de warmtetransitie niet op gang. Het college zal zich dan moeten beraden op andere of volgende stappen. 8.

In 2026 is nog besluitvorming voorzien over de oprichting van een PIW en over de financiële inbreng van de gemeente Den Haag. Indien de raad instemt met het verder uitwerken een lokaal Haags publiek integraal warmtebedrijf met de potentiële partners Netverder en EBN, en in 2026 toch kiest voor een exit. Hoeveel schade en kosten kan dit voor de gemeente opleveren? Is daar een schatting van? Antwoord Als een volledige uitwerking van een PIW wordt uitgevoerd en aan het einde van de uitwerkingsfase wordt besloten om te stoppen, bestaan de kosten alleen uit de kosten die gemaakt zijn voor de uitwerking. Er zullen geen verplichtingen zijn aangegaan die verder gaan dan de uitwerkingsfase, dus geen gebouwhuur, ingehuurd personeel, of aangeschafte materialen. Het is lastig om op dit moment een nauwkeurige schatting van de kosten van de uitwerkingsfase te maken; maar de kosten bestaan uit loonkosten van de drie partners en inhuur van adviesdiensten. De inbreng van de gemeente hiervoor is reeds voorzien in de Programmabegroting 2026 – 2029 en vraagt hiervoor geen extra budget. 9. In de brief van het college staat dat tijdens de uitwerkingsfase geen onomkeerbare beslissingen worden genomen richting de oprichting van een publiek warmtebedrijf.

Geldt dit ook voor de intentieovereenkomst? Welke afspraken over de voorbereidingen worden vastgelegd in de voorgenomen intentieovereenkomst? Antwoord In een intentieovereenkomst worden geen onomkeerbare beslissingen genomen. Er is nog geen concept-intentieovereenkomst. Een dergelijke overeenkomst bevat ten eerste een uitspraak dat alle partijen gezamenlijk naar een doel streven. Er kunnen afspraken in staan over de inzet van medewerkers, verdeling van kosten van voorbereidingen en de gezamenlijke uitgangspunten.

20/24

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10928950

10. In bijlage 2 is opgenomen dat bij een PIW met Netverder en EBN een beroep gedaan kan worden op de uitvoeringskracht van Stedin. Welke versterking en voor welke werkzaamheden, wordt hiermee bedoeld? Heeft het probleem van netcongestie, en het oplossen ervan bij Stedin, nog invloed op de uitvoeringskracht en mogelijke inzet voor het PIW? Antwoord Veel werkzaamheden die voor een aanleg van een elektriciteitsnet nodig zijn, zijn ook voor een warmtenet nodig. Denk aan netontwerp, omgevingsmanagement, financieel beheer, vergunningaanvragen en het inhuren van aannemers. Warmtenetten dragen bij aan het verminderen van netcongestie. In wijken waar warmtenetten worden aangelegd hoeft Stedin minder te investeren in verzwaring van het elektriciteitsnet omdat er dan minder capaciteit voor warmtepompen nodig is. Om deze reden heeft Stedin de strategische keuze gemaakt om geld en menskracht in te zetten op de ontwikkeling van warmtenetten, in de vorm van de dochteronderneming Netverder. 11. In het financieringsoverzicht is opgenomen dat Netverder en EBN verantwoordelijk zijn voor tweederde van de financiën (110-120 miljoen). Hebben de partners het vermogen om dit te financieren? Hoe is dit aangetoond? Antwoord EBN en Netverder hebben beiden aangegeven voorkeur te hebben om voor een derde aandeel te nemen in een op te richten PIW.

Ze hebben daarbij kennisgenomen van de in het raadsvoorstel opgenomen omvang van de financieringsopgave. Formele besluitvorming heeft, net als bij de gemeente Den Haag, nog niet plaatsgevonden. De aandeelhouders van Stedin hebben ingestemd met de warmtestrategie van Netverder. Daarbij horen forse investeringen. Precieze bedragen zijn niet openbaar gemaakt. EBN moet nog formeel worden aangewezen als Nationale Deelneming Warmte, en daartoe een (financieel) mandaat krijgen. Het wetsvoorstel Wcw geeft de minister de bevoegdheid om de Nationale Deelneming Warmte aan te wijzen. Daarover zal een volgend kabinet besluiten. Voor alle drie partijen geldt dat pas aan het einde van de uitwerkingsfase het moment is om zich in financiële en juridische zin te committeren aan oprichting van en investering in het PIW. 12. Wat zouden de mogelijke potentiële kosten kunnen zijn voor de gemeente, indien Netverder en EBN in een later stadium zouden kiezen voor een exit? Antwoord Deze vraag kan nu nog niet worden beantwoord. De exit-strategie is onderdeel van de uitwerkingsfase. Daartoe maken we afspraken over wederzijdse verplichtingen bij een exit van één of meerdere partijen. Aanvullende vragen van Hart voor Den Haag 1. De geactualiseerde werkagenda stelt dat de ontwikkeling van geothermie stagneert omdat warmtenetten niet van de grond komen. Landelijk mag dit wellicht aan de orde zijn.

Lokaal in Den Haag CR-speelt dit niet. Bij het CR-plein ligt al vanaf 1975 het Haagse stadsverwarmingsnet. Het Haagse stadswarmtenet dat uitgroeide tot het beste net van ons land met tot 2002 ruimschoots de laagste warmtetarieven voor de Haagse ‘kleinverbruikers’. Vanwaar deze vreemde stelling voor geothermie CR-plein? Antwoord Geothermie wordt niet gerealiseerd als warmtenetten niet kunnen uitbreiden, omdat er dan onvoldoende afzet is. De stelling dat warmtenetten niet van de grond komen, betreft de uitbreiding van warmtenetten. Dit geldt ook voor Den Haag. De stelling gaat niet over het bestaande net van Eneco.

21/24

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10928950

De stagnatie van geothermie heeft wel te maken met de keuze van Eneco om voor het bestaande net geen geothermie in te kopen. 2. Is met aannemen van de WcW de ‘onzekerheid op de markt’ en over WarmtelinQ volgens het College nu weggenomen? Zo nee, waarom niet? Antwoord Ja, grotendeels, met dien verstande dat het wetsvoorstel Wcw nog door de Eerste Kamer moet worden aangenomen. Nu het wetsvoorstel Wcw in de Tweede kamer is aangenomen, is duidelijk dat op termijn hooguit een minderheidsaandeel van elk warmtenet in private handen mag zijn. De verantwoordelijkheid voor uitbreiding van warmtenetten komt nu nadrukkelijker bij publieke partijen te liggen. Het is de bedoeling dat dit nieuwe warmtenetten en dus extra afnemers van warmte stimuleert. Een belangrijk onderdeel van het wetsvoorstel Wcw is dat de minister verantwoordelijk wordt voor het borgen van betaalbaarheid. Het raadsvoorstel PIW sluit hierbij aan. Dat zijn belangrijke stappen richting meer zekerheid voor de huidige warmtenetbedrijven, de nieuwe warmtenetbedrijven als voor investeerders in bronnen en voor WarmtelinQ. De resterende onzekerheid bestaat uit de uitwerking die de rijksoverheid aan de financiële stimulering van warmtenetten nog zal geven. 3. Ook wordt gemeld dat geothermie CR-plein stagneert vanwege de netcongestie ‘omdat geothermiebronnen een grootverbruikersaansluiting nodig hebben’.

Het CR-plein is de belangrijkste ‘energiehub’ van Den Haag. Hier draait de oudste nog in gebruik zijnde Electriciteitsfabriek van ons land (1907), inmiddels van het Duitse energieconcern Uniper. De Haagse centrale CR-plein is verbonden met het landelijke hoogspanningsnet van netbeheerder TenneT. En al vanouds verbonden met een met het lokale Haagse stroomnet. Het Haagse stroomnet is inmiddels onderdeel van het middenspanningsnet van de regionale netbeheerder Stedin uit Rotterdam. Het Haagse station CR-plein wordt momenteel door Stedin verbouwd en voorzien van nieuwe transformatoren. Van groot belang voor het oplossen van de netcongestie lijkt de leegstaande turbinehal bij de Haagse Elektriciteitsfabriek van Uniper. Deze lege hal ligt pal naast het hoogspanningsstation en het middenspanningsstation en biedt ruimte voor opslag van elektriciteit in batterijen. In deze hoge enorme hal is echter een WOS (Warmte Overdracht Station) van Eneco voor WarmtelinQ voorzien. Na goedkeuring door de Raad van State van het Provinciaal Inpassings Plan (PIP) warmtetransportleiding Vlaardingen- Den Haag (WarmtelinQ) heeft de provincie ZuidHolland voor het WOS van Eneco al een vergunning afgegeven. Eneco heeft in Vlaardingen al een WOS voor WarmtelinQ naar Den Haag gebouwd. Gasunie verwacht in Den Haag WarmtelinQ bij het begin van het stookseizoen 2026 in gebruik te kunnen nemen.

Den Haag heeft dus nog ruim 1 jaar de tijd voor een onafhankelijk onderzoek naar een ander gebruik van de lege turbinehal. De grote hoge turbinehal lijkt voldoende ruimte te bieden voor stroomopslag/ batterijenpark om daarmee bij te dragen aan de oplossing voor de Haagse netcongestie. Is het College het eens met Hart voor Den Haag dat het oplossen van de Haagse netcongestie een maatschappelijk gezien een veel groter en urgenter probleem is dan het ‘ontvangen’ en ‘overdragen’ van havenwarmte uit Rotterdam? Antwoord Netcongestie is een groot en urgent probleem. We hebben zowel netcapaciteit nodig als collectieve warmte. Het leveren van warmte via warmtenetten voorkomt dat netcongestie een nog groter en urgenter probleem wordt, want dit voorkomt het elektrificeren van de warmtevraag door bijvoorbeeld de inzet van (individuele) warmtepompen. Collectieve warmte oplossingen zijn daarom essentieel om de netcongestie opgave beheersbaar te houden. Voor de ontwikkeling van warmtenetten zet het college bij voorkeur in op lokale duurzame bronnen, maar restwarmte uit Rotterdam kan ook een rol spelen.

22/24

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10928950

4. Is het College bereid om op korte termijn een onafhankelijke instantie als b.v. TNO een onderzoek te laten uitvoeren, in overleg met Uniper en de netbeheerders, of dit mogelijk is? Zo, nee waarom niet? Antwoord Het college heeft geen initiërende rol voor het inrichten van een batterij energieopslagsysteem bij de genoemde locatie. Het is aan de netbeheerders om het elektriciteitsnet zo effectief mogelijk uit te breiden. Zij bezien hiervoor de mogelijkheid voor uitbreiding van het hoofdverdeelstation aan het De Constant Rebecqueplein. De gemeente heeft hierbij een faciliterende rol. Het college ziet echter wel degelijk potentie in energieopslag door batterijen en experimenteert hier ook mee. Op kleine schaal wordt hiermee ervaring opgedaan. Dit doen we o.a. in een pilot in samenwerking met het rijk (Energierijk Den Haag). 5 a. Wanneer is de gemeente geïnformeerd over het gebrek aan ruimte voor de eerder aangewezen geothermiebron? Antwoord Eind 2024 heeft Haagse Aardwarmte meegedeeld dat de voorbereidingen voor een geothermiebron werden stilgelegd en dat ze haar ruimteclaim hierop terugtrekt. Het blijft de ambitie van Haagse Aardwarmte en de gemeente om deze geothermiebron op termijn alsnog te ontwikkelen, maar Haagse Aardwarmte wil nu eerst prioriteit geven aan de ontwikkeling van andere bronnen. 5 b.

Door wie en welke reden is daarvoor aangegeven? Antwoord De voorbereidingen van de geothermiebron aan het De Constant Rebecqueplein gingen uit van een relatief kleine werk – en boorlocatie, direct naast het buffervat. Tijdens de voorbereidingen werd er nog van uitgegaan dat Eneco deze warmte zou afnemen en dus een belanghebbende bij het project zou zijn. Geleidelijk aan is steeds duidelijker geworden dat Eneco zich niet ging verbinden aan het afnemen van geothermie, indien Eneco geen zicht had op verdere uitbreiding van haar warmtenet. Haagse aardwarmte heeft geconstateerd dat het te veel risico’s zag om dicht bij een installatie van een andere partij, Eneco, een geothermiebron te realiseren, als deze partij geen partner is in het project. 5 c. Welke rol speelt de aanlanding van WarmtelinQ en het WOS van Eneco hierbij? Antwoord De leidingen van WarmtelinQ en het WOS van Eneco t.b.v. WarmtelinQ liggen op hetzelfde deel van het Uniper terrein, maar zijn niet de kritieke factor bij de uiteindelijke afweging van Haagse aardwarmte. 6. Het complex rond het CR-plein kan een cruciale rol gaan spelen bij de warmtetransitie en het aanpakken van de netcongestie in onze stad. Tot Slot, bij de Staat van de Stad zegt het college dat de meerwaarde vooral ligt in hoe we deze kennis gaan benutten in het debat, het beleid en in het contact met de organisatie en bewoners.

Dat geldt zeker voor het urgente maatschappelijke probleem van de Haagse netcongestie. Naast een onafhankelijk onderzoek verzoeken wij daarom de wethouder om bij het CR-plein een werkbezoek voor de commissie Leefomgeving te organiseren met de betrokken partijen. Zodat de Raadscommissie zich een beter inzicht kan verschaffen over de kansen en mogelijkheden voor het oplossen van de netcongestie in en rond het CR-plein. Is de wethouder bereid om in overleg met de raadscommissie zo’n werkbezoek nog dit jaar te organiseren?

23/24

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10928950

Antwoord Ja, daartoe is de wethouder bereid, indien hier voldoende belangstelling voor is en dit door de griffie in te passen is in de agenda voor de commissie Leefomgeving.

Met vriendelijke groet, de wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen Arjen Kapteijns

24/24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15916094/1