CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323100 Bijlage 2 Bestuursplan 2025 -2029

Commissie Samenleving 11 december 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Haagse Educatieve Agenda (HEA) 2026-203219.874 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In de begroting wordt dit zichtbaar door een tekort te begroten (negatief resultaat). Een belangrijke randvoorwaarde is dat sprake blijft van zinvolle, doelmatige bestedingen, het reduceren van reserves mag nooit een doel op zichzelf zijn.

Het financieel kader wijkt voor het bestuurskantoor iets af van dat van de scholen. De normering voor deze reserve is afgeleid van die van de scholen. Bij gebrek aan bekostiging zoals bij de scholen, wordt de reserve in een percentage berekend door het bedrag in de algemene reserve te delen door de omvang van de personele lasten. In beginsel beweegt de omvang van de afdelingsreserve zich meerjarig tussen de 5%-10% met een meerjarig gemiddelde van 7,5%.

4.

Herverdeling middelen Rijksbekostiging

In beginsel zijn de scholen financieel zelf verantwoordelijk voor hun inkomsten en uitgaven en de complete bedrijfsvoering die samenhangt met hun taakopdracht. Binnen De Haagse Scholen boeken we de (Rijks-) inkomsten dan ook 1 op 1 ten gunste van de scholen. In beperkte mate g wordt aan scholen toegekende bekostiging herverdeeld binnen de organisatie. Binnen de herverdeelsystematiek van de Haagse Scholen worden de volgende doelen onderscheiden: Herverdeling ten behoeve van bovenschoolse kosten (bestuurskantoor met name) Herverdeling ten behoeve van de exploitatie schoolgebouwen Herverdeling personele risico’s scholen Herverdelingspot lumpsum knelpunten scholen In dit hoofdstuk wordt per herverdeling aangegeven welke kosten hieruit gedekt worden.

45

Deze herverdelingsposten worden vooraf als een percentage van de lumpsum Rijksbekostiging berekend en vervolgens in de realisatie van het betreffende jaar toegepast op de binnenkomende baten.

4.1

Bovenschoolse lasten / bestuurskantoor

Het bestuurskantoor levert diensten aan de scholen en wordt daarnaast ook ingezet ten behoeve van ontwikkelingen/verplichtingen waar op bestuurlijk niveau aan wordt gewerkt in het belang in het belang van de totale organisatie. De prijs voor deze dienstverlening wordt aan de scholen in rekening gebracht. Onder deze herverdeling vallen de lasten van het college van bestuur, GMR en de afdelingen Beleid & Advies en Bedrijfsvoering. Hier zijn naast de strategische beleidsvorming en control op hoofdlijnen de volgende diensten aan de scholen belegd: financiële administratie, personeels- en salarisadministratie, HR-advies & recruitment, verzuimbegeleiding, bovenschoolse kwaliteitszorg, werkgeverschap van schoolleiders, beheer centrale ICT-infrastructuur, financieel advies, facilitair advies, projectmanagement nieuwbouw en renovatie, inkoopbegeleiding, communicatieadvies, ondersteuning en advies bij privacy en AVG en de kosten van juridische bijstand. Naast deze ondersteunende diensten onder verantwoordelijkheid van het bestuurskantoor, worden er omwille van efficiencyvoordelen (schaalgrootte) ook diverse externe diensten centraal ingekocht die direct ten goede komen aan de scholen, zoals diverse ICT applicaties, verzekeringen, glasvezelinternet en begeleiding/onderzoek door de bedrijfsarts/ arbodienst.

De lasten van deze centrale, organisatiebrede inkopen worden via de herverdeling in rekening gebracht. In beperkte mate verwerft het bestuurskantoor “eigen” inkomsten, ondermeer in de vorm van subsidies. De betreffende lasten (de (personele en materiële) kosten die met deze inkomsten gedekt zijn), worden wel meebegroot, maar blijven in de herverdeling buiten beschouwing.

4.2

Exploitatie schoolgebouwen

Het onderhoud en beheer van de schoolgebouwen is binnen DHS centraal belegd en kent een separate begroting. Onderdeel hiervan zijn gepland (groot) onderhoud op basis van het meerjaren onderhoudsplan, contractonderhoud, reguliere schoonmaak, afvalverwerking, energie en water, beveiliging. Ook verduurzamingsmaatregelen maken onderdeel van het meerjaren onderhoudsplan en worden daarmee bovenschools gedekt ten laste van de herverdeling. Incidenten/calamiteiten, klein onderhoud en het beheer van de buitenruimtes (schoolpleinen) zijn voor rekening van de scholen. 4.3

Herverdeling personele risico’s

Scholen worden op basis van solidariteit gecompenseerd voor een aantal risico’s in de personeelslasten die zij met hun personeel lopen. De herverdeling personele risico’s werkt in die zin als een verzekering: op het moment dat een risico zich voordoet en de school voldoet aan de voorwaarden, dan volgt een uitkering. Om dit te kunnen bekostigen wordt een “verzekeringspremie” ingehouden als onderdeel van de herverdeling. Een algemeen principe is dat scholen met een bovenmatig reserve (>15%) niet in aanmerking komen voor toekenningen, maar geacht worden het risico zelf te dekken uit hun reserve. Hierdoor snijdt het mes aan twee kanten: enerzijds wordt het benodigde herverdeelpercentage gedrukt, anderzijds daalt hierdoor de bovenmatigheid van schoolreserves. De herverdeling personele risico’s omvat de volgende onderdelen: 1)

Het centraal fonds ziekteverzuim compenseert scholen met een “hoog” ziekteverzuim ten behoeve van extra lasten voor vervanging. Een school ontvangt een vergoeding als aan deze twee criteria wordt voldaan: o Een ziekteverzuim van > 7% op maandbasis

46

o

Een algemene reserve van < 15 %

De hoogte van de vergoeding wordt bepaald door het verzuimpercentage te salderen met de drempelwaarde van 7%. Het (positieve) saldo wordt vermenigvuldigd met de personeelslasten van de school. Rekenvoorbeeld: een school met € 1,2 miljoen personeelslasten per jaar (€ 100.000 per maand) ontvangt bij een ziekteverzuim van 8% in maart € 1.000 (8% - 7% = 1%, 1% maal € 100.000 maakt € 1.000). Een nieuwe regeling ter vervanging van deze afspraken (beoogde ingang schooljaar 25/26) is in ontwikkeling. 2)

Betaald ouderschapsverlof: scholen krijgen een compensatie voor de gemiste arbeidstijd cq doorlopende salarislasten, zodat een vervanger kan worden ingezet. Voor de compensatie van betaald ouderschapsverlof is bij de berekening van de uitgegaan van het huidige kostenniveau, gecorrigeerd voor scholen die niet in aanmerking komen vanwege een te hoge reserve (>15%). Het eerste jaar na geboorte dat betaald ouderschapsverlof wordt opgenomen, wordt sinds 2023 vergoed door het UWV voor 70% van de salarislasten. De interne regeling geldt ter compensatie van betaald ouderschapsverlof dat medewerkers opnemen vanaf het tweede jaar na geboorte van hun kinderen.

3)

Overgangsregeling Bapo, verlof duurzame inzetbaarheid oudere werknemers (57+): scholen krijgen de bruto salarislasten van de verzuimde tijd vergoed, zodat de school niet financieel benadeeld wordt bij het in dienst nemen of houden van oudere werknemers. De werkgeverslasten zijn voor rekening van de school.

4)

Loonkosten na boventalligheid: enkele scholen hebben medewerkers op de loonlijst die in het verleden boventallig zijn verklaard, waarbij op bestuursniveau het besluit is genomen om hen niet te ontslaan of over te plaatsen. De regeling bevat een beperkt en aflopend aantal personen waarover in het verleden afspraken zijn gemaakt. Zij zijn niet meer productief voor de school waar zijn formeel in de formatie staan en derhalve wordt de school daarvoor financieel gecompenseerd.

5)

Een regeling ter compensatie van scholen is ingevoerd naar aanleiding van de invoering van het eigen risico bij het Participatiefonds vanaf 1/8/2022. De interne regeling heeft als doel om het eigen risico van de scholen over te nemen en op bestuursniveau te dragen als onderdeel van de herverdeling personele risico’s. Indien de school zorgdraagt voor een effectieve personeelsbegeleiding en dossieropbouw worden de WW(plus) kosten in principe gedekt, zo niet dan draagt de school bij in de kosten. Hierin kan een beroep op bovenschoolse begeleiding gedaan worden. De interne regeling maakt onderscheid in de volgende vergoedingen: 1) Alle uitkeringskosten na ontslagen die vallen onder het eigen risico van 10% van het Participatiefonds worden volledig centraal (100%) vergoed onder de herverdeling personele risico’s. 2) Bij alle overige ontslagen waaruit uitkeringslasten ontstaan (hiervoor geldt het standaard eigen risico van het Participatiefonds van 50%) betaalt de school een deel van de uitkeringskosten mee. 60% van het bedrag dat het Participatiefonds in rekening brengt wordt centraal via de herverdeling gedekt, 40% is voor rekening van de school is.

47

4.4

Herverdeling lumpsum voor knelpunten

Er is een herverdeelbudget op schoolniveau gecreëerd om scholen financieel te ondersteunen bij financiële knelpunten in hun begroting. Scholen komen hiervoor in aanmerking als zij niet in staat zijn deze zelf op te lossen zonder de basiskwaliteit in het onderwijs in gevaar te brengen. Dit gegeven de omstandigheden waarin de school verkeert en/of eerdere bestuurlijke besluitvorming die tot deze situatie heeft geleid. Solidariteit tussen scholen onderling is de basis voor deze herverdeling: financieel sterkere scholen ondersteunen financieel zwakkere scholen. De omvang van de herverdelingsbudget lumpsum bedraagt € 2 miljoen per jaar. Over 80% van dit budget beslist het CvB op advies van de Toetsingscommissie (TC). Voor 20% van deze middelen adviseren de bovenschoolse directeuren. Dit betreft aanvragen voor (kleine, sterk krimpende) scholen die structureel onrendabel zijn en huisvestingsvraagstukken (nieuwbouw). Ook is er soms behoefte aan financiële ondersteuning voor armere scholen bij wijze van kwaliteitsimpuls vanwege risico’s in de onderwijskwaliteit. De bovenschoolse directie is in een positie om de harde noodzaak van dergelijke strategische investeringen in onderwijskwaliteit goed in te schatten. Ook voor toekenningen uit dit budget geldt dat scholen met een financiële reserve > 15 % (van de totale bekostiging) hiervoor niet in aanmerking komen.

Zij worden geacht hun algemene reserve in te zetten voor de betreffende bestedingen.

4.5

Meerjarige herverdeling & nacalculatie

De herverdeling wordt toegepast op het geheel van de lumpsum Rijksbekostiging, niet op andere inkomsten. Qua grootboekrekeningen betreft dit praktisch alle inkomsten die geboekt worden op de nummers in de serie 3.1.1 – Rijksbijdragen OCW. Op inkomsten met een geoormerkt karakter wordt bewust niet herverdeeld, waaronder basisondersteuning en arrangementen passend onderwijs en overige baten die door de scholen worden verworven. De werkdrukmiddelen dienen op grond van de regelgeving geheel ten gunste van de scholen te komen. Derhalve worden ze ook in mindering gebracht op de inkomsten die in de herverdeling worden betrokken. De vastgestelde herverdeelpercentages voor 2024 en verder worden niet gewijzigd en blijven daarmee van toepassing in de meerjarenbegroting 2025-2028. 2022

2023

2024

2025

2026

2027

7,5%

6,9%

6,7%

6,6%

6,9%

6,9%

Herverdeling exploitatie schoolgebouwen Herverdeling personele risico's Herverdeling financiële knelpunten basiskwaliteit

7,1%

6,6%

6,6%

6,7%

6,9%

6,9%

1,4%

1,0%

1,2%

1,0%

1,0%

1,0%

1,8%

0,8%

1,4%

1,4%

1,4%

1,4%

Totaal herverdeelpercentage

17,8%

15,3%

15,9%

15,9%

16,3%

16,3%

Herverdeling bovenschoolse en collectieve lasten

De vastgestelde percentages worden in de realisatie toegepast op de daadwerkelijk ontvangen Rijksinkomsten. Deze kunnen verschillen met de raming waarop de herverdeelpercentages zijn gebaseerd. Ook de daadwerkelijke uitgaven ten laste van de verschillende herverdelingen kunnen hoger of lager uitpakken. Hierdoor zullen er dus altijd verschillen ontstaan tussen de begroting en de realisatie. Deze worden dan niet achteraf nog verrekend met de scholen. Voordelige en nadelige resultaten worden verrekend met algemene reserves die voor de afzonderlijke herverdelingen worden aangehouden (op de betreffende aparte kostenplaatsen behorende bij de herverdelingen).

48

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15916078/1