CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323100 Bijlage 2 Bestuursplan 2025 -2029

Commissie Samenleving 11 december 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Haagse Educatieve Agenda (HEA) 2026-203219.874 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Basisscholen Speciale basisscholen (Voortgezet) Speciaal Onderwijs Totaal

1-feb-23 1-feb-24 1-feb-25 1-feb-26 1-feb-27 13.519 13.388 13.024 13.024 13.024 551 551 522 522 522 1.008 1.030 1.008 1.008 1.008 15.078

14.969

14.554

14.554

14.554

Per saldo dalen de leerlingaantallen van DHS, maar op schoolniveau is het beeld genuanceerder: sommige scholen groeien, andere scholen verwachten krimp. In de gemeentelijke leerlingenprognoses van Den Haag op basis van de demografische ontwikkeling daalt het aantal leerlingen op stedelijk niveau de komende tien jaar. Pas na 2034 neemt het aantal leerlingen in de stad weer toe. Een deel van de krimp wordt gecompenseerd door de komst van nieuwkomers op onze scholen. Hoe de krimp precies uitpakt op de specifieke scholen van DHS is lastig te voorspellen meerdere jaren vooruit. Daarom begroten we vanaf 2026 meerjarig op basis van stabiele aantallen. De t-1 bekostiging geeft de tijd om de financiële gevolgen van dalingen op te vangen. Zeven basisscholen van DHS hebben een aantal leerlingen dat lager ligt dan de opheffingsnorm van 200. Deze scholen kunnen vooralsnog in stand gehouden worden doordat de gemiddelde schoolgrootte van DHS boven de norm van 290 leerlingen ligt (300 per 1/10/2024). Een meerjarige leerlingdaling kan er toe leiden dat de gemiddelde schoolgrootte daalt onder deze norm. Bovendien hebben nadelige kleine scholen vaak negatieve effecten op het onderwijs en de financiën. Zij hebben vaak onvoldoende onderwijskundige ontwikkelcapaciteit of leerlingbegeleiding. Kleine scholen zijn financieel moeilijk rendabel te krijgen en vergen bestuurlijke financiële bijdragen.

Daarnaast blijkt het voor hen ook lastiger om risico’s op te vangen (bijvoorbeeld bij uitval van leraren). Schaalvergroting en/of nauwere samenwerking tussen scholen zijn daarom doelen in het kleine scholenbeleid van De Haagse Scholen, leidend tot een kleiner aantal (kleine) scholen. Het aantal leerlingen op het SBO bevindt zich ruim boven de 2% bekostigingsnorm van de Rijksoverheid. Het streven is om het aantal leerlingen in SBO te verminderen door in de context van het samenwerkingsverband te werken aan inclusiever basisonderwijs. In hoofdstuk 7 wordt het effect van de leerlingaantallen zichtbaar op de baten. Uiteraard is er ook een verband tussen het aantal leerlingen en de benodigde formatie. In het volgende hoofdstuk wordt de meerjarige formatieve ontwikkeling zichtbaar gemaakt. Dit beeld is kwantitatief van aard, de kwalitatieve ontwikkeling van het schoolteam, samenhangend met het anders organiseren van het onderwijs, wordt beschreven in hoofdstuk 4.

23

5.2 Meerjarige formatieontwikkeling In deze paragraaf wordt invulling gegeven aan de voorgeschreven informatie-elementen uit de CAO Primair Onderwijs met betrekking tot het “meerjaren formatiebeleid” van De Haagse Scholen. In onderstaande tabel staat de meerjarig begrote formatie-omvang van de organisatie, onderverdeeld naar de personeelscategorieën. 2024 betreft gerealiseerde data, de jaren vanaf 2025 zijn verwachte waarden gebaseerd op de schoolbegrotingen. Tabel: ontwikkeling formatie (gemiddeld per jaar in fte) 2024

2025

2026

2027

2028

reguliere basisscholen Directie

65

67

66

66

66

Onderwijzend personeel

740

701

683

676

669

390 1.195

334

317

314

312

1.102

1.066

1.055

1.046

Directie

3

3

3

3

3

Onderwijzend personeel

55

57

57

57

56

Ondersteunend personeel

29

25

22

20

19

87

85

82

80

79

Ondersteunend personeel

speciaal basisonderwijs

speciaal onderwijs Directie

13

12

12

12

12

Onderwijzend personeel

121

122

121

120

118

Ondersteunend personeel

135

128

128

127

127

268

262

260

259

257

bestuurskantoor

57

53

53

53

53

invalpoule

5

3

3

3

3

1.613

1.505

1.464

1.450

1.439

Totaal

Meerjarig gaan we uit van een dalende formatie van het onderwijzend personeel als gevolg van de situatie op de arbeidsmarkt. In de begroting is uitstroom voorzien op basis van pensionering. Afgelopen jaren daalde de OP formatie en de verwachting is dat dit op korte termijn niet verandert. Daardoor verschuift ook de personeelssamenstelling. Door het onderwijs anders te organiseren, en anders bevoegd personeel een grotere rol te geven in het onderwijsaanbod neemt het aandeel onderwijsondersteunend personeel toe in de formatie. Tussen medio 2021 en 2023 vond een aanvullende stijging van de OOP-formatie plaats. Dit was het gevolg van de inzet van de NPO-middelen. Vanaf 2025, als de NPO-middelen volledig uitgeput zijn, zal sprake (moeten) zijn van een daling van de ondersteunende formatie voor een sluitende begroting. Begin 2025 is sprake van een

24

personeelsoverschot in ondersteunende functies in relatie tot de bekostiging. DHS zet in op vrijwillige arbeidsmobiliteit met als doel zoveel mogelijk (goed functionerende) medewerkers te behouden. Een deel van deze medewerkers stroomt door in reguliere functies binnen (andere) scholen, deels ook onderwijsgevend. De omvang van het bestuurskantoor neemt naar verwachting toe als gevolg van bewuste bestuurlijke strategische keuzes. Onze omgeving stelt hoge eisen aan onze organisatie en er is een uitgesproken behoefte van scholen om op onderdelen beter ondersteund te worden. Het bestuur zet de komende in op een betere ondersteuning van scholen volgend op de visie in de beleidsbrief ‘Versterking organisatie DHS’. Dit is nodig om het hoofd te kunnen bieden aan de majeure actuele uitdagingen in het onderwijs. Over deze uitbreidingen vindt op moment van schrijven van dit bestuursplan nog besluitvorming plaats en zijn daarom nog niet opgenomen in bovenstaande formatieoverzicht. In TOP De Haagse Scholen (interne invalpoule) bevinden zich alleen nog interimdirecteuren. De Wet DBA zorgt er voor dat ZZP’ers moeilijker werk kunnen vinden als invalkracht. Bevoegde leerkrachten die nu als ZZP’er actief zijn en het werk van invalkracht willen blijven doen worden uitgenodigd om toe te treden tot de interne invalpoule. In bijlage 1 is het bestuursformatieplan opgenomen.

Dit vormt een uitwerking van de vastgestelde formatieomvang in schooljaar 2025/2026 per school, afgezet tegen het aantal leerlingen.

25

6 Meerjarenbegroting In de vorige hoofdstukken ligt de inhoudelijke basis voor de meerjarenbegroting van De Haagse Scholen. Het strategische beleid geeft de richting aan waarlangs plannen worden gemaakt, kosten worden gemaakt en investeringen plaatsvinden. Het aantal geprognosticeerde leerlingen is bepalend voor de bekostiging, maar ook voor de benodigde personeelsformatie en daarmee het grootste deel van de kosten. In dit hoofdstuk wordt dit alles bij elkaar gebracht in een meerjarenbegroting, samen met de andere (kleinere) financiële stromen, inkomsten en kosten. De presentatie van de meerjarenbegroting is op hoofdlijnen. In het financieel management van De Haagse Scholen wordt niet gestuurd en verantwoord op afzonderlijk begrote (kosten-)posten, maar op (financiële) resultaten en vermogensontwikkeling (op bestuursniveau en per school), risico’s en bedrijfscontinuïteit. Deze elementen worden in de komende hoofdstukken zichtbaar gemaakt.

6.1

Staat van baten en lasten

Onderstaande tabel maakt zichtbaar hoe de totale baten en lasten van De Haagse Scholen zich de komende jaren naar verwachting ontwikkelen. Het financieel beeld wordt onzekerder naarmate jaren verder weg liggen. Door een beleidsrijke begrotingscyclus, waarin we het financiële gesprek met de scholen op schooljaarbasis voeren, sturen we bij waar nodig. Middels reserves op schoolniveau kunnen scholen eventueel niet bestede middelen meenemen naar het komende jaar, en zo alsnog hun doelen bereiken. In onderstaande tabel is naast de vorig jaar opgestelde begroting 2025, ook een bijstelling van deze begroting gevoegd op basis van geactualiseerde gegevens. Totaalbeeld en financieel bestuursbeleid In algemene zin valt op dat er sprake is van verwachte exploitatietekorten in de komende jaren. Daarmee dalen de (bovenmatige) reserves van De Haagse Scholen. In de kengetallen van paragraaf 6.2.2 wordt zichtbaar dat de reserves van DHS nog steeds (ruim) toereikend blijven in de meerjarenbegroting. De Haagse Scholen staat er financieel sterk voor en dat blijft zo. Het Nationaal Programma Onderwijs heeft gezorgd voor meer formatie en een hoger kostenniveau in de organisatie. Ook heeft het de reserves van De Haagse Scholen doen groeien. Tegelijkertijd is sprake van stedelijke leerlingdaling (en dus ook bij DHS) waardoor baten afnemen.

Rijk en gemeente bezuinigen bovendien op subsidies (school en omgeving, arbeidsmarkttoelage, G5 subsidies lerarentekort, basisvaardigheden). Alles bij elkaar heeft De Haagse Scholen te maken met een daling van middelen. Het wegvallen van deze (tijdelijke) middelen leidt tot een aantal jaren met negatieve resultaten. In die jaren bouwen we het hogere kostenniveau weer af. Voor een groot deel doen we dat door de formatie van ondersteunend personeel terug te laten dalen, nadat deze eerder gegroeid is met NPO middelen. We doen dit op basis van natuurlijk verloop en door centraal regie te voeren op vrijwillige interne mobiliteit van ondersteunend personeel. Per saldo zal de formatie aan ondersteunend personeel moeten dalen. Dit heeft zeker ook gevolgen voor het onderwijsaanbod en de werkdruk op scholen. De inzet van het bestuur om de onderwijskwaliteit op peil te houden

26

temidden van deze ontwikkeling staat omschreven in de eerdere paragraaf 3.2 Zo werken we aan gerichte professionalisering van schoolteams, het verhelderen van werkwijzen en praktische hulpmiddelen (zoals formats). De ondersteuning van scholen met veel onbevoegde collega’s bij het borgen en ontwikkelen van hun onderwijskwaliteit wordt geïntensiveerd. De belangrijkste bestuurlijke inzet om toename van werkdruk zo klein mogelijk te houden is onderdeel van paragraaf 3.5, en bevindt zich met name in HR beleid dat zich richt op duurzame inzetbaarheid, verzuimpreventie en vitaliteit. Vanwege de toegenomen financiële dynamiek en risico’s is ook het bovenschools financieel toezicht geïntensiveerd. Meer dan voorheen zijn daarin ook financiële risicofactoren opgenomen waarmee wordt gemonitord, zoals personeelsaandeel in de schoolexploitatie en leerlingdaling. Tabel: staat van baten en lasten (* €1.000,-)

Realisatie

Realisatie

Begroot

Begroot

Begroot

Begroot

Begroot

BATEN

2023

2024

2025 - oud

2025 - nieuw

2026

2027

2028

3.1

Rijksbijdrage OCW

150.284

152.526

143.401

152.585

148.934

151.610

151.610

Doelsubsidies Rijk

13.920

10.399

13.590

12.031

8.477

7.593

7.593

Samenw erkingsverb.

4.408

4.928

4.781

4.616

4.720

4.738

4.738

3.2

Gemeentelijke subs.

10.684

9.953

7.616

10.636

9.256

9.256

9.256

3.5

Overige baten

6.876

7.384

5.462

7.602

6.075

6.058

6.058

186.171

185.190

174.851

187.469

177.462

179.256

179.256

TOTAAL BATEN LASTEN 4.1

Personeelslasten

152.741

160.519

155.541

160.602

149.246

149.119

147.554

4.2

Afschrijvingen

3.130

3.116

2.518

3.186

3.259

3.263

3.200

4.3

Huisvestingslasten

13.381

14.981

12.489

15.383

15.372

15.330

15.330

4.4

Overige lasten

14.438

14.991

12.179

14.348

14.319

13.112

13.112

183.690

193.607

182.727

193.519

182.197

180.824

179.196

Saldo baten en lasten

2.481

-8.418

-7.876

-6.050

-4.734

-1.568

61

Interest

1.267

2.315

295

800

400

400

400

TOTAAL RESULTAAT

3.749

-6.103

-7.581

-5.250

-4.334

-1.168

461

TOTAAL LASTEN SALDO

6.1.1 Toelichting baten Rijksbijdrage Onder deze post bevindt zich de lumpsum bekostiging van de Rijksoverheid. Naast de eerder geschetste daling van de leerlingenaantallen zijn ook andere (onzekere) factoren van invloed op de omvang en samenstelling: -

De bekostiging is meerjarig begroot op loon- en prijspeil 2024. Omdat de CAO 2024/2025 deels gedekt is met middelen uit de indexatie van 2024, is hier bovenop een opslag van 2,95% in de bekostiging gerekend (resultaatneutraal effect).

27

-

Het CBS berekent jaarlijks opnieuw de onderwijsachterstandsscores per school. De Haagse Scholen heeft niet de gegevens om deze meerjarig te kunnen ramen. Derhalve is meerjarig begroot op de laatst bekende stand van deze scores op het moment van begroten (data per 1/2/2024).

-

De bekostiging voor professionalisering startende leerkrachten en schoolleiders kent een tijdelijk karakter. De minister heeft aangekondigd dat deze middelen voor het primair onderwijs behouden blijven, maar deels ingezet zullen worden voor de onderwijsregio’s. In de begroting is uitgegaan van een halvering van het budget in 2025.

-

De arbeidsmarkttoelage is structureel onderdeel van de CAO geworden. De bekostiging hiervoor daalt met een derde.

-

In 2027 volgt invoering van een nieuwe vorm van bekostiging, zogenaamde gerichte bekostiging. Daarvoor is begroot dat een deel van de huidige OCW doelsubsidies hierin overgaan, zodat de Rijksbijdrage OCW stijgt en daarmee de doelsubidies dalen.

Doelsubsidies Rijk De doelsubsidies omvatten rijksbijdragen met een bijzondere doelstelling of doelgroep en een separate verantwoording. Deze subsidies kennen een jaarlijks aanvraag- en toekenningsproces, met wisselende regels en voorwaarden. De laatste jaren zijn er meer regelingen bijgekomen, en zijn ook de bedragen die in deze doelsubsidies omgaan gegroeid. De ontvangen toekenningen betreffen verplichtingen voor een kortere periode en zijn derhalve (deels) onzeker en gevoelig voor politieke veranderingen. Het Rijk voert naar verwachting komende jaren bezuinigingen door op deze middelen. -

Naast reeds toegekende meerjarige subsidie is in de begroting uitgegaan van een subsidiekorting van 33% voor de toekenning van de subsidie School en omgeving vanaf 25/26 in lijn met de Rijksbegroting.

-

De meerjarige subsidie voor versterking basisvaardigheden kent ook een lagere toekenning medio 2025, in totaal dalen de subsidiebaten meerjarig. In 2026 zal voor de meeste scholen geen subsidie beschikbaar zijn voor versterking basisvaardigheden. In 2027 gaat deze subsidie over in de zogenaamde gerichte bekostiging (tegen een lager bedrag).

-

Voorgaande jaren zijn toegekende de bedragen voor de Bijzondere bekostiging asielzoekers en andere vreemdelingen toegenomen, maar in 2024 is het aantal asielzoekers/overige vreemdelingen weer fors gedaald. In de begroting is de realisatie in 2024 doorgetrokken.

-

De G5 subsidies voor zij-instromers en Noodplan lerarentekort zijn begroot voor de looptijd van het huidige programma tot eind 2025. Daarna lopen deze middelen af in de begroting. Mogelijk komen daar extra (nu niet begrote) bedragen van de Onderwijsregio voor terug.

Rijksbijdragen samenwerkingsverband (Passend Onderwijs) Onze basis- en SBO-scholen hebben vooral met het Haagse Samenwerkingsverband SPPOH te maken, onze (V)SO-scholen hebben met meerdere SWV Passend Onderwijs te maken die ieder hun eigen wijze en tempo van bekostigen hebben. De grootste bedragen zijn begroot voor basisondersteuning aan basisscholen en arrangementen. SSPOH stelt in de loop van 2025 een nieuw ondersteuningsplan op. Omdat het samenwerkingsverband te kampen heeft met lagere leerlingaantallen in Den Haag en een hoog deelnamepercentage in SO en SBO zullen naar verwachting kortingen worden doorgevoerd in de begroting van SPPOH. Onder andere de zogenaamde inclusie-impuls voor basisscholen wordt in 2025 waarschijnlijk niet verlengd.

28

Gemeentelijke subsidies De Haagse Educatieve Agenda (HEA) vormt het beleidskader voor de gemeentelijke onderwijssubsidies. Scholen kunnen jaarlijks subsidie aanvragen via het Onderwijsloket. De gemeente werkt in 2025 aan een nieuwe HEA en subsidiesystematiek waarin schoolbesturen meer beleidsruimte krijgen in de besteding van de subsidiemiddelen. De afbouwregeling van de gemeente voor de subsidie Leer Kansen Profiel (LKP) loopt af. Hierdoor dalen meerjarig de gemeentelijke subsidie-inkomsten. Op de subsidiemiddelen voor onderwijs (kansengelijkheid) voert het Rijk een subsidiekorting van 10% door vanaf 2026. Overige baten De huuropbrengsten van (gym)lokalen en de klokurenvergoeding voor gymnastiekonderwijs van de gemeente Den Haag zijn stabiel begroot. Dit geldt ook voor de begrote ouderbijdragen (voor schoolreisjes, schoolzwemmen, TSO, enz.) en subsidies van derden zoals Fonds 1818. Tot slot bieden (V)SO-scholen ambulante dienstverlening in opdracht van andere samenwerkingsverbanden en scholen. Indien deze scholen onder andere besturen vallen vindt externe facturatie plaats. De betreffende ambulante diensten worden geherpositioneerd, gericht op een ondersteuningsaanbod dat bijdraagt aan inclusief onderwijs (zie ook hoofdstuk 3).

6.1.2 Toelichting lasten Ontwikkeling personele lasten De personeelslasten zijn veruit de omvangrijkste kostenpost van De Haagse Scholen. Een groot deel van deze personele kosten liggen, zeker op de korte termijn, vast doordat het grootste deel van het personeel in vaste dienst is. De laatste jaren is de formatie gestegen door de inzet van NPO-middelen. Deze groei betrof vrijwel volledig ondersteunend personeel. In deze begroting is sprake van een daling van de formatie, zie paragraaf 6.2, door de afbouw van NPO-formatie in combinatie met leerlingdaling en dalende subsidie-inkomsten. We gaan er niet van uit dat (gedwongen) ontslagen op bedrijfseconomische redenen nodig zullen zijn. De begrote afbouw van personele kosten vindt plaats in met name: -

Externe inhuur: veel scholen hebben een deel van hun subsidieactiviteiten uitbesteed aan externe bureaus, wat komende jaren voor een groot deel weer zal worden afgebouwd. Ook geeft de wet DBA en het einde van handhavingsmoratorium beperkingen aan het inhuren van ZZP’ers ;

-

Tijdelijke contracten: scholen hebben onderwijsondersteunend personeel aangenomen op tijdelijke basis voor de uitvoering van NPO-activiteiten dat nu (deels) zal uitstromen;

-

Natuurlijk verloop van personeel: de uitstroom van personeel is circa 10% per jaar. Veel vacatureruimte wordt ingevuld met onderwijsondersteunend personeel door krapte in de arbeidsmarkt;

-

Interne mobiliteit : het kan voorkomen dat op de ene school een vijfdaagse lesweek in gevaar is door gebrek aan menskracht, terwijl op een andere school medewerkers boventallig aangehouden worden ten koste van schoolreserves. Voor de formatie 2025/2026 gaan we vraag en aanbod van personeel op scholen bovenschools matchen.

29

De arbeidsvoorwaarden per medewerker/functie zijn begroot op het niveau van de actuele CAO PO 2024/2025. Ontwikkelingen in de werkgeverslasten zijn meerjarig opgenomen op het actuele niveau bij aanvang 2025. Schommelingen in werkgeverslasten en stijgingen in de CAO worden gecompenseerd in de loon- en prijsbijstelling van de Rijksbekostiging (eveneens niet mee begroot, en daarmee resultaatneutraal in de begroting). Het effect van toekomstige CAO-stijgingen (vanaf 2025) is niet meebegroot. De kosten van uitzendbureaus en externe inhuur zijn toegenomen door inhuur in het kader van het NPO. Ook relatief veel geld gaat naar bureaus die activiteiten aanbieden die naast of in plaats komen van het reguliere onderwijsaanbod (muziek, beweging, etc). In de begroting is een daling opgenomen van deze externe inhuur. De opleidingskosten zijn meerjarig begroot op ruim 2% van de bruto salarislasten. Afschrijvingen Dit betreft de afschrijvingskosten op de materiële vaste activa. Daaronder vallen meubilair, ICT-hardware en onderwijsleerpakketten. De ontwikkeling van de afschrijvingen is gebaseerd op meerjarige investeringsplannen zoals die jaarlijks door de scholen en bestuurskantoor worden opgesteld als onderdeel van hun begroting. Voor aflopende investeringen is in de begroting een vervanging van de activa opgenomen.

In 2025 en 2026 wordt een centraal investeringsprogramma uitgerold om de netwerken op alle scholen te vervangen voor NAAS oplossingen, met als hoofddoel betere IT- beveiliging. Hierdoor stijgen de afschrijvingslasten. Ook de ambities op verduurzaming van schoolgebouwen (onder andere in zonnepanelen en WTW-units) zorgen voor extra investeringen. Deze investeringen in verduurzaming verdienen zichzelf meerjarig terug als gevolg van een lager energieverbruik. Huisvestingslasten Planmatig onderhoud van schoolgebouwen is een van de grootste kostenposten in de huisvesting. De verantwoordelijkheid voor het planmatig onderhoud van schoolgebouwen is bovenschools belegd. De lasten die samenhangen met het planmatig onderhoud worden gedekt uit een voorziening die is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan voor 40 jaar (MOP). De jaarlijkse dotatie aan de voorziening is berekend op grond van de componentenmethode. De Haagse Scholen is met ingang van 2024 op deze nieuwe methode overgegaan. Naast dotaties en onttrekkingen uit de voorziening bleek een groot deel van de onderhoudslasten direct in de exploitatie geboekt te moeten worden, wat leidt tot extra begrote lasten in de komende jaren. Een nieuwe, meer accurate MOP wordt opgesteld in 2025 en 2026. Andere grote kosten binnen de huisvesting zijn schoonmaak en energie/water.

Voor deze kosten is een stijging opgenomen in de begroting, volgend op gemaakte prijsafspraken met leveranciers. In de afgesloten energiecontracten komt een steeds groter gecontracteerd volume aan energie vrij tegen de actuele marktprijzen. Overige lasten Uit het ambitiestatement vloeit onder meer digitalisering van lesmethoden voort. Vooral de kosten van beheer en onderhoud van soft- en hardware stijgen, evenals de licenties voor digitale onderwijslespakketten. In de overige lasten zijn ook kosten opgenomen van leermiddelen en kosten van voor de externe begeleiding van leerlingen. Dit betreft extra zorg/onderwijsaanbod wat voor een groot deel bekostigd wordt uit arrangementen van het samenwerkingsverband passend onderwijs.

30

Een andere grotere post onder de overige lasten betreft de organisatie van schoolreizen, excursies, culturele vorming en festiviteiten voor leerlingen. Tot slot zijn onder de overige lasten diverse kantoorkosten (papier, telefonie, koffie/thee, etc.) en externe zakelijke dienstverlening (o.a. accountant, verzekeringen, communicatie, drukwerk) begroot. Financiële baten en lasten In 2021 is overgestapt naar Schatkistbankieren (rekening courant aanhouden bij de Nederlandse staat), waar een aantrekkelijke rentevergoeding beschikbaar is. Vanaf 2024 daalt de marktrente. Voorzichtigheidshalve is in de begroting uitgegaan van een verdere daling van de rente(inkomsten). Deels zijn banktegoeden tijdelijk belegd in spaardeposito’s met een vaste looptijd bij het schatkistbankieren.

7.2 Balans meerjarig De (meerjarige) balans is van belang om te kunnen beoordelen hoe de financiële positie van De Haagse Scholen zich in de komende jaren ontwikkelt. Zo kan worden vastgesteld dat de stichting bedrijfseconomisch gezond blijft, met voldoende waarborgen voor de bedrijfscontinuïteit in de vorm van liquiditeit en weerstandsvermogen. De begrotingscijfers uit het vorige hoofdstuk zijn in de onderstaande meerjarige balans verwerkt. Tabel: balans BALANS

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Begroot 2025

Begroot 2026

Begroot 2027

Begroot 2028

VASTE ACTIVA Materiële vaste activa

16.252

19.753

Financiële vaste activa

-

-

Totaal vaste activa VLOTTENDE ACTIVA

16.252

19.753

Vorderingen

23.212

Liquide middelen

56.210

Totaal vlottende activa TOTAAL ACTIVA

21.507

21.073

19.935

19.707

-

-

-

21.507

21.073

19.935

19.707

21.242

21.242

21.242

21.242

21.242

39.509

32.421

28.460

28.431

29.119

79.422

60.752

53.663

49.703

49.673

50.362

95.674

80.505

75.170

70.776

69.608

70.069

EIGEN VERMOGEN Algemene reserves publiek

55.962

35.793

30.459

26.064

24.896

25.357

Algemene reserve publiek

46.340

32.395

30.399

26.064

24.896

25.357

Bestemmingsres. Publiek (NPO)

9.438

3.253

-

-

-

-

184

145

60

-

-

-

Reserve privaat

Overige res.& fondsen

1.033

1.294

1.294

1.294

1.294

1.294

Totaal eigen verm ogen

56.995

37.088

31.753

27.359

26.191

26.652

Voorzieningen

12.599

27.069

27.069

27.069

27.069

27.069

Kortlopende schulden

26.080

16.349

16.349

16.349

16.349

16.349

Totaal vreem d verm ogen

38.679

43.417

43.417

43.417

43.417

43.417

TOTAAL PASSIVA

95.674

80.505

75.170

70.776

69.608

70.069

VREEMD VERMOGEN

31

6.2.1 Toelichting activa Materiële vaste activa Onder materiële activa staan de materiële ‘bezittingen’ van de Haagse Scholen opgenomen. De grootste onderdelen zijn onderwijslespakketten, ICT-hardware en meubilair. Deze balanspost betreft het saldo van nieuwe investeringen en afschrijvingen van oude activa. De ontwikkeling is gebaseerd op de meerjareninvesteringsplanning van scholen en afdelingen. Vorderingen De vorderingen op Rijksoverheid, samenwerkingsverband en de gemeente vormen veruit het grootste aandeel. Het betreft over het algemeen achterlopende betalingen naar aanleiding van toegekende middelen die in de baten worden verantwoord. De stand van de vorderingen is altijd een momentopname per 31 december van enig jaar en daardoor niet goed te begroten. In de meerjarenbegroting is grotendeels uitgegaan van een stabiel beeld. Ultimo 2024 was sprake van een incidenteel hoog bedrag, met name door voorfinanciering van huisvestingsprojecten die in 2025 worden afgerekend, waarna het volume aan vorderingen weer daalt. Liquide middelen De ontwikkeling van de liquide middelen is gebaseerd op het kasstroomoverzicht zoals in de bijlage is opgenomen. De liquide middelen zijn door de resultaten in de laatste jaren fors toegenomen, evenals door vooruitbetaalde subsidies die nog niet tot besteding zijn gekomen.

Ondanks extra investeringen en begrote verliezen in de komende jaren, zal naar verwachting de liquiditeit hoog blijven. Het kengetal liquiditeit geeft aan in welke mate de organisatie aan haar korte termijn verplichtingen kan voldoen (bijvoorbeeld salarissen en facturen kan betalen). De waarde daalt door begrote negatieve resultaten maar blijft ruim boven de signaleringsgrens van de Inspectie. Kengetal

Realisatie Realisatie 2023 2024

Liquiditeit (vlottende activa/kort vreemd vermogen)

3,05

3,72

2025

2026

2027

2028

Signalering

3,28

3,04

3,04

3,08

Ondergrens: <0,75

Voor het wegzetten van middelen tegen rendement kan De Haagse Scholen binnen de kaders van het vastgestelde Treasurybeleid slechts gebruik maken van spaarrekeningen en relatief kortlopende deposito’s en obligaties bij uitgifte. Op dit moment wordt naast de betaalrekening alleen gebruik gemaakt van spaardeposito’s bij het Schatkistbankieren van de Nederlandse staat (1/1/2025: € 20 miljoen).

6.2.2 Toelichting passiva Eigen vermogen Het vermogen bestaat uit een centrale algemene reserve van de stichting en daarnaast een algemene reserve per school. Het eigen vermogen is grotendeels samengesteld uit publieke middelen, en bevat daarnaast een beperkt bedrag aan private middelen die hoofdzakelijk zijn opgebouwd uit resultaten op de niet publiek

32

bekostigde tussenschoolse opvang. Het publiek deel van het eigen vermogen bestaat naast de algemene reserve uit een bestemmingsreserve voor het Nationaal programma onderwijs. De middelen in deze bestemmingsreserve worden tot in 2025 ingezet. Daarna is de bestemmingsreserve leeg. Door begrote negatieve resultaten daalt het eigen vermogen de komende jaren verder. Middels twee kengetallen houden we zicht op de benodigde reserve-omvang. Kengetal

Realisatie Realisatie 2023 2024

2025

2026

2027

2028

Signalering

Signaleringsw aarde ondergrens reserve (eigen vermogen/totale baten)

0,31

0,20

0,17

0,15

0,15

0,15

Ondergrens: <0,05

Signaleringsw aarde bovengrens eigen vermogen

2,19

1,23

0,99

0,87

0,86

0,88

Bovengrens: > 1,0

De Inspectie voor het Onderwijs kijkt in de eerste plaats naar de bovenmatigheid van reserves middels een signaleringswaarde. De overgang naar een nieuwe methode voor de onderhoudsvoorziening per 1/1/2024 heeft de reserve met € 13,8 miljoen doen dalen, maar nog steeds ligt de reserveomvang boven de gestelde norm. Dit overschot is ontstaan door ‘last minute’ verstrekte incidentele bekostiging die maar beperkt in te zetten was als gevolg van het lerarentekort en de coronacrisis. Een deel van het eigen vermogen bevindt zich in de NPObestemmingsreserve (afgerond € 3,4 miljoen bij de start van 2025), die in 2025 raakt uitgeput. De komende jaren daalt het vermogen verder door negatieve resultaten. Door dalende baten daalt echter ook de norm in de formule, maar De Haagse Scholen zal naar verwachting onder de signaleringswaarde komen en blijven. Het tweede kengetal drukt de mate uit waarin de reserves toereikend zijn om geïdentificeerde risico’s financieel af te dekken. De norm van 10% is vastgesteld op basis van risicoanalyse door AON Global Risk Consulting in 2022. De Haagse Scholen beschikt meerjarig over een eigen vermogen dat in totaal ruim boven deze norm blijft, waarmee de bedrijfscontinuïteit gewaarborgd blijft. Voorzieningen De voorzieningen bestaan uit o.a.

voorzieningen voor onderhoud, spaarverlof, jubilea-uitkeringen, personele risico’s (uitkeringen participatiefonds voor eigen risico) en voorziening verlof duurzame inzetbaarheid. In de meerjarenbegroting is uitgegaan van een stabiel niveau van de voorzieningen. In 2024 zijn de voorzieningen fors toegenomen door een andere voorgeschreven opbouw van de onderhoudsvoorziening, ten koste van het eigen vermogen. Kortlopende schulden De Haagse Scholen heeft geen leningen of andere langlopende schulden. Binnen de stand van de kortlopende schulden per 31 december vormen de nog af te dragen premies sociale lasten, pensioenen en loonbelasting over het salaris van december een belangrijk onderdeel. Daarnaast is er standaard sprake van openstaande facturen in de onderhanden werkstroom. Deze stand van de kortlopende schulden is altijd een momentopname. In de meerjarenbegroting zijn de kortlopende schulden begroot op basis van continuïteit.

33

Het kengetal solvabiliteit geeft het vermogen weer om schulden af te lossen. Omdat De Haagse Scholen alleen kortlopende schulden kent in combinatie met een hoog eigen vermogen blijft deze indicator hoog en ruim boven de signaleringswaarde van de Inspectie voor het Onderwijs. Kengetal Solvabiliteit (eigen vermogen +voorzieningen / totale passiva)

Realisatie Realisatie 2023 2024 0,73

0,80

2025

2026

2027

2028

Signalering

0,78

0,77

0,77

0,77

Ondergrens: <0,30

34

7 Risicomanagement Risicomanagement vormt een onderdeel van de Planning en Control cyclus van De Haagse Scholen. Een periodieke risicoanalyse voedt het inzicht in de risico’s. In 2025 zullen we deze opnieuw uitvoeren, na de voorgaande in 2022. Risicoanalyse is de eerste stap in het proces van risicomanagement. Na weging van kans en impact van geïnventariseerde risico’s volgt een beoordeling van de mate van beheersing. Bij de grotere risico’s volgt een overweging of het gevoerde beleid en getroffen maatregelen effectief genoeg zijn in de reductie van het risico. Waar wenselijk treft het bestuur aanvullende maatregelen. Ook worden de geïnventariseerde risico’s gebruikt voor de berekening van het benodigde weerstandsvermogen. De grootste (bestuurlijke) risico’s die in eerdere analyses zijn onderkend worden in de onderstaande paragraaf behandeld. Naast vooraf onderkende en beheerste risico’s op grond van risicoanalyse, kunnen financiële scenario’s nooit helemaal uitgesloten worden waarin plotseling gereageerd moet worden op snelle financiële tekorten, bijvoorbeeld door onverwachte bezuinigingen van de Rijksoverheid met een korte doorlooptijd. Grote besparingen op personeel zijn op een korte termijn juridisch niet mogelijk en bovendien bestuurlijk onwenselijk vanwege de impact op de onderwijskwaliteit.

In dergelijke scenario’s kan het bestuur de eerste klap wel opvangen door investeringen en onderhoudsuitgaven van gebouwen tijdelijk ‘on hold’ te zetten. In 2025 werken we dergelijke noodmaatregelen van scenariomanagement verder uit.

-

Lerarentekort

Dit risico blijft de komende jaren het grootste risico van De Haagse Scholen. Dit zorgt niet alleen voor een verhoogde werkdruk, maar raakt ook de basiskwaliteit van het onderwijsaanbod, beperkt mogelijkheden om passend onderwijs te bieden en staat onderwijsvernieuwing in de weg. Het beleid en de belangrijkste maatregelen in het kader van het lerarentekort staan omschreven in paragraaf 3.1 en ook 3.5. -

Invulling passend/inclusief onderwijs, groei SO/SBO

De Haagse Scholen streeft naar thuisnabij, inclusief onderwijs waar zoveel mogelijk leerlingen op reguliere basisscholen blijven. Afgelopen jaren zagen we daarentegen een toename van de doorverwijzingen van leerlingen naar het SO en SBO. De doorverwijzingsgraad vanuit het reguliere basisonderwijs naar SO en SBO is hoger dan de Rijksnormen waarop de bekostiging van de samenwerkingsverbanden is gebaseerd. Deze problematiek hangt mede samen met de groei van het lerarentekort. Groei van het aantal doorverwijzingen leidt tot steeds meer uitgaven van het samenwerkingsverband aan (duurdere) SO en SBO-scholen, wat ten koste gaat van beschikbare middelen voor basisondersteuning en arrangementen in het reguliere onderwijs, welke nodig zijn voor een thuisnabij inclusief onderwijs. Indien financiële tekorten ontstaan bij de samenwerkingsverbanden, dragen de deelnemende besturen daarvoor het financieel risico. In paragraaf 3.3 staan het beleid en de maatregelen in het kader van passend en inclusief onderwijs die tot doel hebben om inclusiever onderwijs te realiseren en zo ook het aantal doorverwijzingen te reduceren. Daarin werkt DHS nauw samen met SPPOH (en waar nodig met andere bi DHS betrokken samenwerkingsverbanden) en volgen we het (stedelijke) beleid van het samenwerkingsverband.

35

-

Leeropbrengsten

Het meest recente PISA rapport (cijfers 2022) laat zien dat leeropbrengsten in Nederland gedaald zijn, sterker ook dan in andere EU landen. Ondanks corona zijn de eindopbrengsten van de DHS-scholen tot op heden goed op niveau gebleven. Er doen zich echter meerdere ontwikkelingen die kunnen zorgen dat we dit niveau niet volhouden. In de eerste plaats zorgt het lerarentekort ervoor dat klassen groter worden en vaker anders bevoegde medewerkers voor de klas staan. Ook de instabiliteit in de wereld en de toestroom van vluchtelingen worden de verschillen tussen leerlingen en scholen groter. De samenwerking met zorg en VVE is van essentieel belang bij o.a. de instroom van het jonge kind. Helaas kampen deze sectoren ook met arbeidsmarktkrapte. Hierdoor kunnen de opbrengsten (van de basisvakken) de komende jaren onder druk komen te staan. Subsidies voor onder andere Versterking Basisvaardigheden en School en Omgeving maken het mogelijk om extra in te zetten op leerachterstanden. Scholen werken planmatig en evidence informed in het kader van deze programma’s. In de interne kwaliteitszorg leggen we aandacht op tussentijdse leeropbrengsten. De bovenschoolse ondersteuning wordt geïntensiveerd (oa komst bovenschools kwaliteitsmedewerker). Vormen van kennisdeling tussen scholen worden versterkt in diverse leernetwerken. Zie ook paragraaf 3.2 (beleidsthema onderwijskwaliteit). -

Leerlingdaling

Het leerlingaantal daalt meerdere jaren achter elkaar als gevolg van de demografische ontwikkeling in Den Haag. Het marktaandeel op bestuursniveau is daarbij tot nu toe gelijk gebleven voor De Haagse Scholen. Het risico is dat de gemiddelde schoolgrootte onder de normen daalt, waardoor kleine scholen (<200 leerlingen) per direct gedwongen worden tot sluiting. De ontwikkeling wordt derhalve intensief gemonitord. Ook wordt interbestuurlijk het gesprek gevoerd over samenwerking/samengaan tussen kleine scholen. Daarnaast is bestuurlijk aandacht voor fluctuaties van leerlingen in het nieuwkomersonderwijs, wat leidt tot financieel risico op nieuwkomerscholen. -

Strategische personeelsplanning

Door afname van middelen is spraken van een geplande uitstroom van personeel. Hierdoor ontstaat het risico dat gekwalificeerd personeel scholen verlaat dat op andere scholen heel bruikbaar is. Om dit te voorkomen worden voorbereidingen getroffen om interne mobiliteit beter te begeleiden op bestuursniveau. Tegelijkertijd zorgt de Wet DBA en de beëindiging van het handhavingsmoratorium van de Belastingdienst per 1/1/2025 dat minder ZZP’ers in dienst genomen kunnen worden. Deze beweging kan leiden tot instroom van ZZP’ers in dienst bij DHS. Waar dit OOP betreft, beperkt dit de ruimte om personeelsoverschotten op scholen (NPO) te bewegen, waardoor boventalligheid kan ontstaan met de noodzaak tot reorganiseren. Indien nodig wordt derhalve een (externe) vacaturestop afgewogen begin 2025. -

Ziekteverzuim

Groei van het ziekteverzuim in afgelopen jaren heeft geleid tot hoge kosten voor externe inhuur en uitzendkrachten. Deze kostenstijging lijkt zich vooral te concentreren op een beperkte groep scholen, waarbij een hoog lerarentekort en hoog ziekteverzuim samenvalt. Ook ontstaan in deze gevallen instabiele schoolteams, met veel verloop van tijdelijke externen. Dit kan ook leiden tot een verhoogd risico in de onderwijskwaliteit. Afspraken over gerichte intensivering van verzuimbegeleiding op deze groep scholen zijn gemaakt. Breder beleid met betrekking tot verzuim en duurzame inzetbaarheid is in ontwikkeling.

36

-

Financiële onzekerheid en instabiliteit

Het aandeel van tijdelijke, onzekere subsidies is enorm toegenomen. Deze stromen zorgen voor veel extra tijdelijke baten, en leiden tegelijkertijd tot extra bestedingen. De Rijksoverheid communiceert doorgaans erg laat over de inhoud, voorwaarden en omvang van de extra bekostiging. Op de huidige krappe arbeidsmarkt is niet mogelijk om snel te kunnen opschalen in het onderwijsaanbod, waardoor reserves groeien. Aan de andere kant is voortzetting van de subsidies onzeker en lopen subsidies ook weer af. Door bezuinigingen van de overheid moet het extra onderwijsaanbod en de samenhangende (personele) kosten ook weer worden afgebouwd. Ook de administratieve complexiteit is toegenomen, met risico’s voor betrouwbare (tussentijdse) financiële verslaglegging. De administratieve belasting van scholen en het bestuurskantoor stijgt fors door de uiteenlopende verantwoordingsregimes van alle verschillende regelingen. Het belangrijkste bestuurlijk handelingsrepertoire om dit risico te beheersen is: -

Extern: tijdig en goed geïnformeerd te blijven over ontwikkelingen in het rijksbeleid. Onder andere door goede contacten, korte lijnen met de PO Raad zorgen we hiervoor. Waar nodig anticiperen we op nieuw Rijksbeleid door op bestuursniveau maatregelen voor te bereiden, vooruitlopend op formele communicatie;

-

Intern: Om tijdig financieel evenwicht te realiseren tussen baten en lasten, en tekortschietende (school) reserves voor te zijn (preventief), is het financieel toezicht vanaf de zomer meer risicogericht vormgegeven, gekoppeld aan de periodieke vlootschouw van scholen. Er volgt meer ontzorging van scholen in het begrotingsproces en bij het financieel management.

-

Juridisering

Het juridiseren van de samenleving laat een doorwerking in het onderwijsveld zien en daarmee vormt dit een risico voor De Haagse Scholen. Het voeren van juridische procedures is voor een organisatie als De Haagse Scholen onvermijdbaar. Enerzijds omdat De Haagse Scholen jaarlijks honderden besluiten neemt als bestuursorgaan (denk aan toelatings-, schorsings- en verwijderingsbesluiten), anderzijds omdat De Haagse Scholen een grote organisatie is met veel betrokken partijen waarbij geschillen eerder een juridische lading krijgen. Daarnaast is een trend te zien dat controlerende instanties meer bevoegdheden krijgen om te controleren en te handhaven. Het gevolg is dat we financiële middelen in moet zetten, het risico op beboeting door controlerende instanties toeneemt en een hogere werkdruk kan worden ervaren bij de betrokken medewerkers. Door stroomlijning van procedures en gespecialiseerde juridische capaciteit op het bestuurskantoor wordt beoogd het risico te verkleinen. -

Naleving aanbestedingsregelgeving

Doordat De Haagse Scholen tot de grotere onderwijsbesturen in het PO hoort, hebben ook veel uitgaven een relatief hoog volume, waardoor drempelbedragen voor aanbestedingen op grond van de Aanbestedingswet 2012 vaak behaald worden. Door krapte op de arbeidsmarkt was lange tijd echter sprake van onderbezetting van de inkoopformatie waardoor grote, centrale aanbestedingen op bestuursniveau (organisatiebreed) lange tijd prioriteit hadden. Kleinere inkopen op schoolniveau hebben daarmee minder aandacht gekregen. Vanaf 2024 versterkt het bestuur deze inkopen, onder andere door een betere informatievoorziening aan scholen, vergroten bewustwording van risico’s, faciliteren van decentrale inkopen en centrale monitoring. Als deze versterking van inkoop verder vorm krijgt, dan komt ook het realiseren van besparingen door een doelmatige inkoop binnen bereik.

37

-

Privacy / gegevensbescherming

In onze scholen en op het bestuurskantoor gaat een grote hoeveelheid informatie om, zo ook veel persoonsgegevens van leerlingen, ouders, medewerkers en andere betrokkenen. Naast de eigen plicht/wens om hier uiterst zorgvuldig mee om te gaan, is ook sprake van een streng handhavingsregime bij overtredingen van de AVG-regelgeving, leidend tot hoge boetes. De stroomversnelling waarmee we zijn gaan digitaliseren sinds de coronacrisis heeft geleid tot meer digitale applicaties. Deze ontwikkeling vergroot ook het risico op schendingen van de privacy en datalekken. Om dit risico te beheersen scherpt De Haagse Scholen haar ICT (beveiligings-)beleid aan middels diverse maatregelen, en worden onderdelen van het ICT-beheer gecentraliseerd in de komende periode, waaronder ook centrale uitrol van nieuwe NAAS gebaseerde netwerken op alle scholen. De technische aspecten van de informatiebeveiliging raken daarmee in hogere mate ‘in control’. Gedragsaspecten vormen het belangrijkste restrisico. Er wordt extra en blijvend ingezet op bewustwording van medewerkers op de scholen van de risico’s. Middels een plan van aanpak Normenkader Informatiebeveiliging en Privacy werken we gestructureerd aan het voldoen aan de nieuwe normen. Zie ook paragraaf 3.6. -

Cyberhack/ ransomware

Het aantal incidenten waarbij hackers onbevoegd toegang krijgen tot (een deel van) het netwerk van organisaties stijgt. Netwerken, applicaties of websites worden steeds vaker stilgelegd door ransomware. Ook in het onderwijs zijn gevallen bekend. Als dit plaatsvindt bij De Haagse Scholen kan dit leiden tot mogelijke stilstand van processen (tot systemen veilig zijn verklaard), de reputatie van De Haagse Scholen leidt schade en er kan noodzaak zijn tot het betalen van losgeld. Deze trend maakt het nodig om de beveiliging van het ICT-landschap te intensiveren, zie ook het voorgaande risico. Overleg met verzekeraars gaf aan dat organisaties met een omzet van meer dan 100 miljoen euro niet verzekerbaar zijn, en verzekeraars bovendien ook terughoudend zijn met het verzekeren van schoolbesturen. Daarmee wordt, in aanvulling op preventieve maatregelen in de informatiebeveiliging, de respons bij een eventuele hack belangrijker. Mede daarvoor heeft DHS zich aangesloten op CERT (computer emergency response team). Als zich een cybersecurity incident voordoet zorgt deze nieuwe dienst van Kennisnet voor een passende reactie. Ook wordt via het CERT netwerk gewerkt aan het voorkomen van incidenten. -

Nieuwbouw en renovatie

Bouwprojecten zijn een van de grootste financiële risico’s voor De Haagse Scholen vanwege hun omvang en complexe, slecht beheersbare omgeving met diverse actoren die vaak tegenstrijdige belangen nastreven. De Wet Primair Onderwijs verbiedt het schoolbesturen om Rijksmiddelen te investeren in nieuwbouw, met uitzondering van verduurzaming van de huisvesting. Dat maakt de afhankelijkheid van gemeentelijke budgetten groot. Daarbij zijn de vergoedingen die de gemeente biedt voor nieuwbouw- en renovatieprojecten vaak niet dekkend voor de prijzen die op de bouwmarkt gebruikelijk zijn. Bij veel projecten zijn bovendien (langdurige) juridische procedures het geval, die een vertragend en kostprijsverhogend effect hebben. Het risico wordt nog vergroot doordat mogelijke constructiefouten in het ontwerp voor rekening en risico van de bouwheer zijn. In paragraaf 4.1 staan de projecten opgenomen die in de komende jaren op de agenda van het gemeentelijke Integraal Huisvestingsplan (IHP) staan. Gekoppeld aan het projectmanagement worden de afzonderlijke projecten gemonitord middels projectrapportages en is het goede overleg met de gemeente (bekostiger) cruciaal om risico's zoveel mogelijk af te dekken. We hebben op dit punt een goede werkrelatie die ondersteunend werkt voor onze beheersing.

38

Bijlage I

Bestuursformatieplan 2025/2026

In dit Bestuursformatieplan is cijfermatige informatie weergegeven over de samenstelling van het personeelsbestand van De Haagse Scholen conform de eisen in de CAO Primair Onderwijs. Conform deze CAO PO vormt het bestuursformatieplan het kader waarbinnen de werkverdelingsplannen van de scholen worden opgesteld. De cijfers in dit plan zijn samengesteld op basis van de schoolbegrotingen. De trends en ontwikkelingen in de maatschappij hebben hun weerslag op de formatie binnen het bestuur. Deze cijfers zijn in samenhang te lezen met hoofdstuk 5, het meerjarenformatiebeleid. Veranderende omstandigheden kunnen echter vragen om andere keuzes. Daarmee is dit Bestuursformatieplan indicatief van aard. Afwijkingen door de schoolleiding zijn toegestaan, mits ze niet nadelig zijn voor het financieel resultaat zoals vastgesteld in de schoolbegroting dat mede op deze cijfers is gebaseerd. Vanwege de ruimte die schoolleiders krijgen bij de samenstelling van hun formatie is de personeelssamenstelling ook onderwerp van gesprek met de medezeggenschapsraad op schoolniveau. In de tabel wordt de verhouding tussen het onderwijzend personeel (OP) en het aantal leerlingen (LLN) gepresenteerd. Het OP bevat meer medewerkers dan alleen groepsleerkrachten. Deel van de OP formatie wordt specialistisch ingezet, bijvoorbeeld als vakleerkracht of intern begeleider.

Ook deze krachten verzorgen in het primaire proces onderwijs aan leerlingen en worden dan ook meegenomen in de verhouding. Verschillen in de verhouding zijn verklaarbaar door: -

SBO en (V)SO scholen hebben meer begeleiding (kleinere groepen, meer ondersteuning) dan reguliere basisscholen.

-

Scholen met een hoge onderwijsachterstandsscore beschikken over meer formatie (ontvangen ook de bekostiging daarvoor).

-

Nieuwkomersgroepen op scholen hebben een kleinere groepsgrootte.

-

In grotere scholen kunnen groepen efficiënter ingedeeld worden. Kleine scholen beschikken doorgaans over een minder gunstige verhouding, evenals scholen met een nevenvestiging of dislocatie.

Om enigszins recht te doen aan de verschillen tussen de scholen zijn de scholen in het bestuursformatieplan weergegeven per schooltype. De basisscholen zijn verdeeld in drie groepen op basis van de onderwijsachterstandsscores zoals het CBS deze berekent (van laag naar hoog). SBO en SO scholen zijn in een aparte groep gepresenteerd. In de kolom LLN/OP staat de verhouding weergegeven van het gemiddeld aantal leerlingen per fte Onderwijzend personeel. Door het lerarentekort is deze indicator vaak weinig zeggend op scholen waar medewerkers met een aanstelling van ondersteunend personeel onderwijzende taken uitvoeren in plaats van bevoegd onderwijzend personeel. Daarom is ook een kolom met de ratio tussen het aantal leerlingen en het totaal aantal fte opgenomen. Op het totaal van De Haagse Scholen is de ratio LLN/OP begroot op gemiddeld 17,0 leerlingen per fte OP voor schooljaar 2025/2026 (februari 2026). Voorgaand schooljaar 2024/2025 was deze ratio begroot op 16,9 , 2023/2024 bedroeg deze ratio 16,7. Meerjarig neemt deze ratio toe als gevolg van het lerarentekort.

39

School

Leerlingen

FTE

FTE OP

Ratio Lln/OP

Ratio Lln/fte

17EU - Basisschool Archipel

221

16,0

8,5

26,0

13,8

17JE - Basisschool Valkenbos Montessori-School

321

20,9

16,7

19,2

15,4

17MC - Basisschool Bohemen Kijkduin

450

26,2

20,9

21,5

17,2

17MR - Benoordenhout

220

15,5

11,9

18,4

14,2

17PY - Galvani-School

464

26,5

22,5

20,6

17,5

18AR - Maria Montessorischool

530

32,9

25,3

20,9

16,1

19LI - De Zonnebloem

433

25,7

20,4

21,3

16,8

19LY - Annie MG Schmidtschool

622

36,2

27,7

22,5

17,2

19NN - Houtrustschool

248

14,8

11,5

21,5

16,7

19SI - De La Reyschool

409

30,0

21,3

19,2

13,6

19TO - Het Volle Leven

576

39,7

28,8

20,0

14,5

26PJ - Openbare Dalton Basisschool Waterland

218

15,0

7,9

27,5

14,5

27VA - Prinses Catharina-Amaliaschool

319

22,8

16,3

19,5

14,0

19YS - De Vlierboom

200

14,4

10,5

19,0

13,9

Ratio

Ratio

School

Leerlingen

FTE

FTE OP

Lln/OP

Lln/fte

26AX - De Vijver

367

29,0

20,6

17,9

12,7

26PP - Openbare Basisschool De Notenkraker

205

18,6

12,2

16,8

11,0

17EK - Kleine Keizer

311

23,2

14,6

21,3

13,4

17FE - Openbare Daltonbasissch Helen Parkhurst

361

28,5

17,5

20,6

12,7

17FV - Obs Dr Willem Drees

216

20,7

8,0

27,0

10,4

19NT - De Drentse Hoek

225

16,2

7,4

30,3

13,9

17FN - De Spoorzoeker

185

12,8

8,0

23,1

14,5

19NQ - Openbare Basisschool De Gelderlandschool

280

23,1

14,7

19,0

12,1

19XU - De Tweemaster

79

11,1

7,8

10,1

7,1

19YX - De Leeuwerikhoeve

210

23,9

10,2

20,6

8,8

17NQ - P.C. Hooft-School

246

21,2

13,8

17,8

11,6

19OQ - De Springbok

450

47,4

26,8

16,8

9,5

19MP - De Kameleon

174

14,9

8,6

20,2

11,7

19MH - De Klimop

200

19,6

8,6

23,3

10,2

19VB - De Wissel

385

33,1

19,7

19,5

11,6

40

Ratio

Ratio

School

Leerlingen

FTE

FTE OP

Lln/OP

Lln/fte

19UK - Jan Ligthartschool

275

31,0

23,1

11,9

8,9

19MU - Openbare Basisschool Max Velthuijs

150

13,3

8,2

18,3

11,3

18PQ - Basisschool Anne Frank

512

48,3

25,4

20,1

10,6

19MZ - Openbare basisschool Houtwijk

275

24,2

13,6

20,3

11,4

19NW - Van Ostadeschool

380

32,3

19,8

19,2

11,8

19QD - De Kleine Wereld

370

34,8

14,3

26,0

10,6

19ZJ – Zuidwalschool

290

24,9

16,6

17,4

11,6

19OC - Openbare Basisschool Prins Willem Alexander

313

28,8

21,4

14,7

10,9

19ZF - Prinses Marijkeschool

339

31,2

20,8

16,3

10,9

19NZ - Erasmusschool

300

31,3

15,5

19,4

9,6

17NF - De Baanbreker

104

14,7

9,6

10,8

7,1

17PJ - Het Startpunt

215

19,7

16,6

13,0

10,9

19WO - Het Galjoen

229

23,8

14,3

16,0

9,6

19YL - Basisschool De Voorsprong

290

34,8

17,9

16,2

8,3

Ratio

Ratio

feb-26 School

Leerlingen

FTE

FTE OP

Lln/OP

Lln/fte

20JC - SBO De Bonte Vlinder

225

39,0

27,0

8,3

5,8

20JJ - SBO P H Schreuder

149

26,6

17,7

8,4

5,6

20JF - SBO De Haagse Beek

134

17,5

12,3

10,9

7,7

20JE - Eerste Nederlandse Buitenschool (SO)

115

26,7

12,2

9,4

4,3

20KP - De Strandwacht (SO)

367

79,9

37,0

9,9

4,6

20IX - Insp W P Blokpoelschool (SO)

123

32,6

8,4

14,6

3,8

20JG - Insp S De Vriesschool ((V)SO)

266

64,5

33,8

7,9

4,1

20JM - De Piramide ((V)SO)

161

56,3

29,2

5,5

2,9

41

Bijlage II

Meerjarig kasstroomoverzicht

Om de fluctuaties in de liquiditeit te bewaken maakt De Haagse Scholen liquiditeitsprognoses op hoofdlijnen. Op basis van deze prognose kan worden vastgesteld of De Haagse Scholen voldoende liquide middelen beschikbaar heeft om aan haar korte termijn verplichtingen te voldoen en geplande investeringen te kunnen bekostigen. Dat is met de huidige liquiditeit nooit een probleem. De omvang van de liquiditeiten van De Haagse Scholen is ruim voldoende. Tabel: meerjarig kasstroomoverzicht

Meerjarig Kasstroomoverzicht Kasstroom uit operationele activiteiten Saldo Baten en Lasten

Realisatie

Begroot

2024

2025

2026

2027

2028

-8.418

-6.050

-4.734

-1.568

61

3.044 73 14.470 -13.805 3.781

3.186 3.186

3.259 3.259

3.263 3.263

3.200 3.200

1.970 -9.731 -7.761

-

-

-

-

2.315 2.315

800 800

400 400

400 400

400 400

Kasstroom uit investeringsactiviteiten: Inves teri ngen i n ma teri ël e va s te a cti va

-6.617

-5.025

-2.885

-2.125

-2.972

Totaal Kasstroom

-16.701

-7.089

-3.960

-30

689

56.210

39.509

32.421

28.460

28.431

39.509

32.421

28.460

28.431

29.119

Aanpassing voor: Afs chri jvi ngen des i nves teri ngen ma t. a cti va Muta ti es voorzi eni ngen Muta ti es ei gen vermogen Veranderingen in werkkapitaal: Vorderi ngen Schul den Kasstroom uit financieringsactiviteiten: Ontva ngen i nteres t

Stand liquide middelen eind voorgaand boekjaar Stand liquide middelen eind boekjaar

42

Bijlage III

Uitgangspunten begroting

Tot 2023 werden de uitgangspunten voor de begroting jaarlijks opnieuw vastgesteld in een Uitgangspuntennota P&C, na een medezeggenschapstraject en draagvlakpeiling onder directeuren. Grotendeels bleven de betreffende uitgangspunten echter steeds gelijk. Daarom is besloten voortaan niet alle uitgangspunten integraal jaarlijks opnieuw vast te stellen, maar besluitvorming en afstemming toe te passen op eventuele wijzigingen. Daarmee komt de Uitgangspuntennota P&C als jaarlijks document te vervallen. In deze bijlage staan de belangrijkste geldende, doorlopende uitgangspunten die DHS hanteert bij het samenstellen van de (school)begrotingen samengevat ter kennisname.

1.

Jaarplancyclus scholen

Alle scholen werken met een meerjarig schoolplan waarin staat aangegeven op welke wijze zij uitvoering geven aan de gestelde ambities binnen hun onderwijs. Actueel is het Schoolplan 2023-2028. Het bestuur faciliteert een format dat scholen kunnen gebruiken. Toepassing van het format waarborgt dat aan alle gestelde eisen (Inspectie van het Onderwijs) wordt voldaan en invulling wordt gegeven aan de bestuurlijke organisatiestrategie (strategische alignement). Het schoolplan is in essentie redelijk abstract omdat het een planhorizon van 5 jaar omvat. Om de bedoelingen concreet te maken, vertalen scholen hun Schoolplan daarom steeds in concrete resultaten voor het eerstvolgende schooljaar in hun Jaarplan. Dit Jaarplan vormt vervolgens weer de basis voor de begroting. De begrotingscyclus op schoolniveau valt samen met de fasering van het jaarplan. Dit maakt een beleidsrijker begrotingsproces mogelijk waarin het gesprek niet alleen over geld gaat, maar (vooral) ook over achterliggende beleidskeuzes (allocatie van middelen). Scholen zijn vrij in het vormgeven van de eigen formatie zolang deze past binnen de meerjarenbegroting en een doelmatig karakter heeft gericht op het onderwijsdoel van de school. De formatie in de vastgestelde schoolbegroting vormt het formatieve kader voor de school. De per school begrote formatieomvang wordt overgenomen in het Bestuursformatieplan.

Scholen hebben de discretionaire bevoegdheid om van het bestuursformatieplan af te wijken, zolang dit niet leidt tot overschrijdingen van het begrote resultaat. De concrete inzet van de formatie binnen de school wordt voor het nieuwe schooljaar uitgewerkt in overleg met het team in het Werkverdelingsplan. Hier maakt ook een bestedingsplan voor de inzet van werkdrukmiddelen deel van uit. Het werkverdelingsplan leidt ertoe dat iedereen in de school kan werken met een duidelijke individuele jaartaak, binnen de gestelde kaders uitgaande van de individuele wensen en mogelijkheden gericht op de gezamenlijke ambitie van de school. Vanwege de grote samenhang met begroting en jaarplan wordt de scholen geadviseerd om dit document parallel op te stellen, met het team te bespreken en in de MR vergadering voor te leggen.

2.

Algemeen begrotingsbeleid

Een goede meerjarenbegroting is onontbeerlijk voor een goed en gezond financieel beleid. Kosten en opbrengsten worden zo veel mogelijk begroot en verantwoord door de budgethouder die direct invloed uit kan oefenen op de omvang (prijs en hoeveelheid) van de kosten en opbrengsten. Ook dient de schoolbegroting de beheersing en evt. schadelast te omvatten van risico’s die er zijn op in ieder geval de gebieden personeel, leerlingen en onderwijskwaliteit. Uiteraard kunnen de middelen alleen rechtmatig worden ingezet binnen de kaders van toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder de Wet op het Primair Onderwijs, Wet op de Expertisecentra, Wet op het Passend Onderwijs, Faciliteringsregeling SPPOH, Subsidieregeling Primair Onderwijs gemeente Den Haag. Praktisch komt het er op neer dat de ontvangen middelen worden ingezet voor het doel waarvoor ze zijn ontvangen binnen

43

de gestelde voorwaarden. Bij een aantal opbrengsten moeten de bestedingen met de betreffende middelen ook apart verantwoord worden, dit geldt ondermeer bij het Nationaal Programma Onderwijs (NPO), de gemeentelijke subsidies en werkdrukmiddelen. Hiervoor worden in de administratie en begroting van DHS aparte kostendragers gehanteerd om de (geoormerkte) middelen en inzet van mensen (in AFAS) te registreren en verantwoorden in zowel de baten als de lasten. DHS volgt onverkort de CAO Primair Onderwijs. De salarisparameters van de begrotingsapplicatie sluiten aan op de thans geldende CAO (salaristabellen, etc.). Het functiebouwhuis conform FUWASYS vormt een organisatiebreed kader voor functieprofielen en – waardering waarin de CAO nader is uitgewerkt. DHS hanteert in beperkte mate enkele aanvullende arbeidsvoorwaarden in overeenstemming met de andere PO schoolbesturen in Den Haag. Deze afstemming vindt plaats om (prijsopdrijvende) concurrentie tussen schoolbesturen op de arbeidsmarkt te voorkomen. Er is intern beleid voor de waardering van de functie van schooldirecteur in D12 of D13, afhankelijk van de (complexiteit en omvang van de) scholen. Binnen de Haagse Scholen is een regeling “beloningsdifferentiatie” van toepassing die de mogelijkheid biedt om op basis van individueel functioneren componenten aan het algemene beloningsbeleid toe te voegen.

In het bijzonder zijn in dit kader mogelijkheden gecreëerd voor ondersteunend personeel met onderwijsgevende taken bij afwezigheid van een bevoegde leerkracht. Naar aanleiding van de Rijksbekostiging voor de NPO arbeidsmarkttoelage, hanteert DHS een toelage voor al het personeel van de scholen die in aanmerking komen voor de betreffende bekostiging. De hoogte van de toelage wordt jaarlijks geactualiseerd aan de hand van de beschikbare middelen. Een richtlijn binnen DHS is om per school minimaal 2% van de bruto salarislasten te begroten voor opleidingen en training. Dit betreft een bedrag per school dat op grond van gemaakte afspraken over personele ontwikkeling (Bardo gesprekscyclus) wordt ingezet voor de ontwikkeling van het team en/of specifieke medewerkers. Op grond van CAO afspraken is tevens sprake van een individueel opleidingsbudget per medewerker, naar rato van werktijd. Deze verplichting past binnen de richtlijn van 2% en is niet cumulatief.

3.

Financieel kader

Iedere school dient een meerjarenbegroting op te stellen met een meerjarig sluitende financiële exploitatie. Het begroten van incidentele financiële exploitatietekorten hoeft daarbij geen probleem te zijn, zolang de school maar voldoende financiële reserve houdt om toekomstige tegenslagen en risico’s op te kunnen vangen als buffer (weerstandsvermogen). Zolang de afzonderlijke scholen over voldoende reserves blijven beschikken is de bedrijfscontinuïteit op bestuursniveau voor heel DHS gewaarborgd. De benodigde omvang van het weerstandsvermogen hangt af van het risicoprofiel en laat zich berekenen op basis van risicoanalyse. Eind 2021 hebben we de risicoanalyse van DHS extern laten herijken door AON. Uit dit rapport komt een stijging van het risicoprofiel van de organisatie naar voren, wat zich ook vertaalt in een hoger benodigd weerstandsvermogen voor scholen. Het college van bestuur heeft aan de hand van de risicoanalyse de normen voor de schoolreserves verhoogd met ingang van 2023. Ook de berekeningswijze is aangepast vanwege de vereenvoudigde bekostiging (geen onderscheid meer tussen personele en materiële bekostiging). De volgende percentages zijn van toepassing op het totaal van de lumpsum Rijksbekostiging. Normen schoolreserve Grondslag: lumpsum totaal Ondergrens Streefwaarde

8,0% 11,5%

Bovengrens

15,0%

44

Bij de bepaling van de omvang van de schoolreserve wordt het reservesaldo op alle kostendragers van de school meegerekend (waaronder ook privaat vermogen, TSO, oudergelden), met uitzondering van de saldi op de NPO bestemmingsreserves en (door BD) goedgekeurde bestedingsplannen voor nieuwbouw/renovatie van scholen die tot en met 2030 zijn opgenomen in het gemeentelijke Integraal Huisvestingsplan (IHP). De bedragen van deze twee uitzonderingen tellen niet mee in de reserveomvang omdat zij binnen afzienbare tijd een ander concreet doel dienen dan het dekken van financieel risico. In beginsel beweegt de (begrote) omvang van de algemene reserve van een school zich meerjarig tussen de 8%-15% met een meerjarig gemiddelde van 11,5%. Als hiervan wordt afgeweken gelden de volgende richtlijnen voor de begroting: •

•

Scholen met onvoldoende reservemiddelen maken een plan om de reserve weer op het gewenste niveau te krijgen. Van scholen die 2025 beginnen met een algemene reserve (excl NPO bestemmingsreserve) onder de bandbreedte (onder de 8%) wordt verwacht dat zij (jaarlijks) een positief resultaat begroten dat zich logisch verhoudt tot de mate waarin de school zich onder de bandbreedte bevindt. Als maatstaf hiervoor geldt een positief begroot resultaat in 2025/2026 van > 25% van het tekort op de reserve per 1/1/2025, ervan uitgaande dat de school in maximaal vier jaar tijd toewerkt naar de gestelde normen. Indien de onderwijskwaliteit op een school kwetsbaar is, kan in overleg met de bovenschools directeur en financieel adviseur met de betreffende school (maatwerk) afspraken maken met een langere termijn om aan de nieuwe norm te voldoen zodat het onderwijsproces geen schade oploopt door bezuinigingen. Dergelijke afwijkende afspraken met goedkeuring van de BD worden schriftelijk vastgelegd en gecommuniceerd met controller en CvB. Een algemene reserve boven de 15% kan zich eveneens incidenteel voordoen, maar dient meerjarig te worden vermeden. Scholen die een te hoge reserve hebben, bouwen deze af door extra bestedingen te verrichten met een incidenteel (tijdelijk) karakter, bovenop de reguliere schoolexploitatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15916078/1