RIS322968 Bijlage 13 PlanMER Binckhorst Deel C Varianten en gevoeligheidsanalyses 20250619
Tekst van het document
Maatregelpakketten 2 en 3 De effecten van maatregelpakketten 2 en 3 hebben eenzelfde soort effect op de verkeersintensiteiten op de verschillende hoofdwegen in het studiegebied. Maatregelpakket 2 gaat uit van een volledige afsluiting op de Binckhorstlaan en op de Regulusweg, beide ter hoogte van de Broeksloot, en heeft daardoor wel een fors groter effect dan maatregelpakket 3, dat uitgaat van het aanbrengen van éénrichtingsafsluiting voor gemotoriseerd verkeer. Omdat de afsluiting voor het autoverkeer dichter op de uitvalswegen van de Binckhorst liggen dan in maatregelpakket 1 en 4 (Binckhorstlaan in plaats van Geestbrug, Regulusweg in plaats van Oude Tolbrug), is het effect op de bereikbaarheid tussen wijken kleiner en zijn er meer omrijdmogelijkheden. In vergelijking met maatregelpakket 1 en 4 zien we dus enerzijds dat het verkeer zich meer verdeelt over het omliggende wegennet, en anderzijds dat het netto effect op de verkeersintensiteiten kleiner is: autoverkeer wordt nauwelijks afgewenteld op het bovenliggend wegennet (Rotterdamsebaan, A4 en A12). De grootste effecten zien we logischerwijs op de Binckhorstlaan ten oosten van de Broeksloot en op de Regulusweg. Hier neemt de verkeersintensiteit in maatregelpakket 2 en 3 met respectievelijk 90%-100% en 50% af.
Verkeer tussen de Binckhorst en Voorburg-West heeft in maatregelpakket 2 geen directe verbinding meer, en dit levert netto een vermindering van het autoverkeer op in de Binckhorst. Dit effect zien we met name langs de Maanweg, de Zonweg, en de Binckhorstlaan tussen de kruispunten met de Zonweg en Mercuriusweg. Percentages liggen rond de -25% op deze wegen, en cyclustijden van de kruispunten nemen af. Wel zien we een forse toename (+35 sec.) op het kruispunt van de Binckhorstlaan met de Mercuriusweg. Op de wegen in Voorburg-West zien we geen grote effecten op de verkeersintensiteiten; op de Fonteynenburghlaan neemt de verkeersintensiteit met 12% af. Wel nemen de verkeersintensiteiten op de nu al zeer drukke Laan van Nieuw Oosteinde ten noorden van het Wilhelminaviaduct met maar liefst 80% toe. Dit komt doordat dit in de nieuwe situatie de kortste verbinding tussen Voorburg-West en de Binckhorst en tussen Voorburg-West en de op/afrit A12 wordt. De effecten van maatregelpakket 2 op de verkeersintensiteiten in het studiegebied zijn groter dan die van maatregelpakket 3, maar kleiner dan die van maatregelpakket 1. Voor maatregelpakket 3 is het effect kleiner, en zien we op de Maanweg dat het verkeer in noordoostelijke richting toeneemt, terwijl het verkeer in zuidwestelijke richting afneemt.
Dit is het effect van de eenrichtingswegen, waarbij automobilisten die van de Binckhorst naar Rijswijk en Voorburg-West rijden, omrijden via de Regulusweg. Dit zorgt voor een kleine toename van de verkeersintensiteiten op de Prinses Mariannelaan in zuidwestelijke richting, en een kleine afname in noordoostelijke richting. Omdat de Binckhorst vanuit Rijswijk ook via de Mercuriusweg te bereiken is, nemen minder automobilisten de Geestbrugweg, en de intensiteit van het autoverkeer hier neemt met zo’n 25% af. Het effect op de Laan van Nieuw Oosteinde ten oosten van het kruispunt met de Maanweg is met +23% een stuk kleiner dan dat van maatregelpakket 2 omdat automobilisten in dit maatregelpakket nog wel de mogelijkheid hebben om zich ten zuiden van het Wilhelminaviaduct tussen Voorburg-West en de Binckhorst te verplaatsen. Ook het effect op de Fonteynenburghlaan (-5% versus -12%) is kleiner voor maatregelpakket 3 dan voor maatregelpakket 2. In vergelijking met de referentiesituatie én met maatregelpakket 2 neemt de cyclustijd op het zeer drukke kruispunt tussen de Laan van Nieuw Oosteinde en de Maanweg met 77 seconden fors af. Effecten op de andere kruispunten in het studiegebied zijn kleiner van omvang dan voor maatregelpakket 2 geldt.
Op vrijwel alle kruispunten treden lichte verbeteringen van de doorstroming op, met uitzondering van het kruispunt tussen de Maanweg en de Binckhorstlaan. Bovenstaande laat op hoofdlijnen zien dat er nauwelijks een effect te verwachten is op de afwenteling van verkeer op het onderliggend wegennet in het gebied op het bovenliggend wegennet. Geredeneerd vanuit het onderliggende wegennet, waarbij zowel wegen binnen als buiten het plangebied meegenomen worden, komen we daardoor voor beide maatregelpakketten uit op een neutrale (0) beoordeling.
94
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Figuur 29-7 De effecten van de maatregelpakketten 2 (links) en 3 (rechts) op de wegen in het studiegebied. Effecten op verkeersintensiteiten per etmaal zijn kleurgecodeerd per wegvak, met afname op groene wegvakken en toename op rode wegvakken. De gekleurde cirkels geven de cyclustijden van kruispunten weer. In roodgekleurde cirkels ligt de cyclustijd boven de streefwaarde van 90 s, in groengekleurde cirkels eronder. Op wegvakken waar de intensiteit met meer dan 20% veranderd, zijn de percentages erbij gezet. Bron: Verkeersonderzoek de Vlietlijn, 2024
29.3.2 Modal shift naar fiets en OV Voor dit beoordelingscriterium beschouwen we het effect van het Gebiedsprogramma op de verdeling van de vervoersbewegingen in het studiegebied over vervoersmiddelen (de modal split). De ambitie is om meer mensen gebruik te laten maken van de fiets en het openbaar vervoer, en minder van de auto. De mate waarin mensen geneigd zijn de auto in te ruilen voor de fiets en het ov hangt af van de aantrekkelijkheid van deze alternatieven. In deze paragraaf gaan we hierop in. Specifiek beschrijven we de effecten op de reistijden van de Vlietlijn en de verkeerssituatie bezien vanuit fietsers. Tezamen resulteren deze analyses in een score voor de plansituatie en de maatregelpakketten.
95
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Plansituatie Doorstroming Vlietlijn In de plansituatie treedt met name op de Geestbrugweg en Prinses Mariannelaan een groot knelpunt op voor de reistijden en daarmee voor de betrouwbaarheid en aantrekkelijkheid van de Vlietlijn. De Vlietlijn rijdt hier namelijk op dezelfde rijbaan als het wegverkeer (zie Figuur 290-8). Het drukke wegverkeer op deze wegen in met name de ochtend- en avondspits leidt structureel tot congestie en de trams hebben hier direct last van. Een reistijdanalyse van de Geestbrugweg voor de huidige situatie laat zien dat de doorstroming op de brug onder druk staat: de gemiddelde snelheid tijdens de ochtend- en avondspits ligt over de gehele lengte van deze 50 km/u-weg tussen 25 en 30 km/u. Met name tijdens de ochtend- en avondspits zal deze situatie in de plansituatie ontstaan. Dit zijn tegelijkertijd ook de momenten dat reizigers in de tram het meeste last van vertraging hebben omdat de spitsen de drukste momenten van de dag zijn voor de tram. Netwerkeffecten fietsverkeer In de huidige situatie vindt 54% van de vervoersbewegingen in de Binckhorst plaats per auto. Fietsbewegingen dragen 34% bij aan het totaal, en de overige 12% wordt gevormd door het openbaar vervoer. Verkeersanalyses laten zien dat het totale aantal vervoersbewegingen van en naar de Binkchorst richting 2040 met 231% toeneemt. Het aantal fietsbewegingen neemt zelfs met 347% toe.
Het aantal bewegen dat mensen te voet afleggen, is niet gemodelleerd. Het verkeersmodel wijst uit dat het aantal autobewegingen in de plansituatie afneemt tot 33% van het totaal; het aantal fietsbewegingen stijgt naar 51% en het aantal OV-bewegingen naar 16%. Zoals in paragraaf 0 beschreven is, leiden de lange cyclustijden op alle kruispunten in het studiegebied tot lange wachttijden voor fiets- en voetverkeer. Ook is de fiets- en wandelinfrastructuur niet overal in het gebied ingericht op de nog hogere verkeersintensiteiten in 2040. De mate waarin fietspaden en opstelstroken voldoende capaciteit voor deze hoeveelheid fietsers hebben, is in deze fase van het onderzoek nog niet in beeld gebracht. Beoordeling De plansituatie resulteert ten opzichte van de referentiesituatie in de gemeenten Leidschendam-Voorburg en Rijswijk een licht positief effect (0/+) en in de gemeente Den Haag in een positief effect (+) op de modal split in het studiegebied. De betrouwbaarheid van de Vlietlijn op de Prinses Mariannelaan en Geestbrugweg staat onder druk, en het drukke autoverkeer in het studiegebied leidt tot lange cyclustijden voor fietsers. Daarom scoort de plansituatie licht positief (0/+).
Figuur 290-8 Het straatbeeld op de Geestbrug en een luchtfoto van de ligging van de brug
96
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Maatregelpakketten 1 en 4 Doorstroming Vlietlijn De Vlietlijn ligt over bijna het gehele tracé op een apart spoor en is daarom voor de doorstroming slechts in beperkte mate afhankelijk van de doorstroming van het autoverkeer op parallelle wegen. Op drukke kruispunten waar de tram het autoverkeer kruist is wel een risico op doorstromingseffecten voor de Vlietlijn. Dit zijn de kruispunten tussen enerzijds de Binckhorstlaan en anderzijds de Supernovaweg, Mercuriusweg, Zonweg, Maanweg en Prinses Mariannelaan. Maatregelpakket 1 heeft een positief effect op de drukte op al deze kruispunten, met uitzondering van de Supernovaweg. Op de Prinses Mariannelaan en Geestbrugweg liggen de tramrails in het wegdek van de rijbaan en heeft het tramverkeer dus directer last van doorstromingsproblemen voor het autoverkeer. In maatregelpakket 1 is de Geestbrug afgesloten voor autoverkeer en heeft de tram daardoor vrij baan op de brug. Het effect hiervan op de doorstroming van de Vlietlijn is zeer positief omdat de Geestbrugweg in de plansituatie te maken heeft met structurele congestie van het autoverkeer. Maatregelpakket 4 laat ook positieve effecten op de doorstroming op de Binckhorstlaan, Geestbrugweg en Prinses Mariannelaan en de voor de Vlietlijn relevante kruispunten zien.
Deze effecten zijn echter substantieel minder groot dan die voor maatregelpakket 1: de kruispunten aan weerszijden van de Geestbrug laten voor maatregelpakket 4 cyclustijden boven de streeftijd van 90 seconden zien en dit levert een risico op congestie voor het autoverkeer en daardoor ook voor de tram op de Geestbrug. Ook langs de Binckhorstlaan zijn effecten op de doorstroming van wegvakken en kruispunten minder groot dan in maatregelpakket 1. Netwerkeffecten fietsverkeer Veranderende verkeersintensiteiten op wegen en toenemende cyclustijden op kruispunten leiden tot langere wachtrijen en -tijden voor fietsverkeer in het studiegebied en dit kan een negatief effect hebben op de aantrekkelijkheid van de fiets als vervoersmiddel. De effecten op reistijden voor het fietsverkeer of veranderingen in de modal split ten gevolge van maatregelen voor autoverkeer zijn echter niet gemodelleerd in het verkeersmodel. Daarnaast kunnen de beperkende maatregelen voor automobilisten die een bestemming of herkomst in het gebied hebben en slechts een korte reisafstand af hoeven te leggen ertoe leiden dat ze geneigd zullen worden met de fiets of het openbaar vervoer te gaan. De maatregelen in beide maatregelpakketten zouden dus tot een modal shift kunnen leiden. Dit effect is echter niet gemodelleerd.
Beoordeling De Vlietlijn heeft over het grootste deel van het tracé weinig last van autoverkeer, maar op de Prinses Mariannelaan en Geestbrugweg kan congestie de doorstroming van de tram negatief beïnvloeden. Maatregelpakket 1 heeft ten opzichte van de referentiesituatie een sterk positief effect op de doorstroming van autoverkeer op deze wegen doordat een groot deel van het autoverkeer via andere wegen omgeleid wordt en de verkeersdruk daardoor sterk afneemt. Het effect van maatregelpakket 4 is minder groot. De situatie in maatregelpakket 1 verbetert sterk ten opzichte van de referentiesituatie en de plansituatie. Daarom scoort maatregelpakket 1 positief (+). Het effect van maatregelpakket 4 is minder groot, daarom scoort dit licht positief (0/+). Maatregelpakketten 2 en 3 Doorstroming Vlietlijn In maatregelpakket 2 nemen verkeersintensiteiten op de Binckhorstlaan, Maanweg en Zonweg licht af en verbetert de cyclustijd op de aangrenzende kruispunten licht. Hetzelfde geldt voor de Geestbrugweg en Prinses Mariannelaan. Op de Geestbrug zal daardoor minder sprake zijn van congestie van autoverkeer in de ochtend- en avondspits. Hierdoor zal de doorstroming van de Vlietlijn ten opzichte van de plansituatie licht verbeteren. Daarnaast wordt de afwikkeling van autoverkeer op het kruispunt tussen de Maanweg en Binckhorstlaan vergemakkelijkt door het eenrichtingsverkeer.
Dit heeft een positief effect op de doorstroming van de Vlietlijn op dit kruispunt.
97
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Maatregelpakket 3 laat een vergelijkbaar beeld zien, met enkele verschillen: de verkeersintensiteit op de Geestbrugweg neemt sterker af dan in maatregelpakket 2. Echter, het positieve effect op de cyclustijd van de kruispunten die aangrenzend aan de Geestbrug liggen, is kleiner. De cyclustijd op deze kruispunten blijft boven de streefwaarde van 90 seconden liggen, waar die in maatregelpakket 2 hieronder ligt. Ook de effecten op verkeersintensiteiten op de Binckhorstlaan en de aangrenzende wegen, en op de cyclustijden van de aangrenzende kruispunten, zijn kleiner. Er is echter wel enig effect op de doorstroming van de Vlietlijn te verwachten. Netwerkeffecten fietsverkeer Veranderende verkeersintensiteiten op wegen en toenemende cyclustijden op kruispunten leiden tot langere wachtrijen en -tijden voor fietsverkeer in het studiegebied en dit kan een negatief effect hebben op de aantrekkelijkheid van de fiets als vervoersmiddel. De effecten op reistijden voor het fietsverkeer of veranderingen in de modal split ten gevolge van maatregelen voor autoverkeer zijn echter niet gemodelleerd in het verkeersmodel. Daarnaast kunnen de beperkende maatregelen voor automobilisten die een bestemming of herkomst in het gebied hebben en slechts een korte reisafstand af hoeven te leggen ertoe leiden dat ze geneigd zullen worden met de fiets of het openbaar vervoer te gaan.
De maatregelen in beide maatregelpakketten zouden dus tot een modal shift kunnen leiden. Dit effect is echter niet gemodelleerd. Beoordeling Maatregelpakket 2 vermindert verkeersintensiteiten en verbetert enigszins de doorstroming van de Vlietlijn op de Binckhorstlaan, Prinses Mariannelaan en Geestbrugweg. Maatregelpakket 3 heeft een sterker dempend effect op de verkeersintensiteit op de Geestbrugweg, maar minder gunstige effecten op de cyclustijden van aangrenzende kruispunten en op de doorstroming van de Vlietlijn in vergelijking met maatregelpakket 2. Maatregelpakket 3 heeft kleinere effecten dan maatregelpakket 2, met uitzondering van een sterke daling op het kruispunt Prinses Mariannelaan/Laan van Nieuw Oosteinde en een forsere toename van cyclustijden op Binckhorstlaan/Mercuriusweg. Beide maatregelpakketten scoren positief (0/+).
29.3.3 Conflictsituaties verkeer Plansituatie De verkeersveiligheid in het gebied wordt beïnvloed door een aantal verschillende factoren. Ten eerste ontstaan op wegen met hoge verkeersintensiteiten vaker onoverzichtelijke situaties en neemt het risico op botsingen daardoor toe. De groei van het autoverkeer in het studiegebied met ruim 40% en de lange cyclustijden die dat op alle kruispunten in het gebied oplevert, zullen een negatief effect op de verkeersveiligheid hebben. Daarnaast neemt ook het fietsverkeer met bijna 350% sterk toe, en op locaties waar fietsers het wegverkeer kruisen, is altijd het risico op het ontstaan van een gevaarlijke situatie. Ook vanuit dit oogpunt verslechtert de verkeersveiligheid in het gebied dus. Tot slot is een belangrijk aandachtspunt de oversteekplaatsen van de tramlijn voor langzaam verkeer. In het rapport Verkeersonderzoek de Vlietlijn wordt een aantal op te lossen knelpunten voor de oversteekplaatsen in het gebied beschreven. Vanwege bovenstaande factoren wordt de plansituatie op dit aspect negatief (-) beoordeeld. Maatregelpakketten 1 en 4 Omdat er gericht enkele lokale (gedeeltelijke) afsluiting aangebracht worden, wijzigt de verkeersstructuur in het studiegebied vrijwel niet. Vanuit de verkeersstructuur zal er in de maatregelpakketten dus niets veranderen aan onveilige kruispunten of andere verkeerssituaties.
Wel neemt de hoeveelheid autoverkeer op bepaalde wegen en kruispunten toe of af. Het effect op de verkeersveiligheid is niet kwantitatief in beeld gebracht, maar in generieke termen kunnen we stellen dat minder autoverkeer op secundaire en onderliggende wegen leidt tot een veiligere situatie voor weggebruikers. Ten gevolge van de maatregelen in maatregelpakket 1 wordt het autoverkeer op de onderliggende wegen in Rijswijk (Geestbrugweg), Leidschendam-Voorburg (Prinses Mariannelaan en Binckhorstlaan) en de Binckhorst (Binckhorstlaan, Zonweg, Maanweg) afgewenteld op het bovenliggend wegennet. Dat betekent dat de verkeersveiligheid in het studiegebied netto licht zal verbeteren doordat er minder risico’s op onoverzichtelijke en potentieel risicovolle situaties voor auto’s en fietsers ontstaan. Met name op de Geestbrugweg en de Prinses Mariannelaan en de kruisingen hiervan met onderliggende wegen zal het effect op de verkeersveiligheid van fietsers groot zijn vanwege het afgenomen autoverkeer. Maatregelpakket 1 scoort daarom licht positief voor dit aspect (0/+).
98
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Verkeersmodellen laten zien dat het netto effect van maatregelpakket 4 op de afwenteling van autoverkeer van onderliggende wegen naar het bovenliggend wegennet een stuk kleiner is dan dat van maatregelpakket 1. Het effect op de verkeersveiligheid is navenant ook kleiner. Maatregelpakket 4 scoort daarom voor dit aspect neutraal (0). Maatregelpakketten 2 en 3 Omdat er gericht enkele lokale (gedeeltelijke) afsluiting aangebracht worden, wijzigt de verkeersstructuur in het studiegebied vrijwel niet. Vanuit de verkeersstructuur zal er in de maatregelpakketten dus niets veranderen aan onveilige kruispunten of andere verkeerssituaties. Wel neemt de hoeveelheid autoverkeer op bepaalde wegen en kruispunten toe of af. Het effect op de verkeersveiligheid is niet kwantitatief in beeld gebracht, maar in generieke termen kunnen we stellen dat minder autoverkeer op secundaire en onderliggende wegen leidt tot een veiligere situatie voor weggebruikers. In tegenstelling tot maatregelpakket 1 wordt er weinig verkeer vanuit het onderliggende wegennet afgewenteld op het bovenliggende wegennet. In plaats daarvan veranderen verkeersstromen op het onderliggende wegennet. In maatregelpakket 2 zien we dat het verkeer in de Binckhorst, Voorburg West, en in Rijswijk langs de Geestbrugweg licht afneemt.
Hierdoor is het effect op de verkeersveiligheid op de Binckhorstlaan en aanliggende wegen licht positief. Hier staat echter tegenover dat een deel van het verkeer via andere routes buiten het plangebied gaat rijden. Daarbij gaat het om de Mercuriusweg, de Rijswijkseweg en met name de Laan van Nieuw Oosteinde ter hoogte van het Wilhelminaviaduct. Buiten het plangebied verslechtert de verkeersveiligheid daardoor licht. Maatregelpakket 2 wordt daarom licht negatief (0/-) uit. In maatregelpakket 3 zien we niet dat er een onderscheidend effect op de verkeersintensiteiten binnen en buiten het plangebied is. Verkeersintensiteiten op de Maanweg en Zonweg, de Prinses Mariannelaan en de Binckhorstlaan ter hoogte van de Mercuriusweg nemen in één richting toe, en in een andere richting af. Er vindt minder afwenteling van autoverkeer plaats richting de Haagweg en Rijswijkseweg, en de verkeersintensiteiten op de Laan van Nieuw Oosteinde nemen minder sterk toe dan in maatregelpakket 2. Omdat de situatie ten opzichte van de plansituatie vrijwel gelijk is, scoort maatregelpakket 3 negatief (-).
29.3.4 Bereikbaarheid Plansituatie In de plansituatie worden geen maatregelen getroffen die het autoverkeer van en naar gebieden beperken. Dat betekent dat we voor de beoordeling uit kunnen gaan van de huidige situatie. Deze is erop ingericht om autoverkeer tussen de verschillende woonwijken in het studiegebied te faciliteren. Hierbij is het uiteraard zo dat de water- en spoorwegen in het gebied barrières voor het autoverkeer vormen en dat er dus sprake is van enkele grote uitvalswegen. De situatie wijzigt niet in vergelijking met de referentiesituatie. Daarom score we de plansituatie neutraal (0). Maatregelpakketten 1 en 4 De afsluitingen die als onderdeel van maatregelpakket 1 gelegd worden in de infrastructuur voor autoverkeer hebben een effect op de onderlinge bereikbaarheid van woonwijken. Door de afsluiting op de Geestbrug gaat de verbinding tussen Rijswijk en het centrum en de stationsomgeving van Voorburg in zijn geheel verloren; de snelste omrijdroute voor autoverkeer is via de Westvlietweg en Kerkstraat ten oosten van Rijswijk of via de drukke Haagweg, Rijswijkseweg, Mercuriusweg en Binckhorstlaan. Ook de bereikbaarheid van Park Leeuwenbergh en bedrijventerrein Westvlietweg ten opzichte van Voorburg-West verslechtert sterk door de aanleg van de eenrichtingsafsluiting op de Oude Tolbrug.
Daarnaast wordt de parallelbaan van de Binckhorstlaan in maatregelpakket 1 volledig en in maatregelpakket 4 gedeeltelijk afgekoppeld. Bij een volledige afkoppeling worden de linksaf gaande en doorgaande verbinding afgesloten. Daardoor zou dit gedeelte van de parallelbaan doodlopend worden, of wordt de parallelbaan rechts afslaand aangesloten op de Mercuriusweg. In het verkeersmodel wordt van dit laatste uitgegaan. Bij een gedeeltelijke afkoppeling wordt alleen de links afslaande baan afgesloten voor verkeer. Het effect van beide varianten voor de afkoppeling van de parallelbaan is dat Laak vanaf de Binckhorslaan via de Mercuriusweg niet meer bereikbaar is voor autoverkeer. De afsluitingen gelden niet voor calamiteitenverkeer; de maatregelpakketten hebben daardoor geen negatief effect op de bereikbaarheid van gebieden voor hulpdiensten.
99
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
De maatregelen hebben een negatief effect op de onderlinge bereikbaarheid van de hierboven beschreven stadsdelen voor autoverkeer. Dit ontmoedigt autoritten voor korte reisafstanden en maakt gebruik maken van met name de fiets aantrekkelijker. Voor fietsverkeer wordt het reizen tussen stadsdelen op sommige punten namelijk juist gemakkelijker gemaakt door de afname van autoverkeer op sommige wegen en de afnemende cyclustijden op sommige kruispunten38. Bovendien wordt ook de aantrekkelijkheid van de Vlietlijn groter doordat congestie van auto- en daarmee ook tramverkeer op de Geestbrugweg en Prinses Mariannelaan voor een deel weggenomen wordt en de tram daardoor betrouwbaarder door kan rijden in de spits. Daarmee dragen de maatregelen bij aan het STOMPprincipe waarmee de gemeenten een zo groot mogelijk deel van de vervoersbewegingen per fiets en openbaar vervoer in plaats van per auto. Maatregelpakket 1 heeft door de afsluitingen in beide richtingen op de Geestburg en Oude Tolbrug en de afkoppeling van de parallelbaan op de Binckhorstlaan ten opzichte van de referentiesituatie een groot effect op de onderlinge bereikbaarheid van woonwijken voor autoverkeer, en draagt daardoor in belangrijke mate bij aan het STOMP-principe. Daarom beoordelen we maatregelpakket 1 positief (+).
Als onderdeel van maatregelpakket 4 wordt er slechts in één richting een afsluiting voor autoverkeer in de Geestbrug gelegd. Dat betekent dat autoverkeer vanuit Rijswijk wel naar Voorburg kan rijden, maar dat dit in omgekeerde richting niet meer mogelijk is. De Oude Tolbrug wordt in westelijke richting afgesloten voor autoverkeer en de parallelbaan op de Binckhorstlaan wordt slechts gedeeltelijk afgesloten. Dit maatregelpakket draagt daarom wel bij aan het STOMPprincipe, maar in mindere mate dan maatregelpakket 1. We beoordelen het daarom licht positief (0/+) Maatregelpakketten 2 en 3 De maatregelen in maatregelpakket 2 die een grote invloed hebben op de onderlinge bereikbaarheid van woonwijken zijn de afsluiting op de Binckhorstlaan en Regulusweg, beide ter hoogte van de Broeksloot. Hierdoor verslechtert de bereikbaarheid vanuit de Binckhorst naar Voorburg West en vice versa 39. Het maatregelpakket ontmoedigt autoritten op korte afstand ten gunste van de aantrekkelijkheid van de fiets. Het heeft echter slechts beperkt een effect op de doorstroming van de Vlietlijn op de Geestbrugweg en Prinses Mariannelaan, en zorgt er dus in veel mindere mate dan maatregelpakketten 1 en 4 voor dat de tram aantrekkelijker wordt dan de auto voor binnenstedelijke bestemmingen. Maatregelpakket 2 draagt daardoor beperkt bij aan het STOMP-principe en scoort daarom licht positief (0/+).
In maatregelpakket 3 zijn geen maatregelen opgenomen die wegen in hun geheel afsluiten voor autoverkeer; in plaats van de afsluiting op de Binckhorstlaan en Regulusweg worden deze wegen voor één rijrichting afgesloten. Autoverkeer tussen de Binckhorst en Voorburg West zal hierdoor in veel gevallen iets om moeten rijden, maar de verbinding tussen de gebieden blijft intact. Het effect van maatregelpakket 3 op de bereikbaarheid van deze gebieden per auto is daardoor nog kleiner dan dat van maatregelpakket 2, en maatregelpakket 3 heeft nauwelijks impact op de doorstroming van de Vlietlijn op de Geestbrugweg en Prinses Mariannelaan. Daarom scoren we maatregelpakket 3 neutraal (0).
29.3.5 Bereikbaarheid woonwijken Plansituatie In het Basisscenario 2040 worden geen maatregelen getroffen die het autoverkeer van en naar gebieden beperken. Dat betekent dat we voor de beoordeling uit kunnen gaan van de huidige situatie. Deze is erop ingericht om autoverkeer tussen de verschillende woonwijken in het studiegebied te faciliteren. Hierbij is het uiteraard zo dat de water- en spoorwegen in het gebied barrieres voor het autoverkeer vormen en dat er dus sprake is van enkele grote uitvalswegen. Desalniettemin zijn wijken onderling goed bereikbaar en scoort het Basisscenario 2040 op dit aspect zeer positief (++).
38 Daarnaast worden er op meerdere punten nieuwe fietsbruggen aangelegd (zoals de Caballerobrug en de brug over de Trekvliet in het verlengde
van de Capellalaan). Deze hebben echter geen onderscheidende effecten in deze beoordeling, omdat ze onafhankelijk van de maatregelpakketten aangelegd worden. 39 Afsluitingen gelden niet voor calamiteitenverkeer; de maatregelpakketten hebben daardoor geen negatief effect op de bereikbaarheid van gebieden voor hulpdiensten
100
Datum: 19 juni 2025 - Public