RIS322968 Bijlage 13 PlanMER Binckhorst Deel C Varianten en gevoeligheidsanalyses 20250619
Tekst van het document
PlanMER Intergemeentelijk gebiedsprogramma de Vlietlijn en Doorontwikkeling Binckhorst Deel C Varianten en gevoeligheidsanalyses Gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Contactpersoon ARCADIS Adviseur
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland
2
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Inhoudsopgave 25 Beoordeling milieubelastende activiteiten 25.1
Inleiding
8
25.1.1
Inleiding en context
8
25.1.2
Milieubelastende activiteiten
9
25.1.3
Varianten
11
25.2
Beoordelingswijze en beoordelingskader
12
25.3
Effectbeoordeling
12
25.3.1
Kruispuntbelasting
12
25.3.2
Stofhinder
13
25.3.3
Geur
14
25.3.4
Geluid
16
25.3.5
Natuur
18
25.3.6
Omgevingsveiligheid
20
25.3.7
Kwantiteit stedelijk groen
21
25.3.8
Ruimtelijke kwaliteit
22
25.3.9
Gezonde leefomgeving
22
25.4
Samenvatting, conclusie en aanbevelingen
25
25.4.1
Samenvatting
25
25.4.2
Kennisleemten
26
25.4.3
Conclusie
26
25.4.4
Aanbevelingen
27
26 Locatiekeuze geothermiecentrale
3
8
28
26.1
Inleiding en context
28
26.1.1
Beschrijving van de activiteit
28
26.1.2
Varianten
30
26.1.3
Beoordelingskader
32
26.1.4
Beoordelingswijze
33
26.2
Effectbeoordeling
36
26.2.1
Ondergrondse milieueffecten geothermieput
36
26.2.2
Milieueffecten bovengrondse geothermiecentrale
36
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
26.2.2.1 Omgevingsveiligheid
36
26.2.2.2 Geluid
40
26.2.2.3 Trillingshinder
44
26.2.2.4 Ruimtelijke kwaliteit
48
26.2.2.5 Kwantiteit stedelijk groen
49
26.2.2.6 Bomen
50
26.2.2.7 Archeologie
50
26.2.2.8 Grondwaterkwaliteit
51
26.3
51
Conclusies en aanbevelingen
26.3.1.1 Samenvatting
51
26.3.1.2 Kennisleemten
53
26.3.1.3 Conclusie
54
26.3.1.4 Aanbevelingen
55
27 Tracé Vlietlijn in Sporendriehoek
4
56
27.1
Vraagstelling
56
27.1.1
Inleiding en context
56
27.1.2
Gebiedsbeschrijving
56
27.1.3
Varianten
57
27.1.3.1 Maaiveldvariant
57
27.1.3.2 Tunnelvariant
59
27.2
Beoordelingswijze en beoordelingskader
60
27.3
Effectbeoordeling
60
27.3.1
Ruimte voor fietsers en voetgangers
60
27.3.2
Oversteekbaarheid hoofdwegen en Vlietlijn
61
27.3.3
Kruispuntbelasting
61
27.3.4
Bereikbaarheid
61
27.3.5
Positionering tramhaltes
62
27.3.6
Geluidbelast oppervlak
62
27.3.7
Trillingshinder
63
27.3.8
Effect op cultuurhistorische waarden
64
27.3.9
Locaties met bodem- en grondwaterverontreinigingen
64
27.3.10 Ruimte voor gebruiksfuncties in de ondergrond
64
27.3.11 Beschikbaar oppervlak stedelijk groen
65
27.3.12 Toe- en afname bomen
65
27.3.13 Beïnvloeding waterberging en -afvoer
65
27.3.14 Beïnvloeding oppervlaktewater
66
27.3.15 Beïnvloeding grondwatersysteem
66
27.3.16 Kwaliteit openbare ruimte
67
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
27.4
Conclusies en aanbevelingen
67
27.4.1
Samenvatting
67
27.4.2
Kennisleemten
68
27.4.3
Conclusie
69
27.4.4
Aanbevelingen
69
28 Beoordeling Programma Sporendriehoek 28.1 Inleiding
70
28.1.1
Inleiding en context
70
28.1.2
Beschrijving van de activiteit
70
28.1.3
Varianten
72
28.2 Beoordelingswijze en beoordelingskader
73
28.3 Effectbeoordeling
74
28.3.1 Ruimte voor fietsers en voetgangers
74
28.3.2 Potentiële conflictsituaties verkeer
75
28.3.3 Kruispuntbelasting
76
28.3.4 Positionering tramhaltes
76
Geluidhinder
77
28.2.6 Trillingshinder
79
28.3.7 Omgevingsveiligheid
79
28.3.8 Maat en schaal van de bebouwing
79
28.3.9 Gezonde leefomgeving
80
28.4 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
81
28.4.1 Samenvatting
81
28.4.2 Kennisleemten
82
28.4.3 Conclusies
82
28.4.4 Aanbevelingen
83
29 Beoordeling maatregelpakketten Verkeersonderzoek de Vlietlijn
5
70
84
29.1 Vraagstelling
84
29.1.1 Inleiding en context
84
29.1.2 Verkeersonderzoek de Vlietlijn
85
29.1.3 Maatregelpakketten
86
29.1.3.1 Maatregelpakket 1: afsluiting autoverkeer Rijswijk-Voorburg (afsluiting noord-zuid)
86
29.1.3.2 Maatregelpakket 2: afsluiting autoverkeer Voorburg – Den Haag (afsluiting oost-west)
87
29.1.3.3 Maatregelpakket 3: Eenrichtingscircuit Voorburg – Den Haag (eenrichtingscircuit oost-west)
88
29.1.3.4 Maatregelpakket 4: Eenrichtingscircuit Rijswijk-Voorburg (Eenrichtingscircuit noord-zuid)
89
29.2 Beoordelingswijze en beoordelingskader
90
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
29.3 Effectbeoordeling
91
29.3.1 Kruispuntbelasting
91
29.3.2 Modal shift naar fiets en OV
95
29.3.3 Conflictsituaties verkeer
98
29.3.4 Bereikbaarheid
99
29.3.5 Bereikbaarheid woonwijken
100
29.3.6 Geluid wegverkeer
101
29.3.7 Luchtkwaliteit
105
29.4 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
107
29.4.1 Samenvatting
107
29.4.2 Conclusie
108
29.4.3 Kennisleemten
109
29.4.4 Aanbevelingen
110
30 Eindhalte Voorburg
111
30.1
Vraagstelling
111
30.1.1
Inleiding en context
111
30.1.2
Varianten
111
30.2
Beoordelingswijze en beoordelingskader
112
30.3
Effectbeoordeling
113
30.3.1
Ruimte voor fietsers en voetgangers
113
30.3.2
Potentiële conflictsituaties verkeer
113
30.3.3
Oversteekbaarheid hoofdwegen en Vlietlijn
114
30.3.4
Kruispuntbelasting
114
30.3.5
Positionering tramhaltes
114
30.3.6
Kwantiteit stedelijk groen
115
30.3.7
Natuur
116
30.3.8
Beïnvloeding oppervlaktewatersysteem
117
30.4
Samenvatting en conclusie
117
30.4.1
Samenvatting
117
30.4.2
Kennisleemten
118
30.4.3
Conclusie
118
30.4.4
Aanbevelingen
119
31 Gevoeligheidsanalyses
6
120
31.1
Inleiding
120
31.2
Beoordelingswijze
120
31.3
Effectbeschrijving
121
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
31.3.1
Woningdichtheid
121
31.3.2
Inrichting Maanweg
122
31.3.3
Verkeersintensiteit Geestbrugweg
124
31.3.4
Aanleg afsluiting voor autoverkeer Rijswijkseweg
126
31.3.5
Verkeersinrichting Lekstraat
131
31.3.6
Tailtrack Lekstraat
134
31.3.7
Maximumsnelheid Binckhorst
134
31.3.8
Optimalisatie Rotterdamsebaan
136
Colofon
7
Datum: 19 juni 2025 - Public
138
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
25
Beoordeling milieubelastende activiteiten
25.1
Inleiding
25.1.1
Inleiding en context
In de Binckhorst zijn in totaal 23 milieubelastende activiteiten gevestigd. Het Gebiedsprogramma gaat ervan uit dat alle activiteiten met uitzondering van het rangeerterrein, Jachtwerf de Haas en betonverwerker Dyckerhoff Basal uitgeplaatst worden uit de Binckhorst. Naar alle waarschijnlijkheid is dit voor de meeste activiteiten een kansrijk voornemen. Op basis van de Gebiedsprogramma kunnen we echter niet op voorhand met zekerheid stellen dat alle activiteiten daadwerkelijk uitgeplaatst zullen worden. Zo beschrijft het Gebiedsprogramma niet dat er afspraken met ondernemers gemaakt zijn, en is ook niet aantoonbaar budget gereserveerd om bedrijven uit te plaatsen. Specifiek voor het afvalcluster met de bedrijven AVR, HMS en HVB geldt dat er op het moment van schrijven (april 2025) nog een haalbaarheidsstudie loopt naar mogelijkheden om de bedrijven uit te plaatsen. De haalbaarheid van de uitplaatsing is afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek. Het niet uitplaatsen van milieubelastende activiteiten leidt tot meer negatieve milieueffecten. Daarom hebben wij volgens de worst-case benadering in de effecthoofdstukken in deel B van dit planMER de situatie beoordeeld waarin de activiteiten gevestigd blijven in de Binckhorst.
Dit leidt tot twee belangrijke typen effecten: • Het directe ruimtebeslag van de activiteiten botst met de voornemens die in het Gebiedsprogramma beschreven worden. Zo wordt op de plek van het afvalcluster het noordelijke deel van het Waterfrontpark gerealiseerd en worden op meerdere locaties waar nu milieubelastende activiteiten gevestigd zijn, bouwblokken voor woningen voorzien. Deze zouden niet gerealiseerd kunnen worden op het moment dat de activiteiten niet uitgeplaatst zouden worden. In totaal gaat het om ongeveer 2.300 van de 7.000 nieuw te bouwen woningen. In de effecthoofdstukken van het planMER hebben we geen beoordeling uitgevoerd op basis van de 4.700 woningen die overblijven, maar hebben we met de 7.000 woningen uit het Gebiedsprogramma gerekend, met de kanttekening dat er voor meerdere bouwblokken sprake is van een ruimteconflict met een gevestigd bedrijf. • De milieuruimte die ingenomen wordt door de milieubelastende activiteiten. Iedere activiteit produceert (een combinatie van) geluid, geur of stof, en kan daarnaast leiden tot een verhoging van het plaatsgebonden risico door potentieel gevaarlijke activiteiten en/of tot aandachtsgebieden die gepaard gaan met bepaalde milieubelastende activiteiten. Voor ieder van deze milieuaspecten wordt een richtafstand en een daaraan gekoppelde milieucategorie toegekend. De grootste richtafstand bepaalt de milieucategorie.
In de hindergebieden die voortkomen uit deze richtafstanden mogen niet zonder meer gevoelige functies zoals woningen geplaatst worden (en vice versa), tenzij onderzoek aantoont dat mitigerende maatregelen uitgevoerd kunnen worden die de hinder tot een aanvaardbaar niveau terugbrengt. In de effecthoofdstukken hebben we kaarten opgenomen die de richtafstanden voor het betreffende effect projecteren op locaties van huidige en toekomstige woningen. Bouwblokken die binnen de richtafstanden van één of meerdere bedrijven liggen, kunnen alleen gerealiseerd worden mits aangetoond wordt dat het bedrijf (al dan niet door het treffen van maatregelen aan de bron of de woningen) niet wordt belemmerd in de (vergunde) bedrijfsvoering. Dit hoofdstuk brengt de bovenstaande twee beoordelingen samen en beoordeelt wat het totaaleffect is van de situatie waarin de milieubelastende activiteiten gevestigd blijven in de Binckhorst. Daarnaast beschouwen we welke situatie ontstaat op het moment dat de activiteiten wél uitgeplaatst kunnen worden: welke ruimte voor ontwikkelingen levert dit op, en welke milieuruimte ontstaat er voor woningbouw?
8
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
25.1.2
Milieubelastende activiteiten
In de Binckhorst zijn in de referentiesituatie in totaal 23 milieubelastende activiteiten gevestigd. Voor ieder van deze activiteiten gelden richtafstanden voor (een combinatie van) geluid, geur, stof en omgevingsveiligheid 1. De activiteiten en hun richtafstanden zijn samengevat in Tabel 25-1. In Figuur 25-1 zijn de activiteiten aangegeven op een kaart van het gebied. Voor de meeste bedrijven is geen nadere informatie beschikbaar en gaan we uit van de algemene richtafstanden uit Tabel 25-1. Voor enkele bedrijven is op basis van metingen de vergunning aangepast, zodanig dat de richtafstanden verkleind zijn. Het gaat om de volgende bedrijven: • Voor AVR is in 2007 geuronderzoek2 uitgevoerd. In de vergunningen hebben we geen informatie kunnen vinden over aangepaste richtafstanden voor geur. In de factsheet Geur van het Omgevingseffectrapport dat in 2018 opgesteld is voor het omgevingsplan Binckhorst staat echter wel een aangepast hindergebied rondom AVR getekend. Bij het ontbreken van actuelere informatie gebruiken wij deze geurcontour ook. • Voor HMS geeft de aanvraag voor een Omgevingsvergunning3 aan dat akoestisch onderzoek4 uitgevoerd is. Zowel de aanvraag als het onderzoeksrapport doen geen melding van richtafstanden. Van de gemeente Den Haag begrijpen we echter dat er voor HMS een richtafstand van 30 m voor geluid geldt.
Deze richtafstand houden wij daarom aan in dit onderzoek. • Voor het rangeerterrein van ProRail gold een richtafstand van 200 m voor geluid. Onder de Omgevingswet wordt deze richtafstand vervangen door een geluidproductieplafond. Dit is echter nog niet beschikbaar. We hanteren bij het ontbreken van het geluidproductieplafond de oude situatie met een richtafstand van 200 m. • Dyckerhoff Basal ligt op een gezoneerd industrieterrein. Voor het bedrijf is in de planregels5 een regeling opgenomen met als bijlage een kaart met toetspunten en een tabel met toetswaarden. Deze maatwerkregeling is vergelijkbaar met een geluidproductieplafond. • De Vergunningsvoorschriften6 voor Jachtwerf de Haas leggen vast welk maximale geluidniveau toegestaan is op de gevels van woningen van geluidgevoelige gebouwen. In de Vergunningsvoorschriften staat echter nergens vermeld dat de richtafstand van 100 m voor geluid en geur teruggebracht is naar een beperktere omvang. Bij het ontbreken van deze informatie gaan we uit van deze richtafstand. • Voor Maison Kelder heeft de Raad van State7 besloten om de richtafstand voor geur terug te brengen van 100 naar 30 m. • Vier bedrijven vormen een risicobron vanuit het oogpunt van omgevingsveiligheid. Dit zijn gasontvangstation W097, Verffabriek de Vos en de tankstations van Shell en BP.
Hiervoor wordt geen gebruik gemaakt van richtafstanden; in plaats daarvan liggen rondom de risicovolle activiteiten plaatsgebonden risicocontouren en aandachtsgebieden voor explosie-, brand- of gifwolkgevaar.
1 We maken hiervoor gebruik van de systematiek van de Publicatie Bedrijven en milieuzonering uit 2009. In 2024 is een nieuwe VNG-handreiking
gepubliceerd waarbij meer afstand wordt genomen van de richtafstanden en de focus meer ligt uitwaartse milieuzonering. Bij de verdere uitwerking van de plannen dient hiervan gebruik te worden gemaakt. 2 Cauberg-Huygen (2007), Geuronderzoek AVR Afvaloverslagstation De Binckhorst te Den Haag 3 NV Haagse Milieu Services (2019), Aanvraag Omgevingsvergunning 4 NV Haagse Milieu Servives (2019), Akoestisch onderzoek verandering Afvalbrengstation 5 Gemeente Den Haag (2021), Akoestisch onderzoek 6 Dienst Stadsbeheer Den Haag, bedrijfsonderdeel Vergunningen (1995), Vergunningsvoorschriften 7 Raad van State (2021), Uitspraak 201901732/1/R3
9
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Tabel 25-1 De milieubelastende activiteiten in de Binckhorst
Bedrijf
Adres
Milieucategorie
Richtafstand
AVR
Meteoorstraat 65
4.2
100 / 200 m / Stof / geluid / maatwerkregeling geur
HMS
Plutostraat 1
4.2
100 / 30 m
Stof / geluid
4.1
Geluidproductieplafond
Geluid
Rangeerterrein ProRail
Milieuaspect
Renewi
Zonweg 13
4.1
100 / 200 m
Stof / geur + geluid
HVB
Plutostraat ?
3.2
30 m
?
Dyckerhoff Basal
Binckhorstlaan 362
3.2
100 m / Stof / geluid maatwerkregeling
Jachtwerf de Haas
Binckhorstlaan 281
3.2
50 / 100 m
Stof / geur + geluid
Maison Kelder
Junostraat 8
3.2
100 / 30 m
Geluid / geur
HTM-locatie
Maanweg 94
3.1
50 m
Geluid
Autobedrijf
Binckhorstlaan 32
3.1
50 m
Geluid
Hedin Automotive
Mercuriusweg 9-11
3.1
50 m
Geur + geluid
Dierencrematorium
Orionstraat 8
3.1
50 m
Geur
Gasontvangststation W-097
Trekvlietplein 1
2
30 m
Geluid + veiligheid
Shell-tankstation
Maanweg 80
2
10 / 30 m
Geur / veiligheid
HABO GWW
Binckhorstlaan 46
2
30 m
Geluid
BP-tankstation
Binckhorstlaan 100
2
10 / 30 m
Geur / veiligheid
Verploegen
Binckhorstlaan 120
2
30 m
Geluid
Haagse Fijnhouthandel
Binckhorstlaan 275
2
30 m
Geluid
Jero Papierwarenfabriek
Komeetweg 13-15
2
30 m
Geluid
Pontmeijer
Mercuriusweg 40
2
30 m
Geluid
Jongeneel
Poosterstraat 30
2
30 m
Geluid
Verffabriek de Vos
Saturnusstraat 15-17
2
30 m
Geluid + geur + veiligheid
Fokker terminal
Binckhorstlaan
249
Geen richtafstand Geluid bekend
10
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Figuur 25-1 Een kaart met de milieubelastende activiteiten in de Binckhorst
25.1.3
Varianten
In deze paragraaf beschrijven we de varianten die we in dit hoofdstuk beoordelen. Er zijn twee varianten: 1. Handhaving activiteiten: geen van de 23 milieubelastende activiteiten in de Binckhorst wordt uitgeplaatst. Bedrijven behouden hun huidige omvang en alle richtafstanden worden gehandhaafd volgens Tabel 25-1. 2. Uitplaatsing activiteiten: met uitzondering van het rangeerterrein, Jachtwerf de Haas, gasontvangststation W-097 en Dyckerhoff Basal worden alle milieubelastende activiteiten in de Binckhorst uitgeplaatst. Voor deze activiteiten is het niet realistisch om een alternatieve locatie buiten de Binckhorst te vinden. In het haalbaarheidsonderzoek dat uitgevoerd wordt naar de uitplaatsing van de bedrijven in het afvalcluster worden ook situaties onderzocht waarin een deel van de bedrijven uitgeplaatst wordt en waarin bronmaatregelen leiden tot een verkleining van de hindergebieden. Deze zijn niet als losse varianten beoordeeld omdat hierover geen kwantitatieve informatie beschikbaar is en de effecten voor deze situaties binnen de bandbreedte van de hierboven beschreven varianten liggen.
11
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
25.2
Beoordelingswijze en beoordelingskader
In deze paragraaf beschrijven we het gehanteerde beoordelingskader en de beoordelingswijze. We beperken ons voor het beoordelingskader tot de milieuaspecten die leiden tot onderscheidende effecten ten gevolge van het al dan niet uitplaatsen van de milieubelastende activiteiten in de Binckhorst. Zoals paragraaf 25.1.1 beschrijft, komen deze effecten voort uit zowel het directe ruimtebeslag van de activiteiten als de milieuruimte die de activiteiten innemen. We gebruiken dezelfde beoordelingscriteria als in de effecthoofdstukken van dit planMER en passen dezelfde beoordelingsschalen toe. Deze zijn te vinden in de betreffende effecthoofdstukken. We beoordelen effecten net zoals in de effecthoofdstukken ten opzichte van de referentiesituatie. Andere thema’s uit het beoordelingskader dan die in de tabel zijn niet relevant om te beoordelen omdat geen effect te verwachten is of omdat de zoekgebieden niet onderscheidend zijn ten opzichte van elkaar. Buiten de verkeersaantrekkende werking van woningen ten opzichte van bedrijven zijn geen effecten op mobiliteit te verwachten. Andere milieueffecten dan die uit de tabel (trillingen, natuur, archeologie en cultuurhistorie, bodem, water, wind en bezonning) zijn niet te verwachten. Tabel 25-2 Het beoordelingskader voor de variantenstudie
Aspect
Criterium
Detailniveau
Doorstroming autoverkeer
Kruispuntbelasting
Kwalitatief
Stofhinder
Stofbelaste woningen
Kwalitatief
Geur
Geurbelaste woningen
Kwalitatief
Geluid
Activiteitengeluid
Kwalitatief
Natuur
Tuin- en parksoorten
Kwalitatief
Bomen
Kwalitatief
Ligging van gevoelige objecten binnen aandachtsgebieden en PR-contour
Kwalitatief
Omgevingsveiligheid
Stedelijk groen & maatschappelijke voorzieningen Kwantiteit stedelijk groen
Kwalitatief
Ruimtelijke kwaliteit
Kwaliteit openbare ruimte
Kwalitatief
Gezonde leefomgeving
Gezonde leefomgeving
Kwalitatief
25.3
Effectbeoordeling
25.3.1
Kruispuntbelasting
Variant handhaving activiteiten De belasting van het wegennet in de Binckhorst komt tot uitdrukking in de cyclustijden van de kruispunten in het gebied. De hoeveelheid vervoersbewegingen van wegverkeer neemt in de plansituatie toe doordat er meer mensen in de Binckhorst komen wonen. In het verkeersmodel is gerekend met een totaal van circa 7.000 nieuwe woningen die ten gevolge van het Gebiedsprogramma gebouwd gaan worden. Uit het directe ruimtebeslag van de milieubelastende activiteiten die in deze variant niet uitgeplaatst zullen worden volgt dat van deze 7.000 woningen er ongeveer 2.300 niet gebouwd kunnen worden. Aanvullend zal nog eens een deel van de geplande woningen niet gerealiseerd kunnen worden omdat ze binnen de milieuruimte van de bedrijven liggen en er geen maatregelen mogelijk zijn om hinder tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen. Dat betekent dat een aanzienlijk deel van de 7.000 woningen waar in het verkeersmodel gerekend wordt niet gerealiseerd zal worden. In plaats daarvan blijven de huidige bedrijven actief in het gebied. Dit zal een effect hebben op de hoeveelheid vervoersbewegingen op het wegennet en daardoor op de doorstroming van autoverkeer. Het effect is echter niet doorgerekend, maar op basis van expert judgement kwalitatief ingeschat.
Wij schatten in dat er in de Binckhorst per etmaal minder vervoersbewegingen per auto plaatsvinden in de situatie waarin bedrijven niet uitgeplaatst worden dan in de situatie waarin de bedrijven vervangen worden door in totaal enkele duizenden 12
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
woningen. Weliswaar draagt het vrachtverkeer van en naar de bedrijven bij aan de verkeersintensiteiten op wegen in het gebied, maar de situatie waarin er op de plek van deze bedrijven honderden woningen zouden liggen, zou een nog groter effect op de verkeersdrukte hebben. In vergelijking met de referentiesituatie zal het aantal vervoersbewegingen echter nog steeds stijgen en verwachten we een negatief effect op de cyclustijden van drukke kruispunten. Daarom scoren we dit beoordelingscriterium licht negatief (0/-). Variant uitplaatsing activiteiten In deze variant wordt het merendeel van de bedrijven in het gebied uitgeplaatst en vindt de woningbouw plaats volgens de plannen die in het Gebiedsprogramma gepresenteerd worden. Volgens de redeneerlijn hierboven leidt dit in de Binckhorst naar verwachting tot een toename van het aantal vervoersbewegingen per etmaal per auto. We verwachten in vergelijking met de variant handhaving activiteiten een sterker negatief effect op de cyclustijden van kruispunten in het gebied. Daarom scoren we deze variant negatief (-).
25.3.2
Stofhinder
Figuur 25-2 laat voor de plansituatie de volgende informatie zien: • De ligging van milieubelastende activiteiten; • De hindergebieden voor stof; • De ligging van bestaande woningen en bouwblokken uit de referentiesituatie en plansituatie. Deze kaart gebruiken we voor de beoordelingen in deze paragraaf. Variant handhaving activiteiten In het gebied zijn vier milieubelastende activiteiten die stof produceren. Het gaat om afvalverwerkers HMS, AVR en Renewi. Deze hebben richtafstanden van 100 m voor stofhinder. Er liggen geen bestaande woningen binnen de hindergebieden. Rondom de twee bedrijven in het afvalcluster (HMS en AVR) worden in bouwblokken P1, P3 en P4 in totaal 1.250 woningen voorzien in het Gebiedsprogramma. Renewi ligt precies tussen de bouwblokken B1 en B3 in. Het hindergebied voor stof raakt de westelijke kant van bouwblok B5. In totaal zijn in deze drie bouwblokken 1.340 woningen voorzien. Binnen het hindergebied met een richtafstand van 100 m rondom betonverwerker Dyckerhoff Basal liggen bestaande woningen aan de Jupiterkade. Binnen het Gebiedsprogramma zijn vier bouwblokken gepland direct ten noordwesten van Dyckerhoff Basal, aan de overzijde van de Binckhorstlaan ten opzichte van het bedrijf, en aan de Maanweg ten zuidoosten van Dyckerhoff Basal. In totaal worden er 1.250 woningen in deze bouwblokken gerealiseerd.
Slechts een klein deel hiervan ligt binnen het hindergebied voor stof. Omdat het aantal woningen in hindergebieden voor stof licht toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie scoren we deze variant negatief (-). Variant uitplaatsing activiteiten Omdat Dyckerhoff Basal in deze variant niet uitgeplaatst wordt, is de effectbeoordeling gelijk aan die van de variant handhaving activiteiten. We scoren de variant licht negatief (0/-).
13
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Figuur 25-2 Bestaande en nieuwe woningen plus woningbouwlocaties binnen de Doorontwikkeling die in de referentiesituatie binnen richtafstanden voor stofhinder liggen
25.3.3
Geur
Figuur 25-3 laat voor de plansituatie de volgende informatie zien: • De ligging van milieubelastende activiteiten. • De hindergebieden voor geur. • De ligging van bestaande woningen en bouwblokken uit de referentiesituatie en plansituatie.
Deze kaart gebruiken we voor de beoordelingen in deze paragraaf.
14
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Variant handhaving activiteiten Er zijn verscheidene clusters aan bouwblokken te zien binnen de hindergebieden voor geur. Het gaat om de volgende locaties: 1. Rondom AVR, HMS en HVB liggen meerdere bouwblokken binnen de richtafstanden voor geur. Het gaat om meerdere bouwblokken langs de Binckhorstlaan en het Trekvlietplein. 2. Rondom Renewi liggen meerdere grote woonblokken uit de Doorontwikkeling. Het gaat om woonblokken aan de Binckhorstlaan, de Zonweg, en de Saturnusstraat. Gezien het feit dat het bestemmingsvlak van Renewi de twee naastgelegen bouwblokken direct raakt, gaan we er niet vanuit dat deze twee bouwblokken gerealiseerd zullen kunnen worden in het geval Renewi niet uitgeplaatst wordt. 3. Aangrenzend aan Jachtwerf de Haas ligt een bouwblok aan de Binckhorstlaan binnen de contour voor geur. 4. In het blok waar het Dierencrematorium ligt, worden in toevoeging op het Pegasus-project in de Doorontwikkeling woningen toegevoegd. Deze liggen binnen de geurcontour. 5. Er is een bouwblok gelegen in de hoek tussen de Binckhorstlaan en Mercuriusweg dat voor een deel binnen de geurcontour van Hedin Automotive ligt. 6. Op de kavels van Verffabriek de Vos, Maison Kelder, het Dierencrematorium en het Shell tankstation aan de Maanweg zijn woonblokken voorzien.
Indien een deel van deze woonblokken gebouwd kunnen worden in het geval de verffabriek niet uitgeplaatst wordt, vallen de woningen binnen de hindercontour voor geur. Het aantal woningen dat binnen de hindergebieden voor geur valt, neemt sterk toe. Het is daardoor aannemelijk dat er ten opzichte van de referentiesituatie een sterke stijging plaatsvindt van het aantal geurgevoelige objecten dat hinder ervaart ten gevolge van geur. In totaal stijgt het aantal woningen ten opzichte van de referentiesituatie van circa 500 naar circa 2.300. Daarom beoordelen we deze variant voor dit beoordelingscriterium zeer negatief (--). Variant uitplaatsing activiteiten In deze variant verdwijnen alle geurveroorzakende activiteiten met uitzondering van Jachtwerf de Haas uit het studiegebied. Voor het merendeel van de 2.300 woningen die in de variant Handhaving activiteiten binnen de hindergebieden voor geur vallen, valt het hindergebied daardoor weg. Meerdere huidige en geplande woonblokken vallen echter nog wel binnen de hindergebieden. In totaal gaat het om enkele honderden woningen. Ten opzichte van de referentiesituatie daalt het aantal woningen dat binnen hindergebieden voor geur valt sterk. Daarom beoordelen we deze variant voor dit beoordelingscriterium zeer positief (++).
15
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Figuur 25-3 Bestaande en nieuwe woningen plus woningbouwlocaties binnen de Doorontwikkeling die in de referentiesituatie binnen richtafstanden voor geurhinder liggen
25.3.4
Geluid
Figuur 25-4 laat voor de plansituatie de volgende informatie zien: • De ligging van milieubelastende activiteiten. • De hindergebieden voor geur. • De ligging van bestaande woningen en bouwblokken uit de referentiesituatie en plansituatie. Deze kaart gebruiken we voor de beoordelingen in deze paragraaf. Variant handhaving activiteiten Er zijn verscheidene clusters aan bouwblokken te zien binnen de hindergebieden voor activiteitengeluid . Het gaat om de volgende locaties: 1. Rondom AVR liggen meerdere bouwblokken binnen een afstand van 200 m. Het gaat BoogieWood en Bincker die als autonome ontwikkeling gebouwd worden, en meerdere bouwblokken langs de Binckhorstlaan en het Trekvlietplein. Ook in de situatie waarin alleen het landgebonden deel van het afvalcluster uitgeplaatst zou kunnen worden, geldt deze situatie omdat AVR in die situatie niet zal verdwijnen uit de Binckhorst. 2. Rondom Renewi liggen meerdere grote woonblokken uit de Doorontwikkeling. Het gaat om woonblokken aan de Binckhorstlaan, de Zonweg, en de Saturnusstraat. Gezien het feit dat het bestemmingsvlak van Renewi de twee naastgelegen bouwblokken direct raakt, gaan we er niet vanuit dat deze twee bouwblokken gerealiseerd zullen kunnen worden in het geval Renewi niet uitgeplaatst wordt.
16
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
3. Aan de zuidelijke Binckhorstlaan liggen Dyckerhoff Basal, Maison Kelder en Jachtwerf de Haas. Maison Kelder en Jachtwerf de Haas hebben hindercontouren voor geluid van respectievelijk 100 en 200 m. Dyckerhoff Basal ligt op een gezoneerd industrieterrein. De geluidzone van het gezoneerde industrieterrein wordt echter momenteel aangepast en is daarom niet beschikbaar. Wel kunnen we stellen dat de geluidbelasting van het bedrijf zodanig zal zijn dat direct naast het bedrijf geen woningbouw mogelijk zal zijn en dat voor woningen in de buurt maatregelen nodig zullen zijn om de hoge geluidbelasting van industrielawaai te mitigeren. Het aantal woningen of de precieze locatie hiervan is op dit moment niet vast te stellen.
Het aantal woningen dat binnen de hindergebieden voor activiteitengeluid valt, neemt sterk toe. Het is daardoor aannemelijk dat er ten opzichte van de referentiesituatie een sterke stijging plaatsvindt van het aantal geluidgevoelige objecten dat hinder ervaart ten gevolge van activiteitengeluid. In totaal stijgt het aantal woningen ten opzichte van de referentiesituatie van circa 2.800 naar circa 3.600. Daarom beoordelen we deze variant voor dit beoordelingscriterium zeer negatief (--). Variant uitplaatsing activiteiten In deze variant verdwijnen alle bronnen van activiteitengeluid met uitzondering van Dyckerhoff Basal, Jachtwerf de Haas, Maison Kelder en het rangeerterrein uit het studiegebied. Het rangeerterrein is een belangrijke bron van geluid. Echter, het meeste geluid concentreert zich in de sporenbundel in het westen van het rangeerterrein. Hieromheen liggen slechts weinig woningen8. Daarnaast liggen er rondom Jachtwerf de Haas, Maison Kelder en Dyckerhoff Basal woonblokken in zowel de referentie- als plansituatie. Enkele honderden woningen vallen naar verwachting binnen de hindergebieden voor activiteitengeluid . Daarbij is het nog onzeker in hoeverre de activiteiten op het terrein van Dyckerhoff Basal tot knelpunten met omliggende geluidgevoelige gebouwen leiden: het bedrijf stelt op het moment van schrijven een nieuw geluidmodel op en dit is nog niet beschikbaar.
Het aantal woningen dat blootgesteld staat aan activiteitengeluid bedraagt in de referentiesituatie 2.800. Met het verdwijnen van het merendeel van de geluidbronnen in deze variant is het aannemelijk dat dit aantal daalt. Daarom beoordelen we deze variant voor dit beoordelingscriterium positief (+).
8 Het geluid afkomstig van het rangeerterrein is op het moment niet genormeerd. De komende jaren wordt voor het rangeerterrein een
geluidproductieplafond vastgesteld. Dit is op moment van schrijven nog niet beschikbaar.
17
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Figuur 25-4 Bestaande en nieuwe woningen plus woningbouwlocaties binnen de Doorontwikkeling die in de referentiesituatie binnen richtafstanden voor geluidhinder liggen
25.3.5
Natuur
Figuur 25-5 laat voor de plansituatie de volgende informatie zien: • De inrichting van de openbare ruimte volgens het Gebiedsprogramma, verdeeld naar gebruiksfunctie; • Een contour rondom het afvalcluster die aangeeft welk gedeelte van het Waterfrontpark niet gerealiseerd kan worden in de variant Handhaving activiteiten. Deze kaart gebruiken we voor de beoordelingen in deze paragraaf. De redeneringen die ten grondslag liggen aan de beoordelingen in deze paragraaf zijn voor beide beoordelingscriteria (tuin- en parksoorten en bomen) hetzelfde. Daarom nemen we niet voor ieder criterium een aparte beschouwing van de effectbeoordeling op. Variant handhaving activiteiten In hoofdstuk 12 is deze variant positief (+) beoordeeld. Deze beoordeling beslaat echter het gehele studiegebied en geeft daardoor een onterecht positief beeld als we alleen de gebieden beschouwen waar milieubelastende activiteiten gehandhaafd blijven. Verspreid door het gebied gaat het om kavels die in de referentiesituatie in gebruik blijven voor industriële activiteiten. In deze gebieden is ten opzichte van de referentiesituatie geen effect op tuin- en parksoorten en bomen te verwachten. Hetzelfde geldt voor het afvalcluster: in de referentiesituatie zijn de hier gevestigde bedrijven niet uitgeplaatst, en blijft het afvalcluster in zijn huidige vorm bestaan.
Dit leidt tot een lage waarde voor tuin- en parksoorten en bomen, maar omdat we effecten beoordelen ten opzichte van de referentiesituatie scoort deze variant toch neutraal (0).
18
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Variant uitplaatsing activiteiten In het geval dat de milieubelastende activiteiten in het gebied met uitzondering van Dyckerhoff Basal, Jachtwerf de Haas, Maison Kelder en het rangeerterrein verdwijnen uit de Binckhorst, treedt met name op de gronden van het afvalcluster een belangrijk effect op. Hier ontstaat namelijk ruimte voor een ~8 ha groot gedeelte van het Waterfrontpark, dat voor het grootste deel met hoogwaardige groen ingericht zal worden. Dit heeft een zeer positief effect op de tuin- en parksoorten en bomen in het gebied omdat hier veel leefgebied voor ontstaat. Op gronden van de overige bedrijven zijn voornamelijk bouwblokken voorzien. De meerwaarde voor tuin- en parksoorten en bomen in deze gebieden bestaat vooral uit de pocket parks die aangrenzend aan de gebouwen gerealiseerd zullen worden. We beoordelen deze variant sterk positief (++).
Figuur 25-5 De groenvisie voor de Binckhorst zoals gepresenteerd in het Gebiedsprogramma Binckhorst. Het zwartomrande vlak geeft de locatie van het afvalcluster aan, dat in de basisvariant binnen dit planMER niet uitgeplaatst wordt en waar derhalve geen park kan worden aangelegd
19
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
25.3.6
Omgevingsveiligheid
Figuur 25-6 laat voor de plansituatie de volgende informatie zien: • De ligging van risicobronnen in de Binckhorst. • De ligging van plaatsgebonden risicocontouren. • De ligging van aandachtsgebieden. • De ligging van bestaande woningen en bouwblokken uit de referentiesituatie en plansituatie.
Deze kaart gebruiken we voor de beoordelingen in deze paragraaf. Variant handhaving activiteiten In het studiegebied liggen in deze variant meerdere risicobronnen. Het gaat om de tankstations van Shell en BP, gasontvangststation W-097 en de gastransportleiding die deze stations met omgeving Voorburg verbindt, en verffabriek de Vos. Daarnaast zijn er voor het transport van gevaarlijke stoffen van en naar de tankstations over de weg zogenaamde ontheffingsrouten geldig. Voor ontheffingsrouten gelden onder de Omgevingswet geen plaatsgebonden risicocontouren of aandachtsgebieden. Wel kan de aanwezigheid van LPG-tankwagens in het drukke verkeer in combinatie met de HOV-verbinding tot risico’s leiden9. In deze variant blijven al deze risicobronnen bestaan. Uit Figuur 25-6 blijkt dat er op veel plekken nieuwe bouwblokken binnen de aandachtsgebieden voor brand- en explosiegevaar komen te liggen. De personendichtheid in deze gebieden neemt sterk toe in vergelijking met de referentiesituatie en daardoor neemt in woonblokken die binnen aandachtsgebieden liggen het groepsrisico toe. Initiatiefnemers van deze projecten zullen onderzoek moeten doen naar passende maatregelen om te voorkomen dat onacceptabele risico’s op letsel optreden. Daarom wordt deze variant licht negatief (0/-) beoordeeld.
Variant uitplaatsing activiteiten In deze variant worden beide tankstations en de verffabriek uitgeplaatst. De gasontvangststations en gastransportleiding blijven wel bestaan. Veiligheidscontouren rondom de tankstations en verffabriek zijn beperkt in omvang vergeleken met de omvang van de aandachtsgebieden in het hele studiegebied. Er zal dus ten opzichte van de variant handhaving activiteiten een lichte daling plaatsvinden van het aantal woningen dat binnen aandachtsgebieden ligt en daardoor ook van het groepsrisico. In vergelijking met de referentiesituatie zal het aantal woningen dat binnen aandachtsgebieden ligt echter nog steeds toenemen. Daarom beoordelen we deze variant toch licht negatief (0/-).
9 Het routeringsbesluit wordt naar verwachting op 8 mei 2025 door de gemeente Den Haag vastgesteld. Een direct gevolg hiervan is dat er
venstertijden (19.00-6.00) gaan gelden voor het bevoorraden van het LPG-tankstation aan de Binckhorstlaan 100. De LPG-tankwagen zal dus alleen 's-nachts rijden. De venstertijden gaan niet gelden voor de ontheffingroutes van en naar de Maanweg.
20
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Figuur 25-6 De milieubelastende activiteiten die vallen onder de verschillende delen van Bijlage VII van het Bkl die in deze paragraaf beschreven worden
25.3.7
Kwantiteit stedelijk groen
Variant handhaving activiteiten In hoofdstuk 13 beschrijven we de analyses die ten grondslag liggen aan de beoordeling van het Gebiedsprogramma voor dit beoordelingscriterium. Als de milieubelastende bedrijven niet uitgeplaatst worden uit de Binckhorst, blijft er met name op gronden van het afvalcluster minder ruimte over voor de ontwikkeling van stedelijk groen. In de situatie zonder park op de plek van het Afvalcluster is er in totaal 17,2 m2 aan stedelijk groen per woning in de Binckhorst, gebaseerd op een totaal van 12.000 woningen. Dit is onderverdeeld in 10,0 m2/woning aan groen in de straat, 5,9 m2/woning aan verblijfsplekken, en 1,3 m2/woning aan ecologisch groen. Dit is ruim meer dan de 8 m2/woning die in het Gebiedsprogramma genoemd wordt en die ook de beleidsnorm is volgens de Haagse richtinggevende normen. Het ligt echter ruim onder de berekende 32,6 en 30,6 m2 per woning voor de respectievelijk huidige en referentiesituatie. Dit is niet verwonderlijk, want het aantal woningen in de Binckhorst stijgt respectievelijk met een factor 3,4 en 2,4. Omdat het oppervlak aan stedelijk groen per woning ten opzichte van de referentiesituatie daalt, maar er wel voldaan wordt aan de beleidsnorm van 16 m2/woning die in https://denhaag.incijfers.nl/ravel genoemd wordt, scoort dit aspect licht negatief (0/-).
21
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Variant uitplaatsing activiteiten Door de uitplaatsing van het afvalcluster ontstaat ruimte voor een circa 8 ha grote uitbreiding van het Waterfrontpark. In dit geval zou het oppervlak aan stedelijk groen stijgen van 17,2 naar 23,7 m 2/woning en het aandeel verblijfsgroen zou stijgen van 5,9 naar 11,4 m2/woning. Deze getallen vallen binnen de maatlat die toegepast wordt voor dit beoordelingscriterium in dezelfde effectklasse. De score van deze variant is daarom nog steeds licht negatief (0/-). Dit betekent echter niet dat het vanuit het oogpunt van het oppervlak aan stedelijk groen niet zinvol is om in te zetten op de uitplaatsing van milieubelastende activiteiten. Meer stedelijk groen, zowel als totaaloppervlak als uitgedrukt in aantal vierkante meters per woning, draagt in deze sterk verstedelijkte in belangrijke mate bij aan een fijnere en gezondere woonomgeving.
25.3.8
Ruimtelijke kwaliteit
Variant handhaving activiteiten In de situatie waarin de huidige milieubelastende activiteiten gehandhaafd blijven in het studiegebied, leidt dit ten opzichte van de referentiesituatie tot een achteruitgang in de ruimtelijke kwaliteit. Voor het Gebiedsprogramma is een overkoepelende visie ontwikkeld op hoe de Binckhorst zich de komende decennia gaat ontwikkelen. De afstemming van de inrichting van de openbare ruimte op de menselijke maat, de aandacht voor verblijfskwaliteit en de nadruk op groen zijn hiervoor belangrijke bouwstenen. Deze variant bemoeilijkt de mogelijkheden waarin deze visie gerealiseerd kan worden. In de gebieden rondom de milieubelastende activiteiten (met name het afvalcluster en Renewi) zorgt dit ervoor dat de verblijfskwaliteit en ruimtelijke kwaliteit ten opzichte van de referentiesituatie gelijk blijft. Doordat er echter substantieel meer mensen in de Binckhorst gaan wonen, is het des te belangrijker dat de ruimtelijke kwaliteit afgestemd is op de nieuwe functie van het gebied. Daarom scoren we deze variant sterk negatief (--). Variant uitplaatsing activiteiten In de situatie waarin de meeste milieubelastende uitgeplaatst worden, ontstaat de benodigde ruimte om bovengenoemde visie voor de Binckhorst te ontwikkelen. Met name op de plek van het afvalcluster zal de verblijfskwaliteit en ruimtelijke kwaliteit er sterk op vooruit gaan.
Voor gebieden rondom de bedrijven die in het gebied gevestigd blijven, geldt dit niet. Deze variant scoort voor dit beoordelingscriterium daarom positief (+).
25.3.9
Gezonde leefomgeving
Variant handhaving activiteiten Figuur 25-7 laat voor de plansituatie de totaalkaart Gezonde leefomgeving voor deze variant. In brede lijnen verbetert de situatie ten opzichte van de referentiesituatie. Met name in het gebied afgebakend door de Wegastraat, Zuiderkroonstraat, Zonweg, Maanweg en Binckhorstlaan tot aan de kruising met de Mercuriusweg vindt een verbetering van de gezondheid van de leefomgeving plaats. Plekken die in de referentiesituatie slecht tot matig (0-2) scoren, scoren in de plansituatie beter (score 4 of 5). Dit komt doordat in deze gebieden het aanbod aan verblijfsgroen verbetert, de gevoeligheid voor hittestress afneemt en de dekkingsgraad van eerstelijns zorgvoorzieningen toeneemt. De geluidsituatie blijft echter ook in dit gebied kritiek, en geuroverlast drukt de score met name aan de Zonweg (met als oorzaak Renewi). Daarentegen zijn er andere plekken waar de gezondheid van de leefomgeving niet verbetert: zo blijft rondom het afvalcluster de leefomgeving ongezond. De handhaving van de milieubelastende activiteiten leidt tot onverminderde geuroverlast, gevoeligheid voor hittestress en een gebrek aan verblijfsgroen. Ook rondom andere bedrijven (met name Renewi) is het effect van de milieubelastende activiteiten zichtbaar op de kaart.
Vanwege de keuze om voor het toetsingskader gezonde leefomgeving per omgevingsaspect (geluid, geur, hittestress, etc.) één representatieve indicator te gebruiken, hebben de milieubelastende activiteiten op gebied van stof en activiteitengeluid geen invloed op de totaalkaart gezonde leefomgeving. Dit betekent uiteraard niet dat dit effect er niet is: met name het industrielawaai in grote delen van de Binckhorst verslechtert de gezondheid van de leefomgeving. Omdat een deel van het studiegebied op de totaalkaart gezonde leefomgeving één tot twee kwaliteitsklassen beter scoort dan in de referentiesituatie, maar er in een ander deel van het studiegebied geen verbetering optreedt, scoort de Doorontwikkeling voor dit beoordelingscriterium licht positief (0/+).
22
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Figuur 25-7 De totaalkaart Gezonde leefomgeving voor de plansituatie. De score duidt voor iedere plek aan hoeveel van de onderliggende indicatoren positief scoren
Variant uitplaatsing activiteiten Figuur 25-8 laat voor de plansituatie de totaalkaart Gezonde leefomgeving voor deze variant. In deze variant verdwijnen de meeste milieubelastende activiteiten die tot hindercontouren leiden uit het gebied. Het effect hiervan is met name in het gebied van het afvalcluster zichtbaar. Hier verbetert de gezondheid van de leefomgeving sterk. Er wordt namelijk een park aangelegd, waardoor een groot deel van het gebied nu positief scoort voor de indicatoren hittestress, verblijfsgroen en geuroverlast. Positieve effecten op de geluidsituatie zijn niet zichtbaar op de kaart, maar deze dragen ook bij aan een verbetering van de gezondheid van de leefomgeving. Naast het afvalcluster verdwijnen ook veel andere milieubelastende activiteiten uit het gebied. Het effect hiervan is vanwege de toetsingsmethodiek beperkt tot het aspect geurhinder. Naast de bedrijven in het afvalcluster is Renewi het bedrijf met de grootste richtafstand voor geurhinder, en dit bedrijf bevindt zich in het hart van de Binckhorst. Een vertrek van Renewi uit het studiegebied leidt in de zone rondom de Zonweg tot een verbetering van de gezondheid van de leefomgeving.
Ook voor deze bedrijven geldt dat geluideffecten niet inzichtelijk zijn op de kaart in Figuur 25-8, maar dat deze positieve effecten wel degelijk optreden rondom uit te plaatsen bedrijven die een bron van activiteitengeluid zijn. Omdat er met name in het gebied rondom het afvalcluster een sterke verbetering van de gezondheid van de leefomgeving plaatsvindt, scoren we deze variant positief (+).
23
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Figuur 25-8 De totaalkaart gezonde leefomgeving voor de situatie met de effectbeperkende maatregelen uit deze paragraaf
24
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
25.4
Samenvatting, conclusie en aanbevelingen
25.4.1
Samenvatting
Tabel 25-3 vat de effectbeoordeling van de maaiveld- en tunnelvarianten samen. Tabel 25-3 Samenvatting van de effectbeoordeling van de varianten voor de milieubelastende activiteiten
Aspect
Criterium
Doorstroming autoverkeer
Kruispuntbelasting
0/-
-
Stofhinder
Stofbelaste woningen
-
0/-
Geur
Geurbelaste woningen
--
++
Geluid
Activiteitengeluid
--
+
Natuur
Tuin- en parksoorten
0
+
Bomen
0
++
Ligging van gevoelige objecten binnen aandachtsgebieden en PR-contour
0/-
0/-
Stedelijk groen & Kwantiteit stedelijk groen maatschappelijke voorzieningen
0/-
0/-
Ruimtelijke kwaliteit
Kwaliteit openbare ruimte
--
+
Gezonde leefomgeving
Gezonde leefomgeving
0/+
+
Omgevingsveiligheid
Handhaving activiteiten
Uitplaatsing activiteiten
Variant handhaving activiteiten Effecten ten gevolge van deze variant zijn in een drietal categorieën te verdelen: 1. Conflicterende ruimteclaims. In deze situatie waarin milieubelastende activiteiten in de Binckhorst worden gehandhaafd, blijft een aanzienlijk deel van de geplande woningbouw uit. Het gaat om ongeveer 2.300 woningen die niet gerealiseerd kunnen worden door directe ruimteclaims van bedrijven. Het oppervlak aan stedelijk groen per woning daalt doordat het Waterfrontpark op de plek van het afvalcluster niet gerealiseerd kan worden. 2. Milieuruimte. Het aantal woningen dat binnen hindergebieden voor stof, activiteitengeluid en geur ligt, neemt sterk toe ten opzichte van de referentiesituatie. Binnen deze gebieden mogen niet zonder meer gevoelige functies zoals woningen geplaatst worden, tenzij onderzoek aantoont dat mitigerende maatregelen uitgevoerd kunnen worden die de hinder tot een aanvaardbaar niveau terugbrengt. In totaal liggen er in de plansituatie ongeveer 2.300 woningen binnen hindergebieden voor geur, 3.600 woningen binnen hindergebieden voor geluid, en tot circa 3.800 woningen binnen hindergebieden voor stof. De woningbouw in aandachtsgebieden rondom de tankstations, verffabriek en gasoverslagstations verhoogt bovendien het groepsrisico door een stijging van de personendichtheid binnen aandachtsgebieden voor omgevingsveiligheid. 3. Overige effecten.
Er kan minder woningbouw plaatsvinden dan de 7.000 woningen waar in het verkeersmodel mee gerekend is. We verwachten dat de groei van het aantal vervoersbewegingen per etmaal op het wegennet kleiner is dan in de variant uitplaatsing activiteiten. Dit leidt tot een lichte verslechtering van kruispuntcyclustijden. Daarnaast belemmert de aanwezigheid van milieubelastende activiteiten rondom het afvalcluster en verspreid in de Binckhorst de ruimtelijke kwaliteit en verblijfskwaliteit. De gezondheid van de leefomgeving verbetert in vergelijking met de referentiesituatie, maar het afvalcluster blijft een hotspot die slecht scoort op gebied van gezondheid en ook de invloed van Renewi op de geuroverlast in het gebied blijft merkbaar op de totaalkaart gezonde leefomgeving.
25
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Variant uitplaatsing activiteiten Effecten ten gevolge van deze variant zijn in een drietal categorieën te verdelen: 1. Conflicterende ruimteclaims. In deze situatie waarin milieubelastende activiteiten grotendeels worden uitgeplaatst, kunnen alle 7.000 geplande woningen gebouwd worden. Door de uitplaatsing van de bedrijven in het afvalcluster ontstaat bovendien ruimte voor een circa 8 hectare grote uitbreiding van het Waterfrontpark, wat de hoeveelheid stedelijk groen per woning verhoogt en een gezondere woonomgeving biedt. 2. Milieuruimte. Het aantal woningen dat binnen hindergebieden voor activiteitengeluid en geur ligt, neemt af ten opzichte van de referentiesituatie. Er liggen nog enkele honderden woningen rondom Jachtwerf de Haas en Maison kelder in de hindergebieden voor geur. Jachtwerf de Haas, Maison Kelder en Dyckerhoff Basal blijven gevestigd in het gebied waardoor er enkele honderden woningen binnen de hindergebieden voor activiteitengeluid blijven liggen. Daarbij is het nog onzeker in hoeverre Dyckerhoff Basal en het rangeerterrein tot knelpunten met omliggende geluidgevoelige gebouwen leiden omdat hiervoor nog informatie over een geactualiseerd geluidmodel en een nog vast te stellen geluidproductieplafond ontbreekt.
De verwachting is echter dat het aantal woningen dat binnen hindergebieden voor activiteitengeluid ligt fors minder is dan de 2.800 in de referentiesituatie. Het hindergebied voor stof blijft grotendeels intact, wat betekent dat het effect op woningen binnen deze gebieden nauwelijks verandert. De uitplaatsing van tankstations en verffabrieken verlaagt het groepsrisico, hoewel gasstations en leidingen in het gebied blijven bestaan. In de gebieden rondom bedrijven die blijven, zoals Dyckerhoff Basal en Maison Kelder, blijft de verbetering beperkt. 3. Overige effecten. Doordat alle geplande woningbouw doorgang kan vinden, neemt het aantal vervoersbewegingen per etmaal op het wegennet toe volgens de berekeningen uit het verkeersmodel voor de Vlietlijn. Dit houdt waarschijnlijk in dat het effect op de congestie in het gebied en de kruispuntbelasting groter is dan dat van de variant handhaving activiteiten. Daarnaast verbetert de ruimtelijke en verblijfskwaliteit aanzienlijk, vooral op de gronden van het afvalcluster. De gezondheid van de leefomgeving verbetert hier sterk door de aanleg van het Waterfrontpark en het verdwijnen van geurhinder- en activiteitengeluid. Dit maakt de variant aantrekkelijker voor het creëren van een gezonde en leefbare woonomgeving.
25.4.2
Kennisleemten
Voor dit onderzoek merken we enkele kennisleemten op: • Voor de uitplaatsing van het afvalcluster loopt op het moment van schrijven (juni 2025) nog een haalbaarheidsstudie waarin onderzocht wordt of alternatieve locaties voor de bedrijven voorradig en kansrijk zijn. Dit onderzoek is niet afgerond op het moment dat dit planMER ter inzage gelegd wordt. • Voor het bedrijf Dyckerhoff Basal op het gezoneerde industrieterrein aan de Binckhorstlaan worden op het moment van schrijven (juni 2025) geluidberekeningen uitgevoerd. Deze nieuwe berekeningen zijn nodig om het gebied in beeld te brengen waarin rekening moet worden gehouden met geluidoverlast op woningen. Dit hebben wij in deze versie van het variantenonderzoek nog niet kunnen doen. • Voor het rangeerterrein van ProRail ten noorden van de Supernovaweg wordt in de komende jaren een geluidproductieplafond vastgesteld. Aan de hand hiervan kan de geluidproductie van het rangeerterrein genormeerd worden. In afwachting van het geluidproductieplafond hebben we gebruik gemaakt van de richtafstand die voor het rangeerterrein in het huidige omgevingsplan opgenomen staat.
25.4.3
Conclusie
We zien een groot onderscheid in milieueffecten tussen de twee varianten. In de variant waarin milieubelastende bedrijven niet uitgeplaatst worden, kan ongeveer een derde deel van de woningbouwplannen in het Gebiedsprogramma niet gerealiseerd worden omdat de betreffende bouwblokken zich op de percelen van de bedrijven bevinden. Een groot deel van de overige woningen ligt binnen de hindergebieden voor met name geur en activiteitengeluid . Hier zal in de vergunningsprocedures nader onderzoek aan moeten tonen dat onaanvaardbare hinder te voorkomen is door het treffen van maatregelen. Een groot deel van deze knelpunten worden weggenomen als de milieubelastende activiteiten volgens het plan in het Gebiedsprogramma uitgeplaatst worden. De hoek rondom Dyckerhoff Basal, waar ook Jachtwerf de Haas gevestigd is, blijft een gebied waar de balans tussen bedrijvigheid en wonen goed bewaakt zal moeten worden.
26
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Daarnaast zien we in de variant waarin de milieubelastende activiteiten uitgeplaatst worden een groot verschil op de plek van het afvalcluster. Hier komt grofweg 8 ha vrij voor de uitbreiding van het Waterfrontpark en er zijn drie bouwblokken die in deze variant hier wel gebouwd kunnen worden. Het oppervlak stedelijk groen stijgt sterk, met positieve effecten op de verblijfskwaliteit, de natuurwaarden in het gebied, de gevoeligheid voor hittestress, en de gezondheid van het gebied.
25.4.4
Aanbevelingen
Op basis van dit onderzoek doen we de volgende aanbevelingen: • Versnel het lopende onderzoek naar de uitplaatsing van AVR, HMS en HVB om duidelijkheid te krijgen over de financiële, ruimtelijke en logistieke mogelijkheden. Dit onderzoek moet prioriteit krijgen, omdat het afvalcluster een groot knelpunt vormt voor de geplande woningbouw en het Waterfrontpark. • Richt een programma in om concrete afspraken te maken met ondernemers en reserveer aantoonbaar budget voor de uitplaatsing van bedrijven. Zonder financiële en juridische zekerheid blijft de uitvoerbaarheid van de uitplaatsing onzeker. • Voer een gedetailleerd onderzoek uit naar de actuele hindergebieden voor geluid en geur van bedrijven zoals Dyckerhoff Basal, Renewi, Jachtwerf de Haas en Maison Kelder. Gebruik geactualiseerde geluidmodellen en toets de mogelijkheden voor mitigerende maatregelen. • Werk de richtafstanden voor geur, geluid en stof bij op basis van de nieuwste wetgeving en metingen, vooral voor bedrijven met maatwerkvoorschriften zoals Dyckerhoff Basal. • Evalueer het groepsrisico rondom tankstations, gasleidingen en verffabrieken, en onderzoek verdere mogelijkheden om deze bronnen uit te plaatsen of risico's te minimaliseren. • Onderzoek hoe woningen rondom bedrijven zoals Dyckerhoff Basal en Jachtwerf de Haas veilig en leefbaar kunnen worden gerealiseerd.
Dit omvat de balans tussen bedrijvigheid en wonen, met aandacht voor mitigatie van geluid, geur en stofhinder. • Stel een gedetailleerde fasering op waarin de uitplaatsing van milieubelastende activiteiten voorafgaat aan de bouw van woningen en groenvoorzieningen. Dit voorkomt conflicten en zorgt voor een efficiënte uitvoering.
27
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
26
Locatiekeuze geothermiecentrale
26.1
Inleiding en context
In de Haagse ondergrond is ruimte voor 14 geothermische doubletten (een onttrekkings- en een injectiebron). In 2018 en 2019 is een stadsbrede verkenning10 uitgevoerd naar mogelijke geothermielocaties, hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Tijdens de aanlegfase is er 6.000 m² nodig met ruimte voor een dienstengebouw van 800 m². 2. Er mogen geen gevoelige bestemmingen binnen 50 meter van de bron en/of binnen 30 meter gevel van het dienstengebouw aanwezig zijn. 3. Tijdens de boorfase is een obstakelvrije zone van minimaal 2.400 m² rondom de bronnen vereist. 4. Een ondergronds ingepaste geothermiecentrale is duurder, maar er zijn buitenlandse voorbeelden van succesvolle implementaties.
Eén van de gebieden waarin de gemeente Den Haag een geothermiecentrale wil plaatsen is de Binckhorst. Bij deze centrale wordt een dubbel doublet gerealiseerd met een vermogen van 20-30 MW. De aardwarmte die met behulp van de bron onttrokken wordt, zal gebruikt worden om woningen en bedrijven in het stedelijke gebied te verwarmen. Hiervoor dienen vanuit de geothermiebron warmteleidingen aangelegd moeten worden. Hiervoor zijn twee opties: ofwel er wordt aangesloten op het bestaande warmtenet in de Binckhorst, ofwel er wordt een nieuw, separaat warmtenet aangelegd. Voor de plaatsing van de geothermiecentrale in de Binckhorst zijn vier zoekgebieden in beeld. We brengen in dit hoofdstuk voor ieder zoekgebied in beeld welke milieueffecten te verwachten zijn ten gevolge van de plaatsing van de geothermiecentrale. We beperken de reikwijdte van deze beoordeling tot de beoordelingscriteria uit de effecthoofdstukken van het planMER die tot een onderscheidend verschil leiden tussen de varianten onderling en ten opzichte van de referentiesituatie. Voor de geothermieput zelf wordt op een later moment de planprocedure doorlopen, waaronder het opstellen van een project-MER of een mer-aanmeldingsnotitie.
Het Gebiedsprogramma is echter wel kaderstellend voor het boren van de geothermieputten en daarom nemen we in dit hoofdstuk een korte beschouwing van de risico’s op aanzienlijke milieueffecten van de boorputten op. Gezien de grote diepte waarop putten geboord worden en de relatief kleine omvang van het plangebied, verschillen deze effecten niet tussen de vier zoekgebieden voor de geothermiecentrale. Dit hoofdstuk bestaat uit vier paragrafen. Paragraaf 26.1 beschrijft de beoordeelde activiteit en de varianten. Paragraaf 26.2 gaat in op het beoordelingskader en op de wijze waarop effecten beoordeeld zijn. De effectbeoordeling zelf volgt in paragraaf 26.3. In paragraaf 26.4 vatten we de effecten samen en geven we aanbevelingen.
26.1.1
Beschrijving van de activiteit
In de Binckhorst zijn na verschillende locatieverkenningen 11, 12 vier locaties aangemerkt als mogelijk ontwikkelingsgebied voor een geothermiecentrale. In dit onderzoek wordt voor deze locaties gekeken naar de effecten van deze ontwikkeling op de omgeving voor relevante milieuaspecten. Figuur 26-1 geeft een bovenaanzicht van de centrale weer, en Figuur 26-2 laat een dwarsdoorsnede zien. De geothermiecentrale bestaat uit drie delen: 1. De geothermiecentrale zelf met afmetingen van circa 30 x 30 m. Het gebouw wordt 8-12 m hoog en krijgt een schoorsteen met een hoogte van circa 24 m. 2. Het aangrenzende terrein waarop de geothermiebronnen liggen. Dit terrein heeft een oppervlakte van circa 30 x 30 m zonder hoogteaccenten. 3. Een terrein dat gemiddeld eens per decennium gebruikt wordt voor onderhoud van de geothermiecentrale. Dit terrein heeft een oppervlakte van circa 30 x 55 m en wordt groen ingericht.
10 Gemeente Den Haag (2019), Locatieverkenning geothermie Den Haag 11 12
Gemeente Den Haag (2019), Locatieverkenning geothermie Den Haag Gemeente Den Haag (2021), Locatie geothermiecentrale Binckhorst
28
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Figuur 26-1 Schematisch ruimtebeslag Geothermiecentrale aan de Vestaweg in uitvoeringsfase. Bron: Locatieverkenning geothermie Binckhorst Den Haag: Quick Scan potentiële boorlocaties – 10 januari 2019
Figuur 26-2 Een dwarsdoorsnede van de geothermiecentrale en het aanliggende terrein in een lijn parallel aan de Binckhorstlaan
In het Gebiedsprogramma zijn op het kavel aan de Vestaweg twee gebouwen met in totaal 380 woningen voorzien. In het geval er een geothermiecentrale aangelegd wordt, leidt dit tot een direct ruimteconflict waardoor deze woningen niet gerealiseerd kunnen worden. De omliggende kavels kunnen wel worden gerealiseerd volgens het beeld uit het Gebiedsprogramma.
We onderscheiden drie fasen in de in dit hoofdstuk beoordeelde activiteit: een aanlegfase waarin de geothermiecentrale geplaatst wordt, een operationele fase waarin de centrale in gebruik is, en een periodieke onderhoudsfase waarin de centrale tijdelijk stilgelegd wordt voor onderhoud.
29
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Aanlegfase Voor de boringen worden tijdelijk boorinstallaties op maaiveldhoogte geplaatst. Deze installaties voeren de benodigde operaties uit om de putten te boren en vervolgens veilig af te werken. De werkzaamheden worden doorgaans in een continu rooster uitgevoerd, zowel overdag als 's nachts. Ter plaatse van het boorgat wordt, conform de geldende wetgeving, een veiligheidsafsluiter (blow-out preventer) geïnstalleerd. Deze kan op elk moment, indien nodig zelfs op afstand, worden gesloten. Tijdens het boren kunnen er effecten zijn voor de omgeving op het gebied, ook is er een verhoogd veiligheidsrisico ten opzichte van de operationele fase. Voor één van de beoogde locaties is een inpassingschets 13 gemaakt. Op basis van deze inpassingschets is bepaald dat er een minimale afstand van 10 meter zit tussen de buitenkant van de geothermiecentrale en de boorput, waarvandaan de effecten op de omgeving worden berekend. Voor de overige locaties wordt deze 10 meter gebruikt als marge om de schuifruimte voor de boorputten binnen de locaties in kaart te brengen omdat deze exacte locaties voor het boren in deze fase nog niet bekend zijn.