CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322968 Bijlage 12 PlanMER Binckhorst Deel B Effecthoofdstukken 20250619

Commissie Leefomgeving 4 september 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken34.815 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

PlanMER Intergemeentelijk Gebiedsprogramma Vlietlijn en Doorontwikkeling Deel B - Effecthoofdstukken Gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

Contactpersoon ARCADIS

Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland

2

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

Inhoudsopgave 8

3

Mobiliteit

17

8.1

Aanpak

17

8.1.1

Wettelijk en beleidsmatig kader

17

8.1.2

Beoordelingskader

19

8.2

Referentiesituatie

24

8.2.1

Duurzame mobiliteit

26

8.2.1.1

Modal shift

26

8.2.1.2

Ruimte voor voetgangers en fietsers

27

8.2.2

Verkeersveiligheid

32

8.2.2.1

Oversteekbaarheid

32

8.2.2.2

Aantal conflictsituaties

32

8.2.3

Doorstroming autoverkeer

33

8.2.4

Autoparkeren

38

8.2.5

Tramhaltes

38

8.3

Effecten basisalternatief

38

8.3.1

Duurzame mobiliteit

39

8.3.1.1

Modal shift naar fiets en gebruik OV

39

8.3.1.2

Ruimte voor voetgangers en fietsers

41

8.3.2

Verkeersveiligheid

47

8.3.2.1

Oversteekbaarheid

47

8.3.2.2

Aantal potentiële conflictsituaties

49

8.3.3

Doorstroming autoverkeer

52

8.3.3.1

Kruispuntbelasting

52

8.3.4

Autoparkeren

56

8.3.5

Tramhaltes

58

8.4

Mogelijke effectbeperkende maatregelen

62

8.5

Aanbevelingen

65

8.6

Leemten in kennis

66

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

9

Luchtkwaliteit

69

9.1

Aanpak

69

9.1.1

Wettelijk en beleidsmatig kader

69

9.1.2

Beoordelingskader

73

9.1.3

Studiegebied

75

9.1.4

Wijze van onderzoek

75

9.2

Referentiesituatie

77

9.2.1

Luchtkwaliteit

77

9.2.2

Stofhinder

83

9.3

Effecten basisalternatief

85

9.3.1

Effecten Doorontwikkeling

85

9.3.1.1

Stofhinder

85

9.3.2

Effecten Vlietlijn

86

9.3.2.1

Verandering in de jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO 2)

87

9.3.2.2

Verandering in de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM 10)

89

9.3.2.3

Verandering in de jaargemiddelde concentratie zeer fijn stof (PM

2.5)

92

9.3.2.4

Bijdrage Vlietlijn aan concentratie fijn stof (PM10)

94

9.4

Mogelijke effectbeperkende maatregelen

96

9.4.1

Maatregelen Doorontwikkeling

96

9.4.2

Maatregelen Vlietlijn

97

9.5

Aanbevelingen

97

9.6

Leemten in kennis

97

10 Geurhinder

4

98

10.1

Aanpak

98

10.1.1

Wettelijk en beleidsmatig kader

98

10.1.2

Beoordelingskader

98

10.1.3

Studiegebied

99

10.1.4

Wijze van onderzoek

99

10.2

Referentiesituatie

100

10.2.1

Huidige situatie

100

10.2.2

Autonome ontwikkelingen

102

10.3

Effecten basisalternatief

102

10.3.1

Effecten Doorontwikkeling

102

10.4

Mogelijke effectbeperkende maatregelen

104

10.4.1

Maatregelen Doorontwikkeling

104

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

10.5

Aanbevelingen

105

10.6

Leemten in kennis

105

11 Geluid

5

107

11.1

Aanpak

107

11.1.1

Wettelijk kader

107

11.1.2

Beoordelingskader en wijze van onderzoek

109

11.1.2.1 Criterium geluidbelast oppervlak >= 50 dB

110

11.1.2.2 Criterium aantal in hoge mate geluidgehinderden

110

11.1.2.3 Criterium aantal slaapverstoorden

111

11.1.2.4 Criterium tramgeluid

112

11.1.2.5 Criterium activiteitengeluid

114

11.1.2.6 Criterium geluid geothermiecentrale

114

11.1.3

Studiegebied

115

11.1.4

Aandachtsgebieden in plangebied

116

11.1.5

Uitgangspunten

118

11.2

Referentiesituatie

122

11.2.1

Huidige situatie 2023

122

11.2.1.1 Geluidbelast oppervlak, gehinderden en slaapverstoorden

122

11.2.1.2 Tramgeluid

123

11.2.1.3 Activiteitengeluid

123

11.2.2

127

Referentiesituatie 2040

11.2.2.1 Geluidbelast oppervlak, gehinderden en slaapverstoorden

127

11.2.2.2 Tramgeluid boog- of stootgeluid

129

11.2.2.3 Activiteitengeluid

129

11.3

Effecten alternatieven

129

11.3.1

Samenvatting effectbeoordeling wegverkeer

129

11.3.2

Effectbeoordeling geluidmodel

132

11.3.2.1 Geluidbelast oppervlak

132

11.3.2.2 Aantal in hoge mate gehinderden

134

11.3.2.3 Aantal slaapverstoorden

136

11.3.2.4 Effecten Vlietlijn

137

11.3.2.5 Nieuwe woningen in Doorontwikkeling

138

11.3.3

Tramgeluid kans op boog- of stootgeluid

144

11.3.4

Activiteitengeluid

147

11.3.5

Geluid geothermiecentrale

149

11.4

Mogelijke effectbeperkende maatregelen

151

11.4.1

Maatregelen indirect effect

151

11.4.2

Maatregelen Doorontwikkeling

151

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

11.4.3

Maatregelen Vlietlijn

152

11.5

Aanbevelingen

152

11.6

Leemten in kennis

153

12 Trillingen

155

12.1

Inleiding

155

12.1.1

Algemeen

155

12.1.2

Doel

155

12.2

Procesbeschrijving

156

12.2.1

Beoordelingskader

156

12.2.2

Toetsingskader trillingen

156

6

12.2.2.1 Beoordeling Schade

157

12.2.2.2 Beoordeling hinder

158

12.2.2.3 Beoordeling trillingsgevoelige apparatuur

158

12.2.2.4 Beoordeling monumentale gebouwen

158

12.2.2.5 HTM-voorschrift

158

12.2.2.6 Omgevingswet

159

12.2.3

159

Werkwijze

12.2.3.1 Globale stappen

159

12.2.3.2 Prognosemodel

160

12.3

Uitgangspunten

160

12.3.1

Ondergrond

160

12.3.2

Vervoerstype

161

12.3.3

Wissels

161

12.3.4

Clusters

162

12.3.5

Bebouwingen i.r.t. monumentale panden

163

12.3.6

Tracé Vlietlijn

165

12.3.6.1 Algemeen

165

12.3.6.2 Maaiveldvariant

165

12.3.6.3 Tramlijn

165

12.4

Resultaten

168

12.4.1

Hinder

168

12.4.1.1 Plansituatie

168

12.4.1.2 Panden met hinder

168

12.4.1.3 Bouwfase hinder

169

12.4.2

170

Schade

12.4.2.1 Plansituatie

170

12.4.2.2 Panden met schade

171

12.4.2.3 Bouwfase schade

172

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

12.4.3

Visualisatie resultaten

173

12.4.4

Globale beschrijving van maatregelen

173

12.5

Samenvatting

173

12.5.1

Hinder Plansituatie

174

12.5.2

Schade Plansituatie

174

12.5.3

Effectbeoordeling

174

12.5.4

Bouwfase

175

12.5.5

Aanbevelingen

175

13 Natuur

177

13.1

Aanpak

177

13.1.1

Wettelijk en beleidsmatig kader

177

13.1.2

Beoordelingskader

181

13.1.3

Studiegebied

184

13.1.4

Wijze van onderzoek

185

13.2

Referentiesituatie

186

13.2.1

Beschermde gebieden Natura 2000 (stikstof)

186

13.2.2

Gebouwbewonende soorten (biodiversiteit)

188

13.2.3

Tuin- en parksoorten (biodiversiteit)

188

13.2.4

Bomen

190

13.3

Effecten basisalternatief

193

13.3.1

Effecten Doorontwikkeling

193

13.3.1.1 Beoordelingscriterium Beschermde gebieden Natura 2000

193

13.3.1.2 Beoordelingscriterium Gebouwbewonende soorten (biodiversiteit)

193

13.3.1.3 Beoordelingscriterium Tuin- en parksoorten (biodiversiteit)

196

13.3.1.4 Bomen

196

13.3.2

198

Effecten Vlietlijn

13.3.2.1 Beoordelingscriterium Beschermde gebieden Natura 2000

198

13.3.2.2 Bomen

198

13.3.2.3 Tuin- en parksoorten

201

13.4

Mogelijke effectbeperkende maatregelen

202

13.5

Aanbevelingen

202

13.6

Leemten in kennis

203

13.6.1

Doorontwikkeling

203

13.6.2

Vlietlijn

203

14 Stedelijk groen & maatschappelijke voorzieningen

7

205

14.1

Aanpak

205

14.1.1

Wettelijk en beleidsmatig kader

205

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

14.1.2

Beoordelingskader

206

14.1.2.1 Kwantiteit stedelijk groen

206

14.1.2.2 Kwaliteit stedelijk groen

208

14.1.2.3 Maatschappelijke voorzieningen

208

14.1.3

Studiegebied

208

14.1.4

Wijze van onderzoek

208

14.1.4.1 Kwantiteit stedelijk groen

209

14.1.4.2 Kwaliteit stedelijk groen

209

14.1.4.3 Maatschappelijke voorzieningen

209

14.2

Referentiesituatie

210

14.2.1

Kwantiteit stedelijk groen

210

14.2.2

Kwaliteit stedelijk groen

212

14.2.3

Maatschappelijke voorzieningen

214

14.3

Effecten basisalternatief

214

14.3.1

Effecten Doorontwikkeling

214

14.3.1.1 Kwantiteit stedelijk groen

214

14.3.1.2 Kwaliteit stedelijk groen

217

14.3.1.3 Maatschappelijke voorzieningen

218

14.3.2

Effecten Vlietlijn

220

14.3.2.1 Kwantiteit stedelijk groen

220

14.3.2.2 Kwaliteit stedelijk groen

223

14.4

Mogelijke effectbeperkende maatregelen

225

14.4.1

Maatregelen Doorontwikkeling

225

14.4.2

Maatregelen Vlietlijn

226

14.5

Aanbevelingen

227

14.6

Leemten in kennis

227

14.6.1

Doorontwikkeling

227

15 Omgevingsveiligheid

228

8

15.1

Aanpak

228

15.1.1

Wettelijk en beleidsmatig kader

228

15.1.2

Beoordelingskader

228

15.1.3

Studiegebied

229

15.1.4

Wijze van onderzoek

230

15.2

Referentiesituatie

231

15.3

Effecten basisalternatief

232

15.3.1

Effecten Doorontwikkeling

232

15.4

Mogelijke effectbeperkende maatregelen

239

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

15.4.1

Maatregelen Doorontwikkeling

239

15.5

Aanbevelingen

242

15.6

Leemten in kennis

243

16 Archeologie en cultuurhistorie

244

16.1

Aanpak

244

16.1.1

Wettelijk en beleidsmatig kader

244

16.1.2

Beoordelingskader

249

16.1.3

Studiegebied

251

16.1.4

Wijze van onderzoek

253

16.2

Referentiesituatie

255

16.2.1

Archeologie

255

16.2.2

Cultuurhistorie

263

16.3

Effecten basisalternatief

280

16.3.1

Effecten Doorontwikkeling

280

16.3.2

Effecten Vlietlijn

289

16.4

Interactie Doorontwikkeling/Vlietlijn

295

16.5

Mogelijke effectbeperkende maatregelen

295

16.5.1

Maatregelen Doorontwikkeling

295

16.5.2

Maatregelen Vlietlijn

296

16.6

Aanbevelingen

298

16.7

Leemten in kennis

299

17 Bodem

9

301

17.1

Aanpak

301

17.1.1

Wettelijk en beleidsmatig kader

301

17.1.2

Beoordelingskader

302

17.1.2.1 Locaties met bodem- en grondwaterverontreinigingen

303

17.1.2.2 Grondwaterstandsdaling

303

17.1.2.3 Bodemdaling

304

17.1.2.4 Ruimtegebruik ondergrond

304

17.1.3

Studiegebied

305

17.1.4

Wijze van onderzoek

305

17.2

Geotechnisch onderzoek

305

17.2.1

Plan ondergrond

305

17.2.2

Grondopbouw

307

17.2.3

Bodemdaling

308

17.3

Referentiesituatie

310

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

17.3.1

Bodem

310

17.3.1.1 Huidige situatie

310

17.3.1.2 Autonome ontwikkeling

313

17.3.2

Openbare ruimte

313

17.3.2.1 Huidige situatie

313

17.3.2.2 Autonome ontwikkeling

314

17.4

Effecten basisalternatief

314

17.4.1

Effecten Doorontwikkeling

314

17.4.1.1 Locaties met bodem- en grondwaterverontreinigingen

315

17.4.1.2 Grondwaterstandsdaling

315

17.4.1.3 Toename bodemdaling

315

17.4.1.4 Ondergronds ruimtegebruik

316

17.4.2

319

Effecten Vlietlijn

17.4.2.1 Overzicht effecten Vlietlijn – deelgebied 1 Den Haag

319

17.4.2.2 Overzicht effecten Vlietlijn – deelgebied 2 Leidschendam-Voorburg

323

17.4.2.3 Overzicht effecten Vlietlijn – deelgebied 3 Rijswijk

325

17.5

Mogelijke effectbeperkende maatregelen

326

17.5.1

Maatregelen Doorontwikkeling

326

17.5.2

Maatregelen Vlietlijn

327

17.6

Aanbevelingen

327

17.6.1

Doorontwikkeling

327

17.6.2

Vlietlijn

328

17.7

Leemten in kennis

328

17.7.1

Doorontwikkeling

328

17.7.2

Vlietlijn

328

18 Water

10

331

18.1

Aanpak

331

18.1.1

Wettelijk en beleidsmatig kader

331

18.1.2

Beoordelingskader

334

18.1.3

Studiegebied

339

18.1.4

Wijze van onderzoek

339

18.2

Referentiesituatie

340

18.2.1

Huidige situatie

340

18.2.1.1 Bodem

340

18.2.1.2 Regionaal oppervlaktewatersysteem

341

18.2.1.3 Grondwater

343

18.2.1.4 Oppervlaktewaterkwaliteit

346

18.2.1.5 Waterkeringen en waterveiligheid

348

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

18.3

Effectbeoordeling

350

18.3.1

Effecten Doorontwikkeling

350

18.3.1.1 Beïnvloeding waterberging en afvoer

350

18.3.1.2 Beïnvloeding oppervlaktewatersysteem

351

18.3.1.3 Beïnvloeding grondwatersysteem

351

18.3.1.4 Beïnvloeding oppervlakte- en grondwaterkwaliteit

352

18.3.1.5 Beïnvloeding van de waterveiligheid

352

18.3.2

353

Effecten Vlietlijn

18.3.2.1 Beïnvloeding waterberging en afvoer

353

18.3.2.2 Beïnvloeding oppervlaktewatersysteem

353

18.3.2.3 Beïnvloeding grondwatersysteem

354

18.3.2.4 Beïnvloeding oppervlakte- en grondwaterkwaliteit

354

18.3.2.5 Beïnvloeding van de waterveiligheid

354

18.4

Interactie Doorontwikkeling/Vlietlijn

355

18.5

Mogelijke effectbeperkende maatregelen

355

18.5.1

Maatregelen Doorontwikkeling

355

18.5.2

Maatregelen Vlietlijn

356

18.6

Aanbevelingen

358

18.7

Leemten in kennis

359

18.7.1

Doorontwikkeling

359

18.7.2

Vlietlijn

360

19 Ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit

11

362

19.1

Aanpak

362

19.1.1

Wettelijk en beleidsmatig kader

362

19.1.2

Beoordelingskader

364

19.1.3

Studiegebied

367

19.1.4

Wijze van onderzoek

368

19.1.4.1 Doorontwikkeling

368

19.1.4.2 Vlietlijn

368

19.2

Referentiesituatie

368

19.3

Effecten basisalternatief

369

19.3.1

Effecten Doorontwikkeling

369

19.3.1.1 Maat en schaal

370

19.3.1.2 Dichtheid en afwisseling van bebouwd en onbebouwd gebied

370

19.3.1.3 Programma en functiemenging

371

19.3.1.4 Herkenbaarheid door duidelijke routes en herkenningspunten

371

19.3.1.5 Identiteit

373

19.3.1.6 Kwaliteit van de openbare ruimte

373

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

19.3.2

Effecten Vlietlijn

19.3.2.1 Overzicht effecten Vlietlijn – deelgebied 1 Den Haag

374 374

19.3.2.1.1 Groene inbedding

374

19.3.2.1.2 Architectonisch signatuur

374

19.3.2.1.3 Optimale verankering van mobiliteit, landschap en architectuur

374

19.3.2.1.4 Specifieke profielen op basis van lokale kwaliteiten

375

19.3.2.1.5 Halte ontwerp met lokale karakteristiek

375

19.3.2.2 Overzicht effecten Vlietlijn – deelgebied 2 Leidschendam-Voorburg

376

19.3.2.2.1 Groene inbedding

376

19.3.2.2.2 Architectonisch signatuur

376

19.3.2.2.3 Optimale verankering van mobiliteit, landschap en architectuur

376

19.3.2.2.4 Specifieke profielen op basis van lokale kwaliteiten

377

19.3.2.2.5 Halte ontwerp met lokale karakteristiek

377

19.3.2.3 Overzicht effecten Vlietlijn – deelgebied 3 Rijswijk

377

19.3.2.3.1 Groene inbedding

378

19.3.2.3.2 Architectonisch signatuur

378

19.3.2.3.3 Optimale verankering van mobiliteit, landschap en architectuur

378

19.3.2.3.4 Specifieke profielen op basis van lokale kwaliteiten

378

19.3.2.3.5 Halte ontwerp met lokale karakteristiek

378

12

19.4

Interactie Doorontwikkeling/Vlietlijn

378

19.5

Mogelijke effectbeperkende maatregelen

379

19.5.1

Maatregelen Doorontwikkeling

379

19.5.2

Maatregelen Vlietlijn

380

19.6

Aanbevelingen

381

19.7

Leemten in kennis

382

19.7.1

Doorontwikkeling

382

19.7.2

Vlietlijn

382

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

20 Gezonde leefomgeving

383

20.1

Aanpak

383

20.1.1

Wettelijk en beleidsmatig kader

383

20.1.2

Beoordelingskader

384

20.1.3

Studiegebied

384

20.1.4

Wijze van onderzoek

385

20.2

Referentiesituatie

389

20.3

Effecten basisalternatief

393

20.4

Mogelijke effectbeperkende maatregelen

398

20.5

Aanbevelingen

400

20.6

Leemten in kennis

400

21 Duurzaamheid

401

21.1

Aanpak

401

21.1.1

Wettelijk en beleidsmatig kader

401

21.1.2

Beoordelingskader

403

21.1.2.1 Circulariteit

404

21.1.2.2 Energieverbruik

404

21.1.3

Studiegebied

404

21.1.4

Wijze van onderzoek

404

21.1.4.1 Circulariteit

404

21.1.4.2 Energiebehoefte

405

21.2

Referentiesituatie

405

21.3

Effecten basisalternatief en maatregelen

405

21.3.1

Effecten en maatregelen Doorontwikkeling

405

21.3.1.1 Duurzaam materiaalgebruik

406

21.3.1.1.1 Preventie

406

21.3.1.1.2 Waardebehoud

406

21.3.1.1.3 Waardecreatie

407

21.3.1.2 Energie

408

21.3.2

409

Effecten en maatregelen Vlietlijn

21.3.2.1 Duurzaam materiaalgebruik

409

21.3.2.1.1 Preventie

409

21.3.2.1.2 Waardebehoud

409

13

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

21.3.2.1.3 Waardecreatie

410

21.4

Leemten in de kennis

411

21.4.1

Doorontwikkeling

411

21.4.2

Vlietlijn

411

22 Klimaatverandering

412

22.1

Aanpak

412

22.1.1

Inleiding

412

22.1.2

Wettelijk en beleidsmatig kader

412

22.1.3

Wijze van onderzoek

417

22.1.4

KNMI Scenario’s

418

22.1.5

Scenariokeuze en tijdhorizon

418

22.1.6

Bedreigingen

419

22.1.7

Beoordelingscriteria

421

22.1.7.1 Wateroverlast

421

22.1.7.2 Overstromingsrisico

422

22.1.7.3 Droogte

422

22.1.7.4 Hittestress

424

22.1.7.5 Zoutintrusie

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

22.1.8

Studiegebied

425

22.2

Referentiesituatie

426

22.2.1

Wateroverlast

427

22.2.2

Overstromingsrisico

428

22.2.3

Droogte

429

22.2.4

Hittestress

430

22.3

Effecten basisalternatief

433

22.3.1

Effecten Doorontwikkeling

433

22.3.1.1 Wateroverlast

433

22.3.1.2 Overstromingsrisico

434

22.3.1.3 Droogte

434

22.3.1.4 Hittestress

435

22.3.2

435

Effecten Vlietlijn

22.3.2.1 Gemeente Den Haag

435

22.3.2.1.1 Wateroverlast

435

22.3.2.1.2 Overstromingsrisico

436

22.3.2.1.3 Droogte

436

14

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

22.3.2.1.4 Hittestress 22.3.2.2 Gemeente Leidschendam-Voorburg

436 436

22.3.2.2.1 Wateroverlast

437

22.3.2.2.2 Overstromingsrisico

437

22.3.2.2.3 Droogte

438

22.3.2.2.4 Hittestress

438

22.3.2.3 Gemeente Rijswijk

438

22.3.2.3.1 Wateroverlast

438

22.3.2.3.2 Overstromingsrisico

439

22.3.2.3.3 Droogte

439

22.3.2.3.4 Hittestress

439

22.4

Interactie Doorontwikkeling/Vlietlijn

439

22.5

Mogelijke effectbeperkende maatregelen

440

22.5.1

Maatregelen Doorontwikkeling

440

22.5.2

Maatregelen Vlietlijn

440

22.6

Aanbevelingen

441

22.7

Leemten in kennis

442

22.7.1

Doorontwikkeling

442

22.7.2

Vlietlijn

442

22.8

Bibliografie

444

23 Windcomfort en -hinder

15

445

23.1

Aanpak

445

23.1.1

Wettelijk en beleidsmatig kader

445

23.1.2

Beoordelingskader

445

23.1.3

Studiegebied

447

23.1.4

Wijze van onderzoek

447

23.2

Referentiesituatie

448

23.3

Effecten variant minimale vulling

450

23.3.1

Variant minimale vulling

450

23.3.2

Variant maximale vulling

452

23.4

Mogelijke effectbeperkende maatregelen

454

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

23.5

Aanbevelingen

455

23.6

Leemten in kennis

455

24 Bezonning en lichthinder

456

24.1

Aanpak

456

24.1.1

Wettelijk en beleidsmatig kader

456

24.1.2

Beoordelingskader

456

24.1.3

Studiegebied

458

24.1.4

Wijze van onderzoek

458

24.2

Referentiesituatie

460

24.2.1

Bezonning

460

24.2.2

Lichthinder

461

24.3

Effecten basisalternatief

462

24.3.1

Doorontwikkeling

462

24.3.1.1 Bezonning

462

24.3.1.1.1 Variant minimale vulling

462

24.3.1.1.2 Variant maximale vulling

464

24.3.1.2 Lichthinder

465

24.3.2

Effecten Vlietlijn

466

24.4

Mogelijke effectbeperkende maatregelen

474

24.4.1

Maatregelen Doorontwikkeling

474

24.4.2

Maatregelen Vlietlijn

474

24.5

Aanbevelingen

475

24.5.1

Doorontwikkeling

475

24.5.2

Vlietlijn

475

24.6

Leemten in kennis

475

24.6.1

Doorontwikkeling

475

24.6.2

Vlietlijn

475

Colofon

16

Datum: 19 juni 2025 - Public

480

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

8

Mobiliteit

In dit hoofdstuk worden de effecten beschreven en beoordeeld van het Gebiedsprogramma op het thema mobiliteit. De milieueffecten van mobiliteit, zoals geluid en luchtkwaliteit, zijn opgenomen in de hoofdstukken van deze betreffende thema’s.

8.1

Aanpak

8.1.1

Wettelijk en beleidsmatig kader

In Tabel 8-1 is het relevante wettelijk kader en beleidskader opgenomen met betrekking tot het thema mobiliteit. Daarbij is aangegeven wat de relevantie is voor de intergemeentelijke gebiedsvisie. Tabel 8-1 wettelijk en beleidskaders

Wettelijk- en beleidskader

Toelichting en relevantie voor het Gebiedsprogramma

Mobiliteitsvisie 2050 Hoofdlijnennotitie (2023)

In de Mobiliteitsvisie 2050 schetst het Rijk het integrale mobiliteitsbeleid van de toekomst, met als zichtjaar 2050. Er wordt uitgegaan van vier hoofdlijnen: 1. integrale doelen voor bereikbaarheid; 2. het inzetten van de juiste mobiliteit op de juiste tijd en plaats; 3. een mobiliteitssysteem dat voldoet aan de normen voor duurzaamheid, gezonde leefomgeving en veiligheid; 4. een gebiedsgerichte uitwerking van deze hoofdlijnen.

Haagse mobiliteitsagenda (Gemeente Den Haag, 2018c)

De mobiliteitsagenda doet uitspraken over strategische opgaven en keuzes op het gebied van verkeer en mobiliteit in Den Haag in relatie tot transities op sociaal, economisch, ruimtelijk en duurzaamheidsgebied in de periode tot 2040. Aan de hand van relevante trends en ontwikkelingen zijn vijf keuzes opgenomen in de agenda: het OV maakt een schaalsprong, er komt meer ruimte voor lopen, fietsen en OV in de openbare ruimte, vraag en aanbod van auto parkeren wordt beter in balans gebracht, de fietsinfrastructuur wordt verbeterd en er wordt ruimte geboden aan slimme en schone mobiliteitsinitiatieven.

Hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie (Van Asten, 2019)

De Hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie schetst ontwikkelingen in het mobiliteitssysteem en een visie op hoofdlijnen hoe de gemeente Den Haag beoogt daarop te reageren. De essentie van de Hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie is dat de gemeente Den Haag inzet op een systeemverschuiving op drie gebieden: • De ruimte voor infrastructuur in de stad wordt beter benut door voorrang te geven aan ruimte-efficiënte, slimme en veilige mobiliteit; • De verschillende vervoersvormen worden meer integraal georganiseerd zodat via digitalisering en “smart” oplossingen het reisgemak en -comfort verhoogd wordt; • De keuzes die gebruikers maken (gedrag) wordt actief beïnvloed zodat meer gebruik gemaakt wordt van duurzame vormen van mobiliteit. De Hoofdlijnenbrief wordt begeleid door het actieprogramma Mobiliteitstransitie.

Haagse Nota De Haagse Nota Mobiliteit beschrijft het verkeers- en vervoersbeleid ten aanzien van acht Mobiliteit (Gemeente keuzes: een duurzame en gezonde stad, betrouwbare bereikbaarheid, vaker kiezen voor OV, Den Haag, 2010) meer en vaker op de fiets, bundelen, ordenen en inpassen van autoverkeer, goede voorzieningen voor voetgangers, aantrekkelijke ketenmobiliteit en rust en ruimte in woongebieden. Daarnaast bevat deze nota beleid ten aanzien van het slim gebruiken van de infrastructuur, beheersen van de parkeerdruk in de openbare ruimte, verdere verbetering van de verkeersveiligheid en stimuleren van schoon en efficiënt goederenvervoer. Strategie De Strategie Mobiliteitstransitie Den Haag 2022-2040 is het vervolg op de Hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie Mobiliteitstransitie (RIS302361). Twee gebieden hebben binnen de strategie een aparte Den Haag 2022status, Zuidwest en CID-Binckhorst. Bij grootschalige nieuwbouwontwikkelingen, zoals in het 2040, Samen werken CID, de Binckhorst en Den Haag Zuidwest wordt de ruimte voor het aanbieden van aan een bereikbare, deelmobiliteit integraal meegenomen in de ontwerpen van de kavels en anders in de nabije leefbare en openbare ruimte.

17

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

Wettelijk- en beleidskader

Toelichting en relevantie voor het Gebiedsprogramma

verkeersveilige stad (Gemeente Den Haag, 2021) Structuurvisie Den Haag 2020 – Wéreldstad aan Zee (Gemeente Den Haag, 2005) Structuurvisie CID Den Haag (Gemeente Den Haag, 2021)

De gemeentelijke structuurvisie beschrijft het gewenste toekomstbeeld en de ruimtelijke veranderingen die de afgelopen vijftien jaar nodig waren om dat te bereiken.

In de Structuurvisie is de ontwikkelingsopgave van een aantal (deel)gebieden in het Central Innovation District (CID) vastgelegd. De ontwikkeling van het CID in de komende twintig jaar is een meerjarig samenhangend programma. De Structuurvisie voorziet in ongeveer 20.500 woningen voor 40.000 nieuwe inwoners en een toevoeging van ongeveer 640.000 m2 kantoren en 260.000 m2 aan commerciële en maatschappelijke voorzieningen (tot 2040 zijn minimaal 25.000 extra arbeidsplekken voorzien).

Omgevingsplan Binckhorst (Gemeente Den Haag, 2020)

Het Omgevingsplan Binckhorst bevat ruimtereserveringen voor de aanleg van de Vlietlijn. Deze ruimtereservering is bedoeld om in geval van nieuwe initiatieven die uitgaan van bouwen in deze zone de aanleg van het HOV-tracé niet onmogelijk te maken. In het omgevingsplan is de functie verkeer opgenomen voor de hoofdstructuur van de wegen. Dit betreft de Rotterdamsebaan (inclusief Victory Boogie Woogietunnel), de Binckhorstlaan, de Supernovaweg en de Mercuriusweg (tussen de kruising met de Binckhorstlaan en Neherkade).

Masterplan Bereikbaarheid CID Binckhorst (Gemeente Den Haag, 2023)

Om de bereikbaarheid van het CID en de Binckhorst te verbeteren, zijn een hoogwaardige OV-verbinding tussen Den Haag Centraal en de Binckhorst en een pakket mobiliteitsmaatregelen voorgesteld. In 2019 is een “no regret” pakket vastgesteld, met een dekking van €137,7 miljoen, om knelpunten op te vangen tijdens de eerste fase van de ontwikkeling. Deze maatregelen worden momenteel voorbereid en de komende jaren uitgevoerd. Zonder investeringen in OV, fiets en voetgangers ontstaan nieuwe knelpunten en verergeren bestaande problemen. Door stedelijke ontwikkeling verdubbelt het autoverkeer en neemt fietsgebruik sterk toe. Het OV-netwerk blijft echter achter zonder uitbreiding, zoals blijkt uit de Vervoerwaardestudie: • Autoverkeer neemt toe met 40% op de Neherkade en verdubbelt op de Regulusweg. • Verkeer op de Prinses Mariannelaan en Geestbrugweg groeit met 40% en 20%, terwijl het aantal fietsers op de Geestbrugweg met 35% toeneemt. Deze ontwikkelingen benadrukken de noodzaak van investeringen in duurzame mobiliteit om bereikbaarheid te waarborgen en verdere knelpunten te voorkomen.

Gebiedsaanpak Binckhorst (Gemeente Den Haag, 2019)

De raad van de gemeente Den Haag heeft op 29 november 2018 het omgevingsplan Binckhorst gewijzigd (RIS299317); Het vastgestelde omgevingsplan Binckhorst heeft ter visie heeft gelegen en is per 7 maart 2019 in werking is getreden; De raad van de gemeente Den Haag heeft op 29 november 2018 de actualisatie gebiedsaanpak Binckhorst (RIS299319) vastgesteld met daarin het onderdeel “Het opstellen van een Mobiliteitsdocument met aandacht voor innovatie, openbaar vervoer, parkeren en langzaam verkeer”.

LeidschendamVoorburg Koersnotitie Omgevingsvisie 2050 (juli 2024)

Deze koersnotitie vormt een laatste tussenstap op weg naar de omgevingsvisie voor Leidschendam- Voorburg. In deze koersnotitie zijn de eerdere beleidsstukken ter voorbereiding op de Omgevingsvisie, waaronder de vier sectorale bouwstenen, getrechterd tot een duidelijke koers.

Mobiliteitsprogramma De Structuurvisie Mobiliteit Rijswijk 2020 liep tot 2020. In het programma Rijswijk 2040 Mobiliteitsprogramma Rijswijk 2040 zijn de doelstellingen, uitgangspunten en hoofdlijnen voor 18

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

Wettelijk- en beleidskader

Toelichting en relevantie voor het Gebiedsprogramma

(gemeente Rijswijk, vastgesteld 2021)

de toekomstige mobiliteitsontwikkeling van Rijswijk beschreven, waarmee de gemeente samen met Rijswijkers en partners in de stad en de regio de bereikbaarheid van de stad wil veiligstellen en de leefbaarheid en veiligheid van Rijswijk verbeteren.

Kompas van de Leefomgeving (gemeente LeidschendamVoorburg, 2019 Kompas van de Leefomgeving, Op weg naar de Omgevingsvisie LeidschendamVoorburg (gemeente LeidschendamVoorburg, 2018)

Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) dienen ruimtelijke ontwikkelingen gefaciliteerd te worden door één Omgevingsvisie voor elke gemeente. De gemeente stelt de omgevingsvisie stap voor stap op. Het Kompas van de Leefomgeving is de eerste stap in het opstellen van de omgevingsvisie voor Leidschendam-Voorburg. De kern voor het toekomstbeeld is een groene aantrekkelijke woongemeente met drie kernen. Een relevante doelstelling in relatie tot dit plan is het inzetten op een goed bereikbare gemeente: het realiseren van een gezonde leefomgeving, verdere verbetering van het netwerk voor actieve mobiliteit en goed openbaar vervoer dat de inclusieve samenleving bevordert.

Bouwsteen Mobiliteit De gemeente gaat in een later stadium een omgevingsvisie opstellen. De bouwstenen zijn en Bereikbaarheid, een uitwerking van het Kompas en vormen de agenda voor de omgevingsvisie. De keuzes in Leidschendamhet Kompas zijn in de bouwstenen verder uitgewerkt. De bouwstenen zijn samen het complete Voorburg een goed verhaal die de toekomst van Leidschendam-Voorburg schetst. De 4 bouwstenen zijn: bereikbare gemeente 1. Bouwsteen Groene Woongemeente. (Gemeente 2. Bouwsteen Mobiliteit en bereikbaarheid. Leidschendam3. Bouwsteen Economie en bedrijvigheid. Voorburg, 2021) 1. Bouwsteen Warmte- en energietransitie (tevens Lokale Energie Strategie). Mobiliteitsstrategie Rijswijk 2040

8.1.2

De gemeente Rijswijk heeft de Mobiliteitsstrategie Rijswijk 2040 op 23 april vastgesteld. Het plan is gericht op het veiligstellen van de bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid van Rijswijk, gezien de verwachte groei in woningen en banen tot 2040. Dit omvat investeringen in wegen, openbaar vervoer, parkeervoorzieningen en openbare ruimte, met focus op schone en efficiënte mobiliteitsopties voor alle inwoners. Er moet extra onderzoek gedaan worden naar rechten tot ontheffingen van verkeersregels.

Beoordelingskader

Het beoordelingskader voor het thema mobiliteit is onderverdeeld over de drie aspecten duurzame mobiliteit, verkeersveiligheid en doorstroming autoverkeer en bestaat uit 6 criteria. Het is afgeleid van het wettelijk en beleidsmatig kader enerzijds en de doelstellingen van het Gebiedsprogramma anderzijds. In Tabel 8-2 is het beoordelingskader opgenomen. Hierbij is op hoofdlijnen aangegeven op welke wijze de effectbepaling voor de criteria is uitgevoerd. In de volgende (sub)paragrafen lichten we per thema de beoordelingscriteria en de beoordelingsmethodiek toe. Voor zover mogelijk worden de criteria beoordeeld met onderscheid in de drie deelgebieden: gemeente Den Haag, gemeente Leidschendam-Voorburg en gemeente Rijswijk. De belangrijkste bronnen voor de mobiliteitsgegevens waarop de beoordeling is gebaseerd zijn Verkeersonderzoek De Vlietlijn1 en het Gebiedsprogramma2. In tegenstelling tot de andere effecthoofdstukken in dit planMER beoordelen we mobiliteitseffecten ten gevolge van de Vlietlijn en de Doorontwikkeling van de wijk Binckhorst niet los van elkaar. De reden hiervoor is dat de twee ontwikkelingen te nauw met elkaar verbonden zijn; zonder Doorontwikkeling is de Vlietlijn niet rendabel, en zonder de

1 Verkeersonderzoek De Vlietlijn, Werkgroep verkeersonderzoek Vlietlijn (de gemeenten Rijswijk, Leidschendam-Voorburg en Den Haag, MRDH,

Provincie Zuid-Holland, ministeries BZK en I&W) (2024) 2 Gebiedsprogramma Binckhorst, Gemeente Den Haag (2025)

19

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

Vlietlijn kan de Doorontwikkeling niet plaatsvinden omdat het huidige wegen-, fiets- en OV-netwerk de extra mobiliteit door geplande woningen en werkplekken niet aan kan. Tabel 8-2 Beoordelingscriteria aspecten duurzame mobiliteit, verkeersveiligheid en doorstroming autoverkeer

Aspect

Beoordelingscriterium Methode

Duurzame mobiliteit

Modal shift naar fiets en Kwantitatief onderzoek via verkeersmodelgegevens over de OV verandering van de modal split (verdeling over vervoerswijzen), met de ambitie van een groei in het aandeel voor fiets en OV.

✓

Ruimte voor Kwalitatieve beoordeling op basis van de gebiedsplannen3 en voetgangers en fietsers omliggende gemeenten, specifiek de ruimte die er in het studiegebied wordt gereserveerd voor voetgangers en fietsers, met de ambitie meer ruimte.

✓

Aantal potentiële conflictsituaties tussen gemotoriseerd verkeer en voetgangers en fietsers.

Kwalitatieve verkeersveiligheidsbeoordeling op basis van het ‘Verkeersonderzoek De Vlietlijn’.

✓

Oversteekbaarheid Kwalitatieve beoordeling op basis van de barrièrewerking van hoofdwegen en Vlietlijn de infrastructuur door het studiegebied, specifiek voor voetgangers en fietsers. Hierbij kijken we met name naar de oversteekbaarheid van hoofdwegen en de Vlietlijn, op basis van het gebiedsprogramma en de omliggende gemeenten. De ambitie is een betere oversteekbaarheid.

✓

Doorstroming autoverkeer

Kruispuntbelasting

Kwantitatief onderzoek naar de berekende cyclustijden op de kruispunten in het studiegebied met een verkeersregelinstallatie (VRI). Dit is een maat voor de doorstroming op kruispunten. De ambitie is geen toename van de cyclustijden.

✓

Autoparkeren

Parkeerdruk

Kwalitatieve en kwantitatieve beoordeling van de ruimte voor autoparkeren. Op basis van de beschikbare ruimte voor parkeerplaatsen. Dit wordt daarna vergeleken met de ambities in het omgevingsplan, zowel voor de inwoners van Binckhorst als voor het de verwachte gecreëerde arbeidsplekken.

✓

Tramhaltes

Positionering tramhaltes

Kwantitatieve beoordeling van het aantal/aandeel woningen dat binnen het verzorgingsgebied van tramhaltes valt.

✓

Verkeersveiligheid

3 Gebiedsprogramma Binckhorst, Gemeente Den Haag (2025)

20

Datum: 19 juni 2025 - Public

D+V

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

Modal shift naar fiets en OV-gebruik De modal shift van autogebruik naar duurzamere vervoersmiddelen, zoals de fiets en het openbaar vervoer (OV), speelt een cruciale rol in het verduurzamen van mobiliteit binnen stedelijke en regionale gebieden. Deze verschuiving meten we aan de hand van de in het verkeersmodel berekende modal split; de verdeling van ritten over de verschillende vervoerswijzen. We kijken hierbij naar de modal split voor de hele wijk Binckhorst en ook specifiek naar de modal split van extra reizigers dat voortvloeit uit de Doorontwikkeling en de Vlietlijn in de wijk Binckhorst. Bestaande bewoners kunnen vaak al gevestigde mobiliteitsgewoontes hebben ontwikkeld, door specifiek naar de extra reizigers te kijken kan worden geëvalueerd of de komst van de Vlietlijn meer wordt gebruikt door deze groep. Kijken naar beide modal splits is belangrijk omdat het inzicht biedt in hoe effectief de genomen maatregelen zijn in het stimuleren van duurzame mobiliteit en het verminderen van de afhankelijkheid van de auto als primair vervoersmiddel. De positieve effecten van de maatregelen evalueren we door het aandeel van auto's binnen de totale reisbewegingen te analyseren.

Een daling in het aandeel autogebruik kan worden gezien als een indicatie dat de modal shift succesvol plaatsvindt, terwijl een toename van het gebruik van fietsen, openbaar vervoer, of andere duurzame vervoersmiddelen wijst op een verbetering van de mobiliteit in lijn met milieudoelstellingen en maatschappelijke wensen. De gegevens die nodig zijn voor deze analyses worden verzameld, verwerkt en geïnterpreteerd op basis van het rapport Verkeersonderzoek De Vlietlijn4. Dit rapport vormt een belangrijk hulpmiddel bij het monitoren van trends, het voorspellen van mobiliteitsgedrag en het beoordelen van de impact van infrastructurele en beleidsmatige ingrepen. In het verkeersonderzoek is geen data bekend over de modal split voor de omliggende wijken in LeidschendamVoorburg en Rijswijk. Op basis van gemeten impact in Binckhorst zal worden geëvalueerd hoe aannemelijk het is dat deze effecten zich ook doorzetten in de buurgemeenten. Ruimte voor voetgangers en fietsers Dit criterium beoordelen we kwalitatief op basis van het Gebiedsprogramma Binckhorst. Het document vormt een leidraad voor de toekomstige ontwikkeling van de wijk en biedt inzicht in de ruimtelijke indeling, mobiliteitsstromen en de ambities op het gebied van duurzaamheid, leefbaarheid en bereikbaarheid.

Op basis van de veranderingen die in het gebiedsprogramma worden gepresenteerd worden ook de invloeden voor Leidschendam-Voorburg en Rijswijk gepresenteerd. Bij deze evaluatie wordt met grote aandacht gekeken naar de planmatige indeling van de wijk, waarbij aspecten zoals de beschikbare ruimte, de samenhang tussen verschillende functies, en de integratie van mobiliteitsoplossingen centraal staan. De ambities van de Binckhorst zoals het verbeteren van actieve mobiliteit (lopen en fietsen) worden hierbij in samenhang met de praktische uitvoerbaarheid en mogelijke risico’s beoordeeld. Om dit goed in kaart te brengen, maken we gebruik van gedetailleerde kaarten waarop voetgangersgebieden, fietsroutes, openbaarvervoerlijnen en wegen voor auto’s zijn weergegeven. Deze kaarten dienen als een visueel hulpmiddel om ruimtelijke patronen en knelpunten te identificeren. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar de verdeling van de beschikbare ruimte tussen actieve mobiliteit (lopen en fietsen), openbaar vervoer en autoverkeer. Door deze analyse kunnen potentiële risico’s worden geïdentificeerd, zoals een onevenwichtige verdeling van ruimte, conflicten tussen verkeersstromen, of een tekort aan infrastructuur om actieve mobiliteit te ondersteunen.

De kwalitatieve evaluatie biedt daarnaast een indicatie van de haalbaarheid om voldoende ruimte te reserveren voor actieve mobiliteit maar ook de leefbaarheid van de wijk vergroot door minder verkeersdrukte, betere luchtkwaliteit en een aantrekkelijker straatbeeld. Indien risico’s worden vastgesteld, kan dit leiden tot aanpassingen in de plannen om ervoor te zorgen dat actieve mobiliteit daadwerkelijk een prominente rol krijgt in de Binckhorst. Aantal conflictsituaties In het rapport Verkeersonderzoek De Vlietlijn is een gedetailleerd onderzoek uitgevoerd naar de verkeersveiligheid binnen de ontwerpen van alle kruispunten binnen het plangebied in Den Haag en Leidschendam-Voorburg. Het onderzoek richt zich op het identificeren, analyseren en evalueren van mogelijke risico’s die voortvloeien uit de geplande infrastructuur en verkeersstromen. De kruispunten spelen een cruciale rol in de doorstroming en veiligheid van alle weggebruikers, waaronder voetgangers, fietsers, automobilisten en gebruikers van het openbaar vervoer. De

4 Verkeersonderzoek De Vlietlijn, Werkgroep verkeersonderzoek Vlietlijn (de gemeenten Rijswijk, Leidschendam-Voorburg en Den Haag, MRDH,

Provincie Zuid-Holland, ministeries BZK en I&W) (2024)

21

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

beoordeling van de veiligheid op kruispunten wordt uitgevoerd op basis van een uitgebreide analyse van potentiële risico’s voor voetgangers en fietsers. Oversteekbaarheid De oversteekbaarheid binnen de wijk beoordelen we op basis van ontwerptekeningen en plannen zoals vastgelegd in het Gebiedsprogramma Binckhorst. Dit criterium richt zich op de praktische haalbaarheid en toegankelijkheid van het oversteken van wegen, tramsporen en andere infrastructuurelementen. Bij deze evaluatie wordt specifiek gekeken naar de mate waarin veilige en logische oversteekplaatsen zijn geïntegreerd in het ontwerp, en of deze aansluiten bij de behoeften van voetgangers en andere weggebruikers. Het doel is om te bepalen of mensen daadwerkelijk kunnen en willen oversteken zonder dat dit leidt tot onnodige risico’s of onwenselijke verkeerssituaties. Op de hoofdwegen Binckhorstlaan, Neherkade en Maanweg kijken we ook naar de afstand tussen de oversteekplaatsen, omdat voetgangers en fietsers deze wegen niet overal kunnen oversteken. Hierbij wordt rekening gehouden met de vraag of mensen bereid zijn om een langere afstand af te leggen om een oversteekplaats te gebruiken, of dat er een risico bestaat dat voetgangers kiezen voor een gevaarlijke, niet-geplande oversteek.

Deze beoordeling is cruciaal om te voorkomen dat de wijk onnodige barrières opwerpt voor voetgangers, wat niet alleen de toegankelijkheid vermindert, maar ook de veiligheid in gevaar kan brengen. Daarnaast nemen we andere factoren die van invloed zijn op de oversteekbaarheid kwalitatief mee, zoals de frequentie van trams en de verwachte hoeveelheid autoverkeer. Een hoge frequentie van trams kan bijvoorbeeld leiden tot langere wachttijden voor overstekende voetgangers, terwijl intensief autoverkeer ervoor kan zorgen dat oversteekplaatsen minder aantrekkelijk of zelfs onveilig worden. Door deze gegevens mee te nemen in de evaluatie, wordt een completer beeld gevormd van de praktische en veilige mogelijkheden om te bewegen tussen verschillende delen van de wijk. Capaciteit kruispunten De capaciteit van de kruispunten wordt beoordeeld op basis van de cyclustijd en wachtrijvorming bij kruispunten. De cyclustijd is de tijd die nodig is om alle verkeersstromen binnen een cyclus van een verkeersregelinstallatie af te handelen. Deze is bepaald met behulp van COCON en verkeersstromen uit het verkeersmodel V-MRDH, versie 3.0.2. uit 2023 met als prognosejaar 2040. COCON biedt een gedetailleerde en betrouwbare methode om de doorstroming van verkeer op kruispunten te analyseren en te optimaliseren.

De cyclustijd is een maat voor de doorstroming van verkeer op kruispunten, vooral tijdens piekmomenten zoals de ochtend- en avondspits. In deze beoordeling wordt de cyclustijd afgezet tegen een streefwaarde van maximaal 90 seconden wachttijd per verkeersstroom. Dit is een waarde die binnen de bebouwde kom wordt beschouwd als acceptabel vanuit het oogpunt van verkeersdoorstroming en gebruikerservaring. Wanneer deze tijd wordt overschreden, kan dit leiden tot langere wachttijden, frustratie bij weggebruikers en grotere kans op roodlichtnegatie, en filevorming. Hoewel het tijdens spitsuren mogelijk is dat de cyclustijd incidenteel boven de 90 seconden uitstijgt als gevolg van verhoogde verkeersintensiteit, wordt een cyclustijd van meer dan 120 seconden als onacceptabel beschouwd. Dit wijst op een situatie waarin de capaciteit van het kruispunt niet adequaat is om het verkeer efficiënt af te handelen, wat kan leiden tot aanzienlijke vertragingen en een negatieve impact op de verkeersdoorstroming in het bredere netwerk. Ook kijken we naar de indicatieve wachtrijlengte, op basis van de uitkomsten van de COCON-berekeningen5. Dit geeft een indicatie voor de filevorming per kruispunt en mogelijkheid op blokkeren van naastgelegen kruispunten.

Een kruispunt dat regelmatig verzadigd is, kan een domino-effect veroorzaken waarbij de vertraging en wachtrijen zich uitbreiden naar omliggende kruispunten en wegen. Dit kan op zijn beurt leiden tot structurele verkeersproblemen, zoals langere reistijden en een verminderde bereikbaarheid van belangrijke bestemmingen. Vanuit het perspectief van

5 Voor de Vlietlijn zijn er ook simulatiestudies uitgevoerd die een gedetailleerder beeld geven per kruising, helaas waren deze niet tijdig

beschikbaar. Voor het planMER is daarom volstaan met de COCON analyses.

22

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

de bredere omgeving is het onwenselijk dat veranderingen in de Binckhorst negatieve effecten hebben in de gemeenten Leidschendam-Voorburg en Rijswijk. Uit het verkeersonderzoek blijkt dat de verkeersafwikkeling op kruispunten maatgevend is voor de doorstroming van het wegverkeer. Daarom is een beoordeling van het Gebiedsprogramma op het beoordelingscriterium I/C-verhouding (intensiteit/capaciteit-verhouding) niet van toegevoegde waarde en hebben we deze beoordeling niet uitgevoerd. Autoparkeren Dit beoordelingsaspect wordt op twee manieren aangevlogen. Enerzijds beschrijven we op hoog detailniveau de effecten van de Vlietlijn op parkeerplaatsen in het gebied. Anderzijds gaan we op een veel hoger abstractieniveau in op de verwachte effecten op de parkeerdruk in en rondom de Binckhorst. Dit is een kwalitatieve risicoanalyse, uitgaande van de plansituatie waarin er voor de 5.000 bestaande en 7.000 nieuwe woningen in het gebied parkeergarages aangelegd worden. In ieder geval voor de woningen die in de Doorontwikkeling gerealiseerd worden, gaat het Gebiedsprogramma uit van een parkeerbehoefte van 0,2 auto’s per woning. We beoordelen kwalitatief en op basis van expert judgement tot welke effecten op het parkeergedrag in en rondom de Binckhorst dit kan leiden. Tramhaltes De Vlietlijn stopt binnen het plangebied bij zes haltes.

In dit beoordelingscriterium beoordelen we de ligging van deze haltes ten opzichte van de dichtheden van woningen en arbeidsplaatsen. Hoe hoger het aandeel van de woningen en arbeidsplaatsen dat binnen het invloedsgebied van tramhaltes ligt, hoe gunstiger dit is voor het effect van de tram op de vervoerswijzekeuze van mensen in het studiegebied. Om inzicht te krijgen in het invloedsgebied van de tramhaltes maken we gebruik van het rapport HOV op loopafstand6 dat stelt dat het een invloedsgebied voor bus- en tramhaltes gemiddeld 400 tot 500 m bedraagt. We hebben op basis hiervan een kaart opgesteld waarin deze invloedsgebieden geprojecteerd zijn op de ligging van woningen en arbeidsplaatsen in de plansituatie. Aan de hand hiervan bepalen we welke bouwblokken en bestaande woon- en werkgebieden binnen de invloedssfeer van de tramhaltes liggen. Beoordelingsschaal Voor elk van de hierboven omschreven criteria hanteren we de beoordelingsschaal uit Tabel 8-3. Hierbij beoordelen we in hoeverre de Vlietlijn en de Doorontwikkeling van Binckhorst de boven beschreven criteria beïnvloeden ten opzichte van de referentie situatie die in het komend hoofdstuk wordt omschreven. Tabel 8-3 Beoordelingsschaal beoordelingscriteria mobiliteit

Score

Omschrijving

++

Sterke verbetering ten opzichte van de referentiesituatie

+

Verbetering ten opzichte van de referentiesituatie

0/+

Positieve ontwikkeling ten opzichte van de referentiesituatie

0

Geen verandering ten opzichte van de referentiesituatie

0/-

Negatieve ontwikkeling ten opzichte van de referentiesituatie

-

Verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie

--

Sterke verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie

6 Van der Blij, Veger & Siebos (2010), HOV op loopafstand

23

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

8.2

Referentiesituatie

De Binckhorst is in de huidige situatie vooral goed met de auto ontsloten. Het gebied ligt gunstig ten opzichte van de A12, en met de komst van de op de Binckhorstlaan uitmondende Rotterdamsebaan is het gebied ook direct verbonden met de A4. De infrastructuur in het gebied is, met uitzondering van de Binckhorstlaan, vooral gericht op autoverkeer. Aan alle kanten van het gebied worden de gebiedsgrenzen bepaald door harde, lijnvormige barrières: in het noordwesten door de treinverbinding tussen Den Haag en Delft/Rotterdam, in het noordoosten door de treinverbinding tussen Den Haag en Zoetermeer/Gouda, in het zuidwesten door de Broeksloot en in het zuidoosten door de Trekvliet. Het gebied is daardoor op slechts een beperkt aantal plekken verbonden met omliggende gebieden (zie Figuur 8-1): 1. De Binckhorstlaan loopt in een bocht onder de Sporendriehoek in het noorden van het gebied door en sluit daaraan op de Lekstraat. 2. Langs de Trekvliet loopt de secundaire weg de Trekvlietplein (Molenwijk zijde). 3. Haaks op de Binckhorstlaan steekt de Mercuriusweg de Trekvliet over. 4. De Binckhorstlaan steekt in het zuiden van de wijk de Broeksloot over richting Leidschendam-Voorburg. 5. De Rotterdamsebaan mondt uit op de Binckhorstlaan en verbindt het gebied direct met de A4 ten oosten van Den Haag. 6.

De Maanweg steekt in het noordoosten van het gebied onder het spoor en de A12 door naar LeidschendamVoorburg. 7. De Regulusweg/Westenburgstraat steekt de Broeksloot over richting station Voorburg.

Figuur 8-1 Wegenstructuur Binckhorst na realisatie Rotterdamsebaan. De nummers refereren naar de opsomming in bovenstaande tekst. Bron: Omgevingsplan Binckhorst, Aanvulling OER3

24

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

Figuur 8-2 Het tracé van de Vlietlijn

Doordat er relatief weinig ontsluitingswegen in het gebied zijn in combinatie met een aantal stedelijke hoofdroutes die momenteel dwars door Binckhorst lopen, is sprake van meerdere knelpunten (zie paragraaf 8.2.3) op gebied van de doorstroming van het verkeer en dit trekt een zware wissel op de leefbaarheid in de Binckhorst. De Binckhorst was van oudsher een voornamelijk per auto bereikbaar bedrijven- en industriegebied. De Binckhorstlaan vormde, samen met de Mercuriusweg en de Maanweg, het hoofdwegennet in het gebied. Deze routes blijven een belangrijke schakel in de stedelijke verkeersstructuur. Daardoor is er op deze doorgaande routes in de Binckhorst ook veel autoverkeer aanwezig met een herkomst of bestemming elders in de stad. In de Binckhorst heeft een forse aanpassing plaatsgevonden aan de infrastructuur. In afgelopen jaren zijn hier namelijk de Rotterdamsebaan en de Supernovaweg bij gekomen. Deze vier kilometer lange tunnel is in 2021 geopend en verbindt de snelwegen A4 en A13 vanaf knooppunt Ypenburg met de centrumring van Den Haag. De tunnel komt uit op de Binckhorstlaan. De aanleg van de Supernovaweg verbetert de verbinding tussen de Utrechtsebaan en centrumring.

Daarnaast is de (functionele) infrastructuur in de Binckhorst zelf ook ingrijpend in verandering met aanleg van nieuwe parallelwegen, de vernieuwing van de Binckhorstlaan, de aangelegde Supernovaweg en het aanvullende deel van de Melkwegstraat en de afsluiting van enkele wegen in het gebied. Vanwege deze aanpassingen is voor de bestaande situatie uitgegaan van de verkeersstructuur zoals die in 2023 aanwezig is met aanleg van de Rotterdamsebaan. Het effect van de komst van de Rotterdamsebaan en aanpassingen aan en uitbreidingen van het lokale wegennet is dat de interne verkeerstructuur van de Binckhorst logischer ingericht is (zie Figuur 8-1). Ook zijn de doorgaande fietsroutes aangepakt en is het voor fietsers verkeersveiliger en comfortabeler reizen naar de stad en/of de stations. 25

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

Het onderzoek is uitgevoerd met het regionaal verkeersmodel V-MRDH, versie 3.0.2 met als huidig jaar 2023 (na openstelling van de Rotterdamsebaan) en als referentiejaar 2040. Hiermee is de huidige situatie en autonome ontwikkeling in beeld gebracht. Onderstaand is een weergave van de resultaten van de verkeersstudie opgenomen.

8.2.1

Duurzame mobiliteit

8.2.1.1

Modal shift

Gemeente Den Haag In het “verkeersonderzoek de Vlietlijn”7 is gekeken naar het effect op de vervoerswijzekeuze (modal split) van reizigers met een herkomst of bestemming in de Binckhorst. In onderstaande tabel is de modal split weergegeven voor de huidige situatie en de referentiesituatie. Tabel 8-4 Modal split huidige situatie en referentiesituatie

Alternatief

Auto

Fiets

OV

Huidige situatie

59%

30%

11%

Referentiesituatie

37%

48%

15%

De 2040 scenario’s laten ten opzichte van de huidige situatie een duidelijke verschuiving zien naar een groter aandeel van gebruik van fiets en OV. Dit is te verklaren omdat in de referentiesituatie al is uitgegaan van een forse groei van het openbaar vervoer. Het totaal aantal reizigers van en naar de Binckhorst neemt richting 2040 met een factor 2,3 toe. In onderstaande tabel is te zien dat deze groei veel sterker is bij het gebruik van fiets en OV dan bij de auto. Dit komt uiteraard door het grotere aandeel van deze modaliteiten (zie tabel hierboven). Deze toename komt door de uitgangspunten in de stedelijke referentie, waar lage parkeernormen tot een verhoudingsgewijs minder sterke groei van het autoverkeer leiden en in combinatie met flankerende maatregelen tot een omslag naar meer fiets en openbaar vervoer. Tabel 8-5 Absoluut aantal reizigers van en naar Binckhorst 2040 per modaliteit en (procentueel)

Alternatief

Auto

Fiets

OV

Totaal aantal verplaatsingen

Huidige situatie

23.800 (54%)

14.900 (34%)

5.400 (12%)

44.100 (100%)

Referentiesituatie

33.900 (33%)

51.700 (51%)

16.400 (16%)

102.000 (100%)

Tabel 8-6 Toename aantal reizigers van en naar Binckhorst 2040 per modaliteit t.o.v. de huidige situatie (2023)

Alternatief

Auto

Fiets

OV

Totaal aantal verplaatsingen

Referentiesituatie

+42%

+347%

304%

+231%

7 Verkeersonderzoek De Vlietlijn, Werkgroep verkeersonderzoek Vlietlijn (de gemeenten Rijswijk, Leidschendam-Voorburg en Den Haag, MRDH,

Provincie Zuid-Holland, ministeries BZK en I&W) (2024)

26

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

Gemeente Leidschendam-Voorburg Er is geen informatie beschikbaar uit het verkeersonderzoek over de modal shift in het plangebied in de gemeente Leidschendam-Voorburg. In Voorburg-West zijn nauwelijks ruimtelijke ontwikkelingen en er wordt niet met stringent parkeerbeleid de vervoerswijzekeuze beïnvloed. De aanname is dat een mobiliteitstransitie vergeleken met de situatie in de Binckhorst geleidelijker zal verlopen. Echter, aangezien de herinrichting van de Binckhorst tot een modal shift leidt in dat gebied, kunnen mogelijke effecten hiervan deels voelbaar zijn in Leidschendam-Voorburg. De komst van de Vlietlijn kan ervoor zorgen dat meer mensen de tram nemen, wat kan leiden tot een lichte afname van het aandeel autoverkeer. Gemeente Rijswijk Er is geen informatie beschikbaar uit het verkeersonderzoek over de modal shift in het plangebied in de gemeente Rijswijk. Zoals eerder beschreven, leidt de herinrichting van de Binckhorst tot een vervoerskeuzewijziging - modal shift - gezien de nadruk op actieve mobiliteit en OV (de Vlietlijn) ligt. Middels spillover effecten zal dit deels ook merkbaar zijn in Rijswijk. De komst van de Vlietlijn kan ervoor zorgen dat meer mensen de tram nemen, wat kan leiden tot een lichte afname van het aandeel autoverkeer. Dit is in lijn met de opgestelde mobiliteitsstrategie van de gemeente Rijswijk.

Deze strategie omvat investeringen in wegen, openbaar vervoer, parkeervoorzieningen en openbare ruimte, met focus op schone en efficiënte mobiliteitsopties voor alle inwoners. Gezien de investeringen in OV wordt mede verwacht wordt dat eenzelfde beeld qua modal shift ontstaat als voor de Binckhorst.

8.2.1.2

Ruimte voor voetgangers en fietsers

Gemeente Den Haag Bereikbaarheid van de Binckhorst Het aandeel fietsgebruik ten opzichte van het totaal aantal vervoersbewegingen in Den Haag is relatief laag ten opzichte van andere steden. Volgens het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid wordt in 2017-2019 32% van de binnenstedelijke verplaatsingen met de fiets gedaan (Fietsfeiten: nieuwe inzichten, 2020). In Utrecht ligt dit percentage op 48% en in Amsterdam op 40%. Het blijkt dat in Den Haag de fiets vooral als voor- en natransport dient en in mindere mate als hoofdvervoersmiddel. Binnen het programma Ruim baan voor de fiets (2019) werkt de gemeente Den Haag aan het verbeteren van de aantrekkelijkheid van de fiets in stedelijke verplaatsingen. Het gebied CID Binckhorst ligt aan een aantal belangrijke fietsroutes in het wensbeeld voor het fietsnetwerk. Specifiek voor de omgeving in CID Binckhorst geldt dat er enkele grote barrières zijn, waardoor het gebied niet makkelijk te doorkruisen is en grote omrijdroutes nodig zijn. Dit betreft met name de Trekvliet (richting het westen), de Vliet (richting het zuiden) en spoorlijnen/A12 (oost- en noordzijde. In 2019 werd de fiets vooral als voor- en natransport gebruikt waardoor de routes naar de stations (met name station Den Haag Centraal en station Hollands Spoor) druk zijn.

Regionaal is er vooral fietsverkeer te zien vanuit de richtingen Leidschendam-Voorburg/Zoetermeer, Rijswijk/Delft en Westland. Dit verkeer is verdeeld over verschillende routes. Bereikbaarheid binnen de Binckhorst Door de Binckhorst loopt een aantal belangrijke fietsroutes, zoals die tussen het centrum van Den Haag en de wijken Ypenburg/Leidschenveen en de route tussen Laakhaven en het centrum van Leidschendam-Voorburg. Deze relaties maken onderdeel uit van de langere regionale routes. Daarnaast is de Binckhorst zelf een gebied met een groot aantal arbeidsplaatsen die veel fietsverkeer genereren. Dit verkeer is geconcentreerd op enkele routes. De belangrijkste routes voor doorgaand fietsverkeer op stedelijk en regionaal schaalniveau in de Binckhorst zijn Binckhorstlaan – Supernovaweg/Regulusweg, Laakweg - Mercuriusweg - Zonweg en de Binckhorstlaan. Per deelgebied van de Doorontwikkeling van de Binckhorst is er het volgende beeld van de ontsluiting per fiets: • De Trekvlietzone is voor de fietser alleen vanaf de Binckhorstlaan zuid bereikbaar. In de planuitwerking voor de Trekvlietzone wordt een interne ontsluiting gerealiseerd die voor de fiets een betere ontsluiting van de percelen mogelijk maakt. • Het Gasfabriekterrein en omgeving is voor de fietser bereikbaar vanaf de Binckhorstlaan noord en via het viaduct onder het spoor vanaf het centrum.

Een doorgang onder Mercuriusweg is in aanleg, zowel voor Trekvlietzone als gasfabriekterrein. • De Spoorboogzone is zowel vanaf de Binckhorstlaan noord, de Mercuriusweg oost en de Supernovaweg bereikbaar voor de fietser.

27

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

• •

Het Maanplein en de Saturnusstraat en omgeving zijn via vanaf alle zijden bereikbaar voor de fiets (Maanweg, Binckhorstlaan, Zonweg, Regulusweg). De omgeving van de begraafplaats is voor de fiets ook vanaf alle zijden bereikbaar.

Op deze routes zijn op dit moment niet overal fietsvoorzieningen aanwezig. Door de aanpassingen aan de infrastructuur als gevolg van de aanleg van de Rotterdamsebaan is ook een forse verbetering gerealiseerd in de fietsroutes in de Binckhorst. Langs de aan te leggen of her in te richten stedelijke hoofdroutes zijn en worden vrijliggende fietspaden aangelegd en/of worden bestaande fietspaden verbeterd. Zo krijgen de doorgaande routes een meer gestrekt verloop en wordt het aantal conflictpunten met kruisingen en in/uitritten beperkt. Daarmee wordt de reistijd verkort en worden het comfort en de veiligheid voor de fietser verbeterd. De belangrijkste kruisingen zijn en worden heringericht en met verkeerslichten geregeld. Daarmee wordt de oversteekbaarheid en veiligheid voor actieve mobiliteit verbeterd. Verbeteringen aan fietsvoorzieningen De gemeente Den Haag is hard bezig met het verbeteren van fietsvoorzieningen zowel op lokaal (binnen de Binckhorst) als regionaal (verbindingen tussen de Binckhorst en omliggende gebieden) schaalniveau. Hieronder staan alle lopende ontwikkelingen samengevat. De doorgaande route langs de Binckhorstlaan is verbeterd doordat over grote delen van deze route tweerichtingenfietspaden zijn aangelegd aan beide zijden van de weg. Hierdoor is het minder vaak nodig de Binckhorstlaan over te steken.

Verder is de route op dit moment nog voorzien van tegelverharding. Bij de herinrichting zijn alle fietspaden in rood asfalt aangelegd, waarmee deze routes kwalitatief verbeterd zijn. Met de afkoppeling van de Mercuriusweg van de kruising is de verkeersveiligheid verbeterd, waardoor fietsers aan deze zijde van de Binckhorstlaan geen hinder meer ondervinden en vrij door kunnen rijden. Ten slotte worden de fietsroutes langs de Binckhorstlaan beter verbonden met de fietsroutes in de omgeving. De route Supernovaweg/Regulusweg is recent een kwalitatief hoogwaardige fietsroute aan de spoorzijde tussen de Binckhorstlaan en de Maanweg geworden met een tweerichtingsfietspad. Fietsverkeer op deze route heeft geen hinder van afslagen of verkeerslichten en kan dus goed door blijven rijden. Het aantal oversteken/aansluitingen van deze route naar de Binckhorst is beperkt vanwege de functie van de weg en de beschikbare ruimte. Deze route verbindt de Binckhorstlaan en de Maanweg en heeft aansluitingen op de Zonweg (voor de sterfietsroute vanuit en naar de Laakweg) en de Mercuriusweg. De route Mercuriusweg-Binckhorstlaan - Zonweg is verbeterd tussen Laak en Leidschendam-Voorburg met tweerichtingsfietspaden op de Mercuriusweg, Binckhorstlaan en Regulusweg. Op de Zonweg worden op een later moment fietsvoorzieningen gerealiseerd.

Met het programma Ruim baan voor de fiets neemt de gemeente Den Haag diverse maatregelen in de stad om de aantrekkelijkheid, snelheid en comfort voor de fietsers te verbeteren, zie Figuur 8-3.

28

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

Figuur 8-3 Fietsnetwerk Den Haag. Bron: Den Haag, Ruim baan voor de fiets, 2019

Daarnaast voorziet het No-regretpakket, de mobiliteitsmaatregelen die sowieso worden uitgevoerd, ongeachte het gebiedsprogramma, in een aantal fietsmaatregelen waarmee de positie van de fiets in CID Binckhorst verbeterd. In het No-regretpakket gaat het vooral om de voorbereidende werkzaamheden voor de fietsroutes Trekfietstracé (Den Haag – Leidschendam-Voorburg/Rijswijk – Pijnacker) en de Verlengde Velostrada (Delft-Leiden). In Figuur 8-4 is de ligging van deze fietsverbindingen te zien als respectievelijk nummer 5 en 10.

29

Datum: 19 juni 2025 - Public

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING

Figuur 8-4 Autonome en meerjarige aanpak van het netwerk regionale sterfietsroutes. Bron: Gemeente Den Haag, oktober 2020

Daarnaast zijn in het Basispakket Mobiliteit (zie paragraaf 2.2.4 in Deel A) maatregelen voor actieve mobiliteit opgenomen. De maatregelen voor actieve mobiliteit richten zich op het creëren van snelle en aantrekkelijke verbindingen voor met name voetgangers en fietsers binnen CID-Binckhorst en met omliggende gebieden. Dit sluit aan op de visie Ruim baan voor de fiets (Den Haag, 2019): • De fietsroutes Trekfietstracé en de (Verlengde) Velostrada vormen snelle doorgaande verbindingen met gebieden in de regio. De (voorziene) Velostrada brug over de Trekvliet is ook voor voetgangers van groot belang voor het verkorten van de loopafstand tussen station Hollands Spoor en de Binckhorst. De langzaam verkeer brug ter hoogte van de Capellalaan verbindt de Binckhorst met Rijswijk. Dit verkort de afstand tussen de twee gebieden en vormt een veilige verbinding voor het langzame verkeer. • De route Mercuriusweg-Binckhorstlaan-Zonweg wordt de kwalitatief hoogwaardige fietsroute (onderdeel van het fiets hoofdnetwerk). In het Plan openbare ruimte & buitenruimte Binckhorst (Den Haag, mei 2019) is een herprofilering van de Zonweg beoogd, met realisatie van fietsvoorzieningen. • De Supernovaweg is ook een belangrijke doorgaande fietsroute (onderdeel van sterfietsroute Ypenburg-Nootdorp) die binnen de Binckhorst reeds aanwezig is.

• De overige maatregelen voor actieve mobiliteit versterken de aantakking van het gebied op deze doorgaande routes en maken sterkere verbindingen tussen de gebieden binnen CID-Binckhorst. Naast het realiseren van de specifieke maatregelen vormen de stedenbouwkundige uitgangspunten voor het borgen van een aantrekkelijk klimaat om te fietsen en te lopen er was in het gebied weinig ruimte voor voetgangers. Dit wordt in de gebiedsontwikkeling geborgd door terugleggen rooilijnen, brede trottoirs en doorsteken. Dit is onder meer vastgelegd in het Plan openbare ruimte & buitenruimte Binckhorst (Den Haag, mei 2019). Hiermee ontstaan aantrekkelijke wandelroutes met voldoende ruimte bij de verdere ontwikkeling van het gebied. Uit de Vervoerwaardestudie HOV-Binckhorst (Goudappel, 2022) blijkt verder dat het fietsverkeer in de autonome ontwikkeling (referentie 2040) sterk groeit ten opzichte van het basisjaar (2019). Deze groei komt voort uit verbeteringen aan fietsnetwerk (vanuit Ruim baan voor de Fiets) en ruimtelijke ontwikkelingen, en dan met name in CID en Binckhorst. Deze sterke groei heeft ook gevolgen voor de druk op de fietspaden in Den Haag en in het bijzonder in en rond het gebied Binckhorst. 30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15881794/1