CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322968 Bijlage 11 PlanMER Binckhorst Deel A Syntheserapport 20250619

Commissie Leefomgeving 4 september 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken36.201 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Deze stikstofberekeningen zijn in dit planMER niet gebruikt voor een beoordeling van de ecologische effecten op nabijgelegen Natura 2000 gebieden. De redenen hiervoor zijn drieledig: 1. In 2019 is de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) komen te vervallen. In de periode daarna heeft de Raad van State meerdere vonnissen uitgesproken die andere methoden om projecten vanuit stikstofwetgeving vergunbaar te maken bemoeilijken of onmogelijk maken. Een voorbeeld hiervan is het vervallen van de interne salderingsregeling in december 2024. Door deze ontwikkelingen is er geen sprake meer van een drempelwaarde voor stikstofdepositie waaronder er geen sprake is van een vergunningplicht. Concreet betekent dit dat een project op het moment van schrijven (mei 2025) vanuit stikstofwetgeving niet vergunbaar is zodra de berekende stikstofdepositie op een Natura 2000 gebied hoger is dan 0,005 mol/ha/jaar. Van deze situatie is sprake in het Gebiedsprogramma. Het in dit stadium opstellen van een gedetailleerde ecologische beoordeling in de vorm van een ecologische voortoets of Passende beoordeling draagt niet bij aan de inhoud van het gebiedsprogramma. 2. De stikstofberekeningen die aan een ecologische voortoets of Passende beoordeling ten grondslag liggen, zijn vanwege het beperkte detailniveau van de in het Gebiedsprogramma beschreven ontwikkelingen zeer onzeker.

We hebben voor de Aerius-berekeningen noodgedwongen grove aannames moeten doen over de benodigde volumes aan bouwmaterialen en vervoersbewegingen. De uitkomsten van de berekeningen in de vorm van de jaarlijkse depositie van stikstof op Natura 2000 gebieden zijn daardoor ook erg onzeker. 3. Het intergemeentelijke gebiedsprogramma betreft een vrijwillig gebiedsprogramma. De afzonderlijke programmaonderdelen worden in onderscheidenlijke vervolgbesluiten uitgewerkt, met de bijbehorende onderzoeken naar onder andere de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Op de fasering van de realisatie en de totale effecten door gewijzigde verkeerstromen is op dit moment nog geen zicht. 3. Vanwege de combinatie van bovenstaande factoren is het voornemen om de stikstofberekeningen nogmaals uit te voeren in de opvolgende projectfase waarin het omgevingsplan wordt aangepast, en om op dat moment een ecologische voortoets en Passende beoordeling uit te voeren.

4.1.2

Beoordeling op doelbereik

Naast de milieueffecten beoordelen we ook het doelbereik van het Gebiedsprogramma Doorontwikkeling en Vlietlijn. Deze zijn samengevat in paragraaf 2.1.2.1 voor de Doorontwikkeling en paragraaf 2.2.1 voor de Vlietlijn. Het beoordelingskader bespreken we hieronder: •

Doorontwikkeling: in hoofdstuk 2 van het Gebiedsprogramma Doorontwikkeling worden vier dragende principes beschreven met in totaal vijftien doelen. Deze beschrijvingen bestaan uit een streefbeeld en een set maatregelen die getroffen worden om dit streefbeeld te bewerkstelligen. Hieronder beoordelen we op basis van het Gebiedsprogramma en met behulp van de effectbeoordelingen in deel B van dit planMER of het Gebiedsprogramma een voldoende robuuste basis schept om de doelen te kunnen behalen.

•

Vlietlijn: Ook voor de Vlietlijn zijn doelen opgesteld. Omdat de Vlietlijn zich in een andere projectfase bevindt, zijn deze doelen concreter dan die voor de Doorontwikkeling. Deze doelen richten zich op een hoogwaardige inpassing van het voorkeurstracé 1T in het stedelijk weefsel, waarbij de Vlietlijn maximaal bijdraagt aan een verschuiving van de vervoerswijzekeuze van de auto naar actieve mobiliteit en openbaar vervoer. Deze doelen zijn vertaald in negen ontwerpprincipes. We beoordelen op basis van de effectbeoordelingen in deel B van dit planMER of de doelen voldoende behaald worden.

99

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

4.2

Scoringsmethodiek

4.2.1

Effectbeoordelingen

Voor de beoordeling van de beschreven effecten wordt gebruik gemaakt van de scoremethodiek zoals weergegeven in Tabel 4-2, een kwalitatieve zevenpuntschaal met scores van - - tot ++. In het planMER is dit per beoordelingscriterium specifiek gemaakt. De effecten zijn beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie, waarbij de referentiesituatie altijd ‘0’ scoort. In het effectenoverzicht (hoofdstuk 5) wordt een overzicht van alle effectscores gepresenteerd, zonder dat daarbij een weging wordt toegepast tussen de beoordelingscriteria, aspecten en thema’s. Tabel 4-2 Toelichting effectscores voor de effectbeoordelingen

Score

4.2.2

Omschrijving ++

Sterk positief ten opzichte van de referentiesituatie

+

Positief ten opzichte van de referentiesituatie

0/+

Licht positief ten opzichte van de referentiesituatie

0

Neutraal

0/-

Licht negatief ten opzichte van de referentiesituatie

-

Negatief ten opzichte van de referentiesituatie

--

Sterk negatief ten opzichte van de referentiesituatie

Beoordeling op doelbereik

Het doelbereik van het Gebiedsprogramma Doorontwikkeling en Vlietlijn beoordelen we ook aan de hand van scores. Voor ieder doel beoordelen we in hoeverre we het Gebiedsprogramma bij vinden dragen aan het verwezenlijken van het gestelde doel. We hebben ervoor gekozen om hiervoor gebruik te maken van een vijfpuntsschaal in plaats van een zevenpuntsschaal omdat een zevenpuntsschaal naar onze mening te gedetailleerd is en een gevoel van schijnnauwkeurigheid in de beoordelingen zou brengen. Tabel 4-3 beschrijft in algemene zin hoe de verschillende scores tot stand komen in de beoordeling op doelbereik. Tabel 4-3 Toelichting scores voor de beoordeling op doelbereik

Score

Omschrijving

+

Het Gebiedsprogramma biedt een stevige basis om het streefbeeld of doel te verwezenlijken. We zien geen noemenswaardige knelpunten, risico’s of belangrijke ontbrekende informatie

0/+

Het Gebiedsprogramma biedt een basis om het streefbeeld of doel te verwezenlijken, maar we zien op één of meerdere vlakken risico’s die het doelbereik van het Gebiedsprogramma in belangrijke mate beperken

0

Het Gebiedsprogramma draagt in enige mate bij aan het verwezenlijken van het streefbeeld of doel, maar uit effectonderzoeken en/of beschrijvingen in het Gebiedsprogramma blijkt dat er belangrijke risico’s voor de haalbaarheid zijn

0/-

Het Gebiedsprogramma biedt niet voldoende basis om het streefbeeld of doel te verwezenlijken. Dit kan onder meer veroorzaakt worden door onvoldoende uitvoerbare maatregelen, een gebrek aan informatie in het Gebiedsprogramma, negatieve milieueffecten of omdat wij vanwege andere redenen belangrijke risico’s op de haalbaarheid zien

-

We kunnen op voorhand stellen dat het streefbeeld niet behaald wordt vanwege sterk negatieve milieueffecten en/of een gebrek aan uitvoerbare maatregelen in het Gebiedsprogramma

100

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15881793/1