CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322877 Bijlage Onderzoek De veranderende doelgroep in beeld

Commissie Samenleving 2 oktober 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken11.939 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

De veranderende doelgroep in beeld Den Haag, november 2024

Inhoudsopgave

Samenvatting en conclusies

3

Inleiding

6

Onderzoeksvraag

6

Achtergrond

7

Aanpak onderzoek

9

Zeven groepen bijstandsgerechtigden in 2015

10

Cluster 1 jonge (alleenstaande) moeders met recent arbeidsverleden en nederlandse herkomst

11

Cluster 2 alleenstaanden met een recent arbeidsverleden

11

Cluster 3 alleenstaande mannen met een minder recent arbeidsverleden

12

Cluster 4 zelfstandigen

12

Cluster 5 alleenstaanden met ggz-problematiek

12

Cluster 6 (alleenstaande) moeders met migratieachtergrond

13

Cluster 7 langdurig bijstandsgerechtigden met gezondheidsproblematiek

14

Ontwikkelingen 2015-2022..................

16

Van cluster naar cluster 2015-2022.

18

Bijlage clusteranalyse...........................

26

Bijlage achtergrondkenmerken clusteranalyse bijstandsgerechtigden 2015

28

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

recente gegevens beschikbaar waren. Was in 2015 al 68 procent niet of zeer

Dit onderzoek bevestigt het heersende beeld dat de meerderheid van de

lastig bemiddelbaar naar werk, in 2022 gold dit inmiddels voor ruim

doelgroep Haagse bijstandsgerechtigden (voorlopig) niet aan het werk kan.

driekwart van de Haagse bijstandsgebruikers. De instroom van de relatief

De meerderheid van de doelgroep was altijd al lastig bemiddelbaar, maar is

beter bemiddelbare groepen daalde zowel in aantal als in aandeel vanaf

dat in de loop van de tijd nog vaker geworden. Dit blijkt uit de maatwerkcij-

2018. Omdat zij ook steeds vaker uitstroomden, daalde hun aandeel in de

fers van het CBS voor de bijstandspopulatie in 2015, 2018 en 2022. Door te

totale populatie. In diezelfde periode stroomden de moeilijker en niet

kijken naar de samenhang van verschillende kenmerken, zoals gemaakte

bemiddelbare groepen weliswaar vaker uit, maar stegen tegelijkertijd hun

(GGZ) zorgkosten, recente werkervaring, Human Capital Index (HCI),

aantallen en percentages die nieuw in de bijstand stroomden.

schulden, leeftijd en migratieachtergrond, is de Haagse bijstandspopulatie uit 2015 — het jaar dat de Participatiewet werd ingevoerd — ingedeeld in

Hoewel wat lastiger aan te tonen op basis van uitsluitend administratieve

zeven van elkaar verschillende groepen of clusters, waarvan

gegevens, bevestigt het onderzoek het beeld van groepen bijstandsgerechtigden die te maken hebben met een stapeling van problematiek. Zo

• • •

De jonge (alleenstaande) moeders met recent arbeidsverleden en

hebben de alleenstaanden met GGZ-problematiek niet alleen te maken met

Nederlandse herkomst (5.040 personen, 15%, Cluster 1),

psychische problemen, maar bijvoorbeeld met verslavingen, schulden en

Alleenstaanden met een recent arbeidsverleden (4.440 personen,

een lage HCI. Ze werden bovendien vaak verdacht van misdrijven. De groep

13%, Cluster 2), en

langdurig bijstandsgerechtigden heeft weer te maken met een stapeling

Zelfstandigen (1.220 personen, 4%, Cluster 4)

van andere problemen: zij hebben bijna allemaal fysieke en/of psychische gezondheidsproblemen, geen of geen recente werkervaring en een laag

tot de beter bemiddelbare clusters behoren, en

opleidingsniveau. Zij zijn het oudste van de zeven groepen en de helft van deze (vooral) vrouwen is langer dan 12 jaar afhankelijk van de bijstand.

•

Alleenstaande mannen zonder recent arbeidsverleden (7.200 personen,

Schulden hebben zij daarentegen vrijwel nooit.

21%, Cluster 3), •

Alleenstaanden met GGZ-problematiek (1.980 personen, 6%, Cluster 5),

De grootste groep bestaat uit (alleenstaande) moeders met een migratie-

•

(Alleenstaande) moeders met migratieachtergrond (7.610 personen,

achtergrond (cluster 6). Zij hebben grote gezinnen waar de Jeugdzorg

23%, Cluster 6), en

relatief vaak aanwezig is, geen of geen recente werkervaring en hoogst

Langdurig bijstandsgerechtigden met gezondheidsproblematiek

waarschijnlijk taalproblemen. Ook hun gezondheid laat te wensen over. Zij

(6.210 personen, 18%, Cluster 7)

stromen verhoudingsgewijs weinig uit en als ze dat doen, doen ze daar

•

relatief lang over. De kans dat zij langdurig(er) van de bijstand afhankelijk bestaan uit bijstandsgerechtigden voor wie werk (voorlopig) nog een stap te

zullen blijven met steeds ernstigere (multi)problemen — vergelijkbaar met

ver is of zelfs altijd zal blijven. In het onderzoek is gekeken hoe deze groepen

de groep langdurig bijstandsgerechtigden — is groot. Hoewel er weinig

zich in de loop van de jaren hebben ontwikkeld: voor de Haagse bijstands-

vrouwen uit dit cluster tijdens de onderzoeksperiode in het cluster langdu-

gerechtigden uit 2018 — vanaf dat jaar trok de economie en de arbeids-

rig bijstandsgerechtigden terechtkomen, zou dit cluster als voorloper gezien

markt aan — en voor de populatie uit 2022 — het jaar waarvoor de meest

kunnen worden van de toekomstig zeer langdurige bijstandsgerechtigden.

3

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

Er is namelijk nauwelijks beweging richting andere en makkelijker bemid-

een klein aantal kansrijkere (alleenstaande) moeders uit 2015 (cluster 1)

delbare clusters. Het aandeel van dit cluster in de instroom steeg het sterkst

dusdanig dat zij in 2022 meer op de groep met GGZ-problematiek leken.

van alle groepen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.

Voor een klein aantal mensen uit de meest kansrijke groep (cluster 2) is de

Een andere grote groep wordt gevormd door de alleenstaande mannen van

werkervaring in 2022 niet langer actueel waardoor we hen in de groep

wie de werkervaring minder actueel is. De helft van hen heeft langer dan

alleenstaanden zonder recente ervaring aantreffen. Het verbeteren van de

twee jaar bijstand in 2015. Ze kennen weinig gezondheidsproblemen, maar

situatie komt minder vaak voor en dan vrijwel uitsluitend bij de

hebben wel een slechtere uitgangspositie (door de minder recente werker-

alleenstaanden zonder recente werkervaring en bij mensen uit de GGZ-

varing en lage HCI) dan de beter bemiddelbare alleenstaanden uit het

groep. Dit alles betekent dat uiteindelijk vier van de tien langdurig

tweede cluster. Het is een groep Hagenaars die waarschijnlijk een kwetsba-

bijstandsgerechtigden uit 2022 voorheen lid van een van de slecht(er)

re positie heeft op de arbeidsmarkt en in slechte economische tijden als

bemiddelbare, maar ook uit de eerder beter bemiddelbaar clusters.

eerste werkeloos wordt. Zij stromen pas weer uit in economische betere tijden en lijken dus deels te kunnen profiteren van de krapte op de arbeidsmarkt. Zij stroomden vanaf 2018 minder vaak in, terwijl hun aandeel in de uitstroom in absolute zin toenam en verhoudingsgewijs gelijk bleef. De situatie van een derde van deze mannen verslechterde tussen 2015 en 2022 dusdanig dat zij tot de langdurig bijstandsgerechtigden (cluster 7) zijn gaan horen. Desondanks lijkt er bij deze groep met de huidige krapte op de arbeidsmarkt wel potentieel te zijn. Het lijkt zaak om juist hen in de toekomst snel(ler) en intensiever op te pakken — hetzij preventief in het geval zij bijvoorbeeld eerst WW hebben, hetzij bij instroom in de bijstand — om zo te voorkomen dat hun werkervaring gedurende de uitkering steeds verder aan actualiteit inboet. Er blijkt in de onderzoeksperiode van zeven jaar verder weinig uitwisseling te zijn van bijstandsgerechtigden uit een bepaald cluster naar andere clusters. De meeste mensen die een beroep bleven doen op de bijstand vanaf 2015 behouden het lidmaatschap van hetzelfde cluster of komen na tijdelijke uitstroom weer bij datzelfde cluster terecht. Pakweg één op de tien mensen die aanvankelijk ingedeeld werden in de slecht(er) bemiddelbare groepen 3, 5 of 6 vinden we terug in de groep langdurig bijstandsgerechtigden in 2022.

Voor andere (kleine) minderheden uit alle clusters verslechterde de situatie waardoor zij bij één van de andere zes clusters terechtkwamen. Zo verslechterde de geestelijke gezondheid van

4

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

5

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

INLEIDING

ONDERZOEKSVRAAG

In de verhaallijn over de veranderende samenstelling van de doelgroep

In de verhaallijn over de veranderende doelgroep worden op basis van o.a.

bijstandsgerechtigden werd in gegaan op de sociale, demografische en

CBS-data, eigen onderzoek en landelijke onderzoeksrapporten een tijdslijn

economische verschuivingen die aan deze veranderingen ten grondslag ligt

en vier belangrijke ontwikkelingen geschetst die bijdroegen aan de huidige

(van Loon et al. 2024). Ook de regelingen vanuit het Rijk in reactie op deze

samenstelling van de groep bijstandsgerechtigden in Den Haag. Een samen-

veranderingen en de inspanningen van gemeenten en bedrijfsleven hierop

hangend beeld van de veranderende samenstelling van de groep Haagse

komen ruim aan bod. Ondanks het tekort op de arbeidsmarkt doen nog

bijstandsgerechtigden op basis van onderzoek, ontbreekt nog. Dit onder-

steeds zo’n 20.000 Hagenaars een beroep op de bijstand. Voor het overgrote

zoek probeert dit beeld te schetsen door antwoord te geven op de volgende

deel van hen blijkt de stap naar werk er één te ver. Relatief gezien is de

vragen:

doelgroep ‘moeilijker’ geworden — onder andere door wetswijzigingen in de loop van de tijd – omdat een steeds groter deel van de mensen te maken

•

Is de samenstelling van de Haagse bijstandspopulatie veranderd?

heeft met complexe problematiek. Hoewel deze analyse van de veranderen-

•

Hoe zag en ziet de Haagse bijstandspopulatie eruit, en — in aanvulling

de samenstelling van de doelgroep gebaseerd is op verschillende landelijke

hierop —

en Haagse onderzoeken, ontbreekt een samenhangend beeld van de Haagse

•

verandert de situatie van bijstandsgerechtigde in de loop van de tijd?

bijstandsgerechtigden en hoe de bijstandspopulatie zich in de loop van de tijd ontwikkelde. Die samenhang is belangrijk, omdat het laat zien welke

Het CBS heeft in samenwerking met een expertgroep vanuit en in opdracht

samenloop van belemmeringen en kansen zich voordoet in de bijstandspo-

van de dienst SZW van de gemeente Den Haag, een zogenoemde clustera-

pulatie en hoe die in de loop van de tijd verandert. Dit rapport richt zich

nalyse gedaan om zo groepen Haagse bijstandsgerechtigden te identifice-

daarom op deze lacune.

ren en vast te stellen hoe de omvang van deze groepen in de loop van de tijd veranderde. Dit rapport is gebaseerd op deze analyse en de maatwerktabel van het CBS.1

1 https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2024/24/ clusteranalyse-bijstandsgebruikers-den-haag-2015-2018-en-2022

6

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

ACHTERGROND

Gezondheidsproblemen en multiproblematiek

De mensen die in de bijstand zitten, vormen een gemêleerd gezelschap van

Gezondheid is de belangrijkste belemmerende factor. Een slechte gezond-

alleenstaande moeders en ouderen tot mensen met een migratieachter-

heid vergroot de kans op instroom in de bijstand en verkleint de kans op

grond en dak- en thuisloze mensen. Velen hebben geen startkwalificatie,

uitstroom naar betaald werk. De invloed van gezondheid is aanzienlijk en

een laag opleidingsniveau en/of een taalachterstand. De meeste van hen

vergelijkbaar met die van opleiding en leeftijd (o.a. Bos, 2023, Muil-

kampen met financiële problemen, gezondheidsklachten, een beperkt

wijk-Vriend et al, 2019, GGD Haaglanden 2020a, 2020b). Vooral psychische

sociaal netwerk of problemen in de woon- of leefsituatie. Vaak staan de

gezondheidsproblemen (GGZ-problematiek) beïnvloeden de in- en

problemen niet op zichzelf en gaat het om gecombineerde problematiek,

uitstroomkansen. Naast de objectief vastgestelde gezondheidsproblemen

die elkaar versterkt en niet los van elkaar opgelost kan worden. Dit blijkt uit

speelt de ervaren gezondheid een belangrijke rol. Ruim de helft van de

zowel eigen onderzoek (o.a. Nas en Van der Vet 2013a, 2013b, Nas 2015, Nas

Haagse inwoners met een bijstandsuitkering heeft psychische en/of fysieke

2017, Bouwhuis en Nas 2021, Berkhout et al. 2022) als CBS-data (CBS 2019,

gezondheidsproblemen en bijna driekwart ervaart de eigen gezondheid als

2021, 2022, 2023) en landelijk onderzoek, zoals het SCP onderzoek ‘Een

matig) tot zeer slecht. Het CBS (2019) laat bovendien zien dat bijna een derde

brede blik op bijstand’. Voor de meeste van de 20.000 Hagenaars met

van de bijstandsgerechtigden in de regio Haaglanden psychische problemen

bijstand is betaald werk, ondanks de krapte op de arbeidsmarkt, nog een

heeft (afgeleid uit medicijngebruik en gebruik van de GGZ, terwijl 55 procent

stap te ver.

in het recente verleden GGZ-kosten had (Rekentool BUIG 2023). Deze percentages nemen toe naarmate de uitkeringsduur langer wordt. Het recent uitgebrachte rapport van het SCP (Van Echteld et al. 2023) bevestigt het beeld dat onder bijstandsgerechtigden vaak sprake is van een stapeling van problematiek. Ruim de helft van de bijstandsgerechtigden heeft drie of meer problemen, zoals financiële problemen, geringe administratieve vaardigheden, problemen in de gezinssituatie en/of het voeren van een zelfstandig huishouden en geringe sociale contacten. Daarnaast hebben bijstandsgerechtigden substantieel minder hulpbronnen tot hun beschikking. Naast de al besproken slechte gezondheid, zijn zij minder vaak veerkrachtig en ervaren zij weinig regie over hun eigen leven. Het blijken juist de bijstandsgerechtigden met drie of meer problemen te zijn die over de minste hulpbronnen beschikken. Zo heeft 17 procent van de groep met drie of meer problemen voldoende hulpbronnen, terwijl dit voor 80 procent van de groep zonder problemen geldt. In de praktijk blijkt betaald werk voor ruim driekwart van de bijstandsgerechtigden daarom (nog) geen haalbare kaart, aldus het SCP.

7

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

De problemen waarmee bijstandsgerechtigden te maken hebben, zijn niet

Wsw werd afgesloten. Ook de versobering van de WW tussen 2016 en

nieuw. Haags onderzoek (o.a. Nas en van der Vet 2013a, 2013b) voor de

2019 leidde tot een sneller beroep op de bijstand. Met de Participatie-

invoering van de Participatiewet in 2015 liet al zien dat bijna 70 procent van

wet werden nog meer taken naar gemeenten overgeheveld gepaard

de bijstandsgerechtigden geen startkwalificatie had, ruim een derde geen

gaand met bezuinigingen. De focus kwam hierdoor steeds meer te

recente werkervaring en een derde helemaal geen werkervaring. Bijna de

liggen op uitstroom naar zo veel mogelijk regulier werk in een zo kort

helft van het bijstandsbestand kampte met lichamelijke klachten en meer

mogelijk tijdsbestek. De groep bijstandsgebruikers die niet in staat is

dan een derde had psychische problemen. Uit diezelfde onderzoeken bleek

tot regulier werk, raakte hierdoor verder uit beeld (Hekelaar et al. 2023).

dat toen al ruim de helft van de mensen een dusdanig grote afstand tot de

3.

De aantrekkende economie vanaf 2018

arbeidsmarkt had dat re-integratie op korte termijn niet tot de mogelijkhe-

Sinds 2018 daalde het beroep op de bijstand in De Haag met ruim

den leek te behoren.

2.000 uitkeringen. De instroom halveerde. Mensen die kunnen werken, zijn of gaan binnenkort aan het werk. Voor mensen die langer dan één

Ontwikkelingen 2004-heden

jaar van de bijstandsafhankelijk zijn, wordt de afstand tot de arbeids-

Er is een aantal ontwikkelingen die bijdroegen aan de huidige samenstel-

markt groter. Zo is voor acht van de tien Haagse bijstandsgerechtigden

ling van de bijstandspopulatie. Naast de invoering van de WWB en de WIA

betaald werk een stap te ver (o.a. CBS 2021 en De Hek et al. 2022).

in 2004, waardoor een deel van de arbeidsongeschikte mensen (sneller) een (aanvullend) beroep op de bijstand moest doen, zijn de volgende drie ontwikkelingen belangrijk: 1.

Periode van laagconjunctuur 2008-2018 Vanaf 2008 groeide de instroom in de bijstand contant evenals de uitkeringsduur. In 2013 waren er in Den Haag 22.000 bijstandsgerechtigden, in 2016-2017 waren dat er 26.000. Vanaf 2013 stroomde weer meer mensen uit. Omdat dit voor mensen betrof met een relatief kleine afstand tot de arbeidsmarkt (Van Echteld et al. 2019), nam het aandeel langdurig bijstandsgerechtigden toe. Deze gevolgen werken nu nog door. Zo was de helft van de Haagse bijstandsgerechtigden in 2023 50 jaar of ouder.

2.

De komst van de Participatiewet in 2015 Deze wetswijziging — ingevoerd om dat er te veel mensen ‘aan de kant’ stonden — heeft geleid tot een steeds groter wordende instroom van mensen met een fysieke-, psychische- en/of een verstandelijke beperking. (Nieuwe) jonggehandicapten vallen niet langer onder de Wajong, maar onder de gemeentelijke doelgroep en de toegang tot de

8

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

AANPAK ONDERZOEK

2013b). Ondanks die verschillen, zijn er vaak voldoende overeenkomsten

Dit onderzoek sluit aan bij eerdere onderzoeken in Den Haag naar klant-

tussen de verschillende analyses te zien en worden bepaalde groepen

groepen in de bijstand (Nas en van der Vet 2013a, 2013b, Nas 2025, 2017)

steeds opnieuw zichtbaar. Er is geen harde statistische maat om te bepalen

en bij de analyse van het SCP (Van Echteld et al. 2023). In al deze onderzoe-

welke indeling met welk aantal clusters de juiste is. Het is een iteratief

ken wordt gekeken naar combinaties van kenmerken, hulpbronnen, kansen

proces waarbij in het geval van dit onderzoek steeds met een brede expert-

en belemmeringen, houdingen ten aanzien van werk, etc. die iemands

groep samen met de onderzoekers van het CBS gekeken is welke indeling

kansen op de arbeidsmarkt (mede) bepalen: i.e. een clusteranalyse (voor de

bruikbaar en goed te interpreteren is.

details zie Bijlage Clusteranalyse). Op grond van de combinaties van verschillende kenmerken en omstandigheden worden bijstandsgerechtig-

In het huidige onderzoek is — voor zover mogelijk — zoveel mogelijk

den ingedeeld in groepen (clusters). Het doel is om groepen te vormen die

aangesloten bij de kenmerken die het SCP gebruikte voor de groepsindeling

zich onderscheiden van elkaar, die eenvoudig te interpreteren zijn en zo de

van Nederlanders met bijstand in 2019. Deze zijn aangevuld met kenmer-

variatie binnen de bijstandspopulatie laten zien. De groepen worden zo

ken die volgens de expertgroep belangrijk zijn. Het grootste verschil met het

samengesteld dat de mensen binnen een groep zo veel mogelijk op elkaar

SCP-onderzoek en eerdere eigen onderzoeken is dat nu gekeken is naar drie

lijken, terwijl de groepen onderling juist zo veel mogelijk verschillen. De

peilmomenten, te weten 2015, 2018 en 2022. Uitgangspunt voor de analyse

indeling laat de samenhang van kenmerken zien, maar dat betekent niet

is iedereen die op enig moment bijstand had in Den Haag in het jaar 2015.

dat groepen geheel homogeen zijn: niet alle personen in dezelfde groep

Dit is het jaar waarin de Participatiewet is ingevoerd en er sprake was van

hoeven precies op elkaar lijken. Mensen die op bepaalde punten van elkaar

een grote omvang van de bijstandspopulatie. Voor dat jaar is gekeken welke

verschillen, kunnen toch in hetzelfde cluster terecht komen. Zo kan een

groepen onderscheiden kunnen worden. Vervolgens is gekeken hoe

groep voor het grootste deel uit jongere mannen met multiproblematiek

diezelfde indeling in groepen uitpakt voor iedere Hagenaar die op enig

bestaan, maar dat wil niet zeggen dat iedereen in die groep én jong én man

moment in 2018 – het jaar waar de economie weer aantrok – bijstand had

is én met multiproblematiek kampt. Er kunnen bijvoorbeeld ook vrouwen in

en voor het meest recente jaar waarin alle gebruikte gegevens beschikbaar

hetzelfde cluster terechtkomen. Dat komt dan doordat de vrouwen binnen

waren, namelijk 2022. Door de indeling uit 2015 te vergelijken met die uit

dat cluster toch veel gelijkenissen vertonen op andere kenmerken met de

latere jaren, kunnen we vaststellen of en hoe de doelgroep veranderde. Door

jongere mannen. De analyse laat zien waar bepaalde kenmerken vaak

dezelfde groepen mensen met bijstand te volgen is het bovendien mogelijk

samen te vinden zijn, maar mensen zijn nooit in te delen in 100 procent

om vast te stellen of mensen door bijvoorbeeld het verbeteren of verslechte-

homogene groepen.

ren van hun situatie van de ene groep naar de andere groep schuiven.

De resultaten van dit soort analyses zijn afhankelijk van de gebruikte kenmerken, afhankelijk van het moment van clustering en afhankelijk van de populatie die geanalyseerd wordt. De analyse van het SCP (Van Echteld et al. 2023) van alle Nederlandse bijstandsgerechtigden resulteert in acht groepen, terwijl onderzoek in Den Haag tien jaar geleden vijf groepen Haagse bijstandsgebruikers onderscheidde (Nas en van der Vet 2013a,

9

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

Gebruikte kenmerken Zoals gezegd, zijn in de clusteranalyse deels dezelfde kenmerken gebruikt als in de analyse van het SCP. Deels werden door de expertgroep kenmerken voorgesteld. Niet alle voorgestelde kenmerken bleken relevant en niet alle gegevens waren voor alle jaren beschikbaar. Zo was het bijvoorbeeld niet mogelijk om het al dan niet ingeschreven staan in het doelgroepenregister mee te nemen in de clusteranalyse, omdat het register in 2015 nog onvoldoende gevuld was. Voor zover mogelijk zijn dergelijke gegevens wel gebruikt in de verdere beschrijvingen van de verschillende clusters Hagenaars met een bijstandsuitkering op de latere peilmomenten. In totaal zijn 20 kenmerken gebruikt om tot een indeling te komen. Die variëren van persoonskenmerken als leeftijd en geslacht en type huishouden tot Human Capital Index (HCI), uitkeringsduur en werkervaring.2 Omdat gezondheid één van de belangrijkste belemmerende factoren is in de stap naar werk, is ook een aantal indicatoren voor zowel de fysieke als de psychische gezondheid meegenomen. Een uitgebreidere beschrijving van deze kenmerken

ZEVEN GROEPEN BIJSTANDSGERECHTIGDEN IN 20153

vind je in de Bijlage Clusteranalyse. Waar het SCP kon kijken naar de

Voor het peiljaar 2015 werden de volgende zeven clusters bijstandsgerech-

hulpbronnen op basis van enquêtes, is dat voor het Haagse onderzoek niet

tigden gevonden die in volgorde van leeftijd en vervolgens op hun relatieve

mogelijk en blijft de analyse beperkt tot registerdata.

kansen op uitstroom uit de bijstand naar de arbeidsmarkt besproken worden: 1. Jonge (alleenstaande) moeders met recent arbeidsverleden en Nederlandse herkomst (5.040 personen, 15%) 2. Alleenstaanden met een recent arbeidsverleden (4.440 personen, 13%) 3. Alleenstaande mannen met een minder recent arbeidsverleden (7.200 personen, 21%) 4. Zelfstandigen (1.220 personen, 4%) 5. Alleenstaanden met GGZ-problematiek (1.980 personen, 6%) 6. (Alleenstaande) moeders met migratieachtergrond (7.610 personen, 23%) 7. Langdurig bijstandsgerechtigden met gezondheidsproblematiek (6.210

2 De Human Capital Index bestaat uit opleidingsniveau voor personen onder de 27 jaar en arbeidsverleden (cumulatief arbeidsinkomen over de laatste vijf jaar vanuit een baan als werknemer of inkomen/winst als

personen, 18%)

zelfstandige) voor personen boven de 41 jaar. Het arbeidsverleden wordt ingedeeld in laag of midden/ hoog. Voor personen tussen de 27 en de 41 is de HCI gebaseerd op opleidingsniveau voor hoogopgeleiden

3 Alle tabellen en figuren in dit rapport zijn gebaseerd op cijfers van het CBS, maar bewerkt door de auteur.

(voor deze hele groep bekend) of het arbeidsverleden. De definitie van de HCI is afkomstig van SEO.

10

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

Onderstaande beschrijvingen van de zeven clusters zijn gebaseerd op

Cluster 2 Alleenstaanden met een recent arbeidsverleden

tabellen 1 tot en met 3 en figuren 1 en 2 in de Bijlage Achtergrondkenmer-

In deze groep vinden we jonge mannen en jonge vrouwen. Driekwart is 47

ken. De gegevens in deze tabellen en figuren zijn meegenomen in de

jaar of jonger en een kwart is tussen de 18 en 28 jaar oud. 60 procent is

analyse om de clusters te bepalen.

alleenstaand en nog eens 12 procent is alleenstaande ouder. De kinderen zijn dan wel grotendeels ouder dan 20 jaar en het huis uit. Ongeveer de

Cluster 1 Jonge (alleenstaande) moeders met recent arbeidsverleden en Nederlandse herkomst

helft van de alleenstaanden heeft een migratieachtergrond en verblijft al

Dit cluster bestaat voor 62 procent uit vrouwen die vrijwel allemaal kinderen

rechtigden de beste uitgangspositie van alle groepen in Den Haag: een

hebben. Een kleine meerderheid is alleenstaande ouder, terwijl 41 procent

ruime meerderheid heeft ten minste een middelbare HCI, en ruime en

een partner heeft. Het jongste kind is veelal jonger dan 15 jaar (op de

recente werkervaring. Deze alleenstaanden kennen weinig gezondheidspro-

peildatum 1 januari 2015) en 9 procent heeft een kind jonger dan vijf jaar.

blemen, al slikt 30 procent medicijnen uit vier of meer hoofgroepen (een

Deze groep is het jongste van alle clusters: een kwart is jonger dan 25 en

indicatie voor co-morbiditeit). Van de zeven groepen doet de Hagenaars in

driekwart is jonger dan 36 jaar. Vrijwel iedereen in dit cluster is in Nederland

dit cluster het kortste een beroep op de bijstand. Een op de vijf is wanbeta-

geboren. De helft als kind van migranten. De HCI van deze bijstandsgerech-

ler van de zorgverzekering. In 2018 blijkt 62 procent van de alleenstaande

tigden is beter dan die van de meeste andere groepen: ruim een derde heeft

mannen en vrouwen niet langer van de bijstand afhankelijk.

geruime tijd in Nederland. Afgaand op de HCI heeft deze groep bijstandsge-

een midden of hoge HCI. Ook in andere opzichten lijkt de uitgangspositie van deze groep beter dan die van de mensen in andere clusters: 38 procent

Figuur 1. Ingeschreven in het doelgroepenregister 2016, populatie 2015 (percentages)

werkt en heeft aanvullende bijstand of werkte nog in het jaar dat ze bijstand

Doelgroepenregister (2016)

aanvroegen. Hun werkervaring is niet alleen recent, maar vrij ruim. In de vijf

6

jaar voorafgaand aan de bijstand werkte de helft meer dan een jaar, van wie een kwart langer dan twee jaar. De uitkeringsduur is dan ook kort. Hoewel

5

5

deze groep een relatief goede uitgangspositie heeft, behoort 4 procent tot de 4

doelgroep van de banenafspraak (zie figuur 1). Uiteindelijk had de helft van

4 3

de jonge moeders geen bijstand meer in 2018 (zie ook verderop).

3

3

2

2

De lichamelijke en geestelijke gezondheid van de (alleenstaande) moeders is goed. Toch heeft een kwart te maken met meerdere gezondheidsproble-

2

men en co-morbiditeit, en liggen de gemiddelde GGZ- en andere zorgkosten

1

1

1 0

voor het hele gezin iets hoger dan voor de hele bijstandspopulatie. De

Cluster 1

jeugdzorg is vaker aanwezig in deze gezinnen (18 procent), terwijl 28 procent als wanbetaler van de zorgverzekering bekend staat. Dat laatste kan een signaal zijn voor het hebben van andere problematische schulden (zie figuren 2 en 3).

11

Cluster 2

Cluster 3

Cluster 4

Cluster 5

Cluster 6

Cluster 7

Allen

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

Cluster 3 Alleenstaande mannen met een minder recent arbeidsverleden

Figuur 2. Jeugdzorg (percentages)

Jeugdzorg

Dit cluster is één van de grootste clusters en bestaat grotendeels uit

20

alleenstaande mannen, van wie 63 procent een migratieachtergrond heeft.

18 16

Zij zijn vooral afkomstig uit landen die tot de overige geo-linguïstische groep (40%) behoren, uit Suriname of de voormalige Nederlandse Antillen.4

18

17 14

14 12

De meeste van hen zijn al langer in Nederland. De helft is tussen de 32 en

10 8

51 jaar oud. Hun uitgangspositie is slechter dan die van de bijstandsgebruikers uit de eerste twee clusters. Zij hebben bijna allemaal

8 6

6 4

een lage HCI, bijna niemand heeft recente werkervaring en de helft van hen

3

2

heeft 28 maanden of langer bijstand. De meerderheid deed dan ook in 2018

2 0 Een op de vijf betaalt de zorgverzekering niet, maar zij hebben relatief

nog steeds een beroep op de bijstand. De gezondheid van deze mannen is

weinigCluster met 1Jeugdzorg doen. Cluster 2 van Cluster 3 Cluster 4

0

niet veel beter of slechter dan die van de mensen in het vorige cluster, al

Cluster 5 Cluster 6 Cluster 7

Allen

Jeugdzorg

komen verslavingen en psychische problemen iets vaker voor. 40 procent werd bovendien verdacht van een misdrijf in de voorafgaande vijf jaar en

Figuur 3. Wanbetaler zorgverzekering (percentages)

een kwart is wanbetaler.

Wanbetaler zorgverzekering 30

Cluster 4 Zelfstandigen Ook dit cluster bestaat in meerderheid uit mannen en voor 36 procent uit

28 24

25

vrouwen. De helft is tussen de 40 en de 56 jaar oud, en een kwart is jonger

20

dan 40 jaar. Vier van de tien zijn alleenstaand. 41 procent heeft, vooral wat oudere, kinderen. Hoewel mensen met een Nederlandse afkomst oververte-

15

genwoordigd zijn in dit cluster, heeft de helft een migratieachtergrond. Het

20

21

20 18 12

10

opleidingsniveau van de zelfstandigen is het meest gevarieerd van alle clusters, met ongeveer de helft laag en de andere helft ten minste middel-

5

5

baar opgeleid. Zij hebben ruime en recente werkervaring: de meerderheid

0

werkte nog in het jaar dat zij bijstand ontvangen en driekwart werkte in de

Cluster 1 Cluster 2 Cluster 3 Cluster 4 Cluster 5 Cluster 6 Cluster 7

vijf jaar voorafgaand aan de bijstand drie jaar of langer als zelfstandige. De

Allen

zelfstandigen kennen verhoudingsgewijs weinig problemen op het vlak van de geestelijke en lichamelijke gezondheid. Het beroep op de bijstand is

Cluster 5 Alleenstaanden met GGZ-problematiek

relatief kort, al heeft een kleine meerderheid nog steeds bijstand in 2018.

We vinden in de kleinste groep van de zeven net iets meer mannen dan vrouwen, van wie een kleine meerderheid alleenstaand is en 22 procent alleenstaande ouder. De helft is tussen 34 en 51 jaar oud, en een kwart is

4 Voor een uitleg van geo-linguïstische groepen zie de bijlage en tabel B1.

12

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

ouder dan 51 jaar. De ouders onder hen hebben vooral wat oudere kinderen (die grotendeels het huis al uit zijn of niet bij hen wonen). Bijstandsgerechtigden met een Nederlandse herkomst zijn, met 40 procent, sterk oververtegenwoordigd in dit cluster. Het opleidingsniveau (HCI) is laag en de recente werkervaring is gering. De helft heeft vier en een half jaar of langer bijstand. In 2018 blijken zes van de tien nog steeds afhankelijk van de bijstand (zie ook verderop). Er is vooral sprake van psychische problemen. Dit is terug te zien in de 62 procent die psychofarmaca slikt, in de 10 procent die medicijnen tegen verslavingen inneemt en de zeer hoge GGZ-kosten. Die kosten zijn zeer hoog, omdat dit de kosten van hele huishouden betreft en het vooral om eenpersoonshuishoudens gaat: driekwart heeft meer dan 32.000 euro aan GGZ-kosten. De jeugdzorg is eveneens frequent aanwezig in de gezinnen. 5 procent van deze groep behoort in 2016 tot het doelgroepenregister: hoger dan de 2 procent van de hele bijstandspopulatie en het hoogste percentage van alle groepen (zie figuur 1). Deze bijstandsgerechtigden werden het vaakst verdacht van een

De meeste van hen wonen vijf jaar of langer in Nederland en zijn — voor

misdrijf: 46 procent tegen 26 procent van de hele bijstandspopulatie in

zover bekend — als vluchteling of in het kader van gezinshereniging of

2015. Ten minste 20 procent heeft waarschijnlijk problematische schulden.

-vorming naar Nederland gekomen. Hun gezinnen zijn relatief groot, met in

5

elk geval het jongste kind nog in de schoolgaande leeftijd. De uitgangsposi-

Cluster 6 (Alleenstaande) moeders met migratieachtergrond

tie van deze moeders is slecht(er) en er is vaak sprake van multiproblema-

De grootste groep van de zeven bestaat vooral uit moeders (69%). Deze

tiek: ze hebben een lage HCI, hebben geen of nauwelijks (recente) werkerva-

vrouwen zijn weliswaar ouder dan die in het eerste cluster, maar nog steeds

ring en de helft heeft drie jaar of langer bijstand. De lichamelijke

relatief jong: de helft is jonger dan 43 jaar. Deze moeders hebben een

gezondheid van deze vrouwen laat te wensen over. 47 procent slikt medicij-

migratieachtergrond en zijn afkomstig uit landen die tot de overige

nen uit een tot drie hoofdgroepen, al lijken de gezondheidsproblemen over

geo-linguïstische groep behoren. Dat laatste kan duiden op eventuele

het algemeen wat minder zwaar dan bijvoorbeeld in kleinere groepen in de

problemen met de beheersing van het Nederlands.

eerste drie clusters. De gezondheidskosten voor het hele gezin liggen, mede door de grotere omvang van de gezinnen, hoger: de helft heeft meer dan 24.000 euro zorgkosten. Het aandeel gezinnen waar Jeugdzorg aanwezig is, is navenant groot. Hoewel deze vrouwen met multiproblematiek te maken hebben, hebben zij veel minder vaak dan de eerste vijf groepen problema-

5 De groep is veel kleiner dan de 30 procent die door het SCP gelabeld worden als mensen met GGZ- en schuldenproblematiek. Dit komt o.a. omdat in analyse van de Haagse bijstandsgerechtigden mensen met

tisch schulden (12 procent is wanbetaler). Slecht een kwart van deze

ggz-problematiek ook in andere groepen te vinden zijn, in combinatie met weer andere problematiek en

vrouwen is in 2018 uit de bijstand.

doordat er in 2015, anders dan in 2019, veel meer en daarmee waarschijnlijk ook een grotere diversiteit aan mensen in de bijstand zat.

13

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

Cluster 7 Langdurig bijstandsgerechtigden met gezondheidsproblematiek

Samenvattend lijken zeker 4 van de 7 clusters — om verschillende redenen — minder of zelfs slecht bemiddelbaar op de arbeidsmarkt. Het gaat om:

Ook deze laatste, grote groep kent veel vrouwen (65%) en is de oudste groep bijstandsgerechtigden. De meeste van hen zijn (ondertussen) alleenstaand.

• Cluster 3: Alleenstaande mannen met ene minder recent arbeidsverleden;

Uit de leeftijd van het jongste kind blijkt dat de meerderheid wel kinderen

• Cluster 5: Alleenstaanden met GGZ-problematiek;

heeft, maar dat deze kinderen niet langer thuis wonen: bij 80 procent is het

• Cluster 6: (Alleenstaande) moeders met migratieachtergrond, en

jongste kind 20 jaar of ouder. Hoewel de meerderheid een migratieachter-

• Cluster 7: Langdurig bijstandsgerechtigden met

grond heeft, zijn vrouwen met een Nederlandse herkomst oververtegen-

gezondheidsproblematiek.

woordigd. In deze groep heeft iedereen geen of een laag opleidingsniveau en heeft niemand (recente) werkervaring. De mensen in dit cluster zijn zeer

Deze groepen hebben weinig, geen of geen recente werkervaring, een lage

langdurig van de bijstand afhankelijk: driekwart heeft 7 jaar of langer

HCI en hebben een migratieachtergrond uit geo-linguïstische gebieden die

bijstand, de helft zelf langer dan 12 jaar. Deze groep bijstandsgerechtigden

kunnen duiden op mogelijke problemen met de beheersing van de Neder-

is het ongezondste van alle groepen. Bijna driekwart slikt medicijnen, vooral

landse taal. Zijn worden bovendien vaak belemmerd door fysieke en

psychofarmaca en tegen pijn en epilepsie. De zorgkosten zijn, zeker gezien

psychische gezondheidsproblemen en hebben of hadden problemen met de

het grote aantal alleenstaanden, verhoudingsgewijs hoog: de helft heeft

opvoeding van kinderen. In 2015 behoorde 68 procent van alle Haagse

meer dan 17.900 euro zorgkosten (exclusief GGZ). Opvallend is dat deze

bijstandsgerechtigden tot deze moeilijk(er) bemiddelbare groepen bij wie

groep bijna geen wanbetalers kent en dus weinig problematische schulden

sprake is van een stapeling van belemmeringen. De andere drie groepen,

heeft. Langdurige gewenning aan rondkomen met een laag inkomen speelt

(alleenstaande) jonge moeders en alleenstaanden met recente arbeidserva-

hierin ongetwijfeld een rol. Deze bijstandsgerechtigden stromen vrijwel

ring, en de zelfstandigen, zijn verhoudingsgewijs wat kansrijker op de

niet uit: in 2018 heeft 76 procent nog steeds bijstand in Den Haag.

arbeidsmarkt, maar waren al in 2015 in de minderheid.

Uit eerder onderzoek naar klantgroepen (Nas en van der Vet 2013a, 2013b) weten we meer over de geschiedenis van deze en de zesde groep. Zij kwamen (en komen) veelal na een scheiding met kinderen in de bijstand. Alleenstaande ouders werden in het verleden lange tijd vrijgesteld van de arbeidsverplichting en bleven mede daardoor lange tijd van de bijstand afhankelijk. In de loop van hun bijstandsafhankelijkheid ontwikkelde zij steeds meer fysieke problemen en soms psychische problemen.

14

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

In welke wijk?

blijkt 39 procent van de bijstandsgerechtigden in de Schilderswijk tot

Hoe de verdeling van clusters over alle Haagse wijken was in 2015, is terug

cluster 6 — moeders met een migratieachtergrond — en 21 procent tot

te vinden in de tabel in de bijlage. Op het kaartje van Den Haag is te zien

cluster 7 — de langdurig bijstandsgebruikers — te behoren, maar kent deze

waar de grootste concentraties beter bemiddelbare clusters 1,2 en 4 te

wijk relatief weinig (15 procent) bijstandsgerechtigden die tot de groep

vinden zijn (en omgekeerd de minder goed bemiddelbare groepen).

alleenstaande mannen zonder recente werkervaring (cluster 3) behoren. In Moerwijk is cluster 3 juist het grootste (28 procent) gevolgd door cluster 7 (21 procent) en in het Centrum zijn de cluster 3 en 7 even groot, namelijk 23

Kaartje 1. (Goed) bemiddelbare clusters per wijk 2015 (percentages)

procent. In het Valkenboskwartier vinden we dan weer veel alleenstaanden bijstandsgerechtigden uit de cluster 2 (met recente werkervaring) en 3 (zonder recente werkervaring). Figuur 4. Clusters in de 10 wijken met de meeste bijstandsgerechtigden in Den Haag 2015 (percentages)

La

Rustenburg en Oostbroek wonen relatief veel beter bemiddelbare bijstandsgerechtigden: tussen de 43 en 51 procent. Het zijn de gebruikelijke wijken waar meer dan 70 procent tot de moeilijk/niet bemiddelbare categorieën behoort, zoals de Schilderswijk (78 procent), Moerwijk (72 procent), Bouwlust en Vredelust (71 procent) en Transvaalkwartier (74 procent). Hoewel de niet/moeilijk bemiddelbare groepen in vrijwel alle wijken de meerderheid vormen, varieert de verdeling van de zeven clusters wel tussen de wijken. In figuur 4 is te zien hoe deze verdeling is in de tien wijken met de meeste bijstandsgerechtigden (zie de bijlage voor de overige wijken). Zo

15

cluster 1

Va l

ev e ho ar ia

ke n

en

cluster 3

cluster 4

cluster 5

cluster 6

cluster 7

l To ta a

M ar lo t bo sk w ar t ie r St at io ns bu ur t

tru m

r

en C

nd

lk w ar ti e

Tr an

sv aa

er us t

or ge ns to

M

n

Vr ed

oe rw ijk M

st e w lu

cluster 2

M

In Leidschenveen, de Vruchtenbuurt, het Wateringse Veld, Ypenburg en

Bo u

Sc hi ld ak er kw sb ar uu t ie rt re n Sp oo rw ij k

100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

ONTWIKKELINGEN 2015-2022

brugbare afstand tot de arbeidsmarkt toenam, van 68 procent in 2015 naar

Zoals gezegd, namen we 2015 als startpunt voor de beschrijving van de

76 procent in 2022. Dit komt overeen met het aandeel bijstandsgerechtig-

Haagse bijstandsgerechtigden, omdat in dat jaar de Participatiewet van

den met een stapeling van problemen dat het SCP vindt voor het jaar 2019

kracht werd en de omvang van de bijstandspopulatie het grootst was. De

(van Echteld et al. 2024).

gevonden indeling in zeven groepen is vervolgens toegepast op de bij-

Tabel 1. Absolute omvang 7 groepen bijstandsgerechtigden 2015-2022 (aantallen)

standsgerechtigden in 2018 en 2022 om de ontwikkeling in de samenstelling van de bijstandspopulaties vast te kunnen stellen. Was de stap naar de

2015

2018

2022

Cluster 1

5.040

4.010

3.100

arbeidsmarkt in 2015 voor 68 procent van de bijstandsgerechtigden te

Cluster 2

4.440

3.190

2.610

groot, dit aandeel is in de loop van de tijd alleen maar gegroeid. In onder-

Cluster 3

7.200

7.380

5.970

Cluster 4

1.220

1.040

830

Cluster 5

1.980

2.000

1.680

Cluster 6

7.610

7.590

6.730

Cluster 7

6.210

6.410

6.100

Totaal

33.680

31.630

27.030

staande tabel 1 is goed te zien dat het absolute aantal bijstandsgerechtigden tussen 2015 en 2022 daalde. Deze absolute daling geldt voor alle clusters. Hierbij is het opvallend dat de absolute daling voor de relatief kansrijkere (licht groen gearceerde) clusters alleenstaanden en jonge moeders met recente werkervaring, en de zelfstandigen in 2018 al inzette

Ontwikkeling

Tabel 2. Aandeel van de 7 groepen bijstandsgerechtigden 2015-2022 (percentages)

en deze zich doorzette in 2022. De absolute aantallen van de minst kansrij-

2015

2018

2022

ke groepen groeiden tot 2018 nog licht en daalden pas na het aantrekken

Cluster 1

15

12,7

11,5

van de economie.

Cluster 2

13,2

10,1

9,7

Cluster 3

21,4

23,3

22,1

Cluster 4

3,6

3,3

3,1

Cluster 5

5,9

6,3

6,2

Cluster 6

22,6

24,0

24,9

Cluster 7

18,4

20,3

22,6

Totaal

100

100

100

33.680

31.630

27.030

Hoewel de absolute omvang van de totale Haagse bijstandspopulatie en de zeven groepen daarbinnen afneemt, toont tabel 2 duidelijk dat dit niet geldt voor het aandeel dat de verschillende groepen daarin hebben. Waar het aandeel van de beter bemiddelbare groepen in de loop van de tijd

n

Ontwikkeling

steeds verder daalt, groeit het aandeel van de groepen bijstandsgerechtigden met een (nog) grote afstand tot de arbeidsmarkt. Behoorde in 2015 nog

Figuur 5. Ontwikkeling moeilijk/niet en makkelijk(er) bemiddelbare groepen in de bijstand

22,6 procent tot de groep moeders zonder recent arbeidsverleden (cluster

Aandeel moeilijk/niet en makkelijk(er) bemiddelbaar 2015-2022 (percentages)

6), in 2022 was dit een kwart. Ook het aandeel langdurig bijstandsgerech-

100,0

tigden (cluster 7) nam tussen 2015 en 2022 toe: van 18,4 procent naar 22,6

80,0

procent. Alleen cluster 3 — de alleenstaande mannen zonder recent

31,8

26,1

24,3

68,3

73,9

75,8

2015

2018

60,0

arbeidsverleden — lijkt iets te profiteren van de aantrekkende economie

40,0

vanaf 2018. Hun aandeel daalt vanaf 2018.

20,0 0,0

Figuur 5 laat duidelijk zien dat de doelgroep altijd lastig is geweest, maar

Moeilijk(er)/niet bemiddelbaar

dat het aandeel bijstandsgerechtigden met een grote en soms zelfs onover-

16

2022 Makkelijk(er) bemiddelbaar

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

Tabel 3. Instroom in de bijstand in de clusters 2018-2022 (absolute aantallen en percentages 2018

2022

2018

2022

Cluster 1

1.740

1.730

16,2%

14,1%

Cluster 2

1.960

1.830

18,2%

14,9%

Cluster 3

3.090

3.250

28,7%

26,5%

Cluster 4

650

660

6,0%

5,4%

Cluster 5

550

760

5,1%

6,2%

Cluster 6

2.400

3.330

22,3%

27,1%

Het aandeel van de wat kansrijkere groepen neemt sinds 2015 af doordat juist de mensen uit deze clusters uit de bijstand in Den Haag zijn gestroomd (zie figuur 6), terwijl in dezelfde periode de nieuwe instroom van deze groepen afnam (zie tabel 3). Zowel in absolute aantallen als procentueel daalt de instroom van heniets, terwijl deze van de lastiger bemiddelbare bijstandsgebruikers juist (soms licht) stijgt. In 2022 bedraagt de instroom

Cluster 7

van de moeilijkere doelgroepen 66 procent van de totale instroom; in 2018

Totaal

360

710

3,3%

5,8%

10. 750

12. 270

100, 0%

100, 0%

ontwikkeling

ontwikkeling

abs oluut

aandeel

was dat nog 60 procent. Die groei komt vooral door de groeiende instroom

Uitstroom en bijstand elders

van (alleenstaande) moeders met een migratieachtergrond (cluster 6).

Niet iedereen die uit de bijstand in Den Haag stroomde, stroomde ook Figuur 6a. Percentage van de populatie 2015 die niet meer in de bijstand in Den Haag zit in

daadwerkelijk uit de bijstand. In 2018 bleek de helft van de bijstandsgerech-

2018 en in 2022

tigden die in 2015 tot het eerste cluster behoorde, uitgestroomd (figuur 6). In 2022 steeg dit tot 66 procent. Uit onderzoek is bekend dat de meeste uitstroom plaatsvindt in de eerste periode van de bijstand (De Hek et al.

UItstroom per cluster 76%

80% 70% 60% 50% 40%

66% 50%

62%

2022). Dit geldt ook voor de meerderheid van de kansrijkere clusters 1, 2 en

67% 55%

48%

38%

4. De meesten van hen stroomden in de periode 2015-2018 uit, en een klein 47% 32%

30%

45%

49%

56%

deel in de periode 2018-2022. Opnieuw is te zien dat cluster 3 — alleenstaande mannen zonder recent arbeidsverleden — lijkt te profiteren van de

38% 28%

verbeterde arbeidsmarkt en/of heeft meer tijd nodig om dat werk te vinden.

24%

Ondanks hun slechtere uitgangspositie blijkt 55 procent in de zeven jaar na

20%

2015 uit de bijstand in Den Haag te zijn. De meerderheid van de andere

10% 0%

Hagenaars die in 2015 tot de minder kansrijke groepen op de arbeidsmarkt Cluster 1 Cluster 2 Cluster 3 Cluster 4 Cluster 5 Cluster 6 Cluster 7 2018

behoorden doet in 2022 nog steeds een beroep op de bijstand in Den Haag.

Totale uitstroom

2022

17

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

Een groep mannen, die wat (multi)problematiek vergelijkbaar is met de

Figuur 6b. Percentage van de populatie 2015 dat elders bijstand heeft in 2018 en in 2022 6

mensen uit cluster 5, bleek herhaald in- en uit te stromen deels (tijdelijk) naar werk, maar nog vaker om andere redenen, zoals detentie. Dat bijna de

In de bijstand elders 16% 14% 12%

10%

10% 8%

helft van deze groep verdachte was, is een indicatie voor een detentieverle-

15%

7%

Haagse bijstand maar van bijstand afhankelijk bleef op een andere plek in

12% 12%

12%

Nederland. Hoewel dit voorkomt bij alle clusters toont de figuur duidelijk

7%

6%

den. In figuur 6b zien we het percentage mensen dat uitstroomde uit de

8%

7% 7%

5% 5%

8%

dat dit vooral geldt voor de groepen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt (3, 5 en 7) met uitzondering van cluster 6.

5%

4%

VAN CLUSTER NAAR CLUSTER 2015-2022

2% 0%

Hoe vergaat het de bijstandsgerechtigden uit 2015 in het jaar 2022? In cluster 1

cluster2

cluster 3

cluster 4

2018

cluster 5

cluster 6

welke clusters vinden wij hen in 2022 terug? Bijstandsgerechtigden

cluster 7

stromen vanuit bijna alle clusters naar vrijwel alle andere clusters (zie

2022

figuur 7). De meeste mensen behouden hetzelfde clusterlidmaatschap of stromen uit de bijstand. Hoe dikker de stroom, hoe meer mensen uit het Hoewel de redenen van de uitstroom strikt genomen niet bekend zijn,

betreffende cluster die weg volgen. In veel gevallen gaat het dus om vrij

lieten eerdere onderzoeken in Den Haag (o.a. Nas en van der Vet 2013a,

kleine aantallen die in de onderzoeksperiode van cluster veranderen. Zo zijn

2013b, Nas 2017, etc.) al zien dat er grote verschillen zijn in de uitstroomre-

70 mensen die oorspronkelijk in cluster 7 vielen, in 2022 bij cluster 6

denen tussen clusters bijstandsgerechtigden. In die onderzoeken vonden de

ingedeeld en 80 zelfstandigen uit 2015 met wie hetzelfde gebeurde. De

relatief kansrijkere groepen in meerderheid (uiteindelijk) werk. De minder

meerderheid van de mensen die een beroep blijven doen op de bijstand,

kansrijke groepen — vergelijkbaar met bijvoorbeeld cluster 3 — vonden dat

behouden in 2022 het lidmaatschap van de groep waar zij in 2015 inge-

ook, maar deden dat wel minder vaak. Zij emigreerden, verhuisden of

deeld waren. Zoals we al in tabel 3 zagen, bestond de nieuwe instroom in de

bleken recht op een andere uitkering, i.v.m. bijvoorbeeld arbeidsongeschikt-

bijstand in de periode 2016-2022 grotendeels uit Hagenaars uit de minder

heid, te hebben. De minst kansrijke groepen uit die onderzoeken, bestonden

goed bemiddelbare groepen 3 (3.250) personen) en 6 (3.330 personen) en in

toen al grotendeels uit (alleenstaande) vrouwen van wie, op basis van

veel mindere mate uit de beter bemiddelbare clusters 1 (1.730 mensen) en

dossieronderzoek, was vastgesteld dat zij vooral na relatiebreuken veelal

2 (1.830 mensen). In absolute aantallen zien we dan ook de uitstroom in de

met kinderen de bijstand instroomden. Deze vrouwen stroomden vrijwel

periode 2016-2022 vanuit de grootste clusters plaatsvindt, maar verhou-

nooit uit en als zij dat al deden was dat om andere reden dan werk: ze

dingsgewijs veelal uit cluster 1, 2, 4 en 3. Bovendien zien we dat er mensen

bereikten o.a. de AOW-leeftijd, verhuisden, vonden een partner met

uit de bijstand in Den Haag stromen, maar vervolgens elders in Nederland

voldoende inkomen of ontvingen bijstand elders.

afhankelijk blijven van deze uitkering.

6 In figuur 6a zijn zowel mensen die helemaal geen bijstand meer ontvangen als mensen die bijstand buiten Den Haag ontvangen tot de uitstroom gerekend. In Figuur 6b is alleen het percentage te zien dat bijstand elders ontvangt.

18

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

In figuur 8a t/m figuur 8g zijn de stromen per cluster uitgelicht. De linker

Ook de mensen uit de tweede groep — de alleenstaanden met een recent

grafiek geeft steeds weer waar mensen uit het betreffende cluster in 2015

arbeidsverleden — stroomden grotendeels uit of blijven dan wel worden

in 2022 terechtkwamen en de rechter grafiek waar de mensen in dat cluster

opnieuw in dezelfde groep ingedeeld (figuur 8b). Met 16 procent van deze

in 2022 in 2015 waren ingedeeld. Zo is te zien dat de meeste mensen die in

bijstandsgebruikers gaat het tussen 2015 en 2022 slechter. In 2022 zijn zij

2015 ingedeeld waren in cluster 1 — de jonge (alleenstaande) moeders met

meer op de groepen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt gaan

recente werkervaring — veelal uitstroomden dan wel in hetzelfde cluster

lijken. 8 procent hoort in dat jaar bij cluster 3, waarschijnlijk omdat hun

bleven of weer terechtkwamen nadat zij tussentijds waren uitgestroomd.

werkervaring in de loop van de 7 jaar minder actueel werd. Cluster 2

Voor 1 op de 10 bleek de aanvankelijk gunstige uitgangspositie onvoldoen-

bestaat in 2022 voor 70 procent uit een nieuwe generatie bijstandsgebrui-

de: zij kregen in de periode tussen 2015 en 2022 te maken met dezelfde

kers (n=1.830). We vinden bovendien kleine aantallen mensen in deze

combinatie van belemmeringen als de bijstandsgerechtigden uit de andere

groep, wiens een uitgangspositie blijkbaar wat verbeterde: zij behoorden

clusters: zo kwamen 200 moeders in clusters 7 terecht en 90 in de GGZ-

eerder tot groepen met een minder goede bemiddelbaarheid.

groep.

Een kwart van de alleenstaande mannen zonder recent arbeidsverleden uit het derde cluster lukt het niet om (blijvend) uit te stromen en blijft tot hetzelfde cluster behoren (figuur 8c). 18 procent krijgt een (nog) grotere

Figuur 7. Veranderingen van cluster in de periode 2015-2022 (aantallen)

7

afstand tot wde arbeidsmarkt. De meeste van hen gaan tot de groep langdurig bijstandsgerechtigden met gezondheidsproblematiek horen. Hun persoonlijke situatie verslechterde blijkbaar zodat zij meer met deze mensen uit cluster 7 gemeen kregen. In 2022 bestond cluster 3 voor meer dan de helft uit bijstandsgerechtigden die na 2015 (deels weer) nieuw zijn ingestroomd en voor een kwart uit dezelfde bijstandsgerechtigden. 1 op de 10 behoorde eerder tot de eerste twee kansrijkere clusters. Het lukte hen niet om (blijvend) uit te stromen, waardoor waarschijnlijk vooral de werkervaring aan actualiteit inboette. Na zeven jaar hebben de meeste zelfstandigen geen bijstand meer nodig. 1 op de 3 lukt dat niet en zijn in 2022 terug te vinden in alle andere maar toch vooral de clusters met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Zo vinden we 9 procent van deze voormalig zelfstandigen terug bij de langdurige bijstandsgerechtigden en 7 procent in respectievelijk cluster 3 en 6. In 2022 bestaat de groep zelfstandigen vooral uit mensen die in 2015 nog niet bekend waren.

7 https://flourish-user-preview.com/19225108/FCP7nCVKn5IXbI3We9jLiOOD1Wm7QLHLLpsFCGHZhW6kxN76jt974cesFs_WjtWi/ Deze link geeft toegang tot het hele diagram en maakt het mogelijk zelf de verschillende stromen te selecteren en te volgen.

19

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

Figuur 8a. Verandering van cluster door en de oorsprong van cluster 1 uitgelicht in de periode 2015-2022

Figuur 8b. Verandering van cluster door en de oorsprong van cluster 2 uitgelicht in de periode 2015-2022

20

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

Figuur 8c. Verandering van cluster door en de oorsprong van cluster 3 uitgelicht in de periode 2015-2022

Figuur 8d. Verandering van cluster door en de oorsprong van cluster 4 uitgelicht in de periode 2015-2022

21

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

Figuur 8e. Verandering van cluster door en de oorsprong van cluster 5 uitgelicht in de periode 2015-2022

22

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

Figuur 8f en 8g. Veranderingen en oorsprong van cluster 6 en 7 per cluster uitgelicht in de periode 2015-2022

23

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

Van de GGZ-groep blijft de meerderheid in de bijstand en voor hen blijft de

De moeders uit cluster 6 kregen vaker een (vooral participatie) traject

situatie in de loop van de jaren op zijn best gelijk (20 procent) of deze

aangeboden.9 De meest kansrijke cluster 1 en 2 volgden het vaakst een

verslechterde: zo vinden we 16 procent van deze mensen in 2022 terug in

re-integratie traject, terwijl dit voor een derde van de alleenstaande

het cluster langdurig bijstandsgerechtigden met gezondheidsproblemen.

mannen uit cluster 3 geldt, van wie op termijn toch de meerderheid

Met 13 procent lijkt het iets beter te gaan: zij komen vooral in cluster 3, in

uitstroomde, zoals we eerder zagen.

groep 1 en heel soms zelfs in cluster 2 terecht. Omgekeerd gebeurde dit ook: zo was 11 procent van de bijstandsgebruikers in dit cluster afkomstig uit de

Kijken we alleen naar de mensen met (ongeacht welk) traject dan blijkt dat

cluster 3, 7 en 1.

de kans om met een traject uit te stromen niet alleen met de tijd toeneemt, er zijn grote verschillen tussen de clusters (zie figuur 10). Waar in 2022

Voor de laatste 2 clusters geldt dat er relatief weinig beweging is naar

meer dan de helft van de clusters 1, 2 en 4 na het volgen van een traject

andere clusters. Buiten de minderheden die uitstromen, blijven de meeste

uitstroomde, geldt dit in veel mindere mate voor de clusters met (nog)

van deze bijstandsgerechtigden na zev en jaar nog steeds tot dezelfde groep

minder perspectief op de arbeidsmarkt. Zo stroomt net iets meer dan de

behoren en van de bijstand afhankelijk. Als zij al van cluster veranderen is

helft van de alleenstaande mannen uit groep 3 in de 7 jaren na het volgen

dit zelden naar een met een betere uitgangspositie. Waar cluster 6 in 2022

van een traject uit de bijstand. De groep langdurig bijstandsgerechtigden

vooral bestaat uit vrouwen die in 2015 al in deze groep zaten en nieuw

(cluster 7) die het minst vaak een traject volgt, stroomt veel minder vaak uit

instromende bijstandsgerechtigden, zijn er in 2022 grotere aantallen

na zo’n traject. Voor een deel zal dit liggen aan het feit dat zij vooral

bijstandsgerechtigden uit de andere clusters tot d t dat om 43 procent van

participatietrajecten volgden, die niet gericht zijn op uitstroom. Datzelfde

de langdurig bijstandsgerechtigden in 2022.

geldt waarschijnlijk voor de vrouwen uit cluster 6.

Dienstverlening: Re-integratie

Figuur 9. Gevolgde re-integratietraject in de periode 2015-2022, populatie 2015 (percentages)

Het SCP liet al zien dat de bijstandsgerechtigden met de meeste problemen

Trajecten 2015-2022

de minste ondersteuning kregen vanuit de Participatiewet (Van Echteld et

100%

al. 2019, 2023). Wat re-integratie betreft lijkt dit ook voor Den Haag te

90% 80%

kloppen (zie figuur 9). Omdat de SRG niet goed vergelijkbaar is voor de hele

70%

onderzoeksperiode, worden in figuur 9 de bijstandsgerechtigden die zowel

60%

een participatie als re-integratietraject volgden samengenomen, terwijl die

12

40

19 26

13

52

50% 40%

met één re-integratietraject of zonder traject aparte categorieën vormen.8

30%

Het cluster met de grootste afstand kreeg de minste ondersteuning: ruim

20%

een derde kreeg helemaal geen traject en 57 procent (hoogst waarschijnlijk

10% 0%

hooguit) een participatietraject.

39

19

60

13 35

60

19

50 57

48

55 35

38 20

32

27 8

Cluster 1 Cluster 2 Cluster 3 Cluster 4 Cluster 5 Cluster 6 Cluster 7 re-integratie

8 Den Haag heeft lange tijd veel participatievoorzieningen als re-integratie aangemerkt. Hierdoor lijkt het

23

combinatie

Totaal

geen traject

9 Dit zijn hoogstwaarschijnlijk vooral Participatietrajecten aangezien deze vrouwen grote gezinnen

of Den Haag aan een veel grotere groep re-integratie aanbiedt dan in werkelijkheid het geval was.

hebben, waardoor kinderopvang vaak niet te regelen is en hierdoor re-integratie lastig te regelen is.

24

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

Gebruik van de Wmo

Figuur 10. Traject en uitstroom uit de bijstand in Den Haag per cluster in de periode 2015-2022 (percentages)10

De Wmo werd in 2015 uitgebreid met een aantal onderdelen uit de oude AWBZ. Daarom wordt hier alleen naar het gebruik van de Wmo door de bijstandspopulaties uit 2018 en 2022 gekeken (zie figuur 11). In de figuur

Uitstroom met traject 2015-2022 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

52

48

37

41

28 63

63

59

48

58

73 37

52

wordt het eerdere beeld van de clusters bevestigd. De bijstandsgerechtig-

38 67

59

75

58

76

59

63

men en doen het grootste beroep op de Wmo. Figuur 11. Gebruik van de Wmo per cluster in de periode 2018-2022 (percentages)11

62 42

den uit de clusters 5 en 7 hebben de meeste fysieke en psychische proble-

48

33

41

25

42

24

41

37

52

Gebruik van Wmo (percentages) 30

2018 2022 2018 2022 2018 2022 2018 2022 2018 2022 2018 2022 2018 2022 2018 2022 cluster 1

cluster 2

cluster 3

cluster 4

2015-2018 uitgestroomd

cluster 5

cluster 6

cluster 7

totaal

25

2015-2018 bijstand

28 27

25 22

20 15

Ook tussen de groepen goed bemiddelbare bijstandsgerechtigden zijn

11 12

10

verschillen te zien. Nog niet de helft van de (alleenstaande) moeders met

5

werkervaring (cluster 1) die een traject volgden is in drie jaar (peildatum

0

2018) uitgestroomd. Zeven jaar later was dit percentage gestegen naar 63 procent. Hoewel de duur van en het soort traject niet weten, lijkt dit erop te

4

5

3

4

6

7

6

6

Cluster 1 Cluster 2 Cluster 3 Cluster 4 Cluster 5 Cluster 6 Cluster 7 populatie 2018

duiden dat deze goede bemiddelbare bijstandsgebruikers zelfs met een

6

4

Totaal

populatie 2022

traject iets langere tijd nodig hebben om uit te stromen dan de meest kansrijke groep 2. De alleenstaanden uit dat laatste cluster die een traject kregen stromen in meerderheid in de eerste drie jaar uit.

10

Het CBS heeft twee verschillende definities van uitstroom gehanteerd waarvan een niet spoort met die

de gemeente Den Haag gebruikt. I.p.v. te kijken of de populatie uit 2015 wel of niet tot de Haagse

11

bijstandspopulatie horen in 2018 en 2022, zijn voor de re-integratietrajecten en de uitstroom de mensen

In de maatwerktabel van het CBS zijn verschillende definities van uitstroom gehanteerd waarvan een

eigenlijk onbruikbaar is voor Den Haag. I.p.v. te kijken of de populatie uit 2015 wel of niet tot de

die op de peildata 2018 en 2022 elders bijstand hebben, niet meegenomen als uitstroom uit de bijstand,

bijstandspopulatie horen in 2018 en 2022, zijn voor de re-integratietrajecten en de uitstroom de mensen

maar bij de groep die nog in de bijstand zit. Er worden dus minder mensen tot de uitstroom uit Haagse

die op de peildata 2018 en 2022 niet meer in Den Haag wonen, niet meegenomen als uitstroom, maar

bijstand gerekend dan de gemeente zou doen. Om dit te corrigeren is voor de mensen die verhuisden

opgeteld bij de mensen die nog in de bijstand zitten. Er zijn dus volgens die tabel minder mensen uit de

aangenomen dat zij een traject kregen en zijn zij bij de uitstroom met traject gerekend. In werkelijkheid

bijstand dan daadwerkelijk het geval is. Om dit te corrigeren is voor de mensen die verhuisden

weten we niet zeker of zij ook daadwerkelijk een traject kregen.

aangenomen dat zij een traject kregen en zijn zij bij de uitstroom met traject gerekend. In werkelijkheid weten we niet zeker of zij ook daadwerkelijk een traject kregen.

25

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

BIJLAGE CLUSTERANALYSE De populatie van de analyse bestaat uit alle personen die respectievelijk op 1 januari 2015, 1 januari 2018, 1 januari 2022 in de gemeente Den Haag woonden en ergens in peiljaar gebruikmaakten van de bijstand. Dit zijn alle Hagenaars die een uitkering ontvingen in het kader van de Participatiewet (voorheen WWB), IOAW, IOAZ en Bbz. De AIO blijft buiten beschouwing en daarmee is de onderzoekspopulatie verder beperkt tot personen die op de peildata de AOW-leeftijd nog niet hadden bereikt.

Clusteranalyse in het kort Bij een clusteranalyse zijn de groepen en het aantal groepen vooraf niet bekend. Het belangrijkste streven is om zoveel mogelijk gelijkenis binnen een groep te creëren en zoveel mogelijk verschil tussen de groepen. Net als bij veel andere multivariate analyses draait het ook bij een clusteranalyse om de gegeven set kenmerken. In dit geval zijn dat de kenmerken van de bijstandsgebruikers. De set van kenmerken wordt gebruikt om de verschillen tussen bijstandsgebruikers te beschrijven. De keuze van de kenmerken heeft invloed op het uiteindelijke resultaat. De clusteranalyse is uitgevoerd met de clustermethode ‹KAMILA› (KAy-means algorithm for MIxed LArge data). In deze methode wordt eerst de afstand tussen punten op basis van de verschillende variabelen bepaald. Hierbij wordt een balans gehouden tussen categorische en numerieke variabelen. Vervolgens worden de punten die het dichtst bij elkaar liggen, en dus het meest op elkaar lijken, samengevoegd (zie onderstaande figuur). De gebruiker kan zelf een aantal

Het clustermodel van 2015 is vervolgens op de bijstandspopulatie (met

clusters kiezen, of het algoritme van de clusteranalyse automatisch een

bijbehorende achtergrondkenmerken) van peiljaar 2018 en peiljaar 2022

aantal clusters laten maken. In het huidige onderzoek is gekozen voor het

gelegd.

automatische aantal clusters, wat in dit geval gelijk was aan zeven. Bijbehorende gemiddelde prediction strength voor dit aantal clusters was 0.53 (voor meer informatie zie https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2024/24/ clusteranalyse-bijstandsgebruikers-den-haag-2015-2018-en-2022)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16017631/1