RIS322877 Bijlage Onderzoek De inschatting van de kansen op werk van nieuwe bijstandsgerechtigden in Den Haag
Tekst van het document
weinig effectief en kunnen het vertrouwen van de bijstandsgerechtigde in
met jonge kinderen met subjectieve psychische problemen, en ongemoti-
de overheid ondermijnen (Van Echtelt et al. 2024). Het is belangrijk om deze
veerde moeders en alleenstaande mannen met multiproblematiek.
gemotiveerde groepen passend te ondersteunen om zo te voorkomen dat zij
Groepen die worden overschat zijn alleenstaande (jonge) mannen met
langdurig afhankelijk blijven van de bijstand.
(dreigende) multiproblematiek en oudere alleenstaanden met weinig kans op werk, met sterke arbeidsmotivatie. Kijk bij alleenstaande moeders met (recente) werkervaring en een goede uitgangspositie naar wat er wél mogelijk is, zelfs als er sprake van (subjectieve) psychische problematiek. Dit geldt eveneens voor bijstandsgerechtigden met multiproblematiek met een even goede uitgangspositie en recente werkervaring. Beide groepen bijstandsgerechtigden vinden vanuit Participatie uiteindelijk toch werk. Het is op basis van dit onderzoek lastig te zeggen of er na verloop van tijd rust en ruimte ontstond om aan het werk te gaan of dat deze mensen meer gebaat waren geweest bij een eerdere en snellere ondersteuning. Eerder onderzoek gaf al aan dat dit van persoon tot persoon verschilt. Des te belangrijker is het om juist bij deze groepen vinger aan de pols te houden en hen vaker te spreken. Groepen die worden overschat zijn gemotiveerd om aan het werk te gaan, maar hebben (dreigende) problemen op meerdere leefgebieden en een slechte uitgangspositie. Het tonen van een hoge motivatie om werk en te vinden is reden hen door te verwijzen naar DHW. Toch lukt het een aanzienlijk deel niet om werk te vinden (of te houden). Het is op basis van deze data moeilijk verder te specificeren wat de redenen zijn waarom hen dit
42
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
43
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
LITERATUUR • Berkhout, B. Van Eldik, I., Heekelaar. M., Verbeek, W., Schenderling, P., Van
• Van der Vet, O en M. Nas (2012). Terug van weggeweest. Draaideurklanten
der Staaij, M. en Tsjoe Ny, K. (2022). De Haagse re-integratieaanpak 2018-
en herhaalde instroom nader bekeken. Den Haag: Gemeente Den Haag.
2020 onderzocht. Utrecht: Adviesbureau Berenschot.
• Van Echtelt, P., Sadiraj, S., Hoff, S. Muns, S., Karpinska, K, Das, D en
• Bos, M. en Otte, K. (2023). Aan het werk vanuit de afdeling Participatie.
Versantvoort, M (2019). Eindevaluatie van de Participatiewet. Den Haag:
Verkennend onderzoek naar factoren die bijdragen aan het vinden van
SCP.
werk vanuit de afdeling Participatie. Den Haag: Gemeente Den Haag.
• Van Echtelt. P., Eggink E. en Sadiraj K. (2023). Een brede blik op bijstand.
• Blonk, R. (2018). We zijn nog maar net begonnen. Rede uitgesproken bij
Den Haag: SCP.
de openbare aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar in de
• Van Echtelt, P., Dinmohamed, S., Eggink, E. en Schyns, P. (2024). Vertrouwen
Arbeidsdeskundigheid en Inclusieve Innovatie van Arbeid. Tilburg: Tilburg
in de bijstand. Een kwalitatieve studie naar de ondersteuning aan
University.
bijstandsgerechtigden die (nog) niet betaald kunnen werken. Den Haag:
• CBS (2023). Bijstandsmonitor Den Haag. https://dashboards.cbs.nl/v3/
SCP.
Bijstandsmonitor_Den_Haag/ • CBS (2024). Clusteranalyse bijstandsgebruikers Den Haag, 2015, 2018 en 2022. https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2024/24/clusteranalyse-bijstandsgebruikers-den-haag-2015-201 8-en-2022 • Gemeente Den Haag (2022). Eindrapport Werkoffensief +500. RIS311554. • Nas, M. en O. van der Vet (2013). Klantgroepen in de WWB. Den Haag: Gemeente Den Haag. • Nas, M. en O. van der Vet (2013). Klantgroepen binnen de doelgroep participatie. Den Haag: Gemeente Den Haag. • Nas, M. (2015). Klantstromen participatie. Den Haag: Gemeente Den Haag. • Nas, M. (2017). Quickscan alleenstaande ouders met bijstand. Den Haag: Gemeente Den Haag. • Nas, M. (2024). De veranderende doelgroep in beeld. Den Haag: Gemeente Den Haag. • Schuring, M., Burdorf, A., Stam, M., Knoef, M., Kersing, M., Van Zoonen, L. en Bos, M. (2023). Re-integratie in BOLD Cities II. Den Haag, Rotterdam, Amsterdam: Centre for BOLD Cities.
44
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
BIJLAGE 1: VERANTWOORDING
Om tot één gecombineerd bestand te komen dat klaar is voor analyse zijn
DATABEWERKING VOOR ANALYSE
van Socratesnummer. Het gecombineerde bestand laat per persoon (BSN)
het uitkeringenbestand en het routebestand aan elkaar gekoppeld op basis de in- en uitstroommomenten in en uit de uitkering plus de doorlopen
Voor dit onderzoek zijn via de afdeling Dienstverlening en Kwaliteit een
routes chronologisch zien. Na koppelen zijn er in totaal 23.614 personen
uitkeringenbestand en een routebestand opgevraagd. Het ruwe uitkerin-
met uitkering- én routegegevens. Dit zijn er flink minder dan het aantal
genbestand bestaat uit alle personen die op enig moment instroomden in
personen in het routebestand vóór koppelen, maar dit komt door het
de bijstand in de periode 2016-2023; dit is door de onderzoekers terugge-
excluderen van routes van personen die in de uitkering instroomden vóór
bracht naar een bestand met personen die op enig moment instroomden in
1-1-2016, alsook het excluderen van niet-uitkeringsgerechtigden (NUGgers).
2016-2020 met gegevens over deze personen tot en met december 2023.
620 personen met uitkering hebben geen routegegevens, maar blijven wel
Het uitkeringenbestand bevat, naast in- en uitstroommomenten en reden
behouden in het bestand van in totaal 24.234 cases. Van deze 620 personen
van in- en uitstroom, basale persoonsgegevens als geboortedatum, geslacht
zonder routegegevens zien we dat het merendeel relatief kort in de
en geboorteland, gegevens over partner, aantal en leeftijd kinderen,
uitkering heeft gezeten.
woonadres (als indicatie voor dak- en thuisloosheid), gezinssamenstelling, inkomen uit of in verband met werk en of men vóór 2016 op enig moment
PPS (Persoons Profiel Scan)
een bijstandsuitkering heeft gehad. Om te checken of het bestand compleet
Bij PPS-ontwikkelaar NOA zijn PPS-bestanden opgevraagd van de periode
is zijn de instroommomenten uit het bestand per jaar en maand inzichtelijk
21/4/2021 – 31/12/2023 als aanvulling op een eerder geleverd PPS-bestand
gemaakt en zijn deze aantallen gelegd naast de factsheets W&I over
van 1/7/2016 – 21/4/2021. De nieuwe bestanden zijn geleverd in twee
2016-2020. Uiteindelijk blijft een uitkeringenbestand over van 24.234
bestanden met verschillende formats (Op Weg en niet-Op Weg). Omdat
personen die op enig moment een of meerdere keren in de uitkering
beide geleverde bestanden in format sterk verschillen van het eerder
instroomden in de periode 2016-2020.
geleverde bestand is besloten het eerder geleverde bestand aan het uitkeringen/route-bestand te koppelen, ook omdat de periode van instroom
Het ruwe routebestand bestaat uit op persoonsniveau alle routes die
in de uitkering zich richt op 2016-2020 en de meest interessante PPS-gege-
bijstandsgerechtigden op enig moment volgden in de periode 1-1-2016 t/m
vens zich dus bevinden in dit bestand. Om tot één compleet PPS-bestand te
31-12-2023. Na ontdubbelen van met name foutief ingevoerde routes en
komen, is aan het oude bestand 2016-2020 een extra bestand gekoppeld
herstructureren op persoonsniveau bevat het routebestand 50.790 perso-
met cases uit 2016. Managementrapportages van PPS geven namelijk aan
nen met routes die op enig moment in 2016-2023 zijn gestopt, en 25.093
dat er over januari t/m juni 2016 ook al tests zijn afgenomen onder nieuwe
cases met routes die nog actief zijn per 31 december 2024. De routes ‘DHW’,
instroom in de uitkering en dit zien we inderdaad terug in dit bestand.
‘DHW Begeleiding na plaatsing’, ‘Direct aan het Werk’ en ‘Focus op Werk’
Het PPS-bestand is uiteindelijk 19.224 cases. Om te kunnen koppelen aan
worden gelabeld als Werk, de routes ‘Participatie Activering’, ‘Participatie in
het uitkeringen-/route-bestand zijn voor 17.237 cases BSN’s gekoppeld.
Beweging’, ‘Participatie Max. Haalbaar’, ‘Participatie Monitoring’, ‘Participa-
Voor 1.987 cases in het PPS-bestand is er echter geen BSN beschikbaar,
tie Niet Actief’ en ‘Support’ worden gelabeld als Participatie.
waardoor deze niet gekoppeld kunnen worden aan het uitkeringen-/
45
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
routebestand. Hiervan zijn 464 cases testruns uit 2015, en 196 testruns uit
derd. Het gaat om 562 cases die deze bewerking hebben. Hierdoor is voor 49
de eerste helft van 2016. Om te kijken of met de overgebleven 1.327
cases het eerste instroommoment buiten de periode 2016-2020 geworden;
missende cases een selectieve groep uit de analyse wordt weggelaten is
deze cases zijn uit het bestand verwijderd. Indien er bij in- en uitstroommo-
gekeken of deze groep significant verschilt van de groep mét BSN die wel
menten sprake is van 30 dagen of korter tussen de uitkeringsperiodes, zijn
wordt meegenomen in de analyse. De groep waarvan BSN mist heeft iets
deze momenten gecombineerd door de begindatum van het eerste in-
vaker een bemiddelbaarheidsscore A ‘Direct naar werk’ ten opzichte van de
stroommoment te nemen en de einddatum van het daaropvolgende
groep die wel wordt meegenomen in de analyse. Het gaat echter om een
instroommoment. Dit wordt dan beschouwd als één uitkeringsperiode.
relatief klein procentueel verschil met slechts een zwakke samenhang,
Hiermee worden zeer korte periodes tussen uitkeringen (minder dan een
waardoor kan worden aangenomen dat de missende groep wat betreft
maand) buiten beschouwing gelaten. Het gaat om 330 cases die deze
bemiddelbaarheid niet structureel afwijkt. Op opleiding, geslacht en
bewerking hebben. Er is ook gekeken naar in- en uitstroomdata van de
leeftijd is geen (significant) verschil te zien. Het zwaartepunt van de PPS’en
routes; indien routedata vóór de PPS-testdatum liggen, zijn deze uit het
met missende BSN’s ligt in 2015-2016 en 2020-2021.
bestand verwijderd. Zo kunnen we een beeld krijgen van de routering ná PPS. Een variabele is bewaard waaraan gezien kan worden of er uitkerings-
In dit PPS-bestand zijn 1.463 personen die meerdere keren de PPS hebben
periodes en/of routes voor testdatum zijn verwijderd, en of het in het geval
ingevuld. Hierin is per persoon een selectie gemaakt van de als eerst
van routes gaat om routes Werk, Participatie of een combinatie van Werk en
ingevulde én volledige PPS. Het bestand dat overblijft is vervolgens op basis
Participatie. Wanneer in de analyse een selectie wordt gedaan op wel of
van BSN gekoppeld aan het uitkeringen-/routebestand. In het gekoppelde
geen PPS, wordt rekening gehouden met een periode van 6 maanden vóór
bestand blijven 11.805 cases over met gegevens over uitkering/route én
of 12 maanden na het eerste instroommoment. In het uiteindelijke
PPS; dit is ongeveer de helft van alle cases in het uitkeringen-/routebestand.
gecombineerde bestand zitten 24.165 personen. Hiervan hebben 23.337
Dit is een overeenkomstig percentage personen met PPS dat is gevonden in
personen zowel uitkering- als routegegevens, en 828 cases alleen gegevens
eerder onderzoek over dezelfde periode (Schuring et al 2023).
met betrekking tot de uitkeringsperiodes. Voor de inschattingen in hoofdstuk 2 is gekeken naar bijstandsgerechtigden die ofwel zijn uitgestroomd
Gecombineerd bestand
naar werk, ofwel nog in de bijstand zitten (uitstroom elders is buiten
Het gecombineerde bestand is vervolgens geschoond (niet nodige variabe-
beschouwing gelaten). Dit zijn in totaal 13.669 personen.
len verwijderen, variabelen die in het bestand vaker voorkomen in verband met herstructureren indien logisch vatten in één variabele (dit geldt
De studiepopulatie voor de clusteranalyse bestaat uit bijstandsgerechtig-
bijvoorbeeld voor de geboortedata van de verschillende kinderen)). Ook zijn
den die tussen 2016 en 2020 instroomden in de bijstand én in de 6 maan-
de cases met ‘technische’ redenen van uitstroom uit de uitkering verwij-
den vóór of 12 maanden na het eerste instroommoment een PPS hebben
derd (19 personen).
ingevuld. Dit zijn 10.980 personen waarvan 189 personen geen routegegevens hebben. Deze 189 personen zonder routegegevens zijn in alle gevallen
Indien er sprake is van een ingevulde PPS, is het instroommoment dat het
personen waarvan routegegevens zijn verwijderd die voor de PPS-datum
dichtst bij de testdatum ligt gepakt als eerste instroommoment in de
lagen, zoals hierboven benoemd. De studiepopulatie voor de clusteranalyse
uitkering, en zijn de instroommomenten daarvóór uit het bestand verwij-
bevat dus uiteindelijk 10.791 personen.
46
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
BIJLAGE 2: TABELLEN EN FIGUREN (MET EN ZONDER PPS) Tabel B2.1 Juiste, onder- en overschatting van de kansen van nieuwe bijstandsgebruikers in de periode 2016-2020 (aantallen en percentages); met (l) of zonder (r) PPS.
Nog in bijstand óf uitgestroomd naar werk PPS
Zonder PPS
N
%
Totaal %
N
%
Totaal %
Goed ingeschat
4.291
100
63
4.106
100
60
Werk
3.121
73
1.749
43
Participatie
1.170
27
2.357
57
Onderschat waarvan:
1.161
100
Bij instroom
380
33
779
54
Bij instroom én later in de dienstverlening
466
40
521
36
Later in de dienstverlening
315
27
143
10
1.399
100
Bij instroom
916
66
632
50
Bij instroom én later in de dienstverlening
366
26
325
26
Later in de dienstverlening
117
8
312
25
Overschat, waarvan:
Totaal
6.851
17
20
100
Bron: Socrates en Raak 2016-2023
47
1.443
21
1.269
6.818
19
100
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
Tabel B2.2 Aantal achtergrondkenmerken van juist in- over- en onderschatte groepen (percentages): met PPS
Goed ingeschat
Onderschat
Werk
Participat.
Man
58
38
44
Vrouw
42
62
< 27 jaar
30
27-39 jaar
Overschat
Totaal %
n
53
51
3.524
56
47
49
3.327
14
35
24
27
1.848
39
30
39
37
37
2.555
40-54 jaar
23
38
22
27
26
1.794
> 55 jaar
8
18
4
12
10
654
Alleenstaande
73
56
61
63
66
4.523
Alleenstaande ouder
14
21
23
20
18
1.223
Gehuwd/samenwonend
13
23
16
17
16
1.105
geen kind
79
65
66
70
73
4.982
0-4 jaar
7
8
10
10
8
564
5-12 jaar
9
15
16
12
12
795
13-18 jaar
5
12
9
8
7
510
3.121
1.170
1.161
1.399
100
6.851
Geslacht:
Leeftijd:
Huishoudtype:
Leeftijd jongste kind:
Totale n Bron: Socrates en Raak 2016-2023
48
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
Tabel B2.3 Aantal achtergrondkenmerken van juist in- over- en onderschatte groepen (percentages): zonder PPS
Goed ingeschat
Onderschat
Werk
Participat.
Man
63
54
68
Vrouw
37
46
< 27 jaar
36
27-39 jaar
Overschat
Totaal %
n
60
60
4.108
32
40
40
2.710
10
35
27
25
1.711
38
29
38
36
34
2.334
40-54 jaar
20
42
22
27
29
2.000
> 55 jaar
7
19
5
11
11
773
Alleenstaande
76
56
67
60
65
4.403
Alleenstaande ouder
9
18
15
21
16
1.069
Gehuwd/samenwonend
13
26
18
19
20
1.346
geen kind
84
66
75
67
73
4.976
0-4 jaar
4
6
7
9
6
437
5-12 jaar
7
11
9
14
10
704
13-18 jaar
5
16
9
9
10
701
1.749
2.357
1.443
1.269
100
6.818
Geslacht:
Leeftijd:
Huishoudtype:
Leeftijd jongste kind:
Totale n Bron: Socrates en Raak 2016-2023
49
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
Tabel B2.4 Herhaalde instroom van de juist in-, onder- en overschatte groepen (percentages): met PPS
Goed ingeschat
Onderschat
Werk
Participat.
33
40
32
1 keer
81
87
2 of meer keer
19 3.121
Had bijstand vóór 2016:
Overschat
Totaal %
n
41
36
2.459
83
60
78
5.355
12
17
40
22
1.433
1.170
1.161
1.399
100
6.851
Aantal keren bijstand:
Totale n Bron: Socrates en Raak 2016-2023
Tabel B2.5 Herhaalde instroom van de juist in-, onder- en overschatte groepen (percentages): zonder PPS
Goed ingeschat
Onderschat
Werk
Participat.
24
44
32
1 keer
87
86
2 of meer keer
13 1.749
Had bijstand vóór 2016:
Overschat
Totaal %
n
37
35
2.380
86
68
83
5.648
14
14
32
17
1.170
2.357
1.443
1.269
100
6.818
Aantal keren bijstand:
Totale n Bron: Socrates en Raak 2016-2023
50
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
Figuur B2.1 Uitkeringsduur en parttime werk voor verschillende inschattingen door de dienst (percentages): met PPS
Uitkeringsduur Overschat 6% Goed: Participatie 1% Onderschat Goed: Werk
Inkomsten uit werk
94% 99% 52%
48% 83%
0%
20% < 2 jaar
40%
17% 60%
Overschat Goed: Participatie Onderschat Goed: Werk
8 0% 100%
59% 32%
68% 58% 60%
0%
> 2jaar
41%
20%
42% 40%
40%
parttime werk
6 0%
80% 100%
geen parttime
Bron: Socrates en Raak 2016-2023
Figuur B2.2 Uitkeringsduur en parttime werk voor verschillende inschattingen door de dienst (percentages): zonder PPS
Uitkeringsduur Overschat 5% Goed: Participatie 1% Onderschat Goed: Werk
Inkomsten uit werk
95% 99% 47%
53% 82%
0%
20% < 2 jaar
40%
18% 60%
8 0%
Overschat Goed: Participatie Onderschat Goed: Werk
100%
59% 68% 58% 60%
0%
> 2jaar
20%
parttime werk
Bron: Socrates en Raak 2016-2023
51
41%
32%
42% 40%
40%
6 0%
80% 100%
geen parttime
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
Figuur B2.3 Onder- en overschatting van de kansen van bijstandsgerechtigden voor de totale instroom (verschil in procentpunten)
Over- en onderschatting van mannen en vrouwen per gezinssituatie Onderschat
Overschat
10% 5% 0%
2% 2%
1% 0%
-5%
2% 5%
2%
0%
1% 0% -2% -1%
-2% -3%
-2%
-5%
(V )
) de r zo n
de r
kin d
kin d
(M
(V )
Ge z in
zo n
Ge z in
Ge z in
m et kin d Ge z in
eo ta an d
m et kin d
(M )
(V ) ud er
(M ) ud er Al le en s
ta an d
eo
ta an d Al le en s
Al le en s
Al le en s
ta an d
e(
e(
M
V)
)
-10%
Bron: Socrates, Raak 2016-2023 en PPS 2016-2020
Figuur B2.4 Onder- en overschatting van de kansen van bijstandsgerechtigden met PPS (verschil in procentpunten)
Over- en onderschatting van mannen en vrouwen per gezinssituatie Onderschat
Overschat
10%
5% 1%
0% -3% -5%
-10%
1%
5% 4%
1% -3%
2%
1%
4%
1% -6%
-2%
Alleenstaande Alleenstaande Alleenstaande Alleenstaande Gezin met (M) (V) ouder (M) ouder (V) kind (M)
1%
Gezin met kind (V)
0%
-2%
Gezin zonder Gezin zonder kind (M) kind (V)
Bron: Socrates, Raak 2016-2023 en PPS 2016-2020
52
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
BIJLAGE 3: TABELLEN CLUSTERANALYSE Tabel B3.1 De in de clusteranalyse gebruikte kenmerken per cluster (percentages)
Cluster 1
Cluster 2
Cluster 3
Cluster 4
Cluster 5
Cluster 6
Cluster 7
Totaal
Cramer’s V
man
53
53
39
28
92
88
43
51
0,37
50+ jaar oud
13
12
7
15
7
17
46
18
0,35
kinderen bij instroom
9
37
33
43
12
9
28
26
0,29
partner bij instroom
5
23
12
22
14
9
23
16
0,20
> 2 jaar in de bijstand
6
41
47
62
51
68
76
47
0,47
uitgestroomd naar werk
79
59
51
28
34
23
16
45
0,45
meerdere keren bijstand
16
32
20
12
41
22
15
21
0,21
goede taalbeheersing
96
35
83
56
68
73
41
64
0,47
goede leerbaarheid
70
31
62
37
41
52
20
45
0,36
zoekintentie goed
97
95
94
15
94
55
89
80
0,68
zoekgedrag goed
94
95
84
10
93
44
86
76
0,67
heeft zelfvertrouwen
94
77
66
20
77
19
32
58
0,57
acht kans op werk goed
72
57
34
15
64
8
13
39
0,50
vindt werk belangrijk
88
81
67
27
79
27
44
61
0,48
contact met justitie
13
10
19
18
98
76
14
25
0,60
psychische klachten
16
12
65
66
30
85
42
41
0,52
slecht alg. welbevinden
28
38
83
69
64
93
62
59
0,44
Persoonskenmerken
Uitkering
Leerbaarheid en taal
Motivatie & werkzoekgedrag
Zelfredzaamheid
verslavingsproblemen
2
2
10
9
11
39
4
8
0,38
lichamelijke klachten
16
20
39
57
22
60
58
38
0,37
detentie gehad
1
1
2
2
67
43
1
9
0,66
is niet in balans
29
52
75
80
50
87
76
63
0,41
werkt zorgvuldig
88
82
65
55
82
33
53
67
0,37
1.400
1.476
1.201
802
332
562
1.041
6.814
-
21
22
18
12
5
8
15
100
-
Andere kenmerken
Totaal n %
Bron: Socrates en Raak 2016-2023, PPS 2016-2020
53
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
Tabel B3.2 Overige (achtergrond)kenmerken per cluster (percentages)
Cluster 1
Cluster 2
Cluster 3
Cluster 4
Cluster 5
Cluster 6
Cluster 7
Totaal
Cramer’s V
alleenstaand
87
56
63
49
79
85
61
67
0,23
alleenstaande ouder
7
21
26
29
7
7
16
17
-
gezin
5
23
12
22
14
9
23
16
-
jonger dan 27 jaar
40
27
39
28
39
30
16
31
0,23
27 t/m 34 jaar
30
27
30
25
26
26
15
26
-
35 t/m 49 jaar
17
33
24
32
27
27
23
26
-
50 jaar en ouder
13
12
7
15
7
17
46
18
-
parttime werk
55
64
57
38
57
39
43
57
0,19
startkwalificatie
89
76
80
71
63
59
66
75
0,23
geen kind
91
64
67
57
88
91
72
74
0,17
0-4 jaar
3
12
13
13
4
3
7
8
-
5-12 jaar
3
15
13
19
6
4
12
11
-
13+ jaar
2
10
6
11
2
2
9
7
-
73
56
62
42
59
43
37
54
0,25
financiële problemen
77
78
86
79
92
89
74
81
0,14
problemen met zelfzorg
19
31
44
55
37
65
49
41
0,29
slechte woonsituatie
2
6
6
8
7
8
8
6
0,08
problemen op meerdere leefgebieden
26
33
81
79
80
99
69
61
0,53
nog in bijstand
2
21
22
38
28
43
43
26
0,33
uitgestroomd naar werk
79
59
51
28
34
23
16
45
-
uitgestroomd elders
19
20
27
34
37
35
40
29
-
1.400
1.476
1.201
802
332
562
1.041
6.814
-
21
22
18
12
5
8
15
100
-
Gezinssamenstelling
Leeftijd
Werk en opleiding
Leeftijd kinderen
Werkervaring < 2 jaar geleden werkervaring Zelfredzaamheid
Eindsituatie
Totaal n %
Bron: Socrates en Raak 2016-2023, PPS 2016-2020
54
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
Tabel B3.3 Leeftijd jongste kind per cluster (percentages)
Cluster 1
Cluster 2
Cluster 3
Cluster 4
Cluster 5
Cluster 6
Cluster 7
Totaal
Cramer’s V
0-4 jaar
38
33
40
30
32
32
26
33
0,09
5-12 jaar
39
41
40
45
49
43
42
42
-
13+ jaar
24
26
20
25
18
25
33
25
-
Totaal n
173
721
580
561
77
88
518
2.718
-
6
27
21
21
3
3
19
100
-
Leeftijd kinderen
%
Bron: Socrates en Raak 2016-2023, PPS 2016-2020
Tabel B3.4 Inschatting van de dienst per cluster (percentages)
Cluster 1
Cluster 2
Cluster 3
Cluster 4
Cluster 5
Cluster 6
Cluster 7
Totaal
87
59
45
16
45
10
14
46
Gezinssamenstelling goed ingeschat: Werk goed ingeschat: Part.
0
5
12
42
9
38
34
17
onderschat
11
15
24
25
12
25
12
17
overschat
2
22
19
17
34
27
39
20
A (direct aan het werk)
87
72
44
11
60
4
22
47
B (werk op termijn)
7
10
24
18
16
14
16
15
Bemiddelbaarheid
C (participatie) Totaal n %
6
17
32
70
24
82
62
38
1.400
1.476
1.201
802
332
562
1.041
6.814
21
22
18
12
5
8
15
100
Bron: Socrates en Raak 2016-2023, PPS 2016-2020
55
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
BIJLAGE 4: VERANTWOORDING CLUSTERANALYSE 5. Motivatie en werkzoekgedrag: scoort ondergemiddeld of (boven)gemiddeld op:
Er is gekeken met welke kenmerken het beste onderscheidende en logisch interpreteerbare clusters te vormen zijn. Uiteindelijk zijn de volgende kenmerken gebruikt:
° Belang dat aan werk wordt gehecht ° De inschatting van de kans op het vinden van werk
1. Achtergrondkenmerken: ° Man of vrouw
° Werkzoekgedrag (heeft de afgelopen drie maanden naar werk gezocht)
° Wel of geen partner bij instroom ° Heeft wel of niet in detentie gezeten
° Mate van zelfvertrouwen in eigen vaardigheden en kennis om werk te vinden
° Jonger dan 50 jaar of 50 jaar en ouder ° Wel of geen kinderen bij instroom
° Werkzoekintentie (is van plan om de komende drie maanden werk te zoeken)
2. Uitkering:
6. Persoonlijkheidskenmerken: scoort ondergemiddeld of (boven)gemiddeld op:
° Eén of meerdere keren bijstand in de onderzoeksperiode ° Twee jaar of korter versus langer dan twee jaar in de bijstand
° In balans zijn ° Zorgvuldig werken
3. Taalbeheersing: scoort taalniveau 2F of lager (basisonderwijs/ vmbo/MBO 1 t/m 3) of 3F of hoger (HAVO/MBO-4/VWO)
7. Zelfredzaamheid: heeft een (ernstig) probleem of geen probleem met:
4. Leerbaarheid: scoort ondergemiddeld of (boven)gemiddeld op leerbaarheid
° Psychische gezondheid ° Lichamelijke gezondheid ° Verslaving ° Contact met justitie
° Algeheel welbevinden
8. Uitstroom naar werk: is uiteindelijk uitgestroomd naar werk of niet (peildatum 31-12-2023)
56