RIS322802 Bijlage 1 Ruimtelijke Onderbouwing
Tekst van het document
Aveco de Bondt onderzoekt
ontwerpt
adviseert
Ruimtelijke onderbouwing Koekamp Den Haag
datum projectnummer
31 juli 2024
222274
Rapport
Aveco de Bondt BV Holten - Amstelveen - Breda - Eindhoven - Nieuwegein
Postbus 64, 7450 AB Holten
T+31 548 85 33 33
info@avecodebondt.nl avecodebondt.nl
Ruimtelijke onderbouwing project
projectnummer
Ruimtelijke onderbouwing Koekamp Den Haag 222274
projectleider
opdrachtgever postadres
Staatsbosbeheer Projecten bv Postbus 2
3800 AA AMERSFOORT contactpersoon
versie
gecontroleerd
5
datum
referentie
31 juli 2024
222274_AdB_RAP_1535_V5
L
Inhoudsopgave 1
Inleiding
1.1 1.2 1.3
Aanleiding en doel Ligging van het plangebied en vigerende regeling Leeswijzer
2 2.1 2.2
Planbeschrijving
3
Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
12
4
Haalbaarheid
24
4.1
Archeologie en cultuurhistorie Bodem Ontplofbare oorlogsresten Externe veiligheid Geluid Bedrijven en milieuzonering Luchtkwaliteit Water Flora en Fauna Verkeer en parkeren Kabels en leidingen Besluit m.e.r.
24 25 26 26
3.1 3.2 3.3
4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9
4.10 4.11 4.12 5 5.1 5.2
1 1 1 4
5 5 6
Bestaande situatie Beoogde situatie
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
12 17 19
27 27 30
31 36 38 38 39 40 40 40
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10
Archeologisch onderzoek Bodemonderzoek Nader bodemonderzoek Aanvullend nader bodemonderzoek Externe veiligheid Watersleutel Quickscan Flora en Fauna Nader onderzoek Flora en Fauna Aanvullende notitie flora en fauna AERIUS-berekening
datum
referentie
31 juli 2024
222274_AdB_RAP_1535_v5
P 3/2
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
De Koekamp ligt in het hart van de stad Den Haag maar functioneert nu als een afgesloten werklocatie voor Staatsbosbeheer en is ontoegankelijk voor het publiek. De wens bestaat om het gebied openbaar en beleefbaar te maken en bestaat uit twee delen die in samenhang worden ontwikkeld en uitgevoerd: • De realisatie van een paviljoen met daarin een bezoekerscentrum, een horecagelegenheid en huisvesting (kantoor en werkschuur) van de beheereenheid van Staatsbosbeheer; • De realisatie van een terreininrichting geïnspireerd op het oorspronkelijk tuin- landschapsontwerp van J.D. Zocher jr. De herinrichting draagt bij aan de versterking van de verbinding tussen het centraal station, stadscentrum en Haagse Bos. Daarmee wordt ook de ecologische verbinding tussen Koekamp en Haagse Bos versterkt. De locatie gaat daarmee als poort fungeren voor het Nationaal Park Hollandse Duinen. De beoogde ontwikkeling van dit deel van de Koekamp is in strijd met de regels in het geldende bestemmingsplan. Hoewel het geldende bestemmingsplan in een wijzigingsbevoegdheid voorziet om een deel van de ontwikkeling te realiseren, voorziet deze wijzigingsbevoegdheid niet (meer1) in de mogelijkheid om horeca te realiseren.
Om het gewijzigde gebruik van gronden en/of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan mogelijk te maken, kan van het bestemmingsplan afgeweken worden middels een omgevingsvergunning op basis van artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 3 van de Wabo. Het onderhavige plan wordt daarmee in afwijking op het vigerende bestemmingsplan mogelijk gemaakt. De aanvraag van de omgevingsvergunning gaat daartoe vergezeld van voorliggende 'ruimtelijke onderbouwing'.
1.2
Ligging van het plangebied en vigerende regeling
Het plangebied is gelegen aan de rand van het centrum van Den Haag, tussen het Centraal Station en het Malieveld. Het plangebied is onderdeel van kadastraal perceel GVH11-P-10604. In afbeelding 1.1 is de globale ligging van het plangebied aangeduid. Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan 'Koekamp, Malieveld, Haagse Bos', vastgesteld op 18 juli 2019, van kracht. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de bestemmingsplankaart weergeven ter plaatse van het plangebied. Hierop zijn alleen de enkelbestemmingen weergegeven. Het plangebied kent de bestemmingen 'Bedrijf', 'Groen' en 'Water': • Bedrijf: deze gronden zijn bestemd voor o.a. hetverzorgen van dieren die in de bestemming 'Groen' gehouden worden, het beheren van en het toezicht houden op groen- en natuurgebieden en ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' één bedrijfswoning. • Groen: deze gronden zijn bestemd voor o.a. groenvoorzieningen, het behoud, herstel en/of ontwikkeling van de natuurlijke waarden, hertenweide en faunapassages. • Water: deze gronden zijn bestemd voor o.a. water, vijver en waterberging.
118-7-2019 heeft de raad van Den Haag het bestemmingsplan 'Koekamp, Malieveld, Haagse Bos'vastgesteld. Erisbezwaargemaakttegende
planregeling voor het stadspark Koekamp. Op 1 van de 16 onderdelen slaagt het betoog van de bezwaarmakers. De Raad heeft onvoldoende gemotiveerd waarom hij de ruimtelijke gevolgen van de mogelijk gemaakte horeca in wijzigingsgebied 1 aanvaardbaar acht.
datum
referentie
31 juli 2024
222274_AdB_RAP 1535_v5
P 1/50
JL
8
Koekamp, Den Haag
HMHg, Ro-
Situering plangebied
X
k
01/-
4%
**‘
1
V
Malieveld
O
- ?
uidrnloul
N•
% CS
o
Legenda • Plangebied
100
300
200
-
Aveco de Bondt
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied
-
Koekamp, Den Haag
A
Situering plangebied
'5
’\
27
Verkeer
8 adrIb “
7 Vs
\ bn XU b
N
Groen
4
-- Water 0
Legenda • Plangebied
50
100
150 m
3
Aveco de Bondt »h de-zoek
Afbeelding 1.2: uitsnede bestemmingsplan
datum referentie
31 juli 2024
222274_AdB_RAP 1535_v5
P 2/50
L
Naast de enkelbestemmingen zijn ook dubbelbestemmingen aangewezen, namelijk: • Waarde - Archeologie: deze gronden zijn ook bestemd voor het behoud en de bescherming van gebieden met een hoge archeologische verwachting. Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 4.1. • Waarde - Cultuurhistorie 1: deze gronden zijn ook bestemd voor het behoud en bescherming van de cultuurhistorische waarden. Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 4.1.
Op de plankaart is tot slot nog een gebiedsaanduiding 'Wetgevingszone - wijzigingsgebied 1' opgenomen. Binnen dit gebied is het college van Burgemeester en Wethouders bevoegd om onder voorwaarden een aantal wijzigingen toe te staan, zoals het uitwisselen van enkelbestemmingen, het realiseren van een informatievoorzieningen het wijzigen van bouwregels. Enkele voorwaarden betreffen: • Gezamenlijke grondoppervlakte niet meer dan 1.000 vierkante meter; • Informatiecentrum en horeca inrichting (Categorie 2) is een max. bruto vloeroppervlakte van 600 m2 opgenomen (exclusief terras); • Bouwhoogte max 8 m; • Gezamenlijke oppervlakte bestemming groen niet minder dan 600m2. De mogelijkheid om een horeca inrichting van categorie 2 toe te staan middels deze wijzigingsbevoegdheid is door de Raad van State vernietigd (Uitspraak 201907043/1/R3, d.d. 9 juni 2021). De overige wijzigingsmogelijkheden zijn behouden.
Strijdigheid Het gewenste gebruik van de locatie, zoals omschreven in hoofdstuk 2, is niet volledig realiseerbaar middels het geldende bestemmingsplan en de daarin opgenomen wijzigingsbevoegdheid. De volgende strijdigheden komen voor: • Het plan is strijdig met de gebruiksregels van het bestemmingsplan 'Koekamp, Malieveld, Haagse Bos': - in artikel 3.1 (enkelbestemming 'Bedrijf') zijn de beoogde functies behorende bij de openstelling niet toegestaan, zoals het infocentrum, de horecagelegenheid, de kantoren en vergaderruimtes; - artikel 4.1 (enkelbestemming 'Groen') sluit niet aan op het beoogd gebruik en de beoogde landschappelijke inrichting, met onder andere de realisatie van een wandelbrug; - artikel 11.1 (enkelbestemming 'Water' sluit niet aan op de beoogde landschappelijke inrichting, met onder andere de realisatie van een wandelbrug; • Het plan is strijdig met de bouwregels in artikel 3.2 van het bestemmingsplan 'Koekamp, Malieveld, Haagse Bos'. - In artikel 3.2.1, gebouwen, staan diverse regels benoemd voor het bouwen van gebouwen. Het beoogde plan is in strijd met deze regels. De bebouwing in het beoogde plan valt buiten het bouwvlak en wijkt af van de maximale bouw- en goothoogte. De bouwregels staan alleen toe om binnen het bouwvlak te bouwen en daarin zijn maximale bouw- en goothoogtes aangeduid.
• Het plan is strijdig met de gebruiks- en bouwregels in artikel 4.1 en 4.2 van het bestemmingsplan 'Koekamp, Malieveld, Haagse Bos'. - Een deel van de bebouwing (werkschuur) is gesitueerd in de enkelbestemming 'groen'. Het bouwen van gebouwen is binnen deze bestemming niet toegestaan. In artikel 4.2 zijn uitsluitend bouwregels opgenomen voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde. Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. - Er zijn parkeervoorzieningen gesitueerd binnen de bestemming groen. Deze zijn op basis van de bestemmingsomschrijving niet toegestaan. Om het plan toch te kunnen realiseren kan van het bestemmingsplan afgeweken worden middels een omgevingsvergunning. Op grond van artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 3 van de Wabo kan de gemeente medewerking verlenen door een omgevingsvergunning te verlenen.
datum referentie
31 juli 2024
222274_AdB_RAP 1535_v5
P 3/50
L
]
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie en de beoogde situatie beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader uiteengezet, waarin wordt ingegaan op de relevante rijks, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidsuitgangspunten ten aanzien van het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de haalbaarheid van voorgenomen ontwikkeling, door het verantwoorden van milieu - en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt tot slot ingegaan op de uitvoerbaarheid van voorgenomen ontwikkeling.
datum referentie
31 juli 2024
222274_AdB_RAP 1535_v5
P 4/50
L
2
Planbeschrijving
2.1
Bestaande situatie
Plangebied De Koekamp en Haagse Bos maken deel uit van een eeuwenoude groene structuur met landgoederen op de oude strandwallen van Hillegom tot in de binnenstad in Den Haag. Het gebied is nauw verbonden met de vroegste ontwikkeling van Den Haag als regering- bestuurscentrum sinds de 13e eeuw (het gebied was in gebruik als grafelijk jachtgebied). Rond 1600 kreeg de Koekamp een expliciete parkfunctie met onder meer een omsloten warande met dieren ("warande de Coecamp") die zich in 1838 tot de huidige hertenkamp in Engelse Landschapsstijl heeft ontwikkeld. De Engelse Landschapsstijl is voor een deel nog herkenbaar aanwezig. Hiermee is het gebied mogelijk het oudste stadspark van Nederland. De Koekamp is nu vooral een werklocatie voor de medewerkers van Staatsbosbeheer werkzaam in de omgeving van Den Haag. De bebouwing en het hertenkamp ernaast liggen verborgen naast het Malieveld en het Haagse Bos. Op het erf, dat met een brug aansluit op de Boslaan, staat een boswachterswoning, een aantal bedrijfsgebouwen die op onderhoud en verzorging van de groen- en natuurgebieden gericht zijn evenals een hertenverblijf. De Koekamp is in de Engelse Landschapsstijl aangelegd. De Koekamp is onderdeel van een groter landschap dat via het Haagse bos aansluit op het Nationaal Park Hollandse Duinen.
In de onderstaande luchtfoto is de bestaande situatie (voorjaar 2022) ter plaatse van het plangebied weergegeven.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto plangebied (voorjaar 2022, bron: Cyclomedia)
Omgeving Ten zuidwesten van het plangebied is het historisch stadscentrum van Den Haag gelegen. Ten noordoosten bevindt zich, aan de overzijde van de A12/Utrechtsebaan, het Haagse Bos. Ten noordwesten bevindt zich het Malieveld. Ten zuidoosten bevindt zich een gemengd gebied met o.a. het centraal station en diverse kantoorgebouwen.
datum
referentie
31 juli 2024
222274_AdB_RAP 1535_v5
P 5/50
L
]
Beoogde situatie
2.2
De Koekamp ligt in het hart van de stad Den Haag op een steenworp afstand van het centraal station maar is
ontoegankelijk voor het publiek. Bij de entree aan de Boslaan staan nu nog meerdere borden 'Verboden
Toegang'. Het project is er op gericht om het gebied openbaar en beleefbaar te maken voor publiek en bestaat uit twee delen die in samenhang worden ontwikkeld en uitgevoerd: •
Een nieuw te bouwen paviljoen met daarin o.a. een infocentrum, horeca en huisvesting van de beheereenheid van Staatsbosbeheer;
•
Een passende terreininrichting die is geïnspireerd op het oorspronkelijk tuin- landschapsontwerp van de Koekamp.
Paviljoen Het beoogde plan is in de onderstaande afbeelding schetsmatig weergegeven. Het paviljoen bestaat uit een
infocentrum, horeca met vergaderruimte en kantoor. De functies worden nader toegelicht na de afbeelding.
D)
#)
’• /
#/ Infocentrum
Vergarderruimtes
Horeca
Kantoor
Werkplaats
Hertenkamp
ILILILILIEIIMTIETI
Zicht
> <-
N.
Erf
< Formele entree Cour-
i
Informele entree
Afbeelding 2.2: Beoogde situatie
Infocentrum/bezoekerscentrum Bezoekerscentra zijn voor het publiek een belangrijk vertrekpunt voor natuurbeleving. Een dagje uit in de natuur begint of eindigt in een bezoekerscentrum. Tegelijk is het voor Staatsbosbeheer de plaats waar contact wordt
gemaakt met het publiek. In deze centra komt alles samen wat Staatsbosbeheer te bieden heeft: natuur, beleving, inspanning en ontspanning. Het publiek maakt kennis met producten en diensten van Staatsbosbeheer.
datum referentie
31 juli 2024
222274_AdB_RAP 1535_v5
P 6/50
L
Staatsbosbeheer zet zich in vooreen natuurlijke leefomgeving waarmee mensen zich verbonden voelen, die bescherming biedt aan waardevolle planten en dieren en waar plaats is voor beleving en benutting. Staatsbosbeheer beheert 273.000 ha Nederlandse Natuur.
Naast dat het infocentrum een functie heeft voor Staatsbosbeheer, wordt het bezoekerscentrum ook het visitekaartje van het Nationaal Park Hollandse Duinen, stadspoort Den Haag/Koekamp. Het goed toegankelijke en gastvrije infopunt dat de gasten op een eenvoudige en verantwoorde manier inspireert om het Haagse Bos en het Nationaal Park "Hollandse Duinen" te bezoeken en een verantwoord recreatief gebruik van het gebied stimuleert. Verder is er een prominente rol voor de Koekamp. Deze moet van een gesloten bolwerk worden getransformeerd naar een gastvrije omgeving waar informatie wordt gegeven over de rijke geschiedenis van het gebied en over het Nationaal Park "Hollandse Duinen". Het gebouw dat ten behoeve van het bezoekerscentrum wordt ingericht zal de volgende functies bevatten: • Informatiebalie bemand door boswachter in samenwerking met vrijwilligers • Interactieve expositie gericht op zintuigelijke beleving van de natuur en historie van het gebied • Grote leestafel • Kleine souvenirwinkel gericht op (streek) producten Het infocentrum is geopend van dinsdag tot en met zondag van 09.30 - 18.00.
Horeca en vergaderruimte De horeca is een onderdeel van het gastheerschap van Staatsbosbeheer. Het maakt deel uit van de voorzieningen van onze bezoekerscentra, die ondermeer een informatiegedeelte, expositie en zaalruimte voor groepsbijeenkomsten omvat. De horeca draagt bij aan de dienstverlening van een bezoekerscentrum en is passend in zowel inhoud als uitstraling. Het is een visitekaartje voor Staatsbosbeheer in het uitdragen van de doelstellingen met betrekking tot duurzaamheid en natuurbeleving. Zowel de horeca als het bezoekerscentrum maken zoveel mogelijk gebruik van streekproducten. In het aanbod worden de seizoenen gevolgd.
Horeca dient als rustpunt tijdens het fietsen of wandelen. Men verwacht kleine versnaperingen zoals een kop koffie, thee, fris en beperkt eet aanbod. In de namiddag zal de nadruk liggen op een drankje met een kleine snack of maaltijd. Daarnaast hebben bezoeker behoefte aan koffie, gebak, biologische/ en of streekproducten, lunchgerechten, eenvoudige maaltijd, kindermaaltijden. Ook al is deze locatie midden in Den Haag, je bent toch midden in de natuur. Het is kleinschalig maar wel compleet en op een hele bijzondere natuurlijke en ook historische plek. Daarnaast heeft het vergadermogelijkheden, in een parkachtige setting met mogelijkheden om te picknicken en heeft het een terras met uitzicht op het hertenkamp. Het contrast met horeca in de rest van de stad is groot. En dat op ca. 500m lopen/fietsen van het station. Staatsbosbeheer kiest voor uitbesteding van de volledige exploitatie. Er komt een openbare uitvraag op basis waarvan een passende horecaondernemer op deze plek wordt gekozen. De ruimte wordt casco opgeleverd en verhuurd. We willen door het bieden van belevenissen in een informatiepunt én buiten de gasten de verstrengeling tussen de natuurlijke ontstaansgeschiedenis en de menselijke bewoningsgeschiedenis laten ervaren, hoe die verwevenheid is ontstaan, hoe die werkt en ook in de toekomst moet blijven werken.
datum referentie
31 juli 2024
222274_AdB_RAP 1535_v5
P 7/50
Uitgangspunten horeca: • De horeca is open wanneer het infocentrum geopend is, van dinsdag t/m zondag tussen 9:30 - 18:00. Daarbuiten is een beperkt aantal besloten activiteiten in overleg mogelijk. • Het sanitair en de keuken betreffen met het infocentrum gedeelde voorzieningen. • Volgens de horecadefinitie uit de 'Staat van horeca-categorieën' in het vigerende bestemmingsplan 'Koekamp, Malieveld, Haagse Bos' kan de horeca-inrichting als categorie 1 lichte horeca worden beschouwd. • De exploitatie sluit aan bij de voorzieningen van het infocentrum. Al dan niet ter plaatse bereide maaltijden en etenswaren kunnen worden verstrekt. Alcoholische dranken worden slechts ondersteunend aan de maaltijd geschonken. • Focus op dag horeca (koffie/thee/taart, lunch en evt. aanvullende eenvoudige/vroeg diner). • Beleef de natuur door watje ziet, de natuur, het terras, het eten door verse bereiding, tonen van ingrediënten. • Acties/arrangementen, kinderfeestjes, High Tea, catering natuurbelevingen i.s.m. met Staatsbosbeheer. • Leveranciers: producten uit de omgeving, zo veel mogelijk biologische/streek/regionaal. • Geen parkeerplaatsen voor bezoekers van de horeca/bezoekerscentrum op het erf. • Ruime fietsparkeerplaatsen bij de 2 ingangen. • Terras van ca. 100 m2 • Alleen beperkte/begeleidende verlichting, afgestemd op ecologie/vleermuizen etc.
Uitgangspunt vergaderruimte: • De 2 vergaderzalen op de le verdieping (boven de horeca), worden verhuurd door Staatsbosbeheer aan externe partijen, collega's, partnerorganisaties etc. • De vergaderzalen zijn geen onderdeel van de horeca-inrichting. Het gaat om besloten vergaderingen die geen onderdeel uitmaken van de exploitatie van de horeca. • Voor de catering wordt de inpandige horeca wel ingeschakeld. De bruto vloeroppervlakte en netto verblijfsoppervlakte van de horeca en vergaderruimtes is gespecificeerd in de volgende tabel. Onderdeel
Bruto vloeroppervlakte
Onderdeel
Netto verblijfsoppervlakte
Horeca
172,5
Horeca
77
Bar
28
Keuken
12
Sanitair en werkkast
8
Overig (entree, techniek, etc.)
25
Vergaderruimte
27
Vergaderruimte
18
Toilet
2
Vergaderruimtes
116,7
Overig (overloop, techniek, etc.) 15
Kantoor en werkplaats Het kantoor en de werkplaats worden alleen gebruikt door Staatsbosbeheer, net zoals daar in de huidige situatie al sprake van is.
datum
referentie
31 juli 2024
222274_AdB_RAP 1535_v5
P 8/50
Stedenbouwkundige principes en uitgangspunten Het paviljoen waarbinnen het bezoekerscentrum, de horeca en het kantoor valt wordt overkapt. De bouwhoogte blijft onder de 8m. De oppervlaktes zijn weergegeven in de volgende tabel. Onderdeel
Oppervlak dakvlak (m2)
Oppervlak gebouw (m2)
Paviljoen (bezoekerscentrum, horeca en kantoor)
712,42
4 12,52
Koetshuis
104,13
88,29
Werkschuur
121,24
120,67
Kapschuur
158,81
158,84
Totaal
1.096,60
895,27
Terreininrichting Voor de landschappelijke inrichting van het geheel is een plan gemaakt, welke is weergegeven in de volgende afbeelding. De inrichting en vormentaal van dit gebied maakt gebruik van het instrumentarium van de Engelse Landschapsstijl en refereert aan het oorspronkelijke ontwerp voor de Koekamp van J.D. Zocher jr. uit ca. 1839 ("Zocheriaans, maar niet historiserend"). De historische verbinding met de Koekamplaan die nu niet meer aanwezig is, zal worden hersteld. Door deze tweede entree ontstaat een route over het terrein waardoor het gebied beleefbaar wordt. De beleving van het hertenkamp zal worden vergroot door de bestaande afscheiding (hekwerk) te vervangen door een zogenaamde 'ha-ha' (droge asymmetrische gracht, die in de Landschapsstijl werd gebruikt om -op onzichtbare wijze- te voorkomen dat het vee in de tuin kon komen). De oppervlakte groen zal toenemen met 600m2. Het ten zuiden gelegen hertenkamp blijft in grote lijnen zoals het nu is.
datum 31 juli 2024 referentie 222274_AdB_RAP 1535_v5
P 9/50
L
G
4
N
DELVA h4
R
4
di
Vt 1 t
- /6
h
ƒ
t 4 ’ 0 i
1 \
1 *
‘
4
$
-d
t
t
h
Hg.V2 ' *
I
J
t
2 f
I
2 4
1
(
P
f
Tj Ip
Afbeelding 2.3: Landschappelijke inrichting
Bezoekersaantallen, verkeer en parkeren Het plangebied wordt ontsloten via twee toegangen, een aan Boslaan en een aan de Koekamplaan. De formele entree bevindt zich aan de zijde van het Malieveld/Koekamplaan. De informele entree bevindt zich aan de zijde van de Boslaan. De locatie is voor publiek alleen direct toegankelijk te voet en per fiets. Op loopafstand zijn diverse voorzieningen voor openbaar vervoer aanwezig, waardoor de locatie uitstekend bereikbaar is voor langzaam verkeer. Bezoekers die per auto willen komen kunnen op loopafstand parkeren, zoals bijvoorbeeld in de parkeergarage onder het Malieveld. Voor bedrijfsauto's van Staatsbosbeheer en leveranciers is het terrein wel toegankelijk met gemotoriseerd verkeer.
datum
referentie
31 juli 2024
222274_AdB_RAP_1535_V5
P 10/50
L
Op het terrein zijn, behoudens fietsparkeren, geen mogelijkheden voor bezoekers om te parkeren. Bezoekers die per auto willen komen dienen ter parkeren in de omgeving, zoals bijvoorbeeld in de parkeergarage onder het Malieveld. Het bezoekerscentrum gaat fungeren als een poort van het Nationaal Park. Door de weeks vooral gericht op scholen, bso's en lunchwandelaars die een rondje Haagse Bos/Koekamp doen. De bezoekerscentra van Staatsbosbeheer trekken tussen de 100.000 en 300.000 bezoekers per jaar.
In paragraaf 4.9 wordt ingegaan op verkeer en parkeren.
datum referentie
31 juli 2024
222274_AdB_RAP 1535_v5
P 11/50
L
3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld op grond van de geldende regelgeving. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uitte gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Prioriteiten Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan en niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier prioriteiten: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering.
In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.
2.
De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden: Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.
3.
Steden en regio's sterker en leefbaarder maken: Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer ervoor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd.
4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied: Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
datum referentie
31 juli 2024
222274_AdB_RAP 1535_v5
P 12/50
L
In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: • De Omgevingsagenda: Voor Zuid-West Nederland is een omgevingsagenda opgesteld. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijken regio. • De NOVI-gebieden: Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVIgebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Het plangebied is geen onderdeel van deze voorlopige aandachtsgebieden waardoor er geen vraagstukken met extra prioriteit van toepassing zijn. Conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling geen rijksbelangen raakt als opgenomen in de NOVI.
Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Ladder staat als instrument niet op zichzelf, maar geeft mede vorm aan de systeemverantwoordelijkheid van de minister van Infrastructuur en Milieu voor een goede ruimtelijke ordening. Deze verantwoordelijkheid brengt met zich mee, dat de minister er voor zorgt dat decentrale overheden over de juiste instrumenten kunnen beschikken voor een zorgvuldige benutting van de ruimte. Hieronder wordt begrepen het voorkomen van overprogrammering, het faciliteren van groei, het anticiperen op stagnatie en het leefbaar houden van krimpregio's. De Ladder is onder andere van toepassing op bouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? 2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? 3.
Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? 4. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? 5. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren?
Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Het merendeel van de ontwikkelingen binnen het plangebied (behoudens de horeca gelegenheid) zijn middels een binnenplanse wijzigingsbevoegdheid te realiseren. Ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan 'Koekamp, Malieveld, Haagse Bos' is dus al rekening gehouden met de wijzigingsmogelijkheden. In dit bestemmingsplan is geconcludeerd dat de ruimtelijke ontwikkelingen en voornemens geen stedelijke ontwikkeling betreffen zoals bedoeld in het Bro. Uit jurisprudentie blijkt echter dat accommodaties voor recreatie, leisure of cultuur in principe wel als stedelijke ontwikkeling beschouwd, maar dat afhankelijk van de exacte aard en omvang gemotiveerd kan worden dat geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De aard van de ontwikkeling is vergelijkbaar aan het huidige gebruik, er blijft immers sprake van een locatie die een bedrijfsmatig gebruik kent. De omvang van de wijziging op de locatie is beperkt, er is weliswaar sprake van sloop en nieuwbouw, maar de toename aan bebouwing is beperkt. Samengevat kan dus geconcludeerd worden dat geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Desondanks zijn de vervolgstappen uit de ladder doorlopen om een volwaardige beoordeling te maken.
datum referentie
31 juli 2024
222274_AdB_RAP 1535_v5
P 13/50
L
Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat van een 'nieuwe' stedelijke ontwikkeling kan worden gesproken als uit een onderling samenhangende beoordeling van het ruimtelijke besluit, in vergelijking met het voorgaande planologische regime, blijkt dat sprake is van een functiewijziging en dat sprake is van een groter planologisch beslag op de ruimte.
Het plangebied kent thans, de bestemmingen 'Bedrijf' en 'Groen'. Om de plannen mogelijk te maken is een afwijking op het bestemmingsplan noodzakelijk. De afwijking voorziet in beperkte mate in afwijking van de functie. Bedrijvigheid is immers al toegelaten, alleen nog niet het type bedrijvigheid dat nu wordt beoogd. Daarnaast wordt afgeweken van de bouwregels, het voorliggende plan is met de huidige bouwregels namelijk niet realiseerbaar. Ten opzichte van de huidige situatie is kortom beperkt sprake van een vergroting van het planologisch beslag op de ruimte, weliswaar binnen stedelijk gebied. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Zoals hiervoor al staat vermeld, dient de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, te worden beschreven. Daarbij is het niet relevant of het plangebied binnen of buiten bestaand stedelijk gebied ligt. De Koekamp vormt samen een van de Stadsentrees van Den Haag. Het openstellen van de Koekamp met bijbehorende ontwikkelingen volgen uit een gezamenlijke behoefte van Staatbosbeheer en de gemeente Den haag om van de Koekamp weer een volwaardig stadspark te maken, waar gebruikers de kans krijgen de Koekamp met zijn geschiedenis, cultuurhistorie en natuur te beleven. Het project draagt ook bij aan het herstellen en beleefbaar maken van cultuurhistorische en landschappelijke waarden.
Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied ligt in het centrum van Den Haag en directe omgeving bestaat uit verschillende functies, waaronder: wonen, bedrijvigheid, maatschappelijke functies, stedelijk groen en infrastructuur. Geconcludeerd kan worden dat het plangebied onderdeel is van het bestaand stedelijk gebied.
Beoordeling De ladder voor duurzame verstedelijking is doorlopen. Hieruit blijkt dat het plan voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
Rijksbeschermde stadsgezichten Het plangebied is onderdeel van Rijksbeschermde stadsgezicht 'uitbreiding 's Gravenhage' van 28 juni 1994. Uit de nadere typering voor het plangebied, die is uitgewerkt in het aanwijzingsbesluit, blijkt dat de huidige kwaliteit met name is te vatten in het contrast tussen het groene, onbebouwde landelijke gebied enerzijds en de in toenemende mate verstedelijkende omgeving anderzijds. Een contrast dat vooral is ontstaan door het langdurige sterk behoudsgerichte beheer van het gebied. Als gevolg van de verstedelijking rond het Centraal Station en de Utrechtsebaan wordt dit contrast steeds sterker.
datum referentie
31 juli 2024
222274_AdB_RAP 1535_v5
P 14/50
L
Er is sprake van de volgende contrasten: • openheid versus verdichting: het Malieveld is samen met een groot deel van de Koekamp een opmerkelijk groot open groengebied binnen de stedelijke verdichting; • rust versus stedelijke onrust: rondom het terrein van Staatsbosbeheer in de Koekamp en in het Haagse Bos heerst nog steeds een opmerkelijke rust die scherp contrasteert met de omringende drukte van voetgangers en verkeer; • oud versus nieuw: het historische karakter van het gebied contrasteert op boeiende wijze met de eigentijdse ontwikkelingen daar omheen. Vooral vanaf de Koekamp kan dit goed worden ervaren; • de idyllische landelijke sfeer met herten temidden van de betrekkelijk nuchtere stadsomgeving: deze enigszins vervreemdende sfeer is mede te danken aan de aanleg in romantische stijl die de illusie van landelijke weidsheid oproept.
De kwaliteit van het gebied wordt tenslotte sterk verhoogd door de monumentaliteit van het Haagse Bos/Malieveld/Koekamp als geheel en van het Malieveld en de Koekamp afzonderlijk. Typerend zijn: • de eeuwenoude groene structuur van het Haagse Bos op de strandwal die reikt tot ver in de binnenstad; • het grotendeels nog onbebouwde karakter van het Haagse Bos; de relatie met het Malieveld en de Koekamp, die in feite onlosmakelijk onderdeel zijn van het Haagse Bos; • de relatie met aangrenzende groengebieden van de beschermde stadgezichten Marlot/ Reijgersbergen en Benoordenhout; • de relatie met de Wassenaarse landgoederen; • de 19de-eeuwse parkaanleg met vijvers, sloten etc.; • bebouwing en tuinaanleg van paleis Huis ten Bosch en de cultuurhistorisch betekenis van de verdedigingswerken uit de Tweede Wereldoorlog als onderdeel van de Duitse Atlantikwa11.
Op basis van het overgangsrecht van de Erfgoedwet is de gemeenteraad van Den Haag verplicht een bestemmingsplan vast te stellen ter bescherming van het rijksbeschermd stadsgezicht. Hieraan is uitvoering gegeven middels het vigerend bestemmingsplan 'Koekamp, Malieveld, Haagse Bos', waarin een dubbelbestemming is opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden. De bouwregels (artikel 16.2) luiden als volgt: Voor het bouwen binnen de dubbelbestemming "Waarde - Cultuurhistorie 1" als bedoeld in artikel 16.1 gelden de volgende regels: A. het bouwen moet plaatsvinden met inachtneming van de cultuurhistorische waarden als bedoeld in artikel 16.1 (de cultuurhistorische waarden zoals beschreven in het aanwijzingsbesluit van 28 juni 1994 met de bijbehorende toelichting, zie toelichting hierboven); B. indien het bouwen betrekking heeft op de uiterlijke verschijningsvorm van een bouwwerk dient voorafgaande aan het bouwen over de cultuurhistorische waarden als bedoeld in voornoemd aanwijzingsbesluit en de toelichting daarop, advies te worden ingewonnen bij de commissie als bedoeld in artikel 1, lid 9 van de Monumentenverordening Den Haag of een deskundig lid van die commissie; C. het gestelde in voorafgaande subleden heeft, bij strijdigheid daarmee, voorrang op de algemene bouwregels zoals opgenomen in artikel 20 en de algemene afwijkingsregels zoals opgenomen in artikel 24; D.
het bepaalde onder a geldt niet indien strikte toepassing ervan zou leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden en bouwwerken; E. het bepaalde onder a geldt niet voor tijdelijke bouwwerken ten behoeve van evenementen ter plaatse van de functieaanduiding 'evenemententerrein'.
datum referentie
31 juli 2024
222274_AdB_RAP 1535_v5
P 15/50
f
Toetsing De toetsing van het plangebied aan de voorwaarden met betrekking tot het rijksbeschermd stadsgezicht is uitgewerkt in de volgende tabel. Tabel 3.1 - Toetsing aan criteria Rijksbeschermd stadsgezicht
Criterium
toetsing
Het open karakter
Het open karakter wordt niet aangetast als gevolg de beoogde
plannen. Het van oudsher ontbreken van bebouwing
Binnen de Koekamp is reeds bebouwing aanwezig. Deze wordt
voor een deel gesloopt waarvoor vervangende nieuwbouw in de plaats komt. Het oppervlak aan bebouwing neemt in geringe
mate toe. Het contrast tussen het groene, onbebouwde landelijke gebied
De plannen hebben, gelet op de aard en omvang, geen betekenis
enerzijds en de in toenemende mate verstedelijkende omgeving
voor het beschreven contrast.
anderzijds. Malieveld is samen met een groot deel van de Koekamp een
De uitvoering van de ruimtelijke ontwikkelingen zal de
opmerkelijk groot open groengebied binnen de stedelijke
verschijningsvorm van bedoeld gebied als een groot open
verdichting;
groengebied niet aantasten.
Rondom het terrein van Staatsbosbeheer in de Koekamp en in
Met de uitvoering van de ruimtelijke ontwikkelingen en
het Haagse Bos heerst nog steeds een opmerkelijke rust die
voornemens neemt het aantal mensen te voet of op de fiets in
scherp contrasteert met de omringende drukte van voetgangers
het gebied toe. De mensen bevinden zich voor het merendeel
en verkeer;
verspreid in het plangebied. Dat zal niet tot drukte leiden. Overigens wordt de omringende drukte met name door het gemotoriseerd verkeer te weeg gebracht.
het historische karakter van het gebied contrasteert op boeiende De ruimtelijke ontwikkelingen en voornemens passen binnen een
wijze met de eigentijdse ontwikkelingen daar omheen. Vooral
landschapsontwerp dat het historisch karakter van de Koekamp
vanaf de Koekamp kan dit goed worden ervaren;
als uitgangspunt neemt en de Engelse landschapsstijl voortzet.
de idyllische landelijke sfeer met herten temidden van de
betrekkelijk nuchtere stadsomgeving: deze enigszins vervreemdende sfeer is mede te danken aan de aanleg in
romantische stijl die de illusie van landelijke weidsheid oproept. de eeuwenoude groene structuur van het Haagse Bos op de
strandwal die reikt tot ver in de binnenstad; het grotendeels nog onbebouwde karakter van het Haagse Bos;
Binnen de Koekamp is reeds bebouwing aanwezig. Deze wordt
voor een deel gesloopt waarvoor vervangende nieuwbouw in de plaats komt. Het oppervlak aan bebouwing neemt in geringe
mate toe.
de relatie met het Malieveld en de Koekamp, die in feite
Door de openstelling van het terrein van Staatsbosbeheer wordt
onlosmakelijk onderdeel zijn van het Haagse 3os;
de relatie tussen het Malieveld, de Koekamp, het Haagse Bos en
de relatie met aangrenzende groengebieden van de beschermde aangrenzende groengebieden/stadsgezichten versterkt en toegankelijker gemaakt. stadsgezichten Marlot/ Reijgersbergen en Benoordenhout; de relatie met de Wassenaarse landgoederen; de 19de-eeuwse parkaanleg met vijvers, sloten etc.;
In het landschapsontwerp nemen vijvers en sloten een belangrijke plaats in en zijn de uitvoering van de ruimtelijke ontwikkelingen en voornemens mede gericht op een toename
van het oppervlaktewater. de bebouwing en tuinaanleg van paleis Huis ten Bosch
Deze behoort niet tot het plangebied.
de cultuurhistorisch betekenis van de verdedigingswerken uit de
De gronden waarop ruimtelijke ontwikkelingen en voornemens
Tweede Wereldoorlog als onderdeel van de Duitse Atlantikwa11.
geprojecteerd zijn, maken geen deel uit van de
verdedigingswerken uit de Tweede Wereldoorlog als onderdeel van de Duitse Atlantikwa11.
datum
referentie
31 juli 2024
222274_AdB_RAP 1535_v5
P 16/50
Conclusie rijksbeleid Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling geen rijksbelangen raakt als opgenomen in de NOVI. Daarnaast kan geconcludeerd kan worden dat het planvoornemen voldoet aan de Ladder van duurzame verstedelijking. Het plan voorziet in een kwalitatieve en kwantitatieve behoefte. Deze behoefte wordt opgevangen in bestaand stedelijk gebied. Tot slot is onderbouwd op welke wijze de cultuurhistorische waarden van het Rijksbeschermde stadsgezicht in acht worden genomen. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van aantasting van de cultuurhistorische waarden.
3.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland heeft al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving gebundeld in een Omgevingsvisie, Omgevingsverordening en bijbehorende programma's. De Omgevingsvisie is op 1 april 2019 in werking getreden en geldt als structuurvisie. Naast de beleidskeuzes bevat de visie een beschrijving van de ruimtelijke hoofd structuur van de provincie Zuid-Holland en de omgevingskwaliteit. De Omgevingsvisie omvat de volgende wettelijk verplichte plannen: • de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro); • het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm); • het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww); • het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer; • de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb). De provincie wil met haar omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving.
Deze zijn: • Naar een klimaatbestendige delta • Naar een nieuwe economie: the next level • Naar een levendige meerkernige metropool • Energievernieuwing • Best bereikbare provincie • Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
Omgevingsverordening Zuid-Holland Deze verordening vertaalt het beleid uit de Omgevingsvisie in bindende regels over de fysieke leefomgeving en activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving omvat in ieder geval: bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed. De verordening is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van de provincie en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften, zorgvuldig beheren, beschermen en ontwikkelen van de natuur, dierenwelzijn, behouden en herstellen van de biologische diversiteit, economische belangen, volksgezondheid en openbare veiligheid.
datum referentie
31 juli 2024
222274_AdB_RAP 1535_v5
P 17/50
L
De Omgevingsverordening Zuid-HolIand kent instructieregels voor bestemmingsplannen. De volgende instructieregels zijn van toepassing op dit bestemmingsplan: • Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit • Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen • Artikel 6.11 Kantoren • Artikel 6.26 Bescherming landgoed- en kasteelbiotoop • Artikel 6.35a Risico's van klimaatverandering
Artikel 6.10 StedeIijke ontwikkelingen Bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient de ladder voor duurzame verstedelijking te worden toegepast. Dit is reeds onderbouwd in paragraaf 3.1. Geconcludeerd is dat het planvoornemen voldoet aan de Ladder van duurzame verstedelijking. Artikel 6.11 Kantoren Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling kan onder voorwaarden voorzien in nieuwe kantoren. Gelet op de aard en omvang van de kantoorruimte die onderdeel is van dit plan is dit artikel niet van toepassing conform lid 2. Artikel 6.35a Risico's van klimaatverandering Rekening wordt gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: wateroverlast door overvloedige neerslag, overstroming, hitte en droogte. In de waterparagraaf (paragraaf 4.8) wordt hier nader op ingegaan. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit & Artikel 6.26 Bescherming landgoed- en kasteelbiotoop Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling is slechts mogelijk indien die valt onder de noemer inpassen en in overstemming is met artikel 6.9g.
Dit artikel stelt dat een bestemmingsplan voor een locatie binnen Kroonjuwelen Cultureel Erfgoed kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft en de ontwikkeling het behoud en de versterking van het betreffende cultureel erfgoed ondersteunt en overwegend meerwaarde heeft voor kwaliteiten en de gebruikswaarde ervan.
Het plangebied is tevens gelegen binnen de landgoedbiotoop van Huis ten Bosch. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn toegestaan voorzover geen aantasting plaatsvindt van de waarden van de landgoedbiotoop of de ontwikkeling gericht is op verbetering en versterking van de waarden van de landgoed- en kasteelbiotoop. Daarnaast dient een beeldkwaliteitsparagraaf te zijn opgenomen, waarin het effect van deze ontwikkeling op de landgoedbiotoop wordt beschreven. De toetsing van het plangebied aan de voorwaarden met betrekking tot de Kroonjuwelen Cultureel Erfgoed en de landgoedbiotoop is uitgewerkt in de volgende tabel.
datum referentie
31 juli 2024
222274_AdB_RAP 1535_v5
P 18/50
Tabel 3.1 - Toetsing aan criteria Landgoedbiotoop en Kroonjuwelen Cultureel Erfgoed
Toetsing
Onderdeel
een bestemmingsplan voor gronden binnen de landgoedbiotoop De waarden en toetsing daaraan is opgenomen in tabel 3.1 van kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling voor zover:
paragraaf 3.1. Hieruit blijkt dat geen aantasting plaatsvindt van
geen aantasting plaatsvindt van de waarden van de
de waarden van de landgoedbiotoop en de ruimtelijke
landgoedbiotoop of gericht is op verbetering en versterking van
ontwikkelingen en voornemens gericht zijn op verbetering en
de waarden van deze biotoop.
versterking van deze waarden.
Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, bevat een
Gelet op de aanwijzing tot Rijksbeschermd stadsgezicht
beeldkwaliteitsparagraaf, waarin -het effect van deze
'Uitbreiding 's Gravenhage' vormt de toelichting bij en in het
ontwikkeling op de landgoedbiotoop wordt beschreven, - de
aanwijzingsbesluit de beeldkwaliteitsparagraaf. De analyse is
analyse van de cultuurhistorische kwaliteiten en waarden van het vermeld in de laatste paragraaf van de toelichting van het besluit.
landgoed - de wijze waarop de kenmerken en waarden van de
De tekst van die toelichting werd opgesteld door de
landgoedbiotoop beschermd of versterkt worden.
gemeenteraad. Voor de wijze waarop de kenmerken en waarden
van de landgoedbiotoop beschermd of versterkt worden wordt De kenmerken worden hieronder (sub a, b, en c) toegelicht.
verwezen naar tabel 3.1 van paragraaf 3.1.
a. de buitenplaats, bestaande uit het hoofdhuis met bijgebouwen De Koekamp en het Malieveld kennen, evenals het Haagse Bos,
en het bijbehorende park of tuin, of het kasteel of kasteelterrein
geen buitenplaats. De eerste twee ontstonden als verplicht te
in de vorm van ruïne, muurrestanten, één of meer bijgebouwen,
behouden groene en onbebouwde terreinen en kenden onder
omgracht terrein, alsmede de functionele en visuele relaties
die voorwaarden een ontwikkeling als stadsrandzone, niet als
tussen de verschillende onderdelen;
landgoed . Het resulteerde door de omringende verstedelijking in
een stadspark. Het Haagse Bos was de laatste uitloper van een langgerekt bosgebied en is dat gebleven, met daarin enkele
functies die in een stadsrandzone passen. Uit de behandeling in tabel 2 blijkt een versterking van de daarvoor in aanmerking komende waarden en kenmerken.
b. de basisstructuur waaraan het landgoed bewust direct is
Het Malieveld werd gekoppeld aan een voormalig
gekoppeld: een weg, een waterloop, of beide of in geval van een
exercitieterrein, de Koekamp aan een eiland met daarop een
buitenplaats ook indirect door middel van zichtlijnen;
hertenkamp.
c. het blikveld: de vrije ruimte die nodig is om de historische
Hiervan is geen sprake.
buitenplaats in het landschap te herkennen;
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid De Omgevingsvisie Zuid-Holland raakt geen van de belangen die in onderhavige ruimtelijke onderbouwing worden afgewogen. Uit de beschouwing van de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening blijkt dat aan deze regels voldaan wordt. Concluderend wordt gesteld dat het voornemen in overeenstemming is met provinciaal beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
In deze paragraaf wordt het beoogde plan getoetst aan het relevante gemeentelijke beleid.
Wéreldstad aan Zee, Structuurvisie Den Haag 2020 De Structuurvisie Den Haag 2020 beschrijft de toekomstvisie van Den Haag op de ruimtelijke ontwikkeling van de stad in regionaal perspectief tot het jaar 2020 (Rv 197 - 2005; RIS 129201). De ambitie is om van Den Haag een 'Wereldstad aan Zee' te maken door de sterke kwaliteiten van Den Haag te benutten: een internationale stad, een stad aan zee, een multiculturele stad en een monumentale residentie. De structuurvisie gaat uit van een lichte groei van het aantal inwoners (nu ca 500.000) en een groei van het aantal arbeidsplaatsen in 2020. Dat betekent dat er ca 40.000 woningen moeten worden toegevoegd in de bestaande stad, door verdichting. In de structuurvisie wordt de Wéreldstad aan Zee vorm gegeven door ontwikkelingen in vijf kansenzones (het Centrum, de Lijn 11-zone, de Internationale Kustzone, de Vliet/A4-zone en de Schakelzone Lozerlaan).
datum
referentie
31 juli 2024
222274_AdB_RAP 1535_v5
P 19/50
L
Beoordeling Het plangebied vormt een onderdeel van de kansenzone Centrum. Stadspark Haagse Bos/Malieveld moet in de toekomst als goed toegankelijk stadspark gaan functioneren. De ontwikkelingen binnen het plangebied leveren hier een belangrijke bijdrage aan. Het plan sluit dan ook goed aan op de structuurvisie.
Agenda Ruimte voorde stad De Agenda Ruimte voor de stad (RIS295016, door de raad vastgesteld op 15 december 2016) is het richtinggevend document voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en als zodanig de ruimtelijke onderlegger voor de nog op te stellen Omgevingsvisie die ook voor gemeenten verplicht gesteld is in de Omgevingswet.
Voor de Agenda Ruimte voor de Stad zijn vier transitieopgaven van belang: de ontwikkeling naar een nieuwe economie, de vraag om een inclusieve en veerkrachtige samenleving, de roep om slimme stadsontwikkeling en de opgave voor de overheid om in dit proces organiserend vermogen te tonen en ruimte te bieden voor maatschappelijk initiatief.
Met behulp van negen principes voor stedelijke ontwikkeling wordt in de Agenda Ruimte voor de Stad aangegeven hoe de ontwikkelingen gestuurd wordt: • Kwaliteit van het proces door samen stad maken waar mogelijk ruimte aan initiatiefnemers, daarbij hoort ook experimenteerruimte die belangrijk is voor innovatie en dynamiek in de stad en ruimtelijke keuzen om antwoorden te bieden op de stedelijke en regionale opgaven. • Ruimtelijke kwaliteit, zoals groen, cultuurhistorisch erfgoed en de buitenruimte omdat die in belangrijke mate bijdraagt aan een aantrekkelijke leefomgeving en het economisch vestigingsklimaat. • Kwaliteit door integrale samenhang met sociaal-maatschappelijke opgaven, zoals de opgave om sociaaleconomische differentiatie, functiemenging en ruimte voor wijkeconomie te bevorderen in wijken waar dat nodig is gelet op bijvoorbeeld werkeloosheid. Het belang van veel lopende projecten wordt met deze agenda benadrukt. Goede uitvoering met ook oog voor de tijdelijke situatie vraagt een enorme inzet.
Daarnaast zijn er een aantal grotere strategische ontwikkelingen geagendeerd in deze agenda. Voor een aantal ontwikkelingen zal gestart worden met verkenningen om zichtte krijgen op mogelijke programma's, en alliantievorming. Dergelijke verkenningen zullen onder andere voor delen van het Central Innovation District, de Binckhorst en Scheveningen, mede in het licht van de gewenste schaalsprong die in het openbaar vervoer gemaakt moeten worden.
Beoordeling Het plangebied valt onder de deelgebieden Central Innovation District en Hart van Den Haag. Het Hart van Den Haag betreft de bestaande binnenstad en stadswijken daaromheen. Uitgangspunt is dat het groot-stedelijk hart zowel aantrekkelijker wordt voor talent, voor bezoekers als voor stedelijke gezinnen en mensen die er nu wonen. Het Central Innovation District (CID) is een belangrijk knooppunt in de Randstad metropool. Hier ontwikkelt zich rond de stations Den Haag Centraal, Hollands Spoor en Laan van NOI (station Beatrixkwartier) een sterk functiegemengd hoogstedelijke interactiemilieu. Kansen voor stedelijke verdichting doen zich voor in samenhang met een betere inpassing van infrastructuur. Een van de ontwikkelkansen betreft het openen van het CS-kwartier door betere verbindingen met o.a. de Koekamp. De ontwikkeling binnen het plangebied sluit aan op de ontwikkelkansen en uitgangspunten die voor de deelgebieden zijn gesteld in de Agenda Ruimte voor de Stad.
datum referentie
31 juli 2024
222274_AdB_RAP 1535_v5
P 20/50
L
Investeringsprogramma Stedelijke Ontwikkeling 2016 Het Investeringsprogramma Stedelijke Ontwikkeling 2016 (IpSO) geeft inzicht in de ruimtelijke agenda van Den Haag en de bijbehorende fysieke investeringsprojecten. Het programma is gebaseerd op het coalitieakkoord "Vertrouwen op Haagse Kracht" (RIS 273442). Op 5 oktober 2016 november werd het investeringsprogramma 2016 als onderdeel van de Programmabegroting 2015-2018 GDH (RIS276469) vastgesteld. De verbinding KJ-plein en Koekamp, de stadsentrees met routing en de verbetering van de directe omgeving van de stations worden als investeringsprojecten genoemd.
Beleidsontwikkelingen met betrekking tot de Koekamp In het Coalitieakkoord 2014-2018 is de ambitie opgenomen om een 'mooie' verbinding te creëren tussen het Koningin Julianaplein en de Koekamp. Deze ambitie is vervolgens verder uitgewerkt in "Welkom in Den Haag, agenda Stadsentrees" (december 2014) en "Leidraad Stadsentree Den Haag CS" (juli 2016). Programma Stadsentrees Een stad krijgt maar één keer de kans om een eerste indruk te maken. Daarom is het Programma Stadsentrees opgezet om flink te investeren in de kwaliteit van de buitenruimte. Het doel is dat bezoekers gelijk merken dat ze in Den Haag zijn en bewoners zich meteen thuis voelen. Daarom worden de entrees een duidelijk Haagse invulling gegeven. In het programma zijn doelstellingen benoemd op het gebied van vergroenen en verduurzamen van de Haagse buitenruimte, het verbeteren van verbindingen en het geven van een warm welkom aan de bezoekers van Den Haag.
Onderdeel van deze stadsentree is de Stadsentree Den Haag CS die zeven deelgebieden omvat: waaronder de Koekamp. De opgave is het maken van een integrale leidraad waarin samenhang ontstaat tussen de verschillende deelgebieden. Dit om te komen tot een synergie tussen gebouwen, verkeersruimte, verblijfsruimte en groen en waarbij de buitenruimte een hoogwaardig, groen en gastvrij karakter krijgt. Daarnaast zal de leidraad de ruimtelijke claims van het toekomstige gebruik van de buitenruimte verkennen. Een andere doelstelling is de Haagse identiteit versterken door de ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteiten te verbinden, herkenbaarheid te vergroten en deze beter zichtbaar te maken. Ook is het verbeteren van verbindingen tussen CS, de Koekamp, Haagse Bos en het centrum een belangrijke opgave binnen de deze leidraad.
Daarnaast zijn in het programma Stadsentrees fysieke maatregelen opgenomen om: a. Station, Haagse Bos, Erf Staatsbosbeheer en de stad te verbinden; b. een park rondom het herteneiland aan te leggen dat door de stad gebruikt kan worden en; c. het gebied toegankelijk te maken. Leidraad Stadsentree Den Haag CS In juli 2016 is, mede naar aanleiding van de bespreking van de planvorming voor het Koningin Julianapleininde gemeenteraad en de stad, besloten om bovenstaande projecten in samenhang op te pakken en onder de noemer van Stadsentree Den Haag CS een integrale leidraad op te stellen. Hierbij is gekeken naar ingrepen voor de korte en voor de lange termijn. Voor de korte termijn is deze integrale benadering van belang om een goede samenhang te realiseren tussen de verschillende projecten die in dit gebied spelen. De doorkijk naar de langere termijn geeft tegelijkertijd inspiratie voor ingrepen buiten de grenzen van de bestaande projecten en schetst daarmee in brede zin een stip op de horizon voor dit gebied. De raad is op 31 mei 2017 middels een commissiebrief geïnformeerd over de integrale aanpak van projecten in dit gebied. Het resultaat, de Leidraad Stadsentree Den Haag CS, is tevens op deze datum toegezonden aan de raad (RIS 297121). De Koekamp is een onderdeel van deze integrale aanpak.
datum referentie
31 juli 2024
222274_AdB_RAP 1535_v5
P 21/50
L
Agenda Groen voor de stad In de Agenda Groen voor de Stad (RIS294705) wordt geconstateerd dat door de toenemende bevolking en het bijbehorende ruimtebeslag de leefkwaliteit in hetalgemeen en hetgroen in het bijzonder soms onder druk komen te staan. Omdat Den Haag een aantrekkelijke stad wil blijven voor bewoners, bezoekers en bedrijven, moeten er strategische keuzes worden gemaakt op het gebied van verdichting, vergroening en verduurzaming. De ambitie is een verdere kwalitatieve ontwikkeling van het Haagse groen, waarbij ruimte bestaat voor verandering en initiatief en bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig wordt vormgegeven: groen kapitaal als basisvoor een goede leefkwaliteit. Het doel is het Haagse groen kwalitatief te ontwikkelen. De stedelijke leefkwaliteit is afhankelijk van gebiedskenmerken als bebouwingsgraad, aanwezigheid van infrastructuur en het gebruik van de ruimte (wonen, werken, recreatie, natuur). Het Haagse Groen moet gezien worden als een vorm van kapitaal met de ecologische, de maatschappelijke en de economische waarde. Mede op basis van de stadsgesprekken en het online platform zijn deze waarden uitgewerkt in zes thema's: klimaat, biodiversiteit, gezondheid, ontspanning imago en ontwikkeling.
Voor Hagenaars voelt het vaak of groen voor nieuwe ontwikkeling moet wijken. Het is de uitdaging om intensivering te combineren met een waardevolle, betekenisvolle, gezonde en goed functionerende groenstructuur. Intensivering van de stad vraagt om intensivering van groen en groenkwaliteit. Naarmate de stad verdicht, neemt de waarde van het groen toe. Omgekeerd zorgt groen ook voor toename van vastgoedwaarde. Deze twee waarden zouden elkaar moeten vinden en versterken. Er wordt naar gestreefd dat elke (vastgoed)ontwikkeling bijdraagt aan de groene kwaliteit van Den Haag. Dit gebeurt op verschillende wijze: op de klassieke wijze door ontwikkeling van parken en straatgroen, door het ontwikkelen en openstellen van groene binnengebieden en daktuinen, als ook het realiseren van geveltuintjes of groene gevels. Ook kunnen investeringen in kwaliteit of gebruikswaarde uitkomst bieden.
Beoordeling Er is bij het uitwerken van het ontwerp voor de Koekamp veel aandacht besteed aan het behoud en de versterking van aanwezig groen. Dat heeft geleid tot het voorliggende plan dat geïnspireerd is op Engelse Landschapsstijl en refereert aan het oorspronkelijke ontwerp voor de Koekamp van J.D. Zocher jr. uit ca. 1839. De kernkwaliteiten van het gebied (openbaar groen, waterlopen en bomenlaan) worden niet aangetast. De ontwikkeling dient de versterking van verbindingen en doorgaande fiets- en wandelroutes en leidt tot versterking tussen de verbinding van de stadsentree en het groen.
Horeca beleid Den Haag wil met de kracht van horeca de aantrekkelijkheid van Den Haag vergroten, de ontwikkeling van gebieden met grote economische betekenis verder aanjagen en groei van werkgelegenheid in de horecasector stimuleren. De visie voor het gemeentelijk horecabeleid in de komende jaren wordt in de 'Horecavisie Den Haag' (RIS 288645) uiteengezet langs de belangrijkste thema's. Hiermee zet Den Haag in op het verder optimaliseren van de randvoorwaarden voor een bloeiend horecaklimaat in de stad. In de horecavisie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Ontwikkeling van de Haagse economie en groei van werkgelegenheid; • Ruimte voor vernieuwing en innovatieve concepten; • Een gelijk speelveld voor ondernemers; • Een Toekomstvisie Horeca 2010-2015 toegankelijk en veilig horecaklimaat; • Meewegen van bewonersbelangen in beleidskeuzes.