CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322797 Bijlage Ruimtelijk Arrangement Rijk Provincie ZuidHolland

Commissie Leefomgeving 4 september 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken10.754 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijk Arrangement Rijk - Provincie Zuid-Holland 2 juni 2025

Inhoudsopgave 1 Schaarse ruimte eerlijk verdelen: samenwerken aan ruimtelijke ordening 3

ONDERWERP 1 ONDERWERP 2

Omgaan met conflicterende (ruimte)claims.

12

Ontwikkelstrategie verstedelijking langere termijn

12 13 Invulling woningbouwambities en benodigde randvoorwaarden. 14

en richting 2100 (VISTA).

1.1 Inleiding 1.2 Omgevingsvisies 1.3 Programma NOVEX 1.4 Raamwerk Ruimtelijk Arrangement 1.5 Status en reikwijdte

2. Ruimtelijk arrangement: wederkerige bestuurlijke afspraken 2.1 Doel 2.2 Scope 2.3 Reikwijdte 2.4 Bronnen 2.5 Samenwerking en commitment

3 3 4 4 4

ONDERWERP 3 ONDERWERP 4 ONDERWERP 5

Economische ontwikkeling, waaronder bedrijventerreinen.

Groen In en Om de Stad, koppelmogelijkheden voor versterking recreatief groen op de overgang stad-land.

ONDERWERP 6 ONDERWERP 7

Zoetwaterbeschikbaarheid voor vernatting van veenweiden (Groene Hart) i.r.t. afremming bodemdaling en CO2-reductie.

ONDERWERP 8 Zoetwaterbeschikbaarheid voor landbouw en industrie. ONDERWERP 9 Drinkwater. ONDERWERP 10 Ruimtelijke strategie veenweidegebieden. ONDERWERP 11 Meer duidelijkheid over landbouw- en natuurbeleid. ONDERWERP 12 Energie(systeem). Inpassing van energiestructuren i.r.t.

5 5 5 6 6 6

15

Brede welvaart en lange termijn regionale investeringsprogramma’s.16

andere ruimtelijke functies en kwaliteiten.

17 17 19 20 21 22

ONDERWERP 13 De mogelijkheden en beperkingen van de ruimtelijke impact en milieu-impact van circulaire economische ontwikkelingen.

23

ONDERWERP 14 Koppelkansen van gekozen voorkeurslocaties Ruimte voor

3. Zuid-Holland 3.1 Samen werken aan een toekomstbestendig Zuid-Holland 3.2 Ruimtelijke koers 3.3. NOVEX gebieden

4. Ruimtelijke Afspraken 4.1. Overzicht ruimtelijke afspraken

ONDERWERP 15 Cultureel erfgoed en waardevolle cultuurlandschappen. ONDERWERP 16 Gezonde leefomgeving. ONDERWERP 17 Land-/luchtzijdige kant Schiphol.

24 25 26 27

5 Overige aspecten van te maken afspraken

28

Defensie met andere ruimtelijke opgaven.

7 7 8 8

11

5.1 Betrokkenheid gemeenten, waterschap 5.2 Monitoring & Voortgang 5.3 Looptijd afspraken

11 2

Ruimtelijk Arrangement Rijk - Provincie Zuid-Holland

28 28 28

1 Schaarse ruimte eerlijk verdelen: samenwerken aan ruimtelijke ordening 1.1 Inleiding

1.2 Omgevingsvisies

• •

•

•

• •

• •

Ruimte is een schaars en waardevol goed. De grote opgaven waar Nederland voor staat hebben allemaal ruimtelijk consequenties. Deze opgaven vragen - naast ruimte - integrale samenhangende afwegingen die moeten leiden tot robuuste ruimtelijke keuzes die uiteindelijk neerslaan op ieder erf en perceel. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk gaan samen met de inwoners aan de slag om resultaat te behalen. Als we keuzes maken, slim combineren en een integrale aanpak hanteren, is het mogelijk om een balans te vinden tussen het beschermen van een veilige en gezonde leefomgeving en het optimaal benutten van de ruimte om ontwikkeling mogelijk te maken. Dat is nodig omdat steeds vaker sprake is van complexe en schurende ruimtelijke opgaven en de schaarse ruimte eerlijk moet worden verdeeld. Binnen provincies vallen nationale en regionale opgaven samen. Ze staan samen aan de lat om de regie op de ruimte vorm te geven op nationaal en provinciaal niveau. Zo dragen ze gezamenlijk bij aan de ontwikkeling van de toekomstige fysieke leefomgeving in Nederland.

•

3

Het Rijk werkt aan de Nota Ruimte als zelfbindende omgevingsvisie. De ambitie voor de Ontwerpnota Ruimte is om deze na vaststelling in de ministerraad van 20 juni 2025 aan de Tweede Kamer te sturen, met na de zomer de terinzagelegging. De provincie Zuid-Holland werkt aan de wijzing van het Omgevingsbeleid provincie Zuid-Holland. De ambitie van Gedeputeerde Staten is om de Ontwerp-wijziging na de zomer ter inzage te leggen.

Ruimtelijk Arrangement Rijk - Provincie Zuid-Holland

1.3 Programma NOVEX

1.4 Raamwerk Ruimtelijk Arrangement

• •

•

•

•

•

•

Rijk en provincies werken samen aan het programma NOVEX. Dit programma bestaat op dit moment uit: het vormgeven aan Ontwikkelperspectieven via realiseren van Uitvoeringsagenda’s in NOVEX-gebieden (gebieden-spoor) en het maken van afspraken in 12 Ruimtelijke Arrangementen tussen Rijk en Provincies (provincie-spoor). Op 12 december 2022 heeft het Rijk de ruimtelijke opgaven, in de vorm van een startpakket, aan iedere provincie voorgelegd om de nationale ruimtelijke doelen in te passen en te combineren met de lokale doelen en ambities op het gebied van ruimte. In reactie hebben alle twaalf provincies een ruimtelijk voorstel gemaakt. Deze bevatten (op hoofdlijnen) voorstellen hoe om te gaan met samenhangende en integrale ruimtelijke opgaven. Het Ruimtelijk Voorstel provincie Zuid-Holland, met als titel Ruimtelijke Koers Zuid-Holland is op 6 maart 2024 door het Provinciale Staten van Zuid-Holland vastgesteld en aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verzonden, met herkenning vanuit Rijk. In Zuid-Holland werken Rijk en Regio samen in verschillende NOVEX-gebieden: Zuidelijke Randstad, Rotterdamse Haven en Groene Hart; en in de regio Schiphol.

De notitie ‘Productbeeld en Proces Ruimtelijk Arrangement’, die is vastgesteld in het BO VRO van 12 december 2024 en vervolgens is vastgesteld door het IPO-bestuur op 16 januari 2025, geeft een beschrijving van het ruimtelijk arrangement, het proces van totstandkoming en het cyclisch proces van monitoring en aanpassing.

1.5 Status en reikwijdte De algemene opzet en de begeleidende teksten van het Ruimtelijk Arrangement zijn nog in ontwikkeling. Voor een aantal landelijk voorgestelde generieke afspraken geldt dat deze op onderdelen niet aansluiten bij, of potentieel afbreuk doen aan, het vigerende provinciale beleid en de doelstellingen zoals vastgelegd in het Ruimtelijk Voorstel van de provincie Zuid-Holland. Om die reden zijn deze specifieke afspraken niet opgenomen in dit arrangement tussen Rijk en provincie Zuid-Holland. De geschiktheid en eventuele opname van dergelijke afspraken in de context van de Ontwerp Nota Ruimte hangt af of deze passen binnen provinciaal omgevingsbeleid. Gezien de huidige ontwikkelingsfase is in deze versie gekozen voor een beknopte, puntsgewijze weergave van de kernafspraken.

4

Ruimtelijk Arrangement Rijk - Provincie Zuid-Holland

2. Ruimtelijk arrangement: wederkerige bestuurlijke afspraken 2.1 Doel

2.2 Scope

Doel van het ruimtelijk arrangement is om vanuit nationaal (nationale programma’s en NOVI/Nota Ruimte) en provinciaal (POVI) perspectief ruimtelijk beleid onderling af te stemmen en zo bij te dragen aan de uitvoering van opgaven. Hiermee zorgt het ruimtelijk arrangement voor: • aanpak van ruimtelijke schuurpunten en benutten ruimtelijke kansen (boven) provinciaal; • versterking van de samenwerking tussen Rijk en provincies; • coördinatie van hiervoor juiste randvoorwaarden (keuzes, uitvoering, onderzoek); • waarborgen van duurzame ruimtelijke ontwikkeling (governance, benutten processen e.d.); • bouwen aan een gezamenlijke agenda voor ruimtelijke ordening.

•

• •

5

Een set aan wederkerige bestuurlijke afspraken tussen Rijk en provincie over de ruimtelijke vertaling van nationale en regionale maatschappelijke opgaven in een provincie. Versnellen van de uitvoering van ruimtelijke opgaven en verbeterde afstemming van beleid. Een agenda voor doorwerking en uitwerking van de gemaakte afspraken naar zowel Rijks- als provinciaal beleid.

Ruimtelijk Arrangement Rijk - Provincie Zuid-Holland

2.3 Reikwijdte

2.5 Samenwerking en commitment

•

•

•

Agenderend en richtinggevend karakter. Besluitvorming over zaken zoals aanpassing van regelgeving, juridisch instrumentarium en inzet van financiële middelen verloopt via geëigende sectorale structuren. Agenderend staat hier niet gelijk aan vrijblijvend. De minister van VRO in haar coördinerende regierol binnen ruimtelijke ordening en de provincies in hun coördinerende rol staan als gebiedsregisseur en gebiedsautoriteit (conform de Omgevingswet) van de gemaakte afspraken in het ruimtelijk arrangement.

•

De minister van VRO sluit namens het kabinet de ruimtelijke arrangementen met provincies tijdens de BO’s Leefomgeving in juni 2025 en committeert daarmee ook de collega bewindspersonen aan de uitvoering van de gemaakte afspraken. Betrokken overheden werken ook in andere trajecten samen, onder andere in het kader van de Regio Deals en de Woondeals.

2.4 Bronnen De te maken en te bestendigen opgaven vinden hun basis in: • het startpakket van het Rijk en het Ruimtelijk Voorstel provincie Zuid-Holland; • het omgevingsbeleid van het Rijk, te weten de Nationale Omgevingsvisie, de bijbehorende nationale programma’s en de Voorontwerp Nota Ruimte; • het omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland, te weten de Omgevingsbeleid provincie Zuid-Holland en de bijbehorende programma’s; • de eerder gemaakte afspraken in BO leefomgeving of DO NOVEX; • de lopende Rijk-provincie/ regiotrajecten in de provincie Zuid-Holland • de definitieve inzet Ruimtelijk Arrangement door provincie Zuid-Holland (april 2025).

6

Ruimtelijk Arrangement Rijk - Provincie Zuid-Holland

3. Zuid-Holland 3.1 Samen werken aan een toekomstbestendig Zuid-Holland Als provincie hebben we veel ambitie. We streven naar een toekomstbestendig Zuid-Holland: duurzaam, innovatief en inclusief, met een sterke economie waarin iedereen kan meekomen, goede huisvesting en een gezonde, kwalitatieve leefomgeving met natuurherstel en toekomstbestendige landbouw. Het beschermen van de schaarse beschikbare ruimte is hierbij een cruciaal uitgangspunt. Dit doen we in een dynamische context van klimaatverandering, geopolitieke verschuivingen en andere maatschappelijke trends.

Tal van urgente dossiers zitten op slot. Als provincie nemen we verantwoordelijkheid door het complexe vraagstuk van drinkwaterbeschikbaarheid aan te pakken, ondanks de moeilijke keuzes die dit vereist. Voor netcongestie en stikstof, die de provinciale schaal overstijgen, is echter de inzet van het Rijk cruciaal vanuit haar systeemverantwoordelijkheid. We nodigen het Rijk uit hierin met dezelfde daadkracht te investeren en staan klaar om hier samen met het Rijk in op te trekken. Een toekomstbestendige provincie vraagt om de koerswijziging die wij met ons Ruimtelijk Voorstel hebben ingezet, waarmee we de ‘business as usual’ doorbreken: sturen op brede welvaart, prioriteit geven aan het beschermen en ontwikkelen van een hoogwaardige, gezonde leefomgeving, en water en bodem meewegen in ruimtelijke vraagstukken. Dit vraagt een gezamenlijke inspanning. Wij dragen als gebiedsautoriteit met onze kennis bij aan de ontwikkeling van een samenhangende Nota Ruimte en ons Omgevingsbeleid.

Tijdens het BO Leefomgeving van november 2024 hebben we belangrijke stappen in het schetsen van dit perspectief gezet. We maakten afspraken over het verkennen van instrumentarium voor kwaliteitsversterking van de leefomgeving, het verduidelijken van bevoegdheden, en het maken van een verdiepingsslag op het vergroten van Brede Welvaart en het stimuleren van herstructurering van werklocaties. Bij al deze verkenningen zien we kansen, maar signaleren we ook uitdagingen. Zo vraagt het huidige instrumentarium om modernisering en een meer proactieve inzet. De huidige systematiek bestendigt te vaak de ‘business as usual’, waardoor noodzakelijke transities, zoals die in het havengebied, onvoldoende van de grond komen. Daarbij constateren we dat, hoewel wij vastberaden zijn om de woningbouwopgave voortvarend op te pakken, we worden geconfronteerd met fundamentele obstakels: netcongestie, stikstof en de beschikbaarheid van zoetwater. Deze obstakels belemmeren niet alleen de woningbouw, maar ook de haventransitie, ondanks onze inzet om de hiervoor benodigde ruimte te beschermen.

De koers voor Zuid-Holland erkent ook dat er steeds vaker sprake is van complexe en schurende ruimtelijke opgaven. De provincie acteert vanuit het besef dat uiteindelijk niet alles past en kan, dat er keuzes en prioriteitstelling nodig is. Keuzes door de autoriteit die daar de verantwoordelijkheid voor heeft, en daarbij actief verschillende medeoverheden, sectoren en maatschappelijk partners betrekt. We verwachten een gecoördineerde en sectoroverstijgende aanpak van het Rijk die recht doet aan de schaarste aan ruimte en noodzakelijke keuzes in Zuid-Holland. Het realiseren van een toekomstbestendig Zuid-Holland vraagt om een gezamenlijke, daadkrachtige inspanning van alle betrokken overheden en partners.

Zonder doorbraken op deze landelijke dossiers kunnen regionale afspraken over woningbouw, landbouwperspectief, een sterk- water en bodemsysteem, bereikbaarheid en economische weerbaarheid niet gerealiseerd worden.

7

Ruimtelijk Arrangement Rijk - Provincie Zuid-Holland

3.2 Ruimtelijke koers

3.3. NOVEX gebieden

Provinciale Staten hebben het Ruimtelijk Voorstel op 6 maart 2024 vastgesteld. Met het Ruimtelijk Voorstel “Ruimtelijke koers voor Zuid-Holland” presenteert de provincie Zuid-Holland een nieuwe koers voor de toekomstige verdeling van de ruimte in onze provincie. Tijdens de DG-tafels van 2024 werd de Zuid-Hollandse ruimtelijke koers grotendeels herkend en erkend door alle departementen.

Naast het Ruimtelijk Arrangement werken Rijk en provincie, samen met gemeenten en andere betrokken partijen samen in de NOVEX-gebieden Groene Hart, Zuidelijke Randstad en Rotterdamse Haven. In deze NOVEX-gebieden en de uitwerking van de nationale programma’s gebruiken we onder andere de Water- & bodemonderlegger om integrale ruimtelijke afwegingen te maken. Een sterk water- en bodemsysteem is in het laaggelegen Zuid-Holland een noodzakelijke randvoorwaarde om economie, voedselvoorziening en brede welvaart veilig te stellen voor de toekomst. Sleutelopgaven voor de versterking van het water- en bodemsysteem in Zuid-Holland in de toekomst betreffen: de beschikbaarheid van voldoende drinkwater en zoetwater, omgaan met verzilting, ruimte voor waterberging en versterking van boezemsystemen, en tot slot investeringen in waterveiligheid.

In het kort is onze ruimtelijke koers gebaseerd op de volgende uitgangspunten. Ruimtelijke keuzes prioriteren we meer op gezondheid, kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving, om te sturen op brede welvaart. Water en bodem hanteren we meer sturend als randvoorwaarde voor een veilige, toekomstbestendige ontwikkeling. We streven een toekomstbestendige economie na met betere leefomgevingskwaliteit en gezondheid. We geven voorrang aan een duurzame, digitale en inclusieve economie.

NOVEX Groene Hart De NOVEX Groene Hart-aanpak is een samenwerking tussen het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen om het Groene Hart toekomstbestendig te ontwikkelen. Het doel is om maatschappelijke opgaven zoals klimaatadaptatie, landbouwtransitie, energietransitie en woningbouw te realiseren, met behoud van het unieke landschap en de cultuurhistorische waarden van het gebied.

Dit betekent bovendien dat we ruimte beter beschermen en effectiever gebruiken. We stellen een ondergrens aan open landschap voor noodzakelijke transities (o.a. landbouw, energie, water, natuur). We gebruiken onze schaarse ruimte efficiënter via onze integrale verstedelijkingsstrategie (beter benutten, verdichting, functiemenging). Wonen en werken ontwikkelen zich binnen de daarvoor gereserveerde ruimte. We gaan voor kwaliteit en selectieve groei en faciliteren niet meer vanzelfsprekend ruimtelijk op basis van prognoses.

In mei 2024 is het Ontwikkelperspectief Groene Hart vastgesteld (inclusief disclaimer provincie Zuid-Holland) en in oktober 2024 is de Realisatieagenda vastgesteld. De sleutelopgaven uit de Realisatieagenda en de werkgroepen die werken aan de structurerende keuzes geven invulling aan een Regionale Investeringsagenda (RIA) Groene Hart. De sleutelprojecten kunnen met investeringen uit de RIA leiden tot invulling van het Ontwikkelperspectief en het versnellen van de uitvoering op Groene Hart thema’s.

8

Ruimtelijk Arrangement Rijk - Provincie Zuid-Holland

NOVEX Zuidelijke Randstad In de Zuidelijke Randstad werken we hard aan toekomstbestendige verstedelijking. In het Ontwikkelperspectief NOVEX Zuidelijke Randstad staan de ambities voor de toekomst: een toekomstbestendige, innovatieve en economisch krachtige metropool waar kwaliteit en brede welvaart centraal staan. Het gaat daarbij om meer dan alleen het toevoegen van woningen en arbeidsplaatsen en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het gaat vooral om het maken van een kwaliteitssprong naar een toekomstbestendige regio. Een regio waar inwoners gezond, gelukkig en veilig kunnen leven in een kwalitatieve, welvarende en klimaatrobuuste omgeving. Met de bouw van tienduizenden woningen en de schaalsprong OV Oude Lijn zijn we goed op weg.

NOVEX-Haven Rotterdam Die ambitie is groot. Afgesproken is dat de Rotterdamse haven beweegt naar het meest duurzame haven- en industriecomplex ter wereld in 2050, internationaal concurrerend, gelegen in een krachtige toekomstbestendige metropoolregio en dat deze transitie wordt gerealiseerd in goede balans met de leefomgeving, vanuit het streven naar brede welvaart. Keuzes op de korte termijn zijn structurerend voor de lange termijn en omgekeerd. Tegelijkertijd realiseren we ons dat als wij geen keuzes maken, dat er dan keuzes voor ons worden gemaakt. Dat gaat ten koste van de kwaliteit van dit gebied. Wat nu nog een mogelijkheid is, wordt dan een onvermijdelijkheid. Daarom werken we samen om silo’s te doorbreken en onze ambitie te realiseren. Partijen sturen samen op coherente transitie en zetten de eigen (omgevings-) instrumenten in om gezamenlijk de transitie te bewerkstelligen.

Voor de ontwikkeling van een robuuste groenblauwe structuur, randvoorwaardelijk bij de toenemende intensivering voor de kwaliteit en klimaatadaptatie van de leefomgeving en de gezondheid van mens en natuur en de transitie naar een toekomstbestendige economie willen we nu alle zeilen bijzetten. Voor deze integrale, toekomstbestendige verstedelijking organiseren we langjarige uitvoeringskracht. Daarvoor versterken we de samenwerking tussen Rijk, provincie, waterschappen, gemeenten en maatschappelijke partners in NOVEX Zuidelijke Randstad.

In de uitvoeringsagenda 1.0 is afgesproken in het BO Leefomgeving van 2 juni 2025 een voorstel voor te leggen om de startbeslissing voor een verkenning ruimtegebrek haven en impuls leefomgeving voor te bereiden. Het streven is om vandaar uit het startbesluit te nemen in het BO MIRT 2025 van 5 november. Concreet gaat het om het starten van een onderzoek naar nut, noodzaak en impact op de omgeving van verschillende oplossingsrichtingen voor ruimtegebrek in de Rotterdamse haven en voor de versterking van de leefomgeving. Daarbij hanteren zij de MIRTspelregels. Onder de verschillende te onderzoeken oplossingsrichtingen vallen in ieder geval intensivering en optimalisering van het ruimtegebruik in het bestaande havengebied, de potentie van bestaande bedrijventerreinen in de regio en de mogelijkheid van een zeewaartse uitbreiding.

Rijk en regio blijven doorgaan met de realisatie van 200.000 woningen tot 2040 op binnenstedelijke locaties nabij HOV-locaties in o.a. Dordrecht, Rotterdam, Schiedam, Delft, Den Haag, Rijswijk, Leiden en Zoetermeer. Rijk en regio spreken daartoe af dat de gemaakte afspraken met betrekking tot verstedelijking en mobiliteit onverkort worden uitgevoerd en om in de komende periode te inventariseren of aanvullende afspraken noodzakelijk zijn om het behalen van onze doelen m.b.t. verstedelijking en mobiliteit te kunnen versnellen, door: het oplossen van belemmeringen/kritische succesfactoren (randvoorwaarden op orde, waarbij energietransitie en drinkwater urgente factoren zijn) in kaart brengen en wegnemen van schuurpunten (richtinggevende keuzes maken) en/of de actualisatie van de regionale woondeals wordt hiervoor benut. De uitvoeringsagenda 2.0 staat geagendeerd in het BO Leefomgeving van 2 juni 2025.

9

Ruimtelijk Arrangement Rijk - Provincie Zuid-Holland

Schipholregio (Novex Schiphol) Binnen regio Schiphol werken ministeries, provincies en gemeenten met elkaar uit hoe ze de ruimtelijke opgaven in de regio invullen (NOVEX Schiphol). Het doel is om zo een impuls te geven aan de kwaliteit van de leefomgeving. We willen de kwaliteit van de leefomgeving van de regio Schiphol verbeteren, zodat er een nieuwe en evenwichtiger balans ontstaat tussen de internationale luchthaven en het beschermen en bevorderen van de kwaliteit van de leefomgeving van de regio Schiphol. Waar effecten van Schiphol ook in het noorden van Zuid-Holland zichtbaar zijn, werkt Zuid-Holland mee binnen deze regio.

10

Ruimtelijk Arrangement Rijk - Provincie Zuid-Holland

4. Ruimtelijke Afspraken 4.1. Overzicht ruimtelijke afspraken 1. 2. 3. 4. 5.

Omgaan met conflicterende (ruimte)claims. Ontwikkelstrategie verstedelijking langere termijn en richting 2100 (VISTA). Economische ontwikkeling, waaronder bedrijventerreinen. Invulling woningbouwambities en benodigde randvoorwaarden. Groen In en Om de Stad, koppelmogelijkheden voor versterking recreatief groen op de overgang stad-land. 6. Brede welvaart en lange termijn regionale investeringsprogramma’s. 7. Zoetwaterbeschikbaarheid voor vernatting van veenweiden (Groene Hart) i.r.t. afremming bodemdaling en CO2-reductie. 8. Zoetwaterbeschikbaarheid voor landbouw en industrie. 9. Drinkwater. 10. Ruimtelijke strategie veenweidegebieden. 11. Meer duidelijkheid over landbouw- en natuurbeleid. 12. Energie(systeem). Inpassing van energiestructuren i.r.t. andere ruimtelijke functies en kwaliteiten. 13. De mogelijkheden en beperkingen van de ruimtelijke impact en milieu-impact van circulaire economische ontwikkelingen. 14. Koppelkansen van gekozen voorkeurslocaties Ruimte voor Defensie met andere ruimtelijke opgaven. 15. Cultureel erfgoed en waardevolle cultuurlandschappen. 16. Gezonde leefomgeving. 17. Land-/luchtzijdige kant Schiphol.

11

Ruimtelijk Arrangement Rijk - Provincie Zuid-Holland

ONDERWERP 1

ONDERWERP 2

Omgaan met conflicterende (ruimte)claims.

Ontwikkelstrategie toekomstbestendige stedelijke ontwikkeling langere termijn en richting 2100 (VISTA).

Probleemanalyse De beperktheid aan ruimte vraagt ons om de beschikbare ruimte zo goed, efficiënt en meervoudig mogelijk te benutten. Gelijktijdig groeit het besef dat uiteindelijk niet alles past en kan en dat er keuzes en prioriteitstelling nodig zijn. Bij het inpassen van de vele ruimtelijke opgaven kan sprake zijn van conflicterende ruimtelijk claims.

Probleemanalyse Het Rijk zet via (voorontwerp-)Nota Ruimte in op een regionaal gedifferentieerde ruimtelijke ontwikkelstrategie. Deze strategie valt uiteen in vijf types: vitaliseren, initiëren, stimuleren, transformeren en accommoderen (VISTA). Zuid-Holland kent grote opgaven in een schaarse ruimte. Vooral drinkwater, waterberging, energie en natuurherstel vragen urgent om ruimte, naast de opgaven voor wonen, werken, recreëren en een toekomstbestendige landbouw. Voor Zuid-Holland wordt dit momenteel nader uitgewerkt in het provinciaal omgevingsbeleid. Rijk en regio werken vanuit eigen beleidskaders samen in specifieke gebieden binnen de provincie. Dit wordt onder meer gedaan door de nadere uitwerking van het VISTA-model door het Rijk, passend bij de verscheidenheid in gebieden van Zuid-Holland. Zo wordt bijvoorbeeld gedacht aan de typologie transformeren voor NOVEX-gebied Zuidelijke Randstad en voor de gebieden Groene Hart, Hoeksche Waard en GoereeOverflakkee het type vitaliseren.

Gezamenlijk doel Rijk en provincie willen Zuid-Holland toekomstbestendig maken met een aantrekkelijke, veilige en gezonde leefomgeving voor nu en toekomstige generaties. De opgaven waarvoor we staan zijn groot en het is een uitdaging om de leefomgevingskwaliteit een impuls te geven. Voor een toekomstbestendige provincie is het nodig om te sturen op een samenhangende ruimtelijke ontwikkeling en een rechtvaardige verdeling van de schaarse ruimte. Om op het geheel van deze ontwikkeling en verdeling te sturen en vaart te houden op het arrangeren van ruimtelijke keuzes werken Rijk en Provincie(s) samen. Een goede werkwijze om opgaven en mogelijke keuzes gezamenlijk te maken is essentieel in het arrangeren van keuzes.

Gezamenlijk doel Het gezamenlijke doel is inzet op een regionaal gedifferentieerde ruimtelijke ontwikkelstrategie en het verkennen van een eerste gedeeld beeld van de ruimtelijke ontwikkelmogelijkheden gericht op het vergroten van de brede welvaart in de provincie Zuid-Holland na 2030 en richting 2050 en verder.

Wat spreken Rijk en provincie af • Rijk en het IPO werken in de zomer van 2025 gezamenlijk een werkwijze uit om met conflicterende claims om te gaan. Deze werkwijze moet de mogelijkheid bieden om conflicterende claims transparant te kunnen analyseren en oplossingen te formuleren. Uitgangspunt is om lopende processen en bestaande verantwoordelijkheden en bevoegdheden zoveel mogelijk in tact te laten tussen overheden. Onnodige dubbeling moet worden voorkomen. Dit overeenkomstig het productbeeld Ruimtelijk Arrangement.

Waar staan Rijk en regio op dit moment Tussen Rijk en provincie is afgesproken dat de VISTA-strategie (vitaliseren, initiëren, stimuleren, transformeren en accommoderen) uit het (aankomende) ontwerp Nota Ruimte wat betreft de provincie Zuid-Holland nog een duiding van de kwantitatieve en kwalitatieve opgave voor wonen, werken, mobiliteit, water, energie, landbouw, natuur en (recreatief) groen voor de verschillende regio’s binnen de provincie mist. Dit zou medebepalend moeten zijn voor de inzet. De provincie wil weten hoe om te gaan met verschillen tussen en binnen regio’s.

12

Ruimtelijk Arrangement Rijk - Provincie Zuid-Holland

ONDERWERP 3

Het Rijk beoogt in de ontwerp Nota Ruimte de opgaven op wonen, werken en bereikbaarheid ook in samenhang te brengen met water en bodem, landbouw en natuur en economie en energie. De provincie reageert daarna in de zienswijzeperiode formeel op deze teksten.

Economische ontwikkeling, waaronder bedrijventerreinen. Probleemanalyse Bedrijven hebben ruimte nodig om concurrerend te blijven in de (inter-)nationale markt, duurzaam te groeien en mee te gaan in de grote transities van deze tijd, zoals de circulaire transitie, de energietransitie, digitalisering en robotisering. Voldoende ruimte voor economie is een randvoorwaarde voor een goed vestigingsklimaat, een sterke concurrentiepositie en het realiseren van de doelstellingen voor strategische autonomie. Met name bedrijventerreinen zijn een cruciale schakel in het economisch functioneren van Zuid-Holland, aangezien hier een derde van de bedrijven en werkgelegenheid is gevestigd. Bedrijventerreinen zijn daarnaast dé locaties waar hinder veroorzakende functies zich kunnen vestigen, zoals stadsverzorgende bedrijven (bouw, service), (stads)logistiek en (circulaire) industrie. Daarmee zijn het ook dé plekken waar de transities naar een duurzame en circulaire economie vorm moet krijgen.

Wie zijn er vanuit Rijk en regio betrokken Ministeries van VRO, IenW, EZ, LVVN en provincie Zuid-Holland. Wat spreken Rijk en provincie af • De indeling uit het VISTA-model, uit de (voor)ontwerp Nota Ruimte, werken Rijk en provincie in samenwerking met andere gebiedspartners nader uit zodat deze past bij de ruimtelijke kenmerken van de Zuid-Hollandse regio’s en de ambities en beleidskaders van de provincie Zuid-Holland. Dit werken we nader uit in bestaande samenwerkingen zoals het Ruimtelijk Arrangement en de NOVEX-gebieden. • Onderschrijven de inzet op een regionaal gedifferentieerde ruimtelijke ontwikkelstrategie met de regionale vitalisering en de (binnenstedelijke) transformatieopgave van het bestaande ruimtelijk-economisch systeem als basis voor de samenwerking tussen Rijk en provincie. Voor de NOVEX-gebieden Zuidelijke Randstad en Groene Hart betekent dit dat de belangrijkste structurerende elementen uit de beide Ontwikkelperspectieven worden meegenomen en ruimtelijk worden vertaald in de Nota Ruimte en in samenhang worden bekeken met het Omgevingsbeleid provincie Zuid-Holland. • Spreken af om een eerste gezamenlijk beeld van de ruimtelijke ontwikkelmogelijkheden met een duidelijke focus op brede welvaart en de binnenstedelijke transformatieopgaven van de provincie Zuid-Holland na 2030 en richting 2050 en verder te verkennen.

Deze beelden kunnen landen in het verdere cyclische proces van beleidsafstemming in o.a. het ruimtelijk arrangement en vervolg in de NOVEX-gebieden.

Omdat de (uitbreidings)ruimte voor bedrijvigheid in Zuid-Holland beperkt is willen we de bestaande ruimte voor bedrijvigheid behouden, beschermen en beter benutten. Daarbij hebben we in het bijzonder aandacht voor hoge milieucategorie (HMC) en watergebonden bedrijventerreinen. Gezien de omvang en het belang van de Zuid-Hollandse economie voor Nederland, de grote druk op de ruimte en de opgave die Zuid-Holland heeft om bij te dragen aan diverse (nationale) transitieopgaven, is het van belang om gezamenlijk instrumenten voor goed (economisch) ruimtegebruik te ontwikkelen, te testen en op te schalen. Het is daarbij belangrijk om gezamenlijk te verkennen hoe samenhangend nationaal en provinciaal instrumentarium daarin kan ondersteunen, zoals met een verplaatsings-/herstructuringsfonds om (schuif)ruimte te creëren voor de (circulaire) economie. We bouwen daarbij voort op afspraken uit de uitvoeringsagenda NOVEX Rotterdamse Haven en NOVEX Zuidelijke Randstad om werk te maken van het beter benutten en optimalisatie van de (bestaande) ruimte voor economie. Daarbij betrekken we de bestaande inzet, ervaringen en middelen, zoals de landelijke pilot ‘Toekomstbestendige bedrijventerreinen’. Via de samenwerking binnen de NOVEX Rotterdamse Haven

13

Ruimtelijk Arrangement Rijk - Provincie Zuid-Holland

en NOVEX Zuidelijke Randstad brengen we resultaten verder en sturen we op het vervolg. Dit zal bijdragen aan onze nationale en provinciale visie op de toekomstige economie.

ONDERWERP 4

In het omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland is reeds bescherming aangebracht voor minimale milieucategorieën bedrijventerreinen.

Probleemanalyse Rijk en provincies erkennen dat de realisatie van de woningbouwopgave tot en met 2030 een grote opgave is, die primaire focus heeft en een blijvende, uitdagende en integrale ruimtelijke opgave is. De ambities uit de Woontop van 11 december en eerder gemaakte afspraken tussen Rijk en provincie blijven het uitgangpunt. Om dit waar te kunnen maken en te groeien in balans is het noodzakelijk om met alle partners in gezamenlijkheid te werken aan de invulling van de benodigde woningbouwvoorwaarden zoals bijvoorbeeld financiële tekorten, bereikbaarheid, capaciteitstekorten, energie infrastructuur, groen in en om de stad, klimaatadaptatie, stikstof, etc. Ook richting 2050 blijft de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgave groot. De woningbouwopgave na 2030 vraagt hierbij om een nationale integrale visie gericht op zowel de verwachte kwantitatieve als kwalitatieve woonbehoefte. Daarbij dienen nadrukkelijk factoren zoals de identiteit van Zuid-Holland, economische en demografische ontwikkelingen en overige opgaven in de verschillende regio’s in ons land te worden meegewogen, evenals de afspraken die worden gemaakt in het ruimtelijk arrangement en de Nota Ruimte.

Invulling woningbouwambities en benodigde randvoorwaarden.

Wat spreken Rijk en provincie af • Rijk en provincie werken samen aan hoe de nationale Ruimtelijk Economische Visie, die momenteel wordt ontwikkeld, en de Ruimtelijk Economische Visie voor Zuid-Holland gezamenlijk richting kunnen geven en prioriteiten kunnen formuleren voor toekomstige economische ontwikkelingen in Zuid-Holland in relatie tot het economische ecosysteem van Noordwest Europa. • Rijk, provincie en gebiedspartners werken samen aan wat nodig is voor het behouden en beter benutten van de bestaande en gereserveerde ruimte voor economie in Zuid-Holland.

Gezamenlijk doel Rijk en provincies willen de (eerder) gemaakte afspraken realiseren. Vervolgens wordt er richting 2050 binnen ieders mogelijkheden naar gestreefd om zo goed mogelijk invulling te geven aan de toekomstige woningbouwopgave. Wat spreken Rijk en provincie af • Het Rijk en de provincie Zuid-Holland spreken af samen te blijven werken aan de woningbouwopgave van Zuid-Holland. Hierbij houden we vast aan en bouwen voort op alle Woontopafspraken van 11 december 2024 en alle gemaakte afspraken in de Woondeals. Hierbij werken we aan de realisatie van 247.896 te bouwen woningen tot en met 2030. Daarbij is het belangrijk dat de afspraken in het Ruimtelijk Arrangement wederkerig zijn en dat we daarmee ook samen optrekken ten aanzien van de benodigde woningbouwvoorwaarden om de woningbouwopgave mogelijk te maken. Hierbij bezien we ook in

14

Ruimtelijk Arrangement Rijk - Provincie Zuid-Holland

•

•

•

ONDERWERP 5

gezamenlijkheid wat lokaal en regionaal speelt om het beeld op de woningbouwvoorwaarden verder te ontwikkelen. Rijk en provincie spreken af in gesprek te blijven over de woningbouwvoorwaarden daar waar interdependentie is of schuurpunten bestaan en te bespreken waar oplossingen liggen, binnen beleid en wet- regelgeving. Op de BO Woondeal worden de benodigde woningbouwvoorwaarden gezamenlijk geïdentificeerd en de consequenties worden in het BO MIRT/BOL geagendeerd. Rijk en provincie spreken de intentie uit om in het BO MIRT/BOL proces een tijdlijn af te spreken ten aanzien van de benodigde acties van Rijk en provincie op de woningbouwvoorwaarden. Hiertoe spreken Rijk en provincie af gezamenlijk deze tijdlijn te construeren. Rijk en provincie spreken af om naast gesprekken over realisatie ook, in gesprek te blijven over de toekomstige woningbouwopgaven, in samenhang met andere ruimtelijke belangen, met het doel om te komen tot een gezamenlijke richting.

Groen In en Om de Stad, koppelmogelijkheden voor versterking recreatief groen op de overgang stad-land. Probleemanalyse Rijk en provincie Zuid-Holland onderschrijven het belang van publiek toegankelijk of beleefbaar groen voor een vloeiende overgang tussen stad en land (in voorontwerp Nota Ruimte en in Omgevingsvisie provincie Zuid-Holland) waarbij de inwoners toegang hebben tot landschappen met een kwaliteit die aansluit bij recreatieve wensen en behoeften en waarbij kwetsbare natuurgebieden worden ontlast. Voor een groene en gezonde groei van de provincie Zuid-Holland is meer en ook beter groen nodig. Ontwikkeling van robuuste groenblauwe netwerken in en om de kernen dient meerdere doelen: verbinding tussen stad en land, waterberging, versterking van de biodiversiteit, gezondheid en verbetering van de recreatieve toegankelijkheid als onderdelen van het versterken van brede welvaart. Het huidige beleid en de middelen voor groen zijn vooral gericht op óf het stedelijk gebied, óf het landelijk gebied. Beleid en voldoende middelen voor (recreatief) groen om de stad, inclusief het slechten van fysieke barrières voor mens en dier (zoals door (nationale) infrastructuur), het uitbreiden van recreatiemogelijkheden en het versterken van het groenblauwe raamwerk ontbreken.

Gezamenlijk doel Het gezamenlijke doel is het beter verbinden van stedelijk en landelijk gebied om ervoor te zorgen dat met de groeiopgave van de provincie Zuid-Holland ook de groene en landschappelijke kwaliteit wordt versterkt. Hiermee behouden we een gezonde leefomgeving voor mens en dier. We zoeken naar mogelijkheden om relevante bestaande sectorale programma’s beter aan elkaar te verbinden en zo meer te kunnen doen met de beschikbare financiële middelen voor versterking van recreatief groen op de overgang stad-land.

15

Ruimtelijk Arrangement Rijk - Provincie Zuid-Holland

Wie zijn er vanuit Rijk en regio betrokken Ministeries van VRO, LVVN, IenW, provincie Zuid-Holland, Zuid-Hollandse waterschappen, inclusief partners van NOVEX-Zuidelijke Randstad.

ONDERWERP 6

Wat spreken Rijk en provincie af • Rijk en Provincie erkennen dat, gezien de leefbaarheidsopgave in Zuid-Holland, investeringen in het groenblauwe netwerk nodig zijn om aan de verstedelijkingsopgave te kunnen voldoen. • In te zetten op groenblauwe structuren, die op de verschillende schaalniveaus op elkaar aansluiten: nationaal, regionaal/provinciaal als op lokaal/gemeentelijk niveau (principe van aansluitende structuren). • In te zetten op goede verbindingen tussen stedelijk en niet-stedelijk gebied; mogelijk goed te combineren met langzame verkeersroutes en groenblauwe dooradering (principe van nabijheid/ toegankelijkheid), welke ook bijdraagt aan de verbetering van de biodiversiteit, en hier binnen NOVEX Zuidelijke Randstad verder uitvoering aan te geven, met het Landschapspark Zuidvleugel als dragende structuur. • Zoveel mogelijk in te zetten op meervoudig ruimtegebruik. Waar mogelijk worden slimme functiecombinaties gemaakt en efficiënt ruimtegebruik met behoud van ruimtelijke kwaliteit (Principe van meervoudig ruimtegebruik). • Vanuit NOVEX Zuidelijke Randstad toe te werken naar gezamenlijke daadwerkelijke uitvoering van deze erkende opgave, inclusief afspraken over investeringen, beheerkosten, organisatie en programmering voor korte en langere termijn.

• De inzet op uitvoering van deze erkende opgave op basis van de ervaringen binnen NOVEX Zuidelijke Randstad stapsgewijs uit te bouwen naar andere gebieden in provincie Zuid-Holland.

Probleemanalyse De brede welvaart is in delen van Zuid-Holland relatief laag en ook significant lager dan elders in ons land. Brede welvaart gaat over de kwaliteit van leven in het hier en nu, maar ook over de effecten op de welvaart van latere generaties of van die van mensen elders in de wereld. En die kwaliteit van leven wordt in belangrijke mate beïnvloed door de kwaliteit van de sociale én fysieke leefomgeving. Vanuit het perspectief van brede welvaart worden meer aspecten afgewogen dan het bruto regionaal product en inkomen per hoofd van de bevolking. Ook thema’s als gezondheid, arbeid, wonen, veiligheid, sociale cohesie, onderwijs, natuur, milieu en leefomgeving wegen we mee. In een veranderend geopolitiek krachtenveld is de internationaal georiënteerde én regionale economie van Zuid-Holland kwetsbaar en staat de brede welvaart van inwoners verder onder druk.

Brede welvaart en lange termijn regionale investeringsprogramma’s.

Verbeteren van brede welvaart vraagt om een sector overstijgende aanpak en financiering van opgaven. Huidige kaders en financieringsstromen zijn echter primair sectoraal van aard. Gezamenlijk doel Het doel van brede welvaart is om te sturen op een hogere kwaliteit van leven voor iedereen, op een manier die houdbaar is voor de toekomst en rechtvaardig is voor mensen elders, door een breder begrip van welvaart centraal te stellen in metingen, beleid en maatschappelijk debat. Waar staan Rijk en regio op dit moment? Het verbeteren van de brede welvaart is een belangrijk principe binnen het ruimtelijk beleid. In het regeerprogramma biedt het kabinet hier mogelijkheden voor door bij te willen dragen aan de vitalisering van regio’s en gebieden waar de leefbaarheid onder druk staat, zoals in de vijf stedelijke focusgebieden in Zuid-Holland die zijn aangeduid in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV).

16

Ruimtelijk Arrangement Rijk - Provincie Zuid-Holland

Wie zijn er vanuit Rijk en regio betrokken Ministeries van VRO en Binnenlandse Zaken als coördinerend ministeries voor NOVEX, Provincie Zuid-Holland, regiodealgemeenten en NOVEX-partners.

vast moeten houden. Rijk en regio erkennen dat hier maximaal op moet worden ingezet. Echter, de veenweiden zijn ook, nu en in de toekomst, blijvend afhankelijk van zoetwater uit het hoofdwatersysteem en dus van de keuzes die het Rijk (i.s.m. de regio’s) gaat maken rondom de zoetwatertoevoer van buiten het gebied (onderdeel van de Deltabeslissing 2027).

Wat spreken Rijk en provincie af • Rijk en provincie verkennen en maken afspraken om verbinding te maken tussen de ontwikkeling van de aangekondigde lange termijn regionale investeringsagenda’s op het gebied van onder andere onderwijs, bereikbaarheid, economie en zorg, in het verlengde van de NOVEX-gebieden, het NPLV en de Zuid-Hollandse regiodealgebieden. Binnen die agenda’s kunnen (bestaande en eventueel nieuwe) middelen vanuit verschillende departementen gebundeld ingezet worden, waarmee de impact en samenhang groter is dan vanuit de afzonderlijke stromen.

Gezamenlijk doel Het gezamenlijke doel (stip op de horizon) is om zorg te dragen dat er voldoende zoetwater beschikbaar is voor de aanwezige functies en om de bodemdaling in de veenweiden af te kunnen remmen en de CO2 te kunnen reduceren. Hiervoor is een combinatie nodig van maatregelen om gebiedseigen water te bergen en vast te houden en maatregelen om gebiedsvreemd water via het (hoofd)watersysteem toe te voeren. Waar staan Rijk en regio op dit moment Dit onderwerp bevindt zich wat betreft het maken van afspraken in het ruimtelijk arrangement in de fase van verkenning van oplossingsrichtingen.

ONDERWERP 7 Zoetwaterbeschikbaarheid voor vernatting van veenweiden (Groene Hart) i.r.t. afremming bodemdaling en CO2-reductie. *

Wie zijn er vanuit Rijk en regio betrokken Ministeries van IenW, LVVN, VRO, provincie Zuid-Holland en Noord-Holland, Unie van Waterschappen.

De onderstaande afspraak bij 7 behoeft nadere gezamenlijke uitwerking. Rijk en Provincie pakken nadere afstemming en uitwerking samen op, en benutten daartoe in ieder geval de bestaande tafels, zoals het Bestuurlijk Platform Zoetwater.

Wat spreken Rijk en provincie af ? • Vernatting van veenweiden (als Groene Hart in provincie Zuid-Holland) wordt meegenomen als één van de nieuwe grote watervragers in het kader van de herijking van het Deltaprogramma. Dit betreft een provincieoverstijgende afspraak, categorie structurerende keuzes, al dan niet te verwerken in de Nota Ruimte.

Probleemanalyse Rijk en provincie zijn het erover eens dat er voldoende zoetwater beschikbaar moet zijn om de bodemdaling in de veenweiden (van Groene Hart) af te kunnen remmen en de CO2 te kunnen reduceren. Vanuit het Rijk is afgesproken dat het grondwaterpeil in de veenweiden omhoog moet naar 20 tot 40 centimeter onder maaiveld. Hiervoor is veel zoetwater nodig, terwijl er nationaal een oplopend zoetwatertekort is. Uitgangspunt in het Deltaprogramma is dat gebieden zoveel mogelijk zelfvoorzienend dienen te zijn en dat zij gebiedseigen water moet bergen en

17

Ruimtelijk Arrangement Rijk - Provincie Zuid-Holland

ONDERWERP 8

Voor zoetwaterbeschikbaarheid zijn twee deltabeslissingen relevant. Dit zijn de Deltabeslissing Zoetwater en de Deltabeslissing Rijn-Maasdelta. Een belangrijk onderdeel hierin is de verdeling van het zoetwater over Nederland. Dit wordt uiteindelijk vastgelegd in het Nationaal Waterprogramma 2028-2033. Een verandering in de waterverdeling heeft effect op de zoetwaterbeschikbaarheid en de waterbuffers in heel laag Nederland. In het Nationaal Waterprogramma is de strategie voor de klimaatbestendige zoetwatervoorziening van het hoofdwatersysteem vastgelegd. Die strategie is het gericht zoet houden van het benedenrivierengebied en het in stand houden van zoetwaterbuffers. Vanwege de afhankelijkheid van het hoofdwatersysteem zijn de keuzes die gemaakt worden van grote betekenis voor zoetwaterregio West-Nederland.

Zoetwaterbeschikbaarheid voor landbouw en industrie. *

De onderstaande afspraken bij 8 behoeven nadere gezamenlijke uitwerking. Rijk en Provincie pakken nadere afstemming en uitwerking samen op, en benutten daartoe in ieder geval de bestaande tafels, zoals het Bestuurlijk Platform Zoetwater.

Probleemanalyse Beschikbaarheid van zoetwater zal niet altijd meer vanzelfsprekend zijn. Door vaker lage rivierafvoeren en door zeespiegelstijging zal de Rijn-Maas monding verder verzilten. Tevens neemt de vraag naar zoetwater nog altijd toe en daarom zal het steeds moeilijker worden om voldoende zoetwater aan te voeren. Vanuit strategieën voor het tegengaan van bodemdaling en veenoxidatie ontstaat een extra zoetwatervraag voor het verhogen van grondwaterstanden. De impactstudie veenweidegebied laat zien dat er binnen het huidige watersysteem onvoldoende ruimte beschikbaar is om daarnaast ook de zoetwaterbeschikbaarheid in verziltende gebieden te blijven garanderen. Grootverbruikers van zoetwater zoals landbouw en industrie zullen hierop moeten aanpassen.

Wie zijn er vanuit Rijk en regio betrokken Ministeries van IenW, provincie Zuid-Holland, Unie van Waterschappen, nationaal Deltaprogramma. Wat spreken Rijk en provincie af ? • Rijk en provincie spannen zich in om tekorten aan zoetwater te voorkomen, door in te zetten op de voorkeursvolgorde voor watergebruik zoals vastgelegd in de NOVI: zuinig gebruik – vasthouden – slimmer verdelen. • Ten aanzien van zuinig gebruik spreken rijk en regio af om te onderzoeken of/ hoe de beschikbaarheid van zoetwater voor industriële productieprocessen (waaronder waterstofproductie) vooraf kan worden getoetst en kan worden meegewogen in de vergunningverlening. Hierbij wordt ook gekeken naar de mogelijkheden van het benutten van alternatieve bronnen zoals brak grondwater, zeewater en effluent van rioolwaterzuiveringen. • Ten aanzien van water vasthouden: werkt het Rijk op korte termijn aan toepasbaar beleid voor infiltratie van (hemel)water in de ondergrond, gelet op de aanwezigheid van PFAS en werken Rijk en provincie aan verdere verbetering voor toepasbaar beleid voor lozing concentraat bij ontzilting van brak grondwater. • Ten aanzien van slimmer verdelen: Rijk en regio blijven inzetten op het zoet houden van de strategische waterbuffers, conform de huidige strategie in het Nationaal Waterprogramma.

Eventuele aanpassing van de nationale waterverdeling wordt getoetst aan deze strategie en aan de gevolgen voor de

Gezamenlijk doel Naast de inzet op een robuust zoetwateraanvoersysteem, moet ook de zoetwatervraag door (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen en nieuwe watervragers (bv. waterstoffabrieken) worden beperkt en moeten landbouw en industrie worden voorbereid op drogere en zoutere condities. In Zuid-Holland wordt m.n. impact verwacht op de beschikbaarheid van zoetwater voor natuur, land- en tuinbouw, industrie en energieproductie. Waar staan Rijk en regio op dit moment Rijk en provincie werken met gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat en verschillende maatschappelijke organisaties samen in het Deltaprogramma Zoetwater om weerbaarder te worden tegen zoetwatertekort. Concrete maatregelen en onderzoeken om zoetwaterbeschikbaarheid te vergroten, worden via de zoetwaterregio’s ingebracht en besproken in het Bestuurlijk Platform Zoetwater, waar Rijk en Provincies samen aan deelnemen.

18

Ruimtelijk Arrangement Rijk - Provincie Zuid-Holland

•

Wie zijn er vanuit Rijk en regio betrokken Provincie Zuid-Holland, Dunea, Oasen, Evides, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

waterbeschikbaarheid benedenstrooms. Als er meer water naar andere delen van Nederland gaat, moeten er voldoende maatregelen worden genomen om de zoetwaterbuffers voor zoetwaterregio West-Nederland in stand te houden. Ten aanzien van toekomstperspectieven NOVEX-gebieden (Haven, ZR, GH) en andere bestuurlijke tafels zoals Bestuurlijk Platform Zoetwater, spreken Rijk en Provincie af de Zuid-Hollandse WBS-onderlegger te benutten, zodat de ruimtelijke vertaling van verzilting en verminderde beschikbaarheid van de zoetwater kan worden betrokken bij de integrale afwegingen voor verdere ontwikkelingen in die gebieden.

Wat spreken Rijk en provincie af ? • Het Rijk ondersteunt provincies op het versnellen van procedures voor drinkwaterprojecten via de Wet Regie Volkshuisvesting en de Omgevingswet (zie actieprogramma beschikbaarheid drinkwaterbronnen). Rijk en regio werken uit hoe gebruik kan worden gemaakt van de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt voor procedurele versnelling bij het realiseren van nieuwe drinkwaterproductielocaties en het aanleggen, opwaarderen en optimaliseren van infrastructuur vanuit het principe ‘drinkwater als dwingende reden van groot openbaar belang’ • Het Rijk zet zich in om de drinkwaterbesparingsdoelstellingen uit het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing steviger richtinggevend te laten zijn. • Rijk en provincie werken aan verdere verbetering voor toepasbaar beleid voor lozing concentraat bij drinkwaterproductie (i.v.m. gebruik membraanzuivering). • Het Rijk respecteert, ten aanzien van diepe boringen zoals voor geothermie, de ruimtelijke reserveringen die de provincie heeft vastgelegd ten behoeve van (mogelijke toekomstige) drinkwaterwinning. • Ten aanzien van toekomstperspectieven NOVEX-gebieden (Haven, ZR, GH) spreken Rijk en provincie af de Zuid-Hollandse WBS-onderlegger te benutten, zodat de beschikbaarheid van drinkwater kan worden betrokken bij de integrale afwegingen voor verdere ontwikkelingen in de gebieden.

ONDERWERP 9 Drinkwater *

De onderstaande afspraken bij 9 behoeven nadere gezamenlijke uitwerking. Rijk en Provincie pakken nadere afstemming en uitwerking samen op, en benutten daartoe in ieder geval de bestaande tafels, zoals het Bestuurlijk Platform Zoetwater.

Probleemanalyse Door de groei van de bevolking en de economie, het veranderende klimaat en de toenemende druk op de kwaliteit van de bronnen voor drinkwater staat de beschikking over voldoende schoon drinkwater nu en in de toekomst onder druk. Gezamenlijk doel Het waarborgen van voldoende drinkwaterbronnen en de uitbreiding van de productie- en netwerkcapaciteit van de drinkwaterbedrijven. Waar staan Rijk en regio op dit moment In het Bestuurlijk Overleg Water van 11 december 2024 hebben IPO, VEWIN en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030 vastgesteld. Daarnaast is in 2023 en in 2024 in gezamenlijkheid ook gewerkt aan het Nationaal Plan van Aanpak drinkwaterbesparing. De ruimtelijke planning i.r.t. toekomstige drinkwaterbeschikbaarheid heft Zuid-Holland verkend als onderdeel van de ‘Onderlegger voor integrale ruimtelijke afwegingen’

19

Ruimtelijk Arrangement Rijk - Provincie Zuid-Holland

ONDERWERP 10

Wat spreken Rijk en provincie af ? • Rijk en de 7 veenweideprovincies spreken af om een vervolgsessie op deze gezamenlijke sessie te organiseren om zo een vervolgstap naar gerichte en specifieke veenweidenstrategiën richting gezamenlijke doelstelling te kunnen zetten naar 2030, 2050, 2100. • Rijk en provincie spreken af te onderzoeken hoe een mogelijke toevoeging als van een landgebruikscategorie voor veenweide (bij hoog water) aan het ruimtelijk instrumentatrium er uit kan zien en kan bijdragen, om daarmee de beweging naar een mogelijke hogere grondwaterstand beter te kunnen ondersteunen c.q. compenseren.

Ruimtelijke strategie veenweidegebieden Probleemanalyse Rijk en veenweideprovincies zijn het erover eens dat er op korte termijn knopen doorgehakt dienen te worden voor wat betreft de ruimtelijke strategie veenweidegebieden. Er is voldoende (inhoudelijk) onderzocht en alle informatie is voorhanden om op korte termijn stappen te gaan zetten richting uitvoering. Gezamenlijk doel Het gezamenlijke doel is om de juiste veenweide strategie te kiezen gegeven de teruglopende hoeveelheden zoetwater beschikbaar voor de aanwezige functies en om de CO2 te kunnen reduceren en daarmee de bodemdaling in de veenweiden af te kunnen remmen. Hiervoor is een combinatie nodig van maatregelen om gebiedseigen water te bergen en vast te houden en maatregelen om gebiedsvreemd water via het (hoofd)watersysteem toe te voeren. Waar staan Rijk en regio op dit moment Op 20 februari 2025 is een eerste gezamenlijke sessie strategie veenweiden georganiseerd. Het initiatief lag bij de provincie Zuid Holland en VRO. Daarin is gesproken over het gezamenlijk verder willen onderzoeken van mogelijke gerichte inzet en benutten van ruimtelijk instrumentarium van Rijk en provincie ten gunste van de uitvoering naar toekomstbestendige veenweidengebieden. Uitkomsten van dergelijk onderzoek kunnen in verband worden gebracht met onder andere de inzet binnen RLN en mogelijke aanpassingen in het watersysteem.

Wie zijn er vanuit Rijk en regio betrokken De 7 veenweideprovincies en de ministeries LVVN en IenW en de betrokken gemeenten en waterschappen.

20

Ruimtelijk Arrangement Rijk - Provincie Zuid-Holland

ONDERWERP 11

Wie zijn er vanuit Rijk en regio betrokken Ministerie LVVN, provincie Zuid-Holland en diverse belangenorganisaties.

Meer duidelijkheid over landbouw- en natuurbeleid. Wat spreken Rijk en provincie af • Rijk en provincie spreken af om middels een gebiedsgerichte samenwerking op landbouw en natuur thema’s in gesprek te blijven over de ruimtelijke keuzes. Uitwerking en besluitvorming over eventuele interbestuurlijke afspraak i.v.m. ruimtelijke keuzes voor landbouw en natuur in het landelijk gebied loopt in beginsel via de BO Landelijk Gebied en BO Natuur lijn. Deze keuzes en afspraken worden vervolgens betrokken bij het NOVEX proces met de cyclus van ruimtelijke arrangementen. Het NOVEX proces wordt ingezet om de keuzes voor het landelijk gebied in samenhang met andere ruimtelijke opgaven te bekijken en te wegen.

Probleemanalyse Rijk en provincie erkennen dat er vanwege onduidelijkheid over landbouw- en natuurbeleid nog niet duidelijk is welke onderwerpen moeten landen in nationaal en provinciaal beleid. Gezamenlijk doel Rijk en provincie blijven met elkaar in gesprek om meer duidelijkheid te krijgen over landbouw- en natuurbeleid en het gevolgen daarvan op het ruimtegebruik en de ruimtelijke functies. Dit om een goede ruimtelijke afweging van alle belangen in de regio te kunnen maken. Waar staan Rijk en regio op dit moment In verband met de vervolgbrief RLN en de ontwerp-Nota Ruimte wordt de kern van de inzet op ruimtelijke keuzes voor landbouw en natuur de komende periode bepaald. Vanuit het Rijk herkennen we de oproep vanuit medeoverheden om wederzijdse steun in het maken van lastige keuzes en het belang van begrip en ruimte voor het daarvoor benodigde proces. Met de recente ontwikkelingen op stikstof en het werk van de Ministeriële Commissie Economie en Natuurherstel is op dit dossier nu veel in beweging. De ruimtelijke inzet met RLN zal in de komende maanden verder vorm krijgen. In het BO Landelijke Gebied van 27 maart zijn afspraken gemaakt over de betrokkenheid van provincies bij de uitwerking van RLN en de ruimtelijke keuzes. We willen het bestaande contact tussen Rijk en medeoverheden over ruimtelijke keuzes voor landbouw en natuur versterken.

In de komende periode starten we ambtelijk niveau als Rijk en koepels een verkenning naar hoe ruimtelijke sturing vanuit verschillende overheden, rekening houdend met ieders taken, verantwoordelijkheden en de afhankelijkheden daarin, vorm kan worden gegeven. Provincie Zuid-Holland vraagt hierbij aandacht voor ruimtelijke keuzes voor landbouw omdat hier nu beperkt tot geen overleggremium voor is.

21

Ruimtelijk Arrangement Rijk - Provincie Zuid-Holland

ONDERWERP 12

wordt een integraal onderdeel van het provinciale omgevingsbeleid, waarbij omwille van de ruimtelijke schaarste maximaal wordt ingezet op functiecombinaties en meervoudig ruimtegebruik.

Energie(systeem). Inpassing van energiestructuren i.r.t. andere ruimtelijke functies en kwaliteiten.

Tegelijkertijd zet het Rijk in op het verkorten van de doorlooptijden van de hoogspanningsprojecten (110kv en hoger) door het wegnemen van (juridische) knelpunten en het sneller afspreken welke bestuurlijke laag het bevoegde gezag wordt voor het betreffende project: waar mogelijk is dat de gemeente, waar nodig de provincie of het Rijk. In de op 25 maart aan de Kamer verstuurde brief is dit uitgewerkt. De provincie en het ministerie van KGG geven hier nader invulling aan voor de urgente electriciteitsprojecten in de provincie.

Probleemanalyse Er zijn veel sectorale landelijke ontwikkelingen omtrent energie die ruimtebeslag innemen in Zuid-Holland, zoals VAWOZ, kerncentrales, doorvoer waterstof en veiligheid. Deze ruimtelijke ontwikkelingen dienen integraal te worden ingestoken, en geven mede richting aan de toekomstige (ruimtelijk economische) ontwikkelrichtingen van Zuid-Holland. Gegeven het tempo en urgentie van de energie- en grondstoffentransitie is een integrale werkwijze, om de impact van keuzes inzichtelijk te maken en af te kunnen wegen.

Gezamenlijk doel Het gezamenlijke doel (stip op de horizon) is het tijdig, na ruimtelijke afweging (met andere functies en kwaliteiten) en met draagvlak inpassen van (nieuwe) energiestructuren. Hiervoor is het nodig om vroegtijdig onderzoek te doen en een breed gesprek te voeren tussen Rijk en betrokken regionale partijen. Gericht op het oplossen van uitdagingen, het benutten van kansen en het maken van toekomstbestendige keuzes.

Rijk en regio erkennen dat snel handelen nodig is om (nieuwe) energiestructuren in te passen teneinde de energieleveringszekerheid binnen de provincie ZuidHolland te garanderen. Op korte, middellange en lange termijn is meer capaciteit nodig op het energienetwerk, om de huidige netcongestie op te lossen en te voorkomen dat gewenste ontwikkelingen als (grootschalige) woningbouw, optimaliseren van werklocaties en duurzame energieopwekking stagneren. De aanpak van dit vraagstuk is ook van belang voor het vestigingsklimaat voor bedrijven in diverse sectoren in Zuid-Holland. Rijk en regio zijn het ook met elkaar eens dat deze uitbreiding en versterking van het energiesysteem vraagt om een zorgvuldige afweging en inpassing met andere ruimtelijke functies en kwaliteiten.

Waar staan Rijk en regio op dit moment • Op het BO Leefomgeving van 6 november 2024 hebben Rijk en regio afgesproken om te werken aan interbestuurlijke afspraken rond de verdere ontwikkeling van het energiesysteem, en verkennen in dit verband wenselijke (proces) afspraken rond ruimte voor het energiesysteem.

Veel ruimtelijke ontwikkelingen kunnen niet zonder elektriciteit, warmte en /of duurzame gassen. Dat betekent dat bij alle nieuwe ontwikkelingen gekeken moet worden hoe voor deze ontwikkeling kan worden voorzien in voldoende opwek/ winning van energie, opslag en transportcapaciteit. Vanaf het begin zal moeten worden verkend hoe in energiebehoefte kan worden voorzien en moet dit worden meegenomen en afgewogen in relatie tot andere opgaven in de ruimtelijke plannen. Andersom is bij het programmeren van het energiesysteem belangrijk de samenhang te zoeken met het ruimtelijk toekomstbeeld. Het vinden van ruimte voor het nieuwe energiesysteem (opwek/productie, opslag, transport, conversie)

Wie zijn er vanuit Rijk en regio betrokken Ministeries van KGG, VRO, OCW, RCE, provincie Zuid-Holland, gemeenten in Zuid-Holland, netbeheerders en TenneT.

22

Ruimtelijk Arrangement Rijk - Provincie Zuid-Holland

Wat spreken Rijk en provincie af • Rijk en Provincie spreken af om één of enkele bijeenkomsten met (regionale) partijen te organiseren, bijvoorbeeld in de vorm van een ‘Energy Board special’. Hierin wordt aan de hand van de pMIEK Zuid-Holland 2.0 naar de afstemming met andere ruimtelijke functies en kwaliteiten m.b.t. de langere termijn gekeken. De lessen uit recente projecten, de ervaringen uit de Energieraad en het ruimtelijk ontwerpend onderzoek van Mooi Nederland voor inpassing van energiestructuren worden hierbij benut. •

•

Denk aan logische locaties voor bedrijven die afval opnieuw gebruiken, sorteren of opslaan voor later gebruik. En aan ruimte voor de productie van grondstoffenteelt voor bouwmaterialen in de landbouw. Ook is aandacht nodig voor het creëren/ bieden van de benodigde milieuruimte waar bepaalde type circulaire bedrijvigheid om vraagt. Dit vraagt doorvertaling van de Verkenning Circulaire Economie Zuid-Holland. Gezamenlijk doel Rijk en provincies vinden het belangrijk om deze transitie op de juiste locaties te faciliteren om zo een gezonde leefomgeving na te streven. Hiervoor onderzoeken zij welke randvoorwaarden en instrumenten hiervoor nodig zijn.

Rijk en provincie komen overeen dat het vinden van ruimte voor het energie(systeem) moet niet langer het sluitstuk zijn van planologische processen. Via de Interbestuurlijke Samenwerkingsafspraken (ISA) worden daar in 2025 verdere afspraken over gemaakt tussen provincies, gemeenten, waterschappen, Rijk en netbeheerders.

Waar staan Rijk en regio op dit moment • Rijk en provincies hebben op 20 maart 2025 samen afspraken gemaakt om de krachten te bundelen op het gebied van circulariteit, waaronder afspraken op het thema ruimte voor circulaire economie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15801139/1