CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322788 Bijlage 1

Gemeenteraad 18 september 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Verklaring van geen bedenkingen voor omgevingsvergunning voor bouwen woning nabij Gele Lis 127 (RIS322788)15.069 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke Onderbouwing Nieuwbouwwoning achter Gele Lis 127 te Den Haag Gemeente Den Haag

Planstatus:

concept

Datum:

22 november 2023

Contactpersoon Plannen-makers:

Dhr. C. Vaartjes & Dhr. W. Lakerveld

Kenmerk Plannen-makers:

PM22075

Opdrachtgever:

Dhr. M. Bontenbal

Plannen-makers Europalaan 500 3526 KS Utrecht www.plannen-makers.nl BTW id: NL863445639B01 KvK nummer: 84970502

Pagina 2 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

6

Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1

Aanleiding en doelstelling ........................................................................................................ 4

1.2

Leeswijzer ................................................................................................................................ 4

Het plan ........................................................................................................................................... 5 2.1

Ligging van het plangebied ...................................................................................................... 5

2.2

Beschrijving van het plan ......................................................................................................... 6

2.3

Bezonningstudie .................................................................................................................... 12

2.4

Vigerend bestemmingsplan ................................................................................................... 14

Beleidsmatige onderbouwing ........................................................................................................ 16 3.1

Rijksbeleid ............................................................................................................................. 16

3.2

Provinciaal beleid................................................................................................................... 19

3.3

Regionaal beleid .................................................................................................................... 28

3.4

Gemeentelijk beleid ............................................................................................................... 29

Milieutechnische uitvoerbaarheid .................................................................................................. 33 4.1

Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................. 33

4.2

Geluidhinder .......................................................................................................................... 34

4.3

Ecologie ................................................................................................................................. 35

4.4

Bodem ................................................................................................................................... 37

4.5

Luchtkwaliteit ......................................................................................................................... 37

4.6

Externe veiligheid .................................................................................................................. 38

4.7

Archeologie ............................................................................................................................ 41

4.8

Waterhuishouding .................................................................................................................. 41

4.9

Verkeer en parkeren .............................................................................................................. 50

Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid...................................................................... 51 5.1

Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 51

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................... 51

Bijlagen .......................................................................................................................................... 52

Pagina 3 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling Achter Gele Lis 127 te Den Haag ligt een afzonderlijk kadastraal perceel dat in de bestaande situatie gebruikt wordt als privéterrein bij huisnummer 127. De initiatiefnemer is voornemens op dit perceel een gelijkvloerse levensloopbestendige woning te realiseren. Het planvoornemen voldoet echter niet aan het bestemmingsplan ‘De Bras’, omdat de bestemming ‘Recreatie’ geldt in het plangebied. De gronden worden echter niet meer gebruikt voor recreatie of volkstuinen, zoals de bestemming beoogd. De initiatiefnemer zal het perceel ook in de toekomst niet in gebruik nemen voor educatieve/volkstuinen of dagrecreatie, zoals de bestemming beoogd. De toekomstige woning ligt direct aangesloten op een rij woningen en het gebied wordt in grote mate gekenmerkt door de functie wonen. De gemeente Den Haag heeft in antwoord op het principeverzoek aangegeven bereid te zijn om af te wijken van het bestemmingsplan om het plan mogelijk te maken. Om de levensloop woning mogelijk te maken is een uitgebreide omgevingsvergunning nodig in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, artikel 2.12, lid 1 onder a sub 3º). Een onderdeel van deze uitgebreide omgevingsvergunning is een ruimtelijke onderbouwing.

Voorliggende document voorziet in de benodigde ruimtelijke onderbouwing, de milieutechnische, maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan.

1.2 Leeswijzer Voorliggende ruimtelijke onderbouwing bestaat naast deze inleiding uit een beschrijving van het beoogde plan in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt verantwoord waarom het plan past binnen het beleid van het rijk, de provincie, de regio en de gemeente. In hoofdstuk 4 wordt de milieutechnische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht. Hoofdstuk 5 bevat de toelichting van de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid. Na de toelichting volgen de bijlagen.

Pagina 4 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

2 Het plan 2.1 Ligging van het plangebied Het plangebied ligt aan de Gele Lis 127 en is kadastraal bekend als gemeente ’s Gravenhage, sectie BH, kadastraal perceelnummer 3548. Het perceel is 520 m2 groot en ligt in de buurt ‘De Bras’. De Bras is een buurt in de uitbreidingswijk Ypenburg en is eind 2008 opgeleverd. De woningen aangrenzend aan het plangebied, waaronder nr. 127, zijn in de periode 2013 tot en met 2018 gerealiseerd in de vorm van welstandsvrije zelfbouwkavels. In afbeelding 1 is het planvoornemen in de buurt weergegeven. In afbeelding 2 is het planvoornemen ten opzichte van de regio weergegeven. Ten westen van het plangebied liggen de kernen Delft en Rijswijk. Ten noorden van het plangebied ligt Den Haag. Ten oosten van het plangebied ligt Zoetermeer en Pijnacker. Ten zuiden van het plangebied liggen de kernen Delft-Zuid, Delfgauw en de stad Rotterdam. Belangrijke verkeersaders voor het plangebied zijn de A13 (richting Rotterdam) en de A12 (richting Utrecht). Deze verkeersaders zijn te bereiken via de Brasserhoutweg en de vertakkingen van die weg.

Afbeelding 1: De planlocatie (rood omlijnd) in de buurt ‘De Bras’ van de uitbreidingswijk Ypenburg. Bron: PDOK.

Afbeelding 2: De planlocatie (blauwe stip) in het agglomeratiegebied van Den Haag. Bron: PDOK. Pagina 5 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

2.2 Beschrijving van het plan Huidige situatie De huidige situatie bestaat uit een privéterrein behorend bij Gele Lis 127 met een kleine verplaatsbare stacaravan. Deze stacaravan wordt verwijderd. Daarnaast zijn er verhardingen zoals paden, terrassen en parkeerplaatsen. Het perceel is omringd door een haag die behouden blijft. En op het perceel bevindt zich een boom, die behouden blijft. Er worden geen houtopstanden gekapt. In onderstaande afbeeldingen is de huidige situatie te zien.

Afbeelding 3: Foto’s van de tuin (links, midden) en het zicht op de gebouwen vanuit de tuin (rechts).

Afbeelding 4: Foto’s van de stacaravan (links) en het straatbeeld van de omgeving (rechts).

Pagina 6 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

Toekomstige situatie De nieuwe situatie bestaat uit een levensloopbestendige woning die gelijkvloers wordt uitgevoerd. De woning bestaat uit een gecombineerde woonkamer - keuken met twee slaapkamers, een badkamer en een bijkeuken. De woning wordt verwarmd door een luchtwarmtepomp. Ook bevat de woning een warmtewisselaar. De luchtcirculatie vindt plaats door natuurlijke toevoer en mechanische afvoer. Daarnaast vindt er ventilatie met warmteterugwinning plaats en wordt elektriciteit opgewekt met zonnepanelen. De woning is vanaf buiten gezien 8,35 meter breed en 13,75 meter lang. De woning zal een inhoud hebben van ongeveer 419 m3, een oppervlakte van circa 116 m2, een goothoogte van circa 3,28 meter en een nokhoogte van circa 3,47 meter.

Afbeelding 5: Doorsnede van de woning, inclusief breedtemaat en goot-/nokhoogte. Bron: SelektHuis Design.

Pagina 7 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

Afbeelding 6: Bouwtekening van de woning. De levensloopbestendige woning heeft een moderne uitstraling, zoals te zien in de 3D-impressies (navolgende afbeeldingen).

Pagina 8 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

Afbeelding 7: Gevelaanzichten van de woning. Bron: SelektHuis Design.

Pagina 9 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

Afbeelding 8: 3D impressie van de woning. Bron: SelektHuis Design. De moderne uitstraling van de beoogde levensloopbestendige woning komt ook terug bij de nabije woningen, De woning zal één verdieping lager zijn dan de aanwezige bouwhoogten in de buurt, zie onderstaande afbeelding. Hierdoor wordt het zicht op de woningen niet nadelig beïnvloed.

Pagina 10 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

Afbeelding 9: Schetsontwerp van de nieuwe woning. Bron: SelektHuis Design.

Pagina 11 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

2.3 Bezonningstudie In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan ook beoordeeld worden wat de effecten zijn van een ontwikkeling voor de bezonning van omliggende percelen en of bebouwing. In het verlengde hiervan zijn in voorliggend plan de effecten voor de belendende woning aan de Gele Lis 125 in beeld gebracht. Voor de overige bebouwing treden er geen effecten op. Het gebruikte 3D-model is te zien in onderstaande afbeelding:

Afbeelding 10: Het 3D-model met de bestaande woning aan de Gele Lis 125. Bron: Plankaart. Afdeling 3.11 ‘Daglicht’ van het Bouwbesluit 2012 beschrijft de functionele eis voor daglicht, waarin wordt aangegeven dat een te bouwen bouwwerk zodanig is dat daglicht in voldoende mate kan toetreden. Bij daglichttoetreding gaat het daarmee met name om dat er voldoende openingen in gevels en of daken daarvoor zijn. Deze functionele eis gaat niet in op de mate van bezonning in een woning, op een gevel of in een tuin. In Nederland bestaan namelijk geen wettelijke normen en eisen ten aanzien van de bezonning voor bebouwing. Gemeenten zijn daarom vrij om eigen eisen te hanteren voor bezonning. Landelijk worden de richtlijnen opgesteld door TNO veel toegepast. Voor de gemeente Den Haag geldt de Haagse Norm. Deze norm is gebaseerd op de lichte norm van TNO. De lichte TNO-norm gaat uit van ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari tot en met 21 oktober (gedurende 8 maanden) in het midden vensterbank binnenkant raam. De strenge norm gaat uit van ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 21 januari tot en met 22 november (gedurende 10 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam. Met de Haagse norm wordt echter gekeken naar de gehele gevel van een woning en niet enkel de binnenkant van een raam.

Voor Den Haag gelden de volgende normeisen: • Toetsingsdatum = 19 februari en 21 oktober; • Minimale zonshoogte = 10°.

Pagina 12 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

•

Minimale potentiële bezonningsduur is 2 uur per dag op een gevelvlak.

De aanvulling op deze norm beschrijft dat het meetpunt op 0,75 meter hoogte in het midden van de gevel van de onderste woonlaag moet liggen. Ook moet de bezonningsduur van de voor- en achtergevel bij elkaar worden opgeteld. Daarnaast dient geen verdere verslechtering plaats te vinden in situaties met minder dan 2 mogelijke zonuren. Bij dakopbouwen geldt dat de maximale afname in bezonningsduur 50% is. Door Plankaart is een bezonningstudie uitgevoerd, zie bijlage 4. De resultaten daarvan worden in navolgende paragrafen besproken. 2.3.1 Bestaande situatie In de bestaande situatie wordt voldaan aan de Haagse norm, omdat meer dan 2 uur zonlicht op de gevels aanwezig is. Zie onderstaande tabelafbeelding:

Bestaande situatie Westgevel

Tijd 08:00 09:00 10:00 11:00 12:00 13:00 14:00 15:00 16:00

Haagse norm

19-feb

Haagse norm

21-okt

Zuidwestgevel Haagse norm

19-feb

Haagse norm

21-okt

Zuidgevel Haagse norm

19-feb

Haagse norm

21-okt

Legenda 50% > schaduw 25 - 50% > schaduw < 25% schaduw geen hinder van schaduw Afbeelding 11: Bestaande situatie, zonder de nieuwe woning. 2.3.2 Nieuwe situatie In de nieuwe situatie wordt voldaan aan de Haagse norm, omdat meer dan 2 uur zonlicht op de gevels aanwezig is. Zie navolgende tabelafbeelding.

Pagina 13 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

Nieuwe situatie

Tijd

Westgevel

08:00 09:00 10:00 11:00 12:00 13:00 14:00 15:00 16:00

Haagse norm

19-feb

Haagse norm

21-okt

Zuidwestgevel Haagse norm

19-feb

Haagse norm

21-okt

Zuidgevel Haagse norm

19-feb

Haagse norm

21-okt

Legenda 50% > schaduw 25 - 50% > schaduw < 25% schaduw geen hinder van schaduw Afbeelding 12: Bestaande situatie, met de nieuwe woning. 2.3.3 Conclusie Het planvoornemen voldoet aan de Haagse norm: er is minimaal 2 uur zonlicht per gevel in de bestaande en in de nieuwe situatie.

2.4 Vigerend bestemmingsplan Het vigerende bestemmingsplan is Parapluherziening (fiets)parkeren (vastgesteld 20 september 2018). Dit bestemmingsplan is een aanvulling op het al vigerende bestemmingsplan ‘De Bras’ (vastgesteld 11 oktober 2012). In onderstaande alinea’s worden de bestemmingsplannen besproken. 2.4.1 Bestemmingsplan ‘De Bras’ Het plangebied ligt in het bestemmingsplan ‘De Bras’ en kent de enkelbestemming ‘Recreatie’. Er zijn geen dubbelbestemmingen of (andere) aanduidingen aanwezig die gelden voor het plangebied. De voor ‘Recreatie’ aangewezen gronden zijn bestemd voor een (educatieve) tuin/volkstuin en dagrecreatie. Ook daarbij behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouw zijnde, wegen, groen, water en overige voorzieningen. In afbeelding 13 is een uitsnede van het bestemmingsplan weergegeven. Het planvoornemen past niet in het bestemmingsplan ‘De Bras’, omdat een woning wordt beoogd op de recreatieve bestemming. Het planvoornemen is om een levensloopbestendige woning mogelijk te maken, waardoor niet wordt voldaan aan lid 6.2.1 sub a. Volgens sub a mogen namelijk alleen gebouwen die niet voor bewoning zijn bestemd worden gerealiseerd. De bouwhoogte van de beoogde woning is groter dan 3 meter, zijnde 3,28 meter voor de goothoogte en 3,47 meter voor de nokhoogte. Het planvoornemen voldoet daarom niet aan lid 6.2.1 sub b.

Het oppervlak van de beoogde woning is groter dan 20 m2, waardoor niet wordt voldaan aan lid 6.2.1 sub c.

Pagina 14 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

Afbeelding 13: Uitsnede bestemmingsplan ‘De Bras’. Bron: Ruimtelijke plannen. Met deze ruimtelijke onderbouwing wordt de beoogde woning mogelijk gemaakt door eenmalig af te wijken van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 wordt een beleidsmatige argumentatie gegeven voor zowel het rijks- en provinciaal beleid als het gemeentelijk beleid. Daarnaast wordt in hoofdstuk 4 een milieutechnische argumentatie gegeven over de uitvoerbaarheid van het plan. 2.4.2 Bestemmingsplan ‘Parapluherziening (fiets)parkeren’ Volgens het bestemmingsplan ‘Parapluherzieningen (fiets)parkeren en de Nota parkeernormen Den Haag is parkeren op eigen terrein verplicht. Op basis van het huidige beleid zou de parkeereis voor de beoogde woning gesteld worden op 2 parkeerplaatsen. De parkeerplaatsen moeten op eigen terrein worden gerealiseerd en zal een aanvraag moeten worden gedaan voor het aanleggen van een in- en uitrit. Op 21 juni 2016 is door gemeente Den Haag vergunning verleend met kenmerk 201607338/6011301 voor een in- en uitrit op het perceel 3548. Dit is een bestaande in- en uitrit. De vergunning is bijgevoegd, zie bijlage 5. De in- en uitrit zoals getekend op het schetsontwerp, afbeelding 9, is de locatie waar de in- en uitrit van toepassing is conform de verleende vergunning. In paragraaf 4.9 wordt verantwoord dat het aspect ‘parkeren’ geen belemmering oplevert voor het planvoornemen.

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing is dan ook niet in strijd het bestemmingsplan ‘Parapluherziening (fiets)parkeren’, omdat parkeren op eigen terrein wordt gerealiseerd.

Pagina 15 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

3 Beleidsmatige onderbouwing In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van het geldende beleidskader dat relevant is voor het plangebied. Paragraaf 3.1 licht het rijksbeleid toe. Het provinciale en regionale beleid wordt weergegeven in paragraaf 3.2 en het gemeentelijk beleid in paragraaf 3.3.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Wet ruimtelijke ordening/ Omgevingswet Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Deze gaat van een scheiding tussen beleid en normstelling (juridische verankering) uit. Het beleid wordt opgenomen in structuurvisies. De normstelling vindt plaats in het bestemmingsplan en/of in algemene regels die overgenomen moeten worden in bestemmingsplannen. Streekplannen en planologische kernbeslissingen zijn vanaf 1 juli 2008 gelijkgesteld aan structuurvisies. Het overgangsrecht van de Wro regelt dat praktische beleidsbeslissingen van Rijk en provincie overgenomen moeten worden in bestemmingsplannen. Naar verwachting treedt in 2024 de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke omgeving. De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De nieuwe wet zorgt voor minder maar overzichtelijkere regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming 3.1.2 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland.

De NOVI heeft als toekomstperspectief een duurzame leefomgeving waarbij de kwaliteiten van de omgeving worden behouden en versterkt. Daarnaast bestaan ook de Nederlandse uitdagingen van de ruimtelijke inrichting in een klimaatbestendige delta en nauwkeurig gebruik van de schaarse ruimte in Nederland. Deze uitdagingen kunnen worden benaderd door goede samenwerking tussen de verschillende betrokken instanties. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: - Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie - Duurzaam economisch groeipotentieel - Sterke en gezonde steden en regio’s - Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Binnen deze prioriteiten zal aandacht zijn voor de onderlinge verwevenheden en spanningen daartussen. Ook is er aandacht voor thema’s en opgaven die daar dwars doorheen lopen, zoals leefomgevingskwaliteit, gezondheid, cultureel erfgoed, water, bodem en (nationale) veiligheid. Binnen de prioriteiten hanteert het Rijk drie afwegingsprincipes die helpen om beleidskeuzes te maken: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal 3.

Afwentelen wordt voorkomen Planspecifiek Bij voorliggend plan is sprake van een nieuwe ontwikkeling aan de rand van de stad, waarbij een levensloopbestendige woning op een privéterrein als onderdeel van een woonfunctie wordt mogelijk gemaakt. Gezien de ligging van het plan en het kleinschalige karakter van de nieuwe ontwikkeling is het planvoornemen niet strijdig met rijksbelangen. De ontwikkeling is daarom passend binnen de NOVI.

Pagina 16 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Om uitvoering te geven aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, is op 30 december 2011 het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Hierin staat een aantal projecten beschreven die van Rijksbelang zijn en waarmee gemeenten rekening dienen te houden bij het vaststellen van bestemmingsplannen en wijzigings- of uitwerkingsplannen. De projecten zijn exact ingekaderd en voorzien van regels, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Het betreft de onderstaande projecten: • Rijksvaarwegen • Project Mainportontwikkeling Rotterdam • Kustfundament • Grote rivieren • Waddenzee en waddengebied • Defensie • Hoofdwegen en landelijke spoorwegen • Elektriciteitsvoorziening • Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen • Natuurnetwerk Nederland • Primaire waterkeringen buiten het kustfundament • IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) • Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde • Ruimtereservering parallelle Kaagbaan Planspecifiek Het planvoornemen valt niet in een van de beschermde projecten zoals weergegeven in bijlagen 1 tot en met 9 van de Barro. Het planvoornemen valt ook niet onder de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, zoals de Romeinse Limes, De Stelling van Amsterdam, De Beemster of de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Vanuit de Barro volgen dan ook geen aanvullende randvoorwaarden voor voorliggend plan. 3.1.4 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd en is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ hieraan toegevoegd. Overheden dienen op grond van het gewijzigde Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren om tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling te komen. Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Gemotiveerd dient te worden hoe er deze zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De kernbepaling van de ladder (artikel 3.1.6 lid 2 Bro) luidt: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In de nieuwe systematiek worden de huidige definities niet gewijzigd. Ten aanzien van de “treden” van de Ladder zijn er wel wijzigingen: in de nieuwe Ladder zijn de treden 1 en 2 samengevoegd en trede 3 is geschrapt, waardoor er geen sprake meer is van verschillende treden. De volgende 2 stappen dienen nu doorlopen te worden: Pagina 17 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

1 2

Beoordeeld moet worden door betrokken overheden of de geplande ontwikkeling voorziet in een behoefte; Indien er een vraag is aangetoond, dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering benodigd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Er dient allereerst te worden beoordeeld of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ als volgt vastgelegd: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.’ Uit jurisprudentie blijkt dat de ondergrens van wat als een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien ligt tussen de 9 en 14 nieuwe woningen, afhankelijk van de omgeving waarin de ontwikkeling plaatsvindt. Planspecifiek Bij voorliggend plan is sprake van een nieuwe ontwikkeling aan de rand van de stad, waarbij een levensloopbestendige woning op een privéterrein als onderdeel van een woonfunctie wordt mogelijk gemaakt. Per saldo wordt één reguliere woning toegevoegd aan de woningvoorraad. Er is echter geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, omdat voorliggend plan onder de grens ligt van 9 tot 14 woningen. Hierdoor is ook geen verantwoording noodzakelijk in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Pagina 18 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland De provincie heeft op 2 december 2022 de omgevingsvisie geconsolideerd. De nieuwe omgevingswet (naar verwachting vastgesteld in 2024) schrijft voor dat een provincie één omgevingsvisie en één omgevingsverordening heeft. De omgevingsvisie is de opvolger van de provinciale Visie Ruimte en Mobiliteit. In de omgevingsvisie zijn meerdere beleidsvisies gebundeld. Het gaat om de volgende plannen: de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm), het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww), het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer, de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb). De omgevingsvisie omvat inhoudelijk geen grote wijzigingen ten opzichte van het voorgaande beleid. Ook is de digitale beschikbaarheid van het beleid via de digitaal raadpleegbare kaarten weer een wezenlijk onderdeel van het beleid. In de Omgevingsvisie zijn zes ambities gedefinieerd. Het zijn zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Het zijn abstracte ambities die bij specifieke opgaven ook tot conflicterende belangen kunnen leiden. Juist de confrontatie in opgave zal leiden tot knelpunten maar ook tot kansen om de opgaven verder te helpen.

De zes ambities zijn: • • • • • •

Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving

Naast de ambities is het algemene doel van de omgevingsvisie het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit in provincie. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen verstaan. Het bestaande beleid is hiervoor gebundeld in de Omgevingsvisie. Vervolgens wordt met het oog op de omgevingswet dit verder ontwikkeld. Er komt een omschrijving van de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland. Hierbij wordt een onderverdeling gemaakt in de drie Deltalandschappen, de Zuid-Hollandse steden en de strategische ligging in het internationale netwerk. Daarnaast komt er een leefomgevingstoets. De leefomgevingstoets is agenderend voor verdere beleidsontwikkeling. Tot slot wordt een concrete uitwerking van het beleid opgesteld om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. De Omgevingsvisie maakt gebruik van de al bestaande integrale kwaliteitskaart opgebouwd uit vier onderliggende kaarten. Dit instrument wordt verder gebruikt in zowel de visie als de verordening. Vanuit de kaart volgen onder andere bepalingen in de verordening (‘handelingskader ruimtelijke kwaliteit’). Voor ontwikkelingen blijft het ‘ja, mits-beleid’ gelden: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Zoals aangegeven is in de Omgevingsvisie veel beleid overgenomen en samengevoegd.

Het beleid zal met het daarvoor opgesteld instrumentarium, Monitor en Evaluatie Omgevingskwaliteit geactualiseerd worden. Hierbij is het uitgangspunt dat niet al het beleid in één keer geactualiseerd wordt maar op basis van specifieke aanleidingen. Het samenvoegen van het beleid heeft tot een opsomming van twaalf beleidskeuzes geleid: •

Beschermen, versterken en beleefbaar maken van de kwaliteit van het landschap, cultuurhistorische waarden en natuurlijke karakteristieken van de leefomgeving; Pagina 19 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

• • • • • • • • • • •

Behouden en versterken van natuurwaarden en het ontwikkelen van voldoende, aantrekkelijk en beleefbaar groen en water, waar mensen met plezier recreëren; Versterken van een vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie; Bevorderen van een betrouwbare, duurzame en efficiënte energievoorziening met een minimale uitstoot van broeikasgassen; Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder; Bevorderen van een leefomgeving die de gevolgen van klimaatverandering en weersextremen kan opvangen; Duurzaam voorzien in de behoefte aan zoetwater en waarborgen van de beschikbaarheid van voldoende drinkwater; Zorgen voor een duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond; Bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen; Bevorderen van een goede en veilige bereikbaarheid, met een mobiliteitsnetwerk dat keuzevrijheid biedt en aansluit op de behoeften van reizigers en vervoerders; Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied; Ondersteunen van cultuurparticipatie en bibliotheken.

Van alle beleidskeuzes is aangegeven op basis van welke specifieke beleidsdocumenten die gebaseerd zijn. Deze beleidsdocumenten zijn allemaal apart digitaal beschikbaar gesteld. Planspecifiek Voor het plangebied is een analyse van beleidskaarten uitgevoerd via de website van Ruimtelijke Plannen. Het plangebied valt in verschillende thema’s. De relevante thema’s zijn in navolgende paragrafen toegelicht. Beleven en benutten van erfgoed De provincie wil erfgoedlijnen ontwikkelen en beleefbaar maken. Ook wil de provincie Rijksmonumenten restaureren en herbestemmen. Daarnaast wil de provincie historische windmolens laten draaien en onderhouden. Erfgoedlijnen zijn opgebouwd uit twee kenmerkende elementen die de lijnen afbakenen: 1. Een geografische structuur, zoals een rivier, de strandwallen of de kust die gemeentegrenzen overschrijdt. 2. Een gezamenlijk verhaal dat de monumentale objecten met bovengenoemde geografische structuur verbindt. Bij voorliggend plan is sprake van een nieuwe ontwikkeling aan de rand van de stad, waarbij een levensloopbestendige woning op een privéterrein als onderdeel van een woonfunctie wordt mogelijk gemaakt. Het plan grenst aan de polder van Biesland waarin verschillende recreatieve activiteiten plaatsvinden. De polder bevat (kleinschalige) erfgoedlijnen, zoals geplande watergangen, een aangelegd bos en een molen.

Het effect van het plan op de erfgoedlijnen in de polder van Biesland is nihil, omdat geen landschappelijke wijzigingen in de polder plaatsvinden. De bestaande erfafscheiding tussen het privéterrein en de polder blijft gelijk. Hierdoor blijven de erfgoedlijnen intact en tast het planvoornemen de belevenis in de polder niet aan. Ook de benutting van het erfgoed van de polder blijft daardoor intact. Het planvoornemen voldoet daarom aan het thema ‘Beleven en benutten van erfgoed’.

Pagina 20 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

Beperken maatschappelijke kosten door bodemdaling De provincie wil de directe en indirecte maatschappelijke kosten door bodemdaling beperken. Afhankelijk van de omstandigheden, mogelijkheden en urgentie zal de beperking bestaan uit mitigeren of adapteren. Dit doet de provincie o.a. door gebiedsaanpakken. Het planvoornemen betreft een nieuwe ontwikkeling op een privéterrein aan de rand van de stedelijke kern. Een negatief effect op het aspect ‘bodemdaling’ is niet van toepassing, omdat een neutrale grondbalans wordt aangehouden. Daarnaast worden activiteiten die zorgen voor bodemdaling met het planvoornemen niet mogelijk gemaakt. Het planvoornemen voldoet daarom aan het thema ‘Beperken maatschappelijke kosten door bodemdaling’. Buitenstedelijke recreatieve ontwikkelingen De provincie vindt het belangrijk dat de behoefte aan grootschalige recreatieve ontwikkelingen buiten stads- en dorpsgebied worden onderbouwd en regionaal worden afgestemd. Het planvoornemen maakt echter geen grootschalige recreatieve ontwikkeling mogelijk. Er wordt eenmalig afgeweken van het vigerende bestemmingsplan voor het mogelijk maken van een levensloopbestendige woning. Regionale afstemming is daarom niet noodzakelijk. Het planvoornemen schaadt daarom de belangen van dit thema niet.

Groenblauwe stedelijke structuur De provincie ziet de stedelijke groenblauwe structuur als een integraal onderdeel van de (boven)regionale groenblauwe structuur. De stedelijke parken en de groenblauwe structuren zijn belangrijke onderdelen voor rust, ruimte en leefkwaliteit. Dit thema heeft extra urgentie in relatief kleine open ruimten grenzend aan stedelijk gebied en in de groene ruimten tussen de stedelijke gebieden. Omdat de stedelijke invloed hier verhoudingsgewijs groot is en soms van meerdere kanten komt, is extra zorgvuldigheid bij ruimtelijke ontwikkelingen geboden. Behoud van deze ruimten is van belang voor de identiteit en leefkwaliteit van het stedelijk gebied, aangezien ze op de schaal van de provincie een onmisbare tegenhanger vormen van de stedelijke dynamiek en verdichting. Het planvoornemen maakt een kleinschalige levensloopbestendige woning mogelijk op een perceel direct aangesloten op een rij woningen. Het gebied wordt in grote mate gekenmerkt door de functie wonen. In de huidige situatie wordt het plangebied gebruikt als privéterrein als onderdeel van de woonfunctie Gele Lis 127. In onderstaande afbeelding is een overzicht te zien van de open ruimte en het plangebied waarin de beoogde ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt.

Pagina 21 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

Afbeelding 14: Overzicht open ruimten naast het plangebied. Bron: Google Earth. Het planvoornemen heeft geen nadelige gevolgen voor de open ruimte naast het plangebied, omdat de begrenzing tussen het privéterrein en de open ruimte gelijk blijft. De kleine open ruimte, zoals aangegeven op voorgaande afbeelding, blijft intact. Het planvoornemen schaadt daarom de belangen van dit thema niet. Ruimtelijke kwaliteit De provincie stuurt op het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit als onderdeel van de kwaliteit van de leefomgeving. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar en in hun uiterlijke verschijning op een positieve manier bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit begint volgens de provincie met het kiezen van de juiste plek voor nieuwe ontwikkelingen. Op de grenzen tussen verschillende landschappen liggen extra kansen voor het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Voorbeelden hiervan zijn stads- en dorpsranden, dijken en linten. Hier zijn de verschillen tussen de landschappen nadrukkelijk zichtbaar en voelbaar. Deze plekken verdienen extra aandacht bij nieuwe ontwikkelingen (relatie met de beleidskeuze landschap). Het planvoornemen maakt een levensloopbestendige woning in de grens van de stadsrand mogelijk.

Omwille van de ruimtelijke kwaliteit is gebruik gemaakt van het stappenplan ‘Op weg naar ruimtelijke kwaliteit’ van de provincie Zuid-Holland. In de volgende tabel is dit stappenplan beschreven. Daarnaast wordt het planvoornemen beargumenteerd.

Pagina 22 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

Tabel 1: Argumentatie van het planvoornemen a.d.h.v. het stappenplan. Stap Argumentatie Beschrijft het initiatief Het initiatief bestaat uit het realiseren van een levensloopbestendige woning op het perceel, kadastraal bekend als gemeente ’s Gravenhage, sectie BH, kadastraal perceelnummer 3548. Een beschrijving van het plan is te vinden in paragraaf 2.2. Analyse van de huidige situatie (kenmerken en kwaliteiten)

Bepaal ontwerpopgave (kansen knelpunten)

de en

Bepaal het type ontwikkeling (inpassing, aanpassing, transformatie) Werk aan ruimtelijke kwaliteit (gebruikswaarde, belevingswaarde, toekomstwaarde)

Het plangebied ligt in de stads- en dorpsrand, zoals aangegeven op de Kwaliteitskaart van de provincie Zuid-Holland. Het contrast met de naastgelegen droogmakerij (polder Biesland) bestaat uit een bebouwingsrand die sterk overgaat in een recreatiezone. Het bebouwde gebied is hiermee in contact gebracht door de aanleg van wandel- en fietspaden. De wijk ‘De Bras’ en de droogmakerij staan ook in contract met elkaar. De wijk bevat watergangen, groene (kleine) open ruimten, bosschages en bomen die samen overlopen in de droogmakerij. Deze kenmerken zorgen voor aansluiting bij de ruimtelijke kwaliteiten van het omringende landschap. Dit komt door goede connecties, bijvoorbeeld door de wandel- en fietspaden. De huidige situatie zal met het planvoornemen niet onevenredig wijzigen, omdat grote landschappelijke wijzigingen niet aan de orde zijn. Het contrast tussen stad- en land zal blijven bestaan, omdat de kadastrale perceelsgrenzen niet wijzigen. De scheiding tussen de naastgelegen groene ruimte en het privéterrein als onderdeel van de woonfunctie blijft gelijk. Daarnaast wordt het contact niet gewijzigd tussen het stedelijke gebied en de droogmakerij, omdat de groene (kleine) open ruimten, bosschages en bomen worden behouden. De impact van de ontwikkeling op het gebied is nihil, omdat op privéterrein wordt gebouwd.

In de beoogde situatie worden de gronden gebruikt als privéterrein als onderdeel van een woonfunctie. Daarnaast betreft het een kleinschalige woningbouwontwikkeling die past bij de aard en schaal van het gebied. Het gebied wordt in grote mate gekenmerkt door de functie wonen. Het planvoornemen beïnvloedt de gebruikswaarde van het gebied niet, omdat de aanwezige functies niet onevenredig wijzigen. De belevingswaarde van het gebied wordt met het planvoornemen niet beïnvloedt, omdat de recreatieve functie van de droogmakerij niet wordt aangetast. Tot slot wordt de toekomstwaarde van de droogmakerij niet verkleind door het planvoornemen, omdat het beoogde plan een kleinschalige woonfunctie betreft in privéterrein.

Op basis van bovenstaande argumentatie zal het planvoornemen de ruimtelijke kwaliteit van de droogmakerij niet aantasten. Voorliggend plan schaadt daarom de belangen van dit thema niet.

Pagina 23 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

Stedelijke ontwikkeling De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied. Ten tweede zet de provincie in op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. De provincie hanteert verschillende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen: • Bouw naar behoefte; • Bouw primair binnen bestaand stads- en dorpsgebied; • Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; houdt rekening met de gevolgen van de ontwikkeling voor de bereikbaarheid; versterk de langzaam vervoersrelaties; • Bouw voldoende betaalbare woningen; • Benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten; • Bouw toekomstbestendig; houd rekening met bodemdaling en klimaatadaptatie en -mitigatie, vitale dorpen en verstedelijking, functiemenging en meervoudig ruimtegebruik, economische toplocaties, gezonde verstedelijking, energietransitie, circulair en natuurinclusief bouwen; • Realiseer in samenhang met het stedelijk netwerk robuuste en klimaatadaptieve recreatie- en natuurgebieden. Het planvoornemen betreft het mogelijk maken van een levensloopbestendige woning op privéterrein.

Het planvoornemen is echter geen nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals bedoelt in de Bro, zie paragraaf 3.1.4. Daarnaast is het planvoornemen niet groter dan 3 hectare. Aanvullende randvoorwaarden zijn niet van toepassing voor het planvoornemen. Conclusie Omgevingsvisie Zuid-Holland Voorliggend plan voldoet aan de relevante thema’s uit de Omgevingsvisie van Zuid-Holland. 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland De omgevingsverordening is gelijk met de omgevingsvisie op 1 februari 2023 geconsolideerd. De verordening bevat bindende ruimtelijke regels waar de provincie en gemeenten in Zuid-Holland zich aan moeten houden. De doorwerking van de regels is uitgewerkt doordat bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen niet in strijd mogen zijn met de verordening. De verordening wordt met een digitale kaart beschikbaar gesteld om per locatie direct inzichtelijk te krijgen welke beleidsregels van toepassing zijn op de specifieke locatie. Ruimtelijke kwaliteit speelt op verschillende niveaus: veelal plekgebonden, maar ook op het niveau van de gehele provincie. Nu de ruimtelijke ontwikkeling sterker wordt bepaald door maatschappelijke, veelal kleinschalige initiatieven, is een gedeeld beeld van de ruimtelijke kwaliteit op regionale schaal van belang.

De provincie stelt met het handelingskader ruimtelijke kwaliteit spelregels vast die het bovenlokale, algemene belang borgen en heeft samen met partijen in de regio een kwaliteitsbeeld voor het betreffende gebied geformuleerd (de gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit). De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvaten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie.

Pagina 24 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

Planspecifiek Het plangebied is geanalyseerd op basis van de bijlage kaarten van de Omgevingsverordening. Voorliggend plan valt in het thema ‘Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën’. In onderstaande thema’s zijn de categorieën nader uitgelegd. Ruimtelijke kwaliteit. Voorliggend plan valt onder artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit. Het planvoornemen bestaat uit een kleinschalige woningbouwontwikkeling op privéterrein. Het plangebied valt (gedeeltelijk) in beschermingscategorie 2 (buitengebied) en beschermingscategorie 3 (groene buffer, recreatiegebied). Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling moet op basis van lid 1 tot en met 12 voldoen aan de volgende leden. In onderstaande tabel is per lid aangegeven hoe voorliggend plan zich daartoe verhoudt Tabel 2: Argumentatie ruimtelijke kwaliteit o.b.v. de regels zoals bedoeld in artikel 6.9 van de Omgevingsverordening. Lid Inhoud Argumentatie 1 De ruimtelijke kwaliteit blijft bij een In paragraaf 3.2.1 is met de tabel aangegeven dat de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling per ruimtelijke kwaliteit niet afneemt. Er wordt daarom saldo tenminste gelijk. voldaan aan het eerste lid. 2 De waarborging van de ruimtelijke Het planvoornemen valt (gedeeltelijk) in kwaliteit geschied via de beschermingscategorie 3 (buitengebied) en beschermingscategorieën, de beschermingscategorie 2 (groene buffer, gebiedstypering en de relevante recreatiegebied).

Met het plan is sprake van inpassing. richtpunten voor ruimtelijke In beide beschermingscategorieën wordt aangegeven kwaliteit. dat ‘inpassen’ mogelijk is. In tabel 1 is de huidige situatie beschreven via de kenmerken contrast, contact en contract. In onderstaande alinea’s wordt per beschermingscategorie beargumenteerd dat wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden. Buitengebied In de nieuwe situatie wijzigen de kenmerken van het buitengebied niet. De openheid en de structuur van het landschap (inclusief vergezichten daarin) worden niet aangetast. Ook de relatie tussen stad en buitengebied wordt niet aangetast. Het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap (bijv. de molen in de droogmakerij) worden niet aangetast. Tot slot zal de herkenbaarheid en de ontstaansgeschiedenis van de droogmakerij niet worden aangetast door het plan. Recreatiegebied Het plan voorziet niet in een beperking voor de openbare toegankelijkheid van het gebied. Aanwezige wandel- en fietspaden worden niet gewijzigd. Daarnaast verzwakt het plan de kwaliteit en de recreatieve waarde van het recreatiegebied niet. Het plan valt niet in het recreatiegebied en wijzigt de uitstraling en het recreatieve gebruik daarvan niet. De bijdrage van het plan aan de samenhang tussen de binnenstedelijke en buitenstedelijke groen- en waterstructuren is nihil.

Het plan schaadt de koppeling

Pagina 25 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

aan de knooppunten van recreatie en het cultuurhistorisch erfgoed niet.

Belangrijk weidevogelgebied Het planvoornemen ligt in de stadsrand van een stedelijk gebied. Het weidevogelgebied zal door de kleinschalige woningbouwontwikkeling geen negatieve effecten ondervinden. Groene buffers Het plan maakt kleinschalige woningbouw mogelijk. In de huidige situatie is het privéterrein als onderdeel van de woonfunctie omringt met een groene haag. Deze groene haag zal blijven staan. Hierdoor blijft de droogmakerij een tegenhanger van de stedelijke verdichting en de stedelijke dynamiek. Tot slot blijft daardoor ook de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde intact, inclusief de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied. 3

4

5

De schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren (zoals bedoelt in lid 5) wordt toegepast bij de beantwoording van de vraag of de ruimtelijke kwaliteit kan worden gewaarborgd. Een ruimtelijke ontwikkeling is mogelijk als een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. Hierbij hoort een motivering die de kenmerken en de waarden van het gebied beschrijft en het effect daarop Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling als wordt voldaan aan voorwaarden.

Het plan valt onder inpassen. De argumentatie voor de beoogde ontwikkeling voor dit lid is te vinden onder lid 5.

Het plan valt in de Haagse agglomeratie. Op de kaart Omgevingsvisie Beleidskeuze Landschap valt het plan voor ruimtelijke kwaliteit in stedelijke landschappen (stedelijke groenstructuur indicatie, steden) en veenlandschappen (droogmakerijenlandschap (veen)). Geen van de richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit zijn in het geding door het planvoornemen. In lid 5 wordt het plan beargumenteerd met de gestelde voorwaarden. Met het plan is geen sprake van aanpassen of transformeren (sub b en c). In de volgende alinea wordt het plan beargumenteerd voor sub a, waarbij het gaat om inpassen. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en houdt rekening met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. Er is sprake van inpassing, omdat in het plan de gronden worden gebruikt als privéterrein als onderdeel van de woonfunctie Gele Lis 127. Daardoor past het plan in de al bestaande gebiedsidentiteit. Ook voorziet het plan geen wijziging op structuurniveau, omdat bestaande ruimtelijke structuren (zoals wandel- en fietspaden) niet worden gewijzigd. Er kan worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan sub a van lid 5.

Pagina 26 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

6

8

9

Specifieke regels voor de gebiedstypen als opgenomen in de artikelen 6.9a, 6.9b, 6.9c, 6.9d, 6.9e, 6.9f en 6.9g, zijn van toepassing, tenzij een zwaarwegend openbaar belang aan de toepassing van die artikelen, uitgezonderd artikel 6.9e, in de weg staat. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 3, zijnde Buitengebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan ontwikkelingen mogelijk maken die kunnen vallen onder noemer inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 6.9a. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, zijnde Recreatiegebied, Belangrijk weidevogelgebied of Groene buffer, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan in beginsel slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen of aanpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9b, 6.9c of 6.9d.

Het plan valt onder artikelen 6.9a, b, c en d. In voorgaande leden is geconcludeerd dat aan de specifieke regels wordt voldaan. Hiervoor is de aangegeven motivering in artikelen 6.9 a tot en met d gebruikt. Het plan voldoet aan lid 6.

Er wordt voldaan aan lid 8, zoals aangegeven onder lid 2. Hierin is gemotiveerd dat het plan in overeenstemming is met artikel 6.9a (buitengebied).

Er wordt voldaan aan lid 9, zoals aangegeven onder lid 2. Hierin is gemotiveerd dat het plan in overeenstemming is met artikel 6.9b (recreatiegebied), artikel 6.9c (belangrijk weidevogelgebied) en artikel 6.9d (groene buffer).

De volgende leden zijn niet van toepassing: 1. Lid 7 is niet van toepassing, omdat het plan om een inpassing gaat; 2. Lid 10 is niet van toepassing, omdat het plan niet in een aangewezen Kroonjuweel ligt; 3. Lid 11 is niet van toepassing, omdat het plan geen transformatie mogelijk maakt; 4. Lid 12 is niet van toepassing, omdat het plan geen significante aantasting tot gevolg heeft van de aangewezen gebieden (buitengebied, belangrijk weidevogelgebied, recreatiegebied of groene buffer). Conclusie Omgevingsverordening Zuid-Holland Voorliggend plan voldoet aan de gestelde voorwaarden van de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland.

Pagina 27 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionaal Structuurplan Haaglanden 2020 Op 2 november 2005 is het Regionaal Structuurplan Haaglanden 2020 vastgesteld (RIS-nummer: 132777, hierna: RSP). De gemeente Den Haag geeft aan dat het regionale ruimtelijke beleid tijdig moet inspelen op nieuwe ontwikkeling als het beleid sturing wil kunnen geven. Het vigerend RSP is daarom herzien tot 2020. Nieuwe woningbouwopgaven zijn van toepassing en de problemen van waterberging en luchtkwaliteit vragen om oplossingen. Ook moet de regio Haaglanden zich beraden op haar economische positie in een groter verband. Recente beleidsvisies moeten daarom plaats krijgen in het regionale beleid. Planspecifiek Het RSP behandelt een aantal thema’s. Voor het plan is het thema ‘Wonen in Haaglanden’ van belang. Voor de regio wordt gestreefd naar een binnenstedelijke realisatie van de woningbouwopgave. Voorliggend plan voorziet in het mogelijk maken van een levensloopbestendige woning op privéterrein. Het plangebied ligt op de grens van stedelijk gebied. Het plan betreft een binnenstedelijke ontwikkeling, waardoor het aansluit op het structuurplan. 3.3.2 Regionale woonvisie Haaglanden Het doel van de Regionale woonvisie Haaglanden 2017-2021 is het versterken van de woningmarktregio van Haaglanden en het toekomstbestendig maken van dit van oudsher prettig woongebied.

Gemeenten stemmen hiervoor hun eigen woonvisies af op de regionale woonvisie. Belangrijke speerpunten van de woonvisie zijn: • Een regionaal afgestemd woningbouwprogramma; • Het toevoegen van meer stedelijke woonmilieus; • Het bouwen van nieuwe sociale woningen met oog voor kwaliteit en betaalbaarheid van de huidige sociale woningvoorraad; • Het verhogen van het aandeel middeldure huurwoningen; • Een CO2-neutrale of energie-neutrale regio in 2050; • De regionale intentie om vanaf 2018 geen woningen meer te bouwen met een aardgassluiting. • Intensievere samenwerking op het gebied van wonen en zorg. Planspecifiek Het planvoornemen voorziet in een levensloopbestendige woning op privéterrein. Het planvoornemen schaadt de belangen van de regionale woonvisie Haaglanden niet, omdat de woning zonder aardgassluiting wordt opgeleverd. Ook wordt de woning energiezuinig opgeleverd door het gebruik van een energiezuinige WTW-installatie, een luchtwarmtepomp en zonnepanelen. Het planvoornemen voldoet daarom aan de regionale woonvisie van Haaglanden.

Pagina 28 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Wereldstad aan Zee, Structuurvisie Den Haag 2020 De Structuurvisie Den Haag 2020 ‘Wereldstad aan Zee’ is op 28 juni 2005 vastgesteld door de gemeenteraad van Den Haag (RIS129201). De ambitie van de stad Haag is het benutten van de sterke kwaliteiten van de stad, waaronder: internationale stad, een stad aan zee, en multiculturele stad en een monumentale residentie. De structuurvisie gaat uit van de toevoeging van 40.000 woningen die moeten worden toegevoegd door verdichting. Er zijn een aantal kansenzones, zoals het Centrum, de Lijn 11zone en de Schakelzone Lozerlaan. Verdere aspecten in de structuurvisie gaan in op (culturele) voorzieningen, zoals een ruime keuze in scholen, clubs en verenigingen en zorgvoorzieningen. Planspecifiek Het planvoornemen valt niet in een kansenzone zoals beschreven in de structuurvisie. De levensloopbestendige woning levert een kleinschalige bijdrage aan het toevoegen van woningen aan de woningvoorraad door stedelijke verdichting in de stadsrand. Het plan is dan ook in lijn met de Structuurvisie Den Haag 2020. 3.4.2 Woonvisie Den Haag De Woonvisie Den Haag 2022 is op 14 oktober 2022 vastgesteld door de gemeenteraad van Den Haag (RIS313365). Deze Woonvisie is een technische verlenging en bundeling van eerder vastgelegd beleid op het gebied van Wonen in Den Haag.

In de woonvisie worden gewenste en noodzakelijke ontwikkelingen geschetst op het gebied van wonen voor de middellange termijn. De woonvisie bestaat uit drie delen: visie, woonagenda en nota voorraadbeleid. De visie benadrukt het streven naar een stedelijke, attractieve, en inclusieve stad in 2030. Dit omvat onder andere het aanbieden van diverse en aantrekkelijke stedelijke woonmilieus, betaalbaar wonen voor iedereen, en het voorbereiden van wijken op de toekomst. Het beleid richt zich ook op CO2-ambities, bevolkingsgroei, verdichting, en regionale samenwerking. De woonvisie presenteert de visie, ambities en uitgangspunten. De uitvoeringsagenda geeft de uitwerking van de woonvisie en bevat concrete acties voor de komende drie tot vijf jaar. De ambities van Den Haag zijn: • Den Haag is in 2030 een stedelijke, attractieve en inclusieve stad. Dit betekent dat Den Haag meer onderscheidende en aantrekkelijke stedelijke woonmilieus biedt, dat wonen in de stad betaalbaar is voor iedereen én wijken op de toekomst zijn voorbereid en meer gemengd zijn; • Het (sloop-)nieuwbouw-, transformatie- en verbeterprogramma geeft ruim baan aan deze ambitie en volgt de groei van de stad. Planspecifiek Het planvoornemen maakt de bouw van een levensloopbestendige en gelijkvloerse woning mogelijk op privéterrein.

In de woonvisie wordt gesproken over de ambitie om aantrekkelijke stedelijke woonmilieus te maken, waaronder het toekomstbestendig maken van Vinexwijken. Het plan past in de ambitie op doorstroming in de wijk te bevorderen, omdat een extra levensloopbestendige en gelijkvloerse woning wordt mogelijk gemaakt en daardoor geschikt is voor ouderen. In de Agenda Ruimte voor de stad is aangegeven dat er voor de langere termijn sprake is van een tekort aan meer levensloopbestendige woningen in zowel sociale als particuliere huur en koop. In de Woonagenda staat dat differentie in woningbouw van belang is.

Pagina 29 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

Vanuit wonen is er geen bezwaar tegen de bouw van een woning achter perceel Gele Lis 127. Het betreft een levensloopbestendige en gelijkvloerse woning en is daardoor geschikt voor bewoning door ouderen. Daarmee is het een aanvulling op het overheersende woningtype in Ypenburg, dat bestaat uit meerlaagse grondgebonden gezinswoningen. Ook past het binnen het beleid om ruimte te bieden aan eigen initiatieven vanuit bewoners. Het planvoornemen is daarmee in lijn met de Woonvisie Den Haag 2022. 3.4.3 Woonagenda Den Haag Op 7 oktober 2020 is de Woonagenda 2020-2023 vastgesteld door de raad (RIS305711). Het betreft een actualisatie van de woonagenda uit 2019. De woonagenda gaat in op vier verschillende onderwerpen: • Een inleiding over de grote druk op de Haagse woningmarkt; • Maatregelen voor het middensegment; • Maatregelen voor het goedkoop segment; • Maatregelen voor de verdeling van sociale huurwoningen; • Maatregelen voor specifieke doelgroepen. • Leefbaarheid in de wijken. Er wordt ingezet op de nieuwbouw van 20% betaalbare koopwoningen. Een betaalbare koopwoning heeft volgens de Woonagenda een prijs tot 310.000 euro.

Planspecifiek Het planvoornemen maakt een gelijkvloerse levensloopbestendige woning mogelijk op privéterrein. Hierdoor levert het plan een positieve bijdrage een differentiatie van woningen in de wijk. De prijs van de koopwoning zal middeldure koop zijn. Alhoewel woningsplitsing in de wijk ‘De Bras’ onder voorwaarde is toegestaan, heeft bouwkundig splitsen een negatief effect op de leefbaarheid in een gebied. Het plan voorziet hier niet in, waardoor de leefbaarheid van de wijk niet in het geding komt. Ook wordt de parkeerbehoefte op het perceel opgelost. Het planvoornemen is daarom in lijn met de Woonagenda Den Haag. 3.4.4 Agenda Ruimte voor de stad De Agenda Ruimte voor de stad is vastgesteld op 15 december 2016 door de gemeenteraad van Den Haag (RIS295016). De agenda is een sturend document voor de ruimtelijke ontwikkeling van Den Haag. In de agenda komen vier transitieopgaven aan bod: 1. Nieuwe economie (gebaseerd op doorgaande digitalisering, horizontale netwerken, herwinbare energie en circulaire processen); 2. Veerkrachtige samenleving (samenredzaamheid en ondernemerschap); 3. Slimme stadsontwikkeling (slim verdichten en verduurzamen); 4. Organiseren vermogen (van overheden); In de agenda worden negen principes voor stedelijke ontwikkelingen besproken.

De principes voor stedelijke ontwikkelingen zijn: • Samenwerken vanuit de energie in de stad; • Slim gebruik maken van bestaande ruimte in de stad; • Werken vanuit bestaande kwaliteiten en cultuurhistorisch bewustzijn; • Bevorderen van (culturele / ruimtelijke) diversiteit en de ontmoeting in de stad; • Acteren op verschillende schaalniveaus; • Investeren in nieuwe ruimtelijke structuren; • Richting geven en ruimte bieden; • Investeren in een sociaal inclusieve stad. Pagina 30 Ruimtelijke onderbouwing Gele Lis 127 te Den Haag

Tot slot behandelt de agenda een aantal hoofdopgaven, zoals ruimte voor de buitenruimte, stedelijk wonen en energie transitie en klimaatadaptatie. Planspecifiek Het planvoornemen voldoet aan het stedelijke ontwikkelingsprincipe ‘Slim gebruik maken van bestaande ruimte in de stad’. Het plan maakt namelijk via stedelijke verdichting op privéterrein een levensloopbestendige woning mogelijk. Hierdoor zal ook de leefbaarheid van de wijk ‘De Bras’ niet in het geding komen. Voor de langere termijn is er sprake van een tekort aan levensloopbestendige woningen in zowel sociale als particuliere koop, het plan heeft daarmee een positieve bijdrage aan het terugdringen van het tekort. Daarnaast zal worden aangesloten op bestaande ruimtelijke structuren, zoals wandel- en fietspaden. In de Agenda Ruimte voor de stad is aangegeven dat er voor de langere termijn sprake is van een tekort aan meer levensloopbestendige woningen in zowel sociale als particuliere huur en koop. In de Woonagenda staat dat differentie in woningbouw van belang is. Vanuit wonen is er geen bezwaar tegen de bouw van een woning achter perceel Gele Lis 127. Het betreft een levensloopbestendige en gelijkvloerse woning en is daardoor geschikt voor bewoning door ouderen. Daarmee is het een aanvulling op het overheersende woningtype in Ypenburg, dat bestaat uit meerlaagse grondgebonden gezinswoningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15800996/1