RIS322734 Bijlage 1 Regiovisie-Monitor-2024
Tekst van het document
Regiovisie monitor 2024
Inhoud
1. Inleiding
3
2. Ontwikkeling regionale jeugdhulp op hoofdlijnen
6
3. Jeugdigen groeien zo thuis mogelijk op
15
4. Jeugdigen groeien duurzaam veilig op
20
5. Aanpak wachttijden
29
6. Jeugdhulp en onderwijs werken effectief samen
40
7. Jongeren en ouders aan het woord over jeugdhulp
45
8. Conclusie
50
Bijlage Overzicht Regiovisie monitor per gemeente
51
REGIOVISIE MONITOR 2024
2
VOLGENDE
VORIGE
1
Inleiding
Bij de vaststelling van de Regiovisie Jeugdzorg Haaglanden 2021–2026 is afgesproken jaarlijks te rapporteren over de voortgang op de gezamenlijke ambities. Deze vierde Regiovisie monitor beschrijft de belangrijkste ontwikkelingen binnen de jeugdhulp in de regio Haaglanden, op basis van cijfers, trends en inzichten over het jaar 2024. De Regiovisie is opgesteld om beter te kunnen sturen op de transformatie van de jeugdhulp. De ambities zijn gezamenlijk bepaald met ouders, jongeren, professionals, aanbieders en samenwerkingspartners en richten zich op tijdige, passende hulp, veilig en thuis opgroeien en een effectieve samenwerking tussen jeugdhulp en onderwijs.
Regionale cijfers en het Haags toekomstperspectief
In de regio Haaglanden is er een stabilisatie zichtbaar in het aantal cliënten dat een beroep doet op jeugdhulp, na jarenlange stijging. Toch blijven de kosten voor jeugdhulp in 2024 stijgen.
Kostenbeheersing In het licht van de structurele bezuinigingsopgave uit de landelijke Hervormingsagenda Jeugd is deze blijvende stijging van kosten voor jeugdhulp niet houdbaar. Daarom is regionaal
gekozen voor een samenhangende aanpak van kostenbeheersing, binnen de kaders van de Regiovisie en de Hervormingsagenda Jeugd. Deze aanpak bestaat uit vier actielijnen: vermindering van jeugdhulp met verblijf, terugdringen van lichte hulp, van individuele naar collectieve zorg in het onderwijs en betere sturing op het regionale zorglandschap. Vanaf 2025 worden hier gefaseerd aanvullende maatregelen aan toegevoegd, gericht op effectiever inzetten van zorg en het versterken van de regie door de lokale teams.
Deze monitor biedt inzicht in de stand van de regionale jeugdhulp over het jaar 2024. Dit moet gemeenten ondersteunen bij het voeren van regie, onder meer via cijfers uit een regionaal dashboard dat in 2024 is aangepast. Hierin bundelt het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden data op basis van het berichtenverkeer en andere bronnen zoals het CBS. Tegelijkertijd onderstreept deze monitor het belang van dieper inzicht in lokale verschillen, de inrichting van het sociaal domein en de effectiviteit van jeugdhulp – als basis voor verdere sturing en verantwoorde transformatie.
REGIOVISIE MONITOR 2024
3
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
De Regiovisie monitor van 2023 was gebaseerd op een afwijkende reeks data1. Om verschillende redenen is de monitor van 2024 net als de jaren voor 2023, weer gebaseerd op een heel kalenderjaar en zijn de cijfers van 2023 hierop aangepast. In 2024 is de samenstelling van de jeugdhulpregio Haaglanden veranderd. Deze verandering heeft eveneens impact op de weergave van de jeugdhulp data in deze monitor. De gemeente Voorschoten is overgestapt naar regio Holland Rijnland en de gemeente Den Haag koopt een deel van de jeugdhulp niet langer regionaal in. Met het Haags Toekomstperspectief Jeugd- en Gezinshulp (HTP) wordt een deel van de ambulante hulp in Den Haag lokaal ingekocht via de samenwerkingsverbanden Kracht en rondomJou. Het effect van deze wijziging is op verschillende plekken in de Regiovisie monitor in de cijfers zichtbaar en wordt waar van toepassing nader geduid. Vanwege een combinatie van hierboven genoemde redenen kunnen er cijfermatige verschillen ten opzichte van de Regiovisie monitor van vorige jaren naar voren komen. Als bijlage bij deze monitor zijn cijfers per gemeente opgenomen. Hierin wordt het gebruik van de regionaal ingekochte jeugdhulp per gemeente afgezet tegen andere gemeenten in de regio. Vanwege het effect van het HTP is Den Haag apart in beeld gebracht en zijn de overige acht gemeenten (H8) ten opzichte van elkaar getoond.
1
De monitor van 2023 is gebaseerd op data van het vierde kwartaal van 2022 en de eerste drie kwartalen van 2023.
REGIOVISIE MONITOR 2024
4
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Leeswijzer Deze Regiovisie monitor opent met een hoofdstuk dat een overzicht biedt van de algemene cijfers over jeugdhulp in 2024. Het daaropvolgende hoofdstuk gaat in op de ambitie om kinderen ‘zo thuis mogelijk’ te laten opgroeien. Het vierde hoofdstuk richt zich op veilig opgroeien en laat aan de hand van data zien hoe de inzet van jeugdbescherming en uithuisplaatsingen verder wordt voorkomen. Daarna volgt een hoofdstuk over wachttijden, waarin de belangrijkste knelpunten worden benoemd, onder andere bij de Kinderdagcentra (KDC). Ook wordt stilgestaan bij de toepassing van het afwegingskader dat helpt om kwetsbare kinderen sneller passende hulp te bieden. De samenwerking tussen jeugdhulp en onderwijs staat centraal in hoofdstuk zes. Vervolgens wordt in het laatste inhoudelijke hoofdstuk aandacht besteed aan ervaringen van jeugdigen, ouders en professionals, en hoe de regio werkt aan hun betrokkenheid bij beleid en uitvoering. De monitor sluit af met een samenvattende conclusie. Begrippen en afkortingen die in de tekst voorkomen, worden na elk hoofdstuk kort toegelicht. Als bijlage zijn dit jaar overzichten toegevoegd van het jeugdhulpgebruik per gemeente.
REGIOVISIE MONITOR 2024
5
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
2
Ontwikkeling regionale jeugdhulp op hoofdlijnen Dit hoofdstuk gaat over de ontwikkeling van de jeugdhulp in de regio Haaglanden. We onderzoeken de trends rondom het aantal jeugdigen dat gebruikmaakt van jeugdhulp, de soorten hulp die worden geboden en de bijbehorende kosten. De inzichten worden gepresenteerd op basis van de beschikbare gegevens die zijn vastgesteld met indicatoren voor de Regiovisie monitor. Per 1 januari 2024 startte het Haags Toekomstperspectief (HTP). Een deel van de jeugdhulpvragen wordt hiermee door de gemeente Den Haag lokaal afgehandeld, buiten de regionaal ingekochte jeugdhulp om. Deze inrichting van de Haagse jeugdhulp is zichtbaar in de regionale jeugdhulpcijfers.
REGIOVISIE MONITOR 2021
6
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Inleiding Dit hoofdstuk gaat over de belangrijkste ontwikkelingen in het gebruik van jeugdhulp, welke vormen dit betreft en de kosten die daarmee samenhangen. In vergelijking met vorige jaren, suggereren de cijfers van de regionale jeugdhulp in de regio Haaglanden een trendbreuk. In zekere zin is dat ook zo, want met de invoering van het Haags Toekomstperspectief (HTP) per 1 januari 2024 is in de gemeente Den Haag een belangrijke wijziging doorgevoerd. Een deel van de hulpvragen wordt
sindsdien lokaal opgepakt, buiten de regionale inkoopstructuur om. De lichtere vormen van jeugdhulp vallen voortaan onder verantwoordelijkheid van de twee samenwerkingsverbanden Kracht en rondomJou. Dit heeft directe gevolgen voor de weergave en interpretatie van de cijfers in deze monitor. Per 2024 gaan de cijfers van Den Haag in deze monitor over de zwaardere (en duurdere) vormen van hulp.
Figuur 1A: Percentage jeugdigen dat regionaal ingekochte jeugdhulp ontvangt in de regio Haaglanden2 2020 |
2021 |
2022 |
2023 |
2024
22% 20% 18,1%
17,3%
17,9%
16,5% 11,5%
11,2%
11,4%
11,7%
11,6%
11,0%
10,9%
10,3%
10,9%
9,9%
13,7%
13,4%
13,3%
13,4%
12,9%
12,1%
11,8%
11,3%
11,7%
11,7%
10,1%
9,5%
4,7%
4%
10,0%
6%
8,5%
8,3%
13,7%
14,0%
13,6%
12,7%
14,4%
14,3%
14,0%
13,3%
12,1%
12,1%
8%
11,6%
10%
11,1%
12%
13,9%
14%
14,5%
16%
17,3%
18%
2% 0% Den Haag
2
Delft
LeidschendamVoorburg
Bron: CBS Jeugd. De cijfers van Den Haag zijn exclusief HTP.
Midden-Delfland
PijnackerNootdorp
Rijswijk
Wassenaar
Westland
7
INHOUD
REGIOVISIE MONITOR 2024
Zoetermeer VOLGENDE
VORIGE
Daarnaast is de gemeente Voorschoten per 2024 uit de regio Haaglanden getreden. Vanwege het beperkte aantal cliënten leidt dit niet tot significante verschuivingen in de regionale gemiddelden. Alle gepresenteerde data zijn waar nodig omgerekend naar de huidige regionale samenstelling, zodat een consistente trendanalyse over de jaren heen mogelijk blijft. Dit hoofdstuk beschrijft de ontwikkeling van de vraag naar de verschillende typen jeugdhulp en uitgaven die hiermee in 2024 gemoeid zijn. Tenslotte wordt aangegeven welke acties zijn ondernomen om de oplopende kosten verder te beheersen. De afsluitende reflectie bevat ten slotte enkele aandachtspunten die op basis van de gepresenteerde trends van belang zijn richting de nieuwe contractperiode per 1 januari 2027.
Ontwikkeling van de vraag naar jeugdhulp Figuur 1A biedt een eerste overzicht van de ontwikkeling in de vraag naar jeugdhulp. Het staafdiagram toont in één oogopslag hoe het percentage jeugdigen tot achttien jaar dat jeugdhulp ontvangt, zich per gemeente heeft ontwikkeld. Figuur 1B vult dit aan met de absolute aantallen per gemeente en voor de regio als geheel. Hierin is een grote afname van het totaal aantal cliënten te zien, die verklaarbaar is door de invoering van het HTP. Voor de andere gemeenten is in 2024 overwegend een stabilisatie zichtbaar van het percentage jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt. Dit kan wijzen op een toename van casuïstiek die door de lokale teams worden opgepakt.
Belangrijk om hierbij te vermelden is dat het uitsluitend gaat om regionaal ingekochte jeugdhulp. Dit verklaart de relatief lage percentages en absolute aantallen voor de gemeente Den Haag per 2024. Hierdoor zijn de percentages jeugdigen uit Den Haag in de figuren 1A en 1B niet goed vergelijkbaar met die van andere gemeenten. De reden hiervoor is dat vanuit Den Haag alleen de jeugdigen met zwaardere vormen van jeugdhulp in de cijfers zijn meegenomen. Een korte toelichting op wat binnen en buiten de scope van het HTP valt, is opgenomen in de gemeente bijlage van Den Haag. Voor de overige gemeenten hebben de cijfers in figuur 1A en 1B betrekking op alle vormen van jeugdhulp. Verder is relevant om hier te melden dat er in de rapportages van de Regiovisie monitor over de jaren heen een verschil is in het totale aantal jeugdigen dat gebruik maakt van regionaal ingekochte jeugdhulp. De afgelopen jaren lag het totale regionale aantal cliënten telkens rond de 30.000. Per 2024 ligt het totaal aantal bijna 9.000 lager. Hoewel er lokaal enkele verschuivingen zijn, wordt het grootste verschil verklaard door jeugdigen die vanuit het HTP hulp krijgen. Deze veronderstelling sluit ook aan bij het gegeven dat het aantal Haagse jeugdigen dat in 2023 (dus voorafgaand aan het HTP) regionaal ingekochte jeugdhulp ontving, zo’n 8.600 hoger lag dan in 2024 (13.987 respectievelijk 5.386).
Overigens is het mogelijk dat jeugdigen uit Den Haag zowel ondersteuning van Kracht en rondomJou als regionaal ingekochte jeugdhulp ontvangen. Ook blijkt uit de cijfers dat de percentages en aantallen per gemeente (met uitzondering van Den Haag) over het algemeen
REGIOVISIE MONITOR 2024
8
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Aantal unieke cliënten
Figuur 1B: Aantal unieke cliënten dat in de jeugdhulpregio Haaglanden regionaal ingekochte jeugdhulp ontvangt
30K
28.347
29.501
30.867
30.170
22.006
20K 10K 0K 12.912
13.408
13.846
13.987
Den Haag
5.381
Delft
2.209
2.236
2.341
2.427
2.490
Leidschendam-Voorburg
1.988
2.131
2.180
2.288
2.187
366
365
405
424
421
1.669
1.651
1.612
1.682
1.699
1.426
1.531
1.585
1.670
1.688
593
648
624
664
642
Westland
2.745
2.779
2.731
2.792
2.736
Zoetermeer
4.449
4.662
4.842
4.933
4.762
2020
2021
2022
2023
2024
Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar
Bron: CBS Jeugd.
REGIOVISIE MONITOR 2024
9
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
stabiel zijn gebleven, net als de onderlinge verschillen tussen gemeenten. Dit roept de vraag op hoe deze verschillen te verklaren zijn – en belangrijker nog: in hoeverre zulke verklaringen aanknopingspunten bieden voor sturing. Wanneer verschillen samenhangen met sociaaleconomische factoren is gerichte sturing vanuit de jeugdhulp beperkter mogelijk. Maar als ze bijvoorbeeld het gevolg zijn van verschillen in lokale
werkwijzen, ontstaan er kansen om van elkaar te leren. Hierop gaan we bij de afsluiting van dit hoofdstuk nader in. Figuur 2 laat zien dat de ontwikkeling van jeugdhulp in de regio Haaglanden vergelijkaar is met die in andere regio’s en met de landelijke trend. Een uitzondering hierop vormt de regio Rijnmond, waar een afwijkende inrichting van het jeugdhulpstelsel mogelijk invloed heeft op de regionale cijfers. Hierdoor is een directe vergelijking tussen de regio’s Haaglanden en Rijnmond niet goed mogelijk.
Figuur 2: Percentage jeugdigen met jeugdhulp tot 18 jaar
Ontwikkeling uitgaven per cliënt
16% 14%
13,9% 14,2%
14,8% 14,6 %
14,5% 14,3% 12,9% 13,0 %
12% 10%
9,8%
13,5% 13,8%
10,4%
8% 6%
Figuur 3 toont de ontwikkeling van de uitgaven per cliënt in de jeugdhulpregio Haaglanden. In 2024 lijken de gemiddelde uitgaven per cliënt met bijna 25% gestegen ten opzichte van 2023 (€ 13.784 in 2024 ten opzichte van € 11.036 in 2023). We spreken bewust van een schijnbare stijging, omdat de cijfers laten zien dat na de invoering voor het HTP, er voor cliënten uit Den Haag vooral zwaardere vormen van jeugdhulp zijn ingezet. Dit blijkt onder andere uit het verschil in uitgaven per cliënt: in Den Haag zijn deze in 2024 € 20.001, dit is aanzienlijk hoger dan het gemiddelde van de overige regiogemeenten.
4%
Bij nadere beschouwing op gemeentelijk niveau blijkt dat in vrijwel alle gemeenten de uitgaven per cliënt sterker zijn gestegen dan op basis van reguliere indexering verwacht mag worden.
2% 0 2022
2023
Haaglanden
2022
2023
Holland Rijnland
2022
2023
Midden Holland
Bron: CBS Jeugd. De cijfers over het jaar 2024 zijn nog niet gepubliceerd.
2022
2023
Rijnmond
2022
2023
Zuid-Holland Zuid
2022
2023
Nederland REGIOVISIE MONITOR 2024
10
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Aantal unieke cliënten en gemiddelde uitgave per cliënt
Figuur 3: Aantal cliënten dat regionaal ingekochte jeugdhulp ontvangt en gemiddelde cliëntkosten 30K | € 15K
10K |
€ 5K
0K |
€ 0K
€ 11.036
€ 9.932
€ 9.773
€ 9.842
20K | € 10K
30.867
30.170
29.501
28.347
€ 13.784 22.006
€ 20.001 12.912
€ 9.890
Den Haag
2.209
Leidschendam-Voorburg
1.988
Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar
€ 10.166
13.846
€ 10.754
13.987
€ 11.702 5.381
Delft
Midden-Delfland
13.408
€ 11.423 € 11.251
€ 10.198
2.236
€ 9.841
2.131
€ 6.640 € 10.587
1.426
€ 7.566
593
Westland
2.745
Zoetermeer
4.449
405
365
1.669
2020
2.180
€ 10.271
€ 9.072 356
2.341
€ 6.579
1.651
€ 10.296
1.531
€ 6.879
648
€ 8.196
2.779
€ 10.631
4.662
€ 8.600 € 10.421
2021
1.612 1.585 624 2.731
€ 11.483 € 8.468 € 7.588 € 6.074 € 9.109 € 8.183 € 8.449
4.846
€ 10.277
2022
2022
2.427
2.490 € 9.191
2.288
€ 8.636
424
€ 7.587
1.682
€ 10.446
1.670
€ 7.592
664
€ 9.206
2.792
€ 12.396
4.933
REGIOVISIE MONITOR 2024
€ 13.845
€ 12.429
€ 9.947 421 € 8.089
1.699
€ 11.298
1.699
€ 8.686
642
€ 9.658
2.736
€ 14.011
4.762
2023
11
€ 11.661
2.187
2024 INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Dit duidt op een algemene verzwaring van de ingezette jeugdhulp. Een mogelijke andere verklaring die hiervoor gegeven kan worden is dat als gemeenten lokaal meer lichtere hulp bieden, dat dan de zwaardere problematiek wordt opgevangen met regionaal ingekochte jeugdhulp. Omdat dit duurdere trajecten betreft, stijgen in deze redenering ook de gemiddelde kosten per cliënt. Andere mogelijke verklaringen zijn tariefsverhogingen die voor een aantal verblijfsproducten in 2024 zijn doorgevoerd en de caseloadverlaging in de jeugdbescherming. In hoofdstuk 4 wordt deze caseloadverlaging verder toegelicht.
Tabel 1: Aantal unieke cliënten per type jeugdhulp 2020
2021
2022
2023
2024
Crisis Interventie Team (CIT)
1.029
1.090
1.106
1.079
1.069
Dyslexie
2.054
1.965
2.024
2.287
2.323
4.926
5.024
4.913
5.306
2.593
167
163
175
201
196
5.256
6.115
6.509
6.953
4.524
Jeugd en Opvoedhulp (excl. gezinshuizen en pleegzorg)
6.658
6.742
6.867
6.728
4.441
Jeugd Gedwongen kader
3.087
3.074
2.998
2.730
2.514
Jeugd GGZ (excl. dyslexie)
346
350
312
353
300
Landelijk ingekochte zorg
370
442
457
572
559
1.427
1.353
1.429
1.317
1.242
14.521
15.565
15.999
16.698
11.327
Generalistische Basis GGZ
3
Gezinshuizen Jeugd (Licht) Verstandelijk Beperkt
3 3
Typen jeugdhulp Tabel 1 geeft inzicht in de inzet van verschillende typen jeugdhulp in de regio. In voorgaande jaren kwam in de cijfers steeds een continue stijging van het aantal cliënten in de generalistische basis-ggz naar voren in de Regiovisie monitor. In de monitor van 2024 is juist een duidelijke daling te zien van dit type jeugdhulp. Ook voor jeugd- en opvoedhulp valt een forse afname van het aantal cliënten op.
Type jeugdhulp
Pleegzorg Specialistische GGZ (excl. dyslexie)
3
Tabel 2: Procentuele toename/afname van het aantal cliënten met regionaal ingekochte jeugdhulp ten opzichte van referentiejaar 2020
Omdat niet duidelijk is hoe groot de invloed van het HTP is op bovengenoemde ontwikkelingen, is aanvullend onderzoek uitgevoerd. Daarbij is het aantal unieke cliënten per type jeugdhulp afzonderlijk voor de H8-gemeenten geanalyseerd, om het effect van het HTP zo veel mogelijk te isoleren. Uit deze nadere analyse ontstaat een gemengd beeld. Voor jeugd- en opvoedhulp lijkt het vermoeden bevestigd: zowel binnen H8 als H9 is sprake van een daling, waarbij de daling binnen H9
2020
2021
2022
2023
2024
Crisis Interventie Team (CIT)
0,0%
5,9%
7,5%
4,9%
3,9%
Dyslexie
0,0%
-4,3%
-1,5%
11,3%
13,1%
Generalistische Basis GGZ3
0,0%
2,0%
-0,3%
7,7%
-47,4%
Gezinshuizen
0,0%
-2,4%
4,8%
20,4%
17,4%
Jeugd (Licht) Verstandelijk Beperkt3
0,0%
16,3%
23,8%
32,3%
-13,9%
Jeugd en Opvoedhulp (excl. gezinshuizen en pleegzorg)3
0,0%
1,3%
3,1%
1,1%
-33,3%
Jeugd Gedwongen kader
0,0%
-0,4%
-2,9%
-11,6%
-18,6%
Jeugd GGZ (excl. dyslexie)
0,0%
1,4%
-9,6%
2,3%
-13,0%
Landelijk ingekochte zorg
0,0%
19,5%
23,5%
54,6%
51,1%
0,0%
-5,2%
0,1%
-7,7%
-13,0%
0,0%
7,2%
10.2%
15,0%
-22,0%
Pleegzorg Specialistische GGZ (excl. dyslexie)
3
3
Dit type hulp wordt per 1-1-2024 voor cliënten uit Den Haag voornamelijk geboden door de samenwerkingsverbanden Kracht en rondomJou.
REGIOVISIE MONITOR 2024
12
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
aanzienlijk sterker is. Voor de ggz kan echter geen vergelijkbare conclusie worden getrokken. Hier lijkt eerder sprake van een verschuiving van de inzet van generalistische basis-ggz naar specialistische ggz.
van € 100,- per uur voor jeugdhulp (over verschillende vormen van hulp en opleidingsniveaus heen), betekent dit dat voor deze cliënten minimaal 100 uur professionele inzet per jaar noodzakelijk is. Hoewel dit een vereenvoudigde benadering is (onder andere doordat verblijfskosten hierin niet zijn meegenomen), biedt het wel een indicatie van de druk die deze groep uitoefent op de inzet van professionals en op de beschikbare voorzieningen, zeker in een krappe arbeidsmarkt.
Om meer zicht te krijgen op dergelijke verschuivingen is nader onderzoek en meer duiding nodig4. Tabel 3: Percentage cliënten ten opzichte van de kosten van het zorgtraject % cliënten
% kosten
Meer dan € 10.000 per cliënt per jaar
31%
84%
Minder dan € 10.000 per cliënt per jaar
69%
16%
Uitgaven boven en onder € 10.000 per cliënt
Voor die duiding zal mede met het oog op de nieuwe contractering per 1-1-2027, in 2025 een regionale Ontwikkeltafel met betrokken stakeholders worden ingepland.
4
In de Regiovisie monitor hanteren we de uitgaven per cliënt als een indicatie voor de zwaarte van de onderliggende hulpvraag. Zoals eerder beschreven, stijgen de uitgaven per cliënt sneller dan de reguliere prijsindexatie, wat mogelijk wijst op een toename van de complexiteit van de hulpvragen. In dit deel richten we ons specifiek op de cliënten met de zwaarste hulpvragen. Hiervoor hanteren we een grens van € 10.000 aan uitgaven per cliënt. Uit tabel 3 blijkt dat voor 31% van de cliënten die in 2024 in Haaglanden gebruikmaakten van regionaal ingekochte jeugdhulp, een inzet van meer dan € 10.000 per cliënt werd gerekend. Ter illustratie: uitgaande van een gemiddelde kostprijs
Ondanks het beperkte aandeel in de populatie (31%), vertegenwoordigt deze groep 84% van de totale kosten voor jeugdhulp. Ter vergelijking: de overige 69% van de cliënten, die minder dan € 10.000 per cliënt kosten, vertegenwoordigen gezamenlijk slechts 16% van de uitgaven voor regionale jeugdhulp. Op gemeentelijk niveau laat de analyse zien dat de financiële druk als gevolg van cliënten voor wie de jeugdhulp meer dan € 10.000 kostte, binnen de regio verschilt. In de bijlagen zijn deze verschillen per afzonderlijke gemeente inzichtelijk gemaakt.
Uitgaven onder druk: grip op begeleiding en jeugd- en opvoedhulp Tussen 2021 en 2023 zijn de uitgaven aan begeleiding en jeugd en opvoedhulp in de regio Haaglanden fors gestegen, terwijl het aantal cliënten met 29% toenam. Inmiddels ontvangt een op de zes à zeven jeugdigen in Haaglanden een vorm van jeugdhulp - een niveau dat voor gemeenten financieel onhoudbaar is. Om weer grip te krijgen op deze uitgaven is
REGIOVISIE MONITOR 2024
13
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
in 2024 regionaal onderzoek gedaan en zijn maatregelen voorbereid die vanaf september 2025 worden geïmplementeerd. Dit omvat onder andere aangepaste productomschrijvingen, aangescherpte normen voor het aantal, de duur en intensiteit van behandelingen en het expliciet benoemen van de doelgroep. De toegang krijgt hiermee meer ruimte én meer houvast om scherper te beoordelen welke hulp nodig is, wat hoort bij normale ontwikkeling of opvoeding en waar algemene voorzieningen toereikend zijn. Met deze aanpak wordt toegewerkt naar een meer doelmatige inzet van jeugdhulp, zonder afbreuk te doen aan de ondersteuning van kwetsbare jeugdigen. Ook wordt verkend hoe hulp collectiever kan worden ingezet, hoe begeleiding kan worden verminderd en hoe alternatieven zoals zelfhulp of opvoedondersteuning kunnen bijdragen aan normalisatie. In 2025 worden dezeaanscherpingen toegelicht en besproken met de lokale teams.
Conclusie De ontwikkelingen in 2024 laten een voortzetting zien van de trend uit eerdere jaren. Het belangrijkste kenmerk hiervan is de aanhoudende toename van de zwaarte van de hulpvragen, gemeten in de omvang van de ingezette jeugdhulp per cliënt. Deze ontwikkeling onderstreept de urgentie van verdere actie. Zowel op regionaal als op gemeentelijk en landelijk niveau zijn verschillende stappen gezet. Voorbeelden hiervan zijn de regionale inzet op kostenbeheersing, de voorbereidingen op de nieuwe contractering van jeugdhulpaanbieders per 1 januari 2027 en de implementatie van de Hervormingsagenda Jeugd. De jeugdhulpregio Haaglanden werkt aan de verdere ontwikkeling van een dashboard, gevoed met data van onder meer het Servicebureau, jeugdhulpaanbieders en het CBS. Dit dashboard wordt gekoppeld aan een werkwijze waarin meten, duiden en oordeelsvorming centraal staan, als basis voor sturing binnen de beleidscyclus. De gepresenteerde cijfers laten zien dat nader onderzoek naar de achterliggende oorzaken van de gemeentelijke verschillen, waardevolle inzichten en sturingsinformatie kan opleveren. Hierbij gaat het met name om factoren waarop gemeenten daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen. Nader onderzoek naar de effecten van de inrichting van het sociaal domein is hierbij relevant, de zwaarte van de hulp per cliënt en het aandeel cliënten waarvoor jeugdhulp wordt ingezet.
REGIOVISIE MONITOR 2024
14
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
3
Jeugdigen groeien zo thuis mogelijk op In de Regiovisie Jeugdhulp Haaglanden is het uitgangspunt opgenomen dat kinderen en jongeren zo veel mogelijk opgroeien in hun eigen omgeving. Wanneer dat niet veilig of haalbaar is, wordt eerst gezocht naar een oplossing binnen het netwerk van het kind. Alleen wanneer dit niet mogelijk blijkt, wordt overgegaan tot plaatsing in een pleeggezin, gezinshuis of, in uitzonderlijke gevallen, in een residentiële voorziening. De inzet op ‘zo thuis mogelijk’ sluit aan bij zowel regionale als landelijke ambities, waaronder het afbouwen van gesloten jeugdhulp en de beweging naar nul uithuisplaatsingen. Dit hoofdstuk gaat in op de voortgang van die afbouw, de samenwerking binnen het landsdeel Zuidwest en de ontwikkelingen binnen de pleegzorg in de regio Haaglanden.
REGIOVISIE MONITOR 2024
15
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Inleiding In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de invulling die de regio in 2024 heeft gegeven op de ambitie dat kinderen en jongeren zoveel mogelijk in hun eigen vertrouwde omgeving opgroeien. Helaas lukt dit niet altijd en is een uithuisplaatsing nodig. Hoewel dit steeds minder vaak voorkomt, blijven speciale voorzieningen nodig voor kinderen die (tijdelijk) niet thuis kunnen wonen. Het brede palet van aanbod voor jeugdigen waar een uithuisplaatsing aan de orde is, loopt van pleegzorg en gezinshuizen tot gesloten jeugdhulp. Vaak start de zorg met een crisisplaatsing. Het vervolgens creëren van passend aanbod als thuis wonen echt niet mogelijk is, heeft dan ook grote aandacht. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de ontwikkeling van het aantal uithuisplaatsingen. De afgelopen jaren is met kracht ingezet op het verminderen van gesloten plaatsingen, in lijn met regionale en landelijke ambities. Hierbij lag de nadruk op het afbouwen en hervormen van de
Tabel 4: Aantal plaatsingen in JeugdzorgPlus voorziening in 2023 en 2024 Haaglanden
20235
20245
Q1
20
16
Q2
25
10
Q3
12
17
Q4
21
16
Totaal
78
59
gesloten jeugdhulp, vanwege de maatschappelijke en politieke druk én het besef dat dit het verst afstaat van ‘zo thuis mogelijk’ opgroeien. Ondanks een snelle afname van de instroom in de afgelopen jaren, blijft het afbouwproces complex – zowel inhoudelijk als financieel. Dit hoofdstuk gaat eerst in op de ontwikkelingen in de pleegzorg en vervolgens wordt de verdere afbouw in de JeugdhulpPlus verder beschreven.
Actieplan pleegzorg Voor kinderen die (tijdelijk) niet bij hun biologische ouders kunnen wonen, zijn er verschillende vormen van jeugdhulp in gezinsvormen, zoals pleegzorg en gezinshuizen. Pleeggezinnen zijn gezinnen die vrijwillig een kind opnemen en verzorgen. Dit kan voor korte of lange termijn zijn, afhankelijk van de situatie van het kind en de biologische ouders. Pleegouders krijgen begeleiding en ondersteuning om het kind de best mogelijke zorg te bieden. In Haaglanden neemt net als veel andere regio’s in Nederland het aantal pleeggezinnen al jaren af. Daardoor zijn er minder plekken beschikbaar voor kinderen in een pleeggezin. Kinderen komen dan vaker in (duurdere) andere vormen van zorg zoals gezinshuizen of vormen van residentiële zorg. Bij voorkeur wordt bij pleegzorg ingezet op plaatsing bij een netwerkpleeggezin. Dit kan betekenen dat een kind bij een familielid of kennis uit de directe omgeving wordt geplaatst. Zowel voor deze meest nabije vorm van pleegzorg
De overige gemeenten buiten landsdeel Zuidwest zijn op verzoek uit de rapportage gelaten. Dit maakt dat de totale plaatsingscijfers in deze rapportage verschillen met de jaarrapportage over 2023.
5
Bron: Jaarrapportage 2024 plaatsingscoördinatie Zuidwest.
REGIOVISIE MONITOR 2024
16
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
als voor bestandspleeggezinnen is screening vooraf nodig. Deze screening wordt uitgevoerd door de Raad voor de Kinderbescherming en is bedoeld om de veiligheid van jeugdigen zo veel mogelijk te waarborgen. In 2024 is in de regio Haaglanden een actieplan opgesteld met verbeterpunten in de pleegzorg. Hierin zijn stakeholders betrokken zoals de Nederlandse vereniging voor pleeggezinnen en jeugdhulpaanbieders die pleeghulp aanbieden om het goede gesprek over pleegzorg te versterken. Centraal in het actieplan staat het actief betrekken van pleegkinderen, pleegouders en ouders bij beslissingen en perspectiefbepaling, met aandacht voor open communicatie en gelijkwaardige samenwerking. Daarnaast is het behouden van de band tussen broers en zussen bij plaatsingen van belang, net als het beter ondersteunen van pleegouders bij complexe situaties en het organiseren van domein- en gemeente overstijgende regie wanneer dat nodig is. In het actieplan is verder ook aandacht besteed aan het waarborgen van rechten en plichten van pleegkinderen en -ouders, onder andere door betere informatievoorziening en inzet op medezeggenschap. Het actieplan sluit aan bij bestaande visies en wordt de komende periode verder uitgewerkt samen met pleegzorgorganisaties, gemeenten en betrokken professionals.
Het Landsdeel Zuidwest bestaat uit de vijf jeugdhulpregio’s in Zuid-Holland: Haaglanden, Holland-Rijnland, Midden-Holland, Rijnmond en ZuidHolland-Zuid.
6
Eind november 2024 is er vanuit de regionale aanpak wachttijden een uitvraag gedaan bij aanbieders met pleegzorg en gezinshuizen. Met deze verdiepende uitvraag is meer zicht ontstaan op de wachttijden, trends, ontwikkelingen, knelpunten, hiaten en bij het vormgeven en doorontwikkelen van beleid en
uitvoering. Een nadere toelichting op deze uitvraag is te lezen in hoofdstuk 5 over de wachttijden aanpak.
Verdere afbouw JeugdzorgPlus De gemeenten werken regionaal samen met het landsdeel Zuidwest6 aan het afbouwen en toekomstbestendig maken van het gesloten jeugdhulpaanbod. In landsdeel Zuidwest zijn iHUB en Schakenbosch de huidige aanbieders van JeugdzorgPlus. Den Haag vervult hierin de rol van accounthouder voor Schakenbosch. In 2024 is het eerder opgestelde bovenregionale plan verder geconcretiseerd. In dat kader is afgesproken dat iHUB haar gesloten aanbod op drie locaties vanaf 2025 stapsgewijs afbouwt, met volledige beëindiging in 2026. Schakenbosch wordt daarmee vanaf 2027 de enige aanbieder van JeugdzorgPlus binnen het landsdeel. Om de geleidelijke afbouw van iHUB op te vangen, breidt Schakenbosch vanaf 2025 tijdelijk het aantal plaatsen uit. Deze extra capaciteit wordt in de jaren daarna weer afgebouwd, met als doel een structureel aanbod van 54 plekken in 2028 voor het gehele landsdeel.
Ontwikkeling aantal cliënten in JeugdzorgPlus Zoals in tabel 4 te zien is, neemt het aantal jeugdigen uit de regio Haaglanden die een gesloten setting verblijven nog steeds af. In 2023 waren dat er in totaal nog 78 en in 2024 daalde dit verder naar 59. Het aantal bezette plaatsen aan het eind van 2024 is
REGIOVISIE MONITOR 2024
17
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
nagenoeg gelijk gebleven met het aantal aan het begin van het jaar. Hoewel de instroom is afgenomen, blijft het totaal aantal jeugdigen dat gebruikmaakt van JeugdzorgPlus toch nog relatief hoog doordat jongeren gemiddeld langer in zorg blijven. Deze langere verblijfsduur hangt samen met het gebrek aan passende vervolgplekken buiten de gesloten setting. In 2024 stond de aanpak kostenbeheersing centraal. Hierin is onder meer gekeken naar mogelijkheden om kwaliteitsverbetering hand in hand te laten gaan met lagere kosten door een lager gebruik van voorzieningen. Een voorbeeld hiervan is het verminderen van het aantal doorplaatsingen, waarvan we weten dat het contraproductief is bij herstel. Dit vraagt gedeelde focus van gemeenten en aanbieders, coördinatie van plaatsingen en goede casusregie. De in 2024 ingezette en deels gerealiseerde groepsverkleining kan dit hopelijk versterken. In de afgelopen jaren zijn concrete stappen gezet: de groepsgroottes zijn teruggebracht en Schakenbosch is gestopt met het separeren van kinderen. In 2023 is met een vernieuwd plan gewerkt aan verdere bovenregionale samenwerking om deze transitie voort te zetten. In 2024 zijn verdere stappen gezet om uitwerking te geven aan deze transitie.
REGIOVISIE MONITOR 2024
18
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Beëindiging interbestuurlijk toezicht
Conclusie
Tot november 2024 stonden alle gemeenten binnen het landsdeel Zuidwest onder interbestuurlijk toezicht van het Rijk vanwege de zorgelijke financiële situatie bij iHUB en Schakenbosch en de mate van samenwerking tussen betrokken partijen. Dit toezicht is inmiddels opgeheven, waarmee het vertrouwen in de bestuurlijke en financiële stabiliteit binnen het landsdeel is hersteld.
De jeugdhulpregio Haaglanden zet stevig in op het realiseren van kleinschalige, passende vormen van opvang dicht bij huis. De verdere afbouw van JeugdzorgPlus in samenwerking met het landsdeel Zuidwest en de uitvoering van het regionale actieplan pleegzorg markeren belangrijke stappen in die richting. Hoewel de afname van gesloten plaatsingen zichtbaar is, blijven passende vervolgplekken buiten de gesloten setting een uitdaging. Door de inzet op netwerkpleegzorg, betere ondersteuning van pleegouders, en domein-overstijgende samenwerking wordt gewerkt aan duurzame oplossingen. De opheffing van het interbestuurlijk toezicht onderstreept het herstelde vertrouwen in de samenwerking en bestuurlijke kracht van de regio Het is belangrijk om passende en beschikbare hulp te organiseren voor de doelgroep van JeugdhulpPlus. De regio zet zich in om het aantal plaatsingen omlaag te brengen dan wel te verkorten. Deze aanpak wordt verder uitgewerkt in het segment verblijf voor de nieuwe inkoopronde van jeugdhulp per 2027.
REGIOVISIE MONITOR 2024
19
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
4
Jeugdigen groeien duurzaam veilig op Een van de uitgangspunten van de Regiovisie Jeugdzorg Haaglanden is dat jeugdbeschermingsmaatregelen zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Door een preventieve, gezinsgerichte en integrale aanpak wordt ingezet op het wegnemen van (dreigende) onveiligheid en het creëren van duurzame veiligheid binnen gezinnen. Hiermee sluit de Regiovisie aan bij de landelijke ambitie om het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen en uithuisplaatsingen verder terug te dringen. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het waarborgen van veiligheid binnen gezinnen. Dit doen zij op basis van de Jeugdwet, de Wmo, de meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling en internationale verdragen die kinderrechten beschermen, huiselijk geweld en geweld tegen vrouwen tegengaan. De Regiovisie Jeugdzorg Haaglanden sluit volledig aan op deze kaders. In 2024 zijn er in de regio Haaglanden belangrijke stappen gezet om de werkdruk bij jeugdbeschermers te verlagen en de situatie in jeugdbescherming verder te verbeteren. Ook zet de daling van het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen verder door, net als het aantal aanmeldingen bij de Jeugdbeschermingstafel.
REGIOVISIE MONITOR 2024
20
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Inleiding In de Regiovisie is verwoord dat wanneer een kind in een onveilige situatie opgroeit, we alles op alles zetten om die veiligheid zo snel mogelijk te herstellen. Daarbij staat het welzijn van de jeugdige altijd voorop. In gesprek met ouders en andere direct betrokkenen worden oplossingen gezocht. In uitzonderlijke gevallen kan het nodig zijn om de rechter te vragen of de verantwoordelijkheid van de ouders tijdelijk overgenomen mag worden. Een rechter kan op advies van de Raad voor de Kinderbescherming een jeugdbeschermingsmaatregel opleggen. In zulke situaties nemen jeugdbeschermers van een gecertificeerde instelling (GI) tijdelijk de regie, om zo de veiligheid van het kind te waarborgen. Soms betekent dit dat een kind (tijdelijk) in een pleeggezin, gezinshuis of instelling wordt geplaatst. Hierop is nader ingegaan in hoofdstuk 3. Dit hoofdstuk begint met een overzicht van de kerngegevens over jeugdbescherming in de regio Haaglanden. Daarna worden cijfers en de belangrijkste ontwikkelingen in dit werkveld belicht. Tot slot volgt een samenvatting met de belangrijkste conclusies.
Gemeenten zijn volgens de Jeugdwet verantwoordelijk voor de toeleiding naar de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK). Er zijn twee soorten jeugdbeschermingsmaatregelen: ondertoezichtstelling (ots) en voogdij. In de regio Haaglanden voert Jeugdbescherming west de meeste maatregelen uit, terwijl de William Schrikker Stichting zich richt op jeugdigen en of ouders met een licht verstandelijke beperking en het Leger des Heils op gezinnen met multiproblematiek. Daarnaast kunnen jeugdigen een jeugdreclasseringsmaatregel opgelegd krijgen van de rechter wanneer zij strafbare feiten hebben gepleegd. Bruning, M.R., Van der Zwan, P.W., Van Capelleveen, N.U., Lenglet, M.J.E., & Klootwijk, A.J. (2024). Verklarende factoren voor het volume van jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclasseringstrajecten: Tussenrapportage – samenvatting. Universiteit Leiden, in opdracht van het WODC. Beschikbaar op https:// www.rijksoverheid.nl/documenten/ rapporten/2024/12/02/tk-bijlage1-tussenrapportage-verklarendefactoren-voor-het-volume-van-jbmaatregelen-en-jr-trajecten
7
In tabel 5 is te zien dat de dalende trend van het aantal jeugdigen in jeugdbescherming, verder doorzet. Dit geldt voor het totaal aantal in de jeugdhulpregio Haaglanden. Ook in figuur 4 is een daling in het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen zichtbaar. In 2024 zijn er 480 unieke cliënten met een voogdijmaatregel, terwijl dit er in 2020 nog 541 waren. Ook het aantal ondertoezichtstellingen vertoont een dalende
Tabel 5: Aantal jeugdigen in jeugdbescherming in de regio Haaglanden
Jeugdbeschermingsmaatregelen Bij een jeugdbeschermingsmaatregel grijpt de overheid in wanneer de veiligheid of ontwikkeling van een kind ernstig in gevaar is. Dit gebeurt via de rechtbank en leidt ertoe dat een gezin onder toezicht komt te staan en verplichte hulp kan krijgen.
GI
2020
2021
2022
2023
2024
Jeugdbescherming west
2.772
2.632
2.660
2.349
2.166
Leger des Heils, JBJR
144
119
135
121
111
William Schrikker Stichting JBJR
912
889
828
757
704
Overige GI’s
80
75
65
56
70
3.852
3.652
3.643
3.257
3.005
Totaal
7
REGIOVISIE MONITOR 2024
21
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
trend, zowel bij maatregelen van één jaar als van twee jaar of langer. In 2020 ging het nog om 1.140 unieke cliënten met een ondertoezichtstelling van een jaar, in 2024 is dit aantal afgenomen tot 786.
Uit onderzoek van de Universiteit Leiden , gepubliceerd in november 2024, blijkt dat de daling van het aantal ondertoezichtstellingen het gevolg is van meerdere, met elkaar samenhangende factoren. Professionals binnen de jeugdbeschermingsketen noemen onder andere de toegenomen inzet van vrijwillige hulp en een kritischer houding ten aanzien van het opleggen van jeugdbeschermingsmaatregelen als belangrijke oorzaken. Daarnaast wordt al ingespeeld op landelijke ontwikkelingen, zoals het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Later in dit hoofdstuk wordt hier dieper op ingegaan.
Deze afname sluit aan bij de landelijke ambities om het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen verder terug te brengen en wijst erop dat steeds meer kinderen binnen het vrijwillige kader hulp ontvangen. Een belangrijk uitgangspunt bij jeugdhulp is dat de regie bij het gezin ligt. Dit zorgt voor duurzame oplossingen en meer zelfredzaamheid. Hulp in het vrijwillig kader en op basis van gelijkwaardigheid is bovendien effectiever dan gedwongen hulp.
Figuur 4: Aantal jeugdbeschermingsmaatregelen Voogdij
Ondertoezichtstelling jaar 2 en verder
Ondertoezichtstelling jaar1
1.350 1.200 1.140
1.050 900
1.265 1.063
750 450
541
528
2020
2021
599
510
480
2023
2024
300
1.262
1.023 868
600
1.279
1.136 977
786
150 0 2022
2020
2021
2022
2023
2024
2020
REGIOVISIE MONITOR 2024
2021
22
2022
2023
INHOUD
2024
VOLGENDE
VORIGE
Binnen de jeugdbescherming is er steeds meer aandacht voor complexe scheidingssituaties. In 2024 hebben de gemeenten in de jeugdhulpregio Haaglanden, samen met de jeugdbeschermingsorganisaties, deze specifieke instroom nader onderzocht. Het gaat hierbij om situaties waarin een hevige strijd tussen ouders leidt tot zorgen over de veiligheid van de kinderen. In zulke gevallen blijkt een ondertoezichtstelling vaak niet effectief en wordt er gezocht naar andere oplossingen. De inzichten en ervaringen uit deze verkenning worden in 2025 binnen de regio gedeeld.
Figuur 5: Aantal machtigingen uithuisplaatsing ten opzichte van ondertoezichtstelling (ots) 100 Totaal aantal ots Ots uitgesproken met muhp Preventieve muhp verzocht door Jbw
90 80
85
70 60
72
Figuur 5 toont het verloop van het aantal machtigingen uithuisplaatsing (muhp) in 2024 in verhouding tot het totale aantal ondertoezichtstellingen (ots) bij Jeugdbescherming west. Hieruit komt naar voren dat in de meeste gevallen een ondertoezichtstelling wordt uitgesproken zonder dat dit gepaard gaat met een uithuisplaatsing. De dalende trend in het aantal uithuisplaatsingen zet ook in 2024 opnieuw door. In het eerste kwartaal van 2022 werden er in totaal 118 ondertoezichtstellingen toegewezen, in 2023 waren dat er in dezelfde periode 89 en in 2024 daalt dit aantal naar 60. Zoals uit onderzoek van Jeugdbescherming west uit 2023 naar voren kwam, zijn betrokken organisaties in de jeugdbeschermingsketen kritischer geworden in het verzoeken van een (verlenging van een) uithuisplaatsing. Er zijn verschillende vormen van uithuisplaatsing: zo kan een jeugdige worden geplaatst bij de andere ouder, in een (netwerk) pleeggezin, een gezinshuis of in een residentiële instelling.
68
60
50
Het is duidelijk dat de impact op een kind en de ouders groter is wanneer het in een verblijf van een jeugdhulporganisatie wordt geplaatst, dan wanneer het – bijvoorbeeld na een scheiding – bij de andere ouder gaat wonen.
40 30 20 10
Uithuisplaatsingen
23
22 16
11
7
0 Q1 2024
Bron: Jeugdbescherming west
Q2 2024
11 Q3 2024
15 2 Q4 2024
REGIOVISIE MONITOR 2024
23
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Werkdrukverlaging jeugdbeschermers Op basis van in 2023 vastgestelde richtlijnen hebben het Rijk, de VNG en de GI’s gezamenlijk besloten om de werklast van jeugdbeschermers te verlagen. In 2024 heeft de jeugdhulpregio Haaglanden uitvoering gegeven aan dit besluit. Dit zorgde bij de jeugdhulporganisaties voor een grote uitdaging om in tijden van krapte op de arbeidsmarkt in korte tijd een grote groep nieuwe medewerkers te werven en in te werken. In de loop van 2024 zijn de GI’s steeds meer op sterkte gekomen en hebben de werklast verder kunnen verlagen. Hoewel er strak gestuurd is op de nieuwe norm voor de werkvoorraad voor jeugdbeschermers, bleek het niet mogelijk om hier al in 2024 volledig aan te voldoen. Toch heeft de caseloadverlaging al een positief effect in 2024 en hebben jeugdbeschermers per medewerker een werkbaar aantal kinderen en gezinnen in hun werkvoorraad. Hierdoor kunnen jeugdbeschermers meer tijd besteden aan de kinderen en gezinnen. Er blijven echter situaties bestaan dat er (binnen landelijke richtlijnen) niet direct een jeugdbeschermer kan worden toegewezen. Jeugdbeschermingsorganisaties blijven in deze situaties de veiligheid monitoren om zo nodig kinderen en gezinnen op de wachtlijst eerder te kunnen helpen.
Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming Als reactie op knelpunten in de jeugdbescherming is er in 2020 een landelijk programma opgestart dat in een aantal jaar het
REGIOVISIE MONITOR 2024
24
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
stelsel van de jeugdbescherming en de veiligheidsketen fundamenteel moet verbeteren. Dit Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming moet ertoe leiden dat er betere ondersteuning komt bij huiselijk geweld. Hiermee moeten ook gedwongen jeugdbeschermingsmaatregelen zoveel mogelijk worden voorkomen. Teams krijgen in dit scenario een grotere rol in het bieden van hulp aan kwetsbare gezinnen, zodat problemen minder snel escaleren.
Tabel 6: Proeftuin Toekomstscenario Levensdomeinen waar zorgen over zijn in de 17 gezinnen in begeleiding in de proeftuin Bestaanszekerheid
Financiële problematiek
9
Huisvestingsproblematiek
6
Afwezigheid werk/ opleiding
11
Huiselijk geweld/indermishandeling
12
Ontwikkelingsbedreiging
12
Proeftuin
Beperkte geestelijke gezondheid
14
Bperkte lichamelijke gezondheid
6
In de jeugdhulpregio Haaglanden wordt sinds 2023 voorgesorteerd op deze landelijke ontwikkelingen van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. In een proeftuin in Den Haag, Delft en Westland wordt namens de regio een nieuwe werkwijze uitgetest. Hierin werken jeugdbescherming, Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming, GGZ, vrouwenopvang, gemeenten en lokale teams intensief samen. Een van de uitgangspunten is dat de keten van jeugdbescherming wordt verkort en gezinnen met minder verschillende hulpverleners te maken krijgen. In de proeftuin werken zeventien professionals die integraal kijken naar het gezinssysteem en wat het gezin nodig heeft. Deze professionals hebben meer tijd om samen met de gezinnen verbinding en vertrouwen op te bouwen. Hierbij komen ook aspecten van bestaanszekerheid en volwassenzorg (GGZ) aan bod. In 2024 zijn de eerste resultaten van deze proeftuin gedeeld.
Middelengebruik
3
Beperkt sociaal netwerk
9
Betrokkenheid justitie
4
Gezondheid
Netwerk
Tabel 6 laat zien dat er in 2024 in totaal zeventien gezinnen in begeleiding waren. De problematiek die in de betrokken gezinnen speelt is divers en vaak een combinatie van factoren op
REGIOVISIE MONITOR 2024
25
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Tabel 7: Aantal jeugdigen met reclassering GI
2020
2021
2022
2023
2024
Jeugdbescherming west
559
528
502
484
455
9
5
5
13
8
124
140
138
144
146
5
10
7
9
4
691
678
649
644
607
Leger des Heils, JR William Schrikker Stichting JBJR Overige GI’s Totaal
8
verschillende leefgebieden. De bedoeling is dat het aantal gezinnen in 2025 doorgroeit naar circa dertig. De proeftuin loopt tot mei 2025 en wordt daarna geëvalueerd.
Jeugdreclassering
Tabel 8: Aanmeldingen en melders JBT Haaglanden Aanmelders
2020
2021
2022
2023
2024
CIT/CID
24
9
19
17
10
12
Lokale Teams/CJG/Veilig Verder Team
195
173
128
180
158
Gecertificeerde Instellingen
54
39
30
42
44
Veilig Thuis
6
82
68
50
63
Jeugdhulpaanbieders
30
28
15
16
10
Overig
15
17
12
5
6
Totaal JBT besluiten10
410
358
270
303
293
Bron: Data JBT H1, JBT H4 en JBT H5.
Besluiten
2020
2021
2022
2023
2024
Start Raadsonderzoek
261
243
171
208
214
Geen Raadsonderzoek
31
19
23
4
9
Uitgesteld Raadsonderzoek
92
59
57
51
39
Nvt/overig
4
12
4
33
26
388
333
256
296
288
Totaal JBT besluiten
Bron: Data JBT H1, JBT H4 en JBT H5.
Jeugdbeschermingstafel (JBT) In tabel 8 is te zien dat het aantal aanmeldingen bij de jeugdbeschermingstafel de afgelopen jaren verder is gedaald. De meeste aanmeldingen voor de jeugdbeschermingstafel komen vanuit
Tabel 9: Type Besluiten JBT
11
Jeugdigen die strafbare feiten hebben gepleegd — waaronder structureel schoolverzuim — kunnen door de kinderrechter een jeugdreclasseringsmaatregel opgelegd krijgen. In dat geval wijst de rechter een jeugdreclasseerder toe, die verplichte hulp en begeleiding kan inzetten. In tabel 7 is te zien dat de daling van het aantal jeugdigen met een reclasseringsmaatregel ook in 2024 geleidelijk verder doorzet. Dit sluit aan bij het landelijke beeld, waarbij meer preventieve maatregelen worden ingezet en een jeugdreclasseringsmaatregel vaker voor een kortere periode worden afgegeven.
Het totaal ligt lager dan de opstelsom van jeugdigen per GI. Dit komt doordat sommige kinderen door meerdere GI’s zijn begeleid. Die worden dubbel meegeteld in de aantallen per GI, maar komen één keer voor in het totaal. 9 Dit betref aantal gezinnen waarvoor jeugdbeschermingstafel is verzocht, deze zaken kunnen meerdere kinderen betreffen. Ook bij de RvdK worden deze kinderen in één onderzoek meegenomen. 10 In de besluiten van de JBT zijn de verzoeken tot hulpverlening van de RvdK en de verzoeken voorlopige onderzoeksinstellingen (vots) niet meegenomen. In deze zaken wordt JBT voorzitter slechts geïnformeerd. 11 De toelichting op het type besluiten is opgenomen inde begrippenlijst. 8
REGIOVISIE MONITOR 2024
26
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Conclusie
Tabel 10: Aantal crisiszaken en huisverboden CIT 2020
2021
2022
2023
2024
Crisiszaken
1.167
1.227
1.253
1.205
1.189
Huisverboden
534
431
534
435
483
lokale teams. Bij de overige aanmelders zijn door de jaren heen schommelingen, maar komt een vrij stabiel beeld naar voren. Ook het totaal aantal aanmeldingen bij de Jeugdbeschermingstafel is vrij gelijk gebleven.
CIT Het Crisisinterventieteam (CIT) wordt ingezet voor jeugdigen in crisissituaties binnen de jeugdhulpregio Haaglanden. Wanneer er sprake is van crisis, voert het CIT een veiligheidstaxatie uit en zet interventies in om de veiligheid te waarborgen. Het team is 24 uur per dag bereikbaar en werkt nauw samen met verschillende zorgaanbieders. In tabel 10 is te zien dat er in totaal 1.189 crisisinterventies bij het CIT waren in 2024. Dit aantal varieert van jaar tot jaar enigszins, maar lijkt vrij stabiel. Ditzelfde geldt voor het aantal huisverboden, dat na een afname in 2023, nu weer een lichte stijging kent.
In de jeugdhulpregio Haaglanden is in 2024 verder gewerkt aan duurzame veiligheid voor jeugdigen door inzet op preventie, integrale samenwerking en versterking van lokale teams. Er is een duidelijke daling zichtbaar in het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen, uithuisplaatsingen en aanmeldingen bij de jeugdbeschermingstafel. De implementatie van de routekaart naar veiligheid zorgt voor meer casuïstiek binnen lokale teams. Daarnaast zijn stappen gezet in de proeftuin van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming, met als doel kortere hulpverleningstrajecten en meer tijd voor gezinnen. De ingezette beweging richting vrijwillige hulp en preventie is in 2024 steeds verder zichtbaar. De afname van jeugdbeschermingsmaatregelen en uithuisplaatsingen toont aan dat er steeds kritischer wordt gekeken voordat dergelijke verstrekkende maatregelen worden genomen. Hiermee wordt invulling gegeven de ambitie dat gezinnen vaker tijdig en effectief worden ondersteund in het vrijwillig kader. De routekaart naar veiligheid, de verlaging van werkdruk bij jeugdbeschermers en de proeftuin zijn veelbelovende ontwikkelingen die bijdragen aan structurele verbetering binnen de jeugdbeschermingsketen. Verdere versterking van lokale teams en borging van deze aanpak zijn essentieel om deze positieve trend vast te houden.
REGIOVISIE MONITOR 2024
27
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Begrippenlijst Jeugdbescherming
Crisis Interventie Team Haaglanden (CIT)
Er is sprake van jeugdbescherming wanneer een kinderrechter,
Het CIT van Jeugdbescherming west is de crisisdienst voor de
altijd op advies van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK),
jeugdigen die zich in de regio bevinden en beoordeelt op basis van
een wettelijke jeugdbeschermingsmaatregel heeft uitgesproken.
afgesproken criteria of er sprake is van een crisis. Zo ja, dan voert
gemaakt die als voorwaarde dienen om een Raadsonderzoek
Het gaat om de volgende maatregelen, die door de zogenaamde
zij een crisisinterventie uit om de crisis te bezweren.
uit te stellen voor een bepaalde periode. Indien de afspraken
om geen onderzoek in te zetten en er verder geen acties voortvloeien voor en naar het gezin. • Uitgesteld Raadsonderzoek: JBT waarbij er afspraken worden
niet worden nagekomen, vindt het uitgestelde Raadsonder-
Gecertificeerde Instellingen (GI’s) uitgevoerd worden::
zoek alsnog plaats.
Een crisisinterventie kenmerkt zich doordat het CIT direct in actie -
een Ondertoezichtstelling (ots):
komt en indien nodig binnen 2 uur op de plek van de crisis aanwe-
•
Reeds in onderzoek: Dit zijn de verzoeken voorlopige ondertoe-
Het gezin wordt Onder Toezicht gesteld en krijgt een jeugdbe-
zig is. De crisisinterventie is erop gericht de directe veiligheid van
zichtstellingen (vots) en de verzoeken tot hulpverlening (VTH).
schermer toegewezen. Ouders behouden nog het gezag maar
kinderen en jongeren te realiseren.
Bij een vots is de situatie dermate onveilig dat er gekozen wordt om direct een Raadsonderzoek te starten (spoedver-
over belangrijke beslissingen die hun kinderen aangaan dienen ze te overleggen met een jeugdbeschermer. Een jeugdbeschermer
Het CIT heeft een 24-uurs bereikbaarheid en beschikbaarheid
zoek). De melder dient haar verzoek dan direct in bij de Raad
kan besluiten dat er bepaalde vormen van hulp ingezet moeten
voor consult, advies en het ontvangen en beoordelen van crisis-
en informeert de JBT hierover. Een VTH is een verzoek vanuit
worden en is verantwoordelijk voor de veiligheid van de jeugdi-
meldingen. Waar nodig wordt samengewerkt met de GGZ-crisis-
de Raad aan de Jeugdbeschermingstafel om te bemiddelen
gen/in gezinnen. Een ots kan per jaar verlengd worden. Hiervoor
dienst, LVB-expertise etc. Bij de uitvoering van de Wet Tijdelijk
in het inzetten van een casusregiehouder ten tijde van hun
moet de jeugdbeschermer dan opnieuw een verzoek doen bij de
Huisverbod werkt het CIT samen met de politie, maatschappelijk
kinderrechter die het besluit dan toetst.
werk, de volwassenenreclassering en Veilig Thuis. Het CIT draagt
lopende onderzoek. •
Overig: Hier is bijvoorbeeld sprake van als een ingediend VTO
bij aan de risicoanalyse en de eerste opvang van kinderen voor-
(verzoek tot onderzoek) voordat de jeugdbeschermingstafel
afgaand aan het opleggen van het huisverbod of heeft de rol om
plaats vindt alsnog teruggetrokken wordt. Dit kan bijvoor-
Van een voogdijmaatregel is sprake wanneer het gezag van
na het huisverbod de analyse te doen van de ontwikkeling van de
beeld voorkomen als er in het gezin sprake is van een crisis
ouders beëindigd wordt. Zij hebben dan GEEN zeggenschap
kinderen.
waar direct op gehandeld moet worden.
-
een voogdijmaatregel:
meer over hun kind(eren). Uiteraard blijven zij hun kinderen nog wel zien, indien mogelijk. Er is een onderscheid te maken tussen
Besluiten aan de JB tafel
burgervoogdij door bijvoorbeeld iemand uit het netwerk van de
•
jeugdige en instellingsvoogdij door de jeugdbeschermer van de GI.
Start Raadsonderzoek: JBT waarbij het besluit wordt genomen om een onderzoek te starten. Dit is het meest voorkomende besluit aan de JBT.
Jeugdreclasseringsmaatregel
• Geen Raadsonderzoek: JBT waarbij het besluit wordt genomen
Hierbij gaat het om jeugdigen die strafbare feiten hebben gepleegd, maar ook om jeugdigen waarbij sprake is van schoolverzuim. Zij krijgen dan een zogenaamde jeugdreclasseerder toegewezen die hen ook kan verplichten hulp te accepteren.
REGIOVISIE MONITOR 2024
28
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
5
Aanpak wachttijden In de Regiovisie Jeugdzorg Haaglanden 2021-2026 is prioriteit gegeven aan kinderen en gezinnen in kwetsbare omstandigheden. Er wordt ingezet op het tijdig bieden van passende hulp in een duurzaam veilige situatie. Dit betekent dat de gemeenten en jeugdhulpaanbieders gezamenlijk werken aan maatregelen om wachttijden te verkorten en schadelijk wachten tegen te gaan. Wachttijden in de jeugdhulp blijft een urgent vraagstuk, want helaas is niet altijd direct hulp beschikbaar op het moment dat een hulpvraag zich voordoet. Jeugdigen en gezinnen krijgen soms te maken met lange wachttijden. Factoren zoals krapte op de arbeidsmarkt spelen hierbij een rol en ook het vinden en behouden van voldoende gekwalificeerd personeel blijft een uitdaging in de sector. De mate waarin wachttijden acceptabel zijn, is afhankelijk van de aard en ernst van de problematiek. Wanneer de problematiek tijdens de wachttijd verergert en hierdoor de situatie van de jeugdige of het gezin verslechtert, dan spreken we van schadelijk wachten. Gemeenten in de jeugdhulpregio Haaglanden willen dit zoveel mogelijk voorkomen met een regio brede wachttijden aanpak.
REGIOVISIE MONITOR 2024
29
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Inleiding
Regionaal afwegingskader
In dit hoofdstuk komen de belangrijkste ontwikkelingen aan bod die de regio in 2024 heeft ondernomen om wachtlijsten tegen te gaan. Achter wachttijden schuilt een complexe wisselwerking tussen preventie, instroom, doorstroom en uitstroom. Drie jaar geleden is aansluitend op het gedachtengoed van het landelijke ondersteuningsteam zorg voor de jeugd (OZJ)12, in de regio Haaglanden een meerjaren wachttijdenaanpak gestart. Hierbij ligt de focus op jeugdigen met complexe problematiek voor wie passende hulp te lang uitblijft en het wachten schadelijk wordt. De wachttijden worden per kwartaal door het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden opgevraagd bij de regionaal gecontracteerde jeugdhulpaanbieders. Voor dit hoofdstuk zijn de gegevens uit de rapportage over het tweede kwartaal van 2024 benut. Dit wordt jaarlijks in hetzelfde kwartaal gedaan zodat de cijfers meerjarig met elkaar te vergelijken zijn. Daarnaast is een extra uitvraag gedaan bij jeugdhulpaanbieders die pleegzorg en/ of gezinshuizen bieden om zo inzicht te krijgen in wachttijden voor kinderen die een vorm van pleegzorg nodig hebben.
Vanuit het belang om bij wachtlijsten in de jeugdhulp voorrang te kunnen geven aan kinderen in kwetsbare gezinnen, is in 2023 het Regionaal afwegingskader schadelijk wachten op jeugdhulp13 opgesteld. Dit afwegingskader helpt om de inzet van jeugdhulp te prioriteren. Hiermee kan op basis van verschillende criteria, zoals de leeftijd van het kind en de ernst van de problematiek, de jeugdhulp versneld worden ingezet. Met deze werkwijze moet schadelijk wachten worden voorkomen. In 2024 is in samenwerking met het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) gefaseerd toegewerkt naar implementatie van het afwegingskader bij lokale teams, Veilig Thuis en jeugdhulpaanbieders. Deze organisaties zijn actief betrokken bij de verdere inhoudelijke en praktische uitwerking om zoveel mogelijk draagvlak te genereren.
Dit hoofdstuk begint met een toelichting over het regionaal afwegingskader waarmee wachttijden beoordeeld en geprioriteerd kunnen worden. Vervolgens gaat het verder in op de wachttijden bij verschillende vormen van jeugdhulp. Het hoofdstuk eindigt met een samenvatting en conclusie.
Kinderdagcentra Voor kinderen die niet in een reguliere kinderopvang, peuteropvang of in het onderwijs kunnen vanwege een (vermoeden van een) verstandelijke beperking, is er specialistische zorg in een Kinderdagcentrum (KDC). In de regio Haaglanden zijn de wachtlijsten voor deze zorgvorm de afgelopen jaren -net als in veel andere delen van Nederlandsterk gestegen. De wachtlijst voor KDC-zorg bestaat vooral uit jonge kinderen (2-6 jaar). Deze kinderen krijgen tijdens het wachten op de juiste hulp meestal wel een vorm van
REGIOVISIE MONITOR 2024
30
Het Ondersteuningsteam Zorg voor Jeugd (OZJ) is een initiatief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Het OZJ ondersteunt gemeenten bij het verbeteren en vernieuwen van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. 13 Regionaal afwegingskader schadelijk wachten op jeugdhulp. Zie ook: Nji-Schaarse Jeugdhulp. 12
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Figuur 6: Aantal unieke cliënten wachtend op KDC zorg, tweede kwartaal 2024 750 700
737
650 600 550 500 450 400
436
350 300 250 200 150 100 50 0 2023-Q2
2024-Q2
(bron: Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden)
overbruggingshulp. Zoals bij veel andere wachtlijstproblematiek is er bij KDC-zorg sprake van een keten van zorg met knelpunten in de in- door- en uitstroom. KDC’s zijn regionaal ingekocht, maar er liggen ook vraagstukken lokaal bij jeugdteams (instroom) en bij het onderwijs (uitstroom).
De wachtlijsten voor deze specifieke zorgvorm heeft al langer de aandacht van de jeugdhulpregio Haaglanden omdat deze kinderen al op jonge leeftijd volledig in zorg raken. Vanuit de wachttijdenaanpak is er daarom in de afgelopen jaren meer inzicht opgebouwd in de KDC-doelgroep, de wachttijden voor KDC zorg en de verschillende jeugdhulporganisaties die deze zorgvorm aanbieden. Ook zijn er in 2024 zo’n zestig extra zorgplekken gerealiseerd. Toch liepen in 2024 de wachtlijsten voor KDC’s nog verder op naar 737 wachtenden (zie figuur 6). Ter vergelijking waren dat er 436 in hetzelfde kwartaal van 2023.
REGIOVISIE MONITOR 2024
31
INHOUD
VOLGENDE
VORIGE
Wachttijden ambulante hulp Ambulante jeugdhulp is hulp aan kinderen, jongeren en gezinnen die thuis of in de eigen omgeving wordt geboden. Het is individuele hulp gericht op het behandelen van psychische, sociale of gedragsproblemen zonder opname in een instelling. De ondersteuning kan variëren van lichte begeleiding tot intensieve therapie en richt zich op het versterken van de zelfredzaamheid en het functioneren binnen het gezin en de samenleving.
In 2024 werd zowel vanuit de regionale samenwerking14 als door de gemeente Den Haag15 onderzoek gedaan naar KDC-zorg. Naar aanleiding hiervan hebben zowel op regionaal als lokaal niveau diverse gesprekken plaatsgevonden om de wachtlijsten bij KDC’s terug te dringen. Samen met betrokken partijen, zoals KDC-aanbieders, Integrale Vroeghulp (IVH), het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden en de lokale teams, is gewerkt aan het formuleren en uitvoeren van gerichte verbeteringen binnen de vastgelopen KDC-keten. Deze initiatieven zijn uiteenlopend van aard en liggen bij verschillende betrokken organisaties op zowel regionaal als lokaal niveau. Zo gaan de gemeenten samen met het Servicebureau de doelgroep afbakenen, de productcode KDC aanscherpen en wordt een passende bekostigingsvorm gekozen. Daarnaast wordt gewerkt aan het ontwikkelen van alternatief aanbod in en rondom onderwijs en kinderopvang.
In de jeugdhulpregio Haaglanden worden ook de cijfers van de wachttijden van ambulante jeugdhulp gemonitord door een uitvraag bij jeugdhulpaanbieders. Zoals in eerdere hoofdstukken van deze monitor is aangegeven, zijn deze cijfers sterk beïnvloed door het Haags Toekomstperspectief. Zo is de sterke afname van cliënten in 2024 waarschijnlijk volledig hieraan toe te schrijven. Ditzelfde geldt voor de afname van het aantal wachtenden op Jeugd- en opvoedhulp (J&O). In figuur 7 valt de toename van 224 cliënten die in 2024 langer dan 90 dagen wachtten op de zorgvorm Licht verstandelijk beperkt (LVB). Dit betreft grotendeels kinderen die lang op een wachtlijst staan voor KDC-zorg. In figuur 8 is te zien dat het aantal jeugdhulpaanbieders met wachtlijsten vooral is toegenomen voor een relatief korte wachttijd tot 14 dagen.