CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322665 Bijlage Uitvoeringsnota Kunst in de Openbare Ruimte 2025

Commissie Samenleving 15 januari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief inzake Uitvoeringsnota Kunst in de Openbare Ruimte Gemeente Den Haag12.161 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Uitvoeringsnota Kunst in de Openbare Ruimte

Juni 2025

Samenvatting Kunst in de openbare ruimte is meer dan versiering van de stad – het is een uitnodiging tot ontmoeting, verwondering en reflectie. In Den Haag, stad van vrede en recht, speelt kunst in de buitenruimte een bijzondere rol. Tussen historische gebouwen, internationale instellingen en levendige buurten biedt kunst een dynamisch podium waarop verleden, heden en toekomst met elkaar in gesprek gaan. De gemeente Den Haag hecht grote waarde aan kunst in de buitenruimte en wil daarbij niet alleen ruimte bieden aan artistieke expressie, maar ook zorgen voor zorgvuldig beheer van kunst, heldere processen en een duurzame kijk op de schaarse publieke ruimte; niet alleen, maar in samenwerking met bewoners en partners in de stad. Deze uitvoeringsnota beschrijft hoe we1 in de komende jaren concreet invulling geven aan die ambitie. Daarvoor brengen we eerst de basis op orde, en maken we een stappenplan voor de komende jaren hoe we de collectie inhoudelijk verder ontwikkelen.

Analyse Daarvoor is eerst een analyse gemaakt van de huidige situatie. Vanwege de grote hoeveelheid aan objecten die Den Haag rijk is, is collectiebeheer en ontwikkeling niet alleen een belangrijke, maar ook veelzijdige taak van de gemeente. Dit proces van systematisch beheren, onderhouden, documenteren en ontwikkelen van de collectie is te groot voor één enkele afdeling en raakt daardoor aan meerdere domeinen binnen de gemeente. Daarnaast werkt de gemeente hiervoor actief samen met Stroom Den Haag (hierna: Stroom), het Haagse kennis- en expertisecentrum voor beeldende kunst en voor kunst in de openbare ruimte. Stroom behoort sinds 2025 tot één van de drie systeeminstellingen van de gemeente. De belangrijkste constatering is dat er momenteel nog geen inhoudelijke waardering is gemaakt van de collectie als geheel of van deelcollecties en verhaallijnen daarbinnen. Daarmee is er onvoldoende fundament om visie te vormen op de ontwikkeling van de collectie op de lange termijn in relatie tot de bewegingen van de stad c.q. de verschillende gebiedsontwikkelingen, ofwel te sturen op kwaliteit en diversiteit en kaders voor nieuwe kunstwerken, tijdelijk of permanent. Dat gezegd hebbende valt er ook op andere onderdelen van het Kunst in de openbare ruimte (hierna: KOR) beleid nog winst te behalen.

Om de kwaliteit en diversiteit van de collectie te kunnen borgen en daarmee de rol van KOR te versterken en stroomlijnen, stellen we uitvoeringsambities vast en brengen hier een prioritering in aan. Deze prioritering is niet ingegeven vanuit urgente vragen die nu leven in de stad of bij de politiek, maar eerder vanuit een volgordelijkheid die noodzakelijk is om adequaat op deze vraagstukken te kunnen acteren. Eerst brengen we de basis op orde, daarna kunnen we verdiepen.

1  Lees ‘de gemeente’ waar in de Uitvoeringsnota Kunst in de Openbare Ruimte ‘wij/we’ staat.

2

3

Uitvoeringsambities | prioriteit Voor de prioriteit borgen van de kwaliteit en diversiteit van de collectie zetten we de volgende stappen. • Als eerste zal het Gemeentelijk Management Team na vaststelling van de nota in 2025 een

Inhoudsopgave Samenvatting

3

Inleiding

8

1. Huidige situatie

14

1.1 Beeld van de stad

14

1.2 Collectiebeheer

16

1.3 Systeeminstelling Stroom Den Haag

19

1.4 Processen

20

1.5 Vergunningverlening

23

1.6 Financiën

23

in 2027 voltooid en dienen als basis voor de langetermijnvisie.

2. A  nalyse en constateringen

26

• Lijn 1 betreft registratie, documentatie en ontsluiting. Dit zal gefaseerd plaatsvinden door middel

organisatorische uitwerking daarvan vaststellen. Deze is gebaseerd op de huidige rolverdeling, die organisch is ontstaan. Dit biedt de basis om in de toekomst nieuwe afspraken te maken. • In 2026 stelt het college een collectieprofiel vast dat inzicht geeft in samenstelling, deelcollecties en verhaallijnen in de bestaande eigendomscollectie in relatie tot de context van de collectie op de website Buitenkunst Den Haag (hierna: BKDH). • In 2027 stelt de gemeenteraad een langetermijnvisie op de collectie inclusief collectiebewegingen binnen de context van gebiedsontwikkelingen vast. • In 2028 stelt het college – in het verlengde van het collectieprofiel en de langetermijnvisie beoor­delingscriteria vast voor collectiebewegingen en nieuwe kunstprojecten, gedifferentieerd per deelcollectie of categorie. Voor de prioriteit versterken en stroomlijnen van de rol van KOR zetten we meerdere stappen die niet volgordelijk, maar juist naast elkaar gezet kunnen worden, langs drie lijnen. Alle stappen zijn

3. Uitvoeringsambities

30

van het afronden van de volgende projecten: het afronden en completeren van de registratie van

3.1 Het borgen van de kwaliteit en diversiteit van de collectie (prioriteit 1)

30

de eigendomscollectie in collectiebeheersysteem Atlantis Lite en deze structureel bijhouden; het

3.2 Het versterken en stroomlijnen van de rol van KOR (prioriteit 2)

31

3.3 Langere termijn

32

3.4 Financiën

33

3.5 Tot slot

33

Bijlage I: Waarderingsmethodieken

36

Bijlage II: Schets gebiedsontwikkelingen

40

meerjarenonderhoudsbegroting om inhoudelijk beleid en beheer in samenhang te kunnen

Bijlage III: Processen en criteria objecten op initiatief van derden

46

beschouwen en te kunnen prioriteren; onderhoudsdocumentatie bij overdracht borgen;

A. Processen objecten op initiatief van derden

46

vaststellen en beleggen budget voor beheer muurschilderingen en afstemmen type benodigd

B. Criteria objecten op initiatief van derden

49

Colofon

52

completeren van de collectieregistratie op BKDH op de nog ontbrekende collectie-categorieën en deze structureel bijhouden; het ontsluiten en toegankelijk maken van de documentatie voor intern gebruik (onderzoek - primair) en voor extern gebruik (aanvullingen op de website - secundair); de collectie wordt fysiek ontsloten met een methode die duurzaam en hufterproof is, en die tevens voorziet in de behoefte aan meer context bij de objecten. • Lijn 2 betreft beheer. Dit zal gefaseerd plaatsvinden door middel van het afronden van de volgende projecten: een schouw op de actuele en toekomstige conserveringsbehoefte van de collectie uitvoeren op basis van de opgebouwde kennis en ervaring, met als resultaat een

onderhoud. • Lijn 3 betreft documenten en processen. Dit zal gefaseerd plaatsvinden door middel van het afronden van de volgende projecten: het stroomlijnen en (juridisch) toetsen van documenten en processen; het uitwerken van een beeldreferentieboek ter ondersteuning hiervan; het borgen van deze processen in het Handboek Openbare Ruimte.

Uitvoeringsambities | langere termijn Op de langere termijn onderzoeken we structurele financiële borging van nieuwe projecten en ver- of herplaatsingen en verkennen daartoe het herinvoeren van een percentageregeling, voeren we eigendomsonderzoek uit naar objecten waarvan oorsprong en eigendom nu onbekend is en verkennen we of het wenselijk is eigendom en beheer van objecten waar dit nog niet het geval is te synchroniseren. Hiervoor is het nodig om eerst de bovenstaande stappen te doorlopen.

4

5

6

7

Inleiding Kunst in de openbare ruimte is meer dan versiering van de stad — het is een uitnodiging tot ontmoeting, verwondering en reflectie. In Den Haag, stad van vrede en recht, speelt kunst in de buitenruimte een bijzondere rol. Tussen historische gebouwen, internationale instellingen en levendige buurten biedt kunst een dynamisch podium waarop verleden, heden en toekomst met elkaar in gesprek gaan. De openbare ruimte is van ons allemaal. Juist daarom is het van belang dat de kunst die daar een plek krijgt, niet alleen zichtbaar en toegankelijk is, maar ook betekenisvol, prikkelend en verbonden met de omgeving. Van gedenktekens en iconische kunstwerken tot tijdelijke installaties en participatieve projecten: kunst in de stad draagt bij aan een gevoel van trots, van thuiszijn en nodigt bewoners en bezoekers uit om stil te staan, te reflecteren en elkaar te ontmoeten. De gemeente Den Haag hecht grote waarde aan kunst in de buitenruimte en wil daarbij niet alleen ruimte bieden aan artistieke expressie, maar ook zorgen voor zorgvuldig beheer van kunst, heldere processen en een duurzame kijk op de schaarse publieke ruimte; niet alleen, maar in samenwerking met bewoners en partners in de stad. Deze uitvoeringsnota beschrijft hoe we in de komende jaren concreet invulling geven aan die ambitie.

Daarvoor brengen we eerst de basis op orde, en maken we een stappenplan voor de komende jaren hoe we de collectie inhoudelijk verder ontwikkelen.

Aanleiding In Den Haag zijn tenminste 600 kunstwerken en gedenktekens in de openbare ruimte zichtbaar

Opbouw, context en kaders

voor bewoners en bezoekers. De objecten zijn niet alleen in bezit en beheer van de gemeente

Dit is een Uitvoeringsnota (hierna: nota); een document waarin wij de uitvoering van ons gemeente-

Den Haag (hierna: gemeente), maar ook van systeeminstelling Stroom Den Haag (Stroom), het rijk,

lijke kunstbeleid in de openbare ruimte concretiseren. Deze nota is een uitwerking van het eerder

van stichtingen, scholen of particulieren.

door de gemeenteraad vastgestelde Beleidskader Kunst en Cultuur 2025-2028 ‘Ruimte voor ontwikkeling’4 (hierna: Beleidskader) en beschrijft de behoefte aan een verduidelijking van de huidige 2

Het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) heeft in een commissiebrief de

situatie, aan samenhangende kaders voor onder meer eigenaarschap, behoud, beheer en collectiebe-

noodzaak uitgesproken beleid te ontwikkelen om de rol van Kunst in de openbare ruimte te

wegingen en aan het vastleggen van afspraken en procedures. Een deel van de benodigde stappen is

versterken en te stroomlijnen. Wij werken al geruime tijd met grote inzet en betrokkenheid aan dit

in deze nota vastgelegd, een deel behoeft uitwerking in opvolgende deelplannen. Deze nota gaat

onderwerp, maar door beleidsinstrumenten en uitvoeringsafspraken te ontwikkelen kan meer

eerst in op de huidige situatie alvorens op basis van een analyse de uitvoering te concretiseren.

proactief, toekomstgericht en vanuit gedeelde waarden gewerkt worden. Dat draagt bij aan de kwaliteit en diversiteit van kunst in de stad, die voortdurend in ontwikkeling is.

De Cultuurvisie Den Haag 2033 ‘De kunst van betekenis’5 (hierna: Cultuurvisie), het Beleidskader en het Ontwerp van de Omgevingsvisie Den Haag 2050 ‘Thuis in een groene metropool aan zee’6

Op basis van de motie ‘Erkenning voor street art’ krijgt deze kunstvorm een volwaardige plek in

(hierna: Omgevingsvisie) vormen de context voor deze nota. Daarnaast wordt dit jaar naar

deze uitvoeringsnota en opvolgend beleid: zoals in veel steden is het aantal initiatieven voor

aanleiding van het rapport Wankele Sokkels – Omstreden monumenten in de openbare ruimte7

muurschilderingen ook in Den Haag groeiende. Ook de toenemende initiatieven voor gedenk­

een onderzoek opgestart naar gedenktekens in het kader van het koloniaal- en slavernijverleden.8

3

tekens vragen om handvatten. Tot slot zijn er ontwikkelingen in de kunst zelf die implicaties hebben op ons beleid en processen: denk aan kunstenaars die in co-creatie met inwoners kunst ontwikkelen of performatief, tijdelijk of veranderlijk werk maken.

4 Gemeente Den Haag (2023). RIS315711 Beleidskader Kunst en Cultuur 2025-2028 ‘Ruimte voor ontwikkeling’ 5 Gemeente Den Haag (2023). RIS315525 Cultuurvisie Den Haag 2033 ‘De kunst van betekenis’ 6 Gemeente Den Haag (2025). RIS321162 Collegebesluit Instemmen ontwerp omgevingsvisie 7  Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) (2023). Wankele sokkels, Omstreden Monumenten in de Openbare Ruimte 2 Gemeente Den Haag (2024). RIS320677 Commissiebrief ‘Stand van zaken Kunst in de openbare ruimte’ 3 Gemeente Den Haag (2024). RIS319586 Motie PvdD ‘Erkenning voor street art’

8

8 Gemeente Den Haag (2024). RIS319807 Onderzoek gedenktekens en monumenten van de Haagse collectie op de relatie met het koloniaal en slavernijverleden

9

De uitkomsten van het onderzoek kunnen impact hebben op bijvoorbeeld de omgang met of informatievoorziening bij objecten in de buitenruimte en daarom is dit als onderdeel van één van de uitwerkingen meegenomen. Wettelijke kaders voor deze nota worden gevormd door de Erfgoedwet, waar een zorgplicht voor de eigen collectie uit volgt, maar ook leidraden in het geval van het afstoten van kunstwerken. Daarnaast geldt de Auteurswet, die onder andere bepaalt dat een kunstenaar of diens erven betrokken dienen te worden bij wijzigingen aan het kunstwerk maar ook kunnen optreden bij aantasting zoals onvoldoende onderhoud of verplaatsing uit de context. De Omgevingswet is van toepassing bij (ver)plaatsingen (inclusief vergunningsprocedures) en voor begeleiding en verwerving van kunstwerken gelden aanbestedingsregels en inkoopprocedures. Daarnaast is de Inspraak- en Participatieverordening9 relevant, omdat zij voorschrijft dat bewoners en belanghebbenden betrokken moeten worden bij de voorbereiding en uitvoering van gemeentelijke projecten. Landelijke leidraden zijn er tot slot vanuit de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), waaronder een ‘Stappenplan kunst in de openbare ruimte – Een leidraad voor beheer en behoud’, alsook kennisdeling via het platform Kunst in de openbare ruimte van RCE.10

Leeswijzer In deze nota wordt zowel gesproken over de collectie kunstwerken en gedenktekens die publiekelijk zichtbaar zijn voor bewoners en bezoekers (hierna: collectie), als over de daarvan deel uitmakende collectie kunstwerken en gedenktekens in eigendom van de gemeente (hierna: eigendomscollectie). Dit document bestaat uit drie hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk schetst de huidige situatie rondom Kunst in de openbare ruimte. Een analyse van de belangrijkste geconstateerde punten is genoteerd in hoofdstuk 2, waarbij in het laatste hoofdstuk een prioritering wordt aangebracht. Deze nota heeft geen vastgestelde termijn, maar zal na twee jaar geactualiseerd worden.

9 Gemeente Den Haag (2024). RIS319848 Geamendeerd voorstel van het college inzake Inspraak- en participatieverordening en handboek participatie. 10 Kennisdeling vindt vanuit de stad Amsterdam ook plaats via bijvoorbeeld het Stadscuratorium en het Amsterdams Fonds voor de Kunst, die een Handleiding voor opdrachtgevers van kunst in de openbare ruimte uitbracht, Ruimte voor het onverwachte.

10

11

12

13

1. Huidige situatie 1.1 Beeld van de stad Kunst in de openbare ruimte (hierna: KOR) is van belang voor een stad. Kunstwerken en gedenktekens vertellen verhalen over een gedeeld verleden, een gedroomde toekomst of appelleren op andere manieren aan de verbeelding. Kunst in parken, op pleinen en in buurten maakt de omgeving uniek en draagt bij aan een gevoel van trots, van thuiszijn. Het is bovendien de enige vorm van kunst die zichtbaar, ervaarbaar en voelbaar is voor iedereen, buiten de muren van een museum. De tenminste 600 sculpturen, reliëfs, omgevingskunstwerken, crossovers en gedenktekens die samen de collectie Buitenkunst Den Haag vormen, geven een beeld van ontwikkelingen en stemmen in de stad; ze maken deel uit van de identiteit van Den Haag. Er zijn werken van internationale makers passend bij het internationale karakter van de stad, land-art werken die refereren aan de stad aan zee, beelden die bijdragen aan het profiel van de stad als politiek centrum, als koninklijke stad en als stad van vrede en recht. Maar ook Haagse (pop)helden worden geëerd en verschillende aspecten van de (Indische) geschiedenis herdacht. De Beeldengalerij is een befaamd project en de kunstwerken van James Turrell en Huang Yong Ping zijn internationaal bekend.

De objecten zijn tot stand gekomen via opdrachtverleningen door de gemeente, via gedelegeerd opdrachtgeverschap begeleid door Stroom (sinds 1991), via schenkingen of initiatieven van stichtingen en particulieren, of via de percentageregeling, zoals Kunst bij scholen.11 Ze bestrijken vooral de naoorlogse periode en laten daarmee ook verschillende ontwikkelingen zien in de kunst. De werken zijn verspreid over de acht verschillende stadsdelen maar geconcentreerd in stadsdeel Centrum. Een aantal objecten is door rijk of gemeente aangewezen als beschermd monument. De betekenis en daarmee de zeggingskracht van de verschillende individuele objecten en van de collectie als geheel vragen om nader onderzoek en analyse. Net als de verhaallijnen die in de collectie besloten liggen. Daarmee zal de betekenis van de objecten voor de stad zich nadrukkelijker en gelaagder ontvouwen, maar kunnen ook de kansen voor nieuwe kunst in relatie tot de bestaande werken specifieker in kaart worden gebracht en benut. Den Haag is in beweging en ontwikkelt de komende decennia onder meer in voormalig industrieterrein de Binckhorst, Den Haag Zuidwest en het Central Innovation District (CID). Met deze ontwikkelingen is soms bestaande kunst gemoeid en liggen kansen voor nieuwe kunstprojecten, tijdelijk of permanent.

In het actief betrekken van makers bij gebiedsontwikkelingen, inrichting van de openbare ruimte en community-building in oude en nieuwe wijken ligt nadrukkelijk een rol voor kunstenaars, zoals genoemd in de Cultuurvisie.

11 Met de percentageregeling stimuleerde de overheid vanaf de wederopbouw kunstopdrachten. Den Haag wendt bij nieuwbouw of verbouw van scholen nu nog 0,64% van het budget aan voor kunst (Kunst bij scholen regeling).

14

15

1.2 Collectiebeheer

Muurschilderingen behoren (nog) niet tot de eigendomscollectie en vallen daarmee buiten het

Vanwege de grote hoeveelheid aan objecten die Den Haag rijk is, is collectiebeheer niet alleen een

genoemde onderhoudsbudget. Op basis van het initiatievenbudget (zie verderop) komt hier

belangrijke, maar ook veelzijdige taak van de gemeente. Dit proces van systematisch beheren,

verandering in: nieuwe, via het initiatievenbudget tot stand gekomen muurschilderingen, neemt

onderhouden en documenteren van de collectie is te groot voor één enkele afdeling en raakt

de gemeente wel in beheer mits deze zich op gemeentelijk vastgoed of nutsvoorzieningen

daardoor aan meerdere domeinen binnen de gemeente.

bevinden. De muurschildering wordt na tien jaar verwijderd en de muur wordt weer in zijn oorspronkelijke staat gebracht.

Eigendom De gemeente ziet KOR als één stadscollectie, echter zijn – zoals eerder in deze nota gesteld – niet

Kunst bij scholen wordt, na de begeleiding door Stroom, in eigendom overgedragen aan het school-

alle kunstwerken in ons eigendom. Vanwege het grote aantal kunstobjecten in de stad ontvangen

bestuur, waarmee ook het beheer hun verantwoordelijkheid wordt. De gemeente behoudt

wij regelmatig meldingen en verzoeken van betrokken bewoners. Omdat – logischerwijs – een

economisch claimrecht. Dat wil zeggen dat het bestuur het schoolgebouw, met alles daarop en

melder niet weet of een object tot de gemeentelijke collectie behoort, en dat voor de melder ook

daaraan dat door de gemeente is bekostigd, moet teruggeven aan de gemeente wanneer ze het

niet relevant is, is het Meldpunt Buitenkunst in het leven geroepen.

niet meer gebruikt. De staat van onderhoud van Kunst bij scholen is niet optimaal. Kennis over en middelen voor beheer zijn niet altijd goed geborgd en daarmee is ook bij herinrichting of renovatie

Het Meldpunt Buitenkunst is een relatief recent loket waar allerhande in- en externe vragen rond

van gebouwen behoud, al dan niet via herplaatsing, niet goed geborgd.

Buitenkunst binnenkomen en worden behandeld: initiatieven, maar ook meldingen van schade, vermissing of veranderingen in de omgeving van een kunstwerk. De betrokken diensten van de

Tot slot zijn derden in principe verantwoordelijk voor behoud en beheer van alle andere objecten in

gemeente en Stroom hebben periodiek overleg. Hierin worden ook vraagstukken die via het

hun eigendom. Soms is echter van objecten niet (langer) bekend van wie ze zijn of wat aanleiding

Meldpunt Buitenkunst binnenkomen besproken en is de afbakening van de scope (welke vraag

is geweest ze te plaatsen. Er is een start gemaakt met onderzoek naar deze objecten, zodat

hoort bij de gemeente om te behandelen en welke niet) soms onderwerp van gesprek.

verantwoordelijken ook kunnen worden aangesproken op het beheer.

Meldingen en verzoeken over kunstwerken waar wij wel eigenaar van zijn worden zo snel mogelijk,

Informatievoorziening

maar in ieder geval binnen de gestelde reactietermijn, opgepakt. Dit is tijdrovend, omdat de vragen

De website Buitenkunst Den Haag (hierna: BKDH), in 2021 ontwikkeld door Stroom in opdracht van

zich ad hoc aandienen en voor de melder altijd urgent zijn, maar een toetsingskader momenteel

de gemeente, toont de kunstwerken en gedenktekens die in de openbare ruimte zichtbaar zijn voor

nog ontbreekt. Er is hierdoor geen ruimte om proactief en collectiebreed een inventarisatie en/of

publiek. Dat gaat om zowel de objecten in eigendom en beheer van de gemeente als de objecten

waardering van de collectie in gang te zetten om collectiebewegingen tijdig en duurzaam voor te

van Stroom, het rijk, van scholen, stichtingen en particulieren. Criteria om kunstwerken op de

bereiden en besluitvormingsprocessen gelijkvormig in te richten.

website op te nemen zijn vervaardiging door een professionele kunstenaar en goede zichtbaarheid vanaf de openbare ruimte. De websitebezoeker kan zoeken op kunstenaar, titel, stadsdeel, periode,

Beheer

soort kunstwerk of plattegrond en zien of het werk een kunstwerk betreft, een gedenkteken of dat

Het dagelijks beheer omvat een kleine 350 objecten, waarvan ongeveer 80 gedenktekens. Voor het

een object (tijdelijk) niet zichtbaar is vanwege herinrichting, restauratie of vanwege vermissing of

beheer van de eigendomscollectie is een jaarlijks budget beschikbaar dat wordt beheerd en

diefstal. Ook zijn er wandel- en fietsroutes door heel Den Haag uitgestippeld.

gemonitord op basis van meerjarenonderhoudsplannen. Zichtbaarheid van de collectie was er de afgelopen jaren ook via Omroep West, die in de periIn 2023 is een conditiecheck uitgevoerd van een dertigtal uiteenlopende objecten in de eigen-

ode 2022 - 2024 aandacht besteedde aan buitenkunst in de reeks ‘Wat een verbeelding’.

domscollectie. De check werd uitgevoerd kort voor het jaarlijks onderhoud, een moment waarop ongeveer de helft van de objecten om groter onderhoud vroeg. Dit werd in de opvolgende ronde

Een aantal kunstvormen is nog niet structureel op de website opgenomen, waaronder tweedimen-

verholpen. Nadien hebben wij een steekproefsgewijze schouwing uitgevoerd waaruit gebleken is

sionale kunstwerken (naar schatting 160 en 80 nagelvaste wederopbouwwerken). Ook muurschil-

dat het merendeel van de eigendomscollectie in behoorlijke staat is.

deringen zijn nog niet op de website opgenomen. Daarvan zijn er ongeveer 170 – op muren maar ook in tunnels of op trafohuisjes – geregistreerd in de beheerapplicatie voor de buitenruimte GISIB.

Naast de objecten in gemeentelijk eigendom en beheer zijn er objecten in eigendom van de

Tot slot zijn er naar verwachting nog objecten die niet bij de gemeente op het vizier staan. Op de

gemeente in beheer van derden: de kunstwerken behorende tot de Beeldengalerij en het iconische

website BKDH kunnen mensen hier melding van maken. Het toegankelijk maken van deze

kunstwerk Hemels Gewelf zijn in beheer van Stroom, een aantal beelden in de tuin van het

categorieën is onderdeel van de werkafspraken van de gemeente en Stroom. Informatie over

Kunstmuseum zijn eigendom van de gemeente maar in beheer van Stichting Kunstmuseum (zoals

objecten in de buitenruimte is nog niet structureel fysiek ontsloten. Naar aanleiding van de pilot

Pad van Gra Rueb) - en andersom (zoals Kat van Gra Rueb) - het Stijkelmonument van Marian

voor tegels met een QR-code, wordt er gewerkt aan eenduidigheid voor fysieke informatievoor­

Gobius wordt door de Begraafplaats beheerd. In een enkel geval is sprake van gedeeld eigendom,

ziening door de verschillende beleidsafdelingen in samenspraak met de Adviescommissie Open-

zoals bij het Omgevingskunstwerk met zes sculpturen van Carel Visser. Deze voorbeelden zijn niet

bare Ruimte (ACOR).

uitputtend.

16

17

1.3 Systeeminstelling Stroom Den Haag Stroom is het Haagse kennis- en expertisecentrum voor beeldende kunst en voor kunst in de openbare ruimte (KOR). Stroom behoort sinds 2025 tot één van de drie systeeminstellingen van de gemeente, naast CultuurSchakel en Popradar. In het Beleidskader hebben wij de functie van de systeeminstellingen als volgt omschreven: “Deze instellingen hebben een faciliterende, verbindende, kennisdelende en aanjagende rol […]. Daarnaast verlenen ze namens de gemeente subsidies aan kleinere partijen en individuele makers in de stad. Deze taken hebben we bewust bij de systeeminstellingen neergelegd omdat zij nauw betrokken zijn bij de sector en specifieke kennis en expertise in huis hebben die niet vanzelfsprekend bij de gemeente aanwezig zijn.” Stroom heeft als taak om als aanjager en netwerker artistieke ontwikkelingen binnen de sector te stimuleren en brengt verbindingen tot stand tussen diverse belanghebbenden, bijvoorbeeld als adviseur op het gebied van KOR, het programmeren rondom KOR en het helpen vergroten van de zichtbaarheid en toegankelijkheid van beeldende kunst. Voor de periode 2025-2028 worden (gestoeld op het Meerjarenbeleidsplan 2025-2028 van Stroom ‘Cultures of Conviviality - Kunst van het samenleven’12) duidelijkere afspraken gemaakt over de precieze beleidsdoelstellingen en de

Registratie en documentatie

onderlinge verhoudingen tussen en verantwoordelijkheden van Stroom en de gemeente.

Op dit moment ronden wij de transitie naar het collectiebeheersysteem Atlantis Lite af. Dit webbased systeem is gebruiksvriendelijk en beantwoordt aan internationale richtlijnen. Atlantis

Sinds de oprichting van Stroom geeft de gemeente zelf beperkter opdrachten voor het realiseren

Lite is straks het centrale systeem dat alle andere toepassingen voedt, waaronder WebGIS en

van kunstwerken in de openbare ruimte en delegeert opdrachtgeverschap aan Stroom. De

ArcGIS, de geodatasystemen die door verschillende afdelingen gebruikt worden, en de website

organisatie van de processen behorende bij deze kunstwerken - op eigen initiatief of in opdracht

BKDH.

van de gemeente of derden - ligt bij Stroom. Daarnaast is Stroom strategisch gesprekspartner en adviseur van de gemeente bij bijvoorbeeld vragen over de ver- of herplaatsing van kunstwerken, en

Documentatie is deels aanwezig bij de gemeente en deels bij Stroom. Deze documentatie is nog niet

projectleider en adviseur Kunst bij scholen.

centraal ontsloten. Het ligt in de lijn der verwachting dat in de documentatie informatie te vinden is rond opdrachtverstrekkingen aan kunstenaars. Dit wordt duidelijk als er ingezet wordt op het ontsluiten van de archieven en waar nodig aanvullend onderzoek te doen in archieven van bijvoorbeeld het RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis – of het Haags Gemeentearchief. 12

18

Stroom Den Haag (2024). Meerjarenbeleidsplan 2025-2028 ‘Cultures of Conviviality – Kunst van het samenleven’

19

kunnen voortkomen uit gebiedsontwikkelingen, maar worden ook gesignaleerd vanuit andere bewegingen in de stad, zoals vervanging van riolering of bestrating, vergroening of mobiliteitsverbeteringen, of (tijdelijk) veranderde ruimtebehoefte als gevolg van evenementen. Stroom is bij deze vraagstukken adviseur voor de gemeente. Onderzoek en opvolgend advies ten behoeve van collectiebewegingen kunnen tijdrovend zijn. Het vraagt om archief- en soms eigendomsonderzoek in afstemming met de gemeente, om inhoudelijke waardering en waardering in relatie tot de omgeving in de brede zin van het woord. Ook kan afstemming met de kunstenaar of erfgenamen nodig zijn. Voor adviesaanvragen in relatie tot gemeentelijke of politieke besluitvormingsprocessen is tijd nodig om goed onderbouwd advies te kunnen geven.

Nieuwe objecten op initiatief van derden Veel permanente objecten in de stad zijn tot stand gekomen via betrokkenheid of op initiatief van bewoners, al dan niet georganiseerd in stichtingen of verenigingen, en soms door initiatieven vanuit de gemeenteraad en/of college. Voor het behandelen van initiatieven heeft de gemeente verschillende processen ingericht. Deze zijn inclusief stappenplannen op de website van de gemeente te vinden en zien er nu als volgt uit: • Buitenkunstwerken: ° De gemeente hanteert een stappenplan voor initiatieven voor plaatsing of schenking van buitenkunstwerken. Dit proces is opgenomen op de website. ° De aanvragen worden beoordeeld in relatie tot de bestaande kunstwerken maar ook op benodigd onderhoud en kosten daarvan.

1.4 Processen Processen rond gedenktekens en kunst in de brede zin van het woord betreffen de realisatie van

• Muurschilderingen:

collectie en de realisatie of aanname (schenking) van nieuwe objecten op initiatief van derden. In

° De gemeente hanteert een stappenplan voor het realiseren van muurschilderingen. De stappen hiervoor staan – samen met stappen rondom het verwijderen van illegale graffiti en

de huidige organisatiestructuur en rolverdeling zijn deze processen als volgt ingericht.

het spuiten van legale graffiti op aangewezen vrijplaatsen13 – op de website en er is een flyer

nieuwe objecten op initiatief van Stroom of gemeente, collectiebewegingen binnen de bestaande

die de stappen samenvat.

Nieuwe objecten op initiatief van Stroom of gemeente De organisatie van dit proces ligt bij Stroom, de gemeente of bij een andere partij c.q. begeleider

2025 is er een subsidieregeling voor muurschilderingen voor in ieder geval de peri° Sinds  ode 2025-2028. Het doel van de regeling is het geven van een impuls aan de leefomgeving en

die bij het betreffende project passend is. De begeleider richt het proces van selectie, ontwerp,

het ondersteunen van bewonersinitiatieven door middel van het laten aanbrengen van een

realisatie en begeleiding situationeel in, dat geldt ook voor het moment en mate van betrokken-

muurschildering, waarbij het resultaat zichtbaar is vanaf de openbare weg. Initiatieven

heid van stakeholders en inwoners. Elk project vraagt op basis van inhoud, context en aard van de

gehonoreerd via het initiatievenbudget worden beheerd door de gemeente en na tien jaar

opdracht een aanpak op maat. Daarom is naast begeleiding van de kunstenaar binnen een project

wordt de muur teruggebracht in oude staat op kosten van de eigenaar van het pand, tenzij de

ook bij de inrichting van het project vooraf expertise nodig. Voor deze begeleidingsprocessen kunnen aanbestedingsregels van toepassing zijn en wordt aangesloten bij het inkoopbeleid. Een belangrijk fundament voor opdrachtverlening aan kunstenaars is de opdrachtstelling en

eigenaar besluit het te laten zitten. • Gedenktekens: ° De  gemeente hanteert een stappenplan voor initiatieven voor gedenktekens. De stappen hiervoor staan op de website.

ruimte laat aan de kunstenaar om tot verrassende voorstellen te komen. Hierin, en in het bewaken

° De aanvragen worden behandeld mede op basis van een intake. De gemeente bekijkt of het doel en onderwerp passen bij de stad, of inwoners achter het gedenkteken staan en of de

van de ruimte voor de kunstenaar en daarmee de kwaliteit van het eindresultaat, ligt een belang-

gewenste plek past en geschikt is.

-formulering, die artistiek-inhoudelijke richting geeft en maatschappelijke bedding, maar afdoende

rijke rol voor de begeleider. De procesinrichting volgt opdrachtstelling- en formulering. De verschillende initiatieven vragen op verschillende momenten in het proces om formalisering via

Collectiebewegingen

rapporten of overeenkomsten. Er is een start gemaakt met een ‘gereedschapskist’ waarin verschil-

Collectiebewegingen kunnen bestaan uit ver- of herplaatsingen van objecten, beoordelingen in

lende – juridische getoetste – documenten zijn opgenomen.

geval van grootschalig onderhoud of, in zeldzamer gevallen, uit vernietiging. Deze vraagstukken

13 Deze vrijplaatsen zijn: Binckhorstlaan 36 (stadsdeel Laak); Skatebaan Zuiderpark – Mr. P. Droogleever Fortuynweg (stadsdeel Escamp); Skatebaan Mient 277 (stadsdeel Segbroek); Skatebaan Wijkpark Bokkefort – Vinkenlaantje (stadsdeel Loosduinen).

20

21

1.5 Vergunningverlening Bij de meeste (ver)plaatsingen is, afhankelijk van het bestemmingsplan, een omgevingsvergunning nodig. In geval van verwijdering kan kunst deel uitmaken van een sloopvergunning of -melding (bijvoorbeeld bij aard- en nagelvast werk). Toetsing en advisering bij vergunningverlening vindt plaats afhankelijk van aard en type project. Stedenbouw en Monumentenzorg (DSO) geven ambtelijk advies. De Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed (AOC) toetst alle plannen waar een omgevingsvergunning voor nodig is, sloopvergunningen daargelaten. ACOR wordt om advies gevraagd als een aanvraag in strijd is met het bestemmingsplan. ACOR toetst aan de hand van de Kadernota Openbare Ruimte ‘Kwaliteit door samenhang – Openbare ruimte beleid tot 2030’14 en het Handboek Openbare Ruimte15 (hierna: HOR). ACOR ontvangt in principe adviesverzoeken voor (ver)plaatsen, al dan niet in het kader van een vergunningsprocedure, en adviseert op basis daarvan het college akkoord te gaan, akkoord te gaan onder voorwaarden of niet akkoord te gaan. Onder omstandigheden (bijvoorbeeld bij grotere of complexere (herplaatsings)projecten), wordt soms tussentijds (collegiaal) advies aan ACOR gevraagd - bijvoorbeeld rond de kaders voor locatie en maatvoering - om indien nodig bij te sturen en een negatief advies te voorkomen. In geval van adviesverzoeken m.b.t.

kunstwerken en gedenktekens is afgestemd dat de beleidsafdeling eerst een toets op doel en inhoud doet en dat ACOR voorstellen pas behandelt wanneer dit gebeurd is. ACOR onthoudt zich van artistiek oordeel. AOC toetst alle plannen waar een omgevingsvergunning voor vereist is. Bij de inpassing van kunstwerken aan of op gevels beoordeelt AOC of een werk de architectuur niet aantast. Bij ruimtelijke inpassingen in beschermd stadsgezicht is dat soms een complexer vraagstuk. Ook hier zijn bijvoorbeeld locatie en maatvoering relevant, maar AOC is daar niet vooraf bij betrokken. AOC onthoudt zich van artistiek oordeel. Bij verschillende partijen – zowel binnen de gemeente als partners in de stad – is behoefte aan regie en helderheid vooraf bij de inpassing van muurschilderingen. Als geen vergunning nodig is kan vooraf een toets worden aangevraagd bij AOC. Als er niet vooraf positief wordt getoetst kan de gemeente bij ernstige aantasting van de architectuur en/of de omgeving terugvallen op de excessenregeling en kan de muurschildering achteraf verwijderd worden.

1.6 Financiën Voor de periode 2025-2028 is er een initiatievenbudget muurschilderingen van € 40.000,- op jaarbasis beschikbaar. Voor andere initiatieven van buitenkunst of voor schenkingen en gedenk­ tekens is geen structureel budget gereserveerd. Dat betekent niet dat de gemeente helemaal niet in nieuwe kunstopdrachten investeert. Er is wel budget voor KOR vanuit de percentageregeling Kunst bij scholen of voor kunst in gebiedsontwikkeling en er is een jaarlijkse reservering van € 150.000,- uit het Cultuurbudget voor kleine projecten en lopende kosten, zoals de licentie van Atlantis Lite, maar extra structureel budget voor collectiebewegingen als ver- of herplaatsingen is er niet. Dit wordt nu veelal binnen de projecten of programma 5 - cultuur opgelost of door derden gefinancierd. Het jaarlijkse beheerbudget van de eigendomscollectie, bedraagt momenteel € 350.000,-.

14 Gemeente Den Haag (2022). RIS310884 Geamendeerd gewijzigd raadsvoorstel Kadernota Openbare Ruimte ‘Kwaliteit door samenhang – openbare ruimte beleid tot 2030’; voor meer informatie over de rol van ACOR als adviesdienst zie ook het Jaarverslag Adviescommissie Openbare Ruimte 2023, uitgebracht ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van ACOR 15 Gemeente Den Haag (2013). RIS268741 Collegebesluit vaststellen Handboek openbare ruimte

22

23

24

25

2. Analyse en constateringen De belangrijkste constatering is dat er nog geen inhoudelijke waardering is gemaakt van de collectie als geheel of van deelcollecties en verhaallijnen daarbinnen. Daarmee is er onvoldoende fundament om visie te vormen op de ontwikkeling van de collectie op de lange termijn in relatie tot de bewegingen van de stad c.q. de verschillende

Initiatieven, expertise en criteria Voor het behandelen van initiatieven van derden zijn inmiddels verschillende processen ingericht door de gemeente. Bij behandeling is niet altijd duidelijk hoeveel draagvlak er voor een initiatief is en soms komen initiatieven ook vanuit de politiek. Omdat de realisatie van initiatieven een op een samenhangt met representatie in de stad is oog voor meerstemmigheid van groot belang. Beter zicht op de samenstelling van de collectie en eventuele hiaten daarin draagt bij aan het gefundeerd wegen van de meerstemmigheid van initiatieven. De uitkomsten van het onderzoek naar gedenktekens in het kader van het koloniaal- en slavernijverleden is hiervoor belangrijke input. In de verschillende processen bij initiatieven voor buitenkunstwerken, muurschilderingen en gedenktekens is binnen de gemeente behoefte aan meer expertise en handvatten voor beoordeling en inpassing in de omgeving. Besluitvorming is kwetsbaar als deze te veel rust op een eenzijdige blik; ook op dit punt is meerstemmigheid van belang. Onaf-

gebiedsontwikkelingen, ofwel te sturen op kwaliteit en diversiteit en kaders voor

hankelijke expertise op specifieke aandachtsgebieden zoals muurschilderingen en gedenktekens, aanvullend op de

nieuwe kunstwerken, tijdelijk of permanent. Dat gezegd hebbende valt er ook op kleine

expertise van Stroom, ACOR en AOC, helpt om te sturen op goed onderbouwde besluitvorming aan de voorkant.

(re) onderdelen van het KOR beleid nog winst te behalen, hieronder wordt daar een uiteenzetting van gegeven.

Daarnaast zijn beoordelingscriteria nodig die in de processen kunnen worden toegepast om tot transparante en eenduidige beoordeling te komen. Criteria zijn gekoppeld aan de bestaande collectie ofwel het collectieprofiel. Ze kunnen gedifferentieerd worden per aandachtsgebied en onderbouwd worden met een voorbeeldboek van

Meerjarenonderhoudsbegroting en documentatie

goede voorbeelden, in wederzijdse versterking met HOR. De stappenplannen die er nu zijn en op de website van

De gemeente werkt met meerjarenonderhoudsplannen voor het jaarlijks onderhoud aan de eigendomscol-

gemeente en/of BKDH worden gecommuniceerd, dienen opvolgend te worden geactualiseerd en gesynchroniseerd,

lectie. Inhoudelijk beleid en beheer kunnen nu nog beperkt in samenhang worden beschouwd: enerzijds

inclusief afspraken vooraf over levensduur en onderhoud.

omdat een collectieprofiel en visie op de collectie nog ontbreekt, anderzijds omdat er nog geen meerjarenonderhoudsbegroting is. Een schouw op de actuele en toekomstige conserveringsbehoefte met als resultaat een

Juridische aspecten

meerjarenonderhoudsbegroting maakt sturing op de langere termijn conditie en kwaliteit (en daarmee ook

De juridische toetsing van de verschillende modelovereenkomsten voor gemeentelijke processen rondom KOR is

op efficiënt gebruik van de beschikbare middelen) mogelijk en is de basis voor kennisdeling en -overdracht.

grotendeels afgerond. De toetsing is nog nodig op modelovereenkomsten van kunstopdrachten die via Stroom gaan

Goede documentatie per object bij overdracht (waaronder gebruikte materialen en een onderhoudsplan) is

of via andere begeleiders die in opdracht van de gemeente werken. In het laatste geval is daarnaast nog toetsing

onontbeerlijk. Dat geldt ook voor de muurschilderingen die aan de beheerscope worden toegevoegd en

nodig op of er sprake is van feitelijk of formeel gedelegeerd opdrachtgeverschap, en of de gemeente daarmee aan

waarvoor hoogte en budgetbeheer nog dienen te worden vastgesteld.

te merken is als aanbestedingsplichtige. De Aanbestedingswet kan in sommige gevallen ruimte bieden voor rechtstreekse gunning, mits gemotiveerd onderbouwd. Deze afweging wordt per opdracht zorgvuldig vastgelegd.

Gedeelde informatie

Aan collectiebewegingen zijn ook juridische aspecten verbonden. Bij het (ver)plaatsen, wijzigen of verwijderen van

Door de overstap naar Atlantis Lite als centraal systeem beschikken alle betrokken gemeentelijke diensten

kunstwerken in de openbare ruimte spelen zowel eigendomsvraagstukken als auteursrechten een rol. De kunste-

straks over dezelfde informatie betreffende de eigendomscollectie. Dit is een belangrijke stap. In deze

naar behoudt in beginsel het auteursrecht tot 70 jaar na diens overlijden, ook wanneer het eigendom bij de

informatie dienen nog eigendomsvraagstukken te worden opgelost en muurschilderingen die tot de

gemeente of derden ligt. De gemeente gaat dan na of voor de collectiebeweging instemming van de kunstenaar

eigendomscollectie gaan behoren als gevolg van de scope uitbreiding te worden toegevoegd. Ten behoeve

nodig is. Bij nieuwe initiatieven is het van belang afspraken over levensduur, wijzigingen, verplaatsing en verwijde-

van collectiebewegingen en, waar van toepassing, waardering van kunstwerken op objectniveau, is op

ring vooraf vast te leggen, zodat voor betrokkenen duidelijk is wat er in dergelijke gevallen mag en kan. Wanneer

langere termijn ook archiefonderzoek en vervolgens -ontsluiting nodig. Het blijvend actueel houden van de

hier bij de realisatie van objecten in het verleden geen afspraken over zijn gemaakt, dan wordt aansluiting gezocht

registratie van de eigendomscollectie is cruciaal.

bij het civiele recht en de regels omtrent auteursrechten. In dat geval – dus wanneer geen afspraken zijn gemaakt – moeten de verschillende belangen tegen elkaar worden afgewogen en moet bekeken worden welke juridische

De website BKDH hanteert als criteria voor opname op de website of objecten zichtbaar zijn vanaf de publieke

mogelijkheden de gemeente heeft.

ruimte en gemaakt zijn door een professioneel kunstenaar. Dat betekent dat als gevolg van de scope uitbreiding

Daarnaast geeft het eerdergenoemde Stappenplan kunst in de openbare ruimte van RCE heldere leidraden op

muurschilderingen die aan deze criteria voldoen aan de website dienen te worden toegevoegd of criteria voor

het gebied van onder meer verplaatsing en vervreemding binnen de kaders van de Erfgoedwet en Auteurswet.

opname voor deze categorie dienen te worden herzien. Ook ontbreken tweedimensionale kunstwerken die aan

De Erfgoedwet is met name relevant wanneer het kunstwerk is opgenomen in een aangewezen erfgoedcollectie

deze criteria voldoen nog op BKDH. Ook voor BKDH is het essentieel dat de informatie up-to-date is en blijft.

of op een beschermde locatie staat. De publicatie van het RCE, 'Is dit kunst of mag het weg?', biedt context aan de herwaardering van kunst die in het verleden soms beperkt beschermd werd.16

Zichtbaarheid Het ook fysiek ontsluiten van de collectie draagt bij aan de zichtbaarheid van de individuele objecten en aan

Rolverdeling en samenwerking: een voorwaarde

de zichtbaarheid van de collectie als geheel. Een pilot voor tegels met QR-code – waarop de QR-code verwijst

Tenslotte moeten we naar aanleiding van deze nota ook kritisch kijken naar hoe wij als gemeente werken en

naar de betreffende pagina van het object op de website BKDH – is afgerond. De uitkomst van deze pilot zal

eventueel moeten veranderen om de gestelde ambities te kunnen realiseren. De rollen rondom KOR zijn soms

dienen als input voor een nog te ontwikkelen methode van fysieke ontsluiting die duurzaam en hufterproof

onduidelijk en er zijn veel verschillende plekken in de organisatie waar vraagstukken rondom KOR in de brede zin

is, en tevens aansluit bij de wens vanuit de samenleving om meer context te bieden bij kunstwerken en

van het woord ter tafel komen. Dat vraagt om een verdergaande integrale werkwijze, waarbij bestaande samen-

gedenktekens in de openbare ruimte. Dit zou kunnen resulteren in het gefaseerd plaatsen van QR-stoep­

werkingen binnen de gemeente worden voortgezet en/of geïntensiveerd, en waar nodig brengen we nieuwe

tegels, maar ook een alternatief is mogelijk. Door een link te leggen naar BKDH blijft de informatie actueel en

samenwerkingen met derden tot stand.

blijft er ruimte voor verdiepende informatie op termijn.

26

16

RCE, 'Is dit kunst of mag het weg?' (2019)

27

28

29

3. Uitvoeringsambities

Stap 4: In 2028 stelt het college – in het verlengde van het collectieprofiel en de langetermijnvisie - beoordelingscriteria vast voor collectiebewegingen en nieuwe kunstprojecten, gedifferentieerd per deelcollectie of categorie.

Nu we inzichtelijk hebben gemaakt wat de huidige situatie is, waar de hiaten zitten en welke concrete stappen nodig zijn om de kwaliteit en diversiteit van de collectie we uitvoeringsambities stellen en hier ook een prioritering in aanbrengen. Deze

3.2 Het versterken en stroomlijnen van de rol van KOR (prioriteit 2)

prioritering is niet ingegeven vanuit urgente vragen die nu leven in de stad of bij de

Voor de prioriteit versterken en stroomlijnen van de rol van KOR zetten we meerdere stappen die niet

politiek, maar eerder vanuit een volgordelijkheid die noodzakelijk is om adequaat op

volgordelijk, maar juist naast elkaar gezet kunnen worden, langs verschillende lijnen. Alle stappen zijn

te kunnen borgen en daarmee de rol van KOR te versterken en stroomlijnen, kunnen

deze vraagstukken te kunnen acteren. Eerst brengen we de basis op orde, daarna kunnen we verdiepen.

in 2027 voltooid en dienen als basis voor de langetermijnvisie die in de vorige paragraaf beschreven is.

Lijn 1: Registratie, documentatie en ontsluiting Dit zal gefaseerd plaatsvinden door middel van het afronden van onderstaande projecten:

De stappen onder 3.1 en 3.2 gaan uit van de huidige organisatiestructuur en -bezetting in combinatie met de uitbesteding van werkzaamheden op projectbasis en van goed collectiebeheer van de eigendomscollectie, waar OCW primair verantwoordelijkheid voor draagt. De stappen in paragraaf 3.1 en 3.2 maken onlosmakelijk deel uit van de nota en hebben de hoogste prioriteit. Daarnaast komen uit de vorige hoofdstukken ook stappen voor de langere termijn naar voren, deze worden in paragraaf 3.3 beschreven.

3.1 Het borgen van de kwaliteit en diversiteit van de collectie (prioriteit 1) Voor de prioriteit borgen van de kwaliteit en diversiteit van de collectie zetten we de volgende stappen:

• Het afronden en completeren van de registratie van de eigendomscollectie in Atlantis Lite en deze structureel bijhouden. • Het completeren van de collectieregistratie op BKDH op de nog ontbrekende categorieën en deze structureel bijhouden. • Het ontsluiten en toegankelijk maken van de documentatie voor intern gebruik (onderzoek - primair) en voor extern gebruik (aanvullingen op de website - secundair). • De collectie wordt fysiek ontsloten met een methode die duurzaam en hufterproof is, en die tevens voorziet in de behoefte aan meer context bij de objecten.

Lijn 2: Beheer Dit zal gefaseerd plaatsvinden door middel van het afronden van onderstaande projecten:

Stap 1: Als eerste zal het Gemeentelijk Management Team na vaststelling van de nota in 2025 een

• Een schouw op de actuele en toekomstige conserveringsbehoefte van de collectie uitvoeren op basis

organisatorische uitwerking daarvan vaststellen. Deze is gebaseerd op de huidige rolverdeling, die

van de opgebouwde kennis en ervaring, met als resultaat een meerjarenonderhoudsbegroting om

organisch is ontstaan. Dit biedt de basis om in de toekomst nieuwe afspraken te maken.

inhoudelijk beleid en beheer in samenhang te kunnen beschouwen en te kunnen prioriteren. • Onderhoudsdocumentatie bij overdracht borgen.

Stap 2: In 2026 stelt het college een collectieprofiel vast dat inzicht geeft in samenstelling, deelcollecties en verhaallijnen in de bestaande eigendomscollectie in relatie tot de context van de collectie op BKDH.

• Vaststellen en beleggen budget voor beheer muurschilderingen en afstemmen type benodigd onderhoud.

Het collectieprofiel omschrijft de onderscheidende kwaliteit van de collectie als geheel en geeft, in de vorm

Lijn 3: Documenten en processen

van een categorisering, aan welke objecten in sterke en minder sterke mate bijdragen aan deze onderschei-

Dit zal gefaseerd plaatsvinden door middel van het afronden van onderstaande projecten:

dende kwaliteit. Het collectieprofiel neemt de aan de collectie toegevoegde muurschilderingen mee, net als

• Het stroomlijnen en (juridisch) toetsen van documenten en processen. In aanloop op de vaststelling van

de uitkomsten van het onderzoek naar het koloniaal- en slavernij verleden waar dat impact heeft op de

criteria die voortkomen uit collectieprofiel en langetermijnvisie kan gewerkt worden met een eerste set

(duiding van de) collectie of collectieonderdelen. In bijlage I is een toelichting opgenomen op verschillende

algemene criteria waarmee documenten en processen kunnen worden gestroomlijnd:

mogelijke vormen van collectiewaardering.

° Is het object van betekenis voor de context waarin het zich bevindt, voor de plek, stad of gemeenschap? ° Is het object inhoudelijk, in spreiding en vormentaal wederzijds versterkend aan de collectie?

Stap 3: In 2027 stelt de gemeenteraad een langetermijnvisie op de collectie inclusief collectiebewegingen

object en proceslast beheersbaar en zijn daar middelen voor? ° Zijn  In bijlage III is een overzicht opgenomen van hoe processen bij initiatieven van derden nu zijn

binnen de context van gebiedsontwikkelingen vast.

ingericht en wordt een doorkijkje gegeven naar mogelijke differentiatie in beoordelingscriteria. Input hiervoor zijn het collectieprofiel, de meerjarenonderhoudsbegroting (zie ‘versterken en stroomlijnen’), de ambitie om kunstenaars een actieve rol te geven bij gebiedsontwikkeling, de Omgevingsvisie en de verschillende ontwikkelplannen, waaronder Binckhorst, Den Haag Zuidwest en CID. De langetermijnvisie

• Het uitwerken van een beeldreferentieboek ter ondersteuning hiervan. Het boek kan worden verfijnd bij de vaststelling van de gedifferentieerde criteria. • Het borgen van deze processen in HOR.

maakt inzichtelijk waar de kansen liggen voor nieuwe kunstprojecten, tijdelijk of permanent, waar kansen liggen om bestaande kunstobjecten te ver- of herplaatsen, maar ook welke objecten eventueel in aanmerking komen te verwijderen (bijvoorbeeld objecten die beperkt bijdragen aan het collectieprofiel en groot onderhoud behoeven). Onderdeel van de langetermijnvisie is het budgetteren van de collectiebewegingen inclusief prioritering. In bijlage II is een eerste schets opgenomen van in dit kader relevante gebiedsontwikkelingen.

30

31

3.3 Langere termijn Naast de acties die hierboven zijn omschreven is er een aantal werkzaamheden en onderwerpen dat op langere termijn aandacht vraagt. Deze activiteiten zullen naarmate de bovenstaande stappen verder zijn uitgewerkt, verder worden geconcretiseerd. We willen ze hier echter wel benoemen, zodat ze geborgd zijn.

Onderzoeken structurele financiële borging nieuwe projecten en ver- of herplaatsingen Den Haag ontwikkelt de komende decennia onder meer in voormalig industrieterrein de Binckhorst, Den Haag Zuidwest en het CID. Met deze ontwikkelingen is soms bestaande kunst gemoeid en liggen kansen voor nieuwe kunstprojecten. Daarnaast is er vraag vanuit verschillende wijken en stadsdelen (o.a. Mariahoeve, Nieuw Waldeck, Zorgvliet en Laak) voor meer kunst in hun buurt. Deze vraag uit de stad staat los van gebiedsontwikkeling, maar hangt samen met de huidige onevenredige spreiding van KOR in de stad. Een antwoord hierop is een kans op een grotere meerstemmigheid. De langetermijnvisie zoals bedoeld in paragraaf 3.1 geeft inhoudelijke richting aan collectiebewegingen en kansen voor kunst. Er is echter nog geen structurele financiële borging voor zowel nieuwe kunstprojecten als ver- of herplaatsingen als gevolg van ontwikkelingen in de stad. We gaan verkennen of het herinvoeren van een percentageregeling hiervoor een passend instrument is en of middelen voor projectbegeleiding en een eerste dotatie voor beheer van nieuwe kunstprojecten deel van uit kan maken. Besluitvorming hierover dient uiteindelijk in de gemeenteraad plaats te vinden.

3.4 Financiën

Eigendom en beheer

De acties in de periode 2025-2028 kunnen binnen de bestaande capaciteit en budgetten worden

In de vorige paragraaf is opgenomen dat ontsluiting van de archieven nodig is voor het documen-

uitgevoerd. Derhalve is er in deze nota geen aanvullende financiële paragraaf opgenomen.

teren van objecten met bijvoorbeeld opdrachtovereenkomsten en overdrachtsdocumenten, mede om afspraken rond de totstandkoming en eigendom te borgen. In het verlengde daarvan zal onderzoek worden verricht naar objecten waarvan oorsprong en eigendom nu onbekend is,

3.5 Tot slot

waardoor er nu geen beheer over wordt gevoerd c.q. niemand kan worden aangesproken op

Deze nota biedt geen blauwdruk, maar een richtinggevend kader voor de ontwikkeling van Kunst in

beheer. Met dit onderzoek is eerder een start gemaakt.

de openbare ruimte in Den Haag. De prioriteiten en stappen zijn zo concreet mogelijk geformuleerd, maar blijven open voor nieuwe inzichten en maatschappelijke veranderingen. Dat vraagt om

In een aantal gevallen is de gemeente wel beheerder van objecten maar geen eigenaar, en

flexibiliteit en het vermogen om mee te bewegen; eigenschappen die juist passen bij Kunst in de

andersom. We gaan verkennen of het wenselijk is eigendom en beheer op deze objecten te

openbare ruimte: kunst die midden in de samenleving staat en van iedereen is.

synchroniseren. De kunstwerken behorende tot de Beeldengalerij en het Hemels Gewelf zijn, uit praktische overwegingen ingegeven, in beheer van Stroom maar in eigendom van de gemeente.

Tot slot willen wij iedereen bedanken die aan de totstandkoming van deze nota heeft bijgedragen.

De kunstwerken die zijn en worden gerealiseerd voor scholen, vallen onder beheer van de betreffende scholen of schoolbesturen. Kennis over en middelen voor beheer zijn, ondanks instructies bij overdracht, niet altijd goed geborgd. Bij herinrichting, renovatie of sloop van gebouwen is behoud, al dan niet via herplaatsing, niet goed geborgd. Dat is om meerdere redenen onwenselijk, niet in de laatste plaats omdat de kunstwerken met publieke middelen tot stand komen. Daarom zal worden verkend of processen omtrent beheer en behoud kunnen worden verbeterd. Tot slot verkennen we voor gedenktekens ook de optie waarin initiatiefnemers na realisatie eigendom houden en verantwoordelijk zijn voor beheer.

32

33

34

35

kunnen sturen. Voor een categorisering zijn verschillende methodieken mogelijk, maar er is altijd sprake van een weging op meerdere waarderingscomponenten. De artistieke waarde maakt daar deel van uit en kan zwaarder of minder zwaar wegen. Een categorisering gaat dus niet over ‘goed’ of ‘minder goed’, maar over de toegevoegde waarde van een object binnen het geheel. Dat kan ook zijn omdat een kunstwerk een bepaald tijdsbeeld geeft in een stad bijvoorbeeld. Een categorisering kan over de gehele collectie of over deelcollecties worden uitgevoerd (bijvoorbeeld binnen een deelcollectie gericht op discipline als sculpturen of muurschilderingen) en levert input voor een differentiatie van beoordelingscriteria. Daarmee kan een categorisering worden uitgewerkt in de mate van betekenis die de objecten hebben voor de stad, plek of gemeenschap en in relatie tot de collectie. Bijvoorbeeld ‘top’ is van onomstotelijke betekenis (onvervangbaar en onmisbaar voor de stad), ‘hoog’ van grote betekenis, ‘midden’ van gemiddelde betekenis, ‘laag’ van weinig onderscheidende betekenis.

Onderzoek op objectniveau Bij ver- of herplaatsingen, beoordelingen in geval van grootschalig onderhoud of, in zeldzamer gevallen, vernietiging, is uitvoeriger onderzoek nodig. Het betreft immers (onomkeerbare) wijzigingen aan de context en/of het object zelf. Een goed begrip van de ontstaans- of opdrachtgeschiedenis, de ontwikkeling van het ontwerp en de ontwerp- en materiaalkeuzes die de kunstenaar daarin maakte, de oorspronkelijke (gebruiks)context en de positie van het object binnen het oeuvre van de kunstenaar is, naast een opname van de huidige situatie en ensemblewaarde tussen

Bijlage I: Waarderingsmethodieken Om de betekenis en daarmee de zeggingskracht van de verschillende individuele objecten en van

kunstwerk en omgeving, van groot belang. Naast bovenstaande componenten wordt, in het algemeen, ook steeds meer gezocht naar methodieken om de maatschappelijke waarde van kunstwerken in verleden en heden beter te onderzoeken en in beeld te brengen, bijvoorbeeld via de methodiek participatief waarderen die het RCE ontwikkelde in het kader van het Programma Faro.17 Stroom experimenteert ook met andere manieren van waarderen, onder andere in samenwerking met de Gerrit Rietveld Academie. In opstellingen bij het object krijgen ook andere dan fysieke of artistieke componenten een stem.

de collectie als geheel nog beter voor het voetlicht te brengen, is een collectieprofiel nodig. Dit vraagt om nader onderzoek en analyse van onder meer de verhaallijnen die in de collectie besloten

Bij onderzoek ten behoeve van ver- of herplaatsingen worden veelal ook de technische componen-

liggen. Daarmee zal de betekenis van de objecten voor de stad zich nadrukkelijker en gelaagder

ten van een object en de plaatsing in de omgeving in kaart gebracht. Ofwel: als uit onderzoek blijkt

ontvouwen, maar kunnen ook de kansen voor nieuwe kunst in relatie tot de bestaande werken

dat een object op inhoudelijke gronden verplaatsbaar is, wat er dan technisch gezien nodig het

specifieker in kaart worden gebracht en benut. Dat betekent dat een collectieprofiel nodig is.

daadwerkelijk te verplaatsen?

Collectiewaardering

Verwachtingen

Een collectieprofiel omschrijft de onderscheidende kwaliteit van de collectie als geheel. Het geeft

Voorafgaand aan het opstellen van een collectieprofiel of het uitvoeren van onderzoek op objectni-

inzicht in de samenstelling, deelcollecties en verhaallijnen in de eigendomscollectie in relatie tot

veau moet bepaald worden wat de verwachtingen zijn van de opbrengst, zodat de methodiek daar

de context van de collectie op BKDH. Het collectieprofiel biedt handvatten om op een meer

op kan worden afgestemd. Daarbij kunnen methodieken gehanteerd binnen de G4 als voorbeeld

programmatische manier naar de collectie te kijken of op andere manieren over de collectie te

dienen, net als die van het Rijksvastgoedbedrijf en in aanvulling op methodieken en leidraden van

communiceren. Ook kunnen hiermee lacunes in de collectie zichtbaar worden en kan indien nodig

RCE. De waarderingscomponenten en het kader zullen door de gemeente in samenspraak met

worden geprioriteerd in onderhoud.

Stroom worden opgesteld. Randvoorwaardelijk voor een collectieprofiel is dat er zoveel mogelijk (gegevens over) kunstwerken bekend zijn.

Het collectieprofiel geeft ook inzicht in hoe de collectie zich verhoudt tot een bredere context, bijvoorbeeld van Collectie Nederland, of van andere steden. Een aantal gemeentes profileert zich bijvoorbeeld nadrukkelijk met een specifieke richting in de kunst: Heerlen met streetart, Amsterdam met internationale en conceptuele kunst, Breda met grafische kunst en design, Eindhoven met technologische kunst en design, Tilburg met muziek en experimentele kunst en Rotterdam met architectuur en hedendaagse kunst. Onderdeel van het opstellen van een collectieprofiel is het aanbrengen van een categorisering. Een categorisering is een instrument om vanuit een lange termijnperspectief collectiebewegingen te

36

17 Zie onder andere de publicatie Participatief Waarderen (2021)

37

38

39

Bijlage II: Schets gebiedsontwikkelingen Voor de te formuleren langetermijnvisie is de ontwikkeling van de stad één van de richtinggevende componenten. Den Haag ontwikkelt de komende decennia onder meer in voormalig industrieterrein de Binckhorst, Den Haag Zuidwest en het Central Innovation District (CID). Met deze ontwikkelingen is soms bestaande kunst gemoeid en liggen kansen voor nieuwe kunstprojecten. Deze bijlage geeft een eerste schets van de gebiedsontwikkelingen als ingrediënt voor visievorming, naast bewegingen in de stad bijvoorbeeld als gevolg van het vervangen van riolering, vergroening of het verbeteren van mobiliteit.

Omgevingsvisie De Omgevingsvisie vormt het raamwerk voor de ontwikkeling van de stad. De Omgevingsvisie heeft betrekking op het Haagse grondgebied en bekijkt alle domeinen die raken aan de fysieke leefomgeving in samenhang: energie, groen, water, flora en fauna, wonen, economie, mobiliteit, milieu, gezondheid, luchtkwaliteit, bodem, fysieke veiligheid, cultureel erfgoed, kunst in de buitenruimte, klimaatadaptatie en maatschappelijke voorzieningen. Den Haag geeft richting aan de groei van de stad in relatie tot grote maatschappelijke opgaven in een vijftal bewegingen. Onder de beweging ‘Thuis in een divers Den Haag’ worden ruimtelijke keuzes geschetst die nodig zijn om ervoor te zorgen dat huidige en toekomstige inwoners zich thuis kunnen voelen in Den Haag. Kunst en cultuur maken nadrukkelijk deel uit van het je thuis voelen in een stad. In de beweging ‘Ruimte voor groen en water’ maakt de gemeente keuzes waarin verstedelijking en vergroening samengaan, biodiversiteit wordt vergroot en ingespeeld wordt op klimaatverandering. Vraagstukken waar bij uitstek kunstenaars op in kunnen spelen. De Omgevingsvisie benadrukt de rijke verzameling van identiteiten en sferen die de Haagse buurten en stadsdelen samen vormen. Van het historische centrum met zijn grachten en beschermde stadsgezichten tot het industrieel erfgoed op de Binckhorst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15757334/1