CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322599 Bijlage 1 Tekeningen

Gemeenteraad 9 oktober 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Verzoek om bindend advies voor omgevingsvergunning lichtmasten Groene Zoom (RIS322599)18.012 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.3.2 Cultuurhistorie In de ruimtelijke ordening moet de cultuurhistorie worden afgewogen. Het rijk heeft in 2009 hiervoor een aanzet gegeven in de Modernisering Monumentenzorg (MoMo). Het Rijk stelt dat de cultuurhistorie moet worden verantwoord in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingsplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. De Bro is samen met andere wetten al eerder toegepast op 17 juni 2011. Zo zijn ook het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische Monumentenzorg (Bamz) aangepast. Dit sluit aan op de vaststelling van de Wijzigingswet Monumentenzorg 1988. Ook sluit het aan op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in 2011. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen. Dit is met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waar de voorbereiding van een bestemmingsplan aan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd.

In deze beschrijving moet worden aangegeven hoe er met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Ook moet het aangeven hoe er met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren worden

Pagina 26 van 49

LODEWIJCK ---------------------------- groep

Ruimtelijke onderbouwing Rugbyveld Groene Zoom Den Haag

gehaald.

De Erfgoedwet bundelt wet- en regelgeving op het gebied van het cultuurerfgoed in Nederland in één nieuwe wet. De wet is van kracht sinds 1 juli 2016 en gaat over het behoud en beheer van cultureel erfgoed. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving is overgenomen in de Erfgoedwet. Dit betreffen de Monumentenwet en de Wet ruimtelijke ordening. Daarnaast is de aanwijzing van rijksmonumenten overgenomen. Ook is overgenomen wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet over het cultureel erfgoed. Deze heeft betrekking op de museale objecten, musea, monumenten, en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten. Deze hadden elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat deze beschermingsniveaus worden gehandhaafd. Dit zijn de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. De Omgevingswet wordt naar verwachting in 2023 ingevoerd.

Doorwerking planinitiatief Door de voorgenomen ontwikkeling mogen monumenten, beschermde stadsgezichten en andere locaties van cultuurhistorische waarde niet aangetast worden. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen monumenten aanwezig. Ook ligt het plangebied niet in of nabij een beschermd stadsgezicht. Daarom kan geconcludeerd worden dat het aspect cultuurhistorie geen belemmeringen vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

Pagina 27 van 49

LODEWIJCK ---------------------------- groep

Ruimtelijke onderbouwing Rugbyveld Groene Zoom Den Haag

4.4 Externe veiligheid 4.4.1 Beleidskader Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid voor de omgeving van een inrichting met gevaarlijke stoffen en/of transport van gevaarlijke stoffen. Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wet ruimtelijke ordening getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en groepsrisico. Daarbij kunnen de volgende bronnen worden onderscheiden: ■ Inrichtingen: risico's van onder andere tankstations met LPG, gevaarlijke stoffen (PGS-15)opslagplaatsen en ammoniakkoelinstallaties; ■ Transport van gevaarlijke stoffen over de weg; ■ Transport van gevaarlijke stoffen per spoor; ■ Transport van gevaarlijke stoffen over het water; ■ Transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een denkbeeldig persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De norm (een op een miljoen per jaar) geldt voor kwetsbare objecten als grenswaarde en voor beperkt kwetsbare objecten als richtwaarde. Dit betekent dat er als gevolg van een ongeval - in theorie - per jaar slechts een persoon op een miljoen mensen mag overlijden. Dit geldt ook als deze objecten geprojecteerd zijn. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is de kans op een ongeval met veel dodelijke slachtoffers.

Hierbij wordt gekeken naar de werkelijk aanwezige bevolking en de verspreiding van de bevolking rond een risicobron. Bepaald wordt hoe groot de kans is op tien, honderd of meer slachtoffers tegelijk onder die bevolking. Groepsrisicoberekeningen beogen maatschappelijke ontwrichting inzichtelijk te maken. Het groepsrisico is afhankelijk van de omvang van het ongeval. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet het groepsrisico worden verantwoord (VGR). Vanzelfsprekend speelt de hoogte van het groepsrisico een rol, ook de mogelijkheden voor zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid maken onderdeel uit van de verantwoordingsplicht. De risicomaten zijn vastgelegd in diverse besluiten en beleidsnota's. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen, zoals deze op dit moment luiden (REVI II), zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen vastgelegd. De normstelling voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (voor zowel weg, spoor als water) is gebaseerd op de Nota Risico Normering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (RNVGS) die reeds is vervallen. De nota heeft geen wettelijk bindende werking, maar is niet vrijblijvend. Voor buisleidingen geldt sinds 1 januari 2012 de regeling 'Beleid externe veiligheid buisleidingen'.

4.4.2 Doorwerking planinitiatief Het plangebied ligt nabij rijksweg A4 en rijksweg A12 waarover gevaarlijke stoffen vervoerd worden. Ook valt het plangebied binnen het invloedsgebied van de hogedruk aardgasleiding W-536-06. Aviv heeft middels een onderzoek inzicht gegeven in de externe veiligheidsrisico's. Dit onderzoek is terug te vinden in bijlage 14. Kort samengevat zijn de volgende conclusies vastgesteld.

Rijksweg A4 Het plangebied ligt buiten de 200 meter zone van de A4. Een berekening van het groepsrisico kan daarom achterwege blijven. Wel ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van het transport van (zeer) toxische stoffen.

Pagina 28 van 49

LODEWIJCK ---------------------------- groep

Ruimtelijke onderbouwing Rugbyveld Groene Zoom Den Haag

Rijksweg A12 Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het plangebied. Het groepsrisico van de A12 is groter dan 10% van de oriëntatiewaarde, maar door de voorgenomen ontwikkeling neemt het groepsrisico met minder dan 10% toe. Voor de verbindingsbogen geldt dat zowel in de huidige als in de toekomstige situatie het groepsrisico kleiner is dan 10% van de oriëntatiewaarde. De verdere verantwoording van het groepsrisico kan achterwege blijven.

Hogedruk aardgasleiding Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het plangebied. Door de voorgenomen ontwikkeling neemt het groepsrisico niet toe. Het groepsrisico is ook kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde. Dit betekent dat kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Verantwoording groepsrisico In verband met de benodigde verantwoording van het groepsrisico is door de veiligheidsregio Haaglanden een advies gegeven inzake deze verantwoording. Dit advies is onderdeel van de rapportage van Aviv in bijlage 14. Om de effecten van incidenten te beperken en de zelfredzaamheid van de aanwezigen te verbeteren, worden de volgende maatregelen geadviseerd: 1. Afschakelbare ventilatie; 2. Vluchtweg van risicobron af; 3. Voorbereiding interne organisatie 4. Risicocommunicatie 5. Bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen

Het rugbyveld kent een goede bereikbaarheid voor hulpdiensten. Ook kan men het terrein verlaten richting de Groene Zoom, wat verder van de risicobron afligt. De interne organisatie zal op de hoogte gesteld worden, zodat men weet wat moet gebeuren bij een incident. Door bovengenoemde maatregelen in acht te nemen, geeft het aspect externe veiligheid geen belemmeringen voor onderhavig planinitiatief.

Pagina 29 van 49

LODEWIJCK ---------------------------- groep

Ruimtelijke onderbouwing Rugbyveló Groene Zoom Den Haag

4.5 Flora en Fauna 4.5.1 Beleidskader Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. De Wet natuurbescherming vervangt drie actuele wetten: de Flora- en faunawet, de Boswet, en de Natuurbeschermingswet 1998. In de Wet natuurbescherming is de bescherming van soorten en gebieden vastgelegd. Verantwoording soortenbescherming De toets aan de natuurwetgeving is een getrapte toets. Allereerst is een quickscan flora & fauna (natuurtoets) nodig. De resultaten van de quickscan bepalen of een vervolgonderzoek uitgevoerd moet worden. Een voorbeeld van een vervolgonderzoek is een onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen of andere beschermde soorten. Het plan kan soms onder bepaalde voorwaarden worden uitgevoerd als er negatieve effecten worden verwacht. Een voorbeeld is door het nemen van maatregelen om negatieve effecten te voorkomen. Er is meestal een ontheffing nodig van de provincie als negatieve effecten niet voorkomen kunnen worden. Verantwoording gebiedsbescherming Vanuit de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn er natuurgebieden aangewezen die beschermd zijn. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden. Deze gebieden zijn uitgesplitst in Habitatrichtlijngebieden en Vogelrichtlijngebieden. Binnen de diverse Natura 2000-gebieden komen een aantal stikstofgevoelige habitattypen voor.

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, Lingegebied & Diefdijk-Zuid, ligt op een afstand van circa 10,1 kilometer vanaf het plangebied. Het dichtst bijgelegen gebied dat deel uitmaakt van Natuurnetwerk Nederland ligt op circa 1,4 kilometer afstand van het plangebied. Vanwege de afstand kunnen effecten als areaalverlies, versnippering, verstoring en verandering van waterhuishouding van het Natura 2000-gebied op voorhand worden uitgesloten. Ten behoeve van (incidenteel) aanwezige algemene soorten dient de zorgplicht van artikel 1.11 Wet natuurbescherming in acht te worden genomen. Deze zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg dient te dragen voor Natura 2000gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden, in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals een Natura 2000-gebied.

4.5.2 Doorwerking planinitiatief Er is door Econsultancy in december 2021 een Quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Dit rapport is opgenomen in bijlage 5. Hierin is het gebied onderzocht of bepaalde diersoorten gebruik kunnen maken van het plangebied. Hieruit is gebleken dat broedvogels in het broedseizoen aanwezig zijn in het plangebied. Daarom mag tijdens het broedseizoen geen groen worden verwijderd. Daarnaast is het plangebied een geschikt leefgebied voor de steenmarter. Daarom is een nader onderzoek uitgevoerd naarde aanwezigheid daarvan. Dit rapport is bijgevoegd in bijlage 6. Uit dit nadere onderzoek is gebleken dat het plangebied geen leefgebied is voor steenmarters. Er zijn in de onderzoeksperiode dan ook geen steenmarters aangetroffen.

Ook is het plangebied een geschikt leefgebied voor de vleermuis. Daarom is door Econsultancy een nader onderzoek uitgevoerd naar vleermuizen (bijlage 7). Daaruit is gebleken dat de watergang en bomenrij ten noordoosten van het plangebied gebruikt wordt als foerageergebied en vliegroute door met name gewone dwergvleermuizen. In aanvulling op dit onderzoek is door Econsultancy een memo opgesteld. De memo is bijgevoegd in bijlage 8. Hierin worden de bevindingen nader onderbouwd. Daarnaast blijkt hieruit dat het niet aannemelijk is dat vleermuizen hinder ondervinden van de aangebrachte verlichting in het plangebied. De waargenomen vliegroute ten noorden van het plangebied grenst aan een sportveld dat reeds wordt verlicht. Bovendien wordt bij het aanbrengen van de verlichting rekening gehouden met de vleermuizen door verlichting te gebruiken die zo min mogelijk strooilicht veroorzaakt.

Pagina 30 van 49

LODEWIJCK ---------------------------- groep

Ruimtelijke onderbouwing Rugbyveld Groene Zoom Den Haag

In aanvulling op de memo van Econsultancy is door LICHTidee een lichtmeting uitgevoerd (bijlage 11). Econcultancy heeft op basis van deze meting aanvullend onderbouwd dat de lichtmasten geen gevolgen hebben voor de gewone dwergvleermuis (bijlage 12).

Daarnaast is door Econsultancy een boom effect analyse uitgevoerd. Deze rapportage is te vinden in bijlage 9. Ten behoeve van de ontwikkeling worden diverse bomen gekapt. Ook is gebleken dat een ruime hoeveelheid bomen en heesters in het inrichtingsplan zijn opgenomen. Daardoor neemt de bladmassa toe en wordt de bomenkap ruimschoots gecompenseerd. Voor de te behouden bomen worden geen belemmeringen verwacht door de voorgenomen ontwikkeling. Het aspect flora en fauna zal daarom geen belemmering opleveren voor onderhavig planinitiatief.

Pagina 31 van 49

LODEWIJCK ---------------------------- groep

Ruimtelijke onderbouwing Rugbyvelo Groene Zoom Den Haag

4.6 Stikstof 4.6.1 Beleidskader Voorheen diende op grond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) - dat in juli 2015 van kracht werd berekend te worden of een nieuwe (bouw)activiteit leidde tot een significante toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Onder het PAS golden enkele drempels- en grenswaarden die bepaalden of een toename van stikstofdepositie significant was en zo ja, of er dan een meldingsplicht of een vergunningplicht gold. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 mag het PAS niet meer gebruikt worden als toestemmingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot een toename van stikstofdepositie op (stikstofgevoelige habitattypen in) Natura 2000-gebieden. De drempel- en grenswaarden uit het PAS zijn daarmee ook niet meer van toepassing. Hiermee kan een project met een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar al vergunningplichtig zijn (artikel 2.7 en 2.8 Wnb). Oftewel, ook relatief kleinschalige projecten dienen zorgvuldig op hun stikstofdepositie getoetst te worden om aan Europese regelgeving te kunnen voldoen (en stand te houden bij de Raad van State in geval van een beroep). Per 1 juli 2021 is de nieuwe stikstofwet in werking getreden.

Door deze wetgeving is het in principe niet langer noodzakelijk om ook de realisatiefase (lees: bouwfase) te betrekking in het onderzoek, alleen de gebruiksfase dient nog onderzocht te worden. De mogelijkheid bestaat dat dit besluit in de toekomst wordt teruggedraaid. Indien dat het geval is, is tevens een berekening van de realisatiefase benodigd. 4.6.2 Doorwerking planinitiatief Om de gevolgen van de stikstofuitstoot op Natura 2000-gebieden te onderzoeken, is door Lodewijck Groep een Aerius-berekening uitgevoerd ten behoeve van de gebruiksfase en de realisatiefase. De rapportage met bijbehorende berekeningen is bijgevoegd in bijlage 13. De dichtstbijzijnde natuurgebieden betreffen 'Meijendel & Berkheide' op circa 5,8 kilometer afstand en 'Westduinpark & Wapendal' op circa 7,5 kilometer afstand vanaf het plangebied. Uit dit onderzoek is gebleken dat in de gebruiksfase geen sprake is van een significante toename in stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Deze berekening is gemaakt op basis van de toename in verkeersbewegingen. Omdat het gebouw gasloos wordt gebouwd, worden geen andere vormen van uitstoot verwacht. In de realisatiefase wordt tevens geen significante toename verwacht van stikstofdepositie. Dit heeft met name te maken met de grote afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied.

Het aspect stikstof zal daarom geen belemmering vormen voor onderhavig planinitiatief.

Pagina 32 van 49

LODEWIJCK ---------------------------- groep

Ruimtelijke onderbouwing Rugbyveld Groene Zoom Den Haag

4.7 Geluid 4.7.1 Beleidskader Weg verkeer De Wet geluidhinder (Wg) bepaalt de wettelijke grenswaarden van de toelaatbare geluidsbelasting. Het bevoegd gezag moet deze in acht nemen bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Er moet getoetst worden aan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de Wet geluidhinder. Dit vindt plaats per weg. 30 km/h wegen zijn vrijgesteld van het onderzoek in de Wg. Het geluidsniveau door het wegverkeer dient op de gevels van geluidsgevoelige objecten te voldoen aan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. Dit is van toepassing bij nieuwe ofte wijzigen woningen in de geluidszone van een weg. De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting werd voorheen voorkeursgrenswaarde genoemd. Deze bedraagt 48 dB. De gemeente kan een hoger geluidsniveau toestaan als deze wordt overschreden. Dit heet de zogenaamde "Hogere waarde". De hogere waarde mag alleen worden verleend onder één voorwaarde. Uit akoestisch onderzoek moet blijken dat er geen bron-, overdrachts- of gevelmaatregelen mogelijk zijn. Dit zijn maatregelen om het geluidsniveau terug of onder het ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting terug te brengen. Aan de hogere waarde is een maximum verbonden. Voor de nieuwbouw van woningen in binnenstedelijke situaties is dit 63 dB en in buiten stedelijke situaties is dit 53 dB.

Deze niveaus zijn na aftrek van de correctie volgens artikel HOg van de Wet geluidhinder. Industrielawaai Op basis van artikel 40 van de Wet geluidhinder kunnen (delen van) industrieterreinen worden aangewezen als gezoneerd industrieterrein met een zonegrens. Dit betreft industrieterreinen waarop zich gronden bevinden die zijn aangewezen voor mogelijke vestiging van zogenaamde "zware lawaaimakers" als genoemd in artikel 41 lid 3 van de Wet geluidhinder en artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht. Buiten de zonegrens mag de geluidbelasting vanwege het industrieterrein de waarde van 50 dB niet te boven gaan. De op 1 januari 2007 geldende ten hoogste toelaatbare geluidsbelastingen voor woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen - vastgelegd in eerder genomen besluiten - blijven gelden.

4.7.2 Doorwerking planinitiatief Onderhavig planinitiatief voorziet niet in de ontwikkeling van een geluidsgevoelig object. Wel wordt voorzien in een ontwikkeling dat geluidhinder kan veroorzaken. Echter liggen in de directe omgeving geen geluidsgevoelige objecten. De dichtstbijzijnde woning ligt op ruim 300 meter afstand. Dit is een dusdanige afstand dat het geluid van de sportvelden niet tot overlast zal leiden bij gevoelige objecten. Het aspect geluid vormt daarmee geen belemmering voor onderhavig planinitiatief.

Pagina 33 van 49

LODEWIJCK ---------------------------- groep

Ruimtelijke onderbouwing Rugbyveld Groene Zoom Den Haag

Kabels en leidingen 4.8 4.8.1 Beleidskader Er kunnen planologisch relevante kabels en/of leidingen in het plangebied liggen. Ze kunnen ook in de omgeving voorkomen. Voorbeelden zijn hoofdnutsvoorzieningen. Dit kunnen leidingen voor het transport van giftige, brandbare en/of ontplofbare stoffen zijn. Daarnaast zijn aardgasleidingen, hoogspanningsleidingen en afvalwaterleidingen ook voorbeelden. Deze leidingen worden bestemd als ze voorkomen in het gebied. Met het vigerende bestemmingsplan kan worden vastgesteld welke maatregelen, overleggen en/of rapporten nodig zijn voor een ruimtelijke ontwikkeling. 4.8.2 Doorwerking planinitiatief In of nabij het plangebied bevinden zich geen planologisch relevante kabels en leidingen. Er zijn derhalve geen belemmeringen te verwachten.

Pagina 34 van 49

Ruimtelijke onderbouwing Rugbyveló Groene Zoom Den Haag

LODEWIJCK ---------------------------- groep

4.9 Luchtkwaliteit 4.9.1 Beleidskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, artikel 5.2 van de Wet milieubeheer (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wik). Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveloxide, stikstofoxide, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs de wegen vooral de grenswaarden voor stikstofoxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven.

Stof Stikstofoxide (NO2)

Fijnstof (PMio)

Fijnstof (PM2,5)

। Toetsing van Jaargemiddelde concentratie Uurgemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie

| Grenswaarde 40 pg/m3

Max. 18 keer p.j. meer dan 200 pg/m3 40 pg/m3 Max. 35 keer p.j. meer dan 50 pg/m3 25 pg/m3

Tabel 4.1: Grenswaarden luchtkwaliteit

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) uitoefenen indien: ■ de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); ■ de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder bl); ■ bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); ■ de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); ■ het voorgenomen besluit is genoemd of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d). In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied.

Met grof stof wordt rekening gehouden bij de milieuzonering en wordt niet in het kader van luchtkwaliteit meegenomen.

Besluit niet in betekende mate In het Besluit niet in betekenende mate (NIBM) is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: ■ een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 pg/m3);

Pagina 35 van 49

Ruimtelijke onderbouwing Rugbyveló Groene Zoom Den Haag

LODEWIJCK ------------------------------ groep

een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. 4.9.2 Doorwerking planinitiatief Op basis van de NSL-monitoringstool wordt de luchtkwaliteit nabij het plangebied inzichtelijk gemaakt. De dichtstbijzijnde meetpunten voor de luchtkwaliteit zijn gelegen langs de A4 en langs de Westvlietweg. Hieruit blijkt dat de NO2-concentratie en PMlO-concentratie minder bedragen dan 35 pg/m3. Het aantal PM10 overschrijdingsdagen is tevens minder dan 35 dagen. De PM2,5-concentratie blijft onder de 20 pg/m3. Daarmee is er sprake van een goede luchtkwaliteit ter plaatse.

Nibm-tool Om te onderzoeken of de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de gevolgen voor de luchtkwaliteit is de nibm-tool ontwikkeld. Deze is in onderstaande afbeelding ingevuld. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling ruim onder de grenswaarden blijft. De ontwikkeling leidt daarmee niet tot gevolgen voor de luchtkwaliteit.

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie

2023

Extra voertuigbewegingen {weekdaggemiddelde] Aandeel vrachtverkeer

95 10.0%

NO2 in pg/m3

0,11

PM in pg/m’

0,02 1,2

Extra verkeer als gevolg van het plan

Maximale bijdrage extra verkeer

Grens voor "Niet In Betekenende Mate in pg/m3

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig Afbeelding 4.1: Nibm-tool

Pagina 36 van 49

Ruimtelijke onderbouwing Rugbyveld Groene Zoom Den Haag

LODEWIJCK ---------------------------- groep

Milieuzoneringen 4.10 4.10.1 Beleidskader De invloed van bestaande (of nieuw te vestigen) bedrijvigheid moet op de leefomgeving worden afgewogen. Er dient een ruimtelijke scheiding te worden aangebracht tussen milieubelastende functies en milieugevoelige functies. Dit kan door middel van milieuzonering. Wonen is een voorbeeld van een milieugevoelige functie. De VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering (2009) geeft richtlijnen voor de in acht te nemen afstanden. Deze afstanden worden gemeten tussen de grens van de bestemming die bedrijven/milieubelastende activiteiten toestaat en de uiterste situering van de gevel van woningen. Aan de hand van de VNG-brochure is beoordeeld of de bedrijvigheid in en rondom het plangebied problemen oplevert voor de milieugevoelige functies (zoals wonen). In onderstaande tabel staan de richtafstanden per milieucategorie uit de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering (2009) weergegeven. Rustige woonwijk | Gemengd gebied Milieucategorie

1 2 3.1

3.2 4.1 4.2

0 meter 10 meter 30 meter 50 meter 100 meter 200 meter

10 meter 30 meter 50 meter 100 meter 200 meter 300 meter

Tabel 4.2: Zichtafstanden

4.10.2 Doorwerking planinitiatief De ontwikkeling voorziet niet in de realisatie van een milieugevoelige functie. Wel wordt een nieuwe milieubelastende functie toegevoegd. Voor een sportveld met verlichting geldt milieucategorie 3.1. Vanwege mogelijke geluidsoverlast dient de afstand naar milieugevoelige functies daarom tenminste 50 meter te zijn. Er is geen overlast te verwachten in het kader van geur en stof.

De dichtstbijzijnde woningen liggen op circa 300 meter afstand van het rugbyveld. Daarmee wordt voldaan aan de richtafstanden voor bedrijven en milieuzonering.

Pagina 37 van 49

Ruimtelijke onderbouwing Rugbyveld Groene Zoom Den Haag

LODEWIJCK ---------------------------- groep

4.11 Verkeer 4.11.1 Parkeren In de Nota parkeernormen Den Haag 2021 zijn de parkeernormen vastgesteld welke bij een ontwikkeling behoren. In bijlage 4 van deze nota zijn de parkeernormen opgenomen voor sportvelden. De volgende parkeernormen zijn relevant voor de voorgenomen ontwikkeling: ■ Sportveld: 0,15 parkeerplaatsen per 100 m2 terrein (exclusief toeschouwers); ■ Toeschouwers: 0,10 parkeerplaatsen per toeschouwersplaats. Het beoogde rugbyveld heeft een afmeting van 121 x 78 meter. Dit is een totale oppervlakte van 9.438 m2. Het terrein van de beachvolleybalvelden heeft een afmeting van 47 x 22 meter. Dit is een totale oppervlakte van 1.034 m2. Het clubgebouw heet een bruto vloeroppervlakte van 469 m2. Dit geeft een totale oppervlakte van 10.941 m2. Op basis hiervan geldt een parkeerbehoefte van afgerond 17 parkeerplaatsen. Het plan voorziet niet in vaste toeschouwersplaatsen. De benodigde parkeerplaatsen worden daarom berekend op basis van ervaringscijfers van Volevo en de Voorburgse Rugbyclub (VRC). De beachvolleybalvereniging Volevo kent piekmomenten op zaterdagen en zondagen van 9 tot 18 uur. Op deze momenten zijn 35 toeschouwers aanwezig. VRC kent het grootste piekmoment op zaterdagochtend, van 9 tot 12 uur. Op dit moment zijn naar verwachting 75 toeschouwers aanwezig. Op zaterdagmiddag zijn dit naar verwachting 50 toeschouwers.

Het hoogste piekmoment ligt daarmee op de zaterdagochtend met 110 toeschouwers. Daarvoor zijn 11 parkeerplaatsen benodigd.

Verder voorziet het planinitiatief in een kantine. De parkeerbehoefte voor een kantine bedraagt 5 parkeerplaatsen per 100 m2 BVO. In onderhavige situatie wordt een kantine van 104 m2 gerealiseerd. Dit vraagt om een parkeerbehoefte van afgerond 6 parkeerplaatsen.

Op de locatie van de te realiseren parkeerplaats is reeds een parkeerplaats aanwezig ten behoeve van het aanwezige muziekcentrum. De gemeente Den Haag heeft geen specifieke parkeernormen voor het muziekcentrum. De meest vergelijkbare voorziening is een sociaal cultuur centrum of een wijkverenigingsgebouw. Hiervoor geldt een parkeernorm van 1 parkeerplaats per 100 m2. Het muziek gebouw heeft een oppervlakte van circa 600 m2. Daarmee geldt een parkeerbehoefte van 6 parkeerplaatsen ten behoeve van het muziekgebouw. In de huidige situatie kunnen ongeveer 9 auto's bij het gebouw parkeren. De praktijk leert dat op drukke dagen de parkeerplaatsen goed benut worden. Daarom worden alle 9 parkeerplaatsen meegenomen naar de nieuwe situatie.

De totale behoefte, inclusief het muziekgebouw, bedraagt 43 parkeerplaatsen. In de onderstaande tabel is de totale parkeerbehoefte samengevat. Aspect Rugbyveld en Beachvolleybalvelden Toeschouwers Kantine Muziekgebouw Totaal

| Parkeerbehoefte 17 pp

11 PP 6 PP 9 PP 43 pp

Tabel 4.3: Parkeerbehoefte

In de nieuwe situatie worden in het plangebied 28 parkeerplaatsen gerealiseerd, waaronder één gehandicapten parkeerplaats. De bestaande parkeerplaatsen worden verwijderd. Dit betekent dat er een

Pagina 38 van 49

Ruimtelijke onderbouwing Rugbyveló Groene Zoom Den Haag

LODEWIJCK ---------------------------- groep

toename is van 19 parkeerplaatsen. De 28 parkeerplaatsen zijn daarom ten behoeve van de sportvoorzieningen en de muziekvereniging. De parkeerplaatsen zijn in afbeelding 4.2 weergegeven. •

4 '

i

1 * L*

:• I m"

X Muziek vereeming

T 4"

A.

",

*8 4

♦

Afbeelding 4.2: Locatie te realiseren parkeerplaatsen

Daarnaast zijn de parkeerplaatsen aan de overzijde van de Groene Zoom in bezit van de initiatiefnemer. Deze behoren bij de bestaande sportvelden. Deze parkeerplaatsen hebben een breedte van 3,25 meter. Door smallere parkeerplaatsen te maken conform de landelijke richtlijnen, met een breedte van 2,5 meter, kan door middel van herinrichting meer parkeerruimte worden gecreëerd. De 15 benodigde aanvullende parkeerplaatsen ten behoeve van onderhavige ontwikkeling zullen op dit terrein worden gerealiseerd. Daarmee wordt voldaan aan de parkeernormennota. Indien in de toekomst toch een hogere parkeerdruk wordt ervaren, is het mogelijk om aanvullende parkeerplaatsen te realiseren op het bestaande parkeerterrein. Dit is echter geen onderdeel van onderhavige aanvraag. Gedurende het ontwerpproces zijn diverse voorstellen aangeboden aan de gemeente Den Haag welke voorzien in ruim voldoende parkeerplaatsen. Omdat in de omgeving op drukke dagen sprake is van enige parkeeroverlast, kon deze parkeerplaats daar een oplossing voor bieden. In de eerste versie was daarom sprake van 100 parkeerplaatsen. Om deze parkeerplaatsen te realiseren moesten circa 200 bomen worden gekapt. Dit bleek onwenselijk in verband met de ecologische waarden van het gebied. Daarnaast is de gemeente Den Haag zeer terughoudend in het verwijderen van groen, omdat groen in grote mate bijdraagt aan een gezonde leefomgeving.

Op basis van diverse overleggen tussen de initiatiefnemer en de gemeente Den Haag is het uiteindelijke ontwerp tot stand gekomen zoals hierboven beschreven. Hierin wordt enerzijds zoveel mogelijk groen behouden en anderzijds wel voldoende parkeerruimte gerealiseerd ten behoeve van de ontwikkeling.

Het aspect parkeren zal daarmee geen belemmeringen opleveren voor onderhavig planinitiatief. Fietsparkeren De gemeente Den Haag heeft de Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016 vastgesteld op 23 maart 2017. Hiermee worden regels gesteld ten aanzien van het minimaal aantal te realiseren fietsparkeerplaatsen bij voorzieningen. In de beleidsregels wordt onderscheid gemaakt tussen een gebied met een hoge en een lage parkeernorm. Het plangebied is gelegen in het gebied met een lage parkeernorm.

Pagina 39 van 49

Ruimtelijke onderbouwing Rugbyveló Groene Zoom Den Haag

LODEWIJCK ---------------------------- groep

Specifiek voor sportvelden geldt een parkeernorm van 0,8 per 100 m2 terrein. Op basis van 10.472 m2 terrein, geldt dan een fietsparkeernorm van 84 fietsparkeerplaatsen. Ten behoeve van het gebouw van de muziekvereniging geldt een parkeernorm van 4,7 per 100 m2 bvo. Het gebouw kent een bvo van ongeveer 600 m2. Verder vraagt de kantine om een parkeernorm van 7 fietsparkeerplaatsen per 100 m2. Voor de horeca van 106 m2 geldt dan een parkeerbehoefte van 8 fietsparkeerplaatsen. Op basis daarvan dienen 28 fietsparkeerplaatsen gerealiseerd te worden. De totale parkeerbehoefte bedraagt daarmee 120 fietsparkeerplaatsen. Het plan voorziet in 31 fietsnietjes naast het autoparkeerterrein bij het gebouw van de muziekvereniging. Daarnaast worden 25 fietsnietjes geplaatst nabij het clubgebouw. De locaties zijn in afbeelding 4.3 ingetekend. Per fietsnietje is ruimte voor twee fietsen. Daarmee kent het plangebied in totaal 112 fietsparkeerplaatsen. Daarnaast is in de bestaande fietsenstalling ruimte voor circa 30 fietsen. Daarmee wordt voldaan aan de parkeernormen voor fietsparkeerplaatsen.

G= 1

1 Muziek Vereen i-

-6

ging '«

ad

aai

Afbeelding 4.3: Locaties fletsparkeren in paars

4.11.2 Verkeersgeneratie De realisatie van een rugbyveld en beachvolleybalvelden leidt tot een toename in verkeersbewegingen. Het CROW en de gemeente Den Haag hebben geen verkeersgeneratiecijfers voor sportvelden. Daarom wordt op basis van de parkeernorm de verkeersgeneratie berekend. Voor dit plan geldt een parkeernorm van 34 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte van het muziekgebouw is hier niet in meegenomen, omdat deze verkeersbewegingen al plaatsvinden. Ten behoeve van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van 2 ritten per parkeerplaats (heen en terug). Daarnaast kan een parkeerplaats meerdere malen per dag gebruikt worden. Er wordt verwacht dat een parkeerplaats maximaal 3 keer per dag gebruikt wordt. Dit leidt tot een maximale verkeersgeneratie van 204 verkeersbewegingen per dag. Daarbij wordt opgemerkt dat dit de verkeersgeneratie op de drukste dagen betreft. Op weekdagen is deze verkeersgeneratie lager.

Er wordt verwacht dat de toename in verkeersbewegingen, welke verspreid zullen worden over de dag, een zeer minimale impact zal hebben op de toegangswegen. Het verkeer zal rijden via de Westvlietweg en de Groene Zoom naar het plangebied. Er zal geen verkeersprobleem ontstaan door de toename van verkeersbewegingen door onderhavige ontwikkeling.

Pagina 40 van 49

LODEWIJCK ---------------------------- groep

Ruimtelijke onderbouwing Rugbyveld Groene Zoom Den Haag

4.12 Water 4.12.1 Beleidskader Europese Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) geeft een kader voor de bescherming van de ecologische en chemische kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater. Zo dienen alle waterlichamen in 2027 een 'goede ecologische toestand'te hebben bereikt en dienen sterk veranderende c.q. kunstmatige wateren in 2027 een 'goed ecologisch potentieel'te hebben bereikt. De chemische toestand dient in 2027 voor alle wateren (natuurlijk en kunstmatig) goed te zijn.

Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) is vastgesteld op 18 maart 2022. In het NWP beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Er liggen grote opgaven voor het waterdomein. Zo moet Nederland zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Ook moeten we blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en aan een klimaatrobuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte. Ook verdient de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening aandacht. Daarnaast hebben diverse functies het water nodig, zoals scheepvaart, landbouw en natuur. In het NWP zijn deze uitdagingen uitgewerkt en is aangegeven hoe hiermee om wordt gegaan.

Waterwet De Waterwet regelt het beheer van de waterkeringen, het oppervlaktewater en het grondwater, verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening en zorgt voor een eenduidige bestuurlijke procedure en daarbij behorende rechtsbescherming voor besluiten. De Waterwet dient als paraplu om de Kaderrichtlijn Water te implementeren en geeft ruimte voor implementatie van toekomstige Europese richtlijnen. De waterschappen hebben een bevoegdheid voor het verlenen van vergunningen voor grondwateronttrekkingen, bemalingen en infiltraties, met uitzondering van onttrekkingen voor drinkwater, koude en warmteopslag en grote industriële onttrekkingen van meer dan 150.000 m3 per jaar. Gemeenten hebben verdergaande taken en bevoegdheden in het kader van de zorgplicht voor het inzamelen van afvalwater in de riolering en voor hemelwater en grondwater. Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21'e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen.

De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstelling explicitiet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Uitvoering van de watertoets betekent in feite dat de gemeente en de waterbeheerder samenwerken bij het uitwerken van ruimtelijke plannen, zodat problemen in het gebied zelf en de omgeving worden voorkomen. De watertoets is sinds 2003 verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening en hiermee verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten.

Pagina 41 van 49

LODEWIJCK ---------------------------- groep

Ruimtelijke onderbouwing Rugbyveld Groene Zoom Den Haag

Regionaal waterplan Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland heeft op 29 juni 2016 het Regionaal waterplan Zuid-Holland 2016 - 2021 vastgesteld. Deze bestaat uit: ■ Onderdelen van de Visie Ruimte en Mobiliteit voor wat betreft de onderdelen die gaan over het regionale waterbeleid; ■ De Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water 2015; ■ Onderdelen van het provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2010-2015 Waterbeheerprogramma 2022-2027 Hoogheemraadschap van Delfland In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 heeft het Hoogheemraadschap van Delfland de ambities en doelstellingen voor de komende jaren vastgelegd. De missie van het hoogheemraadschap (droge voeten, voldoende water, schoon water en gezuiverd afvalwater) staat hierin centraal. Het waterbeheerprogramma schenkt aandacht aan reguliere activiteiten en kijkt tevens naar onderwerpen waar nieuwe initiatieven of innovatieve werkwijzen nodig en mogelijk zijn. Daarbij zet Delfland zich in om zo veel mogelijk circulair te werken. De waterkwaliteit staat hierin altijd voorop.

Toekomstbestendig Haags water! De gemeente Den Haag heeft de visie 'Toekomstbestendig Haags water!' vastgesteld op 6 januari 2015. Hierin is aangegeven hoe het watersysteem in Den Haag functioneert, welke knelpunten er zijn en hoe het systeem robuust kan blijven. Door te werken aan een robuuster watersysteem waarbij de aantrekkelijkheid van de stad toeneemt, wordt de stad beter bestand tegen regenbuien, droogte en hitte. In het stedelijke gebied is de ruimte voor opvang van water beperkt. Daarom wordt gezocht naar meer creatieve en innovatieve maatregelen. Om dit te bereiken wordt samengewerkt met het Hoogheemraadschap van Delfland. De drie belangrijkste strategische pijlers om te komen tot een toekomstbestendig Haags watersysteem zijn als volgt: ■ De basis op orde: zorgen dat het systeem goed blijft functioneren; ■ Pak kansen door samen te werken en door slimme combinaties te zoeken: samenwerken met partijen in de stad en als overheid het goede voorbeeld geven; ■ Kennis, onderzoek en innovatie: creatieve oplossingen zijn belangrijk om wateroverlast te voorkomen en de leefbaarheid te bevorderen. Rioleringsplan De gemeente Den Haag heeft op 17 november 2020 het Integraal Gemeentelijk Rioleringsplan 2021­ 2025 vastgesteld. Het plan beschrijft de hoofdtaken van de gemeente voor de vier watercompartimenten: afvalwater, hemelwater, grond- en oppervlaktewater.

De zorgplichten zoals omschreven in de Wet milieubeheer en de Waterwet zijn de verantwoordelijkheid van de gemeente. De zorg voor het rioolstelsel en het grond- en oppervlaktewater vindt gebiedsgericht plaats op basis van maatschappelijk aanvaardbare kosten. Daarnaast zullen de verhoogde en te lage grondwaterstanden worden gemonitord.

Pagina 42 van 49

Ruimtelijke onderbouwing Rugbyveld Groene Zoom Den Haag

LODEWIJCK ------------------------------ groep

4.12.2 Doorwerking planinitiatief In het plangebied wordt een grote hoeveelheid verharding toegevoegd. Dit betreffen een rugbyveld met kunstgras, beachvolleybalvelden, een clubgebouw, parkeervoorzieningen en toegangspaden. Ten behoeve van de ontwikkeling wordt 12.705 m2 aan verharding aangelegd. Daarvan is 475 m2 waterdoorlatend. Ter compensatie van de toename van 12.230 m2 aan niet-waterdoorlatende verharding, is tenminste 505,64 m2 watercompensatie benodigd. Deze berekening is uitgevoerd in overleg met het Hoogheemraadschap Delfland. Op basis van deze berekening wordt 518 m2 oppervlaktewater toegevoegd aan de overzijde van het plangebied. Deze grond behoort in principe niet tot het plangebied, maar is wel in eigendom van de initiatiefnemer. Er is op dit punt geen belemmering voor het uitvoeren van de benodigde maatregelen. De locatie van de watercompensatie is gevisualiseerd in afbeelding 4.4. Het nieuwe oppervlaktewater is in lichtblauw ingetekend. Om de watercompensatie toe te passen zal een watervergunning aangevraagd moeten worden bij het Hoogheemraadschap Delfland.

1 1 Gmnena Zoom

Muziek vereeniging

rugby

MonkeyTown

F

MAX Health Club

1

misschien extra bomen vooreen fitnes landschap

volleybal

L-.

5

Afbeelding 4.4: Watercompensatie

Daarnaast wordt rekening gehouden met het bergen van regenwater in het geval van extreme regenval. Het onverharde deel van het plangebied kan zonder problemen water laten infiltreren in de bodem. Om te voorkomen dat al het regenwater direct wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater of het riool, worden aanvullende maatregelen genomen om water in het plangebied vast te houden. De belangrijkste maatregel is het aanbrengen van 30 cm lava 16/32 onder het beachvolleybalveld. Onder deze beachvolleybalvelden kan 310 m3 aan lava worden aangebracht. De lava heeft een open ruimte van circa 40%, waarmee per kubieke meter lava 400 liter water geborgen kan worden in de bodem. Totaal leidt dat tot een opslag van 124 m3 water. Dit water kan dan langzaam infiltreren in de bodem. Het aanleggen van een infiltratiesysteem onder het rugbyveld is financieel niet haalbaar. Daarom wordt het drainagewater zoveel mogelijk afgevoerd richting het terras. Onder het terras worden kratten geplaatst welke het hemelwater op kunnen slaan en het water vertraagd kunnen infiltreren in de bodem. Dit water kan tevens dienen voor het doorspoelen van de toiletten.

Pagina 43 van 49

LODEWIJCK ---------------------------- groep

Ruimtelijke onderbouwing Rugbyveló Groene Zoom Den Haag

Op deze manier wordt zo min mogelijk regenwater naar het riool afgevoerd. Het regenwater dat bij hevige regenval niet geïnfiltreerd kan worden in de bodem, wordt gescheiden van het afvalwater afgevoerd naar het riool. Verder zijn in het plangebied geen waterkeringen aanwezig waarvoor onderhavige ontwikkeling gevolgen kan hebben.

Pagina 44 van 49

LODEWIJCK ---------------------------- groep

Ruimtelijke onderbouwing Rugbyveló Groene Zoom Den Haag

Licht 4.13 4.13.1 Beleidskader Strikte normen voor kunstmatige verlichting in de vorm van afstandsbepalingen zijn er niet. De regelgeving richt zich vooral op de lichtbronnen, de veroorzakers van licht. Specifiek voor bestemmingsplannen is voor sommige activiteiten Hoofdstuk 7 Milieueffectrapportage van de Wm van toepassing. Bijvoorbeeld voor grote projecten waarbij lichthinder kan ontstaan, is kunstmatige verlichting een van de milieuaspecten waarop het een en ander moet worden afgewogen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan (auto)wegen, grote oppervlakten met kassen, grote woningbouw projecten, stadsontwikkelingsprojecten of industriegebieden.

De kern van het rijksbeleid ten aanzien van licht is dat donkerte hoort tot een van de kernkwaliteiten van het landschap onder het kopje belevingskwaliteit. Het rijksbeleid is gericht op het in beeld brengen, realiseren en veiligstellen van de gewenste leefomgevingskwaliteit door het terugdringen van verstoring door activiteiten op het platteland (geluid, licht, stank). Ook worden het gebruik van energiezuinige (straat)verlichting bij gemeenten en provincies bevorderd met behoud van kwaliteit en (verkeers)veiligheid. 4.13.2 Doorwerking planinitiatief Ten behoeve van de sportvelden worden lichtmasten aangelegd. Dit zijn lichtmasten van maximaal 15 meter hoog. De lichtmasten worden op een dusdanige manier aangelegd, zodat het licht enkel op het veld schijnt. De lichtoverlast voor het omliggende groen blijft daardoor zeer beperkt. De diersoorten die gebruik maken van het groen, worden dan ook niet verstoord door de voorgenomen ontwikkeling. De lichtberekeningen zijn bijgevoegd in bijlage 10. Het aspect licht vormt daarmee geen belemmering voor onderhavig planinitiatief.

Pagina 45 van 49

LODEWIJCK ---------------------------- groep

Ruimtelijke onderbouwing Rugbyveld Groene Zoom Den Haag

4.14 Zonlicht en schaduwwerking 4.14.1 Beleidskader De gemeente Den Haag heeft een bezonningsnorm vastgesteld. Daarbij geldt dat de ondergrens op tenminste twee bezonningsuren per dag in de periode van 19 tot 21 oktober moet liggen. De bezonning van de gevels is hierbij maatgevend. De bezonningsnorm is van toepassing bij plannen die voorzien in hoogbouw.

4.14.2 Doorwerking planinitiatief Onderhavig planinitiatief voorziet niet in de bouw van hoogbouw. De lichtmasten zijn 15 meter hoog, maar dusdanig smal dat deze minimale gevolgen hebben voor de bezonning van de omgeving. Het clubgebouw wordt maximaal 1 verdieping hoog en heeft daarmee ook geen ongewenste schaduwwerking op de omgeving. Daarnaast liggen geen hoge gebouwen in de directe omgeving van het plangebied die schaduwhinder kunnen veroorzaken. Het aspect zonlicht en schaduwwerking vormt daarom geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Pagina 46 van 49

LODEWIJCK ---------------------------- groep

Ruimtelijke onderbouwing Rugbyveld Groene Zoom Den Haag

4.15 Windhinder 4.15.1 Beleidskader Een ontwikkeling mag in het kader van een goede ruimtelijke ordening niet leiden tot windhinder of windgevaar. Windhinder treedt in het bijzonder op rond hoge gebouwen. Rondom deze gebouwen kan sprake zijn van verhoogde windsnelheden, waardoor het verblijf rondom deze gebouwen als onaangenaam kan worden ervaren. Er bestaat geen specifieke nationale regelgeving voor windhinder. De gemeente Den Haag heeft bij de actualisatie van de normen ten aanzien van bezonning en windhinder besloten om aan te sluiten bij de normen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 8100. Daarin is vastgelegd dat een windonderzoek noodzakelijk bij de realisatie van een gebouw van tenminste 30 meter hoog. Bij beschut gelegen gebouwen van tenminste 15 meter hoog dient door een specialist afgewogen te worden of dit onderzoek noodzakelijk is.

4.15.2 Doorwerking planinitiatief Onderhavig planinitiatief voorziet niet in de bouw van een gebouw van tenminste 15 meter. De lichtmasten zijn andere bouwwerken, geen gebouw zijnde. Deze vallen daarom niet onder de normen voor windhinder. Daarnaast zijn rondom het plangebied geen hoge gebouwen aanwezig die windhinder kunnen veroorzaken. Het aspect windhinder zal daarom geen belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling.

Pagina 47 van 49

LODEWIJCK ---------------------------- groep 5

Ruimtelijke onderbouwing Rugbyveló Groene Zoom Den Haag

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid 5.1 De voorliggende omgevingsvergunning voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling. Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient inzicht te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het bouwplan. De kosten van de transformatie van het plangebied zijn voor rekening en risico van de initiatiefnemer. In de wet is aangegeven welke kosten verhaald kunnen worden. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet nodig, indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is, bijvoorbeeld door gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. Bij de voorliggende ontwikkeling is het kostenverhaal verzekerd met een anterieure overeenkomst. 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De initiatiefnemer heeft de directe omgeving over het planvoornemen geïnformeerd. Dit omvatten de Marcanto Muziekvereniging, Monkey Town Den Haag en het Volkstuinencomplex de Groene Zoom. Andere omliggende sportvelden zijn in bezit van de initiatiefnemer. Op 9 juli 2021 is een brief verstuurd naar de genoemde partijen. Hiermee zijn zij geïnformeerd over de globale plannen van de ontwikkeling. In het vervolgproces zijn meerdere gespreksmomenten geweest met de partijen. Deze overlegmomenten hebben plaatsgevonden in oktober en november van 2021, maart en november 2022 en januari en februari 2023.

In deze overlegmomenten zijn de tekeningen getoond en hebben de partijen hierop kunnen reageren. Op de meest recente tekeningen is positief gereageerd. Er zijn van deze partijen geen bezwaren tegen de ontwikkeling.

Ook is er een gezamenlijk overleg geweest met enkele omliggende sportverenigingen. Dit betreffen de Vlietzoom Alliantie, de golfvereniging Leeuwenbergh en Voetbalvereniging Wilhelmus. Hieruit zijn geen bezwaren naar voren gekomen tegen de ontwikkeling. Daarnaast zijn de rugbyvereniging en de beachvolleybalvereniging die gebruik zullen maken van het terrein meegenomen in de planontwikkeling. De terreininrichting is op de wensen van deze clubs afgestemd.

Pagina 48 van 49

LODEWIJCK ---------------------------- groep

Ruimtelijke onderbouwing Rugbyveld Groene Zoom Den Haag

Bijlage 1: Inrichtingsplan Bijlage 2: Verkennend bodem- en asfaltonderzoek Bijlage 3: Partij keu ringen grond Bijlage 4: Archeologisch onderzoek Bijlage 5: Quickscan Flora en Fauna Bijlage 6: Nader onderzoek steenmarters Bijlage 7: Nader ecologisch onderzoek vleermuizen Bijlage 8: Memo vleermuizen Bijlage 9: Boom effect analyse Bijlage 10: Lichtberekening Bijlage 11: Rapportage lichtmeting Bijlage 12: Memo effect verlichting van rugbyveld op vliegroute Bijlage 13: Aerius-berekening Bijlage 14: Onderzoek externe veiligheid

Pagina 49 van 49

7

./

( • J

/ /

0 $

•)

l •)

i

GC

A

oo

( •)

I

(•} 1 (• J

I

Aanleggen plasberm

i

(•) f • )

5

4

83

R2AK,>

,1

-1 20

8 $ >

5 \\

U -1.61

‘30

“TT t F

Prain onder, greppel 080 mm

9

LL1Z=l

IF

+

1 ■

-1,21 Dubbele poort met een breedte van 4.00 m en hoogte 3.00 m

——11

1-1,21

+

U

1-1.21

© ©

$

I

$ 37

I

i

2i

■

p ---------- 1---------- p------------- 1---------- p —

I

I

p'—

t

I

7

CL

I

'I I

I

\

\ \ N

Drain onderPwadi 080 m m

l

'l

26.50

22.00

26.50

22.00

'l

)

d

----------117.00

g

P

— -5.00.

d

P -

F

f ---------- ---------- d

4 - -------- P

1

P

6 Plaatsen rugbydoel

I

I

|

+

I

!।

n

F

1

I

I

d

"‘t I

.1

-1.14

[ -1.14

"9

C

n

I

P—

l

I

I

1

+

4-------- d

I

ft I -

I

60

।

P

d

A

I

I!

x

A

500

53

X

-1.

\

5

5x P-vak

X \

N-1.15 \

x \

X

-1,15

Rg,)

105

R Q

\

#

R

x

1

\

'

<2

X

10x P-vak

1

tL

<2

\

N-1.15]

R

$

I

Q X

X N

-

Q

8

\

X\

Q

-1,15N

1

\

1

X

9 $

X

R

S/

Q

% 2/

J

In

X

\

X

-1.15

z

R

-1,15

X

—I 9

X o

R

31x fietsniet

d

X

8

t

Legenda

x

5

1

p—+

---- +------+------+-----

Kadastrale grens

Aanbrengen leunhekwerk met slagplank

X

I

+

+

Aanbrengen kunstgras

8

s

HEG

+

Aanbrengen ballenvanger 7.00 m hoog Aanbrengen ballenvanger 5.00 m hoog

Aanbrengen zand deach volleybal R

Kabels en leidingen strook

I

I

— p

p

-

I

■

P -------

p

6I I

---- +------+------+-----

Aanbrengen hekwerk 2.40 m hoog

Aanbrengen waterberging d.m.v. kratten van 1.20 x 0.60 x 0.43 m

---- +------+------+-----

Aanbrengen hekwerk

=~~ I -

1

p

H

I

P

d

\ \ \

P

1

-1,18

=1244

d

p --------

P

I -121 I

I!

[-1.21 +-

-“

-+-

■

-

+ ------- d

L

BEI

+---- +

•

-

+— 4--------

------------ ■+

Dug-Out

— +------

Dug

L+

-

BE

p—

d

e

d

I I E

o

|—

P

e

03

(SI

D

I

p— + —

I

I

- BE

|

J 1=1

h

3 00

Centre court

I I

I A-status

I

I —

16.00

Stalen tribunetra

I

30x30-ö

BE

i

-440

I

I

I

1

I I I’

■0.90 NAP voork9 ik loerpei

J

$

___ I 5.00

Ml —ii Tid- - -pi

3 00

BE

Tri i j t i i r rr n~r i |r i r~g TETLT—IETTITITT[

Blinde drain

Optie plateaulift

Aanbrengen hoofddrain PVC 0160

$

Aanbrengen lichtmast

Aanbrengen hoofddrain PVC 0125

Aanbrengen veldverlichting

Aanbrengen huisaansluiting riool PVC

Aanbrengen betonnen uitstroombak

o

Aanbrengen werkpoort

Aanbrengen haag

Aanbrengen looppoort

Aanbrengen haag met hekwerk met schapengaas

R

p

Aanbrengen laadpaal

X

Aanbrengen vrijverval riolering PVC 0160

E080o

o

m

Aanbrengen verkeersbord Aanbrengen lijngoot

p

Aanbrengen antiparkeerpaal

X

)

p

Aanbrengen kolkleiding PVC 0125

R

O

Aanbrengen staanders t.b.v. netten beachvolleybal

E

Aanbrengen kolk

kast

Aanbrengen elektrakast

Grondwerklijn teen

X

Q

R 7

Grondwerklijn kruin

X

X

p

Verwijderen paddenscherm

-1.65

p

B.O.B. in meter t.o.v. N.A.P.

i

p

,3 A

Q

O

‘o 82 -

32x fietsniet

12.00 14.00

i

-1,15

BE

30x304

0ÏG

1

z %

KF

■ EG

Aanbrengen betonstraatstenen, keiformaat keperverband kleur betongrijs

KF{

H

Aanbrengen betonstraatstenen, keiformaat keperverband kleur heidepaars

KF‘

GA

Aanbrengen betonstraatstenen, keiformaat keperverband kleur antraciet

Aanleghoogte sportveld

p

X

P

, o /‘ R P

I

X

I

208,3 m2

R

I

6 C,)

I

8

I

/ >9 {9-

_L

Ehe

1.50

Aanbrengen betontegels 300 x 300 x 45 mm kleur grijs

Aanleghoogte verharding

p

I

[S)

Aanbrengen persleiding

P---------- D

X

X

'I

Bruto

Aanbrengen pompput toiletwater

X

J

I

152

7

l

I

Aanbrengen velddrainage met doorspuitput

Aanbrengen doorspuitput

1

i

=1.1

1

I

6

IE

I

c

-1

3 00

L

EEG

q%

i

X /

Aanbrengen wortelscherm

I

LL

I 3.03

I I I I I 1 I I I I I 1 ! I L I

X4‘

LU

----- 4• 8.00

%

c

EE

L

r

4.00

6 30x30-#

BE

I

1

Scrumveldje

i

BE

B e a ch v o 11 e y b a l v e l de n C-status

3 01

Ta o

Aanbrengen betonput riool

?

X

A

/

I.

Materiaalgrens

X

X

//

BH/

__ I

I

— i ■

I

r

71

I

4 7.02

+

+

I

L

KF&

Blinde drain

Hekwerk 2.40 m in de boarding

-1.

Aanbrengen pompput persriool

<2

R

li

Ré,

KFS

=121 —TF

2

X

/ 1/

J

/

I

-1.

/

/

T

I

I

p — -f- —

Out

Blinde drain

I

I

T

-1,21

I

P—-

BE

l-1-2.1. I

p

CD

BEI

./ / I

X

JI /)

/

4

Aanbrengen sturingskast persriool

X

+

I

I

/

R

R

N

I

(

CD CD

p

V 1

28.00

I

I

?

X

I

I

Aanbrengen trottoirband 130-150 x 400 mm kleur zwart

kast

8

X

+

T I I

Monkey Town

X

X

\

)

P ---------- F

+

+

$

\

I

Aanbrengen trottoirband 130-150 x 250 mm kleur zwart

%

1

I I

X

5

\\

1

P -------- -I------------P ---------- I

X

34.00

N

I

Aanbrengen opsluitband 150 x 250 mm zwart

Aanbrengen betonplaat 2.00 x 2.00 m

I

\

I

Aanbrengen betonplaat 2.00 x 1.00 m

5

2850.

I

Aanbrengen opsluitband 100 x 200 mm grijs

X

I

9 1I

[

5

I

$

Aanbrengen betonplaat 1.20 x 0.80 m

X

I

!

I

I

Betonplaat 2.00 x 2.00 m en 2.00 x 1.00 m

I

]

ï

I 1

6.00

-

I

I

L i

I I

1

X

© CD

5

'i

I

I + I

Containerplaats

+

I

I 4.00

I

J

Q

X

$

t

II

I

1------- p — + — p — + — p — + — p — + — p — + — p

-8/ 2/

\

p

30x3047

I

+

v -

I

x

ZE

—=1.15 \

<2

1

I

I

<2

X

-1.15

V

\

Herplaatsen fietsenstalling

I

P—

I—

x

5

ft

©

□

i

*

X

K

\-0.90

n

I

I

i

A

r

j

R

X

4.

I I + I

X

Q

Q

F I

O

(•J

500

2.25

+

I1

CD

e C

Muziekvereniging Sint Ceacilia

R

Q

Aansluiten op bestaand

I

eLE50

I I I + I I + I |

X

x

Q

+

.L

i

Plaatsen rugbydoel

p

I

\ --

A

A

i

27/

1.80

L

<2

X

I

i

I I +

I

I

3

x

Q

NG&<s

I

II

I

2

. I

I

Q

I

I I

122.00

CD

3335

I

II

LLLX

I s

E0.66\

—

I

I

I

-1.14

I

I

/,

-1.25

X 1 •

• I

(•)

<2

x

®-60

EhEG

I

I

I

Rugbyveld

g- 1—

I

:

A o

D

I

$ 1

T

o

\-2.56

1

I

li

I

GB .'=195; 30x3 I I

Q

7

7 N-1.10 27 $

16

m

n

I

I

•1

x

R

(•)

* I

~Go , S 37 0

p------- +

1

I

SH

KF

<2

1

'-------- T । I

r

<2

x

E056

I

□ s

-2.56

(Ox30-EHEFEbE

I

)

19.00.

0160

J

x

x

-i'

[

E

W

\o

\

<2

i

4

ego

I

9 &

7.00

*7

7

Az,o o

I 7.00

ë

Ns

-1.15

9/

1 s

x

X

(

(

-115

Aansluiten op bestaand

<2

<2

Bx P-vak

2.60

m

I 2=118 1 A-1.15 2=1.18

I’

n.

P -------

e

(\D

_L- *-

H

o el N \-2.64

Y/

(

n

I

\

\

/

-

‘I

)

N

(\ \

y -533

I

1

$ =1,15iN

9

F

i

KF

E105] kpst ET[E Lel J

,ö

ra o

I

n$> 8

I

S Op

I

yn

I

5

\ \1

A

i

—16 p-----------

I

(

[0.95

$

I

I

x

5

(•)

$ N\

1-0,951

v))

2.50

-1,15V

9

ƒ

p—>

I

p---------

4

Aansluiten

*

I I

£

BG

op bestaany

I

I

s$ 95

6

E0800

E0800

E0800

E080o

Re,

$

। i I

6

x

(

x

SBG

60800(7)8 v__$K\) 20800 " • Me =1.15 9\-1,15]W 20800 %) * ~L-N<\ W m

-__ 125)__ _____

<2

I.

0800

14.03

I

; 0

I *

KFX

Groene Zoom

Groene Zoom

-1.00

4

x

X

• J

•

-b

Aanbrengen grasbetonstenen

X,1

Aanbrengen houtsnippers

S

Opmerkingen: Ondergrond uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) via PDOK, d.d. 16-11-2022 Klic melding, d.d. 06-12-2022

Maten in meters, tenzij anders aangegeven Hoogtematen in meters t.o.v. NAP

X

<2 x

Versie

Datum

Getekend

Gecontroleerd

Omschrijving

Goedgekeurd

5 4

P

R

+

I +

3.0

X

R R

X

+

X

Nieuwe situatie

BASBegeleiding en Advies

Project:

X

Speelterreinen

Delftsestraatweg 51 2645 CA Delfgauw tel. (015) 2852211 info@bas-sport.nl www.bas-sport.nl

Sportpark Westvliet

R p

X

+

Diverse wijzigingen verwerkt

18-04-2023

Gemeente Leidschendam-Voorburg

p

p

03-05-2023

1.0

Opdrachtgever:

X

+

2.0

X

?

Onderwerp:

Projectleider

Aanleg rugbyveld sportpark Westvliet

Status

: Definitief

Onderdeel:

Formaat

: AO verl. (841 x 1470 mm)

Nieuwe situatie

Schaal

: 1 : 200

Behoort bij:

Tekeningnummer:

Versie:

Definitief ontwerp

21-282-LV-DO-NS

2.0

p

+ X

+

p

p X

+

X

R

o

v

-Z:\B.A.S\LV\21-258+282+23-220-LV Rugbyveld sp. Westvliet\B. Voorbereiding\7. Tekeningen\Definitief\21-282-LV-DO.dwg

getekend conform :

I2n[e—

4mtr. kabeloverleng e vanaf kabelsleu

4, * kabetsleuf diepte

V_ £

ka

V Paalpuntniveau t.o.v. N A P. -5mtr

in

kabelinvoergat

J

+0

o

mast

stalen mantelbuis 0356

o

Bestemd voor: Class: Wijz 1: Schaal: Wijz 2: Datum: T Wijz 3: Getekend.J. Wijz 4: Formaat:A3 Dra hharim n ma «Mn wpn M dpadin rn si tbdrtlT kt. mn wgmn « zde m teatam-, iesan esporsun estes meegetremrtsOmtmetgiieenianwHel}-r wdp

Strago4 lectro

— Omschrijving: Fundatietekening voor lichtmast 15mtr Tek. no:

telefoon 0183 632 955

Order no:

A inyfü 1ngfulcrimtrthhlmh b.v. fax 0183 635 510

c/p 101,5

step i

1/ 0y

L

1

gusset support.

1 th 3.00 mm

2x4 welded nut M10

View F

anti leurance

w DETAIL A

20 1

/

J

overlapping

c/p 147,7

L

C/p 159,7 . ,

E

I

step supports

'

1

SeLurity cable

3

DETAIL B

I

th 4.00 mm

I

gusset support,

B ~Oy

,137. .. T

locking device with triangular head screw ,

\D

r

o'

reinforced door 20x8

SEETION E-E

g —E

CO

L

L

:a

S

0

13

I

0

IIII

,139

t

o

o

1

0A

g

öi

i

%8 R

2 slots 150x50

58

rail 40x20

1 u

DJ c/p 260 INTERDICTION DE REPRODUIRE OU DE COMMUNIQUER CE DOCUMENT SANS NOTRE AUTORISATTON

13/02/2015

FERRARIN!

DATES

VISAS

ma accès a 3m DESIGNATION

------- AL-BABTAINFRANCESAS------52 AV MARECHAL LECLERC CS 60010 10121 ST ANDRE LES VERGERS CEDEX TEL: 33(0)325713 200 FAX: 33(0)325713 290

S.PEIN :

MAT. :

PN

:289.02 kg

SCHELLE :

PG

: 300 kg

OBS. :

FERRARINI

[

CONTROLE

IND.

N°CODE :

GE-NL14M6 3P.RENF. SE PETITJEAN

/ N°MODIF

7100612423 Steel GE NL

۩ A4

N°PLAN :

7100612423 •

■

I

I

■

1a

J

E

1 4 7

7

f' =UN

J

J

J ■

J

II

. ¥

F. ,1” 1

4 13

1

1

f

i

FfHE

1

F

)

I

p U 11

E“MiiN

1

m

IE

ii:

T

1

IF

"U ■

■

i

I

fr

m"

—1

' I

I

-

1 1 1

-—i

L. 1"

1 X

1

È-— l E-:

h

I

2. 1

T

■

n mn

■

!i

L

—

-,hd 41- ii I"5

Ö,

,,

Ii r

I

■i

*

MU

:

|

-

I 1 # 1

r

I

J.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15716414/1