RIS322500 Bijlage Eindrapport effect- en procesevaluatie Trias Pedagogica
Tekst van het document
Samenwerking tussen Trias en gemeenten •
Wat werkt goed: Alle betrokkenen ervaren de samenwerking als positief en Trias wordt geprezen om hun aanpak en vermogen om gevoelige thema’s bespreekbaar te maken onder doelgroepen die moeilijk toegankelijk zijn voor de gemeente.
•
Wat werkt minder goed: De gemeente heeft niet altijd zicht op de planning, het verloop en de inzichten van de opvoeddebatseries.
3. Hoe beoordelen de deelnemers de inhoud en uitvoering van de interventie? De deelnemers beoordeelden de opvoeddebatten zeer positief. De gemiddelde algemene beoordeling was een 8,6, terwijl de inhoud met een 8,8 en de uitvoering door Trias met een 8,9 werd beoordeeld. De deelnemers waardeerden de onderlinge uitwisseling, het vertrouwen, de open sfeer, en de leerzame inzichten. De belangrijkste verbeterpunten richtten zich op toegankelijker taalgebruik voor gemengde groepen, beter naar elkaar luisteren tijdens de groepsdiscussies en langere bijeenkomsten. Meerdere deelnemers zien graag dat er een uitbreiding komt met verdiepende en aanvullende sessies, waarbij bijvoorbeeld meer aandacht wordt besteed aan online veiligheid, telefoongebruik, privacy en sociale media.
40
5. Conclusie
4. Komen de doelstellingen en verwachtingen van de betrokken gemeenten en Trias overeen? De doelstellingen en verwachtingen van de gemeenten en Trias komen in grote lijnen overeen, met als gedeelde visie het versterken van de weerbaarheid van jongeren door ouders te ondersteunen via opvoeddebatten. Echter, bij aanvang van de evaluatie ontbrak een overkoepelende Theory of Change en waren er veel verschillende doelstellingen in omloop, waarvan niet altijd duidelijk was welke prioriteit moesten krijgen en die soms net anders geformuleerd waren. Tijdens de afstemming en prioritering van de doelstellingen kwamen enkele inhoudelijke verschillen naar voren, zoals de focus van de gemeente op negatieve polarisatie en kritisch omgaan met informatie, terwijl dit niet benoemd werd in de doelstellingen van Trias. Ondanks deze schriftelijke verschillen zaten de partijen in de praktijk op één lijn en konden enkele aanpassingen doorgevoerd worden om tot de definitieve lijst met doelstellingen te komen. Trias is tijdens de evaluatie begonnen met het herzien van de doelstellingen. Dit is een positieve ontwikkeling, aangezien het regelmatig bijstellen en verduidelijken van doelstellingen bijdraagt aan een effectievere en beter meetbare aanpak. Het opstellen van een Theory of Change en een beperkter aantal SMART-doelstellingen met indicatoren zou het project verder verbeteren.
Het is daarbij aan te raden om algemene doelstellingen te hanteren voor de basisen verdiepingsdebatten, maar ook specifieke leerdoelen voor vaders en moeders. Vervolgens zou het nuttig zijn om deze geactualiseerde doelstellingen met de gemeenten te bespreken. Dit geeft de gemeenten de mogelijkheid om hun eigen beleidsdoelen naast die van Trias te leggen, te beoordelen in hoeverre deze overeenkomen en gezamenlijk afgestemde doelstellingen vast te stellen.
5.2 Effectevaluatie 1. Wat heeft de interventie opgeleverd bij de deelnemers en in hoeverre komt dat overeen met de doelstellingen? De evaluatie toont aan dat de opvoeddebatseries positief bijdragen aan de onderstaande vier overkoepelende resultaten: 1. De opvoeddebatten bieden ouders waardevolle kennis en inzichten over opvoeding, waaronder het belang van afstemming tussen ouders, opvoeden tussen twee culturen en de rol van de vader. Er is speciale aandacht voor preventie van radicalisering, ontsporing en vervreemding. 2. Ouders leren praktische vaardigheden die direct toepasbaar zijn in hun dagelijks leven, met name op het gebied van communicatie en de omgang met kinderen. 3. De sessies stimuleren bewustwording en zelfontwikkeling, waardoor ouders meer aandacht besteden aan de opvoeding, zich bewuster zijn van hun voorbeeldfunctie en zich verantwoordelijker voelen om de band met hun kinderen te versterken. 4. De opvoeddebatten brengen sociale verbinding en uitwisseling, waarbij deelnemers aangeven steun en saamhorigheid te ervaren door het delen van ervaringen en tips. Hierdoor versterken de sessies niet alleen opvoedkundige kennis, bewustzijn en vaardigheden, maar ook het sociale netwerk van de deelnemers. Onder deze overkoepelende resultaten kunnen de vooraf opgestelde, specifiekere doelstellingen geplaatst worden.
Dit wordt verder toegelicht in het antwoord op onderzoeksvraag twee.
41
5. Conclusie
2. Zijn de vooraf opgestelde doelstellingen behaald en wat waren hierin de werkzame elementen? Doel 1 is volledig behaald en doel 2-7 zijn grotendeels behaald, zie verdere toelichting per doelstelling hieronder. •
Doel 1: Er is een vertrouwensband en een sociaal netwerk ontstaan waarop de ouders kunnen terugvallen.
Er is een sterke vertrouwensband ontstaan binnen de groepen, die ouders een sociaal netwerk biedt of het bestaande netwerk versterkt, en waar ze op kunnen terugvallen. De opvoeddebatten hebben daarmee een basis gelegd voor blijvende steun en verbinding onder de deelnemers rondom thema’s die te maken hebben met opvoeding evenals gevoeligere onderwerpen zoals ontsporing en vervreemding. •
Doel 2: Er is draagvlak voor het thema ontsporing en vervreemding gecreëerd binnen gezinnen en hun omgeving.
De opvoeddebatten hebben ouders bewuster gemaakt van deze thema’s en nieuwe inzichten geboden. Hoewel ontsporing en vervreemding niet de meest besproken onderwerpen lijken te zijn in gesprekken buiten de sessies om, sluit dit aan bij de preventieve en weerbaarheidsgerichte insteek van het project. Ouders hebben mogelijk nog geen directe aanleiding om deze thema’s actief op te pakken. Belangrijker is dat de opvoeddebatten erin geslaagd zijn om thema’s gerelateerd aan opvoeding en communicatie met kinderen bespreekbaar te maken binnen gezinnen en bredere sociale netwerken. Hiermee is een solide basis gelegd voor verdere gesprekken, ook over ontsporing en vervreemding. •
Doel 3: Ouders zijn zich bewust van de rol van vaders in de opvoeding.
De meeste vaders gaven aan hun rol in de opvoeding als groot of zeer groot te zien aan het eind van de opvoeddebatten. De opvoeddebatten hebben ouders mogelijk ook bewuster gemaakt van het effect van hun gedrag op hun kinderen. De geïnterviewde vaders gaven aan al bewust te zijn van hun rol, maar dat andere vaders zich wel bewuster van hun rol leken te worden. De geïnterviewde moeders rapporteerden bewuster te zijn van de belangrijke rol van vaders. Hier was sprake van een indirect effect: vaders die niet deelnamen, werden via hun partners alsnog betrokken bij de inhoud en bewuster van hun rol. Dit leidde in sommige gezinnen tot betere communicatie en meer gedeelde verantwoordelijkheid. Deze resultaten wijzen erop dat de opvoeddebatten effectief hebben bijgedragen aan een groter bewustzijn van de rol van vaders. •
Doel 4: Ouders zijn in staat om beschermende factoren en risicofactoren van radicalisering en extremisme te benoemen.
Na afloop konden de meeste deelnemers de juiste beschermende factoren (88%) en risicofactoren (81%) herkennen. Hoewel het inzicht over beschermende factoren iets sterker was, bleek uit de observaties en interviews dat ouders waardevolle kennis hebben opgedaan over beide factoren en geleerd hebben hoe ze deze kunnen beïnvloeden. •
42
Doel 5: Ouders weten hoe zij in gesprek kunnen gaan met hun kinderen over gevoelige onderwerpen zoals zorgen over aanslagen en oorlogen, wereldbeeld, identiteit en discriminatie.
5. Conclusie
Ouders zijn zich over het algemeen zekerder gaan voelen over hun communicatievaardigheden en de meeste deelnemers ervaarden het als haalbaar om gesprekken met hun kinderen over gevoelige thema’s te voeren. Hoewel de interventie een sterk korte termijneffect had, blijkt uit de nameting dat dit effect niet volledig duurzaam is. Vooral ouders met minder ervaring op dit vlak kunnen baat hebben bij aanvullende ondersteuning of herhaalsessies om hun vertrouwen op lange termijn te behouden. Dit kan helpen om de impact van de interventie verder te versterken en te verduurzamen. •
Doel 6: Ouders zijn in staat om hun kinderen beter te begeleiden en te stimuleren zodat zij de aansluiting met school, werk, gezin en de samenleving niet verliezen en zich verder kunnen ontwikkelen naar zelfredzaamheid.
Na afloop geeft 90% van de ouders aan actief betrokken te zijn bij de school, het werk en de sociale omgeving van hun kinderen. Uit de data blijkt dat vooral vaders meer betrokken zijn geraakt bij school en de sociale omgeving van hun kinderen. Desondanks is er ook een kleine minderheid vaders die relatief weinig betrokken bleef bij de opvoeding, maar dit kan ook komen doordat ze al volwassen kinderen hebben. Daarnaast werden anekdotes gedeeld die erop wijzen dat deze ouders zelfredzaamheid stimuleren bij hun kinderen. De resultaten wijzen kortom op een duidelijke positieve trend richting meer betrokkenheid van ouders, met name vaders, en ondersteuning van kinderen in hun ontwikkeling. •
Doel 7: Ouders weten hoe ze signalen van ontsporing en vervreemding kunnen herkennen.
Ouders hebben nieuwe kennis opgedaan over het herkennen en melden van signalen van ontsporing en vervreemding, en de bewustwording en alertheid lijken toegenomen te zijn. Hoewel deelnemers beter in staat lijken signalen te herkennen, blijkt uit de vergelijkende analyse dat het effect van de opvoeddebatten na verloop van tijd kan afnemen. Aanvullende ondersteuning kan daarom waardevol zijn om deze positieve ontwikkelingen te verankeren. •
Werkzame elementen
De resultaten hebben bewezen dat de werkzame elementen, zoals beschreven in de methodiek van Trias, hebben bijgedragen aan het behalen van bovenstaande doelstellingen. Hieronder is te zien welke elementen het vaakst benoemd werden door deelnemers en dus het grootste effect hadden. Er zijn ook drie aanvullende werkzame elementen naar voren gekomen in de interviews. De eerste is de inzet, betrokkenheid en interesse van de deelnemers zelf. De tweede is de aanwezigheid van een sleutelfiguur die een brugfunctie kan vervullen tussen de deelnemers en de trainer. De laatste is het kleine budget dat groepen zelf konden inzetten voor gezamenlijke maaltijden.
43
5. Conclusie
3. In hoeverre brengen de deelnemers de opgedane kennis en vaardigheden in de praktijk en/of zijn ze van plan om dat in de toekomst te doen? Ongeveer 80% van de deelnemers gaf aan praktische tips te hebben ontvangen die direct toepasbaar waren in hun dagelijks leven, terwijl bijna 90% aangaf deze kennis en vaardigheden in de toekomst te willen (blijven) gebruiken. Betere communicatie en meer praten met kinderen was de meest veelvoorkomende gedragsverandering. Daarnaast gaven ouders aan meer betrokken te zijn, opvoedvraagstukken te bespreken met hun partner of anderen, en bewuster te zijn van hun eigen gedrag. Ten slotte waren er ook concrete tips toegepast wat betreft complimenten geven aan kinderen, geduldiger zijn, beter omgaan met stressvolle situaties en mediagebruik. Er was een interessant verschil tussen vaders en moeders zichtbaar. Vaders leerden minder in discussie te gaan en flexibeler om te gaan met hun kinderen, terwijl moeders vaker tijd namen voor zichzelf en hun partner, wat de gezinsdynamiek verbeterde. Concrete huiswerkopdrachten, zoals “schrijf een kaart aan je kind” of “ga iets leuks doen met je partner”, waren effectief in het stimuleren van gedragsverandering. Het afstemmen van huiswerkopdrachten op specifieke doelgroepen en het inbouwen van incheckmomenten blijken hierbij cruciale werkzame elementen.
Op basis van de effectevaluatie kan worden geconcludeerd dat de opvoeddebatten een effectief middel zijn om ouders met een migratieachtergrond te bereiken en te equiperen met kennis en vaardigheden, waarmee zij voedingsbodems bij (hun) kinderen kunnen verminderen en signalen van ontsporing, vervreemding en radicalisering vroegtijdig kunnen herkennen. De planevaluatie stelt dat het versterken van weerbaarheid en opvoedingsvaardigheden van ouders – en vaders in het bijzonder – bijdraagt aan de weerbaarheid van hun kinderen tegen onder andere radicalisering. Daarnaast concludeert de planevaluatie dat de aanpak van Trias tot de koplopers behoort binnen Europa, en mogelijk wereldwijd, op het gebied van radicaliseringspreventie.14 Deze effectevaluatie bevestigt die bevinding door aan te tonen dat de opvoeddebatten effectief zijn en gewaardeerd worden door deelnemers.
14 Van Stapele, en Bwalya, Plan Evaluatie.
44
6. Aanbevelingen
6. Aanbevelingen Op basis van de data en conclusies van de effect- en procesevaluatie kunnen de volgende aanbevelingen gedeeld worden met Trias en de gemeenten.
Aanbeveling 1: Waarborg vertrouwelijkheid en veilige groepsdynamiek Een veilige groepsomgeving is essentieel voor het delen van persoonlijke ervaringen en het vergroten van onderlinge steun. Vertrouwelijkheid bevordert openheid en betrokkenheid bij preventieve opvoedprogramma’s. Praktische implementatie Trias: •
Maak aan het begin van de sessies duidelijke afspraken over vertrouwelijkheid en check hoe ver de vertrouwensband reikt; alleen deelnemers die vanaf het begin aanwezig waren of iedereen binnen de gemeenschap.
Aanbeveling 2: Overweeg geslachtsspecifieke groepen Geslachtsspecifieke interventies kunnen de effectiviteit van opvoedprogramma’s vergroten. Mannen en vrouwen ervaren deels andere opvoedkundige uitdagingen en kunnen verschillend reageren op groepsdynamiek. Daarnaast is bekend dat een gender-sensitieve aanpak de participatie en het vertrouwen vergroot, vooral in culturen waar gescheiden educatieve settings gangbaar zijn. Praktische implementatie Trias: •
Neem het geslacht van de trainer mee in de beslissing welke trainer voor welke groep komt te staan. Als een mannelijke en vrouwelijk trainer beide de benodigde taalvaardigheid en culturele sensitiviteit hebben, dan zou het goed zijn om de voorkeur te laten gaan naar vrouwelijke trainers voor moedergroepen. Dit kan helpen om de aansluiting bij de doelgroep zoveel mogelijk te bevorderen en een vertrouwensband te creëren.
Aanbeveling 3: Stimuleer sociale cohesie en groepsbinding Sociale cohesie binnen groepen vergroot de betrokkenheid en effectiviteit van interventies. Gezamenlijke activiteiten, zoals gedeelde maaltijden, versterken de onderlinge band en verhogen de participatie. Praktische implementatie Trias: • •
Stimuleer de groepen om het kleine budget te gebruiken voor gezamenlijke maaltijden, om zo de sociale cohesie en betrokkenheid te verhogen. Gezien de brugfunctie en positieve invloed van de sleutelfiguur, is het aan te raden deze persoon zo vaak mogelijk, maar zeker in het begin, aan te laten sluiten.
Aanbeveling 4: Taal en toegankelijkheid Taalbarrières vormen een aanzienlijke belemmering voor effectieve participatie in interventies en opvoedprogramma’s. Het gebruik van de moedertaal tijdens trainingen kan de betrokkenheid
45
6. Aanbevelingen
en het begrip verhogen. Daarnaast leidt meertalige ondersteuning tot betere resultaten bij migranten en nieuwkomers. Praktische implementatie Trias: • • • •
Check bij gemengde groepen van tevoren of iedereen, inclusief de trainer, dezelfde taal spreekt. Zo niet, zet dan direct in op goede vertaling en tolken, zodat hier tijdens de sessie geen onduidelijkheid over bestaat en iedereen volwaardig deel kan nemen. Stel per sessie één thema centraal en plan genoeg tijd in voor groepen waar vertaling nodig is, om te zorgen dat er voldoende verdieping en discussie mogelijk is. Zet meer visuele en interactieve werkvormen in, zoals pictogrammen en afbeeldingen in de slides, kleine groepsgesprekken tussen deelnemers die dezelfde taal spreken, en vermijd jargon en abstracte begrippen waar mogelijk of leg uit met metaforen en voorbeelden. Behoud de mogelijkheid om deels in de moedertaal te spreken als de sessies in het Nederlands plaatsvinden. Dit helpt bij het delen van persoonlijke ervaringen en het begrijpen van complexe onderwerpen.
Aanbeveling 5: Veranker kennis over ontsporing en vervreemding Preventie van radicalisering is effectiever wanneer ouders kennis hebben van signalen en gesprekstechnieken om moeilijke onderwerpen bespreekbaar te maken. Ouders hebben een sleutelrol in het herkennen en beïnvloeden van risicogedrag. Daarnaast is mediageletterdheid essentieel om jongeren te helpen omgaan met extremistische online content. Praktische implementatie Trias: • • •
Geef extra aandacht aan risicofactoren die door deelnemers minder goed werden herkend, zoals het belang van praten over negatieve gevoelens. Laat ouders oefenen met gespreksstrategieën om gevoelige onderwerpen als radicalisering en vervreemding bespreekbaar te maken binnen het gezin. Blijf aandacht besteden aan het gebruik van sociale media en telefoons en biedt hier eventueel vervolgsessies op, aangezien dit thema binnen het verdiepingsdebat het meest aansloot bij de zorgen van ouders.
Aanbeveling 6: Zet in op passende huiswerkopdrachten en praktische toepassing Huiswerkopdrachten versterken gedragsverandering en vergroten de impact van een interventie, vooral wanneer deze aansluiten bij de leefwereld van deelnemers. Praktische implementatie Trias: • • •
46
Inventariseer welke huiswerkopdrachten trainers gebruiken en welke goed werken, wanneer, en voor wie. Maak een overzicht van concrete huiswerkopdrachten, zodat trainers opdrachten kunnen kiezen die aansluiten bij de behoeften van hun groep. Zorg voor gender-sensitieve opdrachten, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke uitdagingen en rol van (alleenstaande) moeders en vaders. Zet de terugkoppeling over huiswerkopdrachten aan het begin van de volgende sessie voort, waarbij deelnemers hun ervaringen kunnen delen wat wel en niet heeft gewerkt.
6. Aanbevelingen
Aanbeveling 7: Versterk het effect op lange termijn Langdurige ondersteuning en follow-up sessies versterken het kennisbehoud en de duurzaamheid van gedragsveranderingen bij deelnemers. Praktische implementatie Trias: • •
Bied aanvullende ondersteuning of herhaalsessies, vooral voor ouders met minder ervaring in opvoedkundige thema’s. Dit kan helpen om het effect van de interventie duurzamer te maken. Stimuleer follow-upmomenten waarin ouders opnieuw samenkomen om ervaringen te delen en te reflecteren op hun toepassing van de opgedane kennis en vaardigheden.
Rol gemeente: •
Ondersteun Trias om flexibiliteit in trajectduur behouden, zodat aanvullende sessies toegevoegd kunnen worden indien deelnemers hier behoefte aan hebben, door hier ruimte voor te bewaren in planningen en budgetten.
Aanbeveling 8: Werving en groepssamenstelling optimaliseren Het samenstellen van groepen op basis van sociale voorkeuren en gedeelde achtergronden is belangrijk voor de effectiviteit van het project. Groepscohesie en sociaal kapitaal dragen bij aan succesvolle gedragsverandering en sociale steun. Ouders met vergelijkbare ervaringen hebben over het algemeen een hogere mate van betrokkenheid en kennisoverdracht. Praktische implementatie Trias: • •
• •
In Zoetermeer kan Trias gebruik maken van het netwerk van de moedergroepen om relevante ingangen bij andere (vader)netwerken in Zoetermeer te krijgen. Zet in op een aangepaste wervingsstrategie voor gemengde groepen en/of ouders zonder migratieachtergrond. In Zoetermeer bleek dat gemengde groepen, waar ook ouders zonder migratieachtergrond aan meededen, effectief tot stand konden komen op scholen. Mogelijk dat dit een goed voorbeeld is om gemengde groepen verder uit te breiden en meer ouders zonder migratieachtergrond te bereiken. In Den Haag, waar veel interesse is, kan worden overwogen om ouders te vragen naar hun voorkeur: willen ze deelnemen met hun bestaande netwerk of juist met een gemengde groep? Maak bewuste keuzes over de communicatie vooraf en mate van openheid over de doelen van het verdiepingsdebat, zodat de deelnemers voldoende geïnformeerd zijn.
Aanbeveling 9: Bevorder continuïteit deelname In groepen waar een sterke binding ontwikkeld werd en deelnemers zeer gecommitteerd waren aan het traject, werd een extra sterk effect van de debatten waargenomen. Het is daarom belangrijk om bij ieder traject langdurige betrokkenheid zoveel mogelijk te stimuleren. Praktische implementatie Trias: •
Plan de sessies strategisch in, overleg mogelijke data met de deelnemers en informeer hen tijdig over definitieve data om de opkomst te bevorderen.
47
6. Aanbevelingen
•
•
Stimuleer actieve betrokkenheid, onder andere door huiswerkopdrachten of andere teasers in te zetten die hen motiveren om terug te komen, en een sterk groepsgevoel en vertrouwensband te faciliteren. Het is ook essentieel dat iedere deelnemer zich als individu gezien en gewaardeerd voelt, en af- of aanwezigheid opgemerkt wordt. Blijf de voordelen van langdurige deelname benadrukken, ook voor degenen die denken de inhoud al te kennen, en duidelijk te maken hoe de sessies inhoudelijk op elkaar voortbouwen zodat zij gemotiveerd blijven om het traject af te ronden.
Aanbeveling 10: Zet in op trainer ontwikkeling Het is aan te bevelen om in te zetten op continue professionele ontwikkeling van trainers en regelmatige intervisie, omdat dit de effectiviteit van projecten vergroot. Praktische implementatie Trias: • •
Maak de trainers bewust van de evaluatiebevindingen uit dit rapport, zodat hiervan geleerd kan worden en bij kan dragen aan hun motivatie. Blijf regelmatige intervisiebijeenkomsten voor trainers organiseren om onderling ervaringen te delen en te leren van verschillende benaderingen. Maak hierbij ook ruimte om maatschappelijke en politieke uitdagingen te bespreken die spelen onder verschillende doelgroepen, en die impact hebben op de opvoeddebatten en de trainers.
Aanbeveling 11: Organiseer structurele betrokkenheid van professionals Het zou waardevol zijn als structureel een lokale professional van de gemeente, de politie of een hulpverleningsinstantie aan kan sluiten bij één debat per serie, om aanvullende informatie te delen en de drempel naar gemeentelijke instanties te verlagen. Praktische implementatie Trias: • • •
Onderzoek samen met betrokken gemeenteambtenaren hoe en op wat voor manier Trias structurele betrokkenheid van lokale professionals kan bevorderen. Zorg voor goed verwachtingsmanagement, en voorkom dat deelnemers onbedoeld teleurgesteld raken door terughoudend te zijn met communicatie over mogelijke gasten tot hun deelname definitief is bevestigd. Overweeg samen met betrokken gemeenteambtenaren of het wenselijk is als één van de sessies bij een gemeentelijke instantie plaatsvindt en peil of deelnemers het waardevol zouden.
Rol gemeente: •
Onderzoek hoe en op wat voor manier lokale professionals structureel betrokken kunnen worden bij de opvoeddebatten, en neem een proactieve rol in het stimuleren van betrokkenheid van professionals.
Aanbeveling 12: Doelstellingen beperken en meetbaar maken Het stellen van specifieke en meetbare doelen verhoogt de effectiviteit van interventies. De SMART-methodiek (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden) is hierbij een veelgebruikt kader. Het is aan te raden om een aantal hoofddoelen op te stellen (zoals vergroten
48
6. Aanbevelingen
van kennis, vertrouwensband creëren, etc.) en daaronder subdoelen te hangen. Daarbij is het van belang om niet te veel doelen te hebben. Praktische implementatie Trias: • • • • •
Formuleer SMART-doelstellingen voor het basisdebat, de verdiepingsdebatten en specifiek voor vaders en moeders. Beperk het aantal tot 5-8 hoofddoelen, werk eventueel met 1-3 subdoelen per hoofddoel. Operationaliseer de doelen met indicatoren om aan te tonen hoe ze gemeten worden en wanneer de doelen behaald zijn. Maak waar nuttig gebruik van tools zoals een Theory of Change of results monitoring framework om de doelstellingen inzichtelijk te maken en te operationaliseren. Bespreek de doelstellingen met opdrachtgevers, zodat deze goed aansluiten bij hun prioriteiten.
Rol gemeente: • • •
Leg doelstellingen van offertes kritisch langs de eigen beleidsdoelstellingen om te bepalen of dit voldoende overeenkomt en aansluit bij de prioriteiten. Als prioriteiten veranderen check dan of en waar projecten bijgestuurd moeten en kunnen worden, en stem eventueel projectdoelstellingen opnieuw af. Bepaal in samenwerking met de opdrachtnemer hoe en wanneer geconcludeerd kan worden dat doelstellingen behaald zijn (de indicatoren). Maak daarbij afspraken over hoe de terugkoppeling, monitoring en evaluatie vormgegeven moet worden.
Aanbeveling 13: Meer structurele terugkoppeling en toegankelijke, doorlopende evaluatie Om te weten in hoeverre doelstellingen behaald worden, is het essentieel om (laagdrempelige) monitoring en evaluatie te integreren in de methodiek van Trias. Dit helpt niet alleen bij het onderbouwen van de impact, maar maakt het ook mogelijk om tijdig bij te sturen en de effectiviteit van de opvoeddebatten te optimaliseren. Praktische implementatie Trias: • • •
Ontwikkel een laagdrempelige evaluatiemethodiek die structureel toegepast kan worden voor alle opvoeddebatseries. Aanbeveling is om dit te doen met een beknopte vragenlijst, met open en gesloten vragen, die de doelstellingen van het project meet. Maak de vragenlijst toegankelijk door te zorgen dat deze op papier in 5-10 minuten beantwoord kan worden tijdens de laatste sessie of de terugkomdag. Bied de vragenlijst aan in het Nederlands, Arabisch en eventueel andere talen. Neem de resultaten van de vragenlijst mee in het eindverslag voor de gemeente.
Rol gemeente: •
Ga in gesprek met Trias om gezamenlijk te bepalen welke vorm van terugkoppeling en evaluatie wenselijk en bruikbaar is voor beide partijen. Vervolgens kan worden onderzocht hoe dit structureel kan worden ingebed en of externe ondersteuning nodig is om dit op te zetten.
49
6. Aanbevelingen
• •
Organiseer (meer) periodieke check-in momenten als daar behoefte aan is en communiceer vooraf wat er op de agenda staat, bijvoorbeeld de voortgang of relevante inzichten die uit de opvoeddebatten naar voren zijn gekomen, zodat Trias het gesprek voor kan bereiden. Versterk de toegankelijkheid en benutting van Trias’ evaluatieverslagen door vast te leggen waar en hoe deze binnen de gemeente worden opgeslagen en gedeeld, zodat betrokkenen altijd toegang hebben tot de meest actuele informatie.
Aanbeveling 14: Werk strategisch samen aan doorontwikkeling Deze evaluatie toont aan dat er een goede basis is om de opvoeddebatten van Trias naar een hoger niveau te tillen. Om dat mogelijk te maken, zou aangeraden worden om een strategisch plan te maken waarin duidelijk wordt hoe het project kan uitbreiden, doorontwikkelen naar nieuwe doelgroepen en bestaande groepen meer verdieping kan bieden. Besteed daarbij ook aandacht aan de samenwerkingen die daarvoor nodig zijn en een financieel plan. Praktische implementatie Trias: • • • •
Ontwikkel een strategisch plan waarin doelstellingen voor uitbreiding, verdieping en differentiatie van de opvoeddebatten worden vastgesteld. Identificeer nieuwe doelgroepen zoals alleenstaande moeders, ouders zonder migratieachtergrond of ouders van kinderen met een beperking en werk differentiatie uit in methodiek en inhoud. Verken nieuwe inhoudelijke thema’s, zoals digitale opvoeding, sociale media en intergenerationele sessies waarbij jongeren actief deelnemen. Versterk de samenwerking met sleutelfiguren door hen structureel te consulteren over relevante thema’s en de behoeften van ouders.
Rol gemeente: • • •
50
Zorg in Zoetermeer ervoor dat Trias, idealiter vanaf de start, duidelijk wordt gepositioneerd binnen lopende initiatieven om samenwerking te versterken en verwarring te voorkomen. Investeer in Den Haag in sterkere koppeling met andere gemeentelijke afdelingen en netwerken. Ontwikkel een plan om Trias structureler te verbinden met andere gemeentelijke afdelingen en initiatieven, zodat de opvoeddebatten breder ingezet kunnen worden. Verken de mogelijkheden voor een financieel duurzaamheidsplan om de continuïteit van de opvoeddebatten te garanderen en maak hierbij eventueel gebruik van aanvullende financiering of subsidies (denk bijvoorbeeld aan het Oranjefonds).
De Auteurs
De Auteurs Aileen van Leeuwen Aileen van Leeuwen is sinds 2022 werkzaam als Monitoring & Evaluation (M&E) Specialist and Research Fellow bij ICCT, waar zij leiding geeft aan het M&E Centre of Excellence. Ze voert effect-, proces- en planevaluaties uit om de aanpak van radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme meetbaar en inzichtelijk te maken. In haar werk combineert Aileen haar thematische expertise op het gebied van terrorismebestrijding en preventie van radicalisering met jarenlange M&E-ervaring, opgedaan bij diverse nationale en internationale organisaties. Vóór haar functie bij ICCT werkte zij bij een organisatie die bemiddelde in gewapende conflicten en verrichte zij beleidsonderzoek en evaluaties voor Nederlandse professionals die zich bezighouden met (gewelddadig) extremisme, radicalisering, polarisatie en re-integratie.
Amy-Jane Gielen Amy-Jane Gielen is Associate Fellow bij ICCT en oprichter van Evidence Based Work (EBW). Als politicoloog promoveerde Amy-Jane aan het Amsterdam Institute for Social Science Research (AISSR) van de Universiteit van Amsterdam op de effectiviteit van antiradicaliseringsbeleid. Ze heeft meerdere boeken, boekhoofdstukken en artikelen in peer-reviewed tijdschriften over dit onderwerp gepubliceerd. In opdracht van de Nederlandse ministeries van Justitie en Veiligheid en Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft ze mede de Toolkit Evidence-Based Werken ter Preventie van Radicalisering ontwikkeld. Daarnaast is ze zeven jaar lang commissielid geweest bij de Commissie Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut. Heden ten dage adviseert Amy-Jane ministeries, gemeenten en onderzoeksinstituten over hoe zij effectief antiradicaliseringsbeleid kunnen ontwerpen en evalueren.
51
International Centre for Counter-Terrorism (ICCT) T: +31 (0)70 763 0050 E: m.e.centre@icct.nl https://icct.nl/Monitoring-and-Evaluation