RIS322500 Bijlage Eindrapport effect- en procesevaluatie Trias Pedagogica
Tekst van het document
Eindrapport Effect- en Procesevaluatie van Opvoeddebatten Geïmplementeerd door Trias Pedagogica Aileen van Leeuwen and Amy-Jane Gielen
i
Eindrapport Effect- en Procesevaluatie van Opvoeddebatten Geïmplementeerd door Trias Pedagogica Aileen van Leeuwen and Amy-Jane Gielen Opdrachtgever: Gemeenten Den Haag en Zoetermeer April 2025
ii
Over ICCT Het International Centre for Counter-Terrorism (ICCT) is een onafhankelijke denktank die beleidsgericht onderzoek uitvoert naar radicalisering, extremisme en terrorisme. Ons uitgangspunt is dat gewelddadig extremisme effectiefst kan worden bestreden wanneer mensenrechten en de democratische rechtsstaat gerespecteerd worden. ICCT adviseert overheden, internationale organisaties en het maatschappelijk middenveld op het gebied van terrorismebestrijding. Wij kijken verder dan de enkel repressieve maatregelen en zien kansen in preventie. Belangrijke onderzoeksthema’s zijn dan ook de reïntegratie en rehabilitatie van voormalige gewelddadige extremisten zoals bijvoorbeeld teruggekeerde uitreizigers, intensivering van samenwerking tussen overheid en maatschappelijk middenveld, en het versterken van de weerbaarheid van gemeenschappen tegen radicalisering. ICCT fungeert als belangrijke schakel binnen het internationale netwerk ter bestrijding van terrorisme. Wij brengen deskundigen, beleidsmakers, en eerstelijnsprofessionals uit verscheidene sectoren bijeen en faciliteren een productieve samenwerking om gezamenlijk de impact van gewelddadig extremisme te verkleinen.
Over M&E Centre of Excellence ICCT streeft ernaar om evidence-based werken en Monitoring en Evaluatie (M&E) structureel te verankeren in de aanpak van radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme. Om dit doel te bereiken heeft ICCT het M&E Centre of Excellence opgericht. Dit expertisecentrum versterkt de brug tussen kennis en praktijk via trainingen, onderzoek, externe evaluaties en strategisch advies. Het verbindt beleidsmakers, uitvoerders en financiers met als doel om een positieve evaluatiecultuur te bevorderen, transparantie en verantwoording te vergroten, en de impact van interventies inzichtelijk te maken én structureel te verbeteren.
iii
Inhoudsopgave
iv
Managementsamenvatting
v
1. Introductie
1
2. Methodologie
4
3. Procesevaluatie
8
4. Effectevaluatie
18
5. Conclusie
38
6. Aanbevelingen
45
De Auteurs
51
Managementsamenvatting
Managementsamenvatting In de gemeenten Den Haag en Zoetermeer zijn verschillende focusgebieden te onderscheiden in de preventie van negatieve polarisatie en radicalisering. Eén van deze focusgebieden zet in op het vergroten van maatschappelijke weerbaarheid. Hieronder vallen opvoedingsondersteunings-programma’s voor ouders, zodat zij inzichten en vaardigheden kunnen opdoen om hun kinderen weerbaarder te maken tegen onder andere radicalisering. De gemeenten Den Haag en Zoetermeer werken samen met de organisatie Trias Pedagogica (vanaf nu: Trias), die opvoeddebatten organiseert voor vaders en moeders met een migratieachtergrond. Hierbij wordt specifiek aandacht gegeven aan het betrekken van vaders, aangezien zij gemiddeld minder betrokken zijn bij de opvoeding dan moeders. Het programma bestaat uit een reeks van minstens zeven opvoeddebatten (vier basisdebatten en drie verdiepingsdebatten “Ontsporing en Vervreemding”) en een terugkomdag na vier tot zes weken. Na de planevaluatie van 2021, hebben de gemeenten Den Haag en Zoetermeer in 2024 aan het International Centre for Counter-Terrorism de opdracht gegeven om een onafhankelijke proces- en effectevaluatie uit te voeren. Deze evaluatie maakt gebruik van zowel kwalitatieve als kwantitatieve onderzoeksmethoden.
De data is verzameld onder betrokkenen (deelnemende ouders, werknemers en trainers van Trias en gemeenteambtenaren) in de periode van 1 september 2024 tot en met 8 januari 2025. Hieronder volgen de hoofdbevindingen per evaluatie.
Procesevaluatie De procesevaluatie laat zien dat Trias een effectieve wervingsstrategie heeft om diverse groepen ouders te bereiken in beide steden. Trias werkt intensief samen met sleutelfiguren, mensen die een centrale rol vervullen binnen buurthuizen, gebedshuizen, scholen, stichtingen of andere initiatieven, die toegang hebben tot bestaande netwerken waarvoor de opvoeddebatten relevant kunnen zijn. Deze sleutelfiguren peilen de interesse binnen de doelgroep en als er voldoende animo is dan organiseren zij de opvoeddebatten in samenwerking met Trias. De evaluatie identificeert vijf succes- en vijf faalfactoren (of uitdagingen) die van invloed zijn op de werving. Over het algemeen beoordelen de deelnemers de inhoud en uitvoering van de opvoeddebatten zeer positief. De betrokkenen van Trias en de gemeenten zijn ook positief over de implementatie. In de evaluatie worden enkele kernaspecten van de implementatie besproken, met daarbij wat goed en minder goed werkt. Een aantal goede punten is dat Trias maatwerk kan leveren om in te spelen op de specifieke behoefte van iedere groep, snel kan schakelen met de gemeente, en alle partijen goed met elkaar kunnen samenwerken. Daarnaast zijn de trainers zeer deskundig en wordt er gezorgd voor een goede aansluiting met de groep door te selecteren op taalvaardigheid, culturele achtergrond, ervaring en geslacht.
Een aandachtspunt is dat structurele terugkoppeling en evaluatie verbeterd kan worden. Aangezien Trias bezig is met een herziening van de doelstellingen, is het nuttig voor toekomstige evaluatie en terugkoppeling als de gemeenten en Trias allereerst in samenspraak bepalen welke (beperkte lijst met) kerndoelstellingen nagestreefd worden in 2025. Daarnaast kan Trias scherper zijn op de behoefte aan professionele vertaling en extra tijd bij gemengde groepen, als de trainer zelf niet kan schakelen tussen de diverse talen. Ten slotte bemoeilijkt de jaarlijkse onzekerheid over financiering de langetermijnplanning en uitbreiding van het project. Door deze punten mee te nemen, kan de implementatie en samenwerking verder worden versterkt, wat de impact en duurzaamheid van het project mogelijk vergroot.
v
Managementsamenvatting
Effectevaluatie Er werden zeven vooraf opgestelde doelen gemeten in de effectevaluatie. Het doel om een vertrouwensband en een sociaal netwerk te creëren waarop de deelnemende ouders kunnen terugvallen is volledig behaald. De algemene doelen rond ouderschap zijn grotendeels behaald. De opvoeddebatten hebben het bewustzijn over de rol van vaders in de opvoeding onder de meerderheid van de deelnemers vergroot en er was een positieve trend richting meer ouderbetrokkenheid, met name onder vaders. Ook de doelen van het verdiepingsdebat zijn grotendeels gerealiseerd. Het thema ontsporing en vervreemding werd bespreekbaar gemaakt binnen gezinnen en hun omgeving. Deelnemers leerden risico- en beschermende factoren van radicalisering herkennen en deden kennis op over het signaleren en melden van radicalisering. Ze vonden gesprekken over gevoelige onderwerpen met hun kinderen haalbaarder en voelden zich zekerder in hun communicatie. Deelnemers ervaren de opvoeddebatten als waardevol: ze bieden kennis en inzichten over opvoeding evenals ontsporing en vervreemding, versterken praktische vaardigheden, vergroten bewustwording en zelfontwikkeling, en creëren sociale verbinding en uitwisseling met andere ouders. De meeste deelnemers geven aan direct toepasbare tips gekregen te hebben en willen de opgedane kennis en vaardigheden blijven gebruiken.
Veelgenoemde gedragsveranderingen zijn betere communicatie met kinderen, meer ouderbetrokkenheid, bewuster opvoedgedrag en meer gesprekken over opvoedvraagstukken met de partner of anderen. Volgens de deelnemers zijn de drie belangrijkste werkzame elementen voor het grotendeels en volledig behalen van de doelstellingen de mogelijkheid om te leren van elkaar, de positieve en vertrouwde sfeer in de groep en het taalgebruik. Het afstemmen van huiswerkopdrachten op specifieke doelgroepen en het inbouwen van incheckmomenten bleken daarnaast cruciale werkzame elementen te zijn om gedragsverandering te bevorderen. De opvoeddebatten zijn een effectieve manier om ouders met een migratieachtergrond te bereiken en te equiperen met kennis en vaardigheden om voedingsbodems te verminderen en radicalisering vroegtijdig te kunnen signaleren. Volgens de planevaluatie draagt het versterken van weerbaarheid en opvoedingsvaardigheden van ouders – en vaders in het bijzonder – bij aan de weerbaarheid van kinderen tegen onder meer radicalisering. De planevaluatie concludeert bovendien dat de aanpak van Trias vooroploopt binnen Europa, en mogelijk wereldwijd, als het gaat om de preventie van radicalisering. Deze effectevaluatie ondersteunt die bevinding.
Aanbevelingen De evaluatie geeft diverse aanbevelingen voor Trias, met enkele suggesties voor de gemeenten. Meerdere aanbevelingen hebben betrekking op groepsdynamiek. Hierbij wordt onder andere voorgesteld om bij gelijke geschiktheid de voorkeur te laten gaan naar vrouwelijke trainers voor moedergroepen, te zorgen dat iedereen in zijn of haar moedertaal kan communiceren en deelnemers te stimuleren bij iedere sessie aanwezig te zijn. Een aantal andere aanbevelingen heeft betrekking op het verder bevorderen van gedragsverandering en lange termijn effecten. Bijvoorbeeld door een overzicht van effectieve, concrete huiswerkopdrachten te maken, en aanvullende ondersteuning of herhaalsessies te organiseren. Verder wordt voorgesteld om een strategisch plan te ontwikkelen voor uitbreiding, aanvullende verdiepende thema’s, doorontwikkeling van trainers en werving van nieuwe doelgroepen, zoals alleenstaande moeders en ouders zonder migratieachtergrond. Hierbij wordt de gemeenten geadviseerd om Trias structureler te verbinden met andere gemeentelijke afdelingen en initiatieven, zodat de opvoeddebatten breder ingezet kunnen worden. Ten slotte wordt aanbevolen om (laagdrempelige) monitoring en evaluatie te integreren in de methodiek van Trias.
vi
Introductie
1. Introductie In de gemeenten Den Haag en Zoetermeer zijn verschillende focusgebieden te onderscheiden in de preventie van polarisatie en radicalisering. Zo onderhouden beide gemeenten verschillende netwerken in de stad, besteden ze aandacht aan deskundigheidsbevordering van professionals en werken ze samen met ketenpartners binnen de persoonsgerichte aanpak Contraterrorisme, Extremisme en Radicalisering (PGA-CTER) in Den Haag en PGA-Radicalisering in Zoetermeer. De gemeenten zetten ook in op het vergroten van maatschappelijke weerbaarheid. Dit focusgebied richt zich op projecten en initiatieven die bewoners weerbaarder moet maken tegen negatieve polarisatie, radicalisering en extremistische invloeden. Dergelijke interventies zijn onderdeel van primaire preventie binnen het preventieclassificatiemodel.1 Hieronder vallen opvoedingsondersteuningsprogramma’s voor ouders, zodat zij inzicht kunnen krijgen in manieren waarop zij hun kinderen weerbaarder kunnen maken tegen onder andere radicalisering. In het kader van deze weerbaarheidsprojecten, werken de gemeenten Den Haag en Zoetermeer samen met Trias Pedagogica (vanaf nu: Trias). Dit is een expertisebureau op het gebied van vaderschap, opvoeden en interculturele pedagogiek. Zij organiseren opvoeddebatten voor vaders en moeders.
Hierbij wordt specifiek aandacht gegeven aan het betrekken van vaders met een migratieachtergrond, aangezien zij gemiddeld minder betrokken zijn bij de opvoeding dan moeders en ook op sommige vlakken minder dan Nederlandse vaders zonder migratieachtergrond.2 De methodiek van Trias en de onafhankelijke planevaluatie onderbouwen met wetenschappelijke literatuur dat het stimuleren van grotere vaderbetrokkenheid een belangrijke factor is in de preventie van ontsporing, vervreemding en radicalisering3 onder jongeren. Daarnaast wordt aangetoond dat gezinnen met een migratieachtergrond tegen specifieke uitdagingen aan lopen bij het ondersteunen van jongeren in het navigeren van verschillende werelden en culturen thuis, op straat en op school. Opvoedingsondersteuning in de vorm van opvoeddebatten wordt gezien als een goede manier om vaders te bereiken en te equiperen met kennis en vaardigheden, die zij kunnen inzetten om voedingsbodems weg te halen bij (hun) kinderen en radicalisering vroegtijdig te kunnen signaleren. Volgens de planevaluatie is het te verwachten dat het versterken van weerbaarheid en opvoedingsvaardigheden van vaders bijdraagt aan de weerbaarheid van hun kinderen tegen onder andere radicalisering.4 Het programma bestaat uit een reeks van minstens zeven opvoeddebatten (vier basisdebatten en drie verdiepingsdebatten) en een terugkomdag na vier tot zes weken.
Trias biedt diverse verdiepingsdebatseries aan, waaronder “Ontsporing en Vervreemding”. De basisdebatten leggen het fundament van kennis en opvoedvaardigheden, waarbij aandacht wordt besteed aan de communicatie met kinderen, de rol van vaders, afstemming tussen ouders en de eigen ervaringen tot nu toe. Dit wordt in de laatste drie bijeenkomsten toegespitst op de preventie van ontsporing en vervreemding onder jongeren. Deze verdiepingsdebatten behandelen het radicaliseringsproces, risicofactoren en beschermende factoren, de rol van ouders en verschillende opvoedstijlen, en (sociale) media. Tijdens het laatste verdiepingsdebat wordt vaak een lokale professional uitgenodigd om met de vaders in gesprek te gaan en de drempel naar gemeentelijke instanties te verlagen. 1 Amy-Jane Gielen, “Cutting through complexity: Evaluating countering violent extremism (CVE)” (PhD diss., Universiteit van Amsterdam, 2020). 2 Marjolijn Distelbrink, Lauren Ekkelboom, Abdellah Mehraz, Amella Mesic, en Trees Pels, Opvoeddebatten met Vaders met een Migratieachtergrond: Een methodiekbeschrijving & -onderbouwing van de basisdebatten (Amsterdam: Trias Pedagogica en Verwey-Jonker Instituut, 2021).
3 Trias beschouwt radicalisering, in lijn met bestaande literatuur en de planevaluatie, als een proces dat voort kan komen uit het bredere probleem van vervreemding en ontsporing binnen de maatschappij, school of in de thuissituatie, en dat uiteindelijk kan leiden tot extremisme. Radicalisering komt daarmee aan bod als één van de manieren van ontsporing en vervreemding. (Naomi van Stapele, en Olivia Bwalya, Plan Evaluatie: Weerbare Vaders (Rotterdam: International Institute of Social Science (ISS), 2021, p.12). 4 Distelbrink, Ekkelboom, Mehraz, Mesic, en Pels, Opvoeddebatten met Vaders met een Migratieachtergrond; Van Stapele, en Bwalya, Plan Evaluatie.
1
Introductie
In navolging van de planevaluatie, hebben de gemeenten Den Haag en Zoetermeer opdracht gegeven tot een gezamenlijke evaluatie om inzicht te krijgen in het proces en de effecten van de opvoeddebatten. De evaluatie is uitgevoerd door onafhankelijke onderzoekers verbonden aan het International Centre for Counter-Terrorism (ICCT) in Den Haag. Deze evaluatie biedt inzicht in de resultaten van de opvoeddebatten, de werkzame elementen achter deze resultaten, en aandachtspunten om het project verder te verbeteren. Zo kunnen de opvoeddebatten effectief doorontwikkeld worden en de doelgroep verder helpen om hun jongeren weerbaarder te maken tegen radicalisering en negatieve polarisatie.
1.1 Onderzoeksvragen en operationalisering Het doel van de procesevaluatie is om in kaart te brengen hoe het proces verloopt van de interventie. Dit rapport geeft daarom antwoord op de volgende onderzoeksvragen: 1. Hoe verloopt de werving van deelnemers, wat zijn de succes- en faalfactoren hierbij? 2. Hoe zijn de activiteiten tot dusver verlopen? Wat werkt goed, wat werkt minder goed? 3. Hoe beoordelen de deelnemers de inhoud en uitvoering van de interventie? 4. Komen de doelstellingen en verwachtingen van de betrokken gemeenten en Trias overeen? Het doel van de effectevaluatie is om te onderzoeken of de interventie effectief is in het behalen van de vooraf opgestelde doelen en welke werkzame elementen daarbij belangrijk zijn. In overleg met de opdrachtgevers en Trias, is ervoor gekozen om de doelstellingen in de meest recente offerte aan Zoetermeer centraal te stellen. Er zijn ook nog andere aanvullende doelstellingen die Trias nastreeft. Deze staan beschreven in de methodiekbeschrijvingen5 en aanvullende interne documenten. Deze doelstellingen worden niet direct gemeten, maar kunnen wel uit de data naar voren komen. Dit rapport geeft antwoord op de volgende onderzoeksvragen: 1. Wat heeft de interventie opgeleverd bij de deelnemers en in hoeverre komt dat overeen met de doelstellingen? 2.
Zijn de vooraf opgestelde doelstellingen behaald en wat waren hierin de werkzame elementen? Deze doelen zijn: •
Doel 1: Er is een vertrouwensband en een sociaal netwerk ontstaan waarop de ouders kunnen terugvallen.
•
Doel 2: Er is draagvlak voor het thema ontsporing en vervreemding gecreëerd binnen gezinnen en hun omgeving.
•
Doel 3: Ouders zijn zich bewust van de rol van vaders in de opvoeding.
•
Doel 4: Ouders zijn in staat om beschermende factoren en risicofactoren van radicalisering en extremisme te benoemen.
•
Doel 5: Ouders weten hoe zij in gesprek kunnen gaan met hun kinderen over gevoelige onderwerpen zoals zorgen over aanslagen en oorlogen, wereldbeeld, identiteit en discriminatie.
5 “Methodieken: interventies,” Trias Pedagogica, geraadpleegd op 13 januari, 2025, https://www.triaspedagogica.nl/tools_interventies.php.
2
Introductie
•
Doel 6: Ouders zijn in staat om hun kinderen beter te begeleiden en te stimuleren zodat zij de aansluiting met school, werk, gezin en de samenleving niet verliezen en zich verder kunnen ontwikkelen naar zelfredzaamheid.
•
Doel 7: Ouders weten hoe ze signalen van ontsporing en vervreemding kunnen herkennen. In hoeverre brengen de deelnemers de opgedane kennis en vaardigheden in de praktijk en/ of zijn ze van plan om dat in de toekomst te doen?
3. In hoeverre brengen de deelnemers de opgedane kennis en vaardigheden in de praktijk en/ of zijn ze van plan om dat in de toekomst te doen? De evaluatie maakt gebruikt van een results monitoring framework om de operationalisering van de onderzoeksvragen en benoemde concepten inzichtelijk te maken (deze is met de gemeenten gedeeld in een aparte bijlage). De results monitoring framework biedt een overzicht van de onderzoeksvragen, de bijbehorende indicatoren om veranderingen te meten, met welke onderzoeksmethode data verzameld wordt voor iedere indicator en hoe vaak dit gedaan wordt. Het volgende hoofdstuk licht de methodologie nader toe. In hoofdstuk 3 worden de resultaten van de procesevaluatie gepresenteerd, waarna hoofdstuk 4 ingaat op de bevindingen van de effectevaluatie. Het rapport wordt afgesloten met een conclusie en aanbevelingen.
3
Methodologie
2. Methodologie Deze evaluatie maakt gebruik van een mixed methods benadering, wat inhoudt dat zowel kwalitatieve als kwantitatieve indicatoren en onderzoeksmethoden ingezet worden. De doelgroep van de effectevaluatie omvat alle deelnemers6 aan de opvoeddebatten die plaatsvonden van 1 september 2024 tot en met 8 januari 2025. In totaal waren dat drie volledige opvoeddebatseries: één in Den Haag en twee in Zoetermeer. Daarnaast zijn drie terugkomdagen van eerdere series in Den Haag opgenomen in het onderzoek. De doelgroep van de procesevaluatie zijn een aantal betrokkenen van Trias en de gemeenten Den Haag en Zoetermeer.
2.1 Onderzoeksmethoden Om de onderzoeksvragen van de effect- en procesevaluatie te kunnen beantwoorden zijn de onderstaande onderzoekmethoden ingezet om de benodigde data te verzamelen. Alle methodieken die gebruikt zijn, zijn ook met de gemeenten gedeeld in aparte bijlagen.
Documentanalyse Er zijn diverse documenten bestudeerd om het onderzoek te informeren. Hierbij ging het met name om de methodiekbeschrijving en -onderbouwing van de basisdebatten en verdiepingsdebatten,7 de planevaluatie weerbare vaders,8 de opvoedquiz, PowerPoint slides, interne evaluaties geschreven door Trias, de opdrachtomschrijving van de gemeenten en offerte van Trias.
Deelnemersvragenlijsten Tijdens de zes onderzochte terugkomdagen zijn vragenlijsten met zowel kwalitatieve als kwantitatieve vragen afgenomen. Deze 62 ingevulde vragenlijsten vormen de nameting en zijn ingevuld door 29 moeders, 32 vaders en 1 deelnemer zonder gespecificeerd geslacht. Bij twee volledige trajecten – een Soedanese groep in Den Haag en een basisschool in Zoetermeer – is een vergelijkende aanpak gehanteerd om verschillen in antwoorden te analyseren en zo mogelijk veranderingen gedurende het traject te identificeren. In deze groepen is een voormeting uitgevoerd tijdens de eerste of tweede sessie, afhankelijk van de inschatting van de trainer over het meest geschikte moment om de evaluatie te introduceren. Daarnaast is een tussenmeting afgenomen tijdens het laatste verdiepingsdebat en een nameting tijdens de terugkomdag. Dit heeft geleid tot 32 ingevulde vragenlijsten bij de voormeting, 31 bij de tussenmeting en 21 bij de nameting (vanwege een lagere opkomst). De overgrote meerderheid van de deelnemers bij deze metingen waren moeders. Tijdens de drie meetmomenten zijn grotendeels dezelfde vragen gesteld, met uitzondering van enkele vragen in relatie tot het verdiepingsdebat.
Deze werden tijdens de voormeting weggelaten, omdat ze volgens Trias mogelijk te gevoelig waren.9 Alle vragenlijsten werden op papier afgenomen tijdens de sessies om de data zo efficiënt, effectief en min mogelijk belastend voor de doelgroep te verzamelen. In sommige gevallen hebben de debatleider of andere deelnemers geholpen bij het vertalen of beter begrijpen van de vragen. De vragenlijsten waren vooraf voorgelegd aan de opdrachtgevers en Trias en de onderzoekers hebben de eerste vragenlijst als pilot gebruikt. Naar aanleiding van deze pilot 6 Het totaal aantal deelnemers is onbekend, aangezien er geen presentielijsten zijn bijgehouden. 7 “Methodieken: interventies,” Trias Pedagogica. 8 Van Stapele, en Bwalya, Plan Evaluatie. 9 Op dat moment was er nog geen vertrouwensband opgebouwd, de verdiepende thema’s waren nog niet besproken en de deelnemers konden negatieve associaties hebben met de onderwerpen ontsporing, vervreemding en radicalisering. Er bestond dus een risico dat het stellen van deze vragen een negatieve invloed op de interventie zou kunnen hebben, vandaar dat ze zijn weggelaten.
4
2. Methodologie
heeft de basisschool in Zoetermeer verkorte vragenlijsten gekregen, omdat een relatief groot aantal deelnemers moeite had met de Nederlandse taal en het invullen van de vragenlijst daar anders te veel tijd in beslag zou nemen.
Interviews De onderzoeker heeft in totaal elf semi-gestructureerde interviews afgenomen: zes met deelnemers (één per opvoeddebatserie), twee met sleutelfiguren10, één met betrokkenen van Trias, één met betrokkenen van de gemeente Den Haag en één met betrokkenen van de gemeente Zoetermeer. De onderzoeker is met de geïnterviewde deelnemers in contact gekomen doordat zij tijdens de debatten aangegeven hebben open te staan voor een interview. Als er meer dan één geïnteresseerde per groep was, heeft de onderzoeker random selectie toegepast. Bij de terugkomdag op een basisschool in Zoetermeer is een groepsinterview uitgevoerd in plaats van een individueel interview, omdat de onderzoeker alle interviewvragen aan de groep kon stellen tijdens de observatie. Aangezien er zoveel vertrouwen bestond in de groep leidde dit tot zeer persoonlijke antwoorden en verhalen, waarna individuele interviews niet meer nodig waren.
Participerende observatie De onderzoeker heeft vijf debatten geobserveerd om een beeld te krijgen van de implementatie, besproken inhoud en groepsdynamiek: • • • • •
22 oktober 2024 – terugkomdag in Den Haag 1 november 2024 – verdiepingsdebat in Den Haag (7e sessie) 20 november 2024 – verdiepingsdebat in Zoetermeer (5e sessie) 18 december 2024 – terugkomdag in Zoetermeer 8 januari 2025 – terugkomdag in Zoetermeer
Op basis van relevante kenmerken was besloten dat deze vijf debatten het meest representatieve beeld geven. De selectiecriteria hielden in dat de debatten zoveel mogelijk in het Nederlands gegeven moesten worden, met gelijke verdeling tussen Den Haag en Zoetermeer, goede verdeling terugkomdagen en verdiepingsdebatten, en door verschillende debatleiders gegeven. De onderzoeker heeft van tevoren contact gehad met de debatleider om de observatie te bespreken en voor te bereiden, en is bij alle observaties aangekondigd.
2.2 Kernmerken onderzochte groepen Op de volgende pagina staat een tabel met de kenmerken van de zes groepen die meegenomen zijn in de effectevaluatie en de wijze waarop deze zijn onderzocht.
10 Dit zijn mensen die een centrale rol vervullen binnen buurthuizen, gebedshuizen, scholen, stichtingen of andere initiatieven. Zij spelen een cruciale rol in de werving van deelnemers, omdat zij de brug vormen tussen Trias en de doelgroep.
5
2. Methodologie
Locatie
Ouders
Migratieachtergrond
Onderzochte sessies
Onderzoeksmethoden
Den Haag
Gemixt
Soedanees
Gehele debatserie
- Vragenlijsten: voor-, tussen- en nameting - Observatie laatste verdiepingsdebat (7e sessie) - Interview
Den Haag
Vaders
Marokkaans
Terugkomdag
-Vragenlijst nameting -Observatie terugkomdag - Interview
Den Haag
Vaders
Marokkaans
Terugkomdag
-Vragenlijst nameting - Interview
Den Haag
Vaders
Marokkaans
Terugkomdag
-Vragenlijst nameting - Interview
Zoetermeer
Moeders
Gemixt
Gehele debatserie
- Vragenlijst nameting -Observatie terugkomdag - Interview
Zoetermeer
Moeders
Gemixt
Gehele debatserie
- Vragenlijsten: voor-, tussen- en nameting - Observatie eerste verdiepingsdebat (5e sessie) en terugkomdag - Interview
2.3 Methodische beperkingen Het onderzoek kent een aantal methodische beperkingen die van invloed zijn op de resultaten:
6
•
Zelf-selectie bias: Dit heeft onvermijdelijk opgetreden bij deelname aan de vragenlijsten en opgave voor het interview, aangezien deelnemers zelf konden kiezen of ze hieraan meededen. Dit kan leiden tot oververtegenwoordiging van een groep mensen die mogelijk meer gemotiveerd en geïnteresseerd is in het onderwerp of de Nederlandse taal beter beheerst. Dit risico is zoveel mogelijk beperkt door de vragenlijsten tijdens de sessie af te nemen, waardoor de ruime meerderheid van de deelnemers de vragenlijst helemaal of deels ingevuld heeft.
•
Taalbarrière: Het feit dat de vragenlijsten alleen in het Nederlands beschikbaar waren, vormde een beperking voor sommige deelnemers. Hoewel de debatleiders en sommige deelnemers elkaar hielpen met vertaling, blijft er een risico dat bepaalde nuances of antwoorden verloren gaan. Voor toekomstige evaluaties is het aan te bevelen om vragenlijsten te vertalen naar de meest gangbare talen binnen de doelgroep.
•
Sociaal wenselijke antwoorden: Dit is een veelvoorkomende uitdaging bij interviews en vragenlijsten, omdat deelnemers de neiging kunnen hebben om antwoorden te geven die in lijn liggen met wat zij denken dat acceptabel of gewenst is. Om dit risico te beperken, zijn de vertrouwelijkheid en anonimiteit van de antwoorden benadrukt en zijn open vragen gesteld, wat ruimte biedt voor genuanceerde antwoorden.
2. Methodologie
•
Vergelijkende analyse: Slechts een deel van de deelnemers kon worden meegenomen in de vergelijkende analyse. Hierdoor is niet bij iedereen zicht op mogelijke veranderingen gedurende het traject. Bovendien was niet vast te stellen of dezelfde deelnemers op alle meetmomenten hebben deelgenomen en welke antwoorden bij wie horen. Daarom richt de analyse zich op groepsgemiddelden en trends.
•
Ontbreken van controlegroep: Hierdoor kunnen we geen causaal verband vaststellen tussen de opvoeddebatten en de resultaten. Dit betekent dat we niet met zekerheid kunnen zeggen dat veranderingen in kennis, vaardigheden of gedrag het directe gevolg zijn van de interventie, aangezien andere externe factoren ook een rol kunnen spelen. Desondanks kunnen we op basis van de verzamelde data en triangulatie inzicht bieden in de mogelijke invloed van de opvoeddebatseries op de deelnemers.
De methodische beperkingen hebben we dus zoveel mogelijk geprobeerd te mitigeren om daarmee een zo betrouwbaar mogelijk beeld te schetsen.
7
3. Procesevaluatie
3. Procesevaluatie Dit hoofdstuk geeft eerst inzicht in hoe de werving van deelnemers verloopt en welke succesen faalfactoren hierbij een rol spelen. Vervolgens wordt de implementatie van de activiteiten besproken, met aandacht voor wat goed werkte en welke uitdagingen zich voordeden. Daarna volgt een analyse van de beoordeling door deelnemers, zowel wat betreft de inhoud als de uitvoering van de opvoeddebatten. Tot slot wordt geëvalueerd in hoeverre de doelstellingen en verwachtingen van de betrokken gemeenten en Trias op één lijn liggen.
3.1 Werving van deelnemers Trias heeft een effectieve wervingsstrategie om ouders met een migratieachtergrond te bereiken voor de opvoeddebatten. De organisatie is actief in meerdere Nederlandse steden en heeft daardoor ruime ervaring met het opbouwen van netwerken en het uitrollen van deze strategie. In de eerste jaren vraagt dit om de grootste investering van Trias, waarbij de gemeente voornamelijk een faciliterende rol speelt, bijvoorbeeld door relevante contacten te delen en betrokkenen aan elkaar voor te stellen. In plaats van individuele werving van iedere deelnemer werkt Trias samen met sleutelfiguren die toegang hebben tot bestaande netwerken waarvoor de opvoeddebatten relevant kunnen zijn. Deze sleutelfiguren peilen de interesse binnen de doelgroep en als er voldoende animo is dan organiseren zij de opvoeddebatten in samenwerking met Trias. Daarnaast spelen zij een belangrijke rol bij het zo breed mogelijk uitnodigen van de deelnemers om een gemotiveerde groep bij elkaar te krijgen. In de beginfase is het wervingsproces vaak tijdrovend en complex. Zodra de eerste opvoeddebatten zijn gehouden en positief zijn ontvangen, begint de werving grotendeels vanzelf te lopen. Dit pleit voor een langdurige betrokkenheid van Trias in gemeenten. In Den Haag is Trias al langer actief, waardoor veel sleutelfiguren en potentiële deelnemers de organisatie kennen.
Dit heeft een positief effect en leidt tot een grote bereidheid onder groepen om deel te nemen. Tegelijkertijd zorgt dit echter ook voor een hogere vraag dan het aantal beschikbare groepen, wat nieuwe uitdagingen met zich meebrengt. Den Haag heeft ook een start gemaakt met de werving van ouders zonder migratieachtergrond, maar hier is mogelijk een aparte wervingsstrategie voor nodig. In Zoetermeer bevindt Trias zich nog in de opstartfase en hier bleek samenwerking met basisscholen uiteindelijk een effectieve methode om voet aan de grond te krijgen. Via basisscholen was het ook gelukt om ouders zonder migratiegrond te bereiken. Hieronder volgt een samenvatting van de succes- en faalfactoren voor de werving in Den Haag en Zoetermeer.
Succesfactoren in de werving van deelnemers 1. Goede sleutelfiguren met ingang tot de juiste doelgroep Sleutelfiguren zijn mensen die een centrale rol vervullen binnen buurthuizen, gebedshuizen, scholen, stichtingen of andere initiatieven. Zij spelen een cruciale rol in de werving van deelnemers, omdat zij de brug vormen tussen Trias en de doelgroep. Zij hebben vaak al een vertrouwensband met de doelgroep en kunnen hen actief motiveren om deel te nemen. Vaak worden deze sleutelfiguren direct benaderd door de trainer of raken ze via via betrokken bij Trias. Dit blijkt een zeer effectieve strategie te zijn.
8
3. Procesevaluatie
2. Inspelen op bestaand netwerk Mond-tot-mondreclame speelt een grote rol in de werving van deelnemers. Vaak worden potentiële deelnemers door sleutelfiguren of anderen in hun netwerk geattendeerd op de mogelijkheid om mee te doen aan de opvoeddebatten. Daarnaast zijn de deelnemers vaak al betrokken bij de instellingen waar de opvoeddebatten plaatsvinden, zoals scholen, buurthuizen of stichtingen. Dit verlaagt de drempel om deel te nemen, omdat zij zich in een vertrouwde omgeving bevinden. Door gebruik te maken van bestaande groepen en plekken waar ouders al samenkomen, wordt de kans op succesvolle werving vergroot. 3. Flexibiliteit, proactiviteit en duurzame relaties van Trias Trias is de schakel tussen enerzijds de professionals van de gemeente, die het project financieren en bepaalde resultaten verwachten, en anderzijds het informele netwerk van deelnemers, die op vrijwillige basis meedoen. Dit vraagt om een flexibele aanpak waarin beide werelden met elkaar worden verbonden. De realiteit is dat sommige groepen moeilijker te bereiken zijn dan anderen, waardoor Trias moet investeren in lange termijn relaties. In sommige gevallen kan het maanden duren voordat contacten daadwerkelijk tot een succesvolle groep leiden.
Door lang te investeren in het contact krijgt Trias het voor elkaar dat de mensen met elkaar gaan praten en onderwerpen bespreekbaar maken die voor veel mensen spannend zijn om aan te kaarten. Dit is volgens gemeenteambtenaren de kracht van Trias. 4. Sterke eerste sessie die zorgt voor behoud van deelnemers Een sterke start is essentieel voor het behoud van deelnemers. De werving verloopt grotendeels via sleutelfiguren, maar het is de inhoud van de bijeenkomsten die bepaalt of deelnemers blijven terugkomen. Het is voor Trias daarom cruciaal om deelnemers direct bij de eerste sessie te prikkelen en te motiveren om terug te komen. Daarnaast is het belangrijk om meteen een veilige en vertrouwde sfeer te creëren. Trainers en deelnemers gaven aan dat aanvankelijke scepsis verdween na de eerste sessie, wanneer duidelijk wordt dat de cursus niet draait om het opleggen van normen en waarden, maar om open gesprek en uitwisseling. Door deelnemers actief te betrekken met bijvoorbeeld huiswerkopdrachten blijft de interesse hoog. Dit leidt ertoe dat er een kerngroep ontstaat die vrijwillig terug blijft komen. 5. Praktische factoren zoals bekende locatie en tijdstip Naast inhoudelijke en sociale factoren spelen praktische zaken een grote rol in de deelnamebereidheid. Tijdstip en locatie kunnen de toegankelijkheid van de opvoeddebatten aanzienlijk beïnvloeden.
Zo zijn avondbijeenkomsten aantrekkelijker voor vaders, terwijl moeders vaker overdag beschikbaar zijn. Een bekende en vertrouwde omgeving verlaagt eveneens de drempel voor deelname. Daarom werden opvoeddebatten georganiseerd op momenten en plaatsen waar de doelgroep al samenkomt, zoals na het middaggebed in een buurthuis naast een moskee, tijdens de vaste ouderkamerbijeenkomst van een basisschool en bij de wekelijkse bijeenkomst van de Soedanese groep. Omdat deze momenten deel uitmaakten van de bestaande routine van deelnemers, werd deelname aan de opvoeddebatten laagdrempeliger, wat de opkomst en continuïteit binnen de groepen vergrootte.
9
3. Procesevaluatie
Faalfactoren en uitdagingen van de werving van deelnemers 1. Niet iedereen valt binnen de doelgroep Hoewel de opvoeddebatten primair gericht zijn op ouders met kinderen tot 18 jaar, namen aan sommige opvoeddebatten ook grootouders en mensen zonder kinderen deel. Dit heeft zowel voordelen als nadelen volgens de geïnterviewden. Sommige oudere ouders kunnen relevante ervaring inbrengen waar andere jongere ouders zich aan op kunnen trekken. Tegelijkertijd kunnen oudere, traditionelere deelnemers ervaringen of opvattingen delen die minder relevant of niet meer van deze tijd zijn. Trias benadrukt dat het uitsluiten van deelnemers niet wenselijk is, omdat dit binnen bepaalde gemeenschappen als discriminerend kan worden ervaren. Saamhorigheid speelt een grote rol in de cultuur van de doelgroep en draagt bij aan een succesvolle werving. Om deze redenen is het belangrijk dat iedereen die baat heeft bij- en interesse heeft in de bijeenkomsten welkom blijft. Er wordt uiteraard wel voor gezorgd dat de kerngroep ouders met minderjarige kinderen is. 2. Het vrijblijvende karakter van deelname Omdat deelname op vrijwillige basis gebeurt, zijn deelnemers niet verplicht om een bepaalde hoeveelheid sessies bij te wonen. Dit kan ertoe leiden dat sommigen slechts beperkt aanwezig zijn, wat de groepsdynamiek beïnvloedt. De planning is hierdoor ook een uitdaging.
Soms worden debatten gepland, maar blijkt bij aanvang dat een deel van de deelnemers toch niet komt opdagen. Soms kunnen groepen zelfs helemaal niet doorgaan of zijn er veel wijzigingen in de planning. Dit leidt tot verlies van tijd en middelen. Tegelijkertijd is er vaak een vaste kerngroep aanwezig en staan er nieuwe groepen op de wachtlijst in Den Haag, wat laat zien dat de behoefte en interesse wel degelijk bestaat. 3. Moeilijkheden bij het betrekken van vaders Vaders zijn over het algemeen lastiger te bereiken dan moeders. Afspraken moeten soms meerdere keren worden gemaakt, waarna ze alsnog worden afgezegd. Vaders vertonen vaker weerstand tegen deelname, vooral als ze niet direct het nut van de bijeenkomsten inzien. Hoewel vaders in Den Haag inmiddels goed te bereiken zijn, is dit in Zoetermeer nog een uitdaging. Deze groep vergt daarom een gerichte en langdurige inspanning om ze bij de opvoeddebatten te betrekken. Volgens Trias is er uiteindelijk slechts een kleine groep vaders die structureel onbereikbaar blijft en geen interesse gaat tonen in het onderwerp. 4. Wantrouwen vanuit moskeeën en deelnemers naar gemeente Sommige moskeebestuurders en deelnemers zijn wantrouwig tegenover initiatieven die (indirect) door gemeenten worden georganiseerd en gefinancierd.
Dit wantrouwen bemoeilijkt de werving en maakt de positie van Trias lastiger, omdat de organisatie vaak wordt gezien als een verlengstuk van de gemeente of zelfs de politie. Vooral in Zoetermeer is dit lastig, aangezien de werving hier in de beginfase is. Mede om deze reden worden de achterliggende doelen, zoals het vergroten van weerbaarheid tegen radicalisering en negatieve polarisatie, niet direct bij de werving van groepen gecommuniceerd. Vanuit een operationeel perspectief is het logisch om de thema’s ontsporing en vervreemding pas te introduceren zodra de interesse gewekt en het vertrouwen opgebouwd is. Tegelijkertijd roept dit vragen op over hoe open men vooraf moet zijn over de achterliggende doelen van het project en hoe dit het beste gedaan kan worden.
10
3. Procesevaluatie
5. Strategische werving en evenwichtige spreiding van opvoeddebatten De beperkte capaciteit dwingt beide gemeenten tot strategische keuzes over waar en hoe het aanbod wordt ingezet, waarbij gezocht wordt naar een balans tussen maatschappelijke behoefte, praktische haalbaarheid en inclusiviteit. In Zoetermeer ligt de eerste uitdaging bij het vullen van de groepen, maar tegelijkertijd bestaat de wens om de opvoeddebatten beter te spreiden over verschillende wijken en instellingen. In Den Haag is de vraag inmiddels groter dan het aanbod, waardoor de gemeente steeds actiever meedenkt over welke groepen prioriteit krijgen. Daarbij wordt specifiek gekeken naar gemeenschappen waar spanningen heersen, zodat de mensen die het meeste baat hebben bij dit project daadwerkelijk bereikt worden. Tegelijkertijd is het cruciaal om stigmatisering en uitsluiting te voorkomen door de opvoeddebatten niet altijd binnen bepaalde doelgroepen of wijken te organiseren. Daarom wordt aandacht besteed aan het creëren van een goede balans en bijvoorbeeld overwogen om gemengde groepen op te zetten. Uit de effect evaluatie blijkt dat gemengde groepen zeer effectief kunnen zijn als de werkzame elementen gewaarborgd kunnen worden. Daarnaast bestaat de wens om ouders zonder migratieachtergrond te betrekken, maar dit blijft een uitdaging.
Volgens betrokkenen beschikt deze groep over minder hechte netwerken en saamhorigheid, waar de wervingsstrategie van Trias op gestoeld is, waardoor andere strategieën nodig zijn om deze doelgroep te bereiken.
3.2 Implementatie van de activiteiten De implementatie van de activiteiten verloopt volgens de geïnterviewde sleutelfiguren, gemeenteambtenaren en Trias over het algemeen goed. Hieronder worden enkele kernaspecten van de implementatie besproken, met aandacht voor zowel de sterke punten als de aandachtsof verbeterpunten. Door deze punten mee te nemen, kan de implementatie en samenwerking verder worden versterkt, wat de impact en duurzaamheid van het project mogelijk vergroot.
De tijdsduur van de opvoeddebatten De duur van de trajecten verschilt per groep. Sommige groepen hebben voldoende aan de standaardduur, terwijl andere behoefte hebben aan meer sessies om verdere verdieping te krijgen. Trias toont een grote mate van flexibiliteit en responsiviteit in het aanpassen van de duur van opvoeddebatten aan de behoeften van deelnemers. Dit bleek bijvoorbeeld uit het verlengen van een moedergroep in Zoetermeer die behoefte had aan verdere verdieping. De mogelijkheid om maatwerk te leveren en snel te schakelen met de gemeente draagt bij aan het succes van de trajecten. Gemeenteambtenaren waarderen de opbouw van de debatten – basisdebatten gevolgd door verdiepingsdebatten – en de optie om groepen te verlengen door verdiepingsdebatseries over extra thema’s in te zetten wanneer daar behoefte aan is. Bovendien wordt door de betrokkenen van Trias en gemeenten erkent dat deze flexibele aanpak bijdraagt aan het beter laten beklijven van de inhoud en deelnemers meer tijd geeft om de opgedane kennis in de praktijk toe te passen. Een aandachtspunt is dat taalbarrières vaak veel tijd in beslag nemen. Dit is vooral een uitdaging bij gemengde groepen met nieuwkomers, waar vertaling van uitleg en groepsdiscussies extra tijd kost. Hierdoor blijft er minder tijd over voor de inhoud en kunnen deze groepen minder effectief gebruik maken van de sessie.
Uit dit soort groepen komt een duidelijke wens naar voren om per sessie één thema centraal te stellen, zodat diepgaand op dit onderwerp ingegaan kan worden en er genoeg tijd is voor discussie. Hierbij wordt wel benadrukt dat flexibiliteit kan blijven bestaan, aangezien sommige thema’s meer tijd vergen dan andere en dat niet altijd van tevoren ingeschat kan worden.
11
3. Procesevaluatie
Continuïteit van deelname Sommige groepen ervaren een sterke binding en zijn zeer gecommitteerd aan het traject, waardoor deelnemers (bijna) het hele traject doorlopen en uiteindelijk het certificaat behalen. Bij deze groepen is een extra sterk effect van de debatten waargenomen en zijn veel voorbeelden van toegenomen kennis, toegepaste tips en veranderd gedrag naar voren gekomen. Er zijn echter ook behoorlijk wat groepen met een zeer wisselende opkomst per sessie. Hoewel dit aansluit bij het vrijwillige en laagdrempelige karakter van de opvoeddebatten, en dit dus niet geheel voorkomen kan worden, kan dit wel invloed hebben op de groepsdynamiek en het uiteindelijke effect van de opvoeddebatten. Een onregelmatige opkomst kan er namelijk voor zorgen dat bepaalde deelnemers essentiële onderdelen missen, wat ten koste kan gaan van de effectiviteit van het traject. Het is daarom belangrijk om bij ieder traject langdurige betrokkenheid zoveel mogelijk te stimuleren. Dit kan onder andere door de sessies in overleg met de deelnemers te plannen, huiswerkopdrachten of andere teasers in te zetten die hen motiveren om terug te komen, en een sterk groepsgevoel en vertrouwensband te faciliteren. Het is ook essentieel dat iedere deelnemer zich als individu gezien en gewaardeerd voelt, en af- of aanwezigheid opgemerkt wordt.
Tot slot kan het helpen om de voordelen van langdurige deelname regelmatig te benadrukken en duidelijk te maken hoe de sessies inhoudelijk op elkaar voortbouwen.
Taal en culturele sensitiviteit Taal en culturele sensitiviteit spelen een cruciale rol in de effectiviteit van de opvoeddebatten en Trias weet dit mooi te waarborgen in haar opvoeddebatten. Trias werkt in Den Haag vaak met homogene groepen, waar de taalbarrière weggenomen kan worden doordat de trainer de taal van de groep spreekt. De trainer heeft ook vaak dezelfde culturele achtergrond of is hiermee bekend. Trainers gaven aan interesse te hebben in diverse culturen en proberen groepen altijd op een cultureel sensitieve manier te benaderen, hoewel dit bij nieuwe culturen soms even zoeken is. In Zoetermeer vonden twee gemengde groepen plaats. In één groep kon Nederlands gesproken worden, maar bij de andere groep, met nieuwkomers die niet allemaal dezelfde taal machtig waren, kon de trainer de taalbarrière niet zelf voor iedereen wegnemen. Dit werd opgelost door deelnemers onderling te laten vertalen. De vraag is wel hoe goed deze vertalingen waren, vooral van abstracte termen en theoretische achtergrond, en in hoeverre de vertalende deelnemers zelf nog goed mee konden doen. Bij gemengde groepen is het daarom belangrijk om van tevoren te checken of iedereen dezelfde taal spreekt. Zo niet, dan is het goed om direct in te zetten op goede vertaling en tolken, zodat hier tijdens de sessie geen onduidelijkheid over bestaat en iedereen volwaardig kan deelnemen.
Werkvormen en didactische aanpak De trainer levert maatwerk op basis van de groepsdynamiek, die per groep en culturele achtergrond sterk kan verschillen, wat betreft de balans tussen klassikale uitleg, groepsdiscussies, opdrachten, het kaartspel en werken in kleinere groepjes. In groepen met een sterke discussieen interactiecultuur werkt een klassikale aanpak vaak goed, omdat deelnemers van elkaar leren en actief deelnemen aan groepsgesprekken. Tegelijkertijd wordt er in meertalige groepen soms bewust gewerkt met taalgroepjes, zodat deelnemers zich in een vertrouwde taal kunnen uitdrukken en beter begrepen worden. Hoewel het in het begin even zoeken kan zijn, vooral bij gemengde groepen of onbekende culturen, zorgt de flexibele aanpak van Trias ervoor dat in elke groep dezelfde kerninhoud overgebracht wordt en dialoog wordt gestimuleerd. Door de ervaring
12
3. Procesevaluatie
van de trainers en hun vermogen om in te spelen op de behoeften van de groep, kunnen ze schakelen tussen verschillende werkvormen en zo een passende leeromgeving creëren.
Trainers De selectie en inzet van trainers bij de opvoeddebatten gebeurt zorgvuldig en met oog voor de behoeften van de groep. Er zijn in totaal twaalf trainers, waarvan niet allemaal even actief. De keuze van de trainer wordt bepaald op basis van taalvaardigheid, culturele achtergrond, ervaring en beschikbaarheid. Daarbij wordt rekening gehouden met de voorkeuren binnen bepaalde groepen; sommige deelnemers voelen zich meer op hun gemak bij een mannelijke of juist vrouwelijke trainer. Hoewel uit de onderzochte opvoeddebatten blijkt dat mannen prima vrouwen kunnen trainen, zijn er onderwerpen waarbij vrouwelijke deelnemers zich alleen comfortabel voelen om die te delen met een vrouwelijke trainer. Als een mannelijke en vrouwelijk trainer beide de benodigde taalvaardigheid en culturele sensitiviteit hebben, dan zou het goed zijn om de voorkeur te laten gaan naar de vrouwelijke trainer. Ten slotte wordt het profiel van de trainer besproken met de sleutelfiguur om ervoor te zorgen dat de trainer goed aansluit bij de groep. In de meeste gevallen pakt dit goed uit, maar als er geen klik is met een groep, kan er snel een andere trainer worden ingezet. Een belangrijke uitdaging is de impact van de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen en groeiende polarisatie in de samenleving op trainers en deelnemers.
Dit speelt niet specifiek in Den Haag en Zoetermeer, maar in alle steden waar Trias actief is. Trias ziet dat angst en wantrouwen in sommige gemeenschappen met een migratieachtergrond ertoe leiden dat sleutelfiguren en deelnemers afhaken, wat trainers kan demotiveren en het werk van Trias lastiger kan maken. Vooral onder vaders zien ze een afwachtende, onverschillige of sceptische houding, wat invloed kan hebben op hoe trainers worden ontvangen. Dit vraagt om blijvende ondersteuning en reflectie binnen het team om te waarborgen dat alle trainers gemotiveerd blijven en effectief kunnen inspelen op deze uitdagingen. Trias organiseert standaard vier bijeenkomsten voor alle trainers per jaar, maar bij uitzonderlijke maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de Maccabi-rellen in Amsterdam, organiseren ze extra bijeenkomsten. Gemeente Den Haag onderkent deze uitdaging en geeft aan hier actief bij mee te willen denken door aan de start van ieder jaar concreet te kijken naar wat er (inter)nationaal speelt en hoe de opvoeddebatten het beste ingezet kunnen worden om een positieve invloed te bewerkstelligen.
Rol van professionals De betrokkenen van Trias en de gemeente Den Haag vinden het waardevol als een lokale professional aansluit bij één opvoeddebat van iedere serie. Dit biedt deelnemers de mogelijkheid om in contact te komen met relevante hulpverleners en aanvullende informatie te ontvangen. Het verlaagt mogelijk ook de drempel naar professionele hulpverlening. In Den Haag was het aanvankelijk gebruikelijk om op terugkomdagen een professional uit het netwerk te laten aansluiten, zoals een wijkagent, jeugdprofessional of jongerenwerker. Het structureel betrekken van professionals blijkt in de praktijk echter uitdagend, vooral wanneer opvoeddebatten in de avond of het weekend plaatsvinden. In Zoetermeer verschilde de aanwezigheid van professionals per locatie. Bij de ene school sloten geen professionals aan, terwijl op de andere school juist regelmatig professionals aanhaakten bij de bijeenkomsten. Dit was geregeld via de school zelf, en niet specifiek door Trias of de betrokken gemeenteambtenaar. Een sleutelfiguur benadrukte het belang van goed verwachtingsmanagement binnen de groep, bijvoorbeeld door niet te vroeg te communiceren over de mogelijke komst van gasten om teleurstelling te voorkomen. Daarnaast werd geopperd om te peilen of deelnemers het waardevol
13
3. Procesevaluatie
zouden vinden om een sessie op een andere locatie te houden, zoals het gemeentehuis. Dit zou hen de kans geven om nieuwe omgevingen en mensen te leren kennen en hun horizon te verbreden. Zowel in Den Haag als Zoetermeer is er ruimte om actiever na te denken over de rol van professionals in de opvoeddebatten, zodat hun inzet beter aansluit op de behoeften van de groep en de lokale aanpak verder kan versterken.
Terugkoppeling en evaluatie Trias wordt door de gemeenten vertrouwd in hun expertise en aanpak. De flexibiliteit van de organisatie, die nodig is om een effectieve schakel te vormen tussen de gemeente en de doelgroep, wordt gewaardeerd en gefaciliteerd door de gemeenten. Mede hierdoor laten de gemeenten Trias redelijk vrij in de implementatie alsmede de terugkoppeling en evaluatie. Trias levert in Den Haag een mondelinge tussenevaluatie en een jaarlijks eindverslag, dat toegelicht wordt tijdens een eindgesprek. Zoetermeer krijgt ook een eindverslag en mondelinge terugkoppeling van Trias. De indruk werd echter wel gewekt dat de gemeenten deze verslagen niet altijd gemakkelijk voor handen hebben. Hoewel de gemeenten hier zelf nog niet actief op gestuurd hebben, blijkt uit de interviews dat er wel behoefte is aan meer inhoudelijke en gestructureerde terugkoppeling. Geïnterviewden geven aan dat zij meer regelmatige check-in momenten zouden waarderen, waarin betrokkenen samenkomen om concrete inzichten over sentimenten en signalen uit de groepen te bespreken, evenals de duiding van Trias hierover en de mogelijke rol van de gemeente. Dit zou de gemeenten beter in staat stellen om op ontwikkelingen in te spelen en het project verder door te ontwikkelen.
Zoals een gemeenteambtenaar aangeeft: “Zo’n verslag vind ik fijn, maar ik heb liever dat we ook met elkaar aan tafel gaan en horen wat zij zien.” Daarnaast ontbreekt soms inzicht in de voortgang en impact van de trajecten. Een uitdaging is dat de terugkoppeling voornamelijk beschrijvend is en weinig cijfermatige inzichten bevat, waardoor het lastig is om concreet te meten welke doelen worden behaald en wat de (lange termijn) effecten van de opvoeddebatten zijn. De gemeenten willen Trias geen onrealistische evaluatie-eisen opleggen, maar zien wel mogelijkheden om structurele evaluatie beter in te bedden in het project. Door een laagdrempelige, doorlopende evaluatiemethodiek op te zetten en periodieke feedbackmomenten in te plannen, kan Trias effectiever aantonen wat de impact en meerwaarde van de trajecten zijn. Dit zou ook kunnen bijdragen aan het versterken van continuïteit en financiering (zie volgend punt).
Continuïteit en financiering Een structurele uitdaging binnen het project is de jaarlijkse onzekerheid over financiering. Dit maakt langetermijnplanning moeilijk en belemmert de mogelijkheid om op een strategische manier te werken aan uitbreiding van de opvoeddebatten. De wens bestaat om trajecten verder uit te bouwen, nieuwe doelgroepen te bedienen (zoals alleenstaande moeders en ouders zonder migratieachtergrond) en bestaande groepen meer verdieping te bieden, maar door de afhankelijkheid van tijdelijke financiering is dit lastig te realiseren. Daarnaast heeft de financieringsonzekerheid gevolgen voor de stabiliteit binnen de samenwerking met verschillende gemeentelijke afdelingen en externe partners. Een meerjarige toezegging van financiering (bijvoorbeeld vier jaar) en het structureel inbedden van het project binnen diverse gemeentelijke afdelingen zou helpen om continuïteit te waarborgen, en is daarom een grote wens vanuit de gemeenten.
14
3. Procesevaluatie
Samenwerking tussen Trias en gemeenten De samenwerking tussen Trias en de gemeenten wordt door alle betrokkenen als positief ervaren. In Den Haag wordt Trias geprezen om hun laagdrempelige aanpak, hun vermogen om door te dringen in de haarvaten van de wijken en het bespreekbaar maken van gevoelige onderwerpen. Trias speelt daarmee een cruciale rol in het bereiken van moeilijk toegankelijke doelgroepen en wordt gezien als een belangrijke partner van de gemeente. Daarnaast wordt gewaardeerd dat Trias goed samenwerkt met andere organisaties en initiatieven in de stad. Er wordt momenteel gewerkt aan het beter verbinden van Trias met andere gemeentelijke afdelingen en het bredere professionele netwerk, zodat de opvoeddebatten breder kunnen worden ingezet. De aanpak van Trias, met verdiepingsdebatten die aan elkaar gekoppeld kunnen worden, maakt het project hier zeer geschikt voor. Tegelijkertijd vormt dit nog een uitdaging, omdat verschillende bestuurders betrokken moeten worden, andere thema’s soms prioriteit krijgen, en er beperkte tijd is voor collega’s om zich verder te verdiepen in de werkwijze van Trias en de opvoeddebatten. In Zoetermeer bevindt het project zich nog in de opstartfase, waardoor de samenwerking met andere initiatieven en het gebiedsprogramma verder kan worden ontwikkeld.
De opvoeddebatten zijn ingezet in een wijk waar een gebiedsprogramma onder leiding van een wijkregisseur loopt. In eerste instantie was het voor betrokkenen in de wijk niet duidelijk welke rol Trias hierin speelde. De gemeente erkent dat het belangrijk is om vroegtijdig afstemming te zoeken, zodat de verschillende programma’s elkaar kunnen versterken en beter op elkaar aansluiten. Hierdoor kan Trias optimaal bijdragen aan de bredere wijkgerichte aanpak. De communicatie tussen Trias en de gemeenten verloopt over het algemeen goed, maar er is ruimte voor betere afstemming. Een geïnterviewde zei dat Trias weet dat ze altijd contact mogen opnemen bij relevante inzichten uit de opvoeddebatten, maar dit niet altijd gebeurt en zijzelf er ook niet altijd bovenop zitten. Mogelijk beschouwt Trias bepaalde inzichten als vanzelfsprekend of minder urgent, terwijl de gemeente het waardevol zou vinden om meer op de hoogte gehouden te worden van wat er speelt binnen de groepen. Daarnaast wordt de planning en voortgang nu veelal mondeling besproken, wat vaak goed werkt, maar het zou praktisch zijn als bepaalde zaken ook schriftelijk worden vastgelegd. Dit maakt het voor de gemeenten makkelijker om waar nodig bij te sturen en zorgt ervoor dat informatie beter terug te vinden is.
3.3 Beoordeling van de activiteiten De deelnemers beoordeelden de opvoeddebatten zeer positief. In de interviews wordt veel lof uitgesproken over de cursus, met name over de mogelijkheid om ervaringen en ideeën uit te wisselen. Deelnemers vonden het waardevol om te luisteren naar de verhalen van anderen en hier leerzame en herkenbare inzichten uit te halen. De cursus werd als noodzakelijk en nuttig ervaren, waarbij meerdere deelnemers aangaven deze zeker aan te raden aan anderen. Het kaartspel van Trias werd door de moeders als een leuke toevoeging beschouwd. Daarnaast werd benadrukt dat de cursus en trainers een vertrouwde en open sfeer creëerde, wat bijdroeg aan de leerervaring. Uit de vragenlijsten blijkt eveneens een hoge waardering voor de cursus. De gemiddelde algemene beoordeling is een 8,6 (N=58), terwijl de inhoud met een 8,8 (N=48) en de uitvoering door Trias met een 8,9 (N=46) werd beoordeeld. Slechts één deelnemer, afkomstig uit een vadergroep in Den Haag, gaf een onvoldoende voor de inhoud. Deze resultaten laten zien dat de opvoeddebatten breed werden gewaardeerd.
15
3. Procesevaluatie
Ondanks de positieve reacties zijn er enkele verbeterpunten benoemd. Een terugkerend punt, met name aangedragen uit een gemengde groep nieuwkomers, is het taalgebruik. Sommige deelnemers gaven aan dat de uitleg soms te moeilijk was, en dat ze behoefte hadden aan eenvoudigere taal, meer uitleg en sprekende voorbeelden bij complexe termen. Een specifieke opmerking werd gemaakt over een trainer die tijdens een sessie aangaf dat het “geen taalcursus” was. Dit werd als pijnlijk ervaren door deelnemers die de taal nog niet volledig beheersten. Daarnaast kwam uit een vadergroep veelvuldig de feedback dat er te veel door elkaar werd gepraat, waaruit de behoefte blijkt om de groepsdiscussie meer centraal te houden en beter naar elkaar te luisteren. Er werden ook praktische verbeteringen genoemd, zoals de wens van sommige deelnemers om langere bijeenkomsten van drie uur te hebben. Daarnaast is de wens voor vervolg en uitbreiding van de cursus benoemd. Zo gaven sommige deelnemers aan meer sessies of verdiepingsdebatten op aanvullende thema’s te willen, zoals een moedergroep over gevoelens en intimiteit. Een sleutelfiguur gaf aan dat deelnemers graag sessies samen met jongeren wilden volgen, zodat zij ook hun perspectief kunnen delen en generaties van elkaar kunnen leren.
Ook werd de behoefte uitgesproken voor meer thematische cursussen, zoals specifieke sessies voor ouders van kinderen met een beperking en het belang van verdieping in het thema online veiligheid, telefoongebruik, privacy en sociale media.
3.4 Verwachtingen en doelstellingen De gemeenten en Trias hebben een gedeelde visie en voeren de opvoeddebatten uit met dezelfde insteek, namelijk het creëren van een beschermende schil rondom jongeren in de gemeente. Ouders spelen hierin een cruciale rol. Daarom worden de opvoeddebatten specifiek voor hen georganiseerd, met als doel hen te ondersteunen en uiteindelijk de weerbaarheid van jongeren tegen onder andere radicalisering te vergroten. Hoewel de verwachtingen en de algemene visie grotendeels overeenkomen, ontbrak bij aanvang van de evaluatie een overkoepelende Theory of Change11 en één heldere lijst van concrete en meetbare doelstellingen. In plaats daarvan waren er veel verschillende doelstellingen in omloop, waarvan niet altijd duidelijk was welke prioriteit moesten krijgen en die soms net anders geformuleerd waren. Dit bemoeilijkte de afstemming en het ontwerp van de effectevaluatie – het was immers onduidelijk welke effecten gemeten moesten worden. Tijdens de afstemming over de te meten doelstellingen, kwamen ook enkele inhoudelijke verschillen naar voren. Zo legde de gemeente Den Haag meer nadruk op het tegengaan van negatieve polarisatie en het ontwikkelen van vaardigheden om kritisch met informatie om te gaan, terwijl deze thema’s niet expliciet in de doelstellingen van Trias waren opgenomen.
Aan de andere kant sprak Trias over onderwerpen als aanslagen en geloof, terwijl de gemeente een bredere, inclusievere benadering verkoos, waarbij wereldbeelden en verschillende vormen van radicalisering besproken werden. Ondanks deze schriftelijke verschillen bleken de gemeente en Trias in de praktijk op één lijn te zitten. Tijdens een gezamenlijk projectoverleg konden enkele aanpassingen worden doorgevoerd, waarna alle partijen zich konden vinden in de formulering en prioritering van de doelstellingen. Dit onderstreept het belang van afstemming over de doelstellingen en verwachtingen. Tijdens de uitvoering van de evaluatie is Trias begonnen met een herziening van de doelstellingen. Dit is een positieve ontwikkeling, aangezien het regelmatig bijstellen en verduidelijken van doelstellingen bijdraagt aan een effectievere en beter meetbare aanpak. 11 Een Theory of Change is een hulpmiddel of model dat de reeks stappen of activiteiten beschrijft die leiden tot een gewenst resultaat of doel. Het is een manier om de aannames, relaties en processen te mappen die ten grondslag liggen aan een project of interventie.