CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322498 Bijlage Evaluatie onderdeel beleid openbare ruimte geredigeerd

Algemene Raadscommissie 16 april 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Tweede termijn: Debat over Buitenruimte11.185 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

/ 27

Evaluatie onderdeel beleid openbare ruimte

De uniforme beoordeling van de fysieke ruimte voor zowel de Hofstad- als Residentiekwaliteit zien we ook terug in de veranderingen van de beoordelingen tussen 2018-2020 en 2020-2022 (zie Figuur 4.4). Voor zowel buurten die voornamelijk in Hofstadkwaliteit vallen, als buurten die voornamelijk in Residentiekwaliteit vallen, als buurten die een mix hebben, zien we dezelfde trend. Tussen 2018 en 2020 is de beoordeling van de fysieke ruimte gestegen en tussen 2020 en 2022 is deze licht gedaald. De mate waarin de beoordelingen gestegen en gedaald zijn verschillen iets tussen de kwaliteiten, maar deze verschillen zijn wederom dusdanig klein dat ze niet significant zijn. Figuur 4.4

Verschil in beoordeling tussen de Leefbarometer van 2018, 2020 en 2022

Bron: gemeente Den Haag (2024), bewerking Ecorys

Als we de Leefbarometer als indicator gebruiken voor de beoordeling van de fysieke elementen in de buitenruimte, zien we dus geen onderscheid tussen de Hofstad- en Residentiekwaliteit. 4.1.2 Kenniswijzer Buurtonderzoek Den Haag In het Kenniswijzer Buurtonderzoek 2023 is onderzoek gedaan naar o.a. de fysieke kwaliteit van de Haagse wijken. Hierin zijn rapportcijfers opgesteld die zijn gekomen uit de Veiligheidsmonitor 2021, waarbij 35 verschillende wijken zijn in opgenomen. Daarnaast zijn er rapportcijfers gepubliceerd over ‘prettig wonen’, ‘sociale cohesie’ en ‘veiligheid’.

/ 28

Evaluatie onderdeel beleid openbare ruimte

Figuur 4.5

Beoordeling fysieke kwaliteit Buurtonderzoek 2023

Bron: Buurtonderzoek Den Haag 2023

Uit dit onderzoek blijkt dat de fysieke kwaliteit van de wijken met voornamelijk Hofstadkwaliteit eenzelfde beoordeeld wordt als het gemiddelde van de gehele stad en dat de beoordeling vergelijkbaar is met die in wijken die voornamelijk Residentiekwaliteit kennen. 4.1.3 Stadsenquête Den Haag Jaarlijks wordt er een stadsenquête uitgevoerd, waaronder naar enkele fysieke elementen in de openbare ruimte, zoals groenvoorzieningen en straatverlichtingen. De bevindingen in deze onderzoeken worden op stadsdeelniveau gerapporteerd. Uit deze bron zijn geen conclusies te trekken over het verschil in beleving van de Hofstad- en Residentiekwaliteit bij de inwoners, omdat er niet is gerapporteerd op een schaalniveau dat toelaat om Hofstadgebied en Residentiegebied met elkaar te vergelijken. 4.1.4 Koopstromenonderzoek 2021: inwoners én bezoekers In 2021 is het zeer grootschalige Koopstromenonderzoek Randstad uitgevoerd, waarbij er gevraagd is (aan inwoners van Den Haag en aan bezoekers van elders, uit het onderzoeksgebied Randstad en Noord-Brabant) hoe men denkt over een aantal aspecten van winkelgebieden in Den Haag. In Tabel 4.1 zijn de rapportcijfers die betrekking hebben op de beleving van de openbare ruimte samengevat.

/ 29

/ 30

Evaluatie onderdeel beleid openbare ruimte

Tabel 4.1

Waardering van de openbare ruimte van Haagse winkelgebieden

Wijk

Sfeer en uitstraling

Netheid / schoon

Openbaar groen

Binnenstad Den Haag

7,4

6,9

5,0

Winkelgebied in Hofstadgebied

7,4

6,9

5,0

Frederik Hendriklaan Den Haag

8,5

8,3

7,4

’t Hoge Veen

6,3

7,0

5,3

Kleine Loo

6,3

7.4

5,3

Loosduinse Hoofdstraat

6,9

7,4

6,5

Theresiastraat

7,3

7,6

6,2

Ypenburg

6,2

7,0

5,5

Winkelgebieden in Residentiegebied

6,9

7,5

6,0

Bron: I&O Research (2022), bewerking Ecorys

De openbare ruimte in de binnenstad (Hofstadgebied) wordt niet over de hele lijn beter gewaardeerd dan die van de winkelgebieden in de Residentiegebieden. Voor sfeer en uitstraling geldt dit wel, maar daar valt meer onder dan alleen de openbare ruimte; het gaat om de hele entourage van de binnenstad in verhouding tot die van de winkelgebieden in de buurten en wijken. De netheid (schoonhouden) wordt in de winkelgebieden in Residentiegebied zelfs beter gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor het openbaar groen. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de inwoners van de Randstad en van Noord-Brabant (inwoners van Den Haag en bezoekers aan Haagse winkelgebieden uit de Randstad en uit Noord-Brabant) de openbare ruimte van de binnenstad (Hofstad) niet beter waarderen dan die van de winkelgebieden daarbuiten (Residentie).

4.2 Meldingen van inwoners over de openbare ruimte In deze paragraaf is onderzocht of er bij de melding van klachten11 over de openbare ruimte verschil tussen de twee kwaliteitstandaarden is af te leiden. Het korte antwoord hierop is ja er is een verschil. Dit wordt in deze paragraaf weergegeven. Een verklaring hiervoor hebben we echter niet gevonden.

11

Het is mogelijk om via de website van de gemeente meldingen te doen over de openbare ruimte. Signalen is een nieuw meldsysteem via de mobile telefoon dat in november vorig jaar is ingevoerd. De meldingen kunnen betrekking hebben op klachten, maar ook op verzoeken of ideeën.

Evaluatie onderdeel beleid openbare ruimte

Figuur 4.6

Meldingen wegverharding, groen, schoon en straatmeubilair (per inwoner)

Bron: Gemeente Den Haag (2024), bewerking Ecorys

Meldingen per inwoner Het aantal meldingen per inwoner in de Hofstad-, Residentie- en gemixte kwaliteitsgebieden laten hetzelfde patroon zien. Dit patroon is te zien voor alle vier elementen in de openbare ruimte (wegverharding12, groen, schoon en straatmeubilair13). Het minst aantal meldingen per inwoner wordt gedaan in wijken die dominant Hofstadkwaliteit kennen. Deze worden gevolgd door meldingen van inwoners uit wijken die dominant Residentiekwaliteit kennen. De meeste meldingen per inwoner worden gedaan door bewoners van wijken waar zowel Hofstad- als Residentiekwaliteit voorkomen.

12

13

Subcategorieën ‘stoep’, ‘straat’, ‘fietspad’, ‘belijning’, ‘zebra/voetgangersoversteekplaats’, ‘viaduct/brug/tunnel beschadigd’, ‘verkeersdrempel’, ‘ondergrond’, ‘beschoeiing’ en ‘onkruidgroei’ Categorie ‘verkeerslichten, borden, straatverlichting’ en van categorie ‘Straten en straatmeubilair’ de subcategorieën ‘straatmeubilair (bank)’, ‘hekwerk’, ‘pollers’, ‘fietsbeugels/klemmen’, ‘anti-parkeerpaal/Hagenaartje’, ‘anti-inrijpaal’, ‘afvalbakken’, ‘borden’, ‘verzamelcontainer’, ‘boomrooster/boompaal beschadigd’, ‘bank op speelterrein’, ‘speeltoestel’, ‘fontein’, ‘parkeerbord beschadigd’, ‘verkeerslicht beschadigd’ en ‘straatverlichting’.

/ 31

Evaluatie onderdeel beleid openbare ruimte

Figuur 4.7

Meldingen wegverharding, groen, schoon en straatmeubilair (per hectare)

Bron: Gemeente Den Haag (2024), bewerking Ecorys

Meldingen per hectare Dezelfde verdeling van meldingen per kwaliteitssoort zien we ook terug wanneer de meldingen worden afgezet relatief ten opzichte van de grootte van de wijk. Zowel wegverharding, groen en straatmeubilair kennen de minste meldingen vanuit wijken die dominant Hofstadkwaliteit zijn en de meeste vanuit gemixte wijken. Alleen schoon laat een ander beeld zien, waarbij wijken met dominant Residentiekwaliteit het minste aantal meldingen per hectare hebben. Deze worden daarna gevolgd door wijken met dominant Hofstadkwaliteit en vervolgens door wijken met gemengde Hofstad- en Residentiekwaliteit.

/ 32

Evaluatie onderdeel beleid openbare ruimte

5

Bevindingen en conclusies

Mede naar aanleiding van vragen van de gemeenteraad in de afgelopen jaren werd in het coalitieakkoord ‘Haags Akkoord 2023-2026’ een onderzoek aangekondigd naar de beide kwaliteitstandaarden: alle inwoners moeten kunnen rekenen op een mooie buitenruimte. Daarom werd in dit onderzoek het onderscheid tussen de kwaliteitstandaarden Hofstad en Residentie tegen het licht worden gehouden, zodat bepaald kan worden (in zoverre de hierover beschikbare gegevens dit toelieten) of het onderhoudsbudget goed over de verschillende wijken en gebieden wordt verdeeld.

5.1 Bevindingen en beantwoording onderzoeksvragen De gemeente Den Haag heeft Ecorys gevraagd om dit evaluatieonderzoek uit te voeren. De volgende onderzoeksvragen staan centraal in het rapport: 1. Wat is het (feitelijke) onderscheid in Hofstad- en Residentiekwaliteit in inrichting en onderhoud, zowel conform beleid als in de praktijk? 2. Hoe is de verdeling van de onderhoudsbudgetten tussen diverse wijken en gebieden? 3. Wordt het onderscheid in kwaliteitsniveau door het publiek herkend en gewaardeerd? Onderzoeksvraag 1: onderscheid kwaliteitsniveaus in beleid en praktijk Kwaliteitsstandaarden in het beleid In 1988 is met de nota “De Kern Gezond” onderscheid gemaakt in de kwaliteit van de openbare ruimte tussen de binnenstad en de overige gebieden. In deze nota lag de aandacht op het centrum, niet op de overige deelgebieden van de stad. Deze werd opgevolgd door de eerste kadernota openbare ruimte Den Haag: “Ruimte voor Kwaliteit” (2004), waarin de Residentiekwaliteit, de Hofstadkwaliteit en maatwerkkwaliteit werden geïntroduceerd. De jaren daarna stonden vooral in het teken van het op peil brengen van de woongebieden op Residentiekwaliteit. Dit lukte maar ten dele, want in 2012 werd in de “Kadernota Openbare Ruimte Den Haag 2012” geconstateerd dat er nog een flinke opgave lag, zowel in de inrichting als in het beheer.

Ook in de nota “Kwaliteit door samenhang” uit 2023 wordt voortgebouwd op het eerder vastgestelde beleid op basis van de twee kwaliteitstandaarden Hofstadkwaliteit en Residentiekwaliteit. Hofstadkwaliteit en Residentiekwaliteit Sinds de kadernota openbare ruimte uit 2004 maakt de gemeente Den Haag dus verschil in de kwaliteit van de openbare ruimte binnen de stad. Hiervoor worden door de jaren heen twee kwaliteitstandaarden onderscheiden, namelijk Residentiekwaliteit en Hofstadkwaliteit: • In de Hofstadkwaliteitgebieden (binnenstad, kust, internationale zone) wil de gemeente Den Haag door middel van het gebruik van specifieke elementen en materialen en keuzes in beheer een bijzondere uitstraling creëren, waarbij de openbare ruimte expliciet uitnodigt tot verblijf.

/ 33

Evaluatie onderdeel beleid openbare ruimte

•

Residentiekwaliteit is een genormeerde wijze van inrichting en onderhoud van de openbare ruimte die in beginsel geldt voor alle delen van Den Haag die niet binnen de Hofstadgebieden vallen14.

Beleidsmatig is het verschil tussen Hofstad- en Residentiekwaliteit vastgelegd in het Handboek Openbare Ruimte en de geografische indeling. Kwaliteitsstandaarden in de praktijk • Er zijn geen budgetgegevens beschikbaar waarin het verschil tussen Hofstad- en Residentiekwaliteit voor het beheer en onderhoud naar voren komt, waardoor we de verschillen op dit niveau niet kunnen monetariseren. De bevindingen zijn dan ook gebaseerd op basis van de beleidsstukken, aangeleverde gegevens en gevoerde gesprekken. De bevindingen zijn: Bij de inrichting en aanleg van wegverharding en inrichting wordt zoveel als mogelijk gebruik gemaakt van de richtlijnen die horen bij de indeling in Hofstadgebieden en Residentiegebieden. Hierbij zijn de kosten voor de inrichting op Hofstadniveau doorgaans hoger dan op Residentieniveau. • Bij het onderhoud en beheer van wegen wordt budgettair geen onderscheid gemaakt tussen Hofstad- en Residentiekwaliteit. Er is een onderhoudsbudget voor al het beheer en onderhoud in de stad, waarvoor alles moet gebeuren. Het uitgangspunt is om de wegkwaliteit voldoende te houden binnen de beschikbare budgetten. Vaak zijn de budgetten (te) beperkt om het kwaliteitsniveau werkelijk op peil te houden en wordt er voornamelijk reactief onderhouden (‘brandjes blussen’).

Het onderhoud en beheer van de Hofstadgebieden kan hoger uitvallen door verschil in materiaalkeuze, complexiteit van de omgeving, en drukte. Omdat materialen in het Hofstadgebied duurder kunnen zijn dan in het Residentiegebied en de vervangtermijn korter kan zijn dan vanuit het gemeentelijk afschrijvingsbeleid wordt aangegeven, drukken (her)investeringen in dit gebied onevenredig hard op de begrotingen. • Bij de inrichting op het gebied van straatmeubilair wordt een beperkt verschil tussen Hofstad- en Residentiegebied gehanteerd. Op basis van de voorschriften in het Handboek Openbare Ruimte worden voor diverse elementen in beperkte mate andere materialen voorgeschreven binnen de twee kwaliteitsniveaus. Voorbeelden zijn bankjes en afvalbakken in een andere kleur en andere antiparkeerpalen. • Voor het beheer en onderhoud straatmeubilair betekent het beperkte onderscheid in elementen tussen Hofstad- en Residentiekwaliteit geen directe invloed zou moeten hebben op de beheerinzet die nodig is in het onderhoud. De verscheidenheid die er vanuit de historie is, de intensiteit van het gebruik en de hoeveelheid aan geplaatste elementen zorgen er echter voor dat er wel verschillen in beheerinzet kunnen ontstaan. Deze zijn echter niet direct gerelateerd aan het Hofstad- en Residentiekwaliteitsbeleid.

• Bij de inrichting van groen in buurten wordt uitgegaan van de ligging, omvang en behoeften van een wijk en niet vanuit de indeling in Residentie- en Hofstadkwaliteit. Er bestaat geen typologie of classificatie voor deze twee kwaliteitsstandaarden. • De locatie van het openbaar groen speelt geen rol bij het invullen van het beheer en bij de kosten van het beheer van het groen. Dus ook niet een verschil in Hofstad- en Residentiekwaliteit. Omdat het aandeel groen en de toepassing van luxere werkpakketten

14

Ook in de gebieden met Residentiekwaliteit zijn er delen die intensief worden bezocht. Sinds de eerste kadernota openbare ruimte kan voor Residentiekwaliteitsgebieden die druk worden bezocht (n de winkelgebieden in de buurten en wijken) gekozen worden voor een zwaardere kwaliteit aan materialen en onderhoud. Dit soort gebieden zijn bijvoorbeeld de Paul Krugerlaan, Fahrenheitstraat, Frederik Hendriklaan en de Weimarstraat.

/ 34

Evaluatie onderdeel beleid openbare ruimte

•

•

•

(situationeel bepaalds) kan verschillen tussen de wijken, kan ook de benodigde beheerinzet verschillen. Deze extra kosten worden echter betaald door de initiatiefnemer. Verder is bekend dat de gemiddelde kosten voor al het wijk- en buurtgroen onderhoud gemiddeld aanzienlijk kan verschillen afhankelijk van de keuze voor werkpakketten. . Voor het straatmeubilair ten behoeve van het schoonhouden van de openbare ruimte (zoals afvalbakken) wordt het Handboek Openbare Ruimte gevolgd. Hierbij staat vooral de functie en benodigde capaciteit in een bepaald gebied centraal. Hierdoor is het gevolg dat in bepaalde gebieden andere afvalbakken staan dan elders, of de afvalbakken een andere kleur hebben. Enige tijd werd bij onderhoud en beheer van het schoonhouden van de openbare ruimte onderscheid gemaakt tussen de Hofstad- en Residentie-gebieden, door een andere norm te hanteren. In 2021-2022 is daarvan afgestapt. Voor de hele stad geldt nu een prestatienorm (de schoonnorm) van gemiddeld 8. Daarmee werd afgestapt van het onderscheid in Hofstadkwaliteit en Residentiekwaliteit.

Ook bij maatwerk (conform Kadernota 2004) voor locaties waarbij sprake was van extra eisen aan de openbare ruimte vanuit de wens van private partijen is in de loop van de jaren de voorwaarde van medefinanciering aan het extra programma voor de openbare ruimte door de private partijen die daarbij belang hebben uit beeld geraakt. In de praktijk zijn hierdoor problemen ontstaan, met name omdat er onvoldoende budget voor het beheer bleek te worden gereserveerd.

Onderzoeksvraag 2: verdeling onderhoudsbudgetten naar wijken Er zijn geen budgetgegevens beschikbaar waarin het verschil tussen Hofstad- en Residentiekwaliteit voor het beheer en onderhoud naar voren komt, waardoor we de verschillen op dit niveau niet inzichtelijk kunnen maken. De bevindingen zijn dan ook gebaseerd op basis van de beleidsstukken, aangeleverde gegevens en gevoerde gesprekken. Onderzoeksvraag 3: beleving verschil in kwaliteit openbare ruimte In het onderzoek is op basis van bestaande onderzoeken bezien in hoeverre er verschil bestaat in de beleving in de kwaliteit van openbare ruimte. Op basis van deze onderzoeken wordt geen verschil gezien in de beleving tussen de kwaliteit van de openbare ruimte tussen de Hofstad- en Residentiekwaliteit. De winkelgebieden in Residentiekwaliteitsgebieden worden iets beter beoordeeld op groen en netheid, terwijl de winkelgebieden in Hofstadkwaliteit iets hoger scoren op sfeer en uitstraling. Het absolute aantal meldingen en het gemiddeld aantal meldingen per inwoner vanuit Hofstadkwaliteitsgebieden is lager dan het aantal meldingen uit Residentiegebieden. Het aantal meldingen per persoon in gebieden waar beide kwaliteiten voorkomen is daarentegen hoger dan bij beide kwaliteiten afzonderlijk. Een verklaring hiervoor hebben wij niet gevonden.

/ 35

Evaluatie onderdeel beleid openbare ruimte

5.2 Conclusies 1. Vanuit de analyse blijkt dat het beleidsmatige onderscheid in Hofstad- en Residentiekwaliteit in de praktijk tot uiting komt in de inrichtingsfase voor wegbeheer, straatmeubilair en afvalbakken (schoon). Dit onderscheid is met name gericht op de materiaalkeuze, zoals het handboek openbare ruimte voorschrijft. 2. De inrichting van groen is niet in het handboek openbare ruimte vastgelegd, en volgt dan in praktijk ook niet de twee kwaliteitsstandaarden. Er zijn andersoortige voorschriften, gebaseerd op locatie, oppervlakte, gebruik, die bepalend zijn voor de keuzes in groeninrichting. 3. De uniformiteit van het handboek zorgt ervoor dat er een beperkte variatie aan materialen in inrichtingsvormen worden toegepast. Dit zorgt voor efficiëntie en schaalvoordeel in de inrichtings- en beheerfase. 4. De materialen in Hofstad- en Residentiekwaliteit kennen een overlap, waardoor er uitersten ontstaan bij materiaalgebruik aan weerszijden, maar ook de kwaliteiten naar elkaar toe kunnen bewegen. 5. In de beheerfase wordt er budgettair geen onderscheid gemaakt in de toepassing van Hofstad- en Residentiekwaliteit. Er zijn dan ook administratief geen gegevens beschikbaar die deze uitsplitsing zichtbaar maken. 6.

Ook in de uitvoering van het beheer (weg, straatmeubilair, afvalbakken) wordt er vanuit de werkwijzen geen directe koppeling gelegd met het Hofstad- en Residentiekwaliteitsbeleid. Indirect wel, omdat kapotte onderdelen door gelijke materialen worden vervangen. 7. In de praktijk is de gebruikersintensiteit van gebieden leidend voor het bepalen van het onderhouds- en kwaliteitsniveau van de buitenruimte. 8. De twee kwaliteiten worden niet noemenswaardig anders gewaardeerd door bewoners en bezoekers van de stad. De gebruiksintensiteit lijkt meer leidend in het aantal meldingen dan het kwaliteitsniveau.

/ 36

Postbus 4175 3006 AD Rotterdam Nederland Watermanweg 44 3067 GG Rotterdam Nederland T 010 453 88 00 F 010 453 07 68 E netherlands@ecorys.com K.v.K. nr. 24316726 W www.ecorys.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15779874/1