RIS322420 Bijlage 1 241274 DSO Beleidsstuk Mobiliteit Netwerkstrategie
Tekst van het document
maatregelen vindt er een verschuiving plaats van de autoverplaatsingen van lokale wegen naar de hoofdstructuren. Hierdoor ontstaat ruimte om deze groei op het fietsnetwerk in wijken veilig en aantrekkelijk op te kunnen vangen.
Op maat: een rechtvaardig, inclusief en passend mobiliteitssysteem Het is belangrijk dat iedereen in de samenleving mee kan doen en kansen
Behalve dat er meer gefietst gaat worden, krijgt ook het openbaar vervoer tussen nu en 2040
krijgt. Toegang tot arbeid en voorzieningen, als scholing en zorg is voor
te maken met een forse groei van het aantal reizigers. Dit komt doordat de Koningscorridor
iedereen van belang. Dit vraagt vooral in de oude stadswijken en delen
en de Zuidwestlandcorridor worden doorontwikkeld. Ook wordt de huidige lijn 9, tussen
van Zuidwest om extra aandacht. Deze Netwerkstrategie is erop gericht
Den Haag HS en Zuidwest, een belangrijke ov-corridor. Op de Oude Lijn, de spoorlijn tussen
om deze wijken via alle vervoerswijzen goed bereikbaar te maken. RandstadRail, de trams en
Leiden, Den Haag, Rotterdam en Dordrecht, gaan meer treinen rijden. Er worden nieuwe
bussen in de wijken vergroten het bereik van het centrum en de treinstations aan de Oude Lijn.
busverbindingen aangelegd tussen wijken en de treinstations van de Oude Lijn. Zoals
Sterfietsroutes tussen wijken zorgen voor een flinke toename van het fietsgebruik. Deelauto's
verbindingen vanuit Den Haag Zuidwest met Rijswijk/Delft en vanuit Laan van NOI richting
en deel(bak)fietsen bieden vervoersopties voor mensen die geen beschikking hebben over
Scheveningen Kust.
een eigen auto. Door het aanbod van verschillende vervoersmogelijkheden, die ook gebruikt
Door de combinatie van maatregelen worden in Den Haag bijna 250 duizend extra
kunnen worden door mensen zonder rijbewijs en die betaalbaar zijn, zal de vervoersarmoede
verplaatsingen met de tram en de bus gemaakt. Deze schaalsprong van het openbaar vervoer
verminderen. Verbetering van de veiligheid en de oversteekbaarheid van wegen door een lagere
vraagt op meerdere locaties om nieuwe infrastructuur, frequentieverhoging op bestaande
maximumsnelheid op veel wegen vergroot de zelfstandigheid van ouderen en kinderen.
lijnen en daarmee ruimte op kruispunten. De combinatie van maatregelen, maakt het netwerk voor fietsers en het ov een stuk robuuster. Het leidt er ook toe dat meer reizigers kiezen voor het ov en de fiets. Als gevolg hiervan verwachten we dat het totaal aantal (vracht)autokilometers met zeven procent afneemt vergeleken met 2020. Op veel wegen wordt het dus rustiger en daardoor prettiger voor inwoners. Ondanks deze forse afname neemt de druk op de 50 km/u-wegen met zo’n zeven tot negen procent toe doordat die wegen aantrekkelijker worden ten opzichte van de 30 km/u-wegen. Deze hoofdwegen zijn beter ingericht voor het afwikkelen van drukke verkeersstromen. Den Haag blijft een stad voor al haar inwoners en bezoekers. Goede bereikbaarheid met de auto blijft belangrijk om deze aantrekkelijkheid te behouden moet doorstroming op de hoofdstructuren worden geborgd. Door de groei van het aantal fiets-, ov- en autoritten blijven er knelpunten op kruispunten van de hoofdroutes. Om de doorstroming op de hoofdstructuren ten minste op peil te < INHOUD
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
36
4.2
Doorkijk naar 2050
De Netwerkstrategie 2040 richt zich op het jaar 2040, maar de Omgevingsvisie heeft 2050 als horizon. We hebben daarom gekeken naar de effecten op mobiliteit in 2050. Dit is gedaan op basis van een inschatting van de verdere groei van de stad. Hoe verder in de toekomst hoe moeilijker de effecten van de groei van de stad te voorspellen zijn. Op basis van de extra analyse is een groei van tenminste 30 procent van het aantal verplaatsingen te verwachten ten opzichte van het huidige aantal verplaatsingen. Om verdere groei van het aantal ritten op te vangen zullen zowel de netwerken als het beleid ook na 2040 doorontwikkeld moeten worden in lijn met deze visie. Voor doorontwikkeling van het mobiliteitsnetwerk na 2040 is te denken aan de volgende punten.
Lopen Doorontwikkelen van het voetgangersnetwerk.
Fietsen Ruimte aan de verdere groei van de fiets. De Centrumring voor fietsers versterken zodat voetgangers in het centrum voldoende ruimte houden. Bij ruimtegebrek voor verdere groei van het fietsnetwerk ongelijkvloerse oplossingen onderzoeken. Verder moeten fietsenstallingen worden uitgebreid.
Ov De frequentie van de Oude Lijn moet verder worden opgevoerd, zodat er een hoogwaardige metroachtige verbinding op stads- en regioniveau ontstaat. De Koningscorridor moet worden doorgetrokken van Voorburg naar Zoetermeer. De capaciteit en frequentie van alle verbindingen van en naar het centrum moeten verder worden uitgebreid.
Mobiliteitshubs en deelmobiliteit Er moet nog nadrukkelijker worden ingezet op het koppelen van vervoerswijzen. Bijvoorbeeld fietsparkeren en deelmobiliteit bij NS-stations en bij haltes van het hoogwaardig ov. Uitbreiden van P+R’s op regionaal strategische locaties.
Auto Onderzoek naar nieuwe maatregelen om de bereikbaarheid te blijven behouden. Tegelijkertijd inzetten op een verdere transitie naar duurzame mobiliteit. Hierin zal verdergaande inzet op het stimuleren van het gebruik van de fiets en het ov, en op parkeerbeleid belangrijk zijn. < INHOUD
37
4.3
Conclusie
In hoofdstuk 2 is beschreven hoe de groei van de stad leidt tot ruim twintig procent meer verplaatsingen, wat met de huidige beleidskoers resulteert in een toename van het ruimtegebruik door mobiliteit met zeven procent. Met de huidige beleidskoers kan de groei van de stad dus niet opgevangen worden zonder dat het een negatieve impact heeft op de veiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid van de stad. Uitvoering van de Netwerkstrategie maakt wel het mogelijk dat meer mensen zich in de stad kunnen verplaatsen, zonder dat het ten koste gaan van de openbare ruimte. Het voorgestelde Verkeersnetwerk 2040 levert voor de meeste doelen een positief resultaat op. De veiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid van de stad nemen toe en de verkeersdoorstroming blijft gelijk. Om de ambities te realiseren zijn stevige keuzes en investeringen nodig. Van belang is dat er een totaalpakket aan maatregelen wordt uitgevoerd. Zonder grootschalige invoering van 30 km/u is het niet mogelijk om voldoende ruimte voor voetgangers en fietsers te realiseren. Zonder sterk openbaar vervoer ontstaan er knelpunten in de binnenstad en komt de bereikbaarheid van toplocaties onder druk te staan. Zonder maatregelen om de doorstroming van auto’s op de hoofdstructuren te verbeteren zal de vertraging voor de automobilisten verder toenemen.
Zonder een aanscherping van het parkeerbeleid komt er onvoldoende ruimte vrij om de groei in verplaatsingen op te vangen. Alleen als we alle vervoerswijzen gezamenlijk bekijken kunnen we de potentie van de bijbehorende netwerken maximaal benutten. In het volgende hoofdstuk worden de keuzes per vervoerswijze nader toegelicht.
< INHOUD
38
Ruimtegebruik mobiliteit
groei van de stad beperkt blijven tot ongeveer zeven procent (beeld 3). Dit komt vooral omdat
Figuur 19 is een illustratie van het ruimtegebruik door mobiliteit. Het eerste beeld stelt de
meer mensen zich lopend, fietsend of met het ov zullen verplaatsen in plaats van met de auto,
mobiliteit voor zoals we dat nu (2025) in Den Haag kennen. Stel dat de stad groeit zonder dat
die relatief veel ruimte inneemt. Omdat het nog steeds betekent dat mobiliteit meer ruimte
maatregelen worden genomen, zoals de geplande fiets- en ov projecten of de voorgenomen
dan nu inneemt, is er minder ruimte voor andere functies en voorzieningen in de openbare
uitbreiding van betaald parkeren. Dan zal de groei van de stad zich vertalen naar een
ruimte. De voorgestelde maatregelen in de Netwerkstrategie, zowel infrastructurele maatregelen
vergelijkbare groei (ongeveer 20 procent) van het ruimtegebruik door mobiliteit (beeld 2).
(bv. 30 km/u-gebieden) als aangescherpt parkeerbeleid en maatregelen gericht op het gebruik
Er is dan geen ruimte voor bredere voet- of fietspaden, voor extra groen of nieuwe pleinen, er
van duurzame mobiliteit, maken het mogelijk dat meer mensen zich kunnen verplaatsen zonder
zullen meer files komen en een parkeerplek vinden gaat langer duren. Door de uitvoering van
dat dit ten koste gaat van de openbare ruimte (beeld 4). Bij uitvoering van het Verkeersnetwerk
de Strategie Mobiliteitstransitie, uitbreiding van betaald parkeren, en de inzet op duurzame
2040 in projecten ontstaan kansen om ruimte te maken voor andere functies zoals groen,
mobiliteit (doorzetten van de huidige beleidslijn), zal het extra ruimtebeslag als gevolg van de
terrassen en ontmoetingsruimte.
Figuur 19. Illustratie van het ruimtegebruik door mobiliteit in verschillende scenario's.
< INHOUD
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
39
5
In dit hoofdstuk lichten we de verschillende verkeersnetwerken voor voetganger, fiets, ov en auto toe. In de Netwerkstrategie worden deze vastgesteld en vormen samen het Verkeersnetwerk 2040. Zo wordt duidelijk wat de belangrijkste routes van de stad zijn en daardoor kunnen er op projectniveau sneller keuzes worden gemaakt door de verschillende netwerken tegen elkaar af te wegen.
Toelichting Netwerken < INHOUD
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
40
5.1
Voetgangersnetwerk 2040
Belangrijkste keuzes Voetgangersnetwerk 2040 • Meer ruimte voor lopen, veiliger door aanpassing maximumsnelheid autoverkeer naar 30 km/u; • Voetgangersgebieden in centrumstedelijk gebied (zie voor toelichting Bijlage A);
Voorwaarden De routes moeten aan de volgende voorwaarden voldoen: • Aaneengesloten: een voetganger moet eenvoudig naar de bestemming kunnen komen, zonder gebruik te hoeven maken van fietspaden of de autorijbaan; • Veilig: een voetganger moet veilig kunnen aankomen bij de bestemming; • Toegankelijk: een voetganger moet voldoende ruimte krijgen om bij de bestemming te
° Binnenstad;
kunnen komen, zonder belemmeringen als uitstallingen, bomen, geparkeerde auto's en
° Central Innovation District (CID); ° Scheveningen Kust;
fietsen;
Comfortabele looproutes naar belangrijkste ov-haltes en voorzieningen.
• Aantrekkelijk: een voetganger moet zich prettig kunnen voelen, in een aantrekkelijke omgeving met voldoende rustpunten; • Verkeerslichten met korte wachttijden voor voetgangers.
Toelichting netwerk en keuzes In Den Haag is niet eerder een voetgangersnetwerk vastgesteld. Door dit nu te doen wordt het belang van voetgangers altijd meegenomen bij gebiedsontwikkeling en (her)inrichting. Een vastgesteld netwerk helpt ons om beter te bepalen hoeveel ruimte er voor voetgangers nodig is in relatie met de andere vervoersoorten.11 Het voetgangersnetwerk bestaat uit routes op stadniveau en wijkniveau (zie figuur 20).
Routes op stadsniveau Dit zijn: 1. comfortabele routes die delen van de stad met elkaar verbinden; 2. de belangrijkste looproutes naar de grootste centra en openbaar vervoersknooppunten; en 3. de routes binnen de centra en historische en groene aders door de stad. Deze routes dienen over een passende maatvoering en ruimtelijke kwaliteit te beschikken.
Routes op wijkniveau Dit zijn routes die wijken met elkaar verbinden en die binnen de wijk langs belangrijke voorzieningen lopen, zoals scholen, winkels, openbaar vervoerhaltes en groen (inclusief sport). Deze routes zijn vaak verbonden met de autowegen en fietspaden op wijkniveau. De afstand tot de volgende straat of route is maximaal 250 meter. Ook gaat het om de grotere recreatieve en sportroutes.
11 Waar over voetgangers wordt gesproken gaat het ook over mensen met een beperking die afhankelijk zijn van hulpmiddelen..
< INHOUD
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
41
Stedelijke routes Wijkroutes LEGENDA Stedelijke routes
Figuur 20. Voetgangersnetwerk 2040 op stads- en wijkniveau
Wijkroutes
< INHOUD
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
42
5.2
Fietsnetwerk 2040
Fietspaden moeten worden verbreed om het fietscomfort te verbeteren en de veiligheid te vergroten. Straten als de Melis Stokelaan, Laan van Noi en Laan van Meerdervoort gaan een
Belangrijkste keuzes Fietsnetwerk 2040
sterke groei zien in fietsgebruik, waar deze straten op moeten worden ingericht. Voor de
• Doorgaan met uitvoeren programma Ruim Baan voor de Fiets;
Melis Stokelaan zijn er kansen om dit al voor 2030 uit te voeren. Rond de binnenstad zetten
• Toevoegen van snelle, comfortabele fietsroutes die wijken onderling verbinden;
we in op een fietsring. Daarmee vergroten we de doorstroming voor fietsers die niet in de
• Aanleg van een fietsring om binnenstad: snel, aantrekkelijk, groen en comfortabel;
binnenstad hoeven te zijn, maar die het centrum anders wel zouden doorkruisen. Dat levert
• Maken van fietsenstallingen in hoogstedelijk gebied (zie Bijlage A. Leefmilieus);
weer ruimte op voor voetgangers in drukke winkelgebieden. Het realiseren van de fietsring
• Doorgaan met maken fietsenstallingen bij belangrijke ov-haltes;
vraagt wel keuzes in de planuitwerking. Een voorbeeld hiervan is de Mauritskade, deze is
• Sociale veiligheid en verkeersveiligheid verbeteren;
momenteel ingericht op het faciliteren van het autoverkeer in alle richtingen zonder ruimte
• Het fietsnetwerk geschikt maken voor de verschillende type fietsen;
voor fietsers. De keuze voor een fietsring betekent concreet dat de ruimte in de straat moet
• Sociaal veilige tunnels.
worden herverdeeld ten gunste van de fietser. Voor de fietsers die de binnenstad juist wel willen bezoeken, leggen we aantrekkelijke fietsenstallingen aan. Zo blijft de binnenstad
Toelichting netwerk en keuzes
aantrekkelijk om met de (elektrische) fiets te bezoeken.
Het fietsnetwerk in Den Haag bestaat uit een stelsel van Sterfietsroutes, hoofdfietsroutes en fijnmazige fietsverbindingen in wijken. Steeds meer inwoners en bezoekers gebruiken de fiets
Het fietsnetwerk bestaat uit fietsroutes op regioniveau, op stadsniveau en op wijkniveau (zie
als eerste keuze bij verplaatsingen in de stad.12 Sterker nog, uit modelberekeningen blijkt dat
figuur 22, op pagina 45).
er in 2040 dagelijks bijna 420.000 extra fietsritten worden gemaakt. Dat is een stijging van 43
• Sterfietsroutes (metropolitane fietsroutes, provinciale fietsroutes, Sterfietsroutes, fietsring en
procent ten opzichte van 2020. Het fietsverkeer neemt dus in de toekomst nog veel meer toe,
wijkverbindingen) regioniveau;
ook omdat we plannen uitvoeren die mensen stimuleren om de fiets te pakken. Bijvoorbeeld
• Hoofdfietsroutes, stadsniveau;
door meer fietsparkeerplaatsen en door het verlagen van de maximumsnelheid voor auto’s en
• Onderliggende fietsroutes, wijkniveau.
motoren.
Bij fietsroutes op wijkniveau is de afstand tot de volgende straat of route maximaal 250 meter.
Voorwaarden Het fietsnetwerk moet aan de volgende voorwaarden voldoen: • Veilig (meer 30 km/u wegen; gescheiden fietspaden langs 50 km/u wegen); • Aaneengesloten (ontbrekende schakels oplossen, aansluiten op regionetwerk); • Comfortabel (kwaliteit bestrating, voldoende opstelruimte); • Goede doorstroming (capaciteit en verkeerslichten); 12 Waar over fiets en fietsers gesproken wordt gaat het ook over scootmobielen en scootmobielgebruikers.
< INHOUD
• Herkenbaar: goede voorzieningen: aantrekkelijke stallingen.
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
43
Drie keer zoveel fietsers in 2040 op de Laan van Nieuw Oost-Indië, kruispunt Schenkkade Op het kruispunt Schenkkade rijden nu gemiddeld 7000 fietsers per dag. Het fietspad is ongeveer 1,5 meter breed, veel minder dan de CROW-richtlijn van 2,4 meter. Naar verwachting verdrievoudigt het aantal fietsers richting 2040 op dit kruispunt, tot bijna 20.000 fietsers per dag. Dit betekent dat er volgens de richtlijnen in 2040 een fietspad van minimaal 3,5 meter nodig zou zijn om de toename van het aantal fietsers veilig en comfortabel te kunnen faciliteren. Er moeten keuzes worden
Nu
2040
fietsers via een andere veilige, comfortabele route
7.000
20.000
richting het centrum te leiden.
Aantal fietsers per dag
gemaakt om daar ruimte voor te creëren of om
Figuur 21. Aantal fietsers nu en in 2040
< INHOUD
44
Sterfietsroute Hoofdfietsroute Recreatieve routeLEGENDA Wijkfietsroute Fietsring centrum
Hoofdfietsroute Recreatieve route Wijkfietsroute
Figuur 22. Fietsnetwerk 2040 op regio-, stads- en wijkniveau
< INHOUD
Sterroute / tangentroute
Fietsring centrum
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
45
5.3
Ov-netwerk 2040
Verbindend ov-netwerk Een verbindend ov-netwerk bestaat uit de lijnen die zorgen voor een snelle verbinding tussen
Belangrijkste keuzes ov-netwerk 2040
stadsdelen en met stations en de regio. We moeten zorgen voor goede doorstroming en daarom
• Inzetten op snelheid, hoge frequentie en hoge capaciteit (geschikt voor gekoppelde
ov vaker voorrang geven en zoveel mogelijk vrije routes creëren. Dat verhoogt de snelheid
voertuigen);
en verkort de reistijd. De nadruk ligt ook op hoge rijfrequenties en grote betrouwbaarheid.
• Uitvoeren plannen Oude Lijn, Koningscorridor en Zuidwestlandcorridor;
Onderdeel van het verbindend netwerk zijn onder andere de huidige RandstadRaillijnen,
• Extra corridor in combinatie met verstedelijking Zuidwest (lijn 9); doorstroming behouden,
verbindende tramlijnen, zoals lijn 1 of lijn 9, en verbindende buslijnen. We bouwen dit netwerk
capaciteit toevoegen; • Ontwikkeling van fijnmazig ov en mogelijk vraaggestuurd ov;
verder uit door in te zetten op een aantal corridors waar deze lijnen geconcentreerd worden en waar verder ingezet kan worden op doorstroming en scheiden van ov-banen en overig verkeer.
• Onderzoek naar tram over het Prins Berhardviaduct; • Robuuste capaciteit rondom Centraal Station;
Ontsluitend ov-netwerk
• Lijnen die de wijken onderling verbinden en met de regio richting Oude Lijn;
Een ontsluitend ov-netwerk is fijnmazig en goed bereikbaar en toegankelijk voor verschillende
• Doorontwikkeling P+R aan de randen van de stad via de corridors;
categorieën reizigers. Het gaat hierbij om trams en bussen die de verbinding maken tussen
• Onderzoek naar P+R ipv P+R bij eindpunt lijn 9 in Den Haag Zuidwest, in combinatie met een
de wijken, de stadsdelen én het verbindend ov-netwerk. Kenmerk van fijnmazig ov is dat de
wijkhub.
afstanden tot de haltes niet groot zijn. Het streven is om het openbaar vervoer zo min mogelijk te vertragen in 30 km/u-gebieden. Hierdoor is het een goede keuze voor korte afstanden, ook
Toelichting netwerk en keuzes
voor mensen voor wie lopen, fietsen of autorijden geen alternatief is. We zorgen ervoor dat
Het ov-netwerk in en rond Den Haag bestaat uit een samenhangend stelsel van spoorwegen,
belangrijke routes voor de voetganger en fietser goed aansluiten op ov-haltes.
RandstadRaillijnen, tram- en busroutes. Deze zorgen samen voor een goede ov-bereikbaarheid van de stad. Om het ov aantrekkelijker te maken als vanzelfsprekende keuze zijn aanzienlijke investeringen nodig. Bussen en trams moeten meer reizigers kunnen vervoeren en vaker rijden. Door extra aparte trambanen en een betere ov-infrastructuur kunnen we ervoor zorgen dat het ov betrouwbaarder wordt en meer reizigers vervoert. Ook gemak en comfort moeten verbeteren. We willen in samenwerking met de ov-maatschappijen reizigers betrouwbare actuele data kunnen bieden. Dat gaat over hoe vol een tram of bus is, wanneer de tram of bus aankomt en hoelang de reiziger erover doet om de bestemming te bereiken. Het openbaar vervoernetwerk bestaat uit lijnen op regioniveau (verbindend) en op stadsniveau (ontsluitend).
< INHOUD
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
46
Ov-schaalsprong
Voorwaarden
We willen de groei van de mobiliteit zoveel mogelijk met duurzame alternatieven opvangen.
Het ov moet in 2040 moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
In de Schaalsprong openbaar vervoer Den Haag en regio (2018) is de visie daarop weergegeven.
• Verkeersveilig;
Voor het verbindend ov-netwerk richten we ons op drie sterke corridors:
• Sociaal veilig, (financieel) toegankelijk, inclusief; • Duurzaam exploiteerbaar;
1. De Koningscorridor is de verbinding tussen Scheveningen via Den Haag Centraal en de
• Toegankelijk.
Binckhorst met Voorburg/Zoetermeer en Rijswijk/Delft. Deze corridor verbindt de kust en de internationale zone met de stad en het station, en zorgt voor hoogwaardig ov in het
Innovaties op het gebied van openbaar vervoer, zoals zelfrijdend openbaar vervoer en vraag
transitiegebied de Binckhorst.
gestuurd openbaar vervoer, kunnen een bijdrage leveren aan het bereikbaar maken van
2. De Zuidwestlandcorridor verbindt ontwikkelgebied Den Haag Zuidwest met de stad, de
gebieden (leefmilieus; zie voor nadere duiding Bijlage A).
stations en met het Westland. Met het eventueel doortrekken van de tramtunnel zien we kansen voor de ruimtelijke ontwikkeling in combinatie met ov-haltes. 3. De Oude Lijn: we versterken de verbinding door meer sprinters te laten rijden, we vergroten de aantrekkelijkheid en verbeteren de overstap op stedelijk ov, fiets en deelmobiliteit van de stations. Voor Laan van NOI en Moerwijk worden hier al stappen in gezet. De ov-corridors zijn nu gericht op het centrum en de stations. Om de bereikbaarheid van de wijken van Den Haag onderling en met de buurgemeenten te verbeteren zijn betere (bus)lijnen nodig die dwarsverbindingen leggen, zoals vanuit Den Haag Zuidwest met Rijswijk/Delft en vanuit Laan van NOI richting Scheveningen Kust.
HUB
PAKKET DIENST
Deelbakfiets
HUB
< INHOUD
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
47
P+R
Forepark
P+R
Stadion
P+R
P+R
Ypenburg
Hoornwijck
Trein Metro
P+R
Uithof
Tram verbindend De Vlietlijn Tram ontsluitend Bus verbindend Bus ontsluitend Koningscorridor/ Zuidwestlandcorridor/Oude lijn Bustangenten Stations
Figuur 23. Ov-netwerk 2040 op regio-, stads- en wijkniveau
< INHOUD
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
48
5.4
Autonetwerk 2040
Belangrijkste keuzes autonetwerk 2040
De ruimte in de stad is te schaars om gedurende het grootste deel van de dag overcapaciteit –
• Versterken en borgen doorstroming hoofdroutes/S-wegen;
lees: veel ruimte die niet optimaal wordt benut – te hebben. Anders blijven wegen barrières, blijft
• Duidelijker onderscheid tussen hoofdroutes met 50 km/u en onderliggend wegennet met 30 km/u;
het autoverkeer toenemen en is het moeilijk de andere netwerken daadwerkelijk te realiseren.
• Routes voor nood- en hulpdiensten en logistiek; • Verkenningen voor onderdoorgangen; • Oplossingen voor knelpunten met andere netwerken.
Toelichting netwerk en keuzes
Onderzoek naar het autonetwerk in het CID en de Binckhorst
Den Haag ligt ingeklemd tussen de kust en buurgemeenten en is goed aangesloten op
Parallel aan het ontwikkelen van de Netwerkstrategie is een detailonderzoek uitgevoerd
rijkswegen A4, A13 en A12. Over die snelwegen rijdt een groot deel van het verkeer met
naar de inrichting van het autonetwerk en andere vervoersnetwerken binnen het
bestemming of herkomst Den Haag. Veel automobilisten gebruiken de wegen die haaks op de
Central Innovation District (CID) en de Binckhorst. Dit onderzoek bouwt voort op de
kust liggen om de stad in te komen of te verlaten. De Utrechtsebaan/A12 brengt je bijvoorbeeld
Structuurvisie CID (2021) en onderzoekt hoe deze netwerken kunnen bijdragen aan de
tot op 500 meter van de binnenstad. Dit heeft een aanzuigende werking op verkeer met
grootschalige woningbouw in het gebied. Meer informatie is te vinden in de stukken
meerdere bestemmingen in de stad.
over het Verkeersnetwerk CID- Binckhorst (RIS321991).
Als we kijken naar de huidige netwerken en vervoerspatronen is op sommige wegen in de stad groei voor zowel fiets en ov als autoverkeer te verwachten. Dat past alleen niet in de
Voorwaarden
beschikbare ruimte. Ongelijkvloerse kruisingen en tunnels kunnen oplossingen bieden. Omdat
Het autonetwerk in moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
dergelijke maatregelen kostbaar zijn, moeten we goed afwegen waar investeringen het meeste
• Goede doorstroming op de hoofdwegen;
bijdragen aan de doelen. Het autonetwerk bestaat uit routes op regioniveau, op stadsniveau en
• Mensen die afhankelijk zijn van een auto of een deelauto moeten deze ook in 2040 kunnen
op wijkniveau (zie figuur 24).
gebruiken, zolang er geen goed alternatief is. • Voldoende mogelijkheden voor nood- en hulpdiensten om door de stad te rijden;
De noodzaak voor het gebruik van de auto binnen de stad wordt verkleind door voetgangers,
• Voldoende ruimte voor de logistiek van de stad;
fietsers en openbaar vervoer beter te faciliteren, bijvoorbeeld door grotere 30 km/u-gebieden te
• Voldoende mogelijkheden om het verkeer om te leiden bij wegwerkzaamheden,
realiseren. Als er minder auto’s in de stad rijden, ontstaat er ruimte voor de reizigers die afhankelijk
evenementen, ongevallen of calamiteiten;
zijn van hun auto. De autobereikbaarheid van de stad wordt georganiseerd op de regionale
• Veilige inrichting;
toegangsroutes en stedelijke hoofdroutes waar de doorstroming geoptimaliseerd kan worden.
• Goede aansluiting op mobiliteitshubs en parkeergarages.
Deze maatregelen zorgen voor een robuuster autonetwerk en verminderen het autoverkeer in de wijken. Zoals opgenomen in de Strategie Mobiliteitstransitie wordt de wegcapaciteit niet meer ingericht naar de spitsperiodes. Er wordt gekeken naar een langere periode over de dag. < INHOUD
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
49
Toelichting op de kaart Autonetwerk 2040
Centrumring. De Centrumring is onderdeel van het netwerk van stedelijke hoofdwegen.
De kaart toont het verschil in hiërarchie van de autowegen in de stad. De aanwezige
Deze bundelt en verdeelt het autoverkeer met een herkomst of bestemming in het centrum.
autowegen hebben verschillende rollen in het bedienen van het autoverkeer. Sommige wegen
Daarmee moet de Centrumring ervoor zorgen dat het centrum wordt ontlast van doorgaand
hebben een stedelijke doorstroomfunctie, anderen zijn bedoeld voor de directe ontsluiting
autoverkeer.
van woningen en percelen in buurten. Het onderscheid is nodig om zowel de doorstroming op hoofdwegen als de leefbaarheid in woonbuurten te kunnen garanderen. De kaart is
Autobereikbaarheid op wijkniveau
richtinggevend voor de planvorming voor projecten in de openbare ruimte.
Verbindende wegen. De verbindende wegen zorgen voor een verdere verdeling van het verkeer vanaf de stedelijke hoofdwegen. Ze zorgen functioneren voor de autobereikbaarheid
Autobereikbaarheid op nationaal en regionaal niveau
van bestemmingen in de wijken en stadsdelen. Ook deze wegen bundelen het doorgaande
(Inter-)nationale hoofdwegen. De (inter-)nationale hoofdwegen verbinden de Haagse regio
autoverkeer, dat doorgaand is ten opzichte van de aangrenzende wijken. Daarmee
met steden en regio’s in binnen-en buitenland. Voldoende capaciteit voor het autoverkeer, een
ontlasten ze de onderliggende ontsluitingswegen en erftoegangswegen (woonstraten)
betrouwbare trajectsnelheid en mede daardoor vlotte doorstroming van het autoverkeer staan
met doorgaand. Doorstromen en verblijven zijn hier in balans. Deze wegen zijn ingericht als
op deze wegen centraal. Deze wegen zijn in beheer bij het Rijk.
gebiedsontsluitingswegen 50 km/u. Langs deze wegen zijn vrijliggende fietspaden aanwezig.
Regionale hoofdwegen. De regionale hoofdwegen zijn belangrijke toegangswegen tot de
Ontsluitende wegen. De ontsluitende wegen maken bestemmingen in de wijken bereikbaar.
Haagse agglomeratie en de stad. Deze wegen sluiten direct aan op de (inter-)nationale
Deze wegen hebben geen functie voor doorgaand autoverkeer dat geen bestemming in de
hoofdwegen. Deze wegen zijn essentieel voor de externe bereikbaarheid van wijken en
betreffende wijken heeft. Fietsers, voetgangers, oversteekbaarheid en verblijven hebben hier
economische centra. Een vlotte verkeersafwikkeling op deze wegen zorgt ervoor dat het
prioriteit. Vanaf de ontsluitende wegen worden de erftoegangswegen (woonstraten) bereikt.
doorgaande autoverkeer vanzelfsprekend voor deze wegen kiest. Elke regionale hoofdweg
De verkeersintensiteiten op deze wegen zijn hoger dan in woonstraten, waardoor aparte
dekt een deel van het stedelijk gebied. Een goede en gelijkwaardige verdeling van het
fietsvoorzieningen in de vorm van fietsstroken of fietspaden noodzakelijk zijn. Deze wegen zijn
verkeer over deze hoofdwegen zorgt ervoor dat er minder verkeer door de wijken gaat rijden.
ingericht als gebiedsontsluitingsweg 30 km/u.
De regionale hoofdwegen zijn ingericht als gebiedsontsluitingsweg 70/80 km/u of als gebiedsontsluitingsweg 50 km/u. Als de routes een functie in het fietsnetwerk hebben zijn er
Erftoegangswegen (Alle wegen die niet op de kaart zijn opgenomen). Erftoegangswegen dragen
vrijliggende fietspaden aanwezig.
zorg voor de directe ontsluiting van woningen en percelen. Deze wegen worden gebruikt voor ritten van en naar bestemming. Verblijven heeft hier prioriteit. Deze wegen hebben een
Autobereikbaarheid op stedelijk niveau
30 km/u inrichting. De verkeersintensiteiten zijn laag waarmee verschillende verkeerssoorten
Stedelijke hoofdwegen. De stedelijke hoofwegen verdelen het autoverkeer vanaf de regionale
kunnen worden gemengd. Als de wegen onderdeel zijn van het fietsnetwerk kunnen ze ook als
hoofdwegen over het wegennet in de Haagse agglomeratie. Veel stedelijke hoofwegen hebben
fietsstraat worden ingericht. Ook in winkelstraten staat verblijven centraal. Deze straten zijn
daarnaast ook een lokale functie voor parkeren en ontsluiting van de aanliggende bebouwing.
ingericht als erftoegangsweg of als voetgangersgebied.
De stedelijke hoofdwegen bundelen het doorgaande autoverkeer, zodat de woonwijken hier niet mee worden belast. Dat vereist voldoende doorstroming, capaciteit en een herkenbare weginrichting. Ze hebben een inrichting als gebiedsontsluitingsweg 50 km/u. Afhankelijke van de verkeersintensiteit kunnen de wegen zowel een 2x1 als een 2x2 profiel hebben. Langs deze wegen zijn vrijliggende fietspaden aanwezig. < INHOUD
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
50
P+R
Forepark
P+R
P+R
Leidschenveen
Stadion
P+R
Stadion
P+R
Hoornwijck
P+R
P+R
Ypenburg
P+R
Ypenburg
Hoornwijck
P+R Uithof
P+R
Uithof
LEGENDA Nationaal en regioniveau Stadsniveau Wijkniveau
Internationale hoofdweg Regionale hoofdweg Stedelijke hoofdweg (GOW 50) Centrumring (GOW 50) Verbindende weg (GOW 50) Ontsluitende weg (GOW 30)
Figuur 24. Autonetwerk 2040
< INHOUD
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
51
Inrichtingsprincipes We willen dat weggebruikers door de inrichting van de straat direct begrijpen welk rijgedrag passend is. Daarom gaan we de straten zo herkenbaar mogelijk inrichten. Elke wegcategorie heeft zijn eigen herkenbare eigenschappen en basisprincipes. We hanteren binnen de bebouwde kom, in lijn met de landelijke richtlijnen, vier wegcategorieën: 1. Gebiedsontsluitingsweg 70 km/u: Fietsers kruisen deze weg bij voorkeur ongelijkvloers (via een tunnel of een brug). Waar geen tunnel of brug is, wordt de oversteek met verkeerslichten geregeld. 2. Gebiedsontsluitingsweg 50 km/u: Wegen met een maximumsnelheid van 50 km/u zorgen ervoor dat het gemotoriseerde verkeer vlot richting de snelweg kan. Deze wegen hebben een verkeersfunctie en vrijliggende fietspaden. De voorrang is bij voorkeur geregeld met verkeerslichten of met een rotonde. 3. Gebiedsontsluitingsweg 30 km/u: Op wegen waar huizen dicht bij de weg staan of waar veel overstekende voetgangers en fietsers zijn is een lage snelheid wenselijk. Deze wegen hebben vaak ook een functie als verbindingsweg tussen wijken. Wegen waar de verkeersfunctie en de verblijfsfunctie samenkomen, richten we in als een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 30 km/u. Kenmerken van deze wegen zijn brede fietsstroken in rood asfalt of rode klinkers; vaak is er onvoldoende ruimte voor vrijliggende fietspaden.
De voorrang op zijstraten is geregeld. 4. Erftoegangsweg 30 km/u: Bij buurtstraten met weinig verkeer staat vooral de verblijfsfunctie centraal. Hier is de snelheid laag (maximaal 30 km/u), zijn veel overstekende voetgangers te verwachten en staat de leefbaarheid voorop. Deze wegen hebben geen fietsstroken en worden uitgevoerd met klinkers. De voorrang op kruispunten tussen deze straten wordt niet geregeld. Wanneer op een erftoegangsweg een stedelijke of regionale fietsroute ligt, is het ook mogelijk om te kiezen voor een inrichting als fietsstraat. Een fietsstraat heeft een afwijkende vormgeving met rood asfalt. Bij een fietsstraat wordt de voorrang op zijstraten wel geregeld. Een fietsstraat of fietsvriendelijke stadsstraat (met klinkers) biedt vaak meer ruimte voor grote aantallen fietsers (met verschillende soorten en maten fietsen) dan een fietspad. Bovenstaande uitgangspunten worden verder uitgewerkt in het Handboek Openbare Ruimte.
< INHOUD
52
P+R
Forepark
P+R
Leidschenveen
P+R
Stadion
P+R
Stadion
P+R
Hoornwijck
P+R
P+R
Ypenburg
P+R
Ypenburg
Hoornwijck
P+R Uithof
P+R
Uithof
LEGENDA Internationale Hoofdweg 100/120/130 GOW 70/80 GOW 50 GOW 30
Figuur 25. Kaart met de maximumsnelheden in Den Haag in 2040
< INHOUD
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
53
6
In de voorgaande hoofdstukken beschrijven we welke aanpassingen aan het verkeersnetwerk van Den Haag nodig zijn voor een leefbare en bereikbare stad. Met alleen aanpassingen aan het verkeersnetwerk behalen we onze doelen echter niet. Enerzijds is er meer nodig om ervoor te zorgen dat mobiliteit niet meer ruimte inneemt ten koste van bijvoorbeeld groen of ontmoetingsruimte. Anderzijds zijn er aanvullende maatregelen nodig om ervoor te zorgen dat alle doelgroepen kunnen profiteren van de ruimte. Het functioneren van het mobiliteitssysteem is niet alleen afhankelijk van de netwerken (fysieke infrastructuur), maar ook van andere zaken die van invloed zijn op het gebruik van de netwerken (mobiliteitsoplossingen) en het gedrag van mensen (reizigers). Beleid ten aanzien van deze zaken ondersteunt de doelstellingen. In dit hoofdstuk beschrijven we wat op deze beleidsterreinen de komende jaren nodig is.
Overige beleidsterreinen Figuur 26. Schematische weergave van het mobiliteitssysteem
< INHOUD
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
54
6.1
Minder ongevallen door lagere snelheid
6.2
Binnen de bebouwde kom verlagen we op veel wegen de maximumsnelheid naar 30 km/u.
Blijvend goede bereikbaarheid voor nooden hulpdiensten en openbaar vervoer
Daarmee neemt de kans om betrokken te zijn bij een verkeersongeval af. Uit onderzoek van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeerveiligheid (SWOV) blijkt er op wegen met een
Als op minder wegen 50 km/u gereden mag worden, wordt de kans groter dat nood- en
maximumsnelheid van 30 km/u twintig tot dertig procent minder verkeerslachtoffers zijn.
hulpdiensten de wettelijk vastgestelde aanrijdtijden niet halen. Zij moeten deze tijden kunnen
Het is daarmee een van de meest effectieve maatregelen om de verkeersveiligheid in onze stad
halen zonder dat dit ten koste gaat van de veiligheid, de leefbaarheid en de bereikbaarheid van
te verbeteren. Vooral kwetsbare verkeersdeelnemers zijn hierbij gebaat. We spreken dan ook
de stad.
13
van het opwaarderen van de wegen door het verlagen van de snelheid. Om te kunnen garanderen dat de nood- en hulpdiensten en het openbaar vervoer hun De snelheidsverlaging maakt daarnaast een andere inrichting van de openbare ruimte
bestemmingen op tijd en volgens dienstregeling kunnen halen is er een hoofdroutekaart
mogelijk. Een inrichting die minder op autoverkeer is gericht en meer rekening houdt met
opgesteld. De kaart is ontstaan in samenwerking met alle betrokken partners: politie,
fietsers, voetgangers en ontmoetingsruimte. We stimuleren en faciliteren hiermee een
brandweer, ambulance, HTM, Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) en de gemeente.
grotere zelfredzaamheid van mindervaliden, kinderen en ouderen en daarmee een grotere
Op de hoofdroutekaart staan de belangrijkste aanrijroutes voor de nood- en hulpvoertuigen
arbeidsparticipatie. Verder levert grootschalige snelheidsverlaging ook minder geluidsoverlast op.
en de routes die van belang zijn voor de betrouwbaarheid en snelheid van het openbaar vervoer. Het doel van de hoofdroutekaart is het duiden van het belang van deze routes in
Verlaging van de maximumsnelheid leidt op korte termijn naar verwachting tijdelijk tot extra
geval van herinrichting van de openbare ruimte. De kaart is een middel voor de korte termijn.
uitstoot. Volgens deskundigen is dit te verklaren doordat verbrandingsmotoren, die nu nog
De Netwerkstrategie is gericht op de lange termijn. Afgesproken is dat naar aanleiding van
in veruit de meeste voertuigen worden toegepast, zijn afgesteld om optimaal te presteren bij
nadere uitwerking van de strategie de hoofdroutekaart steeds geactualiseerd wordt. Bij de
50 km/u en hoger. Langzamer rijdend verkeer stoot dus meer uit per voertuig. Tegelijkertijd
planvorming voor herinrichting van de openbare ruimte worden de nood- en hulpdiensten en
levert minder autoverkeer minder uitstoot op. Bovendien worden auto’s steeds schoner,
de openbaar vervoerpartijen in een vroeg stadium betrokken.
waardoor de luchtkwaliteit continu verbetert. Bij het actueel houden van de hoofdroutekaart kunnen de volgende onderwerpen in
Fasering van de aanpassingen naar 30 km/u
beschouwing worden genomen:
De komende jaren wordt in veel wijken het riool vervangen of vindt er onderhoud aan de
• het gebruik van aangepaste hulpvoertuigen;
weg plaats. Dit biedt de mogelijkheid om deze wegen direct in te richten volgens de nieuwe
• 30 km/u-zones geschikt maken voor nood- en hulpdiensten;
richtlijnen.14 Bij veel andere wegen is de komende jaren geen onderhoud gepland. Om te
• het overrijdbaar maken van bus- en trambanen;
voorkomen dat fietsers zich nog jarenlang moeten verplaatsen over wegen waar 50 km/u
• afsluitingen dynamisch maken waardoor filevrije routes ontstaan;
gereden mag worden, verlagen we waar mogelijk op deze wegen de snelheid al eerder, met
• opstelruimte mogelijk maken in woonwijken;
bijzondere aandacht voor het gebied binnen de Centrumring (S100). Om dit goed voor te
• toepassen van innovatieve technologieën ten aanzien van (selectieve) doorstroming.
bereiden maken een plan van aanpak in overleg met de nood- en hulpdiensten. Actie: Blijvend actueel houden van hoofdroutekaart in samenspraak met nood- en hulpdiensten Actie: Opstellen plan van aanpak voor de omzetting van wegen naar 30 km/u.
en openbaar vervoerpartijen.
13 Bron: https://swov.nl/nl/publicatie/naar-een-algemene-snelheidslimiet-van-30-kmuur-binnen-de-bebouwde-kom 14 Handreiking inrichtingskenmerken GOW30, CROW 2023.
< INHOUD
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
55
Voor het openbaar vervoer geldt dat bij invoering van 30 km/u de gemiddelde snelheid op die wegen omlaag gaat en de rijtijd van bus of tram omhoog gaat. Als dit gebeurt kan deze bus- of tramlijn wat onaantrekkelijker voor de reiziger worden en kost het voor de vervoerder meer geld om de dienstregeling te rijden. De meeste routes van het openbaar vervoer liggen op plekken waar een maximum snelheid geldt van 50 km/u. Met de aangekondigde nieuwe ov-lijnen zal de kwaliteit van het ov in Den Haag beter worden. Op de 30 km/u-wegen is het de ambitie reistijdverlies zo veel mogelijk te voorkomen. Hiervoor is het nodig om met de openbaar vervoer partijen te zoeken naar maatregelen die de negatieve effecten kunnen beperken. Hierbij kunnen de volgende aspecten aan de orde komen: • de maximumsnelheid op vrije tram- en busbanen op 50 km/u houden; • elders de tram- of buslijnen versnellen; • bus- of tramlijnen omleggen via hoofdroutes; • 30 km/u wegen ov-vriendelijk aanleggen. Actie: afspraken maken met de openbaar vervoerpartijen over de aanpak 30 km/u.
< INHOUD
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
56
6.3
Stadsdistributie: goede, schone bevoorrading van de stad
Logistiek hoort bij het stedelijk leven. Als de stad groeit, neemt ook de logistiek toe. Dit mag niet ten koste gaan van de bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. Doel is minder en schonere goederenvervoerstromen in de stad. Dat leidt tot minder uitstoot (stikstof/CO2) en een betere bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid. Speerpunten in het beleid zijn daarom Verminderen, Veranderen, Verschonen en Veiliger (de vier V's). Een belangrijke stap richting deze doelen is de invoering van de zero-emissiezone voor bestelen vrachtauto’s vanaf 1 januari 2025. Verder wil de gemeente vernieuwing aanjagen en mogelijk maken, samen met de vervoerders en andere partijen in de logistieke branche. Het is van belang om ruimte voor logistiek te laten, zowel met locaties voor logistieke overslagpunten (hubs) als door de bereikbaarheid van gebieden op peil te houden. Actie: Verdere uitwerking Programma Stadsdistributie.
< INHOUD
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
57
6.4
Parkeren: stap voor stap naar autodelen en op afstand parkeren
Tegelijkertijd willen we inwoners met een auto de mogelijk bieden om in hun buurt te parkeren. Met de voorgestelde Strategie Parkeren kan een eerste stap worden gezet. De strategie wordt eventueel aangepast om uitbreiding van de ruimte voor infrastructuur te voorkomen. Dat betekent dat we in dat geval steviger inzetten op deelmobiliteit, op afstand
Autoparkeren
parkeren en beperking van de uitgifte van parkeervergunningen.
Het autobezit in Den Haag ligt al jarenlang gemiddeld op 0,66 per woning. Als het gemiddelde op dit niveau blijft, moeten we rekening houden met 33.000 extra auto’s voor de bewoners van
Actie: Op termijn opstellen van aangescherpt parkeerbeleid.
nieuwe woningen in de stad. Hierbij zijn extra parkeerplaatsen voor nieuwe arbeidsplaatsen en winkels nog niet meegenomen. Met de nieuwe parkeernormen zullen veel van deze auto’s
Fietsparkeren
inpandig of op eigen terrein worden gerealiseerd. Dat is echter niet altijd een oplossing,
Als we het gebruik van de fiets willen stimuleren, moeten we ook zorgen voor mogelijkheden
bijvoorbeeld bij bezoek en bij woningsplitsing of optoppen.
om de fiets te parkeren. Ook voorkomen we dan overlast van fietsen in de openbare ruimte.
15
In de bestaande woonwijken is
geen ruimte voor extra parkeerplaatsen. Tegelijkertijd willen de parkeerdruk voor de huidige
Als reizigers hun fiets goed kwijt kunnen bij ov-knooppunten, versterkt dat het gebruik van het
bewoners verlagen. Te veel geparkeerde auto's en fietsen in de openbare ruimte zijn nadelig
openbaar vervoer. In de openbare ruimte maken we ruimte voor de voetganger als fietsen op
voor de omgevingskwaliteit en de leefbaarheid, de veiligheid, de economische vitaliteit en de
een passende plek kunnen parkeren. We kijken per gebied wat nodig is en maken gebruik van
bereikbaarheid.
inpandige en tijdelijke oplossingen. We zorgen voor voldoende capaciteit en logische locaties. Het gebruik van deelfietsen wordt gestimuleerd. Actie: Realiseren van verschillende fietsenstallingen, opstellen van een fietsparkeernota.
15 Optoppen is het toevoegen van woningen door een bestaand gebouw te verhogen met één of meerdere bouwlagen.
< INHOUD
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
58
6.5
Verkeersmanagement: sturen op verkeer voor goede doorstroming
De maatregelen van de Netwerkstrategie richten zich vooral op de vormgeving van de wegen, straten en paden en de openbare ruimte. Daarmee maken we de keuze om te lopen of fietsen gemakkelijker. Om mensen te stimuleren andere vervoerswijzen te gebruiken is aanvullend beleid nodig. Beleid en maatregelen gericht op gedragsverandering moeten goed aansluiten
Verkeersmanagement speelt een cruciale rol in het realiseren van de doelen, vooral op het
en inspelen op de voorkeuren en behoeften van mensen. We werken de komende jaren aan
gebied van veiligheid, doorstroming en duurzaamheid. Met verkeersbeheersystemen reguleren
maatregelen om het gebruik van duurzame vervoerswijzen te stimuleren. Zo gaan we door
we de verkeersstromen in Den Haag beter. We zorgen voor goed afgestelde verkeerslichten
met overleg met de grote werkgevers om medewerkers te stimuleren duurzaam te reizen.
zodat er zo min mogelijk opstoppingen plaatsvinden. Met dynamisch verkeersmanagement
We ondersteunen buurtinitiatieven die bijdragen aan een leefbare en bereikbare stad.
regelen we de verkeersstromen effectief. Deze maatregelen zorgen voor minder opstoppingen en ondersteunen de overgang naar duurzamer vervoer, zoals fietsen, lopen en openbaar
Actie: Ontwikkelen strategie: kiezen voor duurzame mobiliteit.
vervoer. Actie: Verbetering data-inzameling en analyse ten behoeve van optimaal verkeersmanagement.
6.7
Innovaties
Actie: Uitwerking van de hiërarchie tussen de verkeersnetwerken ten behoeve van verkeerregelinstallaties en herinrichtingen.
De integratie van zelfrijdend openbaar vervoer, intelligente snelheidsadaptatie en innovatief vraaggestuurd openbaar vervoer biedt mogelijkheden voor de mobiliteit van onze stad in 2040 en verder. De zelfrijdende auto zal ook effect hebben op de manier waarop we ons verplaatsen.
6.6
Gedrag en duurzame mobiliteit
Door de inrichting van onze wegen en openbare ruimte zorgvuldig te kiezen kunnen we de voordelen van deze innovaties benutten. Dit vereist een gezamenlijke inspanning van de overheid, bewoners en bedrijven om de ontwikkeling van innovaties in mobiliteit in goede
Als we willen dat met de groei van de stad de veiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid op
banen te leiden en deze maximaal te laten bijdragen aan het realiseren van een bereikbare en
peil blijven, is het nodig dat inwoners en bezoekers vaker lopen, fietsen of met het ov reizen.
leefbare stad.
Met minder vervoersbewegingen en minder gereisde kilometers vermindert de CO2-uitstoot. Ook de overstap op elektrische (deel)voertuigen is noodzakelijk. Hiervoor is het nodig dat
Actie: Onderzoek inzetten mobiliteitsinnovaties.
mensen de mogelijkheid hebben om zich zo te verplaatsen en dat ze gemotiveerd zijn om dit te doen.
< INHOUD
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
59
7
Aan de slag met het Verkeersnetwerk 2040 < INHOUD
7.1
Op weg naar het Verkeersnetwerk 2040
IIn dit hoofdstuk wordt beschreven hoe we stap voor stap de hoofdwegen, woonstraten, fietspaden, voetpaden en ov-routes verbeteren. Op de volgende pagina staat de agenda met wat we NU (t/m 2028), STRAKS (2028 t/m 2035) en LATER (na 2035) doen, voortbouwend op wat er al is bereikt. De agenda wordt verder uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma dat later zal worden vastgesteld. Hierbij wordt de planning aangescherpt en wordt inzichtelijk gemaakt wat de kosten zijn van de verschillende maatregelen. De kosten voor het opstellen van een uitvoeringsprogramma zijn gedekt binnen de begroting van de afdeling mobiliteit.
HUB
PAKKET DIENST
Deelbakfiets
HUB
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
60
Nr.
Maatregel
Toelichting
Termijn
Status
Agenda algemeen 1
Uitwerking afweging netwerken
• Ontwikkelen afwegingskader om te kunnen prioriteren tussen de verschillende netwerken • Uitwerking richtlijnen voor gebiedsontsluitingswegen 30 km/u in het Handboek Openbare Ruimte
NU
Nieuw project
2
Verbeteren effectiviteit van verkeersmanagement
• Om beter te kunnen sturen in het mobiliteitssysteem als geheel is er inzicht en dus meer/betere/completere data nodig van voetgangers, fietsers, openbaar vervoer, en geparkeerde fietsen en auto’s
NU
Doorlopend
3
Gedrag en innovaties
• Ontwikkelen Strategie Gedragsverandering • Onderzoek inzetten mobiliteitsinnovaties
NU
Doorlopend
Agenda voetgangersnetwerk 4
Verbeteren van de infrastructuur voor voetgangers
• Ontwikkelen aanpak en uitvoering
NU
Lopend proces
5
Instellen van voetgangersgebieden
Voetgangersgebieden in: • Binnenstad • Central Innovation District • Scheveningen Boulevard
Voorbereiding NU Uitvoering STRAKS
Nieuw project
6
Comfortabele looproutes naar ov-haltes
• Onderzoek naar comfortabele looproutes
NU
Nieuw onderzoek
7
Nieuwe looproutes op stedelijke niveau
• Looproute over Prins Bernhardviaduct • Looproute over Schenkviaduct • Looproute langs Trekfietstrace
NU en STRAKS
Bestaande en nieuwe projecten
Agenda fietsnetwerk
< INHOUD
8
Uitvoeringsprogramma Ruim baan voor de Fiets
• Uitvoering van alle projecten t.b.v. de fiets • Melis Stokelaan integraal inrichten als groene fiets-as tussen Zuidwest en station Den Haag Holland Spoor
NU
Lopend programma
9
Fietsring om de binnenstad
• Voorbereiding voor een snelle, aantrekkelijke en comfortabele fietsverbinding rondom de binnenstad • Prinsessegracht in 2028 in rioleringsvervanging als onderdeel van de fietsring • Jan Hendrikstraat als onderdeel van uitvoeringsprogramma verkeersveiligheid ook onderdeel fietsring
Voorbereiding NU Uitvoering STRAKS
Nieuwe verkenning Nieuw project
10
Verbreden van de drukste fietsroutes
• Voorbereiding om de drukste fietsroutes te verbreden
NU
Nieuw
11
Fietsenstallingen rondom en in de binnenstad
• Verkenning naar nieuwe fietsstallingen
NU
Nieuwe verkenning
12
Fietsenstallingen bij de belangrijkste ov-knopen
• Verkenning naar nieuwe stallingen bij stations en belangrijke ov-haltes
NU
Nieuwe verkenning
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
61
Nr.
Maatregel
Toelichting
Termijn
Status
13
Verminderen van de snelheidsverschillen op het fietspad
• Onderzoek naar het verminderen van snelheidsverschillen op het fietspad
NU
Nieuw onderzoek
14
Verbeteren van de sociale veiligheid in tunnels
• Onderzoek en uitvoering
NU
Nieuw onderzoek
Agenda openbaar vervoer 15
Internationale trein naar Den Haag
• Lobby opzetten voor het laten halteren van internationale treinen in Den Haag
NU
Lopend project
16
Nieuwe ov-verbindingen
• De Koningscorridor • De Zuidwestlandcorridor • De Oude Lijn
Voorbereiding NU Uitvoering STRAKS en LATER
Lopende projecten
17
Een nieuwe ov-corridor door Zuidwest
• Verkenning naar de mogelijkheden de capaciteit van lijn 9 te vergroten
Voorbereiding NU Uitvoering STRAKS en LATER
Nieuwe verkenning
18
Nieuwe busverbindingen buiten het centrum
• Verkenning naar de haalbaarheid van twee nieuwe busverbindingen buiten het centrum, richting de Oude Lijn
Voorbereiding NU Uitvoering STRAKS
Nieuwe verkenningen
19
Tramverbinding over het Prins Bernhardviaduct
• Onderzoek naar een nieuwe tramverbinding over het Prins Bernhardviaduct (in relatie met verminderen capaciteitsknelpunt tramtunnel)
Voorbereiding NU Uitvoering STRAKS
Nieuwe verkenning
20
Doorontwikkelen P+R
• Verkennen wat de mogelijkheden zijn om het P+R-aanbod te verbeteren
NU
Lopend proces
Agenda deelvervoer en mobiliteitshubs 21
Uitvoeren programma deelmobiliteit
• Uitvoering
NU
Lopend programma
22
Realiseren van mobiliteitshubs
• Verkenningen
NU
Lopend proces
• invoering van de zero-emissiezone voor bestel- en vrachtauto’s vanaf 1 januari 2025 • Vernieuwing aanjagen en mogelijk maken, samen met de vervoerders en andere partijen in de logistieke branche • Ruimte maken/zoeken voor logistiek, zowel met locaties voor logistieke overslagpunten (hubs) als door de bereikbaarheid van gebieden op peil te houden • Borgen van de bevoorrading van de stad • Verminderen negatieve effecten van de logistiek
NU
Lopend proces
Agenda autonetwerk 23
< INHOUD
Uitwerken programma Stadsdistributie
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
62
Nr.
Maatregel
Toelichting
Termijn
Status
24
Op peil houden van de doorstroming op de hoofdroutes
• Onderzoek naar het verbeteren van de doorstroming van de route S106 (Moerweg/Beatrixlaan) • Onderzoek naar het verleggen van de Centrumring naar het Telderstracé en een ongelijkvloerse kruising met de Scheveningseweg • Onderzoeken naar ongelijkvloerse kruising Lozerlaan-Erasmusweg en Hildebrandplein worden voortgezet en gerealiseerd
Voorbereiding NU Uitvoering STRAKS
Nieuw onderzoek Nieuw onderzoek Lopende onderzoeken
25
Autonetwerk CID-Binckhorst aanpassen
• Uitwerken en vaststellen verkeersnetwerk CID-Binckhorst 2040 • Uitwerken en uitvoeren benodigde maatregelen in het CID Binckhorstgebied tot 2030
Uitvoering NU
Lopend proces
26
Op peil houden van de doorstroming voor nood- en hulpdiensten en openbaar vervoer
• Verkenning naar de mogelijkheden om de doorstroming op peil te houden • Jaarlijkse update van de hoofdroutekaart
NU
Lopend proces
27
Verkennen tunnels
• Verkenning van de haalbaarheid van tunnels zoals een tunnel bij de Johan de Wittlaan (World Forum gebied)
NU
Nieuwe verkenning
28
Verlagen van de parkeerdruk
• Uitvoeren van de Actualisatie Parkeerstrategie • Beter toezicht op vergunningverlening aan de hand van het nieuwe parkeersysteem • Aanscherping van het parkeerbeleid • Onderzoek naar het beter benutten van parkeergarages
NU NU
Lopend proces In 2026 operationeel
STRAKS
Nieuw
29
Verlagen van de maximumsnelheid
• Uitvoeringsplan voor het verlagen van de maximumsnelheid van 50 km/u naar 30 km/u in overleg met ov-partijen en nood- en hulpdiensten
NU (in 2025 wordt gestart met stadsbrede aanpak)
Nieuw project
30
Verkeersonderzoeken
• Opstellen van Verkeersonderzoeken om de leefbaarheid in buurten te verbeteren
Voorbereiding NU Uitvoering STRAKS
Nieuw project/in lijn met lopend beleid, zoals Binnenstadsplan
Agenda samenhang met andere opgaven
< INHOUD
31
Samenhang met Energietransitie
Integrale planvorming, o.a. ten behoeve van aanleg 150kv-leidingen
Continu
32
Samenhang met Klimaatadaptatie
Integrale planvorming, o.a. ten behoeve van groen-blauw netwerk
Continu
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
63
7.2
Samenwerking en participatie
7.3
Monitoring en evaluatie
Uitvoering van de Netwerkstrategie vraagt zowel iets van de gemeente als van inwoners,
De Netwerkstrategie moet voor een periode van tien jaar houvast bieden. Met structurele
ondernemers, betrokken bedrijven en organisaties. De ervaringen en de kennis van
monitoring en een periodiek evaluatiemoment houden we de Netwerkstrategie actueel.
veel inwoners willen we nadrukkelijker betrekken door intensievere samenwerking.
Op deze manier kunnen we op tijd bijsturen en houden we zicht op het behalen van onze
Ons uitgangspunt is om de samenwerking (waar nodig) te verbeteren en betrokkenheid te
beleidsdoelen. We gaan de Netwerkstrategie en het uitvoeringsprogramma elke vier jaar
vergroten bij het vormgeven van de toekomst van de stad. De gemeente investeert daarom in
minimaal op de voortgang van de ambities evalueren en, indien nodig, actualiseren.
bestaande en nieuwe samenwerkingen. Hoe inwoners en bezoekers van Den Haag zich in de toekomst verplaatsen is sterk afhankelijk van de ontwikkeling van de gehele regio. In de Zuidelijke Randstad zijn de komende decennia ongeveer 240.000 nieuwe woningen nodig. Waar deze woningen komen, waar extra arbeidsplaatsen ontstaan en hoe de bereikbaarheid van deze woningen en arbeidsplaatsen wordt geregeld is van grote invloed op de stad. Keuzes die in Den Haag worden gemaakt, hebben weer invloed op het verkeer in de buurgemeenten. De Netwerkstrategie is daarom in overleg met de buurgemeenten en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) opgesteld. Bij de uitwerking blijven we in overleg om zo te werken aan een leefbare en bereikbare regio. Concreet zal Den Haag de inzichten uit dit onderzoek inbrengen in het opstellen van een nieuwe mobiliteitsvisie voor de MRDH.
< INHOUD
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
64
Bijlagen < INHOUD
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
65
Bijlage A. Leefmilieus
Leefmilieus Hoogstedelijk Centrumstedelijk Gemengd stedelijk
Stedelijk Bedrijventerrein Groen Natuur (Stads)water Figuur 27. Indeling Den Haag in acht leefmilieus
< INHOUD
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
66
Hoogstedelijk
Stedelijk
Dit zijn gebieden die recent zijn ontwikkeld, zoals inbreidingslocaties rond het centrum.
Dit zijn naoorlogse gebieden, vaak buitenwijken. Er wonen minder mensen, er zijn weinig
Er wonen veel mensen op één vierkante kilometer, er zijn veel verschillende functies (vooral
verschillende functies en de voorzieningen zijn lokaal gericht. Er is veel openbare ruimte
kantoren) en er is een hoog voorzieningenniveau. Er is relatief veel openbare ruimte.
met landschappelijke elementen, zoals parken, groenstroken en waterwegen. De afstand
De afstand tot het centrum en de stations is kort. De meeste mensen lopen en fietsen hier.
tot het centrum en de stations is groter. Ze liggen dichtbij recreatiegebieden en snelwegen.
De gebieden zijn goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Er zijn veel mogelijke gebruikers
In deze buitenwijken hebben bewoners een goede aansluiting nodig op het openbaar vervoer.
van deelvervoer, zowel bewoners als bezoekers. Parkeren gebeurt in gebouwen, zoals
Vanwege de grotere afstanden naar werk, zorg en voorzieningen maken veel mensen gebruik
parkeergarages, voornamelijk bedoeld voor bewoners.
van de auto. Deze woonwijken zijn ruim van opzet. Dat biedt kansen om alle vervoerswijzen naast elkaar te laten bestaan. We willen betaalbaar vervoer mogelijk maken in deze wijken,
Centrumstedelijk
zodat bewoners kunnen lopen of fietsen en minder afhankelijk zijn van een privéauto.
Dit zijn de oudste delen van de stad. Er wonen veel mensen op een vierkante kilometer, er zijn veel verschillende functies (zoals winkels en cultuur) en een hoog voorzieningenniveau.
Bedrijventerreinen
Er is een mix van ruimere en krappere straten en pleinen. De afstand tot het centrum en
Deze terreinen dateren uit verschillende periodes. Ze liggen voornamelijk aan de rand van
stations is zeer kort. Net als bij hoogstedelijke gebieden lopen en fietsen de meeste mensen
de stad. Er wonen weinig mensen. De functiemenging is laag, er zitten vooral bedrijven.
hier. De gebieden zijn goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Er zijn veel mogelijke
Op deze terreinen bevinden zich een aantal voorzieningen (winkels) die de hele stad bedienen.
gebruikers van deelvervoer, zowel bewoners als bezoekers. Parkeren gebeurt in gebouwen, zoals
Er is relatief gezien weinig openbare ruimte, met nauwelijks landschappelijke elementen.
parkeergarages, voornamelijk bedoeld voor bewoners.
De afstand tot het centrum en openbaar vervoer is groot. De afstand tot de snelwegen is klein (met uitzondering van Scheveningen Haven). De auto en de vrachtauto zijn de belangrijkste
Gemengd stedelijk
vervoerswijzen. De openbare ruimte is voornamelijk ingericht voor de auto.
Dit is de negentiende-eeuwse ring om het centrum en Scheveningen. Er wonen betrekkelijk veel mensen op één vierkante kilometer, er zijn enkele verschillende functies (winkels en werklocaties) en de voorzieningen zijn lokaal gericht. Er is relatief weinig openbare ruimte. Deze gebieden grenzen aan het centrum en zijn goed bereikbaar met het openbaar vervoer. In deze stadswijken staat de wens voor meer ruimte en groen centraal. Door lopen, fietsen en het gebruik van openbaar vervoer en deelvervoer aan te moedigen komt er meer ruimte in deze wijken en wordt het verkeer veiliger. In deze gebieden zijn alle vervoerswijzen belangrijk. Daarom krijgt de auto een minder belangrijke rol, want niet alles past tegelijk.
< INHOUD
NETWERKSTRATEGIE 2040 | VOOR EEN LEEFBAAR EN BEREIKBAAR DEN HAAG
67
Bijlage B. Totstandkoming Aan de Netwerkstrategie is gewerkt door verschillende experts van de gemeente Den Haag en adviesbureaus Goudappel en APPM. Daarnaast zijn twee groepen experts (denktanks) geraadpleegd: een interne groep adviseurs van verschillende gemeentelijke afdelingen en een externe groep, waar onder andere onze buurgemeenten, nood- en hulpdiensten, vervoerbedrijven en andere regiopartners aan deelnemen. Ook belangenorganisaties en ondernemers hebben meegewerkt in deze externe expertgroep (zie lijst deelnemers op de volgende pagina). Een aparte klankbordgroep, die bestond uit interne en externe adviseurs, toetste de uitkomsten op de inhoud. Verkeersnetwerk 2040 is vervolgens goedgekeurd door een stuurgroep. Deze bestond uit de ambtelijk opdrachtgever en de afdelingsmanagers van afdelingen Mobiliteit en Stedenbouw en Planologie van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling, afdelingen Beleidsafdeling Stadsbeheer en Bereikbaarheid en Verkeersmanagement van de dienst Stadsbeheer en de afdeling Stadsdelen en wijken van de Dienst Publiekszaken. De stuurgroep vormde de schakel tussen de projectorganisatie en het stadsbestuur. Aan de externe denktank namen 45 organisaties deel. De meerderheid bestond uit actief participerende deelnemers, een aantal was agendalid of ontving ter informatie alleen de stukken.
In juli 2024 zijn aan de uitnodigingenlijst voor de externe denktank uit het participatieproces van de Strategie Mobiliteitstransitie drie ‘Haagse Schakels’ toegevoegd. De projectleider en de relatiebeheerder hebben in de periode december 2023 en september 2024 met alle vertegenwoordigers/beoogde leden van de externe denktank afzonderlijk kennisgemaakt. In deze gesprekken lichtte de projectleider de doelen, het proces en de stand van zaken van de studie naar Verkeersnetwerk 2040 toe. Ook werden de belangen van de desbetreffende organisaties bij Verkeersnetwerk 2040 besproken en werden afspraken gemaakt over de wijze waarop de organisatie bij het proces betrokken zou worden. Organisaties werden allen uitgenodigd gevraagd en ongevraagd advies te geven op de toegezonden stukken van de externe denktank. Door de omvang en diversiteit in samenstelling van de externe denktank in combinatie met de fysieke bijeenkomsten werd het mogelijk onderlinge verbanden en belangen te bespreken en kennis uit te wisselen. Een aantal organisaties/deelnemers maakt ook deel uit van de klankbordgroep: MRDH, Provincie Zuid-Holland, GGD Haaglanden, Veiligheidsregio Haaglanden en de buurgemeenten. De externe denktank is vier keer georganiseerd (dagdelen van ca. drie uur). Deze fysieke bijeenkomsten werden afgesloten met een netwerklunch op locatie. < INHOUD