RIS322389 Bijlage Havenvisie
Tekst van het document
De Programmamanager is verantwoordelijk is verantwoordelijk bewoners en kennisinstellingen actief mee over de deen algehele coördinatie en aansturing van voor de voor algehele de coördinatie coördinatie en aansturing van van voor de algehele voor coördinatie devoor algehele coördinatie aansturing en vanalgehele aansturing van en aansturing koers van de haven. het en gemandateerd het havenprogramma, hetgemandateerd havenprogramma, en enom gemandateerd om om het havenprogramma, het havenprogramma, en havenprogramma, gemandateerd en om omgemandateerd te nemen namens denamens stuurgroep. beslissingen beslissingen te te nemen namens de stuurgroep. de stuurgroep. beslissingen tebeslissingen nemenbeslissingen namens te nemen de stuurgroep. namens denemen stuurgroep.
HAVENPROGRAMMA HAVENPROGRAMMA A MHAVENPROGRAMMA M A R G OR PHAVENPROGRAMMA N E VAHAVENPROGRAMMA H Uitvoeringsniveau: Uitvoeringsniveau: Uitvoeringsniveau: Uitvoeringsniveau: Uitvoeringsniveau: Het Programmabureau coördineert alle coördineert activiteiten, • Het • alle Programmabureau Het Programmabureau coördineert alle activiteiten, alle activiteiten, • Het Programmabureau • Het•Programmabureau coördineert coördineert activiteiten, alle activiteiten, deen deelprogramma’s uit en verbindt voert voert de uit deelprogramma’s de uit endeze uit verbindt en verbindt deze deze voert de deelprogramma’s voert devoert deelprogramma’s uit verbindt deze endeelprogramma’s verbindt deze • (per Havenontwikkelaars (per deelprogramma) werken werken • Havenontwikkelaars • (perHavenontwikkelaars (perwerken deelprogramma) (per deelprogramma) werken • Havenontwikkelaars • Havenontwikkelaars deelprogramma) deelprogramma) werken samen projectleiders concrete samen samen met metaan projectleiders aanresultaten concrete aan concrete resultaten resultaten samen met projectleiders samen met projectleiders aanmet concrete resultaten aanprojectleiders concrete resultaten 10 HAVENVISIE SCHEVENINGEN 132 HAVENVISIE SCHEVENINGEN 132 132 HAVENVISIE HAVENVISIE SCHEVENINGEN SCHEVENINGEN 132SCHEVENINGEN HAVENVISIE HAVENVISIE SCHEVENINGEN
concept maart 2025 concept concept maart maart 20252025 concept maart concept 2025 maart 2025
UITVOERINGSPROGRAMMA Om de genoemde ambities te verwezenlijken stelt
de Gemeente Den Haag een uitvoeringsprogramma op, in de drie programmalijnen Economisch Cluster Maritiem, Innovatie & Ontwikkeling en Leefbare en toekomstbestendige haven.
Het uitvoeringsprogramma biedt een concrete vertaling van de Havenvisie naar projecten en acties per jaar en locatie, in samenhang met de beschikbare financiële
middelen. De gekozen programmatische aanpak, met duidelijke verantwoordelijkheden en transparante
monitoring, zorgt ervoor dat alle betrokkenen weten waar we aan werken, wat we bereiken en hoe we bijsturen.
De ambities voor de haven vereisen een proactieve houding van de gemeente en (toekomstige)
havenpartijen, om acties, projecten en aanpassingen in havenaansturing en -beheer uit te voeren.
Veranderingsbereidheid en investeringen in tijd en
middelen zijn voorwaardelijk, op korte en lange termijn, om vanuit de gezamenlijke visie een haven van de toekomst te realiseren.
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
11
1. INLEIDING
1.1 AANLEIDING Als we uitkijken over zee zien we het ‘blauwe kapitaal’
van Scheveningen liggen. Van oudsher is Scheveningen een werkhaven. Door de jaren heen heeft de haven een
veelzijdiger karakter gekregen. Naast de oorspronkelijke vissershaven is het ook een zeiljachthaven,
topsporthaven en zelfs woonhaven. Ook op zee
manifesteert zich een grote dynamiek. De Noordzee is
een bron van vis, maar er gebeurt inmiddels veel meer: zo biedt de zee ruimte aan grootschalige windmolenparken voor energieopwekking, zeewierboerderijen voor
aquacultuur en zandwinningsgebied. Dit wordt ook wel de ‘blauwe economie’ genoemd,
Internationaal trekken deze maritieme
bedrijfsactiviteiten veel aandacht van bedrijven, NGO’s en overheden, enerzijds vanwege het economisch
potentieel, anderzijds vanwege belangrijke ecologische en culturele waarden. Scheveningen heeft de unieke positie om zich te ontwikkelen tot draaischijf van de
blauwe economie in Nederland. De haven onderscheidt zich door de snelle toegang tot zee, de mogelijkheden
voor experimenten op zee, en haar ligging tussen strand en stad. Bovendien is de rijke cultuurhistorie van de nog altijd actieve visserijsector overal zichtbaar. De
symbiotische relatie tussen haven en stad en tussen kust en zee is de kern van het economisch potentieel van de haven.
De afgelopen decennia is de haven als economische kracht echter onderbelicht gebleven.. De nadruk lag
op gebiedsontwikkeling, met specifieke aandacht op
12
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
woningbouwontwikkeling, sport, toerisme en recreatie.
De economische basis – bestaande uit visserij, maritieme bedrijvigheid en innovatieve maakindustrie – had minder aandacht.
In de haven is een functiemix ontstaan van visserij,
maritieme bedrijvigheid, watersport, horeca en wonen. Dankzij een zorgvuldige ruimtelijke zonering kunnen deze verschillende functies naast elkaar bestaan.
Enerzijds kunnen ze profiteren van elkaars aanwezigheid. Zo kunnen werknemers, watersporters en bewoners gebruik maken van de diverse horecagelegenheden
en het winkelaanbod. Anderzijds kunnen ze in elkaars
vaarwater zitten. De wens voor functionele werkkades en aangename verblijfsruimtes voor passanten en bewoners bijvoorbeeld leidt tot een uitdagende
ontwerpopgave. Een ander tekenend voorbeeld is de woningbouw in de Derde Haven, die terrein heeft
gewonnen van mogelijkheden voor haven gerelateerde bedrijvigheid en watersportevenementen.
Ook op zee leiden de uiteenlopende maritieme
activiteiten tot grote ruimteclaims die vragen om een doordachte ruimtelijke ordening, met gevolgen en
ook kansen voor de havenbedrijvigheid. Daarnaast hebben verschillende trends en ontwikkelingen
invloed op de toekomst van de haven, zowel positief
als negatief: klimaatverandering, zeespiegelstijging, veiligheidsvraagstukken en de transities in energie, mobiliteit en voedsel. Innovatieve oplossingen zijn
nodig om deze ontwikkelingen niet alleen het hoofd te
bieden, maar ook te benutten. De economische potentie,
nieuwe ruimteclaims op zee en in de haven en trends
Omgevingsplan geen plek voor nieuwe ontwikkelingen
weloverwogen gemeentelijke koers op ruimtelijk,
voorwaarde hierbij is dat reeds bestaande formele
en transities met aanzienlijke impact, vragen om een programmatisch en bestuurlijk vlak.
1.2 BELEIDSOPGAVE EN DOEL De ontwikkelingen in de haven gaan hand in hand met beleidskeuzes en plannen voor het gebied. In
2015 werd het bestemmingsplan vastgesteld, met als doel een aantrekkelijk woon- en verblijfsklimaat te
realiseren. Dit bood ook ruimte voor momenteel lopende ontwikkelingen, zoals de woningbouwontwikkeling op het Norfolkterrein. In 2020 werd het Convenant Scheveningen Haven “een werkbare en leefbare haven” (RIS305850) gesloten door het college,
de Bewonersorganisatie Havenkwartier en de
Belangenvereniging Schevenings Havengebied. De belangrijkste doelen van dit convenant zijn het
erkennen van het bestaansrecht van de havengebonden activiteiten, het ontwikkelen van een heldere visie voor
de maritiem-economische betekenis van de haven en het verbeteren van de aansturing van de haven.
De uitgangspunten voor de Havenvisie zijn gedefinieerd in het Havenconvenant, het Collegebesluit (RIS318234) en de Commissiebrief Voortgang en uitgangspunten
Scheveningen Haven (RIS 318238): de Scheveningse Haven biedt ruimte voor de visserij, innovatieve Noordzee
bedrijvigheid en offshore dienstverlening. De zeilsport
met evenementen blijft zoveel mogelijk bestaan naast
de maritieme bedrijvigheid en behoudt een prominente plek als ‘Top Zeezeilhaven’. Er is in het nieuwe
op het gebied van horeca-, wonen- en short stay;
kaders, overeenkomsten en afspraken gerespecteerd worden.
Het Ambitiedocument Omgevingsvisie Den Haag 2050 uit 2021 benoemt zes pijlers voor de stad, die de basis vormen voor de Omgevingsvisie: 1.
2. 3. 4. 5.
6.
Een rechtvaardig en inclusief Den Haag; Een betaalbare, toegankelijke en
toekomstbestendige woningvoorraad in Den Haag; Een klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief Den Haag;
Een economisch vitaal Den Haag; Een gezond en veilig Den Haag
Een duurzaam bereikbaar Den Haag
Met de Havenvisie streven we ernaar daaraan bij te
dragen. Zo heeft de Havenvisie een belangrijke rol in
‘economisch vitaal Den Haag’. De visie heeft ten doel die rol te versterken. Het aantrekken van kansrijke
economische sectoren, het handen en voeten geven aan ‘Werken, leren, innoveren’ en het optimaal benutten
van de bedrijfs- en kaderuimte zijn daarbij belangrijke opgaven. Ook het vraagstuk van voldoende, passende
en betaalbare werklocaties voor een gezond evenwicht tussen wonen en werken in Den Haag is actueel
en urgent en heeft dus aandacht nodig. Daarnaast
krijgt de rol van de haven in een ‘klimaatbestendige, klimaatneutrale en natuurinclusieve stad’ invulling: mogelijkheden voor de energietransitie in de haven,
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
13
1. INLEIDING de uitdagingen en oplossingen met betrekking tot de zeespiegelstijging en de rol van de visserijsector in de
< omgevingsvisie
voedseltransitie zijn onderzocht.
strategische doelen stedelijk/ regionaal
De ambities voor de haven in deze Havenvisie sluiten aan bij de Haagse Omgevingsvisie, die in dezelfde periode
als de Havenvisie wordt afgerond. De Havenvisie vormt een belangrijke bouwsteen voor de nog op te stellen Gebiedsvisie Scheveningen.
Het doel van de Havenvisie is om de ondernemende
haven te behouden en te versterken. We zetten in op
< gebiedsvisie
kansrijke economische functies in een wisselwerking
strategische doelen stadsdeel
tussen werken, leren en innoveren. Dit kan een
impuls geven aan de omgevingskwaliteit van het
gebied. Daarnaast streven we naar een harmonieuze mix van deze functies met bestaande woningbouw,
horeca, recreatie, (top)sport en ook nog de (culturele)
evenementen die de haven huisvest. Bovendien dient de Wijkagenda Havenkwartier als een leidraad voor
de belangrijkste opgaven voor de komende jaren, ten behoeve van leefbaarheid in de wijk.
< havenvisie
strategische doelen op
1.3. WERKWIJZE EN PROCES
‘havenniveau’
fig. 1.1.
14
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
Planproducten onder de omgevingswet
Om invulling te geven aan de beschreven doelen heeft de gemeente in samenwerking met de betrokken
stakeholders onderzocht welke economische functies het meest kansrijk zijn voor de Scheveningse Haven,
hoe deze ruimtelijk kunnen worden ingepast en welke
samenwerkingsverbanden daarvoor nodig zijn. Het jaar 2050 is daarbij de stip op de horizon. Dit alles gebeurt aan de hand van expertbijeenkomsten en intensieve samenwerking met havenpartijen*, de Wageningen
Universiteit Research (WUR) en Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR).
De Havenvisie is een richtinggevend beleidsdocument, waarin verschillende aspecten van de (fysieke)
leefomgeving samen komen. In de visie wordt een
toekomstperspectief met daaruit volgende ambities geschetst. Hierop gebaseerd doet de Havenvisie
een voorstel voor een uitvoeringprogramma, die na
vaststelling van de visie kan worden gerealiseerd in het uitvoeringsplan.
1.4 OPZET EN PROJECTSCOPE De Havenvisie begint met het in kaart brengen hoe de haven is gepositioneerd in haar omgeving en
welke sterke punten en knelpunten dat voortbrengt. Vervolgens geeft de visie een grondige analyse van
het huidige functioneren en de ruimtelijke indeling van de haven. In hoofdstuk 4 zijn de belangrijkste
ontwikkelingen en trends en hun impact op de haven
in kaart gebracht. De samenkomst en kruisverbanden
van kansen, opgaven, en randvoorwaarden die daaruit
voortkomen hebben geleid tot de ambities die worden gepresenteerd in hoofdstuk 5. Eenduidiger aansturing
van de haven is al langer een punt van aandacht, maar bleek gedurende het onderzoek een voorwaarde voor een goed functioneren van de werkhaven. Gewenste
aanpassingen in de havenaansturing zijn beschreven
fig. 1.2.
Toewerken naar een dynamische en vitale haven
fig. 1.3.
Plangebied
in hoofdstuk 6. De Havenvisie wordt afgesloten met de acties om de ambities vorm te geven en de daarvoor
nodige samenwerkingspartners in de uitvoeringsagenda.
De ambities vergen acties van de gemeente,
onder andere het opzetten van werkgroepen en
samenwerkingsverbanden, stimuleren van economische ontwikkelingen, verder intern en extern onderzoek, optimalisatie van de gemeentelijke organisatie, eventueel aanpassing van juridische kaders en
uitvoering van fysieke maatregelen. Deze acties hebben echter alleen kans van slagen als ze gezamenlijk met havenpartijen en andere belanghebbenden worden opgepakt.
* Voornamelijk de grotere bedrijven en ondernemers, en een aantal bewoners, vooral vertegenwoordigd door de BOH. Zie ook het participatieverslag in de bijlage
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
15
1. INLEIDING DE BLAUWE ECONOMIE, WISSELWERKING TUSSEN HAVEN EN STAD
innovatie) te creëren. Bezittingen en vermogen van
tussen groepen van mensen vergemakkelijken. Sociaal
eigendom, worden gewaardeerd op de bedrijfsbalans.
voor verankering en stabiliteit van een sociaal netwerk.
De oceaan heeft een enorme aantrekkingskracht op
Menselijk kapitaal:
economie wanneer economische activiteiten worden
organisaties om economische waarde te creëren via
scheepsbouw, havenactiviteiten, offshore en watersport.
zich door scholing en ervaring, wat resulteert in
infrastructuur op zee om bescherming en beveiliging
door gebruik te maken van de laatste technologische
Natuurlijk kapitaal:
de integratieve benadering tussen economische
onderneming onderscheidend te houden.
hulpbronnen waarin de natuur voorziet voor menselijke
ontwikkeling kan alleen als er tegelijkertijd regeneratieve
Cultureel kapitaal:
het evenwicht en daarmee de gezondheid, welzijn
opvoeding, socialisatie en opleiding van generatie op
levendige haven zien we de blauwe economie aan
door een lang proces bij elkaar gebracht en staat in het
schepen, kranen, machines, gebouwen voor opslag,
zich in materieel en immaterieel erfgoed. Denk hierbij
verdienvermogen van het bedrijfskapitaal hangt af
ambachten, maar ook tradities en overleveringen,
ontwikkelt in samenhang met het natuurlijk kapitaal,
en klederdrachten. Het leefbaar houden van de
creatief kapitaal.
de sociale cohesie en helpt bij het begrip voor maritieme
menselijke activiteiten. We spreken over de blauwe
Kennis, vakmanschap en expertise die nodig zijn voor
ondernomen op zee, zoals visserij, scheepvaart,
levering van producten en diensten. Talent ontwikkelt
Ook de marine hoort hierbij, omdat kritische
vakmanschap. Dit vakmanschap ontwikkelt zich
vraagt. Wat de blauwe economie onderscheidt is
inzichten, om de producten en diensten van een
en ecologische ontwikkeling. Sociaaleconomische
16
een bedrijf, zowel in kapitaalgoederen als intellectueel
en herstellende activiteiten worden ontplooid, die
Cultureel kapitaal is een vorm van kennis die via
en kwaliteit van de leefomgeving verbeteren. In een
generatie wordt doorgegeven. Dit culturele kapitaal is
het werk in het bedrijfskapitaal van ondernemingen:
geheugen van de inwoners geprint. Het manifesteert
koel- en vrieshuizen, verwerking en distributie. Het
aan musea, industrieel en varend erfgoed, festivals,
van haar omgeving en de manier waarop deze zich
bijvoorbeeld in de vorm van gedichten, verhalen
menselijk kapitaal, cultureel kapitaal, sociaal kapitaal en
gemeenschappelijke maritieme cultuur is belangrijk voor
kapitaal ontwikkelt zich in de loop van de tijd en zorgt Sociaal kapitaal is vaak een bijproduct van andere
activiteiten en helpt als smeermiddel voor bedrijven, overheden en maatschappelijke instellingen om tot
elkaar te komen. Ook helpt het om kennisuitwisseling op een laagdrempelige manier te laten gebeuren.
Natuurlijk kapitaal gaat over de beschikbare
activiteiten. Voor een haven betekent dat een gunstige
ligging op een plek waar land en water elkaar ontmoeten. Voor Scheveningen betekent dat de ligging aan zee,
maar het kan ook de ligging aan een riviermonding zijn, een beschutte plek voor schepen, of te maken hebben
met de natuurlijke diepgang. Daarnaast kan natuurlijk kapitaal bestaan uit grondstoffen in de bodem, voedsel uit zee of de opbrengst van zon, wind of getijden voor
energieopwekking. Tenslotte, de zee is een natuurlijke
bron voor de koolstofopslag. Dit is een natuurlijk proces,
maar kan ook door menselijk handelen tot stand komen,
bijvoorbeeld door de aanleg van zeelandbouw (via algen, zeewierteelt en aanplanten van kelpwouden).
activiteiten op een specifieke plaats of in een gebied.
Creatief kapitaal:
Bedrijfskapitaal:
Sociaal kapitaal:
bedrijven en belanghebbenden nieuwe combinaties
dat de hulpbronnen van de stad worden aangewend
waar mensen gezamenlijke normen, waarden en
Het geheel van maritieme bedrijvigheid dat ervoor zorgt
Het sociaal kapitaal bestaat uit de netwerken
om economische waarde (omzet, winst, marktaandeel,
verstandhoudingen delen, die samenwerking binnen en
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
Creatief kapitaal ontstaat wanneer een cluster van
maken, die tot innovatie leiden. Jonge ondernemers, studenten en onderzoekers, maar ook de creatieve
industrie zoals ontwerpers, architecten en kunstenaars,
zijn de vrije denkers en doeners in een haveninnovatie ecosysteem. Echter, de samenwerking met gevestigde bedrijven is onontbeerlijk om de innovaties te laten doorbreken in de markt en economie. Het kompas
De potentie van het blauwe kapitaal komt niet vanzelf tot stand, maar vraagt afstemming, visie, sturing en
ontwikkeling. Havenontwikkeling is een vraag gestuurd proces die wordt geborgd in een programmatische
aanpak, van waaruit verbindingen gelegd worden tussen belanghebbenden, op verschillende niveaus: lokaal met bedrijven en belanghebbenden, regionaal met de stad en provincie en nationaal met andere vissershavens
en het Rijk. Een programma langs de lijnen (natuurlijk, bedrijfsmatig, menselijk, cultureel, sociaal en creatief)
van het blauwe kompas geeft houvast aan beleidsmakers, ondernemers, instellingen en bewoners, en geeft richting aan het proces van ontwikkeling richting de toekomst.
Tenslotte, geeft het kompas houvast aan het financieel en duurzaam ontwikkelen van de fysieke ruimte
(ontwikkelen vastgoed, herontwikkelen van industrieel
erfgoed), kades en steigers, nautische voorzieningen, en
initiatieven, die missende elementen toevoegen aan het havenecosysteem.
fig. 1.4.
Het kompas
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
17
2. POSITIONERING VAN DE HAVEN
2.1 DE NOORDZEE Met de windmolens die in korte tijd aan de horizon zijn verrezen, zijn de nieuwe ruimteclaims op de Noordzee zichtbaar geworden. Het Nederlandse deel van de
Noordzee is een van de drukste vaarwegen ter wereld.
De EU is wereldleider in de scheepsvaart. 90% van alle
goederen die van buiten de EU komen wordt via de zee
vervoerd. Het merendeel van de vaarbewegingen op zee heeft met logistiek te maken.
De gevolgen van klimaatverandering maken grote transities nodig, zoals de energietransitie, de
voedseltransitie en de natuurtransitie. Waar nu de
olie- en gasplatforms veel ruimte gebruiken, zullen fig. 2.1. Atlas
Europese vaarwegen en scheepsdichtheid, Port City
deze steeds meer wijken voor regeneratieve vormen van energieopwekking.
Het zal nog drukker worden op de Noordzee en dat maakt ruimtelijke ordening ook voor de Noordzee noodzakelijk.
Bovendien liggen veel kabels en leidingen op de bodem van de Noordzee. Alleen al in het Nederlandse deel ligt 4500 kilometer pijpleiding en 6000 kilometer kabels.
Onder andere door de energietransitie, en daardoor de
ontwikkeling van windmolenparken op zee, zullen daar nog meer kabels bijkomen.
Ook zijn uitgestrekte beschermde zeenatuurgebieden
langs de kust en verder op zee aangewezen. Hier gelden strenge beperkingen voor scheepvaart en visserij. fig. 2.2. Atlas
18
Noordzee - havens, vaarroutes, Natura 2000, Port City
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
De wereldbevolking groeit en ook de vraag naar
goederen blijft stijgen. De scheepsvaart en daarmee de
vaarwegen en ligplaatsen hebben een telkens groeiende ruimtevraag. Zoals de kaarten (fig. 2.3 en 2.4) laten
zien lopen deze tussen de windenergiegebieden en uitgestrekte beschermde natuurgebieden heen.
Voor de toekomstige kustveiligheid is een brede zone langs de kust gereserveerd voor zandwinning. Dit is
nodig om ook bij een stijgende zeespiegel de huidige
basiskustlijn in stand te kunnen houden. Hiervoor zullen steeds grootschaligere zandsuppleties nodig zijn.
De Structuurvisiekaart van het Programma Noordzee (fig. 2.4) laat de verschillende activiteiten op de
Noordzee in 2027 zien. De windmolenparken zijn de
meest toenemende ruimtevragers. In 2023 werd 1,7% van het Nederlandse deel van de Noordzee in beslag genomen door windmolens. In 2030 zal dit 4,5%
zijn. De kaart maakt inzichtelijk dat de gerealiseerde
windmolenparken voor Scheveningen relatief dichtbij de kust zijn gelegen; de gereserveerde windenergieparken liggen dieper op zee en verder naar het noorden.
fig. 2.3.
Programma Noordzee, huidig gebruik
fig. 2.4.
Programma Noordzee, Structuurvisiekaart
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
19
2. POSITIONERING VAN DE HAVEN 2.2 SCHEVENINGEN EN ANDERE HAVENS Scheveningen is een relatief kleine zeehaven tussen grote jongens. De havens Rotterdam, Moerdijk, Amsterdam/ Noordzeekanaalgebied, Groningen (Eemshaven en
Delfzijl) en North Sea Port (Vlissingen en Terneuzen in
het Nederlandse deel) zijn de vijf havens ‘van nationaal belang’. Deze kwalificatie dragen ze op basis van de
op- en overslag van goederen en de bijdrage aan de
nationale economie en werkgelegenheid. Het belang van goede verbindingen naar het achterland over weg, water en spoor is hierbij vanzelfsprekend. Figuur 2.5 laat zien
dat al deze havens over water en/of spoor verbonden zijn met het achterland. Ze staan in verbinding met ruim 250 Nederlandse binnenhavens.
Andere zeehavens, zoals Scheveningen en Den Helder,
zijn op het gebied van op- en overslag voornamelijk van lokaal of regionaal belang en zo ook aangemerkt in de
Havennota 2020-2030. De Scheveningse Haven blijft nog vaak onbenoemd in de ranglijsten van zeehaven en ook figuur 2.6 maakt inzichtelijk dat voor de Scheveningse
kust relatief weinig grote vaarroutes liggen. Niet alleen de schaal van de Scheveningse Haven, maar ook het feit dat de haven voor haar op- en overslagfunctie
afhankelijk is van transport over de weg, dragen hiertoe bij. Zeker gezien het feit dat de Scheveningse Haven
onderdeel uitmaakt van het stedelijk weefsel. In de haven is onvoldoende ruimte voor opslag en het wegennet door de stad is niet ingericht op veel en zwaar vrachtverkeer.
Met de kleine schaal van de haven gaat een grotere mate van flexibiliteit gepaard: zo is de haven direct verbonden
fig. 2.5.
20
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
Beknopte typering Nederlandse Havens
met de zee en kunnen schepen snel in- en uitvaren.
Daarnaast lopen de drukke vaarroutes op afstand van
de haven. Hierdoor kan de ruimte op zee voor de haven flexibeler worden gebruikt, onder andere door de
Offshore Testsite Scheveningen, de ankerplaatsen voor de
kust, flexibeler mogelijkheden voor passantenschepen en voor grote watersportevenementen.
Scheveningen,Katwijk en IJmuiden vormen samen
de Hollandse Haringkust ( zie ook fig.2.6). De havens
typeren zich door de cultuurhistorie en nog altijd actieve haringvangst en-verwerking. De andere visserijregio’s zijn Noord Nederland, Kop van Noord-Holland, Urk en Zuidwest Nederland.
fig. 2.6.
Vaarroutes Nederland, Zee- en Binnenvaart, windparken en beschermde natuurgebieden
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
21
2. POSITIONERING VAN DE HAVEN 2.3 DE REGIO Door de ligging in Den Haag en de metropoolregio kan
de Scheveningse Haven in economisch opzicht van een stedelijk netwerk profiteren. In vergelijking met de
andere havens ligt de Scheveningse Haven geografisch in de Randstad het meest centraal. In de omgeving
ligt een aantal relevante kennisinstellingen, zoals de
zeevaartschool STC in Rotterdam, de Haagse Hogeschool, ROC Mondriaan, de Technische Universiteit Delft, het
Da Vinci College, Universiteit Leiden, Deltares en TNO.
Daarnaast zijn in Delft de relevante accelerators Yes!Delft en Buccaneer gevestigd. Deze partijen zetten zich in voor start- en scale-ups.
De nabijheid van deze organisaties, onderwijs- en
kennisinstellingen biedt mogelijkheden voor innovatie, samenwerking en gekwalificeerd werkpotentieel. Zo
werkten de TU Delft, Gemeente Den Haag, TNO, Sailing Innovation Centre, Watersportverbond en andere
partijen samen om de Proeftuin op de Noordzee te
ontwikkelen. In dit programma gaf o.a. de gemeente Den
Haag co-financiering aan MKB-ers voor eendaagse testen op zee. Nabijheid van deze kennisintensieve organisaties
en de Scheveningse testmogelijkheden versterken elkaar. Daarnaast voorziet de Offshore Test Site van The North
Sea Farmers kennisinstellingen van een omgeving waar meerdaagse testen en demonstraties kunnen worden
uitgevoerd. Bovendien brengen verschillende culturele instellingen in de omgeving culturele maritieme
waarden in beeld, bijvoorbeeld museumschip SCH236
De Noordster, Muzee, Museon, het Rotterdams Maritiem Museum en het Katwijks Museum.
22
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
fig. 2.7.
Zuid-Holland, onderwijsinstellingen en kennisinstituten
Kennisregio aan Zee De gemeenten Den Haag, Leiden, Delft, Zoetermeer
en de provincie Zuid-Holland werken samen aan de
ruimtelijk-economische vraagstukken van de toekomst.
De nadruk ligt op het versterken van de kenniseconomie in de breedste zin van het woord. Het gaat om het versterken van toekomstgerichte economische
activiteiten voor zowel kenniswerkers als voor praktisch opgeleide mensen en om het faciliteren van spin-off
activiteiten, vanuit MBO’s tot universiteiten. Daarnaast worden ruimtelijke aanpassingen, noodzakelijk door klimaatverandering, verkend die de regio tegelijk aantrekkelijker kan maken.
Daarmee spelen we in op de behoeften van talent: wie
wil er nu niet wonen en werken in een regio vlakbij zee met aantrekkelijke bruisende steden maar ook heerlijk
rustige natuurgebieden? Er wordt ver vooruit gekeken. Wat is er wenselijk dan wel noodzakelijk na 2040?
Daarbij wordt vooral naar de grote gemeentegrens
overschrijdende opgaven gekeken. Er wordt geredeneerd
van straks naar nu. Via back-casting vanuit lange-termijn verkenningen kunnen nieuwe regionale programma’s ontwikkeld worden. Voor relevante Rijksnota’s en
-programma’s wordt input geleverd. Denk aan de Nota
Ruimte, Ruimtelijk-economische visie, NOVEX Zuidelijke Randstad en het MIRT.
De Kennisregio aan Zee heeft veel ingrediënten
in huis om een innovatief gebied te worden waar
mensen met veel plezier wonen, werken en verblijven. Er is wel behoefte aan een meer onderscheidende
regionale identiteit en een goede ruimtelijke vertaling daarvan. Door middel van ontwerpend onderzoek en
samenwerkingen met de TU Delft, Haagse Hogeschool, de Universiteit Leiden en de Wageningen Universiteit
bouwen we samen aan de toekomst voor de Kennisregio aan Zee.
Als Kennisregio is het gezamenlijke kennisecosysteem
een belangrijke drager van de economie. Het gaat daarbij om de interactiemilieus op en rond de campussen waar de kennisinstellingen en de spinoffs hiervan (startups en scaleups) gevestigd zijn. Ook gaat het om goede
onderlinge verbindingen om de onderlinge synergie te versterken.
Er wordt een verkenning gedaan naar
fig. 2.8.
Zuid-Holland, creatieve industrie
fig. 2.9.
Zuid-Holland, Top sector energie
toekomstbestendige economische activiteiten
die bijdragen aan het regionale maatschappelijke verdienvermogen en werkgelegenheid. Denk aan
de Bioscience, Recht, Vrede en Veiligheid, Duurzame Energie en de Creatieve Industrie. Daarnaast wordt
ook gekeken naar sectoren die zich naar het eind van hun levenscyclus bewegen en mogelijk ruimte gaan
genereren voor groeisectoren. Het onderzoek hiernaar
bevindt zich nog in een prille fase. Voor de Scheveningse Haven liggen er wellicht interessante mogelijkheden in verdere knooppuntontwikkeling rond Werken, Leren en
Innoveren, opschaling van succesvolle innovaties op zee
en activiteiten die inspelen op geopolitieke uitdagingen (zoals SeaSEC en beveiliging van kabels en leidingen in zee).
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
23
2. POSITIONERING VAN DE HAVEN 2.4 DE STAD Scheveningen als badplaats is de eindbestemming voor recreanten en toeristen. Ook wordt de
aantrekkingskracht van Scheveningen als woonplek steeds groter, onder andere door de mogelijkheden
van watersport en gezond buitenleven aan het strand.
Scheveningen is daarmee vanzelfsprekend bepalend voor de identiteit van Den Haag als Stad aan Zee. De Agenda
Ruimte voor de Stad (RIS 295016) belicht de potentie van de Scheveningse Haven als een essentiële economische
lijn11
motor voor de stad, vanwege het unieke viscentrum, de
HAVEN
kansen voor een innovatief cluster in samenwerking met onderwijsinstellingen en de haven als thuisbasis van het
28
topzeilcentrum.
lijn9 lijn1
lijn17
22
In lijn hiermee en vooruitlopend op de vaststelling
lijn12
van de Omgevingsvisie Den Haag kan gesteld worden dat de Scheveningse Haven wordt beschouwd als
CS
belangrijk aanvullend werkmilieu; ‘een bakermat van de visserij en broedplaats voor innovaties in de maritieme
HS
economie’. De Scheveningse Haven als portaal naar
zee is een gezoneerd industrieterrein. Vanwege hogere toegestane milieu categorieën zijn hier geen nieuwe woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en
geluidsgevoelige terreinen toegelaten. De opgave om
naast de economische kracht van de haven ook de woonen recreatiekwaliteit op peil te houden wordt ook in het Haagse beleid erkend.
De Scheveningse Haven is gelegen tussen strand,
boulevard, duinen en het stedelijk gebied van Den Haag. Bewoners en toeristen fietsen en rijden vanuit alle
kanten van de stad langs de haven om naar het strand 24
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
fig. 2.10.
Bereikbaarheid en ligging in de stad
NOI
te gaan. De lange afstandsfietsroute langs de kust loopt erop af en buigt er noodgedwongen omheen.
Scheveningen, met daarin de haven, wordt ten noorden en zuiden omringd door uitgestrekte duingebieden
(Natura 2000). De westkant van de stad vormt de zee.
Daarnaast lopen belangrijke groene structuren haaks vanaf de kust naar het centrum van Den Haag. Denk
aan de Scheveningseweg, het Scheveningse bos en de
Scheveningen Bad
ecologische verbinding langs het Verversingskanaal.
Den Haag zelf is als onderdeel van de Randstad goed
HAVEN
bereikbaar. Dat geldt echter niet voor de kuststrook,
Internationale
nog minder voor de haven. Het Centraal station,
Zone
het meest nabije station, ligt op 5 km afstand.
De haven is ook bereikbaar via bus en trams, zie
afbeelding 2.10. Gemotoriseerd vervoer rijdt vanaf
de snelweg minimaal 20 minuten om de haven te
Centrum
bereiken. Landscheidingsweg, Raamweg, Teldersweg, Houtrustweg, Scheveningse weg zijn belangrijke
routes. Voor vrachtvervoer dat nog niet aan de zero-
Kijkduin
CID Binckhorst
emissievoorwaarden voldoet is de haven vanaf 2026 te
Leidschenveen
bereiken via een aangewezen corridor (zie ook p 104).
Veel werkhavengebieden, die in de stad liggen, worden getransformeerd tot woon-werkgebieden. Op grote
Kerketuinen
schaal zijn nieuwe stadsdelen ontstaan in de voormalige havens van Amsterdam, Rotterdam, Vlissingen,
Ypenburg
Kopenhagen, Hamburg en vele andere steden. Ook in
en rondom de Scheveningse Haven hebben stedelijke
ontwikkelingen geleid tot inklinken van de bedrijvigheid. Tegelijk is de haven nog steeds een actieve bedrijfshaven
midden in stedelijk gebied, bijzonder ten opzichte van de meeste hiervoor besproken Europese havens.
fig. 2.11.
Economische kernen in Den Haag
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
25
2. POSITIONERING VAN DE HAVEN
BA D
De Scheveningse boulevard verbindt Scheveningen-
ZW AR TE
PA D
2.5 SCHEVENINGEN Dorp, Scheveningen-Bad en Scheveningen-Haven. De samenkomst van de drie deelgebieden, elk met hun
De Pier
eigen identiteit, is bepalend voor Scheveningen.
Kurhaus
DO RP
De Scheveningse visserij bestaat sinds 1280, terwijl Scheveningen-Dorp is ontstaan in de 14e eeuw. De opkomst van Den Haag vormde vermoedelijk een
Paviljoen De Witte
Circustheater
afzetgebied voor de vis. De dorpskern kenmerkte zich
door de traditionele klederdracht, dialect en vooral de
Oude kerk
HA VE
N
vissershuisjes en de 15e eeuwse Oude Kerk op de kop van
de Keizerstraat zijn beeldbepalend voor de historische en aantrekkelijke omgeving. Ook kenmerkend is de groene
SP OR TS TR AN
D
sterke verbondenheid met de visserij. De kleinschalige
Scheveningen dorp Vuurtoren
Haag.
dh
Westbroekpark
Keizerstraat
verbinding via de Scheveningseweg met de stad Den
Belgisch park
Ba
ui
sw
eg
Haven Visafslag
Ha
rin
Scheveningen dankt haar bekendheid als badplaats
gk
ad
e
DE RS TR A ZU I
eg
ew
gs
Statenkwartier
nin
‘90 vervangen door veelal appartementen en recreatieve
ve
historische gebouwen zijn gedurende de jaren ’70, ’80 en
Van Stolkpark en Scheveningse Bosjes
he
toeristen uit binnen- en buitenland. De cultuur-
Sc
Kurhaus, de horeca en natuurlijk het strand trekken
ND
voornamelijk aan Scheveningen-Bad. De Pier, het
attracties, zoals de Pathé bioscoop, het casino, Sealife en
Sta
ten
Legoland.
laa
n
r Ve ve
En dan natuurlijk Scheveningen-Haven, contrastrijk als
Museumcluster
rs
Zorgvliet
an
sk
ing
industrieel havengebied met allerhande bedrijfsruimtes,
aa
maar ook horeca, de jachthaven en daaromheen
l
woningbouw uit verschillende periodes en in verschillende segmenten.
26
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
fig. 2.12.
Scheveningen Haven, Dorp en Bad - beschermde stadsgezichten, monumenten en lange lijnen
Achter de haven ligt het strand met het havenhoofd
waarlangs surfers, volleyballers, bootcampers en vissers hun hobby’s beoefenen.
Het strand met de boulevard, het Verversingskanaal en de structuur van de verschillende havenbekkens bepalen de ruimtelijke structuur van dit deel van
Scheveningen. Dankzij het plan van De Solá Morales
loopt de boulevard door van het Noorderstrand tot het Noordelijk Havenhoofd, wat de kustlijn versterkt en de
HAVEN
verbinding tussen de haven en de rest van Scheveningen optimaliseert.
DORP
BAD HAVENVISIE SCHEVENINGEN
27
2. POSITIONERING VAN DE HAVEN 2.6 DE HAVEN Zoals eerder al benoemd is de Scheveningse Haven
relatief klein en daarmee de Scheveningse zee relatief rustig. De kleine schaal samen met de directe ligging
aan zee zorgen voor snelle in- en uitvaarmogelijkheden. Dit is een unique selling point van Scheveningen Haven. Voor de kust van Den Haag, net buiten de haven van
Proeftuin op de Noordzee
Scheveningen, ligt de Proeftuin op de Noordzee. In
dit gebied van 10 x 10 zeemijl is het mogelijk om in
afstemming met het Havenbedrijf van Den Haag testen uit te voeren. De uitzonderlijke omgevingsfactoren van
Ankerplaats
water, wind en stroming maken het mogelijk om nieuwe ontwikkelingen in echte praktijkomstandigheden op het
Offshore Testsite
water te testen.
Ook is de haven onderscheidend door de aanwezigheid van de Offshore Testsite van de North Sea Farmers van
6 km2, op 12 km van de Scheveningse kust. Dit initiatief
maakt het mogelijk voor bedrijven en kennisinstellingen
om testen op gebied van aquacultuur, natuurrestauratie
en offshore energieopwekking uit te voeren in een veilige omgeving. Bovendien biedt de openheid op zee ten
opzichte van de havens met drukke vaarroutes erlangs mogelijkheid voor het bieden van ankerplaatsen voor
schepen die bijvoorbeeld moeten wachten voordat ze de haven van Rotterdam in mogen varen.
Belangrijk punt van aandacht is dat de haven van
Scheveningen buitendijks gelegen is. Schommelingen in waterstanden en waterstromen hebben directe invloed
op de havenactiviteiten en de haven is kwetsbaarder voor stormvloeden.
28
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
fig. 2.13.
Scheveningen Haven, ankerplaatsen, vaarroute, Proeftuin op de Noordzee en Offshore Testsite
fig. 2.14.
Ankerplaatsen voor de haven, Teun van Dijk
fig. 2.15.
Offshore Testsite, zeewier van de North Sea Farmers
fig. 2.16.
Havenmond, Scheveningen Haven biedt een snelle toegang naar zee
fig. 2.17.
Overstroomde kade Tweede Haven, Teun van Dijk
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
29
2. POSITIONERING VAN DE HAVEN HISTORISCHE ONTWIKKELING VAN DE HAVEN
1894
1712
Eeuwenlang werden de bomschuiten na de vaart op het strand getrokken. In 1894 trof een zware
noordwesterstorm Scheveningen, waardoor een groot
deel van de 134 vissersboten werd weggevaagd. Daarom diende minister Lely een “wet tot aanleg en onderhoud van eene visschershaven te Scheveningen” in. Al in
1898 was het ontwerp voor de haven gereed en werd
besloten de haven aan te leggen. De haven kwam in het
duingebied tussen de monding van het in 1889 gegraven Verversingskanaal en de vuurtoren te liggen.
In 1904 werd de haven opgeleverd. Het feit dat er nu een haven beschikbaar was zorgde voor vernieuwing in de
vissersvloot. Dankzij de nieuwe infrastructuur konden de vissers overschakelen van de zeilende bomschuit die met platte bodem het strand opgetrokken kon worden naar
fig. 2.18.
Kaart uit 1712: N. en J. Kruchius (Nationaal Archief)
1760
fig. 2.20.
Na de storm, Hendrik Willem Mesdag, 1894-1896
1905
de snellere, grotere en efficiëntere gemotoriseerde logger. Hiermee werd de positie van Scheveningen in de visserij
verder verstevigd. Echter, omdat de haven vrij ondiep was, liepen veel boten bij het invaren vast. Ook bleek de haven
geen veilige ligplaats bij slecht weer. Bovendien was er bij een volle haven gebrek aan los- en laadruimte.
In 1886 werd een (stoom)tramweg in gebruik genomen tussen het Station Hollands Spoor en het dorp
Scheveningen. Het goederenvervoer op deze HSM-lijn bestond vooral uit fruit en groente op weg van het
Westland naar de Scheveningse Haven. In het brede
profiel van de Zeesluisweg, de Treilerdwarsweg en de
Korbootstraat is nog steeds terug te vinden dat ook de
30
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
fig. 2.19.
Visafslag op het strand 1760 (Nationaal Archief)
fig. 2.21.
De Eerste Haven vanaf de Vissershavenweg, 1905 (HGA)
kaden door ‘sporen’ ontsloten zouden worden.
De strook grond tussen de Eerste en Tweede Haven
1928
1933
werd vanaf 1913 door de gemeente in erfpacht
uitgegeven. Hier ontstonden pakhuizen, taanderijen,
boetzolders en overige bedrijfsgebouwen. In 1920 was de buitenhaven nog maar 1.40 meter diep. Daarom
werden plannen voor een uitbreiding met een tweede haven uitgesteld tot dat wederom Lely een verlenging
van de havenhoofden voorstelde. Deze werden door het
Rijk aangelegd en maakten het mogelijk de buitenhaven verder uit te diepen. In 1923 werd begonnen met de
aanleg van een tweede binnenhaven die door middel van een smalle doorvaart ‘De Pijp’ verbonden werd
met de eerste binnenhaven. Ook werd een schutsluis
gemaakt die de tweede binnenhaven verbond met het Verversingskanaal.
fig. 2.22.
Een deel van de visserijactiviteiten verhuisde naar de
1935
Tweede Haven. Zo werd in 1935 het visafslaggebouw
Aanleg Tweede Haven, 1928 (HGA)
fig. 2.24.
Tweede Haven gereed, 1933 (Nationaal Archief)
1935
aan de Dr. Lelykade in gebruik genomen. Langs
de kaden werden pakhuizen, rokerijen en andere bedrijfsgebouwen gebouwd. Tussen haven en
Westduinweg ontstond een wijk waar onder andere
rokerijen, kuiperijen en vishandelaren zich vestigden. De huizen aan de Koppelstokstraat, Datheenstraat en Menninckstraat werden veelal betrokken door schippersgezinnen.
Scheveningen werd door de Tweede Wereldoorlog bijzonder zwaar getroffen. Vanaf mei 1940 was
Nederland bezet door de Duitsers. In 1942 werd een
zone van 1 tot 2 kilometer breed langs de kust ontruimd.
fig. 2.23.
De Eerste Visafslag (Nationaal Archief)
fig. 2.25.
De Eerste Visafslag (Nationaal Archief)
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
31
2. POSITIONERING VAN DE HAVEN 140. 000 mensen moesten uit het gebied verhuizen. In
1943/44 bouwden de Duitsers in dit gebied een vesting
1945
1947
bestaande uit bunkers en een tankgracht als onderdeel van de Atlantikwall. Mijnenvelden op de Noordzee
maakten al vanaf het begin van de 2eWereldoorlog de vangstgebieden onveilig en visserij was maar beperkt mogelijk. Tevens werden veel schepen gevorderd en ingezet voor de oorlogvoering.
De Nederlandse visserij bevond zich na de Duitse
capitulatie in mei 1945 in een deplorabele toestand. De Nederlandse schepen waren door de Duitsers in
heel Europa ingezet. Van 1945 tot 1949 was het Bureau Teruggave Visserijvaartuigen actief en slaagde erin
ongeveer 75% van de gevorderde grotere schepen aan
de eigenaars terug te geven. De schepen waren echter
rigoureus verbouwd en moesten weer geschikt worden gemaakt voor de visserij.
fig. 2.26.
Sperrgebiet Scheveningen Haven, 1945
1945
fig. 2.28.
Vlaggetjesdag 1947 (Nationaal Archief)
1952
In het begin van de jaren vijftig kwamen de eerste
transportschepen. Dit was mede mogelijk doordat het oude havenbekken van de Eerste Haven verdiept werd en een deel van de vissersvloot terugverhuisde naar
de Eerste Haven. Meer dan 50% van de totale aanvoer van haring in Nederland liep via Scheveningen. Ook het begin van de jaren `60 waren goede jaren voor
de visserij. De oude loggers werden langzamerhand vervangen voor modernere schepen en er kwam in
1965 een nieuwe, moderne en grote visafslag aan de
Eerste Haven. De Tweede Haven werd het domein van toeristisch-recreatieve activiteiten.
fig. 2.27.
32
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
Nettenboetsters 1945 (Nationaal Archief)
fig. 2.29.
Haringvaten op de kade in de Tweede Haven, 1952
Tegen het eind van de jaren zestig liep de binnenlandse vraag naar de ‘gewonere’ vissoorten zoals haring terug.
1964
1973
Ook trad het verschijnsel van overbevissing op. Dit leidde tot een drastische afname van de arbeidsplaatsen in de visserij. De komst van de vrieshektreilers bood de
mogelijkheid om vis aan boord te bevriezen waardoor nieuwe, verder weg gelegen gebieden binnen het
bereik kwamen. De vrieshektreiler was als het ware een varend visverwerkend bedrijf. Dit leidde ertoe dat de
bestaande bebouwing op het schiereiland aan de Eerste Haven plaats maakte voor grote koel- en vrieshuizen. Tussen 1968 en 1972 zijn de havenhoofden van de
buitenhaven verlengd, het Zuiderhoofd met 730 meter; het Noorderhoofd met 580 meter. In 1972 werd een
jachthaven in de Tweede Haven geopend. In 1973 werd
ten behoeve van transportbedrijf Norfolk Line de Derde Haven gegraven en de kop van het Verversingskanaal gedempt.
fig. 2.30.
Nieuwe moderne Visafslag aan de Eerste Haven, 1964
1970
fig. 2.31.
Norfolk Ferry Service, 1973 (Nationaal Archief)
1982
In 2005 besloot de Norfolk Line om Scheveningen te verlaten. Hierdoor kwam een aanzienlijk groot
gebied leeg. Dit leidde tot de keuze om het Noordelijk Havenhoofd in samenwerking met de visserijsector te herontwikkelen terwijl op het Norfolkterrein een stedelijk woon- en recreatiegebied zou ontstaan.
Met het Masterplan Scheveningen Haven als basis
zijn de laatste decennia tal van nieuwbouwprojecten gerealiseerd. Om deze toenemende verstedelijking van het havengebied een halt toe te roepen en de
Scheveningse Haven als werkende haven te behouden is in 2020 het Havenconvenant vastgesteld.
fig. 2.32.
Verlengde Havenarmen, luchtfoto 1970 (HGA)
fig. 2.33.
Vlaggetjesdag, 1982 (Nationaal Archief)
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
33
3. ECOSYSTEEM SCHEVENINGEN HAVEN In Scheveningen Haven zijn veel verschillende individuen,
In de laatste decennia hebben veranderingen
zij een complex systeem waarbinnen interacties
uitstraling hebben gegeven, met een nieuw havenfront
bedrijven, instituties en processen actief. Samen vormen plaatsvinden. Verschillende bedrijven ondersteunen
elkaar. De schepen kunnen worden gerepareerd in de
haven zelf. Voor maritieme offshore activiteiten worden
tenderservices aangeboden. Visvangst, -afslag en -handel zijn geclusterd. Werknemers kunnen hun lunch halen bij een restaurant, café of supermarkt. Zeilsportinnovatie
en topzeilsport hebben korte lijnen. Voor dit hoofdstuk fig. 3.1.
Hellingweg 123 en Tonnenmonument
zijn de bestaande situatie, het huidige functioneren van
de haven, lopende ontwikkelingen en beleidsaspecten in kaart gebracht.
3.1 MULTIFUNCTIONELE HAVEN 3.1.1 Ruimtelijke karakterschets
fig. 3.2. Norfolk
Sluiswachtershuis, centrale plek op
fig. 3.3. Eerste Visafslag, plek voor horeca aan de Tweede Haven
34
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
plaatsgevonden die de haven een meer stedelijke
aan de Tweede Haven en recentelijk de herontwikkeling van het Norfolkterrein. Met de lopende ontwikkeling van het Noordelijk Havenhoofd krijgt de haven ook
aan de Boulevard een stedelijk gezicht. De uitstraling
en kwaliteit van de deelgebieden en bebouwing lopen sterk uiteen. Op sommige plekken is het gebied vooral functioneel met rechttoe rechtaan bedrijfspanden, zonder directe relatie met de straat maar met een
zekere charme vanwege de robuustheid. Tegelijk is er
de flair van de jachthaven en het moderne gemengde woongebied op het Norfolkterrein.
Tussen deze mix van bebouwingstypologieën duiken verschillende parels van cultuurhistorische waarde
op. Zo staat aan de Kranenburgweg 201 de voormalige
De ruimtelijke structuur van de haven wordt bepaald
sluiswachterswoning, die tussen 1880 en 1890 werd
Eerste en Tweede Haven, verbonden door de Pijp, en
Hellingweg 123 valt een voormalige bedrijfswoning op
vanzelfsprekend bepalend voor de afwisselende vormen
bouwstijl. Aan de Westduinweg 194 staat
Typerend voor dit gebied is ook de ruimtelijkheid, door
visafslaggebouw aan de Dr. Lelykade uit 1935 is nu in
grote oppervlakten water en de voor het merendeel
oude Rokerij uit ‘36 en iets verderop het modernistische
haar veelzijdigheid lastig te typeren. Het watergebruik
1950. En natuurlijk Rijksmonument de Visafslag uit
inspectieschepen. Veel bebouwing rondom de haven
architectuur, onmiskenbaar vanwege het ruwe
door de Buitenhaven, Voorhaven met de Kom, de
gebouwd en tevens dienst deed als kantoor. Aan de
de Derde Haven. Deze indeling vanaf het water is
door de smalle en hoge kap, typerend voor de jaren 30
van het vasteland, tussen en rondom de havenbekkens.
de oud-gereformeerde kerk uit 1935. Het voormalig
brede onbebouwde kades nodig voor de bedrijvigheid,
gebruik genomen voor horeca. Schuin ertegenover, de
bescheiden bouwhoogtes. Het havengebied is door
bedrijfspand van de voormalige Radio Holland uit
loopt uiteen van zeilboten, kotters, trawlers tot grote
1964, een toonbeeld van de na-oorlogse brutalistische
(Duindorp, Havenkwartier, Kompasbuurt) stamt uit 1930.
bouwmateriaal en industriële zaagtanddak.
fig. 3.4. Haven
Voorm. Radio Holland aan de Tweede
fig. 3.5.
Visafslag, Rijksmonument
fig. 3.6.
Oude rokerij aan de Tweede Haven
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
35
3. ECOSYSTEEM SCHEVENINGEN HAVEN 3.1.2 Karakterschets havenactiviteiten In de haven zijn weliswaar ruimtelijke deelgebieden te
onderscheiden, zeker in de indeling in drie verschillende havenbekkens, maar dit vertaalt zich niet een-op-een in functionele deelgebieden.
Het haventoerisme is verspreid over de gehele haven,
maar is wel enigszins geclusterd. Detailhandel is vooral te vinden aan de Vissershavenweg. De visgerelateerde detailhandel is voornamelijk gevestigd bij de Eerste fig. 3.7.
Eerste Haven, brede kade
Haven, waar ook de Visafslag is. Horeca is met name gevestigd rondom de Tweede Haven, waar ook de
jachthaven is. Het bedrijfsleven dat actief is in sport
en recreatie bestaat uit een zeilschool, surfscholen en enkele sportbedrijven. Sportieve activiteiten zijn ook te vinden aan de strandzijde, met onder andere een beachvolleyballocatie en surfscholen op het strand. Het bedrijfsleven dat actief is in de offshore
dienstverlening is voornamelijk gevestigd aan de Dr. fig. 3.8.
weede Haven, zuidelijk deel
Lelykade (Rederijen Groen en Vrolijk) in de Tweede Haven en deels (Dutch Tender Services) in de Eerste Haven.
Tussen de Tweede en de Derde Haven ligt het nautisch centrum waar de nautische maakindustrie gevestigd
is, dat niet alleen belangrijk is voor het onderhoud van
schepen en machinerie voor de visserij, maar inmiddels ook een rol speelt bij de ontwikkeling van innovaties op zee in andere sectoren.
Innovatieve bedrijven, partners van Campus@Sea, fig. 3.9.
36
Derde Haven, terrein Rijkswaterstaat
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
zijn gevestigd in het middengebied aan en rond de
Hellingweg. Het betreft startende bedrijven met veelal
een klein aantal medewerkers. Het bedrijfsleven in het
visserijcluster is met name gevestigd in en rond de Eerste Haven.
De drie havenbekkens staan met elkaar in verbinding. In principe heeft elke havenbekken zijn eigen profiel
– zo is bijvoorbeeld de Eerste Haven gericht op visserij
industrie en de Tweede Haven op leisure en kleinschalige maritieme bedrijven. Toch blijkt in de praktijk dat
de verschillende activiteiten binnen de haven sterk
verspreid zijn over de drie bekkens. Een aantal bedrijven opereert bovendien op meerdere locaties binnen de
haven, vooral binnen het waterfront en de kades van de Eerste en de Derde Haven. Dit is een gevolg van
beperkt beschikbare ruimte: wanneer onvoldoende
ruimte op voorliggende kade is, zijn bedrijven in gevallen genoodzaakt om gebruik te maken van andere kades. Dit betekent dus dat er ‘cruciale’ kades zijn, waar een aantal bedrijven sterk afhankelijk van is en waar de haven
absoluut niet zonder kan. Dit zijn de Adriaan Maaskade, de lange en korte kade in de Eerste Haven en de Dr. Lelykade.
Het havenecosysteem maakt dat de vestiging van
bedrijven en hun activiteiten in sommige gevallen
ruimtelijk los van elkaar staan, en dat eenzelfde soort bedrijvigheid verspreid plaatsvindt over de haven.
Tegelijkertijd zorgen de duidelijke milieuzonering,
kadebreedtes en waterdieptes wel degelijk voor een ruimtelijk/economisch profiel van de verschillende havens.
r Ad de ka
s aa nM iaa
3. Haven
1. Haven
Dr. Lelykade 2. Haven
fig. 3.10.
Scheveningen Haven, sectorenkaart HAVENVISIE SCHEVENINGEN
37
3. ECOSYSTEEM SCHEVENINGEN HAVEN 3.1.3 Juridisch kader Het bestemmingsplan voor Scheveningen Haven is
vastgesteld in 2015. Het achterliggende idee voor het plan was om een onderscheidend profiel te realiseren met de focus op een prettig woon- en verblijfsklimaat, waarbij omgevingskwaliteit en vermaak hoog in het vaandel
staan. Het gezoneerde industrieterrein is verkleind en
nieuwe functies (zoals wonen) zijn mogelijk gemaakt.
Belangrijke verandering was het besluit uit 2015 om het
voormalig Norfolkterrein te transformeren tot een woonen recreatiegebied.
De huidige aandacht voor de maritieme bedrijvigheid en het bestemmingsplan uit 2015 sluiten daarmee
niet altijd goed op elkaar aan, waardoor het inpassen
van bedrijvigheid in sommige gevallen een complexer opgave is, bijvoorbeeld voor maritieme bedrijvigheid op het Norfolkterrein. Dat neemt niet weg dat het havengebied nog altijd een industriegebied is.
Het bestemmingsplan uit 2015 is daarmee een
multifunctioneel plan, dat ruimte maakt voor een verscheidenheid aan functies, zoals industriële en bedrijfsmatige activiteiten, horeca, detailhandel,
recreatie en wonen. Het plan houdt rekening met de
onderscheidende kenmerken van verschillende locaties rondom de havens.
Een rondje door het bestemmingsplan, met de klok mee: Eerste Haven (Visafslagweg)
Rond de Hellingweg
toegestaan (tot milieucategorie 5). Wonen is
en dienstverlening toe, met bedrijvigheid tot
Zware maritieme en industriële activiteiten zijn hier niet toegestaan; horeca, sport, recreatie en
de parkeergarage aan de boulevard wel. Het
De Kom
Kop Eerste Haven (Visserhavenweg)
de bestaande scheepshelling (slipway), en biedt daarmee
Dit is een gemengd 3-gebied waar bedrijven met lage
milieubelasting, niet-dagelijkse detailhandel en lichte horeca zijn toegestaan, en wonen op de verdiepingen. Schiereiland tussen Eerste en Tweede Haven
Op dit gezoneerde industrieterrein geldt een maximale milieucategorie van 4. Geluidsgevoelige functies
(zoals wonen) zijn hier niet toegestaan. Wel zijn er mogelijkheden voor (maak)bedrijvigheid en nietdagelijkse detailhandel.
Kop Tweede Haven (Schokkerweg)
Dit gebied is bestemd voor horeca met drie paviljoens
aan het water. Aan de overkant is een gemengd 3-gebied met wonen en weinig milieubelastende functies in de plint.
Oostkant Dokter Lelykade
en detailhandel, met een strip langs de jachthaven specifiek voor horeca.
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
milieucategorie 3.
Bestemmingsplan voorziet hier in een sterk viscluster.
Dit gemengd 2-gebied legt de nadruk op wonen, horeca
38
Dit gemengd gebied staat wonen, bedrijfsactiviteiten
De Kom heeft een nautische bestemming, die aansluit op ruimte voor de verschillende functies gerelateerd aan zeilsport en andere watersport. Rond de Derde Haven
Dit gemengd 1-gebied omvat wonen, dienstverlening,
horeca en niet dagelijkse detailhandel. Bedrijvigheid met lage milieuhinder is toegestaan. Op de kaart is nog een
roze zonering te zien, voor de tijdelijke en inmiddels niet meer van toepassing zijnde cultuurbestemming. Derde Haven
Hier geldt de bestemming Bedrijf 3 voor werkzaamheden van Rijkswaterstaat, met de mogelijkheid om te wijzigen naar gemengd gebruik voor jachthaven, cultuur en
horeca, terwijl ruimte voor Rijkswaterstaat behouden blijft.
Vi
ss
er
sh
av en
en 3.Hav
fig. 3.11.
Ko m
2.H av en D r. L ely ka d
e
1.H
av en
we g
Bestemmingsplan Scheveningen Haven, havenbestemmingen HAVENVISIE SCHEVENINGEN
39
3. ECOSYSTEEM SCHEVENINGEN HAVEN Bedrijfscategorieën
In het bestemmingsplan is sprake van een gebalanceerde indeling in milieucategorieën, oplopend naar
milieucategorie 5 in de Eerste Haven (zie paarse zonering in Fig. 3.12). De beige gebieden kennen
een gemengde bestemming. In deze gemengde bestemmingen is rekening gehouden met de
toegestane bedrijfscategorieën. Waar sprake is van
hoge bedrijfscategorieën is permanente bewoning niet toegestaan.
Geluid/Industrielawaai
Geluidruimte is belangrijk voor de bedrijven die in
de haven van Scheveningen zijn gevestigd. Om deze
geluidruimte te garanderen is het industrieterrein haven Scheveningen gezoneerd.
Alle bedrijven in het zwart gearceerde industrieterrein in fig. 3.13 mogen tot op de grens van het gearceerde
gebied een bepaalde geluidbelasting veroorzaken. De
Omgevingsdienst Haaglanden ziet daarop toe. Het gaat hierbij om vergund geluid van de (voorheen verleende) milieuvergunningen van de bedrijven, bijvoorbeeld
van stilliggende schepen, activiteiten op de kade en bedrijfsinstallaties .
De geluidbelasting op de omliggende woningen kan
daardoor hoger worden dan de standaardwaarde. In dat geval is een hogere toegestane waarde vanuit de Wet geluidhinder of het overgangsrecht geluid vereist.
Binnen de geluidszone mogen nieuwe geluidgevoelige fig. 3.12.
40
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
Bestemmingsplan Scheveningen Haven, Bedrijfscategorieën
functies komen, mits rekening wordt gehouden met de geluidbelasting van het industrieterrein.
Het systeem van zonebeheer zal vanwege wettelijke bepalingen worden omgezet naar een systematiek
van zogenaamde Geluidproductieplafonds. Gemeente Den Haag heeft de intentie om dit beleidsneutraal te laten plaatsvinden, wat betekent dat de toekomstige
Vi
ss
geluidrechten van de gezamenlijke bedrijven gelijk blijven aan de huidige geluidrechten.
er
sh
av en
we g
Besluiten uit het verleden, zoals de Zeehavennorm en
av en
redelijke sommatie, maken de omzetting complex. De
1.H
gemeente gaat de komende jaren samen met de ODH kijken hoe de huidige zone omgezet kan worden in
Geluidproductieplafonds. Ook de relevante bedrijven
fig. 3.13.
de ka ely
r. L D
Ko m
2.H
en 3.Hav
av en
worden hierbij betrokken.
Bestemmingsplan Scheveningen Haven, milieuzonering HAVENVISIE SCHEVENINGEN
41
3. ECOSYSTEEM SCHEVENINGEN HAVEN 3.2 FUNCTIONEREN VAN DE HAVEN De haven van Scheveningen heeft een gunstige ligging
aan de Noordzeekust met een directe, korte verbinding naar zee.
Het Havenbedrijf exploiteert de kades in de haven van Scheveningen. Het is samen met de Bediencentrale
gevestigd in de nieuwe semafoor. Vanuit daar wordt Scheepvaartverkeersbegeleiding (VTS) gegeven aan de haven, het aanloopgebied en het ankergebied voor de kust. 24 uur per dag wordt gezorgd voor
een vlotte, veilige en beveiligde in- en uitvaart van
het scheepvaartverkeer en -gebruik. Ook beheert de Bediencentrale de tunnels, op afstand bedienbare bruggen en pollers in de gemeente Den Haag.
Op het Zuidelijk Havenhoofd komt een nieuwe mast. Daarin worden de functies van witte lichtenlijn,
zendmast en radarmast gecombineerd. Ondanks radar en gps blijft de lichtenlijn een onmisbaar
navigatiemiddel. Nieuwbouw op het Norfolkterrein
beperkt het bereik van een radarantenne en zendmast. Daarom wordt de mast gepositioneerd op het kleine
strand ten noorden van het Zuidelijk Havenhoofd, waar
De enige kade die bij noordwestenwind nog onvoldoende wordt afgeschermd van golfslag is de kade aan de
zuidoostkant van de Derde Haven. Die kade is in dat
geval beperkt te gebruiken. Daarnaast heeft de Kom een
andere belangrijke functie. Het heeft een scheepshelling waar kleinere boten ter water kunnen worden gelaten.
Dit wordt veel gebruikt voor recreatievaart, bedrijvigheid en ten behoeve van onderzoek en innovatie.
Walstroomvoorzieningen faciliteren de verduurzaming van de scheepvaart en ook de functiemenging van
wonen en maritieme bedrijvigheid. Schepen kunnen
fig. 3.14.
Mast van de witte lichtenlijn op Norfolk
walstroom gebruiken zodra ze zijn aangemeerd, zodat
de generatoren aan boord kunnen worden afgeschakeld. Dit vermindert de uitstoot van verontreinigende
uitlaatgassen, met schonere lucht in de omgeving tot gevolg. Ook nemen geluidshinder en trillingen af. De kades in de Eerste, Tweede en recentelijk ook Derde
Haven beschikken over walstroom. Tevens is het net
verzwaard in overleg met de gebruikers zodat de Eerste en Derde haven nu over walstroomaansluitingen van 400A krachtstroom beschikken. Daarmee kunnen de verblijfsruimtes en machinekamer van niet geladen
fig. 3.15. Tijdelijke bediencentrale en tijdelijke radarmast, semafoor in aanbouw
schepen worden gevoed.
functionaliteit van de witte lichtenlijn wordt geborgd, en de mast een optimaal bereik heeft langs de kust.
Uitermate relevant voor het veilige gebruik van de haven zijn de langgerekte havenhoofden en de Kom. Zij werken effectief samen als golfbrekers. Hierdoor wordt deining
in de haven beperkt en is het merendeel van de kades bij
nagenoeg alle weersomstandigheden veilig te gebruiken.
42
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
fig. 3.16. Impressie nieuwe radarmast inclusief witte lichtenlijn op Zuidelijk Havenhoofd
VOORHAVEN
* Nieuwe zendmast Semafoor 3. HAVEN 1. HAVEN
DRAAIKOM
KOM Scheepswerf
Scheepshelling
Bunkerboot 2. HAVEN
fig. 3.17.
Functioneren van de haven HAVENVISIE SCHEVENINGEN
43
3. ECOSYSTEEM SCHEVENINGEN HAVEN 3.3 BEDRIJVIGHEID IN DE 1E, 2E, 3E HAVEN Zoals eerder beschreven is de bedrijvigheid door de
hele haven zeer divers. Een aantal bedrijven opereert
bovendien op meerdere locaties; een direct gevolg van
de beperkt beschikbare (kade)ruimte. Tegelijkertijd zijn
de verschillende inrichtingen van kade en havenbekkens bepalend voor verschillende type bedrijfsactiviteiten.
3.3.1 Eerste Haven De oost- en westzijde van de Eerste Haven zijn duidelijk van elkaar te onderscheiden.
De westzijde is de vestigingsplaats van de Visafslag en
handelsbedrijven. Aan het Visafslaggebouw is een 300 meter lange kade. Vrijwel dagelijks leveren demersale
vissersschepen als kotters en Flyshooters verse vis aan
bij de Visafslag. Deze schepen blijven één tot vijf dagen per week op zee. Hier is een hoge frequentie van in- en
uitvarende kotters, hun verblijftijd in de haven is relatief kort. De kade wordt gebruikt door kotters die hun
vangst aan land brengen en vermarkten via de visafslag. Daarnaast vinden kleinschalige reparaties aan kotters
plaats aan deze kade. Bovendien wordt de kade langs de
Visafslag gebruikt door kleinere boten ten dienste van de veiligheid en functioneren van de haven. Deze schepen liggen ter hoogte van het Havenbedrijf en de KNRM.
De oostzijde is de vestigingsplaats van de pelagische
rederijen, handels- en verwerkende bedrijven en koel-
en vrieshuizen. Hier is een brede, afgesloten kade, wat
tevens een ISPS veiligheidszone is. Deze 350 meter lange zijde is multifunctioneel inzetbaar en voorzien van
44
HAVENVISIE SCHEVENINGEN
laad- en losinfrastructuur. De kade wordt voornamelijk gebruikt door trawlers en schepen ten dienste van offshore activiteiten. Bovendien kunnen kleine
vrachtschepen en passagiersschepen gebruik maken van de kade. Tevens wordt algemeen onderhoud en reparatiewerk verricht aan deze kade.
Trawlers verblijven veelal een aantal weken op zee. Wanneer de koelruimte of de visquotum is gevuld,
komen zij terug naar de haven. Het lossen en onderhoud vergt vaak meerdere dagen. De trawlers kennen dus een lage frequentie van in- en uitvarende schepen en een
fig. 3.18.
Adriaan Maaskade, Anteos
fig. 3.19.
Kade aan de Visafslag
fig. 3.20.
Eerste Haven, brede kade
relatief lange verblijftijd in de haven.
Langs de kade staan koelhuizen, waardoor de ingevroren vis direct overgeladen kan worden naar de koelhuizen of transportwagens. Door de functionaliteit van dit
logistieke systeem samen met de hogere milieuruimte is de combinatie van water- en kadegebruik naar tevredenheid van de ondernemers.
De kopse kant langs de Vissershavenweg is de