RIS322001 Accountantsverslag 2024
Tekst van het document
\
Accountantsverslag 2024
GAD/2025.27 RIS322001 13 mei 2025 Spui 70, 2511 BT Den Haag secretariaatgad@denhaag.nl www.denhaag.nl
1/46
Inhoudsopgave Voorwoord 3 Oordeel en conclusies 4 Samenvatting en boodschappen 5 Controlebevindingen: Fysiek domein 8 Controlebevindingen: Sociaal domein 10 Controlebevindingen: Publiek domein 11 Controlebevindingen: Bedrijfsvoering 12 Controlebevindingen: IT en cybersecurity 13 Controlebevindingen: WNT en SiSa 14 Controlebevindingen: Rechtmatigheidsverantwoording 15 Controlebevindingen: Rechtmatigheidsverantwoording/jaarverslag 16 Controlebevindingen: Fraude 17 Afsluitproces en totstandkoming jaarrekening 18 Financiële positie 19 Aandachtspunten van de Rekeningencommissie 22 Ontwikkelingen: Verantwoording en controle 26
Bijlage 1: Gecorrigeerde controleverschillen Bijlage 2: Ongecorrigeerde controleverschillen Bijlage 3: Bevindingen General IT-Controls Bijlage 4: Fouten en onzekerheden SiSa-tabel Bijlage 5: BBV-kengetallen Bijlage 6: Onafhankelijkheid Bijlage 7: Communicatie
27 28 29 30 43 45 46
2/46
Voorwoord Geachte leden van de raad, geacht college, De gemeente Den Haag sluit het jaar 2024 af met een positief resultaat en een goedkeurende controleverklaring. Daarmee staat de stad er financieel stevig voor. Deze uitgangspositie biedt ruimte, maar is geen reden tot achteroverleunen. Grote structurele opgaven en onzekerheden – zoals de druk op de jeugdzorg en de noodzakelijke investeringen in de digitale weerbaarheid en bedrijfsvoering – vragen om scherpte, eigenaarschap en regie. Tegelijkertijd komt er voorzichtig positief nieuws vanuit het Rijk: in het overleg over de Voorjaarsnota is toegezegd dat de gevolgen van het eerder gevreesde ‘ravijnjaar’ – waarin het Gemeentefonds fors zou worden gekort – worden afgezwakt. Dat biedt op korte termijn mogelijk enige verlichting, maar het onderliggende patroon van structurele onzekerheden en taakverzwaring voor gemeenten blijft bestaan.
bestuurlijk handelingsperspectief. Als gemeentelijke accountant spelen wij daarmee onze eigen rol in het geheel van checks and balances dat onmisbaar is voor het publieke vertrouwen in de overheid en haar instituties. Wij staan onafhankelijk naast het bestuur en de organisatie. Kritisch, constructief en altijd in dienst van het publieke belang. Met vriendelijke groet,
Carla Slotema (A)
Digitaal ondertekend door Carla Slotema (A) Datum: 2025.05.13 11:37:49 +02'00'
Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag Den Haag, 13 mei 2025 drs. C.G.A. Slotema-Tesser RA MPC CPC
Als Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag (GAD) zien wij dat de gemeente Den Haag veel in huis heeft om deze uitdagingen aan te kunnen. Tegelijkertijd blijkt uit onze controle dat het financieel beheer op onderdelen steviger kan. Zo waren veel correcties op de jaarrekening nodig en valt in de uitvoering nog winst te boeken. Bij complexe en financieel risicovolle onderdelen zoals grondexploitaties en inkoopprocessen is de financiële beheersing nog niet robuust genoeg. De afstemming tussen de centrale bedrijfsvoering en diensten kan ook strakker en vraagt om helder eigenaarschap, betere planning, tijdige signalering en meer gezamenlijk optreden. Op deze manier voorkomt de gemeente verrassingen en kan zij nog meer anticiperen op ontwikkelingen. In dit accountantsverslag koppelen wij de resultaten van onze jaarrekeningcontrole aan deze bredere patronen in het financieel beheer. Wij signaleren risico’s, duiden structurele patronen en doen aanbevelingen die bijdragen aan een beter financieel en
3/46
Oordeel en conclusies Goedkeurende controleverklaring Wij hebben de jaarrekening 2024 van de gemeente Den Haag gecontroleerd en zijn tot de conclusie gekomen dat deze klopt en voldoet aan de wettelijke eisen. Dit betekent dat de baten en lasten van de gemeente op de juiste manier zijn vastgelegd en verantwoord. De jaarrekening 2024 van de gemeente Den Haag is voorzien van een goedkeurende controleverklaring . Dit betekent dat de GAD de cijfers en de rechtmatigheidsverantwoording als betrouwbaar beoordeelt en dat deze voldoen aan de wettelijke eisen. Ook voor de specifieke uitkeringen (SiSa) is een goedkeurend oordeel afgegeven. Grondslagen De GAD heeft haar controle uitgevoerd op basis van de Nederlandse controlestandaarden en relevante wet- en regelgeving, waaronder de Gemeentewet en het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Materialiteit Bij de controle is rekening gehouden met de door de gemeente vastgestelde tolerantiegrenzen (materialiteit). Voor 2024 bedraagt de goedkeuringstolerantie voor fouten € 36,1 miljoen (1% van de totale lasten, inclusief toevoegingen aan reserves). Dit betekent dat de opgetelde som van fouten in de jaarrekening beneden dit bedrag geen invloed heeft op ons oordeel. Voor onzekerheden geldt een grens van € 108,3 miljoen (3% van de totale lasten, inclusief toevoegingen aan reserves).
8,2 miljoen) betreffen vooral de waardering van overlopende passiva waaronder SiSa. ▪ Onzekerheden: € 31,2 miljoen, onder andere jeugdzorg/Wmo, voorzieningen en omgevingsvergunningen (2023: € 39,3 miljoen). ▪ Reclassificaties: € 29,0 miljoen, waarvan € 20,9 miljoen gecorrigeerd (2023: € 26,1 miljoen respectievelijk € 17 miljoen). Niet gecorrigeerde reclassificaties (€ 8,1 miljoen) betreffen vooral de waardering van overlopende passiva. ▪ Rechtmatigheid: € 56,9 miljoen aan onrechtmatigheden, onderscheiden in begrotingsoverschrijdingen (€ 18,2 miljoen), onrechtmatige aanbestedingen (€ 38,5 miljoen) en onrechtmatige subsidies (€ 0,2 miljoen) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (2023: € 44,2 miljoen respectievelijk € 15,2 miljoen). De omvang van de geconstateerde fouten en onzekerheden ligt beneden de goedkeuringsgrens voor ons oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening. Specifieke uitkeringen (SiSa-bijlage) en WNT De SiSa-bijlage is gecontroleerd volgens de landelijke normen. Hieruit bleek een onzekerheid van € 241.779. De naleving van de Wet normering topinkomens (WNT), die de bezoldiging van topfunctionarissen in de publieke sector reguleert, is correct verwerkt. Continuïteit Er zijn geen materiële onzekerheden vastgesteld die de continuïteit van de gemeente in gevaar brengen.
Kernpunten uit de controle ▪ Fouten: € 45,6 miljoen geconstateerd, waarvan € 37,4 miljoen gecorrigeerd (2023: € 13,2 miljoen respectievelijk € 6,4 miljoen). Niet gecorrigeerde fouten (€
4/46
Samenvatting en boodschappen Financiële positie gemeente Gevolgen 'ravijnjaar' beperkt Voor gemeenten kondigt zich het 'ravijnjaar’ 2026 aan, waarin het Rijk een totaalbedrag van € 2,3 miljard kort op de uitkeringen via het Gemeentefonds. De gemeente heeft proactief op deze korting geanticipeerd via de jaarlijkse programmabegrotingen. De gevolgen blijven daardoor voor de gemeente Den Haag in 2026 relatief beperkt. Daarnaast komt volgens de Voorjaarsnota van het Rijk tot en met 2027 landelijk circa € 3 miljard beschikbaar voor gemeenten, vooral om jeugdzorguitgaven te dekken. Naast de veranderde financieringssystematiek voor het Gemeentefonds is al langer sprake van een ontwikkeling, waarbij het Rijk taken overhevelt naar gemeenten zonder voldoende aandacht voor de balans tussen taken en bijbehorende middelen. Hierdoor neemt de financiële druk op gemeenten verder toe. Deze trend is blijvend zorgelijk en niet houdbaar. Zorgen over jeugdzorg Het grootste financiële risico voor de nabije toekomst is te verwachten in de jeugdzorg. De doelgroep doet de laatste jaren een steeds groter beroep op jeugdzorg en de problematiek wordt zwaarder, terwijl de beschikbare middelen achterblijven.
Voor de korte termijn is door de gemeente een oplossing gevonden in de nieuwe lumpsum-financiering, maar aanvullende oplossingen zijn nodig om te komen tot structurele kostenbeheersing en financiering, inclusief de bijbehorende checks and balances. In de Voorjaarsnota 2025 zegt het Rijk landelijk circa € 2,2 miljard toe om de financiële problematiek tot en met 2027 weg te nemen. Vanaf 2028 blijft de situatie vooralsnog onzeker.
Onrechtmatigheden De belangrijkste vaststelling is dat de financiële onrechtmatigheden van € 57 miljoen de afgesproken grens van € 36 miljoen overschrijden. Dit betreft met name ongeautoriseerde lastenoverschrijdingen bij het programma Buitenruimte en nietaanbestede inkopen. De achterliggende oorzaken hiervan licht het college toe in de bedrijfsvoeringsparagraaf van de programmarekening. Door begrotingswijzigingen vlak voor het einde van het jaar nog door de raad vast te laten stellen heeft het college deze begrotingsonrechtmatigheden wel kunnen verlagen maar deze zijn niet verholpen. Het is belangrijk dat de gemeente zelf grip houdt op haar financiële rechtmatigheid. Door vroegtijdige signalering en heldere interpretatie van de regelgeving op het gebied van Europese aanbestedingen kunnen afwijkingen tijdig worden gecorrigeerd. Dat voorkomt bestuurlijke verrassingen en maakt een betrouwbare rechtmatigheidsverantwoording door het college richting de raad mogelijk. Dit draagt bij aan een solide financiële bedrijfsvoering en versterkt de controlerende rol van de raad. Op operationeel dienstniveau is het contractmanagement en -beheer nog niet overal even consistent en strak ingeregeld. Gebleken is bijvoorbeeld dat raamcontracten, voornamelijk inhuur, worden overschreden zonder tijdige monitoring en zonder dat een nieuwe aanbesteding wordt gestart.
Het college heeft maatregelen aangekondigd om dit in de toekomst te beperken.
5/46
Samenvatting en boodschappen Regie en eigenaarschap Een overkoepelende bevinding over het financieel beheer van de gemeente als geheel is dat aandacht is vereist voor thema's als regie en eigenaarschap. In de verhouding tussen de dienst Bedrijfsvoering en de overige diensten is niet altijd duidelijk wie zich verantwoordelijk voelt voor het geheel. Het samenspel van decentrale toepassing van gemeentelijke kaders en afspraken en centrale monitoring hierop is voor verbetering vatbaar. Dat is bijvoorbeeld terug te zien in het contractbeheer. Decentraal is ruimte voor verdere verbetering: tijdens de controlewerkzaamheden stuitte de GAD geregeld op ongetekende contracten en ontbrekende prestatieverklaringen. De centrale monitoring hierop is beperkt. Het risico op fouten en onrechtmatigheden wordt hiermee groter. Een ander voorbeeld zijn de correcties op de bestemmingsreserves in 2024. Centraal zijn kaders vastgesteld over de hoogte en duur van deze reserves, maar deze kaders zijn niet altijd toereikend toegepast door de diensten. Dat maakte op een laat moment diverse correctievoorstellen door de GAD nodig voor bijna € 7 miljoen.
Om de gemeenteraad en het college tijdig te kunnen informeren over financiële beheersaspecten, is het nodig dat financieel beheer op decentraal en centraal niveau beter op elkaar worden afgestemd, zodat de gemeentelijke organisatie op dit gebied meer opereert als één geheel. Aandacht nodig voor beheersperspectief Jeugdzorg De gemeente heeft de uitvoering van de jeugdzorg uitbesteed aan twee samenwerkingsverbanden. In de Board Letter 2024 signaleerde de GAD dat deze organisaties niet tijdig hun financiële verantwoording zouden aanleveren. Daarmee zou een mogelijke onzekerheid ontstaan van € 130 miljoen. In samenwerking met de GAD kon de gemeente deze onzekerheid met bestuurlijke prestatieverklaringen
voorkomen. Een ander – blijvend – aandachtspunt vormt de tijdige verantwoording van lasten uit jeugdzorg, waarbij de gemeente sterk afhankelijk is van externe productieverantwoordingen van regionaal ingekochte jeugdzorg. Omgevingsvergunningen Bij de implementatie van een nieuw systeem voor het factureren van (omgevings-) vergunningen ontstonden risico’s op financiële beheersaspecten. Doordat het Haagse systeem voor (omgevings-)vergunningen (nog) niet goed aan het landelijke systeem was gekoppeld, bleef in 2024 de facturering tot eind september sterk achter bij het aantal verleende vergunningen (begroot € 30 miljoen, gefactureerd € 1 miljoen). Tot eind 2024 heeft de gemeente alsnog circa € 13 miljoen kunnen factureren. Door de ontbrekende aansluiting tussen beide systemen achten wij maximaal circa € 6 miljoen aan mogelijk niet in 2024 verantwoorde baten onzeker. Grondexploitaties Actualisatie Dreven Gaarden Zichten laat beschikbaar De tijdigheid en kwaliteit van het financieel beheer bij grondexploitaties is een punt van zorg. In 2024 kwam dit naar voren bij de actualisatie van de financiële verantwoording van het project Dreven Gaarden Zichten (DGZ). De actualisatie DGZ zou aanvankelijk worden aangeleverd in de nazomer van 2024, maar kwam pas medio januari 2025 beschikbaar. Vervolgens waren op basis van onze eindejaarscontrole nog diverse correcties nodig.
6/46
Samenvatting en boodschappen Aandacht voor financiële projectsturing Grondexploitaties zijn complex. Vaak is sprake van langjarige projecten met veel belanghebbenden, meerdere geldstromen en wijzigingen tijdens de uitvoering. Dat zorgt voor complexe verrekeningen en maakt tussentijdse correcties noodzakelijk, zeker als de financiële projectbeheersing niet van meet af aan structureel goed is ingericht. De interne deskundigheid is bij grondexploitaties een blijvend punt van aandacht. Binnen het fysiek domein lijkt de focus meer te liggen op de technische dan op financiële projectsturing. Daarnaast kan personeelsverloop de gemeente op dit punt kwetsbaar maken, wat ook blijkt uit onze controlebevindingen. IT/cyberveiligheid Controle IT-systemen In 2024 controleerde de GAD twaalf gemeentelijke IT-applicaties. Niet eerder bestreek onze controle zo'n breed IT-spectrum. Samenvattend constateren wij tekortkomingen bij meerdere applicaties op het gebied van autorisatiebeheer, continuïteitsmanagement van intern gehoste applicaties en naleving van leveranciersafspraken. Hieruit blijkt dat uw gemeente noodzakelijke beheersmaatregelen voor deze IT-applicaties nog onvoldoende heeft ingericht. Belangrijk is dat de gemeentelijke diensten gevolg geven aan de bevindingen uit onze controle, zodat de kwaliteit en continuïteit van de geautomatiseerde systemen gewaarborgd zijn.
gemeentelijke plan Versneld Verhogen Digitale Weerbaarheid GDH opgesteld. Dit biedt perspectief om versnelling aan te brengen op alle relevante domeinen. Kwaliteit jaarrekeningproces: deadline bijna behaald Het proces om te komen tot een goedkeurende controleverklaring is beter gestroomlijnd verlopen dan vorige jaren. Gemeentelijke diensten leverden de benodigde controlestukken - zoals contracten, facturen en specificaties - beter aan dan voorheen. Ook is geïnvesteerd in de interne afstemming en communicatie over het tijdig aanleveren van stukken. Dat neemt niet weg dat belangrijke onderdelen wel degelijk te laat zijn aangeleverd, zoals grondexploitaties, jeugdzorg, rechtmatigheidscontrole op de inkoop en de concept programmarekening. Ook waren veel, soms omvangrijke financiële correcties noodzakelijk. De gecontroleerde programmarekening is conform eerdere afspraken begin mei opgeleverd aan de raad en het college. Dit is nog wel een week later dan de afgesproken einddatum van 3o april volgens de financiële verordening. Een realistischer jaarafsluitingstraject waarbij heldere deadlines worden nageleefd draagt bij aan een tijdiger en nauwkeurigere oplevering van een voldragen programmarekening in de komende jaren. Haalbare ambities, voor zowel de gemeentelijke organisatie als de controlerend accountant.
Het zou de raad en het college daarbij helpen als de gemeentelijke organisatie aangeeft op welke onderdelen zij gaat versnellen om de aangegeven termijn in de verordening volgend jaar te halen en om verrassingen te voorkomen.
Cyberveiligheid: versnelling nodig In opdracht van de gemeente is in 2024 een extern onderzoek uitgevoerd naar cybersecurity. Op de door ons onderzochte aspecten van de domeinen (Identificeren, Reageren en Herstellen) zien wij enige voortgang. De gemeentelijke organisatie heeft de focus vooral gelegd op de twee andere domeinen Detecteren en Beschermen. Deze domeinen hebben wij in het kader van de controle 2024 niet betrokken. Recent is het
7/46
Controlebevindingen: Fysiek domein In dit hoofdstuk lichten wij onze controlebevindingen toe, onderverdeeld naar de verschillende domeinen, IT en specifieke onderwerpen. Fysiek domein Financieel beheer van eigen grondexploitaties vraagt extra aandacht In 2024 is een nieuwe grondexploitatie geopend (Juliana van Stolberglaan 1) en sloot de gemeente 7 grondexploitaties af. Eind 2024 heeft de gemeente daarmee 21 actieve grondexploitaties. Net als voorgaande jaren hebben wij bij de controle van grondexploitaties diverse ongecorrigeerde fouten en onzekerheden vastgesteld van € 0,3 miljoen respectievelijk € 1,2 miljoen (zie bijlage 2). De verantwoording van grondexploitaties is complex en vraagt diepgaande materiekennis. Daarnaast gebruikt de gemeentelijke organisatie extracomptabele administraties (veelal Excel). Wij constateren dat de kennis en ervaring binnen de gemeente het afgelopen jaar onder druk staat, mede als gevolg van personele wisselingen in sleutelposities binnen het fysiek domein. Dat levert extra werk op voor de dienstcontrollers bij DBV (tweede lijn). Ondanks deze extra inzet is toch sprake van vertraagde, onvolledige en ontoereikende informatie voor onze controle. Hierdoor zijn diverse afgesproken deadlines overschreden en materiële correcties pas in een laat stadium vastgesteld.
Een voorbeeld hiervan is de vertraagde actualisatie van Dreven Gaarden Zichten (DGZ), die bestuurlijk was toegezegd in september 2024 maar pas begin 2025 werd aangeleverd.
Complexe administratie van investeringen openbare ruimte Bij investeringen in de openbare ruimte is vaak sprake van gecombineerde projecten met verschillende interne en externe financieringsstromen, zoals MRDH-subsidies, bijdragen uit het gemeentelijke rioleringsplan en facilitair grondbeleid. Interne én externe financieringsstromen (bijvoorbeeld subsidies) zijn doorgaans sterk verweven en vaak zijn er verschillende eigendomsverhoudingen (gemeente en andere organisaties, zoals HTM). Veelal gaat het om projecten met een looptijd van meerdere jaren. Dat maakt het administreren en verantwoorden van deze projecten zeer complex en foutgevoelig en de monitoring en sturing lastig. Actuele marktontwikkelingen laten zien dat de projectkosten vaak hoger zijn dan vooraf begroot. De gemeente loopt hierdoor mogelijk extra financieel risico. Bij onze controle hebben wij geconstateerd dat veel correcties nodig zijn bij de (jaar-)afsluiting van deze projecten. Dit sluit gedeeltelijk aan bij onze bevindingen uit het onderzoek Grote Projecten uit 2024 (RIS320218). Wij adviseren het college om de opzet en werking van administratieve procedures voor complexe investeringen in de openbare ruimte te verbeteren, zodat de financiële voortgangsbewaking verbetert, fouten tijdiger worden gesignaleerd en minder correcties noodzakelijk zijn.
Wij adviseren het college extra aandacht te geven aan het financieel beheer van grondexploitaties om capaciteit, kennis en expertise te versterken, inclusief mogelijke toepassing van een administratief systeem voor de verwerking van grondexploitaties.
8/46
Controlebevindingen: Fysiek domein Verantwoording baten (omgevings-)vergunningen onzeker In onze Board Letter 2024 rapporteerden wij over een mogelijke financiële onzekerheid bij de baten uit omgevingsvergunningen. Deze onzekerheid komt voort uit de implementatie van een nieuwe gemeentelijke applicatie Centric Leefomgeving (CLO) in 2024. De koppeling van CLO met de landelijke applicatie Digitaal Stelsel Omgevingsvergunning (DSO) werkt niet optimaal. Deze koppeling is essentieel om goed te kunnen monitoren en tijdig te kunnen factureren. Dit geldt overigens niet alleen voor omgevingsvergunningen, maar ook voor de andere vergunningen die via CLO verlopen. Door de problemen met CLO beheerst de gemeente de voortgang van vergunningen en facturering van baten onvoldoende. Daarom is de volledigheid van deze baten over 2024 onzeker voor maximaal circa € 6 miljoen. Wij adviseren het college om de administratieve aansluiting van verstrekte en gefactureerde (omgevings-)vergunningen te verbeteren, zodat monitoring op het vergunningsproces en facturering mogelijk is en baten volledig worden verantwoord.
9/46
Controlebevindingen: Sociaal domein Sociaal domein Verantwoording prestatielevering Jeugdhulp (OCW) De nieuwe lumpsum-inkoopsystematiek voor jeugdzorg brengt mogelijk financiële risico’s met zich mee. Hierover rapporteerden wij eerder in 2023 en 2024. De gemeente moet kunnen vaststellen hoeveel en welke jeugdzorg is geleverd. In 2024 bleek dat de twee uitvoerende samenwerkingsverbanden de financiële verantwoording van hun geleverde zorg niet tijdig zouden aanleveren, waardoor deze niet goed aansloot op de verantwoordingscyclus van de gemeente. Dat leverde een potentiële onzekerheid van de lasten op van circa € 130 miljoen in 2024. De afgelopen maanden heeft de gemeente concrete afspraken gemaakt met de twee samenwerkingsverbanden over de onderbouwing van de geleverde zorg. Daarmee is deze onzekerheid tijdig opgelost.
twee samenwerkingsverbanden over sturing en verantwoording over prestaties, kwaliteit en kosten tijdig monitort. Dat voorkomt mogelijke verrassingen.
Daarnaast constateren wij een – blijvend – aandachtspunt bij de verantwoording van regionaal ingekochte jeugdzorg. De benodigde door de accountant gecontroleerde productieverantwoordingen van de zorgaanbieders via het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden (Sbjh) zijn als gevolg van landelijke regelgeving idealiter uiterlijk 1 april beschikbaar. Dit vormt een risico voor het tijdiger opleveren van de gemeentelijke jaarrekening. Voor productieverantwoordingen zonder controleverklaring rapporteren wij dit jaar wederom een onzekerheid van circa € 8 miljoen voor jeugd en Wmo samen (zie bijlage 2).
Uitvoering inkomensregelingen (SZW) In ons accountantsverslag 2023 en de Board Letter 2024 rapporteerden wij bevindingen bij de uitvoering van levensonderhoud, bijzondere bijstand en overige regelingen ten aanzien van ontoereikende functiescheidingen. Om fouten en onrechtmatigheden te voorkomen, is het college voor deze processen inmiddels gestart met een verbetertraject. De resultaten van dit verbetertraject zijn zichtbaar, maar samen met de gemeentelijke organisatie constateren wij dat de kwaliteitsverbetering in 2024 nog niet is afgerond. Het is daarom nodig dit verbetertraject voort te zetten.
Wij adviseren het college om te onderzoeken of alternatieven mogelijk zijn om voldoende zekerheid over deze uitgaven voor jeugdzorg tijdiger te verkrijgen.
Beheersing subsidieverstrekkingen (OCW) Bij onze eindejaarscontrole constateerden wij een ontoereikende functiescheiding bij het proces van verwerken van bankrekeninggegevens van gesubsidieerde partijen. Dit heeft overigens niet tot controlebevindingen geleid. Wel hebben wij een geprojecteerde onzekerheid vastgesteld bij de subsidievaststellingen van circa € 3,5 miljoen. De gemeente implementeert in 2026 een nieuw IT-systeem voor subsidieverstrekking als vervanging van de huidige CVS-applicatie. Door een standaardapplicatie in te voeren, verwacht de gemeente een kwaliteitsverbetering in dit proces.
Wij hebben een onzekerheid vastgesteld bij de berekening van de voorziening bijstandsdebiteuren van circa € 4 miljoen.
De inkooplasten voor jeugdzorg zijn in 2024 opnieuw gestegen. Deze stijging wordt toegelicht in hoofdstuk 2.8 van de programmarekening 2024. Op dit moment dekt de gemeente tekorten uit bestemmingsreserves, rijksmiddelen of positieve resultaten binnen het programma, maar deze manier van dekking is steeds minder mogelijk. Met de lumpsumafspraken verwacht de gemeente de kosten beter te kunnen beheersen. Om dit te realiseren is het belangrijk dat de gemeente de afspraken met de
10/46
Controlebevindingen: Publiek domein Publiek domein Wijzigingsbeheer belastingsysteem schiet tekort Tijdens onze controle hebben wij tekortkomingen geconstateerd bij het wijzigingsbeheer van het systeem IBS2000 (zie ook onderdeel IT-audit). De documentatie van de wijzigingen schiet tekort. Omdat wij voor onze controle onvoldoende op deze IT-applicatie konden steunen hebben wij extra controlewerkzaamheden uitgevoerd om vast te stellen dat de baten uit de gemeentelijke belastingen volledig en juist zijn verantwoord. Uit deze aanvullende controles zijn geen bevindingen voortgekomen. Kasinventarisaties bibliotheken Wij hebben niet kunnen vaststellen dat de bibliotheken aan het eind van het jaar kasinventarisaties hebben uitgevoerd. Hierdoor bestaat een verhoogd risico op fouten of fraude. Dit leidt tot een onzekerheid van circa € 0,02 miljoen. Wij adviseren het college om kasinventarisaties bij bibliotheken structureel uit te laten voeren, hiervan verslagen op te stellen en deze te laten ondertekenen door de verantwoordelijke functionaris.
11/46
Controlebevindingen: Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering Tekortkomingen inkoop- en contractbeheer Tijdens onze controle hebben wij de volgende bevindingen geconstateerd: ▪ Bij enkele inkopen kwamen de gefactureerde tarieven niet overeen met de (contractuele) prijsafspraken. Vooral prijswijzigingen bij meerjarige contracten als gevolg van jaarlijkse indexaties worden niet structureel beoordeeld door de diensten. Dit leidt tot een geprojecteerde onzekerheid van circa € 3,6 miljoen (zie bijlage 2). ▪ Vrijwel alle benodigde prestatieverklaringen waren niet direct beschikbaar (Oracle of anders). Prestatieverklaringen zijn een belangrijk controleerbaar bewijsstuk om vast te kunnen stellen dat de afgesproken prestaties zijn geleverd. Daarnaast dient het als belangrijk instrument op frauderisico’s te verlagen. Voor enkele inkopen hebben de diensten achteraf prestatieverklaringen opgevraagd bij de leverancier. Dit heeft niet geleid tot bevindingen, maar duidelijk is dat het beheer op dienstniveau op dit punt ontoereikend is. ▪ Het contractbeheer bij de gemeentelijke diensten is nog niet toereikend. Eenduidige archivering ontbreekt en diverse inkoopdocumenten, zoals offertes, jaarlijkse indexaties en contracten, zijn niet ondertekend.
Wij adviseren het college om de kwalitatieve aanlevering en controle van memorialen te verbeteren. Dat voorkomt foute verrekeningen. Ontoereikende functiescheiding bij indiensttreding medewerkers Bij onze controle hebben wij enkele keren vastgesteld dat zowel de invoer als de controle van personeelsgegevens door dezelfde medewerker zijn uitgevoerd. Doordat functiescheiding ontbreekt, kunnen (on)bewust fouten ontstaan, zoals een onjuiste schaaltrede of een verkeerd bankrekeningnummer. Wij adviseren het college de invoer en controle van mutaties in de personeelsadministratie te laten uitvoeren door verschillende medewerkers.
Wij adviseren het college maatregelen te treffen om risico’s van verkeerde prijzen, ontbrekende prestatieverklaringen en ontoereikend contractbeheer op dienstniveau te verlagen. Voorstellen voor interne verrekeningen onjuist of onvolledig onderbouwd Wij hebben geconstateerd dat diensten regelmatig interne verrekeningen (zogenaamde memorialen) zonder toereikende onderbouwing aanleveren aan de financiële administratie van DBV. Hierdoor kunnen fouten in de financiële verantwoording ontstaan. Eénmaal constateerden wij een foute rubricering bij de controle van interne verrekeningen. Hierdoor is een onjuist taakveld geboekt. De gemeente heeft deze fout gecorrigeerd (zie bijlage 1).
12/46
Controlebevindingen: IT en cybersecurity Tekortkomingen bij General IT-controls Conform onze controleaanpak 2024 (RIS319879) hebben wij de zogenaamde General IT-controls van 12 IT-applicaties binnen het financiële proces getoetst. Dit is een algemeen aanvaarde set van IT-beheersmaatregelen, die betrekking heeft op logische toegangsbeveiliging, wijzigingsbeheer, uitbestedingsbeheer en continuïteit. Ook hebben wij de geautomatiseerde procedures (‘application controls’) onderzocht van het betaalproces met Digitale Kluis, de interface die de gemeente gebruikt voor een groot deel van de betalingen. Samenvattend constateren wij tekortkomingen bij meerdere applicaties: ▪ Autorisatiebeheer: functie-autorisatiematrices zijn soms verouderd en periodieke controles op autorisaties worden niet tijdig uitgevoerd. ▪ Continuïteit van intern gehoste applicaties: herstel- en uitwijktests worden niet altijd uitgevoerd. ▪ Beheer van leveranciers: rapporten van afgesproken dienstverlening (lees: Service Level Reports) ontbreken en geleverde prestaties worden niet met de leverancier besproken. Hieruit blijkt dat uw gemeente noodzakelijke beheersmaatregelen voor deze ITapplicaties nog onvoldoende heeft ingericht. Voor een gedetailleerd overzicht per ITapplicatie verwijzen wij naar bijlage 3. Voor de in 2023 onderzochte applicaties is het beeld over 2024 vrijwel gelijk gebleven.
Het autorisatiebeheer voor de applicaties Key2Betalen en Key2Burgerzaken is wel verbeterd. Bij de applicatie IBS2000 (belastingzaken) en CVS Subsidies hebben wij tekortkomingen geconstateerd in het wijzigingsbeheer. Hierdoor hebben wij extra controlewerkzaamheden moeten verrichten. Als de General IT-controls niet zichtbaar verbeteren, kunnen wij onvoldoende steunen op deze en andere geautomatiseerde systemen binnen het financiële proces. Deze verbeteringen maken een systeemgerichte en efficiëntere controle mogelijk.
Wij adviseren het college om de geconstateerde tekortkomingen bij de General ITcontrols van de 12 onderzochte IT-applicaties op te lossen. De nadruk ligt op de hierboven genoemde punten: autorisatiebeheer, continuïteit en leveranciersbeheer. Hierdoor wordt de interne beheersing van deze IT-applicaties versterkt waarop onze accountantscontrole kan gaan steunen. Cyberveiligheid: versnelling nodig In opdracht van de gemeente is in 2024 een extern onderzoek uitgevoerd naar cybersecurity. De bevindingen van dit externe onderzoek komen overeen met de bevindingen uit ons Cyber Security Assessment 2022 (Accountantsverslag 2022). Op de door ons onderzochte aspecten van de domeinen (Identificeren, Reageren en Herstellen) zien wij enige voortgang. De gemeentelijke organisatie heeft op basis van een risico gebaseerde aanpak de focus gelegd op de twee andere domeinen Detecteren en Beschermen. Deze domeinen hebben wij in het kader van de controle 2024 niet betrokken, maar zullen dit in de controle 2025 meenemen. Daarnaast heeft de gemeentelijke organisatie recent een verbeterplan opgesteld: Versneld Verhogen Digitale Weerbaarheid GDH. Dit biedt perspectief om versnelling aan te brengen op de domeinen Identificeren, Reageren en Herstellen. Wij adviseren het college om voldoende prioriteit te geven aan het verbeteren van cybersecurity om het geambieerde volwassenheidsniveau te realiseren.
13/46
Controlebevindingen: WNT en SiSa WNT-verantwoording voldoet aan de vereisten Wij hebben de naleving gecontroleerd van de Wet normering topinkomens publieke en semipublieke sector (WNT). Op grond van de wet zijn de griffier en de gemeentesecretaris aangewezen als topfunctionaris. Hun bezoldiging is juist verantwoord in de WNT-paragraaf in de gemeentelijke jaarrekening 2024. Specifieke doeluitkeringen (SiSa-systematiek) Aantal specifieke uitkeringen is verminderd Het Rijk verstrekt middelen via specifieke uitkeringen. Vaak gaat het hierbij om incidenteel geld; voor 2024 circa € 700 miljoen. De stijging van het aantal specifieke uitkeringen is in 2024 gestopt. In de jaarrekening 2024 zijn 61 specifieke uitkeringen verantwoord via de SiSa-systematiek (2023: 63 specifieke uitkeringen): daaronder zijn 9 nieuwe regelingen en 11 afgelopen regelingen. De specifieke uitkeringen variëren in activiteiten, omvang en complexiteit van de regeling. De ontwikkeling en beschikte bedragen van het aantal specifieke uitkeringen voor de gemeente zijn hieronder afgebeeld.
Volgens het Hoofdlijnenakkoord 2024-2028 wil het kabinet de middelen voor specifieke uitkeringen vanaf 2026 overhevelen naar het Gemeente- en Provinciefonds met een korting van 10%. Het achterliggende idee is dat de gemeenten rijksmiddelen meer flexibel kunnen inzetten als ze onderdeel zijn van de algemene doeluitkering. Bovendien beperkt het de administratieve lasten en controledruk. Op basis van een afwegingskader specifieke uitkeringen (BZK) bepalen ministeries nu welke specifieke uitkeringen worden omgezet. Nadere besluitvorming hierover wordt dit (voor)jaar verwacht. Verbeterde aanlevering, blijvende aandacht nodig voor correcties De diensten leveren de dossiers over de specifieke uitkeringen beter aan dan voorheen. Ook de kwaliteit van de dossiers is verbeterd, mede door duidelijke werkafspraken vooraf. Daarnaast hebben wij 6 specifieke uitkeringen tussentijds gecontroleerd. Ondanks de verbeterde aanlevering hebben wij dit jaar correcties voorgesteld bij circa 20 regelingen, zowel op de ingevulde SiSa-bijlage als de overlopende posten in de balanstoelichting. Ondanks deze correcties resteert een fout van € 2,1 miljoen in de waardering van de overlopende passiva voor specifieke uitkeringen (SiSa). Zie ook de bijlagen 1, 2 en 4 (SiSa-bijlage).
Wij adviseren het college om de interne controle bij de jaarafsluiting van specifieke uitkeringen verder te verbeteren om fouten in de SiSa-bijlage en overlopende posten te voorkomen.
Figuur 1: Ontwikkeling aantal specifieke uitkeringen per jaar, onderscheiden naar financieel belang volgens beschikkingen
14/46
Controlebevindingen: Rechtmatigheidsverantwoording Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordings- en rapportagegrens De gemeenteraad heeft een verantwoordingsgrens vastgesteld van 1% van de totale lasten, inclusief mutaties in de reserves. Dat komt voor 2024 neer op een bedrag van € 36,1 miljoen. De rapporteringsgrens is vastgesteld op € 1,1 miljoen. Afwijkingen in de rechtmatigheidsverantwoording die de rapportagegrens van € 1,1 miljoen overschrijden heeft het college nader toegelicht in de paragraaf Bedrijfsvoering van de programmarekening, inclusief maatregelen om zulke afwijkingen in de toekomst te voorkomen. Bevindingen rechtmatigheidsverantwoording Het college heeft de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen in de jaarrekening 2024 en daarbij rekening gehouden met de afgesproken verantwoordingsgrens. Het totaal aan geconstateerde onrechtmatigheden heeft de verantwoordingsgrens overschreden (€ 56,7 miljoen ten opzichte van € 36,1 miljoen). Hieronder volgt per criterium een toelichting: A. Begrotingscriterium Financiële beheershandelingen dienen te gebeuren binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en de programma’s die hiermee samenhangen. Dit noemen wij het begrotingscriterium. Overschrijdingen van de lasten en overschrijdingen van investeringsbudgetten (kredieten) zijn onrechtmatig op basis van de Gemeentewet.
De raad en het college hebben afspraken gemaakt wanneer lastenoverschrijdingen onrechtmatig maar niettemin acceptabel zijn. Zulke overschrijdingen zijn en blijven onrechtmatig, maar het college hoeft ze niet toe te lichten in de paragraaf Bedrijfsvoering (zie de voorwaarden uit de Algemene verordening financieel beheer 2025).
Er is sprake van begrotingsoverschrijdingen bij de programma’s 3 (Duurzaamheid, milieu en energietransitie), 7 (Werk en inkomen), 8 (Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid) en 9 (Buitenruimte). Het gaat om een totaalbedrag van € 18,2 miljoen. De grootste begrotingsonrechtmatigheid in 2024 was de lastenoverschrijding voor het programma Buitenruimte (€ 10,2 miljoen). Op programmaniveau is geen sprake van overschrijdingen voor investeringskredieten. Andere begrotingsafwijkingen, zoals overschrijdingen van baten en/of onderschrijdingen van lasten en baten, zijn op zichzelf niet onrechtmatig. Deze kunnen volgens de Kadernota rechtmatigheid 2024 alleen onrechtmatig zijn als ze niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan de raad zijn gemeld. Het college heeft in haar programmarekening 2024 alle andere begrotingsafwijkingen per programma toegelicht en daarmee invulling gegeven aan voorschriften uit de Kadernota rechtmatigheid 2024. Wij hebben vastgesteld dat de rechtmatigheidsverantwoording voor wat betreft het begrotingscriterium getrouw is. B. Voorwaardencriterium Bij Europese aanbestedingen moet de gemeente voldoen aan de daarvoor geldende regels (voorwaardencriterium). De eisen voor het voorwaardencriterium zijn afkomstig uit de relevante wet- en regelgeving zoals opgenomen in het normenkader dat de gemeenteraad heeft vastgesteld.
In haar rechtmatigheidsverantwoording rapporteert het college over inkopen die ten onrechte niet Europees zijn aanbesteed (feitelijke onrechtmatigheden € 8,1 miljoen en geprojecteerde onrechtmatigheden € 30,4 miljoen: totaal € 38,5 miljoen). Daarnaast zijn subsidies voor € 0,2 miljoen onrechtmatig.
15/46
Bevindingen: Rechtmatigheidsverantwoording/jaarverslag De rechtmatigheidsfouten bij het voorwaardencriterium zijn hoger dan vorig jaar (2023: totaal € 15,2 miljoen), voortkomend uit: 1. Afwijkingen die doorlopen vanuit voorgaande jaren. 2. Opdrachten waarbij de waarde en/of looptijd is overschreden. Wij hebben vastgesteld dat de rechtmatigheidsverantwoording voor wat betreft het voorwaardencriterium getrouw is. C. Criterium misbruik en oneigenlijk gebruik Bij het onrechtmatig gebruiken van een regeling/faciliteit die de overheid biedt, spreken wij van misbruik. Oneigenlijk gebruik is in strijd met de bedoelingen van de wettelijke bepalingen. Het college rapporteert in haar rechtmatigheidsverantwoording geen bijzonderheden over dit criterium. Wel hebben wij bij de SiSaregeling met betrekking tot de Wet inburgering 2021 geconstateerd, dat er geen specifiek beleid is op het tegengaan van misbruik en oneigenlijk gebruik voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021. Vanuit de SiSa-verantwoording is een dergelijk beleid wel vereist. Wij hebben vastgesteld dat de rechtmatigheidsverantwoording voor wat betreft het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik getrouw is.
Bevindingen jaarverslag en paragrafen Op basis van de Nederlandse wetgeving en de Controlestandaard 720 onderzoeken wij tevens het jaarverslag (hoofdstuk 2) en paragrafen (hoofdstuk 3) van de programmarekening op onderlinge consistentie. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Wij hebben geen strijdigheden of afwijkingen geconstateerd tussen de informatie in het jaarverslag en de paragrafen en het beeld van de jaarrekening. Ook bevatten het jaarverslag en de paragrafen alle informatie die op grond van de Gemeentewet is vereist. Wij stellen voor om bij de evaluatie met de gemeentelijke organisatie verbetervoorstellen te bespreken om de informatiewaarde van de programmarekening nog verder te verbeteren.
Bevindingen paragraaf Bedrijfsvoering In de paragraaf Bedrijfsvoering van de programmarekening zijn afwijkingen in de rechtmatigheidsverantwoording die de rapportagegrens van € 1,1 miljoen overschrijden nader toegelicht. Wij hebben op dit punt geen strijdigheden geconstateerd tussen de paragraaf Bedrijfsvoering en de rechtmatigheidsverantwoording.
16/46
Controlebevindingen: Fraude Fraude Reikwijdte en verantwoordelijkheden Fraude wordt vaak gezien als diefstal, maar het kan ook betrekking hebben op andere vormen van misbruik, zoals het onterecht verlenen van rechten of het verkeerd gebruiken van informatie. Het kan zowel financiële als niet-financiële schade veroorzaken. Het voorkomen en detecteren van fraude ligt primair bij het college, onder toezicht van de raad. Onze verantwoordelijkheid is om een redelijke mate van zekerheid te geven dat de jaarrekening vrij is van materiële onjuistheden, of deze nu het gevolg zijn van fraude of fouten. Wij zoeken niet actief naar fraude, maar signaleren wel risico’s voorafgaand aan onze controle en reageren op signalen van fraude tijdens de controle. Ondanks onze inspanningen is er altijd een kleine kans dat fraude onopgemerkt blijft. Uitgevoerde controlewerkzaamheden Wij hebben frauderisico’s binnen de gemeente geïnventariseerd en maatregelen om fraude te voorkomen geanalyseerd. Voor de uitkomsten verwijzen wij naar de paragraaf Fraude in onze controleverklaring. De gemeentelijke organisatie betrekt de GAD tijdig bij signalen van mogelijke onregelmatigheden die de verantwoording kunnen beïnvloeden. In onze controleaanpak zijn twee elementen van onvoorspelbaarheid ingebracht om beter in te spelen op gemeentespecifieke frauderisico’s, waaronder een onaangekondigde kascontrole.
Daarnaast hebben wij data-analyse technieken ingezet. Uitkomsten De gemeente heeft enkele aanwijzingen van fraude geïdentificeerd die nader zijn onderzocht en opgevolgd. Waar nodig zijn (juridische) vervolgstappen genomen. Onze jaarrekeningcontrole leverde, naast deze gevallen, geen nieuwe aanwijzingen op van fraude en/of niet naleving van wet- en regelgeving.
17/46
Afsluitproces en totstandkoming jaarrekening In dit onderdeel van het accountantsverslag geven wij ons beeld van (de kwaliteit van) het afsluitproces en de totstandkoming van de jaarrekening. Algemeen beeld Eind januari 2025 zijn wij volgens afspraak gestart met de eindejaarscontrole van de jaarrekening 2024 van de gemeente Den Haag. Een groot deel van de benodigde controle-informatie was tijdig aangeleverd. Daarbij viel het op dat decentrale onderbouwing niet altijd aansloot op de centrale financiële informatie, onder meer bij reserves. Gedurende het controleproces stelden wij vast dat belangrijke onderdelen van de jaarrekening in een laat stadium konden worden afgerond, zoals grondexploitaties en rechtmatigheidscontrole. Ook de totstandkoming van de (concept) programmarekening en vooral de (concept) jaarrekening liepen vertraging op, mede vanwege meer dan 100 noodzakelijke financiële correcties. Daarvan zijn circa 20 correcties door ons voorgesteld. Wij adviseren het college om de concept jaarrekening en belangrijke controleposten eerder gereed te krijgen in het controleproces. Hierdoor kan de raad de gecontroleerde programmarekening voor 30 april ontvangen, conform de nieuwe gemeentelijke Verordening financieel beheer en beleid.
Reflectie samenwerking en vooruitblik Voor de jaarrekeningcontrole 2024 hebben wij samen met de gemeentelijke organisatie een detailplanning gemaakt met de belangrijkste wederzijdse deadlines. Hierdoor waren wij beter dan voorheen in staat om de voortgang te monitoren en waar nodig bij te sturen, bijvoorbeeld tijdens onze periodieke besprekingen in het controllersoverleg. Ook was de oplevering van controledocumentatie vollediger (omvat nu ook SiSa en IT), tijdiger en kwalitatief beter. De geautomatiseerde communicatietool tussen de gemeentelijke organisatie en de GAD ondersteunt dit proces, maar maakt de onderlinge samenwerking ook minder ‘persoonlijk’.
Voor 2025 zien wij gezamenlijke verbetermogelijkheden zoals: ▪ Tijdiger starten met de rechtmatigheidscontrole door de afdeling Internal audit. Daardoor is de controleaanpak eerder afgestemd, zijn dossiers tijdiger afgerond en de bevindingen eerder bekend en afgestemd. Dat beperkt de controledruk(te). ▪ Eerder uitvoeren en afronden van de concernbrede steekproef op lasten en investeringen. Dit verlicht de controledruk in de eindfase. ▪ Sneller en kwalitatief betere oplevering van controledocumentatie van de grondexploitaties (zie onze eerdere opmerkingen). ▪ Minder benodigde concerncorrecties en tijdigere en nauwkeurigere oplevering van een voldragen programmarekening. ▪ Een aanvulling op de 9-maandsafsluiting door, naast de centrale financieeladministratieve afsluiting, ook onderliggende specificaties vanuit de diensten te betrekken. Hierdoor kan de GAD enkele ‘stabielere’ balansposten tussentijds grondiger controleren. Dat maakt het mogelijk om eerder fouten te constateren, met als gevolg minder correcties op een laat moment. Deze en andere verbetermogelijkheden kan de gemeentelijke organisatie in afstemming met de GAD op korte termijn oppakken. Daarnaast starten wij onze controle 2025 zo tijdig mogelijk. Wij streven ernaar om ons controleplan 2025 op te leveren voor het zomerreces.
18/46
Financiële positie De financiële positie van de gemeente Den Haag hebben wij inzichtelijk gemaakt door een analyse van het resultaat 2024, de toereikendheid van het weerstandsvermogen en de mate waarin financiële risico’s voor activiteiten en projecten (investeringen en grondexploitaties) zijn meegenomen. Wij sluiten dit hoofdstuk af met onze analyse van de BBV-kengetallen. Positief resultaat 2024 vergelijkbaar met voorgaande jaren De gemeente Den Haag heeft in 2024 een positief resultaat behaald van € 49,9 miljoen, omdat de gerealiseerde baten (€ 3.661 miljoen) hoger zijn dan de lasten (€ 3.611 miljoen). Dit positieve resultaat is hoger dan vorig jaar (€ 31,3 miljoen) maar redelijk vergelijkbaar met 2021 en 2022, zoals blijkt uit de onderstaande figuur. Ook laat deze figuur zien dat de verschillen tussen begroting en realisatie de afgelopen jaren steeds minder worden.
Het positieve resultaat over 2024 komt voort uit het saldo van de programmaresultaten. Belangrijke voordelige resultaten zijn gerealiseerd bij de programma’s Werk en inkomen, Mobiliteit, Stadsontwikkeling en wonen en Stadsdelen, integratie en dienstverlening. Nadelige resultaten zijn vooral zichtbaar bij de programma’s Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid en Buitenruimte. Voor een nadere toelichting verwijzen wij naar hoofdstuk 1.1 van de programmarekening 2024. Incidentele baten en lasten In paragraaf 4.8 van de programmarekening 2024 staat een samenvatting van de incidentele baten en lasten per programma. In 2024 zijn de incidentele lasten € 49,1 miljoen hoger dan de incidentele baten (2023: € 27,6 miljoen). Dit betekent dat de structurele middelen in de gemeentebegroting toereikend zijn om alle structurele kosten te dekken en dat er derhalve sprake is van een structureel begrotingsevenwicht. Dit komt ook tot uiting in het BBV-kengetal structurele exploitatieruimte, waarin een stijging zichtbaar is (zie bijlage 5). Weerstandsvermogen en -ratio in 2024 toereikend In 2024 heeft de gemeenteraad de kadernota Weerstandsvermogen Den Haag 2025 goedgekeurd (RIS320223). Daarmee wordt de beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente jaarlijks herijkt op 3% van de totale gerealiseerde lasten, tenzij het risicoprofiel significant verandert.
Deze methode zorgt voor stabiliteit en voorspelbaarheid in de omvang van het weerstandsvermogen. Daarnaast bepaalt de gemeente jaarlijks de benodigde weerstandscapaciteit op basis van een simulatie die de maximale bruto risico’s analyseert.
Figuur 2: Begrote versus gerealiseerde baten en lasten 2021 – 2024
19/46
Financiële positie In onderstaande tabel is het verloop van deze data over de afgelopen vier jaar weergegeven, inclusief de berekening van de weerstandsratio1. Voor resultaatbestemming (x € miljoen) Beschikbare weerstandscapaciteit (Algemene reserve voor resultaatbestemming) Benodigde weerstandscapaciteit Weerstandsratio
2024
2023
2022
2021
€ 107,0
€ 94,7
€ 76,1
€ 50,0
€ 105,9 1,01
€ 107 0,89
€ 108 0,70
€ 101 0,49
Tabel 1: Meerjarig beeld van weerstandsvermogen en -ratio
Uit de analyse blijkt dat de weerstandsratio eind 2024 uitkomt op 1,01, mede door toevoeging van het resultaat over 2023 aan de algemene reserve. Hierdoor is de financiële positie van de gemeente verbeterd. Deze voldoet aan de eisen van de provincie Zuid-Holland voor het financieel toezicht op de begroting 2025. Dit versterkt de robuustheid van de gemeentelijke financiën en vermindert de noodzaak tot ingrijpende financiële maatregelen op korte termijn. Begrotingsevenwicht in ‘ravijnjaar’ Den Haag ontvangt 70% van zijn baten van het Rijk, voornamelijk via het Gemeentefonds. Vanaf 2026 wordt de gemeentelijke uitkering vanuit het Gemeentefonds landelijk met € 2,3 miljard verlaagd, een situatie die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) bestempelt als een financieel ‘ravijnjaar’. Voor Den Haag betekent dit een structurele daling van de rijksbijdragen die via voorgaande programmabegrotingen zijn gecompenseerd. Hierdoor blijft het begrotingsevenwicht
in stand, mede dankzij een behoudend financieel beleid in de afgelopen jaren. Dit beeld wordt bevestigd door de toezichthouder, de provincie Zuid-Holland. Die geeft een positiever oordeel dan voorgaande jaren, vanwege de verbeterde meerjarenraming en het nihil begrotingssaldo in de periode 2025-2028 (RIS319799). Daarnaast komt volgens de Voorjaarsnota van het Rijk tot en met 2027 landelijk circa € 3 miljard beschikbaar voor gemeenten, vooral om uitgaven in de jeugdzorg te dekken (circa € 2,2 miljard). Aanvullende uitdagingen gemeente Den Haag Daling van bestemmings- en Enecoreserves De reserves van de gemeente Den Haag nemen de komende jaren aanzienlijk af. Volgens de Programmabegroting 2025-2028 daalt de reservepositie van € 1,2 miljard eind 2024 naar € 0,8 miljard in 2028. Deze daling volgt uit de beleidsmatige inzet van middelen uit de bestemmings- en Enecoreserves voor investeringen op het gebied van duurzaamheid en energietransitie. De algemene reserve en de reserve activafinanciering blijven wel stabiel conform de doelstellingen uit de kadernota Weerstandsvermogen. Het jaarlijkse BDO Benchmarkonderzoek, dat de financiële positie van gemeenten vergelijkt, onderstreept de noodzaak om kritisch te blijven op de inzet van reserves en de lange termijn houdbaarheid van de financiële positie (zie onze brief van 18 februari 2025: GAD/2025.11).
1 Weerstandsratio geeft aan in hoeverre een gemeente in staat is haar risico's op te vangen. Deze ratio is de
verhouding tussen beschikbare weerstandstandscapaciteit en benodigde weerstandsratio. Verhouding van 1 of hoger wordt in de praktijk toereikend geacht.
20/46
Financiële positie Onzekerheid rondom tekorten en besparingen op jeugdzorg De financiering van de jeugdzorg blijft een grote uitdaging, ondanks de extra financiële middelen uit de Voorjaarsnota 2025. Net als bij veel andere gemeenten leidt de uitvoering van deze taak tot financiële tekorten, veroorzaakt door bezuinigingen op rijksbijdragen en een toenemende zorgvraag (openeinderegeling). Den Haag heeft maatregelen genomen om kosten te beheersen, zoals de lumpsumbekostiging vanaf 2024. In de afgelopen jaren kon uw gemeente tekorten in de jeugdzorg opvangen door overschotten binnen de Wmo. Deze oplossing is mede door de kostenstijging in de Wmo financieel niet meer houdbaar. De provincie ZuidHolland heeft de gemeente in haar toezichtsbrief (link naar begrotingsbrieven, Den Haag vanaf blz. 28) voor 2025 dan ook verzocht om de aangekondigde structurele besparingen van € 35 miljoen vanaf 2027 (zie de programmabegroting 2025) volledig te onderbouwen in de volgende begroting. Vanaf 2028 verwacht het Rijk dat de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd 2023 - 2028 tot kostenbesparing leiden en is geen aanvullende financiering voorzien.
BBV-kengetallen geven positief beeld Wij hebben de voorgeschreven BBV-kengetallen van de gemeente ultimo 2024 en voor de komende jaren (meerjarenbegroting 2025 – 2028) geanalyseerd en vergeleken met andere grote gemeenten en de VNG-signaleringswaarden. Wij hebben vastgesteld dat alle kengetallen beter zijn dan deze signaleringswaarden (indien van toepassing). Onze analyse is opgenomen in bijlage 5. Continuïteit Wij zijn als accountant verplicht om controlewerkzaamheden uit te voeren op mogelijke risico’s die de continuïteit van de organisatie in gevaar kunnen brengen en hierover te rapporteren in onze controleverklaring. Op basis van onze controle concluderen wij dat er geen onzekerheid van materieel belang bestaat over het vermogen van de gemeente om haar continuïteit te handhaven. Voor een verdere toelichting op de uitgevoerde werkzaamheden en ons oordeel verwijzen wij naar onze controleverklaring van 6 mei 2025 bij de jaarrekening 2024 van de gemeente Den Haag.
21/46
Aandachtspunten van de Rekeningencommissie Aandachtspunten Rekeningencommissie De Rekeningencommissie heeft ons vier aandachtspunten gegeven voor het accountantsverslag 2024 (zie RIS320444 en RIS321515): 1. Een overzicht opnemen met geconstateerde fouten en onzekerheden bij de afzonderlijke specifieke uitkeringen (SiSa), aangevuld met een vergelijkbare figuur van aantallen en omvang van de specifieke uitkeringen. 2. Vragen over het cofinancieringsfonds: realiseert de gemeente de beoogde doelstelling om aanvullende externe middelen aan te trekken, komen externe cofinanciers de afspraken na, worden de bestedingen conform de spelregels gedaan en realiseert de gemeente de geraamde bestedingen? 3. Is de handelswijze waarbij het programma MBS is gestart zonder volledige financiële dekking in overeenstemming met de bestaande spelregels? De Rekeningencommissie vraagt ook om aandacht te besteden aan de wijze waarop een bedrag van € 17,5 miljoen voor de komende twee jaar is gedekt. 4. In kaart brengen of ontoereikende dekking in latere jaren nog meer voorkomt bij andere projecten (Eschermuseum genoemd als voorbeeld), zodat dit kan worden betrokken in de begrotingsbehandeling. Naast de bovengenoemde aandachtspunten heeft de Rekeningencommissie ons ook gevraagd om een onderzoek naar de aanbesteding van de onderdoorgang Trekvlietbrug (RIS321515).
Vanwege de samenhang met de jaarrekeningcontrole 2024 rapporteren wij onze bevindingen in dit accountantsverslag (aandachtspunt 5). Onze reactie op aandachtspunten Rekeningencommissie Aandachtspunt 1: specifieke uitkeringen (SiSa) Het overzicht met fouten en onzekerheden per specifieke uitkering (SiSa-bijlage) is een voorgeschreven onderdeel van het accountantsverslag, opgenomen in bijlage 4. Daarnaast hebben wij net als vorig jaar een meerjarig overzicht opgenomen van het aantal specifieke uitkeringen, inclusief de samenstelling naar financieel belang; zie figuur 1.
Aandachtspunt 2: Cofinancieringsfonds Het cofinancieringsfonds is een instrument om snel in te kunnen spelen op samenwerkingsmogelijkheden. Door het aantrekken van middelen van externe partijen zoals het Rijk en de EU aangevuld met gemeentelijke cofinanciering kan de gemeente (grote) fysieke en sociale opgaven in de stad aanpakken. Daarbij is geen financiële doelstelling afgesproken voor de hoogte van totale externe bijdragen. Aanvullend op de gemeentelijke inzet uit het cofinancieringsfonds heeft de gemeente circa € 60 miljoen externe middelen aangetrokken (Vragenronde: Programmabegroting 2025-2028). De externe partijen komen hun financieringsafspraken na. Bestuurlijke afspraken cofinancieringsfonds vastgelegd De gemeente zette het cofinancieringsfonds voorheen in voor ‘kleinere’ projecten, voornamelijk gefinancierd met Europese bijdragen. Met de uitvoeringsnota (RIS313771) is het cofinancieringsfonds in 2022 verbreed en versterkt met € 25 miljoen. In het Coalitieakkoord Den Haag 2022-2026 is incidenteel nog eens € 30 miljoen beschikbaar gesteld voor de verhoging van het cofinancieringsfonds in 2023 – 2025, waarvan de helft voor Zuidwest. Tot en met 2030 wil de gemeente het fonds structureel verhogen (RIS319799). Waarvoor de middelen uit het fonds worden aangewend, bepaalt de gemeenteraad jaarlijks in de begroting.
Het college heeft in de Contourenbrief 2023 algemene spelregels geformuleerd voor het cofinancieringsfonds. Deze spelregels zijn verder uitgewerkt in de programmabegroting 2025 – 2028 en vastgelegd in de Algemene verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2025. Samengevat luiden de belangrijkste spelregels uit deze verordening: 1. De gemeente heeft één cofinancieringsfonds zonder maximumbedrag. 2. Het fonds is bedoeld om externe middelen aan te kunnen trekken voor grote fysieke en sociale opgaven waarvoor gemeentelijke cofinanciering vereist is. 3. Voorstellen ten laste van het fonds maken deel uit van de programmabegroting; bij substantiële cofinanciering kan tussentijds een voorstel worden voorgelegd. 22/46
Aandachtspunten van de Rekeningencommissie 4. Als de jaarrekening een positief resultaat heeft, gaat 25 procent daarvan naar het cofinancieringsfonds. 5. Voor projecten wordt eerst gekeken naar de dekking binnen eigen programma's; maximaal 50% van het gemeentelijke deel van de financiering komt uit het fonds. Het college kan hier gemotiveerd van afwijken bij gebrek aan structurele middelen of reserves. De eerste drie spelregels waren voorheen ook van toepassing, de andere twee spelregels gelden vanaf 2025. Cofinancieringsfonds groeit, eind 2024 circa 60% bestemd Onderstaande figuur toont de meerjarige ontwikkeling van het cofinancieringsfonds .
2024 iets lager dan begroot, bijvoorbeeld als gevolg van vertragingen in de projectuitvoering. Eind 2024 omvat het cofinancieringsfonds € 45,4 miljoen. De voorgenomen stijging vanaf 2025 bestaat uit een jaarlijkse toevoeging oplopend tot structureel € 8,2 miljoen (vrijval areaal) en 25% van de toekomstige jaarrekeningresultaten (nog niet meegenomen in cijfers, vandaar PM-post), conform de vierde spelregel. Eind 2024 is € 26,4 miljoen van het cofinancieringsfonds bestemd voor lopende projecten. Het grootste deel daarvan is voor het Nationaal programma Zuidwest (€ 14,4 miljoen). Ook is € 6,3 miljoen gereserveerd voor het volkshuisvestingsfonds, bedoeld voor stadsvernieuwing en woningverbetering in Den Haag Zuidwest. Andere projecten zijn de verplaatsing van het gasoverslagstation Binckhorst (€ 1,4 miljoen), renovatie Binnenhof (€ 1,1 miljoen) en Europese subsidieprojecten (€ 2,3 miljoen). Met deze lopende projecten is eind 2024 bijna 60% van het cofinancieringsfonds bestemd. De resterende € 19 miljoen heeft nog geen bestemming. Aandachtspunt 3: Financiële dekking programma Modernisering van bedrijfsvoeringssystemen (MBS) Handelswijze in overeenstemming met de bestaande spelregels?
Figuur 3: Ontwikkeling cofinancieringsfonds 2020 - 2030
De afgesproken toevoegingen van € 55 miljoen zorgen vanaf 2022 voor een duidelijke groei van het fonds. Daarnaast zijn de bestedingen (onttrekkingen) over 2023 en
De gemeentelijke organisatie is eind 2024 gestart met het programma MBS. Op dat moment was er dekking van € 17,5 miljoen (onderdeel HR/HRS) op de totale incidentele programmakosten van € 30 miljoen. Omdat het programma als bedrijfsvoeringsproject wordt gezien, vindt de financiële dekking plaats via de exploitatie. Overeenkomstig de notitie Materiële vaste activa 2020 van de Commissie BBV wordt deze investering in cloudsoftware niet geactiveerd. Volgens de gemeentelijke organisatie wordt momenteel voor de resterende € 12,5 miljoen (onderdeel Financiën/Inkoop) dekking gezocht. Artikel 3:2, lid 9 van de Algemene verordening financieel beheer en beleid van de gemeente Den Haag bepaalt dat geen verplichtingen mogen worden aangegaan zonder dekking.
23/46
Aandachtspunten van de Rekeningencommissie Volgens de gemeentelijke organisatie wordt met de implementatie van het onderdeel Financiën/Inkoop – het tweede deel van het programma MBS – gestart als eind 2026 aan twee voorwaarden is voldaan: 1. Een positieve evaluatie van de implementatie van HR/HRS, en 2. Beschikbaarheid van voldoende middelen in de bestemmingsreserve MBS. Een mogelijk risico is dat de meerjarige verplichting (Oracle Suite) niet alleen betrekking heeft op het onderdeel HR/HRS, maar ondanks het aangebrachte onderscheid ook op Financiën/Inkoop, terwijl de financiële dekking voor het programma MBS nog niet volledig is geregeld. Een mogelijke consequentie hiervan is dat bij onvoldoende middelen de aangegane verplichtingen in de toekomst kunnen leiden tot begrotingsoverschrijdingen. Wijze dekking van € 17,5 miljoen De Rekeningencommissie heeft gevraagd naar de wijze waarop de benodigde € 17,5 miljoen voor de komende twee jaren is gedekt. De gemeentelijke organisatie stelt voor om hiervoor een bestemmingsreserve te vormen bij de eerstkomende formele begrotingswijziging. Bij de behandeling van de begrotingswijziging kan de raad hieraan goedkeuring geven. De gemeentelijke organisatie bouwt de komende jaren de bestemmingsreserve MBS verder op om ook voor de komende jaren de dekking voor het programma te organiseren (lees: door te sparen).
MBS als groot project aanwijzen De gemeentelijke organisatie wil de raad informeren over de voortgang van het programma via de reguliere P&C-producten (begroting, tussentijdse rapportages, jaarrekening). De gemeenteraad kan, op basis van artikel 4:2 van de Algemene verordening financieel beheer en beleid van de gemeente Den Haag, een project