CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321990 Bijlage 9 Ontwerp bestemmingsplan Escher gardens zonder bijlagen toelichting

Commissie Ruimte 14 mei 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken33.174 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Dit valt te behalen door slim om te gaan met de hoeveelheid materialen, in te zetten op hergebruik en te kiezen voor verantwoorde biobased materialen. Actieplan maatschappelijk verantwoord inkopen (RIS 299397) We gaan verspilling van grondstoffen tegen en zorgen voor maximaal hergebruik van materialen in en door de stad. Voor sloop hanteren we de minimale eis dat er gesloopt wordt conform de BRL SVMS-007.

49

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

Het aspect grondstoffen is nader onderbouwd in paragraaf 3.6 Duurzaamheid Afval Het aanbieden en ophalen van afval brengt een ruimtevraag met zich mee. De opstelplekken en aanrijroutes moeten voldoen aan de daarvoor geldende randvoorwaarden, zoals geformuleerd in de vastgestelde parkeerstrategie (RIS 308711) en het handboek openbare ruimte (www.hor.denhaag.nl). Afval dat tijdens de bouw en daarna in de gebruiksfase vrijkomt moet zoveel mogelijk aan de bron gescheiden worden en apart afgevoerd te worden. Het huishoudelijk afval dient inpandig (uit het zicht) en op eigen terrein te worden opgeslagen. In het ontwerp dient hiervoor ruimte gereserveerd te worden. Meer informatie hierover in hoofdstuk 5. Het aspect afval is nader onderbouwd in paragraaf 3.6 Duurzaamheid Groen In Den Haag zien we de natuur als belangrijk onderdeel van onze stad. Een stad met een vitale stadsnatuur is een gezonde stad. In de Nota Stadsnatuur (RIS305824) zijn handvatten opgenomen waarmee we werken aan een groenere stad met een gezond stadsecosysteem met meer biodiversiteit. Een belangrijke voorwaarde voor een gezond stadsecosysteem is de aanwezigheid van een uitgebreid netwerk van groengebieden die onderling met elkaar verbonden zijn.

In deze nota wordt de nadruk gelegd op een optimale ecologische inrichting door middel van vuistregels voor biotopen en -beheer, behoud en de mogelijke uitbreiding van de ecologische verbindingszones. Is extra ruimtebeslag van een niet-ecologische functie onvermijdelijk dan moet de inpasbaarheid hiervan worden onderzocht. Bij elke (her)inrichting en omvorming van de openbare ruimte is een natuurkansenscan verplicht. Ontwerpen die ter beoordeling worden voorgelegd aan de Adviescommissie Openbare Ruimte worden, mede op basis van de natuurkansenscan, ook beoordeeld op het gebied van stadsnatuur. In Den Haag vinden we onze bomen van oudsher belangrijk. Alle stadsbomen vormen samen een stadsbomennetwerk, wat parken, bossen, tuinen, lanen en groengebieden tot in de haarvaten met elkaar verbindt. In de Nota Stadsbomen (RIS307827) zijn concrete doelen geformuleerd om de leefkwaliteit van deze bomen te verbeteren: we werken aan de toekomstbestendigheid van ons stadsbomennetwerk en we willen meer kroonoppervlak in onze stad. Wanneer we een ontwerp voor (her)inrichting maken met bomen dan doen we dat met aandacht voor diversiteit, ecologie en het maken van diverse microklimaten in onze stad. Om meer kroonoppervlak te maken zijn goede groeiplaatsen voor bomen essentieel.

De gemeente Den Haag stimuleert groen- en natuurinclusief bouwen in de stad met het besluit Natuurinclusief bouwen (RIS 309252, 301953, 313059). Dit levert een bijdrage aan de biodiversiteit, aan de klimaatopgave door vermindering van hittestress en wateroverlast, aan de mogelijkheden voor natuurbeleving in de stad en daarmee samenhangend aan het welzijn en de gezondheid van mensen. Daarnaast moeten alle grootschalige nieuwbouwprojecten in Den Haag voldoen aan het Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen (RIS301953). Het puntensysteem is opgenomen in paragraaf 4.4.8. Als onderlegger voor het ruimtelijk beleid heeft de gemeente De Agenda Ruimte voor de Stad (RIS295016). De agenda heeft verschillende functies waaronder het vormen van een onderlegger voor het ontwikkelen en beoordelen van nieuwe ruimtelijke plannen. Groen is hierbij een belangrijk onderwerp en komt terug rondom opgaves als verdichting en klimaatadaptatie. De Agenda Groen voor de Stad (RIS295016) legt de basis om samen met de stad binnen een helder beleidskader en met een duidelijke ambitie de uitdagingen waar Den Haag voor staat het hoofd te bieden en de kansen die zich voordoen te pakken. De ambitie is een verdere kwalitatieve ontwikkeling van het Haagse groen, waarbij ruimte bestaat voor verandering en initiatief en bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig wordt vormgegeven.

De ambities, thema's en kaarten in deze Agenda vormen een richtinggevend toetsingskader voor de toekomst van het groen van de gemeente Den Haag. Ze geven aan wat waar belangrijk is en niet wat het precies moet zijn of worden. In plaats van een blauwdruk gaat het om het benoemen van waarden en

50

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

procesvoorwaarden, waarmee de kwaliteit van het groen in Den Haag voor de langere termijn is geborgd. In de Agenda leggen we de hoofdzaken vast en geven daarnaast ruimte voor nieuwe inzichten en ontwikkelingen. Al deze beleidsdocumenten geven weer dat de gemeente zorgvuldig omgaat met onze stadsnatuur. Zo wordt er ook gekeken naar de effecten van verlichting op de natuur, te vinden in de Richtlijn Licht op Natuur (RIS 298657) Het aspect groen is nader onderbouwd in paragraaf 3.5 Vergroening. Klimaatadaptatie Volgens de laatste scenario's van het KNMI zal klimaatverandering ertoe leiden dat we in Nederland vaker te maken krijgen met hevige regenbuien, meer dagen met tropische temperaturen, langere droge perioden en een verdere stijging van de zeespiegel. Dergelijke weersextremen kunnen veel schade en overlast veroorzaken, ook op het gebied van gezondheid. De Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS308744) biedt ontwerpprincipes om gebouwen en de buitenruimte klimaatbestendig te ontwerpen en in te richten. Wateroverlast en de schade daardoor veroorzaakt zijn per locatie te analyseren middels de stresstesten in de klimaatatlas. De sponswerking van de stad moet vergroot worden om de gevolgen van klimaatverandering te beperken. Dat doen we middels hemelwater vastgehouden - bergen - infiltreren en/of hergebruiken - eventueel vertraagd afvoeren.

Oplossingsrichtingen zijn sterk afhankelijk van lokale omstandigheden zoals grondwaterstanden en type ondergrond (zand of veen). Een robuuste oplossing vraagt dus altijd om maatwerk. Naar het thema hitte in Den Haag is door de TU Delft een uitgebreide studie verricht. De resultaten van deze studie zijn te vinden in het rapport Haagse Hitte (RIS299474). Naast maatregelen op en aan gebouwen die gericht zijn op het buitenhouden van de zomerse zon of verkoeling (zonwering, overstekken, groene daken, verticaal groen, geveltuintjes) bieden bomen schaduw en verkoeling in de zomer. Bomen vormen daarom ons groene kapitaal. Zodoende wordt terughoudend omgegaan met het afgeven van kapvergunningen en zal, waar kappen onvermijdelijk is, nieuw bomen met gelijkwaardige natuurwaarde moeten worden aangeplant. Voor Den Haag zijn de effecten van droogte onderzocht in een Droogtestudie (RIS306855). De droogtestudie geeft aan dat verschillende delen van de stad kwetsbaar kunnen zijn voor diverse effecten van droogte. Droogte wordt beperkt door maximale sponswerking in de stad te benutten door oplossingen in groen, bodembuffers en door wateraanvoer via het (stedelijke/regionale) oppervlaktewatersysteem.

Het aspect is nader onderbouwd in paragraaf 3.6 Duurzaamheid 4.4.17 Gemeentelijk sportbeleid Het gemeentelijke sportbeleid (Rv 7 - 2011; RIS 177242) is gericht op het creëren van een optimaal sportklimaat, zodat zoveel mogelijk Hagenaars regelmatig, intensief, verantwoord, en op een prettige manier kunnen sporten. De voorkeur van de gemeente gaat daarbij uit naar sportbeoefening in georganiseerd verband. De gemeente wil de kwaliteit van het sportaanbod verhogen door: voldoende goede sportaccommodaties te realiseren die betaalbaar, toegankelijk, bereikbaar en voor sportdoeleinden geschikt zijn; een kwaliteitsimpuls te geven aan het sportaanbod door een sportief recreatieve inrichting van openbare ruimten; herkenbare topsport te faciliteren; maatschappelijk sterke sportverenigingen te ontwikkelen; sportverenigingen te ondersteunen; kinderopvang bij sportaccommodaties mogelijk maken. De gemeente wil de bestaande sportvoorzieningen in de wijk behouden. Haar sportbeleid overlapt het groenbeleid daar waar sport buiten plaatsvindt. Het gaat dan niet alleen om sportvelden en buitensportaccommodaties maar ook om parken, pleinen en straten en grote groengebieden en water.

51

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

Binnen de bestemming 'Gemengd' is ook ruimte voor een sportvoorziening. In de nabijgelegen bebouwing van 'The Globe' zijn bij het schrijven van dit bestemmingsplan diverse sportmogelijkheden: een fitnessclub, een klimmuur en een boulderhal. 4.4.18 Nota Spelen in de stad 2015 - 2018 De nota Spelen in de stad 2015 – 2018 (RIS 157604 en RIS 281389) heeft als ambitie om in de stad een goed aanbod te bieden aan speelplekken voor kinderen en jongeren van verschillende leeftijden. Dat betekent dat er voldoende speelplekken moeten zijn voor zowel de kinderen als de jongeren. Deze speelplekken moeten aansluiten bij de wensen die leven in de stad. Bij de aanleg van speelplekken wordt daarom de omgeving nauw betrokken. Gebruikers, ouders en bewoners willen zich bij speelplekken meer verantwoordelijk voelen (mede-eigenaarschap), als zij bij de aanleg van die speelplek nauw betrokken zijn. Verder dient er rekening te worden gehouden met de actieradius verschillen per leeftijdsgroep, omdat oudere kinderen verder van huis spelen en meer ruimte nodig hebben dan jongere. Onderstaande tabel geeft voor Den Haag invulling aan de richtlijn. leeftijdscategorie aantal kinderen per speelplek actieradius

speeloppervlakte

0 tot 6 jaar

50 tot 75 kinderen

100 - 150 meter 200 m²

7 tot 12 jaar

75 tot 100 kinderen

400 - 600 meter 500 m²

13 tot 18 jaar

100 tot 125 kinderen

1.000 meter

> 750 m²

Tabel 4.4.18.1 Actieradius verschillen per leeftijdsgroep (Nota Spelen in de stad 2015-2018).

In dit bestemmingsplan worden binnen de bestemmingen geen speelplekken opgenomen en/of specifiek met een functieaanduiding aangegeven. Wel is in de algemene bouwregels opgenomen dat een speeltoestel van maximaal 4 meter hoogte toegestaan is. Bij nieuwe woningbouwlocaties dient in principe de richtlijn van 3% aan openbare speelruimte te worden gehanteerd in relatie tot het 'uitgeefbaar' gebied. Groenvoorzieningen die ook als informele speel- en/of recreatie ruimte kunnen fungeren, worden hierin meegeteld. Uitgaande van de onderstaande tabel kunnen bij nieuwe woningbouwlocaties prognoses gemaakt worden wat de openbare buiten speelruimtebehoefte is. Bijvoorbeeld bij een nieuwbouwvariant Stadsrand. De gemiddelde bezetting is hier 2.996 personen per nieuwbouwwoning. Uitgaande van een tweeoudergezin betekent dit dat er 0.996 kind per woning is. Stel dat er 150 woningen worden gebouwd, dan is de prognose 149 inwonende kinderen. Afhankelijk van de verwachte leeftijdsopbouw en het huidige omgevingsaanbod kan bepaald worden hoe groot de behoefte is aan buiten speelruimte voor de komende jaren. Woonmilieu Centrum stedelijk Stedelijk vooroorlogs Groen stedelijk Stedelijk naoorlogs Stadsrand 20e eeuw Stadsrand modern Werkgebieden Totaal

Gemiddelde woningbezetting in deze nieuwbouw 2,742 2,260 1,779 2,160 2,152 2,996 2,245 2,702

Tabel 4.4.18.2 Woonmilieu huidige situatie naar 7 milieus (incl. Werkgebieden). Bron: Bevolkingsprognose Den Haag 2006-2022 blz.96.

Daar waar in de richtlijn 3% niet haalbaar is, maar wel nodig is gezien de bevolkingsopbouw, dienen de volgende mogelijkheden te worden geïnventariseerd: het autoluw/vrij maken van een primair woongebied, samenwerken met scholen en sportverenigingen, om het potentieel aan speelruimte te vergroten. In het standaardonderwerp van een speelplek is een aantal uitgangspunten genoemd waaraan een

52

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

speelplek bij ontwerp dient te voldoen: een centrale, sociaalveilige plek in de buurt, dus geen 'overhoek'; woningen moeten gericht zijn op het spelen, sociale controle (belangrijk voor meisjes); speelruimte combineren met een ontmoetingsplek of groen; verkeersveiligheid rondom een speelplek; speelplekken dienen bruikbaar en toegankelijk zijn voor kinderen met en zonder handicap. Het plangebied wordt groen en autoluw ingericht. De directe omgeving van een station biedt door de hoge intensiteit van het gebruik relatief weinig ruimte voor speelvoorzieningen. Het creëren van voldoende speelplekken is een opgave bij de uitwerking van het openbaar gebied in Laakhavens. Op de stedelijke laag van Escher Gardens komt een gemeenschappelijke daktuin. Hier kunnen ook speelvoorzieningen worden opgenomen. 4.4.19 Haagse referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen 4.4.19.1 Inleiding Met het toevoegen van woningen alleen, creëren we nog niet de aantrekkelijke inclusieve en levendige stad die we voor ogen hebben. De nieuwe bewoners hebben ook behoefte aan passende stedelijke voorzieningen. De vraag naar onderwijs, sport, cultuur, groen, zorg, welzijn en andere soorten voorzieningen zal blijven toenemen naarmate er inwoners in Den Haag bijkomen. Ruimtelijk willen we voorzieningen toevoegen waar de vraag toeneemt.

Bovendien moet het voorzieningenaanbod divers en van hoog niveau zijn om aan te sluiten bij de verschillende wensen en behoeften van bestaande en nieuwe gebruikers. Iedereen moet gebruik kunnen maken van faciliteiten passend bij de eigen levensstijl en het liefst ook op een prettige afstand. Dit is van cruciaal belang voor het functioneren en de aantrekkelijkheid van Den Haag. De nota Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen (RIS307513) geeft richtinggevende oppervlaktes voor diverse voorzieningen welke als uitgangspunt gehanteerd worden bij de start van gebiedsontwikkelingen en grootschalige projecten Hierbij gaat het om primair en voorgezet onderwijs, sport, zorg en welzijn, kunst en cultuur, maar ook voldoende speelveldjes, en gebruiksgroen in de openbare ruimte om te sporten. De referentienormen zijn niet bedoeld als bindende norm. Wel zijn ze bedoeld om bij gebiedsontwikkelingen aan de voorkant globaal onderbouwde ruimte- en investeringsclaims te kunnen doen (RIS307513, p. 5). Toepassing van de normen op individuele bouwprojecten heeft zijn beperkingen, omdat veel voorzieningen op een hoger schaalniveau (buurt, wijk of stadsdeel) worden georganiseerd. Inzet is om voldoende aanbod op het juiste schaalniveau te realiseren, gekoppeld aan de grote gebiedsontwikkelingen. In de nota zijn nog geen normen voor hoogstedelijke gebied opgenomen.

Voor het CID worden de centrum-stedelijke referentienormen als vertrekpunt voor de berekening gehanteerd. In het kader van het Voorzieningenonderzoek CID zal een vertaalslag worden opgenomen op basis van het verwachte hoogstedelijke woonmilieu en bijbehorende huishoudensgrootte. De resultaten hiervan worden begin 2023 verwacht. Ook is in 2023 een evaluatie van de referentienormen gepland. 4.4.19.2 Berekening op basis van groennorm Conform de structuurvisie CID (RIS307135, p. 6) wordt bij de ontwikkeling van het CID gewerkt aan een hoogwaardige groene buitenruimte met een hoge gebruiks- en ecologische waarde met op gebiedsniveau een norm voor openbaar groen van 8 m2 per woning. De aanpak van de openbare ruimte gebeurt stapje voor stapje en het kwaliteitsniveau wordt uitgewerkt in de inrichtingsplannen voor de openbare ruimte. Onderstaande tabellen laat zien wat de vergunde en in procedure zijnde ontwikkelingen betekenen voor de kwantitatieve verhouding groen/woningen in het CID. Op basis van de van de uitgangssituatie bij vaststelling van de structuurvisie CID in 2021 en de reeds vergunde bouwplannen zou op gebiedsniveau CID sprake zijn van 12,9 m2 groen per woning.

Vervolgens is in beeld gebracht wat het effect is van de twee in 2022 verleende vergunningen (The Grace en Waldorp four) in combinatie met de 3 lopende bestemmingsplannen en grote ingrepen in de openbare ruimte waarvoor de financiering reeds is

53

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

vastgelegd. Hieruit blijkt dat de verhouding groen/woningen na uitvoering van deze projecten boven de 8 m2 groen per woning blijft in het CID.

Tabel 4.4.19.2 m2 groen per woning CID.

Zowel voor het aantal woningen als de vierkante meters groen geldt dat deze cijfers tijdens de planvorming nog in beweging zijn. De laatst bekende cijfers zijn hier ingevuld; indien nodig is een schatting gebruikt. Na realisatie worden de definitieve gegevens ingevuld. Kleinschalige ontwikkelingen, zowel wat betreft woningbouw als openbare ruimte, zijn buiten beschouwing gelaten. Deze hebben weinig effect op het totaalbeeld. 4.4.19.3 Berekening op basis van referentienormen In de onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in de berekende behoefte van de overige maatschappelijke voorzieningen op basis van de referentienormen. Tevens is aangegeven op welke manier in de behoefte kan worden voorzien, met aandacht voor de ruimtelijke inpassing en de uitvoering. Verschillende oplossingen zijn mogelijk: voorziening opnemen in de ontwikkeling/het bouwplan zelf; voorzien in de directe omgeving, gekoppeld aan de ontwikkeling; gebruik maken van bestaand aanbod, wanneer daar ruimte voor is; behoeftevraag meenemen bij geplande en toekomstige uitbreiding van voorzieningen; maatwerkoplossing & mitigerende maatregelen. Hierbij is relevant dat de rol van de gemeente verschilt per type voorziening. Voor sommige voorzieningen geldt dat de gemeente een wettelijke verantwoordelijkheid heeft.

Voor andere voorzieningen treedt de gemeente op als subsidiegever; in weer andere gevallen is de gemeente vooral faciliterend via het ruimtelijk instrumentarium. De referentienormen gaan uit van gemiddeldes; bij de berekening is geen rekening gehouden met de specifieke doelgroep van bouwplan Escher Gardens. Gezien het bouwplan en de locatie zullen studenten, starters en éénpersoonshuishoudens bovengemiddeld vertegenwoordigd zijn.

54

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

type voorziening

Berekende Toelichting Ruimtelijke Uitvoering/financiering Behoefte cf inpassing referentienormen Onderwijs 2.375 m² In het IHP Onderwijs Er wordt ingezet op Voorzien in voldoende basisschool en de actualisatie uitbreiding van de onderwijs is een hiervan in 2022 is de basisschool Jan van gemeentelijke taak. 1.563 m² verwachte Nassausschool in de voortgezet bevolkingsgroei in het Rivierenbuurt. De schooluitbreiding onderwijs CID meegenomen in wordt gefinancierd de leerling vanuit de gemeentelijk (in beide prognoses. Op grond begroting. gevallen inclusief hiervan zijn Uitvoering vindt plaats buitenruimte) voorstellen door onafhankelijke opgenomen voor schoolbesturen. uitbreiding van scholen in de omgeving van het plangebied. Eerstelijns-z 457 m² Medische Functie die in de Het bestemmingsplan org dienstverlening vindt plint van het gebouw geeft ruimte voor het over het algemeen kan worden realiseren van deze plaats in opgenomen. voorzieningen. Daarbij commercieel is een minimum verhuurde ruimtes. Is opgenomen 250 m² in de omgeving al op bvo. Realisatie en veel locaties invulling is aan de toegestaan. markt. Centrum 63 m² Behoefte kan Jeugd en opgepakt worden met gezin (CJG) bestaande CJG in stadsdeel Laak. Conform referentienorm is er slechts indicatief 0,05 extra CJG nodig en hiervoor is er capaciteit genoeg.

Buurthuis 156 m² Behoefte aan In het gebouw wordt Dit is via de buurthuisvoorzieninge tenminste 1.000 m² planregels geborgd. n wordt opgepakt met gereserveerd voor Invulling en uitvoering Integraal gedeelde ligt bij de Huisvestingsplan Zorg voorzieningen voor ontwikkelende partij. en Welzijn. bewoners.

55

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

Bibliotheek

56 m²

Cultuuranke 75 m² r

Sporthal

331 m²

Behoefte aan In de ontwikkelvisie Bibliotheken zijn een bibliotheekLaakhavens gemeentelijke voorzieningen zijn (RIS311821) is voorziening. stadsbreed rekening gehouden onderzocht in het IHP met ca 7.600 m² aan Cultuur en culturele Bibliotheken voorzieningen. (RIS311896). Hierin is een voorstel De centrale opgenomen voor een bibliotheek en de nieuwe bibliotheek in bibliotheken Laakhavens. Schilderswijk en Laakkwartier liggen binnen 10 minuten fietsafstand. in het IHP Cultuur en In de ontwikkelvisie Cultuurankers zijn een Bibliotheken Laakhavens gemeentelijke (RIS311896) zijn (RIS311821) is voorziening. voorstellen rekening gehouden Financiering van opgenomen voor een met ca 7.600 m² aan exploitatie nieuwvesting van het culturele cultuurankers is t/m Laaktheater en een voorzieningen. 2024 geregeld via de satelliet cultuuranker Subsidieregeling in de Binckhorst. cultuuranker- en openluchttheaterfuncti es Den Haag 2021-2024. De behoefte voor CID Op de Binckhorst is Voor sporthal op de is meegenomen in ruimte voor een Binckhorst is de het IHP Sport nieuwe gemeentelijke intentie dat gemeente (RIS311895). sporthal de bekostiging zelf op gereserveerd. zich neemt. In de ontwikkelvisie De sporthal in Laakhavens is Laakhavens zal pas rekening gehouden op langere termijn (na met één sporthal van 2030) nodig zijn. 3.000 m². De planregels bieden ruimte voor sportvoorzieningen.

Realisatie wordt aan de markt overgelaten Via IAS-subisdies kunnen verenigingen subsidie-aanvragen voor (tijdelijke) blaashallen.

56

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

Zwembad

150 m²

De behoefte voor CID als geheel wordt beschreven in het voorzieningenonderzoek CID. Stadsbreed geldt het IHP Sport (RIS311895).

In het IHP sport is een reservering voor een zwembad in de Binckhorst opgenomen met het oog op de groei van de stad.

Voor zwembad op de Binckhorst is de intentie dat gemeente de bekostiging zelf op zich neemt.

Ruimtelijke inpassing

Uitvoering/financiering

Tabel 4.4.19.3.1 Gebouwde voorzieningen.

Type voorziening

Berekende Beschouwing behoefte conform referentienorm Speelvoorzi 3.519 m² De behoefte aan eningen speelvoorzieningen wordt meegenomen bij de transformatie van de buitenruimte in Laakhavens. Hiervoor wordt een buitenruimteplan opgesteld als uitwerking van de ontwikkelvisie.

Sport in de openbare ruimte

1.250 m² (dubbelgebruik)

Op de kavel is op Speelvoorzieningen op maaiveld geen ruimte de kavel zelf maken voor onderdeel uit van het speelvoorzieningen; bouwplan en worden wel kunnen er gerealiseerd door de speelvoorzieningen ontwikkelende partij. worden opgenomen in de daktuinen. M.b.t. voorzieningen in de openbare ruimte zijn in de anterieure overeenkomst afspraken gemaakt Onderdeel hiervan is Wordt meegenomen over kostenverhaal en de aanpak van de bij de uitvoering. openbare ruimte bij herinrichtingsplannen Voor de vergroening de stadscampus en voor de openbare van de Waldorpstraat het station incl. de ruimte. en stadscampus is Waldorpstraat. reeds dekking (RIS309486) Dit betreft geen extra Wordt meegenomen Mbt voorzieningen in ruimteclaim; het gaat bij de plannen van de de openbare ruimte om een inrichting van openbare ruimte. zijn in de anterieure de openbare ruimte Ook het water van de overeenkomst die uitnodigt tot Laak biedt sportieve afspraken gemaakt bewegen. mogelijkheden. over kostenverhaal en Doel is dat iedereen Daarnaast wordt uitvoering. binnen een straal van ingezet op sportieve 1 km rond zijn huis routes, die aansluiten een gelegenheid op parken. vinden om te sporten in de openbare ruimte. Routes en rondjes worden waar mogelijk aan elkaar verbonden waardoor de wandelaar, de korte- en de langeafstandssporter gemakkelijk zijn weg vindt.

57

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

Speelveldjes 1.250 m² zoals Cruyffen Krajicek courts

Inpassing van speelveldjes gaat via het buitenruimteplan voor Laakhavens.

Buitensport 5.000 m² (inclusief parkeren en clubgebouw en)

Bestaande speelveldjes bij de Laakweg, het Oranjeplein en het Huijgenspark liggen op enkele minuten fietsafstand. De behoefte voor het In de structuurvisie CID is meegenomen CID is reeds in het IHP Sport vastgesteld dat er waarbij uitgegaan binnen het CID wordt van een onvoldoende ruimte beslisboom is voor nieuwe (RIS311895). buitensport. In het IHP Sport wordt de Vlietzone benoemd als zoekgebied voor nieuwe sportvelden.

Mbt voorzieningen in de openbare ruimte zijn in de anterieure overeenkomst afspraken gemaakt over kostenverhaal. De gemeente is hiervoor aan zet.

Dit betreft een gemeentelijke stadsbrede opgave.

Tabel 4.4.19.3.2 Gebouwde voorzieningen.

De conclusie is dat ook na realisatie van het plan kan worden voorzien in een voldoende voorzieningenniveau. Een deel van de toenemende vraag aan voorzieningen wordt in het bouwplan of de directe omgeving ingevuld. In een aantal gevallen kan van bestaande voorzieningen gebruikt worden gemaakt. Met het oog op de stijgende vraag naar voorzieningen op een hoger schaalniveau als gevolg van de groei van Den Haag zijn in integrale huisvestingsplannen voorstellen geformuleerd voor o.a. een sporthal, bibliotheek en zwembad en de uitbreiding van scholen. 4.4.19.4

Toelichting

Buurthuis van de Toekomst Het college wil accommodaties in de stad optimaal benutten door verschillende functies met elkaar te combineren zoals bibliotheken, zorg, welzijn, onderwijs en sport. Daarnaast wil het college de kracht van onder meer sportverenigingen beter benutten voor behoeften en vraagstukken uit de buurt. Gestreefd wordt om sportclubs, scholen, culturele instellingen en andere organisaties in de wijk met elkaar te laten samenwerken. De subsidieregeling 'Buurthuis van de toekomst' is in 2019 beëindigd. Het College heeft echter aangegeven (RIS303610, 2019) het streven naar optimalisering en gecombineerd ruimtegebruik voort te zetten. In het plan is ruimte voor maatschappelijke voorzieningen. Onderwijs De nota Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs 2020-2030 (RIS 304176, 2019) biedt een nader richtinggevend kader voor onderwijshuisvesting voor primair, speciaal voortgezet, en internationaal onderwijs. Op het gebied van onderwijshuisvesting streeft de gemeente naar voldoende toekomstbestendige schoolgebouwen verspreid over de stad. Gelijke kansen voor alle leerlingen is daarbij het motto. Voor iedere leerling in de stad is geschikt onderwijs bereikbaar. De gemeente Den Haag streeft in haar huisvestingsplannen naar de vestiging van voorscholen: een peuterspeelzaal en een basisschool die dezelfde voor- en vroegschoolse educatieve programma's gebruiken.

Voor deze samenwerking is het wenselijk dat de peuterspeelzaal in of nabij de

58

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

samenwerkende basisschool is gehuisvest. In het plangebied zelf wordt zodoende niet ingezet op onderwijsvoorzieningen voor basis onderwijs. Deze worden op andere locaties in het gebied voorzien. Wel zijn er mogelijkheden voor vestiging van instellingen voor hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek gezien de liging in de nabijheid van onderwijsinstellingen en het beoogde campusprofiel. Kinderopvang In de beleidsnota 'Ruimtelijke implementatie kindercentra in Den Haag' (Rv 85 2001; RIS 85329 inclusief update 2015) zijn ruimtelijke criteria opgesteld, waaraan locaties moeten voldoen willen zij in aanmerking komen voor de vestiging van een kindercentrum. Bij het beoordelen van nieuwe initiatieven voor kinderopvang zijn de volgende criteria van belang: • kindercentra moeten bij voorkeur in een woonbuurt liggen, in een gemengde wijk met een woonkarakter of in een gebied met concentraties van kantoren; • kindercentra in percelen met een school, welzijns- of zorgbestemming ontmoeten vanuit ruimtelijk oogpunt geen enkel bezwaar (amendement raadsvergadering 19 april 2001); • kindercentra in vrijstaande of halfvrijstaande percelen zijn toelaatbaar (nadere eisen t.a.v.

geluidoverdracht naar aangrenzende panden is mogelijk); •kindercentra bij voorkeur niet in een rijtjeshuis of tussen aansluitende woningen; • Kindercentra niet liggen nabij (of aan) doorgaande wegen met een intensiteit van > 10.000 voertuigen per etmaal en er moeten voldoende mogelijkheden zijn voor het veilig halen en brengen zonder dat de doorgang van het verkeer wordt belemmerd; • het moet mogelijk zijn om een geschikte en veilige buitenspeelruimte te realiseren. Kinderopvang is in het plangebied niet toegestaan. Kunst & cultuur Met het Beleidskader Kunst en Cultuur 2021-2024 en Meerjarenprogramma Kunst & Cultuur (RIS302961 en RIS305541, 2020) wordt binnen de financiële kaders gestreefd naar een 'Zee van mogelijkheden'. Kunst en cultuur dragen bij aan de identiteit, het imago en de economische aantrekkingskracht van onze stad. Het college vindt het belangrijk dat in Den Haag kunst gemaakt wordt van hoog niveau. Maar ook dat kunst en cultuur mensen aanspreekt op hun persoonlijke waarden, ontspanning en plezier brengt, de mogelijkheid van het ontwikkelen van een kritisch vermogen aanreikt, stimuleert tot zelfontplooiing en een diversiteit van andere identiteiten dan die van henzelf toont. Inzet van het college is inclusie: de instellingen samen dienen te zorgen voor een breed publieksbereik dat de hele stad bedient.

Belangrijk ruimtelijk beleidsdoel is om de Cultuurankerfunctie van elk stadsdeel verder te ontwikkelen. Ieder stadsdeel heeft een Cultuuranker. Cultuurankers zijn culturele instellingen die zich met hun activiteiten richten op bewoners in het eigen stadsdeel om de cultuurparticipatie te vergroten. Met kwalitatief goed én toegankelijk aanbod dat aansluit bij wensen en behoeften van hun omgeving bereiken zij mensen voor wie kunst en cultuur niet vanzelfsprekend zijn. Daarnaast is inzet op ruimte om kleine en grote Festivals en evenementen te organiseren een ruimtelijke doelstelling. Deze dragen bij aan de verlevendiging van de stad, brengen groepen mensen samen en zetten de stad op de kaart. Binnen het CID is het doel om een culturele programmering te realiseren, die aansluit bij het profiel van het gebied door ruimte te maken voor een nieuwe generatie makers. Culturele broedplaatsen Met de Nota Broedplaatsenbeleid 2021-2024 (RIS 306134, 2020) wordt ingezet op ruimte voor broedplaatsen. Broedplaatsen dragen bij aan de versterking en vernieuwing van de cultuur- en kunstsector in Den Haag. Met een steeds krapper wordende vastgoedmarkt van tijdelijke en betaalbare

59

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

panden zal op andere manieren met de broedplaats-locaties moeten worden. Hiervoor is de inzet om naast gedeeld gebruik tijdelijk gebruik worden gestimuleerd door actief de mogelijkheden daartoe te verkennen en aan te bieden. Daar waar in de gebiedsontwikkeling tijdelijke leegstand ontstaat is het wenselijk deze ruimte te benutten en dit gebeurt ook op basis van tijdelijke ontheffing. Gelet op de aard en tijdsbestek is het niet aan de orde om hiervoor in dit plan middels bestemmingsplan ruimte te reserveren. Levensovertuiging Den Haag is een internationale stad. Dit komt ook tot uitdrukking in de vele religies en levensbeschouwingen die de stad rijk is. Een deel van de religieuze organisaties heeft huisvestingsproblemen. Tijdens de raadsvergadering op 16 december 2004 bij het tweeminuten debat over "Ruimte voor gebed" is in een motie aangenomen om een feitenonderzoek te doen naar de reële behoefte aan gebedsruimten en naar mogelijkheden van bestaande en nieuwe ruimtelijke bestemmingen van kerken. Uitgangspunt is dat maatschappelijke bestemmingen ook ruimte geven voor gebed, zodat in het plintprogramma ook gebedsruimten zich kunnen vestigen. In het plangebied zelf wordt niet ingezet op gebedsruimten. Sport In het Haags Sportakkoord 2020-2022 (RIS306192 2020) staan de belangrijkste uitdagingen en ambities waar Den Haag de komende periode voor staat voor een optimaal sportklimaat.

Het sportakkoord bestaat uit 4 pijlers: 1. Accommodaties en voorzieningen voor sport; 2. Sterke Haagse sportverenigingen; 3. Heel Den Haag beweegt; 4. Topsport en talentontwikkeling. Inzet is dat er 2030 voldoende faciliteiten zijn, die aansluiten bij de Haagse sport- en beweegbehoefte en het merendeel van de Sportaccommodaties is in 2022 functioneel, van goede kwaliteit en duurzaam. Hiervoor moet nog een slag geslagen worden. Het aanbod op wijkniveau sluit nog niet altijd aan bij de sport- en beweegbehoefte. Hier kunnen we winnen. Daarnaast zal het aantal inwoners in Den Haag de komende jaren toenemen. Nieuwe wijken worden gebouwd en in bestaande wijken groeit het aantal woningen en inwoners. De uitdaging is om in de verdichtende stad voldoende ruimte voor sporten en bewegen te blijven bieden, zowel op het gebied van zwemwater, sporthallen, buitensportvoorzieningen als bewegen in de openbare ruimte. Het waarborgen van de leefbaarheid, vitaliteit en aantrekkelijkheid van onze stad, vraagt om het meegroeien van sportaccommodaties. In de openbare ruimte is er inzet op het benutten van de bestaande plekken voor sport en bewegen. Verder verbinden we routes, zodat er logische rondjes ontstaan om hard te lopen, te wandelen of te fietsen. Belangrijk is dat er sportvoorzieningen in de buurt zijn; bereikbaar en toegankelijk.

De verdichting van de stad, de verwachte bevolkingsgroei en de ambitie van 100% sport- en beweegdeelname in 2030. Naast bereikbaarheid is ook diversiteit van belang. Er komen nieuwe sporten bij. zoals freerunnen en boulderen. Het is van belang dat deze ook een goede plek in Den Haag vinden. Binnen dit bestemmingsplan wordt ingezet op relatief (passend bij een stationslocatie) aantrekkelijke wandelroutes en aantakking op onder meer Velostrada fietsroute, die voor verbinding zorgt zowel in noordelijke als zuidelijke richting. Daarnaast wordt er ingezet op mogelijkheden voor sport (fitness). In de directe nabijheid (gebouw The Globe) zijn indoor sportfaciliteiten aanwezig, namelijk een klimhal, boulderhal en fitness.

60

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

61

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

62

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

Hoofdstuk 5

Omgevingsaspecten

5.1

Milieueffectrapportage

5.1.1

Inleiding

In de Wet milieubeheer en het bijbehorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is wettelijk geregeld voor welke projecten en besluiten een vorm van m.e.r.- verplichting geldt. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, waarvoor altijd een m.e.r.- procedure moet worden doorlopen (m.e.r.-plicht) en activiteiten waarvoor het bevoegd gezag nader moet beoordelen of een m.e.r.procedure al dan niet nodig is (m.e.r.-beoordelingsplicht). In bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage is aangegeven voor welk type activiteiten een planm.e.r.-, projectm.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen en in het kader van welk besluit deze verplichting geldt. Categorie D11.2 heeft betrekking op stedelijke ontwikkelingsprojecten.

Voor de locatie Escher Gardens zijn programmatische uitgangspunten vastgelegd. Het totale programma omvat maximaal 1.250 woningen, maximaal 20.000 m2 kantoren en maximaal 3.000 overige voorzieningen. De oppervlakte van het perceel waar de ontwikkeling plaatsvindt is kleiner dan 2 hectare. De drempelwaarden zoals opgenomen in de D-lijst bij het Besluit milieueffectrapportage (100 hectare, 200.000 m2 bvo of 2.000 woningen) worden niet overschreden. De drempelwaarden zijn echter niet 'hard' waardoor ook in gevallen waarbij de drempelwaarden niet worden overschreden, moet worden bekeken of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden die aanleiding geven voor het doorlopen van een projectm.e.r.-procedure'. Bovendien maakt de ontwikkeling deel uit van de herontwikkeling van het grotere gebied rondom station Hollands Spoor. Gezien de omvang van de totale planvorming, de locatie en de potentiële effecten is besloten voor het doorlopen van een projectm.e.r.-procedure in het kader van het bestemmingsplan Escher Gardens. Daarbij wordt ook gekeken naar de mogelijke milieueffecten van de overige ontwikkelingen in de omgeving van het station, zie onderstaande figuur.

63

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

Afb. 5.1.2: Programma voor Spoorzone Hollands Spoor (Bron: Witteveen + Bos). 5.1.2

Notitie Reikwijdte en Detailniveau

In het begin van de MER- procedure wordt een Notie Reikwijdte en Detailniveau (hierna: NRD) uitgebracht, met als doel om sturing te geven aan de volgende stappen en het inwinnen van zienswijzen en het raadplegen van adviseurs en bestuursorganen. In het algemeen bevat een NRD ten minste drie elementen: c. het 'waarom' van het plan of het project; d. alternatieven; e. milieuaspecten/ omgevingsaspecten. Voor de ontwikkelingen in de omgeving Spoorzone HS is reeds in 2019 een NRD opgesteld, zie https://www.commissiemer.nl/projectdocumenten/00005788.pdf. Dit was tevens de NRD voor de planMER voor het CID. Inwoners en andere belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen kenbaar te maken op het document. Tevens heeft de commissie MER advies uitgebracht. De ingebrachte zienswijzen en adviezen zijn betrokken bij het vaststellen van de richtlijnen voor het op te stellen project-MER. 5.1.3

Koppeling MER en bestemmingsplan

Het openbaar maken van de NRD was de eerste stap in de m.e.r.-procedure. Het project-MER zal vervolgens gelijktijdig met het ontwerp- bestemmingsplan ter inzage worden gelegd, waarbij in het bestemmingsplan wordt gemotiveerd op welke wijze is omgegaan met de resultaten en conclusies uit het project-MER.

64

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

Afb. 5.1.3: Koppeling m.e.r- en bestemmingsplanprocedure (bron: Rho). 5.1.4

Milieu Effect Rapportage

In het project-MER worden de effecten op de leefomgeving beschreven. Effecten worden afgezet tegen de referentiesituatie, zodat een eerlijke vergelijking ontstaat waarin is gecorrigeerd voor de effecten van de autonome ontwikkelingen die plaatsvinden ten opzichte van de huidige situatie. Naast de beschrijving worden de effecten ook beoordeeld aan de hand van plussen en minnen op een vijfpuntschaal (zie tabel 5.1). Een positieve beoordeling is een indicatie van een (merkbare) verbetering van de milieu- of leefomgevingskwaliteit ten opzichte van de referentiesituatie. Een zeer positief effect ontstaat wanneer de verbetering zeer groot is en eerder niet bereikte doelen op het betreffende thema worden behaald. Bij een negatieve beoordeling vindt een (merkbare) verslechtering plaats ten opzichte van de referentiesituatie. Een zeer negatieve beoordeling wordt toegekend bij sterk negatieve effecten. Bijvoorbeeld bij een verslechtering op een thema waarbij de leefomgevingskwaliteit in de referentiesituatie al onder druk staat of bij (dreigende) overschrijding van een wettelijke (harde) norm. Score ++ + 0 --

Milieueffecten zeer positief effect positief effect (vrijwel) geen effect negatief effect zeer negatief effect: (dreigende) normoverschrijding Tabel 5.1.4.1: Algemene beoordelingsschaal project-MER Escher Gardens. In onderstaand tabel wordt voor Escher Gardens een totaaloverzicht van de effecten per thema gegeven.

65

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

66

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

Tabel 5.1.4.2: Totaaloverzicht effecten Escher Gardens. (Bron: Witteveen + Bos). Indien er sprake is van aanbevelingen bij de onderzoeksresultaten, worden de aanbevelingen per deelthema genoemd in de specifieke paragrafen in hoofdstuk 5 van de toelichting. Opmerking verdient hierbij dat de voorgestelde maatregelen overwegend buiten het plangebied gerealiseerd dienen te worden. In het kader van het bestemmingsplan Escher Gardens is dan ook geen noodzaak om de voorgestelde maatregelen te borgen. De borging van de maatregelen vindt plaats via andere besluiten.

5.2 5.2.1

Energie Energie gebouwde omgeving

In het planvoornemen worden verschillende ambities benoemd op het gebied van energievoorziening: 1 voldoet aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG); 2 heeft BREEAM Excellent rating; 3 goede isolatie in vloeren, beglazing, daken en gevels; 4 energiebesparende verlichting met een efficiënte regeling op tijd, daglicht en/of aanwezigheid. 5 gebieds-WKO in samenwerking met Eteck. Bovenstaande ambities hebben een relatie met de hoeveelheid gevraagde energie en met de materialisatie. De ambities passen bij een moderne gebiedsontwikkeling en helpen bij het besparen van energie. De ambities zijn echter nog niet geconcretiseerd in het planvoornemen en het is nog onduidelijk of alle ambities daadwerkelijk verwezenlijkt worden. Daardoor is het niet mogelijk om een goede inschatting te maken van het energiegebruik na ontwikkeling van het planvoornemen. Bovendien ligt het energieverbruik na ontwikkeling van het planvoornemen hoger dan in de

67

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

referentiesituatie met autonome ontwikkelingen. Dit komt met name doordat in de huidige situatie het energieverbruik zeer gering is. Ondanks de inspanningen en ambities om energie te besparen leidt het planvoornemen tot een toename van de verwachte CO2-uitstoot door energiegebruik. Omdat de toekomstige energievraag en CO2-uitstoot hoger liggen dan in de referentiesituatie wordt dit onderdeel in het project-MER negatief beoordeeld (-). 5.2.2

Circulariteit bebouwing

Er is nog geen detailontwerp beschikbaar van het planvoornemen. Wel zijn er richtingen gegeven aan het materiaal en kleurgebruik. Het werkboek laat zien dat er voorlopig gekozen wordt voor hout, glas en lichte gevelconstructies om het planvoornemen te realiseren. Met name hout biedt kansen voor een circulaire materiaalstroom. Er is echter onbekend in welke mate bovenstaande materialen zullen worden gebruikt en wat hun herkomst is. Er zijn dus kansen voor circulariteit, maar deze worden binnen het planvoornemen (nog) niet direct verzilverd. Voor de bouw van Escher Gardens dient de bestaande parkeervoorziening te verdwijnen. Het is onbekend of de materialen van de bestaande parkeervoorziening elders hergebruikt worden. Daarnaast dient een gedeelte van de bestaande fietsenstalling van ProRail te verdwijnen of verplaatst te worden. In beide gevallen zijn er kansen voor hergebruik van materialen, maar deze kansen zijn in het plan niet concreet gemaakt. Zowel het Betonakkoord als het Grondstoffenakkoord hebben implicaties voor de circulariteit van de gebouwde omgeving in 2030. Beide akkoorden zullen ervoor zorgen dat de bouwsector in de komende jaren duurzamer en meer circulair wordt. Het precieze effect hiervan is niet in te schatten. De aanscherping van de MPG-normen raakt ook aan de realisatie van Escher Gardens.

Er is nog geen vastgesteld tijdpad voor de aanscherping van de normen, maar het streven is dat in 2030 de maximale MPG 0,5 bedraagt voor nieuwbouwontwikkelingen. Op basis van de informatie die nu bekend is over het planvoornemen is nog geen definitieve MPG-score te bepalen. Op basis van expert judgment is de verwachting dat de ontwikkeling qua circulariteit ongeveer gelijk scoort als soortgelijke ontwikkelingen. Daarom wordt dit criterium in het project-MER als neutraal beoordeeld (0).

5.3

Inrichting buitenruimte

De knip in de Waldorpstraat biedt ruimte voor het toevoegen van groen, speeltuinen en andere recreatieve voorzieningen in de openbare ruimte. Dit biedt mogelijkheden voor het inrichten van een veilige en aantrekkelijke openbare ruimte. Bovendien worden wandel- en fietsroutes verbeterd in de belangrijke stadsstraten: Rijswijkseweg, Leeghwaterplein, Waldorpstraat. Om fietsen aantrekkelijk te maken wordt voor voldoende capaciteit van fietsenstallingen rondom Den Haag Hollands Spoor gezorgd. Deze maatregelen die zijn opgenomen in onder andere het buitenruimteplan Laakhavens stimuleren gezond gedrag. Uit het project-MER volgt dat de transformatie van de Waldorpstraat naar een groen voetgangersvriendelijke stadsboulevard, het vergroenen van Spoorzone HS (zowel op gebouwniveau als in de openbare ruimte) en het stimuleren van fietsgebruik zorgen voor het stimuleren van gezond gedrag en daarmee wordt dit aspect sterk positief beoordeeld.

68

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

5.4

Verkeer en parkeren

5.4.1

Parkeren

Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt op basis van de Nota Parkeernormen CID en Binckhorst (RIS306160) berekend en is afhankelijk van het ontwerp bij de aanvraag omgevingsvergunning. Het definitieve aantal is afhankelijk van het ontwerp, functies en bijvoorbeeld de inzet van deelauto's. In het onderliggende verkeersmodel voor dit Project-MER is uitgegaan van maximaal 250 parkeerplaatsen. De parkeerplaatsen dienen binnen een loopafstand van 500 meter gerealiseerd te worden en dienen beschikbaar te zijn vanaf het moment dat het bouwwerk in gebruik wordt genomen en dienen 24 uur per dag, 7 dagen in de week beschikbaar te zijn. Eén van de mogelijke oplossingen hiervoor is gebruik van de bestaande Q-Park Laakhavens. Parkeren door gebruikers mag het parkeerareaal in de openbare ruimte niet belasten. Dit betekent dat bewoners/gebruikers en bezoekers van het initiatief niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning op de openbare straat. 5.4.2

Onderzoeksresultaten verkeer

In het kader van het bestemmingsplan en project-MER is onderzoek verricht naar de algemene verkeerseffecten. Hieronder volgt een samenvatting van de resultaten. Het volledige onderzoek is in Bijlage 1 Milieu effect rapportage Escher Gardens van de toelichting opgenomen. 5.4.2.1 Resultaten verkeer Met betrekking tot de verschillende verkeersaspecten wordt in de project-MER het volgende geconcludeerd: Vervoerskeuze In afbeelding 5.4.2.1 is de modal split van Escher Gardens weergegeven. In de modal split is met name het aandeel fiets hoog en het aandeel auto laag in vergelijking met de vervoerskeuze binnen Laakhavens en (met name in vergelijking met) heel Den Haag. Dit is een resultaat van het uitgangspunt dat het lage aantal parkeerplaatsen (CID-parkeernormen) voor het project leidt tot weinig vervoersbewegingen per auto, maar deze personen met de fiets of het OV zullen reizen.

Afbeelding 5.4.2.1. (Bron: Witteveen + Bos). In de modal split van de projectsituatie van Den Haag en het gebied Laakhavens binnen Den Haag is de invloed van het project beperkt (2 %), omdat het project slechts een klein deel van het totale aantal vervoersbewegingen is.

69

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

Afbeelding 5.4.2.2 Modal split uit het V-MRDH 2040 Plan Den Haag (links), Laakhavens (midden) (Bron: Witteveen + Bos). OV-verbindingen In de plansituatie is er een toename van bijna 3.000 OV-ritten per werkdag ten opzichte van de referentiesituatie. Ongeveer 20 procent hiervan reist met de trein vanaf station Den Haag HS. De overige 80 procent maakt gebruik van de bus of de tram. Tegenover het totale aantal ritten is het aandeel extra OV-reizigers in de plansituatie ten opzichte van de referentiesituatie beperkt. Bereikbaarheid voetgangers In de plansituatie neemt naar verwachting het aantal voetgangers in het gebied toe ten opzichte van de referentiesituatie. Enerzijds zal het aantal voetgangers in het gebied toenemen vanwege voor- en natransport naar het OV, anderzijds door extra woningen en kantoren; bewoners en werknemers zullen waarschijnlijk te voet naar de winkels of andere bestemmingen gaan. Verkeersafwikkeling gemotoriseerdverkeer Door de afwaardering van het verkeer in de Waldorpstraat is de Waldorpstraat niet meer bereikbaar voor doorgaand verkeer. Doorgaand verkeer dient via een alternatieve route te rijden, bijvoorbeeld de Neherkade. Hierdoor nemen volgens verwachting de verkeersintensiteiten rondom de projectlocatie Escher Gardens af en op de alternatieve route via de Neherkade toe. In het project- MER wordt geconcludeerd dat het gebied drukker wordt.

Uiteindelijk zullen niet de wegvakken, maar de kruispunten maatgevend zijn voor congestie. In Tabel 5.4.2.3 zijn de verkeersintensiteiten in de referentie- en plansituatie op de wegvakken in het studiegebied weergegeven. In het project is uitgegaan van weinig parkeerplekken voor het project om andere modaliteiten meer aantrekkelijk te maken en de verkeersgeneratie te verlagen. Dit sluit aan bij de beperkte toename van verkeersintensiteiten dat zichtbaar is. In Tabel 5.4.2.4 zijn de verhoudingen tussen de intensiteit en de capaciteit op een wegvak, op een weg of op meerdere achtereenvolgende wegvakken (hierna:I/C-verhoudingen) voor de ochtend- en avondspits weergegeven. Ook in de I/C-verhoudingen op deze wegvakken zijn geen significante verschillen zichtbaar in de plansituatie ten opzichte van de referentiesituatie.

70

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

Tabel 5.4.2.3 Intensiteiten MVT per etmaal (mvt/etmaal) ochtendspits (mvt/2-uur) en avondspits (mvt/2-uur) voor de referentiesituatie en de plansituatie. (Bron: Witteveen + Bos).

Tabel 5.4.2.4 I/C-verhoudingen ochtendspits en avondspits voor de referentiesituatie en plansituatie (grenswaarde 0,80). (Bron: Witteveen + Bos). Gezien het bovenstaande heeft het beperkte verschil in verkeersintensiteiten waarschijnlijk geen effect op de doorstroming van verkeer op de wegvakken. Naar verwachting zal het verschil in intensiteiten ook geen substantieel effect hebben op de afwikkeling van de kruispunten, welke maatgevend zijn voor congestie. Het criterium verkeersafwikkeling gemotoriseerd verkeer wordt in het project- MER derhalve neutraal (0) beoordeeld. Parkeren Binnen het plangebied gebied wordt geen parkeervoorziening voor auto's gerealiseerd. Het project zal wel voldoen aan de CID-parkeernormen. In het project is het uitgangspunt dat het lage aantal

71

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

parkeerplaatsen (CID-parkeernormen) leidt tot een lage verkeersgeneratie voor het autoverkeer. Indien dit in praktijk niet het geval is, kan het zijn dat het effect van neutraal toch naar negatief verandert. De CID-parkeernormen houden in dat binnen nieuwbouwprojecten minder parkeerplaatsen gerealiseerd worden dan de afgelopen 20 jaar binnen nieuwbouwprojecten gebeurde in de gemeente Den Haag. Door de stationsgebieden in het CID is het OV altijd dichtbij, waardoor deze bij uitstek geschikt is om te voet of te fiets heen te gaan. Daarnaast kan een palet aan deelmobiliteit voorzien in een deel van de vraag naar vervoer. Het bezit van een eigen auto is hierdoor voor veel toekomstige bewoners en gebruikers van dit gebied minder noodzakelijk. Voor mensen die toch een eigen auto nodig hebben of met de auto willen komen, zullen er voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn. Voor toekomstige bewoners van Escher Gardens worden parkeerplekken voorzien in de Q- park garage. Voor bezoekers van Escher Gardens is, naast de Q-park garage, ook het parkeren op straat beschikbaar. Laden en lossen Bij de inrichting van Escher Gardens worden voor bezorgdiensten, verhuiswagens, e.d. aan de achterzijde van de gebouwen opstelplekken voorzien, waardoor het laden en lossen niet tot ongewenste knelpunten zal leiden.

Verkeersafwikkeling fiets Er is een toename van de fietsintensiteiten in de plansituatie ten opzichte van de referentiesituatie zichtbaar, voornamelijk op de fietspaden direct van en naar het projectgebied. Dit komt overeen met de verwachtingen, omdat het grootste aandeel van de nieuw gegenereerde ritten door het project per fiets is, zoals beschreven in de modal split. Per werkdag zijn dit circa 6.300 ritten per fiets van en naar Escher Gardens. De fietsintensiteiten in het studiegebied worden in de plansituatie hoger dan in de referentiesituatie. In Tabel 5.2.4.5 zijn de fietsintensiteiten in het studiegebied weergegeven.

Tabel 5.4.2.5 Fietsintensiteiten per etmaal (fietsers/etmaal), ochtendspits (fietsers/2-uur) en avondspits

72

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

(fietsers/2-uur) voor de referentiesituatie en de plansituatie. (Bron: Witteveen + Bos). Ten opzichte van de referentiesituatie zijn de volgende effecten voor de verkeersafwikkeling fiets zichtbaar in de plansituatie: op wegvak 1 (Waldorpstraat oost), 2 (Waldorpstraat west), 11 (Fietstunnel station), 13 (Jan Blankenstraat) en 14 (Fannius Scholtenstraat) verslechtert de verkeersafwikkeling voor fietsers. De fietsvoorziening voldoet in de referentie niet aan de richtlijnen van het CROW-fietsberaad 2022. In de plansituatie is op deze wegvakken een significante toename van fietsintensiteiten ten opzichte van de referentiesituatie; wegvak 10 (Fietsbrug Hogeschool) voldoet door de toename in fietsintensiteiten in de plansituatie ten opzichte van de referentiesituatie niet aan de richtlijnen van het CROW-fietsberaad 2022. In de referentiesituatie voldoet het wegvak wel aan de richtlijnen. In de plansituatie ontstaat dus een knelpunt op het wegvak; op de overige wegvakken is geen significante toe- of afname van fietsintensiteiten. De wegvakken voldoen net als in de referentiesituatie niet aan de richtlijnen van het CROW fietsberaad, maar de knelpunten verslechteren of verbeteren niet.

Afbeelding 5.4.2.6 studiegebied afwikkeling fiets. (Bron: Witteveen + Bos). Gezien het bovenstaande, wordt in het project-MER het criterium verkeersafwikkeling fiets negatief (-) beoordeeld. Verkeersveiligheid langzaam verkeer Ten opzichte van de referentiesituatie zijn in de referentiesituatie aandachtspunten voor de verkeersveiligheid van langzaam verkeer: de fietsvoorzieningen op alle wegvakken in het studiegebied zijn te smal, want deze voldoen niet aan de richtlijnen van het CROW-fietsberaad. Hierdoor is er onvoldoende ruimte voor passeren en inhalen van fietsers en ontstaan opstoppingen. Ten opzichte van de referentiesituatie ontstaat er een extra wegvak met een potentieel knelpunt; het is niet bekend hoe de afwaardering van het Verkeer in de Waldorpstraat er precies uit gaat zien. In de referentiesituatie ontstaat een mogelijk verkeersveiligheidsrisico door grote stromen fietsers en voetgangers die elkaar kruisen. In de plansituatie nemen de intensiteiten toe ten opzichte van de referentiesituatie en verergert het mogelijke conflict; Uit het verkeersmodel blijkt dat een grote

73

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

stroom fietsers over de Waldorpstraat richting het station fietst in zowel de referentiesituatie als plansituatie. De fiets is in de voorrang op de T-splitsing met het Leeghwaterplein (wegvak 3). Door hogere intensiteiten neemt de wachttijd voor gemotoriseerd verkeer toe. Dit kan leiden tot wachtrijen gemotoriseerd verkeer of ongeduldige bestuurders die toch doorrijden, waardoor de verkeersveiligheid verslechtert ten opzichte van de huidige situatie. In de plansituatie nemen de fietsintensiteiten op dit wegvak significant toe (10 %). Het conflict verergert ten opzichte van de referentiesituatie; de kruising na de fietstunnel (ten noorden van wegvak 11) is in de huidige situatie niet optimaal vormgegeven. In de plansituatie nemen de intensiteiten nog meer toe (+16 %) bovenop de referentiesituatie, waardoor de verkeersveiligheid op deze kruising verslechtert ten opzichte van de referentiesituatie; de verkeersveiligheid op het wegvak zonder fietsvoorziening na de fietsbrug bij de Hogeschool (wegvak 10) aan de zuidzijde verslechtert ten opzichte van de referentie situatie door de toenemende intensiteiten (+19 %). Ook de verkeersveiligheid op de ongeregelde kruising met onvoldoende opstelcapaciteit verslechtert in door toenemende fietsintensiteiten ten opzichte van de huidige situatie.

Gezien het bovenstaande wordt in het project- MER het aspect verkeersveiligheid langzaam verkeer negatief (-) beoordeeld. Verkeersveiligheid gemotoriseerdverkeer Ten opzichte van de referentiesituatie is er geen significante toename van verkeersintensiteiten op de wegvakken in het plangebied. Er ontstaan geen nieuwe conflicten en er worden geen conflicten versterkt. Daarom is de verkeersveiligheid neutraal (0) beoordeeld. 5.4.2.2 Aanbevolen maatregelen In het project-MER wordt aanbevolen dat bij de herinrichting van de Waldorpstraat voldoende aandacht dient te zijn voor een verkeersveilige oversteek voor fietsers en voetgangers met bijvoorbeeld een eigen plek op de weg voor alle verkeersdeelnemers. Daarnaast dient voldoende aandacht te zijn voor een overzichtelijke kruising voor afslaande voertuigen (bezorgdiensten, verhuiswagens, e.d.) richting de achterzijde van het gebouw en het fietspad. Bij de inrichting van Escher Gardens worden aan de achterzijde van de gebouwen opstelplekken voor laden en lossen voorzien. Voertuigen vanaf de Waldorpstraat dienen het fietspad te kruisen om de achterzijde van het gebouw te bereiken. De gemeente Den Haag dient te onderzoeken of het verbreden van de fietspaden in het studiegebied mogelijk en nodig is. De breedte van de fietspaden voldoen voor een groot deel in de huidige situatie niet aan de richtlijnen van het CROW-fietsberaad 2022.

In de referentie neemt het aantal fietspaden dat niet aan de richtlijnen voldoet toe. Bovendien nemen de fietsintensiteiten fors toe op fietspaden die in de huidige situatie al niet voldoen. In de projectsituatie wordt dit nog meer versterkt. Reactie Gemeente: Als reactie op het bovenstaande wordt door de afdeling mobilliteit aangegeven hoe er met de aanbevolen maatregelen zal worden omgegaan. Ten eerste ontstaat door het opheffen van het viaduct (de route voor doorgaand verkeer) in de Waldopstraat veel meer ruimte op maaiveld die zal worden benut voor, onder andere, bredere voetpaden en meer ruimte voor de fiets. De rol en plaats van het autoverkeer wordt daarmee fors beperkt en de auto zal te gast zijn en, ter hoogte van het station wordt zelfs een autovrij voorplein gemaakt. Bussen en hulpdiensten kunnen wel via het voorplein rijden. De hoge intensiteiten van het fiets- en voetgangersverkeer laten geen shared-space als inrichting toe. In de Waldorpstraat zijn en blijven vrijliggende fietspaden aanwezig. Bij de kruisingen van verkeersstromen zal er sprake zijn van ruim opgezette en veilig vormgegeven oversteekplaatsen. Mede door het wegvallen van de auto ter hoogte van het station ontstaat er op het maaiveld ook meer ruimte om deze conflicten meer te verdelen en per conflictpunt een oversteek ruimer op te zetten.

Verder worden de logistieke stromen van en naar Escher Gardens gesitueerd aan de spoor/achterzijde. Daarmee wordt deze verkeersstroom geheel weggehaald van het voorplein om zo min mogelijk

74

bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)

verkeershinder te veroorzaken in het verkeersluwe/autovrije gebied. Aan de achterzijde van de gebouwen worden opstelplekken en de voorzieningen voor laden/lossen, afval inzamelen en voorrijden opgenomen. Onontkoombaar is dan dat dit logistieke verkeer (bezorgdiensten, verhuiswagens, e.d.) bij het in- of uitrijden van de route naar het achterterrein het langzaam verkeer kruist met een afslaande beweging. Ook deze conflictpunten worden rui m opgezet om veiligheid en voldoende zicht te kunnen borgen. Deze logistieke route wordt aangesloten op de Waldorpstraat bij de hoek van het gebouw die het meest van het station af ligt. Daarmee blijft het logistieke verkeer weg bij de grote stromen voetgangers vanaf en naar het station en kan het autovrije gedeelte van het voorplein doorlopen tot voor Escher Gardens. Tot slot ontstaat in de projectsituatie in de Waldorpstraat ruimte om de fietspaden in het betreffende deel van de Waldorpstraat te verbreden en in overeenstemming te brengen met de richtlijnen. Dit is in het binnenstedelijke gebied echter niet overal mogelijk. Daarom ook wordt ingezet op nieuwe hoogwaardige routes voor de fiets nabij het plangebied (bijvoorbeeld fietstunnel onder spoor door ter hoogte van Koningsstraat of fietsbrug over Trekvliet) om zo de groei van de fietsstromen in en om het centrum beter te faciliteren. 5.4.2.3

Conclusie

In het project- MER worden de volgende resultaten met betrekking tot de verkeersonderdelen geconcludeerd:

Afbeelding 5.4.2.3 Verkeersresultaten project-MER. (Bron Witteveen+Bos). De negatieve uitkomsten m.b.t. tot de verkeersonderdelen verkeersafwikkeling voor fietsers en verkeersveiligheid voor langszaamverkeer worden geborgd door de toepassing van de voorgestelde maatregelen in de reactie van de gemeente. Aannemelijk is derhalve dat het onderdeel verkeer geen belemmering vormt voor de realisatie van Escher Gardens.

5.5

Sociale veiligheid

5.5.1

Sociale veiligheid

De sociale veiligheid in een gebied wordt gemeten door het aantal geweldsmisdrijven, vernielingen, ordeverstoringen en ervaren overlast/onveiligheid op een locatie af te wegen tegen het Nederlands gemiddelde. Uit het project- MER blijkt dat de ontwikkeling van Escher Gardens een positief effect heeft op de sociale veiligheid door de hogere personendichtheden en functiemenging. De zichtbaarheid (sociale

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15460724/1