CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321814 Bijlage Preverkenning Zuidwestlandcorridor Middendeel geredigeerd

Commissie Leefomgeving 15 januari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Tweede termijn: Voorstel van het college inzake Netwerkstrategie 2040: voor een leefbaar en bereikbaar Den Haag37.907 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

•

Drie parallelle tangentverbindingen Maatregelen bestaan uit vervangen rijstroken voor busstroken en opstelstroken bij kruispunten Aansluiting op Oude Lijn bij stations Moerwijk, Rijswijk en Delft

Effecten •

•

•

Beperkte maatregelen, waarbij veel bestaande infrastructuur wordt gebruikt, zorgt voor relatief beperkte impact op de openbare ruimte. Maatregelen voor de tangentverbindingen gaan ten koste van capaciteit voor het autoverkeer. Meerdere locaties met stedenbouwkundige verdichting worden bediend, zoals Kijkduin, Zuidwest, In den Bogaard, Plaspoelpolder en DSM-terrein. Stimulerende effect is beperkt.

• •

Optimaliseren buslijn 23 door snellere route Splitsing van buslijn 23 in deel naar Voorburg en deel naar Delft. Doorstromingsmaatregelen voor prioriteit busverkeer op kruispunten, zoals extra opstelstroken.

Kerndoelen OP1

Sneller OV

Sociale rol OV

•

Duurzame effecten

•

•

OP3

OP4

Meer capaciteit OV

Effecten Beperkte maatregelen, waarbij veel bestaande infrastructuur wordt gebruikt, zorgt voor relatief beperkte impact op de openbare ruimte. Maatregelen voor de tangentverbindingen gaan ten koste van capaciteit voor het autoverkeer. Meerdere locaties met stedenbouwkundige verdichting worden bediend, zoals Kijkduin, Zuidwest, In den Bogaard, Plaspoelpolder en DSM-terrein. Stimulerende effect is beperkt.

OP2

De maatregelen op de tangentverbinding zorgen in alle ontwikkelprincipes voor snellere OV-verbindingen en voor meer capaciteit. Hiermee wordt de Zuidwestflank nog beter bereikbaar vanuit de regio. Wel is er duidelijk verschil in de mate waarop dit bereikt kan worden. Deze snelle OV-routes zorgen ook voor een betere bereikbaarheid van arbeidsplaatsen in Rijswijk en Delft. De maatregel draagt hiermee bij aan het vergroten van kansen voor bewoners van Zuidwest.

Conclusie Effecten

Effecten

Investeringskosten

Investeringskosten

120 mljn

- 36%

- 17%

Aantal reizigers - 17%

Reistijd

Bereikbare arbeidsplaatsen 7000

+ 4386

Aantal reizigers

Reistijd

Bereikbare arbeidsplaatsen Referentie

97 mljn

+ 3807

Aantal reizigers

7000

Referentie

- 16%

Reistijd

Bereikbare arbeidsplaatsen Referentie

Een tangentverbinding zorgt voor een snelle(r) OV, waarbij dit kansrijk is voor het ontsluiten van meerdere stedenbouwkundige verdichtingslocaties in Den Haag, Rijswijk en Delft. Hierbij biedt het realiseren van één centrale BRTverbinding met vrijliggende busbaan, met zowel Rijswijk als Delft, de meeste vervoerswaarde. Deze heeft daarbij ook de meeste ruimtelijke impact.

Investeringskosten

210 mljn

+ 986

Aantal reizigers

Effecten

Investeringskosten

118 mljn

+ 7996

Reistijd

Effecten

Bereikbare arbeidsplaatsen 7000

Referentie

7000

OV-knooppunt Zuidwest Locatie LeyHub (Ontwikkelprincipe 1)

Locatie HagaHub (Ontwikkelprincipe 2, 3 en 4)

Beschrijving In de nabijheid van het HagaZiekenhuis ligt een centraal OV-knooppunt in Zuidwest. Deze knoop heeft een belangrijke functie in het stedelijke OV en voor de verbinding met regionale OV-lijnen. De ontwikkelprincipes kennen twee varianten van deze knoop: • •

HagaHub

LeyHub

Een geheel nieuw OV-knooppunt LeyHub De ontwikkeling van het bestaande OV-knooppunt HagaHub.

Bijdrage van maatregel Het creëren van een aantrekkelijk OV-knooppunt is van belang om de OV-reis als geheel comfortabel te maken en overstappen te vergemakkelijken. In de ontwikkelprincipes zijn hier twee opties voor, die beide invulling kunnen geven aan dit doel.

Kerndoelen OP1

OP2

OP3

OP4

Sneller OV

Maatregel

Maatregel

•

•

•

•

De maatregel LeyHub betreft de een geheel nieuw OV-knooppunt rond het kruispunt Leyweg-Meppelweg. Deze locatie is een logische gevolg van het ‘kruispunt’ van de twee hoofdlijnen in ontwikkelprincipe 1 Corridor. Dit is het punt waar de corridor en de tangentverbinding elkaar kruisen. Om dit knooppunt in te passen is een stedenbouwkundige herontwikkeling nodig rond de Leyweg en Meppelweg. Dit is nodig om ruimte te creëren voor inpassing van de corridor en het knooppunt.

• •

Effecten •

Effecten • •

• •

Met de Leyhub ontstaat een nieuw OV-knooppunt, met alle faciliteiten en waar alle OVlijnen in dit stadsdeel en de regio samenkomen. De inpassing van de Leyhub vraagt om stedenbouwkundige (her)ontwikkeling. Dit moet wel passen in de nog op te stellen (omgevings)visie op de stedenbouwkundige opbouw van de stad. De (her)ontwikkeling is ook een kans waarbij dit gebied en stadsdeel (mede door de goede HOV-bediening) een impuls krijgen. De afstand tussen het OV-knooppunt en HagaZiekenhuis wordt groter, waardoor het ziekenhuis voor een aantal doelgroepen moeilijker bereikbaar is (al blijft ook een halte bij het ziekenhuis aanwezig).

De maatregel HagaHub betreft de vernieuwing en ontwikkeling van het bestaande busstation bij het HagaZiekenhuis tot een volwaardig OV-knooppunt. In de ontwikkelprincipes 2, 3 en 4 is deze locatie een centraal punt in het OV-netwerk. Het verder ontwikkelen van het knooppunt HagaHub vraagt om aanpassingen en optimalisatie van de bestaande tram- en bushaltes.

• •

De HagaHub is een doorontwikkeling van de bestaande haltes, waarvoor geen grote stedenbouwkundige ontwikkelingen nodig zijn. De HagaHub vraagt geen stedenbouwkundige inpassing, maar kan wel een stimulans zijn voor de omgeving, afhankelijk van de stedenbouwkundige visie voor de lange termijn. De afstand tussen het OV-knooppunt en het HagaZiekenhuis is gelijk aan de huidige situatie, waarbij er een relatief korte afstand is tussen het knooppunt en het ziekenhuis.

Meer capaciteit OV Sociale rol OV Duurzame effecten

De OV-knooppunten dragen bij aan een sneller openbaar vervoer, doordat ze op een centrale locatie snelle overstapmogelijkheden biedt tussen OV en met voor- en natransport. Bij ontwikkelprincipe 3 voeren echter niet alle OV-lijnen in Zuidwestflank via het OV-knooppunt. Het verplaatsen van het OV-knooppunt naar de LeyHub (ontwikkelprincipe 1) heeft wel grote effecten in de stad en biedt daarmee meer kansen om bij te dragen aan de ontwikkeling tot een aantrekkelijke en duurzame stad.

Conclusie Beide locaties voor een OV-knooppunt spelen een belangrijke rol in het OV-systeem, door het bieden van comfortabele overstap tussen OV-lijnen binnen de stad en met de regio en met voor- en natransport. De keuze voor de locatie hangt hierbij sterk samen met de keuze voor de structuur van het OV-systeem én met de visie op de stedenbouwkundige ontwikkeling van de stad op lange termijn (omgevingsvisie).

Optimalisaties lijnvoering tram- en buslijnen Ontwikkelprincipe 1 Corridor

Ontwikkelprincipe 2 Schaalsprong

Ontwikkelprincipe 3 Gridnet

Ontwikkelprincipe 4 Doorgroeien

Beschrijving

Naast de grote maatregelen voor het realiseren van hoogwaardige openbaar vervoer in en rond de Zuidwestflank, kennen de ontwikkelprincipes ook een aantal meer kleinschalige maatregelen om de routes van tram- en buslijnen te optimaliseren.

Bijdrage van maatregel De OV-verbinding tussen Den Haag Centrum en Zuidwestflank is een belangrijke verbinding tussen Centrum/CID, Escamp, Loosduinen en het Westland. Dit belang neemt met de realisatie van woningbouw nog verder toe.

Maatregelen Aanpassing tramlijnen DH Centrum

Doortrekken tramlijn 4 langs de Uithof Deze maatregel betreft het aanleggen van tram langs De Uithof. In ontwikkelprincipes 1, 2 en 3 voert deze tot aan ABC-terrein met een overstap op de BRT HOV-Westland. In ontwikkelprincipe 4 is de verlenging tot de hoofdingang van De Uithof. Effecten: • •

•

Grote ruimtelijke ingreep rond de Uithof, met aantasting van groen. In ontwikkelprincipe 1 is er redelijke vevoerspotentie met goede aansluiting op de corridor en HOV-westland. In de andere ontwikkelprincipes is de vervoerspotentie beperkt.

Bij de ontwikkelprincipes is een aantal tramlijnen door het centrum geleid. Redenen hiervoor zijn omdat ze geen gebruik maken van de verlengde tramtunnel of een andere routeoptimalisatie. Effecten:

In ontwikkelprincipe 2 Schaalsprong wordt tramlijn 3 via de verlengde tramtunnel gevoerd. Om de wijken nog voldoende te bedienen is tramlijn 17 aangepast, zodat deze de oude route van lijn 3 rijdt. Effecten:

•

•

•

Aanpassing tramlijn 6

Versnellen buslijn 26 Dit betreft het versnellen van buslijn 26 via een kortere route. Het idee hiervan is om Loosduinen sneller met de Oude Lijn (station Moerwijk) te verbinden. Effecten: •

•

De reistijd tussen Kijkduin en station Moerwijk wordt ongeveer 6 minuten korter. Er is in de ontwikkelprincipes geen groei in reizigersaantallen terug te zien. Dit is vooral een gevolg van de snellere tramverbindingen en tangentverbinding.

Gevolg is dat het centrumgebied verder belast wordt door de trams, zowel in frequentie als in hoeveelheid reizigers. Mogelijke alternatieven zijn het laten rijden door de verlengde tramtunnel, met een splitsing in de tunnel of het zoeken naar een andere route op maaiveld verder buiten het centrum om.

De ontwikkelprincipes bevatten twee optimalisaties van tramlijn 6. Dit is optimalisatie van lijnvoering tussen Zuidwestflank en het centrum en het verlengen van de tramlijn in Zuidwest. Effecten: •

•

De optimalisaties in lijnvoering betreffen het borgen van de bediening van omliggende wijken. De verlenging is bedoeld als betere bediening van de wijken in Zuidwest. Uit de modelgegevens blijkt dat deze delen weinig vervoerswaarde biedt.

•

Het aanpassen van de tramlijn is een goede manier om het aanbod aan OV op niveau te houden. Wel is te zien dat als gevolg van de verlengde tramtunnel het gebruik van deze lijnen sterk terug loopt.

Eén van de ideeën vanuit mobiliteitstransitie is om automobilisten aan de rand van de stad af te vangen, met bijv. een P+R-locatie bij Wateringse Veld. Om deze locatie te bedienen is het interessant om tramlijn 16 of 17 langs de Laan van Wateringse Veld naar de potentiële P+R locatie te leggen. Effecten: •

•

Met het verlengen van de tramlijn wordt een P+R-locatie goed bediend met een relatief snelle tramlijn naar Zuidwest. De aanleg van de tram vraagt een relatief forse investering, terwijl de reizigersgroei beperkt is.

OP1

OP2

OP3

OP4

Sneller OV Meer capaciteit OV Sociale rol OV Duurzame effecten

De maatregelen op deze verbinding zorgen in alle ontwikkelprincipes voor snellere OV-verbindingen en voor meer capaciteit. Wel is er duidelijk verschil in de mate waarop dit bereikt kan worden. De versnelling van het OV zorgt ook voor een betere bereikbaarheid van arbeidsplaatsen in o.a. Westland en Den Haag. De maatregel draagt hiermee bij aan het vergroten van kansen voor bewoners van Zuidwest.

Aanpassing buslijn 21

Variant op tramlijn 10 In alle situaties is de toevoeging van tramlijn 10 voorzien, die zorgt voor een verbinding tussen Zuidwest, station Moerwijk en station Holland Spoor. De aanpassing in ontwikkelprincipe 3 betreft route via de Binckhorst, met het oog op de herontwikkeling in dat gebied met hoge dichtheid inwoners en arbeidsplaatsen. Uit de modelstudie blijk dat dit desondanks geen significante stijging in aantal reizigers tussen deze gebieden oplevert.

Kerndoelen

Aanpassing tramlijn 16/17

Aanpassing tramlijn 17

In ontwikkelprincipe 3 wordt een gridnet ontwikkeld, met korte snelle verbindingen in verschillende richtingen. De aanpassingen aan buslijn 21 zijn erop gericht op de verbinding Zuidwest en Scheveningen te verbeteren. Effecten: • •

Er zijn kleine wijzigingen in reizigersstromen rond lijn 21 te zien. Deze verandering levert duidelijke verandering in het aantal reizigers tussen Zuidwestflank en Scheveningen.

Conclusie De maatregelen op de OV-verbinding DH Centrum – Zuidwestflank betreffen ingrijpende investeringen met tunnels en onderdoorgangen. OP1 en OP2 vragen om de grootste ingrepen en investeringen, maar leveren ook de meeste meerwaarde voor het OV en kansen voor duurzame effecten. OP3 vraagt ook om grote ingreep (verlengde tunnel), maar de effecten en kansen zijn beperkt. OP4 kent ook beperkte effecten en kansen, maar vraagt ook relatief lage investeringen.

Pakket ondersteunende maatregelen Maatregelen als onderdeel van het ondersteunende pakket

Beschrijving

Bereikbaarheid OV-haltes In het pakket zijn maatregelen voorzien om de OV-haltes makkelijker te bereiken. Denk hierbij aan het verbeteren van loop- en fietsroutes vanuit de woonstraten naar de OV-haltes en aan goede voorzieningen op de haltes (zoals Abri’s en fietsenstallingen). Het idee hierachter is om de drempel vanuit de herkomst/ bestemming tot de OV-halte kleiner te maken.

Bij alle ontwikkelprincipes is een (gelijkwaardig) pakket van ondersteunende maatregelen beoogd. De ondersteunende maatregelen zijn erop gericht om de volledige verplaatsing van deur-tot-deur makkelijker en comfortabeler te maken. Door het voor- en natransport makkelijker te maken, wordt het kiezen voor het OV als hoofdvervoerswijze aantrekkelijker. Het pakket ondersteunende maatregelen is een belangrijke aanvulling op het OV-systeem, als onderdeel van het beleid gericht op mobiliteitstransitie.

Bijdrage van maatregel Deelfietsen en deelmobiliteit Naast voetgangers vormen fietsen een belangrijk middel als voor- en natransport. Door een goed aanbod aan deelfietsen op de belangrijkste OV-haltes wordt de last mile makkelijker gemaakt. Vooral in situaties waarbij de OV-halte net buiten loopafstand ligt, draagt de beschikbaarheid van deelfietsen (zoals een OV-fiets) bij aan de keuze voor het OV. Binnen de bredere stedelijke mobiliteit passen hier ook aanbod aan bijvoorbeeld deelbakfietsen en deelauto’s. Samen met een goed OV-systeem zorgt dit voor een kleinere noodzaak voor autobezit, en daarmee meer gebruik van duurzame mobiliteit. Een aantal ruimtelijke ingrepen in de ontwikkelprincipes leiden mogelijk tot minder capaciteit parkeren op straat. Een wijkhub bijdragen aan het beperken van de parkeerdruk. Ook hier kan het autobezit afnemen door het aanbod van optimale vervoerswijzen, zoals de fiets en het OV.

De OV-maatregelen in de ontwikkelprincipes passen binnen het ingezette beleid van de Strategie Mobiliteitstransitie. Hierbij is het wel van belang dat het voor reizigers op alle vlakken makkelijker wordt om met duurzame mobiliteitsvormen (lopen, fietsen, OV) te reizen. Het pakket Ondersteunende maatregelen is erop gericht om de hele ketenmobiliteit te optimaliseren, waarbij ook het voor- en natransport verbetert en makkelijker wordt.

Kerndoelen OP1

OP2

OP3

OP4

Sneller OV Meer capaciteit OV Sociale rol OV

Maatregelen auto 1

Knip autoverkeer

2

Afwaarderen van de auto

3

P+R Uithof uitbreiden

4

Nieuwe P+R locatie

5

Toepassen lage parkeernorm in Zuidwest

Maatregelen langzaam verkeer + MaaS 1

Kwalitatieve voorzieningen bij en bereikbaarheid van haltes

2

Aanbod deelmobiliteit bij grote haltes

P+R locaties en stadshubs Een deel van de reizigers blijft gebruik maken van de auto, vooral wanneer een groot deel van de reis moeilijker met het OV is te maken. P+R-locaties aan de randen van de stad biedt reizigers een makkelijke overstap met OV. P+R-locaties zijn bij uitstek geschikt voor werknemers en bezoekers aan de stad, om snel vanaf de rand van de stad verder met het OV te reizen. Stadshubs zijn meer gericht op bewoners van Den Haag, waarbij ze hun auto aan de rand van de stad parkeren en binnen de stad met duurzame mobiliteitsvormen reizen.

Structuurvisie Zuidwest Vanuit de Structuurvisie Zuidwest is een mobiliteitsvisie voor de bereikbaarheid van dit gebied ontwikkeld. Met de maatregelen hiervan wordt de positie van het autoverkeer minder sterk aanwezig in het straatbeeld en is er meer ruimte voor groen en langzaam verkeer. Dit pakket past bij de ambitie om duurzame mobiliteitsvormen (waaronder OV) meer prioriteit te geven en past daarmee bij de doelen van de Preverkenning Zuidwestlandcorridor. Maatregelen bestaan onder andere uit: • • •

Afwaarderen van wegen voor autoverkeer, bijvoorbeeld tot 30km-zone. Het realiseren van knips voor het autoverkeer, waardoor niet alle routes meer mogelijk zijn. Realiseren van ruimte voor voetgangers en fietsers.

Duurzame effecten

De verschillende maatregelen in het pakket zorgen voor het makkelijker gebruik van het openbaar vervoer. Ze maken het voor- en natransport makkelijker, waardoor het aantrekkelijker is om voor het OV te kiezen. Daarnaast sluiten de maatregelen aan bij een bereikbaarheid die meer gericht is op lopen, fietsen en OV.

Conclusie Het pakket Ondersteunende Maatregelen dragen bij aan het verder aantrekkelijk maken van duurzame mobiliteit in het algemeen en het OV in het bijzonder. Door ook het voor- en natransport te verbeteren wordt de hele keten van een OV-reis beter, wat het aantrekkelijker maakt om te kiezen voor het OV. Dit sluit direct aan op de doelen van de Zuidwestlandcorridor en de ambities voor mobiliteitstransitie.

Stedenbouw en duurzaamheid Ontwikkelprincipe 1 Corridor

Ontwikkelprincipe 2 Schaalsprong

Legenda

Legenda

stedelijke groene

stedelijke groene

hoofdstructuur

hoofdstructuur

verdichting en

verdichting en

kernlocatie

kernlocatie

OV-maatregel

OV-maatregel

kans stedelijke

kans stedelijke

impuls

impuls

risico inpassing OV

risico inpassing OV

Maatregel • Aanleg corridor met verlengde tramtunnel en Leyhub • Aanleg tangentverbinding Kijkduin – Rijswijk/ Delft

Effecten • Ruimtelijke impact op straatniveau • Lijnvoering van hoofdassen raakt de lange lanen en groenstructuur uit beleid voor de Stedelijke Groene Hoofdstructur • Realisatie kan daarbij werken als een stimulans voor integrale aanpak met leefbaarheid, verblijfskwaliteit, klimaatadaptatie en mobiliteitstransitie. • Centrale corridor met hoogwaardige kwaliteit werkt als impuls voor interessante plekken voor mens, cultuur en economie. • Maatregelen hebben impact op beschikbare ruimte voor autoverkeer. Het vraagt grootschaliger visie en aanpassing

Maatregel • Directe BRT-verbinding tussen KijkduinZuidwest en Rijswijk. • Aanleg van volledig vrijliggende busbaan. • Aansluiting op Oude Lijn bij station Rijswijk

Ontwikkelprincipe 3 Gridnet

Ontwikkelprincipe 4 Doorgroeien

Legenda

Legenda

stedelijke groene

stedelijke groene

hoofdstructuur

hoofdstructuur

verdichting en

verdichting en

kernlocatie

kernlocatie

OV-maatregel

OV-maatregel

kans stedelijke

kans stedelijke

impuls

impuls

risico inpassing OV

risico inpassing OV

Maatregel • Drie parallelle tangentverbindingen • Maatregelen bestaan uit vervangen rijstroken voor busstroken en opstelstroken bij kruispunten • Aansluiting op Oude Lijn bij stations Moerwijk, Rijswijk en Delft

Effecten • Beperkte maatregelen, waarbij veel bestaande infrastructuur wordt gebruikt, zorgt voor relatief beperkte impact op de openbare ruimte. • Maatregelen voor de tangentverbindingen gaan ten koste van capaciteit voor het autoverkeer. • Meerdere locaties met stedenbouwkundige verdichting worden bediend, zoals Kijkduin, Zuidwest, In den Bogaard, Plaspoelpolder en DSM-terrein. Stimulerende effect is beperkt.

Maatregel • Optimaliseren buslijn 23 door snellere route • Splitsing van buslijn 23 in deel naar Voorburg en deel naar Delft. • Doorstromingsmaatregelen voor prioriteit busverkeer op kruispunten, zoals extra opstelstroken.

Bijdrage van maatregel De tangentverbinding tussen Kijkduin en Rijswijk-Delft blijkt een waardevolle toevoeging aan het OV-netwerk. Deze verbinding zorgt ervoor dat diverse stedenbouwkundige verdichtingslocaties worden ontsloten. Met name op het gedeelte tussen HagaHub en Rijswijk/Delft lijkt een kansrijke reizigersgroei mogelijk.

Kerndoelen OP1

Effecten • Inpassing van de vrijliggende busbaan vraagt om volledige herinrichting van betreffende straten en kent grote ruimtelijke impact • Op de route van de vrijliggende busbaan moet rol van de auto ondergeschikt worden, wat vraagt om herziening van autostructuur. • Kansen voor stedenbouwkundige verdichting en stimulans kernlocaties zoals Leyweg, In den Bogaard en Plaspoelpolder • Kansen voor integrale aanpak met leefbaarheid, verblijfskwaliteit, klimaatadaptatie en mobiliteitstransitie.

OP2

OP3

OP4

Sneller OV Meer capaciteit OV Sociale rol OV Duurzame effecten

De maatregelen op de tangentverbinding zorgen in alle ontwikkelprincipes voor snellere OV-verbindingen en voor meer capaciteit. Hiermee wordt de Zuidwestflank nog beter bereikbaar vanuit de regio. Wel is er duidelijk verschil in de mate waarop dit bereikt kan worden. Deze snelle OV-routes zorgen ook voor een betere bereikbaarheid van arbeidsplaatsen in Rijswijk en Delft. De maatregel draagt hiermee bij aan het vergroten van kansen voor bewoners van Zuidwest.

Conclusie Een tangentverbinding zorgt voor een snelle(r) OV, waarbij dit kansrijk is voor het ontsluiten van meerdere stedenbouwkundige verdichtingslocaties in Den Haag, Rijswijk en Delft. Hierbij biedt het realiseren van één centrale BRTverbinding met vrijliggende busbaan, met zowel Rijswijk als Delft, de meeste vervoerswaarde. Deze heeft daarbij ook de meeste ruimtelijke impact.

Effecten • Beperkte maatregelen, waarbij veel bestaande infrastructuur wordt gebruikt, zorgt voor relatief beperkte impact op de openbare ruimte. • Maatregelen voor de tangentverbindingen gaan ten koste van capaciteit voor het autoverkeer. • Meerdere locaties met stedenbouwkundige verdichting worden bediend, zoals Kijkduin, Zuidwest, In den Bogaard, Plaspoelpolder en DSM-terrein. Stimulerende effect is beperkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15401778/1