RIS321718 Concept PUK Oude Haagweg 4 - 36 geredigeerd
Tekst van het document
Doordat bouwwerkzaamheden de bomen negatief kunnen beïnvloeden door bodemverdichting, beschadigingen aan de stam en kroon, lozen van chemicaliën en dergelijke is het noodzakelijk om beschermende maatregelen te treffen. Inrichting van de bouwlocatie en de te volgen werkwijzen dienen vooraf door een boomtechnisch adviseur te worden getoetst. Ook is de inzet van een boomtoezichthouder van belang. Onderstaand zijn enkele aandachtspunten op een rij gezet: • • • •
• • •
De aannemer dient een boombeschermingsplan uit te werken. Dit plan dient van te voren gecontroleerd en goedgekeurd te worden door een boomdeskundige De algemene beschermende maatregelen van bijlage 5 Waar mogelijk plaatsen van vaste bouwhekken langs alle te handhaven bomen op minimaal 1,5 meter buiten de kroonprojectie Bij werkzaamheden waar het afschermen van de kroonprojectie niet mogelijk is dient er stambescherming geplaatst te worden (planken) op een verende ondergrond tot een hoogte van 2,5 tot 3 meter; Verbod op opslag van bouwmaterialen, machines, keten en dergelijke onder de boomkronen Verbod op aanbrengen spijkers of stroppen aan de bomen Verbod op snoei van takken of wortels buiten hetgeen wat is overlegd met de toezichthouder bomen.
Bij afwijkingen op bovengenoemde punten dient een boomdeskundige de situatie opnieuw te beoordelen en kan aanvullende boombescherming noodzakelijk zijn.
4.3 4.3.1
Voorbeeld van een sandwichconstructie met in dit geval bomenzand onder de krattenlaag. De worteldiepte wordt in deze situatie wat beperkt voor de boom. Bij alle bovengenoemde opties wordt verdichting van de groeiplaats en de kans op het ontstaan van wortelopdruk in sterke mate beperkt.
Werkwijze en/of alternatieven in ontwerp en uitvoering Uitbreiden en verbeteren bestaande groeiplaatsen Het is van belang om de groeiplaatsen van de te handhaven exemplaren in kwaliteit en waar mogelijk zeker ook in kwantiteit, te verbeteren. Nagenoeg alle bomen groeien in een situatie met veel verharding. Dit vormt een ernstige beperking voor gezonde boomontwikkeling. Door het (pneumatisch) inbrengen van voeding kunnen de groeiplaatsen in beperkte mate, tijdelijk wat opgewaardeerd worden. Een structurele oplossing biedt dit echter niet.
4.3.2
Aanleg groeiplaatsconstructie Het is van belang dat de bomen hun wortelpakket gedurende de komende decennia ongestoord kunnen blijven uitbreiden. Aangezien een groot deel van het projectgebied opnieuw wordt ingericht kan overwogen worden om onder de nieuwe bestrating te gaan werken met bomenzand of bomengranulaat. Bomenzand of bomengranulaat is goed en relatief eenvoudig te gebruiken onder verhardingsvlakken als voetpad en parkeerplaats. In zones waar geen verharding hoeft te komen wordt bomengrond aangebracht. Een andere optie is de aanleg van boombunkers met bomengrond. In dat geval krijgen de bomen in de toekomst niet meer te maken met wortelschade door graafwerkzaamheden in relatie tot kabels en leidingen. Er wordt in dat geval duidelijk een vaste hoeveelheid groeiruimte gereserveerd voor de boom.
13
92
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
14
B14021/2024 І BEA Oude Haagweg Den Haag І V1
Bijlage 1: Toelichting enkele VTA parameters
Projectgegevens Opdrachtgever Naam: Contactpersoon: Adres: Postcode en plaats: Telefoon: E-mail:
Stille Veerkade 35 2512 BE Den Haag +3170 36 36 960 info@architektenkombinatie.nl
Werkadres Straat: Plaats:
Omgeving Oude Haagweg Den Haag
Bedrijfsgegevens Naam: Onderzoek en advies: Interne controle door: Adres: Postcode en plaats: Telefoon: E-mail: Internet:
Copijn Boomspecialisten B.V. ӏ Boomtechnisch adviseur (ETW) | Boomtechnisch adviseur Gageldijk 4f 3566 ME Utrecht 030-2644333 Advies@copijn.nl www.copijn.nl
Datum: Projectnummer:
11-11-2024 B14021/2024
Paraaf
Architektencombinatie Bos Hofman B.V.
Conditiebeoordeling De conditie van de bomen wordt onder meer beoordeeld op basis van scheutlengte, knopzetting en kroonvorming (vertakkingspatroon). Daarnaast wordt gekeken naar de bladbezetting, de bladkleur en -grootte. Waar vitaliteit meer zegt over het regeneratief vermogen van bomen is het aspect conditie alleen een momentopname. De Duitse boswetenschapper Prof. Dr. A. Roloff heeft een systematiek ontwikkeld om de conditie en vitaliteit van bomen te beoordelen op de basis van hun kroonbeeld. Zijn boek ‘Baumkronen’ uit 2001 wordt ook in Nederland veel gebruikt als basis voor een dergelijke beoordeling. In 2018 heeft Roloff deze systematiek uitgebreid met de focus op de beoordeling van oudere bomen die andere groeipatronen laten zien dan jonge exemplaren. De conditie is ingedeeld in de categorieën goed, redelijk, matig, slecht en stervende of dood. Hieronder volgt een korte toelichting op de conditie bepalende aspecten. Goed:
Redelijk: Matig:
Slecht: Dood:
De groei is door de hele kroon heen goed met scheutlengtes die passen bij de soort en leeftijd. Bij jongere exemplaren doorgaans sterk groeiende eindscheuten en goed groeiende zijscheuten. Oudere exemplaren die hun volle maat hebben bereikt hebben een samenhangende en volle kroon met een goede bladbezetting en een fijn en dicht patroon van twijgen met veel zijscheuten. Normaal groeiende twijgen, voldoende aantal knoppen op kort- en langloten; soms verminderde ontwikkeling van zijknoppen; Verminderde twijggroei, transparante of niet meer samenhangende kroon door verminderde ontwikkeling van zijknoppen; afstervende takuiteinden in buitenrand kroon, regeneratiegroei op stam en/of hoofdtakken; Sterk transparante kroon door grootschalig afgestorven twijgen en takken, nauwelijks groei, afgestorven takuiteinden. Geheel afgestorven- of bijna volledig afgestorven boom.
projectleider:
Copijn Boomspecialisten B.V. Specialist in boomtechnisch onderzoek!
Goed
Redelijk
© 2024 Copijn Boomspecialisten B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Copijn Boomspecialisten B.V. Copijn Boomspecialisten B.V. is niet aansprakelijk voor eventuele schade ontstaan bij gebruik van gegevens uit dit rapport.
15
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
93
Matig
Stervende/ dood
Stabiliteit en structuur Naast de conditie is de stabiliteit en structuur van de bomen beoordeeld. Bij deze beoordeling wordt visueel naar symptomen gezocht die veroorzaakt (kunnen) zijn door gebreken. De bomen worden hierbij op vier onderdelen beoordeeld: de stamvoet, stam en kroon. Er wordt gezocht naar gebreken in één of meerdere onderdelen van de bomen, zoals (parasitaire) zwammen, scheuren in het hout, holtes, verdikkingen in (onder)stam e.d. Goed:
Matig:
Slecht:
Geen signalen van mechanische verzwakking of hoogstens signalen van lichte mechanische verzwakking: bijvoorbeeld beginnende overbelasting, lichte mechanische beschadigingen, middelgrote snoeiwonden of ontwikkelende groeibanen; Signalen van vrij ernstige mechanische verzwakking: bijvoorbeeld overbelaste hoofdtakken, plakoksels met versterkingsgroei, inrottende wonden of recente scheefstand; Mechanisch sterk verzwakte boom: bijvoorbeeld diep inrottende wonden, acute dreiging van uitbreken van takken, stambreuk of windworp.
Holte in stam
Mechanische schade
Toekomstverwachting Op basis van conditie, gebreken, standplaats en soortspecifieke eigenschappen wordt de (actuele) toekomstverwachtingsklasse bepaald. De toekomstverwachting geldt bij gelijkblijvende omstandigheden en is geen maximale levensduur van de boom. De toekomstverwachting is een indicatie van de periode waarbinnen geen uitval van de boom wordt verwacht. Het is dus goed mogelijk dat een boom (veel) ouder wordt dan de opgegeven toekomstverwachtingsklasse. Tussen vergelijkbare even oude, gezonde kort- en langlevende boomsoorten kan de toekomstverwachting variëren. Een hoge toekomstverwachting betekent dat er op dit moment geen belemmeringen voor een duurzame ontwikkeling van de boom te verwachten zijn. Bij middellang is toekomstverwachting wat beperkter. Door middel van maatregelen zoals groeiplaatsverbetering kan de omloop in veel gevallen nog worden verbeterd. Bij bomen met een lage toekomstverwachting is afsterven binnen een beperkt aantal jaren te verwachten. Problemen met de stabiliteit en/of kwaliteit kunnen aan de orde zijn. Mogelijk is rooien aan de orde maar misschien kan de boom, eventueel in gewijzigde vorm, als flora en fauna boom ter plaatse nog behouden blijven. Groeiplaatsonderzoek De kwaliteit en omvang van de groeiplaats (ondergrondse groeisituatie) van een boom is veelal bepalend voor haar ontwikkelingsmogelijkheden.
Indien er sprake van een afnemende conditie is het belangrijk te weten in hoeverre dit is toe te schrijven aan eventuele ongunstige groeiplaatsomstandigheden. Wanneer er veranderingen binnen het wortelstelsel plaatsvinden is het belangrijk om te weten welke impact dit op de boom kan hebben. Hiervoor is het essentieel om een beeld te hebben van de opbouw van het bodemprofiel en het wortelstelsel. In het kader van dit onderzoek is de groeiplaats en de wortelsituatie daarom op meerdere plekken nader bekeken.
17
94
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
18
Bijlage 2: Bomenlijst
Nr.
Boomsoort wetenschappelijk
1 Platanus x hispanica 2 Platanus x hispanica 3 Platanus x hispanica 4 Tilia cordata 5 Robinia pseudoacacia 6 Platanus x hispanica 7 Platanus x hispanica 8 Carpinus betulus 9 Platanus x hispanica 10 Platanus x hispanica 11 Platanus x hispanica 12 Platanus x hispanica 13 Platanus x hispanica 14 Acer platanoides 15 Populus x canescens cultivar 16 Populus x canescens cultivar 17 Carpinus betulus 18 Carpinus betulus 19 Carpinus betulus 20 Carpinus betulus 21 Carpinus betulus 22 Malus ' Professor Sprenger' 23 Malus ' Professor Sprenger' 24 Malus ' Professor Sprenger' 25 Malus ' Professor Sprenger' 26 Malus ' Professor Sprenger' 27 Malus ' Professor Sprenger' 28 Malus ' Professor Sprenger' 29 Malus ' Professor Sprenger' 31 Malus ' Professor Sprenger' 32 Ulmus minor ' Dampieri' 33 Ulmus minor ' Dampieri' 34 Ulmus minor ' Dampieri' 35 Ulmus minor ' Dampieri' 36 Quercus robur 37 Populus x canescens cultivar 38 Platanus x hispanica 39 Prunus avium 40 Cedrus libani 41 Populus x canescens cultivar 42 Populus x canescens cultivar 43 Acer campestre 44 Acer campestre 45 Acer campestre 46 Ulmus minor ' Dampieri'
Boomsoort NL Gewone plataan Gewone plataan Gewone plataan Winterlinde Schijnacacia Gewone plataan Gewone plataan Haagbeuk Gewone plataan Gewone plataan Gewone plataan Gewone plataan Gewone plataan Noorse esdoorn Grauwe abeel Grauwe abeel Haagbeuk Haagbeuk Haagbeuk Haagbeuk Haagbeuk Sierappel Sierappel Sierappel Sierappel Sierappel Sierappel Sierappel Sierappel Sierappel Veldiep Veldiep Veldiep Veldiep Zomereik Grauwe abeel Gewone plataan Zoete kers Libanonceder Grauwe abeel Grauwe abeel Veldesdoorn Veldesdoorn Veldesdoorn Veldiep
Stamdiameter (cm) 15 15 15 22 58 29 24 21 22 22 21 21 23 13 > 9,5 cm > 9,5 cm 16 20 23 19 16 16 22 26 21 19 21 21 25 22 27 43 50 29 > 9,5 cm > 9,5 cm > 9,5 cm 45 54 > 9,5 cm > 9,5 cm > 9,5 cm > 9,5 cm > 9,5 cm 27
Kroondiameter 3 tot 6 meter 3 tot 6 meter 3 tot 6 meter 0 tot 3 meter 6 tot 9 meter 3 tot 6 meter 3 tot 6 meter 0 tot 3 meter 3 tot 6 meter 3 tot 6 meter 3 tot 6 meter 3 tot 6 meter 3 tot 6 meter 3 tot 6 meter 12 tot 15 meter 12 tot 15 meter 0 tot 3 meter 0 tot 3 meter 0 tot 3 meter 0 tot 3 meter 0 tot 3 meter 0 tot 3 meter 3 tot 6 meter 3 tot 6 meter 0 tot 3 meter 0 tot 3 meter 3 tot 6 meter 3 tot 6 meter 3 tot 6 meter 3 tot 6 meter 3 tot 6 meter 6 tot 9 meter 6 tot 9 meter 6 tot 9 meter 9 tot 12 meter 12 tot 15 meter 9 tot 12 meter 6 tot 9 meter 6 tot 9 meter 9 tot 12 meter 9 tot 12 meter 3 tot 6 meter 3 tot 6 meter 3 tot 6 meter 0 tot 3 meter
Hoogte 0-6 m 0-6 m 0-6 m 6-9 m 9-12 m 6-9 m 0-6 m 6-9 m 0-6 m 0-6 m 0-6 m 0-6 m 0-6 m 0-6 m 15-18 m 15-18 m 0-6 m 6-9 m 6-9 m 6-9 m 6-9 m 6-9 m 0-6 m 0-6 m 0-6 m 0-6 m 0-6 m 0-6 m 0-6 m 0-6 m 6-9 m 12-15 m 12-15 m 9-12 m 12-15 m 15-18 m 12-15 m 9-12 m 9-12 m 15-18 m 12-15 m 9-12 m 9-12 m 6-9 m 9-12 m
Standplaats Conditie Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Beplanting Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Beplanting Verharding Open grond Verharding Open grond Beplanting Beplanting Beplanting Verharding Verharding
Matig Matig Matig Redelijk Redelijk Redelijk Matig Matig Matig Matig Matig Matig Matig Slecht Redelijk Redelijk Matig Redelijk Redelijk Redelijk Matig Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Matig Redelijk Redelijk Redelijk Matig Redelijk Slecht Redelijk
Kwaliteit stamvoet Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Matig Redelijk Redelijk Matig Matig Redelijk Goed Redelijk Goed Redelijk Niet zichtbaar Goed Redelijk Goed Redelijk Goed Redelijk Redelijk Goed Redelijk Goed Redelijk Redelijk Goed Redelijk Goed Goed Matig Matig Redelijk Niet zichtbaar Niet zichtbaar Niet zichtbaar Goed Goed Niet zichtbaar Niet zichtbaar Niet zichtbaar Niet zichtbaar Niet zichtbaar Redelijk
Kwaliteit stam Goed Goed Goed Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Matig Redelijk Redelijk Redelijk Goed Matig Niet zichtbaar Goed Redelijk Goed Goed Redelijk Goed Goed Goed Matig Redelijk Matig Goed Redelijk Goed Goed Redelijk Goed Goed Goed Niet zichtbaar Niet zichtbaar Redelijk Goed Goed Goed Niet zichtbaar Niet zichtbaar Niet zichtbaar Niet zichtbaar Redelijk
Kwaliteit kroon Matig Matig Matig Redelijk Redelijk Redelijk Matig Matig Matig Matig Matig Matig Matig Slecht Redelijk Redelijk Matig Redelijk Redelijk Redelijk Matig Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Redelijk Matig Redelijk Redelijk Redelijk Matig Redelijk Slecht Redelijk
Kenmerken
Wortelopdruk
Gebreken
Holte in stamvoet
Wortelopdruk Wortelopdruk
Zonnebrand
Terugstervende kroon
Terugstervende kroon
Wortelopdruk Wortelopdruk
Mechanische beschadiging stam Terugstervende kroon Onbekende zwam op stamvoet
Meerstammig Eenzijdige kroon
Scheefgroei Onderstandig Onderstandig Wortelopdruk
Terugstervende kroon Plakoksel
Toekomstverwachting Middelhoog 5-15 jaar Middelhoog 5-15 jaar Middelhoog 5-15 jaar Middelhoog 5-15 jaar Hoog >15 jaar Middelhoog 5-15 jaar Middelhoog 5-15 jaar Laag <5 jaar Middelhoog 5-15 jaar Middelhoog 5-15 jaar Middelhoog 5-15 jaar Middelhoog 5-15 jaar Middelhoog 5-15 jaar Laag <5 jaar Hoog >15 jaar Hoog >15 jaar Laag <5 jaar Hoog >15 jaar Hoog >15 jaar Hoog >15 jaar Laag <5 jaar Hoog >15 jaar Hoog >15 jaar Middelhoog 5-15 jaar Hoog >15 jaar Middelhoog 5-15 jaar Hoog >15 jaar Hoog >15 jaar Hoog >15 jaar Hoog >15 jaar Hoog >15 jaar Middelhoog 5-15 jaar Hoog >15 jaar Hoog >15 jaar Hoog >15 jaar Hoog >15 jaar Hoog >15 jaar Hoog >15 jaar Middelhoog 5-15 jaar Hoog >15 jaar Hoog >15 jaar Middelhoog 5-15 jaar Middelhoog 5-15 jaar Laag <5 jaar Hoog >15 jaar
Boomveiligheidscategorie Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom
zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen Boom zonder gebreken en afwijkingen
BEA Te Behouden Te Behouden Te Behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Te Behouden Te Behouden Te Behouden Te Behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden Niet te behouden
Invloed werkzaamheden Gering Gering Gering Ernstig Ernstig Gering Gering Ernstig Gering Gering Gering Gering Gering Ernstig Ernstig Ernstig Matig Matig Matig Matig Matig Matig Matig Matig Matig Matig Matig Matig Matig Matig Ernstig Ernstig Ernstig Ernstig Ernstig Ernstig Ernstig Ernstig Ernstig Ernstig Ernstig Ernstig Ernstig Ernstig Ernstig
Verplantbaarheid Misschien Misschien Misschien Misschien Nee Misschien Misschien Nee Misschien Misschien Misschien Misschien Misschien Nee Nee Nee Nee Misschien Misschien Misschien Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Misschien Misschien Misschien Misschien Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
19
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
95
Bijlage 3: Bomenkaart huidige situatie
20
96
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
Bijlage 4: Bomenkaart inpasbaarheid en ontwerp
21
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
97
Bijlage 5: `Werken rond bomen`
22
98
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
E. BIJLAGE NADER ONDERZOEK VLEERMUIZEN Foto omslag: Google, 2022 RSK Netherlands is een zelfstandig onafhankelijk adviesbureau dat geen andere relatie heeft met de opdrachtgever dan opdrachtnemer – opdrachtgever. RSK Netherlands heeft geen (eigendoms)relatie met het plangebied. RSK verklaart hierbij dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd.
NADER ONDERZOEK VLEERMUIZEN
Oude Haagweg 4 - 36 te Den Haag (provincie Zuid-Holland)
Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving. RSK Netherlands accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door RSK Netherlands uitgevoerde onderzoek. RSK Netherlands is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit de toepassing van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen van RSK Netherlands; opdrachtgever vrijwaart RSK Netherlands voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. RSK Netherlands is sinds 2021 kandidaat voor het lidmaatschap bij het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het kandidaatschap is een voorbereiding op het lidmaatschap dat gebonden is aan een zekere kwaliteit van onderzoek en advisering. In de voorbereidingsperiode gebruikt de kandidaat de faciliteiten van het Netwerk Groene Bureaus om op het benodigde kwaliteitsniveau te komen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de diverse faciliteiten, waaronder de machtiging voor het gebruik van de ontheffingen van het NGB voor het uitvoeren van diverse ecologische veldonderzoeken. Zie voor meer informatie over het kandidaatschap. Als onderdeel van deze ontheffing valt de verplichting om voor het einde van het jaar alle waarnemingen vrij te geven aan de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF).
De opdrachtgever/RSK mag natuurgegevens uit de NDFF slechts uitsluitend voor het betreffende project gebruiken. De gegevens mogen niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. De natuurgegevens zijn daarom niet tot in detailniveau opgenomen in dit rapport.
Rapportstatus
Definitief Naam
Functie
Handtekening
Datum
Opgesteld
Projectleider ecologie
18 november 2022
Gecontroleerd
Projectleider ecologie
18 november 2022
Vrijgegeven
Senior projectleider
18 november 2022
Dit rapport mag niet worden gebruikt voor contractuele doeleinden of ingenieursdiensten tenzij de bovenstaande tabel juist en volledig is
Uitgevoerd door: RSK Netherlands Burgemeester de Zeeuwstraat 2 2985 AB Ridderkerk e-mail: info@rskgroup.nl In opdracht van: Mees Ruimte & Milieu Postbus 854 2700 AW Zoetermeer
Rapportnummer: 518545.001(00)
ingevuld en getekend door de projectmanager, technische- en kwaliteitsreviewer(s) en het rapport als DEFINITIEF is aangewezen. © Dit rapport valt onder het auteursrecht van RSK Netherlands. Elke niet geautoriseerde reproductie of elk gebruik door iemand anders zonder nadrukkelijke toestemming van de opdrachtgever is strikt verboden.
Rapportagedatum: 18 november 2022 Status rapport: Definitief
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025
99
Rapportnummer: 518545.001(00) Projectlocatie: Oude Haagweg 4 -36 te Den Haag
1. Inleiding
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
4.
5.
6.
1.1.
Inleiding ................................................................................................................................................................ 2 1.1.
Doel en aanleiding .......................................................................................................................................... 2
1.2.
Wettelijk kader ................................................................................................................................................ 2
1.3.
Leeswijzer ...................................................................................................................................................... 2
Beschrijving plangebied en geplande werkzaamheden .................................................................................. 3 2.1.
Beschrijving plangebied en huidig gebruik ..................................................................................................... 3
2.2.
Toekomstig gebruik/geplande werkzaamheden ............................................................................................ 3
Methode onderzoek ............................................................................................................................................. 4 3.1.
Vleermuizen ................................................................................................................................................... 4
3.2.
Veldbezoeken ................................................................................................................................................. 5
Resultaten en effectenbeoordeling ................................................................................................................... 6 4.1.
Vleermuizen ................................................................................................................................................... 6
4.2.
Effectenbeoordeling vleermuizen ................................................................................................................... 6
Conclusies en aanbevelingen ............................................................................................................................ 7 5.1.
Conclusie ........................................................................................................................................................ 7
5.2.
Aanbevelingen ................................................................................................................................................ 7
Bronnen ................................................................................................................................................................ 8
Bijlagen ........................................................................................................................................................................ 9 Bijlage 1 Vleermuiswaarnemingen en activiteiten..................................................................................................... 9
Doel en aanleiding
In opdracht van Mees Ruimte & Milieu heeft RSK Netherlands (hierna RSK) een Nader onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd ter plaatse van de Oude Haagweg 4 – 36 te Den Haag (Provincie Zuid-Holland). Aanleiding voor het Nader onderzoek naar vleermuizen is een bestemmingsplanwijziging, waarbij het plangebied herontwikkeld zal worden van een bedrijfsbestemming naar woningen en bedrijfsruimten, zoals beschreven in de uitgevoerde Quickscan flora en fauna (de Bouwecoloog, kenmerk 20041, d.d. 9 november 2021). In de Quickscan flora en fauna is vastgesteld dat: • niet uitgesloten kan worden, op basis van het locatiebezoek, dat vleermuizen gebruik maken van het plangebied en het daardoor mogelijk geschikt leefgebied is voor gebouwbewonende vleermuissoorten; • de geplande werkzaamheden (sloop huidige bebouwing) het effect kunnen hebben dat vleermuizen verstoord of gedood worden en/of dat vernieling of beschadiging van verblijfplaatsen zou kunnen optreden en daarom een Nader onderzoek nodig is naar de mogelijke functies voor vleermuizen vast te leggen, te weten: zomer-, kraam-, en paarverblijfplaatsen. Het doel van het Nader onderzoek is om te bepalen of de betreffende genoemde ontheffingsplichtige vleermuizen binnen het plangebied voorkomen en welke functies het plangebied voor deze soorten vervult.
Tevens is getoetst of sprake is van een overtreding, door de geplande ingrepen, van één of meer van de verbodsbepalingen van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb). 1.2.
Wettelijk kader
Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht (Wet natuurbescherming, 2022). De Wnb heeft als doel het behoud van de biodiversiteit en het duurzaam gebruik van de bestanddelen ervan. De Wnb beschermt in principe alle in het wild voorkomende dier- en plantensoorten, waarbij de zogenaamde gunstige staat van instandhouding van soorten bepalend is. Daarbij regelt de Wnb ook de bescherming van Natura 2000-gebieden en houtopstanden. Alles dat mogelijk schadelijke gevolgen heeft voor de beschermde gebieden of flora en fauna is in principe verboden. De Wnb bevat verschillende verboden, die slechts in sommige situaties en onder bepaalde voorwaarden overtreden mogen worden. Hiervoor is een ontheffing of een vrijstelling nodig. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Een vrijstelling is een uitzondering op het verbod, die geldt voor iedereen die aan de opgelegde voorwaarden voldoet. Habitatrichtlijn Alle vleermuissoorten vallen onder de Habitatrichtlijn bijlage IV (Wnb, art. 3.5) en zijn daarmee op Europees niveau strikt beschermd. Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden die verblijfplaatsen en/of functionele leefomgeving van deze soorten aantast leidt dit altijd tot een ontheffingsaanvraag.
Deze wordt alleen verleend na een toetsing en na het overwegen van bepaalde criteria, zijnde: dwingende redenen van groot openbaar belang, dreiging voor volksgezondheid en veiligheid en/of (voorkoming) van ernstige (economische) schade. Desalniettemin zijn dergelijke overtredingen van verbodsbepalingen te voorkomen middels mitigerende en compenserende maatregelen (verwerkt in een activiteitenplan) om nadelige invloeden te minimaliseren. Zorgplicht De Algemene Zorgplicht (§ 1.3, art 1.11) is altijd van toepassing. Dit houdt in dat handelingen die nadelige gevolgen kunnen veroorzaken op alle in het wild levende dieren en planten, hun directe leefomgeving, alsmede Natura 2000-gebieden en overige bijzondere natuurgebieden, zoveel als redelijkerwijs mogelijk moeten worden voorkomen. Indien dat niet mogelijk is, moeten noodzakelijke maatregelen worden getroffen om het wel te voorkomen, zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. 1.3.
Leeswijzer
In Hoofdstuk 2 is het plangebied waarin het Nader onderzoek is uitgevoerd beschreven en zijn de geplande werkzaamheden dan wel de toekomstige plannen Nader toegelicht. Vervolgens zijn in Hoofdstuk 3 de gebruikte methodiek en veldbezoekmomenten uitgelicht. In Hoofdstuk 4 zijn de verkregen resultaten weergegeven en daaropvolgend de effectenbeoordeling, waarna in Hoofdstuk 5 de conclusies en adviezen zijn toegelicht. In Hoofdstuk 6 zijn de geraadpleegde bronnen vermeld.
2
100
PUK OUDE HAAGWEG 4-36 -
25 MAART 2025