CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321574 Notulen van de raad van 18 december 2024

Gemeenteraad 13 maart 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van 18 en 19 december 2024, 23 januari en 13 februari 202551.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

In de afdoening van deze aangenomen motie staat: ten behoeve van het informeren van de raad over de uitkomsten hiervan wordt het Industrieschap verzocht om in de bestemmingsplanprocedure die benodigd is om de bestemming van voorgenoemde locatie te wijzigen, aandacht te besteden aan de uitkomsten van het onderzoek naar het draagvlak in de wijk. Het is vreemd dat het college een heldere opdracht van de gemeenteraad om het draagvlak in de wijk te peilen, naar de initiatiefnemer heeft doorgeschoven. En het is vreemd dat het college een heldere opdracht vanuit de gemeenteraad om de raad te informeren over de uitkomsten, óók naar de initiatiefnemer heeft doorgeschoven. In het hoofdstuk participatie wordt daar dan ook niets over vermeld; pagina 77 van het ontwerp-bestemmingsplan. Daarom dien ik opnieuw de motie Draagvlakonderzoek Parkeerterrein Wateringse Veld in. Ik verzoek het college de bestemmingsplanprocedure on hold te zetten en het draagvlak voor het opheffen van het parkeerterrein in de wijk te peilen, alvorens een bouwplan uit te werken, en de raad over de uitkomsten te informeren. Marieke van Doorn (D66). Ik wil niet het commissiedebat over doen, maar toen hebben we het ook gehad over of er nou draagvlakonderzoek is gedaan of niet.

Toen ging het over een bijeenkomst die in dat kader georganiseerd is, waarbij veel buurtbewoners ook aanwezig zijn geweest en waarin niet per se een negatieve houding ten opzichte van deze plannen naar voren kwam. Ik begrijp dus niet waarom Hart voor Den Haag dan nogmaals hierom vraagt. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik vraag hiernaar omdat het verzoek van de meerderheid van deze gemeenteraad was om het draagvlak in de wijk te peilen en ik constateer dat dit niet gebeurd is. Mevrouw Van Doorn van D66 verwijst naar een bijeenkomst voor buurtbewoners. Het is mij niet precies duidelijk wie daarbij wel en niet uitgenodigd is. Ik gaf in de commissie al aan dat ik niet direct naast dit terrein woon, maar een straat daarachter. Mijn straat, op 150 meter afstand, is niet uitgenodigd.

96

Marieke van Doorn (D66). Het lijkt me hartstikke vervelend als je niet wordt uitgenodigd voor een feestje natuurlijk, maar het is niet zo dat er niks is gebeurd. Het draagvlakonderzoek heeft plaatsgevonden in de vorm van een bewonersbijeenkomst. Is het niet om dubbel werk vragen om te stellen om het nog eens te doen? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Het verzoek in de aangenomen motie van de raad was om het draagvlak in de wijk te peilen. Ik constateer dat dit niet gebeurd is. Het verzoek in de motie was om daar in de bestemmingsplanprocedure op terug te komen. Tenminste, dat rapporteert het college in de afdoening. Ook daarvan zie ik dat dit niet gebeurd is. In het hoofdstuk participatie worden er in ieder geval geen resultaten van een draagvlakpeiling gepresenteerd. Rutger de Ridder (VVD). Is meneer Dubbelaar het met mij eens dat je als zo'n draagvlakonderzoek zou doen, je daar dan ook een soort resultaat, een rapportje of iets van zou hebben? Dat hebben wij volgens mij beiden niet gezien. Is meneer Dubbelaar dat met mij eens? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Dat klopt. Daarom dien ik ook deze motie in. Toen ik de afdoening kreeg van de aangenomen motie, had ik juist gehoopt de resultaten te krijgen.

Ik was verbaasd dat het college de hete aardappel doorgeschoven had naar de initiatiefnemer en dan ook nog eens op een veel later moment met resultaten naar de raad zou komen, pas bij de bestemmingsplanprocedure. Dat is nú. Tot mijn verbazing vind ik het niet terug in het ontwerpbestemmingsplan. Dat vind ik jammer, want de wijk had juist meegenomen kunnen worden in datgene wat het college hier voorstaat; al kijk ik er anders tegenaan, maar dat is u bekend. De voorzitter. Door de heer Dubbelaar wordt de volgende motie (M.1 HvDH) ingediend:

Motie M.1 HvDH Draagvlakonderzoek Parkeerterrein Wateringse Veld De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2024, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw). Constaterende dat, • Het Industrieschap De Plaspoelpolder (IPP) in opdracht van de gemeente Den Haag het parkeerterrein op de hoek van de Sylvain Poonsstraat en de Paul Steenbergenlaan wil ontwikkelen tot een bedrijfsverzamelgebouw; • Het huidige bestemmingsplan dit niet toestaat en het college hiervoor aan de gemeenteraad een bestemmingsplanwijziging heeft voorgelegd; • De aangenomen motie 'Laat parkeerterrein Wateringse Veld niet verdwijnen' (RIS309101), die het college vraagt 'om het draagvlak voor het opheffen van het parkeerterrein in de wijk te peilen, alvorens een bouwplan uit te werken en de raad over de uitkomsten te informeren', niet is uitgevoerd; • In de afdoening van deze motie het college heeft aangegeven dat aan het IPP is gevraagd om het draagvlak te peilen en hierover de raad te informeren tijdens de bestemmingsplanprocedure;

97

Overwegende dat, • Er geen draagvlakonderzoek in de wijk heeft plaatsgevonden; Van mening dat, • Er alsnog uitvoering moet worden gegeven aan de aangenomen motie 'Laat parkeerterrein Wateringse Veld niet verdwijnen'; Verzoekt het college, • De bestemmingsplanprocedure on hold te zetten; • Draagvlak voor het opheffen van het parkeerterrein in de wijk te peilen, alvorens een bouwplan uit te werken en de raad over de uitkomsten te informeren, En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Terwijl we wachten op de volgende spreker, mevrouw Arp, heet ik de Gasten van de Raad, en vooral de jonge gasten van de raad, van Het Talentenhuis in de Schilderswijk, van harte welkom. Die komen net binnen. Hartstikke mooi dat jullie hier zijn in deze feestzaal van de democratie. Lesley Arp (SP). Voorzitter. De SP is altijd een voorstander geweest van de ontwikkeling van kleinschalige en betaalbare bedrijfsruimte. Een groot deel van het bedrijfsverzamelgebouw waar we het nu hier over hebben, wordt ingericht voor kleine bedrijven, zo blijkt uit de anterieure overeenkomst. De betaalbaarheid wordt echter niet geregeld via dit bestemmingsplan.

Omdat de SP het afgelopen jaar ook met een aangenomen amendement op de zienswijze richting het IPP heeft aangedrongen op het belang van betaalbaarheid, dien ik hierbij de volgende motie in: verzoekt het college in het vervolgtraject na vaststelling van het bestemmingsplan via het IPP-bestuur te sturen op de komst van betaalbare bedrijfsruimte op kavel 100; de raad te informeren over de voortgang en uitkomsten. Deze is mede ingediend namens mevrouw Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP en mevrouw Butt van GroenLinks. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door mevrouw Klokkenburg en mevrouw Butt, wordt de volgende motie (M.2 SP) ingediend:

Motie M.2 SP Betaalbare bedrijfsruimte op Kavel 100 De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2024, ter bespreking van Voorstel van het college inzake ontwerp-bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (RIS319001). Constaterende, dat: ▪ Het ontwerp-bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening de komst van een bedrijfsverzamelgebouw met enige kantoren op de hoek van de Silvain Poonsstraat en Paul Steenbergenlaan (ook wel Kavel 100 genoemd) mogelijk maakt;

98

▪

▪

De anterieure overeenkomst stelt dat 75 procent van het bouwvolume geschikt zal zijn voor kleinschalige bedrijvigheid, maar dit nog niets zegt over de betaalbaarheid van de bedrijfsruimte; Kavel 100 eigendom is van het Industrieschap ‘De Plaspoelpolder’ (IPP) en ook zal worden ontwikkeld door het IPP.

Overwegende, dat: ▪ De raad door middel van het aangenomen amendement ‘Betaalbaarheid als doel’ (RIS319040) heeft onderstreept dat het IPP de taak heeft om betaalbare bedrijfsruimte te bevorderen; ▪ Het voorliggende bestemmingsplan de betaalbaarheid van de bedrijfsruimte op Kavel 100 niet regelt, maar dat de wethouder Economische ontwikkeling wel haar rol als IPP-bestuurder zou kunnen aanwenden om de bedrijfsruimte zo betaalbaar mogelijk te maken. Verzoekt het college: ▪ In het vervolgtraject na vaststelling van het bestemmingsplan via het IPP-bestuur te sturen op de komst van betaalbare bedrijfsruimte op kavel 100; ▪ De raad te informeren over de voortgang en uitkomsten. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Bruines (D66). Voorzitter. We hebben hier in de raadscommissie ook uitgebreid over gesproken. Ten aanzien van de opmerkingen van de heer Dubbelaar en de motie die hij indient het volgende. Het is inderdaad zo dat die moties zijn ingediend. Het college heeft gemeend aan de eigenaar van de grond mee te geven dat voor de verdere ontwikkeling van het plan het belangrijk is om te peilen hoe men aankijkt tegen het verdwijnen dan wel het handhaven van het parkeerterrein. Dat is gebeurd op een manier waarover je van mening kan verschillen of dat de manier is om dat te doen.

We hebben daar geen officiële leidraad voor. Er een buurtbijeenkomst gehouden. In 250 meter rond het parkeerterrein zijn alle uitnodigingen verspreid door de medewerkers van het Industrieschap Plaspoelpolder, de eigenaar van de grond en de ontwikkelaar. Er waren mensen aanwezig die veel vragen hadden over het plan en over de ontwikkeling, ook wel vragen over het parkeerterrein. Daar zijn in ieder geval geen grote bezwaren naar voren gekomen. Er is ook geen behoefte naar voren gekomen om die ontwikkeling tegen te gaan. Vervolgens hebben we natuurlijk ook de normale procedure rondom het bestemmingsplan aan de orde gehad. Iedereen was in de gelegenheid om daar een zienswijze op in te dienen. Daar is geen enkele zienswijze op binnengekomen. Het college heeft dus gemeend dat de eerste peiling geen aanleiding gaf om de plannen te heroverwegen. Dat is nog eens bevestigd door het feit dat ook op de bestemmingsplanvoorstellen geen enkele zienswijze binnengekomen is. U kunt daarvan vinden dat het onvoldoende is geweest, maar voor het college en ook voor de ontwikkelaar is het voldoende bevestiging geweest van de weg die is ingezet. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik constateer dus dat er geen onderzoek gedaan is in de wijk naar het draagvlak voor het opheffen van de functie van het parkeerterrein.

Ik constateer dat de initiatiefnemer belanghebbenden in de omgeving heeft uitgenodigd. De wethouder heeft het dan over 250 meter. Waar blijkt dat uit?

99

Wethouder Bruines (D66). Dat blijkt uit het antwoord op de vraag die het college gesteld heeft na het verzoek om de naaste omgeving te vragen naar haar mening over het parkeerterrein. Dat is gecombineerd met een informatieavond over de plannen die er zijn. Die uitnodigingen zijn binnen 250 meter van de kavel uitgedaan. Dat is het antwoord dat ik desgevraagd gekregen heb. Ik heb ze niet zelf in de brievenbus gestopt. Dus dat is wat het is. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik vind het vervelend dat er gesuggereerd wordt dat mensen uitgenodigd zijn die in de praktijk niet uitgenodigd zijn. Dat weet ik, omdat ik toevallig zelf in deze buurt woon. Mijn straat is niet uitgenodigd. Al die mensen weten er niet van. Ik snap wel dat de initiatiefnemer via de wethouder aan de raad laat weten dat bewoners zijn uitgenodigd, maar die initiatiefnemer heeft een belang. Is de wethouder dat met mij eens? Wethouder Bruines (D66). Het hoort ook bij de rol van een initiatiefnemer om op een goede manier de omgeving en de belanghebbenden in de gelegenheid te stellen om te participeren en hun opvatting te geven over de plannen die er liggen. Wij hebben nadrukkelijk aan hen meegegeven om ook te kijken hoe ze verder met het parkeerterrein, of met de parkeerfunctie, moeten omgaan. Er zijn wel mensen geweest. Ik kan niet nagaan of mensen in de straat van de heer Dubbelaar zijn geweest.

Meneer Dubbelaar zegt van niet. Wij krijgen te horen: 250 meter in de omgeving. Als de straat van de heer Dubbelaar binnen 250 meter ligt, ga ik ervan uit dat die is meegenomen. Ik kan dat vanaf hier niet terughalen. Het gaat uiteindelijk om de inhoud en de uitkomst. Er waren misschien minder mensen dan had gekund wellicht. Dat geeft misschien ook aan hoe betrokken men erbij is. Wat wel gebleken is uit de opmerkingen die gemaakt zijn op die avond door de mensen die er waren, is vooral dat het parkeerterrein een plek is waar ze veel overlast van ervaren. Verder zijn natuurlijk binnen de ontwikkeling van het bestemmingsplan de normale metingen en onderzoeken gedaan naar de parkeerdruk en hoeveel parkeerruimte je nodig hebt voor de ontwikkeling van die functie. Dat zit allemaal gewoon in het bestemmingsplan. Misschien moeten we ook afspreken dat als je dit soort draagvlakonderzoeken doet, daar een bepaalde vorm aan vastzit. Dat vind ik allemaal prima, maar zo is het gegaan. In ieder geval heeft de participatie ons niet op het pad gezet - integendeel zelfs - dat deze ontwikkeling mogelijk ter discussie zou kunnen staan. Dat is hoe het gegaan is. Ik vind het verantwoord. Ik snap ook de vragen die u daarbij stelt. De voorzitter. Meneer Dubbelaar, voor de laatste maal. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag).

Ik constateer dat de raad in meerderheid een opdracht meegeeft aan het college. Die opdracht legt het college bij een initiatiefnemer neer, die die vervolgens niet uitvoert. Dat snap ik heel goed, want die initiatiefnemer heeft er zelf belang bij om door te gaan met die ontwikkeling. Wethouder Bruines (D66). Ik ben dat niet met de heer Dubbelaar eens. Er ligt een aangenomen motie met een vraag. Het is aan het college om te bepalen hoe die vraag wordt ingevuld. Het Industrieschap Plaspoelpolder heeft op enig moment die grond verworven omdat er een plan lag voor de railverbinding. Wij zijn samen met de gemeente Rijswijk de eigenaar van die gemeenschappelijke regeling. Bedacht is, wat helemaal geen gek idee is, om daar een bedrijfsverzamelgebouw te maken in het verlengde van het bedrijventerrein dat er ligt, omdat die openbaarvervoerverbinding niet doorgaat, waar die parkeerplaats, die de kavel voor gemaakt was. Wetende ook hoeveel gebrek aan goede bedrijfsruimte we hebben, is de keuze gemaakt om daarmee aan de slag te gaan. Als er een zodanige parkeerdruk was geweest dat dat parkeerterrein echt nodig was voor die buurt, dan was er een andere afweging geweest. Dus feitelijk op vierkante meters is niet aangetoond dat er te weinig 100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15241332/1