RIS321416 Bijlage
Tekst van het document
Van drone detectie naar drone protectie Een onderzoek van de Gemeente Den Haag en de Nationale Politie naar het gebruik van drones in Den Haag Tussentijds Evaluatie verslag Dronedetectie - Feb 2025
1
Inhoudsopgave Management Samenvatting
Inleiding
Resultaten Fase 1
Samenwerkingen
4
Vervolgstappen
2
17
8
31
Aanpak & Onderzoeksmethode
12
Conclusie & Discussie
32
Contact
34
Voor vragen omtrent het onderzoek dronedetectie en dit tussentijds evaluatieverslag kunt u contact opnemen met de projectmanagers via iris.neeleman@denhaag.nl of sven.de.laaf@politie.nl
Voorwoord
Iris Neeleman
Projectmanager Drones Gemeente Den Haag
Johan van Rijn
Kwartiermaker Innovatieteam Den Haag Politie Eenheid Den Haag
Max van Meerten Manager digitale innovatie & Smart City Gemeente Den Haag
Sven de Laaf
Projectleider SHIELD Nationale Politie
Dank
Dank aan iedereen die heeft bij gedragen aan het onderzoek. In het speciaal Ricardo de Roos, Lars Lagarde, Odette Lemmens, Vincent Oltshorn en Casper Piket voor hun actieve bijdrage aan de eerste fase van dit onderzoek.
In de Samenwerking Hub voor Innovatie Experimenten en Leren van Digitaliseren werken de gemeente Den Haag en de politie onder de naam SHIELD samen aan technologische innovaties in het veiligheidsdomein.
Een veilige Smart City Nieuwe technologie wordt steeds vaker ingezet om de veiligheid en leefbaarheid in steden op een slimme manier te vergroten. Denk aan sensoren die onrust op straat herkennen of data-analyse om ondermijning op te sporen. Vaak gaat het om losse initiatieven, waarbij steeds opnieuw moet worden nagedacht over de techniek en de juridische en ethische randvoorwaarden. In SHIELD werken de politie en de gemeente fysiek samen aan vernieuwingen die bijdragen aan de veiligheid in de stad. Zo worden krachten van beide organisaties gebundeld om te innoveren en kunnen geslaagde innovaties beter en sneller opgeschaald worden, waarbij privacy en ethisch datagebruik steeds centraal staan.
Dronedetectie In dit tussentijdse evaluatieverslag gaan wij verder in op de geboekte resultaten van het onderzoek dronedetectie.
3
Afbeelding 0.1 - No-fly zones Den Haag - map.godrone.nl
Management Samenvatting Van theorie naar praktijk: dronedetectie in Den Haag Drones bieden zowel kansen als uitdagingen in een stedelijke omgeving zoals Den Haag. De stad is niet alleen een dynamisch woon- en werkgebied, maar ook een internationaal centrum met hoogrisicolocaties. Terwijl drones efficiëntie en innovatie bevorderen, roepen ze ook veiligheids- en privacyvraagstukken op. Dit tussentijds evaluatieverslag beschrijft de eerste fase van het dronedetectieonderzoek binnen het SHIELD-programma, een samenwerking tussen de gemeente Den Haag en de politie. Dit onderzoek richt zich op het verkrijgen van een realistisch en datagedreven beeld van droneactiviteiten in de stad. De kernvragen zijn: hoeveel drones vliegen er, waar bevinden ze zich, en wat betekent dit voor stedelijke veiligheid en beleidsvorming?
4
Aanleiding en Doelstelling Den Haag herbergt tal van (inter)nationale organisaties, diplomatieke instanties en vitale infrastructuur. De inzet van drones groeit, zowel voor legitieme toepassingen zoals inspecties en transport, als voor potentieel risicovolle activiteiten zoals illegale surveillance of verstoring van publieke orde. De behoefte aan een datagedreven aanpak voor dronedetectie wordt steeds urgenter. Het doel van SHIELD is om door middel van dronedetectie inzichten te verwerven die bijdragen aan een veilige en innovatieve stad. De eerste fase van dit onderzoek richt zich op het verzamelen en analyseren van objectieve gegevens over dronebewegingen in Den Haag.
Aanpak en Resultaten Binnen deze fase is een Europees detectiesysteem, SenHive, ingezet om RF-signalen tussen drones en hun operators te registreren. Gedurende een jaar werden drie strategisch geplaatste sensoren gebruikt om dronevluchten te detecteren. Dit leverde waardevolle inzichten op: 11.622 dronebewegingen gedetecteerd, waarvan 2.180 unieke drones. De DJI Mini-serie vormde 73% van de detecties, veelal vanwege de vrijstelling van een dronebrevet. Drones worden het vaakst gebruikt in de zomer, met pieken bij gunstige weersomstandigheden. Populaire vlieggebieden omvatten het strand en het centrum, ondanks aanwezige no-flyzones. 878 drones vlogen boven de toegestane hoogte van 120 meter, met een geregistreerd maximum van 2.403 meter. Operators lijken zich niet altijd aan de ‘line of sight’-eis te houden, Dit alles vraagt om controle en handhaving.
Wetenschappelijke Samenwerking en Bewustwording De verzamelde data dienden niet alleen SHIELD, maar werden ook ingezet in samenwerking met de Nederlandse Defensie Academie en Northwestern University in Chicago. Dit leidde tot een proof of concept van een “Drone Early Warning System”, waarmee binnen 20-30 seconden een inschatting gemaakt kan worden of een drone mogelijk een bedreiging vormt. Een wetenschappelijk artikel hierover is inmiddels ingediend en goedgekeurd. Twee themasessies met experts resulteerden in een gezamenlijke DPIA voor dronegebruik door overheden en een verkennend model voor een landelijk detectienetwerk. Een pop-up campagne in Scheveningen gaf inzicht in hoe inwoners en dronevliegers drones ervaren. Veel inwoners vinden drones niet per definitie storend, maar pleiten voor meer transparantie over het gebruik. Verdiepende gesprekken met dronevliegers benadrukten de behoefte aan duidelijkere wet- en regelgeving en een efficiënter meldingssysteem voor legitieme vluchten.
Tijdens de evaluatie bleek dat dronedetectie in een stedelijke omgeving complexer is dan verwacht, onder meer door signaalverstoringen van gebouwen en andere RF-bronnen. Om de dekking te optimaliseren, is uitbreiding met extra sensoren aanbevolen.
5
Afbeelding 0.2 - binnenstad Den Haag
“Het detecteren van drones is een grotere uitdaging in stedelijke omgeving dan verwacht.”
Conclusie De eerste fase van het SHIELDdronedetectieonderzoek heeft cruciale inzichten opgeleverd in de omvang en aard van dronegebruik in Den Haag. Hoewel het systeem effectief dronevluchten heeft geregistreerd, zijn er verbeteringen nodig in de dekking en de integratie met andere detectietechnieken. Daarnaast tonen de resultaten aan dat bewustwording en beleidsvorming minstens zo belangrijk zijn als technologische innovatie.
Afbeelding 0.3 - Internationaal strafhof
6
Om drones verantwoord en veilig in te zetten in de stedelijke omgeving, is een brede samenwerking tussen overheid, technologiebedrijven en gebruikers noodzakelijk. Het onderzoek heeft laten zien dat een structurele aanpak vereist is om tot een duurzame oplossing voor dronedetectie en regulering te komen. Het is daarom wenselijk de samenwerking te vergroten met stakeholders en ketenpartners. Wetgeving en samenwerking zullen uitgebreid moeten worden om meer vrijheid te bieden, de veiligheid te vergroten en handhaving werkbaar te houden.
Afbeelding 0.4 - Tweede Kamer
Vervolgstappen en Toekomstig Onderzoek Op basis van de huidige resultaten zal SHIELD in de volgende fases focussen op: 1. Uitbreiding en verfijning van dronedetectie Vergroten van de sensorendekking om blinde vlekken in stedelijke gebieden te verminderen. 2. Realiseren van een drone-identificatie- en registratiesysteem
Afbeelding 0.5 - Internationaal Gerechtshof
Verkennen van een realtime aanmeldsysteem voor dronevluchten, inclusief vrijwillige en verplichte registratieopties. Onderzoeken van de juridische en technische haalbaarheid van een (landelijk) detectienetwerk. 3. Handhaving en preventie Evaluatie van beschikbare handhavingsmechanismen en het versimpelen van handhaving en het opstellen van procesverbalen.
Afbeelding 0.6 - Ambasade VS
Samenwerking met nationale en internationale partners om best practices op het gebied van dronebeheer te integreren. 4. Burgerbetrokkenheid en regelgeving Voortzetten van dialoog met inwoners en dronevliegers over acceptabele en veilige toepassingen.
Afbeelding 0.7 - Europol
Experimenteren met het koppelen van databronnen om zo flexibele (no)fly-zones te creëren. Met deze vervolgstappen werkt SHIELD vanuit een experimenteel onderzoek toe naar meer inzicht, vrijheid voor vliegers en een werkbare basis voor handhaving, waarin zowel innovatie (gebruik) als veiligheid centraal staan en drones optimaal kunnen worden ingezet in een slimme stad.
Afbeelding 0.8 - Eurojust
7
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Op Prinsjesdag 2023 zijn de gemeente Den Haag en de politie voor de periode van een jaar gestart met het onderzoek dronedetectie in de stad Den Haag. Drones zijn onbemande luchtvaartuigen die op afstand bestuurd worden. Na een jaar lang dronedetectie in Amsterdam werd duidelijk dat er jaarlijks gemiddeld veertigduizend dronevluchten werden gedetecteerd boven de hoofdstad. Het aantal drones lijkt elk jaar verder te groeien. Om goed met de kansen én risico’s van drones in de stad om te kunnen gaan, moet je eerst weten wat er rondvliegt. Bij de start van het onderzoek was het niet duidelijk hoeveel drones er per jaar boven Den Haag vliegen. Het achterhalen van dit aantal en de kenmerken die bij het vliegen met drones horen, was de motivatie voor dit onderzoek. Enerzijds om inzicht te krijgen in hoeveel drones er vliegen. Anderzijds om een beeld te krijgen van de eventueel benodigde inzet en capaciteit als actieve handhaving op drones in de toekomst wordt gevraagd. Tot nu toe was het door de vele no-flyzones boven Den Haag lastig te achterhalen over hoeveel drones we het hebben. Deze no-flyzones en hiermee het vliegverbod voor drones in het lage luchtruim hebben drie redenen. Allereerst ligt Den Haag dichtbij het gecontroleerde luchtruim (CTR) van The Hague Rotterdam Airport.
Vanwege de aanvliegroutes van vliegtuigen, maar ook het op- en aanvliegen van traumahelikopters, is hier een no-flyzone ingesteld. De tweede reden dat er no-fly-zones zijn in Den Haag heeft te maken met het grote aantal nationale en internationale organisaties en de derde reden is de vele Natura 2000-gebieden die Den Haag kent. Ondanks de vele no-flyzones in Den Haag worden er regelmatig drones gespot in de stad, ook in de gebieden waar dit verboden is.
Tegelijkertijd lijkt de behoefte in de samenleving voor de inzet van drones te groeien. Zo zie je in steeds meer branches en werkplekken dat er innovaties worden ontwikkeld waarbij drones betrokken zijn. Denk bijvoorbeeld aan het vervangen van helikopters of het assisteren van industriële klimmers om te werken op grote hoogtes. Ook binnen de gemeente en de politie zie je droneteams ontstaan als inzet bij inspecties (bouw) en tijdens demonstraties of onderzoeken. De mogelijkheden van drones in een stad als Den Haag lijken eindeloos. Ook dromen commerciële partijen ervan drones te gebruiken op nieuwe, innovatieve manieren, zoals het bezorgen van commerciële pakketjes (bijvoorbeeld maaltijden) of first-responderpakketjes zoals donororganen of bloedtransfusies. In de toekomst zouden drones zelfs een rol kunnen spelen in stadslogistiek door verkeer te monitoren of te helpen bij crowd control tijdens evenementen. Drones kunnen echter ook bedoeld of onbedoeld een gevaar vormen voor de stad. Je kan hierbij denken aan het hacken van netwerken via drones, het vervoeren van drugspakketten en eventuele fysieke aanvallen. Maar ook een toenemende
Afbeelding 1.1 - Politie droneteam
8
Afbeelding 1.2 - Rotterdam The Hague airport
drukte in het luchtruim boven de stad kan gevaren voor de mensen op de grond met zich meebrengen, bijvoorbeeld in het geval van een eventuele botsing tussen drones en ander luchtverkeer. Den Haag is de op twee na grootste stad van Nederland en begin 2024 telde de gemeente 566.731 inwoners. De stad Den Haag is ook gastheer voor 250 internationale organisaties en diplomatieke vertegenwoordigingen. Hieronder vallen onder meer hoogrisicolocaties op het gebied van veiligheid zoals ambassades, het Internationaal Gerechtshof (ICJ), het Internationaal Strafhof (ICC) en de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW). Tevens huisvest Den Haag belangrijke nationale organisaties zoals het parlement, het Koninklijk Huis en andere rijksgebouwen. De bescherming van Den Haag en in het specifiek de internationale zone (zoals beschreven in het verdrag van Wenen) tegen illegale dronevluchten is een groeiende uitdaging voor de stad en het gastland. Het is dan ook belangrijk om op zoek te gaan naar een antwoord op hoe illegale drones gespot, geïdentificeerd en tegengehouden kunnen worden.
onduidelijkheid brengt niet alleen risico met zich mee, maar ook potentiële kansen als het gaat om het toestaan van een meer georganiseerde vorm van dronevliegen Met het oog op het huidig gebruik van drones en in de (nabije) toekomst is dit onderzoek gestart.
Conclusie Met het oog op zowel de kansen als de gevaren van drones zijn de gemeente Den Haag en de politie gestart met dit gezamenlijke onderzoek naar dronedetectie. In deze samenwerking willen zij uit de PowerPointwerkelijkheid treden en toekomstige beslissingen laten informeren door echte data (meten is weten). Op deze manier kunnen de gemeente Den Haag en de politie vanuit échte data de dialoog voeren over dronedetectie met ketenpartners, beleidsmedewerkers, onderzoekers en de inwoners van de gemeente Den Haag.
Tot slot is er rondom het gebruik van drones nog de vraag: ‘Wie is er verantwoordelijk voor het in goede banen leiden van dronevluchten in de stad?’ Het is duidelijk dat doordat drones in de lucht vliegen, maar de bestuurder zelf op de grond staat, er een nieuwe handhavingssituatie is ontstaan die opnieuw geduid moet worden. Zowel de gemeente Den Haag als de politie zijn zich dan ook bewust van de risico’s die deze onduidelijkheid rondom toezicht en handhaving met zich meebrengt. Deze
9
1.2 Doelstelling In dit onderzoek zullen de kansen en de risico’s van dronevluchten onderzocht worden. Het doel van dit onderzoek is dan ook om een basis op te zetten waarin de gemeente en de politie in Den Haag kunnen leren hoe men betrouwbaar (illegale) dronevluchten kan meten. Naast het kwantitatief meten van drones wordt er ook gekeken naar de visies van inwoners rondom het gebruik en vliegen met drones. Alles tezamen moet dit leiden tot meer inzicht in het detecteren, identificeren, autoriseren en handhaven van drones. Dit wordt gedaan aan de hand van drie fases. In dit evaluatieverslag wordt specifiek ingegaan op fase 1, die afgelopen jaar tussen 19 september 2023 en 19 september 2024 plaatsvond. De fases zijn voorafgaand aan het onderzoek vastgesteld door de SHIELD-stuurgroep-leden en direct betrokkenen.
Fase 1
Situationeel beeld creëren (2023 - 2024)
In Den Haag wordt op dit moment een situationeel beeld gecreëerd van welke technologieën en manieren ingezet en toegepast kunnen worden om (illegale) dronevluchten betrouwbaar te kunnen detecteren in heel Den Haag. Het is belangrijk dat dit op een merk-onafhankelijke manier gedaan kan worden. Daarom is er met verschillende commerciële partijen op de markt contact gezocht om een juiste fit te maken. Ook zal er in deze fase gewerkt worden aan het bouwen van een netwerk rondom drones en detectie. Daarnaast zal er ingezet worden op bewustwording en burgerparticipatie.
Fase 2
Identificeren1/aanmelding en Autorisatie van drone vluchten (2025 ev)
Om meer inzicht te krijgen in hoe in een stad meer controle kan komen over het lagere luchtruim waar drones zich bevinden (tot 120 meter), is het belangrijk drones realtime te kunnen identificeren. De wens is een manier te vinden waardoor dronevluchten vooraf vrijwillig of verplicht kunnen worden aangemeld. De hoop is dat dit gedaan kan worden door middel van geautomatiseerde monitoring in combinatie met een aanmeldsysteem. Per vlucht wordt dan duidelijk wie de eigenaar is, voor welk doel er wordt gevlogen en onder welke voorwaarden. Het onderzoek kijkt naar het proces (welke partijen spelen hierin een rol) en de technische ondersteuning.
Fase 3
Handhaving op (illegale) dronevluchten (N.T.B.)
Om op te treden tegen illegale dronevluchten zal SHIELD onderzoek doen naar welke preventie- en handhavingsmaatregelen genomen kunnen worden om op te treden tegen illegale of onbekende dronevluchten. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de informatie die is verzameld in fase 1 en fase 2 (de inventarisatie en monitoring van drones).
Aan de hand van het doorlopen van deze drie fases verwachten de gemeente Den Haag en de Politie een compleet beeld te krijgen hoe gehandeld moet worden op de eerder benoemde spanningen. In het volgende kopje zal verder ingaan worden op de leervragen die hiervoor opgesteld zijn.
10
1.3 Leervragen De belangrijkste leervraag in het onderzoek dronedetectie is: Hoe kunnen de gemeente en de politie ervoor zorgen dat er meer grip is op dronevluchten in Den Haag zodat drones op een veilige en nuttige manier kunnen vliegen?
Fase 1
Hoe kunnen dronevluchten betrouwbaar en nauwkeurig worden gedetecteerd?
Fase 2
Hoe kunnen (il)legale dronevluchten worden geïdentificeerd1 & geautoriseerd?
Fase 3
De volgende drie deelvragen zijn geïntroduceerd om deze hoofdvraag te beantwoorden en onderverdeeld over de eerder besproken drie fases:
Hoe kunnen (il)legale dronevluchten effectief worden gehandhaafd en waar nodig gecounterd?
Dit evaluatieverslag focust zich specifiek op fase 1. Bij het kopje resultaten wordt dan ook voornamelijk inzicht gegeven in de metingen van het dronedetectiesysteem SenHive. Ook zal in kader van de hoofdvraag onderzocht worden welke ideeën er leven onder de inwoners en experts rondom het veilig en nuttig inzetten op drones en dronedetectie. Als er in fase 1 aanknopingspunten gevonden worden voor de andere twee fases, dan zullen deze beschreven worden onder het kopje ‘Vervolgstappen’.
1. Identificatie kan in deze context bijvoorbeeld gezien worden als het aflezen van een uniek serienummer op elke drone of het opmerken van dronevluchten aan de hand van vliegpatronen. Autorisatie gaat over het vaststellen van de rechten van een gebruiker. Bijvoorbeeld via registratie (het opnemen van de gegevens van de unieke drone in een databank). Via deze rechten mag een gebruiker bepaalde acties uitvoeren binnen een bepaald systeem of gebied.
11
Afbeelding 2.1 - Senhive RF sensoren
2. Aanpak en Onderzoeksmethode 2.1 Stakeholders Het onderzoek dronedetectie is geïnitieerd, bekostigd en aangestuurd vanuit een structurele samenwerking tussen de gemeente Den Haag en de politie. Sinds 2023 vormen deze twee partijen samen de innovatiehub SHIELD (Safety Hub for Innovation and Exploration to Learn from Digitalization). Vanaf het begin hebben Max van Meerten (Adviseur Digitale Innovatie en Smart City gemeente Den Haag) en Sven de Laaf (Projectleider SHIELD vanuit de politie) het onderzoek dronedetectie in grote lijnen aangestuurd. Daarnaast heeft de Europese fabrikant SENHIVE een belangrijke rol gespeeld in het leveren van de apparatuur voor dit onderzoek en de lokale Nederlandse leverancier Dronevolt in het installeren en de communicatie met de fabrikant.
12
2.2 Innovatieproces In het ontwikkelen van fase 1 is het innovatieproces van het Expertisecentrum Digitale Innovatie en Smart City (ECDISC) van de gemeente Den Haag gevolgd. Wat inhoudt dat een vraagstuk met kleine stapjes wordt omgezet naar een innovatieve technische oplossing. In dit proces zijn de volgende stappen doorlopen: Probleem en Analyse; Ideeënvorming; Prototype; Validatie en Experiment. Fase 2 en 3 zullen opnieuw dit proces volgen, startend bij de ideeënvorming.
Innovatieproces - ECDISC 2024
Selectie Proces (Werkverdelingsoverleg)
Probleemanalyse
Ideeënvorming
Validatie
Prototyping
Beheer proces
Experiment
Ideeënvorming Ten eerste is SHIELD aan de slag gegaan met de ideeënvorming voor fase 1. Op verschillende manieren is er inspiratie opgedaan voor dit onderzoek. Een belangrijke bron van kennis was de Impact Coalitie Safety en Security (ICSS), die ons in contact heeft gebracht met de gemeente Amsterdam. In Amsterdam zijn ze al een aantal jaar bezig met dronedetectie. Doordat de gemeente Den Haag samen met de gemeente Amsterdam in de ICSS zit, worden er onderling bevindingen uitgewisseld.
Drones zijn ook te detecteren met radardetectie, akoestische detectie en visuele detectie. Bij radar is een directe zichtlijn tussen de radar en de drone nodig. Dat geldt ook voor visuele detectie, waarbij videobeelden op de aanwezigheid van drones worden geanalyseerd. Bij visuele detectie is het ook mogelijk om het exacte type drone te achterhalen, met een radar kan dit niet. Akoestische sensoren herkennen het geluid van een vliegende drone en kunnen deze in principe alleen detecteren als deze zeer nabij is.
Soorten dronedetectie
SHIELD heeft voor RF-detectie gekozen, omdat dit de meest kosteneffectieve methode is om in een groot gebied de meeste drones in kaart te brengen. Wel heeft RF-detectie als nadeel dat drones die autonoom vliegen of via bijvoorbeeld 5G worden aangestuurd, niet worden gedetecteerd. Daarnaast is ook voor RF een zo vrij mogelijk zicht tussen de drone en de sensor nodig.
De sensoren van SenHive detecteren drones door het radiospectrum te analyseren. Hiermee wordt het radiosignaal tussen de drone en operator opgevangen en kan worden gedetecteerd waar, op welke hoogte en wat voor type drone er vliegt. Het systeem van Senhive werkt daarmee op basis van RF-detectie (radiofrequentie).
13
Na veel onderzoek is SHIELD uiteindelijk bij SenHive terechtgekomen. In de haven van Antwerpen verzorgt SenHive al jaren de dronedetectie en registratie. De sensoren van SenHive detecteren op basis van RF het radiosignaal tussen de operator en de drone. SenHive heeft vooraf zelf al aangegeven dat niet alle drones kunnen worden gedetecteerd met hun systeem. De drones die SenHive wel zou moeten detecteren, bevinden zich tussen de frequentie 70 MHz en 6 GHz. Zie uitleg afbeelding 2.2 Senhive Sen-ID+ RF sensors. Doordat deze beperking op het moment voor de meeste RF-sensoren geldt, heeft SHIELD besloten dat dit in dit stadium van het onderzoek acceptabel is.
Daarnaast heeft een demonstratie voor ons de doorslag gegeven om met SenHive aan de slag te gaan. Een belangrijke reden om met SenHive aan de slag te gaan was dat de fabrikant Detectie as a Service aanbiedt. Het huren van een dronedetectiesysteem heeft als voordeel dat het voor een kort experiment goedkoper is en hierdoor genoeg dekking kan realiseren met het budget wat SHIELD heeft (46.000 euro). Voor het servicegedeelte werkt het bedrijf samen met de Nederlandse leverancier Dronevolt. In de onderzoeksfase is ook gekeken naar de inzet van radar (Robin Radar) echter, dit was financieel niet haalbaar binnen het beschikbare onderzoeksbudget.
Afbeelding 2.2 - Senhive Sen-ID+ RF sensors
Het systeem (Sen-ID+) is uitgerust met een SDR (Software Defined Radio) die signalen opvangt tussen 70 MHz en 6 GHz. Volgens statistieken van Skeyes (de Belgische Luchtverkeersleider) vliegen 97% van alle ‘commercial of the shelf’ drones op 2.4GHz of 5.8 GHZ. Deze trend is hetzelfde binnen Europa. De meeste operatoren vliegen met drones (DJI, Parrot, Yuneek) die datatransmissie hebben voor het doorsturen van beeldmateriaal. Zelfs binnen de FPV (First Person View) zelfbouw drones gebruiken meer en meer operatoren Ocusync 3 (van DJI) als datatransmissie. Deze werkt ook op 5.8 GHz. Als commercieel bedrijf heeft SenHive ervoor gekozen om de 2.4 GHz en de 5.8 GHz te volgen aangezien ze de klanten op deze manier voor hun investering ‘waar voor hun geld’ kunnen aanbieden. Mocht naar de toekomst toe blijken dat er hier een shift zou ontstaan naar andere bandbreedtes dan kan SenHive daar flexibel op inspelen aangezien de SDR tussen de 70 MHz en 6 GHz kan detecteren. In de lagere frequenties zien we vooral de 433 MHz, 868 MHz en de 915 MHz opduiken. De detectie van deze drones is ook mogelijk via een extra module die SenHive later dit jaar, afhankelijk van de vraag, gaan aanbieden. Aangezien deze drones geen datatransmissie hebben worden deze gezien als minder belangrijk/ bedreigend.
14
Prototyping
Experiment
Na de keuze van fabrikant is SHIELD overgegaan naar de stap prototyping, wat inhoudt dat SHIELD aan de slag is gegaan met SenHive om te kijken of het product past bij de wensen van het onderzoek. Een van onze belangrijkste ambities in het eerste deel van dit onderzoek was het achterhalen wat er nodig is om een stadsbreed dekkend systeem te creëren. Aangegeven werd dat de stad redelijk in beeld gekregen kon worden via drie sensoren. De locatie moest hoog genoeg zijn en er moest een stroomtoevoer zijn via wifikabel (power over ethernet) of accu. Er is gekozen voor drie strategische locaties met verschillende hoogtes variërend tussen de 30 en 150 meter. Daarnaast was er de wens om de data visueel in een dashboard te kunnen zien. Normaal gesproken hebben de klanten van SenHive zelf een dashboard waar ze de data inlezen, maar dit is voor SHIELD niet het geval. SenHive heeft daarom als extra service hun eigen dashboard opengesteld voor SHIELD. Vervolgens is er proefgedraaid om te ervaren of het dashboard en de dataverzameling goed werken en aansluiten op de data (aantal, hoogte, type, locatie) die SHIELD nodig heeft voor het beantwoorden van de leervragen. Alle data bleken verzameld te kunnen worden en goed gevisualiseerd.
In overeenstemming met de privacyofficier is de experimentfase zonder het verzamelen van persoonsgegevens van start gegaan. Om eventuele seizoens- en evenementinvloeden inzichtelijk te maken is er gekozen om een jaar lang te detecteren. In de periode van 19 september 2023 tot en met 19 september 2024 hebben de sensoren data verzameld. De bevindingen van de experimentfase worden besproken in hoofdstuk 3 Resultaten. De datum van 19 september is ook gekozen omdat in deze testperiode twee keer Prinsjesdag valt en hierdoor de verwachting was dat het nationale drone detectie team van de politie met eigen apparatuur ook de stad zal scannen op drones. De verwachting was dat dit nuttig kan zijn om te zien of het SenHive-systeem eventueel drones detecteert of mist ten opzichte van de politiesystemen.
Validatie Voordat definitief gestart kon worden met het onderzoek dronedetectie heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen SHIELD en de privacyofficier van de gemeente Den Haag om de privacyvraagstukken te bespreken via een PREDPIA (Data Protection Impact Assessment). Hieruit bleek dat de gemeente Den Haag zelf niet mocht zien waar de operator staat, omdat dit mogelijk volgens de AVG-wetgeving als persoonsgegeven kan worden gezien. De politie mocht dit vanuit de WPG-wetgeving wel inzien. Doordat de politie en de gemeente samenwerken aan dit onderzoek en er geen kortetermijnoplossing was voor verschillende dashboards, is er gekozen om de operator-positiedata niet mee te nemen en uit te zetten.
15
2.3 Dataverzameling en Evaluatie Om er zeker van te zijn dat met dit onderzoek de juiste data verzamelt wordt zijn er drie impactmetingen opgemaakt.
Impactmeting 1
Impactmeting 2
Een groot deel van de dataverzameling van het onderzoek dronedetectie bestaat uit feitelijke metingen geobserveerd door de sensoren. Het is dan ook de bedoeling om met dit onderzoek het exacte aantal dronevluchten boven Den Haag te meten. De metingen worden als betrouwbaar gezien als het SenHive systeem de drones die rondvliegen detecteert en registreert. Hierbij is het belangrijk dat de data nauwkeurig is.
In het kader van de hoofdvraag is SHIELD ook benieuwd naar hoe experts kijken naar drones en dronedetectie. In het eerste jaar wil SHIELD dan ook de eerste contacten gaan leggen met mogelijke stakeholders rondom het gebruik van drones en detectie. Om de impact hiervan te meten was het de bedoeling ten minste twee themasessies voor stakeholders te organiseren rondom drones. Deze sessie zijn succesvol als er tenminste twee concrete producten rondom drones en droneregistratie ontstaan.
Om de meting als nauwkeurig te zien moet de data ten minste kunnen aantonen hoeveel drones er vliegen, waar de drones vliegen, hoe hoog ze vliegen en welk type drones er vliegen. De meetmethode die hierbij gehanteerd wordt is het verzamelen van data via het installeren van eigen sensoren. Zoals eerder aangegeven kunnen de SenHivesensoren niet alle drones detecteren. Om te weten of het systeem verder wel betrouwbaar is zal er een check worden ingebouwd. Dit wordt gedaan door ten minste één testvlucht uit te voeren en te controleren of de gegevens en de route die de drone vliegt juist gedetecteerd worden. Hierbij kan eventueel ook een ander systeem van de politie worden geraadpleegd. SHIELD is over het algemeen tevreden met de resultaten van de dataverzameling als er sprake is van nauwkeurige metingen en deze metingen voldoende handvaten bieden om verder te gaan naar fase 2 en 3. Zie voor de resultaten van de metingen hoofdstuk 3.1.
SHIELD is tevreden met de behaalde resultaten als er nieuwe en duurzame contacten zijn gelegd voor samenwerking en (beleids)thema’s rondom drones in kaart zijn gebracht. Zie voor resultaten van de themasessie hoofdstuk 3.3.
Impactmeting 3 In het kader van de hoofdvraag is SHIELD daarnaast benieuwd hoe inwoners kijken naar de kansen en de risico’s rondom drones. Als impactindicator voor het betrekken van inwoners stelt SHIELD voor om ten minste op twee manieren het gesprek aan te gaan met de inwoners van Den Haag over drones en detectie. Deze communicatie is voor ons succesvol als bewoners 1) toegelicht worden wat drones zijn en 2) als er met bewoners in gesprek gegaan kan worden over de wensen en ervaringen rondom drones(beleid). SHIELD is tevreden met de resultaten van deze dataverzameling als er meer duidelijkheid is over de behoefte rondom drones onder inwoners Voor verdieping en uitkomsten van deze gesprekken verwijzen we naar hoofdstuk 3.4.
16
3. Resulaten 3.1 Metingen Dronedetectie Hieronder is de data beschreven die in de periode van 19-09-2023 tot en met 19-09-2024 zijn gemeten.
Metingen apparatuur Uit de data blijkt dat in een jaar tijd 11.622 vluchten (dronebewegingen) zijn gedetecteerd in Den Haag. Uit al deze 11.622 vluchten zijn 2180 unieke drones geïdentificeerd. De drones vliegen met name tijdens goede weersomstandigheden, wat waarschijnlijk te maken heeft met dat het lastiger vliegen is als er regen of zware wind is. Afhankelijk van het weer kunnen er dus in een soortgelijke periode meer of minder drones boven de stad vliegen. De meest populaire drones zijn die in de DJI Mini serie. Deze drones vallen onder de open categorie en vertegenwoordigen 73% van de gedetecteerde vluchten. Dit zijn drones die één gram onder de limiet zitten en daarom zijn vrijgesteld van een dronebrevet. Opvallend is dat vrijwel alle drones die gedetecteerd zijn van het merk DJI zijn. Maar 2% van de gedetecteerde vluchten is van onbekende modellen, zie Tabel 1: Drone statistiek. Deze onbekende modellen kunnen wel gebruikmaken van onderdelen van DIJ om zelf drones te bouwen. Ook zijn er meerdere drones boven de 250 gram gedetecteerd, die in de categorie zware drones vallen. Deze zwaardere drones kunnen meer (grond) risico met zich meebrengen, bijvoorbeeld als ze neerstorten boven groepen mensen of gevlogen worden met kwade bedoelingen vanwege de payload die ze kunnen dragen.
Het vliegen met deze zwaardere drones vereist dan ook dat er een opleiding gevolgd is bij een officiële opleider en dat de drone geregistreerd wordt middels een brevet bij het ILT.
Type drone
vluchten
Gewicht
DJI Mini 2
20%
249 g
DJI Mini 3
19%
249 g
DJI Mini2 SE
14%
249 g
DJI Mini 3 Pro
9%
249 g
DJI Mini 4 Pro
8%
249 g
DJI M300 RTK
5%
6300 g
DJI Mavic 2
4%
907 g
DJI Mavic Air 2
4%
570 g
DJI Mini 4k
3%
249 g
DJI onbekend model
2%
--- g
DJI Mavic 3
2%
895 g
DJI Air 3
2%
720 g
DJI Mavic 3 Enterprise
1%
920 g
DJI Mavic Pro
1%
743 g
DJI Mavic 3 Pro
1%
958 g
DJI Air 2S
1%
595 g
DJI Mavic 2 ENT ADV
1%
899g
DJI FPV
1%
795 g
DJI M350 RTK
1%
6470 g
DJI Mavic 3
1%
895 g
DJI Avatata 2
<1%
377 g
DJI Mavic 2 ENT
<1%
899 g
Onbekende drone
<1%
--- g
DJI inspire 3
<1%
3995 g
Parrot - onbekend model
<1%
500 - 900 g
DJI Phantom 4 RTK
<1%
1291 g
DJI m200 V2
<1%
4530 g
DJI Phantom 4 Pro v2
<1%
1375 g
Tabel 1: Drone statistiek // 9-09-2023 t/m 19-09-2024 11622 vluchten totaal
17
Als het gaat om wanneer het meeste wordt gevlogen dan is er een duidelijke piek te zien in dronevluchten aan het einde van de lente en in de zomer. Bij de piek in juli werden 2183 dronevluchten gedetecteerd (zie grafiek 1: dronevluchten door het jaar). Daarentegen werden in de maanden oktober tot en met januari maar gemiddeld 236 vluchten gedetecteerd, bijna een factor 10X verschil. Dit is waarschijnlijk toe te wijzen aan weersomstandigheden zoals regen, wind en kou. Deze omstandigheden verminderen de prestaties van de drone, bemoeilijken het vliegen en maken het onaangenaam voor de bestuurder om zich buiten te begeven. Dit is echter een aanname. Grafiek 1: Dronevluchten door het jaar 9-09-2023 t/m 19-09-2024
Diverse gedetecteerde drones
DJI mini 2 - 249 g
DJI AIR 3 - 595g
DJI MAVIC Pro - 743g
DJI M300 RTK - 6300g
20% van alle vluchten
1% van alle vluchten
18
Zie Tabel 1: Drone statistiek
3% van alle vluchten
5% van alle vluchten
Als het gaat om waar de drones vliegen in de stad dan is terug te zien dat de meest populaire locaties het centrum en het strand zijn, zie afbeelding 3.1. Waarschijnlijk omdat dit ook de meest fotogenieke plekken zijn; denk bijvoorbeeld aan het maken van een mooie foto op de pier, de haven, de Grote Markt en het Binnenhof. De meerderheid van al deze locaties bevindt zich voor een groot deel in een no-fly zone. No-fly zones kunnen opgedeeld worden in locaties die beschermd moeten worden vanwege de vestiging van belangrijke organisaties, natuurgebieden en herdenkingsplekken. No-fly zones kunnen ook dicht bij vliegvelden zijn ingesteld, een zogeheten CTR. Den Haag heeft een CTR no-fly zone door de aanvliegroute Rotterdam The Hague Airport, zie afbeelding 3.2. Voor deze laatste categorie no-fly zone is ook met name de hoogte waarop de drones vliegen van belang. Drones mogen in het algemeen niet boven de toegestane hoogte van 120 meter komen. Uit de data is te zien dat er zo’n 878 vluchten gespot zijn boven de toegestane 120 meter, waarbij de hoogste drone op zo’n 2.403 meter vloog. Bij dit laatste cijfer moet er wel bij vermeld worden dat dit de hoogte is die door de drone zelf gerapporteerd wordt. Het is dus relatief ten opzichte van zijn take-off locatie.
De werkelijke hoogte kan hoger zijn (als de drone bijvoorbeeld opgestegen is boven het grondniveau zoals een dakterras), of lager (als de drone bijvoorbeeld opgestegen is onder het grondniveau zoals een parkeergarage). Belangrijk om mee te nemen is dat als deze drones vliegen in gebieden waar vliegvelden zijn of waar een noodlanding plaatsvindt deze een gevaar kunnen vormen voor helikopters van hulpverleningsdiensten (politie, kustwacht, ziekenhuis) die zelf ook op deze hoogte vliegen en vliegtuigen in het algemeen. Tot slot is er geprobeerd te meten wat de gemiddelde afstand is die drones vliegen. Echter, op het moment is de langste vlucht (in afstand en tijd) nog lastig te achterhalen. Dit omdat met de huidige plaatsing van de drie sensoren de vluchten niet op elke plek in de stad volledig te
Afbeelding 3.1 - Dronevlucht detecties Den Haag 2024
Afbeelding 3.2 - No-fly zones Den Haag - map.godrone.nl
detecteren zijn, vooral lage vluchten tussen gebouwen worden nog gemist. Het meten van de gemiddelde lengte van een vlucht zou interessant geweest zijn als indicatie voor de verplichte ‘line of sight’ waar dronevliegers zich aan moeten houden. ‘Line of sight’ betekent simpel gezegd dat de drone vlieger te allen tijde de drone in zijn of haar gezichtsveld moet houden. In het algemeen kan ervan uitgegaan worden dat de ‘line of sight’ ongeveer tussen de 100 en 500 meter ligt. Er zijn door sommige drones grote afstanden afgelegd wel verder dan 2km. Niet alle dronevliegers lijken zich dus te houden aan deze afstand. Doordat SHIELD niet weet waar de dronebestuurders staan, is het alleen mogelijk om een inschatting te maken van hoe goed mensen zich aan de regels houden.
19
Controle vlucht Internationale zone. Om te kijken of het SenHive systeem betrouwbaar is heeft SHIELD een aantal vergelijk momenten ingepland in samenwerking met het Droneteam Eenheid Den Haag en het UAS- team (Unmanned Aircraft Systems) van de politie. In paragraaf 3.1.1, 3.1.2 en 3.1.3 beschrijven wij drie typen testen die wij ter controle hebben uitgevoerd. Afbeelding 3.3 - Internationale Zone Den Haag
3.1.1. Testvlucht
Om het systeem te valideren en te itereren is in samenwerking met het Droneteam van de politieeenheid Den Haag tijdens een testvlucht gekeken of de drone zichtbaar werd in het SenHive-dashboard. Tijdens één specifieke testvlucht van het Droneteam Eenheid Den Haag werd gekeken of de drone die vanaf de Koekamp, een veelgebruikte oefenlocatie in het centrum van Den Haag, zichtbaar werd, zie afbeelding 3.4. Tijdens de test bleek dat dit niet het geval bij elke drone die opsteeg. Onze onderzoeksopstelling had moeite om de drone onder de 120 meter te zien. Dit had waarschijnlijk te maken met de hoogbouw rond het centrum van Den Haag. Een belangrijk punt hierbij is dat dit gebied in een no-fly zone valt waar je ook met een brevet normaal niet mag vliegen boven de 120 meter. Dit is bij meerdere testvluchten geconstateerd. In de huidige opstelling zitten dus nog te veel dekkingsgaten. Om een dergelijk systeem grootschalig voor de politie operationeel in te zetten zijn er meer kleinschalige testen zoals deze nodig. Dergelijke testen zouden een logische vervolgstap zijn van het dronedetectie-onderzoek. Door dit te combineren met de optimalisatie van het SenHive-systeem, kunnen we een betere dekking bereiken. Eén van de belangrijkste conclusies is dat we de dekking in het stadscentrum moeten verhogen om hier een betrouwbaarder beeld te krijgen.
Deze testen boden SenHive ook veel inzicht in welke aanpassingen er nodig zijn om tot een stadsdekkend netwerk te komen.
Afbeelding 3.4 - Detectie proef centrum Den haag
20
Afbeelding 3.5 - Detecties centrum Den Haag - Aeroscope: oranje / Senhive: paars
3.1.2. AB test
In Den Haag zijn regelmatig grote evenementen waarbij Defensie en het UAS-team van de politie aanwezig zijn. Tijdens deze evenementen nemen deze organisaties eigen dronedetectiemateriaal mee wat SHIELD in staat stelt de data van het SenHive-systeem op een relatief gelijkwaardige manier te vergelijken.
Dit gaf SHIELD, het UAS-team en SenHive inzichten in wat het SenHive systeem dekt en hoe we het systeem in de toekomst kunnen optimaliseren. Uit deze vergelijking is gemeten dat het SenHive-systeem minder vluchten zag dan het detectiesysteem Aeroscoop, dit heeft vooral te maken met de positie van de Aeroscoop.
Doordat de sensoren op verschillende posities staan zijn deze niet te vergelijken. Echter deze vergelijking is bedoeld om inzicht te geven in wat we wel en niet zien met onze opstelling zodat wij hier in het vervolg op in kunnen spelen.
Het SenHive-systeem heeft echter vluchten gedetecteerd die de Aeroscoop niet heeft gedetecteerd. Dit is een belangrijke constatering met name omdat het detectiesysteem Aeroscoop een ander type antenne heeft die meer ziet.
De data die uit deze evenementen zijn gekomen hebben we retro perspectief als controlevluchten ingezet. Door de vluchten van twee hele dagen op bovenstaande kaart te plotten werd het visueel wat de verschillen waren, zie afbeelding 3.5.
De samenwerking op deze evenementen geeft een uniek beeld van hoe beide systemen theoretisch alles kunnen zien en het daadwerkelijke verschil hiervan in de praktijk. Hieruit blijkt het belang van experimenteel onderzoek.
21
3.1.3. Verkenningen vluchten
Het Droneteam van de politie voert regelmatig verkenningsvluchten uit boven de Internationale Zone wanneer er een dreigingsniveau wordt aangepast. Deze vluchtgegevens kregen wij van het Droneteam om te zien of wij hun vluchten konden volgen. In het specifieke voorbeeld zichtbaar op afbeelding 3.6 & 3.7 is te zien dat het SenHive-systeem deze vluchten in zijn volledigheid heeft weten te detecteren. Wat laat zien dat, mits de sensoren op de juiste locatie staan, een volledige vlucht nauwkeurig gedetecteerd kan worden.
Afbeelding 3.6 - Heatmap detecties IntZone 1/2
Ook heeft het SenHive-systeem de volgende gegevens weten te registeren, het type drone (zie afbeelding 3.8) de hoogte, de gevlogen route en de tijdsduur. Uit al deze testvergelijkingen kunnen we concluderen dat de detecties die we zien met SenHive-systeem bijdragen aan het onderzoek dat we doen en genoeg aanknopingspunten bieden om verder te gaan met het onderzoek. Waarbij wij het aantal sensoren zullen uitbreiden voor een nauwkeurigere detectie. Wel moeten we stellen dat op basis van controlevluchten de detectie op dit moment nog suboptimaal functioneert. Dit heeft enerzijds te maken met het aantal detectiepunten en anderzijds met de wijze waarop het systeem fysiek is geïnstalleerd.
Afbeelding 3.7 - Heatmap detecties IntZone 2/2
Deze punten zijn aangepakt zodat het systeem nauwkeuriger detecteert. Vooraf was er ruimte voor optimalisatie ingecalculeerd en deze worden verwerkt in het tweede deel van dit onderzoek startend in januari 2025.
DJI MAVIC 3 Enterprise - 915g
vliegduur 45 min. // max snelheid 75 km/h 4k 20MP camera Afbeelding 3.8 - Gedetecteerde DJI Mavic 3
22
3.2 Wetenschappelijk artikel Drone early warning system Naast dat bovenstaande data inzicht geeft in onze eigen leervragen, is SHIELD ook benaderd door het Data Science Centre of Excellence (DSCE) van de Nederlandse Defensie Academie (NLDA) om hen te ondersteunen bij hun onderzoek rondom counterdrones en het ontwikkelen van een Drone Early Warning System (DEWS). Vanuit de Defensie Academie is het verzoek aan SHIELD gekomen of de verzamelde dronedetectiedata gebruikt zou mogen worden in een onderzoek naar mogelijke counterdrone- en DEWS-maatregelen. Vooruitkijkend op fase 3 namelijk het onderzoeken van verschillende vormen van handhaving en daarmee het beschermen van de openbare orde en veiligheid, heeft SHIELD besloten bij te dragen aan het onderzoek van Defensie. Dit doet SHIELD door naast het leveren van de data een actieve bijdrage te leveren in het bepalen van grondrisico’s en het analyseren van vluchtroutes. In deze samenwerking is met behulp van echte dronedetectiedata van SHIELD een dataanalyse gedaan. De data-analyse richt zich op de classificering van mogelijke dreigingen van dronevluchten in een stedelijke omgeving. Uit dit onderzoek is een algoritme gekomen waarmee binnen 20 tot 30 seconden kan worden ingeschat of er wel of niet sprake is van een dreigende drone die nadert.
Dit algoritme is momenteel nog niet operationeel inzetbaar en is puur een wetenschappelijk experiment. Wel is uit deze samenwerking tussen SHIELD, de Defensie Academie en Chicago Northwestern University een wetenschappelijk artikel ontstaan genaamd: Threatening or Not? Early Prediction of Threat Posed by Drone Trajectories. Het artikel is ingediend en wacht momenteel op een review en publicatie.
23
3.3 Netwerken rondom Drones en Detectie Naast dat SHIELD een (nauwkeurig meetbaar) beeld wil hebben van het huidige gebruik van drones, is SHIELD ook erg geïnteresseerd in wat de toekomst van drones ons brengt en hoe hierop ingespeeld kan worden. Daarom heeft SHIELD twee themasessies georganiseerd waarin samen met andere experts gesproken is over de toekomst van drones op het gebied van handhaving en bewustwording.
Themasessie 1: Dronedetectie en Beheer van het Luchtruim
De eerste themasessie op 23 november ging over ‘Dronedetectie en Beheer van het Luchtruim’’. Waarin SHIELD en de deelnemers meerdere inzichten hebben gedeeld over de evoluerende wereld van drones en de benaderingen die verkend zijn voor het effectief beheren van het luchtruim waarin zij opereren. De meeste experts zijn het erover eens dat de toekomstige mogelijkheden met drones veelzijdig zijn. Zwaardere drones worden steeds vaker gebruikt door overheidsinstanties zelf voor inspecties en observaties. Deze zwaardere drones zijn ook makkelijk te spotten en waar de politie geregeld vragen over krijgt. Daarom is het belangrijk om goed na te denken over hoe de communicatie hierover kan verbeteren. Nu komt het nog weleens voor dat een vergunning wordt uitgegeven door het ILT vanuit bijvoorbeeld de gemeente, maar wordt dit niet gemeld bij de meldkamer van de politie of gemeente, die vervolgens weer vragen van inwoners krijgt. In de toekomst zullen ook steeds meer professionals out of the box drones willen vliegen, wat inhoudt dat ze op grotere afstanden vanuit een controlekamer drones willen besturen. De vraag hierbij is of wij dit ook als gewenst zien in een drukbevolkte stad. Al deze innovaties vragen om nieuwe wetgeving- en handhavingsmechanisme. Het is belangrijk dat niet iedereen individueel het wiel gaat uitvinden rondom dronedetectie.
Tijdens deze sessie stonden daarom twee gezamenlijke brainstorms centraal.
24
Afbeelding 3.9 - Brainstorm 1 23-11-2024
Afbeelding 3.10 - Brainstorm 2 23-11-2024
De eerste brainstorm focuste zich op ‘’Het beheer van het luchtruim’’ en de tweede brainstorm op ‘’Counterdrones’’. Uit deze sessie zijn drie dingen naar voren gekomen. Allereerst dat iedereen de organisatie van deze themasessie erg waardeert en graag data, kennis en content rondom drones blijft delen. Ten tweede is toegezegd dat SHIELD nog een themasessie zou organiseren. Ten derde zijn twee belangrijke acties voor SHIELD geïdentificeerd. In navolging van die acties zijn de volgende twee producten ontstaan:
Product 1: Bewustwordingscampagne
De eerste actie sluit aan op het streven naar meer burgerparticipatie in de vorm van het in gesprek gaan met dronevliegers en geïnteresseerden over hun ervaringen en verwachtingen rondom drones. Dit heeft SHIELD opgepakt door middel van het creëren van een pop-up campagne in Scheveningen waarin werknemers van SHIELD in gesprek zijn gegaan met dronevliegers over de geldende regels voor het vliegen met drones en de no-fly zones. Meer hierover kan je lezen onder kopje 3.3 Netwerken rondom Drones en Detectie.
Afbeelding 3.11 - Bewustwordingscampagne
Product 2: Gezamenlijke DPIA voor het vliegen met drones
Daarnaast kwam in de sessie naar voren dat verschillende partijen moeite hadden met het krijgen van toestemming voor het vliegen met drones. Afhankelijk van de verschillende privacy- en securityofficers in de organisatie was het wel of niet mogelijk om met een drone te vliegen voor bijvoorbeeld overheidswerkzaamheden. Omdat de meeste dronevluchten in de basis hetzelfde zijn heeft SHIELD toen samen met een groep deelnemers een gezamenlijke DPIA geschreven. Deze DPIA is geschreven in het DPIA-format van de gemeentes Den Haag, Amsterdam, Rotterdam, Breda, Ede en Rijkswaterstaat. Enerzijds bestaat het uit een algemeen gedeelte dat gezamenlijk is ingevuld en direct gekopieerd kan worden en anderzijds bestaat het uit een opengesteld gedeelte waar iedereen zijn eigen specifieke toepassing voor het dronegebruik kan toelichten. Met behulp van deze DPIA moet het in de toekomst makkelijker zijn om toestemming te krijgen om te vliegen met drones als overheidsorganisaties.
Themasessie 2: Drones en Bewustwording
Tijdens de tweede themasessie van 11 juni 2024 is er dieper ingegaan op het onderwerp ‘Drones en Bewustwording’. Het publiek dat op deze themamiddag afkwam was erg divers, zo waren er experts vanuit de gemeente, politie, Rijksoverheid, onderwijsinstanties en verschillende bedrijven. Ook was er een gevarieerd sprekersprogramma van experts uit verschillende domeinen die hun perspectieven deelden op dit thema. Met als doel om samen na te denken en in gesprek te gaan over hoe technologie en mens dichter bij elkaar gebracht kunnen worden.
Om te beginnen heeft SHIELD de eerste inzichten gedeeld rondom het onderzoek dronedetectie in Den Haag. Daarnaast heeft het ook zijn ervaringen gedeeld met de pop-up campagne drones in Scheveningen. Een tijdelijke campagne waarin de gemeente en de politie in gesprek zijn gegaan met voorbijgangers over het vliegen met drones, zie kopje 3.3 Netwerken rondom Drones en Detectie voor meer informatie over deze campagne.
25
Afbeelding 3.12 - Themasessie 2: Drones en Bewustwording
Vervolgens heeft de strategisch innovatieadviseur Joshua Serrão van de gemeente Amsterdam de inzichten van het onderzoek dronedetectie in Amsterdam gedeeld, waar sprake is van zo’n 40.000 dronevluchten per jaar. Hij deelde hoe de gemeente Amsterdam de bewoners en toeristen probeert te bereiken met nieuwe borden die een no-fly zone aangegeven. Ook heeft Frans Govers liason-drones van de politie Amsterdam gedeeld waar de politie tegenaan loopt in de handhaving. In beide steden maakt men gebruik van RFdetectie en is het duidelijk dat een uniforme manier van tellen nuttig is voor een goede vergelijking. Zo staan dronedetecties niet gelijk aan dronevluchten. Een drone detectiesysteem detecteert de drone namelijk meerdere malen per vlucht. Dit kan een vertekenend beeld geven als iemand zonder kennis naar de aantallen kijkt, deze vergelijkt en daarop keuzes gaat maken. Naast het delen van praktijkresultaten van de gemeente Den Haag en de gemeente Amsterdam zijn er ook wetenschappelijke resultaten besproken rondom het thema bewustwording en drones. Zo heeft Bart Wernaart, Lector Moral Design Strategy aan Fontys Hogeschool, zijn methodiek Moral Lab gedeeld.
Afbeelding 3.13 - Moral Lab VR
26
In een Moral Lab kunnen burgers zelf participeren door aan de morele knoppen van drones te draaien in een Virtual Reality (VR) omgeving. Doormiddel van VR kunnen inwoners van een stad zelf ervaren welke keuzes zij maken in het wel of niet willen toestaan van het bezorgen van dienstverlenende pakketjes in zijn of haar stad. Ook de aanwezigen van de themasessie hebben dit zelf mogen ervaren en waren erg enthousiast over de toegankelijkheid van de methode. Dit onderzoek van Bart Wernaart waarin ethiek en participatie aan de voorkant van het ontwerpproces van nieuwe technologieën kan worden meegenomen, zal zich de komende tijd uitbreiden van de stad Eindhoven naar meer steden in Nederland. Tot slot is er inzicht gegeven in de kennis en mogelijkheden die het afgelopen jaar zijn opgehaald rondom de toekomst van dronedetectie en -registratie. Dit is gedaan aan de hand van het delen van een praktijkvoorbeeld uit de Rotterdamse haven. Arthur Dallau en Niels Kalshoven eigenaars van Droneport hebben laten zien hoe drones op verschillende manieren gebruikt worden in de haven van Rotterdam. Ze hebben gedeeld hoe Droneport als ecosysteem deze innovaties faciliteert in de haven, waardoor er niet alleen sprake is van slim detecteren maar ook registeren.
Een voorbeeld dat laat zien dat de gedroomde (landelijke) registratie en handhaving technisch gezien minder een toekomstbeeld zijn dan gedacht. De belangrijkste uitkomst van de dag is om in de toekomst te voorzien in nog een derde themasessie waarin registratie centraal zal staan. Om met deze actie alvast aan de slag te gaan is een derde product gecreëerd.
Product 3: Onepager drone registratiesysteem
De aanwezigen gaven aan benieuwd te zijn naar de mogelijkheden die een toekomstig handhavingssysteem kan bieden voor de goedwillende dronevliegers versus degenen met verkeerde ideeën. Als reactie hierop is een onepager geschreven waarin is beschreven hoe een integraal systeem eruit zou kunnen zien, wat de doelstellingen zijn en wie de betrokkenen zouden moeten zijn. De onepager is geschreven met als voornemen om het in een derde sessie te bespreken.
Afbeelding 3.14 - SHIELD onepager drones
3.4 Bewustwording en drones Pop-up campagne Scheveningen
Naast dat SHIELD in eerdere themasessies met name experts heeft geraadpleegd is SHIELD ook erg benieuwd naar hoe de inwoners van Den Haag drones op dit moment ervaren. Dit kwam ook tijdens de themasessie op 23 november 2023 met experts naar boven. In navolging hierop heeft SHIELD op 5 juni 2024 een pop-up campagne gevoerd in Scheveningen en deze gedeeld op sociale media. In deze pop-up campagne zijn medewerkers van SHIELD in gesprek gegaan met voorbijgangers en dronevliegers over drones.
Tijdens de gesprekken met toeristen en inwoners kwam als belangrijkste punt naar voren dat een drone boven je hoofd niet vervelend hoeft te zijn, maar de mensen willen wel graag weten waarom deze er vliegt. Deze gesprekken hebben eraan bijgedragen dat SHIELD zich in de toekomst graag wil focussen op wat er wel mogelijk is in plaats van op wat niet, en hoe kan de vrijheid van dronevliegers op een veilige manier vergoot worden?
Deze gesprekken zijn zij begonnen aan de hand van de vraag: ‘’Waar vlieg jij het liefst?’’. Ook was er op de banner aandacht voor andere vragen die zich richten op thema’s als no-fly zones, opleidingen, veiligheid en wetgeving. Scheveningen zelf is een populaire plek om te vliegen, maar niet overal is het toegestaan of gewenst. Dit heeft SHIELD geprobeerd te visualiseren door naast de banner ook een ander bord te plaatsen. Dit bord wordt door de gemeente Amsterdam gebruikt om no-fly zones zichtbaar te maken en zou mogelijk ook een goede toevoeging kunnen zijn in Den Haag. Afbeelding 3.15 - Popup drone campagne Scheveningen
27
Verdiepende gesprekken met dronevliegers
Naar aanleiding van deze pop-up campagne en onze post hierover op LinkedIn, hebben een aantal dronevliegers aangegeven verder in gesprek te willen gaan met de gemeente en de politie over drones. Op 11 september hebben medewerkers van SHIELD individuele gesprekken gevoerd met vier Haagse dronevliegers. Hieruit kwamen verschillende interessante dingen naar voren. Om te beginnen werd door alle professionele dronevliegers benadrukt dat veilig vliegen een belangrijke behoefte is. Zij gaven aan dat veilig vliegen al begint bij het kennen van de regels, die je als professioneel vlieger leert tijdens je cursus. Wel vonden ze dat er tijdens de cursus minder aandacht besteed zou kunnen worden aan de natuurkundige aspecten en meer aandacht aan het besturen van drones in de praktijk. Ook stelde een vlieger voor dat een praktijkexamen voor elke dronevlieger de veiligheid met name onder amateurvliegers zou kunnen vergroten. Zo zegt dronevlieger 1:
Hiernaast kwam ook naar voren dat de no-fly zones soms beperkingen opleveren in het werk. Vrijwel iedereen gaf aan dat het belangrijk is om deze no-fly zones te respecteren en altijd rekening te houden met de veiligheid, zeker in de buurt van groepen mensen. Wel heerst er soms onduidelijkheid over wanneer iets wel of niet mag. Zo gaf een dronevlieger aan dat zelfs met een vergunning om te vliegen de politie soms vindt dat je de regels overtreedt, omdat een vijftal mensen al snel als groep wordt gezien. De vraag is dan ook hoe duidelijk de regels zijn voor de vliegers en de handhaver. Zo zegt dronevlieger 3:
“Eigenlijk als je al meer dan vijf mensen op een vierkante kilometer hebt, dan zijn het mensenmassa’s.’ Dat betekent dat je mij altijd kan pakken, wanneer dan ook. In Nederland ga je op elke vierkante kilometer vijf mensen tegenkomen.” - dronevlieger 3
“Er zijn heel veel mensen die het [de drone] niet onder controle hebben, ‘t is dan maar wachten tot er een keer echt wat misgaat.” - dronevlieger 1
Ook werd privacy als een belangrijk punt aangehaald. Elke drone beschikt tegenwoordig over een camera om zowel mee te sturen als eventueel beelden mee te maken. Opvallend is dat juist de professionele dronevliegers die drones veel gebruiken voor het maken van beelden in hun werk, tegelijkertijd ook sceptisch zijn over het vliegen met drones in woonwijken of stedelijke omgevingen. Zo zegt dronevlieger 2:
In de praktijk lijken de regels over wanneer je wel en niet boven een groep vliegt niet altijd duidelijk. Of iets wel of niet als groep wordt gezien hangt dan ook af van de context.
Bijvoorbeeld: hoeveel ruimte is er om af te wijken van de definitie van groep die gehanteerd wordt door de organisatie? Zo definiëert de politie vanaf 3 personen al als groep terwijl bij de officiële drone cursus een groep personen gedefinieerd wordt vanaf 12 personen.
“Ze [onervaren dronevliegers] houden ook weinig rekening met andere mensen, want ze weten de regels gewoon niet. Boven woonwijken vliegen, het mag, maar ik snap dat mensen het irritant vinden als je vlak boven hun tuin gaat hangen en zitten loeren wat de buurman op de barbecue heeft liggen.” - dronevlieger 2
28
Naast de handhaving zijn dronevliegers ook andere maatregelen tegengekomen. Zo gaven twee dronevliegers aan dat er op sommige plekken door de fabrikant er al via geofencing gebieden zijn afgezet. Op deze plekken is het bijvoorbeeld onmogelijk om op te stijgen. Ook werd het vliegen op bepaalde tijden als beleidsmaatregel genoemd. Een voorbeeld hiervan kan je zien op onderstaande afbeelding die een dronevlieger heeft opgestuurd naar aanleiding van een vakantie.
Op de vraag of dronevliegers een vrijblijvende telefonische waarschuwing van de politie zouden willen krijgen als ze in een no-fly zone zouden vliegen, reageerde de meesten enthousiast. Hierbij werd wel aangemerkt dat de meeste dronevliegers vaak hun telefoon gebruiken om de drone te besturen, een sms zou dus geschikter zijn dan een telefoongesprek. Zo zegt dronevlieger 1:
“Sommige [dronevliegers] hebben hun telefoon in hun controller gekoppeld. Als je dan door de politie wordt gebeld is het lastig, want ze (de dronevliegers) kunnen niet bellen terwijl ze aan het vliegen zijn. Het zou dan een melding of SMS moeten zijn, want dat komt beter binnen. Ik heb het een paar keer gehad en dat is heel stressvol, want je ziet het scherm dan niet meer.” - dronevlieger 1
Ook wordt de vraag gesteld of dit dan alleen zou gelden voor professionele dronevliegers of voor iedereen, zo zegt dronevlieger 2:
“Mijn drone is aangemeld bij het RDW en ik vlieg niet anoniem, ik vind het prima [om een melding te ontvangen]. Alleen het probleem zit bij de mensen die ‘m niet aanmelden bij het RDW, die hebben daar geen zin in.” - dronevlieger 2
Afbeelding 3.16 - VB. drone restrictie buitenland
29
Afbeelding 3.17 - eindpresentatie studenten Hogeschool InHolland
Studenten in gesprek met inwoners
Als aanvulling op de gesprekken die SHIELD zelf met de inwoners van Den Haag heeft gehad is SHIELD in september 2024 een samenwerking gestart met de Hogeschool InHolland in Rotterdam. Gedurende drie maanden voerden twee studentengroepen voor het keuzeonderwijs Law & Safety in Public Services, in samenwerking met het Smart City team, interviews en enquêtes uit in Den Haag om te onderzoeken hoe inwoners aankijken tegen drones en het gebruik ervan door de gemeente, politie en burgers. Op 9 januari presenteerden studenten van hogeschool Inholland Rotterdam de resultaten van hun onderzoeksprojecten:
Behoeftes en wensen rondom drones
Zorgen rondom het gebruik van drones
De studenten geven aan dat voor een deel van de Haagse geïnterviewden drones dé toekomst zijn! Vooral jongeren zijn enthousiast over de vele mogelijkheden die drones bieden, zoals pleziervluchten en handige diensten. Op sociale media zien ze inspirerende voorbeelden uit andere landen, waar drones moeiteloos koffie en pakketjes bezorgen. Ook de oudere generatie ziet de voordelen van drones, vooral op het gebied van veiligheid. Uit de enquête blijkt dat zij drones vooral waarderen tijdens noodgevallen, waar ze een cruciale rol kunnen spelen.
Naast de voordelen van drones geven de studenten aan dat de geïnterviewden ook hun zorgen uit spreken over drones, met name rondom het gevoel van surveillance door zowel overheidsinstanties als andere burgers die vliegen met drones. Het blijkt dat veel mensen drones als onprettig ervaren, omdat ze vrezen voor schending van hun privacy. Bovendien geven de geïnterviewden aan dat er beperkte bekendheid is met de wet- en regelgeving.
Aanbevelingen studenten De studenten bevelen aan om de wet- en regelgeving rondom drones te verduidelijken, bijvoorbeeld via workshops of socialmediacampagnes. Veel burgers ervaren drones als een bedreiging voor hun privacy, dus dronegebruikers moeten transparant zijn over hun doelen. De studenten adviseren dat overheden hier een actievere rol in spelen. Daarnaast tonen burgers die goed geïnformeerd zijn over de regelgeving meer begrip voor drones. Aansluitend bevelen de studenten aan om de zichtbaarheid van de regels te vergroten, door ‘drone’ verkeersborden te plaatsen op strategische locaties, zoals no-flyzones, zodat regels duidelijker zijn voor amateurgebruikers en burgers.