RIS321358 Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing Plein 1813 4 en 5
Tekst van het document
Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: Geen;
• Foerageergebied Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren, maar op basis van een beoordeling van de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als geschikt foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Vermoedelijk foerageren verschillende vleermuissoorten rond de bebouwing en beplanting. Gelet op de inrichting, het gevoerde beheer en de kleine oppervlakte, wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Door het verwijderen van beplanting neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen niet af.
Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: Verwijderen beplanting;
• Vliegroute Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij gevels van woningen. Het plangebied vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op vliegroutes van vleermuizen.
Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: Geen;
15
Amfibieën Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën waargenomen, maar gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als functioneel leefgebied voor sommige algemene en weinig kritische amfibieënsoorten beschouwd. Amfibieën als bruine kikker en gewone pad benutten het plangebied als foerageergebied en mogelijk bezetten ze er een (winter)rustplaats. Deze soorten kunnen een (winter)rustplaats bezetten onder strooisel en bladeren en in holen en gaten in de grond. De bebouwing is voor amfibieën niet toegankelijk en daardoor niet geschikt om een (winter)rustplaats in te bezetten. Het plangebied wordt niet als functioneel leefgebied van zeldzame amfibieënsoorten als kamsalamander, rugstreeppad of poelkikker beschouwd. Geschikt voortplantingsbiotoop ontbreekt in het plangebied.
É 4
■ 531
Amfibieën kunnen een (winter)rustplaats bezetten onder strooisel en bladeren Door het verwijderen van strooisel en bladeren en het uitvoeren van grondverzet wordt mogelijk een amfibie gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rustplaats beschadigd en/of vernield. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten neemt de geschiktheid van het plangebied als foerageergebied van amfibieën niet af.
Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: Verwijderen strooisel en bladeren; Uitvoeren grondverzet; Overige soorten Er zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen. Het gevoerde beheer en de inrichting maken het plangebied tot een ongeschikt functioneel leefgebied voor deze soorten.
16
6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep Vogels Als gevolg van het verwijderen van beplanting tijdens de voortplantingsperiode wordt mogelijk een bezet vogelnest beschadigd en vernield. Van dein het plangebied nestelende soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Voor het beschadigen/vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen ontheffing van de verbodsbepalingen verkregen worden omdat de voorgenomen activiteit niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd. De betekenis van het plangebied als foerageergebied is niet beschermd. Aantasting leidt niet tot wettelijke consequenties.
Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen daarom buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridische beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: Verwijderen beplanting buiten de voortplantingsperiode (of broedvogelscan uitvoeren); Vleermuizen
• Verblijfplaatsen Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.
Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: Geen;
• Essentieel foerageergebied Door het verwijderen van beplanting neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen af. Er wordt echter geen essentieel foerageergebied van vleermuizen aangetast. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.
Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: Geen;
17
• Essentiële Vliegroute Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op (essentiële) vliegroutes1 van vleermuizen. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.
Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: Geen; Grondgebonden zoogdieren Mogelijk wordt een beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt een vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield, als gevolg van uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren die een vaste rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling 'beschadigen/vernielen van vaste rust- en voorplantingsplaatsen'. Voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren geldt geen vrijstelling. De betekenis van het plangebied als foerageergebied is niet beschermd. Aantasting leidt niet tot wettelijke consequenties.
Mits geen grondgebonden zoogdieren (opzettelijk) gedood worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.
Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: Geen, mits er geen beschermde gedood worden; Amfibieën Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd amfibie gedood en wordt mogelijk een (winter)rustplaats beschadigd of vernield. Voor de beschermde amfibieën, die een (winter)rustplaats in het plangebied bezetten geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling 'beschadigen/vernielen van vaste rust- en voorplantingsplaats'. Voor het doden van beschermde amfibiesoorten geldt geen vrijstelling.
Mits er geen amfibieën (opzettelijk) gedood worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.
Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: Geen, mits er geen beschermde dieren gedood worden; Overige soorten Het plangebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk.
1
Vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd wanneer deze essentieel zijn voor het kunnen functioneren van de verblijfplaats van een vleermuis. Niet ieder lijnvormig element waar langs vleermuizen vliegen is een essentiële vliegroute.
18
In onderstaande tabel worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven. Functie
Soortgroep
Beschermde
Verbodsbepalingen
soorten
(Wet natuurbescherming)
Aandachtspunt
planlocatie
Foerageergebied
Diverse soorten
Vaste rust- en voortplantingsplaats Doden van dieren
Diverse soorten
Foerageergebied
Diverse soorten
Vogels
Bezette nesten (niet jaarrond beschermd)
Diverse soorten
Niet van toepassing; functie is niet beschermd Art. 3.1 lid 2
Vogels
Jaarrond beschermde nest- en rustplaats Doden van dieren
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Diverse soorten
Art. 3.1 lid 1
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Vleermuizen
Rust- of voortplantingsplaats Foerageergebied
Diverse soorten
Geen
Vleermuizen Vleermuizen
Vliegroute Doden van dieren
Amfibieën
Foerageergebied
Niet aanwezig Niet van toepassing Diverse soorten
Niet van toepassing; er wordt geen essentieel foerageergebied aangetast Niet van toepassing Niet van toepassing
Geen
Amfibieën
Vaste rustplaats
Diverse soorten
Amfibieën Amfibieën
Voortplantingsplaats Doden van dieren
Niet aanwezig Diverse soorten
Niet van toepassing; functie wordt niet aangetast Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Niet van toepassing Art. 3.10 lid la
Overige soorten
Dieren en overige functies
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Vogels
Vogels
Vleermuizen
Niet van toepassing; functie is niet beschermd Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Art. 3.10 lid la
Diverse soorten
Geen Geen Geen dieren doden, of ontheffing aanvragen Geen Geen bezette nesten negatief beïnvloeden of ontheffing aanvragen Geen Geen bezette nesten negatief beïnvloeden of ontheffing aanvragen Geen
Geen Geen
Geen Geen Geen dieren doden, of ontheffing aanvragen Geen
Samenvatting van de wettelijke consequenties.
Soortgroep
Vaste rust-
Voortplan-
Vliegroute
plaats
tingsplaats
(vleermuizen) foerageer-
Essentieel
Wettelijke
Nader
Ontheffing
consequenties
onderzoek
vereist
gebied
vereist
Nee, tenzij dieren gedood worden Nee, tenzij vogels gedood, bezette nesten verstoord, beschadigd of vernield worden
Grondgebonden zoogdieren Vogels
Ja
Ja
n.v.t.
Nee
Ja
Nee
Nee
Ja
n.v.t.
Nee
Ja
Nee
Vleermuizen
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Amfibieën
Ja
Nee
n.v.t.
Nee
Ja
Nee
Nee, tenzij dieren gedood worden
Vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke consequenties per diergroep.
6.5 Historische gegevens en overige bronnen Er zijn geen historische gegevens van het plangebied bekend.
6.6 Volledigheid van het onderzoek Het onderzoek is volledig uitgevoerd met geschikte weersomstandigheden.
19
Hoofdstuk 7
Conclusies
De voorgenomen activiteiten worden gezien als 'ruimtelijke ontwikkeling'. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Zuid-Holland een vrijstelling van de verbodsbepaling 'het opzettelijk beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied.
Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Zuid-Holland. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000gebied, is het niet aannemelijk dat uitvoeren van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een negatief effect op Natura 2000-gebied. Nader onderzoek, zoals het opstellen van een stikstofberekening wordt niet noodzakelijk geacht.
De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied
Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de beplanting verwijderd wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdier en amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling 'beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen'. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor sommige foeragerende diersoorten af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties.
20
Bijlagen
Bijlage 1. De natuurkalender (indicatie voor het uitvoeren van werkzaamheden het kader van de zorgplicht) Bijlage 2. Toelichting Wet natuurbescherming Bijlage 3. Fotobijlage Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen: Bijlage 1
Natuurkalender jan
feb
mrt
houtopstanden_______________ afzetten / hakhoutbeheer
apr
mei jun
jul aug sep okt
nov dec
dunnen verwilderen opslag / exoot, nazorg heg afzetten__________________
knotten opsnoeien / opkronen hoogstam wintersnoei hoogstam zomersnoei bomen met winterslaapplaats vogels vleermuisbomen zomerverblijf_____ vleermuisbomen paarplaats
das
hazelmuis struweel en hakhoutbeheer boomkikker struweel
Grazige vegetaties_________ maaien vochtig/nat grasland maaien droog schraalgrasland
Wateren______ poel opschonen boomkikker wateren geelbuikvuurpad kleinschalig geelbuikvuurpad grootschalig
Gebouwen m.b.t. vleermuizen zomerverblijf________________ winterverblijf Optimale periode voor werkzaamheden.
]
Acceptabele periode voor werkzaamheden. De werkzaamheden verrichten onder voorwaarden zoals beschreven in protocol. Geen werkzaamheden in deze periode. Wanneer er wel gewerkt moet worden is een ontheffing verplicht.
21
Bijlage 2 Toelichting Wet Natuurbescherming Drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd.
Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het 'nee, tenzij principe' De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten.
Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort.
Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: "De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd". Vrijstelling regelgeving Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening.
Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. 22
Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van
soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een gedragscode op grond van de Flora- en faunawet blijft ook onder de Wet natuurbescherming geldig, voor de duur van de goedkeuring. Daarna dient de gedragscode
voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming.
Welke soorten zijn beschermd?
De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het
beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn.
3. Tenslotte is er een beschermingsregime voor 'andere soorten' waaronder soorten vallen die vanuit
nationaal oogpunt bescherming behoeven.
Beschermingsregime soorten
Beschermingsregi me soorten
Vogelrichtlijn § 3.1 Wn
Habitatrichtlijn 53.2 Wn
Art 3.1 lid Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid t Het is verboden soorten in bun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid ia Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzette lijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rust plaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid ib Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustpl aatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is 'verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen ofte rapen
Niet van toepassing
Art3.1 lid 4 en lid 5
Art 3.5 lid a Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
Niet van toepassing
Art 3.5 lid Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te on twortelen of te vernielen
Art 3.10 lid re Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied
Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Niet van toepassing
Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wn
opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming
23
Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, van de Wet is het toegestaan om van de onderstaande soorten de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen ofte vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het opzettelijk doden van onderstaande soorten is niet toegestaan. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten:
(AMvB RN v t 3 31)
Zuid-Holland X
Ministerie EZ
Zeeland
Overijssel
Utrecht
Noord Holland
Noord-Brabant
Limburg
Groningen
Gelderland
Friesland
Drenthe
Wetenschappelijke Naam
*
Nederlandse Naam
Flevoland
de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer.
Hermelijn
Mustelo errmnea
Hulsspitsmuis*
Croctduro russulo
Konijn
Oryctologus cunxulus
Molmuis
Arvrcola scherman
Ondergrondse woelmuis
Pitymys subterraneus
Ree
Copreolus capreolus
Rosse woelmuis
Clethnonomys glareoius
Steenmarter
Martes foma
X
Microtus arvatis
Vos
Vutpei vulpes
Wezel
Musteta mvabs Sus scrofa
Woelrat
ArvKOla terrestris
-
Wild zwijn
*
Tweekleurige bosspitsmuis Sore* coronotus Veldmuis*
X
Lepus europeus
M
Soret araneus
Haas
*
Gewone bosspitsmuis
M
Sciuw vulgom
*
Eekhoorn
*
Brmoceus ewopaeui
X
Sore* mmutut
Egel
*
Micromys mmutus
Dwergspitsmuis
M
Mustelo putormi
Dwergmuis
E -
Bunzing
- -
Apodemut sytvottcui
. - » .
MKrotui ogrestis
Bosmuis*
-
Zoogdieren
Aardmuls
Kleine watersalamander
Triturvs vulgaris
Levendbarende hagedis
Zootota vivipara
Meerkikker
Pelophyfox ridibundus ( ndibunda)
Middelste groene kikker/
Pe!opnyfox kiepton escuientus (
Bastaardkikker
eiculenta)
- .
Anguit fragilis
& -
Hazelworm
x X
-
Bufobufo
x
Rona temporaria
Gewone pad
-
Amfibieën en repbelen Bruine kikker
x
X
24
• voor deze soortrn daarrnat
ire njo zetoumrn en h jbehorendn rrven Wunh 1 10 3e lid ual te* en met nouember
alerrrene
tellirgzeitt
ng er dt n de per ode I 5 sugtus tot en met frtruar
en itptembct x3-vrig»te Ftdciet in Oe periode j dsüu» ►4?. tt= rec=iet - öe pericde 15 sugast. tok en met 15 ocober opmnerkne bi Friesand in ét «tukken wordt ook vrüsteine ceceven voor ét mol, masr derek niet texhermd onder ét Wnh.
vettelijke belangen 3 10 2 a 4 Enh 331 d
linv -O en tebruk ven ceb ieten
31 st0leRr=.41b
vootkcmen
enodig
1/2-2331
31022 510
■
K beheer ot onderhoud
•
ikv beheer of onderhoud lndsth kwa t± ten bee= d grhied
/Rnb s31e
ni T
■
T
ih teheer c onderhoud iancbouw of
bosbou 1
• •
am
■
«
■
« «
*
*
bestendig gtb
(eridt allcen voor ambictni v bescherm Hf mlde floce, fauns 5 hatitats
1
Lijst met soorten waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt als gevolg van handelingen die in het kader van
een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd.
25
Bijlage 3. Fotobijlage
Ldc
358
M
4
z
"2)
boy
Te,Ef G
■
h
Afi ï
Ml 26
MeEBAPN33: ëh
LN,
eF
■ urin
En 9
III f di
I
3. F
1
Auuf
Zllll
4
I
s*
052542 2E“% Ae gz•3 262
*3 va *3,"vo . *
i-b
7 4
fV
MTr
s
1 •
: ii 11 in i ii in i i 11
41
27
Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen:
Internet: https://www.verspreidingsatlas.nl
https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/
https://www.regelink.net/kenniscentrum/beschermde-soorten-wet-natuurbescherming/
https://calculator.aerius.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl
https://pdokviewer.pdok.nl/ https://www.ndff.nl/
28
Stikstofberekening Gebruiks- en ontwikkelfase Plein 1813 5 Den Haag
Colofon Stikstofberekening: Gebruiks- en ontwikkelfase Plein 1813 5 Den Haag
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: Versie 2024.1.1_20250210_aabaa6c332 Database 2024.1_ aabaa6c_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 06-14435700
Opdrachtgever: Delfgou Projectnummer en versie: 6108 versie 1.0 Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Auteur: H. van Gijn
Status: Definitief Datum: 15-02-2025, aangevuld 20-2-2025 Ligging projectgebied: Plein 1813 5 Den Haag
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ......................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding................................................................................................................................................. 3 1.2 Onderzoeksvragen.................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 2 Het plangebied .............................................................................................................................. 4 2.1 Ligging van het plangebied ....................................................................................................................... 4 2.2 Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied ..................................................... 5 2.3 Voorgenomen activiteiten........................................................................................................................ 5 2.4 VERKEERSGENERATIE (GEBRUIKS- EN ONTWIKKELFASE) ......................................................................................... 6 2.5 Referentiesituatie .....................................................................................................................................
7 Hoofdstuk 3 Methode ........................................................................................................................................ 8 3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 8 3.2 Ontwikkelfase ........................................................................................................................................... 9 3.1.1 Voorbereidende fase ......................................................................................................................... 9 3.1.2 Bouwfase ......................................................................................................................................... 10 3.1.3 Afwerkfase ....................................................................................................................................... 13 3.3 Gebruiksfase ........................................................................................................................................... 16 Hoofdstuk 4 Resultaten en conclusie ...............................................................................................................
17 4.1 Resultaten ontwikkelfase ....................................................................................................................... 17 4.2 Resultaten gebruiksfase ......................................................................................................................... 17 4.3 Conclusie ................................................................................................................................................ 17
2
HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Er zijn concrete plannen om een nieuwe kantoorpand (272 m2) te realiseren aan Plein 1813 5 te Den Haag. Het nieuwe kantoorpand beschikt over een kelderbak zonder paalfundering, een verdiepingsvloer en een kelder. Om dit nieuwe kantoorpand te realiseren dient de noordelijk gelegen bebouwing (88,7 m2) in het plangebied gesloopt te worden. Tevens wordt er 1657 m2 verharding verwijderd en wordt er 1050 m2 halfverharding (rijbaan), 175 m2 grasbetontegels en 450 m2 halfverharding voor tuinpaden en terrassen aangelegd. Er worden enkele bomen en heesters verwijderd en het plangebied wordt nadien ingepast, middels aanplant van enkele bomen (o.a. treurbeuk, blazenboom, gewone magnolia), gazon en heesters. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen wordt stikstof (NOx) uitgestoten, zoals bij de verbranding van fossiele brandstof, welke kan neerslaan in kwetsbare natuur. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitatten die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, dan wel of uitbreiding of een verbetering nodig is. Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd.
Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen. Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Omgevingswet noodzakelijk. Veel Natura 2000-gebied is kwetsbaar voor stikstofdepositie. Een verhoogde stikstofdepositie vormt een bedreiging voor verschillende Habitattypen en de leefomgeving van verschillende Habitatsoorten. Om het effect van deze emissie te onderzoeken heeft Natuurbank Overijssel een zogeheten AERIUS-berekening uitgevoerd voor de ontwikkel- en gebruiksfase. In de ontwikkelfase wordt het tijdelijk karakter van bouwfase onderzocht. In de gebruiksfase wordt onderzocht of er structurele stikstofemissies zijn op Natura 2000gebied(en). In voorliggend rapport worden de gehanteerde uitgangspunten voor het berekenen van de emissie/depositie tijdens de ontwikkelfase- en gebruiksfase besproken, evenals de berekende depositie in Natura 2000-gebied. Wettelijk kader: Natura 2000 en Omgevingswet Binnen de EU worden de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Dit Natura 2000-gebied moet samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren.
De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, welke in Nederland zijn door vertaald in de Omgevingswet. Per gebied worden voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behouds- of uitbreidings-/verbeteringsdoelstellingen zijn. Het is verplicht om plannen en projecten te beoordelen op de gevolgen voor deze instandhoudingsdoelstellingen. Voor projecten geldt een vergunningplicht als het project een verslechterend of significant verstorend effect kan hebben op een Natura 2000-gebied. Bij vaststelling van plannen moet het bevoegd gezag rekening houden met de gevolgen van het plan voor Natura 2000-gebied.
1.2 Onderzoeksvragen De AERIUS-berekening is uitgevoerd om antwoord te krijgen op onderstaande onderzoeksvragen: 1. Hoe groot is de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied als gevolg van alle werkzaamheden, die noodzakelijk zijn om tot de realisatie van de gewenste werkzaamheden in het plangebied te komen? 2. Hoe groot is de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied als gevolg van het exploiteren van het nieuwe kantoorpand, in de gebruiksfase?
3
HOOFDSTUK 2 HET PLANGEBIED 2.1 Ligging van het plangebied Het plangebied is gesitueerd aan Plein 1813 5 te Den Haag. Het ligt in het noordelijke deel van de stad Den Haag en wordt omgeven door stedelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: toptijdreis.nl).
Begrenzing van het plangebied; deze wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).
4
2.2 Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied Het plangebied ligt op minimaal 2,38 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, is Westduinpark & Wapendal. Het plangebied ligt op minimaal 2,42 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied Meijendel & Berkheide. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van de Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven.
2,38 kilometer afstand tussen het plangebied en de gronden die tot Natura 2000 behoren 2,9 kilometer afstand tussen het plangebied en de gronden die tot Natura 2000 behoren
Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de blauwe marker aangeduid. Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de okergele kleur aangeduid (bron: calculator.aerius.nl).
2.3 Voorgenomen activiteiten Het voornemen bestaat een nieuwe kantoorpand (272 m2) in het plangebied te realiseren. Het nieuwe kantoorpand beschikt over een kelderbak zonder paalfundering, een verdiepingsvloer en een kelder. Om dit nieuwe kantoorpand te realiseren dient de noordelijk gelegen bebouwing (88,7 m2) in het plangebied gesloopt te worden. Tevens wordt er 1657 m2 verharding verwijderd en wordt er 1050 m2 halfverharding (rijbaan), 175 m2 grasbetontegels en 450 m2 halfverharding voor tuinpaden en terrassen aangelegd. Er worden enkele bomen en heesters verwijderd en het plangebied wordt nadien ingepast, middels aanplant van enkele bomen (o.a. treurbeuk, blazenboom, gewone magnolia), gazon en heesters. Op onderstaande afbeelding worden verschillende gevelaanzichten van het wenselijk eindbeeld weergegeven.
Gevelaanzichten van het wenselijk eindbeeld (bron: Delfgou).
5
2.4 VERKEERSGENERATIE (GEBRUIKS- EN ONTWIKKELFASE) Een algemeen criterium voor wegverkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen voor het milieu van dit verkeer niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld1. Verkeer tijdens de gebruiksfase Aangenomen wordt al het verkeer (licht, middel en zwaar) via het zuiden het plangebied benadert. Wanner het verkeer op Plein 1813 rijdt gaat het verkeer over in het heersende verkeersbeeld. Op onderstaande afbeelding wordt deze route op kaart weergegeven.
Route dat het verkeer aflegt van en naar het plangebied tijdens de gebruiksfase (rode lijn).
Verkeer tijdens de ontwikkelfase Aangenomen wordt al het verkeer (licht, middel en zwaar) via het noorden het plangebied benadert. Wanneer het verkeer op Javastraat rijdt gaat het verkeer over in het heersende verkeersbeeld. Op onderstaande afbeelding wordt deze route op kaart weergegeven.
1
Verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersend verkeersbeeld op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden.
6
Route dat het verkeer aflegt van en naar het plangebied tijdens de ontwikkelfase (rode lijn).
2.5 Referentiesituatie De referentiesituatie is een bestaand bedrijfskantoor met enkelbestemming ‘’Gemengd’’. Er is geen mogelijkheid voor intern salderen in dit project.
7
HOOFDSTUK 3 METHODE 3.1 Algemeen Voor het project is een AERIUS-berekening uitgevoerd ten aanzien van de stikstofdepositie als gevolg van het project. Deze bestaat uit een berekening voor de gebruiks- en ontwikkelfase. Hieronder worden de uitgangspunten toegelicht.
-
-
-
-
-
De duur van de ontwikkelfase wordt geschat op 1 jaar; gemiddeld 45 werkweken (45 x 5 = 225 werkdagen); Er wordt 88,7 m2 gesloopt. De oppervlakte van het nieuwe kantoorpand bedraagt 272 m2. Het nieuwe kantoorpand beschikt over een strokenfundering en een betonnen kelderbak. De materialen voor de begane grondvloer en de verdiepingsvloer worden betonnen breedplaten. Het nieuwe kantoorpand beschikt over een staalconstructie, glazenpuien, aluminiumzetwerk ter plaatse van verdiepingsvloer en het dak, sandwichpanelen, binnenmuren van kalkzandsteen en glas en beschikt deels over een plat dak met kunststof dakbedekking en deels over een sedum dak (er worden tevens PV-panelen geplaatst op het dak). Tevens wordt er 1657 m2 verharding verwijderd en wordt er 1050 m2 halfverharding (rijbaan), 175 m2 grasbetontegels en 450 m2 halfverharding voor tuinpaden en terrassen aangelegd. Er worden enkele bomen en heesters verwijderd. Voor het verwijderen van bomen wordt een kettingzaag (5,2 kW benzine) ingezet. Voor het verwijderen van boomstobben en wortels wordt een mobiele kraan 100 kW ingezet. Voor het aanleveren van de nieuwe beplanting worden 3 zware vrachtwagens ingezet. Er is uitgegaan van een worst-case scenario betreffende koude start, waarbij ook 50% van het mvt/etmaal van het kantoorpand gemodelleerd wordt als koude start. De overige 50% worden gemodelleerd als rijdend verkeer.
De koude start wordt gemodelleerd als vlakbron op de parkeerplaats voor het kantoorpand. Het rijdende verkeer is gemodelleerd als lijnbron. Voor het brandstofverbruik per stage-klasse wordt een 40% belasting genomen. De meeste werktuigen hebben een belasting tussen de 35-38%. In dit project is er een worst-case scenario genomen van 40% (zie bijlage 3) (bron: TNO 2021-R12305-tab). Er zijn koude starts voorzien voor werktuigen, onderverdeeld in zwaar en middelzwaar verkeer. Deze zijn als vlakbron toegevoegd aan het plangebied. Aangenomen wordt dat alle zware en middelzware voertuigen in de ontwikkelfase geen koude start toepassen; deze voertuigen komen van elders en vertrekken na laden/lossen (dit aspect wordt apart meegenomen in het model). Werklieden starten aan het einde van de dag wel hun lichte voertuig. Deze bron wordt als lijnbron ingevoerd. Voor alle werktuigen is Stage-V,>=2019 gebruikt (met de daarbij behorende vermogensklassen, diesel, SCR:ja). Er is 6% per liter AD Blue aangehouden voor de in te zetten werktuigen. Het laden en lossen wordt gemodelleerd als ZUT (Zware Utiliteitsvoertuigen) en als vlakbron, dus niet als een lijn- of puntbron. De uitstoot van het stationair draaien wordt in AERIUS als een vlakborn ingetekend, dus niet als een lijn- of puntbron.
Er is vanuit een worst-case scenario geredeneerd en deze vlakbron is gelijk gemaakt met de vlakbron die gebruikt wordt voor de inzet van werktuigen.
8
3.2 Ontwikkelfase De ontwikkelfase wordt onderscheiden in een voorbereidende fase, bouwfase en afwerkfase. 1. Algemeen Er worden twee units geplaatst en gebruikt als schaftkeet en directiekeet. Deze worden geplaatst door een zware vrachtwagen. Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 2. Verkeer werklieden De ontwikkelfase duurt 1 jaar. Er wordt 45 weken gewerkt (225 werkdagen). Gedurende de ontwikkelfase arriveren gemiddeld 6 werklieden per dag. Tot deze werklieden behoren bouwvakkers, tegelzetters en stucadoors. Werklieden arriveren dagelijks in 5 lichte voertuigen (auto’s en bedrijfsbusjes). Dit resulteert in 2250 verkeersbewegingen met lichte voertuigen. Aangenomen wordt dat deze voertuigen warm aan komen in de ochtend en aan het einde van de dag met een koude start de bouwplaats verlaten. Er zijn 1125 koude starts van lichte voertuigen toegevoegd aan het model en als lijnbron ingevoerd. 3.1.1 Voorbereidende fase Tot de voorbereidende fase behoort o.a. het slopen van bebouwing, het graven fundering en aanleggen riolering. 3. Aanvoer rupskraan Een rupskraan arriveert en vertrekt éénmalig. Dit resulteert in 2 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 4. Inzet rupskraan t.b.v. sloop De rupskraan met een vermogen van 200 kW wordt 8 uur ingezet voor het slopen van bebouwing. 5.
Afvoer sloopmateriaal Om de totale hoeveelheid sloopmateriaal af te voeren worden er 6 vrachten met zwaar vracht verkeer verwacht. Dit resulteert in 12 verkeersbewegingen met zwaar vrachtverkeer. 6. Aanvoer container Er wordt verwacht dat er 2 grote containers vereist is voor het plangebied. Deze worden geleverd en op een later moment opgehaald. Dat resulteert in 4 verkeersbewegingen met zwaar vrachtverkeer. 7. Inzet kettingzaag Voor het verwijderen van bomen wordt een kettingzaag (5,2 kW benzine) 8 uur ingezet. 8. Aanvoer (zelfrijdende mobiele kraan) Een mobiele kraan (100 kW) arriveert en vertrekt éénmalig. Dit resulteert in 2 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 9. Verwijderen boomstobben en wortels Om de totale hoeveelheid boomstobben en wortels te verwijderen wordt een mobiele kraan 5 uur ingezet. 10. Afvoeren boomstobben en wortels Om de totale hoeveelheid boomstobben en wortels af te worden twee zware vrachtwagens ingezet. Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen met zwaar vrachtverkeer. 11. Graven fundering Ten behoeve van de bouw van het nieuwe kantoorpand wordt de fundering gegraven. Er wordt 91 m 3 zand afgegraven en afgevoerd. Er wordt een mobiele kraan met een vermogen van 100kW ingezet. Deze kraan is 4 uur bezig. 9
12. Afvoer zand fundering Er wordt 91 m3 zand afgevoerd door zware vrachtwagen met een laadvermogen van 25m3. Dit resulteert in 4 transporten en 8 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 13. Aanleveren rioleringsbuizen De rioleringsbuizen worden geleverd in 2 vrachten door een middelzware vrachtwagen. Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen met een middelzware vrachtwagen. 14. Aanleg riolering Ten behoeve van de riolering wordt een mobiele kraan met een vermogen van 100kW ingezet. Deze kraan is in totaal 8 uur bezig. 15. Transport lichte bouwmaterialen Lichte bouwmaterialen, als t.b.v. de fundering (bekisting) e.d. wordt meegenomen in een aanhanger van de werklieden. Geen extra verkeersbewegingen. 16. Aanvoer beplanting Aangenomen wordt om de totale hoeveelheid beplanting aan te leveren is 3 vrachten met zwaar vrachtverkeer benodigd. Dit resulteert in 6 verkeersbewegingen met zwaar vrachtverkeer.
Koude start werktuigen Koude starts voor werktuigen zijn opgenomen in het model. In het model wordt onderscheid gemaakt in koude start van zware en middelzware werktuigen. Deze bron is als vlakbron ingevoerd. nr. Werktuig 4 Rupskraan (slopen bebouwing) 9 Mobiele kraan (boomstobben en wortels) 11 Mobiele kraan (graven fundering) 14 Mobiele kraan (aanleg riolering) 21 Betonpomp 30 Mobiele hijskraan (zwaar) 31 Lichte hijskraan 33 Shovel 36 Trilplaat 38 Minishovel 39 Minikraan (aanleg leidingen en kabels)
Tijdsduur (uren) 8 5 4 8 3 32 15 8 8 16 8 Totaal
3.1.2
Vermogen (kW) 200 100 100 100 100 100 20 100 10 60 40
115
n_koude starts
n_koud e starts
1 1 1 1 4 2
2 1 10
3
Bouwfase
17. Kleinafval Klein afval wordt door de werklieden meegenomen. Geen extra verkeersbewegingen. 18. Steigers Alle steigermateriaal wordt in 2 vrachten geleverd door een zware vrachtwagen. Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 19. Betonpomp Het beton wordt m.b.v. een betonpomp verwerkt. Dit resulteert in 2 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 20. Beton Voor de strokenfundering en de betonnen vloeren (begane grond en kelder) is 100 m3 beton vereist; Een 10
betonmixer kan per vracht gemiddeld 15 m3 vervoeren. Dat resulteert in 7 vrachten en in 14 verkeersbewegingen met zwaar vrachtverkeer. 21. Betonpomp Het beton wordt met behulp van een betonpomp verpompt. Dit is een vrachtwagen met een vermogen van 100kW. De betonpomp wordt 3 uur ingezet. 22. Kalkzandsteen De binnenmuren van het nieuwe kantoorpand worden deels gebouwd met kalkzandsteen. De totale hoeveelheid kalkzandstenen worden geleverd in 5 vrachten. Dit resulteert in 10 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 23. Breedplaten Op voorhand is onduidelijk hoeveel breedplaten vereist zijn voor de verdiepingsvloeren van het kantoorpand. Aangenomen wordt dat de totale hoeveelheid breedplaten in maximaal 4 ladingen met zwaar vrachtverkeer geleverd kunnen worden. Dat resulteert in 8 verkeersbewegingen met zwaar vrachtverkeer. 24. Staalconstructie De totale hoeveelheid staal wordt in 4 vrachten met zwaar vrachtverkeer aangeleverd. Dit resulteert in 8 verkeersbewegingen met zwaar vrachtverkeer.
11
25. Sandwichpanelen De totale hoeveelheid sandwichpanelen wordt met 2 vrachten met middelzwaar vrachtverkeer geleverd. Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen met een middelzware vrachtwagen. 26. Kozijnen De totale hoeveelheid kozijnen wordt met 2 vrachten met middelzwaar vrachtverkeer geleverd. Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen met een middelzware vrachtwagen. 27. Glas en scheidingswanden De totale hoeveelheid glas en scheidingswanden worden met 5 vrachten met middelzwaar vrachtverkeer geleverd. Dit resulteert in 10 verkeersbewegingen met een middelzware vrachtwagen. 28. Isolatiemateriaal & bitumen Alle benodigde isolatiemateriaal en dakleer wordt in 2 vrachten geleverd door een middelzware vrachtwagen. Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen met een middelzware vrachtwagen. 29. Vervoer zelfrijdende hijskraan Een zelfrijdende hijskraan wordt 4 dagen ingezet (o.a. plaatsen staalconstructie en breedplaten) en arriveert en vertrekt éénmalig. Dit resulteert in 2 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 30. Inzet zelfrijdende hijskraan (zwaar) De zelfrijdende hijskraan wordt 32 uur ingezet en heeft een vermogen van 100 kW. 31. Inzet hijskraan (licht) Voor het aanreiken van bitumen, glas en kozijnen wordt een lichte hijskraan ingezet. Deze kraan heeft een vermogen van 20 kW (bouwjaar 2000). In totaal wordt de kraan 5 dagen (6 uur per dag = 30 uur).
De kraan werkt effectief maar 50% van de tijd (15 uur). De kraan wordt meegenomen door werklieden tijdens normaal werkverkeer.
Voorbeeld van een lichte, mobiele kraan. Geschikt voor aanreiken van bitumen, glas en kozijnen.
12
3.1.3
Afwerkfase
32. Aanvoer shovel Een shovel (100 kW) arriveert en vertrekt éénmalig. Dit resulteert in 2 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 33. Inzet shovel Om de aanwezige verharding te verwijderen wordt een shovel 8 uur ingezet. 34. Afvoer verharding (halfverharding en grasbetontegels) Om de totale hoeveelheid verharding te verwijderen worden 6 zware vrachtwagens ingezet. Dit resulteert in 12 verkeersbewegingen met zwaar vrachtverkeer. 35. Aanvoer ophoogzand De buitenruimte wordt opgevuld met ophoogzand dat de basis vormt voor de verharding. Op voorhand is onduidelijk hoeveel ophoogzand benodigd is. Aangenomen wordt dat de totale hoeveelheid ophoogzand in maximaal 5 vrachten met zwaar vrachtverkeer geleverd kan worden. Dit resulteert in 10 verkeersbewegingen met zwaar vrachtverkeer. 36. Trilplaat Voor het egaliseren van het zand onder de verharding wordt een trilplaat (10 kW) ingezet. Deze trilplaat wordt 8 uur ingezet en wordt meegenomen door werklieden op een aanhanger gedurende normaal werkverkeer. 37. Aanleveren verharding De totale hoeveelheid verharding wordt geleverd in 5 vrachten door een zware vrachtwagen. Dit resulteert in 10 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 38. Aanleg verharding Ten behoeve van het aanbrengen van verharding en het verdelen van het ophoogzand wordt een minishovel in gezet met een vermogen van 60kW (bouwjaar 2019).
Deze shovel wordt gedurende 16 uur ingezet en wordt meegenomen door werklieden op een aanhanger gedurende normaal werkverkeer. 39. Kabels en leidingen Ten behoeve van de aanleg van alle benodigde kabels en leidingen wordt een minikraan met een vermogen van 40kW ingezet, gedurende 1 werkdag. Dit resulteert in een inzet van 8 uur. De minikraan wordt meegenomen door werklieden op een aanhanger gedurende normaal werkverkeer. 40. Inrichting Ten behoeve van de totale inrichting van het kantoorpand worden 3 vrachten geleverd met een middelzware vrachtwagen. Dit resulteert in 6 verkeersbewegingen met een middelzware vrachtwagen. De lading wordt handmatig gelost.
13
Verkeersbewegingen (totale bouwfase) In onderstaande tabel wordt het totaal aantal verkeersbewegingen gedurende de gehele bouwperiode weergegeven. Verkeersbewegingen zwaar verkeer 1 4 2 3 2 5 12 6 4 8 2 10 4 12 8 13 16 6 18 4 19 2 20 14 22 10 23 8 24 8 25 26 27 28 29 2 32 2 34 12 35 10 37 10 40 Tot. 124
Nr.
Verkeersbewegingen middelzwaar verkeer
Verkeersbewegingen licht verkeer 2250
4
4 4 10 4
6 32
2250
Totaal aantal verkeersbewegingen.
14
Inzet materieel (totaal) Hieronder wordt de totale inzet materieel gedurende de ontwikkelfase in een tabel weergegeven.
nr. Werktuig 4 Rupskraan (slopen bebouwing) Mobiele kraan (boomstobben en 9 wortels) 11 Mobiele kraan (graven fundering) 14 Mobiele kraan (aanleg riolering) 21 Betonpomp 30 Mobiele hijskraan (zwaar) 31 Lichte hijskraan 33 Shovel 36 Trilplaat 38 Minishovel 39 Minikraan (aanleg leidingen en kabels) Totaal Totale inzet materieel gedurende ontwikkelfase.
Tijdsduur (uren) 8
Vermogen (kW) 200
Brandstof Diesel
verbruik/uur 21,4
verbruik totaal 171,20
ad blue 10,272
5
100
Diesel
10,96
54,80
3,288
4 8 3 32 15 8 8 16 8
100 100 100 100 20 100 10 60 40
Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel
10,96 10,96 10,96 10,96 2,65 10,96 1,71 6,79 4,7
43,84 87,68 32,88 350,72 39,75 87,68 13,68 108,64 37,60
2,6304 5,2608 1,9728 21,0432 2,385 5,2608 0 6,5184 2,256
1028,47
60,8874
115
Laden en lossen Hieronder wordt dieselverbruik tijdens laden en lossen in een tabel weergegeven.
Nr. 1 5 6 10 12 13 16 18 20 22 23 24 25 26 27 28 34 35 37
Activiteit Algemeen Afvoeren sloopmateriaal Aanvoer container Afvoeren boomstobben en wortels Afvoeren zand fundering Aanleveren rioleringsbuizen Aanvoer beplanting Steigers Beton Bouwmaterialen kalkzandstenen (binnenmuren) Breedplaten Staalconstructie Sandwichpanelen Kozijnen Glas en scheidingswanden Isolatiemateriaal en bitumen Afvoeren verharding (halverharding en grasbetontegels) Aanvoer ophoogzand Aanleveren verharding
laad/Lostijd per vrachtwagen (minuten) 10 10 10 10 10 10 10 10 60 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10
N_ vrachtwagens 2 6 2 2 4 2 3 2 7 5 4 4 2 2 5 2 6 5 5
Totale tijdsduur (minuten ) 20 60 20 20 40 20 30 20 420 50 40 40 20 20 50 20 60 50 50 Totaal
Tijdsduur (uren) 0,333 1 0,333 0,333 0,666 0,333 0,5 0,333 7 0,833 0,666 0,666 0,333 0,333 0,833 0,333 1 0,833 0,833 17,49
Totaal brandstofverbruik t.b.v. laden en lossen.
De totale laad/lostijd bedraagt cumulatief 17,49 uur, afgerond 18 uur. Het laden en lossen wordt gemodelleerd als ZUT (Zware Utiliteitsvoertuigen) en als vlakbron, dus niet als een lijn- of puntbron.
15
Stationair draaien Voor het berekenen van de stationaire emissie van het wegverkeer wordt gebruik gemaakt van Gegevensinvoer voor AERIUS calculator 2023.2 bijlage 1. De waarde stationair NH en NOx worden berekend aan de hand van de categorie zwaar wegverkeer (vrachtauto’s > 20 ton GVW) en middelzwaar wegverkeer 2024. De vrachten voor het aanleveren van de rioleringsbuizen, sandwichpanelen, kozijnen, glas en scheidingswanden, isolatiemateriaal en bitumen worden als middelzwaar vrachtverkeer beschouwd. Alle overige vrachten worden als zwaar wegverkeer beschouwd. De waarde stationair voor middelzwaar vrachtverkeer luiden als volgt. NH3 0,69 g/uur en NOx 67,938 g/uur. Het aantal uur benodigd voor het aanleveren van de rioleringsbuizen, sandwichpanelen, kozijnen, glas en scheidingswanden, isolatiemateriaal en bitumen bedraagt: 2,17 uur. Dit resulteert in: 2,17*0,69 = 1,4973g NH3 en 2,17*67,938 = 147,42546 g NOx. Het aantal uur voor de overige vrachten resulteert in 17,49 – 2,17 = 15,32 uur. De waarde stationair voor zwaar vrachtverkeer luiden als volgt. NH3 0,9024 g/uur en NOx 80,6676 g/uur. Dit resulteert in 15,32*0,9024 = 13,824768 g NH3 en 15,32*80,6676 = 1.235,827632 g NOx. Totale NH3: 1,4973 + 13,824768 = 15,322068 g = 0,015322068 kg. Totale NOx: 147,42546 + 1.235,827632 = 1.383,253092 g = 1,383253092 kg.
De uitstoot van het stationair draaien wordt in AERIUS als een vlakborn ingetekend, dus niet als een lijn- of puntbron. Er is vanuit een worst-case scenario geredeneerd en deze vlakbron is gelijk gemaakt met de vlakbron die gebruikt wordt voor de inzet van werktuigen.
3.3 Gebruiksfase Voor het berekenen van de verkeersgeneratie in de gebruiksfase is gebruik gemaakt van de CROW publicatie – 317. Voor 100 m2 BVO kantoorruimte geldt, volgens het CROW, een verkeersgeneratie van 5,3 mvt/etmaal. De oppervlakte van het nieuwe te realiseren kantoorpand bedraagt 272 m2. De verkeersgeneratie geldt: 5,3*2,72 = 14,416 mvt/etmaal met lichte voertuigen. Er is uitgegaan van een worst-case scenario betreffende koude start, waarbij ook 50% van het mvt/etmaal van het kantoorpand gemodelleerd wordt als koude start. De overige 50% worden gemodelleerd als rijdend verkeer. De koude start wordt gemodelleerd als vlakbron op de parkeerplaats voor het kantoorpand. Het rijdende verkeer is gemodelleerd als lijnbron. Gasaansluiting Niet van toepassing, de nieuwbouw wordt gasloos opgeleverd (Emissiefactor = 0 kg/jaar).
16
HOOFDSTUK 4 RESULTATEN EN CONCLUSIE 4.1 Resultaten ontwikkelfase De activiteit in de ontwikkelfase leidt tot een NOx-emissie van 10,9 kg/jaar en een NH3-emissie van 0,3 kg/jaar. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteit gedurende de ontwikkelfase, leidt echter niet tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. De voorgenomen activiteit leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft dan ook geen Omgevingsvergunning aangevraagd te worden. Het resultaat van de AERIUS-berekening is als bijlage 1 toegevoegd.
Berekende emissie NOx en NH3 gedurende de ontwikkelfase.
4.2 Resultaten gebruiksfase De activiteit in de gebruiksfase leidt tot een NOx-emissie van 0,8 kg/jaar en een NH3-emissie van 0,1 kg/jaar. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteit gedurende de gebruiksfase, leidt echter niet tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. De voorgenomen activiteit leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft dan ook geen Omgevingsvergunning aangevraagd te worden. Het resultaat van de AERIUS-berekening is als bijlage 2 toegevoegd
Berekende emissie NOx en NH3 gedurende de gebruiksfase.
4.3 Conclusie Als gevolg van de ontwikkel- en gebruiksfase vindt er geen toename van depositie plaats in Natura 2000gebied. Er zijn geen rekenresultaten die leiden tot een significant negatief effect op deze natuurgebieden. De voorgenomen activiteiten in de ontwikkel- en gebruiksfase leiden niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen Omgevingsvergunning aangevraagd te worden.
Bijlage 1 Uitdraai: AERIUS-berekening ontwikkelfase Bijlage 2 Uitdraai: AERIUS-berekening gebruiksfase
17
Bijlage 3 Brandstofverbruik per klasse
Projectberekening
AERIUS CALCULATOR
Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
40
“azttug I I I
hA "A
f
pI
F
L i1^
$
e
,12 96 HL
♦
P. Bi
ll'
I
2
e
y
W 3
•
Overzicht
■ Samenvatting situaties ■
Resultaten
■
Détailgegevens peremissiebron
Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden
in de handleidingen of op onze website.
Projectberekening
AERIUS* CALCULATOR
Contactgegevens Rechtspersoon
Natuurbank Overijssel
Inrichtingslocatie
Plein 1813 nr. 5, 2514 JN Den Haag
Activiteit Omschrijving
6108_Plein 1813 5 Den Haag
Toelichting
Stikstofberekening Gebruiksfase.
Berekening AERIUS kenmerk Datum berekening
RphEpemMwGun 15 februari 2025,12:21
Rekenconfiguratie
OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NHs
Emissie NOx
Gebruiksfase Plein 1813 5 Den Haag - Beoogd
2026
0,1 kg/j
0,8 kg/j
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Gebruiksfase Plein 1813 5 Den Haag - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RphEpemMwGun (15 februari 2025)
2/6
Projectberekening
AERIUS CALCULATOR
Gebruiksfase Plein 1813 5 Den Haag (Beoogd), rekenjaar2026
Emissiebronnen
Emissie NHs
Emissie NOx
2
Verkeer | Koude start: overig | Koude start
0,1 kg/j
0,7 kg/j
#
Verkeersnetwerk
4,1 g/j
69,2 g/j
RphEpemMwGun (15 februari 2025)
3/6