RIS321107 Bijlage Studie Laak vergroening
Tekst van het document
S T U D I E V E R G R O E N I N G S TA D S D E E L L A A K S p o o r w i j k , L a a k k w a r t i e r, L a a k h a v e n , N o o r d p o l d e r b u u r t 04-12-2024
Colofon Studie Vergroening Laak Wijken: Spoorwijk Laakkwartier Laakhaven (deels) Noordpolderbuurt
juli 2024 opdrachtgever:
Ralph Pitlo (BAS)
projectnr.: 7006564 projectteam: Céline Kruisbrink (IbDH) Suet Chan (IbDH) Vincent Hensen (IbDH) Ilse Bouwman (IbDH) Marije van Zwet (IbDH) Mink Enthoven (IbDH) Michel Peyrer (DPZ) besproken met: DSO Stedenbouw Maurice Dumas DSO Mobiliteit Jeroen Rijsdijk DPZ Michel Peyrer
Ingenieursbureau Den Haag Spui 70 Postbus 12651 2500 DP Den Haag T: 14070 www.denhaag.nl
2
Inhoudsopgave Opgave 3 Aanleiding Selectie Reflectie Prioritering Andere studies Beoordeling bestaande groenkwaliteit 6 Lange lijnen 8 Hoofdgroenstructuren 9 Wijkstructuren 10 Typologie openbare ruimte 11 Overzicht vergroeningskansen 12 Spelregels vergroening 13 Spelregels beplanting 18 Huidige natuurwaarden en kansen 22 Extra bomen Laak 24 Achtergrond thema klimaat 26 Stadsentrees & stadsrand 29 Specials op wijkniveau 41 Spoorwijk Quick Wins 61 Laakkwartier-West Quick Wins 69 Laakhaven-West Quick Wins 87 Laakkwartier-Oost Quick Wins 97 Laakhaven-Oost Quick Wins 103 Noordpolderbuurt Quik Wins 109 Conclusies 122
Opgave De aanleiding voor de voorliggende studie komt voort uit het gemeentelijk beleid en de vraag van de stad om een hogere leefkwaliteit. Vergroenen is een van de drie speerpunten genoemd in ‘Agenda Ruimte voor de Stad’ (RIS 295016). Met de ‘Agenda Groen voor de Stad’ (RIS294705) zet de gemeente Den Haag in op de functie van groen voor de leefkwaliteit in Den Haag. De ambitie is te streven naar een zo hoog mogelijke leefkwaliteit. In de ‘Agenda Groen’ gaat het over de waarde van groen. Alle waarden die groen toevoegt aan de stad worden ook wel ecosysteemdiensten genoemd. Het vergroenen van de openbare ruimte is een belangrijke en integrale opgave voor het toekomstbestendig maken van de stad. Het is een opgave waar we als stad aan werken. Bomen leveren in het bijzonder een belangrijke bijdrage aan de ecosysteemdiensten, zie de ‘Nota Stadsbomen’ (RIS307827). Eén van de ecosysteemdiensten; biodiversiteit, is een belangrijk thema in de ‘Nota Stadsnatuur’ (RIS305824). Meer én goed gekozen groen helpt met het verbeteren van onze stadsnatuur en zo de biodiversiteit. Voldoende groen vermindert bovendien de kans op wateroverlast en werkt verkoelend (vooral bomen). Het draagt zodoende bij aan een toekomstbestendig Den Haag, zie de ‘Nota Duurzaamheid’ (RIS301829).
Het overkoepelend ontwerpprincipe ‘Groen tenzij’ (stenen eruit, groen erin) in de ‘Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig’ (RIS308744) stuurt op meer vergroening. De roep vanuit bewoners om meer groen komt onder meer terug in de inwonersonderzoeken van 2019 en 2020. Ook bij het stadsdeel zelf komt regelmatig de vraag binnen voor meer vergroening van het stadsdeel. Vergroenen draagt niet alleen bij aan een aangenamer leefklimaat, maar ook een betere gezondheid, sociale cohesie, trekt bedrijvigheid aan en verhoogt de waarde van huizen en kantoren. Vanuit die brede context is een studie uitgevoerd. Selectie Het doel van deze studie is om de kansen voor vergroening in stadsdeel Laak in beeld te brengen. Hiermee wordt gehoor gegeven aan de ambitie om de leefkwaliteit en de ruimtelijke kwaliteit in de stad te verhogen. Deze studie geeft een overzicht van de vergroeningskansen. Het beschrijft hoe in de huidige situatie van de wijk op relatief eenvoudige wijze groen kan worden toegevoegd. Deze kansrijke plekken zijn een gefilterde samenvoeging van een eerdere 'groenvisie Laak', kansenkaart vergroening (Webgis)’, een veldbezoek door het projectteam IbDH en zijn aangedragen door de weg- en groenbeheerders van Stadsdeel Laak. Om de potentie van een vergroeningskans
te bepalen is een stedenbouwkundige en landschappelijke analyse gemaakt. Per locatie is de rol van de openbare ruimte in beeld gebracht. Hiervoor is onder andere gebruik gemaakt van de ‘Lange Lijnen Studie’ (Kadernota Openbare Ruimte RIS107727) en de Visie wijk- en buurtgroen De kansen voor vergroening zijn ingedeeld naar verschillende schaalniveaus (blz.10): • stadsniveau, • wijkniveau, • buurtniveau, • blok-, straatniveau. Naast locatie en omvang is ook gekeken naar type project (proces) en lopende projecten (onderlinge relaties). Reeds lopende projecten binnen de gemeente zijn in kaart opgenomen (blz 9), maar niet in deze studie verder uitgewerkt. Uitleg van locaties In deze studie worden plekken in het stadsdeel die op wijk- en stadsniveau een rol spelen als ‘Specials’ benoemd. Dit zijn plekken met een zekere complexiteit, waar meerdere belangen dan vergroening moeten worden afgewogen. Voor deze plekken zijn visualisaties en schetsontwerpen gemaakt. Dit helpt om de vergroening te agenderen en dient als opening voor een gesprek met de stad.
stedenbouw, DSO mobiliteit). Kansen worden onder de aandacht gebracht om intern te agenderen. Prioritering De vervolgstap is het bepalen van prioritering van de vergroeningsplekken. Bij bestaande projecten zijn er kansen om werk met werk te maken. In deze studie is een overzicht gemaakt van de huidige groenkwaliteit. Deze kwaliteit geeft mede richting aan de prioritering om middelen te verdelen. Een prioriteit zou ook vanuit de buurt kunnen ontstaan, bijvoorbeeld als een groep bewoners zelf aan de slag wilt met het onderhouden van het groen. Ook is de bijdrage aan ecosysteemdiensten, zoals het tegengaan van hitte of het afvangen van hemelwater, een graadmeter om een plek prioriteit te geven. Als de plekken zijn geprioriteerd, kan vervolgens het benodigde budget voor de investering en beheer worden bepaald.
Meer studies naar vergroeningskansen Deze studie is een zesde studie van een reeks. Eerder zijn studies voor de wijken Transvaal, Rivierenbuurt, Scheveningen, Duindorp en Schilderswijk afgerond. Momenteel worden vergelijkbare studies gemaakt voor: • Stationsbuurt • Groente- en Fruitmarkt • Geuzen- en Statenkwartier • Segbroek
Eenvoudige plekken in de wijk die op blok- en straatniveau een rol spelen worden benoemd als ‘Quick Wins’. Deze kunnen op relatief korte termijn worden vergroend en daarbij staan ze herinrichtingen en ontwikkelingen op lange termijn niet in de weg. De studie met de ‘Quick Wins’ zijn voorgelegd aan de Adviescommissie Openbare Ruimte (ACOR). Hier is positief op geadviseerd (verslag xx dd). Hiermee zijn de spelregels en randvoorwaarden voor de vergroening bepaald. Een volgende stap is de start van het participatieproces met de bewoners van de wijk. Als laatste is in deze studie gezocht naar mogelijkheden voor de aanplant van extra bomen in de wijk. Hiervan is een overzichtskaart gemaakt. Net als bij de ‘Specials en Quick Wins’ is hier ook een moeilijkheidsgraad aan gekoppeld. Dit is afhankelijk van de beschikbare ruimte in de bovenen ondergrond en het huidige gebruik. Met de studie en het aanpakken van plekken ook op het niveau van het blok en de straat, werken we conform de motie ‘Vergroenen versteende wijken’ (RIS298292) en de motie ‘Als eerste bomen in versteende wijken’ (RIS308556). Reflectie Voor stadsdeel Laak is reflectie gevraagd binnen de organisatie aan diverse afdelingen (BAS/DSO ambitieweb ecosysteemdiensten
Studie vergroening Laak
3
Beoordeling bestaande groenkwaliteit Om zicht te krijgen op de huidige situatie in het stadsdeel zijn alle straten en plekken beoordeeld op de bestaande groenkwaliteit. In veel straten en plekken is een redelijke tot goede groenkwaliteit aanwezig. Slechts enkele straten scoren hierop momenteel slecht. ‘Goed’ betekent dat een straat of plek bovengemiddeld groen is en daarbij dat het groen in goede gezondheid verkeert. Het betekent niet dat er geen kansen liggen om verder te vergroenen. 'Redelijk' betekent een minimaal groenbeeld dat door een aantal bomen, voortuinen of geveltuinen wordt gevormd. Vaak is er potentie om groen toe te voegen waardoor de groene kwaliteit wordt verbeterd. 'Slecht' betekent dat in een straat of plek in verhouding veel verharding en nauwelijks bomen of ander groen aanwezig is. Ook kan het betekenen dat het groen in slechte staat verkeert. Hierdoor ontbreekt groene kwaliteit. In de huidige situatie is boven- en ondergronds zeer beperkt ruimte voor het toevoegen van groen. Op deze locaties moet structureel iets gebeuren middels een totale herinrichting of mobiliteitstransitie. In de kaart op bladzijde 5 is de beoordeling van de huidige kwaliteit per locatie aangegeven. Het geeft inzicht waar vanuit groenkwaliteit de hoogste prioriteit ligt.
De gebiedsontwikkelingen zijn in deze studie buiten beschouwing gelaten, doordat hier een eigen traject loopt waarbij ook vergroeningskansen in beeld worden gebracht. • • •
Laakhaven-Oost Noordelijk deel van Laakhaven-West vanaf de Calandstraat Binckhorst
groenkwaliteit goed
4
groenkwaliteit redelijk
groenkwaliteit slecht
Laakhaven-Oost
Binckhorst
Laakhaven-West
groenkwaliteit openbare ruimte
Spoorwijk
Laakkwartier-West
Laakkwartier-Oost
Noordpolderbuurt
Verklaring: groenkwaliteit goed groenkwaliteit redelijk groenkwaliteit slecht
Studie vergroening Laak
5
La nge l i j nen De ruimtelijke samenhang van Den Haag wordt in belangrijke mate bepaald door het stelsel van Lange Lijnen loodrecht op- en evenwijdig aan de kust. De lijnen evenwijdig aan de strandwallen zijn de oorspronkelijke verbindingswegen evenwijdig aan de kust en volgen de van nature hogere plekken die in het landschap aanwezig waren. Bij de verdere uitbreidingen van Den Haag zijn deze oorspronkelijke wegen verbreed maar het oorspronkelijke tracé is gehandhaafd. Daarnaast zijn wegen aangelegd langs de al bestaande watergangen zoals de Beek en de Laak. De lijnen loodrecht op de strandwallen waren oorspronkelijk verbindingswegen door het drassige polderlandschap gelegen tussen de beide strandwallen. Zij verbinden het achterland van Den Haag met de stad en de zee. Kenmerkend voor de lijnen loodrecht op de strandwallen is dat zij verschillende landschapstypen doorsnijden. Het stadsdeel Laak bestaat uit diverse wijken; Spoorwijk, Laakkwartier-West, LaakkwartierOost, Laakhaven-West, Laakhaven-Oost, Noordpolderbuurt en Binckhorst. Evenwijdige lijnen die stadsdeel Laak raken: 5. Laakroute (Erasmusweg – Laakweg en Laakkade);
18
Haakse lijnen die stadsdeel Laak raken: 18. Scheveningen Delft route (Keizerstraat – Prins Willemstraat – Scheveningse Weg – Zeestraat – Noordeinde – Haagstraat – Venestraat – Wagenstraat – Huygensstraat – Rijswijkseweg – Haagweg (Rijswijk) – Jaagpad (Delft)) 19. Oude Delftse As (Van Maanenkade – Bontekoekade – Trekweg – Delftweg (Delft)) 20. Binckhost Scheveningen Bad route (Badhuiskade – Haringkade en Nieuwe Parklaan – Het Kanaal met Plesmanweg en Koninginnegracht – Raamweg – Koningskade met Prinsessegracht – Rijnstraat – Lekstraat – Binckhorstlaan) Bij latere stadsuitbreidingen zijn hoofdassen aangelegd die op sommige plaatsen harmonieus aansluiten bij de al bestaande Lange Lijnen. Maar veelal is er sprake van een ruimtelijke structuur met monumentale assen die hun tracé ontlenen aan een stedenbouwkundig concept dat niet gebaseerd is op de historische context. Voor Laak voornamelijk de Goevernerneurlaan, De Genestelaan, Oudemanstraat, Van Zeggelenlaan en Alberdingk Thijmstraat. Deze worden niet gerekend tot de stedelijke Lange Lijnen. De ruimtelijke kwaliteiten ervan zullen op het schaalniveau van de buurten en wijken geanalyseerd en beheerd moeten worden.
6
5
Verklaring: Lange lijnen Secundaire lijnen Groot groengebieden
19
20
positie stadsdeel Laak en raakvlakken lange lijnen Wijken: Laakkwartier- en Spoorwijk Binckhorst
Laakhaven-West
Laakhaven-Oost
Binckhorst
Hoofdgr o e n s t r u c t u r e n
straat Caland
Hoofdboomstructuren De lange lijnen op stadsniveau zijn vaak tevens hoofdboomstructuren voor de stad (Nota stadsbomen). In en rondom de wijk Laak zijn de Neherkade, Goeverneurlaan en Trekweg aangegeven als hoofdboomstructuur. De Waldorpstraat, Van Musschenbroekstraat, Jan van der Heijdenstraat en Rijswijkseweg zijn in de Stedelijke Groene Hoofdstructuur aangegeven als potentie/ ambitie hoofdboomstructuur. Al deze structuren spelen een rol op het niveau van de stad en zijn wijkoverstijgend. Bij ingrepen behoeven ze onderzoek op het niveau van de stad. De uitwerking van de hoofdboomstructuren loopt via de Nota Stadsbomen (RIS307827).
isl
aa
aa t str ek ro nb he us
sc
Rijswijkseweg
Goeverneurlaan
M
De Laak
n
Va n
Ne
he rk ad e
hu
Noordpolderkade
W al do rp st ra at
ht
Trekweg
ac
an
nv
Ja at
Hild
tra
ns
ebr
de
and
eij
stra
at
rH
de
Groen op stadsniveau In Laak liggen de Laak en de Broeksloot, langwerpige oost-west groenstructuren van watergangen die inclusief hun oevers van belang zijn voor ecologie en recreatie (sport, spel, verblijf, wandelen en fietsen). De Broeksloot vormt de grens met Rijswijk (landgoederenzone Rijswijk). Noord-zuid liggen de langwerpige groenstructuren Noordpolderkade en Hildebrandstraat. Al deze grote groenstructuren zijn ecologische hoofdstructuur (Nota Stadsnatuur RIS305825). En deze groenstructuren zijn net als de hoofdboomstructuren verbindend op stadsniveau. De uitwerking van de ecologische hoofdstructuur loopt via de Nota Stadsnatuur (RIS305825).
Sl
De Genestetlaan
In de Nota stadsbomen is de GenestetlaanSlachthuislaan-Calandstraat niet geduid als hoofdboomstructuur maar zou dat wel moeten zijn. Deze voldoet aan de kenmerken van een Hoofdboomstructuur zoals gesteld in de Nota stadsbomen (RIS307827). Afgezien van de Calandstraat (ambitie) is deze nagenoeg al aanwezig.
De Bro
eksloo
t
hoofdboomstructuren bestaand en ambitie
Spoorwijk
Laakkwartier-West
Laakkwartier-Oost
Noordpolderbuurt
Verklaring: Hoofdboomstructiuur Ambitie hoofdboomstructiuur Ecologische hoofdstructuur
Studie vergroening Laak
7
Laakhaven-West
Wijk str uctur e n
Laakhaven-Oost
Binckhorst
De wijk laak bestaat uit de wijken Spoorwijk, Laakkwartier-West, Laakkwartier-Oost, Noordpolderbuurt, Laakhaven -West, -Centraal en Oost, Schipperskwartier en Binckhors. Een aantal ruimtelijke structuren ontlenen zich aan de stedenbouwkundige opzet van de wijk zoals de Beetsstraat, Van Zeggelenlaan of Isingstraat. Voor Laakkwartier-West en Laakkwartier-Oost heeft de stedenbouwkundige opzet van Berlage een belangrijke rol gespeelt bij de ontwikkeling van de wijk. De wijkstructuren maken geen onderdeel uit van de lange lijnen en hoofdboomstructuren, maar voor de leesbaarheid van de wijk liggen hier ook ambities de boomstructuren te verbeteren. Naast een gezond leefklimaat leveren zij een belangrijke bijdrage aan de oriëntatie in de wijk. Deze structuren worden op het schaalniveau van wijk geanalyseerd. De uitwerking van deze structuren wordt niet meegenomen in deze studie.
isl
aa
t aa str ek ro nb he us
sc
Rijswijkseweg
Goeverneurlaan
M
De Laak
n
Va n
ka de Ne he r
hu
Noordpolderkade
W al do rp st ra at
ht
Trekweg
ac
an
nv
Ja at
Hild
tra
ns
ebr
de
and
eij
stra
at
rH
de
8
Sl
De Genestetlaan
Afhankelijk van de verschillen in bebouwing bestaat het stadsdeel Laak uit zeven deelgebieden. De rol van het groen is in iedere van deze delen verschillend. • Spoorwijk inclusief spoorboog Spoorwijk wordt gekarakteriseerd door relatief veel verharding en tegelijkertijd ook relatief veel compacte groengebieden zoals Hof van Heden en Alberdingk Thijmplein, die niet altijd even openbaar voelen. Er is een scheiding tussen het oude en het nieuwe Spoorwijk. Rondom de wijk lopen stadsdeelgroenzones/ecologische verbindingszones De Laak, Spoorboog en Broeksloot. • In Laakkwartier is groen de drager van het monumentaal karakter bepaald door de stedenbouwkundige opzet van Berlage (zie PM). Het bestaat uit structurerende langwerpige groengebieden die op enkele plaatsen zijn gecombineerd met water. De geometrische middenas wordt gekenmerkt door de laanbeplanting (hoofdboomstructuur). • In het deel Laakhavens tussen De Laak en de haven is weinig openbaar groen. Veel bebouwing is sociale huur met semiopenbaar groen. Lange flatgebouwen langs de havens vormen “muren” langs de Neherkade. Daarachter is de bebouwing kleinschaliger en is de relatie met de Laak aanwezig. • In Molenwijk/Noordpolderbuurt vormen de structurerende langwerpige groengebieden een netwerk en zijn op enkele plaatsen gecombineerd met water. Ze verbinden de compacte groengebieden met elkaar.
• In Laakhaven Oost (Schipperskwartier) is een wijk met stadsvernieuwing uit de jaren ’80. De bouwblokken zijn divers in maat en richting. Hier zijn verschillende compacte groengebieden. Doordat het gebied is omsloten door Laakhavens, de Trekvliet en de Rijswijkseweg en het spoor heeft het een wat geïsoleerde ligging. Laakhaven West is nagenoeg uitontwikkeld. Groen is hier vooral functioneel en gebruik ervan gekoppeld aan de aangrenzende woonblokken. • Laakhaven Midden en Binckhorst zijn gebieden in transformatie. Gekenmerkt door vooral grootschalige bebouwing, parkeerterreinen en braakliggende gronden. Weinig tot geen (openbaar) groen, grote kavels, weinig tot geen bomen. Deze gebieden zijn niet meegenomen in deze visie. • Daarnaast komen er in Laak enkele sport-/ speelpleinen bij scholen voor. Kraijcek playground Ketelveld, Kraijcek playground Lipa, H.V.V. Laakkwartier en gecombineerd Kraijcek playground Laakveld & CruyffCourt Madurodam/Woudhuis.
straat Caland
Groen op wijkniveau In Laak bevinden zich een aantal structurerende groenzones op wijkniveau. Deze groenzones zijn voornamelijk langwerpig en georiënteerd in noord-zuid richting zoals de Van Zeggelenlaan, Aarnout Drostlaan, Allard Piersonlaan, Puntpark, Schoeplaan. Het wijk – en buurtgroen is vrij gelijkmatig verspreid. Kleinere parkjes, speeltuinen, hofjes en plantsoenen die bijdragen aan een groene woonomgeving. Cromvlietpark, langwerpig park Damasstraat, Ledeganckplein, langwerpig park Max Havelaarstraat, Hof van Heden.
De Bro
eksloo
t
wijkgroenstructuren bestaand en ambitie
Spoorwijk
Laakkwartier-West
Laakkwartier-Oost
Noordpolderbuurt
Verklaring: groene wijkstructuur ambitie groene wijkstructuur
Laakhaven-West
Laakhaven-Oost
Binckhorst
Typol og i e o p e n b a r e r u imt e Openbare (groene) ruimten spelen op allerlei niveaus een rol. De kansen voor vergroening zijn opgedeeld in verschillende schaalniveaus: • stadsniveau, • wijkniveau, • buurtniveau, • blok-, straatniveau.
F
Op al deze niveaus zijn kansen voor vergroening onderzocht. Op stad-, en wijkniveau genoemd: ‘Specials’. Op buurt, blok- en straatniveau genoemd: ‘Quick Wins’.
E D
Deze vergroening speelt in op de ‘Motie vergroenen versteende wijken’ (RIS298292). Verhogen van leefkwaliteit in deze wijken. Waarin o.a. ook een verwijzing is opgenomen naar ‘Agenda groen voor de Stad’ (RIS 294564), dat het vergroenen van versteende plekken, hoe klein dan ook, een voorbeeldfunctie heeft.
G C
B
A
Lopend e p r o j e c t e n : De lopende projecten in Laak staan hieronder weergegeven. Ze vallen buiten deze studie en zullen vanuit de eigen projectscope eventuele vergroening onderbouwen. A Laakkwartier West fase I rioolvervanging B Laakkwartier fase II rioolvervanging C Van Musschenbroekstraat herinrichting D Ontwikkellocatie Laakhavens fase II E Ontwikkellocatie Laakhavens fase I F Ontwikkellocatie The Grace G Ontwikkellocatie De Binckhorst
Studie vergroening Laak
vergroeningskansen en lopende projecten
Spoorwijk
Laakkwartier-West
Laakkwartier-Oost
Noordpolderbuurt
9
O ver z i cht ve r g r o e n i n g s k a n se n Spe ci al s: vergroening op stadsniveau 1. De Genestetlaan 2. Oudemanstraat 3. Rijswijkseweg 4. Stadsrand Rijswijk
Laakhaven-West
Laakhaven-Oost
Binckhorst
vergroening op wijkniveau 5. Zeven hofjes 6. Calandkade 7. hoek Van Zeggelenlaan - Laakkade 8. Thijssestraat
28
Qu i ck Wi ns: vergroening blok-, straatniveau Spoorwijk 10. Busken Huëtstraat 11. Beetsstraat 12. Alberdingk Thijmstraat Laakkwartier-West 13. Jonathanstraat 14. Jonathanstraat - Schimmelweg 15. Schimmelweg 16. Schimmelweg - Meursstraat 17. Oltmanstraat - Jonathanstraat 18. Jan van Beerstraat 19. Van Zeggelenlaan 20. Laakkade - Van Zeggelenlaan Laakhaven-West 21. Michaëlisstraat 22. 1e van der Kunststraat 23. Ingang Slachthuisplein 24. Neherkade -Slachthuisplein Laakkwartier-Oost 25. Damasstraat 26. Trembleystraat Laakhaven-Oost 27. Slachthuisstraat - Laakkade 28. Schipperskwartier Noordpolderbuurt 29. Noordpolderbuurt-Noord hoeken 30. Schepradstraat en Elboogstraat 31. Zuigerstraat hoek 32. Noordpolderstraat 33. Schoeplaan 34. Stuwstraat
22 6
7 5
8
26
29 30
20
31 32
11
19 12 17 1 3 10 16 14 15
18
4 1
33 34
25 2
3
vergroeningskansen en lopende projecten
Spoorwijk
10
21
23 24 27
Laakkwartier-West
Laakkwartier-Oost
Noordpolderbuurt
S pel r eg e l s v e r g r o e n i n g op bl ok - e n s t r a a t n i v e a u Vormgeving Voor diverse plekken zijn op blok- en straatniveau ontwerpen gemaakt. Dit zijn de ‘Quick Wins’. Deze plekken kunnen direct door het stadsdeel worden vergroend nadat dit met de buurtbewoners is afgestemd. Op dit niveau zijn onnodige verharde vlakken opgemerkt. Het zijn vaak brede stukken trottoir, grenzend aan woningen of voorzieningen. Er is zorgvuldig gekeken naar de vormgeving van deze plekken in relatie tot de groenvakken in de directe omgeving. Laak heeft veel buurten met een beschermd Stadsgezicht. Dit komt voornamelijk door de kenmerkende architectuur van Berlage en andere architectuur van de Haagse of Amsterdamse school. De openbare ruimte is in samenhang met deze architectuur ontworpen. Voor het toevoegen van groenvakken gelden daarom spelregels. Op de pagina's hiernaast staan specifiek de spelregels per relevante buurt. De gehele analyse inclusief overige buurten is opgenomen in de bijlage. In de ontwerpen van de groenvakken is zoveel mogelijk samenhang met de architectuur voorzien en wordt uitleg gegeven. Maat en schaal Voor een nieuw groenvak is een minimale maat van 12,5 m2 bepaald. Op deze manier ontstaat er pas een substantiële meerwaarde, is het duurzaam en is het beheerbaar. Voor iedere plek is getoetst of andere functies zoals spelen of fietsparkeren van toepassing zijn.
Voor de ontwerpen geldt dat deze in een participatietraject met direct omwonende worden gecommuniceerd. Daarbij wordt ook een voorstel voor de beplanting gedaan.
Assen en accenten Laakkwartier
profielbreedte Laakkwartier
Studie vergroening Laak
Bebouwingsstructuur Laakkwartier met hoofd groenstructuur
11
Nieuwe Haagse School in samenspraak met architectuur en vergroeningsopgave Positie in de monumentale as
Hoek en hoogte accenten
Spelregels: • 1ste grootte boom • De bomen versterken de zichtas. • Bomen in lineaire groenvakken om de rechtlijnigheid van de as te accentueren.
Spelregels: • Het groenvak is ondergeschikt en steekt niet uit buiten de rooilijnen van de bouwblokken • De vormgeving van het groenvak volgt zoveel mogelijk dezelfde richting als de afgeschuinde dan wel ingesprongen hoek van de gevel • Altijd een hoofdroute, doorgaand trottoir definiëren (min 2.60m), de subroute is afhankelijk van hoeveel ruimte je hebt (min 1.20m-1.80m) restruimte vergroenen en eventuele ondergeschikte doorgangen (0,8m) faciliteren • De bomen en beplanting moeten de architectonisch details niet belemmeren (entree, portieken en ramen)
Hoofd en secundaire assen van de wijk •
•
De Goeverneurlaan en van Musschenbroekstraat zijn binnen de vergroeningsopgave buiten beschouwing gehouden. Het omvang en de complexiteit moet volgens een uitgebreidde project opgenomen worden.
Afgeschuinde hoeken: Hierop volgt de vormgeving van het plantvak in het zelfde richting als de afgeschuinde gevel op de hoek.
De Noord Zuid hoofdstructuren van de wijk (De Genestetlaan, Oudemansstraat en de Rijswijkseweg) worden gezien met hoge vergroeningskansen voor de wijken gezien.
Ingesprongen hoeken: Hierop volgt het groenvak de in springing
De Genestetlaan
12
Oudemansstraat
Rijswijkseweg
Portiek met architectonische accenten
Spelregels: • De vergoening moet vooral de architectonische details versterken daarom zal op deze plekken geen struiken of bomen geplaatst worden. • De vergroening moet vooral de architectonische details versterken. Hier wordt verder op ingegaan bij de spelregels voor de beplanting (Type 2 Nieuwe Haagse school).
Verspringing van rooilijnen
Spelregels: • Verspringing van rooilijnen maakt vooral ruimte vrij voor de openbare ruimte. De omvang van deze ruimte is belangrijk voor voor de type inrichting.
Setbacks in de woonblokken Groen op blokniveau: • • •
Een omvang van 100-50m2 kan deze plek sfeer en karakter uitstralen op blokniveau Het groenvak is ondergeschikt en steekt niet uit buiten de rooilijnen van de bouw blokken Doorgang van min 2.60m om entree van het gebouw niet te blokkeren
Groen toevoegen op entree niveau: • • • •
Studie vergroening Laak
Een omvang van kleiner dan 50m2 De verspringing van de rooilijn is om de en tree partij van het gebouw te versterken De invulling van de plantvakken blijven ige togen om de entree partij hierin te verster ken in plaats van hiermee te concurreren Doorgang van min 2 .60m om entree van het gebouw niet te blokkeren
13
Materialisatie & afwatering Voor de materialisering (opsluitbanden, betontegels, gebakken klinkers etc.) wordt gebruik gemaakt van het Handboek Openbare Ruimte (HOR). In principe zijn de maten uit de HOR gehanteerd en daarnaast worden er geen nieuwe materialen geïntroduceerd. In een enkel geval wordt aangesloten op afwijkende omliggende materialisering en/of beplanting. In deze studie is dit per plek aangegeven. Alle plantvakken worden in principe opgesloten door een verlaagde opsluitband. Hierdoor kan oppervlaktewater vanaf het trottoir het plantvak instromen en worden opgenomen in het grondwater. Hiermee wordt het riool ontlast bij piekafvoeren. In sommige gevallen zal er sprake zijn van intensief gebruik van de omgeving van de te vergroenen plek. Als de kans op betreding van het aanwezige groen groot is, geniet het de voorkeur om het groen te beschermen door een laag hekwerk te plaatsen en niet om een verhoogde band aan te brengen. voor afwatering liever niet zo...
en bij hoge gebruiksintensiteiten zo
14
...maar vooral zo
...of zo
en voor specials zo?
S pel r eg e l s b e p l a n t i n g Laak heeft een hoog aantal inwoners per hectare groen. De hoeveelheid inwoners die gebruik maakt van dezelfde hoeveelheid groen is daardoor hoog. Het gebruik is intensief en de graad van betreding van het aanwezige groen is hoog. Hierdoor is weerbaar, beheerbaar en aantrekkelijk groen het uitgangspunt. Tevens zijn aansluiting op het beschermd stadsgezicht (de architectonische kwaliteit van de Nieuwe Haagse en Amsterdamse School) en sociale veiligheid twee belangrijke aandachtspunten. Tegelijkertijd werken we als stad aan het realiseren van een betere stadsnatuur (zie Nota Stadsnatuur). In en rondom de ecozones liggen kansen om met de beplanting aan te sluiten op de doelsoorten. Beplantingstypologie Er moet daarom per locatie een weloverwogen keuze worden gemaakt voor het toe te passen type beplanting. Daarbij is het in deze wijk niet altijd haalbaar om enerzijds plantensoorten toe te passen die voldoende bestand zijn tegen zowel het zeer intensieve gebruik, voldoet aan sociale veiligheid en anderzijds ook de hoogst haalbare natuurwaarden toevoegt. Rekening houdend met deze factoren zijn twee algemene beplantingstypologiën voor het stadsdeel bedacht:
referentiebeeld type 1 Laak Standaard
Type 1: Laakse Standaard Type 2: Nieuwe Haagse School Nadat voor een vergroeningslocatie is bepaald onder welke zonering het valt (type 1 of 2) en de ecologische kansen van de plek zijn afgewogen, kan over de invulling van de beplanting worden nagedacht en de ecologische waarde van het plantvak worden verhoogd.
referentiebeeld type 2 Nieuwe Haagse School
Studie vergroening Laak
15
Type 1: Laak Standaard
LAAK STANDAARD
een verrijking van het straatbeeld
VERRIJKING IN STRAATBEELD
Bomen • mengen in boombeplanting • beperk het aantal soorten (tussen de 1 en 3) • zorg voor ritme en een repeterende structuur • herhaal soorten
Plantvakken • verschillen maken in de verschijningsvorm • herhaal soorten en combinaties
Door menging van groepen en verschil in soorten aan te brengen is het groen smaakmaker in het straatbeeld. Het groen kan daarbij rijker en gedetailleerder zijn dan de architectuur en het is een verrijking van het straatbeeld. De onderlaag bestaat uit fijne heesters tot 100 centimeter hoogte in groepsmenging. Daarnaast kan een solitair van een grove heester worden toegevoegd. Groenblijvers hebben de voorkeur.
LAAK STANDAARD
BERLAGE STANDAARD
VERRIJKING IN STRAATBEELD
IN SAMENSPRAAK MET BEBOUWING
Indeling en gelaagdheid (2-4 lagen) • variëren in groepsgrootte (2-25 m2) • bodembedekker tot 100 cm • lage accenten tot 150 cm • hoge accenten tot 400 cm • (eventueel bomendak)
16
Type 1: Laakse Standaard In stadsdeel Laak wordt voor nieuwe aanplant anno 2024 met een specifieke methodiek gewerkt. Voornamelijk onderbouwd door zo eenvoudig en goedkoop in onderhoud als mogelijk. Vanuit de Haagse sortimentslijst is een kleine selectie gemaakt van lage fijne- en hoge grove heesters en enkele bossige vaste planten waarmee al enkele tijd in Laak wordt gewerkt. Nieuwe aanplant heeft in beginsel een hoge plantdichtheid voor het zo snel mogelijk dichtgroeien van de bodem en daarmee de onkruiddruk zo laag mogelijk blijft en betreding wordt ontmoedigt, weerbaar tegen intensief gebruik. Waar mogelijk wordt deze beplanting aangevuld met meer ecologisch passende soorten en groeivormen. Dit wordt per locatie nader uitgezocht en afgestemd op de lokale populaties.
Soortgebruik onderste lagen • meng met een beperkt (maar minimaal 3) • herhaal soorten
aantal
soorten
Nieuwe Haagse School in samenspraak met architectuur
Type 2: Nieuwe Haagse School Voor de buurten die bestaan uit de Nieuwe Haagse en Amsterdamse school, waaronder architectuur van Berlage en monumentaal stadsgezicht, wordt bij het toevoegen van groen speciale aandacht gevraagd. De beplanting krijgt dezelfde eigenschappen in beheer en weerbaarheid als in type 1. Het verschil zit in de meer ingetogen verschijningsvorm als verzachting van de omringende architectuur. Groen krijgt daarmee een ondertoon mee in het straatbeeld. Dit houdt bijvoorbeeld in dat er met grotere groepen en minder soorten gemengd wordt dan type 1. De details van de bebouwing zoals portieken en raampartijen worden vanaf de straat niet gemaskeerd door beplanting. Waar deze details niet aanwezig zijn kan een grove heester worden toegevoegd. Groenblijvers hebben de voorkeur.
ANDAARD
BERLAGE STANDAARD
TANDAARD
BERLAGE STANDAARD
N STRAATBEELD
IN SAMENSPRAAK MET BEBOUWING
N STRAATBEELD
Plantvakken • voortvloeiend uit architectuur (spelregels P13) • groen op de hoofdassen moet een continuïteit uitstralen • het groen is verzachtend in het straatbeeld • bij meerdere vakken pas een gelijkvormige verschijningsvorm toe • geen groenvak als deze een zichtas blokkeert • bij hoek-accenten bij een setback (verspringing van de gevels) dan geldt de regel 2,60 m trottoir en de restruimte vergroenen
IN SAMENSPRAAK MET BEBOUWING•
laat de plantvakken meelopen met de rooilijn
Indeling en gelaagdheid (2-4 lagen) • de verschijningsvorm is ingetogen en eenvoudig • maskeert geen architectonische details zoals raampartijen en portieken • geef het plantvak een heldere indeling • bodembedekker rand tot 100 cm • bodembedekker midden tot 150 cm • hoge accenten tot 400 cm • (eventueel bomendak)
Bomen • • • • •
Studie vergroening Laak
groen op de hoofdassen moet een continuïteit uitstralen diversiteit zoeken in buurt (niet in straat) éénvormigheid in woonstraat één soort per straat bij hoek-accenten op een hoofdas is een zo groot mogelijke boom wenselijk. Tevens dient de boom de zichtas niet te blokkeren
Soortgebruik onderste lagen • beperk het aantal soorten (maximaal 2)
17
S ortiment Laak
Sortimentskeuze De gehele Haagse Sortimentslijst kan worden gehanteerd. Vanuit de groenbeheerder is er een sterke voorkeur voor een kleine selectie van soorten en aanplantdichtheid.
* * * vaste planten
* * * *
fijne heesters
* * *
grove heesters
* * * * * * * * * *
Va s t e p l a n t e n Achillia filipendulina Agastache Blackadder Annemone Hyb 'September Charm' Annemone hyb. 'Honorine Jolbert' Aster agaratoides 'Asran' Delphinium div ciltivars H e m e r o c a l l i s d i v. c u l t i v a r s Lysimachia punctata Nepeta faassenii 'Six Hills Giant' Pennisetum alopecuroides 'Hameln' Persicaria amplexicaulis Phlomis russeliana Solidago rugosa Ve r b e n a b o n a r i e n s i s Fijne heesters Buddleja davidii Caryopteris x clandonensis Choisya ternata C o r n u s d i v. c u l t i v a r s Deutzia gracilis 'Niko' Diervilla sessilifolia Eleagnus ebbengei 'Compacta' Hedera helix 'Arborescens' Hypericum calycinum L i g u s t r u m j a p o n i c u m ' Te x a n u m ' Lonicera 'Maigrun' Osmanthus 'Burkwoodii' Potentilla fruticosa 'Abentwoord' Prunus lau. 'Otto Luyken' Rosa rugosa Spirea japonica 'Genpei' Virburnum tinus Hagen Acer campestre Carpinus betulus Crataegus monogyna Eleagnus ebbengei 'Compacta' Fagus sylvatica Ligustrum ovalifolium Grove heesters Corylus avellana Frangula alnus Ilex aquifolium Ligustrum vulgare Rhamnus catharticus Rhamnus frangula Rosa canina Rosa elegantier Sambucus nigra Sorbus aucuparia Viburnum opulus
* Ecologisch waardevol
18
Hui di ge n a t u u r w a a r d e n e n k a n s e n Natuurkansen Voor iedere herinrichting is het conform het beleid uit de Nota Stadsnatuur verplicht een natuurkansenscan uit te voeren. De herinrichtingen die voortkomen uit deze studie zijn allen gericht op vergroening. Het is in die zin ook niet relevant om te inventariseren wat er aan welk type groen aanwezig is op de verschillende herinrichtingslocaties, want deze bestaan allen uit verharding. Om toch invulling te geven aan de natuurkansenscan is globaal geïnventariseerd wat de huidige natuurwaarden zijn van Laak en welke kansen er liggen om de lokale populaties te versterken en de biodiversiteit binnen Laak te vergroten. Daarbij is ook van bestaand groen gekeken of dit kan worden verbeterd. Doelsoorten Op de 'Natuurwaardenkaart van Den Haag (RIS299279)' scoort het stadsdeel Laak laag. Dat wil zeggen dat er relatief weinig verschillende soorten planten en dieren zijn aangetroffen in het verleden. Bij het inrichten van het groen is het vanuit het oogpunt van de biodiversiteit gewenst om de inrichting aan te laten sluiten op de eisen die deze diersoorten aan hun omgeving stellen. Daarnaast dient de inrichting zich te richten op soorten die redelijkerwijs mogen worden verwacht als het gebied geschikt gemaakt wordt voor deze soorten. De huidige soorten en de te verwachten soorten vormen samen de doelsoorten.
Beschermde en bijzondere natuurwaarden zijn in beperkte mate aanwezig. In het stadsdeel Laak ligt een belangrijke ecologische verbindingszone: de Laakzone. Deze zone is een combinatie van de delen langs de watergang de Laak, de Spoorboog, de Noordpolderkade en de Broeksloot. De Trekvliet is een barrière binnen de Laakzone en vanwege de spoorlijn ontbreekt de verbinding richting de Erasmuszone (Moerwijk). Deze barrières zijn zeer moeilijk te slechten maar door in te zetten op een extra verbinding tussen De Laak en de Broeksloot langs de Aarnout Drostlaan, kan het ecologische netwerk in combinatie met recreatief
Studie vergroening Laak
gebruik, enorm versterkt worden. Deze verbinding is onderdeel van het ‘ecologisch achtje’. Het ecologisch achtje is een groen/ blauwe structuur en loopt via de ecologische verbindingszone ; ‘Laakzone’; De Laak, Spoorboog, De Broeksloot, Noordpolderkade en ook over de Aarnout Drostlaan en vormt als het ware het cijfer 8 op de kaart. Laak ligt in de Noordpolder die wordt afgewaterd door De Laak naar de Trekvliet. Er zijn verschillende peilgebieden binnen de Noordpolder. Omdat er tussen de peilgebieden geen vispassages zijn, kunnen soorten zich alleen binnen het peilgebied verspreiden. De enige contactpunten met het boezemwater (Trekvliet) is bij Gemaal Laakmolen en enkele inlaten die nodig zijn om de polder door te spoelen. Gemaal Laakmolen is eenzijdig passeerbaar voor vissen, namelijk de polder uit. Bij de inlaten komen mogelijk incidenteel enkele vissen mee. Trekkende soorten die zowel zoet als zout water nodig hebben zoals paling en een trekkende vorm van de driedoornige stekelbaars komen niet voor in de Noordpolder terwijl er voor deze soorten op meerdere plekken geschikt habitat zou zijn. De bestaande ecologische verbindingszones zijn veel omsloten door sterk versteende stukken van Laak. Bijvoorbeeld de spoorzone tegen de Hildebrandstraat aan. Dit is een ontzettend insectenrijk gebied (zie o.a. kaart waarnemingen vlinders) met een beperkte verbinding met groen binnen Laak.
Door de hofjes aan de overzijde langs de Hildebrandstraat te vergroenen kan hierin een mooie slag worden geslagen. Met name gericht op het insectenbestand kan de vergroening veel betekenen. Door nieuwe groenvakken in te zaaien met het Haagse Cruydt-Hoeck mengsel en waar mogelijk ecologisch waardevolle heesters zoals hulst, meidoorn, berberis en liguster te plaatsen. De Thijssestraat ligt vlak tegen de centrale ecologische verbindingszone van Laak aan. Nu behoorlijk versteend ligt hier een prachtige kans om te vergroenen en de bestaande aanwezige
waarden (zie kaart waarnemingen dagvlinders) te vergroten. Met name insecten zijn hier kansrijk. De aanwezige bijen en vlindersoorten kunnen worden doorgetrokken door nieuwe groenvakken in te zaaien met ons eigen Cruydt-Hoeck mengsel. Zeker zonnige plekken zoals langs de Van Diesenstraat bieden veel potentie om kruidenrijker te worden ingericht / beheerd. Daarnaast bieden de dakpannen al broedgelegenheid voor de huismus dus een toevoeging van schuilgelegenheden in de vorm van heesters zoals hulst en liguster en voedselaanbod in de vorm van kruidenrijk grasland zouden voor een uitbreiding van de omgelegen huismuspopulaties (zie kaart mussenkolonies) kunnen zorgen. Amfibieën en reptielen Aan de noordzijde van de Laak bevind zich een ondiepe poel die bij de herinrichting rond 2005 is gegraven. Hier planten zich algemeen voorkomende amfibieën als bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander voort. Ook juffers en libellen maken gebruik van de poel. De overige watergangen (zoals de Broeksloot of de Laak) zijn voor grote delen te diep of bezet door vissen. Voor reptielen zijn er geen bekende populaties in dit stadsdeel, er is ook nauwelijks sprake van geschikt leefgebied of kansen om hierin gemakkelijk iets te verbeteren.
Broedvogels Bij de studie is enkel gekeken naar broedvogels die voor hun voortbestaan onder meer zijn aangewezen op de aanwezigheid van stadsgroen, zoals icoonsoort de huismus. Aan de Minckelerstraat bevindt zich van deze soort nog een populatie van enige omvang en daarnaast is er een restpopulatie bij de Pompstraat. Verder is de ijsvogel bekend langs de Broeksloot. Overige soorten vogels beperken zich tot algemeen in de stadse omgeving voorkomende soorten. De doelsoorten voor Laak zijn, naast de huismus, soorten als ekster, heggenmus, koolmees, merel, pimpelmees, spreeuw en zwarte roodstaart. De doelsoorten kunnen met de juiste beplanting (denk aan: hulst, meidoorn, berberis en liguster) worden voorzien van Nestplaatsen. Voedsel: zaden, bessen, zachte rupsen en larven (met name in broedperiode), overige insecten. Schuilmogelijkheden: bijvoorbeeld de doorns van de vuurdoorn om te schuilen voor katten en roofvogels. Nieuwe groenvakken Aan de Genestetlaan, Rijswijkseweg en Slachthuisstraat / Oudemansstraat worden nieuwe groenvakken voorgesteld. Behalve de Genestetlaan overlappen deze zones deels met de leefgebieden van bekende huismuspopulaties. Hier kan maximaal op worden ingespeeld door te kiezen voor een kruidenrijke inrichting (inzaaien) gericht op insecten (voedsel voor jonge huismussen) afgewisseld met groenblijvende heesters (bijv.
hulst of liguster) voor beschutting en sociale functies. Om de lokale populaties insecten te voorzien van nectar en pollen kan in nieuw aan te leggen groenvakken een zaadmengsel (ons eigen CruydtHoeck mengsel) worden ingezaaid met veel bloei en een spreiding over de maanden april t/m september. Waar daar ruimte voor is als algemene regel elk plantvak combineren met minimaal 1 heester per plantvak voor structuur en dekking voor vogels. Ecologisch waardevolle heesters zijn bijv. hulst, meidoorn, berberis of liguster.
19
Vleermuizen Verspreid door de Laakzone wordt voornamelijk de gewone dwergvleermuis waargenomen. Ook zijn er waarnemingen bekend van de ruige dwergvleermuis en de watervleermuis. In de ten zuiden van Laak gelegen groengebieden zijn kraamkolonies van de rosse vleermuis en de watervleermuis bekend. De gewone dwergvleermuis en de watervleermuis foerageren met name boven de watergangen en langs bosschages. Voor vleermuizen is de Laakzone, de Noordpolderkade, de Binckhorst (begraafplaats en kasteeltuin), de Trekvliet en het groen aan de kant van Rijswijk van groot belang. De watergangen en groenstructuren worden door vleermuizen gebruikt als verblijfplaats, vliegroute tussen verschillende verblijfsplaatsen en foerageergebied.
Dagvlinders, wilde bijen en overige insecten Er zijn tal van waarnemingen bekend van dagvlinders, wilde bijen en overige insecten. Veelal algemene soorten als atalanta, gewone sachembij en akkerhommel. Echter zijn er ook waarnemingen van iets minder algemene soorten als de kleine vuurvlinder langs de Laakkade, glassnijder langs de Broeksloot en bruin blauwtje rond de buurttuintjes aan de Schimmelweg. Voor de uitbreiding van de aanwezige insectendiversiteit kan het aanbod van pollen en nectar verspreid over de vliegperioden van de soorten worden verbeterd. Meer kruiden betekent een aanbod voor meer soorten. Voor de kleine vuurvlinder is schapenzuring of veldzuring de waardplant en voor het bruin blauwtje zijn soorten van de ooievaarsbekorde in trek. Ook inheemse en nectarrijke heesters kunnen een waardevolle toevoeging zijn voor het voedselaanbod en voortplantingsmogelijkheden van de aanwezige insecten.
waarnemingen vlinders
20
Muurplanten In de Laakhaven, en meer specifiek de Petroleumhaven, bevindt zich een van de grootste populaties schubvaren van Nederland. Schubvaren is een zeer zeldzame en beschermde muurplant. Den Haag heeft een grote verantwoordelijkheid voor het behoud van deze bijzondere populatie. Zeker als je je bedenkt dat de plant zich aan de noordgrens van zijn areaal bevindt. Langs muren in straten en tuinen treffen we gele helmbloem en het klein glaskruid. Dit zijn soorten die het vaak goed doen in het stadse milieu maar daarbuiten zelden worden aangetroffen.
Grondgebonden zoogdieren Het voorkomen van grondgebonden zoogdieren beperkt zich naar verwachting tot muizen (bosmuis, dwergmuis, huisspitsmuis, veldmuis) en de egel. De aanwezige beplanting kan voor deze soorten voor voedsel en dekking zorgen.
mussenkolonies
E xtr a bo m e n L a a k
Met nader onderzoek wordt bedoeld dat er op sommige plekken mogelijkheden zijn om bomen te plaatsen, mits daarbij kleine aanpassingen aan de openbare ruimte worden gedaan. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het verplaatsen van borden, parkeerautomaten en lichtmasten. Bij het plaatsen van bomen in parkeervakken hoeft het niet altijd zo te zijn dat er een parkeerplaats komt te vervallen vanwege aanwezige overmaat (gerekend wordt met 5,5 meter per parkeervak).
Plaatsing meerdere dammen (+2 bomen -1 pp)
Grondwaterstand De gemiddelde grondwaterstand is in Laak 1,2 tot 1,8 meter onder maaiveld (klimaateffectatlas.nl). Voor bomen is dit relatief gunstig. m 5.5
Zonder overruimte parkeerplaats vervangen door boom met 3 fietsnietjes (+1 boom -1 pp)
Een boom gaat niet altijd ten koste van een parkeerplek. Het opgeven van een parkeerplek kan ook gezien worden als ruimte voor groen en mobiliteitstransitie (6 fietsparkeerplekken). Bestaande stad boom in verharing GP gem. 15m3
Soortkeuze Bij het planten van extra bomen in een bestaande boomstructuur wordt in principe de bestaande boomsoort aangehouden. Wanneer een nieuwe structuur wordt gemaakt worden de uitgangspunten uit de Nota Stadsbomen gehanteerd. Hierbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar ecologisch passend en bomen die het microklimaat verbeteren.
r
ete
ter
e 2m
Bestaande stad boom in open grond GP gem. 6m3
Kosten extra bomen Om een goed beeld te krijgen in de investeringen die nodig zijn om de wijk te vergroenen zijn voor de bomen de gemiddelde kosten in beeld gebracht. De kosten voor de inrichting van een goede groeiplaats, de aanplant en nazorg gedurende het eerste jaar zijn apart in een tabel gezet. De kosten zijn afhankelijk van de situatie. Is er sprake van verharding of open grond? Hoe bereikbaar is de locatie, zijn er wegafzettingen nodig etc. Bomen moeten na aanplant veilig worden beheerd. Afhankelijk van de plek waar de boom staat wordt deze gekoppeld aan het beheermatige werkpakket. Een boom langs een tramlijn vraagt meer snoei (vrijhouden van de bovenleidingsmasten) dan een vrij uitgroeiende parkboom. Het bedrag voor beheer hoort ook bij de kosten.
Bestaande stad boom in parkeerstrook GP gem. 15m3
Op de kaart zijn 7 categorieën bomen te onderscheiden: • bestaande boom; • in te boeten; • mogelijke plek voor 1 boom; • mogelijke plek voor 1 boom, ten koste van een parkeerplek; • mogelijke plek boom, vereist nader onderzoek; • mogelijke plek voor boom op niet openbaar gebied; • boom technisch mogelijk maar niet wenselijk.
Overruimte parkeerstrook ruimte voor boomdam (+1 boom -0 pp)
Bestaande stad boom in verharding GP gem. 6m3
Tevens is het uitgangspunt dat er goede groeiplaatsen worden aangelegd ten behoeve van een duurzaam bomenbestand. Bij vervanging en het toevoegen van extra bomen in een bestaande situatie wordt minimaal 7,5m3 voor de 1e grootte, 6m3 voor de 2e grootte en 5m3 voor een 3e grootte boom gehanteerd. Bij projecten van ontwikkeling, herinrichting en groot onderhoud wordt minimaal 20m3 voor de 1e grootte, 15m3 voor de 2e grootte en 7,5m3 voor een 3e grootte boom gehanteerd.
Hoofdboomstructuren Het toevoegen van bomen op de hoofdwegen zijn in deze studie niet meegenomen. Meerdere van deze hoofdwegen zijn (potentiële) hoofdboomstructuren voor de stad (Nota Stadsbomen). Deze structuren spelen een rol op stadsniveau en zijn wijkoverstijgend. Ze behoeven dan ook onderzoek op stadsniveau.
Bestaande stad boom in open grond GP gem. 6m3
In stadsdeel Laak is nauwkeurig gezocht naar ruimte voor extra bomen. Hiervoor is een kaart gemaakt die in kleuren aangeeft waar vrije ruimte ontstaat, rekening houdend met boven- en ondergrondse beperkingen. De uitgangspunten uit de Nota Stadsbomen en Handboek openbare ruimte zijn hiervoor gebruikt. Dit betekent dat er rekening is gehouden met o.a. de minimale maten voor plantafstanden, afstanden tot gevels en maten van de groeiplaatsen.
Tevens is er een inschatting gemaakt van de mogelijkheid voor toevoeging van extra bomen op niet openbaar gebied. Het gaat dan om de plekken die uit de hittestresskaarten komen, zoals verharde speelpleinen bij scholen en opvanglocaties. In het meest voorzichtige scenario zou dit xx extra bomen betekenen voor stadsdeel Laak. In het meest optimistische scenario kunnen er xx extra bomen worden geplant in het openbaar gebied. In deze aantallen zijn de extra bomen die uit lopende projecten komen niet meegenomen (dit is simpelweg niet in te schatten) evenals de bomen op privaat gebied. inzicht in gemiddelde kosten voor de aanplant van een boom, prijspeil 2021/2022
Studie vergroening Laak
21
Laakhaven-West
Laakhaven-Oost
Binckhorst
Special (Vergroening op stadsniveau) Special (Vergroening op wijkniveau) Quickwin (Vergroening op straatniveau) Mogelijke plek voor boom Technisch mogelijk maar niet wenselijk In te boeten Special (Vergroening op stadsniveau)
Mogelijke plek voor boom, ten koste van parkeerplek
Special (Vergroening op wijkniveau) Quickwin (Vergroening op straatniveau)
Mogelijke plek voor boom, vereist verdere onderzoek
Mogelijke plek voor boom Technisch mogelijk maar niet wenselijk
Bestaande boom Mogelijke plek voor boom op particulier terrein
In te boeten Mogelijke plek voor boom, ten koste van parkeerplek Mogelijke plek voor boom, vereist verdere onderzoek Bestaande boom Mogelijke plek voor boom op particulier terrein
ruimte voor extra bomen
Spoorwijk
22
Laakkwartier-West
Laakkwartier-Oost
Noordpolderbuurt
Achter g r o n d t h e m a k l i ma a t Hittestress Wanneer de gevoelstemperatuur te hoog is, krijgen mensen last van hittestress. Dat kan vanaf de gevoelstemperatuur van 23 graden Celsius (wel sterk persoonsafhankelijk). Grote hittestress wordt ervaren vanaf een gevoelstemperatuur van 35- 41 graden Celsius. Extreme hitte stress vanaf 41 graden Celsius. Als we naar de hittekaart: gevoelstemperatuur van Laakkwartier kijken, is de hele wijk onderhevig aan hittestress. Hierbij vallen met name pleinen en schoolpleinen op. Op de kaart hiernaast zijn deze globaal gearceerd en gerelateerd aan de vergroeningskansenlocaties. Veel van deze plekken spelen een rol op een hoger schaalniveau. Dat betekent dat ze kunnen worden aangepakt bij een project van herinrichting. Op het allerlaagste schaalniveau, het blok en straatniveau kan hittestress ook worden verminderd. Bijvoorbeeld in de 7 hofjes in Spoorwijk. Dat de gevoelstemperatuur een stuk lager op plekken waar grote bomen zijn is ook te zien op de hittestresskaart. Daar waar oudere bomen staan is de hittestress het laagst. Het effect van een grote, oudere boom op het tegengaan van hittestress is zo groter dan van een jonge boom. Dat betekent dat we als stad nu al moeten nadenken over de bomen voor de toekomst. Opvallend zijn ook de grote hitte-eilanden bij een aantal scholen & opvanglocaties.
Ook bestaan hitte eilanden binnen bouwblokken. Een groot deel van deze plekken zijn niet in eigendom van de gemeente maar we kunnen als gemeente wel het gesprek starten. Opvallend braak liggende stuk terrein zijn o.a. Laakhavens en parkeergarages/pleinen. De ecozones en parken kennen ook hele hete vlakken (grasvelden), maar dit hoort ook bij een verdeling in schaduw en zon bij parken wegens ecologische diversiteit. Voor Laakkwartier is goed zichtbaar waar bomen het niet goed doen en/of bomen onlangs zijn toegevoegd naar nog niet tot wasdom zijn gekomen. Hier kleurt de kaart nog behoorlijk rood zoals de Damasstraat.
Verkoeling Groen koelt de luchttemperatuur door verdamping: 10% meer groen verlaagt de temperatuur met ca 0,5 graden Celsius (Steeneveld, G.J. et al, 2011). Het belangrijkste ingrediënt voor een lagere gevoelstemperatuur is schaduw. De balans tussen zon en schaduw is van groot belang in het ontwerp van een comfortabel leefklimaat door het jaar heen. Gedacht kan worden aan groene gevels, heesters, canvasdoeken en pergola’s. Deze wijzen van verkoeling zijn in deze studie niet uitgewerkt. Wateroverlast De meest kwetsbare plekken voor wateroverlast zijn rond de verharde school-, sport-, speelpleinen. Met name het Kraijcek playground Ketelveld lijkt in zijn geheel onder te lopen. Kraijcek playground Lipa ondervindt behoorlijk veel last. H.V.V. Laakkwartier en Ledeganckplein in iets mindere mate ook. Een groot deel van deze plekken is niet in eigendom van de gemeente. Hiervoor geldt dat we het aanbrengen van groen als gemeente kunnen stimuleren en het gesprek kunnen starten.
hittekaart Laak
Wateroverlast speelt ook vaak binnen de bouwblokken en op enkele hoofd ontsluitingsstructuren zoals de Rijswijkseweg, Van Musschenbroekstraat, Jan van der Heijdenstraat, Oudemansstraat, Goeveneurlaan en Alberdingk Thijmplein. Het probleem van wateroverlast is met deze vergroening niet direct op te lossen. De parkeervakken Beetsstraat en Van Zeggelenlaan blijven bij een piek van 70mm ook niet droog. Op buurt- en straatniveau lijkt de wateroverlast beperkt aanwezig.
wateroverlast Laak
Studie vergroening Laak
23
Laakhaven-West
Wateroverlast
Laakhaven-Oost
Binckhorst
hittestress Specials stadsniveau Specials wijkniveau Quick Wins buurt- en blokniveau
Spoorwijk
Laakkwartier-West
Laakkwartier-Oost
Noordpolderbuurt Vergroeningskansen Laak gerelateerd aan klimaat
24
Stadsentrees & stadsrand Quick wins - eerste stap naar vergroening
Studie vergroening Laak
25
Stadsentr ee s Vergroening korte termijn De Noord-zuid georiënteerde hoofd(boom) structuren door Laak vormen ook de stadsentrees vanuit Rijswijk richting Den Haag. De Rijswijkseweg, Oudemanstraat, De Genestetlaan zijn groene entrees komende vanuit de landgoederenzone van Rijswijk. Dit kunnen groene vingers worden die de landgoederenzone verbinden met de Laakzone. Deze structuren kennen nu vooral een sterke boomstructuur, maar op maaiveld is de overgang van Rijswijk naar Den Haag erg versteend. Om vergroening echt goed te kunnen bewerkstellingen is een mobiliteitstransitie nodig. Dit is geen korte termijn ontwikkeling, maar een ontwikkeling van tientallen jaren. Uiteindelijk zal er minder ruimte komen voor de auto en meer voor de voetganger, fiets, het openbaar vervoer en groen. Ten gevolge van de mobiliteitstransitie zullen de profielen ingrijpend veranderen, met nieuwe mogelijkheden, stevige boomstructuren en kansen voor vergroening. Daarbij bestaan kansen om de ambities uit de Nota Stadsbomen en Nota Stadsnatuur te realiseren.
herontwikkeling en kan deze straks eenvoudig worden verplaatst? Wat we nu zien is dat op korte termijn kansen bestaan voor vergroening en verkoeling van om versteende bermen en trambanen op deze hoofdstructuren. Dit levert op korte termijn verschillende ecosysteemdiensten, waaronder het verzachten van de uitstraling van de stadsentrees. Het zijn plekken waar veel mensen dagelijks komen. Daardoor is het effect van de ecosysteemdiensten die het groen hier levert groot. Ook zien we binnen het ritme van de bestaande boomstructuur mogelijkheden voor aanplanten van enkele extra bomen. Vergroeningskansen die een toekomstige mobiliteitstransitie niet in de weg staat, zonder grote kapitaalsvernietiging. Met nu al grote impact op de beleving van deze stadsentrees. In deze studie wordt voorgesteld de vergroening van deze stadsentrees als Quick wins goed te keuren.
Dit vraagt om goed nadenken over een investeringen op dit soort plekken. Een investering op korte termijn in vakken met groen of nieuwe bomen heeft geen waarde, wanneer op de korte termijn een compleet profiel wordt heringericht. Maar wat als dit pas over tien of twintig jaar gebeurd? Wat van belang is bij het maken van keuzes voor vergroening is om vooraf enkele vragen te stellen: • Hoe lang heeft de vergroening effect? • Welke investering doen we nu? • Welke ecosysteemdiensten levert het op? • Als we nu een boom planten hoe lang kan deze groeien, staat hij straks in de weg voor een
Overgang Burgemeester Elsenlaan - De Genestetlaan
26
1
2
3
traat
Calands aa
positie stadsdeel Laak en raakvlakken lange lijnen
sc he nb ro
ek
str
aa
t
n
us M Va n
rk he Ne
isl
Rijswijkseweg
Goeverneurlaan
hu
De Genestetlaan
De Laak
ht
Verklaring:
Noordpolderkade
W al
do
rp
ad
e
st
ra
at
ac
Trekweg
Sl
Ja an
nv
Lange lijnen Secundaire lijnen Groot groengebieden
de
t
eij rH
Laakkwartier- en Spoorwijk Binckhorst
at
Hild
tra
ns
de
ebra nds traa
Wijken:
De Broe
ksloot
ng benomene
Studie vergroening Laak
De drie stadsentrees • de Genestetlaan • Rijswijkseweg • Slachthuisstraat/Oudemansstraat
27
1. De Genestetlaan De Genestetlaan is een stadsentree vanuit Rijswijk. De groene Burgemeester Elsenlaan loopt over in de versteende Genestetlaan. In het eerste deel vanaf Rijswijk rijdt ook de tram door de straat deze slaat halverwege af de Goeverneurlaan op. De Genestetlaan is op te delen in drie delen: • het overgangsdeel met de Burgemeester Elsenlaan waar vergroening in het trottoir mogelijk is, • het deel van de Genestetlaan waar de tram doorheen rijd, vergroeningskansen van de trambaan zelf, • Genestetlaan zonder tram met vergroeningsmogelijkheid in de brede trottoirs.
1
2
Vergroenen bermen Op dit overgangsgebied kunnen nog een aantal versteende bermen vergroend worden en bestaand groen verlengd of vergroot. De uitrit van de Paets van Troostwijkstraat is onnodig groot. Er is nu een duidelijke scheiding vanuit Rijswijk naar Den Haag door het verschil in de hoeveelheid groen.
Vergroenen trambaan Het verharde tram trace kan ook vergroend worden. Het is wel belangrijk dat het trace toegankelijk blijft voor calamiteiten voertuigen. Op welke manier dit mogelijk is dient nog onderzocht te worden.
3
Aandachtspunten Voor deze locatie geldt type 2 beplantingstypologie (Nieuwe Haagse School) Afstemming met nood- en hulpdiensten, HTM Volgens de laatste planning vindt na 2027 groot onderhoud plaats aan de Genestetlaan. Onderzoek loopt of nood- en hulpdiensten op de trambaan kunnen en rijbaan naar 30km/u Juiste balans tussen vergroenen en voldoende ruimte voor fietsparkeren
Bestaand groen vlakken Nieuw groen vlakken Vergroening trambaan Locatieaanduiding
28
Vergroenen in het trottoir In de 4m brede trottoirs in dit deel van de Genestetlaan is het mogelijk groenvakken aan te brengen rondom de bomen. Robuuste vakken van circa 50m2 zijn mogelijk met doorgangen naar het fietspad en de parkeerplekken. Hierbij blijft de loopruimte
1
3 4
2
4
Vergroenen boomspiegels Waar in de lange lijnen te weinig ruimte is voor robuuste groenvakken kunnen wel de boomspiegels zo groot mogelijk worden gemaakt. Door deze in te vullen met robuust groen maken we de stadsentrees zo groen mogelijk.
Bestaand groen vlakken Nieuw groen vlakken Vergroening trambaan
Studie vergroening Laak
29
2. Rijswijkseweg De Rijswijkseweg is een stadsentree vanuit Rijswijk. De Haagweg loopt vanuit Rijswijk over in de Rijswijkseweg. De Rijswijkseweg heeft een breed straatprofiel maar is volledig in gebruik door verkeer: tram, rijweg, fietspad, parkeren en trottoir. De Rijswijkseweg is op te delen in drie delen: • het overgangsdeel van Haagweg naar Rijswijkseweg waarbij bij de Rijswijkseweg rijbaan en tram gescheiden zijn door een haag. De haag valt weg bij de Rijswijkseweg; • Het deel van de Rijswijkseweg waar de tram doorheen rijd, vergroeningskansen van de trambaan zelf; • Het overgangsdeel van S100 naar Rijswijkseweg.
1
2
Vergroenen bermen Op dit overgangsgebied kunnen nog een aantal versteende bermen vergroend worden en bestaand groen verlengt of vergroot. De uitrit van de Paets van Troostwijkstraat is onnodig groot. Er is nu een duidelijke scheiding vanuit Rijswijk naar Den Haag door het verschil in de hoeveelheid groen.
Vergroenen trambaan Het verharde tram trace kan ook vergroend worden. Het is wel belangrijk dat het trace toegankelijk blijft voor calamiteiten voertuigen. Op welke manier dit mogelijk is dient nog onderzocht te worden.
3
Aandachtspunten Voor deze locatie geldt type 2 beplantingstypologie (Nieuwe Haagse School) Tussen Rijswijkseweg en Goeverneurlaan: volgens de laatste planning vindt hier na 2027 groot onderhoud plaats. Afstemming is nodig met HTM en nood- en hulpdiensten Juiste balans tussen vergroenen en voldoende ruimte voor fiets parkere
Bestaand groen vlakken Nieuw groen vlakken Vergroening trambaan Locatieaanduiding
30
Vergroenen boomspiegels Waar in de lange lijnen te weinig ruimte is voor robuuste groenvakken kunnen wel de boomspiegels zo groot mogelijk worden gemaakt. Door deze in te vullen met robuust groen maken we de stadsentrees zo groen mogelijk.
3 2
1
Bestaand groen vlakken Nieuw groen vlakken Vergroening trambaan
Studie vergroening Laak
31
3. Slachthuisstraat/Oudemanstraat De Oudemanstraat is een stadsentree vanuit Rijswijk. Het eerste deel van de Oudemanstraat heeft een smal straatprofiel en er is geen ruimte om te vergroenen. Vanaf het Lorentzplein komt er een dubbel tramspoor de straat in. In het laatste deel maakt de straat een kleine slinger en loopt vanaf de laakkade over in de Slachhuisstraat. In dit laatste gebied vanaf de slinger ontstaat er door de slinger ruimte in het troittoir om de bomen een extra groot groenvak te geven. Aandachtspunten Voor deze locatie geldt type 2 beplantingstypologie (Nieuwe Haagse School)
1
2
Vergroening in trottoir Op een drietal plekken is er ruimte om een groenvak aan te leggen. Op 1 locatie is ruimte om 2 bomen in een groenvak te plaatsen.
Vergroenen trambaan Het verharde tram trace kan ook vergroend worden. Het is wel belangrijk dat het trace toegankelijk blijft voor calamiteiten voertuigen. Op welke manier dit mogelijk is dient nog onderzocht te worden.
3
Afstemming met nood- en hulpdiensten, HTM
Locatieaanduiding
32
Vergroenen boomspiegels Waar in de lange lijnen te weinig ruimte is voor robuuste groenvakken kunnen wel de boomspiegels zo groot mogelijk worden gemaakt. Door deze in te vullen met robuust groen maken we de stadsentrees zo groen mogelijk.