CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS320864 Bijlage Eindrapport Havenverordening Scheveningen KWINK groep Redacted

Commissie Leefomgeving 26 juni 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief inzake Uitkomst evaluatie Verordening Scheveningen Haven 202312.502 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit biedt bovendien meer zekerheid richting de toekomst (welke activiteiten gegarandeerd wel plaats mogen vinden en welke soort schepen gegarandeerd wel in de haven mogen aanmeren), ook voor de havengebruikers zelf.

Betreden van de woonruimte Ook signaleert de havenmeester een mogelijk discussiepunt met havengebruikers als gevolg van de huidige Verordening: het toezicht houden op schepen impliceert dat de toezichthouders soms de woonruimte

Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding

24

van bemanning (moeten) betreden. Bemanning woont namelijk vaak (deels) op het schip. Ondanks dat een uitzonderingsgrond op artikel 138 van het Wetboek van Strafrecht geldt,30 waardoor geen sprake is van huisvredebreuk wanneer toezichthouders de woonruimte betreden om de toezichtstaak uit te kunnen oefenen, zou dit wel in de praktijk tot discussie kunnen leiden met havengebruikers. Daarom is in andere havenverordeningen expliciet een bepaling over het betreden van de woonruimte opgenomen (bijvoorbeeld: ‘Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner’31 ).

De politie heeft als taak het handhaven van de rechtsorde, ook in de haven. Daarnaast vervult de wijkagent ook een meer netwerkende rol in de haven (en functioneert daarmee ook als ‘oren en ogen’ voor het havenbedrijf en vice versa). De gesprekspartner van de politie die we hebben gesproken geeft aan te horen van havengebruikers dat zij sinds de invoering van de Verordening anders (en daarmee wellicht veiliger) zijn moeten gaan werken. De ILT is de nationale toezichthouder op schepen, en controleert de arbeidsomstandigheden en veiligheids- en milieueisen aan boord van zeeschepen. De ILT houdt geen toezicht op grond van de Verordening. Ook heeft de ILT aangegeven dat er bij hen geen signalen bekend zijn met betrekking tot de (externe) veiligheid in de haven van Scheveningen.

Naast het toezicht door de havenmeester hebben ook de Omgevingsdienst Haaglanden, Veiligheidsregio Haaglanden, de ILT en politie een formele toezichtstaak in de haven.

De Veiligheidsregio Haaglanden en Omgevingsdienst Haaglanden hebben een toezichtstaak op grond van andere wet- en regelgeving dan de Verordening. De Veiligheidsregio Haaglanden houdt toezicht op de brandveiligheid van panden in de haven (en dus niet op schepen). De Omgevingsdienst Haaglanden houdt toezicht op de veiligheid, luchtkwaliteit, geluid, licht, energie, afval, asbest en bodem bij de bedrijven in de haven, maar heeft geen bevoegdheden voor toezicht op het water en de schepen. De rol die die Veiligheidsregio Haaglanden en de Omgevingsdienst Haaglanden hebben in het kader van de Verordening is meer adviserend van aard. De havenmeester seint de Veiligheidsregio Haaglanden en Omgevingsdienst Haaglanden in wanneer nodig. Wanneer de Veiligheidsregio Haaglanden of Omgevingsdienst Haaglanden zaken opmerken die van belang zijn voor de havenmeester, dan seinen zij de havenmeester in (en worden de gemeente en omgevingsdienst of veiligheidsregio ook geïnformeerd).

30

31

Hijsen Ook geeft de havenmeester aan dat (de eisen rondom) hijsen (goederen of andere materialen op schepen hijsen of daar vanaf halen ) niet voldoende in de huidige Verordening is verankerd. Met hijsen wordt de kade namelijk belast, waardoor schade aan de kade kan ontstaan. Hoe dichter het hijsende voertuig bovendien bij de kade staat, hoe groter die belasting. In de Verordening is momenteel niets opgenomen over de afstand tot de kade die havengebruikers bij hijsen moeten hanteren.

5.5

Andere toezichthouders

Algemene wet op het binnentreden.

Zie bijvoorbeeld artikel 14.4 Havenverordening Rotterdam 2020.

Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding

25

6. Risicomanagementteam (RMT) 6.1

Leden en wijze van overleg

We hebben in hoofdstuk 3 al kort benoemd dat de Verordening voorziet in de instelling van een Risicomanagementteam (RMT).32 In de Regeling RMT is opgenomen dat het RMT bestaat uit de volgende leden: • Een onafhankelijke voorzitter; • Het hoofd van de afdeling Havenbedrijf & Bediencentrale van de gemeente Den Haag en tevens secretaris (de havenmeester); • Een ambtenaar van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling van de gemeente Den Haag; • Een ambtenaar van de Directie Veiligheid van de gemeente Den Haag; • Een vertegenwoordiger van de Omgevingsdienst Haaglanden; • Een vertegenwoordiger namens de reders; • Een vertegenwoordiger namens het maritieme bedrijfsleven in de haven van Scheveningen. Verder kan de voorzitter volgens de Regeling RMT nog ‘ambtenaren of nietambtelijke deskundigen, zoals vertegenwoordigers van de Brandweer Haaglanden, de Politie Haaglanden, de Inspectie Leefomgeving en Transport, het Stadsdeel Scheveningen, en de Belangenvereniging Schevenings Havengebied de vergaderingen laten bijwonen.’ 33

32 33

Artikel 4.6 lid 3 Verordening Scheveningen Haven Den Haag 2023. Regeling Risicomanagementteam Scheveningen haven Den Haag 2024.

In de praktijk sluit de Veiligheidsregio ook aan bij de vergaderingen van het RMT (ter ondersteuning van de ambtenaar van de Directie Veiligheid van gemeente Den Haag). Het RMT vergadert in ieder geval eens per kwartaal, en vaker als dat nodig wordt geacht. Verder is in de Regeling RMT onder andere opgenomen hoe onderwerpen binnen het RMT op de agenda kunnen worden geplaatst, hoe benoemingen plaatsvinden en hoe stemmingen over adviezen plaatsvinden.

6.2

Rollen RMT

Het RMT heeft meerdere rollen (zowel formeel, op grond van de Verordening, als informeel). Gevraagd en ongevraagd adviseren Het RMT geeft advies ‘op basis van een meerderheid van stemmen, gevraagd en ongevraagd over de preventieve en reactieve risicobeheersing in de haven van Scheveningen waarbij het specifiek gevraagd wordt te adviseren over de veiligheidsaspecten en impact van bijzondere werkzaamheden en activiteiten in de haven en het vijfjaarlijks op te stellen Havenveiligheidsplan’. 34 Advies categorie 4 werkzaamheden Het RMT brengt verplicht advies uit wanneer een vergunning voor

34

Ibid.

Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding

26

categorie-4 werkzaamheden wordt aangevraagd (zie ook beschrijving in hoofdstuk 3). Tot het moment van deze evaluatie zijn echter nog geen categorie-4 werkzaamheden aangevraagd. Het RMT heeft dus ook nog geen ervaring met het uitvoeren van deze taak. Ten tijde van deze evaluatie wordt door het RMT wel gewerkt aan een werkwijze voor de invulling van de adviesplicht bij een aanvraag voor een categorie-4 melding.

de werkzaamheden van de havenmeester. Havengebruikers (die lid zijn van het RMT) geven aan het goed te vinden dat het RMT is opgericht, en reflecteren positief op de invulling (zowel voor wat betreft de leden en als de gespreksonderwerpen). Wel geven zij aan dat voor onderlinge afstemming het RMT niet noodzakelijk is: havengebruikers weten andere belanghebbenden ook buiten het RMT om goed te vinden.

Meedenken wet- en regelgeving We stellen vast dat het RMT het afgelopen jaar (ook) een grote rol heeft gehad in het meedenken en adviseren over de Verordening en aanpalende regelingen. Bijvoorbeeld het Veiligheidsprotocol en handhavingsprotocol.

In de Regeling RMT is opgenomen hoe stemmingen plaatsvinden wanneer het RMT geen consensus bereikt. Die situatie heeft zich nog niet voorgedaan. Dat neemt niet weg dat er geregeld stevige discussies in het RMT worden gevoerd, maar de RMT-leden weten tot heden altijd ‘tot elkaar te komen’. De leden zien de Regeling RMT dan ook als iets om ‘achter de hand te houden’, mocht er ooit onenigheid ontstaan.

Informeel: afstemmingsoverleg veiligheid in de haven? Het RMT heeft dus een formele adviestaak op grond van de Verordening. Sommige RMT-leden zien de rolopvatting van het RMT breder dan strikt is vastgelegd in de Verordening. Het RMT is volgens hen namelijk ook een zeer geschikt gremium voor afstemming over veiligheid in de haven. Als er zich veiligheidsvraagstukken voordoen, is het RMT een logische plek om daarover af te stemmen. Andere RMT-leden geven juist aan dat het RMT niet te veel moet ‘uitwaaieren’, en zich vooral moet concentreren op de adviestaak in de Verordening.

6.3

Reflectie RMT leden

Functioneren RMT We hebben de RMT-leden gevraagd naar hun ervaringen met het RMT. RMTleden zijn unaniem positief over het RMT. De havenmeester reflecteert positief op het RMT en de rol die het RMT vervult. De RMT-bijeenkomsten zijn bovendien een goede gelegenheid om toelichting te kunnen geven op

35

We hebben ook de Veiligheidsregio gevraagd naar de ervaring met het RMT. De Veiligheidsregio is formeel geen RMT-lid. De veiligheidsregio geeft aan ‘heel blij’ te zijn met het RMT. Het is namelijk belangrijk dat geregeld een gesprek tussen belanghebbenden plaatsvindt. Volgens de Veiligheidsregio heeft het RMT ook een belangrijke signalerende functie in het kader van de veiligheid in de haven. Samenstelling RMT We hebben ook nagevraagd of de leden van het RMT tevreden zijn met de samenstelling van het RMT. Zij geven aan dat de belangrijkste stakeholders RMT-lid zijn, en dat de samenstelling dus goed werkt. Wel signaleren zij dat er ook andere partijen stakeholder zijn (bijvoorbeeld de ILT, Rijksrederij en Rijkswaterstaat) die geen RMT-lid zijn, maar waarvan het waardevol kan zijn om deze partijen uit te nodigen om ‘van gedachten te wisselen’. De Verordening voorziet in de mogelijkheid om ambtenaren of niet-ambtelijke deskundigen uit te nodigen voor de vergaderingen.35

Zie artikel 2:1 lid 2 Regeling Risicomanagementteam Scheveningen haven Den Haag 2024.

Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding

27

Verder hebben we ook de voormalig voorzitter van het RMT gesproken (in het voorjaar van 2024 heeft een voorzitterswissel plaatsgevonden). Hij gaf als aandachtspunt mee dat het belangrijk is om de aandacht bij de RMTleden vast te houden, ook wanneer ‘het goed gaat’. Als het lange tijd goed gaat, bestaat het risico dat de aandacht verslapt. Vertegenwoordiging (op het juiste niveau) van de verschillende RMT-leden blijft belangrijk om het RMT naar behoren te laten functioneren en voorbereid te zijn wanneer zich wel een urgente situatie zou voordoen.

Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding

28

7. Conclusies In opdracht van de gemeente Den Haag is de Verordening Scheveningen haven Den Haag 2023 geëvalueerd één jaar nadat deze in april 2023 in werking trad. Het accent lag daarbij op veiligheid in de haven en of sprake is van een passend evenwicht met andere functies in de haven (en dan specifiek de economische functie). Hierna volgen de conclusies en aanbevelingen. Het is aannemelijk dat sinds de invoering van de Verordening in 2023 veiliger wordt gewerkt in de haven. We kunnen niet objectief beoordelen of de veiligheid is toegenomen sinds de inwerkingtreding van de nieuwe Verordening. Het afgelopen jaar hebben zich geen (grote) veiligheidsincidenten voorgedaan en zijn er ook geen grote veiligheidsovertredingen geconstateerd. De onderzoeksperiode is echter te kort om hier conclusies aan te kunnen verbinden. Een vergelijking met de situatie voor de invoering van de Verordening is bovendien niet te maken: voor de invoering van de Verordening vond namelijk geen registratie van werkzaamheden plaats en werd weinig toezicht gehouden. Een vergelijking in de tijd van werkzaamheden en veiligheidsovertredingen is daardoor niet mogelijk. We achten het wel aannemelijk dat sinds de invoering van de Verordening veiliger wordt gewerkt in de haven. We baseren ons op de feitelijke informatie die wél beschikbaar is en de opvattingen en beelden van betrokkenen.

Vooral de intensivering en professionalisering van het toezicht heeft bijgedragen aan de verbetering (zie volgende conclusie). De Verordening, en dan vooral de meldplicht, biedt hiervoor de basis.

Voor een deel van de havengebruikers (met name de grotere havengebruikers) geldt dat zij ook voor de invoering al aan (strenge) veiligheidsprotocollen waren gehouden, bijvoorbeeld vanwege hun bedrijfscertificering. Voor deze havengebruikers geldt dat zij door de invoering van de Verordening niet aan strengere veiligheidsprotocollen worden gehouden. Wel is er door de intensivering van het toezicht een sterkere waarborg voor naleving. Deze havengebruikers worden nu immers (ook) door de havenmeester gestimuleerd (en waar nodig) gesanctioneerd wanneer zij de veiligheidsprotocollen niet naleven. Voor de (veelal kleinere) havengebruikers die (nog) niet aan veiligheidsprotocollen werden gehouden, geldt dat met de invoering van de Verordening de veiligheidseisen strenger zijn geworden. Zij zijn naar alle waarschijnlijkheid werkzaamheden veiliger gaan uitvoeren. Ook voor hen vormt het (geprofessionaliseerde) toezicht en de handhaving door het havenbedrijf de ‘stok achter de deur’. De intensivering en professionalisering van het Havenbedrijf draagt bij aan de veiligheid in de haven. Het havenbedrijf is uitgebreid in capaciteit en heeft zijn werkwijze geprofessionaliseerd. Het havenbedrijf voert (meer) regie op de haven en de werkzaamheden die daar plaatsvinden, en is meer aanwezig in de haven om toe te zien op de (juiste) uitvoering van werkzaamheden.

Het toezicht en de strategie daarbij zal bovendien nader uitgewerkt worden in het handhavingsprotocol dat nog in ontwikkeling is.

Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding

29

Dat het havenbedrijf een bredere rolopvatting hanteert, en zich niet beperkt tot enkel de (veiligheids)voorschriften uit de Verordening, beoordelen wij als positief. Door ook (op informele wijze) aandacht te hebben voor andere veiligheidsaspecten, zoals het dragen van de juiste persoonsbeschermingsmiddelen, draagt het havenbedrijf bij aan een bredere veiligheidscultuur in de haven. Het havenbedrijf heeft afgelopen jaar het toezicht opgebouwd. De meeste aandacht is in eerste instantie uitgegaan naar de grotere havengebruikers, inmiddels is dat verbreed naar ook de kleinere havengebruikers. Dit vinden we – in het kader van risicogerichtheid – logisch en passend. Grote havengebruikers voeren over het algemeen namelijk de meest risicovolle activiteiten uit, maar de grootste winst in nalevingsgedrag is nog te behalen bij de kleinere havengebruikers. Ook had het toezicht van het havenbedrijf afgelopen jaar een opbouwend karakter: eerst ‘zacht’ en informeel, daarna pas strikter. Ook dat vinden we logisch en passend. Aanpalende regelgeving was immers nog niet uitgewerkt en partijen moeten de kans krijgen om de (nieuwe) regelgeving eigen te maken en de (werk)processen daarop aan te passen. Het risicomanagementteam (RMT) functioneert naar behoren en levert een positieve bijdrage. We constateren dat de belangrijkste stakeholders onderdeel zijn van het RMT en daaraan ook actief deelnemen.

Het RMT geeft goed invulling aan de adviserende rol die zij hebben, onder andere door mee te denken met de inhoud van regelgeving. Door het instellen van een periodiek overleg is bovendien geborgd dat het RMT preventief bij elkaar blijft komen (en niet pas reactief wanneer een veiligheidsprobleem zich voordoet). We kunnen geen uitspraken doen over de werking van de adviesrol van het RMT bij een aanvraag voor categorie-4 werkzaamheden. Een aanvraag voor categorie-4 werkzaamheden heeft tijdens deze evaluatie namelijk nog niet

plaatsgevonden. Het lijkt ons goed dat – wanneer de eerste categorie-4 werkzaamheden zijn aangevraagd, en het RMT hier een advies voor heeft gegeven – de daarbij betrokken partijen (RMT en aanvragers) ervaringen uitwisselen om daarvan te leren. Met de Verordening lijkt een passend evenwicht te zijn gevonden tussen veiligheid en de economische functie van de haven. Uit deze evaluatie blijkt niet dat de invoering van de Verordening een negatief effect heeft op de economische functie van de haven. Havengebruikers kunnen (nog steeds) de werkzaamheden uitvoeren in de haven die nodig zijn voor hun bedrijfsvoering. En ook de impact van de administratieve handelingen en de doorlooptijd bij meldingen op de bedrijfsvoering van de havengebruikers is beperkt. Het afgelopen jaar zijn stappen gezet om de administratieve handelingen voor gebruikers te vereenvoudigen (met het digitale meldpunt voor werkzaamheden). Ook reageert het havenbedrijf adequaat (en naar tevredenheid van de havengebruikers) op meldingen, en is het bereikbaar en bereid om meldingen die kort dag worden gedaan snel in behandeling te nemen. Kijken we naar de toekomstige ontwikkelingen, dan zien we momenteel geen directe aanleiding om de Verordening aan te scherpen of aan te passen. Wel is het goed om actief het gesprek over veiligheid en veilig werken in de haven te blijven voeren.

Tijdens dit onderzoek hebben we geen signalen ontvangen dat op korte termijn ontwikkelingen plaats zullen vinden waardoor de Verordening niet meer passend zou zijn om de veiligheid in de haven te kunnen borgen. Tegelijkertijd is de Scheveningse haven een gebied waar veel activiteiten dicht op elkaar plaatsvinden. Bovendien is het een gebied dat – de afgelopen jaren – in ontwikkeling is geweest en volop in ontwikkeling zal blijven. Ook zullen mogelijk op de (middel)lange termijn ontwikkelingen plaatsvinden die impact op de veiligheid kunnen hebben (bijvoorbeeld

Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding

30

ander brandstofgebruik of een verandering in type havenactiviteiten). Daarom is het belangrijk om actief het gesprek over veiligheid in de haven te blijven voeren. We zien hierbij een signalerende en adviserende rol weggelegd voor het RMT. We doen de aanbeveling om periodiek, bijvoorbeeld jaarlijks, expliciet de vraag te agenderen of de Verordening actualisering behoeft. Ook voor het thema ‘hinder’ geldt dat we op basis van dit onderzoek geen directe aanleiding zien om dit thema in de Verordening onder te brengen. Wel bevelen we aan om een vinger aan de pols te houden. We hebben in het onderzoek niet feitelijk kunnen vaststellen wat de omvang van de (mogelijke) overlast is van schepen in de haven. Sommige bewoners hebben in gesprekken aangegeven wel eens last te ondervinden van geluid, geur of licht van de schepen. Deze signalen wijzen echter niet op onredelijke hinder of overlast, rekening houdend met het feit dat bewoners in een gebied wonen waar ook (industriële) havenactiviteiten plaatsvinden. Signalen van overlast die de havenmeester bereiken, worden door hem opgepakt, ook al behoort dit formeel niet tot zijn takenpakket. Dat er door de Verordening, en dan specifiek de instelling van het RMT, sprake is van een steviger netwerk in de haven, maakt het afhandelen en oplossen van klachten bovendien gemakkelijker.

Dus hoewel de Verordening formeel niet ingaat op ‘hinder’, levert het informeel wel een bijdrage.

namelijk een beter feitelijk beeld van de (ontwikkeling in) aantal, aard en ernst van de klachten. De havenmeester heeft tijdens dit onderzoek aangegeven enkele zaken in de Verordening te missen. We bevelen aan om hier vervolgonderzoek naar uit te voeren. Verder hebben we ook met de havenmeester gesprekken gevoerd over zaken die momenteel nog gemist worden in de Verordening (zoals het aanwijzen van de operationele ruimte, het binnentreden van schepen en hijsen). Het lag niet binnen de scope van dit onderzoek om zelf onderzoek te doen naar de (juridische) haalbaarheid en wenselijkheid van deze mogelijke aanpassing; deze mogelijke wijzigingen hebben ook geen direct effect op de veiligheid waarmee werkzaamheden worden uitgevoerd. We bevelen aan om na te gaan wat de implicaties zijn van de voorgestelde wijzigingen/toevoegingen, en indien gewenst de Verordening op deze punten aan te passen of uit te breiden. Ook hebben verschillende betrokkenen de behoefte uitgesproken voor een vertaling van de Verordening in het Engels. Het voornemen is om een dergelijke vertaling op te stellen. Een vertaling van de Verordening in het Engels lijkt ons nuttig. We bevelen dan ook aan dit voornemen (spoedig) uit te voeren.

Het formeel verankeren van ‘hinder’ in de Verordening lijkt daarom op dit moment weinig toe te zullen voegen. Wel blijft de haven en havenomgeving ook de aankomende jaren in ontwikkeling, waardoor de situatie kan veranderen. Daarom lijkt het ons in ieder geval verstandig om de vinger aan de pols te houden (bijvoorbeeld door periodiek als gemeente met het Havenbedrijf na te gaan of meldingen zijn toegenomen (of afgenomen), en of dit aanleiding vormt om actie te ondernemen). Hierbij kan een betere registratie van meldingen bij het havenbedrijf helpen. Daardoor ontstaat

Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding

31

Bijlagen

Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding

32

A. Gesprekspartners

B. Bronnen Hieronder vindt u een overzicht van de geraadpleegde bronnen:

In onderstaande tabel vindt u de organisaties en personen die voor deze evaluatie zijn geïnterviewd. Nr.

Gesprekspartners en organisaties

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Havenmeester (meerdere gesprekken) Wetgevingsjurist Stichting Bewonersorganisatie Havenkwartier (BOH) Belangenvereniging Scheveningen Haven (BSH) Bewoners van de Dr. Lelykade Bewoners van de Ferdinandkade Bijeenkomst met het RMT, met daarbij vertegenwoordigd: de rederijen, havenbedrijf (inclusief bediencentrale), Omgevingsdienst Haaglanden, BSH, gemeente Den Haag.

8.

Rederijen (één grote rederij (vertegenwoordigt perspectief grotere rederijen onder andere in RMT), één kleinere (vertegenwoordigt perspectief kleinere rederijen onder andere in RMT))

9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16.

Agentschap Organisatie die reparatiewerkzaamheden uitvoert Toezichthouders van het havenbedrijf Veiligheidsregio Omgevingsdienst Haaglanden Politie (wijkagent) Beheerder van het RWS-terrein Voormalig voorzitter van het RMT

Wet- en regelgeving: • ‘Voorstel van het college inzake Verordening Scheveningen Haven Den Haag 2023’, december 2022, RIS-313843; • Regeling veiligheidsprotocol Scheveningen haven Den Haag; • Regeling risicomanagementteam Scheveningen haven Den Haag 2024; • Algemene wet op het binnentreden; • Havenverordening Rotterdam 2020; • Algemene wet bestuursrecht; • Havenverordening Rotterdam 2020. Officiële rapporten en (raads-)stukken: • Notulen van de vergadering van de gemeenteraad van Den Haag van 9 maart 2023, RIS-315283; • ‘Evaluatie 'Verordening Scheveningen Haven Den Haag 2023’’, maart 2024, RIS-317755; • ‘Scheepsbrand Scheveningen Haven’, IFV i.s.m. Lokale Zaken, januari 2015; • ‘Rapportage expertiseteam Scheveningen Haven, beschouwing van fysieke veiligheid bij vaststelling nieuwe Havenverordening Scheveningen’, Expertiseteam, april 2021; • ‘Havenconvenant: een werkbare en leefbare haven’, 17 juli 2020. Overig: • ‘Bouwen in Scheveningen Haven’, denhaag.nl; • ‘Werkzaamheden haven Scheveningen melden’, formulieren.denhaag.nl;

Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding

33

KWINK groep biedt inzicht, structuur en inspiratie voor een sterke publieke sector. Dat doen we door te onderzoeken en te adviseren. We zijn nieuwsgierig, betrokken en precies. We duiken met plezier in onderwerpen die we al kennen én in onderwerpen die nieuw voor ons zijn. We doen ons werk graag samen: met collega’s, met andere bureaus en met onze opdrachtgevers en de organisaties die betrokken zijn bij onderzoeks- en adviestrajecten. Kenmerkend voor onze aanpak is dat we scherp doorvragen en pas iets beweren als we het goed uitgezocht hebben.

KWINK groep | +31 (0)70 35 96 955 Nassaulaan 1 | 2514 JS Den Haag Havenverordening Scheveningen: ervaringen en www.kwinkgroep.nl lessen één jaar na inwerkingtreding

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14963260/2