RIS320864 Bijlage Eindrapport Havenverordening Scheveningen KWINK groep Redacted
Tekst van het document
Eindrapport
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding Evaluatie van de Verordening Scheveningen haven Den Haag 2023
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding Evaluatie van de Verordening Scheveningen haven Den Haag 2023
DATUM
20-9-2024
VERSIE
Eindrapport
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding
1
Inhoudsopgave Samenvatting
3
1.
Inleiding
4
1.1
Aanleiding en afbakening van het onderzoek
4
1.2
Onderzoeksaanpak
5
1.3
Leeswijzer
5
2.
Aanleiding en context
6
2.1
Aanleiding van de Verordening
6
2.2
De haven en haar gebruikers
7
2.3
Relevante dossiers/ontwikkelingen in de haven en havenomgeving 8
3.
Wet- en regelgeving
10
3.1
Beschrijving van de nieuwe Verordening
10
3.2
Aanpalende regelingen
13
3.3
Verhouding tot andere wet- en regelgeving
13
4.
Gebruik van de haven
15
4.1
Werkzaamheden in de haven
15
4.2
Veilig werken
17
4.3
Lasten voor havengebruikers
18
4.4
Impact van werkzaamheden op de omgeving
19
5.
Havenmeester en toezicht
21
5.1
Rol havenmeester
21
5.2
Toezicht door de havenmeester
22
5.3
Ervaringen havengebruikers met toezicht door havenmeester
23
5.4
Instrumentarium havenmeester
24
5.5
Andere toezichthouders
25
6.
Risicomanagementteam (RMT)
26
6.1
Leden en wijze van overleg
26
6.2
Rollen RMT
26
6.3
Reflectie RMT leden
27
7.
Conclusies
29
Bijlagen
32
A. Gesprekspartners
33
B. Bronnen
33
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding
2
Samenvatting Aanleiding, doel en aanpak De Verordening Scheveningen haven Den Haag 2023 (hierna: de Verordening) vervangt de Verordening Scheveningen Haven 2008. De Verordening dient ter bevordering van een goed havenbeheer, waaronder de ordening, de veiligheid en het milieu van de haven. Dit doel moet worden bekeken in de context van de economische rol die de haven speelt. Deze evaluatie had als doel om inzicht te bieden in de werking van de Verordening in de praktijk. Daarbij lag het accent op veilig werken in de haven, en of daarmee sprake is van een passend evenwicht met andere functies in de haven (en dan specifiek de economische functie). Ook zijn we gevraagd aandacht te besteden aan het onderwerp ‘hinder’. Hiervoor hebben we gekeken naar de wet- en regelgeving, de wijze waarop havengebruikers werkzaamheden uitvoeren, het toezicht door het havenbedrijf, de taakuitvoering door het Risicomanagementteam en de impact van activiteiten in de haven op bewoners. Conclusies Het is aannemelijk dat sinds de invoering van de Verordening in 2023 veiliger wordt gewerkt in de haven. We baseren deze conclusie op de beschikbare informatie over (het toezicht op) werkzaamheden in de haven en opvattingen en beelden van betrokkenen. Vooral de intensivering en professionalisering van het havenbedrijf draagt bij aan de veiligheid in de haven.
De Verordening, en dan vooral de meldplicht biedt de basis voor het toezicht. Gelijktijdig met de invoering van de Verordening is het havenbedrijf geprofessionaliseerd en uitgebreid in capaciteit. Het havenbedrijf voert nu
(meer) regie op de haven, de werkzaamheden in de haven en de wijze waarop die plaatsvinden. Door ook (op informele wijze) aandacht te besteden aan andere veiligheidsaspecten, zoals het dragen van de juiste persoonsbeschermingsmiddelen, draagt het havenbedrijf bij aan een bredere veiligheidscultuur in de haven. Met de Verordening is een risicomanagementteam (RMT) ingesteld met als doel het college van burgemeester en wethouders gevraagd en ongevraagd te adviseren over preventieve en reactieve risicobeheersing in de haven. Het RMT functioneert naar behoren en levert een positieve bijdrage aan de doelen van de Verordening. We kunnen nog geen uitspraken doen over de werking van de adviesrol van het RMT bij een aanvraag voor categorie-4 werkzaamheden, omdat tijdens de evaluatieperiode nog geen aanvraag voor categorie-4 werkzaamheden heeft plaatsgevonden. Met de Verordening lijkt een passend evenwicht te zijn gevonden tussen veiligheid en de economische functie van de haven. Uit deze evaluatie blijkt niet dat de invoering van de Verordening een negatief effect heeft op de economische functie van de haven. Havengebruikers kunnen (nog steeds) de werkzaamheden uitvoeren in de haven die nodig zijn voor hun bedrijfsvoering.
Kijken we naar toekomstige ontwikkelingen (in de havenomgeving of in de scheepsvaart), dan zien we momenteel geen directe aanleiding om de Verordening aan te scherpen of aan te passen. Wel is het goed om actief het gesprek over veiligheid en veilig werken in de haven te blijven voeren. Ook voor het thema ‘hinder’ geldt dat we op basis van dit onderzoek geen directe aanleiding zien om dit thema in de Verordening onder te brengen. Wel bevelen we aan om een vinger aan de pols te houden, om de impact van de havenactiviteiten op de omgeving te blijven monitoren.
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding
3
1. Inleiding 1.1
Aanleiding en afbakening van het onderzoek
Aanleiding voor het onderzoek De Verordening Scheveningen haven Den Haag 2023 (hierna: de Verordening) vervangt de Verordening Scheveningen Haven 2008. De Verordening dient ter bevordering van een goed havenbeheer, waaronder de ordening, de veiligheid en het milieu van de haven.1 Dit doel moet worden bekeken in de context van de economische rol die de haven speelt. Bovendien ligt de haven in een gebied waar rekening moet worden gehouden met andere functies, zoals wonen, bedrijvigheid en recreatie.
evaluatie te leggen op veilig werken in de haven,3 en of daarmee sprake is van een passend evenwicht met andere functies in de haven (en dan specifiek de economische functie). Hiervoor hebben we gekeken naar de wet- en regelgeving, de wijze waarop havengebruikers werkzaamheden uitvoeren, het toezicht door het havenbedrijf en de taakuitvoering door het Risicomanagementteam. Ook zijn we gevraagd aandacht te besteden aan het onderwerp ‘hinder’.4 We hebben onderzocht hoe overlast of hinder door bewoners wordt ervaren, of zij ergens terecht kunnen met eventuele klachten daarover en of het onderwerp ‘hinder’ in de Verordening wordt gemist. Vooraf maken we twee opmerkingen over het begrip veiligheid binnen dit onderzoek: • In deze evaluatie ziet het begrip ‘veiligheid’ op de fysieke veiligheid. Deze evaluatie richt zich niet op andere veiligheidsthema’s die in de haven spelen, zoals ondermijning en criminaliteit. • De Verordening bevat bepalingen die een veilige haven tot doel hebben: voor de scheepvaart, de rederijen en ook voor omwonenden en bezoekers van de haven. Tegelijkertijd moet de haven nog wel voldoende bruikbaar blijven voor havengebruikers. Wij hebben
Tijdens de behandeling van de Verordening in de gemeenteraad op 9 maart 2023 is toegezegd dat de Verordening wordt geëvalueerd.2 KWINK groep heeft deze evaluatie uitgevoerd in opdracht van gemeente Den Haag in de periode maart tot en met juli 2024. Doel en afbakening De evaluatie heeft als doel om inzicht te bieden in de werking van de Verordening in de praktijk. We zijn daarbij gevraagd het accent in deze 1
‘Voorstel van het college inzake Verordening Scheveningen Haven Den Haag 2023’, december 2022, RIS-313843. 2 Notulen van de vergadering van de gemeenteraad van Den Haag van 9 maart 2023, RIS-315283. 3 ‘Evaluatie 'Verordening Scheveningen Haven Den Haag 2023’’, maart 2024, RIS-317755.
4
Dit onderwerp was geen thema in de havenverordening uit 2008 en is ook niet als apart thema opgenomen in de herijkte Verordening. De modelverordening uit Rotterdam en Amsterdam, bevat wel bepalingen over hinder. Tijdens de behandeling van de Verordening in de gemeenteraad was het wel of niet opnemen van hinder in de nieuwe Verordening een discussiepunt.
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding
4
onderzocht in hoeverre de Verordening wordt nageleefd, en in hoeverre daarmee de beoogde balans tussen veiligheid en functionaliteit wordt bereikt. Moment van onderzoek De evaluatie richt zich op de periode vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe Verordening (vanaf april 2023). Bij aanvang van de evaluatie (maart 2024) was de Verordening dus (slechts) een jaar in werking. Dat heeft implicaties voor het onderzoek. De beschikbare informatie (data) en ervaringen met de Verordening zijn nog relatief beperkt. Stakeholders hebben vaak enige tijd nodig om zich nieuwe regelgeving eigen te maken, werkprocessen daarop aan te passen en ervaring op te doen met nieuwe regelgeving. Bovendien geldt dat onderliggende regelgeving (in het bijzonder het handhavingsprotocol) ten tijde van deze evaluatie nog niet volledig was uitgewerkt. De evaluatie heeft daarom een ex durante karakter. Wanneer dit relevant is, geven we in het rapport aan wat de implicaties zijn van het feit dat de Verordening pas (relatief) korte tijd in werking is.
1.2
Onderzoeksaanpak
We hebben voor deze evaluatie de volgende onderzoeksmethoden ingezet: • Werkbezoek aan de haven en het havenbedrijf: een rondleiding door de havenmeester in de haven. • Verkennende gesprekken: gesprekken met de havenmeester, wetgevingsjurist en de BOH (Bewonersorganisatie Havenkwartier). • Verdiepende gesprekken: gesprekken met een breed scala aan stakeholders, zie voor een overzicht van gesproken personen/organisaties bijlage A (gesprekspartners). Er heeft één groepsgesprek plaatsgevonden met het RMT.
• Document- en data analyse: bestuderen van relevante documentatie (zie voor een overzicht van geraadpleegde documenten bijlage B, bronnen) en analyse van cijfers van het havenbedrijf over werkzaamheden in de haven en controle/toezicht daarop. De inzet van de onderzoeksmethoden leverden feiten en cijfers op en gaf ons inzicht in de ervaringen en percepties van stakeholders. Onze conclusies hebben we gebaseerd op een afweging van deze feiten, cijfers en ervaringen/percepties.
1.3
Leeswijzer
Na deze inleiding vindt u in hoofdstuk 2 een beschrijving van de aanleiding van de Verordening en een beschrijving van de context waarin deze Verordening landt. Hoofdstuk 3 bevat een samenvatting van de belangrijkste wijzigingen in de nieuwe Verordening ten opzichte van de oude verordening. Achtereenvolgens gaan we in op het gebruik van de haven (hoofdstuk 4), het havenbedrijf en toezicht (hoofdstuk 5), het Risicomanagementteam (hoofdstuk 6), veiligheid (hoofdstuk 7) en relevante toekomstige ontwikkelingen (hoofdstuk 8). We sluiten af met onze conclusies (hoofdstuk 9). In de bijlage vindt u een overzicht van de gesprekspartners (bijlage A) en de geraadpleegde documenten (bijlage B).
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding
5
2. Aanleiding en context
Twee incidenten vormden de directe aanleiding om de Verordening Scheveningen Haven 2008 in 2023 te vervangen door de nieuwe Verordening.
modelverordening voor havens. Deze modelverordening wordt zoveel mogelijk toegepast in Nederlandse zeehavens, met als doel de consistentie voor de zeescheepvaart te borgen. Voor de Haagse Verordening zijn veel begrippen overgenomen uit de modelverordening, behalve dat gemeente Den Haag in de Verordening niet expliciet het punt ‘hinder’ heeft opgenomen.7
Veiligheidsincidenten in de haven Het eerste incident betrof de scheepsbrand op de Johanna Maria SCH in juni 2014. In de evaluatie van deze brand door het Instituut Fysieke Veiligheid en Lokale Zaken, stond het volgende: ‘De Havenverordening dient te worden aangepast, zodat duidelijker wordt wat wel en niet aan werkzaamheden mag worden uitgevoerd.’5
Overige ontwikkelingen De Scheveningse haven is een gebied dat zich snel ontwikkelt. Een voorbeeld daarvan is nieuwbouw en daarmee de komst van nieuwe bewoners. Nieuwe ontwikkelingen brengen nieuwe (andere) risico’s met zich mee en daarom lag het voor de hand de Verordening op deze nieuwe ontwikkelingen aan te passen.
Het tweede incident vond plaats in maart 2017 en betrof het overpompen van grote hoeveelheden ammoniak, waardoor een gevaarlijke situatie ontstond.6 Dit incident bevestigde het gevoel dat de oude verordening aan een actualiseringsslag toe was teneinde een geaccepteerd veiligheidsrisico te borgen.
Totstandkoming verordening en aanverwante regelingen Bij de totstandkoming van de nieuwe Verordening waren verschillende partijen betrokken, waaronder het expertiseteam met daarin vertegenwoordigers van de Brandweer Haaglanden en rederijen.8 Op 6 december 2022 is het voorstel voor de nieuwe Verordening naar de gemeenteraad verstuurd.9 In maart 2023 vond de bespreking van dit voorstel plaats en werd het voorstel aangenomen.10 De Verordening trad vervolgens in april 2023 in werking.
2.1
Aanleiding van de Verordening
Modelverordening voor havens De havens van Rotterdam en Amsterdam ontwikkelden een
5
‘Scheepsbrand Scheveningen Haven’, IFV i.s.m. Lokale Zaken, januari 2015, p. 26. Zie: ‘Rapportage expertiseteam Scheveningen Haven, beschouwing van fysieke veiligheid bij vaststelling nieuwe Havenverordening Scheveningen’, Expertiseteam, april 2021, p. 5. 7 ‘Voorstel van het college inzake Verordening Scheveningen Haven Den Haag 2023’, december 2022, RIS-313843, p. 1. 6
8
Zie: ‘Rapportage expertiseteam Scheveningen Haven, beschouwing van fysieke veiligheid bij vaststelling nieuwe Havenverordening Scheveningen’, Expertiseteam, april 2021. 9 ‘Voorstel van het college inzake Verordening Scheveningen Haven Den Haag 2023’, december 2022, RIS-313843. 10 Notulen van de vergadering van de gemeenteraad van Den Haag van 9 maart 2023, RIS-315283.
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding
6
De Verordening kent een aantal aanverwante regelingen. Op chronologische volgorde traden de volgende aanverwante regelingen in werking: 1) Regeling veiligheidsprotocol Scheveningen haven Den Haag 2023 (hierna: het Veiligheidsprotocol), dat nadere voorschriften bevat voor uit te voeren werkzaamheden en 2) de Regeling risicomanagementteam Scheveningen haven Den Haag 2024 (hierna: Regeling RMT). Ten tijde van het schrijven van het rapport lag er ook een toezicht- en handhavingsprotocol in concept klaar, dat nog niet officieel is vastgesteld.
2.2
De haven en haar gebruikers
Havengebruikers Gebruikers van de haven (schippers of exploitanten) vormen de belangrijkste doelgroep van de Verordening.11 In dat verband merken we op dat de Scheveningse haven verschillende type gebruikers en stakeholders kent. Omdat de Verordening op verschillende type stakeholders een verschillende mate van impact heeft, schetsen we hieronder de voor deze evaluatie belangrijkste groepen: • Grote havengebruikers, bestaande uit grote rederijen die vaak in meerdere havens actief zijn en sterk geprofessionaliseerd te werk gaan. • Kleine havengebruikers, bestaande uit kleine rederijen en recreatieve gebruikers. Deze gebruikersgroep bevindt zich meer in de tweede haven; • Andere gebruikers, zoals agentschappen: dit zijn organisaties die de papieren en meldingen voor schepen in orde maken die de haven van Scheveningen incidenteel aandoen. Zij doen meldingen namens deze schepen. Daarnaast zijn in de haven ook bedrijven actief waarvan de core business bestaat uit het uitvoeren van werkzaamheden aan schepen.
11
Figuur 1. Kaart territoriale toepassing Verordening (bron: bijlage bij de Verordening).
Artikel 1.3 Verordening Scheveningen Haven Den Haag 2023.
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding
7
De haven (toepassingsgebied Verordening) De Verordening bevat een bijlage met een kaart waarop is aangegeven wat het territoriale toepassingsbereik is van de Verordening (figuur 1). De Verordening is van toepassing op de eerste haven, tweede haven (inclusief jachthaven), derde haven, voorhaven en buitenhaven.12 Deze verschillende havens worden in de praktijk verschillend gebruikt. De eerste haven wordt bijvoorbeeld vooral gebruikt als visserijhaven, waar de beroepsvisserij, rederijen en de visafslag zit. Op deze plek vinden de meeste werkzaamheden plaats en vindt de levering van brandstof aan schepen plaats (‘bunkeren’). De tweede haven wordt vooral bedrijfsmatig gebruikt en voor recreatie. Ook zit hier kleine beroepsvisserij en sportvisserij. In de derde haven liggen bijzondere schepen (Rijkswaterstaat, zeezeilhaven, beroepsvaart en onderzoeksschepen). De Verordening is bovendien van toepassing op het aanloopgebied (100 meter de zee in gerekend vanaf beide havenhoofden), zodat een goede doorgang van het scheepvaartverkeer kan worden gewaarborgd.13 De Verordening is ook van toepassing op alle tot de haven behorende bouwwerken en kademuren.14
evenementen gehouden. De afgelopen jaren heeft bovendien veel woningbouw plaatsgevonden in de havenomgeving.
2.3
Relevante dossiers/ontwikkelingen in de haven en havenomgeving
Om de werking van de Verordening goed te begrijpen, schetsen we nu kort de bredere context waarin de Verordening landt en enkele relevante (toekomstige) ontwikkelingen. Professionalisering van het havenbedrijf Tegelijktijdig met de inwerkingtreding van de Verordening professionaliseerde het havenbedrijf. Sinds de inwerkingtreding van de nieuwe Verordening is het havenbedrijf gegroeid in mankracht, kennis en kunde. Zo is er een nieuwe havenmeester aangesteld die ervaring meeneemt uit andere havens en zijn er twee fte voor toezicht en handhaving bijgekomen sinds begin 2023. De werkzaamheden zijn meer geformaliseerd, er is meer inzicht in het type werkzaamheden dat plaatsvindt in de haven en er vindt ook meer toezicht en controle plaats.
Havenomgeving De haven bevindt zich in een dynamische omgeving met een veelzijdige mix van activiteiten en functies in een relatief klein gebied. De havenomgeving wordt niet alleen gebruikt door rederijen, maar ken ook een belangrijke woonfunctie, recreatieve functie en er worden in de haven geregeld
De professionaliseringsslag van het havenbedrijf liep parallel met de inwerkingtreding van de Verordening. Dit heeft consequenties voor de evaluatie. Het is niet mogelijk om een strikt onderscheid te maken tussen het effect van de Verordening en het effect van de professionaliseringslag van het havenbedrijf. De werking van de Verordening hangt namelijk sterk samen met het toezicht en de handhaving op de naleving daarvan door het havenbedrijf. Ook is het niet mogelijk om een cijfermatige vergelijking te maken tussen de situatie voor en de situatie na de nieuwe Verordening. Het
12
14
Artikel 1 Verordening Scheveningen Haven Den Haag 2023. ‘Voorstel van het college inzake Verordening Scheveningen Haven Den Haag 2023’, december 2022, RIS-313843.
Ibid.
13
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding
8
havenbedrijf houdt namelijk pas sinds de inwerkingtreding van de nieuwe Verordening de meldingen over verschillende type werkzaamheden bij. Veel activiteiten in een dynamisch gebied De haven en de activiteiten die daar plaatsvinden zijn volop in ontwikkeling. Wonen en havenfuncties komen steeds dichter bij elkaar te liggen als gevolg van nieuwbouw (bijvoorbeeld op het Noordelijk Havenhoofd, de Dr. Lelykade en het voormalig Norfolkterrein). Ook het type havenactiviteiten verandert. Oorspronkelijk werd de haven vooral gebruikt voor visserij. Momenteel vindt een verschuiving plaats naar havengebruik meer ten behoeve van offshore activiteiten, waarvoor onder andere bevoorrading en bemensing vanuit de haven nodig is. Tot slot: momenteel vindt een transitie naar duurzame scheepsvaart plaats. Schepen varen nu veelal (nog) op diesel, maar zullen in de toekomst naar alle waarschijnlijkheid op andere brandstoffen gaan varen. Gesprekspartners geven aan niet uit te sluiten dat op middellange termijn schepen (deels) zullen gaan varen op alternatieve brandstoffen, zoals methanol. De havenmeester denkt dat deze ontwikkeling geleidelijk zal verlopen, en over een periode van 15 tot 25 jaar is afgerond. Eén rederij geeft aan momenteel al onderzoek te doen naar het gebruik van alternatieve brandstoffen.
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding
9
3. Wet- en regelgeving 3.1
Beschrijving van de nieuwe Verordening
Doel van de Verordening De Verordening dient ter bevordering van een goed havenbeheer, waaronder de ordening, de veiligheid en het milieu van de haven.15 Zodoende bevat de Verordening bepalingen die bij moeten dragen aan een veilige haven.
nader uitgewerkt in het Veiligheidsprotocol (een toelichting volgt later in dit hoofdstuk). De verordening uit 2008 bevatte geen onderscheid tussen verschillende categorieën werkzaamheden en ook geen meldplicht.16 In de tabel op de volgende pagina hebben we een overzicht van de verschillende categorieën van werkzaamheden opgenomen.
Voor de nieuwe Verordening is gebruikt gemaakt van de modelverordening, ontwikkeld door Port of Rotterdam en Port of Amsterdam. Deze Verordening wordt zoveel als mogelijk toegepast in de Nederlandse zeehavens, zodat de consistentie voor de zeescheepvaart beter is geborgd. Belangrijkste wijzingen in de nieuwe Verordening De Verordening vervangt de ‘oude’ havenverordening uit 2008. De belangrijkste wijzigingen in de nieuwe Verordening ten opzichte van de oude Verordening zijn als volgt. Introductie categorieën van werkzaamheden en meldplicht De introductie van verschillende categorieën van werkzaamheden en daaraan verbonden voorschriften, waaronder de introductie van een meldplicht voor het uitvoeren van werkzaamheden, is een belangrijke wijziging. De voorschriften voor uit te voeren werkzaamheden worden
15
‘Voorstel van het college inzake Verordening Scheveningen Haven Den Haag 2023’, december 2022, RIS-313843.
16
De Verordening Scheveningen Haven 2008 bevatte overigens in artikel 28 wel een meldplicht voor gevaarlijke stoffen.
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding
10
Type werkzaamheden Categorie-1
Categorie-2
Mag wel/niet in de haven Wel
Wel
Meldplicht wel/niet
Maximale duur
Soort werkzaamheden
Nee
Geen beperking
Standaard (reparatie)werkzaamheden zonder gebruik van heetwerk en zonder brandstoffen, gevaarlijke stoffen of koudemiddelen. Heetwerk activiteiten met een beperkt risico op het ontstaan en het escaleren van een brand aan boord
Ja
Ten hoogste 10 x 24 uur aaneengesloten
Veiligheidseisen
• •
•
• • Categorie-3
Categorie-4
Wel
Wel
Ja
Ja, college maakt een beslissing na advies van RMT
Ten hoogste 10 x 24 uur aaneengesloten
Ten hoogste 10 x 24 uur aaneengesloten
Werkzaamheden aan boord, met gebruik van “open vlam” heetwerk gevaarlijk gebied, of het verpompen van ammoniak met behulp van systemen die niet permanent aan boord zijn geïnstalleerd.
•
Overige werkzaamheden die niet vallen onder categorie 1, 2, 3 of 5 en die bijzondere voorzorgsmaatregelen vereisen en andere activiteiten in de haven beïnvloeden
•
• •
• • •
Categorie-5
Niet
N.v.t.
N.v.t.
Complexe, langdurige activiteiten met heetwerk (zoals sloop), die niet aan de voorwaarden van de Verordening voldoen
N.v.t.
Waar in de haven
Werkzaamheden mogen geen gevaar of schade veroorzaken Werken volgens het Veiligheidsprotocol
Overal in de haven
Werkzaamheden op schip ten minste 25 meter verwijderd van gevaarlijke stoffen of brandbaar materiaal, of tijdens werkzaamheden brandblusmiddelen en personen die met gebruik van die middelen bekend zijn aanwezig Werken volgens het Veiligheidsprotocol Werkzaamheden op tankschip of brandstoftank alleen door gasdeskundige Werkzaamheden op schip ten minste 25 meter verwijderd van gevaarlijke stoffen of brandbaar materiaal, of tijdens werkzaamheden brandblusmiddelen en personen die met gebruik van die middelen bekend zijn aanwezig Werken volgens het Veiligheidsprotocol Werkzaamheden op tankschip of brandstoftank alleen door gasdeskundige
Overal in de haven
Werkzaamheden op schip ten minste 25 meter verwijderd van gevaarlijke stoffen of brandbaar materiaal, of tijdens werkzaamheden brandblusmiddelen en personen die met gebruik van die middelen bekend zijn aanwezig Werken volgens het Veiligheidsprotocol Een vergunning moet voor de werkzaamheden zijn verleend Werkzaamheden op tankschip of brandstoftank alleen door gasdeskundige
Op een ligplaats in de eerste haven
Op een ligplaats in de eerste haven
Regie havenmeester
Kan type werkzaamheden tijdelijk niet toe te staan (bij activiteiten in de haven met veel bezoekers of wanneer werkzaamheden nadelige invloed kunnen hebben op andere activiteiten) Kan type werkzaamheden tijdelijk niet toe te staan (bij activiteiten in de haven met veel bezoekers of wanneer werkzaamheden nadelige invloed kunnen hebben op andere activiteiten)
N.v.t.
Tabel 1. Overzicht categorieën werkzaamheden in de Verordening.
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding
11
De introductie van een Risicomanagementteam De introductie van het RMT en de daaraan verbonden Regeling RMT is een andere belangrijke wijziging. Eerder was er al wel een expertiseteam ingesteld met daarin verenigd verschillende expertises/belangen (namelijk Brandweer Haaglanden en rederijen),17 maar dit expertiseteam had geen formele grondslag. Het RMT heeft als doel het college gevraagd en ongevraagd te adviseren over preventieve en reactieve risicobeheersing in de haven.18 Bovendien geeft het RMT advies aan het college over aanvragen voor een vergunning voor categorie 4-werkzaamheden.19
te vissen) en een bepaling over het ‘omhoog brengen van een schip’ in plaats van ‘opvijzelen’ (wat feitelijk hetzelfde betekent). • Actualiseringsslag: bijvoorbeeld: ‘oliebunkerboten’ is vervangen door ‘bunkerboten’ en de toevoeging van een bepaling over flyboards. Bevoegdheden in de Verordening De Verordening kent bevoegdheden toe aan: • De havenmeester: artikel 2.1 bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders de havenmeester aanwijst. De havenmeester is bevoegd om voor een aantal zaken wel/geen toestemming te geven (bijvoorbeeld voor gebruik van een sleepboot en gebruik van een loods) en gebruikers moeten een melding doen voor het uitvoeren van verschillende type werkzaamheden. • Ambtenaar van het havenbedrijf: wordt in de begrippenlijst (artikel 1.1 van de Verordening) beschreven als: ‘Functionaris die door het college als zodanig is aangewezen.’ De ambtenaren van het havenbedrijf werken onder de verantwoordelijkheid van de havenmeester en houden namens de havenmeester toezicht. Als we in het rapport schrijven over de ‘havenmeester’, dan wordt daarmee ook het ondersteunend personeel bedoeld (waaronder ambtenaren van het havenbedrijf). • Toezichthouders: dit zijn de personen die als zodanig door het college zijn aangewezen. Hen komen toezichthoudende en handhavende bevoegdheden toe.
• Het college: kan bijvoorbeeld regels en aanwijzingen vaststellen voor bunkeren (artikel 5.2 lid 2 en artikel 5.3) en het RMT (art. 4.6). Het college kan ook ontheffingen en vrijstellingen ontlenen aan verboden en geboden in de Verordening (artikel 1.9 van de Verordening).
Kleine wijzigingen in bevoegd gezag Op sommige punten is het bevoegd gezag gewijzigd. Bijvoorbeeld: eerst kon het college een schip verplichten gebruik te maken van een sleepboot of een loods, nu ligt deze bevoegdheid bij de havenmeester/havenbedrijf. Overige aanpassingen Verder zijn een aantal artikelen toegevoegd, verwijderd, gewijzigd of hebben een actualiseringsslag gekregen: • Toegevoegd: een groot aantal definitiebepalingen, de eerder genoemde categorieën van werkzaamheden, een verbod op gebruik van jetski’s en flyboards en bepaling over het gebruik van spudpalen. • Verwijderd: een bepaling over het luiden van de klok bij een calamiteit, een bepaling over kapiteinsverplichtingen, verwijzing naar het Port Facility Security Plan. • Gewijzigd: bijvoorbeeld dat de maximumsnelheid 7 km is, tenzij (in plaats van een absolute bepaling), verboden te vissen (in plaats van verboden met netten
17
‘Rapportage expertiseteam Scheveningen Haven, beschouwing van fysieke veiligheid bij vaststelling nieuwe Havenverordening Scheveningen’, Expertiseteam, april 2021.
18 19
Zie artikel 1:2 Regeling risicomanagementteam Scheveningen haven Den Haag 2024. Artikel 4.10 Verordening Scheveningen Haven Den Haag 2023.
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding
12
3.2
Aanpalende regelingen
De nieuwe Verordening kent een aantal aanpalende regelingen, te weten: Het Veiligheidsprotocol De Verordening geeft het college de bevoegdheid om nadere regels te stellen over het uitvoeren van de werkzaamheden die in de Verordening worden genoemd. 20 Het college heeft deze nadere regels vastgelegd in het Veiligheidsprotocol. Het Veiligheidsprotocol is sinds september 2023 in werking getreden en bevat artikelen over het uitvoeren van werkzaamheden in het haven, met als doel brand en het vrijkomen van gevaarlijke stoffen te voorkomen. Het Veiligheidsprotocol beschrijft de te nemen maatregelen bij het uitvoeren van werkzaamheden, zoals het houden van een startwerkbespreking en het verwijderen van los brandbaar materiaal en isolatiemateriaal.21 Ook vult het Veiligheidsprotocol de meldplicht uit de Verordening nader in door voor te schrijven dat meldingen moeten worden gedaan via het door het college vastgestelde meldingsformulier.22 Het Veiligheidsprotocol is tot stand gekomen in samenspraak tussen de gemeente (havenbedrijf), Omgevingsdienst Haaglanden (ODH), Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) en de havengebruikers. Het RMT heeft bovendien aanbevelingen gedaan over de inhoud van het Veiligheidsprotocol.
het college gevraagd en ongevraagd advies over preventieve en reactieve risicobeheersing in de haven.24 Het college mag pas een besluit nemen over een vergunningaanvraag over een categorie 4-werkzaamheid, wanneer zij daarover eerst advies van het RMT heeft ingewonnen. Het handhavingsprotocol Het handhavingsprotocol: bevat beleidsregels voor toezicht en handhaving door het havenbedrijf. Dit document was op het moment van deze evaluatie nog niet officieel vastgesteld (het onderzoeksteam heeft wel een concept ontvangen).
3.3
Verhouding tot andere wet- en regelgeving
Naast de direct aan de Verordening verbonden regelingen, is op de haven en de zeescheepvaart een tal van andere, ‘hogere’ regelgeving van toepassing. De Verordening is aanvullend ten opzichte van deze regelgeving. Voorbeelden van hogere regelingen die in het gebied van toepassing zijn:
De Regeling RMT De Regeling RMT: hierin staan de samenstelling en de taken van het RMT vastgesteld.23 Deze regeling is van kracht sinds maart 2024. Het RMT geeft
20
De Verordening verwijst naar het Veiligheidsprotocol in de volgende artikelen: artikel 4.7 lid 2 sub b; artikel 4.8 lid 1 sub a, bullet 3; Artikel 4.9 lid 1 sub a bullet 3; Artikel 4.10 lid 1 sub 3 Verordening Scheveningen Haven Den Haag 2023. 21 Artikel 3:2 Regeling veiligheidsprotocol Scheveningen haven Den Haag 2023. 22 Artikel 2:2 Regeling veiligheidsprotocol Scheveningen haven Den Haag 2023.
23
24
Wettelijke grondslag hiervoor is artikel 4.6 lid 4 Verordening Scheveningen Haven Den Haag 2023. Zie artikel 1:2 Regeling risicomanagementteam Scheveningen haven Den Haag 2024.
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding
13
• Het Binnenvaartpolitiereglement: regelt de verkeersafhandeling. Om dit systeem niet te doorkruisen, wordt in de Verordening gebruik gemaakt van dezelfde tekens. • De Regeling melding en communicatie scheepvaart. • Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de Regeling vervoer gevaarlijke stoffen met zeeschepen: de regeling is onder andere van toepassing op de scheepvaartwegen gelegen tussen de zee en de haven Scheveningen alsmede in de haven zelf en in de bij de haven behorende overlaadplaatsen en ankerplaatsen.25 • De Wet voorkoming verontreiniging door schepen: de Verordening verwijst voor de definitie van ‘gevaarlijke stoffen’ naar de deze wet.26 • De Omgevingswet: sommige activiteiten in de haven vereisen een vergunning op basis van de Omgevingswet.27 • Verdragen van de International Maritime Organisation (IMO), bijvoorbeeld over veiligheid en gevaarlijke stoffen. De Verordening verwijst soms naar deze richtlijnen en daarnaast zijn deze richtlijnen ook verwerkt in andere regelgeving, zoals de nationale Regeling vervoer gevaarlijke stoffen met zeeschepen. • EU wet- en regelgeving over havens, schepen veiligheid en chemische stoffen, zoals de CLP-Verordening.
De Verordening verwijst naar deze CLP-Verordening.28 • Bepalingen uit internationale verdragen en internationale overeenkomsten, zoals het Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren. De Verordening verwijst naar zulke verdragen.
25
Zie artikel 2 Regeling vervoer gevaarlijke stoffen met zeeschepen. Zie artikel 1.1 Verordening Scheveningen Haven Den Haag 2023. 27 Zie ook artikel 5.2 lid 3 Verordening Scheveningen Haven Den Haag 2023, dat overigens nog verwijst naar de oude Wabo. 26
28
Zie de definitie van ‘gevaarlijke stoffen’ in artikel 1.1 Verordening Scheveningen Haven Den Haag 2023.
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding
14
4. Gebruik van de haven 4.1
Werkzaamheden in de haven
alle verrichte werkzaamheden in de haven. Het betreffen alleen de meldingsplichtige werkzaamheden (categorie-2 en hoger) die door gebruikers zijn gemeld of door het havenbedrijf zijn opgemerkt. Categorie1 werkzaamheden, die niet hoeven te worden gemeld, zijn hierin niet opgenomen. Een toelichting volgt op de volgende pagina.
De haven kent verschillende gebruikers en typen gebruik. In hoofdstuk 2 hebben we hier al bij stilgestaan. Onderstaande figuur geeft een overzicht van de werkzaamheden die het afgelopen jaar zijn uitgevoerd door gebruikers van de haven. Dit overzicht biedt geen complete weergave van
Aantal werkzaamheden in de haven (vanaf categorie 2) 16 14 12
10
8
8
3
3
2
6
6
7
1
10
10
mrt-24
apr-24
1
6 4
1 1
11
1 4
6
7
2
5
4
6 3
0 apr-23
mei-23
jun-23
jul-23
aug-23
sep-23
Categorie 2
okt-23 Categorie 3
nov-23
dec-23
jan-24
feb-24
Categorie 4
Figuur 2. Overzicht werkzaamheden in periode april 2023 tot april 2024 (bron: registratie Havenmeester).
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding
15
In totaal zijn door het havenbedrijf in de periode april 2023 tot en met april 2024 106 meldingsplichtige werkzaamheden geregistreerd. Van dit totaal ging het om 85 categorie-2 werkzaamheden (80%), 20 categorie-3 werkzaamheden (19%) en 1 categorie-4 werkzaamheid (1%). Er hebben geen categorie-5 werkzaamheden plaatsgevonden (dat is op grond van de Verordening ook niet toegestaan). De werkzaamheden betreffen dus zowel de werkzaamheden die zijn gemeld, als de werkzaamheden die niet zijn gemeld en het havenbedrijf wel heeft opgemerkt. Alvast belangrijk om te benoemen: de categorie-4 werkzaamheid was niet vooraf gemeld. We hebben het havenbedrijf gevraagd of er een kans is dat er werkzaamheden hebben plaatsgevonden die niet zijn gemeld en die het havenbedrijf zelf ook niet heeft opgemerkt. Het havenbedrijf geeft aan dat meldingsplichtige werkzaamheden vrijwel niet ongezien plaats kunnen vinden. Bijvoorbeeld omdat er dan een voertuig van een reparatiebedrijf naast een schip zal staat. Het overzicht op de vorige pagina zou dus een goed beeld moeten geven van de hoeveelheid en soort werkzaamheden die hebben plaatsgevonden. Niet of onjuist gemelde werkzaamheden In de periode april 2023 tot en met april 2024 heeft het havenbedrijf dus enkele niet of onjuist gemelde werkzaamheden als overtredingen geregistreerd.
In figuur 3 is te zien hoe vaak het havenbedrijf heeft geconstateerd dat werkzaamheden plaatsvonden welke niet of onjuist waren gemeld. Voornamelijk in de eerste maanden na het invoeren van de nieuwe Verordening ging het melden van werkzaamheden (nog) niet altijd goed. Te zien is dat er in totaal zeven keer werkzaamheden niet zijn gemeld. Eén daarvan betrof het niet melden van categorie-4 werkzaamheden. De
Aantal niet of onjuist gemelde werkzaamheden per maand 3
2 2
1
1
1
1
1 1
1
1
1
1
1
0
Niet gemelde werkzaamheden
Onjuist gemelde werkzaamheden
Figuur 3. Aantal niet of onjuist gemelde werkzaamheden (bron: registratie Havenmeester).
betreffende verantwoordelijke heeft daarvoor een officiële waarschuwing gekregen van de havenmeester. Ook heeft het twee keer plaatsgevonden dat het havenbedrijf bij een controlebezoek heeft geconstateerd dat werkzaamheden onjuist waren gemeld. In die gevallen ging het erom dat de werkzaamheden enkel telefonisch waren gemeld (en dus niet middels het meldformulier). Impact van de Verordening op het aantal en soort werkzaamheden Voor de invoering van de Verordening vond geen (centrale) registratie plaats van de werkzaamheden in de haven. We kunnen dus niet het aantal en soort werkzaamheden voor de invoering van de nieuwe Verordening vergelijken met het aantal werkzaamheden in de periode na invoering. Daarom is dus niet cijfermatig inzichtelijk te maken of er een verschuiving in het aantal of het soort werkzaamheden in de haven heeft plaatsgevonden.
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding
16
Wel hebben we havengebruikers hiernaar gevraagd. Daaruit ontstaat het beeld dat de invoering van de nieuwe Verordening er over het algemeen niet voor heeft gezorgd dat er minder of andere soorten werkzaamheden in de haven plaatsvinden: gebruikers geven veelal aan nog steeds dezelfde type werkzaamheden uit te (kunnen) voeren. Wel heeft een grote havengebruiker aangegeven bepaalde werkzaamheden (zware type werkzaamheden of het overpompen van ammoniak) na invoering van de Verordening eerder in andere havens uit te zullen voeren. Bijvoorbeeld in IJmuiden of Vlissingen, waar geen vergelijkbaar RMT-advies nodig is voor het uitvoeren van werkzaamheden die onder categorie-4 vallen. Dit soort werkzaamheden zijn vrijwel altijd planbaar. Ook geldt voor grotere havengebruikers dat zij (ook al voor invoering van de Verordening) veelal actief zijn in verschillende havens. Zodoende lijkt deze mogelijke verschuiving van het uitvoeren van werkzaamheden van Scheveningen naar andere havens geen belemmering op te leveren in de bedrijfsvoering.
4.2
Veilig werken
Veilig uitvoeren van werkzaamheden We zijn ook nagegaan of havengebruikers als gevolg van de invoering van de Verordening werkzaamheden anders (veiliger) uit zijn gaan voeren. Daarvoor is het relevant om onderscheid te maken in de verschillende typen havengebruikers. De grote havengebruikers (grote rederijen en bedrijven die werkzaamheden aan schepen uitvoeren) geven aan dat de nieuwe Verordening geen impact heeft op hoe veilig zij werken. Deze gebruikers waren ook onder de ‘oude’ verordening al op tal van veiligheidsaspecten gecertificeerd en zijn dat nog steeds. De eisen voor veilig werken die daaruit volgen zijn volgens hen strenger dan de eisen in de Verordening (en onderliggende regelgeving). De inwerkingtreding van de nieuwe
Verordening betekende niet dat ze hun werkzaamheden voortaan anders (veiliger) moesten gaan uitvoeren. Voor kleinere havengebruikers (kleine commerciële partijen en recreatieve gebruikers) geldt dat zij (nog) niet over bijvoorbeeld veiligheidscertificaten beschikten of volgens veiligheidsprotocollen werkten. Verschillende gesprekspartners (havengebruikers zelf en de toezichthouders) hebben dan ook aangegeven dat werken volgens de Verordening voor deze kleinere havengebruikers wel als gevolg heeft dat zij anders (veiliger) moeten werken. Voor de kleinere havengebruikers die (nog) niet conform de vereisten in het Veiligheidsprotocol werkten, heeft de invoering van de Verordening en onderliggende regelgeving impact op de wijze waarop zij werkzaamheden uit (moeten) voeren. Uit de gevoerde gesprekken komt naar voren dat (een deel van) deze gebruikers de eerste periode na de invoering nog niet direct consequent volgens de vereisten werkten. Bovendien was er onder een deel van deze groep weerstand (‘we doen het al decennia zo, waarom moet we het nu opeens anders gaan doen’). Volgens gesprekspartners zijn kleinere havengebruikers gedurende het jaar na invoering steeds beter volgens de Verordening gaan werken. Tegelijkertijd signaleren gesprekspartners ook dat er bij kleinere gebruikers ten tijde van deze evaluatie nog (steeds) veiligheidswinst is te behalen.
Dan gaat het met name over het treffen van de juiste veiligheidswaarborgen. Gesprekspartners wijzen er op dat deze kleinere havengebruikers nog tijd nodig hebben om zich aan te passen aan de nieuwe ‘situatie’; de meeste aandacht in het toezicht is in het eerste jaar namelijk ook uitgegaan naar de grotere havengebruikers (hier gaan we in hoofdstuk 5 nader op in).
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding
17
Overtredingen Het havenbedrijf heeft met ons de geconstateerde overtredingen gedeeld. In de periode april 2023 tot en met april 2024 heeft het havenbedrijf alleen niet of onjuist gemelde werkzaamheden als overtredingen geregistreerd (zoals in vorige paragraaf al opgenomen). Verder heeft het havenbedrijf tijdens controlebezoeken geen overtredingen geregistreerd van veiligheidsvoorschriften. Dat betekent niet dat in alle overige gevallen havengebruikers zich altijd aan alle (veiligheids)verplichtingen hebben gehouden. De toezichthouders van het havenbedrijf signaleerden geregeld dat gebruikers zich niet (volledig) aan (alle) voorschriften hielden. Het ging dan echter vaak om eenvoudig te corrigeren tekortkomingen (bijvoorbeeld een brandblusser niet goed geplaatst, een brandwacht die niet aanwezig is of brandbaar materiaal op de plek waar heetwerk wordt uitgevoerd). Omdat deze tekortkomingen eenvoudig ter plekke gecorrigeerd konden worden, zijn deze niet geregistreerd als overtredingen (in hoofdstuk 5 gaan we in op hoe (streng) het havenbedrijf het toezicht afgelopen jaar heeft ingericht en hoe dat er in de toekomst uit zal zien). Effect op de veiligheid Het RMT wijst er in dit kader op dat het positief is dat veiligheidsprotocollen nu met grotere zekerheid worden toegepast. Daarmee zijn mogelijke veiligheidsrisico’s wanneer iets mis gaat namelijk meer ingeperkt.
Omdat nu bijvoorbeeld een brandblusser aanwezig moet zijn wanneer laswerkzaamheden plaatsvinden, kan een beginnende brand sneller geblust worden.
4.3
Lasten voor havengebruikers
Meldplicht: doorlooptijden Havengebruikers zijn erbij gebaat om werkzaamheden aan schepen zo snel mogelijk plaats te laten vinden, zodat het schip zo kort mogelijk stilligt in de haven. Stilliggen in de haven kost namelijk geld, zonder dat daar inkomsten tegenover staan. Gebruikers hadden vooraf de zorg dat – wanneer zij een melding van werkzaamheden zouden doen – het lang zou duren voordat het havenbedrijf daar al dan niet toestemming voor zou geven. Gebruikers geven aan nauwelijks tot geen knelpunten te ervaren op het gebied van doorloop- of wachttijden wanneer zij een melding doen. Ze geven aan dat er door het havenbedrijf zeer snel gereageerd wordt op de meldingen die zij doen. Mocht het havenbedrijf niet snel (genoeg) reageren op de melding, dan zijn de lijntjes tussen gebruikers en havenbedrijf bovendien kort: dan wordt bijvoorbeeld gebeld met de vraag of aan een melding prioriteit gegeven kan worden. Tot het moment van deze evaluatie hebben echter nog geen meldingen van categorie-4 werkzaamheden plaatsgevonden (de werkzaamheden waarvoor het RMT een advies moet uitbrengen). Bovenstaande ervaringen zijn dus van toepassing op de categorie-2 en -3 werkzaamheden. We hebben wel gevraagd aan havengebruikers hoe zij de impact van het RMTadvies inschatten op de doorlooptijd van meldingen van categorie 4 werkzaamheden.
Daarover geven zij aan dat categorie-4 werkzaamheden in de regel goed gepland kunnen worden (het gaat daarbij namelijk om groot onderhoud). Daarom kunnen zij in hun planning goed rekening houden met de tijd die nodig is om de melding te behandelen. De havengebruikers die we hebben gesproken verwachten daarom niet dat bij categorie-4 werkzaamheden de wachttijd voor het advies van het RMT tot grote knelpunten in de bedrijfsvoering zal leiden.
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding
18
Meldplicht: administratieve lasten Een andere zorg van havengebruikers vooraf was dat de meldplicht veel administratieve lasten met zich mee zou brengen. Gebruikers geven aan dat het melden van werkzaamheden – met name in het begin – nog wennen was voor hen. In de eerste fase verliep dit melden ook niet altijd soepel. Gebruikers moesten een formulier invullen en dat opsturen aan het havenbedrijf (per mail of brief). Dat werkte niet prettig, omdat hier veel (administratieve) handelingen mee gepaard gingen. In overleg met het havenbedrijf is daarom een digitaal meldpunt ingericht (in mei 2024 live gegaan).29 De eerste ervaringen met dit meldpunt zijn positief. Havengebruikers geven wel aan op termijn graag nog een stap te willen zetten: idealiter kunnen zij uiteindelijk gebruik maken van een platform waarop zij kunnen inloggen, en waarbij alle mogelijke gegevens al vooraf zijn ingevuld in een gebruikersaccount. Ook met het huidige digitale meldpunt moet namelijk voor iedere melding alle bedrijfs- en scheepsinformatie telkens opnieuw worden ingevoerd. Melden door niet-reguliere gebruikers Gesprekspartners geven aan dat het voor niet-reguliere gebruikers van de haven ingewikkeld kan zijn om aan de meldplicht te voldoen. Het gaat dan namelijk vaak om buitenlandse schepen (en bemanning) die de Nederlandse taal niet machtig zijn.
Dit soort schepen maken vaak gebruik van een agentschap om het gebruik van de haven namens hen te regelen. De havenmeester geeft aan dat het agentschap ook namens die schepen melding van werkzaamheden moet doen. Omdat er (tot heden) nog geen vertaling van de Verordening heeft plaatsgevonden, ontstaat hier nog wel eens onduidelijkheid bij
29
buitenlandse havengebruikers. De havenmeester heeft aangegeven dat het vertalen van de Verordening in het Engels plaats gaat vinden (hier zijn dus al afspraken over gemaakt). In het concept handhavingsprotocol is ook beschreven dat de Havenverordening en een deel van het Veiligheidsprotocol zal worden vertaald in het Engels, omdat het belangrijk is dat het handhavingsprotocol goed wordt begrepen en dat de regelgeving goed wordt nageleefd. Hierbij merkt de havenmeester wel op dat deze Engelse vertaling puur informatief zal zijn: bij interpretatieverschillen blijft de Nederlandse versie leidend. Het agentschap dat we hebben gesproken, stelt ook voor om een samenvatting van een of enkele pagina’s te maken (in het Engels) dat aan buitenlandse havengebruikers gegeven kan worden. De Havenmeester geeft hierover aan dat een samenvatting van de Verordening (al dan niet in het Engels) havengebruikers niet van de plicht ontslaat om zich aan de (volledige) Verordening te houden.
4.4
Impact van werkzaamheden op de omgeving
Schepen en werkzaamheden: geluid, geur en licht Schepen in de haven veroorzaken geluid (van motoren en eventueel gereedschap), geur (van motoren die draaien) en licht (van lampen op de schepen). De omgeving (lees: omwonenden) merken dit. Zoals beschreven in hoofdstuk 1 zijn we gevraagd in deze evaluatie aandacht te besteden aan ‘hinder’ door schepen in de haven. In de Verordening is niets opgenomen over overlast of hinder door schepen voor de omgeving.
Zie: ‘Werkzaamheden haven Scheveningen melden’, formulieren.denhaag.nl.
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding
19
We hebben onderzocht in welke mate geluid, geur en licht van schepen overlast dan wel hinder veroorzaken. Daarvoor hebben we op verschillende plekken navraag gedaan hoeveel meldingen zijn gemaakt van geluid, geur en licht van schepen: • Bewoners kunnen bij de gemeente Den Haag melding maken. Deze meldingen worden direct doorgestuurd naar de havenmeester. De havenmeester geeft aan dat er ‘wel eens’ meldingen binnenkomen. We gaan in hoofdstuk 5 nader in op hoe de havenmeester met signalen van overlast omgaat. • Ook hebben we bij de Omgevingsdienst Haaglanden navraag gedaan naar meldingen over overlast van schepen. De Omgevingsdienst Haaglanden heeft aangegeven dat zij als organisatie niet zelf meldingen bijhoudt die binnenkomen over overlast van schepen, omdat deze meldingen direct door worden gestuurd naar de gemeente. Wel heeft onze contactpersoon van de Omgevingsdienst Haaglanden aangegeven enkele keren per jaar te worden benaderd in het kader van overlast door schepen (bijvoorbeeld middels een direct telefoontje). Deze signalen geeft de Omgevingsdienst Haaglanden dan (informeel) door aan de havenmeester. Verder hebben we ook met verschillende bewoners gesproken.
Uit die gesprekken ontstaat het beeld dat (direct) omwonenden van de haven vrijwel allemaal merken dat zij in een ‘industrieel gebied’ wonen, waar werkzaamheden plaatsvinden en schepen geluid, geur of licht veroorzaken. Sommige bewoners hebben daar (in wisselende mate) wel last van, andere bewoners geven juist aan hier geen last van te hebben (‘als je weet dat je aan een haven gaat wonen waar gewerkt wordt, dan hou je er rekening mee dat je daar af en toe wat van merkt’). We hebben tijdens dit onderzoek echter geen signalen ontvangen dat als gevolg van het gebruik van de haven voor havenactiviteiten onredelijke overlast of hinder voor omwonenden veroorzaakt wordt.
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding
20
5. Havenmeester en toezicht 5.1
Rol havenmeester
Taken havenmeester op grond van de Verordening De havenmeester is belast met een aantal taken ten aanzien van de naleving van de Verordening. De havenmeester wordt hierbij ondersteund / bijgestaan door ambtenaren die in dienst zijn van het havenbedrijf. Bevoegdheden die in de Verordening zijn opgenomen zijn bijvoorbeeld een schip verbieden de haven binnen te komen, aanwijzingen geven aan kapiteins, schippers of exploitanten van een schip dat zich in de haven bevindt en het al dan niet toestemming geven om werkzaamheden uit te voeren in de haven. Naast de Verordening ontleent de havenmeester taken en bevoegdheden aan andere wet- en regelgeving (zie hoofdstuk 3 voor een beschrijving hiervan). Signaalfunctie Ook heeft de havenmeester een (meer) signalerende functie (signaaltoezichthouder) richting andere inspecties, zoals de Arbeidsinspectie en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).
Verordening, maar bijvoorbeeld ook om veilig werken en veiligheid op de kade en het dragen van de juiste persoonsbeschermingsmiddelen. Bemiddeling Daarnaast geeft de havenmeester aan dat de taak(opvatting) niet alleen de (formele) toezichtstaken betreffen, maar dat de havenmeester ook een verbindende rol in de haven kan (of misschien wel moet) vervullen. De haven is een plek waar veel activiteiten dicht op elkaar in een relatief klein gebied plaatsvinden. Wederzijds draagvlak (bijvoorbeeld tussen havengebruikers en bewoners) is belangrijk voor de haven (en de omgeving). De havenmeester kijkt daarbij verder dan veiligheid. Hij ziet voor zichzelf ook een rol in het voorkomen of beperken van overlast voor bewoners: als de havenmeester signalen krijgt van bewoners dat schepen (te voorkomen) overlast veroorzaken (zoals besproken in vorig hoofdstuk), geeft de havenmeester hier opvolging aan: enerzijds door bewoners te informeren over de oorzaak en duur van de overlast en te bespreken wat een mogelijke oplossing kan zijn. Anderzijds door af te stemmen met de havengebruikers of zij hier rekening mee kunnen houden. Bijvoorbeeld door een schip andersom te leggen zodat geluid minder naar de woning toe gaat.
Bevorderen veiligheidscultuur De havenmeester heeft in gesprekken aangegeven dat het belangrijk is dat er een bredere ‘veiligheidscultuur’ ontstaat, waarbij aandacht voor veilig werken ontstaat bij havengebruikers. Het gaat dan om het naleven van de
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding
21
5.2
Toezicht door de havenmeester
Toezicht geprofessionaliseerd sinds invoering Verordening Zoals eerder aangegeven, vond voor de invoering van de nieuwe Verordening geen (structureel) toezicht plaats. Sinds de nieuwe Verordening van kracht is gegaan, is het toezicht door de havenmeester geprofessionaliseerd. Zo is begin 2023 een nieuwe havenmeester met een zwaarder profiel aangenomen, zijn in diezelfde periode twee veiligheidscoördinatoren aangesteld die namens de havenmeester dagdagelijks toezicht houden in de haven en vindt (betere) administratie plaats van de werkzaamheden en toezichtcontroles (zie ook hoofdstuk 2 voor een uitgebreidere toelichting). Controles gemelde werkzaamheden Sinds de Verordening van kracht is, houdt de havenmeester toezicht op de werkzaamheden die havengebruikers uitvoeren. De figuur linksonder geeft
een overzicht van de geregistreerde controlebezoeken per maand. Te zien is dat in de maand met de meeste controles (april 2023) zes formele controlebezoeken hebben plaatsgevonden door de havenmeester. In de maand met de minste controlebezoeken waren dat nul formele controles. Controledruk Het absolute aantal controles zegt echter relatief weinig. Interessanter is om het aantal controles af te zetten tegen het aantal gemelde werkzaamheden. Dit geeft inzicht in de controledruk. We zijn voor de analyse van de controledruk uitgegaan van het aantal controles van gemelde werkzaamheden (de zogenaamde steekproeven), en niet van de controles van niet-gemelde werkzaamheden. De controledruk geeft inzicht in de pakkans, wat weer een belangrijke factor is voor naleving. Kijken we naar de controledruk van de gemelde werkzaamheden, dan was die controledruk in de periode april 2023 tot en
Controledruk gemelde werkzaamheden
Aantal controles per maand 7 6
60%
5
50%
4
40%
3 2
1
67%
70%
6
3
2
2
3
3
2
2
3
2
2
1 0
0
Aantal gecontroleerde werkzaamheden Figuur 4. Aantal controles per maand (bron: registratie havenmeester).
50%
40%
38%
30% 20%
20% 13% 11%
27% 18%
17% 17%
10%
10% 0%
0%
Controledruk Figuur 5. Controledruk per maand (bron: registratie havenmeester).
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding
22
met april 2024 gemiddeld 23%. Figuur 5 bevat een overzicht van de controledruk per maand. Daarin valt op dat de controledruk per maand sterk uiteenloopt (variërend tussen 0% en 67%). Daar zijn twee verklaringen voor. Het gaat allereerst om relatief kleine aantallen werkzaamheden per maand (en dan specifiek in de maanden waar uitschieters in de controledruk zijn). Hierdoor heeft één of enkele controle(s) meer of minder per maand een groot effect op de hoogte van het percentage. Daarnaast geldt dat de havenmeester risicogericht toezicht houdt. Dat houdt in de praktijk in dat wanneer de havenmeester een aantal keer bij een schip of rederij een controlebezoek heeft uitgevoerd en daarbij geen afwijkingen werden geconstateerd, het aantal controlebezoeken wordt afgeschaald. De controledruk, zoals weergegeven in figuur 5, betreft alleen de geregistreerde controlebezoeken. Het havenbedrijf houdt (veel) meer toezicht; de veiligheidscoördinator is dagdagelijks in de haven. Afgelopen jaar was het toezicht vaak nog ‘zacht’ en ‘opbouwend’ van karakter; er is ingezet op het elkaar leren kennen, een goede band opbouwen en havengebruikers bewust maken van nut en noodzaak van het naleven van de Verordening. Naast de formele controlebezoeken hebben bezoeken plaatsgevonden met een informeler karakter. Deze bezoeken zijn niet geregistreerd.
De controledruk is in de praktijk dus hoger geweest dan is weergegeven in figuur 5. Na het eerste jaar van inwerkingtreding van de Verordening heeft de havenmeester bovendien een strikter toezicht- en handhavingsregime ingezet (waarbij overtredingen ook strenger gesanctioneerd zullen worden). Ook heeft de havenmeester toegelicht dat in het eerste jaar na de inwerkingtreding van de Verordening de meeste aandacht is gegaan naar het toezicht op de grotere havengebruikers. Die aandacht is inmiddels verbreed naar alle havengebruikers. Controles niet-gemelde werkzaamheden Naast controles op gemelde werkzaamheden controleert de havenmeester
ook op werkzaamheden die niet zijn gemeld. In paragraaf 4.1 hebben we al laten zien hoe vaak werkzaamheden niet zijn gemeld (zeven keer). Zoals ook in paragraaf 4.1. toegelicht, heeft de havenmeester het idee dat nietgemelde werkzaamheden niet of slechts in zeer beperkte mate plaats kunnen vinden zonder dat de havenmeester dit registreert. Effect van de Verordening en het toezicht op de veiligheid Verschillende gesprekspartners (waaronder de havenmeester en veiligheidsregio) hebben aangegeven wat volgens hen het effect is van de Verordening en het geprofessionaliseerde toezicht op de veiligheid in de haven (en daarmee ook de omwonenden). Zij geven aan dat misschien wel het belangrijkste verschil ten opzichte van voor de invoering van de nieuwe Verordening is, dat er nu zicht is op welke werkzaamheden waar en wanneer in de haven worden uitgevoerd. De havenmeester kan daar nu ook op sturen: bijvoorbeeld door schepen waar (risicovollere) werkzaamheden op worden uitgevoerd niet naast een ander schip te laten aanleggen of door werkzaamheden niet toe te staan op het moment dat er evenementen in de haven zijn. De Verordening (en onderliggende regelgeving) en de handhaving daarop heeft als doel om te voorkomen dat onveilige situaties ontstaan.
Mocht het toch misgaan, dan kunnen de havenmeester, Veiligheidsregio Haaglanden en Omgevingsdienst Haaglanden adequater reageren, omdat zij nu beter zicht hebben op welke activiteiten in de haven plaatsvinden.
5.3
Ervaringen havengebruikers met toezicht door havenmeester
We hebben havengebruikers gesproken en gevraagd naar hun ervaringen met het toezicht door de havenmeester. Zij geven aan overwegend positief te zijn over (de nieuwe) havenmeester en toezichthouders. Zo geven
Havenverordening Scheveningen: ervaringen en lessen één jaar na inwerkingtreding
23
gebruikers aan dat de nieuw aangestelde havenmeester meer autoriteit in de haven heeft, en dat wordt door sommige havengebruikers als prettig ervaren. Zij benoemen daarbij het ook prettig te vinden dat de havenmeester ‘korte lijntjes’ met het stadhuis heeft. Havengebruikers herkennen ook dat het toezicht afgelopen jaar nog ‘zacht’ en ‘opbouwend’ van aard was (zoals eerder in dit hoofdstuk beschreven). Havengebruikers geven aan dit ook te waarderen. Tegelijkertijd geeft een deel van de havengebruikers wel aan niet altijd op één lijn te zitten met de havenmeester: opmerkingen van de havenmeester over het (onjuist) gebruik van persoonsbeschermingsmiddelen vinden zij bijvoorbeeld bemoeizuchtig. De Verordening gaat volgens hen ook niet over het gebruik van persoonsbeschermingsmiddelen. De havenmeester heeft hierover aangegeven het belangrijk te vinden dat een brede veiligheidscultuur ontstaat, en persoonsbeschermingsmiddelen zijn daar een onderdeel van. Daarnaast geven gesprekspartners aan dat er vanuit de havenmeester meer aandacht of voorlichting uit had kunnen gaan naar de kleinere en recreatieve havengebruikers (‘zij zijn nog helemaal niet op de hoogte’). De havenmeester geeft hierover aan dat alle havengebruikers zijn geïnformeerd (onder andere met een hard-copy van de Verordening en onderliggende regelgeving), en dus op de hoogte moeten zijn.
Wel geeft de havenmeester aan dat er nog voorlichtingsbijeenkomsten plaats zullen vinden voor kleinere en recreatieve havengebruikers wanneer het handhavingsprotocol definitief is. Dan kan de havenmeester hen namelijk meteen ‘een compleet verhaal vertellen, zonder mitsen en maren’.
5.4
Instrumentarium havenmeester
We hebben de havenmeester gevraagd of het huidige instrumentarium (en specifiek de Verordening) voldoende in staat stelt om de regie te voeren op de haven en veiligheid in de haven. Daar geeft de havenmeester over aan dat dit over het algemeen het geval is. Wel geeft de havenmeester aan enkele zaken te missen in de Verordening waarmee de toezichtstaak (nog) beter uitgevoerd zou kunnen worden. Operationele ruimte aanwijzen In de Verordening is niets opgenomen over het kunnen aanwijzen van de operationele ruimte. De operationele ruimte is een in lengte, breedte, diepte en hoogte begrensd gebied, waarbinnen schepen ligplaats kunnen nemen om bepaalde activiteiten uit te oefenen. Wanneer de havenmeester operationele ruimte aan kan wijzen, kan ‘aan de voorkant’ (en in samenspraak met havengebruikers) afgesproken worden welke soorten en grootte schepen op welke ligplaatsen mogen aanmeren, en welke soort werkzaamheden en activiteiten waar mogen plaatsvinden. In de Verordening is wel opgenomen dat de havenmeester een schip een ligplaats kan toewijzen, maar dat werkt in de hand dat elke keer ad hoc een discussie over de ligging van schepen plaats moet vinden. Aan de voorkant duidelijkheid scheppen door operationele ruimtes aan te wijzen zou hier volgens de havenmeester bij kunnen helpen.