RIS320861 Bijlage 2 Eindrapport - Onderzoek doelgroepen KDC-zorg Den Haag
Tekst van het document
25
Meer inzetten op systemisch werken De breed geconstateerde toename in gedragsproblematiek vraagt om een systemische benadering, waarbij ook aandacht is voor de gezinssituatie van het kind. Uiteraard was de gezinscontext altijd al belangrijk voor het ontwikkelperspectief van kinderen met een VB, maar met gedragsproblematiek is het nog belangrijker dat de thuiscontext en de behandeling op elkaar zijn afgestemd. Het komt daarnaast geregeld voor dat gezinsbehandeling wenselijk is, hoewel dit afhankelijk is van de bereidheid van ouders om hierin te participeren. In elke vorm van aanbod moet er aandacht zijn voor de wijze waarop systeemgericht werken is vormgegeven. Dit kan zowel ingericht worden als integraal onderdeel van de KDC-behandeling, of als aanvullend jeugdhulpaanbod. Het voordeel van integraal aanbod, waarbij KDC-aanbieders tevens gezinsbehandeling en -begeleiding bieden, is dat deze opzet een goede verbinding en continuïteit van zorg borgt. Dergelijke intensieve begeleiding thuis, past echter niet binnen de huidige tarieven en zou dus aanvullend ingekocht moeten worden. Bovendien hebben de KDC-organisaties hier wel enige ervaring mee, maar is wel inhoudelijke doorontwikkeling nodig: een J&O-organisatie heeft hier bijvoorbeeld van oudsher meer kennis over.
Wanneer het systemisch werken wordt vormgegeven via (in principe lokaal gecontracteerd) aanvullend jeugdhulpaanbod, is het aandachtspunt juist dat er voldoende kennis is over verstandelijke beperkingen. Daarnaast zou er bij de contractafspraken aandacht moeten zijn voor het organiseren van een goede verbinding en afstemming is tussen de KDC-aanbieders en de ambulante ondersteuners, zodat het kind op alle plekken dezelfde boodschap en methode krijgt aangeboden. Zoveel onderwijs als mogelijk Uiteindelijk is de wens van veel ouders en de gemeente dat kinderen zoveel als mogelijk kunnen participeren in het onderwijssysteem. De KDC’s zien voor sommige kinderen mogelijkheden om meer onderwijs te volgen. De stap naar speciaal onderwijs is voor veel kinderen echter te groot. Het is daarom zaak om de keten voor kinderen met ontwikkelingsproblematiek zo in te richten dat de route richting onderwijs zo goed mogelijk is vormgegeven. Dit vraagt om de inrichting van stepped care, waarbij met aanbod in stapjes toewerkt naar speciaal onderwijs. Hierbij ligt de focus op het kunnen functioneren en leren in een groepscontext. De ontwikkelstappen moeten hierin bewust klein gehouden worden, zodat er voor zo veel mogelijk kinderen optimaal passend aanbod is. Daarnaast maakt dit ontwikkelstappen voor kinderen beter mogelijk.
Een te grote overgang brengt immers ook meer risico met zich mee op een terugval, zeker voor deze kinderen, die lang de tijd nodig hebben om aan nieuwe dingen te wennen. Op dit moment is de kloof tussen zorg en (speciaal) onderwijs groot en komen tussenvormen die zorg en onderwijs combineren beperkt van de grond, of enkel in kleinschalige initiatieven (pilots) die onvoldoende massa hebben ten opzichte van de vraag naar dit type ondersteuning.
4.2
Zorgcontinuüm passend aanbod voor doelgroepen 0-4 jaar Aan de hand van de lijnen die in de vorige paragraaf beschreven worden, hebben we een uitwerking gemaakt van een continuüm van aanbod waarbij voor de KDC-doelgroep in de voorschoolse leeftijd (0-4 jaar) wordt ingezet op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen.
26
Figuur 1: Zorgcontinuüm KDC-doelgroep voorschoolse leeftijd (0-4 jaar)
Voor deze doelgroep 0-4 dient er voldoende aanbod zijn waarmee vroegtijdig ingezet kan worden op de ontwikkeling van kinderen (richting het onderwijs). Op termijn kan dit ook betekenen dat minder kinderen doorstromen naar KDC’s, omdat het in gevallen mogelijk kan zijn dat een kind zich via passend aanbod dermate ontwikkelt dat er tegen de tijd van diagnose geen sprake is van een verstandelijke beperking. Wij zien de verschillende vormen als wenselijk om breder te ontwikkelen. Passende kinderopvang Passende kinderopvang gaat uit van zoveel mogelijk inclusief aanbod, door groepen samen te stellen van kinderen met en kinderen zonder ondersteuningsbehoefte. Dergelijk aanbod is geschikt voor kinderen die goed genoeg om kunnen gaan met de hoeveelheid prikkels die een grotere groepsgrootte met zich meebrengt, Voor een deel van de KDC-doelgroep kan specialistische opvang, waarbij pedagogische expertise van kinderopvangcentra verbonden wordt met Jeugdhulp, in een vroeg stadium ook een waardevolle aanvulling zijn. Dit aanbod is in Den Haag op dit moment beperkt ontwikkeld, hoewel de werkgroep Passende Kinderopvang van de gemeente hier wel naar toewerkt. Op dit moment organiseren Kombino en Jeugdformaat (stoeltjesgroepen) deze vorm van aanbod, in samenwerking met kinderopvangorganisaties.
Het verder ontwikkelen van passende kinderopvang vraagt enerzijds om het in de breedte scholen van kinderopvangpersoneel zodat ze ondersteuningsbehoeften beter kunnen en herkennen, maar ook weten wanneer doorverwezen moet worden naar meer professionele (jeugdhulp)ondersteuning. Daarnaast vraagt het om meer samenwerkingen tussen kinderopvangcentra en jeugdhulporganisaties, om meer mogelijkheden voor specialistische (inclusieve) kinderopvang te stimuleren. Langdurig traject richting schoolbaar Kortdurende trajecten richting schoolbaar zijn omschreven in hoofdstuk 2 en worden aangeboden door aanbieders als Op Weg Jeugdhulp en Jeugdformaat. Hoewel er ook van dit type aanbod een tekort lijkt te zijn, richt dit aanbod zich in principe niet op de KDC-doelgroep. Voor de KDC-doelgroep is er sprake van een grotere ontwikkelingsachterstand en VB, waardoor het perspectief op onderwijs aan de voorkant kleiner is. Dit vraagt om een meer langdurige trajecten waarin wordt ingezet op schoolbaarheid. Langdurige trajecten richting schoolbaar zijn geschikt voor kinderen waarbij het onderwijsperspectief in de regel lager is, maar waarbij toch gewerkt kan worden aan schoolse vaardigheden met de hoop dat een kind uiteindelijk toch richting onderwijs kan uitstromen.
Via schoolvoorbereidende groepen van KDC’s (zoals omschreven in hoofdstuk 2) wordt ingezet op het ‘schoolbaar maken’ van kinderen, bijvoorbeeld door te oefenen met leren in groepsverband. Deze schoolvoorbereidende groepen bedienen op dit moment in de regel de KDC-doelgroep. Zoals gesteld is er op dit moment een
27
duidelijk tekort aan KDC-plekken en lopen de wachtlijsten op. Daardoor starten veel kinderen later, en missen ontwikkelmogelijkheden. Van dit type groep is dus meer capaciteit nodig. Bij voorkeur worden nieuwe KDC-plekken georganiseerd in of bij scholen, om de samenwerking en doorstroom te bevorderen (zie ook zorgcontinuüm 4+ jaar). Geen perspectief op onderwijs Voor bepaalde groepen kinderen geldt dat KDC’s geen perspectief zien op participatie in het speciaal onderwijs. Deze kinderen hebben een dermate grote beperking en ontwikkelachterstand dat zij in zorg blijven. In gevallen is dit al vanaf jonge leeftijd kenbaar. Voor deze kinderen is enkel KDC-aanbod passend. Hier wordt de ontwikkeling gestimuleerd waar mogelijk, maar zonder dat wordt ingezet op een uiteindelijke doorstroom richting school.
4.3
Onderwijs-zorgcontinuüm passend aanbod voor doelgroepen 4+ jaar Daarnaast hebben we een zorgcontinuüm uitgewerkt met stapsgewijze onderwijs-zorgcombinaties (4+ jaar). Ook hier geldt dat we uitgaan van een focus op het zoveel mogelijk stimuleren van onderwijspotentieel.
Figuur 2: Onderwijs - zorgcontinuüm KDC-doelgroep schoolse leeftijd (4+ jaar)
Geen perspectief voor onderwijs Zoals eerder omschreven geldt dat voor een deel van de kinderen er geen perspectief is op (speciaal) onderwijs. Deze kinderen zijn niet leerbaar en/of schoolbaar en het is niet de verwachting dat dit dermate ontwikkeld kan worden dat kinderen op termijn kunnen doorstromen naar een vorm van onderwijs. KDC’s hanteren daarom niet-schoolvoorbereidende groepen, waar wel ontwikkeling van de kinderen plaatsvindt (bijvoorbeeld omgaan met prikkels en bepaalde vaardigheden), maar niet met het doel van een uitstroom richting onderwijs.
28
Schoolvoorbereidende groepen De KDC-aanbieders die wij gesproken hebben werken met schoolvoorbereidende groepen, zoals ook omschreven in hoofdstuk 2. Hier nemen kinderen uit de KDC-doelgroep aan deel waarbij er perspectief wordt gezien in uitstroom richting speciaal onderwijs (op termijn). In de praktijk wordt de kloof richting het speciaal onderwijs echter vaak als te groot ervaren, wat reden is voor het ontwikkelen van onderstaande tussenvormen. Zorg-onderwijsgroep op zorglocatie Binnen het speciaal onderwijs is het onderwijs leidend. Het kind wordt ondersteund waar nodig, maar moet zich wel aanpassen aan het ritme van het onderwijsprogramma. Voor een deel van de kinderen geldt echter dat de zorg/behandelbehoefte voorliggend is, waardoor het volgen van onderwijs ook met jeugdhulpondersteuning (nog) niet mogelijk is. Deze kinderen kunnen wennen aan een onderwijssetting en daar wellicht in groeien via zorg-onderwijsgroepen. In een zorg-onderwijsgroep op een zorglocatie is de zorg voorliggend, en geldt dat een onderwijslocatie onvoldoende voorziet in de ondersteuningsbehoeften van een kind. Deze kinderen worden behandeld op een zorglocatie, waarbij leraren van het speciaal onderwijs op momenten aansluiten om hen schoolse vaardigheden bij te brengen. In Den Haag komt dit type aanbod weinig van de grond, hoewel aanbieders en verwijzers dit wel als wenselijk achten.
Als dit gebeurt is het in de vorm van een pilot, zoals in de – inmiddels gestopte – pilot bij KDC Moskousingel van Middin waaraan een leerkracht van De Koetsveldschool vanuit het passend onderwijs beschikbaar wordt gesteld. Knelpunten in bijvoorbeeld financiering en verantwoordelijkheidsverdeling (bijv. ten aanzien van zorgplicht) spelen een rol in het belemmeren van het ontstaan van duurzame samenwerkingsverbanden. Op dit moment werkt de JOA-werkgroep aan het realiseren van een vijftal initiatieven voor het inzetten van een leerkracht van het gespecialiseerd onderwijs op een KDC-locatie. Het JOA van SBO ‘Het Avontuur’, in samenwerking met Liberis, start na de meivakantie. Zorg-onderwijsgroep op onderwijslocatie De vierde vorm voor kinderen van de schoolgaande leeftijd is een zorg-onderwijsgroep op een onderwijslocatie. Dit is vergelijkbaar met de voorgaande vorm, met het onderscheid dat kinderen behandeling krijgen op een onderwijslocatie. Dat geeft zowel kind als ouder meer het gevoel van school, en kinderen krijgen de kans om te wennen aan een schoolse omgeving. Daarmee is een eventueel volgende stap richting het speciaal onderwijs (mogelijk een OJA), kleiner en daarmee eenvoudiger te zetten. In Den Haag is nauwelijks sprake van dit type aanbod. Initiatieven komen in de praktijk lastig van de grond, hoewel het speciaal onderwijs (SPPOH) dit wel als wenselijk acht.
Belemmeringen die genoemd zijn, zijn onder meer de financiering en de schaarste aan fysieke onderwijsruimtes. Er lijken op korte termijn mogelijkheden te zijn op SBO het Avontuur en SBO Merlijn. Onderwijs-zorggroep op onderwijslocatie In onderwijs-zorggroepen wordt het speciaal onderwijs aangevuld met een vorm van jeugdhulp. Bij dit type aanbod is onderwijs leidend, wat betekent dat kinderen die hieraan deelnemen in staat worden geacht om onderwijs te volgen. Via jeugdhulp ontvangen zij aanvullende ondersteuning om deze onderwijsdeelname mogelijk te maken.
29
Op dit moment kan dit in Den Haag (i.s.m. Rijswijk en Leidschendam-Voorburg) georganiseerd worden via OJA’s (Onderwijs Jeugdhulp Arrangementen). Hierbij wordt subsidie beschikbaar gesteld aan de samenwerkingsverbanden die in deze gemeenten actief zijn. Er is wel een lange wachtlijst voor deze groepen. Speciaal onderwijs In het speciaal onderwijs is er extra aandacht en ondersteuning voor leerlingen met leer- en/of gedragsproblemen. Hierbij is het uitgangspunt dat het kind onderwijs moet kunnen volgen. Hiervoor gelden de eerder genoemde criteria van schoolbaar en leerbaar. Op dit moment zijn er de gemeente Den Haagwachtlijsten voor instroom in het speciaal onderwijs. Zorgaanbieders constateren daarnaast dat de toelatingscriteria van het speciaal onderwijs strenger zijn geworden. Vooral op het aspect schoolbaar worden kinderen afgewezen, omdat kinderen onvoldoende in een groep kunnen functioneren. Dit komt ook omdat scholen in het verleden meer risico’s hebben genomen met het toelaten van kinderen, en als het misloopt lang de verantwoordelijkheid voor een kind houden. Dat levert voor het samenwerkingsverband passend onderwijs een groot financieel risico op, en daarmee dilemma’s: help je één kind waarvoor het onderwijs eigenlijk niet past, of vier andere kinderen die zouden floreren in het speciaal onderwijs? In de afgelopen jaren zijn scholen hierin meer risicomijdend geworden.
4.4
Organiseren van passend aanbod Gezien de grote wachtlijsten is er voor deze groep meer aanbod nodig Er zijn voor deze groep geen eenvoudige oplossingen: de keten zit overal vol, en deze kinderen hebben nu eenmaal veel tijd en aandacht nodig om zich te ontwikkelen. De gemeente zal dus een keuze moeten maken: investeren we in deze kinderen om te kijken hoe ver ze kunnen komen en gezinnen te ontlasten, of richten we de zorg goedkoper in? Die tweede optie betekent dat deze kinderen geen zorg meer ontvangen en voor de meeste van hen dat ze definitief geen kans hebben om ooit te participeren in de maatschappij. Ervan uitgaande dat de gemeente goede zorg wil voor deze jonge en kwetsbare inwoners, moet de zorg voor deze kinderen ofwel lokaal ofwel regionaal gecontracteerd worden. De klassieke KDC-aanbieders blijven volledig regionaal gecontracteerd Voor de klassieke KDC-aanbieders geldt dat zij waarschijnlijk, conform bepalingen in de Hervormingsagenda Jeugd, regionaal gecontracteerd blijven. Daarnaast hebben we geconstateerd dat deze aanbieders de KDC-doelgroep bedienen, wat niet pleit voor een verschuiving van dit aanbod van regionaal (regio Haaglanden) naar lokaal (gemeente Den Haag) niveau. De gemeente had twijfels of de doelgroep in de KDC’s de juiste was.
Hoewel wij zien dat dit het geval is, kan het in het licht van de dynamiek in de gemeente een overweging zijn deze doelgroep concreter te definiëren (VB of vermoeden daarvan). Het is echter belangrijk om ook ruimte te houden voor uitzonderlijke gevallen waarbij een kind niet tot deze doelgroep behoort, maar waarvoor KDC-zorg wel het beste passend is. Gezien de hoge kwaliteit van de zorg zullen deze situaties namelijk af en toe voorkomen. Andere zorgvormen kunnen op lokaal of regionaal niveau georganiseerd worden Het organiseren van voldoende tussenvormen met passend aanbod voor de KDC-doelgroep, betekent dat het ontwikkelperspectief voor deze kinderen verbetert. Op termijn kan dit helpen in het
30
terugdringen van de instroom en het vergroten van de uitstroom bij KDC-aanbieders. Het is echter niet duidelijk hoe groot dit effect is. Er is namelijk te weinig ervaring met dergelijke vormen om hier een goede inschatting van te kunnen maken. De tussenvormen, tussen speciaal onderwijs en (schoolvoorbereidende) KDC-groepen in, kunnen zowel op regionaal niveau als op lokaal niveau georganiseerd worden. Gekeken naar de gunningsleidraad van het Haags Toekomstperspectief (p. 12) is in scope van de samenwerkingsverbanden Kracht en rondomJou: de doelgroep jonge kinderen met ontwikkelingsachterstand waar andere mogelijkheden zijn door vroegtijdig de juiste interventie te plegen (bv passende kinderopvang). En de kinderen die uit kunnen stromen vanuit het KDC naar passende vormen van onderwijs/educatie in combinatie met jeugdhulp.
4.4.1 Voordelen aan lokale organisatie van tussenvormen Het is dus mogelijk de samenwerkingsverbanden de opdracht te geven om de geschetste tussenvormen te ontwikkelen. Dit heeft mogelijk een aantal voordelen (en nadelen, die hierna beschreven worden). Lokale contractering geeft meer mogelijkheden voor integrale zorg Via een lokale contractering kan eenvoudiger aangesloten worden op de tevens lokaal georganiseerde ambulante zorg. Een eenduidige aansturing kan helpen in het integraal benaderen van zorgvragen zowel bij het kind als het gezin. Dit is in het bijzonder relevant vanwege de waarde van een systeemgerichte aanpak in het ontwikkelen van schoolse vaardigheden. Bij regionale contractering is dit overigens ook mogelijk, bijvoorbeeld doordat een medewerker van het wijkteam betrokken blijft bij het gezin als het kind in een KDC zit, maar dit vergt meer afstemming. Lokale contractering geeft de gemeente meer regie Daarnaast kan de gemeente via een lokale inrichting beter en meer regie voeren op de beoogde transitie en gerichter bijsturen. Bovenstaande tussenvormen en de wens om deze uit te breiden zijn namelijk niet nieuw, maar zijn op regionaal niveau tot nog toe beperkt van de grond gekomen. Zo vraagt het organiseren van de zorgcontinua om meer samenwerking tussen kinderopvang en jeugdhulp en onderwijs en jeugdhulp.
Hoewel aanbieders deze samenwerking als relevant zien, komt deze in de praktijk weinig van de grond door belemmeringen en onzekerheden rondom (financiers)risico’s, zorgplicht, data-uitwisseling, etc. Lokale contractering geeft meer mogelijkheden om domeinoverstijgend te werken De gemeente kan, samen met de samenwerkingsverbanden, regie voeren op het domeinoverstijgende samenwerkingsproces. De visie op de ontwikkeling van kinderen in het Haags Toekomstperspectief kan daarvoor het startpunt vormen, waarna gericht gewerkt kan worden aan het wegnemen van belemmeringen tussen aanbieders. Een voorbeeld hiervan is de recente beleidskeuze om, na verwijzing, de voorschool voor jonge kinderen gratis te maken, waarmee een financiële belemmering wordt weggehaald voor vroegsignalering Daarnaast kan het collectief financieren van zorg-onderwijscombinaties, volgend op de gemeentelijke visie op zorg en onderwijs, een katalysator zijn voor het meer genereren van aanbod waarin jeugdhulp en onderwijs gecombineerd worden. Uiteraard is voor dit soort acties wel nodig dat knelpunten in de keten gesignaleerd worden door de samenwerkingsverbanden en in partnerschap serieus opgepakt worden door de gemeente en de samenwerkingsverbanden.
31
4.4.2 Aandachtspunten en overwegingen bij de lokale organisatie van tussenvormen Tegelijkertijd brengt het organiseren van deze tussenvormen op lokaal niveau ook een aantal uitdagingen met zich mee, welke wij hieronder schetsen: Er liggen sowieso al grote ontwikkelopgaven bij de nog prille samenwerkingsverbanden De lokale samenwerkingsverbanden Kracht en rondomJou hebben per 2024 een grote opgave in het sturen op en ontwikkelen van het Haagse jeugdhulplandschap. Dit vraagt van de samenwerkingsverbanden en de betrokken organisaties veel tijd en aandacht, waarbij de samenwerkingsverbanden zich op dit moment aan de start van een transformatie bevinden. De duurzame ontwikkeling van passend aanbod zoals in dit hoofdstuk omschreven zou bovenop de al bestaande opgave komen. Dit vraagt om voldoende aandacht voor de mate waarin de samenwerkingsverbanden op dit moment geëquipeerd zijn om ook deze taak op zich te nemen en het organiseren van de randvoorwaarden die nodig zijn om aan deze extra ontwikkelopgave te voldoen. Tussenvormen hebben een gebiedsoverstijgend karakter In Den Haag wordt de (specialistische) jeugd- en gezinshulp per 2024 gecontracteerd via de samenwerkingsverbanden Kracht en rondomJou. De gemeente Den haag is hiertoe ingedeeld in vier gebieden en elk samenwerkingsverband bedient twee gebieden.
De voorgestelde tussenvormen, in het bijzonder de vormen die dichter tegen het KDC-aanbod aanzitten, hebben vanwege hun specialistische karakter vaak een groter verzorgingsgebied dan lichtere vormen van jeugdhulp. Dit vraagt een bepaalde schaalgrootte om tot voldoende passende groepen te komen. Hierdoor zal het geregeld voorkomen dat inwoners van een bepaald gebied gebruik willen maken van aanbod dat zich in een ander gebied bevindt. Een goede organisatie van tussenvormen op lokaal niveau vraagt om een nauwe samenwerking tussen beide samenwerkingsverbanden, waarbij het uitgangspunt moet zijn dat deze tussenvormen een specialistisch karakter hebben wat vraagt om een aanpak die gebiedsoverstijgend (en daarmee samenwerkingsverband overstijgend) is. De systematiek van aanbesteden zorgt voor onzekerheid Zelfs als opdrachten lokaal langjarig gegund worden, kan een aanbesteding na een aantal jaar ertoe leiden dat een bepaald gebied van aanbieder moet wisselen. Dat verbreekt bestaande samenwerkingsrelaties, en leidt er in de praktijk toe dat samenwerkingen met onderwijs weer vanaf nul opgebouwd moeten worden. Dat risico speelt nu al bij specifieke aanbod dat is ondergebracht bij de samenwerkingsverbanden: ook bij aanbod dat zeer goed inspeelt op het gemeentelijk beleid en ontwikkelbehoeftes van kinderen, is niet altijd duidelijk of en hoe het duurzaam geborgd is.
Samenwerkingsverbanden zijn immers niet verplicht om aanbod van andere aanbieders in te kopen, zeker niet als ze dergelijk aanbod ook zelf vorm kunnen geven. Het opbouwen van samenwerkingen kost echter jaren. Zelfs bij een aanbesteding van acht jaar komt zo’n samenwerking dus pas echt op stoom aan het eind van de periode. Als daarna een gebied aan een andere aanbieder gegund wordt, die wederom voor eigen dienstverlening kiest, leidt aanbesteden aan één partij per gebied dus tot periodieke afbouw van voorzieningen. De nieuw ingerichte lokale aanbestedingssystematiek maakt het systeem juist op dergelijke grensvlakken (zoals samenwerking met onderwijs) kwetsbaar. Andere vormen bieden meer stabiliteit voor dergelijke grensvlaksamenwerkingen (zoals aanbesteden aan meerdere partijen, de SAS zonder EMVI-procedure, of de open house systematiek die de regio hanteert).
32
Er is een financiële prikkel bij het doorverwijzen naar regionale zorg De lumpsum-bekostiging van Kracht en rondomJou betekent een financiële prikkel om kinderen bij twijfel eerder door te verwijzen naar regionale KDC-zorg. Bij een lokale contractering van tussenvormen gaan de kosten van het plaatsen van kinderen bij tussenvormen af van het beschikbare budget van de samenwerkingsverbanden, terwijl een plaatsing in een KDC betekent dat de vaak complexe zorg- en ondersteuningsvraag regionaal bekostigd wordt. Dit betekent dat er een financiële prikkel is voor de lokale samenwerkingsverbanden om naar de regionale KDC-zorg te verwijzen, in het bijzonder in het licht van de landelijke focus op beheersing van de kosten van jeugdhulp. Dit vraagt om een voldoende stevig objectief beoordelingsproces, waarbij het risico minimaal is dat toewijzingen beïnvloed worden door financiële prikkels. Binnen Den Haag wordt momenteel gewerkt aan een afwegingskader en afwegingsproces, waarmee er een objectieve weging kan plaatsvinden ten aanzien van casuïstiek op de grensvlakken tussen lokaal en regionaal. De ontwikkeling van zorg-onderwijscombinaties vraagt minimaal een samenwerking op H3niveau Voor de zorg-onderwijscombinaties is een goede samenwerking met passend onderwijs nodig. Het samenwerkingsverband passend onderwijs (SPPOH) overstijgt qua doelgebied en zorgplicht echter de gemeente Den Haag.
De SPPOH is actief op H3 niveau (Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk), wat betekent dat afspraken over de ontwikkeling van zorg/onderwijscombinaties voor de leeftijd vanaf 4 jaar minimaal op H3 niveau gedaan moeten worden. Vanwege hun regionale functie gaan de SPPOH, en onderliggende aanbieders, naar verwachting geen onderscheid maken voor Haagse kinderen. Een aandachtspunt bij deze splitsing is dat hij gemaakt is op basis van zorgaanbod zoals dat er op dit moment uitziet. Richting de toekomst zijn er twee potentiële ontwikkelingen die het beeld kunnen veranderen: City Kids en Crescendo classificeren zichzelf als KDC respectievelijk pre-KDC. Beide aanbieders hebben de potentie zich door te ontwikkelen tot een volwaardig KDC. In dat geval moeten zij uiteraard ook regionaal gecontracteerd worden. Een gedeelte van de doelgroep van City Kids en de gehele doelgroep van Crescendo, zou ook op een KDC passen. Het is mogelijk dat de cliëntstromen zullen veranderen als dit aanbod lokaal gecontracteerd zal worden. In dat geval zou de financiële splitsing uiteraard anders worden. Het is echter niet te voorspellen in hoeverre een dergelijke verschuiving zal optreden.
33
/ 5 Conclusie en advies In de vorige hoofdstukken hebben wij de bevindingen gedeeld ten aanzien van de onderzoeksvragen (zie bijlage C). Op basis van de bevindingen is onderstaande conclusie opgesteld en geven wij een aantal adviezen mee die gericht zijn op het organiseren van passende zorg voor de KDC-doelgroep in het licht van de geschetste ontwikkelingen en de huidige inrichting van het aanbod. Deze aanbevelingen zijn gericht op de gemeente Den Haag als opdrachtgever, waarbij in sommige gevallen een regionale aanpak wenselijk is.
5.1
Conclusie 1. Er is veel onduidelijkheid over KDC’s in Haaglanden Zorg voor de KDC-doelgroep is op dit moment onvoldoende afgebakend, waardoor er te weinig wordt gestuurd op dit aanbod en op tussenvormen. De huidige regionale productcode voor Dagbehandeling wordt te breed geïnterpreteerd, wat tot ongelijkheid tussen aanbieders leidt. Ook een aanbieder die geen multidisciplinaire behandeling biedt, mag op dit moment op deze code schrijven. 2. De ‘klassieke’ KDC’s bieden daadwerkelijk KDC-zorg, de andere aanbieders (nog) niet De ‘klassieke’ KDC-aanbieders (Lievegoed, Ipse de Bruggen, Middin) bieden interdisciplinaire behandeling en bedienen de beoogde doelgroep van kinderen met (het vermoeden van) een verstandelijke beperking. Voor de andere aanbieders (Crescendo, ’s Heeren Loo en City Kids) geldt dat zij (nog) geen KDC-zorg bieden, ofwel vanwege het ontbreken aan interdisciplinaire behandeling ofwel vanwege het bedienen van een andere doelgroep. 3. Van de andere onderzochte aanbieders is het in principe mogelijk City Kids lokaal te contracteren City Kids hanteert in de praktijk een lichte definitie voor het type behandelaanbod dat onderdeel dient te zijn van de regionaal gecontracteerde Dagbehandeling. Daarnaast zijn er geen afspraken (zoals wel met Crescendo) dat zij dit wel op korte termijn ontwikkelen.
Wanneer ervoor gekozen wordt om deze afspraken ook in de toekomst niet te maken, is het mogelijk om het aanbod van City Kids lokaal te contracteren. Uitgaande van de uitgaven op Dagbehandeling gaat het in 2023 om een bedrag van € 2.429.188,-. Hierbij dient opgemerkt te worden dat City Kids in de praktijk wel voor ca. 40% de KDC-doelgroep bedient. Hierdoor kan een lokale contractering leiden tot een verschuiving van aanbod, wat tot een andere financiële splitsing kan leiden. Het is niet te voorspellen in hoeverre een dergelijke verschuiving zal optreden. In advies 4 (p. 36-37) lichten we toe dat we een lokale contractering (op korte termijn) onwenselijk achten gezien voorliggende wetgeving en geschetste aandachtspunten. 4. De KDC’s bedienen de juiste doelgroep De ‘klassieke’ KDC’s bedienen momenteel (grotendeels) de beoogde doelgroep. Uiteraard zullen er altijd uitzonderingen zijn: het is immers niet mogelijk om onder de vijf jaar een verstandelijke beperking vast te stellen. Dergelijke kinderen stromen echter snel uit als duidelijk wordt dat zij meer ontwikkelpotentieel hebben. Een splitsing in deze doelgroep is dus niet mogelijk. Daarnaast hebben we geen reden om aan te nemen dat kinderen die momenteel op de wachtlijsten staan tot een andere doelgroep behoren.
34
5. De KDC-doelgroep is gestegen, waardoor wachtlijsten zijn ontstaan Het aantal kinderen dat KDC-zorg of een verwijzing hiervoor ontvangt, is in de gemeente Den Haag de afgelopen jaren toegenomen. Dit past bij de landelijke trend van een toename in de vraag naar zorg voor kinderen met een verstandelijke beperking. Daarnaast ontvangen steeds meer kinderen langer KDC-zorg, waardoor wachtlijsten zijn ontstaan. De moeizame uitstroom richting speciaal onderwijs draagt bij aan het vollopen van de keten. 6. Er zijn mogelijkheden om de zorg voor de KDC-doelgroep te verbeteren We zien drie lijnen waarop de gemeente kan zorgen voor passend aanbod voor de in omvang toenemende KDC-doelgroep: Eerdere signalering en snel passende ondersteuning Meer inzetten op systemisch werken Inzetten op zoveel onderwijs als mogelijk Deze lijnen zijn doorvertaald in (onderwijs-)zorgcontinua waarmee invulling wordt gegeven aan passend aanbod voor de doelgroepen 0-4 jaar en 4+ jaar. Momenteel komt het aanbod waarbij domeinoverstijgend gewerkt moet worden, zoals de specialistische kinderopvang en de combinaties tussen zorg en onderwijs, nog beperkt van de grond. Zo zijn er op dit moment nog weinig samenwerkingen tussen Haagse kinderopvangcentra en jeugdhulporganisaties die specialistische kinderopvang vorm kunnen geven.
Daarnaast maakt de zorgplicht van scholen het speciaal onderwijs terughoudend in het toelaten van ‘twijfelgevallen’ en wordt de samenwerking via individuele beschikkingen (in het geval van OJA’s) gezien als gefragmenteerd en onnodig arbeidsintensief op het gebied van administratie. Hierdoor hebben kinderen beperkt mogelijkheid om via kleine ontwikkelstappen te wennen aan een meer schoolse omgeving. Tussenvormen zijn in de praktijk weinig ontwikkeld binnen Den Haag, of zijn enkel ingericht als tijdelijke pilots. 7. Er is de afgelopen jaren beperkte sturing geweest op aanbod voor de doelgroep Momenteel is de zorg en ondersteuning voor kinderen met (een vermoeden van) VB gefragmenteerd georganiseerd en is er sprake van onduidelijkheden over de verschillende vormen van jeugdhulp die geboden worden. Daarnaast zijn aanbieders gefrustreerd over de ongerichte ontwikkeling van overbruggingszorg en alternatieve zorgvormen, in het bijzonder op het gebied van PGB-gefinancierde initiatieven. Aanbieders omschrijven daarnaast dat de wijzigingen in de Haagse jeugdhulp, zoals de afbouw van Daghulp en de transformatie van de bekostiging en aansturing van de afgelopen jaren tot veel opschudding hebben geleid. Dit maakt dat zij voorzichtiger zijn geworden in het doen van investeringen om te reageren op de stijgende wachtlijsten.
5.2
Adviezen 1. Stuur vanuit een inhoudelijke visie op zorg en ondersteuning voor (in elk geval) de KDCdoelgroep Gemeentelijk en regionaal is er behoefte aan een duidelijke visie op deze doelgroep en de benodigde vormen van aanbod, gevolgd door duurzame keuzes waarop aanbieders kunnen anticiperen. Dit vraagt zowel een visie op hoe de gemeente wenst om te gaan met de stijging van de KDC-doelgroep,
35
als een inhoudelijke visie van het aanbod dat de gemeente voor deze doelgroep wil organiseren. Voor de inhoudelijke visie hebben wij in hoofdstuk 4 een aantal handvatten meegeven. Het is hierbij aan te bevelen om deze visie breder te trekken dan enkel de KDC-doelgroep, aangezien tussenvormen ook geschikt kunnen zijn voor andere doelgroepen dan voor kinderen met (een vermoeden van) VB. 2. Baken zorg voor de KDC-doelgroep concreter af en stuur hierop in de contractering Verhelder wat geldt als KDC-zorg, en in het bijzonder wat de betekenis van ‘multidisciplinaire zorg’ is. Contracteer aanbieders vervolgens ook volgens die lijnen. Eventueel kan de productomschrijving voor KDC-aanbod aangescherpt worden, zodat concreter is meegenomen aan welke eisen de behandeling moet voldoen. Hierbij dient te worden aangesloten bij de standaardisatie van o.a. product- en dienstomschrijvingen die waarschijnlijk gaan gelden voor de vormen van Dagbehandeling die vallen onder het wetsvoorstel verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen.28 3. Ontwikkel snel regionaal meer KDC-plekken, bij voorkeur op de locaties van scholen De toegenomen wachtlijsten pleiten ervoor om meer KDC-plekken te ontwikkelen om de zorg te bieden aan jonge en kwetsbare inwoners en daarmee de kans te vergroten dat zij op termijn kunnen participeren in de samenleving.
Hierin worden al stappen gezet, zoals de nieuwe KDC-locatie die Ipse de Bruggen momenteel opbouwt in Den Haag Leidschenveen. Aanbieders hebben voor het ontwikkelen van aanvullende plekken behoefte aan een eenduidige beleidslijn vanuit de regio, waarop zij de benodigde investeringen kunnen baseren. Heb bij het organiseren van dit aanbod oog voor de in hoofdstuk 4 geschetste continua van zorg. Zo is het raadzaam om nieuwe KDC-plekken indien mogelijk fysiek dicht op het speciaal onderwijs te organiseren, om de onderlinge samenwerking te bevorderen. 4. Behoud, in elk geval in afwachting van landelijke regelgeving, de inkoop van Dagbehandeling regionaal Zoals in hoofdstuk 2 omschreven sluiten, gekeken naar de aanbieders waarvoor een contracteringsvraag geldt, Crescendo, ’s Heeren Loo en City Kids niet aan op de landelijke definitie van KDC-aanbieder. Onder meer gezien de landelijke ontwikkelingen in het kader van het wetsvoorstel verbetering beschikbaarheid jeugdzorg, lijkt een overheveling van de inkoop van dit aanbod van regionaal naar lokaal op korte termijn echter onwenselijk. Om aanbieders stabiliteit te bieden, achten wij het namelijk niet wenselijk om een vorm van aanbod richting lokaal over te hevelen, terwijl er gelijktijdig landelijke wetgeving voorligt die juist beoogt regionale inkoop te verplichten.
Voor Crescendo geldt dat zij de KDC-doelgroep bedienen en dat is afgesproken dat zij zich in ca. twee jaar doorontwikkelen tot KDC. Dit maakt dat het voor een korte periode overhevelen van dit aanbod naar regionaal niet raadzaam lijkt, ongeacht de landelijke ontwikkelingen. Voor ’s Heeren Loo geldt dat zij geen KDC-aanbod in Den Haag bieden, maar wel een vorm van Dagbehandeling dat qua aanbod aansluit bij de huidige regionale productdefinitie. Dit betekent dat voor dit aanbod regionale contractering nog steeds passend is, wat aansluit bij de specialistische vorm van zorg die geboden wordt aan in dit geval de LVB-doelgroep. De aanbieder City Kids lijkt niet te voldoen aan een strikte hantering van de eis voor de integrale inzet van multidisciplinaire therapieën, zoals verwoord in de regionale productbeschrijving voor
28
Zie: Vraag & Antwoord Implementatieplan Hervormingsagenda Jeugd | VNG.
36
Dagbehandeling. Dit aanbod29 (kosten € 2.429.188,- in 2023) kan daarom lokaal gecontracteerd worden, waarbij de gemeente moet wegen of de voordelen van een lokale contractering opwegen tegen de geschetste aandachtspunten (zie paragraaf 4.4.). In elk geval lijkt hier een overheveling op korte termijn ook onwenselijk, gezien de eerder beschreven voorliggende landelijke wetgeving die ook voor het aanbod dat City Kids levert alsnog zal vereisen dat inkoop van deze zorg regionaal plaatsvindt. 5. Ontwikkel voldoende passend inclusief aanbod voor kinderen van de voorschoolse leeftijd Hoewel dit niet gezien moet worden als geschikt alternatief aanbod voor KDC-zorg kan Specialistische opvang, waarbij pedagogische expertise van kinderopvangcentra verbonden wordt met Jeugdhulp, voor een deel van de KDC-doelgroep in een vroeg stadium een waardevolle aanvulling zijn. De lokale samenwerkingsverbanden kunnen samen met de gemeente de ontwikkeling van dit aanbod aanjagen, door samenwerkingen tussen kinderopvangcentra en jeugdhulporganisaties te stimuleren en belemmeringen (zoals in financiering) weg te nemen. 6. Ontwikkel meer tussenvormen die de ontwikkeling richting het onderwijs stimuleren Vanuit het uitgangspunt om onderwijspotentieel maximaal te stimuleren is het wenselijk om meer tussenvormen te ontwikkelen die de ontwikkeling van zorg naar onderwijs bevorderen.
In figuur 2 is een uitwerking gemaakt van mogelijke tussenvormen tussen het huidige KDC-aanbod en het speciaal onderwijs. Het organiseren van de juiste financiële en juridische randvoorwaarden vraagt om het aanmoedigen en faciliteren van de benodigde samenwerking tussen jeugdhulp en speciaal onderwijs. Zo kan het collectief financieren van tussenvormen op basis van beschikbaarheid, de samenwerking tussen zorg en onderwijs bespoedigen en de administratielast verminderen. De ontwikkeling van duurzame zorgonderwijs-combinaties dient minimaal op H3 niveau plaats te vinden, om aan te sluiten bij de regionale functie van de SPPOH en onderliggende aanbieders. Wanneer de ontwikkeling op H3 niveau plaatsvindt, is het logisch om de bekostiging op H9 (regio Haaglanden) niveau te organiseren. 7. Zet de ingezette lijn van beschikkingen op maat voort De geanalyseerde data liet zien dat er in de regel beschikkingen worden afgegeven voor 5 dagen. Een dergelijke intensiteit is in de praktijk niet altijd nodig, in het bijzonder bij jonge kinderen. Beschikken op maat is wenselijk, waartoe op regionaal niveau gedurende dit onderzoek al besloten is. 8.
Stuur gerichter op de ontwikkeling van overbruggings- en alternatieve zorg Vanuit de visie van de gemeente op passende zorg voor de KDC-doelgroep is meer sturing mogelijk en gewenst op de ontwikkeling van overbruggingszorg en alternatieve zorgvormen. Dit geldt in het bijzonder voor PGB-gefinancierde (alternatieven voor) KDC-aanbod. Door als gemeente te sturen vanuit een eenduidig beeld van passende zorg voor de KDC-doelgroep, wordt de zorg en ondersteuning minder gefragmenteerd en onduidelijk georganiseerd en wordt ongelijkheid tussen aanbieders voorkomen. 9. Werk aan een gezamenlijke wachtlijst voor Haagse KDC-zorg Op dit moment is er weinig zicht op de wachtlijsten van KDC-zorg en is er geen wachtlijstbeheer. Een actuele gezamenlijke wachtlijst bleek tijdens dit onderzoek niet te genereren, vanwege de tijdsinvestering die dit kost bij aanbieders.
Hierbij is opgemerkt dat City Kids in de praktijk voor 40% de KDC-doelgroep bedient, wat pleit voor het organiseren van meer volwaardige KDC-plekken. 29
37
Om zicht te houden en te kunnen sturen op KDC-zorg is een actueel overzicht in wachtlijsten benodigd. Dit vraagt allereerst het samenvoegen van wachtlijsten en de mogelijkheid om dubbelingen weg te sorteren. De huidige hoge wachtlijsten hebben namelijk mede als effect dat verwijzers kinderen naar meerdere of alle KDC-aanbieders doorverwijzen, waardoor eenzelfde kind op meerdere wachtlijsten voorkomt. Daarnaast helpt het om ook inhoudelijk te kijken naar de wachtlijsten, zodat er beter zicht is op de kinderen die (lang) wachten op KDC-plekken. Gezien de lange wachtlijsten voor KDC-zorg is het wenselijk dat de samenwerkingsverbanden inhoudelijk zicht hebben op de wachtenden en daarbij ook kijken welke ondersteuning op korte termijn helpend kan zijn. Zo kan voorkomen worden dat kinderen thuis blijven zitten of op niet-passende plekken terechtkomen, en zich daardoor slechter ontwikkelen dan mogelijk geweest zou zijn. Wellicht kan daardoor op termijn KDC-zorg voorkomen worden. Tot slot Het verder bouwen aan een goed zorglandschap voor de KDC-doelgroep vraagt om een houding waarin de gemeente uitgaat van de juiste intenties en de professionaliteit van aanbieders in het veld.
Op dit moment komen gemeente en aanbieder soms tegenover elkaar te staan, waarbij er een sterke focus ligt op mogelijke financiële motieven van de ‘andere’ partij en verschillende beelden over welke doelgroep zich waar bevindt en wat daar passend voor is. Om passend aanbod te ontwikkelen, in het bijzonder waar dit vraagt om domeinoverstijgende samenwerking, is regievoering benodigd met als basis vertrouwen in de juiste intenties en gemeenschappelijke ambities van aanbieders.
38
/ A Overzicht gesprekspartners Naam organisatie Stichting Gemiva-SVG Groep
Functie Locatiemanager
Lievegoed Stichting Middin
Clustermanager Adviseur zorgverkoop / Gedragsdeskundige
Stichting Ipse de Bruggen Crescendo Medisch Baby- en
Directiesecretaris / Accountmanager zorgverkoop Directeur
Peuterdagverblijf Stichting ’s Heeren Loo
Zorgbemiddelaar / Begeleider
Zorggroep City Kids
Zorgverkoper
Kombino Liberis
Directeur / oprichter Ontwikkelingspsycholoog
Jeugdformaat Op Weg Jeugdhulp
Bestuurder / Manager zorg / Accountmanager Strategisch zorgmanager
Kracht rondomJou
Programmamanager transformatie / Kwaliteitsmedewerker Accountmanager / Team onderwijs
SPPOH
Orthopedagoog / Beleidsadviseur / Adviseur passend onderwijs
Werkgroep passende kinderopvang
Beleidsadviseur
Integrale Vroeghulp Huisartsen
Verwijzer Huisartsen (per mail)
JGZ William Schrikker Groep
Jeugdarts Gebiedsmanager
Gemeente Den Haag Servicebureau Jeugdhulp
Beleidsadviseur Contractmanager
Haaglanden Ouderraad
Ouder
39
/ B Overzicht deelnemers werksessie Naam organisatie Lievegoed
Functie Teamleider
Stichting Middin Stichting Ipse de Bruggen
Adviseur Zorgverkoop Directiesecretaris/ Accountmanager zorgverkoop
Crescendo Medisch Baby- en Peuterdagverblijf
Directeur
City Kids Kombino
Gedragswetenschapper Directeur / Oprichter
Kracht rondomJou
Netwerk en relatiemanager / Programmamanager Accountmanager
SPPOH Gemeente Den Haag
Manager / Orthopedagoog Beleidsadviseur
40
/ C Beantwoording onderzoeksvragen Deelvraag
Wordt beantwoord in
Toelichting
Inhoudelijke deelvragen 1.
Wat is de definitie van een KDC?
2. Welke 3.
4.
doelgroepomschrijving past bij een KDC? Welke doelgroepen maken nu gebruik van een KDC?
Paragraaf 2.1
Paragraaf 2.1
Paragraaf 2.2
Hoeveel Haagse kinderen maken gebruik van een KDC?
Paragraaf 3.3
5.
Welke ondersteuning ontvangen deze kinderen op een KDC?
Paragraaf 2.3
6.
Wat zijn de (globale) redenen van de oplopende wachtlijsten voor de KDC's, beschreven per aanbieder?
Paragraaf 3.4
7.
Waarom worden kinderen met gedragsproblematiek doorverwezen naar een KDC?
Paragraaf 3.4
8.
Om hoeveel Haagse kinderen gaat het?
Zie toelichting
Hierbij geldt dat er sprake is van een algemeen en gedeeld beeld, waarbij er geen onderscheid is te maken tussen KDC-aanbieders. Sterker nog, vanwege de hoge wachtlijsten verwijzen verwijzers eerder door naar alle aanbieders en houden ze minder rekening met de specifieke kenmerken per KDC-aanbieder waardoor er nog minder onderscheid is in verklarende factoren tussen aanbieders. Wij hebben geen onderbouwing gevonden voor de aanname dat bij de huidige kinderen die behandeld worden in een KDC bij een groter deel van de kinderen sprake is van sec gedragsproblematiek. Zie antwoord op onderzoeksvraag 7.
Zie toelichting
Er is hierin geen splitsing te maken, omdat de aanname dat in KDC’s bij een deel van de kinderen sprake is van sec gedragsproblematiek geen onderbouwing is gevonden. Zie antwoord op onderzoeksvraag 7.
Uitgaande van de set aanbieders waarop de data-uitvraag is gebaseerd en in zoverre zij op basis van de Jeugdwet Dagbehandeling leveren.
9.
Welke doelgroep kan met lichtere vormen van
41
Daarnaast is in 2.3 en 2.4 omschreven dat een deel van het onderzochte aanbod (City Kids, ’s Heeren Loo en Crescendo) volgens de huidige landelijke definitie geen KDC-aanbod betreft. Voor deze kinderen geldt niet dat zij met een lichtere vorm van jeugdhulp ondersteund kunnen worden, maar wel dat de huidige ondersteuning op dit moment geen KDC-zorg betreft.
jeugdhulp ook ondersteund worden?
10. Hoeveel Haagse kinderen die nu op een KDC zitten, kunnen met lichtere vormen van jeugdhulpondersteuning geholpen worden? Welke lichtere vormen van ondersteuning passen bij deze doelgroep?
Zie toelichting
Een deel van deze doelgroep (40% van de doelgroep van City Kids en de gehele doelgroep van Crescendo) is gebaat bij KDC-zorg, wat juist vraagt om een ‘zwaardere’ vorm van ondersteuning voor deze kinderen. Zie antwoorden op vraag 7 en 9. Voor aanbieders die aan de landelijke definitie van KDC voldoen betreft dit antwoord op basis van de uitvraag 0. Tegelijkertijd is het mogelijk om de KDC-doelgroep meer ontwikkelperspectief te bieden, wat op termijn de druk op KDC-aanbod kan verlichten. Dit kan door het inrichten van tussenvormen. In hoofdstuk 4 hebben we hiervoor een aantal handvatten meegegeven.
Financiële deelvragen 11. Wat is op de KDC's op dit moment per ondersteuningsvorm de financiële omvang?
Paragraaf 2.4
12. Wat is de financiële omvang van de KDC-zorg die regionaal gecontracteerd blijft?
Paragraaf 2.4
13. Wat is de financiële omvang van lichtere
Paragraaf 2.4
vormen van ondersteuning voor deze
Voor de ‘klassieke’ KDC-aanbieders (Lievegoed, Middin en Ipse de Bruggen) geldt dat zij regionaal gecontracteerd moeten blijven. Daarnaast moeten, afhankelijk van landelijke besluitvorming over het wetsvoorstel verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (zie disclaimer paragraaf 1.1) mogelijk ook andere vormen van Dagbehandeling regionaal gecontracteerd worden. Paragraaf 2.4 gaat in op de financiële omvang van aanbieders waarvoor een contracteringsvraag geldt, en welke van
42
deze aanbieders niet voldoen aan de landelijke definitie van KDC-zorg.
doelgroep die opgenomen wordt in de opdracht van het Haags
De keuze voor lokale of regionale contractering is een beleidskeuze die de gemeente Den Haag dient te maken, in afstemming met de samenwerkingsverbanden en de regio.
Toekomstperspectief?
Hiervoor geven we in paragraaf 4.4 een aantal aandachtspunten. Daarnaast bevelen we in ons advies in hoofdstuk 5 aan om, vanwege de aandachtspunten en de voorliggende wetgeving, vormen van Dagbehandeling (op korte termijn) niet richting lokaal over te hevelen. Hoofdvraag 14. Op welke wijze kan de huidige KDC-doelgroep
Zie toelichting
Zie antwoord op deelvraag 9 (inhoudelijk) en 13 (financieel).
inhoudelijk en financieel worden gesplitst zodat duidelijk wordt welke aanvullende opdracht aan de samenwerkingsverbanden kan worden gegeven?
43