RIS320861 Bijlage 2 Eindrapport - Onderzoek doelgroepen KDC-zorg Den Haag
Tekst van het document
Onderzoek doelgroepen KDC-zorg Gemeente Den Haag
1
/ Inhoud /1
Inleiding
3
1.1
Aanleiding en vraagstelling
3
1.2
Methode en aanpak
4
/2
KDC-zorg in het huidige jeugdlandschap van Den Haag
6
2.1 2.2
Definitie en afbakening KDC-zorg Huidig zorglandschap van KDC-aanbieders en aanpalend aanbod
6 8
2.3 2.4
Geleverde zorg bij partijen met een contracteringsvraagstuk Financiële splitsing
11 13
/3
(Ontwikkelingen in) de keten van zorg bij aanbieders
15
3.1
Verwijzingen
15
3.2 3.3
Toewijzingen Geleverde zorg
17 18
3.4 3.5
Wachtlijsten en wachttijden Uitstroom
21 24
/4
Handvatten voor meer passend aanbod
25
4.1 4.2
Inzet op drie lijnen Zorgcontinuüm passend aanbod voor doelgroepen 0-4 jaar
25 26
4.3 4.4
Onderwijs-zorgcontinuüm passend aanbod voor doelgroepen 4+ jaar Organiseren van passend aanbod
28 30
/5
Conclusie en advies
34
5.1
Conclusie
34
5.2
Adviezen
35
/A
Overzicht gesprekspartners
39
/B
Overzicht deelnemers werksessie
40
/C
Beantwoording onderzoeksvragen
41
2
/ 1 Inleiding 1.1
Aanleiding en vraagstelling De wachtlijsten van KDC’s nemen toe Kinderdagcentra (KDC’s) zijn specialistische groepsbehandelingslocaties voor kinderen met een (ernstig) verstandelijke en/of meervoudige beperking. De laatste jaren zijn de wachttijden voor een KDC in Den Haag opgelopen tot 1,5 tot 2 jaar. Hierdoor zitten kinderen langer thuis en is er minder perspectief dat zij kunnen participeren in de samenleving. Ook met het Haags Toekomstperspectief blijft KDC-zorg regionaal gecontracteerd Sinds 1 januari heeft de gemeente Den Haag de jeugdhulpondersteuning anders ingericht middels het Haags Toekomstperspectief, waarbij met samenwerkingsverbanden voor jeugd- en gezinshulp (Kracht en rondomJou) wordt ingezet op het zo veel en zo normaal mogelijk laten meedoen van kinderen in het reguliere onderwijs, de reguliere kinderopvang, etc. KDC’s1 vallen buiten de scope van deze samenwerkingsverbanden, omdat KDC-zorg vanwege het specialistische karakter naar verwachting regionaal gecontracteerd dient te worden.
Disclaimer: Gedurende dit onderzoek wordt wetgeving ontwikkeld met mogelijk grote invloed op de mogelijkheden om (vormen van) Dagbehandeling regionaal te contracteren.. Na oplevering van het conceptrapport is een Kamerbrief een update gegeven over het wetsvoorstel verbetering beschikbaarheid jeugdzorg.2 In de brief wordt ingegaan op de huidige contouren voor de vormen van jeugdhulp die minimaal regionaal ingekocht moeten worden. Hierin is ook de zorgvorm Dagbehandeling in groepsverband opgenomen. In voorlopige uitwerkingen worden er in de afbakening van deze zorgvorm geen harde eisen gesteld aan de multidisciplinaire inzet van therapieën. Het recente wetsvoorstel lijkt daarmee regionale contractering van KDC-zorg en andere vormen van Dagbehandeling (en mogelijk Daghulp) af te gaan dwingen. Implementatie van dit voorstel heeft aanzienlijk impact op de onderzoeksvragen, aangezien het betekent dat een ‘splitsing’ in de lokale en regionale contractering van vormen van dagbehandeling niet mogelijk is. Dit betekent dat het aanbod van aanbieders als City Kids en ’s Heeren Loo regionaal gecontracteerd moet blijven. Mogelijk vraagt dit ook om het regionaal contracteren van de specialistische combinatiegroepen van Jeugdformaat, afhankelijk van de uiteindelijke formulering van het wetsvoorstel.
Implicaties voor dit rapport Aangezien besluitvorming over dit wetsvoorstel nog moet plaatsvinden, is er in de rest van dit rapport uitgegaan van een situatie waarin lokale contractering van lichtere vormen van dagbehandeling (niet zijnde KDC-zorg) mogelijk is. In de conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk
Met ‘KDC’ worden hier aanbieders bedoeld die voldoen aan de landelijke definitie (paragraaf 2.1). Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (25-04-2024). Wetsvoorstel verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. Te vinden op: file (overheid.nl). 1 2
3
5) wordt er wel rekening gehouden met deze recente beleidslijn/Kamerbrief, omdat deze ontwikkeling moet worden meegenomen in de afweging welke zorg lokaal te contracteren.
Voor een deel van de doelgroep kan de zorg mogelijk wel lokaal gecontracteerd worden Binnen de gemeente Den Haag waren er signalen dat de stijging van doorverwijzingen naar het KDC veroorzaakt werd door kinderen met gedragsproblematiek zonder verstandelijke beperking. Dit doorverwijzen zou onder meer het gevolg zijn van het ontbreken van voldoende tussenvoorzieningen voor kinderen met gedragsproblematiek, waardoor jonge kinderen (0-4 jaar) voor extra ondersteuning worden doorverwezen naar een KDC. Deze groep zou wel binnen het Haags Toekomstperspectief vallen, waarmee de zorg lokaal gecontracteerd zou worden. De gemeente wil inzicht in welke zorg lokaal gecontracteerd kan worden De gemeente wil daarom graag een concreter beeld van de groep kinderen binnen KDC’s waarvoor alternatieve (lichtere) ondersteuning binnen het Haags Toekomstperspectief geschikt zou zijn en wat hiervan de financiële omvang is. Dit vormt de basis voor het budget en de aanvullende taken die Kracht en rondomJou krijgen in het organiseren van meer preventieve vormen van jeugdhulp voor deze doelgroep. Dit onderzoek heeft tot doel om een helder en objectief inzicht te krijgen (op inhoud en financiën) voor welke kinderen regionale KDC-zorg noodzakelijk is en voor welke kinderen andere vormen van ondersteuning binnen het Haags Toekomstperspectief voldoende zijn.
De hoofdvraag van het onderzoek is daarmee als volgt:
Op welke wijze kan de huidige KDC-doelgroep inhoudelijk en financieel worden gesplitst zodat duidelijk wordt welke aanvullende opdracht aan de samenwerkingsverbanden kan worden gegeven?
Daarnaast zijn een reeks deelvragen geformuleerd, waarmee deze onderzoeksvraag behandeld wordt. Deze deelvragen zijn terug te vinden in bijlage C, met daarin een verwijzing waar in dit rapport specifieke deelvragen beantwoord worden.
1.2
Methode en aanpak We voerden een document- en data-analyse uit Middels documentenonderzoek en data-analyse brachten we de context van KDC’s en de doelgroepen die hier gebruik van maken in beeld. Vanuit de gemeente Den Haag en het Servicebureau Jeugd Haaglanden ontvingen we gegevens over het aantal kinderen dat gebruik maakt van KDC-zorg, de omvang en intensiteit van zorg die zij ontvangen en de hoeveelheid kinderen die op de wachtlijst staat voor KDC-zorg. We voerden 16 interviews met 25 partners en gingen op werkbezoek Vervolgens voerden we interviews met aanbieders van KDC-zorg, aanpalende aanbieders, de toegang tot jeugdhulp, belangrijke verwijzers en samenwerkingsverbanden uit de regio. Zie bijlage A voor een overzicht van de gesprekspartners. Drie interviews vonden plaats op locatie bij een KDC aanbieder of ander type aanbieder en werden gecombineerd met een rondleiding, zodat we een concreter beeld konden opdoen van het beschikbare aanbod en de dagelijkse praktijk.
4
We zetten een korte data-uitvraag uit onder aanbieders Daarnaast hebben we bij verschillende aanbieders een korte vragenlijst uitgezet. Deze vragenlijst was gericht op het type zorg en ondersteuning dat de verschillende locaties bieden en het type en aantal Haagse kinderen dat hier gebruik van maakt. We organiseerden een werksessie met 10 partijen uit het veld Tot slot organiseerden we een werksessie met relevante partijen uit het veld. In de werksessie koppelden we het beeld zoals naar voren gekomen uit de gesprekken en data-analyse terug. Tijdens de werksessie scherpten we dit inhoudelijke beeld aan en gingen we in gesprek over de mogelijkheden om beter passend aanbod voor jonge kinderen met ontwikkelingsproblematiek te organiseren. Bij de werksessie waren 10 organisaties vertegenwoordigd door 14 deelnemers. Zie bijlage B voor een overzicht van de deelnemers.
5
/ 2 KDC-zorg in het huidige jeugdlandschap van Den Haag 2.1
Definitie en afbakening KDC-zorg De landelijke definitie van Kinderdagcentra stamt uit de AWBZ Kinderdagcentra (KDC’s) werden tot 2015 gefinancierd uit de AWBZ, en voldeden destijds dus aan heldere definities. Inmiddels zijn er meerdere definities. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gebruikt de volgende definitie van een kinderdagcentrum (KDC): “Een KDC is opvang voor kinderen van 2 tot 18 jaar met een (ernstige) verstandelijke of meervoudige beperking. Soms ook al voor nog jongere kinderen. In een KDC krijgt een kind dagbehandeling, dagbesteding en persoonlijke begeleiding, via professionals als orthopedagogen, logopedisten en creatief therapeuten. Deze zorg wordt vergoed vanuit de Jeugdwet of de Wet langdurige zorg.”.3 De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) voegt hieraan toe dat kinderen eventueel gedragsproblematiek kennen en dat KDC’s gericht zijn op het vergroten en ontwikkelen van de individuele mogelijkheden van het kind.4 Deze definitie sluit het beste aan bij de definitie die bestond voor een deel van de KDCzorg naar de Jeugdwet werd overgeheveld. KDC-zorg wordt ingekocht onder het bredere product ‘dagbehandeling’ Aangezien KDC-zorg een hoogspecialistische vorm van jeugdhulp betreft, wordt deze zorg regionaal ingekocht, via de regio Haaglanden. In de inkoop van deze zorg wordt gebruik gemaakt van de productbeschrijving 41A03 (Dagbehandeling).
De regio Haaglanden verstaat onder dagbehandeling: “[Het] ontwikkelen en aanleren van praktische, cognitieve en/of sociaal emotionele vaardigheden waarbij de mogelijkheden van het kind optimaal benut worden, zodat een zo zelfstandig mogelijk niveau van functioneren bereikt kan worden”.5 De doelgroep van dagbehandeling zijn volgens de toelichting bij deze productcode kinderen met een (licht) verstandelijke beperking, kinderen met beperkte sociaal emotionele vaardigheden, en er kan sprake zijn van aanvullende problematiek, zoals een lichamelijke beperking of gedragsproblematiek. Aanvullende eisen zijn dat er sprake moet zijn van multidisciplinaire inzet van professionals, bijvoorbeeld pedagogen en therapeuten, variërend in opleidingsniveau van mbo niveau 3 tot en met hbo+. Daarnaast wordt er gewerkt met een groepsgrootte van één begeleider op maximaal vier kinderen. Dit is een bredere productdefinitie van KDC-zorg, aangezien er verschillend type aanbod in de keten van ontwikkelingsproblematiek onder valt, voor verschillende doelgroepen. In Den Haag en regio Haaglanden is er geen duidelijke afbakening van het KDC-aanbod
https://www.regelhulp.nl/onderwerpen/opvang-dagbesteding-jeugd/kinderdagcentrum https://puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_755423_22/1/ 5 https://sbjh.nl/wp-content/uploads/2023/12/ROH8-B5-Productbeschrijvingen-V4-20231114-20240101.pdf 3 4
6
Samenhangend met deze brede productdefinitie en in het samenspel tussen regionale contractering en lokaal contract- en relatiemanagement is een situatie ontstaan waardoor onduidelijk is welke aanbieders wel of geen KDC aanbieder zijn. In de gevoerde gesprekken bleken hier verschillende beelden over te bestaan, zowel over de criteria als over de aanbieders die binnen Den Haag wel of niet als KDC-aanbieders geclassificeerd moeten worden. In elk geval is vanuit lokaal contract- en relatiemanagement het vermoeden geuit dat er bij de onderzochte aanbieders sprake is van instroom van een ‘lichtere’ doelgroep’, wat een van de uitgangspunten is geweest achter de vraagstelling van dit onderzoek. Naast onduidelijkheid over de afbakening qua KDC-aanbieders lijken er ook verschillende ideeën te bestaan over wat 'multidisciplinaire inzet van therapieën’ is, zoals onderdeel is van de eisen voor dagbehandeling. Er zijn aanbieders die dagbehandeling declareren en zich KDC noemen, terwijl zij als behandelaar alleen een gedragsdeskundige in dienst hebben en geen andere therapeuten als onderdeel van hun aanbod. Hier worden dus geen verschillende disciplines betrokken, terwijl wel voor het dagbehandelingstarief gedeclareerd mag worden.
Daardoor ontstaat er ongelijkheid tussen aanbieders (er wordt immers hetzelfde tarief verstrekt, terwijl het dienstverleningsniveau tussen aanbieders aanwijsbaar verschilt). Dit onderzoek richt zich op de contracteringsvraag, en daarmee op de dagbehandelingscode Door de brede definitie van de dagbehandelingscode en de onduidelijkheid over afbakening van het begrip ‘KDC aanbieder’, is er lang onduidelijkheid geweest over de scope van het onderzoek. Zo gaven twee van de zes partijen die bij de start van dit onderzoek door de gemeente als KDC zijn aangedragen in de gesprekken aan zich niet als zodanig te identificeren (Stichting ’s Heeren Loo Zorggroep en Crescendo Medisch Baby- en Peuterdagverblijf). Een partij die aan het begin van het onderzoek door de gemeente als MKD geclassificeerd werd (City Kids) gaf in het gesprek aan zichzelf juist wel als een KDC-aanbieder te classificeren. Onderstaande tabel laat zien dat het op basis van logische criteria lastig is geweest te definiëren welke aanbieders als ‘KDC’-aanbieder in scope moeten zijn van dit onderzoek en hoe verschillende aanbieders in dit onderzoek zijn meegenomen. Aanbieder
Bij start
Classificeert
Kan schrijven
In Den
Opgenomen
Gegevens
onderzoek door gemeente
zichzelf als KDC
op 41A03
Haag
in data gemeente
geleverd voor
(41A03)
datauitvraag
benoemd als KDC Lievegoed Crescendo zorggroep Stichting Gemiva
Ja Ja
Ja Nee, (als pre-
Ja Nee
Ja Ja
Ja Ja
Ja Ja
Ja
KDC) Ja
Ja
Nee
Ja
Nee
Stichting ’s Heeren Loo
Ja
Nee (niet in Den Haag)
Ja
Ja
Ja
Ja
Stichting Ipse de Bruggen
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Stichting Middin City Kids
Ja Nee
Ja Ja
Ja Ja
Ja Ja
Ja Nee
Ja Ja
Op Weg Jeugdhulp Liberis
Nee Nee
Nee Nee
Ja Nee
Ja Ja
Nee Nee
Nee Nee
Kombino
Nee
Nee
Nee
Ja
Nee
Nee
Tabel 1: Overzichtstabel opgenomen met welke aanbieders aan welke definities voldoen en hoe ze meegenomen zijn in het onderzoek
7
Uiteindelijk hebben we voor een pragmatische scope gekozen. Voor zes aanbieders geeft het onderzoek input voor het contracteringsvraagstuk, te weten: welk deel van dit aanbod kan logischerwijs regionaal en welk deel lokaal gecontracteerd en gefinancierd worden? Deze aanbieders zijn expliciet in de inkoop aangewezen als onderwerp van dit onderzoek: Stichting ’s Heeren Loo Zorggroep (hierna: ’s Heeren Loo), Stichting Middin (hierna: Middin), Stichting Gemiva-SVG groep (hierna: Gemiva), Crescendo Medisch Baby- en Peuterdagverblijf (hierna: Crescendo), Stichting Ipse de Bruggen (hierna: Ipse de Bruggen) en Lievegoed. Voor deze aanbieders kijken we naar de zorg en ondersteuning die zij leveren onder de dagbehandelingscode 41A03 en welke ontwikkelingen daarin zijn. Ze zijn ook opgenomen in de gegevens die daarover door de gemeente aan ons verstrekt zijn.6 In tabel 1 zijn deze aanbieders geel gearceerd. Aangezien de aanbieder City Kids regionaal gefinancierd wordt met de dagbehandelingscode, en zij in de gesprekken hebben aangegeven zich als KDC-aanbieder te classificeren, gaan we in dit rapport ook voor City Kids in op deze contracteringsvraag, en hebben we deze aanbieder meegenomen in de uitvraag aan aanbieders. Aangezien dit pas later in het onderzoek duidelijk werd, zijn ze echter niet opgenomen in de gemeentelijke uitvraag.
2.2
Huidig zorglandschap van KDC-aanbieders en aanpalend aanbod In deze paragraaf geven we een nadere omschrijving van het huidige landschap van KDC-aanbieders en aanpalend aanbod. De zes aanbieders met een contracteringsvraagstuk richten zich op verschillende doelgroepen De zes door de gemeente aangewezen aanbieders kennen een grote diversiteit in doelgroepen, zowel tussen de verschillende organisaties als binnen de verschillende locaties van een organisatie. De organisaties hebben samen in totaal 12 KDC-locaties waar Haagse kinderen van gebruik maken.7 Lievegoed, Gemiva, Ipse de Bruggen en Middin hebben verschillende groepen voor deze kinderen, variërend in leeftijd en de mate waarin kinderen worden voorbereid op onderwijs. Zij richten zich op de ‘klassieke’ KDC-doelgroep:
kinderen met een ernstig meervoudige beperking (EMB), kinderen met (het vermoeden van) een verstandelijke beperking en bijkomende problematieken zoals een lichamelijke beperking of een autismespectrumstoornis, en
kinderen met een ontwikkelingsachterstand en bijkomende gedragsproblematiek. ’s Heeren Loo levert dagbehandeling aan kinderen tussen de 7 en 11 jaar oud die zijn uitgevallen op school. ’s Heeren Loo is gespecialiseerd in dagbehandeling voor kinderen met een licht verstandelijke beperking (IQ tussen de 50-70) met bijkomende problematiek. De behandeling is gericht op terugkeer naar het onderwijs. ’s Heeren Loo classificeert zichzelf in Den Haag niet als KDC.
In de praktijk bleek dat Crescendo momenteel niet op 41A03 schrijft, waardoor zij geen invloed hebben gehad op de data. Gemiva is in deze dataset niet meegenomen, aangezien zij de data-uitvraag niet hebben ingevuld vanuit de onderbouwing dat zij zich buiten Den Haag bevinden voor slechts een zeer klein deel (1 á 2 kinderen per jaar) Haagse kinderen behandelen. Vanwege dit feit is het onwaarschijnlijk dat dit het beeld voor Den Haag vertekent. 6 7
8
Crescendo richt zich in zijn ‘pre-KDC groep’ op kinderen van 4 tot en met 7 jaar oud met een verstandelijke en/of meervoudige beperking of ontwikkelingsachterstand die op de wachtlijst staan voor KDC-zorg.8 De doelstelling is dat Crescendo zich de komende jaren ontwikkelt tot KDC. Van bovenstaande aanbieders ontvangt circa 65% van de kinderen op KDC-locaties zorg via de Jeugdwet.9 De overige 35% ontvangt zorg via de Wet langdurige zorg. Uit aangeleverde data van de gemeente Den Haag blijkt dat er in 2023 in totaal circa 280 Haagse kinderen zorg ontvingen onder de dagbehandelingscode via één van deze zes aanbieders. Aanpalend aanbod richt zich op andere groepen kinderen Van de gesproken aanbieders die zorg en ondersteuning bieden voor kinderen met ontwikkelingsproblematiek, biedt Kombino de ‘lichtste’ vorm van ondersteuning: passende kinderopvang. Kinderen zijn van 0 tot 5 jaar welkom, zowel kinderen met als zonder extra ondersteuningsbehoefte. Op een groep van 12 kinderen hebben circa 4 kinderen een extra ondersteuningsbehoefte. Dit kan van verschillende aard zijn, waaronder een (sterk) vermoeden van VB. In Den Haag werkt Kombino samen met Tweesamen, een reguliere kinderopvang die zij versterken met verpleegkundige expertise en een pedagogisch medewerker.
Ontwikkelingen passende kinderopvang Den Haag In de gemeente Den Haag is er de wens om dit type aanbod, waarbij kinderen met en zonder zorgbehoefte gezamenlijk gebruik maken van passende kinderopvang, verder te ontwikkelen tot meer inclusieve kinderopvang. In deze ontwikkeling maakt de werkgroep Passende Kinderopvang onderscheid tussen meerdere categorieën. 10 Categorie 1 betreft reguliere opvang, waaraan het overgrote deel van de Haagse kinderen deel kan nemen. Categorie 2 (kinderopvang met een steuntje in de rug) gaat om het versterken van de vaardigheden en het vergroten van expertise binnen reguliere kinderopvanglocaties, om met aanvullende ondersteuningsbehoeften om te gaan. Bij categorie 3 (specialistische opvang) wordt de pedagogische expertise van kinderopvangcentra verbonden met Jeugdhulp. Deze categorie sluit aan bij het aanbod van Kombino, daarnaast worden de ‘stoeltjesgroepen’ in Den Haag als voorbeeld genoemd, waarbij Dak-kindercentra samenwerken met jeugdhulpaanbieder Jeugdformaat bij het ondersteunen van kinderdagcentra met kinderen die extra zorg nodig hebben met behandeling en expertise. Kinderen in categorie 4 (geen opvang, maar zorg), hebben een dermate zware ondersteuningsbehoefte dat de specialistische opvang niet voldoet. Volgens de werkgroep passende kinderopvang krijgen deze kinderen onder meer zorg in KDC’s.
Jeugdformaat biedt specialistische daghulp aan kinderen tussen de 0 en 7 jaar. Hierbij werken ze systeemgericht. Op de groep van 0 tot 4 jaar wordt er door pedagogisch medewerkers toegewerkt naar het ‘schoolbaar’ maken van kinderen. De groep voor kinderen tussen de 4 en 7 jaar oud is een combinatiegroep van daghulp en onderwijs, gericht om kinderen met een ontwikkelingsachterstand binnen een jaar te kunnen laten uitstromen naar onderwijs. Bij Jeugdformaat passen kinderen die in principe schoolbaar zijn, maar vanwege gedragsproblematiek, trauma, of een
Zie pre KDC groep - Crescendo Kinderzorg, dd 3-5-2024. Gemiva is in deze dataset niet meegenomen, aangezien zij de data-uitvraag niet hebben ingevuld vanuit de onderbouwing dat zij zich buiten Den Haag bevinden voor slechts een zeer klein deel (1 á 2 kinderen per jaar) Haagse kinderen behandelen. Vanwege dit feit is het onwaarschijnlijk dat dit het beeld voor Den Haag vertekent. 10 Innovatie nul13 (juni 2023). Passende Kinderopvang. Gemeente Den Haag. 8 9
9
ontwikkelingsachterstand nog niet naar het onderwijs kunnen uitstromen. Voor kinderen met een verstandelijke beperking is een dergelijk tijdspad over het algemeen niet haalbaar, aangezien zij meer tijd nodig hebben om te leren. Wanneer het beeld is dat een kind een verstandelijke beperking heeft, wordt- het kind daarom in de regel doorverwezen naar een KDC. City Kids omschrijft zichzelf in het interview als KDC, gericht op kinderen die niet in het reguliere systeem mee kunnen komen. City Kids heeft verschillende groepen; een groep voor kinderen zonder uitstroomperspectief naar onderwijs; een schoolvoorbereidende groep; en een groep voor jongere kinderen die instromen rond de leeftijd van 3 jaar en uitstromen rond 5 jaar naar een andere locatie. City Kids richt zich op kinderen met een ontwikkelingsachterstand, een autismespectrumstoornis en kinderen met het vermoeden van een verstandelijke beperking. Wanneer er geen vorm van onderwijs mogelijk lijkt te zijn, verwijst City Kids kinderen door naar een KDC. City Kids geeft aan dat dit voor ruim 40% van de Haagse kinderen die zij zien het geval is. Liberis biedt schoolvervangende dagbehandeling aan kinderen in de basisschoolleeftijd met een autismespectrumstoornis. Deze kinderen kunnen goed leren, maar hebben andere vaardigheden nodig om in groepsverband onderwijs te kunnen volgen.
Het gaat hierbij veelal om prikkelverwerking of emotieregulatie en gedragsproblematiek. Liberis geeft aan dat zij kinderen vanaf een jaar of 8 met een ernstige ontwikkelingsachterstand doorverwijzen naar KDC aanbieders. Op Weg Jeugdhulp (voorheen ABA-huis) richt zich op dagbehandeling voor kinderen tussen de 3,5 en 8 jaar oud, gericht om kinderen naar onderwijs te laten uitstromen. Ze werken met een doelgericht behandelprogramma volgens de ABA-methode. Kinderen zonder perspectief op onderwijs vanwege bijvoorbeeld een verstandelijke beperking, forse ontwikkelingsachterstand of hevige gedragsproblematiek verwijzen zij door naar KDC’s.
De aanbieders met een contracteringsvraagstuk bieden veelal zorg aan kinderen met (het vermoeden van) een verstandelijke beperking, in combinatie met gedragsproblematiek 11 In de data-uitvraag is gevraagd aan de aanbieders met een contracteringsvraagstuk om per locatie de kinderen uit Den Haag die zorg ontvangen onder de dagbehandelingscode in te delen in de doelgroepomschrijving kinderen met een ernstig meervoudige beperking (met/zonder gedragsproblematiek), kinderen met een IQ lager dan 50 (met/zonder gedragsproblematiek, in de leeftijd 0-5 jaar of ouder dan 5), kinderen met het vermoeden van een verstandelijke beperking (met/zonder gedragsproblematiek, in de leeftijd 0-5 jaar of ouder dan 5) en kinderen zonder het vermoeden van een verstandelijke beperking (met/zonder gedragsproblematiek, in de leeftijd 0-5 jaar of ouder dan 5). Bij vrijwel alle aanbieders die zich identificeren als KDC zitten vrijwel alleen kinderen met een verstandelijke beperking Kinderen zonder het vermoeden van een verstandelijke beperking behoren volgens de gehanteerde definitie van een KDC niet tot de KDC doelgroep. City Kids is de enige aanbieder die aangeeft zorg te verlenen aan kinderen zonder het vermoeden van een verstandelijke beperking. Het gaat hier om ruim 20 kinderen op het totaal van ruim 70 kinderen waar City Kids in Den Haag zorg aan verleent.
Voor de overige aanbieders uit de data-uitvraag geldt dat kinderen ofwel in de leeftijd van 0-5 een
Aanbieder Gemiva ontbreekt hierin. Aangezien Gemiva geen locatie in Den Haag heeft en een beperkt aantal Haagse kinderen in zorg heeft, vertekent het ontbreken van hun resultaten het beeld beperkt. Daarnaast ontbreekt aanbieder Crescendo, omdat zij in de praktijk geen zorg blijken te leveren onder 41A03. 11
10
vermoeden van een verstandelijke beperking hebben, veelal in combinatie met gedragsproblematiek, ofwel ouder dan 5 jaar zijn met een IQ lager dan 50, veelal in combinatie met gedragsproblematiek.12 Schoolvoorbereidende groepen Alle aanbieders die zijn meegenomen in de data-uitvraag werken op één of meerdere locaties met een vorm van schoolvoorbereidende groepen. Kenmerken van kinderen die deelnemen aan schoolvoorbereidende groepen die genoemd worden, zijn het kunnen opvolgen van instructies in een groep of vijf minuten op een stoel kunnen blijven zitten. Voor deze kinderen wordt de potentie gezien dat zij op termijn speciaal onderwijs kunnen volgen. In de groepen wordt ondermeer gewerkt aan schoolbaarheid, aangezien zij vaak dermate laag scoren op sociaal-emotioneel vlak dat zij vanwege hun gedrag (nog) niet naar het speciaal onderwijs kunnen. Naar inschatting van de aanbieders zit circa een derde van de kinderen in een vorm van een schoolvoorbereidende groep. 13 Naast het jeugdhulpaanbod leiden de hoge wachtlijsten ertoe dat separaat alternatief of overbruggingsaanbod wordt ontwikkeld en bekostigd via PGB De KDC-aanbieders uit de data-uitvraag worden bekostigd via de Jeugdwet en hebben geen PGBbekostigde cliënten.
We constateren echter dat er wel alternatief of overbruggingsaanbod voor de KDC-doelgroep bestaat, dat niet is gecontracteerd door de lokale of regionale jeugdhulp maar wordt bekostigd via PGB. Voorbeelden hiervan zijn het aanbod van Care2connect en de, tijdens de looptijd van dit onderzoek opgerichte, ‘De Olijftuin’. De Gemeente Den Haag kon gedurende dit onderzoek geen cijfers opleveren over de omvang van PGB-bekostigde KDC-alternatieven. We hebben daarnaast binnen de scope van dit onderzoek niet kunnen toetsen in welke mate dit aanbod aansluit bij de behoeften van de KDC-doelgroep. KDCaanbieders maken zich in elk geval zorgen over deze ontwikkeling. Zij hebben een aantal ervaringen waarbij kinderen vervolgens alsnog bij hen belandden, maar weinig geoefend hadden met socialisatie in een groep en daardoor minder kans hadden op onderwijs. Zij vragen zich daarom af of kinderen bij al deze partijen voldoende in hun ontwikkelingsbehoeften worden voorzien. Een vergelijkbare zorg speelt bij contractmanagement en beleid van gemeente Den Haag. Het PGB-team maakt wegens de wachtlijsten echter de afweging deze zorg wel te bekostigen.
2.3
Geleverde zorg bij partijen met een contracteringsvraagstuk De geleverde zorg van de aanbieders verschilt Naast een variatie in doelgroepen is er ook variatie in het type zorg dat wordt geleverd. Zowel Gemiva, Middin, Lievegoed, Ipse de Bruggen en Crescendo bieden logopedie en fysiotherapie aan. Gemiva, Lievegoed, Middin en Ipse de Bruggen bieden ook ergotherapie aan en Gemiva, Middin en Ipse de Bruggen kennen daarnaast muziek- en speltherapie. Aanvullend hierop heeft Ipse de Bruggen beschikking over een diëtist en Lievegoed over ritmische massage. Eén locatie van Middin beschikt over een zwembad en biedt zwemmen aan. Bij Middin en Ipse de Bruggen vinden deze therapieën in groepsverband plaats, wat betekent dat alle kinderen hier gebruik van maken. Bij
Kinderen met een ernstig meervoudige beperking ontvangen veelal zorg via de Wet langdurige zorg en komen daarom in dit overzicht niet terug. 13 Naast het ontbreken van aanbieder Gemiva geldt voor deze specifieke vraag dat drie locaties van Ipse de Bruggen niet zijn meegenomen in de berekening vanwege onvolledige gegevens. 12
11
Gemiva worden de begeleiders waar nodig ondersteund door therapeuten en kunnen kinderen op aanvraag individuele behandeling krijgen. Bij Lievegoed zijn de therapeuten op verschillende dagdelen in de week op locatie. ’s Heeren Loo biedt therapieën aan, naar gelang dit uitstroom richting het speciaal onderwijs bevordert. Bij Crescendo kunnen kinderen op aanvraag gebruik maken van therapieën, zij hebben deze specialismen daarmee niet ‘in huis’. Ook bij overige aanbieders die gesproken zijn ziet zorg er anders uit. Kombino werkt samen met fysiotherapeuten en logopedisten, deze heeft Kombino niet in dienst. Bij City Kids werken pedagogisch medewerkers en gedragswetenschappers. Therapieën zoals logopedie en fysiotherapie moeten ouders zelf regelen, bijvoorbeeld via de zorgverzekering, en worden dus niet integraal aangeboden. Aanbieders Lievegoed, Middin en Ipse de Bruggen bedienen de KDC-doelgroep, een nadere splitsing is niet mogelijk. Gekeken naar de aanbieders bedienen Lievegoed, Middin en Ipse de Bruggen de KDC-doelgroep, conform de definitie van VWS. Bij kinderen die zij in zorg hebben is sprake VB of een vermoeden daarvan, waardoor er geen splitsing is te maken naar het deel van de huidige kinderen in zorg waarvoor lichtere vormen van jeugdhulp passend zijn.
Uiteraard kunnen er altijd uitzonderingen bestaan, onder meer omdat het niet mogelijk is om bij kinderen onder de vijf jaar een verstandelijke beperking vast te stellen. Dergelijke kinderen stromen echter snel uit als duidelijk wordt dat zij meer ontwikkelpotentieel hebben. Crescendo biedt overbruggingszorg en is daarmee momenteel niet te classificeren als KDCaanbieder Crescendo biedt naar eigen zeggen in haar ‘pre KDC groep’ overbruggingszorg aan voor een kleine groep kinderen die op de wachtlijst staan voor een KDC. Hiermee is Crescendo in de praktijk binnen dit onderzoek te bezien als aanpalend aanbod, en niet als KDC-aanbieder. Het gaat hier in het bijzonder om de leeftijd 4-7 jaar, waarbij het de ervaring is dat de wachttijd in het bijzonder schadelijk is, omdat wanneer ze niet kunnen doorstromen richting school ze het risico lopen om thuis te komen te zitten. De behandeltijd van Crescendo is in principe maximaal 2 jaar, daarna is het de bedoeling dat kinderen zijn ingestroomd bij een KDC. De doelgroep van Crescendo sluit daarmee aan bij de KDC-doelgroep, maar Crescendo heeft (nog) niet de therapieën in huis die haar als KDC classificeren. De zorg die Crescendo levert valt niet onder de code voor Dagbehandeling (41A03) die voor KDC-zorg gebruikt wordt, maar onder de tevens regionale code Dagbesteding Zwaar (41A24).
’s Heeren Loo bedient een andere doelgroep ’s Heeren Loo classificeert zich in de gesprekken niet als KDC. Ze bieden dagbehandeling voor kinderen (7-11 jaar) met (het vermoeden van) een licht verstandelijke beperking (IQ 50-70), die zijn uitgevallen zijn op school. Het betreft hiermee een andere doelgroep dan de KDC-doelgroep. De focus ligt in de behandeling op uitstroom richting het (speciaal) onderwijs. Waar dit deze uitstroom kan bevorderen worden therapieën ingezet die ’s Heeren Loo in huis heeft. Zo wordt er op dit moment gebruik gemaakt van een speltherapeut en een logopedist. Daarnaast heeft ’s Heeren Loo ook beschikking over beeldende therapie, logopedie, ergotherapie of fysiotherapie, die zij naar behoefte inzetten voor de doelgroep. Vanwege de wachtlijsten en eisen van het speciaal onderwijs wordt uitstroom bemoeilijkt. De helft van de kinderen die in behandeling waren op het moment van de uitvraag stond hiervoor op de wachtlijst.
12
City Kids verzorgt geen KDC-aanbod, maar bedient wel een deel van de doelgroep Voor wat betreft City Kids geldt dat er sprake is van een gemixt beeld. Een deel (ca. 40%) van de Haagse kinderen die zij momenteel in zorg hebben heeft een IQ onder de 50, waarmee zij behoren tot de KDC-doelgroep. Tegelijkertijd heeft City Kids niet de therapieën/specialismen (logopedie, ergotherapie, fysiotherapie) in huis, die passen bij het hoog-specialistische karakter van KDC-zorg. City Kids is daarmee geen KDC, hoewel zij wel een deel van de doelgroep bedienen.
2.4
Financiële splitsing De hoofdvraag van dit onderzoek betreft hoe de huidige KDC-zorg inhoudelijk en financieel gesplitst kan worden, zodat duidelijk wordt welke aanvullende opdracht aan de samenwerkingsverbanden kan worden gegeven. Voor wat betreft de ‘klassieke’ KDC-aanbieders (Lievegoed, Ipse de Bruggen, Middin) kunnen we kort zijn: zij bieden interdisciplinaire behandeling conform de definitie van een KDC en bedienen de beoogde doelgroep met een (vermoeden van) VB. Er is binnen deze aanbieders geen splitsing te maken in een ‘lichtere’ doelgroep die niet op het KDC thuishoort: vrijwel alle kinderen hebben immers een verstandelijke beperking . Voor deze KDC-aanbieders geldt daarmee zij regionaal gecontracteerd blijven, conform de bepalingen hierover uit de Hervormingsagenda Jeugd. Het gaat hier in 2023 om een totaalbedrag van €7.718.360,-, gekeken naar de declaraties van deze drie aanbieders op de code Dagbehandeling. Specifiek declareerde Lievegoed € 152.194,- , Ipse de Bruggen € 2.439.515,- en Middin € 4.413.277,-. Daarnaast geven deze aanbieders aan dat de wachtlijsten die zij hebben qua doelgroep niet afwijkt van de doelgroep die zij momenteel in zorg hebben.14 Dit kan aanleiding zijn om de investeringen in KDC-zorg in Den Haag te verhogen, zodat extra aanbod ontstaat en meer kinderen zich tijdig goed kunnen ontwikkelen.
Crescendo is geen KDC-aanbieder, maar biedt zorg aan 4-7 jarigen in de KDC-doelgroep waarvoor het wachten in het bijzonder schadelijk is. Crescendo declareert voor deze doelgroep niet op 41A03, maar op de eveneens regionale code voor Dagbesteding Zwaar (41A24). In 2023 betrof het op 41A24 gedeclareerde bedrag bij de gemeente Den Haag (€ 167.518). In twee jaar is de ambitie van de regio dat Crescendo zich doorontwikkelt naar een volwaardig KDC15. Aangezien Crescendo momenteel geen KDC-aanbieder is, kan ervoor gekozen worden om Crescendo lokaal te contracteren. Tegelijkertijd lijkt het, gezien de doelstelling dat Crescendo in twee jaar doorontwikkelt tot KDC, raadzaam om de huidige regionale contractering voorlopig te behouden om meermalen contractueel overhevelen in korte tijd te voorkomen. Voor ’s Heeren Loo geldt dat zij zichzelf niet als KDC zien en dat zij ook niet het type cliënten in zorg hebben dat erop wijst dat zij wel als KDC geclassificeerd dienen te worden. Afhankelijk van de mate waarin de beschikbare multidisciplinaire therapieën worden ingezet lijkt het aanbod echter wel aan te sluiten bij de brede productomschrijving Dagbehandeling. In dat geval blijft de huidige regionale
Overigens is er ten tijden van het onderzoek wel sprake van wachtlijstvervuiling, zoals dubbelingen, waardoor het actuele reële aantal kinderen dat in Den Haag wacht op een KDC-plaatsing niet is vast te stellen. 15 Zie Memo subwerkgroep aanpak wachttijden KDC (maart 2024). 14
13
contractering passend. Het deel van het aanbod dat op de code 41A03 wordt geschreven voor Haagse kinderen was in 2023 € 152.194,-. De aanbieder City Kids voldoet qua aanbod niet aan de definitie van KDC-aanbieder en er zijn geen concrete plannen dit wel te ontwikkelen. Daarnaast hanteert City Kids zoals gesteld een lichte definitie voor de eis van Dagbehandeling (41A03) van een ‘multidisciplinaire inzet van therapieën, aangezien in tegenstelling tot andere aanbieders disciplines als logopedie, ergotherapie en fysiotherapie niet worden ingezet als integraal onderdeel van het aanbod. Wanneer er voor wordt gekozen om deze eis strikter te hanteren, kan het aanbod dat City Kids in 2023 op de regionale code Dagbehandeling declareerde lokaal gecontracteerd worden.1617 Het gaat in het jaar 2023 om een bedrag € 2.429.188,-. Hierbij dient opgemerkt te worden dat, zoals omschreven in paragraaf 2.2, City Kids in de praktijk voor 40% de KDC-doelgroep bedient. Deze kinderen zouden beter passen binnen een KDC-context, waarbij de juiste therapieën in huis zijn. Dit pleit voor een grotere investering in het regionale KDC-aanbod. In tabel 2 is een financiële splitsing gemaakt tussen de ‘klassieke’ KDC-aanbieders (conform de landelijke definitie) en onderzochte aanbieders die niet bij deze definitie aansluiten.
Hierbij geldt dat Crescendo en ’s Heeren Loo zichzelf in de gesprekken ook niet classificeren als KDC-aanbieders. Dat aanbieders niet voldoen aan de landelijke definitie van KDC-aanbod, betekent niet per definitie dat een lokale contractering wenselijker of logischer is dan een regionale contractering. Hier gaan we in hoofdstuk 4.4 en 5 nader op in.
‘Klassieke’ KDCaanbieders
Declaraties 2023
Aanbieders die niet aansluiten bij de landelijke
Declaraties 2023
definitie van KDC-aanbod Lievegoed
€152.194,- (41A03)
Crescendo
€167.518,- (41A24)
Ipse de Bruggen
2.439.515,- (41A03)
’s Heeren Loo
€ 152.194,- (41A03)
Middin
€4.413.277,- (41A03)
City Kids
€ 2.429.188,- (41A03)
Totaal
€7.718.360,-
Totaal
€ 2.749.000
Tabel 2: Financiële splitsing tussen aanbieders op basis van declaraties in 2023 voor aanbieders waarbij een contracteringsvraag geldt.
Een aandachtspunt bij deze splitsing is dat hij gemaakt is op basis van zorgaanbod zoals dat er op dit moment uitziet. Richting de toekomst zijn er twee potentiële ontwikkelingen die het beeld kunnen veranderen: City Kids en Crescendo classificeren zichzelf als KDC respectievelijk pre-KDC. Beide aanbieders hebben de potentie zich door te ontwikkelen tot een volwaardig KDC. In dat geval moeten zij uiteraard ook regionaal gecontracteerd worden. Een gedeelte van de doelgroep van City Kids en de gehele doelgroep van Crescendo, zou ook op een KDC passen. Het is mogelijk dat de cliëntstromen zullen veranderen als dit aanbod lokaal gecontracteerd zal worden. In dat geval zou de financiële splitsing uiteraard anders worden. Het is echter niet te voorspellen in hoeverre een dergelijke verschuiving zal optreden.
16 17
Mogelijk vervalt deze mogelijkheid na invoering van het wetsvoorstel zoals is omschreven in de disclaimer in paragraaf 1.1. Per 2024 is met City Kids afgesproken dat zij niet meer op 41A03 schrijven, we gaan echter uit van de data uit 2023.
14
/ 3 (Ontwikkelingen in) de keten van zorg bij aanbieders In dit hoofdstuk gaan we in op de keten van zorg bij de aanbieders waarvoor een contracteringsvraag geldt en ontwikkelingen die we hierin geconstateerd hebben. Om dit beeld te verkrijgen zijn er interviews gevoerd met aanbieders en stakeholders (zie bijlage A voor een lijst met interviewpartners), zijn de data van de gemeente geanalyseerd en is er data uitgevraagd bij de aanbieders. Zie tabel 1 (p.7) voor een overzichtstabel over hoe de aanbieders zijn meegenomen in het onderzoek.
3.1
Verwijzingen De aanmeldroute van kinderen bij de verschillende aanbieders verschilt. Aanbieders geven aan dat de meeste kinderen via de lokale teams en Integrale Vroeghulp aangemeld worden. Bij de aanbieders die zich richten op kinderen met een ernstig meervoudige beperking zijn kinderen vaker afkomstig van revalidatiecentra. Daarnaast is er sprake van doorstroom vanuit dagbehandelingsgroepen met jongere kinderen en andere partijen in de keten. Een andere route is via wettelijke verwijzers zoals artsen en gecertificeerde instellingen. Het aantal Verzoeken om Toewijzing neemt toe Gemeenten kunnen direct jeugdhulp toewijzen aan een jeugdige. Voor andere wettelijke verwijzers zoals artsen en gecertificeerde instellingen geldt dat hiervoor een Verzoek om Toewijzing (VOT) nodig is. Wanneer een jeugdige en/of het gezin zich meldt bij de aanbieder met een verwijzing afkomstig van een andere partij dan de gemeente, beoordeelt de aanbieder de hulpvraag tijdens een intakegesprek. Als de aanbieder de inzet van hulp wil gaan starten, stuurt de aanbieder een VOT naar de gemeente. Hierin staan het type verleende hulp, omvang en duur van deze hulp vermeldt. In 2023 zijn 114 VOT’s ingediend, een toename van 40 ten opzichte van 2021(zie figuur 1).18 Een VOT leidt echter niet altijd tot een toewijzing.
Zo kan de gemeente een VOT afwijzen als een aanbieder bijvoorbeeld een te hoge intensiteit van hulp aanvraagt. Een toename in het aantal VOT’s leidt dus niet automatisch tot een toename van het aantal kinderen dat KDC-zorg ontvangt. De toename van VOT’s kan wel een indicatie zijn van een toename van het aantal kinderen waarvoor aanbieders KDCzorg aanvragen, maar kan ook een gevolg zijn van een toenemend aantal fouten in de aanvragen of de gemeente die VOT’s strenger zijn gaan beoordelen.
Het gaat hier om zorg onder de dagbehandelingscode voor aanbieders Lievegoed, Middin, Ipse de Bruggen, Gemiva en ’s Heeren Loo. 18
15
Aantal VOT's 120
100 80 60 40 20 0 2021
2022
2023
Figuur 1: Het totale aantal verzoeken om toewijzing per jaar, naar datum van binnenkomst
Verwijzers herkennen een toename in VOT’s Verwijzers herkennen de toename in het aantal aanmeldingen voor KDC-zorg. In 2023 zijn in de gemeente Den Haag jeugdartsen (31%), GI’s (30%), huisartsen (21%), en de gemeente zelf (15%) de grootste verwijzers. Voor het toewijzen van jeugdhulp via de gemeente is geen VOT nodig. Vanwege enkele uitzonderingen zoals verwijzingen via Veilig Thuis en Ambulante Spoed Hulp in crisissituaties komt de gemeente toch in het overzicht van VOT verwijzers voor. Beleidsadviseurs van de gemeente hebben geen directe verklaring voor de toename van deze uitzonderingen in 2023 ten opzichte van 2022. Hoewel huisartsen gezamenlijk een grote groep verwijzers vormen, gaat het om individuele huisartsen die in een jaar gemiddeld één kind doorverwezen. Het is hierdoor moeilijk om een aanwijsbare reden te geven voor de toename in het aantal verwijzingen vanuit huisartsen: voor elke afzonderlijke huisarts gaat het echter om zeer kleine aantallen.
Verwijzers hebben meerdere redenen om kinderen naar KDC te verwijzen Verwijzers noemen meerdere argumenten om een kind naar KDC-zorg door te verwijzen: wanneer een kind een ontwikkelingsstoornis heeft, wanneer een kind op alle gebieden (sociaalemotioneel, fysiek) een forse achterstand laat zien in de ontwikkeling wanneer een kind behoefte heeft aan meerdere therapieën (fysiotherapie, logopedie) wanneer een kind geen perspectief op onderwijs lijkt te hebben binnen een jaar na aanmelding. Sommige verwijzers benoemen expliciet dat het weigeren van een kind in de reguliere opvang vanwege een afwijkende ontwikkeling ook een reden is om naar KDC-zorg te verwijzen.
16
3.2
Toewijzingen Het aantal nieuwe toewijzingen neemt ten opzichte van 2021 af, wat een gevolg kan zijn van de huidige wachtlijsten In figuur 2 is te zien dat het aantal toewijzingen in 2023 flink is afgenomen ten opzichte van 2021.19 Deze gegevens zijn niet vergelijkbaar met het aantal VOT’s, aangezien de gemeente ook direct zorg kan toewijzen. Daarnaast betreft de datum van een VOT de datum van binnenkomst, terwijl de datum bij een toewijzing de datum betreft waarop de toewijzing ingaat. Een VOT die in 2021 binnenkomt, kan dus gaan over een toewijzing per 2022. Ook komt dit aantal niet overeen met het aantal kinderen dat KDC-zorg ontvangt. Een cliënt ontvangt eenmalig een toewijzing bij de start van de levering van een bepaald zorgproduct. De toewijzing is voor een bepaalde duur en omvang van het product, in de meeste gevallen voor iets korter dan een jaar (zie figuur 5). Wanneer een cliënt meer of langer zorg nodig heeft dan in de toewijzing beschreven, dient de aanbieder een Verzoek om Wijziging (VOW) in. Figuur 2 laat dus zien hoeveel nieuwe cliënten er per 2023 een toewijzing hebben voor zorg onder de dagbehandelingscode; in 2023 zijn dat er 173 ten opzichte van 308 in 2021. De afname van het aantal toewijzingen kan een indicatie zijn van een afname in het aantal beschikbare plekken voor KDC-zorg, wat past bij de lange wachtlijsten die er momenteel zijn.
Aantal toewijzingen 350 300 250 200
150 100 50 0 2021
2022
2023
Figuur 2: Het aantal toewijzingen per jaar, naar ingangsdatum
Het gaat hier om zorg onder de dagbehandelingscode voor aanbieders Lievegoed, Middin, Ipse de Bruggen, Gemiva en ’s Heeren Loo. 19 19
17
3.3
Geleverde zorg Steeds meer kinderen ontvangen zorg onder de dagbehandelingscode Figuur 3 laat zien dat het aantal cliënten waarop gedeclareerd is op de dagbehandelingscode (en dus het aantal cliënten dat zorg ontvangt) is toegenomen van iets meer dan 200 cliënten in 2021 tot ruim 280 cliënten in 2023.20 Dit is een toename van bijna 40%. Aanbieders benoemen dat hun locaties nauwelijks tot geen beschikbare plekken hebben.
Aantal cliënten met een declaratie 300 250 200 150 100 50 0 2021
2022
2023
Figuur 3: Het aantal cliënten met een declaratie op code 41A03
Kinderen ontvangen langer zorg onder de dagbehandelingscode Een andere aanwijzing voor het vollopen van KDC-zorg is te zien in figuur 4. Figuur 4 laat voor een declaratiejaar zien welk percentage declaraties afkomstig is uit een toewijzing van het jaar voor het declaratiejaar. Waar in 2021 35% van de declaraties afkomstig was van een toewijzing uit het vorige jaar, is dit in 2023 opgelopen tot bijna 70%. Het merendeel van de kinderen dat in 2023 KDC-zorg ontving, ontving dat in 2022 dus ook al. Er zijn dus steeds meer kinderen langer in zorg.
Het gaat hier om zorg onder de dagbehandelingscode voor aanbieders Lievegoed, Middin, Ipse de Bruggen, Gemiva en ’s Heeren Loo. 20
18
Percentage toewijzingen uit het vorige declaratiejaar 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 2021
2022
2023
Figuur 4 : Het percentage toewijzingen uit het jaar voor het declaratiejaar
Deze trend hangt samen met een toename van de duur van toewijzingen. De gemiddelde duur van toewijzingen is in 2023 net iets korter dan een jaar, waar dit in 2021 nog 200 dagen was (figuur 5)
Gemiddelde duur toewijzingen 400 350 300 250 200 150 100 50 0 2021
2022
2023
Figuur 5: De gemiddelde duur in dagen van toewijzingen
De omvang van toewijzingen neemt langzaam af Waar toewijzingen voor een langere periode worden afgegeven, neemt het gemiddelde aantal toegewezen dagdelen per week licht af van 8,6 in 2021 tot 7,8 in 2023 (figuur 6). Dit komt niet overeen met het beeld van sommige partijen dat er standaard voor 10 dagdelen zorg wordt toegewezen. Wellicht stamt dit beeld nog van wat langer geleden. Recent is in regio Haaglanden
19
besloten over te gaan tot beschikkingen op maat nadat KDC-aanbieders aangaven dat een beschikking van 5 dagen niet altijd nodig is. Voor de groep jonge kinderen zou een beschikking van 3 dagen ook voldoende zijn. Naar verwachting leidt dit ertoe dat de gemiddelde intensiteit van toewijzingen afneemt, wat resulteert in meer beschikbare plekken voor KDC-zorg.
Gemiddeld aantal toegewezen dagdelen per week 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0
2021
2022
2023
Figuur 6: Gemiddeld aantal dagdelen (4 uur) per week dat wordt toegewezen
De toename van het aantal cliënten leidt tot zowel een absolute als relatieve toename in financiële omvang Ondanks de lichte afname in toegewezen dagdelen is de totale financiële omvang van de aanbieders onder de dagbehandelingscode in 2023 verdubbeld tot bijna €8.000.000 ten opzichte van bijna €4.000.000 in 2021 (figuur 7).21 Dit is een toename van meer dan 100%, terwijl het aantal cliënten maar met 40% is toegenomen. Een deel van het verschil kan verklaard worden door een jaarlijkse prijsindexatie van 5-6%. Het andere deel van de stijging komt vooral door de toegenomen trajectduur, al is niet nauwkeurig te berekenen hoe groot dit aandeel precies is. Naast een absolute stijging in declaraties neemt ook het gemiddelde bedrag dat per cliënt wordt gedeclareerd toe: in 2023 is het gemiddelde bedrag per cliënt gestegen tot bijna €28.000 ten opzichte van bijna €18.700 in 2021. Ook hier spelen de prijsindexatie en toegenomen trajectduur een rol.
Het gaat hier om zorg onder de dagbehandelingscode voor aanbieders Lievegoed, Middin, Ipse de Bruggen, Gemiva en ’s Heeren Loo. 21
20
Totaal gedeclareerd bedrag € 9.000.000 € 8.000.000 € 7.000.000 € 6.000.000 € 5.000.000 € 4.000.000 € 3.000.000 € 2.000.000 € 1.000.000 €0 2021
2022
2023
Figuur 7: Het totale bedrag gedeclareerd door aanbieders op 41A03
3.4
Wachtlijsten en wachttijden Aanbieders zien hun wachtlijsten en wachttijden de afgelopen jaren toenemen Aanbieders geven in de data-uitvraag aan dat de wachtlijsten voor hun locaties de afgelopen drie jaar zijn toegenomen. De kinderen die op de wachtlijst staan zijn volgens hen vergelijkbaar met de populatie kinderen die momenteel KDC-zorg op de locaties ontvangt. Een aanbieder benoemt dat de kinderen die op de wachtlijst staan ouder zijn dan een paar jaar terug. Ook de wachttijden zijn de afgelopen drie jaar toegenomen: wachttijden van 12-24 maanden voor KDC-zorg zijn eerder regel dan uitzondering.22 Er is geen actueel gezamenlijk overzicht van wachtlijsten KDC-aanbieders houden afzonderlijk hun wachtlijsten bij. Er is geen overkoepelend wachtlijstbeheer ingericht op dit moment, wat het risico met zich meebrengt dat wachtlijsten veel dubbelingen vertonen. Zo geven verwijzers aan dat zij, vanwege de hoge wachtlijsten bij KDC’s, kinderen nu naar alle Haagse KDC’s verwijzen in plaats van naar wat zij achten dat het meest passende aanbod is. Dit doen zij om de kans op plaatsing te maximaliseren. De werkgroep wachttijden KDC23 heeft in 2023 geprobeerd om meer zicht te krijgen op regionale wachtlijsten en wachttijden. Hierin wordt het beeld bevestigd van stijgende wachtlijsten en hoge wachttijden.
Door de toenemende wachtlijsten stromen kinderen op latere leeftijd in Enkele aanbieders hebben de opvatting dat er door verbeterde vroegsignalering steeds eerder herkend wordt dat kinderen zich minder ontwikkelen. Zij hebben het gevoel dat kinderen steeds jonger worden verwezen naar KDC-zorg. De verwijzers herkennen dit signaal niet. Zij geven aan juist meer kinderen te zien die op latere leeftijd verwezen worden. Verwijzers zien dat ouders soms moeite hebben met het accepteren van hulp, waardoor er meer tijd overheen gaat voor een kind wordt aangemeld.
22 23
Wachttijden per type zorg en aanbieder - Startpunt Jeugdhulp Haaglanden (link) Zie Memo subwerkgroep aanpak wachttijden KDC (maart 2024).
21
In de data is te zien dat de gemiddelde leeftijd van een kind bij een VOT is toegenomen: in 2021 was de gemiddelde leeftijd 3,4 jaar en in 2023 was deze 4,3 jaar (figuur 8).24 Dit kan erop wijzen dat kinderen inderdaad op latere leeftijd worden aangemeld en verwezen. Echter is het aannemelijk dat dit ook samenhangt met de lange wachtlijsten die er momenteel zijn voor KDC-zorg in Den Haag. Zoals eerder benoemd dient een aanbieder een VOT in op het moment dat deze de zorg wil gaan starten. Wanneer een kind op tweejarige leeftijd is doorverwezen naar een aanbieder en hier vervolgens een jaar op de wachtlijst staat, dient de aanbieder de VOT dus pas in als de zorg start op driejarige leeftijd. De toename in gemiddelde leeftijd bij een VOT kan dus een effect zijn van de lange wachtlijsten voor KDC-zorg in Den Haag. Aanbieders benoemen dat kinderen die op latere leeftijd instromen, minder tijd hebben om zich te ontwikkelen en daardoor vaak een lagere kans hebben op doorstroom richting speciaal onderwijs.
Gemiddelde leeftijd kind bij VOT 5 4 3 2 1 0
2021
2022
2023
Figuur 8 : De gemiddelde leeftijd van een kind in jaren bij een verzoek om toewijzing
KDC-aanbieders constateren zowel een toename in gedragsproblematiek als VB In alle gesprekken met aanbieders, zowel de aanbieders met een contracteringsvraagstuk als het aanpalend aanbod, wordt benoemd dat er sprake is van een algehele toename van gedragsproblematiek bij de kinderen die zorg en ondersteuning ontvangen. Mede door de stijging van gedragsproblematiek staat de keten van kinderen met ontwikkelingsproblematiek onder druk en wordt het steeds lastiger om kinderen te voorzien van passend aanbod wat hen het meeste ontwikkelperspectief biedt. Deze toename van gedragsproblematiek geldt als een belangrijke aanleiding voor dit onderzoek, vanuit de hypothese dat de KDC-doelgroep in de praktijk wordt ‘verdrongen’ door een doelgroep met gedragsproblematiek waarvoor alternatieve, lichtere, vormen van jeugdhulp ook geschikt zouden zijn. Zoals eerder gesteld zien wij echter geen onderbouwing dat dit het geval is voor de ‘klassieke’ KDC-aanbieders Lievegoed, Middin en Ipse de Bruggen. Hoewel zij wel meer gedragsproblematiek
Het gaat hier om zorg onder de dagbehandelingscode voor aanbieders Lievegoed, Middin, Ipse de Bruggen, Gemiva en ’s Heeren Loo. 24 24
22
zien, zitten er vrijwel uitsluitend kinderen met een verstandelijke beperking bij deze aanbieders. De toename in gedragsproblematiek leidt er wel toe dat zij spreken van een complexer worden cliëntpopulatie. Dit roept de vraag op hoe het kan dat de (vraag vanuit) de VB-doelgroep stijgt. Voor deze stijging geldt dat er sprake is van een landelijke trend, waarvan verklaringen (in de scope van dit onderzoek) niet te toetsen zijn. Wel nemen we hier een paar hypothesen op waarvan wij verwachten dat deze van invloed kunnen zijn op een stijging van (vermoeden van) een verstandelijke beperking.
Mogelijke verklaringen voor de stijging van de VB-doelgroep Voor de stijging van de doelgroep, zowel binnen KDC’s, als binnen het aanpalend aanbod, zijn door aanbieders en verwijzers meerdere verklaringen genoemd. Wachtlijsten hebben tot effect dat kostbare ontwikkeltijd onbenut blijft. Dat kan tot gevolg hebben dat bij kinderen (met een vermoeden van een) VB die de potentie hebben om op termijn te functioneren in een meer reguliere setting, deze potentie niet benut wordt. Gedragsproblematiek neemt in de hele keten toe. Dat kan de problemen van de verstandelijke beperking verergeren, omdat het gedrag het nog moeilijker kan maken om nieuwe dingen te leren. Bovendien zorgt het ervoor dat kinderen met een VB nog moeilijker op andere plekken terechtkunnen, zoals lichtere vorm van zorg en ondersteuning of speciaal onderwijs. Ook voor de algehele toename van gedragsproblematiek worden verschillende mogelijke redenen genoemd, zoals veelvuldig schermgebruik en (tijdelijk) de covid-regels. Deze hebben geleid tot een gebrek aan interactie met andere kinderen en volwassenen, wat een remmende werking heeft op de sociale ontwikkeling. Er is een relatief sterkere stijging binnen de KDC’s van kinderen met een migratieachtergrond.
Hier kan een samenloop met taalachterstand een rol spelen, zeker als er ook een gedragscomponent in het spel is, en ook eventuele trauma’s van ouders die gevlucht zijn. Het kan er echter ook op wijzen dat kinderen die voorheen binnengehouden werden nu wel in beeld zijn, bijvoorbeeld omdat het stigma op ontwikkelingsachterstanden en -ondersteuning bij bepaalde groepen vermindert. Bovenstaande mogelijke verklaringen ontstijgen allen niet het niveau van hypothesen. Het draagt voor de scope van dit onderzoek te ver om bovenstaande hypothesen te toetsen, alhoewel we in elk geval kunnen stellen dat het aannemelijk is dat lange wachtlijsten in de keten een negatief effect hebben op de (gedrags-)ontwikkeling van kinderen. De genoemde hypothesen spelen bovendien niet enkel in Den Haag of de regio Haaglanden, maar vinden allen landelijk plaats.
23
3.5
Uitstroom Het grootste gedeelte van de kinderen in KDC-zorg stroomt niet uit naar een vorm van speciaal onderwijs De uitstroom van kinderen op een KDC is over het algemeen naar een vorm van speciaal onderwijs of een vorm van aanbod volgens de Wet langdurige zorg. Binnen KDC aanbieders is ook sprake van interne doorstroom naar een andere locatie, bijvoorbeeld naar een groep met oudere kinderen. Van de kinderen die uitstroomden stroomde 35% het afgelopen jaar (mrt ’23-mrt ’24) uit naar de Wet langdurige zorg. 25 Van de kinderen die uitstroomden, ging bijna 40% van de kinderen naar een vorm van speciaal onderwijs. Het overige deel van de uitstroom is ofwel interne doorstroom ofwel onbekend. Ten opzichte van de hele populatie Haagse kinderen in KDC-zorg stroomde slechts 15% van de kinderen uit naar een vorm van speciaal onderwijs. De uitstroom richting speciaal onderwijs verloopt moeizaam Aanbieders in de gehele keten geven aan dat de uitstroom richting speciaal onderwijs (SO) moeizaam verloopt en dat duurzame samenwerkingen moeizaam tot stand komen. Ook het speciaal onderwijs kampt met wachtlijsten. Daarnaast wordt door aanbieders ervaren dat de drempel voor toetreding tot het speciaal onderwijs in de laatste jaren hoger is komen te liggen. Zo geldt het uitgangspunt dat een kind voor SO zowel leerbaar als schoolbaar moet zijn.
Leerbaar houdt hier in dat een kind kan en wil leren, waar schoolbaar betekent dat een kind zich kan handhaven in een schoolse (groep)setting. In veel gevallen ontbreekt het volgens scholen aan de component schoolbaarheid, waardoor er volgens de scholen niet aan voldoende randvoorwaarden is voldaan waarin een kind in groepsverband onderwijs kan volgen. Aanbieders geven aan dat scholen in Den Haag de grenzen voor toelating, met name schoolbaarheid, strenger zijn gaan hanteren. In een regionaal onderzoek26 naar de wachtlijsten voor KDC-zorg wordt deze kloof onderkend, waarbij tevens wordt aangegeven dat 20% van kinderen in Haaglanden in een KDC eigenlijk is uitbehandeld en wacht op uitstroom naar SO. Het Samenwerkingsverband Passend Primair Onderwijs Haaglanden (SPPOH) nuanceert deze bevindingen, door aan te geven dat er een verschil van visie is tussen KDC’s en het SO over wanneer een kind toe is aan onderwijs. Hierbij ligt de focus van een KDC vaak op leerbaarheid (zoals interesse in letters en cijfers), terwijl vanuit onderwijs bezien schoolbaarheid nog wel belangrijker is: als een kind niet in staat is om enigszins zelfstandig stil te blijven zitten of groepsgewijze instructie te volgen, kan het speciaal onderwijs niet de voorwaarden bieden om tot leren te komen. Anders gezegd, educatie is wel mogelijk, maar niet binnen een schoolse setting.
Uit de uitvraag bij aanbieders blijkt dat 12% van de kinderen in Den Haag in staat is om uit te stromen naar het speciaal onderwijs, maar hiervoor op de wachtlijst staat 27. Deze moeizame doorstroom wordt naar verwachting versterkt door het gegeven dat de component gedragsproblematiek binnen de KDC-doelgroep steeds steviger aanwezig is en meer voorkomt.
Naast het ontbreken van aanbieder Gemiva geldt voor de vragen over uitstroom dat aanbieder Ipse de Bruggen niet is meegenomen in de berekening vanwege onvolledige gegevens. 26 Zie Memo subwerkgroep aanpak wachttijden KDC (maart 2024). 27 Naast het ontbreken van aanbieder Gemiva geldt voor deze specifieke vraag dat aanbieder Ipse de Bruggen niet is meegenomen in de berekening vanwege onvolledige gegevens. 25
24
/ 4 Handvatten voor meer passend aanbod 4.1
Inzet op drie lijnen Zoals eerder toegelicht betreffen de KDC-aanbieders Lievegoed, Middin en Ipse de Bruggen. Zij leveren zorg conform de definitie van een KDC en bedienen de KDC-doelgroep. Daarom is er geen aanleiding geeft tot het anders contracteren van dit aanbod. Wel constateren we in het vorige hoofdstuk dat er lange wachtlijsten zijn, en dat er voor een deel van de KDC-doelgroep wellicht een meer inclusieve omgeving mogelijk is. Om voor passend aanbod voor deze in omvang toenemende doelgroep te zorgen, zien we drie lijnen voor de gemeente om op in te zetten: Eerdere signalering en snel passende ondersteuning Meer inzetten op systemisch werken Zoveel onderwijs als mogelijk Deze lijnen moeten in samenhang bezien worden: ze zijn allemaal nodig. We richten ons in deze rapportage specifiek op de KDC-doelgroep, al is een deel van deze lijnen in licht aangepaste vorm ook relevant voor andere doelgroepen. Eerdere signalering en snel passende ondersteuning Door ontwikkelingsproblematiek vroeger te signaleren kan een kind eerder ondersteuning krijgen, wat – op termijn – de kans vergroot op het kunnen participeren in (speciaal) onderwijs. De peuterjaren zijn gouden jaren voor ontwikkeling: juist voor kinderen met een verstandelijke beperking kan de behandeling op jonge leeftijd het verschil betekenen tussen wel of niet participeren op latere leeftijd.
Op jonge leeftijd kan optimaal gebruik gemaakt worden van de mogelijkheden van het kind om te leren (denk aan de grote potentie voor taalontwikkeling in de peutertijd), en kan effectief gewerkt worden aan (het voorkomen van) gedragsproblematiek. Vroegsignalering speelt daarmee een belangrijke rol bij de ontwikkeling van jonge kinderen. Om dit goed te doen, zijn twee dingen nodig: Aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Dit is op dit moment vaak een blokkerende factor in het perspectief op scholing. Hier ligt een taak bij de JGZ en IVH, om kinderen tijdig te signalering en opvoedondersteuning te bieden en waar nodig te verwijzen naar passend aanbod. Zowel JGZ als IVH moet hier wel voor toegerust zijn, zowel in kwaliteit als in kwantiteit. Aanwezigheid van passend aanbod. Op dit moment ontbreekt het aan voldoende passend aanbod voor jonge kinderen. Daardoor heeft vroegsignalering op dit moment niet de waarde die het kan hebben in het faciliteren van de ontwikkeling van kinderen. Kinderen ontvangen vanwege de wachtlijsten de benodigde zorg en ondersteuning te laat of niet. Dit vraagt een uitbreiding van het aantal behandelplekken, zowel in KDC’s als bij lichtere behandelvormen waar wellicht een deel van de jongere kinderen terecht kan (denk aan plekken waar wel een orthopedagoog aanwezig is, maar geen compleet behandelteam).