CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS320607 Bijlage 1 - Rapport 'Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op Zee Campus in Scheveningen' door ECHT en EduQuipment

Commissie Bestuur 9 april 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Opvolging initiatiefvoorstel Maak werk van energie Een wind op zee campus op Scheveningen, RIS32060728.016 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De Haagse Hogeschool organiseert projectenbeurzen waarmee ondernemers op eenvoudige wijze in contact kunnen komen met (docenten van) het hbo en pro-

jectvoorstellen kunnen worden besproken, waar studenten mee aan de slag gaan in het onderwijs.

Voordelen: • Maak gebruik van- en versterk bestaande structuur • Korte termijn, campus bestaat al

Nadelen: • Geen extra instroom werkveld op de korte termijn

6.2 Aanbeveling 2: Impuls aan bestaand onderwijs

Door gebruik te maken van de samenwerkingsmogelijkheden die mbo- en hbo-

instellingen binnen het reguliere onderwijs al bieden, kunnen bedrijven het bestaande aanbod van aankomend personeel het snelst bereiken. Daarom is de

aanbeveling om de banden tussen de bedrijven in de blauwe economie en het

beroepsonderwijs actief aan te halen. Tevens leent dit scenario zich goed om al-

vast te werven op een langere termijn en te anticiperen op aanbeveling 3, de realisatie van Wind op Zee Campus.

Samenwerking binnen bestaand onderwijs

Voor de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven ligt het voor de hand om aan te sluiten bij bestaande vakrichtingen en opleidingen binnen ROC Mondriaan zoals monteur, eerste monteurs en technicus opleidingen voor engineering, elek-

trotechniek en mechatronica en met het hbo de opleidingen werktuigbouwkunde,

elektrotechniek, climate & management, civiel etc. Op deze manier wordt er maximaal gebruik gemaakt van het aanbod dat onderwijs al biedt zonder daarvoor

29

https://www.impactcity.nl/

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

67

complexe en vaak tijdrovende samenwerkingen te organiseren. Bedrijven kunnen de samenwerking met het onderwijs intensiveren door zich nadrukkelijker te rich-

ten op het mbo-onderwijs, het overleg aan te gaan en “beroepspraktijkvorming 30” trajecten, bedrijfsprojecten, stages en lintstages te organiseren. Hier kan invulling gegeven worden aan de, voor het bedrijf- en opleiding relevante werkprocessen en kerntaken, en het keuzedeel ‘onderhoud aan windturbines’.

Om de samenwerking tussen het bedrijfsleven en het onderwijs te intensiveren en dit zo efficiënt mogelijk te laten verlopen, is het van belang dat het bedrijfsleven

gezamenlijk één stem uitdraagt naar het onderwijs. Dit kan gerealiseerd worden

wanneer bedrijven met elkaar samenwerken, een programma opstellen en uit-

voeren wat aansluit op het huidige onderwijsaanbod.

In deze samenwerking schetsen bedrijven hoe ze willen inspelen op de motivatie

en beweegredenen van jongeren (of zij-instroom) om te kiezen voor een be-

paalde opleiding. Om het programma exclusiviteit te geven zouden studenten een selectieprocedure kunnen doorlopen en zouden ze bijvoorbeeld in aanmerking

kunnen komen voor een ‘bijzondere toelage’ voor hun opleiding. Hierbij wordt een

baangarantie geboden op basis van afgestemde stages, of kunnen bonussen in

het vooruitzicht worden gesteld wanneer ze in dienst treden bij een van de participerende bedrijven. Een geopperde suggestie is te gaan werken met betaalde

mbo-traineeships of het ter beschikking stellen van een “motivator” zoals een

abonnement op een elektrische deelscooter tijdens de opleiding, tegemoetkoming in studiekosten of snuffelstages in toeleverend onderwijs (vmbo)

Scheepvaart en transport college Het Scheepvaart- en Transport College (STC) biedt maritieme opleidingen aan

vanuit verschillende locaties (Rotterdam, Brielle Stellendam etc) en biedt ook het keuzedeel ‘onderhoud aan windtubines’ aan. Met het STC is verkennend contact

opgenomen om te zien of samenwerking en kennisuitwisseling mogelijk is. STC

sluit graag aan 31 om samen met ROC Mondriaan en andere relevante ROC’s bij te dragen aan doelmatig onderwijs, wanneer de randvoorwaarden helder zijn en er zicht is op een realistische en haalbare aanpak.

Keuzedelen en minoren Binnen zowel het mbo als het hbo zijn er al mogelijkheden om invulling te geven

aan speerpunten middels keuzedelen en minoren. Keuzedelen kunnen samen met bedrijven en het mbo ontwikkeld worden, welke vervolgens door het SBB aan de

30 31

Bedrijven dienen zich te registreren als erkend leerbedrijf bij het SBB

Gesproken is o.a. met Ellen Lok, Directeur college Procestechniek en Maintenance

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

68

hand van vastgestelde criteria worden beoordeeld. Voor Wind op Zee is al een keuzedeel “onderhoud aan windturbines” ontwikkeld door onderwijsinstelling

Scalda32 in Zeeland. Dit keuzedeel wordt ook ingezet op het Noorderpoortcollege in

Groningen en binnenkort ook op het STC en het Nova College in regio Haarlem. Dit keuzedeel wordt aangeboden aan de technicusopleidingen op niveau 4. Scalda nodigt ROC Mondriaan van harte uit om aan te sluiten in deze ontwikkelingen. Er wordt onderzocht of dit keuzedeel gesplitst kan worden in 2 aparte onderdelen: Maintenance en Composieten, van ieder 240 studiebelastingsuren.

Binnen het hbo is deze aanpak vergelijkbaar met minoren. Binnen een minor krij-

gen specifieke onderwerpen expliciete aandacht tijdens het opleidingstraject. Stu-

denten kunnen onafhankelijk van hun opleidingsinstituut een minor op een andere instelling volgen. Er zijn inmiddels zo’n 2000 minoren om uit te kiezen 33. De Haagse

Hogeschool staat open voor het ontwikkelen van nieuwe minoren omtrent de

blauwe economie. Het advies is om daarbij te kijken naar de Noordzee onderne-

merschap en ecologie.

Samenwerking op innovatie

Naast het opleiden voor banen in de blauwe economie kan de samenwerking zich ook richten op het verder ontwikkelen van innovaties. Voorbeelden van succesvolle samenwerkingen op dit moment zijn bijvoorbeeld het ‘Digital Operations

Centre’34 en de Betafactory in Delft en het ‘Techniek Innovatie Huis’ 35 in Den Haag, waar bedrijven uitgenodigd worden om met hun vraagstukken studenten uit te dagen aan een innovatie mee te helpen.

De Haagse Hogeschool organiseert projectenbeurzen waar ondernemers op eenvoudige wijze in contact kunnen komen met onder andere de docenten van het hbo, waar projectvoorstellen kunnen worden besproken waarmee studenten veelal in blokken van 10 weken aan de slag gaan.

Naast de eerdergenoemde suggestie om aansluiting te zoeken bij ‘Impact City’

past het goed om aan te sluiten bij een van de projectgroepen binnen het STOHA, beschreven in hoofdstuk 3.2. Hierbinnen ligt de weg vrij voor het ontwikkelen van

een awareness module duurzaamheid. De kansen die de blauwe economie biedt sluiten goed aan bij deze module en bij de wensen van het vmbo. Hiermee wordt

32 33 34 35

https://www.scalda.nl/richtingen/techniek/winddock https://www.kiesopmaat.nl/modules/

https://techniekict.rocmondriaan.nl/digital-operations-centre/ https://techniekict.rocmondriaan.nl/techniek-innovatie-huis/

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

69

direct een impuls gegeven aan het “voorsorteren” naar een mbo-opleiding met

een relatie met de blauwe economie.

Samenwerking binnen Europa

Vooruitlopend op formele berichtgeving is onlangs is bekend geworden dat

Scalda en het Noorderpoort college zullen participeren in het “Center of Vocatio-

nal Excellence T-Shore”. Dit Europese project wordt op dit moment voorbereid ten

behoeve van een start in juni 2022. Het advies is om vanuit Den Haag bij deze ontwikkeling aan te sluiten 36.

Voordelen: • Kan relatief snel worden opgezet •

Relatief laag in de kosten

Nadelen: • Afhankelijk van de keuze van de •

studenten Afhankelijk van de inzet van bedrijven

Kritische randvoorwaarden • •

Er is nog geen eigenaarschap en geen trekkende coördinator.

Bedrijven worden geaccrediteerd leerbedrijf voor de aangeboden opleidingen.

6.3 Aanbeveling 3: Realisatie Wind op Zee Campus

Vanuit de stakeholders is de wens aangegeven voor een fysieke plek waar een

Wind op Zee Campus gerealiseerd kan worden. Een voordeel van een dergelijke

aanpak is dat bedrijven met elkaar meer kunnen bijdragen in de afstemming tussen de praktijkbehoefte en het aangeboden onderwijs. Hierbij is wel een grote

maar aangegeven door alle partijen omdat er op veel punten op dit moment nog

onvoldoende duidelijkheid is, die eerst in aanbevelingen 1 en 2 moeten worden uitgewerkt.

De Wind op Zee Campus wordt de plek waar het onderwijs en het bedrijfsleven elkaar vinden en waar de behoefte van de markt, de innovaties op het gebied van de blauwe economie en het onderwijs samenkomen. De Wind op Zee Campus is

36

https://www.wijzijnkatapult.nl/ieuws/opschalen-van-pps-in-europa-krijgt-een-enorme-boost/ Contact: Bou-

dewijn Grievink PTvT, 0645 444 837, b.grievink@ptvt.nl

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

70

hierin de verbindende en faciliterende factor die de werkgelegenheid in de blauwe economie voor een breed publiek toegankelijk en inzichtelijk maakt en specifiek

onder de aandacht brengt bij de jongere generaties. Hiervoor organiseert de Wind op Zee Campus activiteiten ten behoeve van de studiekeuze van jongeren. Denk hierbij aan het moment dat vmbo-, havo- of vwo-leerlingen hun sector- of pro-

fielkeuze maken. Of leerlingen die net een diploma op zak hebben en een oplei-

dingskeuze moeten maken voor het mbo of hbo. Ook activiteiten voor het basisonderwijs worden van hieruit georganiseerd.

Vanuit de verschillende stakeholders in de blauwe economie in Den Haag en

Scheveningen, vanuit de perspectieven onderwijs, bedrijfsleven en overheid ko-

men de volgende drie algemene pijlers naar voren voor een Wind op Zee Campus: 1.

Ontmoetingsplek voor bedrijfsleven en onderwijs

De Wind op Zee Campus is de plek waar het onderwijs en het bedrijfsleven elkaar

vinden. Bedrijven en het onderwijs werken met elkaar samen door leren en werken

te combineren. Om dit op één gezamenlijke plek te doen hebben zowel het bedrijfsleven als het onderwijs grip op de uitkomst en de kwaliteit.

Een nadrukkelijke aanbeveling is het opzetten van een ‘traineeship’ voor mboleerlingen. Het praktijkcentrum biedt mbo’ers een carrièreperspectief middels ‘traineeships” in een contextrijke leeromgeving. Hiermee ontstaat voor mbo-leerlingen een uniek en aantrekkelijk aanbod en kan de blauwe sector een voorsprong realiseren in werving ten opzichte van werkgevers in andere sectoren. De traineeships wordt aangeboden vanaf het eerste tot en met het laatste leerjaar. Dit leent zich ook goed om te werven onder de werkloze jongeren van Den Haag door hen eenzelfde traject aan te bieden voor scholing met een baangarantie. Het traineeship stelt de studenten in staat om werkervaring op te doen op verschillende plekken (ofwel binnen hetzelfde bedrijf, ofwel binnen de sector) en te ontdekken waar zijn of haar krachten liggen. De aanpak lijkt op de aanpak van bijvoorbeeld de politieschool. In dit blauwe economie traineeship krijgen de deelnemers in het eerste leerjaar meer algemene vakken zoals materialen en gereed-

schapsleer, ecologie en nautische randvoorwaarden en een uitgebreide oriëntatie en kennismaking met de verschillende blauwe deelsectoren. Tijdens het tweede en derde jaar staat werken en leren centraal en wordt vakspecifiek ingegaan op de verschillende aspecten van de sector. De opleiding vindt vooral plaats in het praktijkcentrum en bij de bedrijven. Docenten komen vanuit het onderwijs naar de praktijkomgeving of het praktijkcentrum toe om de benodigde (veelal cognitieve) kennis in aansluiting op het praktijkprogramma en onderwijsvereisten te doceren. Door werkervaring af te wisselen met onderwijs wordt men in een korte tijd

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

71

opgeleid om te werken binnen de blauwe economie Uiteraard zijn deze traineeships ook interessant aam aan aspirant hbo’ers aan te bieden of als doorstroom aan de eerdere mbo-groep (carrièreperspectief). Enkele hbo-opleidingen die nu in Zuid-Holland duaal worden aangeboden zijn: Werktuigbouwkunde, Elektrotechniek, Bouwkunde en Civiele techniek, binnen de Haagse Hogeschool en Hogeschool Rotterdam.

2. Voorlichtingscentrum

De campus heeft ook een functie als voorlichtingscentrum met de middelen om

de verschillende deelsectoren en aandachtsgebieden in de blauwe economie op

de juiste manier zichtbaarheid te geven. Uiteraard is dit voorlichtingscentrum ook bij uitstek geschikt om jongeren de juiste informatie te geven waarmee ze een

weloverwogen sector- of profielkeuze kunnen maken om voor een opleiding in de

blauwe economie te kiezen.

Muzee is een verbindende factor tussen het culturele erfgoed van Scheveningen

en de Scheveningers en ambieert een museum van het zowel het verleden als van de toekomst te zijn met focus op de verbinding van Scheveningers met de zee.

Men ziet veel voordelen in een campus/ experience centre en sluit op termijn

graag aan. Muzee beschikt al over een goed netwerk met po-scholen wat bij-

draagt aan voorziene voorlichtingsactiviteiten.

3. Integratie Wind op Zee Campus en Campus@Sea

Op termijn kunnen ook de functies van Campus@Sea en de wind op zee campus

in elkaar schuiven, waarbij het voorstelbaar is dat activiteiten van mbo en hbo bijdragen aan de innovatieve activiteiten van de Campus@Sea en vice versa.

Voordelen: • • • •

Invloed op de kwaliteit van de instroom naar bedrijven

Nadelen: •

Zicht op verwachte instroom naar de sector

•

Samenwerking tussen onderwijs, ondernemers en overheid

•

Invloed op de gebiedsontwikkeling van de regio Den Haag

•

Er is nog geen eigenaarschap of trekkende coördinator De kosten gaan voor de baten uit Vraagt om samenwerking en lange termijnvisie Succes afhankelijk van keuze van de studenten en de inzet van bedrijven

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

72

Omdat de kosten voor de baten uit zullen gaan bij het opzetten van een fysieke

campus is het interessant om onderzoek te doen naar mogelijke subsidieregelingen die op de doelstellingen van het praktijkcentrum aansluiten. Twee voorbeelden hiervan zijn de RIF- en de EFRO-subsidie.

De eerdergenoemde RIF subsidie lijkt in juni niet haalbaar en op welke wijze deze

(al dan niet) gecontinueerd wordt is nog niet bekend. De aanpak van de Wind op Zee Campus lijkt zich te lenen voor een EFRO-subsidie. De Haagse Hogeschool heeft aangegeven hier verder over in gesprek te willen gaan.

6.4 De toekomst tegemoet Go/no-go

Op basis van het onderzoek, de gesprekken en de workshops wordt een gefa-

seerde Go aanbevolen voor het vervolg van het opzetten van een Wind op Zee

Campus. De kansen die het praktijkcentrum biedt, in combinatie met de ligging

van Den Haag en de te verwachten groei en ontwikkeling van de blauwe econo-

mie, maken dat dit het uitgelezen moment is om een impuls te geven aan de

blauwe economie en Den Haag en Scheveningen daarmee als Europees centrum

te positioneren. Hierbij merken we op dat de 3e aanbeveling het gevolg zal zijn van

het slagen van de eerste 2 scenario’s (zoals hieronder zijn geschreven) en meer-

dere afhankelijkheden kent. Veel stakeholders hebben nog onvoldoende inzicht in de toekomstige ontwikkelingen in hun bedrijf en sector waardoor er eerst meer

duidelijkheid moet komen bij de diverse stakeholders alvorens er begonnen kan worden met de derde aanbeveling. Kritische randvoorwaarden: •

De eerste randvoorwaarde ten behoeve van de aanbeveling is dat bedrij-

ven zich organiseren en zich bewust maken van de aankomende personele tekorten en welke gevolgen dit al dan niet heeft voor hun organisatie en welke instroom en daaruit komende actie gewenst is. •

Een samenwerkingsverband (bijvoorbeeld een coöperatie) wordt opgezet, waar de deelnemers bij in dienst komen en budget wordt vrijgemaakt en een “programmamanager” benoemd.

•

Vanuit dit samenwerkingsverband worden de traineeships aangeboden,

waarmee de opleiding zich duidelijk onderscheidt van andere opleidingen een lonkend perspectief biedt.

•

Samen met onderwijs wordt gekeken welk kwalificatie dossier toegepast kan worden en wordt het programma nader ingericht.

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

73

Scenario voor ontwikkeling van de Wind op Zee Campus

De basis van het scenario voor de ontwikkeling de komende jaren vormen de drie

aanbevelingen die elkaar successievelijk versterken. Daarbij werken aanbeveling 1 en 2 toe naar een krachtig samenwerkingsverband die uiteindelijk de basis vormt

voor de 3e aanbeveling: de daadwerkelijke realisatie van een wind op zee campus. Voor het scenario redeneren we terug vanaf de gewenste situatie over 10 jaar

(backcasting). Vanaf daar bezien stellen we vast welke tussentijdse resultaten op

welk moment behaald dienen te worden om het uiteindelijke doel te bereiken.

Het zelfstandige bestaan van een campus op lange termijn vraagt om een tripartite samenwerking tussen onderwijs, bedrijven en de lokale overheid (triple helix).

Over 10 jaar bestaat de Wind op Zee Campus als zelfstandige organisatie waarbij

de bedrijven en onderwijsinstellingen samen verantwoordelijk zijn voor de drie pijlers Ontmoeten & Opleiden, Voorlichten en Innoveren. De gemeente is alleen nog betrokken bij het initiatief in de branding van Den Haag als stad van de blauwe economie, maar kent financieel geen structurele betrokkenheid.

De Wind op Zee Campus zou over 10 jaar een bruisende plek moeten zijn waar

eenieder in aanraking kan komen met de werkzaamheden van de blauwe economie. Een plek waar het bredere publiek wordt geïnspireerd, waar middelbare

school leerlingen worden geënthousiasmeerd en waar mbo en hbo leerlingen

worden opgeleid. Het is dé startplek voor nieuw ‘talent’ in de verschillende offshore sectoren die verbonden zijn aan Den Haag. Omdat Den Haag op dat moment wordt gezien als hét centrum van de blauwe economie, zal de bedrijvigheid

rondom dit thema levendig zijn. Dit is het ultieme scenario voor de Wind op Zee Campus.

Voor het opzetten en tot wasdom komen van de structurele organisatie wordt re-

kening gehouden met een periode van 5-7 jaar waarin de afhankelijkheid van pu-

bliek geld wordt afgebouwd en ingevuld met private financiering. Deze periode

van ontwikkeling kent een start met het opstellen van een gedegen business case voor deze nieuwe organisatie. In deze business case wordt opgenomen wat de

rollen zijn van de verschillende betrokken partijen, alsmede de financiële ontwik-

keling tot volwassen organisatie. Een werkwijze met een basisfinanciering met als voorwaarde een private cofinanciering lijkt een goed uitgangspunt om met de

sector in gesprek te gaan en een werkwijze te realiseren waarbij subsidiaire financiering op termijn realistisch en af te bouwen is.

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

74

Voor het opstellen van deze business case kan het beste gebruik worden gemaakt van een externe ‘derde’ partij die tussen alle partijen instaat. Deze persoon kan

boven de partijen de verschillende partijen de belangen bij elkaar brengen zonder een eigen groep onbedoeld voor te willen trekken, en kan al eerder in het proces worden betrokken.

Voorafgaand aan het opstellen van de business case dient er eerst een periode van 1 tot 2 jaar te worden genomen waarin de verschillende stakeholders bij el-

kaar worden gebracht. Tijdens deze periode zal het eerst gaan over het organiseren van de verschillende stakeholders binnen een groep zodat zij gezamenlijk de neuzen dezelfde kant op hebben. Zodra er tussen deze groepen onderling over-

eenstemming is over de richting kunnen er vervolgens gezamenlijke gesprekken

plaatsvinden tussen de verschillende stakeholders die betrokken zijn bij het Prak-

tijkcentrum. Als er voldoende vertrouwen is ontstaan tussen alle betrokken partijen kan een gezamenlijke visie worden opgesteld die als basis kan dienen voor het opstellen van de business case.

Voor het onderling organiseren van de verschillende stakeholders en het begeleiden van de verdere gesprekken is het aan te raden om gebruik te maken van een externe ‘kartrekker’. De kartrekker zal met alle belangen op pragmatische wijze de ambities in kaart brengen en invulling gaan geven hieraan, waarbij ruimte is voor nieuwe inzichten en initiatieven. Tegelijkertijd bouwt de kartrekker aan een sfeer

van samenwerken en doelmatigheid. Deze kartrekker moet in staat zijn te lobbyen

op zowel bestuurlijk als op uitvoerend niveau binnen overheid en bedrijfsleven. Het

is van belang dat een partij de eerste stap zet om de ontwikkeling te starten door het beschikbaar stellen van fondsen. De gemeente is de voor de hand liggende

partij hiervoor, op voorwaarde dat bedrijven een deel voor hun rekening nemen.

Dit scenario vraagt om het zo snel mogelijk ondernemen van actie. Dit is het mo-

ment om door te pakken om Den Haag te profileren als centrum van Europa in de innovatieve blauwe economie.

Stappenplan

Gebaseerd op het voorgestelde scenario is het mogelijk om een zestal stappen

aan te geven voor de ontwikkeling de komende 10 jaar. Per stap worden concrete acties benoemd voor specifieke partijen. Verwacht wordt dat stap 2 tot en met 5

te realiseren zijn binnen 24 maanden na het afgeven van stap 1: het aanstellen van een programmamanager.

Stap 1: Aanstellen programmamanager Vanuit het adagium ‘eerst de vent en dan de tent’ is de eerste stap: het aanstellen

van een programmamanager . De programmamanager zal op bestuurlijk niveau Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

75

binnen zowel de overheid als bedrijven draagvlak moeten organiseren voor de

verdere ontwikkeling. Ook zal de programmamanager verantwoordelijk worden

gemaakt voor het verbeteren van de onderlinge contacten tussen bedrijfsleven en onderwijs.

Concrete acties •

Gemeente: Aanstellen onafhankelijke programmamanager

Stap 2: Organiseren draagvlak binnen verschillende organisaties De tweede stap bestaat uit het intern organiseren van draagvlak bij de organisa-

ties en de inwoners van Den Haag en Scheveningen voor de verdere uitrol van het Praktijkcentrum. De programmamanager kan dit begeleiden door het gesprek

aan te gaan binnen individuele bedrijven en vervolgens verschillende partijen samen aan tafel te brengen om het gezamenlijke draagvlak te organiseren. De pro-

grammamanager zal hierbij ook vast de banden aanhalen met onderwijsinstellingen en Campus@Sea.

Daarnaast zal de stad Den Haag meer moeten gaan uitdragen dat zij de stad is

van de Duurzame Blauwe economie. Hiervoor is Impact City de aangwezen par-

tijen om vanuit de gemeente hieraan te werken. Aanvullend kan er een namen-

wedstrijd worden uitgeschreven om naamsbekendheid en draagvlak te verkrijgen onder partijen in Den Haag waarbij het project nog niet bekend is.

Om de ontwikkeling te volgen zullen er een aantal KPI’s worden opgesteld. Deze

worden gebruikt door de programmamanager om de ontwikkeling te volgen en bij te sturen waar nodig. Voorgestelde KPI’s daarbij zijn: KPI Verwachte uitstroom bij de onderwijsinstellingen in fte;

• •

Continuering contact tussen onderwijs en bedrijfsleven

• •

Inspanning op het gebied van het vinden en

• •

boeien van mogelijke

•

0-meting uitstroom technische opgeleiden Monitoringsplan opstellen voor het meten van de toegenomen technische uitstroom Kwartaalbijeenkomsten Afstemmen onderwijsinhoud met bedrijfsleven Betrokkenheid bedrijven binnen onderwijs Het aantal te organiseren gastlessen Het aantal beschikbaar gestelde stageplekken

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

76

nieuwe instroom in de blauwe sector

• • •

Het aantal te organiseren teach the teacher evenementen Promotie- en wervingsactiviteiten zoals aanwezigheid op banenmarkten, etc. Zichtbaarheid creëren op social media kanalen

Het binden van nieuwe werknemers

• • •

Het aantal afgegeven baangaranties door deelnemende bedrijven Het aantal aangenomen zij-instromers Het aantal aangenomen technisch afgestudeerde leerlingen van onderwijsinstellingen Haaglanden

Kosten en baten van het project

• •

Publieke bijdragen Private bijdragen

Concrete acties •

Bedrijfsleven: Samen met de programmamanager interne uitdaging op de kaart zetten en hard maken voor verdere ontwikkeling Praktijkcentrum

•

programmamanager: Versterken banden tussen verschillende betrokken

partijen, verder bouwen aan gezamenlijk draagvlak tussen alle partijen, in gesprek gaan met Impact City voor verdere branding van Den Haag als stad van de Blauwe Economie

Stap 3: Vaststellen gezamenlijke ambities en visie Als er voldoende draagvlak en vertrouwen is ontstaan tussen de verschillende

partijen kunnen gezamenlijke ambities worden gevonden en vast worden gesteld als visie. Deze visie omvat de richting waarin het praktijkcentrum zich moet ont-

wikkelen tot 2032, en kijkt naar mogelijke locaties en de verschillende rollen die de verschillende partijen hierin kunnen gaan spelen. Concrete acties •

programmamanager: Organiseren en begeleiden van sessies om met de

stakeholders tot gezamenlijke ambities en visie te komen

•

Tripartite samenwerking: Afvaardigen van enkele partijen die namens hun groep deel kunnen nemen aan de sessies

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

77

Stap 4: Ontwikkelen business case Met het vaststellen van de gezamenlijke visie is de eerste stap gezet voor het ontwikkelen van de business case voor het praktijkcentrum. De vierde stap staat dan ook in het teken van het verder ontwikkelen van de business case voor het prak-

tijkcentrum. De programmamanager zal hierin de leidende rol op zich moeten ne-

men om samen met alle partijen een haalbare business case te ontwikkelen. Doel

is om binnen 7 jaar een financieel zelfstandige organisatie te hebben. Voor de activiteiten van het centrum worden de KPI’s gebruikt als input. Daarnaast zal in de business case worden gekeken naar de mogelijke locaties voor het Praktijkcen-

trum.

Concrete acties • • •

programmamanager: Initiatief en ontwikkelen van business case Gemeente: Onderzoeken mogelijkheden om bij te dragen

Bedrijfsleven: Opstellen van ingroeiplan waarmee financiering binnen enkele jaren vanuit hen loopt

•

Onderwijsinstellingen: Gezamenlijk met bedrijfsleven opstellen van een plan met opleidingen die men kan aanbieden vanuit de Wind op Zee Campus en de rol die zij daarin kunnen spelen

Stap 5: Opbouwen organisatie Met het afronden van de business case is de volgende stap het uitvoeren van het plan wat hoort bij de business case. Dit houdt onder andere in dat er een organisatie moet worden gebouwd en dat de daadwerkelijke ontwikkeling van een fy-

sieke locatie georganiseerd moet worden. Het opzetten van de organisatie kan de laatste stap zijn van de programmamanager, die hierna de leiding over kan dra-

gen aan de verantwoordelijke binnen de nieuw opgezette organisatie. De betrokken partijen bij de bouw van de business case zullen een bestuurlijke rol moeten gaan innemen vanaf deze stap. Concrete acties • •

programmamanager: Opbouwen organisatie

Samenwerkende partijen: Omvormen naar bestuur

Stap 6: Professionaliseren organisatie Na de start van de organisatie is het de taak van een de leidinggevende en het

bestuur om deze organisatie verder te professionaliseren. Zij zullen zich moeten richten op het financieel onafhankelijk maken van de organisatie en het

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

78

organiseren van een lange termijnstrategie vanaf het moment dat de organisatie financieel zelfstandig is. Concrete acties •

Leidinggevende en bestuur organisatie: Professionalisering van organisatie

en opstellen lange termijnstrategie.

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

79

7 Bijlagen

7.1 Werkwijze van het onderzoek

Voor de informatieverzameling van dit onderzoek is er gebruik gemaakt van een

grote groep stakeholders. Op diverse manieren zijn zij betrokken bij het onderzoek.

Voor de inhoudelijke bijdrages en toetsing is allereerst een klankbordgroep opgezet. Voor deze klankbordgroep zijn vanuit de verschillende deelsectoren in de

blauwe economie deelnemers geworven die vanuit een sectorperspectief hun bijdrage kunnen leveren. In de klankbordgroep. De klankbordgroep bestaat uit de volgende deelnemers: • • • • • • • • • • • •

Guus Klapper, ROC Mondriaan

Nico Persoon, Haagse Hogeschool

Hielke Venema, Gemeente Den Haag

Hans Timmers, Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA)

Albert-Jaap van Santbrink, Stichting de Noordzee (alleen eerste deeltraject) Jan-Hendrik Schretlen, Campus@Sea

David Molenaar, Siemens Gamesa Renewable Energy Jan van der Tempel, DOB-Academy Tjerk Suurenbroek, IRO

Zinzi Reimert, North Sea Farmers

Eva den Boer, Dutch Wavemakers Kees Taal, W van der Zwan

In de eerste sessie van de klankbordgroep zijn de scope, werkwijze en opgestelde onderzoeksvragen getest. Ook is besproken welke stakeholders er bij het

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

80

onderzoek betrokken moesten worden. Aan de hand hiervan zijn vervolgens twee workshops opgezet om met de stakeholders in gesprek te gaan.

De eerste workshop stond in het teken van het gezamenlijk onderzoeken van de

kansen in de blauwe economie voor bedrijven in Den Haag. De deelnemers waren een brede afspiegeling van alle sectoren in de blauwe economie. Specifieke on-

derwerpen zijn de kansen die bedrijven zelf zien in de blauwe economie, de mogelijke rol van Den Haag en de haven van Scheveningen hierin en het soort werk-

zaamheden die hierbij passen (zowel qua competenties als niveau). Ook is hierbij een eerste inzicht verworven over de verwachtingen qua aantal banen de komende jaren.

Na afloop van de eerste workshop is een korte enquête uitgestuurd naar alle deelnemers aan de workshop om specifieke getallen over de verwachte werkgelegenheid per bedrijf te achterhalen, daarbij specifiek kijkend naar Den Haag in de jaren 2025, 2030 en 2035. Daarnaast zijn er ook individuele gesprekken geweest met diverse stakeholders. De verzamelde input is gebruikt als basis voor de tweede workshop.

De tweede workshop stond in het teken van het verder uitdiepen van de kansen

voor de Wind op Zee Campus. De focus lag op het onderzoeken van de exacte be-

hoefte bij bedrijven die ingevuld kan worden door het Praktijkcentrum en de rol die bedrijven hierin kunnen gaan spelen. Daarnaast lag in het tweede deel van de

tweede workshop de focus op de vraag hoe we zorgen voor voldoende instroom. De uitkomsten van beide workshops, gecombineerd met de input die is opge-

haald in de gesprekken met individuele partijen is gecombineerd in een conceptversie van het rapport. Deze is voorgelegd aan de klankbordgroep voor kritische reflectie. Hun commentaar is na afloop verwerkt in de definitieve versie van het rapport.

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

81

7.2 Overzicht deelnemers workshop en bilaterale gesprekken

Campus @ Sea Deplatteoester.org DMEC DOB-Academy Dutch Wavemakers Gemeente Den Haag Haagse Hogeschool Haagse Jongerenambassadeurs Havenmeester Port of Scheveningen Innovation Quarter IPS Powerful People Lentiz College Lucas Onderwijsgroep Maris College / Hotspot ‘techniek aan zee’ McDermot MKB Den Haag Musee Newskool North Sea Farmers NWEA Oak Offshore Platform Talent voor Technologie ROC Mondriaan Sea Rangers ROC Scalda Vlissingen

Scheepvaart en Transport College Shell

Siemen Gamesa Renewable Energy Sterk Techniek onderwijs Haaglanden The Hague Business Agency The Shore Scheveningen

TKI Wind op Zee TNO

Topsportcentrum TU Delft UFA (visafslag Scheveningen) Van der Zwam en Zonen Werkgeversservicepunt Den Haag

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

82

7.3 Groeiverwachting overige sectoren blauwe economie Olie en gas

Groeiverwachting algemeen De energiesector ondergaat een transitie op dit moment. Oude bronnen als olie

en gas worden langzaam vervangen door nieuwe technieken als wind op zee en getijde- en golfenergie. Toch is ook de komende jaren nog een grote vraag naar

personeel in de fossiele energiesector, aangezien zeker gas een belangrijke rol zal spelen in de energietransitie. Echter, de energieopbrengst van wind op zee gaat

olie en gas overnemen richting 2050. Maar verwacht wordt, dat we ook dan nog niet zonder kunnen.

Groeiverwachting Den Haag Voor de kust van Den Haag bevinden zich tien olie- en gasplatforms (de bruine

vierkantjes op de kaart in Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.). Deze platforms zijn deels onbemand. Voor onderhoud zijn deze platforms binnen afzienbare tijd

bereikbaar met CTV’s. De verwachting is dat de komende jaren de platforms nog olie en gas zullen blijven produceren.

Figuur 28: Overzicht van gasplatforms voor de kust van Den Haag. Bron:

https://www.noordzeeloket.nl/functies-gebruik/olie-gaswinning/ (uitsnede van kaart)

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

83

Daarnaast wordt er ook gewerkt aan het hergebruik van deze platforms voor nieuwe technieken. Zo vindt er op het Q13a platform op dit moment een pilot

plaats met het omzetten van waterstof op zee, onder het PosHYdon project van Neptune Energy 37.

Daarnaast wordt er ook onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om afgevan-

gen CO2 op te slaan in oude gasvelden onder de Noordzee, beter bekend als Car-

bon Capture & Storage (CCS). Hiervoor wordt gekeken naar de mogelijkheden om oude platforms her te gebruiken. Ook voor deze platforms zal onderhoud nodig blijven, wat ook mogelijk is vanuit de haven van Den Haag.

Type werkgelegenheid

De olie- en gaswinning kenmerkt zich door de twee verschillende plaatsen waar de werkzaamheden plaats vinden. Op zee vinden de dagelijkse activiteiten plaats op boorplatforms waar zogeheten operators de platformen draaiende houden. Dit werk vindt plaats in periodes van 2 weken op, 2 weken af, en richt zich grotendeels op mbo-niveau en op kleinere schaal op hbo-niveau. Het werk zelf vindt plaats over de hele Noordzee. Om naar de platforms te komen wordt er voor het grootste deel gebruik gemaakt van helikopterdiensten die vertrekken vanaf Den Helder Airport. Echter vinden ook soms crew-transfers plaats met boten. Dit geldt voornamelijk voor de onbemande platforms dicht bij de kust waar onderhoudsteams naartoe moeten. Voertaal van het werk is Engels, en de medewerkers komen vanuit heel Europa. Aan de andere kant vindt veel engineering werk voor de Olie- en gassector plaats op land in kantoren. De mensen die hier actief zijn hebben vaak een hbo- of woachtergrond, en volgen normale kantoortijden. In Nederland zijn de meeste activiteiten te vinden in de randstad, met een duidelijk cluster in de Haagse regio met bedrijven als Shell en McDermott. De voertaal van het werk is vaak Engels aangezien er ook een grote groep expats actief is in deze beroepen.

Volgens de stakeholders bevindt 6% van het totale aantal banen in de olie- en gassector in Nederland zich in Den Haag, zonder dit uit te splitsen over onshore en offshore. Naar verwachting groeit de sector in Den Haag tot 2030 met 119%. Opleidingsniveau Aantal banen in Nederland (2030) Aantal banen in Den Haag (2030)

37

MBO 1/2

MBO 3/4

HBO

WO

0 - 2000

501 - 4000

1001 - >4001

1001 – 4000

0 – 120

30 – 240

60 – >480

60 - >480

https://poshydon.com/nl/home/

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

84

Tabel 9: Verwacht aantal banen per opleidingsniveau in Nederland en Den Haag in de Olie & Gas

sector in 2030.

Behoefte van de markt Door de groeiende vraag naar duurzame energie, en de afnemende vraag naar fossiele energie is er naar verwachting geen groei qua werkgelegenheid de ko-

mende jaren. De sector heeft op dit moment al een grote uitdaging in het vinden van personeel door hun label als fossiele sector.

Door de roep naar meer onafhankelijkheid qua energie lijkt er op korte termijn een groeikans te zijn voor meer olie en gas uit eigen bodem. Dit zou mogelijk een extra groeikans qua personeelsbehoefte betekenen op middellange termijn als nieuwe projecten starten. Tot hier meer duidelijk over is zal deze behoefte echter niet uitgesproken worden.

“In onze gezamenlijke zoektocht naar een nieuwe duurzame en betaalbare

energiemix biedt Den Haag veel kansen aan jongeren voor een belangrijke rol in de energietransitie. De gemeente zet vol in op de ontwikkelingen op zee en de mogelijkheden die dit voor jongeren biedt. Grijp die kans!” - Tjerk Suurenbroek – Business Development Manager IRO

Recreatie/toerisme

Groeiverwachting algemeen Wereldwijd wordt een verdrievoudiging van de toeristische uitgaven verwacht tot

2050. Deze groei van het kusttoerisme verspreidt zich over zowel de horeca aan de kust als de verdere groei van de cruise-sector. Deze tweede is niet relevant voor

dit rapport aangezien de infrastructuur van de Haven niet is toegerust hierop. Het toerisme aan de kust is wel belangrijk voor Den Haag.

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

85

Figuur 29: Verwachte groei in wereldwijde toeristische uitgaven in de blauwe economie tot 2050. Bron: DNV. Ocean’s future to 2050 – a sectoral and regional forecast of the Blue Economy (2021)

Groeiverwachting Den Haag De Haagse Kust, met Scheveningen Bad en Kijkduin als toeristische trekpleisters

hebben dan ook grote kans om verder te groeien. Deze groei kent echter vele uitdagingen voor de hele stad die buiten de scope van dit onderzoek liggen, maar zijn terug te lezen in de visie Scheveningen bad 204038.

Toerisme is een belangrijk onderdeel van de Haagse Kusteconomie. Het strand

aan de stad levert jaarlijks vele toeristen op die graag een bezoekje brengen aan een van de vele strandtenten.

Type werkgelegenheid De verwachting is dat er de komende jaren ook een gestage groei zal zijn van het aantal medewerkers wat nodig is in de horeca. Hierbij gaat het vooral om MBO-

opgeleide medewerkers die kunnen werken in de bediening of in de keuken of als

38

https://www.de-scheveninger.nl/nieuws/algemeen/16837/gemeente-presenteert-plan-

nen-voor-toekomst-scheveningen

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

86

medewerker in een hotel, en die niet alleen Nederlands maar ook een basaal niveau van Engels en wellicht Duits spreken.

Volgens de stakeholders bevindt zo’n 10% van het totale aantal banen in de toeristische sector in Nederland zich in Den Haag. Naar verwachting groeit de sector in Den Haag tot 2030 met 48%. Opleidingsniveau Aantal banen in NL (2030)

Aantal banen in Den Haag (2030)

MBO 1/2

MBO 3/4

HBO

WO

>400

100 - 200

100 - 200

0

>4001 1001 - 2000 1001 - 2000

0

Tabel 10: Verwacht aantal banen per opleidingsniveau in Nederland en Den Haag in de toerisme sector in 2030.

Behoefte van de markt Met het einde van de coronacrisis en het heropenen van alle cafés, restaurants en strandtenten zijn alle partijen in deze sector hard op zoek naar nieuw personeel. Veel werknemers hebben tijdens de coronacrisis een andere baan gevonden

waardoor de druk op het vinden van nieuw personeel nu extra hoog is. De ver-

wachting de komende jaren is dat het toerisme verder zal toenemen, wat voor een toenemende vraag aan personeel in alle Haagse horeca zal zorgen. Deze banen

bevinden zich voor het grootste deel op mbo 1 en 2 niveau, gevolgd door een kleinere groep op mbo 3 en 4 niveau.

Topsport

Groeiverwachting algemeen In de sportsector is een stevige groei te zien de afgelopen jaren op economisch gebied. Specifiek op zee wordt er veel geld betaald om deel te nemen aan zeil-

wedstrijden, of een stop te zijn tijdens een race. Dit brengt niet alleen een directe economische bijdrage, maar is ook een belangrijke boost voor toerisme. De ver-

wachting is dat de komende jaren het aantal sportevenementen nog iets zal toenemen, waarna de focus meer zal verschuiven naar het vergroten van de be-

staande events qua bezoekers en omzet. Dit omdat sporters ook een limiet hebben qua hoeveelheid wedstrijden die zij kunnen doen in een bepaalde periode.

Binnen Nederland is er een groei te zien in het aantal watersporten waarop Nederland op topsport niveau meedoet. De afgelopen jaren zijn er naast traditionele

watersporten als zeilen en roeien nieuwe sporten bijgekomen waaronder golfsurfen en kanovaren. Ook het aantal sporters wat meedoet om de medailles groeit.

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

87

Met deze groei aan sporters is er ook een groei in de begeleidingsstaf die ervoor zorgen dat de topsporter optimaal kan presteren.

Groeiverwachting Den Haag Topsport maakt maar een relatief klein onderdeel uit van de blauwe economie in

Scheveningen door het topcentrum zeilen. Hier trainen de aankomend olympische kampioenen op alle zeildisciplines. Alhoewel hier wellicht nog een kleine groei zal

zijn, is in deze sector geen grote groei te verwachten tenzij andere sporten ook gebruik gaan maken van het centrum.

Type werkgelegenheid Het topsportcentrum zeilen biedt in eerste instantie werkgelegenheid aan de top-

sporters die hier trainen. Daarnaast is er een uitgebreide begeleidingsstaf aanwezig. Hierin zitten onder andere trainers, fysiotherapeuten en bewegingsweten-

schappers die op hbo-en wo niveau zijn opgeleid. Daarnaast is een kleine groep

mensen verantwoordelijk voor het onderhoud van de materialen die gebruikt worden. Dit is vaak technisch opgeleid mbo-personeel.

Behoefte van de markt De ontwikkeling van de markt in Den Haag hangt grotendeels af van het ontdek-

ken van nieuw topsporttalent de komende jaren. Als het aantal topsporters groter

of kleiner wordt zal de begeleidingsstaf mee schalen. De behoefte aan nieuw personeel wordt dan ook pas geformuleerd als deze daadwerkelijk optreedt.

7.4 Leerlingaantallen Haaglanden voortgezet onderwijs Jaar

Plaats

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

DELFT

6.948

6.918

6.997

7.030

7.142

7.198

7.255

7.263

7.193

7.273

LEIDSCHENDAM

1.063

1.023

1.026

1.086

1.136

1.103

1.071

999

895

918

MAASLAND

475

508

517

537

536

538

564

539

551

564

MONSTER

152

252

246

209

184

152

NAALDWIJK

3.756

3.905

4.057

4.221

4.248

4.206

4.139

4.105

4.135

4.242

PIJNACKER

1.294

1.296

1.291

1.310

1.324

1.290

1.319

1.346

1.298

1.327

POELDIJK

453

436

422

406

408

410

373

378

403

397

RIJSWIJK ZH

2.360

‘s-GRAVENHAGE

2.278

2.302

2.310

2.361

2.354

2.388

2.372

2.290

2.291

25.390

26.069

26.607

27.022

27.765

28.461

28.652

28.815

29.119

‘s-GRAVENZANDE

1.396

1.328

1.387

1.434

1.424

1.342

1.535

1.505

1.521

1.585

VOORBURG

3.723

3.803

3.873

3.813

3.816

3.817

3.729

3.733

3.697

3.621

WASSENAAR

2.241

2.188

2.148

2.067

1.995

1.953

1.884

1.890

1.888

1.912

ZOETERMEER

7.895

Eindtotaal

7.906

7.997

8.119

8.025

8.015

7.839

7.738

7.657

7.718

57.231

58.332

59.149

59.621

60.143

60.557

60.520

60.343

60.967

Tabel: Leerlingaantallen Haaglanden voortgezet onderwijs

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

88

7.5 Aantallen vmbo-leerlingen in leerjaar 3 en 4

PLAATSNAAM VESTIGING ONDERWIJSTYPE VO EN LEER- OF VERBLIJFSJAAR HAAGLANDEN SOM VAN TOTAAL IN LEERJAAR 3&4 RIJLABELS

ECONOMIE INTERSECT. PROGRAMMA LANDBOUW N.V.T.

TECHNIEK

ZORG & WELZIJN EINDTOTAAL

DEELNAME TECHNIEK TOENAME PER JAAR

MEERDERE ITEMS: HAAGLANDEN

(Meerdere items)

Jaar 2012

2013

2014

2015

2016

2017

1.032

1.282

1.679

1.668

1.350

1.005

5.367

5.598

5.725

6.073

5.685

5.589

1.355

1.070 1.131

1.200

1.078 974

1.480

1.341

11.435

11.473

9,9%

8,5% 14,2%

1.128

1.111

1.003 1.250

1.182

1.186

1.035 1.132

1.305

1.238

1.408

2018

4.035 985

2019

3.667 940

2020

3.632 773

2021

3.468 643

1.258

1.527

1.516

1.366

1.407

1.348

990

1.438

1.976

1.822

1.702

1.583

1.013

355

2.781

408

3.136

746

2.894

3.039

11.896

12.276

11.939

11.688

11.659

11.489 15,9%

15,3%

14,5%

-0,7%

0,0%

0,6%

-0,2%

100,1%

-6,4%

-3,4%

-5,5%

8,4%

8,4%

8,5%

8,5%

Tabel: Sectorkeuze vmbo leerlingen in Haaglanden leerjaar 3 en 4

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

16,9%

11.113

802

10.942

89

7.6 Aantal leerlingen vmbo-techniek per school en per opleiding in 2021 in Haaglanden.

Som van totaal LJ 3&4 Rijlabels

Afdeling

Bouwen,

Media,

Mobiliteit

interieur

ving en

transport

wonen en

Johan de Witt Scholengroep

19

Scholengroep Esloo

36

Oranje Nassau College

ISW Westland Vakcollege Sint Stanislascollege Maris College

43

60 57

vormgeICT 91

22

19

42

193

35

23

65

159

16

Loc, van Vredenburch College

48 3

11

Grotius College

20

Adelbert College

44

SCZ MOTION Beweeg College ISW Sweelincklaan

Maris College - StatenkwarLocatie, Lyceum Ypenburg

30

29

73 14

28 24

69 51

27 32

15 13

10

Maris College - loc. Kijkduin

10

9

Vrije School Z-Holland

9

8

Veurs College

8

6 244

151

57

5

625

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

30

16

13

Esloo Onderwijsgroep

32

17

15

St Maartenscollege SGM

44

17

16

ISW

47

18

17

Lentiz Dalton Mavo& Groene

51

19

17

Chr Coll De Populier

55

19

18

St. Stanislascollege

72

20

19

Maris College - loc. Houtrust

72

22

19

SGM Haags Montessori Lyc

76

22

20

Geref SGM Randstad

115

23

22

ISW Irenestraat

133

24

22

AOG

165

27

23

SGM het Segbroekcollege

taal

29

24

SCZ - Picasso Lyceum

Eindtotaal

81

27

Interconf Hofstadcollege

Erasmuscollege

41

28

44

ren in-

stalleren

48

SGM Dalton Vatel

Eindto-

en

Chr Lyceum Delft

Scholengr. Den Haag Zuid-

Produce-

N.v.t.

6 506

5

1.583

90

Jaar Plaats

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

DELFT

6.948

6.918

6.997

7.030

7.142

7.198

7.255

7.263

7.193

7.273

LEIDSCHENDAM

1.063

1.023

1.026

1.086

1.136

1.103

1.071

999

895

918

MAASLAND

475

508

517

537

536

538

564

539

551

564

MONSTER

152

252

246

209

184

152

NAALDWIJK

3.756

3.905

4.057

4.221

4.248

4.206

4.139

4.105

4.135

4.242

PIJNACKER

1.294

1.296

1.291

1.310

1.324

1.290

1.319

1.346

1.298

1.327

POELDIJK

453

436

422

406

408

410

373

378

403

397

RIJSWIJK ZH

2.360

2.278

2.302

2.310

2.361

2.354

2.388

2.372

2.290

2.291

‘s-GRAVEN-

24.674

25.390

26.069

26.607

27.022

27.765

28.461

28.652

28.815

29.119

‘s-GRAVEN-

1.396

1.328

1.387

1.434

1.424

1.342

1.535

1.505

1.521

1.585

VOORBURG

3.723

3.803

3.873

3.813

3.816

3.817

3.729

3.733

3.697

3.621

WASSENAAR

2.241

2.188

2.148

2.067

1.995

1.953

1.884

1.890

1.888

1.912

ZOETERMEER

7.895

Eindtotaal

7.906

7.997

8.119

8.025

8.015

7.839

7.738

7.657

7.718

57.231

58.332

59.149

59.621

60.143

60.557

60.520

60.343

60.967

Tabel: leerlingaantallen voortgezet onderwijs Haaglanden havo en vwo.

7.7 Leerlingaantallen MBO in Zuid-Holland (1 okt 2020) Tabel 11: Leerlingaantallen mbo Zuid-Holland MBO SECTOR ZUID HOLLAND Rijlabels DORDRECHT ROC Da Vinci College LEIDEN Leidse Instr Makers Sch MboRijnland

(Alle) Deelne2016

Deelnemers 2017

Deelnemers 2018

Deelnemers 2019

Deelnemers 2020

8445

8391

8250

7850

8445

8391

8250

7850

7733 7733

17482

17040

16834

16661

17456

301

306

312

311

325

11135

12668

16522

16350

17131

ROC Leiden

6046

4066

ROTTERDAM

49151

48917

48474

49339

50714

Albeda

19488

19577

19953

20421

21671

Grafisch Lyceum R'dam

4093

3924

3642

3676

3726

HMC

3645

3767

3927

3946

4058

STC

6197

5683

5385

5035

4624

Zadkine

15728

15966

15567

16261

16635

‘s-GRAVENHAGE

16492

17305

18438

19003

19977

ROC Mondriaan

16492

17305

18438

19003

19977

VLAARDINGEN

1266

1400

1676

1654

1703

Lentiz

1266

1400

1676

1654

1703

Eindtotaal

92836

93053

93672

94507

97583

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

91

7.8 Deelnemersaantallen ROC Mondriaan technische opleidingen naar niveau (okt 2020)

MBO SECTOR

Techniek

ROC Mondriaan

INSTELLINGSNAAM Rijlabels Afbouw, hout en onderhoud 2

Deelnemers 2016

Deelnemers 2017

Deelnemers 2018

Deelnemers 2019

Deelnemers 2020

157

122

116

128

134

88

109

115

50

59

76

78

124

85

Medewerker schilderen (Schilder)

47

3

Onderhoud- en verbouwbedrijf

21

Onderhoud- en verbouwbedrijf (Servicemedewerker gebouwen)

10

Schilder

1

Schilderen

30

Servicemedewerker gebouwen

15

32

29

33

37

33

37

28

19

19

12

12

3

Allround vakkracht onderhouden klussenbedrijf

14

11

7

Gezel schilder

Medewerker schilderen (Gezel schilder aankomend voorman) Onderhoud- en verbouwbedrijf

Onderhoud- en verbouwbedrijf (Allround ondernemer klussenbedrijf)

12 16

20

4

3

1

370

408

437

431

164

186

217

226

3

6

22

24

8

7

15

15

78

153

173

180

187

45

48

48

56

59

1

1 58

2 13

Schilderen

2

Bouw en infra

360

1

7

14 Assistent bouw en infra (Assistent bouw en infra)

2

14 143

Metselaar Metselaar (Metselaar inclusief casco lijmwerk)

Metselaar (Metselaar inclusief lichte scheidingswanden) Metselen

3 2 1

Tegelzetten

2

Tegelzetter

4

Timmeren

53

Timmerman 3 Allround Metselaar Allround timmerman

2

24

51

34

33

18

3

Timmerman (Allround timmerman nieuwbouw)

7

10

5

1

Timmerman (Allround timmerman restauratie)

1

3

1

Metselaar (Allround Metselaar inclusief nieuwe metseltechnieken)

1

Tegelzetter (Allround tegelzetter)

1

Timmeren

1

Timmerman (Allround timmerman bouw- en werkplaats)

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

92

4 Middenkader bouw en infra

Middenkaderfunctionaris Bouw

Middenkaderfunctionaris bouw en infra (Middenkaderfunctionaris infra)

Middenkaderfunctionaris Infra

Werkvoorbereiden (Werkvoorbereider fabricage)

158

174

164

146

69

46

57

42

46

26

Middenkaderfunctionaris bouw en infra (Middenkaderfunctionaris bouw)

Middenkaderfunctionaris bouw en infra (Middenkaderfunctionaris landmeetkunde)

158

50

75

63

45

31

25

9

1

32

24

15

5

1

2 16

22

32

35

1

Werkvoorbereiden (Werkvoorbereider installatie) Handel en ondernemerschap 2 Basismedewerker mode

Medewerker mode/maatkleding (Basismedewerker mode/maatkleding) 3 Allround medewerker mode/maatkleding

Medewerker mode/maatkleding (Allround medewerker mode/maatkleding) 4

Fashion design&productmanagement

Installeren (Leidinggevend monteur elektrotechnische installaties) Installeren (Leidinggevend monteur werktuigkundige installaties)

12

12

5

1

443

449

419

418

386

64

75

66

58

57

37

75

66

58

57

95

78

80

70

66

42

64

80

70

66

273

290

263

27

53

14

284

296

83

82

16

17

14

75 1

11

10

6

2

Junior productmanager fashion

9

22

13

18

20

Junior stylist

51

103

66

78

70

Medewerker design (Medewerker styling)

56

23

13

7

Specialist mode/maatkleding

113

114

91

106

83

Technisch Leidinggevende

8

3

15

Productiecoördinator (Commercieel medewerker fashion)

Werkplaatsmanagement Mobiliteitsbranche (Werkplaatsmanager Motorvoertuigentechniek) Informatie en communicatietechnologie 2

7 601

566

560

581

701

45

43

45

41

49

43

45

41

ICT-medewerker (Medewerker ICT)

20

Medewerker ICT

25

21

Medewerker ICT-support 3

Allround medewerker IT systems and devices ICT-medewerker (Medewerker beheer ICT)

28 152

155

163

91

50

2

172

94

39

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

93

IT-systems and devices Medewerker beheer ICT 4 Applicatie- en mediaontwikkelaar

Applicatie- en mediaontwikkeling (Applicatieontwikkelaar) Expert IT systems and devices

ICT- en mediabeheer (ICT-beheerder)

2 61

105

161

172

53

404

368

352

368

558

70

120

179

182

119

128

53

6

2

64

35

1

91

ICT- en mediabeheer (Netwerkbeheerder)

47

6

ICT-beheerder

82

112

119

149

44

IT-systems and devices Netwerk- en mediabeheerder

163 13

42

47

35

3

Software developer Mobiliteit en voertuigen 1

138 622

664

746

821

908

323

307

387

453

496

31

56

59

60

62

9

8

15

219

266

302

49

47

43

1 Assistent mobiliteitsbranche

2 Autoschadehersteller

Autoschadehersteltechniek (Autoschadehersteller niveau 2)

1

20

Autospuiter

1

6

Autospuiter (Autospuiter niveau 2)

5

1

Autotechnicus

88

154

Autotechniek (Autotechnicus)

104

21

Bedrijfsautotechnicus

21

35

Bedrijfsautotechniek (Bedrijfsautotechnicus)

6

1

Fietstechnicus

12

22

31

45

48

Scootertechnicus

7

11

20

27

26

Tweewielertechniek (Fietstechnicus)

19 248

250

258

300

8

5

1

Tweewielertechniek (Scootertechnicus) 3

Autoschadehersteltechniek (Autoschadehersteller niveau 3)

9 182 5

Autospuiter (autospuiter niveau 3)

4

Autotechniek (Eerste autotechnicus)

56

38

16

6

3

2

4

9

9

17

Bedrijfsautotechniek (Eerste bedrijfsautotechnicus) Eerste Autoschadehersteller

24

Eerste Autospuiter

3

12

10

13

12

Eerste Autotechnicus

63

137

180

187

216

Eerste Bedrijfsautotechnicus

8

17

23

21

23

Eerste Fietstechnicus

4

6

5

4

7

Eerste Scootertechnicus

3

7

6

1

1

Serviceadviseur Mobiliteitsbranche

10

16

6

3

3

Tweewielertechniek (Eerste Fietstechnicus)

6

116

109

109

110

112

63

28

22

5

11

11

7

Verkoopadviseur Mobiliteitsbranche 4

Autotechniek (Technisch specialist personenauto's) Bedrijfsautotechniek (Technisch specialist bedrijfsauto's) Technisch Specialist Bedrijfsauto's

5

13

4 4

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

4

94

Technisch Specialist Personenauto's

45

70

76

98

108

Niet toebedeeld aan Opleidingsdomeinen

83

183

239

193

201

83

183

239

193

201

Assistent bouwen, wonen en onderhoud

24

57

64

38

50

Assistent installatie- en constructietechniek

16

19

44

34

35

Assistent logistiek

26

47

62

59

48

1

Assistent mobiliteitsbranche Techniek en procesindustrie 2 Constructiewerker

Elektrotechnische industriële producten en systemen (Monteur) Installeren (Monteur elektrotechnische installaties) Installeren (Monteur werktuigkundige installaties) Monteur elektrotechnische installaties

Monteur elektrotechnische systemen

17

60

69

62

68

922

1014

1109

1145

1267

205

249

294

325

378

19

15

23

37

34

44

16

2

1 72 43

13

2

39

98

150

165

208 2

Monteur mechatronica

9

17

6

13

20

Monteur werktuigkundige installaties

22

62

97

108

114

284

312

306

287

346

3

Allround constructiewerker

Eerste monteur elektrotechnische industriële installaties en systemen Eerste monteur elektrotechnische installaties woning en utiliteit Eerste monteur elektrotechnische systemen

Eerste monteur mechatronica

16 5

11

15

17

19

38

84

126

135

148

6

16

18

11

23 17

23

Eerste Monteur utiliteit

3

6

10

14

20

Eerste Monteur woning

25

37

75

87

96

8

4

125

92

31

74

62

31

6

1

433

453

509

533

543

18

25

33

27

12

4

3

1

17

13

Elektrotechnische industriële producten en systemen (Eerste monteur)

Installeren (Eerste monteur elektrotechnische installaties) Installeren (Eerste monteur werktuigkundige installaties) 4 Commercieel technicus engineering

Elektrotechnische industriële producten en systemen (Technicus)

Middenkader engineering (Commercieel technicus) Middenkader engineering (Technicus)

Technicus elektrotechnische industriële installaties en systemen Technicus elektrotechnische installaties woning en utiliteit Technicus engineering

Technicus mechatronica systemen

Transport, scheepvaart en logistiek

15

5

135

79

5

1

3

8

20

39

65

99

124

240

299

378

358

345

230

275

250

276

19 176

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

32

49

95

2 Logistiek medewerker

46

73

91

103

134

45

73

91

103

134

Logistiek medewerker (Logistiek medewerker)

1

3

91

97

94

68

75

Logistiek teamleider

50

79

91

68

75

Logistiek teamleider (Logistiek teamleider)

41

18

3

39

60

90

79

67

9

41

82

78

67

30

19

8

1

3364

3598

3872

3973

4 Logistiek supervisor

Logistiek supervisor (Logistiek supervisor KC Handel) Eindtotaal

Richting

7.9 Landelijke studenten verdeling in het hbo (okt 2020) 2016

2017

2018

2019

2020

Economie Gedrag en maatschappij

172164 54460

173106 53234

173083 51715

175445 52148

182784 55553

Gezondheidszorg

45045

46934

48699

51097

56077

Onderwijs

58635

58095

57620

58091

62201

Landbouw en natuurlijke omgeving Sectoroverstijgend

11569 197

12186 255

12305 300

12503 364

13036 535

Taal en cultuur

16870

17292

17697

17888

18789

Eindtotaal Percentage Techniek

447159 19,7%

453403 20,4%

456564 20,8%

464225 20,8%

490452 20,7%

Techniek

Richting

4304

88219

92301

95145

96689

101477

7.10 HBO-Studentenverdeling in Zuid-Holland (okt 2020) 2016

2017

2018

2019

2020

Economie

38108

38642

39026

39482

41012

Gedrag en maatschappij

9209

9099

8773

8847

9541

Gezondheidszorg

7442

7825

7811

8164

8961

Landbouw en natuurlijke omgeving

545

580

627

654

675

Onderwijs

10828

10880

10942

11116

12254

Taal en cultuur

4028

4044

4132

4345

4650

Techniek

17744

18540

19099

19037

20006

Eindtotaal

87904

89610

90410

91645

97099

Percentage Techniek

20,2%

20,7%

21,1%

20,8%

20,6%

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

96

7.11 Studentenaantallen technisch hbo in Zuid-Holland Rijlabels

2016 - 2020 (1 okt 2020)

De Haagse Hogeschool

Ad Projectleider Techniek B Bouwkunde

B Chemische Technologie B Civiele Techniek

B Communication and Multimedia Design B Elektrotechniek B HBO-ICT

B Industrieel Product Ontwerpen B Mechatronica

B Mens en Techniek

B Ruimtelijke Ontwikkeling

B Technische Bedrijfskunde B Technische Natuurkunde B Toegepaste Wiskunde B Werktuigbouwkunde

Hogeschool INHOLLAND

B Luchtvaarttechnologie Hogeschool Leiden B Bio-informatica

B Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek B Chemie

B Informatica

Hogeschool Rotterdam Ad Engineering

Ad ICT Internet of Things

Ad ICT Service Management

Ad Integraal Bouwmanagement Ad Logistiek Management

Ad Maintenance & Mechanics B Automotive

B Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek B Bouwkunde B Chemie

B Chemische Technologie B Civiele Techniek

B Communication and Multimedia Design

B Creative Media and Game Technologies B Elektrotechniek

B Industrieel Product Ontwerpen B Informatica

B Logistics Engineering B Maritiem Officier

B Maritieme Techniek B Mens en Techniek

B Ruimtelijke Ontwikkeling

B Technische Bedrijfskunde B Technische Informatica B Watermanagement

B Werktuigbouwkunde

2016

2017

2018

2019

2020

Groei

35

16

3

-

-

-100%

7.205 362

294 303 719

281

1.765 681

260

450 198

323

375

236 923 531 531

2.015 267

625 373

750

7.993 177 -

163 24 -

57

302 531

642 243 261

421

603 324

355 298 793

280 328

256

265 225

540 226

248 431

7.296 356 294 297 718

280

1.894 618

305 421

223

346

350 263 915

591 591

2.103 236 710

370 787

8.550 202 -

237 71

124 75

292 513

653 243

264

409

648 315

381

309 882 252

309 262 257

248 622 273 273

436

7.335 371

281

320 742 301

1.910 602

300 390 217

362

364 297

875

606 606

2.369 243

802 392 932

8.789 208 -

244 84

248 62

319

490 796

256

244

396 616

280

356 334

906 237 272

264 229

305 582 323

286 452

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

7.116 382

248

300 711

290

1.863 615

326

365 224

355 363

285 789

608 608

2.423 264

828 378

953

8.890 210 22

223 113

306 44

324 472 921

253

260 391

566 256 326 332 871

209 265 274 218

349 625

344 286

430

7.233

0%

454

25%

209 287

734

239

1.968 621

386 341 215

388 359 276

756 706 706

2.613 271

930 395

1.017

9.454 206 42

219

146

407

-29% -5% 2%

-15% 12%

-9%

48%

-24% 9%

20% -4% 17%

-18% 33% 33%

30% 1%

49% 6%

36% 18%

16% 34%

508%

44

-23%

527

-1%

326 1.074 286 230

356

559 302 319

336

953 195

245 280 205 410

659 368 298 462

8%

67% 18%

-12%

-15% -7% -7%

-10% 13%

20%

-30%

-25% 9%

-23% 82% 22%

63% 20% 7%

97

Eindtotaal

17.744

18.540

19.099

19.037

20.006

13%

Overzicht D

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

98

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14917360/1