CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS320607 Bijlage 1 - Rapport 'Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op Zee Campus in Scheveningen' door ECHT en EduQuipment

Commissie Bestuur 9 april 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Opvolging initiatiefvoorstel Maak werk van energie Een wind op zee campus op Scheveningen, RIS32060728.016 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Van het totaal aantal banen in de aquacultuur sector in Nederland bevindt op dit

moment zo’n 20% zich in Den Haag, zonder dit uit te splitsen over banen op land of op zee. Naar verwachting groeit de sector in Den Haag tot 2030 met 50%, maar

veel zal afhangen van de toekomstige technologische ontwikkelingen, alsmede de ruimte die zij krijgen op de Noordzee.

“Visserij is mooi en avontuurlijk werk doen, in en met de natuur! Vis is voedsel dat mensen nodig hebben. Jij kan in de visserij, in samenwerking met je collega’s, een goede boterham verdienen!”

- Kees Taal, Business Manager W. van der Zwan & Zn.

“De zeewiersector biedt volop kansen voor innovatie en werkgelegenheid, niet alleen voor het telen op zee, maar ook voor het verwerken en op de markt

brengen aan land. Om het potentieel te verwezenlijken zijn alle hens aan dek nodig en zijn we blij om samen te werken met alle partijen in de regio Den Haag.”

- Zinzi Reimers, Manager Offshore Test Site North Sea Farmers

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

31

Type werkgelegenheid De visserijsector kenmerkt zich door veel zwaar werk op mbo-niveau. Vissers zijn

vaak meerdere dagen achtereen van huis, waardoor kunnen werken en leven met een team vereisten zijn om aan de slag te kunnen in de visserij. Naast het aan

boord halen en verwerken van de vis zijn ook technici belangrijk om alle systemen aan boord van de boot werkend te houden.

Voor de nieuwe banen in de aquacultuur is op dit moment nog zeer weinig duidelijk qua vereiste competenties, vaardigheden en opleidingsniveaus. Naar ver-

wachting zal het soort werkzaamheden vooral neerkomen op taken die ook vissers nu al doen. Het aan boord brengen van het voedsel, deze verwerken en in de ha-

ven overslaan zullen waarschijnlijk de kerntaken worden, alhoewel de mogelijkheid ook bestaat dat er grotendeels geautomatiseerd wordt om het werk te verlichten. De vraag naar aquacultuur zal de komende jaren verder toenemen, maar de op-

lossingen voor deze opschaling zijn op dit moment nog onvoldoende op de markt.

Naast de voor de hand liggende banen als werknemer liggen er dus ook kansen

om ondernemer te worden in deze sector, en zo de kansen te pakken die dit biedt. Behoefte van de markt De visserijsector heeft aangegeven tot 2030 een kleine groei te verwachten in het

aantal banen op mbo 1 en 2 niveau. Hierbij worden wel belangrijke kanttekeningen

gemaakt dat er veel onzekerheid heerst in de sector over de toekomst door een

groot aantal externe factoren. Stikstof wordt hierbij als grootste uitdaging op korte termijn genoemd, gevolgd door onzekerheid over de toekomstige ruimte om te vissen op de Noordzee.

Voor nieuwe partijen als zeewierkwekers geldt dat zij op dit moment ten hoogste in de demonstratiefase zitten. De belangrijkste groei op korte termijn zit in onderzoe-

kers op hbo- en wo-niveau. Zelf zijn zij dan ook nog niet bezig met personeelsgroei op de (middel)lange termijn. Het doel van North Sea Farmers is grootschalige uit-

rol na 2030, waardoor het op dit moment niet mogelijk is om een reële inschatting te geven van de verwachte behoefte aan personeel de komende jaren. Hun beste

inschatting zal in 2030 zo’n 500-100 fte werkzaam zijn in deze sector in Den Haag.

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

32

“Dit is de eerste keer dat zeewier voor meer dingen gebruikt kan worden dan alleen sushi. Mijn interesse is gewekt!”

- Haagse Jongerenambassadeur

Natuur

Groeiverwachting algemeen Natuurversterking krijgt een steeds grotere rol in discussies over hoe we om moeten gaan met de Noordzee. Een belangrijk voorbeeld hiervan is de lopende wind

op zee tender voor het Windpark Hollandse Kust Zuid (site VI). Om deze tender te winnen moeten bedrijven voorstellen doen voor het versterken van de natuur en

beperken van de impact. De verwachting is dat de komende jaren dit een steeds belangrijker onderdeel zal worden van alle activiteiten op zee.

De natuursector in de blauwe economie richt zich voornamelijk op het versterken van de aanwezige natuur, en het mitigeren van maatregelen die een negatieve

impact hierop hebben. Bij windparken betekent dit bijvoorbeeld dat er nu veel on-

derzoek plaatsvindt naar welke soorten last hiervan hebben, maar ook hoe de natuur in een windpark versterkt kan worden. Op dit moment loopt er een tender

waarbij de winnaar wordt aangewezen op basis van het plan wat hij op dit onderwerp inlevert.

Groeikansen Den Haag In de offshore test site van Den Haag vindt op dit moment onderzoek plaats naar natuurversterking vanuit ‘De Rijke Noordzee’ 20. Hiermee wordt kennis opgedaan

over natuurversterking voor de kust van Den Haag. Dit biedt kansen voor partijen

in Den Haag die innovatieve manieren van natuurversterking willen testen.

20

https://www.derijkenoordzee.nl/locaties/offshore-test-site

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

33

Bij de start van het programma De Rijke Noordzee waren het aantal ecologen werkzaam bij windpark ontwikkelaars op een hand te tellen. Door de klimaat

ambities en de daaruit voortkomende doelstelling voor offshore wind is de rol

van ecologen cruciaal geworden in het behalen van de klimaat ambities. Ecologische Innovatie en Wind een nieuwe markt met nieuwe spelers en nieuwe kansen!

- Erwin Coolen, Projectdirecteur De Rijke Noordzee

Type werkgelegenheid Voor dit soort werk vinden veel werkzaamheden op hbo- en wo niveau plaats,

waarbij er een sterke focus ligt op het onderzoekswerk. Voor de komende jaren

wordt er over het algemeen ook een verdere groei verwacht in de vraag naar ecologen, maar exacte getallen hierover zijn niet bekend.

De stakeholders denken dat zo’n 8% van de natuur-gerelateerde banen in de

blauwe economie zich in Den Haag bevindt, zonder dit uit te splitsen over banen

op land en zee. Naar verwachting groeit de sector in Den Haag tot 2030 met 87%. Opleidingsniveau

MBO 1&2

MBO 3&4 0-1000

0-2000

0-4000

Aantal banen in Den Haag (2030)

0

0 – 80

0 – 160

0 – 320

Aantal banen in NL (2030)

0

HBO

WO

Tabel 5: Verwacht aantal banen per opleidingsniveau in Nederland en Den Haag in de Natuur sector in het jaar 2030.

Behoefte van de markt Natuurversterking heeft de afgelopen jaren een snelle opmars gemaakt in de

blauwe economie qua aandacht die er is voor het onderwerp. Dit betekent dat bij

vrijwel elk nieuw project dat start op zee er een of meerdere hbo of wo opgeleide ecologen betrokken worden. De verwachting is dat dit de komende jaren verder

zal groeien door steeds strengere regelgeving. Bedrijven hebben deze behoefte

echter nog niet actief in beeld, zij kijken de ontwikkelingen op dit moment aan.

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

34

Meervoudig Ruimtegebruik

Figuur 12: Grafische weergave van verwachte minimale en maximale aantal banen per niveau en

deelsector in Den Haag in het jaar 2030.

Binnen vrijwel alle deelsectoren in de Haagse blauwe economie wordt de ko-

mende jaren een groei verwacht in de werkgelegenheid. Expliciete getallen zijn er

echter niet bij de bedrijven, veel bedrijven wachten af hoe de markt zich ontwikkelt

en gaan pas op zoek naar nieuwe mensen als de nood zich aandient. Dit komt ook veel voor bij de innovatieve sectoren die zich in Den Haag hebben gevestigd. Dit is ook terug te vinden in Figuur 12, waarin zowel de ondergrens als bovengrens zijn

aangegeven zoals opgehaald bij de stakeholders tijdens de workshops. Hieruit

blijkt dat, afhankelijk van de ontwikkelingen er of nagenoeg geen nieuwe banen bijkomen tot 2030, of een zeer grote hoeveelheid op bijna alle niveaus.

De uitdaging van het op tijd beschikbaar hebben van voldoende opgeleid personeel vraagt echter om verder vooruitkijken. Om in 2030 voldoende mensen be-

schikbaar te hebben moeten jongeren en kinderen nu al in aanraking komen met de mogelijkheden in de blauwe economie. Des te eerder ze hiermee in aanraking

komen, des te groter de kans dat ze uiteindelijk ook in de sector aan de slag gaan.

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

35

Figuur 13: De verwachte ontwikkelingen tot 2030 vragen nu al om actie om de medewerkers van de toekomst te interesseren in de blauwe economie.

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

36

3 Aanbod aan de markt

3.1 De arbeidsmarkt in Den Haag en omstreken

Hoewel de focus van de Wind op Zee Campus op de gemeente Den Haag ligt, zijn

omliggende gemeentes ook belangrijk voor het aanbod van studenten die mogelijk kunnen instromen in het mbo en hbo. Het is bekend dat toekomstige mbo studenten hun studiekeuze sterk laten afhangen van de afstand die afgelegd moet

worden om de onderwijsinstelling te bereiken. Daarom zal voor de instroomcijfers

enkel gekeken worden naar het stadsgewest Haaglanden. Haaglanden omvat de gehele Haagse agglomeratie: negen gemeenten die ongeveer een miljoen inwoners en een oppervlakte van 405 km² telt. Het stadsgewest maakt deel uit van de Zuidvleugel van de Randstad en omvat de gemeentes Den Haag, Zoetermeer,

Westland, Delft, Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar en Midden-Delfland.

De arbeidsmarkt in Haaglanden wordt primair gevormd door de specialistische zakelijke dienstverlening, gevolgd door Bouwnijverheid en detailhandel. Voor de

ontwikkeling van de beroepsbevolking, kijkend naar Den Haag, kunnen we een positieve verwachting in ieder geval tot 2030 noteren zoals te zien is in Figuur 15.

Figuur 14: bron https://denhaag.incijfers.nl/dashboard/Overzichten/Werk-en-inkomen/

Werkloosheid

De werkloosheid is op dit moment in Nederland historisch laag. In 2021 daalde de

werkloosheid gedurende het hele jaar naar een laagterecord van 3.7 procent. Ook in Den Haag is deze trend zichtbaar. Naast de ca 303.000 werkenden in Den Haag,

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

37

ontvangen in juni 2021 nog ca 6000 inwoners een WW-uitkering. Dit is bijzonder

laag.

Figuur 12: Uitkeringsontvangers WW in Den Haag 2021, bron: statline

21

Figuur 12 toont een daling in WW-uitkeringen in Den haag en sluit aan op het lan-

delijke beeld dat er nu meer vraag naar personeel is, dan dat er aanbod is. De

kranten en nieuwswebsite staan vol met artikelen met zorgen van sectoren over het aanbod van nieuw personeel. Zo ook in het Algemeen Dagblad 22, waar de

technische sector de noodklok luidt, want in de komende jaren zullen de perso-

neelstekorten in de techniek nog verder oplopen. In Den haag en omgeving is dit niet anders.

Spanningsindicator

De spanning op de arbeidsmarkt wordt jaarlijks door het UWV uitgedrukt in een

zogenoemde spanningsindicator. De spanningsindicator deelt het geschatte aantal openstaande vacatures door het aantal personen dat op hetzelfde moment

korter dan 6 maanden WW-uitkering ontvangt. Deze spanningsindicator geeft een

indicatie van de spanning op de arbeidsmarkt per beroepsgroep en wordt uitgedrukt in termen als een krappe markt, een ruime markt, of een arbeidsmarkt met gemiddelde spanning. Figuur 15 toont in licht blauw de spanning van de regio

Haaglanden, ten opzichte van het landelijk beeld (donkerblauw). Hierin is duidelijk

21 22

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/80794NED/barv?ts=1647604096610&fromstatweb=true

https://www.ad.nl/werk/vier-op-de-vijf-technische-bedrijven-maakt-zich-zorgen-duizenden-nieuwe-vak-

mensen-nodig~af4a8a7e/

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

38

zichtbaar dat vooral de beroepen rondom ICT, techniek, transport en logistiek en de agrarische sector kampen met een zeer krappe arbeidsmarkt.

Figuur 15: Vergelijkende spanningsindicator voor Nederland en Haaglanden, bron werk.nl

Een zeer krappe arbeidsmarkt maakt het werven van personeel voor een relatief

onbekende blauwe economie extra moeilijk. Er is al veel vraag vanuit bestaande

sectoren en branches die al sterk vertegenwoordigd zijn. Ook de energietransitie in de gebouwde omgeving, wat een directe concurrent is vanuit dezelfde bron van professionals, vraagt om veel extra personeel.

Jeugdwerkloosheid

Haaglanden kent een werkgeversservicepunt wat bestaat uit een samenwer-

kingsverband tussen gemeenten, UWV, vakbonden, onderwijsinstellingen, werkgeversorganisaties en Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. Het doel van

het werkgeversservicepunt is werkloze mensen zo snel weer aan het werk helpen. Het werkgeversservicepunt benadrukt de complexiteit van het bestand. De kaar-

tenbakken zijn nog slechts gevuld met werkzoekenden die niet zelfstandig in staat

zijn een baan te vinden. Er is nu zoveel werk dat iedereen die actief op zoek is naar een baan deze inmiddels zelfstandig heeft kunnen vinden. Het jongerenbestand

bestaat derhalve vooral uit (onzelfstandige) jongeren met een lager opleidingsniveau en vaak een meervoudige problematiek.

Daarmee biedt dit bestand wel degelijk kans op instroom naar de arbeidsmarkt. “Er zit echt wel potentieel in ons werkzoekenden bestand, echter zullen we ons

moeten inzetten om hen te enthousiasmeren voor deze job/sector”. Deze (vaak

kwetsbare) groep is gebaat bij baanzekerheid en perspectief. Een grove inschat-

ting leert dat per half jaar ca 15 deelnemers geselecteerd kunnen worden om een scholingstraject naar niveau 2 succesvol te realiseren”. Uit eerdere projecten die

zijn uitgevoerd in samenwerking met het werkgeversservicepunt blijkt dat deze

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

39

trajecten vooral kansrijk blijken wanneer de sector serieus werk van maakt en invulling geeft aan drie belangrijke punten: 1.

Promotie van het vak binnen de doelgroep (onbekend maakt onbemind) met daarbij het vak op een voetstuk zetten. Maak het speciaal en spreek aan op de trots van de jongeren.

2. Het bieden van perspectief middels bijvoorbeeld aantrekkelijke opleidingen, baangarantie of doorgroeimogelijkheden.

3. Een bedrijfsschoolmatige aanpak, naar voorbeeld van de politieschool,

waar men al gelijk aan het werk gaat tijdens de studie, lijkt hier kansrijk. Een voordeel van een dergelijk traject is dat een goede selectie onderdeel kan uitmaken van de procedure.

3.2 Aanbod uit het onderwijs

In 2021 volgen landelijk circa 1 miljoen jongeren een opleiding in het voortgezet onderwijs. Door te kijken naar de verdeling van leerlingen na de brugklassen, krijgt

men een beeld van de landelijke verdeling van het aantal leerlingen per school-

type. Het aantal leerlingen in leerjaar 3 en 4, zoals zichtbaar in Figuur 17, geeft een beeld van de verdeling over de verschillende schooltypes: vmbo, havo en vwo.

Leerlingen van het vmbo stromen door naar het mbo en vanuit het havo en vwo

door naar respectievelijk hbo en wo. Zoals vastgesteld in de inleiding beperken wij ons bij dit onderzoek tot alleen mbo en hbo.

Figuur 16: Landelijke verdeling van leerlingen in het voortgezet onderwijs

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

40

Uitstroom vmbo

Uitstroom vmbo algemeen Van alle jongeren die een opleiding volgen in het voortgezet onderwijs volgt ongeveer 50% van de leerlingen een vmbo-opleiding, wat in 2021 neerkwam op bijna

185.000 leerlingen. Sinds 2016 is er een lichte daling van het aantal vmbo-leerlingen.

In het voortgezet onderwijs wordt in het vmbo een sectorkeuze gemaakt. In 2021

kiezen 33.091 leerlingen (17,9%) voor de sectorkeuze techniek. In 2012 was dit bijna

12,7%. Jaarlijks stijgt de landelijke interesse in het vmbo voor technische opleidingen.

Figuur 17: Landelijk trend in sectorkeuze vmbo, bron duo, eigen bewerking

Leerlingaantallen vmbo in Haaglanden In Haaglanden volgen in 2021 in totaal 60.967 leerlingen het voortgezet onderwijs.

Sinds 2012 heeft het voortgezet onderwijs een lichte groei doorgemaakt van 4.537

extra leerlingen tot 2021 (zie appendix 0).

Door te kijken naar het aantal leerlingen in leerjaar 3 en 4 krijgen we een beeld van het aantal leerlingen dat voor techniek heeft gekozen in het vmbo in Haaglanden. Het totaal aantal leerlingen vmbo in jaar 3 en 4 ligt rond 11.000 (zie appendix 7.5).

In 2021 koos 14,5% van de vmbo-leerlingen in Haaglanden voor de technische sector. Landelijk ligt dit getal iets hoger, namelijk op 18,7%.

In het vmbo kan onderscheid gemaakt worden tussen de theoretische leerweg en

de kaderberoepsgerichte leerweg. De theoretische leerweg focust zich meer, zoals de naam al aangeeft, op de theorie en minder op praktijkonderwijs. Terwijl kader-

beroepsgerichte leerweg een leerroute is waarin men veel leert door middel van

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

41

praktisch onderwijs. Wanneer we de jaren 2018 – 2021 verdelen naar leerweg en

weergeven in een grafiek zien we in Figuur 18 een sterke daling in technische belangstelling binnen de theoretische leerweg. Binnen de kaderberoepsgerichte leerweg stijgt de belangstelling enigszins.

Figuur 18: Belangstelling in het 3e en 4e leerjaar vmbo voor techniek in Haaglanden

De daling in het aantal leerlingen dat kiest voor de technische sector is een zorgelijke indicator voor de doorstroom naar het technische MBO en daarmee de uiteindelijke uitstroom naar technische beroepen.

In de regio Haaglanden bevinden zich in totaal 33 middelbare scholen met een

technische afdeling. De technische afdeling is onderverdeeld in vijf subafdelingen: 1.

Bouwen, wonen en interieur

2. Media, vormgeving en ICT 3. Mobiliteit en transport

4. Produceren, installeren en energie 5. Overig

In appendix 7.6 vindt men een overzicht van de leerlingaantallen per subafdeling binnen de technieksector.

Binnen Haaglanden werken de verschillende vmbo-scholen samen met het ROC Mondriaan in het project ‘Sterk Techniek Onderwijs Haaglanden’ (STOHA) 23. Het STOHA organiseert samenwerking tussen de verschillende scholen en regionale bedrijven en biedt een goede basis om samenwerking op te baseren. Binnen dit project zijn 5 programmalijnen ontwikkeld: 1. Samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven 2. Instroom en professionalisering van techniekdocenten 3. Techniekfaciliteiten

4. Onderwijsinnovatie en een doorlopende leerlijn

5. Loopbaan oriëntatie, -begeleiding en promotie

23

https://www.sterktechniekonderwijs.nl/regio/haaglanden

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

42

Figuur 19: visualisatie van het STOHA-samenwerkverband

Het Maris college, één van de 33 voortgezet onderwijsinstellingen in Haaglanden,

geeft invulling aan deze programmalijnen middels hun aanpak Techniek aan Zee. In de visafslag in Scheveningen is een technische hotspot gecreëerd waar leer-

lingen van alle Maris-opleidingslocaties technieklessen volgen welke gerelateerd

zijn aan de zee. Op deze locatie worden leerlingen geënthousiasmeerd voor techniek door met behulp van moderne gereedschappen, zoals 3D printers en laser-

snijders, de belangstelling voor techniek en de Noordzee te stimuleren. Het project Techniek aan Zee is erg succesvol en onder scholen is veel belangstelling om gebruik te maken van deze hotspot. Door samen met de Hotspot en de directie van

het Mariscollege en met regionale bedrijven te werken aan een uitbreiding van het

aanbod voor jongvolwassenen en zij-instroom kan een baan in de windenergie of

blauwe economie.

Naast de hotspot Noordzee in Scheveningen zijn er meerdere hotspots in ontwik-

keling, o.a. in Voorburg, Naaldwijk, Delft en Rijswijk ieder met hun eigen thematiek. Eén van de nog te ontwikkelen programmalijnen binnen STOHA, is de programmalijn duurzame lifestyle waarvoor werkgevers in de blauwe economie van harte

worden uitgenodigd om op aan te sluiten. Hier zouden onder andere awareness

modules en trainingen voor basisvaardigheden voor ontwikkeld moeten worden. Een docentengroep is hiervoor al in gereedheid gebracht.

Van vmbo naar mbo Een indicatie voor het aantal vmbo-leerlingen dat doorstroom naar het mbo vin-

den we in de rapportage van Voroc en Spirit4you. Hieruit blijkt dat het aantal gediplomeerden leerlingen dat vanuit de vmbo-scholen uit de regio Haaglanden

doorstroomt naar het mbo is in de jaren 2018-2019 en 2019-2020 redelijk constant

is gebleven: • •

In schooljaar 2018-2019 stroomde 88,1% door naar het mbo en In schooljaar 2019-2020 stroomde 87,6% door naar het mbo.

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

43

In 2018-2019 stroomde ongeveer 75% van de vmbo-gediplomeerden uit regio

Haaglanden door naar het ROC Mondriaan en MBO Rijnland. De meeste leerlingen

stromen binnen op niveau 2 en niveau 4 zoals te zien is in Tabel 6. Kwalificatieniveau

2

3

4

Gemiddeld

Overig

22,5%

17,6%

12,4%

17,5%

Mbo

8,2%

28,5%

4,4%

Havo

Vmbo Vwo

0,9%

68,3% 0,1%

1,9%

51,9% 0,1%

4,2%

78,8% 0,1%

2018-2020 2,3%

13,7%

66,3% 0,1%

Tabel 6: Instroom per MBO-niveau naar rato van hoogst behaalde kwalificatie

Ruim 90% van de instroom naar techniek is mannelijk. De bijna 10% meisjes vinden we vooral terug in het domein Handel en ondernemerschap, waarin ook

mode/maatkleding is opgenomen. In totaal stromen in 2020: 108 meisjes en 1461 jongens in.

Instroom mbo

Instroom vanuit het mbo algemeen Mbo-onderwijs wordt in 2021 aangeboden verdeeld over 4 verschillende mbo-

sectoren: 1.

Economie

2. Groen

3. Techniek

4. Zorg en Welzijn Er zijn honderden verschillende opleidingen binnen het mbo. In de vier verschil-

lende sectoren zijn domeinen en kwalificaties opgenomen. Elke (beroeps)oplei-

ding is gebaseerd op een kwalificatie en één of meerdere keuzedelen die aan een

kwalificatie gekoppeld zijn. De kwalificaties vormen samen een kwalificatiedossier.

Dit dossier omvat de verschillende kerntaken, werkprocessen en competenties die

samen een opleiding vormgeven. Bi een dossier hoort een diploma die bewijst dat de student alles beheerst in het kwalificatiedossier. Het mbo bestaat uit vier niveaus: •

Niveau 1: dit opleidingsniveau leidt een leerling op tot assistent beroepsbeoefenaar.

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

44

•

Niveau 2: is een opleidingsniveau tot medewerker of basisberoepsbeoefenaar.

•

Niveau 3: met dit opleidingsniveau is een leerling opgeleid tot zelfstandig

medewerker of zelfstandig beroepsbeoefenaar. Dit wordt ook wel een vakopleiding genoemd.

•

Niveau 4: het hoogste mbo-niveau, leerlingen met dit opleidingsniveau

worden opgeleid tot middenkaderfunctionaris of gespecialiseerd beroepsbeoefenaar.

Om een beeld te krijgen van de mogelijke instroom uit het onderwijs kijken we naar landelijke en regionale ontwikkelingen in leerlingaantallen.

De onderwijsdata van DUO24 laten zien dat er in 2020 507.032 deelnemers zijn in

het mbo. Het totaal aantal leerlingen is landelijk over de periode 2016-2020 met

5,74 % gestegen. Jaarlijks groeide het totale deelnemersaantal met ca 1-2 %. Van het totaal aantal leerlingen mbo kiest (landelijk) ca 32% een opleiding binnen de

technische sector. Techniek laat landelijk een absolute stijging zien van 4,5% over

deze periode. De relatieve keuze voor een technische opleiding is van 33,1 % in 2016

gestegen naar 36,6% in 2020.

Figuur 20: Landelijke verdeling studentenaantallen mbo naar sector

24

Dienst Uitvoering Onderwijs (2021)

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

45

Instroom mbo Haaglanden Het mbo-techniek onderwijs in Zuid-Holland wordt verzorgd door zeven scholen: Albeda, Grafisch Lyceum R'dam, HMC, Leidse Instrument Makers School, Lentiz,

MBO Rijnland, ROC Da Vinci College, ROC Leiden. Binnen het domein techniek zijn 10 domeinen 25 benoemd.

We beperken deze regionale analyse tot ROC Mondriaan. Zij zijn in de regio Haaglanden veruit het grootste ROC dat mbo-opleidingen verzorgd.

De onderwijsdata van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) laat zien dat in 2020:

19.888 studenten een opleiding bij ROC Mondriaan volgen. Het totaal aantal leerlingen is in de periode 2016-2020 veel sterker gestegen dan landelijk met 20,7%. Jaarlijks groeide het totale deelnemersaantal met gemiddeld 5%. Binnen ROC

Mondriaan kiest ca 22 % een opleiding binnen de technische sector (landelijk ca 32%). Het studentenaantal binnen techniek laat de afgelopen jaren een stijging

zien van maar liefst 27,9%. Dat is nog meer dan de al opmerkelijke stijging van het totaal aantal deelnemers mbo (+21%).

Binnen de verschillende technische opleidingen wordt op 4 niveaus opgeleid. De

meeste studenten vinden we in de niveau 4 opleidingen van ROC Mondriaan, gevolgd door niveau 2 en 3. Binnen techniek kent ROC Mondriaan 8 domeinen.

Figuur 21: Studentenaantallen techniek naar niveau binnen ROC-Mondriaan

25

Afbouw, hout en onderhoud/ Ambacht, laboratorium en gezondheidstechniek/ Bouw en infra / Handel en on-

dernemerschap / Informatie en communicatietechnologie / Media en vormgeving / Mobiliteit en voertuigen / niet toebedeeld aan Opleidingsdomeinen / Techniek en procesindustrie / Transport, scheepvaart en logistiek

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

46

De meeste studenten volgen bij het ROC Mondriaan een niveau 4 opleidingen, ge-

volgd door niveau 2 en 3. Binnen techniek biedt het ROC Mondriaan 8 van de in totaal 10 techniek domeinen aan. Binnen het ROC Mondriaan is de technische opleiding Technicus engineering (binnen Techniek en procesindustrie) het meest intrek. Deze opleiding op niveau 4 bereidt leerlingen voor om te werken aan de

nieuwste ontwikkelingen zoals op afstand bestuurbare hightech machines en

voertuigen en het opwekken van bijvoorbeeld wind- en zonne-energie voor een duurzame toekomst.

Figuur 22: Studentenaantallen per technisch domein bij ROC Mondriaan

In de appendix 7.8 is een totaaltabel opgenomen met het aantal deelnemers naar niveau en opleidingsnaam.

In 2021 verlieten ruim 400 studenten een technische mbo-opleiding met een di-

ploma van het ROC-Mondriaan. Tabel 7 toont een overzicht van het aantal technische gediplomeerden uitgezet per niveau.

Tabel 7: Gediplomeerden mbo techniek ROC Mondriaan 2021, bron: DUO

INSTELLINGSNAAM

ROC Mondriaan

Niveau naar Sectorkamer techniek en gebouwde omgeving 2 3 4 Eindtotaal

Diploma’s 2021

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

417 179 97 141 417

47

DUO stelt prognoses 26 op voor het mbo. De prognose per instelling wordt berekend

door historische marktaandelen van verschillende instellingen hierop te projecteren.

Wanneer we inzoomen op de regio Haaglanden op de sectoren economie, techniek en zorg en welzijn, kunnen we verwachten dat het totaal aantal deelnemers

met ca 13% zal stijgen van 19.157 in 2020 tot 21.725 in 2035. De verwachte stijging bij techniek blijft daarbij achter met 2,4%.

Figuur 23: Basisprognose naar sector

Wanneer we inzoomen op verwachtte ontwikkeling van de technische sector bij ROC-Mondriaan en naar niveau zien we dat de het totale aantal deelnemers techniek zelfs zal dalen van 3.015 in 2020 naar 2827 in 2035.

Figuur 24: Basisprognose ROC Mondriaan, sector Techniek, naar niveau.

26

https://informatieproducten.duo.rijkscloud.nl/public/instellingsprognosesmbo/

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

48

Uitstroom havo vwo

Uitstroom havo vwo algemeen De havo bereidt leerlingen voor op een studie in het hoger beroepsonderwijs (hbo). De havo (hoger algemeen voortgezet onderwijs) duurt 5 jaar. Enkele leerlingen, voor wie de havo niet haalbaar blijkt stappen na leerjaar 3 over naar het mbo of doen een mbo-opleiding na het behalen van een havodiploma.

Het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo) bereidt leerlingen voor op een studie aan de universiteit en duurt 6 jaar.

Uitstroom havo vwo in Haaglanden In Haaglanden volgen in 2021 in totaal 60.967 leerlingen het voortgezet onderwijs. Het totaal aantal leerlingen is sinds 2012 met 4.537 toegenomen (zie appendix 0). Waar in het vmbo-leerlingen een sectorkeuze maken, wordt er in het havo en vwo een profielkeuze gemaakt. Hier kan de keuze gemaakt worden tussen vier

profielen: 1.

Cultuur en Maatschappij

2. Economie en Maatschappij 3. Natuur en Gezondheid

4. Natuur en Techniek

Wanneer we kijken naar de regionale belangstelling onder leerlingen in specifiek

het havo en vwo zien we, net als landelijk, de grootste belangstelling voor het profiel Economie en Maatschappij. In 2021 volgen regionaal 3980 leerlingen (25,7%)

een zogenaamd N-profiel in het havo en vwo. Dit is aanmerkelijk lager dan het

landelijk gemiddelde van 48%. De daling in de keuze voor het n-profiel in Haaglanden is goed zichtbaar in onderstaande figuur:

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

49

Figuur 25: Regionale profielkeuze in havo en vwo Haaglanden), Bron DUO eigen bewerking

De afname in het aantal leerlingen die voor een N-profiel kiezen is zorgelijk voor de instroom in het hbo en wo. Opleidingen zonder N-profiel bieden vaak geen toe-

gang tot veel technische hogescholen en universiteiten en zal uiteindelijk een ef-

fect hebben op de uiteindelijke uitstroom voor technische beroepen.

Instroom hbo

Instroom hbo Algemeen Hbo staat voor hoger beroepsonderwijs. In Nederland volgen jaarlijks zo’n 450.000

studenten een hbo-opleiding. Dit studentenaantal is sinds 2016 met 10% gestegen.

De hbo-opleidingen zijn verdeeld naar zo genoemde CROHO-onderdelen. CROHO

staat voor Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs, waarin opleidingen gecategoriseerd kunnen worden middels het onderscheidt in tien sectoren: 1.

Economie

2. Gedrag en maatschappij 3. Gezondheidszorg

4. Landbouw en natuurlijke omgeving

5. Onderwijs

6. Sector overstijgend 7. Taal en cultuur 8. Techniek

Van alle leerlingen volgde ongeveer 20% in 2020 een opleiding in de sector techniek (zie appendix 7.9)

Instroom hbo Haaglanden Binnen het hbo kunnen we meer grofmazig kijken, daar de pendelbereidheid van hbo’ers veelal groter is dan die van mbo studenten. Voor de instroom van hbo

studenten is daarom gekeken op provinciaal niveau. In Zuid-Holland waren er in 2021 bijna 100.000 studenten, waarvan ca 21% een technische richting volgt (zie appendix 7.10)

Zuid-Holland kent vier hbo-instellingen die technische opleidingen aanbieden. De

meeste hbo’s kennen een flinke stijging in het studentenaantal, al valt op dat de

Haagse Hogeschool hierop achterloopt.

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

50

PROVINCIE Richting

Instelling/ Jaar De Haagse Hogeschool

Hogeschool INHOLLAND Hogeschool Leiden Hogeschool Rotterdam Eindtotaal

Zuid-Holland Techniek Groei 2016-

2016

2017

2018

2019

2020

7205

7296

7335

7116

7233

0,4%

531 2015

591 2103

606 2369

608 2423

706 2613

33,0% 29,7%

7993

8550

8789

8890

9454

18,3%

17744

18540

19099

Tabel 8: Studentenaantallen hbo-techniek in Zuid-Holland.

19037

20006

2020

Om een totaalbeeld te krijgen van de aangeboden technische opleidingen per hbo-instelling in Zuid-Holland is in appendix 7.11 een tabel opgenomen met het aantal leerlingen per opleiding.

3.3 Zijinstroom

Zoals econoom Matthijs Bouman al schreef in het FD, wanneer we te maken heb-

ben met een zeer krappe arbeidsmarkt moet je niet op zoek gaan naar geschikte

mensen, maar van ongeschikte personen geschikte personen maken. Denk hierbij

aan zijinstroom trajecten, waarbij mensen werkzaam in compleet andere sectoren worden omgeschoold om werkzaam te zijn in sectoren waar een krapte heerst. Een voorbeeld van een zijinstroom initiatief is het Human Capital Akkoord Zuid-

Holland, welke in juni 2019 getekend werd door 66 partijen uit het bedrijfsleven, onderwijs en de overheid. Samen committeren deze partijen zich aan harde doel-

stellingen omtrent (om)scholing van personeel, het begeleiden van werknemers van werk naar werk en het aantrekken van internationaal talent. Met het Human

Capital Akkoord wil Zuid-Holland nationaal en internationaal concurrerend worden dankzij een arbeidsmarkt die het talent van werkenden optimaal benut. De regio heeft vier routes uitgezet om in 2024 de ambitie te halen: • •

Binnen bedrijven – Zuid-Holland wordt koploper in leven lang ontwikkelen Tussen bedrijven – Zuid-Holland wordt de meest veerkrachtige arbeidsmarkt

• •

Naar bedrijven – Zuid-Holland activeert het onbenut potentieel

Naar bedrijven vanuit het buitenland – Zuid-Holland trekt en behoudt inter-

nationaal talent

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

51

Sinds de start in 2019 is hiermee € 1,9 miljard aan toegevoegde waarde gerealiseerd. Inmiddels zijn er meer dan honderd partners betrokken bij de uitvoering van het Human Capital Akkoord. In 2021 is een Actieagenda Technologische Industrie en ook de regionale digitaliseringagenda gepresenteerd. Wanneer er een helder beeld is van het aantal mensen dat nodig is voor de blauwe economie en over welke competenties deze mensen dienen te (gaan) beschikken, biedt de aanpak van de Economic board een goed platform om op aan te sluiten.

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

52

4 Marketing en positionering: vinden boeien binden

In dit hoofdstuk gaan we in op de marketing en positionering van het Praktijkcentrum en beschrijven we het proces van ´vinden, boeien en binden´.

Figuur 26: Onlineadvertentie

Uit voorliggende hoofdstukken blijkt dat er in Heel Nederland een serieus tekort is aan personeel en vooral technisch personeel. De regio Haaglanden vormt hier

geen uitzondering op. Ook is er al geconstateerd dat voor de groei aan werkgelegenheid in de toekomst er nu al stappen moeten worden gezet. Het is van groot

belang dat we niet alleen harder gaan trekken aan de uitstroom uit het onderwijs, immers gras gaat niet harder groeien door eraan te trekken. De instroom moet

ook omhoog. Om dit te regelen moeten we ervoor zorgen dat jongeren in een eerder stadium in aanraking komen met het werken en leren in de blauwe economie.

Het kiezen voor “blauw” moet logisch worden en een dienstverband aangaan in

deze sector vanzelfsprekend. Dit zal niet eenvoudig worden, want de blauwe Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

53

economie niet de enige is die op zoek is naar personeel. Ook andere sectoren

trekken alles uit de kast om jongeren over de streep te trekken, zoals te zien is in Figuur 27. Daarom vraagt dit om een overtuigend pakket van maatregelen en toezeggingen.

Al 25 jaar wordt hard gewerkt aan het aantrekkelijk maken van technische oplei-

dingen en worden kosten noch moeite gespaard om de instroom naar technische opleidingen te vergroten. Inmiddels is het tekort zo groot dat wel duidelijk is dat

ondanks de prachtige initiatieven het in zijn geheel complex is en veel vraagt om jongeren te interesseren voor een specifieke opleiding. Om de blauwe economie,

een relatief nieuwe sector, te voorzien van voldoende opgeleide werknemers ontkomen we er dan ook niet aan om onconventionele stappen te zetten.

4.1 Doelgroep: Generatie Z

Generatie Z, ook wel Gen Z genoemd, is geboren tussen 1996 en 2015. Dit brengt de

leeftijdsgroep voor deze generatie tussen de 6 en 26 jaar in 2022. Ze kennen geen wereld zonder smartphones en zijn echte digital natives. Door crisisjaren die ze

hebben meegemaakt worden ze gezien als realistischer en pragmatischer dan

eerdere generaties zoals de millennials (geboren in 1980-1995). Authenticiteit en

duurzaamheid zijn belangrijke elementen in het leven van deze doelgroep. Gen Z

gebruikt het internet doorgaans vanaf jonge leeftijd en integreert in hun leven het gebruik van computerprogramma's, apps en sociale media, waardoor ze ook wel de i-generatie wordt genoemd.

Onderzoek uit 2018 noemde de volgende negen culturele en sociale veranderingen in generatie Z ten opzichte van eerdere generaties27: 1.

Traditionele gender-, seksualiteit-, etnische- en familie-identiteit wordt bre-

der gedefinieerd en staat open voor interpretatie;

2. Persoonlijke privacy neemt af;

3. Traditionele mijlpalen zoals het afronden van een hogere opleiding, op zichzelf wonen, trouwen en ouderschap worden uitgesteld of zijn aan verandering onderhevig;

4. Gedrag dat typisch geassocieerd wordt met een oudere of juist veel jongere leeftijd komt vaker voor;

5. Onzekerheid over toekomstige financiële stabiliteit komt vaak voor, leidend tot gevoelens van vrijheid, maar ook van angst;

27

Mitchell, B. (2019). Generation Z & Consumer Trends in Environmental Packaging.

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

54

6. Het belang van popcultuur neemt af onder de verscheidenheid aan platforms en gepersonaliseerde inhoud;

7. De opkomst van microgemeenschappen gebaseerd op sociale media; 8. Gemeenschap en collectivisme zijn belangrijker dan individualisme;

9. Emoties en emotionele intelligentie nemen een belangrijke positie in.

Gen Z wordt in Den Haag vertegenwoordigd door de Haagse Jongerenambassa-

deurs. De Haagse Jongerenambassadeurs zijn Haagse jongeren die de gemeenten en andere organisaties advies geven over actuele en belangrijke onderwerpen. De Haagse Jongerenambassadeurs zijn tussen de 15 en 24 jaar en hebben verschillende achtergronden, interesses en opleidingen. Zij geven bijvoorbeeld

aan dat de keuze voor een bepaalde opleiding door Gen Z vaak erg pragmatisch gemaakt wordt. De belangrijkste vraag die gesteld wordt voorafgaand aan de

keuze is: wat voor kansen en mogelijkheden biedt deze opleiding me in mijn toekomstige loopbaan?

4.2 Stap 1: Vinden

Om de blauwe economie te voorzien van voldoende personeel dat over de juiste kwalificaties beschikt, is stap één op zoek gaan naar de toekomstig medewerker op het mbo en hbo. Zoals te lezen is in Tabel 7 ronden er jaarlijks circa 400 jongeren hun technische mbo-opleiding af. Deze jongeren, net als de afgestudeerde hbo studenten, zijn

zeer gewild in de arbeidsmarkt. Bedrijven zijn dan ook vaak betrokken bij de opleidingen om al in een vroeg stadium bekendheid te generen bij deze jongeren. Uit

de praktijk blijkt echter dat de verschillende sectoren uit de blauwe economie hier, in vergelijking met bijvoorbeeld sectoren binnen de ICT, kansen laten liggen. Gastlessen en stageplekken maken een sector zichtbaar, en geven leerlingen van het

mbo en hbo de mogelijkheid bedrijven te ´vinden´ wanneer er gekozen moet wor-

den voor een loopbaan. Daarnaast geven stakeholders aan dat langsgaan bij onderwijsinstellingen om bijvoorbeeld een gastles te geven of aanwezig te zijn op

banenmarkten, ook een mogelijkheid is voor het zichtbaar maken van een sector

en daarmee instroom te bevorderen. De sector heeft hier de mogelijkheid zichzelf op een bepaalde manier te positioneren en daarmee zijn imago te verbeteren.

Ook de Haagse Jongerenambassadeurs zien dit als één van de kansen voor bedrijven. Als een gastles met veel enthousiasme en passie wordt gegeven maakt dit vaak een diepe indruk.

De huidige cijfers geven aan dat in Haaglanden 80% van de mbo studenten niveau 4 doorstroomt naar het hbo. Ook de Haagse Jongerenambassadeurs gaven

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

55

aan dat mbo tegenwoordig niet meer een eindstation is. De arbeidsmarkt concurreert dus met het hbo. Echter, wanneer door bedrijven duidelijk wordt gemaakt dat een mbo- en een hbo-diploma dezelfde doorgroeimogelijkheden en arbeidsvoorwaarden biedt binnen een bedrijf, zal dit effect hebben op de keuzes van de jongeren, aldus de Haagse Jongerenambassadeurs.

“Doorstuderen na het afronden van een mbo-opleiding is tegenwoordig stan-

daard. Tenzij er tijdens een stage echt een ‘killer perspectief’ door de werkgever wordt gegeven”

- Haagse Jongerenambassadeur

Voor niveau 2 en 3 is het beeld iets gunstiger. Deze niveaus bieden geen aansluiting op een hbo-opleiding en leidt direct toe naar de arbeidsmarkt. Deze uitstroom beschikt beperkt over “blauwe competenties” en zullen vooralsnog bijgeschoold moeten worden. Op het vmbo

Men is dus genoodzaakt om ervoor te zorgen dat er in een vroeger stadium de instroom naar zowel de opleiding al de bedrijven gaan werven. Hiervoor komen we terecht bij het vmbo, dat als hofleverancier beschikt over meer dan 80% van de aspirant mbo-studenten. Dit is bij uitstek de plek om jongere warm te maken voor een baan binnen de blauwe economie. En dan nog, geldt ook hier dat gevestigde sectoren als metaal-, elektro- en installatietechniek niet stil staan. Al jaren wordt geworven met filmpjes over het mooie werk, trailers vol met voorlichtingsmateriaal en zelfs game-based learning modules zijn ontwikkeld. Ook de stakeholders geven aan hier mogelijkheden te zien. Snuffelstages op het vmbo of op de havo wordt bijvoorbeeld geopperd als mogelijkheid. Net als het organiseren van naschoolse activiteiten.

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

56

“Bedrijven zouden een tour langs de middelbare scholen in Den Haag kunnen

doen. Tijdens deze tour zouden ze dilemma’s kunnen presenteren en jongeren kunnen vragen naar hun frisse blik op de zaak” - Haagse Jongerenambassadeur

In de omgeving De verschillende stakeholders geven daarnaast ook aan dat instroom gevonden kan worden middels campagnes met rolmodellen. Denk hierbij aan jongeren uit de omgeving Den Haag die het keuzetraject in hun leerbaan al eens hebben doorlopen en de nieuwe generatie mogelijk kunnen inspireren. Campagnes hoeven niet per sé gericht te zijn op de onderwijsinstellingen, want deze campagnes kunnen ook gelanceerd worden in samenwerking met sportvereniging, de scouting of buurthuizen. Daarmee zou ook de doelgroep van zijinstromers via deze campagnes bereikt kunnen worden. Ook de Haagse Jongerenambassadeurs zien hier veel kansen. Den Haag kent veel buurtcentra, waar bijvoorbeeld workshops gegeven kunnen worden of een expo moment georganiseerd kan worden.

4.3 Stap 2: Boeien

Nadat in de eerste stap de jongeren gevonden zijn, is het in stap 2 tijd om ze interesseren voor een baan in de blauwe economie. Daarbij is het van belang hun

motieven in het achterhoofd te houden. Generatie Z jongeren willen graag prag-

matisch aan de slag voor een betere wereld. Hun vertrouwen in bedrijven is laag,

en ze zetten vraagtekens bij de prestaties op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Daarbij zijn ze opgegroeid ten tijde van een economische depressie, wat betekent dat zij conservatiever zijn met het doen van uitgaven. Zij

gaan liever voor lange termijnwaarde en slimme investeringen dan korte termijn

geluk. Dit uit zich ook in de opkomst van de deel-economie, waarmee jongeren aangeven liever pas iets te gebruiken op het moment dat ze het nodig hebben

dan iets bij voorbaat te kopen. Het motto daarbij is van ego-economie naar eco-

economie.

Om Generatie Z aan te spreken is het dus belangrijk om van deze waardes uit te

gaan. De duurzame blauwe economie sluit uitstekend aan bij het pragmatisch

werken aan een betere wereld. De banen in deze sectoren richten zich op het aan de slag gaan bij aantoonbaar duurzame bedrijven met praktische oplossingen

om onder andere klimaatverandering tegen te gaan. Daarbij zijn in de duurzame

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

57

blauwe economie een aantal nieuwe en groeiende deelsectoren te vinden. De

verwachtingen zijn dat deze de komende jaren flink door zullen groeien, wat bete-

kent dat een opleiding in deze sector een slimme investering is waar ze vele jaren op voort kunnen bouwen.

Om de boodschap over te brengen aan jongeren moet er gebruik worden ge-

maakt van kanalen waarop zij veel te vinden zijn. In het gesprek met de Haagse Jongerenambassadeurs werden Instagram en Tiktok genoemd als meest ge-

bruikte onlinekanalen door de jongeren. Tiktokfilmpjes die offshore werkzaamhe-

den weergeven, zoals bijvoorbeeld het onderhoud aan offshore windturbines leek

de jongeren erg interessant. Om offline in contact te komen met de jongeren werden, naast de scholen, de lokale buurtcentra genoemd als belangrijke plek om in contact te kunnen komen met jongeren.

Om de verschillende sectoren zichtbaarheid te geven en zo de nieuwe generatie

te kunnen boeien, zal er een pakket aan tools ontwikkeld moeten worden. Daarbij moet gerealiseerd worden dat de verschillende sectoren in de blauwe economie

niet de enige zijn die strijden voor de aandacht van deze jongeren. Het is dus zaak dat een wenkend perspectief wordt geboden met een “offer they can’t refuse”. Uit een gesprek met de Haagse Jongeren Ambassadeurs, komt naar voren dat de

onbekendheid van de sector eerder meer vragen oproept dan antwoorden biedt.

Aanbevelingen die door jongeren gedaan worden zijn: • • • •

• •

Welke opleiding moet er afgerond zijn om in deze sector te starten? Welke competenties moet men bezitten? Welke beroepen zijn er en wat houdt het werk in? Wat is het carrièreperspectief? Doet de werkgever aan modern werkgeverschap? Wat is het salaris? En hoeveel waarde hangt er aan een bepaald papiertje? Zijn er meeloopdagen, waar ik me op kan inschrijven?

De combinatie van betaald leren en werken heeft een sterke voorkeur.

“Wanneer er een werk-leer traject wordt aangeboden, dan moet daar wel een

aantrekkelijk en dus minimaal een marktconform salaris tegenover staan” - Haagse Jongerenambassadeur

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

58

Als extra motivator kan er gebruik worden gemaakt van de aandacht voor de deeleconomie. Door in te zetten op extra’s als een abonnement op deelscooters wordt het voor de jongeren interessanter om aan de slag te gaan in de duurzame blauwe economie.

4.4 Stap 3: Binden

Nu de jongeren kennis hebben gemaakt met de mogelijkheden in de blauwe economie en ze hierdoor geboeid zijn is de derde en laatste stap het binden van de jongeren aan de sector. Hiervoor is het belangrijk dat bedrijven de juiste voor-

waarden scheppen in het werk om de jongeren betrokken te houden bij de sector. YoungCapital heeft uit laten zoeken wat deze voorwaarden zijn volgens de jongeren. Waardering van hun werk staat daarbij bovenaan de lijst van redenen, ge-

volgd door de mogelijkheid om te blijven ontwikkelen. Dit betekent voor bedrijven dat zij constant in gesprek moeten blijven om te bespreken wat er wel en niet

goed gaat, en om te bespreken hoe jongeren zichzelf verder kunnen ontwikkelen. Daarnaast worden ze graag behandeld als gelijken. Jongeren verwachten dat bedrijven luisteren naar hun ideeën, dat ze hen helpen met het vinden van hun eigen doelen en dat ze de ruimte krijgen om hun eigen tijd in te delen.

De Haagse Jongerenambassadeurs onderschrijven deze punten. Zo geven zij aan dat modern werkgeverschap, waarbij investeren in je werknemers een belangrijk

onderdeel is van loopbaan, erg gewaardeerd wordt door jongeren. Investeren in je werknemers, werknemers de mogelijkheid bieden te ondernemen binnen hun

functie en te werken aan passie projecten zelfs als je daar misschien niet de juiste papieren voor hebt, zijn belangrijke eigenschappen van een functie die voor de

nieuwe generatie aantrekkelijk zijn. Daarnaast zoeken jongeren naar flexibiliteit, maar tegelijkertijd ook naar zekerheid zoals een vast contract.

De stakeholders geven daarnaast aan dat baanzekerheid, doorgroeimogelijkhe-

den en arbeidsvoorwaarden voor de hand liggende factoren zijn die door bedrij-

ven ingezet kunnen worden. Ze zien de kans, om gezamenlijk Den Haag zo te ontwikkelen dat het de blauwe Silicon Valley/ Sea Valley kan worden. Ofwel dé plek

waar je moet zijn voor een innovatieve en uitdagende baan in de blauwe economie.

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

59

4.5 Stap 4: Beginnen

Tijdens de verschillende workshops is geïnventariseerd op welke wijze de deelne-

mers aankijken tegen een praktijkcentrum, hoe dit vorm zou moeten krijgen, welke rol men heeft en wat het praktijkcentrum zou moeten zijn. De input van de ver-

schillende stakeholders is middels een analyse inzichtelijk gemaakt en geeft een sterke indicatie van draagvlak voor een aanpak zoals te zien is in Figuur 27.

aantal benoemde acties 50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0

Figuur 27: benoemde acties volgens stakeholders Wind op Zee Campus

De Wind op Zee Campus in Scheveningen geeft invulling aan een fysieke plek ‘op

Scheveningen’ nabij de haven waar werken en leren samenkomt. Naast werken en

leren is het een plaats waar veel aan ontmoeting, promotie en werving gedaan

kan worden. Er lijkt er een functie weggelegd als kenniscentrum, waar invulling ge-

gevens wordt aan kennisontwikkeling, kennisborging en kennisdeling. Bedrijven

zien voor zichzelf vooral een rol weggelegd als leermeester of gastdocent en in de

promotie van de beroepen behorende bij de blauwe economie.

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

60

Op basis van de analyse over de gegeven input van de stakeholders ontstaan twee functies voor het Praktijkcentrum Scheveningen: 1.

Een fysieke plek voor leren en ontmoeten

2. Een fysieke plek waar de blauwe economie in al haar aspecten wordt gepromoot

Dit zou gerealiseerd moeten worden op basis van een samenwerkverband met

een stevige “kartrekker” die invulling geeft aan het praktijkcentrum als een bruisende plek van leren, werken, innoveren en promotie van de blauwe economie. Het is een toonbeeld van pragmatisch handelen voor heel Nederland en wordt

gedragen door een stevig bedrijvencluster dat zich achter het centrum schaart. De kracht van deze functies in combinatie met de nabijgelegen Campus@Sea

positioneert Den Haag internationaal stevig op het gebied van meervoudig ruim-

tegebruik en de blauwe economie, waardoor het uit kan groeien tot een toonbeeld

van de blauwe economie.

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

61

5 Conclusie

Vertrekpunt van dit rapport is de stelling: “De beschikbaarheid van talent is één

van de belangrijkste zo niet het belangrijkste thema voor het bedrijfsleven om de ambities voor de energietransitie waar te kunnen maken. Er zijn veel mensen no-

dig en Den Haag als wereldstad aan zee met een groot reservoir aan talent, is een

potentiële leverancier waar met veel interesse vanuit het bedrijfsleven naar gekeken wordt.”

Middels dit rapport hebben we de behoefte geïnventariseerd bij het bedrijfsleven

en het onderwijs met betrekking tot bovenstaande stelling door te onderzoeken of er kansen zijn voor een Wind op Zee Campus.

5.1 Deelconclusie 1: Prognose werkgelegenheid

Geconcludeerd kan worden dat de werkgelegenheid in de blauwe economie de komende jaren in de regio Den Haag toe zal nemen. Zoals in hoofdstuk 2 staat

aangegeven, biedt de transitie naar de blauwe economie in de toekomst aan een grote groep mensen werk. De gemeente Den Haag heeft met de haven van Scheveningen een goede kans om een deel van deze werkgelegenheid naar haar gemeente te krijgen.

Binnen vrijwel alle deelsectoren in de Haagse blauwe economie (energie, voedsel en natuur) wordt de komende jaren een groei verwacht in de werkgelegenheid.

Voor de opkomende markten zoals marine energy, aquacultuur en natuur hebben de bedrijven zelf nog geen inzicht in de verwachte vraag naar personeel. Voor bestaande markten zoals windenergie en visserij is hier wel goed inzicht. Echter, veel

bedrijven wachten af hoe de markt zich ontwikkelt en gaan pas op zoek naar

nieuwe mensen als de nood zich aandient. Hierdoor is op dit moment nog geen exact getal te geven van de verwachte ontwikkeling van de werkgelegenheid, maar wel een range aan verwachtingen.

5.2 Deelconclusie 2: Aanbod aan de markt

De grote groep jongeren die niet in staat is een baan te vinden, blijkt slechts be-

perkt te zijn. Zoals geconcludeerd is in hoofdstuk 3, is de spanning op de banenmarkt op dit moment zo hoog opgelopen, dat iedereen die in de mogelijkheid is

een baan te zoeken, deze veelal ook al gevonden heeft en rest nog slechts een kleine groep, met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt.

Naast de bron van instroom die de jeugdwerkloosheid had kunnen zijn, is er ook gekeken naar het onderwijs als bron van instroom. Waar er landelijk minder

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

62

leerlingen in het voortgezet onderwijs zitten, toont Haaglanden juist een lichte stijging in het aantal leerlingen. Echter is er ten opzichte van het landelijke gemid-

delde in Haaglanden minder animo voor de techniek in het vmbo (in 2021: 17,9%

landelijk t.o.v. 14,5 % in Haaglanden). Dit is zorgelijk voor de instroom naar het mbo. Ook in de sectorkeuze zien we op het mbo in Haaglanden minder animo ten opzichte van de landelijke cijfers. Ten opzichte van het landelijke gemiddelde is in

Haaglanden veel minder animo voor techniek in het mbo (in 2020: 32% landelijk t.o.v. 22% in Haaglanden)

Ook op havo en vwo was in 2021 een sterke daling te zien in de interesse voor de

profielen die leiden naar technische opleidingen op hbo- en wo-niveau. Dit leidt

op termijn waarschijnlijk tot een lagere instroom. Op dit moment is het aandeel

techniek studenten in het hbo in Haaglanden met 21% nog gelijk aan het landelijk gemiddelde.

5.3 Deelconclusie 3: Marketing en positionering De blauwe economie is op dit moment nog een relatief onbekende sector bij veel jongeren. In hun omgeving komen ze er relatief weinig mee in aanraking, en tij-

dens de opleidingen komen vooral de gevestigde beroepen langs voor gastcolleges en stages. Om de jongeren bekend te laten worden met de sector is het dus van belang dat zij in aanraking komen met de sector via verschillende kanalen.

Om de jongeren te vinden en boeien willen ze graag ervaren welke mogelijkheden er zijn in de blauwe economie. Dit ervaren ze het liefste op een fysieke manier. Dit

zou plaats moeten vinden in een centrum. Dit centrum dient ook als centraal punt

waaruit communicatie plaatsvindt over alle onderwerpen die spelen in de blauwe economie.

Daarnaast is het volgens de jongeren een goed idee om bij buurtcentra langs te

gaan met een tour. Op deze manier bereikt men de jongeren die niet via scholen

naar het centrum komen. Ook Tiktok wordt genoemd als belangrijk kanaal om jon-

geren te bereiken. Door hier korte video’s te plaatsen over het werken in de blauwe economie kunnen ze geënthousiasmeerd worden.

Om de jongeren uiteindelijk aan de sector te binden is het van belang dat bedrij-

ven zorgen voor modern werkgeverschap. Dit betekent onder andere dat werknemers zich kunnen blijven ontwikkelen, dat zij de ruimte krijgen om hun eigen tijd in

te delen en dat bedrijven hen ondersteunen bij het uitvoeren van passie projecten.

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

63

Daarnaast worden een marktconform salaris en vast contract ook genoemd als belangrijke factoren door de jongeren.

Naast de positionering richting de (toekomstige) werknemers ligt er voor de gemeente Den Haag een kans om zich te positioneren als leidende stad in de

blauwe economie. Met zowel de bedrijven als de opleidingen ligt er een grote kans om te laten zien dat er, naast de dienstensector, ook veel gave dingen gebeuren in de blauwe economie in Den Haag. Binnen Nederland is nog niet een regio of stad die hierin een duidelijk leidende positie heeft genomen. Den Haag heeft goede kansen om deze kans nu te pakken.

5.4 Samenvattende conclusie

De beschikbaarheid van talent is één van de belangrijkste zo niet het belangrijkste thema voor het bedrijfsleven om de ambities voor de energietransitie waar te

kunnen maken. Er zijn veel mensen nodig en Den Haag als wereldstad aan zee

met een groot reservoir aan talent, is een potentiële leverancier waar met veel in-

teresse vanuit het bedrijfsleven naar gekeken wordt. Het voorstel (voor een mogelijke Wind op Zee Campus red.) past bovendien uitstekend in de economische vi-

sie van de stad waar voor het groeiende aantal inwoners nieuwe banen beschikbaar zullen moeten komen.

De gemeente Den Haag wil de economische structuur verdiepen, verbreden, vernieuwen en opschalen en daarbij een belangrijke bijdrage leveren aan de ener-

gietransitie. Noordzee werkgelegenheid kan één van de pijlers zijn waarop wordt

ingezet. Onderdeel daarvan is de aansluiting van het beroepsonderwijs op deze toekomstige banen.” 28

Slechts een klein percentage van de jongeren in Den Haag staat bekend als werkzoekend. Bijna alle jongeren die op dit moment een baan zoeken hebben binnen zeer korte tijd een baan gevonden. Tegelijkertijd kiest op dit moment een dalend

aantal jongeren voor een technische opleiding. Dit betekent dat er op korte termijn geen groei qua werknemers te verwachten is, en dat de komende jaren de uitdaging ligt in het vergroten van het aantal jongeren dat begint aan een technische opleiding of zich laat omscholen.

De vraag naar technisch geschoold personeel overstijgt op dit moment al het

aanbod. De komende jaren zal deze vraag, mede als gevolg van vergrijzing en de opgave in de energietransitie, alleen maar verder toenemen. ‘Wind op zee’ zal

28

Preadvies initiatiefvoorstel ‘Maak werk van energie; een wind op zee campus op Scheveningen’, 29 oktober 2021,

Gemeente Den Haag DSO/10169308 RIS305360,

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

64

hierin een belangrijk deel voor haar rekening zal nemen. Alle stakeholders erkennen deze uitdaging. Ondanks dat de uitbreidingsvraag een gegeven feit is, blijkt

binnen de markt een grote mate van onzekerheid en aarzeling voor het opzetten

van een Wind op Zee Campus. Tijdens de georganiseerde workshops kon dit niet

concreet gemaakt worden. Bedrijven zijn zeker bereid om mee te denken en een

bijdrage te leveren, maar zoeken nog hun rol in het werven en opleiden van toekomstig personeel.

Een praktijkcentrum, als praktische uitwerking, wordt door zowel bedrijven als jongeren als goed initiatief gezien om zichtbaarheid te geven aan de kansen voor werk op zee. Op dit moment blijkt er echter nog beperkt commitment en eige-

naarschap bij de betrokken bedrijven om dit praktijkcentrum van idee naar realisatie te brengen. Bedrijven richten zich voor hun personeelsbeleid vaak meer op

de korte termijn, terwijl het praktijkcentrum uitgaat van een lange termijnvisie en

het vroegtijdig interesseren van de jeugd. Gezien de verwachte vraag naar personeel is het dan ook belangrijk dat er nu vanuit deze lange termijnvisie gewerkt wordt om de komende jaren te zorgen voor voldoende personeel in 2030 en daarna.

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

65

6 Aanbevelingen

Op basis van de informatie die is opgehaald uit workshops, gesprekken met sta-

keholders en deskstudie benoemen we een drietal aanbevelingen op basis waarvan de Wind op Zee Campus zich kan ontwikkelen. Op basis van de onduidelijk-

heid van het aantal te verwachte banen stellen we een gefaseerde aanpak voor die in een groeimodel kan uitgroeien tot een fysieke campus: 1.

Versterking positionering van Impact City en Campus@Sea:

In aansluiting op de eerste workshop wordt hierin doorgepakt op de kans die Den Haag met hogescholen en universiteiten en het achterland van

Delft, Leiden en Rotterdam biedt aan innovatie en de positionering hiervan;

2. Een impuls organiseren aan bestaande onderwijsstructuur:

Een aanpak waarbij optimaal benutting van- en samenwerking met mbo-

en hbo-onderwijs, zonder structurele wijzigingen te beogen;

3. En op basis van 1 en 2 succesvol gerealiseerd te hebben: Een fysieke Wind op Zee Campus.

6.1 Aanbeveling 1: Versterking positionering van Impact City en Campus@Sea

De ambitie van Campus@Sea is om een belangrijke bijdrage te leveren aan de

ontwikkeling van een duurzame blauwe economie door een innovatiehub te star-

ten die zicht richt op innovatie in en rond de zee. Dit sluit perfect aan bij de doelen van een mogelijke Wind op Zee Campus. De eerste aanbeveling is om verder te

investeren in het versterken van de bestaande infrastructuur van Campus@Sea. Tijdens de eerste workshop is de kracht van de haven van Scheveningen bena-

drukt. In de haven zitten al een aantal innovatieve organisaties. Daarnaast is de

nabijheid van hogescholen en universiteiten een kracht die van groot belang is.

Mede ingegeven door de toch beperkte capaciteit van de haven van Scheveningen is deze locatie bij uitstek geschikt voor innovatie en ontwikkeling van de blauwe economie op de Noordzee.

Een impuls aan deze campus met nadruk op het stimuleren van blauw-onderne-

merschap zal bijdragen aan de behoefte van praktisch geschoolden, een vraag

die vooralsnog vooral latent is waargenomen. Deze behoefte zal echter pas op de middellange-termijn ontstaan. De eerste behoefte zal zich meer richten op hoger

opgeleiden.

Kansen voor de ontwikkeling van een Wind op zee Campus in Scheveningen

66

Impact City 29 profileert Den Haag als stad voor ondernemers die willen bouwen

aan een betere wereld en biedt een scala aan kansen en diensten aan ondernemers. Hierbinnen staat het promoten van het onbekende, netwerken, kapitaal en

infrastructuur, toegang tot nieuw talent en experimenteren centraal. Cam-

pus@Sea is al onderdeel van Impact City en kan met een extra impuls Den Haag

nog meer neerzetten als stad met een innovatief maritiem profiel waarin de

nieuwe blauwe economie wordt ontwikkeld. Derhalve is ons advies om binnen de prioritering van Impact City hieraan extra aandacht te besteden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14917360/1