RIS320525 Bijlage 1 ETFAL-motivering Madepolderweg 59H 180924
Tekst van het document
Amfibieën Het is mogelijk dat vrijgestelde soorten zoals de bruine kikker en de gewone pad in het water of in de oeverzone van het plangebied kunnen voorkomen. Vissen In het plangebied zelf is geen oppervlakte water aanwezig, waardoor de aanwezigheid van vissen wordt uitgesloten.
62
Overige soorten De aanwezigheid van overig beschermde soorten wordt uitgesloten. Toetsing Effecten Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er geen groei-, nest-, of verblijfplaatsen van beschermde soorten aanwezig of te verwachten zijn. De voorgenomen werkzaamheden zijn daardoor niet in strijd met de bepalingen uit de Omgevingswet. Conclusie soortenbescherming Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat er geen beschermde soorten aanwezig zijn en dat de onderzoekslocatie niet in gebruik is als functioneel leefgebied van beschermde soorten. Er kunnen algemene soorten op de locatie voorkomen. Voor deze soorten heeft de provincie vrijstelling verleend. Voor de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden hoeft geen nader ecologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Gebiedsbescherming De onderzoekslocatie ligt op ruime afstand van een Natura 2000-gebied of het NNN. Bij het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden worden geen structuren in het landschap aangetast. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden komt mogelijk stikstof vrij. Niet uitgesloten kan worden dat de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten veroorzaken op Natura 2000-gebieden. KP adviseurs heeft in opdracht van de gemeente Den Haag onderzoek uitgevoerd naar stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden en beoordeeld of de voorgenomen ontwikkeling een relevant effect heeft op Natura 2000-gebieden. Zowel de bouw- als gebruiksfase zijn onderzocht. Hieronder worden de onderzoekresultaten weergegeven. Het volledige rapport is opgenomen als Bijlage 5.
Natura 2000-gebieden Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige natuurgebied is 'Solleveld & Kapittelduinen'. Dit gebied ligt op ongeveer 1.3 kilometer afstand van het plangebied/ de planlocatie. Dit natuurgebied is maatgevend voor de beoordeling van de stikstofdepositie. Op onderstaande afbeelding is de ligging van de planlocatie ten opzichte van het Natura 2000-gebied 'Solleveld & Kapittelduinen' weergegeven.
63
Atlas Leefomgeving - Verken en ontdek je leefomgeving h
Check je plek
Kaarten
Thema's
*
Stookwijzer
Nieuws
’
Zoeken
Kaarten
cceewe9
Ke’neLmnon
\
\
%
%
Gekozen kaarten
X t
\3
o
Kaarten
" - Alle kaarten dichtklappen
% %
Q Alle kaarten aan/uit
Q Natura 2000-gebieden Transparantie: 20%
ed"
Legenda: 4
0 Madeweg
Madev
x 4,
% X
HR VR VR+HR • HR groeve
Bron: Ministerie van Economische Zaken, 2018 ( uitleg bij kaart
III
Kaart verwijderen Kaartlaag downloaden
Afbeelding 5.9.1: ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied 'Solleveld & Kapittelduinen' (bron: KP adviseurs)
Uitgangspunten voor het onderzoek Het plan bestaat uit de ontwikkeling van twee standplaatsen voor woonwagens. In de huidige situatie wordt de locatie niet gebruikt en staan enkele circuswagens, caravans en een vervallen romneyloods op de locatie. De locatie is grotendeels overwoekerd. Uitgangspunt is dat de bouw/ inrichting van de standplaatsen ongeveer een halfjaar gaat duren. Als gevolg van het huidige gebruik is er geen sprake van stikstofdepositie. 1 van de te plaatsen gebouwen blijft gebruik maken van propaan als energiebron voor verwarming en kooktoestellen. Naar verwachting wordt hiervoor 432 m3 propaangas per jaar gebruikt.
Conclusie Uit de berekeningsresultaten volgt dat zowel tijdens de bouwfase als tijdens de gebruiksfase geen relevante stikstofdepositie optreedt op Natura 2000-gebieden. 5.9.3 Bomeneffect analyse Hoefakker Boomspecialisten heeft, om de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de aanwezige bomen inzichtelijk te maken een Boom Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. In deze paragraaf is een samenvatting van de analyse opgenomen. Het volledige rapport is als Bijlage 6 bij deze motivering opgenomen. Onderzoeksvraag en onderzoeksopzet Kunnen de aanwezige bomen, in het perspectief van de voorgenomen ontwikkelingen, in hun huidige verschijningsvorm en op deze standplaats, duurzaam behouden blijven?
De toekomstverwachting is gebaseerd op de huidige conditie van de boom, de huidige mechanische kwaliteit en op eventuele aanwezigheid van (houtparasitaire) schimmelsoorten
64
en aantastingen hierdoor. Het betreft een momentopname en geldt bij gelijkblijvende (groeiplaats) omstandigheden. Uit de toekomstverwachting kan geen maximale restlevensduur worden afgeleid. Diverse complexe processen voor de boom die invloed hebben op het verdere levensverloop van een boom, spelen een rol. Mede daarom kunnen er geen uitspraken gedaan worden over een termijn langer dan 15 jaar. Binnen dit tijdsbestek kan er wel classificering gegeven worden van de toekomstverwachting. Een boom wordt ingedeeld in één van de volgende categorieën: goed, redelijk, matig, slecht.
Om uitspraken te kunnen doen over het ondergrondse effect van de voorgenomen ontwikkelingen op de bomen is er bodemonderzoek gedaan. Dit onderzoek bestaat uit het maken van profielsleuven. Tijdens de profielsleuven is de bodemsamenstelling, het wortelpatroon en de wortelintensiteit vastgelegd. Deze gegevens zijn gebruikt om de kwetsbaarheid van het wortelgestel in verband met de voorgenomen plannen te bepalen. Daarnaast is in de ondergrondse situatie vaak te maken met kabels en leidingen. Om de ligging van kabels en leidingen te bepalen is er een KLIC-melding bij het Kadaster uitgevoerd.
Begrenzing onderzoeksgebied BEA (bron: Hoefakker boomspecialisten)
Onderzoeksresultaten
Beschrijving bomenbestand
65
Het projectgebied is een overgroeit terrein dat recentelijk is opgeschoond. Groot deel van de bomen zijn doorgeschoten zaailingen en niet als bomen geplant. Een deel van de bomen, met name de populieren zijn wel geplant. De boomsoorten bestaan voornamelijk uit populieren, elzen, essen, wilgen en esdoorn. Het grootste gedeelde van de bomen heeft een onvoldoende conditie. De huidige conditie van de boom is als volgt verdeeld: Conditie Goed Voldoende Onvoldoende Slecht
Aantal
0 44 63 14
Verdeling boomconditie in projectgebied (bron: Hoefakker boomspecialisten) Boomveiligheid Er zijn veel essen met essentaksterfte en dood hout aanwezig en andere bomen met gebreken. Ook zijn er enkele bomen met spechtengaten en zwamaantastingen aanwezig. Deze bomen behoeven nader onderzoek om te bepalen of deze nog veilig zijn.
Staat van onderhoud Het perceel is een overgroeid perceel waar nauwelijks onderhoud heeft plaatsgevonden. Zo zijn er veel bomen met dood hout, stammen die overgroeit zijn met klimop en bomen die niet voldoende zijn opgekroond. De opkroon hoogte is voor gemiddelde civiele omstandigheden laag of beperkt. Een takvrij doorrijprofiel zoals de norm is voor openbare weg wordt door geen van de bomen gehaald. Daarnaast zijn er bomen met spechtengaten, zwammen of rottingen aanwezig. Deze bomen zijn niet nader technisch onderzocht op boomveiligheid. Om deze bomen als veilig te mogen beoordelen is dit wel wenselijk. Flora & Fauna Een aantal bomen hebben ingerotte snoeiwonden of spechtengaten, deze kunnen potentieel nest- of verblijfplaatsen zijn voor vleermuizen of vogelsoorten. Tijdens de inspectie zijn er verder geen soorten of elementen aangetroffen die beschermd zijn onder de Wet Natuurbescherming. Beoordeling ondergrondse situatie Om een beeld te krijgen van de ondergrondse situatie zijn in totaal 8 profielsleuven gegraven verspreid over het projectgebied.
66
\
e
\
®
©
®
®
8
@
N 1
•8 4185•
®
8
®V
„V,gö
®®
®
G G
®
3. “@
I
®
© ® © ®
8
®
g @6 8
D (3 3 ( @
8
® ®
1
@
& A
G
Locaties proefsleuven ten opzichte van huidige bomenbestand (bron: Hoefakker boomspecialisten)
De profielsleuven laten een bewortelingsbeeld zien met tot circa 70 centimeter onder huidige maaiveld beworteling. De bovenste 35 /40 centimeter is rijker aan organische stof dan de daar onder liggende lagen en daardoor ook rijker aan wortelgroei. Het grondwater bevindt zich op circa 90 tot 110 onder maaiveld. Als de bouwactiviteiten beperkt blijven tot buiten de kroonprojecties van de bomen valt er geen conditie terug val te verwachten met uitzondering van de locatie van profielsleuf 8. Hier zitten oppervlakkig dikke wortels die onder stabiliteitwortels vallen. Advies In het concept ontwerp zal met name de locatie waar de 4 parkeervakken gerealiseerd zijn in gebied 2 (het gebied waar de meeste bouwactiviteiten gepland staan) voor uitvoeringsproblemen zorgen. Advies is hierom de locatie aan te passen.
De locatie waar de woningen ingetekend staan zal in het veld nauwkeurig uitgezet moeten worden om te bepalen of het huidige bomenbestand er last van zal hebben. Op deze locatie is het advies, de rand van de kroonprojectie aanhouden als veilige afstand tot de bomen. De parkeerplaatsen zullen meer worden aangesloten op de kavels/ de standplaatsen, waardoor uitvoeringsproblemen voorkomen kunnen worden.
5.10 Verkeer en parkeren
67
5.10.1 Parkeren (auto's) Het parkeren en stallen van auto's neemt een belangrijke plaats in binnen het verkeer- en vervoerbeleid van de gemeente Den Haag. Het algemene parkeerbeleid is vastgelegd in de Parkeerstrategie 2021 - 2030 (RIS308711). Dit beleid gaat vooral over het faciliteren van de parkeerbehoefte en het benutten van schaarse ruimte maar moet ook automobilisten prikkelen om meer met het openbaar vervoer te reizen of de fiets te pakken. Hoge stedelijke bebouwingsdichtheden zonder adequate parkeervoorzieningen leiden vaak tot een te zware belasting van de openbare ruimte. Dat geldt zowel voor woon- als werkfuncties maar ook voor locaties die veel bezoekers trekken. Behalve de noodzaak tot de verdeling van schaarse (openbare) parkeergelegenheid in een aantal gebieden in de stad, zijn mobiliteitsoverwegingen gericht op het streven naar een bereikbare en leefbare (woon)omgeving voor de gemeente aanleiding tot het stellen van parkeereisen bij nieuwe ontwikkelingen.
Parkeernormen (auto's) De parkeernormen en het toepassingskader ervan zijn uitgewerkt in de "Regeling Autoparkeernormen Den Haag 2021" (RIS 309547). Nieuwbouw- en verbouwplannen worden aan dit beleid getoetst. Aan de hand van de parkeernormen wordt de parkeerbehoefte berekend en vergeleken met de voorzieningen die in het plan zijn opgenomen. Het kan zijn dat in de visie van de initiatiefnemer de genormeerde parkeerbehoefte van de in het plan opgenomen functies afwijkt van de werkelijke parkeerbehoefte. Het is dan aan de initiatiefnemer om dit aan te tonen en goed te onderbouwen. Uitgangspunt is dat de parkeerbehoefte van een bouwontwikkeling op het eigen terrein wordt opgelost. Soms is dat niet mogelijk en het is ook niet altijd strikt noodzakelijk. De gemeente kan onder andere de parkeerdruk en eventuele beschikbare parkeerruimte binnen loopafstand in de omgeving, meewegen. Dat geldt ook voor functies waarvan de parkeerplaatsen onderling uitwisselbaar zijn. Daarnaast kan de gemeente in afwijkende situaties maatwerk toepassen. Aan de hand van de informatie wordt vastgesteld hoeveel parkeerplekken de initiatiefnemer op eigen terrein moet realiseren.
Bij woningbouw is het gemiddelde autobezit uitgangspunt voor de hoogte van de parkeernorm. Het gemiddelde autobezit hangt af van de oppervlakte van de woning, de plek in de stad en het type woning. Voor werken, winkels en andere voorzieningen is de functie van het gebouw en de mate van bereikbaarheid met het openbaar vervoer, bepalend voor de parkeernorm. Bij knooppunten van het openbaar vervoer geldt een lagere norm dan op plekken die minder goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. De parkeernormen worden uitgedrukt in het aantal parkeerplaatsen per woning, en bij de -meeste- overige de functies in het aantal parkeerplaatsen per 100 m2 bruto vloeroppervlak. In artikel 1:3 van de regeling 'Bepalen van de autoparkeereis' is bepaald dat bij de omgevingsvergunning een autoparkeereis wordt gesteld conform de gebiedsindeling en autoparkeernormen als bedoeld in bijlage 1, 2 en 3 bij deze regeling.
Bijlage 1 betreft de gebiedsindeling voor autoparkeernormen, zoals aangegeven op onderstaande afbeelding.
68
Gebiedsindeling parkeernormen Centrum ■ Vooroorlogse wijken Naoorlogse wijken
I I Transformatiegebied (DHZW) 22 CID/Binckhorst [ 500m rond station: Moerwijk Marlahoeve Ypenburg RR Leidschenveen
V P /)
v
\ \
A o
1
2 km
Bron: DS0/Mobiliteit || PSOid: 09o21007
De planlocatie Madepolderweg 59h maakt volgens bijlage 1 onderdeel uit van de gebiedsindeling 'naoorlogse wijken'.
Bijlage 2 betreft de autoparkeernormen wonen per gebiedsindeling.
69
Centrummilieus
Zone Type woning
V ooroorlogse stad swij ken
Naoorlogse buitenwijken
Huur
Koop
Bezoek
Huur
Koop
Bezoek
Huur
Koop
Bezoek
Appartementen <40m2
0,10
0,20
0.05
0,20
0,20
0,10
0,33
0,33
0,15
40-70m2
0,20
0,33
0,05
0,33
0,50
0,10
0,40
0,66
0,15
70-100m2
0,33
0,50
0,10
0,50
0,75
0,10
0.66
0,80
0.15
100-160m2
0,40
0,75
0,10
0,50
1,00
0,10
0,75
1,00
0,15
>160m2
0,50
1,00
0,10
1,00
1,00
0,10
1.00
1,00
0,15
<40m2
0,20
0,25
0.05
0,33
0,40
0,10
0.50
0,50
0,15
40-70m2
0,33
0,50
0.05
0,50
0,50
0,10
0.66
0,66
0,15
70-100m2
0,40
0.75
0,10
0,66
0,80
0,15
0.75
1,00
0,20
100-160m2
0,50
1.00
0,10
0,75
1,00
0,15
1.00
1,50
0,20
>160m2
0,60
1,00
0,10
0,75
1,00
0,15
1.00
2,00
0,20
Eengezinswoningen
Zorgwoningen Zorgwoningen t/m ZZP 3
0,10
0,10
0.20
0,15
0,30
0,20
Zorgwoningen ZZP 4 t/m 10
0
0,10
o
0,15
0
0,20
0
0
0 05
0
O.l
0,05
Studentenwoningen Studentenwoning
De twee woonwagens hebben elk, naar verwachting een oppervlak tussen de 100 m2 en 160m2. Voor eengezinswoningen in het gebiedstype naoorlogse woonwijk met een oppervlak van 100-160 m2 geldt voor huurwoningen een parkeernorm van 1 parkeerplaats per woning en voor bezoek een parkeernorm van 0,2 parkeerplaats per woning. Voor koop woningen met een dergelijk oppervlak geldt 1,5 parkeerplaats per woning en voor bezoek een parkeernorm van 0,2 parkeerplaats per woning.
Bijlage 3 betreft de autoparkeernorm kantoren, bedrijven en voorzieningen per gebiedsindeling. Met voorliggende ontwikkeling worden uitsluitend woningen mogelijk gemaakt, waardoor deze bijlage niet van toepassing is. Berekening parkeernormen Wanneer de twee woonwagens als huurwoningen gerealiseerd worden dan dienen er 2,4 parkeerplaatsen, afgerond 3 parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd. Wanneer de twee woonwagens als koopwoningen gerealiseerd worden, dan dienen er 3,4 parkeerplaatsen, afgerond 4 parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd.
Er is rekening gehouden met het realiseren van 4 parkeerplaatsen op eigen terrein, waardoor er in voldoende parkeergelegenheid zal worden voorzien. Hierbij wordt opgemerkt dat de 4 parkeerplaatsen zoals aangegeven in onderstaande afbeelding niet definitief zijn. De parkeerplaatsen zullen meer aansluitend op de standplaatsen aangelegd worden.
70
=
SM ( -e
I I
L
I
d
141, 144,
Ml • F
II 2
tuX
mu —
h 1 I Afbeelding 5.10.1: Beoogde terreininrichting Madepolderweg 59h (bron: gemeente Den Haag) Fiets parkeren De aantrekkelijkheid van een reis per fiets wordt mede bepaald door de beschikbaarheid en kwaliteit van de fietsparkeervoorziening bij herkomst en bestemming. Daarnaast wil de gemeente voorkomen dat de kwaliteit van de buitenruimte onder druk komt te staan doordat fietsen teveel geparkeerd worden op plaatsen met een intensief gebruik van de openbare ruimte. Om die reden gaat de gemeente uit van het faciliteren en sturen op het stallen van fietsen bij belangrijke bestemmingen of bestemmingsgebieden, zoals NS-stations en de binnenstad. Daarnaast hanteert de gemeente fietsparkeernormen bij nieuwbouw en verbouw van kantoren, bedrijven en voorzieningen. Het gemeentelijke beleid ten aanzien van het stallen van fietsen is vastgelegd in de "Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016" (RIS294386). Fietsparkeernormen De gemeente heeft in de "Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016" normen vastgesteld voor de aanwezigheid van fietsparkeerplaatsen bij kantoren, bedrijven en voorzieningen. Deze fietsparkeernormen worden toegepast bij nieuwbouw en verbouw waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is. Het hanteren van fietsparkeernormen is nodig om het fietsen in Den Haag te stimuleren en het beslag van het fietsparkeren op de schaarse openbare ruimte te kunnen reguleren.
Bij de bepaling van de fietsparkeernormen is het faciliteren van het groeiende fietsgebruik het uitgangspunt geweest.
71
Voor het fietsparkeren bij woningen is de eis uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) van toepassing, waarin is aangegeven dat bij woningen een berging aanwezig is. 5.10.2 Berekening parkeerbehoefte Autoparkeren De twee woonwagens worden als koopwoningen gerealiseerd (de standplaats wordt gehuurd, de woonwagen is in eigendom). Op basis van het gemeentelijk parkeerbeleid dienen er 3,4 parkeerplaatsen, afgerond 4 parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd.
Er is rekening gehouden met het realiseren van 4 parkeerplaatsen op eigen terrein, waardoor er in voldoende parkeergelegenheid zal worden voorzien. Fietsparkeren Elke woonwagen krijgt een eigen berging van minimaal 2 bij 2 meter. Middels deze berging wordt voorzien in de fietsparkeereis uit het Bbl.
5.10.3 Afmetingen parkeerplaatsen De afmetingen van de parkeerplaatsen bedraagt 2,50 x 5,00 meter (zie ook Bijlage 11). Deze afmeting is ontleend aan de publicatie ASVV (aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) van CROW. Er wordt in ieder geval aangesloten op gangbare personenauto's. 5.10.4 Verkeersaantrekkende werking 2 woningen met in een worst case situatie gemiddeld 5 bewoners per woning en 10 bewoners zorgen naar verwachting in een worst case-situatie voor 30 autoritten-productie en 30 autoritten-attractie (60 autoritten per dag). Deze verkeersproductie zal opgaan in het heersende verkeersbeeld op de Madepolderweg.
5.11 Besluit milieueffectrapportage 5.11.1 Algemeen Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieubelang een volwaardige plaats in bepaalde plan- en besluitvormingsprocessen te geven. Enerzijds maakt het opstellen van een milieueffectrapport (MER) de initiatiefnemer bewust van de milieugevolgen en anderzijds kan de overheid diverse milieugevolgen in samenhang met elkaar en op een voor de burger transparante wijze bij de besluitvorming betrekken. De regelgeving met betrekking tot de milieueffectrapportage is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Voor sommige plannen of activiteiten geldt direct de verplichting om een MER op te stellen, maar er zijn ook plannen waarvoor het bevoegd gezag moet beoordelen of zij het nodig vindt om ter voorbereiding van een besluit een MER te laten maken (m.e.r.-beoordeling). In het Omgevingsbesluit opgenomen voor welke activiteiten de m.e.r.-(beoordelings)plicht bestaat. Het gaat dan met name om activiteiten die aanzienlijke nadelige effecten op het milieu kunnen hebben. Tot slot kan er sprake zijn van een zogenoemde vormvrije-beoordeling. Dit geldt voor activiteiten die wel worden genoemd in het Omgevingsbesluit, maar vanwege de omvang van de activiteit (onder de drempelwaarde) geen m.e.r.(beoordelings)plicht kent.
72
5.11.2 Regelgeving Bij besluiten die grote gevolgen voor het milieu kunnen hebben, moet het onderwerp 'milieu' goed en op tijd worden onderzocht. De regels die hiervoor gelden staan in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit. In bijlage V bij het Omgevingsbesluit (kolom 1, nummer J11) staat dat wanneer een activiteit de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen omvat, er sprake is van een m.e.r.(beoordeling)plicht.
Voor projecten die aangemerkt kunnen worden als een stedelijk ontwikkelingsproject neemt het bevoegd gezag de beslissing of een mer moet worden doorlopen. Het bevoegd gezag neemt de mer-beoordelingsbeslissing binnen zes weken, nadat initiatiefnemer de schriftelijke melding van het voornemen om een mer-beoordelingsplichtig project heeft ingediend bij het bevoegd gezag. De mededeling en het indienen van een aanvraag omgevingsvergunning kan tegelijkertijd. Het verzoek om de mer-beoordelingsbeslissing is dan onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning. Het is ook mogelijk om eerst te verzoeken om een mer-beoordelingsbeslissing. Volgens jurisprudentie van de Raad van State hangt het antwoord op de vraag of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject af van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer de aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling een rol spelen. Een voorzichtige lijn die aangehouden kan worden bij de bepaling van of er al dan niet sprake is van een stedelijke ontwikkeling is dat naar mate functies worden gewijzigd, de omvang van het project en de toename van bebouwing groter en de wijziging van de ruimtelijke inrichting significanter is, de kans dat een bouwproject wordt aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject toeneemt.
Met een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in Bijlage V van het Omgevingsbesluit (nr. J11 aanleg, wijziging of uitbreiding van stedelijke ontwikkelingsprojecten) een grootschalige, integrale gebieds(her)ontwikkeling bedoeld (zie ook de uitspraak van de Raad van State d.d. 17 augustus 2022; ECLI:NL:RVS:2022:2394). In onderhavige situatie is hier geen sprake van. Er worden twee woonwagens geplaats. Het ruimtebeslag dat dit met zich meebrengt is ongeveer 300 m2 op een perceel met een omvang van ongeveer 2.000 m2. Het perceel waarop het project wordt gerealiseerd is in het tijdelijk omgevingsplan gemeente Den Haag 'Madestein-Vroondaal' aangewezen voor 'Recreatie - Volkstuinen' met functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen-persoonsgebonden overgangsrecht'. Door voorliggend project wijzigt het gebruik van een persoonsgebonden gebruik voor wonen ten behoeve van één woonwagen in wonen door maximaal twee huishoudens. Er wordt ook mogelijk gemaakt dat er twee woonwagens met bijgebouwen geplaatst worden.
5.12 Duurzaamheid Circulair materiaalgebruik
73
Er wordt naar gestreefd een bestaande woonwagen naar dit perceel te verplaatsen (daar zorgt de gemeente voor). Voor de tweede woonwagen zorgt de betreffende familie zelf voor
een woonwagen. Mocht verplaatsen vanwege technische beperkingen niet mogelijk zijn dan worden mogelijk nieuwe woonwagens geplaatst. Het uitgangspunt is echter verplaatsen van woonwagens. Energie
In de huidige situatie is er geen gasaansluiting op het perceel. De te verplaatsen woonwagen
heeft een eigen gastank. Het is niet te verwachten dat voor beide woonwagens een aansluiting op het aardgasnet gerealiseerd wordt.
Rainproof Conform het gemeentelijk beleid zal de kavel waterneutraal ingericht te worden. Daarnaast zal een opvangcapaciteit voor berging van hemelwater van 23,9 m3 gerealiseerd moeten worden.
74
6
Participatie
6.1
Algemeen
De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie. Daarmee kunnen overheden namelijk
op tijd belangen, meningen en creativiteit op tafel krijgen. De wet zegt over participatie: het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden [...] bij het proces van de
besluitvorming over een project of activiteit. Met belanghebbenden bedoelt de wet burgers, vertegenwoordigers van bedrijven, professionals van maatschappelijke organisaties en
bestuurders van overheden. In de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit staan regels over participatie. Als overheden instrumenten van de Omgevingswet vaststellen, moeten ze aangeven hoe de hierboven genoemde belanghebbenden betrokken zijn bij de totstandkoming van deze instrumenten.
En welke resultaten dat heeft opgeleverd. Gemeenten, provincies en waterschappen moeten ook aangeven hoe ze hun eigen participatiebeleid hebben ingevuld. Er is één uitzondering: bij het aanvragen van een omgevingsvergunning moet juist de aanvrager het initiatief nemen. Initiatiefnemer moet aangeven of, en zo ja hoe, hij de omgeving betrokken
heeft bij zijn plan en wat de resultaten hiervan zijn. In artikel 16.55 lid 6 Ow is bepaald dat bij
Amvb regels worden gesteld over het bij de aanvraag verstrekken van gegevens over participatie en overleg met derden. In artikel 16.55 lid 7 is bepaald dat de gemeenteraad
gevallen van activiteiten kan aanwijzen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om omgevingsvergunning voor een buitenplanse
omgevingsplanactiviteit kan worden ingediend. De gemeente Den Haag hanteert het uitgangspunt dat voor alle plannen die niet in het
omgevingsplan passen verplichte participatie geldt.
6.2
Participatie woonwagenlocatie Madepolderweg 58h
Algemeen De Madepolderweg 59h ligt in een gebied met weinig woningen (4 adressen) in de nabijheid. Deze liggen in de gemeente Westland (deelgemeente Monster). De nabijgelegen adressen zijn dan ook in overleg met de gemeente Westland bepaald.
De direct naastgelegen "buur" is de Volkstuinvereniging Madesein (Madepolderweg 59C)
waarmee ook de toegangsweg gedeeld wordt. Deze vereniging huurt de grond van de gemeente.
Overleg Volkstuinvereniging Madestein op 12 januari 2024
Met de Volkstuinvereniging is op 12 januari 2024 gesproken over het voortgezet gebruik van de standplaats en wat hiervoor nodig is om dit te regelen (zie Bijlage 9 voor het verslag van
het overleg).
75
Bij het onderzoek naar de kwaliteit van de bomen en het noodzakelijke onderhoud wordt ook de toegangsweg en het parkeerterrein meegenomen. Verder is afgestemd over het aanstaande opschonen van het terrein. Bewonersbrief 14 februari 2024
Op 14 februari is een bewonersbrief uitgegaan over de plannen voor het voortgezet gebruik
van de locatie en wat hiervoor nodig is. Ook is aangegeven dat wanneer de BOPA start er ook een inloop/informatiemoment georganiseerd wordt om vragen te beantwoorden, zie Bijlage 10 voor een afschrift van de brief.
76