CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS320525 Bijlage 1.8 Bureau onderzoek Archeologische Waarden en Inventariserend Veldonderz

Gemeenteraad 18 december 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Verzoek om bindend advies voor omgevingsvergunning perceel nabij Madepolderweg 59C (RIS320525)14.503 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Eigenschap

Toelichting

1

Datering

Late middeleeuwen en nieuwe tijd.

2

Complextype

Bewoning, infrastructuur (sloten, greppels, paden).

3

Omvang

Gehele plangebied.

4

Diepteligging

Niet zichtbaar. Vanaf ongeveer6O cm onder maaiveld (circa 0 m NAP).

5

Gaafheid en conservering

Sporen: matig tot goed.

Vondsten anorganisch: goed; Vondsten organisch: goed onder grondwaterniveau (circa 0,5 m - NAP). Matig tot goed boven grondwaterniveau. 6

Locatie

Onder bouwvoor, op of in kleilagen (Laag van Poeldijk), op zand (Laag van Voorburg).

7

Uiterlijke kenmerken

Grondsporen: funderingen, steen bouw, beer- en waterputten, hooimijten, hooischuur, kuilen, weg, sloten, grep­

pels, erfafscheidingen en ophogingslagen.

Vondstmateriaal: organisch (bot, hout, leer) en anorganisch (aardewerk, baksteen, natuursteen, glas, metaal).

8

Mogelijke verstoringen

Moderne bodemingrepen (kabels en leidingen/aanleg latere tuinhuisjes/gebouwen/ tuinbouw/opgenomen in

bouwvoor). Mogelijk aantasting of juist conservering doorjongere Poeldijkafzettingen.

Tussentijds advies Om de gespecificeerde archeoiogische verwachting te toetsen is geadviseerd een inventariserend booronderzoek (verkennende fase) conform KNA protocoi 4003 IVO (landbodems) uit te voeren. Door middel van verkennend booronderzoek wordt de gespecificeerde archeologische verwach­ ting getoetst, de bodemopbouw in kaart gebracht en tevens de mate van verstoring van het plangebied onderzocht.

Geadviseerd is om zes boringen uit te voeren. Twee boringen dienen op plekken te worden gezet waar recentelijk nog bebouwing heeft gestaan en waar de nieuwe woonwagens ge­ pland zijn. Zo kan de mate van verstoring worden vastgesteld die is ontstaan bij de bouw en de afbraak van de panden. Indien baksteenbouwpuin of ondoordringbaar puin in de boringen

wordt aangetroffen, kan dat betekenen dat de funderingen van de historische bebouwing nog

in de ondergrond aanwezig zijn. Middels een sonde (prikstok) kunnen deze resten verder in

kaart worden gebracht. Daarnaast is geadviseerd om twee of drie boringen haaks op de Madepolderweg te zetten

om zo vast te stellen of het plangebied inderdaad gesitueerd is op het verlengde van (de flank van) de Madepolderstrandwal en wat het reliëf hiervan is. Indien dit duin aanwezig blijkt,

wordt geadviseerd om minimaal één extra boring (in het westen van het plangebied) te zetten

om vast te stellen of de Madepolderstrandwal zich ook nog tot verder westelijk van het plan­ gebied uitstrekt.

28

3 Het booronderzoek 3.1 Doelstellingen en methode De doelstelling van het verkennend booronderzoek is drieledig: • Aanvulling en toetsing van de gespecificeerde archeologische verwachting; • Vaststellen hoe goed de opbouw van de ondergrond bewaard is gebleven; • Vaststellen of zich in het plangebied archeologische niveaus bevinden.

Door middel van de boringen dient ook duidelijk te worden of de Madepolderstrandwal daad­ werkelijk ter plaatse aanwezig is en boe bet verloop ervan is. Om deze doelstelling te bereiken, moet op onderstaande vragen uit bet Plan van Aanpak51 een antwoord worden geformuleerd: 1. Hoe is de geologische opbouw van het onderzoeksgebied tot een diepte van omstreeks 2 m - NAP? 2. In welke mate is de oorspronkelijke opbouw van de ondergrond bewaard gebleven? 3. Zijn er nog (resten van) archeologische niveaus aanwezig? En zo ja, wat kan gezegd worden over de omvang, aard, ouderdom, gaafheid en conservering daarvan? 4. In welke mate stemmen de resultaten overeen met de archeologische verwachtingen? 5. In welke mate stemt het beeld van de opbouw van de ondergrond overeen met het beeld dat geschetst wordt op de geologische kaart van Den Haag en Rijswijk, editie 2019? 6. Kan er op basis van het onderzoek een aanpassing van de archeologische verwachting en de Archeologische Waarden- en Verwachting en kaart Den Haag (AWVK) worden voorgesteld? Voor bet onderzoek zijn binnen bet plangebied zes boringen gezet en twee boringen in de groenstrook direct ten zuiden ervan (afb. 10). Het zijn allemaal gecombineerde boringen, waar­ bij gebruik is gemaakt van een Edelmanboorkop (12 en 7 cm), guts (3 cm) en zuigbuis (4 cm).

Het veldonderzoek werd uitgevoerd op 19-4-2024 door Senior KNA Prospectors en De boorpunten zijn met behulp van een landmeetkundige GPS in bet Rijksdriehoeksnet ingemeten, beschreven volgens de Archeologische Standaard Boorbe schrijving (ASB) en geadministreerd in Terra Index. De boorbeschrijvingen zijn in bijlage 3 opgenomen. Tabel 6 Gehanteerde methoden van het booronderzoek.

Onderwerp

Gepland

Uitgevoerd

Boord ichtheid

28 per hectare

Idem

Positie boringen

Regelmatige verdeling over het plangebied (afb. 10)

Idem

Gebruikt boormateriaal

Edelmanboorkop (12 en 7 cm), guts (3 cm) en zuigbuis (4 cm)

Idem

Totaal aantal geplande boringen

6

8

Inmeten boorlocaties

Landmeetkundige GPS

Idem

Boorbeschrijving en documentatiemethode

Archeologische Standaard Boorbeschrijving per lithologisch onderscheiden

Idem

eenheid (NEN 5104), digitaal in Terra Index. Wijze verwerken boormonster

Zeven over 1 mm

N.v.t.

Doorstart van verkennend naar karterend/waarderend

N.v.t.

Idem

51

2024.

29

T

T

T

T

T

T

450140

T

A

450130

N

BP06 450120

BP04

450110

BP05 BP07

aN

BP02

450100

BP03,

BP08 450090

N %

1

BP01 450080

4 25 m L

L

L

L

L

L

L

L

74210

74220

74230

74240

74250

74260

74270

74280

Plangebied Voorlopig ontwerp nieuwbouw

Boorpunten

3.2 Resultaten en interpretatie De daadwerkelijke positie van de uitgevoerde boringen wijkt af van het boorplan in het Plan van Aanpak52, want boringen BP01 en BP08 zijn in de groenstrook direct ten zuiden van het plangebied gezet. Hierdoor zijn de boorraaien haaks op de verwachte geologie langer gewor­ den, waardoor een betere interpretatie van de opbouw en breedte van de strandwal mogelijk is geworden. Met uitzondering van boringen BP02 en BP04 konden alle boringen tot een diepte van minstens 2 m - NAP of dieper worden uitgevoerd. Boring BP02 liep op 0,44 m - NAP vast op ondoordringbaar puin en boring BP04 liep op 0,94 m - NAP vast op een boomwortel. In alle boringen is minimaal de bovenste 60 cm verstoord of sterk vermengd met fragmenten puin. Nadat meerdere pogingen rond BP02 vastliepen op puin, is een sonde (prikstok) gebruikt om de andere locaties voor te prikken. Hierbij is gebleken dat over het gehele terrein, met name in de westelijke helft ervan, puin aanwezig is in ten minste de bovenste meter onder maaiveld. De opbouw van de ondergrond onder de geroerde bovenlaag varieert. In het centrale deel van het plangebied bestaat de opbouw van de ondergrond uitsluitend uit zand (boringen BP03 en BP07). In dit zand werden restanten van bodems herkend op dieptes van 2,14 m - NAP (BP03) en 1,78 m NAP (BP07). Archeologische indicatoren werden hierin niet aan getroffen.

52

2024.

30

Afb. 10 Boorplan.

In het zuidelijke deel van het terrein (boringen BP01 en BP08) werd een opbouw van de ondergrond aangetroffen die eveneens voor het grootste deel uit zand bestaat. In boring BP08 werd in het zand op een diepte van 1,44 m - NAP wederom een zwak humeuze bodem zonder archeologische indicatoren aangetroffen. De opbouw van de ondergrond verschilt met het centrale deel doordat hier de bovenste circa 60-90 cm uit sterk zandige klei bestaat. Deze klei is grijsbruin van kleur, sterk humeus en bevat fragmenten puin en aardewerk. Uit boring BP01 werd op circa 60 cm MV (0,33 m - NAP) een scherf van Werra-aardewerk verzameld, die te dateren is aan het eind van de 16de eeuw. Geheel anders is de opbouw van de ondergrond in het noordelijke deel van het plangebied. In boringen BP05 en BP06 is zand aangetroffen op respectievelijk 2,54 m - NAP en 2,63 m - NAP. Daarboven ligt een pakket veen van circa 85 cm dik, waarvan de top veraard is. Het veen wordt afgedekt met matig fijn, zwak siltig, grijs zand. In boring BP05 is dit pakket 90 cm dik (boven­ kant op 0,69 m - NAP) en in boring BP06 is het 40 cm (bovenkant op 1,33 m - NAP). Het zand is afgedekt met klei. In boring BP06 is dit sterk siltig, groen door fosfaat en bevat het archeologi­ sche indicatoren, waaronder enkele fragmenten handgevormd aardewerk uit de Romeinse tijd op 60-70 cm onder maaiveld.

Deze vondsten houden verband met de nabijgelegen vindplaats uit de Romeinse tijd op locatie Madepolderweg 55-57. Naar boven toe wordt het kleipakket humeuzer. Geheel bovenin beide boringen is het kleipakket sterk humeus, sterk zandig en bevat het weer fragmenten puin die dateren in de nieuwe tijd.

Interpretatie De oudste afzettingen in het plangebied bestaan uit goed gesorteerd matig fijn, kalkloos duinzand van de Laag van Voorburg (afb. 11). Het gaat om duinzand dat deel uitmaakt van de Madepolderstrandwal. In dit duinzand zijn op verschillende dieptes bodems waargenomen, maar archeologische indicatoren werden hierin niet aangetoond. Dateringen voor de bodems zijn dan ook niet te geven. Waar de top van het duinzand het diepst ligt, in het noordelijke deel van het plangebied (boringen BP05 en BP06), is deze afgedekt met een pakket Hollandveen. De onderkant hiervan ligt op 2,63 m - NAP. Dat is dieper dan het in 2018 bemonsterde veen op onderzoekslocatie Madepolderweg 55-57, waarvan een "C-datering uitkwam op 2866-2497 v. Chr.53 Dit monster werd op een diepte van 1,86 m NAP genomen en het is daarom aan nemelijk dat de basis van het veen in het plangebied van een oudere datum moet zijn. De top van het veen in het plangebied is veraard. Daarvoor moet het enige tijd droog hebben gelegen, wat mogelijkheden voor bewoning met zich meebracht. Door het ontbreken van archeologi­ sche indicatoren in de top van het veen is het niet duidelijk of mensen van deze gelegenheid gebruik hebben gemaakt. Evenmin is een datering te geven aan dit moment. Met het veen is de noordelijke flank van de Madepolderstrandwal aangetoond.

Mogelijk is ook aan de zuidelijke zijde van het plangebied de aanzet tot een flank aangetoond, aangezien hier het duinzand is afgedekt met klei. De top van de strandwal bevond zich in het centrale deel van het plangebied en is niet bewaard gebleven. Dit kan het gevolg zijn van winderosie. Op het veen aan de noordelijke flank is een secundair pakket duinzand aanwezig dat duidelijk maakt dat de strandwal (of een duintop in de omgeving) aan verstuiving is blootgesteld. De klei die in het noordelijke en zuidelijke deel van het terrein werd aangetroffen, is afgezet via het Gantel getijdensysteem en kan worden gerekend tot het Laagpakket van Walcheren. Gezien de aanwezigheid van handgevormd aardewerk uit de Romeinse tijd op circa 69-70 cm onder maaiveld in de kleilaag tegen de noordelijke flank van het duin, zal deze klei gerekend moeten worden tot de Gantel Laag. Een duidelijke bodem hierin is niet aangetroffen, wat het gevolg is van veelvuldige omzetting van de top van de oorspronkelijke opbouw van de ondergrond. In het met zand vermengde bovenste deel van het kleipakket zijn fragmenten aardewerk en baksteen aangetroffen die te dateren zijn in de nieuwe tijd. Deze vondsten en de 53

Poz-134946,4095 ± 35 BP.

31

450200

A

o

100 m

I 74100

74200

74150

450000

450050

450100

450150

N

I

I

I

L

L

L

74250

74300

74350

] Plangebied NN Voorlopig ontwerp nieuwbouw

Geologie

)

Laagpakket van Walcheren, op Hollandveen Laagpakket, op Laagpakket van Wormer Laagpakket van Walcheren, op Hollandveen Laagpakket, op Laag van Voorburg, op Laag van Rijswijk Laagpakket van Walcheren, op Laag van Voorburg, op Laag van Rijswijk

Boringen

Laag van Voorburg Laagpakket van Walcheren, op Hollandveen Laagpakket, op Laag van Voorburg, op Laag van Rijswijk Laagpakket van Walcheren, op Laag van Voorburg, op Laag van Rijswijk

laag waarin ze voorkomen zijn te koppelen aan de inrichting van bet terrein als boerderijerf, zoals gebleken is uit bet bureauonderzoek. Ook de concentratie puin in de bovenste meter van bet terrein kan hiermee verband houden.

3.3 Beantwoording onderzoeksvragen i.

Hoe is de geologische opbouw van het onderzoeksgebied tot een diepte van omstreeks 2 m NAP? De oudste opgeboorde afzettingen in bet plangebied bestaan uit goed gesorteerd matig fijn, kalkloos duinzand van de Laag van Voorburg. Het gaat om duinzand dat deel uitmaakt van de Madepolderstrandwal. In bet noordelijke deel van bet plangebied is de flank van de 32

Afb. 11 Een uitsnede van de geologische kaart uit 2019 met locatievan het plangebied en lithologische interpretatievan de uitgevoerde boringen.

2.

3.

4.

5.

6.

strandwal aangetoond. Het zand is hier afgedekt met een pakket Hollandveen van circa 85 cm dik, met daarop een pakket verstoven duinzand van circa 90 cm dik. Bovenop dit alles ligt klei behorend tot het Laagpakket van Walcheren, naar alle waarschijnlijkheid de Gantel Laag. Klei werd ook aangetroffen in de top van de opbouw van de ondergrond ten zuiden van het plangebied. In welke mate is de oorspronkelijke opbouw van de ondergrond bewaard gebleven? De oorspronkelijke opbouw van de ondergrond is goed bewaard gebleven. Alleen in de bovenste meter komen verstoringen voor die voor een deel te relateren zijn aan het histo­ risch gebruik van het terrein als boerderijerf. Ook boomwortels zijn veelvuldig aanwezig in het bovenste deel van de opbouw. Zijn er nog (resten van) arcbeologiscbe niveaus aanwezig? En zo ja, wat is de omvang, aard, ouderdom, gaafheid en conservering daarvan? Het booronderzoek heeft verschillende bodems in het zand van de Laag van Voorburg aangetoond, maar hierin werden geen archeologische indicatoren aangetroffen. Dergelijke aanwijzingen voor menselijke activiteiten ontbreken ook in de veraarde top van het Hol­ landveen. Anders is de situatie in de top van de opbouw van ondergrond.

Enkele scherven van handgevormd aardewerk uit de Romeinse tijd maken duidelijk dat mensen actief zijn geweest op de klei en dat de resten hiervan nog bewaard zijn gebleven in het noordelijke deel van het terrein op de flank van de strandwal. Vermoedelijk zullen ze ook op de top van de strandwal aanwezig zijn geweest, maar die is dusdanig verstoord dat het archeologisch niveau hierop verdwenen is of is opgenomen in de subrecente bouwvoor. Een fragment Werra-aardewerk en stukjes baksteen uit de nieuwe tijd werden aangetroffen in de meer zandige top van het Laagpakket van Walcheren. Deze zijn, samen met de fragmenten bouwpuin die over het gehele terrein werden aangetroffen, te koppelen aan de van histori­ sche kaarten bekende boerderij die in het plangebied stond en de opvolgers daarvan. In welke mate stemmen de resultaten overeen met de archeologische verwachtingen? Het booronderzoek heeft de gespecificeerde archeologische verwachting ten dele kunnen bevestigen. De verwachting op resten uit het neolithicum en de ijzertijd is niet uitgeko­ men. Hoewel bodems in de Laag van Voorburg en een veraarde top van het Hollandveen zijn aangetroffen, ontbreken op deze niveaus archeologische indicatoren uit de prehistorie.

Daarentegen zijn de verwachtingen op resten uit de Romeinse tijd en (late middeleeuwen en) nieuwe tijd wel bevestigd door het aantreffen van vondstmateriaal uit deze perioden. In welke mate stemt het beeld van de opbouw van de ondergrond overeen met het beeld dat geschetst wordt op de geologische kaart van Den Haag en Rijswijk, editie 2019? De aangetroffen geologische opbouw van de ondergrond wijkt af van de geologische kaart. Volgens de kaart ligt het volledige plangebied in een zone waarvan de ondergrond bestaat uit het Laagpakket van Walcheren, op het Hollandveen Laagpakket, op de Laag van Voorburg, op de Laag van Rijswijk (kaarteenheid4). Deze opbouw is alleen aangetroffen in het noordelijke deel van het terrein, omdat zich hier de flank van de Madepolderstrandwal bevindt. In het centrale deel van het terrein bestaat de geologische opbouw alleen uit zand van de Laag van Voorburg (kaarteenheid17) en ten zuiden ervan wordt de Laag van Voorburg nog afgedekt door het Laagpakket van Walcheren (laageenheid 5). Kan er op basis van het onderzoek een aanpassing van de archeologische verwachting en de Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart Den Haag (AWVK) worden voorgesteld? Op basis van de behaalde resultaten blijft het plangebied een archeologische verwachting behouden en daarom is aanpassing van de AWVK op dit moment niet nodig.

33

4 Conclusie en advies De Dienst Stedelijke Ontwikkeling is voornemens het terrein aan de Madepolderweg 59c in te richten voor twee woonwagens. Deze werkzaamheden gaan gepaard met verstoring van de ondergrond en de daarin eventueel aanwezige archeologische resten. Om de archeologische waarde van het terrein vast te kunnen stellen (vraagstelling: zijn archeologische waarden in het gebied aanwezig en zijn deze behoudenswaardig?) is een bureauonderzoek archeologische waarden (BO) uitgevoerd gevolgd door een inventariserend booronderzoek (IVO-O, boringenverkennende fase). Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied zeer waarschijnlijk gesitueerd is op de zuidwestelijke uitloper van een strandwal die globaal de Madepolderweg volgt. Op grond van deze landschappelijk situering geldt in het plangebied een verwachting op het voorkomen van resten vanaf het neolithicum tot en met de nieuwe tijd. Daarbij geldt met name een hoge kans op het aantreffen van resten uit de Romeinse tijd en late middeleeuwen/nieuwe tijd. Verkennend booronderzoek is geadviseerd en uitgevoerd op 19-3-2024. Het booronderzoek heeft aangetoond dat in de ondergrond inderdaad sprake is van een strandwal met daarop duinzand. Bodems in het duinzand zijn aanwezig op verschillende dieptes, maar zonder archeologische indicatoren.

In het noordelijke deel van het plangebied werd de noordelijke flank van de strandwal aangetoond. Hier is sprake van een pakket veen op het strandwal zand. De top van het veen is veraard. Archeologische indicatoren werden op dit niveau niet aan getroffen. Voor zowel dit veraarde veen, als de hiervoor genoemde bodems in het duinzand geldt dat het nu uitgevoerde verkennend booronderzoek niet toegespitst is op het aantonen/uitsluiten van menselijke activiteiten op deze niveaus. Het pakket veen is afge­ dekt met verstoven duinzand, met daarop weer een laag klei. In dit pakket klei zijn op 60-70 cm onder maaiveld fragmenten van handgevormd aardewerk uit de Romeinse tijd aangetroffen. Ten zuiden van het plangebied lijkt zich ook een strandwalflankte bevinden; hier is de top van het duinzand niet afgedekt met veen, maar wel met zandige klei. De top van de oorspronke­ lijke opbouw van de ondergrond is in heel het plangebied verstoord en bevat fragmenten puin. Daarvan is de bovenste circa 50 cm veroorzaakt door moderne bodemingrepen. De circa 50 cm daaronder kan mede op basis van een fragment Werra aardewerk gedateerd worden in de late middeleeuwen/nieuwe tijd.

Volgens de ontwerpplannen zullen de voorbereidende werkzaamheden ten behoeve van de nieuwbouw in het plangebied (aanleg kabels en leidingen en een zandpakket onder de woon­ wagens) gepaard gaan met een verstoring van de ondergrond groter dan 50 m2 en tot circa 1 m onder maaiveld. Hierdoor worden eventueel aanwezige archeologische resten verstoord. Meer specifiek gaat het daarbij om resten van een boerderij erf uit de late middeleeuwen/nieuwe tijd en mogelijk ook om resten uit de Romeinse tijd waarvan de aard niet bekend is.

Advies: omdat archeologische resten zich al direct onder het maaiveld ophouden, wordt archeo­ logisch vervolgonderzoek in het plangebied zin vol geacht. Cezien de beperkte diepte van 1 m onder maaiveld voor de grondroerende werkzaamheden en de hoge verwachting op het daarbij aantreffen van archeologische resten uit de Romeinse tijd en late middeleeuwen/nieuwe tijd, wordt geadviseerd een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) uit te voeren, met de mogelijkheid een directe doorstart te maken naar een opgraving (onder certificaat BRL SIKB 4000, protocollen 4003 en 4004). Voor dit onderzoek dient door het bevoegd gezag een Programma van Eisen te worden opgesteld, dat voldoet aan de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie

34

(onder certificaat BRL SI KB 4000, protocol 4001) en waarbij de Gemeentelijke Onderzoeksagenda Archeologie5'1 als onderzoekskader geldt. De diepere verwachtingsniveaus in het duinzand en op het veraarde veen zullen bij de werk­ zaamheden niet worden geraakt en dienen hun archeologische verwachting te behouden.

54

/

2021 b.

35

Bronnen Literatuur Berendsen, 2005: Landschappelijk Nederland, Assen (Fysische geografie van Nederland). Deunhouwer, P., 2002: Plangebied Madestein, gemeente Den Haag. Een inventariserend archeo­ logisch onderzoek, Amsterdam (RAAP Rapport 829). Van Dinter, M./R.C.A. Geerts/I. Vossen, 2021: Madepolderweg 41-43 te Den Haag. Een inventarise­ rend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven, Amersfoort (ADC Rapport 5412). Exaltus, R./J. Orbons, 2011: Madepolderweg, Den Haag, gemeente Den Haag. Inventariserend veldonderzoek (IVO-O); bureauonderzoek, oppervlaktekartering en karterend booronderzoek, Maastricht (Archeopro Archeologisch rapport 11005). Exaltus, R./J. Orbons, 2016: Madepolderweg, Den Haag, gemeente Den Haag. Inventariserend veldonderzoek (IVO-O); bureauonderzoek, Eijsden (Archeopro Archeologisch rapport 16 057). Kerkhof, M., 2012: Toelichting bij de archeologische beleidskaart van de gemeente Westland (Delftse Archeologische Notitie 20). Kerkhoven, A.A., 2017: Madepolderweg 53. Gemeente Den Haag (ZH). Een inventariserend veldon­ derzoek d.m.v. proefsleuven (IVO-P), Utrecht (Transect-rapport 1191). Koster, K./P.C. Vos, 2019: Herziening geologische kaart gemeenten Den Haag en Rijswijk, Utrecht (TNO-Rapport R11927). Lehmann, K., 2017: Madepolderweg 45 en 55-57, gemeente Den Haag.

Inventariserend veldonderzoek-boringen (verkennendefase), Den Haag (Haagse Archeologische Rapportage 1729). Van der Leije, J., 2022: Een midden-Romeins erf in de Madepolder. Archeologische opgraving Den Haag Madepolderweg 41-43, Leiden (Archol Rapport 622). Lenoir, M.L., 2019: De Rhijenhof 14-16, gemeente Den Haag. Archeologisch onderzoek (DO) naar bewoningssporen op een boerderijplaats uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd, Den Haag (Haagse Archeologische Rapportage 1915). Van Liere, W.J., 1948: De bodemgesteldheid van het Westland., Den Haag (Verslagen van land­ bouwkundige onderzoekingen 54-6). Molenaar, S., 2007: Plangebied Polanen te Monster. Gemeente Westland. Archeologisch vooron­ derzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek. (RAAP Rapport 1402). Nijdam, L.C., 2017: Poeldijk, Casembrootlaan 35(Gemeente Westland). Een bureauonderzoeken een verkennend booronderzoek. (ArGeoBoor rapport 1447). Siemons, H./E.C. Rieffe, 2016: Madepolderweg, gemeente Den Haag. Bureauonderzoek archeolo­ gische waarde en inventariserend veldonderzoek-boringen, Den Haag (Haagse Archeologische Rapportage 1628). Siemons, H., 2017: Madepolderweg 45 en Madepolderweg 55-57, gemeente Den Haag. Bureauon­ derzoek archeologische waarde, Den Haag (Haagse Archeologische Rapportage 1709). Siemons, H./P.J.A.

Stokkel (red.), 2021a: Toelichting op de Archeologische Waarden-en Verwachtingenkaart Den Haag 2021 (AWVK2021), Den Haag (Haagse Archeologische Rapportage 2120). Siemons, H./P.J.A. Stokkel (red.), 2021b: Gemeentelijke Onderzoeksagenda Archeologie 2020, gemeente Den Haag, Den Haag (Haagse Archeologische Rapportage 2119). Van Veen, M.M.A./J.A. Waasdorp, 2000: Archeologische-geologische kaart van Den Haag, Den Haag (Haagse Oudheidkundige Publicaties 5). Vos, P.C., 2017: Het ontstaan van Westland-Delfland, gebaseerd op paleolandschappelijk onder­ zoek en getijsysteemkennis. Toelichting op de regionale paleolandschappelijke kartering, uitgevoerd in het kader van het uitbrengen van de Atlas van het Westland, Delft (Delftse Archeologische Rapporten 130). Vossen, I., 2019: De Kreken Fase 3 te Poeldijk, gemeente Westland. Opgraving vindplaats I en J, Amersfoort (ADC Rapport 5004). Vossen, l./R.C.A. Geerts (red.), 2022: Klei, zand en veen door de eeuwen heen. Archeologische opgravingen aan de Madepolderweg in Den Haag, Amersfoort (ADC Rapport 5800).

36

Van Zoolingen, R.J., 2019: Madepolderweg 45 en 55-57, gemeente Den Haag. Proefsleuvenonder­ zoek naar vindplaatsen uit de steentijd, ijzertijd, Romeinse tijd en late middeleeuwen, Den Haag (Haagse Archeologische Rapportage 1904). Van Zoolingen, R.J., 2024: Plan van Aanpak Madepolderweg 59c.

Milieukundige rapporten Leeuwen, E.P. van, 2016, Historisch bodemonderzoek. Plangebied Vroondaal Zuidwest te Den Haag. Madepolderweg 41 t/m 59 (oneven) en Boomaweg 71 t/m 103 (oneven). Rotterdam.

Historische kaarten Kruikius kaart van Delfland 1712. Heruitgave 1988, Alphen aan den Rijn. Kadastrale minuut Sectie E, Oost mae polder 1832. Den Haag. Wandelkaart van het Grondbedrijf 1954. Den Haag. Bonnebladen 1875-1892,1900-1904,1913-1929 en 1934. Den Haag.

Websites Kastelen in Nederland, Kasteel Polanen, https://www.kasteleninnederland.nl/kasteeldetails.php?id=1092 op 12-2-2024.

Historisch Archief Westland, Straatnamen Monster, https://zoeken.erfgoedwestland.nl/detail. php?id=23152O335&nav id=1-2&index=1 op 12-2-2024.

Bodem Informatie Online, https://bio-odh.georuimte.nl/ op 21-2-2024. Topografische kaarten, https://www.topotijdreis.nl/ op 12-2-2024

Historische kaart van Den Haag 1954 van een wandelkaart van het Grondbedrijf, https://arcg.is/OfeLDLO op 27-02-2024

37

Verantwoording afbeeldingen Alle afbeeldingen zijn vervaardigd door de afdeling Archeologie en Natuur- en Milieueducatie van de gemeente Den Haag, tenzij anders vermeld. Locatie van het plangebied en onderzoeksgebied in Den Haag. Afb. 2 Een uitsnede van de geologische kaart uit 2019 met locatie van het plangebied en de Madepolderstrandwal. Afb. 3 De Madepolderstrandwal zoals vastgesteld tijdens vooronderzoek (Van der Leije 2022). Afb. 4 Plan- en onderzoeksgebied weergegeven op de Archeologische Waarden- en Verwacht! n g en kaart. Locaties van uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plange­ Afb.5 bied. Voor verklaring van gebruikte volgnummers zie tabel 1. Afb, 6 Een uitsnede van de kaart van Kruikius (1712) met daarop de locatie van het plange­ bied aangegeven (Hoogheemraadschap van Delfland). Afb. 7 Afbeelding van het aardewerk aangetroffen tijdens het veldbezoek. Afb. 8 Uitsnede van verschillende historische kaarten van het plangebied in verschillende schalen. Het noorden ligt altijd boven, (o.a. HisGIS en Hoogheemraadschap van Delfland) Afb.9 Locatie van gebouwen zoals weergegeven op de kaart van Kruikius (1712), de kadas­ trale minuut (1832), de kaart van het grondbedrijf (1954) en de topografische kaart van 2023. Daarnaast is de locatie van de twee in de toekomst te plaatsen woonwagens hier ook op weergegeven. Afb. 10 Boorplan. Afb.

11 Een uitsnede van de geologische kaart uit 2019 met locatie van het plangebied en lithologische interpretatie van de uitgevoerde boringen. Afb.1

38

Bijlage 1: Tabel perioden en laagindeling Archeologische perioden

Jaren v/n Chr.

Laageenheden Mariene getijdenafzettingen

Duin- en strandzanden

2000

Nieuwe tijd 1500

A

Laat

Vol

1000

Middeleeuwen

E

Vroeg 500

Romeinse tijd Laat

Midden

Ijzertijd

o

F/G

500

Vroeg

Bronstijd

Laat

1000

Midden

1500

Vroeg

2000

Laat

2500

B

D 3000 Neolithicum

Midden

3500 4000

Vroeg

c

J/K

4500 5000

Laat

Mesolithicum

Midden

Vroeg

6000

7000

8000 9500 11750

Laat-Paleolithicum

A:

Laag van Den Haag (voorheen Jonge Duinen)

B:

Laag van Voorburg (voorheen Oude Duinen)

C: Laag van Ypenburg (voorheen Oude Duinen)

D: Laag van Rijswijk (voorheen Strandzanden)

E: Laag van Poeldijk (voorheen Duinkerke II /III Afzettingen) F: Gantel Laag, kleiige afzettingen (voorheen Duinkerke I Afzettingen)

G: Gantel Laag, zandige afzettingen (voorheen Duinkerke I Afzettingen) J:

Laagpakket van Wormei; kleiige afzettingen (voorheen Afzettingen van Galais)

K: Laagpakket van Wormei; zandige afzettingen (voorheen Afzettingen van Galais)

39

1

i

I

I

f

I 'I

__________

WIY

)

A A

■

1

I

4

B

2

m

gi

—

v/

r

' 3

(

40

‘ I a

8

2

r

Fnedo

66

9

t

e re e n C> *

-

ï

-SCa\ 45

4

2/ K •

■

FM 2:9

, K\

/2

Ba

di20

ar

EA

/

Bijlage 2: Toekomstige situatie (voorlopig ontwerp)

ju dea

3

rpuab]

}

Fë

sejja BuspjejA • E2

V ---

sjaneyubunuaan IHU04M Bumpueyjan BumpueyJaA F p

V

28

,• Mi

em ey

ua0ug • qunjqand Dam Dun bune buepue-A BunpueA •

i

■ I

X

P

002

cu 0S

A1

■

89

..

NN-

613

.

? Been uaa

)

a0

53

EElmsnEe

"V

BP01

Y:

Boring:

BP04

450098,80

Y:

450120,30

BP03

74237,76

450082,30

Y:

Boring:

BP02

Boring:

74239,92

74232,83

450099,50

Y:

74218,38

Datum:

19-3-2024

Datum:

19-3-2024

Datum:

19-3-2024

Datum:

19-3-2024

Maaiveld (m NAP)

0.273

Maaiveld (m NAP)

0.262

Maaiveld (m NAP)

0.256

Maaiveld (m NAP)

0.362

36 27

26

Klei, sterk zandig, sterk humeus, sterk wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor

0.

6

0

Klei, sterk zandig, sterk humeus, zwak aardewerkhoudend, zwak puinhoudend, grijsbruin, Edelmanboor

-33 -50

-44

\

Zand matig fijn, zwak siltig, matig wortelhoudend, lichtgrijs, Edelmanboor

-83

26

Zand matig fijn, zwak siltig, zwak puinhoudend, grijs, Edelmanboor, Verstoord Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sterk puinhoudend, bruingrijs, Edelmanboor, Homogeen, loopt vast oppuin, prikken omheen liepen vast op dezelfde diepte

6

0

-50

¥

1

0.

Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, bruingrijs, Edelmanboor

Klei, sterk zandig, sterk puinhoudend, bruin, Edelmanboor -14

-44

-54

Zand matig fijn, zwak siltig, zwak puinhoudend, lichtgrijs, Edelmanboor

.74

-79-

-94

Zand matig fijn, zwak siltig, sterk wortelhoudend, Zuigerboor handmatig

-100-

Zand matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

\

-100-

Klei, sterk siltig, sterk humeus, sterk puinhoudend, Edelmanboor, Kleine \ puinstukjes

-84

Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, Edelmanboor

grijs, Edelmanboor, Vastgelopen op wortel

Zand matig fijn, zwak siltig, zwak puinhoudend, grijs, Edelmanboor

-143

-150-

-150-

Zand matig fijn, zwak siltig, zwak schelphoudend, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig

-200-

-154

-200-214

-223

BP05

Y:

450116,50

B oring:

BP06

Y:

74217,27

Zand matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Zand matig fijn, zwak siltig, zwak schelphoudend, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig

Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijsbruin, Zuigerboor handmatig, Humeuze bandjes, 245 humusband -254 k =houtrest

-250

Boring:

Klei, matig zandig, matig humeus, matig wortelhoudend, zwak puinhoudend,

2A .94 \ groengrijs, Edelmanboor, Mortel? \ Klei, sterk siltig, matig wortelhoudend,

Boring:

BP08

450107,40

Y:

450093,20

Boring:

BP07

450121,20

Y:

74259,97

74242,32

74257,43

Datum:

19-3-2024

Datum:

19-3-2024

Datum:

19-3-2024

Datum:

19-3-2024

Maaiveld (m NAP)

0.314

Maaiveld (m NAP)

0.069

Maaiveld (m NAP)

0.369

Maaiveld (m NAP)

0.462

46

0.

-50

-100.

8888,88:

31 21

-19

37

Klei, zwak zandig, sterk humeus, sterk wortelhoudend, gebiedseigen, sterk puinhoudend, antropogeen, donker \ bruingrijs, Edelmanboor

Klei, sterk zandig, sterk humeus, sterk puinhoudend, antropogeen, zwak wortelhoudend, gebiedseigen, donker grijsbruin, Edelmanboor

Zand, zwak siltig, zwak humeus, sterk puinhoudend, antropogeen, bruingrijs, Edelmanboor

-69

-53

L

-73

Klei, sterk zandig, zwak humeus, sterk puinhoudend, antropogeen, zwak wortelhoudend, gebiedseigen, groengrijs, Edelmanboor, Mortelresten, gevlekt -119 l lichtgrijs

-93

L

4

Veen, donkerbruin, Zuigerboor handmatig, Veraard CM

-254

-269

Zand, zwak siltig, grijs, Guts

Klei, sterk siltig, sterk houtskoolhoudend, antropogeen, Edelmanboor

-263

0.

-44

-53

-50

-100-

-100-

L

-150-

-150-

Klei, sterk siltig, grijs, Guts

-178 -203

Zand matig fijn, zwak siltig, bruin, Zuigerboor handmatig

-233

Zand, zwak siltig, licht grijsbruin, Zuigerboor handmatig

Veen, donkerbruin, Guts Veen, bruin, Guts

-283 \ Zand matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Guts

Zand matig fijn, zwak siltig, zwak puinhoudend, antropogeen, matig wortelhoudend, gebiedseigen, blauwgrijs, Edelmanboor

Zand, zwak siltig, zwak baksteenhoudend, antropogeen, grijs, Edelmanboor

Zand matig fijn, zwak siltig, grijs, Edelmanboor

Zand matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, donker, Edelmanboor

Veen, bruin, Guts -250.

Klei, sterk zandig, sterk humeus, zwak puinhoudend, antropogeen, grijsbruin, Edelmanboor, Homogeen

Klei, sterk zandig, zwak bothoudend, antropogeen, groengrijs, Edelmanboor

CM

Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor -200.

\

-118 \

Zand matig fijn, zwak siltig, zwak wortelhoudend, gebiedseigen, grijs, Edelmanboor

-150.

0

-50

Klei, sterk siltig, matig puin houdend, antropogeen, zwak houtskoolhoudend, antropogeen, zwak aardewerkhoudend, antropogeen, donkergrijs, Edelman boor

Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sterk puinhoudend, antropogeen, matig bothoudend, antropogeen, grijsbruin, Edelmanboor

-200-

-200

-104 -114

-144 -154

1 -214

Zand matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Zand matig fijn, zwak siltig, Zuigerboor handmatig

Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig Zand matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig

Bijlage 3: Boorgegevens

Boring:

42

43

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14830805/1