CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS320525 Bijlage 1.8 Bureau onderzoek Archeologische Waarden en Inventariserend Veldonderz

Gemeenteraad 18 december 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Verzoek om bindend advies voor omgevingsvergunning perceel nabij Madepolderweg 59C (RIS320525)14.503 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Es

VREDE

EN

Den Haag

RECHT

Madepolderweg 59c Gemeente Den Haag Bureauonderzoek Archeologische Waarden en Inventariserend Veldonderzoek-Overig

n 027

ebV4 "7

5

9

€NMSTN

24282

R862

2,

më 8e4556216 52

V(j

M A sh¥e =[ol[oJe AY0r 7VA 2e1[*/183

74

W:

£ n

I

ehosoye

HT 4V14/ë *25272 280/26 €18

22**8 (

31

6rA $$

"9 223

69;

i.6t

‘L 39 L

ny :

/f Wl#

EH EDit

7,7

732275 7hAegeea=/g 388.

4 W)

1

7;

2674/477

24, 52) $5 26 ME322 r 93529 .e“ BS 283,5 (E6e$4266,,

"rje,2

82101

1e "2

2 2med

■

E

=

'W4

77 33

4447 17/2

fkë

nu i

2000 —

nieuwe tijd

- }a

*96

$

..4 t:3 *

k

o

450 na Chr. Funderingen van de Uithofsboerderij.

Romeinse tijd

LX

o

65 '

/9

é@ 6,@

e

800v. Chr.

@

Mijlpalen, Wateringse Veld

Versierd benen voorwerp met onbekende functie, Wateringse Veld.

An4 §\

bronstijd Touwversierd aardewerk, Bronovo.

Va

2000

igg

N

7ƒ y

4 nieuwe steentijd (neolithicum)

Pijlpunt van vuursteen, Wateringse Binnentuinen.

7 5300

0 midden steentijd 1 0 (mesolithicum) | < 8800

Hurkgraf, Ypenburg.

Nva 3

Ici 88

Colofon Onderzoek:

Madepolderweg 59c, gemeente Den Haag. Bureauonderzoek Archeologi­ sche Waarden en Inventariserend Veldonderzoek-Overig.

en

Auteur: Uitgave:

}

ijzertijd

ég

1® a

-mS

1050 vroege middeleeuwen

Graf in de vorm van een boot. Het hout is vergaan, maar de I klinknagels I zijn bewaard gebleven, Sol leveld.

S

3

7760,3

Skelet van een moeder met kind, Kerkplein.

late middeleeuwen

Funderingen van de Spuipoort, Hofsingel.

-

ef

1500

Afdeling Archeologie en Natuur- en Milieueducatie Dienst Stadsbeheer, gemeente Den Haag

Haagse Archeologische Rapportage nummer 2405 Den Haag, 2024

ISBN: 978-94-6067-378-8

2

Inhoudsopgave 5 6 7 9 9 9 10

Administratieve gegevens Samenvatting 11nleiding 2 Bureauonderzoek 2.1 Geologie Algemeen

Onderzoeks- en plangebied 2.2 Archeologie en vroege geschiedenis Prehistorie Romeinse tijd Middeleeuwen en nieuwe tijd 2.3 Bouwhistorie en recente gebruiksgeschiedenis Bodemverontreiniging Bodemverstoring 2.4 De huidige en toekomstige situatie Huidige situatie Toekomstige situatie 2.5 De gespecificeerde archeologische verwachting Tussentijds advies 3 Het booronderzoek 3.1 Doelstellingen en methode 3.2 Resultaten en interpretatie Interpretatie 3.3 Beantwoording onderzoeksvragen 4 Conclusie en advies Bronnen Literatuur Milieukundige rapporten Historische kaarten Websites Verantwoording afbeeldingen

16 17 18 22 22 24 24 24 25 26 28 29 29 30 31 32 34 36 36 37 37 37 38

Bijlage 1: Tabel perioden en laagindeling Bijlage 2: Toekomstige situatie Bijlage 3: Boorgegevens

39 40 41

12

3

NOORDZEE

A

V N ICHEVI IINGEI

%

N

1

C

%

:id;

)

L

HEN

CENTRUM

VOORBUI

(KDUI

é

%

r C

LOOSDUINEN

\ ó

.

F

t

$

f

A

YPEl

/

\ NOOTDORP

n.

\ 1

-

•/

\

>

POELDI INGEN

X

DELF

>

5k

0 74200

74300

74400

450200

A N

V 450100

o /

7

o

100 m

I

I

I

I

]

=

I Plangebied Madepolderweg 59c

4

Afb. 1

450000

4

I

Locatie van het

plangebied en onderzoeks­

gebied in Den Haag.

Administratieve gegevens Administratieve gegevens Projectcode

MAW24b

Gemeente en plaats

Den Haag; Stadsdeel Loosduinen, Wijk Kraayenstein en Vroondaal

Toponiem

Madepolderweg 59c

OM-nummer

Bureauonderzoek: 5522129100

Centrum coördinaat

74239.6/450113.5

Oppervlakte plangebied

2046 m2

Kadastrale gegevens

Loosduinen K1458

Booronderzoek: 5539342100

Beheerder/eigenaarvan de grond: gemeente Den Haag NAP-hoogten

Hoogte maaiveld omstreeks 0,6 m + NAP

Grondwaterpeil

0,75 m - NAP. (22-01-2024) Madepolderweg 59, 2553 EG Den Haag

Opdrachtgever

Dienst Stedelijke Ontwikkeling, gemeente Den Haag

Contactpersonen: Uitvoerder

en

Afdeling Archeologie en Natuur- en Milieueducatie Dienst Stadsbeheer, gemeente Den Haag

Bevoegd gezag

B en W gemeente Den Haag

Datum veldwerk

19-3-2024

Datum rapportage

Maart 2024

Auteur

en

Autorisatie Beheer en plaats documentatie/vondsten

Afdeling Archeologie en Natuur- en Milieueducatie Dienst Stadsbeheer, gemeente Den Haag Spui 70 Den Haag

Status rapport

Goedgekeurd doorvoor bevoegd gezag (25-3-2024)

5

Samenvatting De Dienst Stedelijke Ontwikkeling is voornemens het terrein aan de Madepolderweg 59c in te richten voor twee woonwagens. Deze werkzaamheden gaan gepaard met verstoring van de ondergrond en de daarin eventueel aanwezige archeologische resten. Om de archeologische waarde van het terrein vast te kunnen stellen (vraagstelling: zijn archeologische waarden in het gebied aanwezig en zijn deze behoudenswaardig?) is een bureauonderzoek archeologische waarden (BO) uitgevoerd gevolgd door een inventariserend booronderzoek (IVO-O, boringenverkennende fase). Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied zeer waarschijnlijk gesitueerd is op de zuidwestelijke uitloper van een strandwal die globaal de Madepolderweg volgt. Op grond van deze landschappelijk situering geldt in het plangebied een verwachting op het voorkomen van resten vanaf het neolithicum tot en met de nieuwe tijd. Daarbij geldt met name een grote kans op het aantreffen van resten uit de Romeinse tijd en late middeleeuwen/nieuwe tijd. Verkennend booronderzoek is geadviseerd en uitgevoerd op 19-3-2024. Het booronderzoek heeft aangetoond dat in de ondergrond inderdaad sprake is van een strandwal met daarop duinzand. Bodems in het duinzand zijn aanwezig op verschillende dieptes, maar zonder archeologische indicatoren.

In het noordelijke deel van het plangebied werd de noordelijke flank van de strandwal aangetoond. Hier is sprake van een pakket veen op het strandwal zand. De top van het veen is veraard. Archeologische indicatoren werden op dit niveau niet aan getroffen. Voor zowel dit veraarde veen, als de hiervoor genoemde bodems in het duinzand geldt dat het nu uitgevoerde verkennend booronderzoek niet toegespitst is op het aantonen/uitsluiten van menselijke activiteiten op deze niveaus. Het pakket veen is afge­ dekt met verstoven duinzand met daarop weer een laag klei. In dit pakket klei zijn op 60-70 cm onder maaiveld fragmenten van handgevormd aardewerk uit de Romeinse tijd aangetroffen. Ten zuiden van het plangebied lijkt zich ook een strandwalflankte bevinden; hier is de top van het duinzand niet afgedekt met veen, maar wel met zandige klei. De top van de oorspronke­ lijke opbouw van de ondergrond is in heel het plangebied verstoord en bevat fragmenten puin. Daarvan is de bovenste circa 50 cm veroorzaakt door moderne bodemingrepen. De circa 50 cm daaronder kan mede op basis van een fragment Werra aardewerk gedateerd worden in de late middeleeuwen/nieuwe tijd.

Volgens de ontwerpplannen zullen de voorbereidende werkzaamheden ten behoeve van de nieuwbouw in het plangebied (aanleg kabels en leidingen en een zandpakket onder de woon­ wagens) gepaard gaan met een verstoring van de ondergrond groter dan 50 m2 en tot circa 1 m onder maaiveld. Hierdoor worden eventueel aanwezige archeologische resten verstoord. Specifiek gaat het daarbij om resten van een boerderijerf uit de late middeleeuwen/nieuwe tijd en mogelijk ook om resten uit de Romeinse tijd waarvan de aard niet bekend is. De diepere verwachtingsniveaus in het duinzand en op het veraarde veen zullen bij de werkzaamheden niet worden geraakt en dienen hun archeologische verwachting te behouden. Geadviseerd wordt om voor de niveaus uit de middeleeuwen/nieuwe tijd en de Romeinse tijd een proefsleuvenonderzoek met de mogelijkheid tot een doorstart naar een opgraving uit te voeren volgens een daarvoor door het bevoegd gezag op te stellen Programma van Eisen.

6

11nleiding De Dienst Stedelijke Ontwikkeling is voornemens het terrein aan de Madepolderweg 59c (afb. 1) in te richten voor twee woonwagens. Volgens de ontwerpplannen zullen de voorbereidende werkzaamheden (aanleg van kabels en leidingen en een zandpakket onder de woonwagens) gepaard gaan met een verstoring van de ondergrond groter dan 50 m2 en tot circa 1 m onder maaiveld. Bij deze werkzaamheden kunnen archeologische waarden verstoord worden. Het terrein ligt in een archeologisch verwachtingsgebied, wat betekent dat er een verwachting is dat in de ondergrond archeologische resten aanwezig zijn. Om de aanwezigheid en behoudenswaardigheid daarvan vast te stellen, is het noodzakelijk om archeologisch vooronderzoek uit te voeren. Het bevoegd gezag van de gemeente Den Haag heeft daarom voorgeschreven dat als eerste onderzoeksstappen een bureauonderzoek archeologische waarden (BO) en een inventariserend boor onderzoek (IVO-O, boringen-verkennende fase) moeten plaatsvinden.

Gebruikte bronnen In het kader van het bureauonderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Archeologische Monumentenkaart (AMK) • Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart (AWVK), gemeente Den Haag • Archief van de afdeling Archeologie, gemeente Den Haag • Archis (landelijk archeologisch informatiesysteem) • Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) • Beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) • Bodeminformatie Den Haag • Geologische kaart van Den Haag en Rijswijk • Grondwaterindenhaag.nl (opendata.munisense.net) • Historische kaarten van Den Haag • Haags Gemeentearchief (HGA) en Beeldbank van het Haagse Gemeente Archief • Haags Monumentenarchief (monumentenzorgdenhaag.nl) • Literatuur (zie literatuurlijst) • Locatiebezoek • Luchtfoto's • Opdrachtgever De Cultuur Historische atlas (Zuid-Holland) is wel geraadpleegd, maar niet gebruikt in dit onderzoek omdat de Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart (AWVK) van de gemeente Den Haag en de Geologische kaart van Den Haag en Rijswijk (2019) gedetailleerdere informatie verschaffen.

Ook amateurarcheologen zijn niet benaderd omdat in het plangebied geen archeologische onderzoeken zijn uitgevoerd waarbij amateurs betrokken waren Juridische achtergrond De gemeente Den Haag moet bij de vaststelling van omgevingsplannen rekening houden met bekende en te verwachten archeologische monumenten (Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 5.130). Voor heel Den Haag heeft de afdeling Archeologie daarom een Archeologische Waarden­ en Verwachtingenkaart (AWVK) gemaakt.1 Hierop staat aangegeven waar archeologie wel en niet aan de orde is. De zones waar archeologie aanwezig is (Waarde - Archeologie 1 / archeo­ logisch monument) of wordt verwacht (Waarde - Archeologie 2 / te verwachten archeologisch monument), zijn overgenomen in bestemmingsplannen / omgevingsplannen als bestem1

Siemons/Stokkel 2021 a.

7

mingsvlakken Waarde - Archeologie. Bij deze bestemmingen geldt een vrijstellingsregime. In gebieden met een Waarde -Archeologie 2 op de AWVK geldt de vrijstelling voor bodemingrepen tot 50 m2 of ondieper dan 50 cm -mv. In gebieden met een Waarde - Archeologie 1 geldt in principe geen oppervlakte vrijstelling. In het plangebied is bestemmingsplan Madestein - Vroondaal / omgevingsplan Den Haag van kracht en geldt een dubbelbestemming Waarde - Archeologie. Hieraan zijn bouwregels en een aanlegvergunningenstelsel gekoppeld. In het kader van de vergunningsprocedure maakt het bevoegd gezag de afweging of er voorwaarden moeten worden verbonden aan de vergunning. Om deze afweging mogelijk te maken moet bij de vergunningaanvraag een rapport worden overlegd “waarin de archeologische waarde van het plangebied in voldoende mate is vastge­ steld”. De AWVK biedt in dit opzicht slechts een eerste indicatie en moet altijd op niveau van het project aangescherpt worden. Daarbij wordt de archeologische waarde van het plangebied nader in beeld gebracht en wordt vastgesteld in hoeverre de werkzaamheden waarvoor de vergunning wordt aangevraagd eventuele archeologische resten bedreigen. Dit vooronderzoek is in meerdere fasen opgedeeld en kan na elke fase beëindigd worden als voldoende duidelijk is of archeologische waarden dreigen te worden verstoord.

Dit rapport is de verslaglegging van de fase bureauonderzoek in combinatie met een booronderzoek (IVO-O). Het BO is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 en onder certificaat BRL SI KB 4000 en protocol 4002. Het IVO-O is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 en onder certificaat BRL SIKB 4000 en protocol 4003.

Het onderzoeksgebied en plangebied Het plangebied is bet gebied waarbinnen de vergunningplicbtige werkzaamheden worden uitgevoerd. De omtrek hiervan is door de opdrachtgever gedefinieerd (afb. 1). Het onderzoeks­ gebied is groter en omvat een deel van het omringende gebied dat bij het onderzoek wordt betrokken om zo tot een beter inzicht te komen in de landschappelijke, archeologische en (cultuur)historische situatie in het plangebied. In dit geval zijn er veel onderzoeken binnen een straal van 1 km rond het plangebied uitgevoerd die genoeg informatie verschaffen om een archeologische verwachting te formuleren voor het plangebied. Deze zone van 1 km wordt dan ook aangehouden als onderzoeksgebied.

8

2 Bureauonderzoek 2.1 Geologie Algemeen In de Haagse regio komen drie fysisch-geografische regio's bij elkaar. In bet uiterste oosten wordt bet landscbap gedomineerd door bet westelijke veengebied en in bet westen door bet duingebied met strandwallen en strandvlaktes. Het zuiden van de regio maakt deel uit van bet zuidwestelijke zeekleigebied.2 Een kenmerk van bovengenoemde regio's is dat ze onder invloed van de stijgende zeespiegel bun huidige vorm en uiterlijk bebben gekregen. Rond 4000 v. Cbr. bereikte de zee in dit gebied baar grootste uitbreiding. De kustlijn liep ter boogte van de lijn Rijswijk-Voorburg-Leidscbendam-Voorscboten en werd gemarkeerd door de oudste strandwal in de Haagse regio. Deze strandwal loopt in zuidwestelijke richting door tot in het huidige Wateringse Veld. Wanneer een strandwal hoog genoeg was geworden, kwam duinvorming op gang, de zogenaamde Oude Duinen of Laag van Voorburg.3 Achter de oudste strandwal lagen hoge kwelders waarop lage duintjes tot ontwikkeling kwamen (Laag van Ypenburg). In een periode van ongeveer 2000 jaar verlegde de kustlijn zich door de vorming van nieuwe strandwallen naar het westen toe. Dat gebeurde gefaseerd, waardoor tussen de strandwallen de lagere strandvlaktes overbleven. De zee had nog wel toegang tot deze lagergelegen gebie­ den zoals de kleiige sedimenten (Laagpakket van Wormer), die we daar aantreffen, bewijzen.

Omstreeks 2000 v. Chr. waren alle strandwallen gevormd en was het achterland grotendeels afgesloten van de zee. Dit leidde tot een stagnatie in de afwatering, waardoor grote moerassen ontstonden. In deze moerassen werd veen gevormd; het zogenaamde Hollandveen. In de loop van het 1ste millennium v. Chr. was uiteindelijk het hele gebied bedekt met veen, afgezien van de hoogste delen van de strandwallen. Rond 1000 v. Chr. vond een grote inbraak van de zee plaats waardoor zuidwest Den Haag bin­ nen een marien getijdengebied kwam te liggen en stelde het eerder gevormde veen aan erosie bloot. De grootste getijdengeul van dit systeem in de Haagse regio wordt Gantel genoemd. Vanuit de Gantel werden ook kleiige sedimenten (Gantel Laag) afgezet. Die domineren nu nog het zuidwestelijke deel van Den Haag. Vanaf het begin van de jaartelling kwam een einde aan deze sterke mariene invloed stopte grootschalige sedimentatie. In het 1ste millennium na Chr. vonden geen grote ontwikkelingen plaats. De afwatering van de Gantel verslechterde, waardoor ten zuidwesten van Den Haag opnieuw veenvorming op gang kwam. In de late middeleeuwen werd het kustgebied geteisterd door grote stormvloe­ den, waarvan de Sint Elisabethsvloed uit 1421 wellicht de bekendste is. Voor Den Haag waren de gevolgen tweeledig.

Allereerst werd de Gantel opnieuw opengebroken en werden vooral in het Westland nieuwe sedimenten afgezet (Laag van Poeldijk). Ten tweede werd door de hernieuwde activiteit van de zee een groot deel van de meest westelijke strandwal opgeruimd. Het vrijkomende zand werd door de zee weer op het land teruggebracht, waarna de wind het verder transporteerde. Het gevolg was dat de kustlijn in zuidoostelijke richting verschoof en het oude landschap door verstuivingen met een dik pakket zand overdekt raakte. Dit proces

2

Berendsen 2005.

3

In bijlage 1 bevindt zich een tabel waar de archeologische perioden zijn gekoppeld aan de in de tekst genoemde

geologische laagpakketten.

9

vond plaats over een periode van meerdere eeuwen. De reliëfrijke, afdekkende zandlaag wordt Jonge Duinen of Laag van Den Haag genoemd.4

Onderzoeks- en plangebied De landschappelijke (geologische) ontwikkeling van het plangebied is bepalend geweest voor de bewoningsmogelijkheden in het verleden. Het plangebied ligt in een landschap dat wordt gedomineerd door klei, zand en veen. Het plangebied zelf bevindt zich volgens de geologische kaart van Den Haag en Rijkswijk uit 20195 in een lange, oost-west georiënteerde strook bestaande uit het ‘Laagpakket van Walcheren op Hollandveen op Laag van Voorburg, op Laagpakket van Rijswijk' (afb. 2). Aan zowel de zuid- als noordzijde van het plangebied is volgens de geologische kaart de samenstelling van de ondergrond iets anders te classificeren, namelijk als ‘Laagpakket van Walcheren op Hollandveen, op Laagpakket van Wormer en/of Laag van Rijswijk, en waar de top van de zandafzettingen van het Laagpakket van Wormer en/ of de Laag van Rijswijk ondieper liggen dan 5 m - NAP'. In de afgelopen jaren zijn al vele archeologische onderzoeken aan de Madepolderweg (ten oosten van het plangebied Madepolderweg 59c) uitgevoerd. Daardoor is duidelijk geworden dat in de ondergrond lage duinen aanwezig zijn die gerekend worden tot de Laag van Voor­ burg (zie ook paragraaf 2.2).

Het eerste onderzoek dat deze Laag van Voorburg in kaart bracht, werd uitgevoerd in 2001/2002, waarbij het zandlichaam de naam ‘Madepolderstrandwal’ kreeg.6 Door meerdere archeologische onderzoeken zijn in de loop der jaren de contouren van dit zandlichaam gedetailleerder in beeld gebracht (afb. 2 en 3).7 De hoogste delen van de strandwal liggen ter hoogte van Madepolderweg 41 t/m 43 rond 0,5 m - NAP, maar de top ont­ breekt. De flanken van de strandwal zijn hier afgedekt door veen en meerdere lagen secundair verstoven duinzand (‘verstoven lagen', Laag van Voorburg) en een pakket kleiige Gantelafzettingen uit verschillende perioden.8 Bij de Madepolderweg 55-57 zijn de toppen van de duintjes behorende tot de Laag van Voorburg vastgesteld op circa 1,25 m - NAP en 1,55 m NAP.9 Daarop was nog een pakket met verstoven zand aanwezig waarin zich een bodem had ontwikkeld en waarvan de top zich rond 1,1 m - NAP en 1,3 m - NAP bevond. Het is goed mogelijk dat de Madepolderstrandwal zich verder uitstrekt dan tot nu toe is aangegeven op de afbeelding. De ondergrond ter hoogte van plangebied Madepolderweg 59c is immers niet eerder onderzocht en daarom is er van dit gebied geen gedetailleerde kaart beschikbaar.

Een booronderzoek uitgevoerd in 2017 ten zuidwesten van het plangebied, laat inderdaad in de boorstaten de aanwezigheid zien van een kleine duintop.10 Het is dus aan te nemen dat de Madepolderstrandwal zich verder in zuidwestelijke richting uitstrekt dan tot nu toe is vastgesteld. Alle uitgevoerde onderzoeken hebben geleid tot een gedetailleerd beeld van de landschappe­ lijke ontwikkeling van het gebied Madepolderweg 41 t/m 57. Hieronder volgt een overzicht op basis van publicaties uit 2017 en 2022.11 In de ondergrond ter hoogte van de percelen Madepolderweg 41 t/m 57 bevindt zich een oost-west georiënteerde strandwal, waarop zich een duin ontwikkeld heeft. De flanken van het duin zijn afgedekt met Hollandveen dat is gevormd tijdens een periode van vernatting die

2019.

4

5

/

6 7

2019.

2002.

s

.2011; 2016;

et al. 2021;

/

2017;

2017; 2022.

2022,28.

8 9

2016;

2022;

/

2022,21.

10 11

2022;

2017

10

2019;

74450

74850

75250

450500

A N

450150

500 m

I

I

Plangebied en contouren eerdere onderzoeksgebieden

I Afb. 2

I

I

I

Een uitsnede van de

Madepolderweg 41-43

geologische kaart uit 2019 met

Madepolderweg 45-57

Madepolderstrandwal.

locatie van het plangebied en de

Plangebied Madepolderweg 59c

Geologische kaart 2019 Walcheren op Hollandveen op Wormer/Rijswijk, top ondieper dan 5m - NAP Walcheren op Hollandveen op Voorburg op Rijswijk Walcheren met Gantel (diep ingesneden) Duin Gantel

n

449800

o

begint rond 2400-2000 v. Cbr. Op bet veen zijn meerdere lagen secundair verstoven duinzand en kleiige afzettingen aanwezig. Rond 1000 v. Cbr. ontstaat door een inbraak van de zee vanuit de Maasmond een getijdegebied waarvan de Gantel in Den Haag de belangrijkste geul is. Hierbij is in bet plangebied klei afgezet (Gantel Laag, Laagpakket van Walcheren) en zijn diepe geulen gevormd (Gantel Laag). In de zuidwesthoek van de percelen Madepolderweg 41 t/m 57 (afb. 3) is bij het onderzoek in 2000/2001 een geul aangetroffen en ook ter hoogte van de Van Elswijkbaan/ Exporteursbaan is bij booronderzoek een geul vastgesteld (afb. 2 en 3). Het strandwalcomplex is gefaseerd overslibd of afgedekt. Binnen deze periode van overslibbing is in de tweede helft van het laatste millennium v. Chr. sprake van een stilstandfase, waarbij zich in de Gantelafzettingen een bodem kon ontwikkelen. Deze bodem raakte op een later moment afgedekt met een nieuw pakket Gantelklei, mogelijk samenhangend met hernieuwde Gantelactiviteit vanaf de 3de eeuw v. Chr. Vanaf de 1ste eeuw na Chr. was er wederom een stilstandfase in de sedimentatie. Door de afsluiting van het Gantelsysteem aan het einde van de Romeinse tijd vernatte het landschap in de omgeving van de Madepolderweg echter, waardoor in de regio ook veengroei optrad.

Aan de Madepolderweg is in de top van de Gantelafzettingen een uiterst humeuze kleilaag aangetroffenDeze humeuze kleilaag is alleen op de flanken van het duin bewaard gebleven. Hogerop het duin ontbreekt niet alleen de humeuze kleilaag, maar zijn ook de onderliggende Gantelafzettin­ gen geheel afwezig. In de late middeleeuwen werd het gebied voor een laatste keer overstroomd vanuit een nieuwe inbraak in het Maasmondinggebied. Het verlande geulstelsel van de Gantel werd hierdoor weer actief, waardoor klei van de Laag van Poeldijk12 (onderdeel van Laagpak­ ket van Walcheren) werd afgezet. Op de flanken van het duin is deze laag nog deels intact. Op het hoogste deel van het duin bleek de laag, indien afgezet, in zijn geheel opgenomen in de bouwvoor.

Op 16-02-2024 is een veldbezoek gebracht aan het plangebied. Tijdens het veldbezoek is gecon­ stateerd dat een deel van de geroerde bovengrond (ongeveer ter hoogte en ten noorden van de gesloopte bebouwing) zandiger was dan delen daaromheen. Dit doet vermoeden dat ter plekke een restant van een duinkop in de ondergrond aanwezig kan zijn. Aanvullend booronderzoek is nodig om de aanwezigheid hiervan te kunnen aantonen.

2.2 Archeologie en vroege geschiedenis De Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart van de gemeente Den Haag geeft voor het gehele plangebied een archeologische verwachting aan (afb. 4). Deze verwachting is toegekend vanwege de geologische factoren van de ondergrond (Laagpakket van Walcheren, op Holland­ veen, op Laag van Voorburg en/of Laagpakket van Rijswijk'). Omdat het plangebied direct grenst aan de gemeente Westland is ook naar de Archeologische beleidskaart van de gemeente Westland gekeken.13 Volgens deze kaart bevindt het plangebied zich direct naast een verwachtingszone III (vrijstelling tot 500 m2 en 50 cm -mv).14 Deze ver­ wachting is ook opgesteld aan de hand van de geologische ondergrond en bestaat uit een hoge verwachting op het voorkomen van resten uit de vroege prehistorie en een middelhoge verwach ting voor het aantreffen van resten uit de ijzertijd, Romeinse tijd, middeleeuwen en nieuwe tijd. In en rondom het onderzoeksgebied zijn in totaal 69 archeologische onderzoeken uitgevoerd (tabel 1 en afb. 5) en zijn ook verschillende vondstmeldingen gedaan. In dit hoofdstuk worden de resultaten van deze onderzoeken en vondstmeldingen besproken per archeologische periode.15

12

13

Middeleeuwse (en postmiddeleeuwse) kleilaag direct voorkomend aan het maaiveld (

2017,11).

2012.

14

Verwachtingszone III bestaat uit het Laagpakket van Wormer (in de diepere ondergrond), het Hollandveen

15

Zie bijlage 1 voor een overzicht van de archeologische perioden en bijbehorende dateringen.

Laagpakket en de dekafzettingen van het Laagpakket van Walcheren in het binnendijks gebied (

12

2012, 21).

“e

(45°

,00

747

75000

7515-

77

((

41-43

s- w? - 49 51=- \ •

=55-57

o7 L

6\

V •

\ e

overig

OOOOSV

strandwal (in m -NAP)

contourlijn 2,0 m -NAP

I -o, 5 en hoger

geulen Gantelsysteem

1,0

A

l L

150 m

-1,5

boring

-2,0

boring (met veen)

-ï.5

] onderzoekslocatie

-3,0

] onderzoeken Madepolderweg

■15 en >ager

J

1

1

*

legenda hoogteligging top duin7

o

Le"

450000

0 rt

05057

o

X*

—I—

74500

7475°

Afb. 3

De Madepolderstrandwal zoals vastgesteld tijdens vooronderzoek (

Afb. 4

Plan- en onderzoeksgebied weergegeven op de Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart.

75000

75250 2022).

o

o

N

KKB o%

$9

0eC O 0

6

0\ o 6 90

©

P

\

$

Oo oo 0< o NKA.

O ° o oN \0

1 o 6°IoW o\o

< O o9// Zr 6o8636DXW o\o 9-"o Xo\ o\ X 60

\ ooN<6

No Wg

oo’ o 8"C 0

‘Ó

o ro o <6‘o

0 V

{

oo 0 d— o O.

0

<

o

o

o o

oN‘ o o\\ ° 36

0

0

•N o 6 o®

$

$

o\

o

s

I

WAV

$

o

\ 0 \

dk8

I

0 ï w

Plangebied Madepolderweg 59c

OW

Zone met archeologische verwachting

\ 500 m

W

13

\VIZZZZZ

<

O

Z

Z

Z

75000 —69

74000

9,

Q

WN5 9

N

8) 9

6

0

N 26) 3

9.

0

589538A% e \

9 O'

5946

= $ 7o o

t

25 VM3?

VM1E

J 2217 ,

834 Fa 441

131,,31

oX

O

o)

55) $ W 89

40$

24” 69

14

57.

0 >16’

54 33 53

45K9468 N8/64519 V672K 5

Y» %% di

o

«3

Qi

o

55

£

T

g

jö

Ma 7]

500 m

T

Afb.5

Plangebied Madepolderweg 59c

2

>S9§ G

%2 a

1 }}

2X 8

M< a gX

(0

<

27 8 36 10'

8

62‘o’

Locaties van uitgevoerde

archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. Voor

Straal van 1 km rondom plangebied

verklaring van gebruikte volgnum­

Contouren onderzoeken zoals aangemeld in Archis Opgraving

Archeologische begeleiding Proefsleuven Booronderzoek

Bureauonderzoek

Bureau- en booronderzoek Vondstmeldingen Archis •

Cultuurlaag

•

Vondst

14

mers zie tabel 1.

449000

Ne é%8

42 18

17

56)

7)

4

32

/,12294 35

K

6;

154

0ej

5$ 0$ë 61

(S

6047 •

o

o

20)

63

988

7c 0 /

59V= V

450000

‘o 8

«o

QX

%§ r K6/

68

D

é

9%

4 /9%

R8 5

26

o

37

4

Mo /c/ G

É

5

66

oo \

5 O

3043

{•86, N

6550

■49

c

/so No/

50, Y >

1 62

o,

e9 O,

o)

e<692 692 «33

‘9.

3)

%

41

o

o po

As)

Tabel 1 Overzicht van (archeologische) onderzoeken uitgevoerd in het onderzoeksgebied. De volgnummers zijn

terug te vinden op afb. 5.

Volgnummer Archis zaaknr.

Archis 2 nr.

Jaar

Plaats

Uitvoerder

Soort

2348030100

49237

1998

Den Haag

Gemeente Den Haag

Booronderzoek

2 2007393100

2289

2000

Monster

ADC ArcheoProjecten

Opgraving

3 2057216100

8418

2001

Den Haag

RAAP Archeologisch Adviesbureau

Bureau-en booronderzoek

4 2 037428100

4331

2002

Poeldijk

Gemeente Delft

Booronderzoek

5 2482418100

66590

2003

Poeldijk

Gemeente Delft

Booronderzoek

6 2103848100

15141

2004

Monster

Gemeente Delft

Booronderzoek

7 2106504100

15144

2004

Poeldijk

Gemeente Delft

Booronderzoek

8 2070070100

12673

2005

Delft

Gemeente Delft

Booronderzoek

9 2126285100

18329

2006

Monster

RAAP Archeologisch Adviesbureau

Bureau-en booronderzoek

10 2172358100

24891

2007

Poeldijk

ADC ArcheoProjecten

Proefsleuven

11 2253017100

36318

2009

Poeldijk

ADC ArcheoProjecten

Opgraving

12 2265298100

38043

2009

Poeldijk

ADC ArcheoProjecten

Booronderzoek

13 2315217100

44879

2011

Den Haag

Archeopro

Bureauonderzoek

14 2360204100

50851

2012

Naaldwijk

Gemeente Delft

Bureauonderzoek

15 2438443100

60948

2014

Poeldijk

RAAP Archeologisch Adviesbureau

Booronderzoek

16 2442460100

61431

2014

Naaldwijk

RAAP Archeologisch Adviesbureau

Booronderzoek

17 4023889100

2016

Gravenhage, ‘s-

Transect

Proefsleuven

18 3989805100

2016

Poeldijk

ADC ArcheoProjecten

Bureauonderzoek

19 4010725100

2016

Poeldijk

ADC ArcheoProjecten

Opgraving

20 4026520100

2017

Westland

Transect

Bureauonderzoek

21 4013252100

2016

Gravenhage, ‘s-

Gemeente Den Haag

Bureauonderzoek

22 4018064100

2016

Gravenhage, ‘s-

Archeopro

Booronderzoek

23 4007315100

2016

Gravenhage, ‘s-

Gemeente Den Haag

Bureauonderzoek

24 3996641100

2016

Poeldijk

Sweco

Bureauonderzoek Bureauonderzoek

1

25 3993400100

2016

Honselersdijk

ADC ArcheoProjecten

26 4027088100

2017

Poeldijk

ADC ArcheoProjecten

Begeleiding

27 4567367100

2017

Poeldijk

ADC ArcheoProjecten

Opgraving

28 4036410100

2017

Gravenhage, ‘s-

Gemeente Den Haag

Bureauonderzoek

29 4563324100

2017

Poeldijk

Hamaland Adviesvof

Booronderzoek

30 4546290100

2017

Gravenhage, ‘s-

Gemeente Den Haag

Booronderzoek

31 4546290100

2017

Gravenhage, ‘s-

Gemeente Den Haag

Booronderzoek

32 4573222100

2017

Poeldijk

ADC ArcheoProjecten

Booronderzoek

33 4551263100

2017

Monster

SOB Research

Booronderzoek

34 4027063100

2017

Gravenhage, ‘s-

ADC ArcheoProjecten

Begeleiding

35 4553759100

2017

Wateringen

Transect

Bureauonderzoek

36 4546793100

2017

Poeldijk

ADC ArcheoProjecten

Proefsleuven

37 4028968100

2017

Poeldijk

ArGeoBoor

Bureau-en booronderzoek

38 4602009100

2018

Monster

Gemeente Delft

Bureauonderzoek

39 4585227100

2018

Gravenhage, ‘s-

Gemeente Den Haag

Proefsleuven

40 4585227100

2018

Gravenhage, ‘s-

Gemeente Den Haag

Proefsleuven

Booronderzoek

41 4596770100

2018

Monster

ADC ArcheoProjecten

42 4646114100

2018

Poeldijk

Econsultancy BV

Begeleiding

43 4658735100

2019

Gravenhage, 's-

ADC ArcheoProjecten

Opgraving

44 4672383100

2019

Gravenhage, ‘s-

ADC ArcheoProjecten

Opgraving

45 4702328100

2019

Poeldijk

VUhbs archeologie

Bureauonderzoek

46 4711084100

2019

Monster

Transect

Bureauonderzoek

47 4680661100

2019

Poeldijk

ADC ArcheoProjecten

Proefsleuven

48 4709310100

2019

Poeldijk

VUhbs archeologie

Booronderzoek

49 4660710100

2019

Gravenhage, ‘s-

ADC ArcheoProjecten

Opgraving

50 4771746100

2020

Monster

VUhbs archeologie

Booronderzoek

51 4776525100

2020

Gravenhage, ‘s-

ADC ArcheoProjecten

Opgraving

52 4776525100

2020

Gravenhage, ‘s-

ADC ArcheoProjecten

Opgraving

53 4809621100

2020

Poeldijk

Gemeente Delft

Bureauonderzoek

15

Volgnummer Archis zaaknr.

Archis 2 nr.

Jaar

Plaats

Uitvoerder

Soort

54 4870711100

2020

Poeldijk

Gemeente Delft

Booronderzoek

55 4873522100

2020

Gravenhage, ‘s-

ADC ArcheoProjecten

Proefsleuven

56 4930595100

2020

Poeldijk

Gemeente Delft

Bureauonderzoek

57 5078606100

2021

Gravenzande, ‘s-

Antea Group Archeologie

Bureauonderzoek

58 5110381100

2021

Monster

ADC ArcheoProjecten

Booronderzoek

59 5067030100

2021

Gravenhage, ‘s-

Archeologisch Onderzoek Leiden BV

Opgraving

60 5148793100

2022

Poeldijk

Econsultancy BV

Proefsleuven

61 5317078100

2022

Poeldijk

ArGeoBoor

Bureauonderzoek

62 5180763100

2022

Monster

Gemeente Delft

Bureauonderzoek

63 5273913100

2022

Poeldijk

Geonius

Bureauonderzoek

64 5227719100

2022

Poeldijk

ArGeoBoor

Bureauonderzoek

65 5281308100

2022

Monster

VUhbs archeologie

Opgraving

66 5406323100

2023

Monster

Antea Group Archeologie

Booronderzoek

67 5492857100

2023

Poeldijk

Econsultancy BV

Bureauonderzoek

68 5404736100

2023

Poeldijk

ADC ArcheoProjecten

Booronderzoek

69 5492840100

2024

Poeldijk

Econsultancy BV

Proefsleuven

Prehistorie Circa 500 m ten noordwesten van het plangebied zijn in 2007 spikkels houtskool en een fragment natuursteen aangetroffen in verschillende boringen in plangebied PoJanen te Monster (afb. 5, volgnummer 9).16 Deze zijn op basis van stratigrafie te dateren vanaf het laat-neolithicum. Ook op een deel van de Madepolderstrandwal (zie hoofdstuk 2.1 en afb. 2 en 3) zijn verschillende resten uit het laat-neolithicum onderzocht. Zo werd in 2017, tijdens het proefsleuvenonderzoek op locatie Madepolderweg 53, een stuk bewerkt vuursteen (te dateren vanaf het laat-neolithicum tot in de midden-bronstijd A) verzameld.17 Daarnaast werden in datzelfde jaar ook nog verschillende fragmenten met kwarts gemagerd aardewerk aangetrof­ fen op het perceel van Madepolderweg 55-57. Deze werden in de Laag van Voorburg zonder duidelijke context (niet in een bodem of spoor) aangetroffen op verschillende hoogtes (1,67 en 1,40 m - NAP).18 Beide fragmenten dateren waarschijnlijk in het neolithicum. Tijdens hetzelfde onderzoek werd 70 m verderop (op hetzelfde perceel) een kleine duintop aangetroffen op een hoogte van circa 1,20 m - NAP.

Door natte omstandigheden kon er geen vlak aangelegd worden, maar zijn wel neolithische vondsten in de vorm van een vuurstenen schrabber en een fragment slecht geconserveerd aardewerk met kwarts magering ontdekt.19 Bij het vervolgon­ derzoek op hetzelfde duin zijn in 2019 zes paalsporen aangetroffen die op basis van aardewerk en vuursteen in het laat-neolithicum (VI aard! n gen cultuur: 3400-2500 v. Chr.) dateren.20 De sporen lagen geconcentreerd op het hoogste punt van het overstoven duinkopje tussen circa 1,1 en 1,4 m - NAP. Bovenstaande gegevens laten zien dat het onderzoeksgebied gedurende het neolithicum van belang moet zijn geweest voor de mens. Op de Madepolderstrandwal zijn ook veel sporen aangetroffen die dateren in de ijzertijd. In 2021 zijn op het perceel van de Madepolderweg 41-43, zowel op de noordelijke als de zuidelijke flank van het duin, zeker twintig sporen aangetroffen.21 De sporen bestonden voornamelijk uit kuilen, paalsporen, ploegsporen en waterkuilen.22 Het merendeel van de sporen kwam onder

16

2007

17

2017, 29.

18

2019,15.

19 20 21

22

2019,15.

/

2022.

2022. De waterkuilen waren ingegraven tot een diepte van 1,46 tot 1,73 m - NAP.

16

een bodem in de Gantelafzettingen vandaan (sporen kunnen voorkomen tussen circa 0,55 en 1,35 m - NAP23). Vermoedelijk zijn ondiepe sporen verdwenen en zijn alleen de dieper gelegen sporen bewaard gebleven. Naast de sporen werden ook veel bandgevormde scherven en enkele natuurstenen artefacten aangetroffen. Ter boogte van de Madepolderweg 45 is in 2017 en 2020 een zone met daarin kleiplaggen gevonden die zeer waarschijnlijk te dateren is aan het begin van de ijzertijd.24 De plaggenzone ligt op korte afstand van de strandwal, in het lagergelegen, natte deel van het landschap waar in de ijzertijd al veen was gevormd (op ongeveer 1,50 m - NAP). Mogelijk is deze plaggenzone aangelegd om het landschap begaanbaarder te maken, maar de exacte reden voor de aanleg ervan blijft onduidelijk.

Romeinse tijd Rondom het plangebied zijn veel archeologische sporen uit de Romeinse tijd aangetrof­ fen. In 1946/1949 en 1973 zijn op 85 en 30 m ten oosten van het plangebied in totaal drie vondstmeldingen gedaan (VM1 t/m VM3 op afb. 5).25 De beschrijvingen in Archis zijn nogal cryptisch: "ringvorming keramiek voorwerp” (datering Romeinse tijd tot nieuwe tijd), “vaat­ werk Romeins” en “cultuurlaag Romeins”. Uit deze vondstmeldingen kan opgemaakt worden dat het terrein een verwachting heeft op het voorkomen van archeologische resten uit de Romeinse tijd. Een kleine kilometer noordoostelijk van het plangebied zijn in 2021 op de percelen Madepol­ derweg 41 t/m 43 opgravingen uitgevoerd (afb. 5, nummer 59). Hierbij zijn resten onderzocht van een rurale nederzetting uit de periode 70/100-180 na Chr. Er zijn één huisplattegrond, een bijgebouw, een spieker, een waterput en greppels van een mogelijke moestuin onderzocht.26 De waterput was tot 1,9 m beneden sporenvlak (circa 0,81 m - NAP) gegraven (tot een diepte van 2,74 m - NAP).27 De nederzetting was door middel van greppels in verschillende kavels verdeeld. De samenstelling van het vondstcomplex is typerend voor een rurale nederzetting uit de midden-Romeinse tijd en bestaat voor een groot deel uit handgevormd aardewerk. Het gedraaide aardewerk betrof voornamelijk ruwwandige waar (Low Lands Ware).

Kruikamforen, geverfde waar, wrijfschalen, amforen, dolia en terra sigillata zijn in mindere mate aangetroffen. Keramisch bouwmateriaal is slechts in beperkte mate aangetroffen. Diverse vondsten geven een inkijkje in de nijverheid op de nederzetting, zoals fragmenten tefriet van maalstenen, een spinschijfje, weefgewichten, een loden netverzwaring en een bronzen passer. Haardslakken, een fragment van een bakplaat en mogelijke aardewerken ovenfragmenten zijn een aanwijzing voor de aanwezigheid van haarden of ovens voor voedselbereiding of bijvoor­ beeld aardewerkproductie op de locatie. Ten slotte heeft het onderzoek enkele fibulae en vier munten (denarii) opgeleverd.28 Dichter bij het plangebied, aan de percelen Madepolderweg 55-57 (afb. 5, nummer 39/49), zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd in 2019 en 2021 waarbij een nederzettingsterrein is vrijgelegd met in elk geval twee, mogelijk drie, woonstalboerderijen, drie waterputten en twee verkavelingsgreppels. Het merendeel van de sporen bevond zich tussen 0,4 m - NAP en 0,8 m - NAP.29

23

2019,41;

24

2019;

25 Van

2022, 26.

/

2022.

2000. Zie ook vondstmeldingen met Archis zaakidentificatienummers

1948;

2768884100, 2960059100 en 2768835100.

26

2022,6.

27

2022,42.

2022.

28

29

/

2022,27.

17

Op het eerste gezicht oogt deze nederzetting als een rurale nederzetting. Er zijn echter enkele aanwijzingen die de vindplaats mogelijk een specialer karakter geven dan dat. Zo lijkt de datering van de vindplaats zich te beperken vanaf circa 70 tot op zijn laatst eind 2de eeuw na Chr., terwijl de bulk van de nederzettingen in de regio doorloopt tot ver in de 3de eeuw en mogelijk nog begin 4de eeuw. Daarnaast is relatief veel transportaardewerk aangetroffen in de vorm van amforen en dolia (en ook briquetage). Wat aan de amforen vooral opvalt, is het brede palet aan amfoortypen en daarmee de vervoerde goederen en herkomstgebieden. Dit palet is op andere rurale vindplaatsen veel minder divers. Er is sprake van een relatief brede en beschoeide greppel, gegraven in de langgerekte laagte die de aanwezigheid van een voormalige Gantelgeul verraadt. Deze greppel was mogelijk bevaarbaar (met smalle platbo­ dems), waarmee we kunnen spreken van een ‘vaart’. Via deze vaart was wellicht het Romeinse ruiterfort en de bijbehorende (en langer bewoond gebleven) vicus te Ockenburgh het dichtst te bereiken met vaartuigen (over binnenwateren). Er is bovendien in elk geval één mogelijke opslagstructuur blootgelegd.

Het hout uit de sporen ervan levert een kapdatum op van 117/118 na Chr., maar er zijn tal van aanwijzingen dat het hout is hergebruikt.30 De conclusie is dat deze vindplaats een mogelijke overslagplaats betreft. Ook in Poeldijk (ongeveer 800 m ten zuidoosten van het plangebied) zijn (in 2017) opgravingen uitgevoerd waarbij resten uit de Romeinse tijd zijn onderzocht (afb. 5, nummers 11,19 en 27).31 Daarbij zijn op verschillende locaties resten van bewoning aangetroffen in de vorm van een met nederzettingsafval gevulde depressie in een voormalige restgeul en een zone van 30 x 20 m met bewoningssporen, met daarin ten minste één bijgebouw en een kleine cluster van drie graven. Eén graf kon op basis van het aardewerk gedateerd worden in de periode 120-170 na Chr. De beide andere graven bevatten alleen handgevormd aardewerk en kunnen niet nader gedateerd worden dan in de Romeinse tijdvanaf 50 na Chr.32 Ongeveer 475 m ten westen van het plangebied is in 2022 een opgraving uitgevoerd waarbij resten van een mogelijke huisplattegrond en greppels uit de Romeinse tijd zijn aangetroffen (afb. 5, nummer 65). In enkele greppels waren ook onbeschoeide waterputten aanwezig.33 Het onderzoek is nog niet gepubliceerd, maar laat wel zien dat het landschap niet alleen ten oosten van het plangebied, maar ook ten westen ervan in de Romeinse periode intensief benut werd.

Middeleeuwen en nieuwe tijd In een Romeinse greppel op het perceel Madepolderweg 55-57 zijn twee passende wandscherven aangetroffen met radstempelversiering en een herkenbare knik. De vorm en het roodoranje baksel met een donkergrijze kern vormen aanwijzingen dat het gaat om een Merovingische (750-900 na Chr.) knikwandpot, mogelijk geproduceerd in Badorf.34 Afgezien van deze twee scherven zijn in de omgeving geen resten aangetroffen die in verband gebracht kunnen worden met de vroege middeleeuwen (500 tot 1050 na Chr.). Pas in de 13de eeuw werd het gebied van de Madepolder op initiatief van de graven van Holland ontgonnen door het graven van afwateringsgreppels en sloten.35 Vermoedelijk woonde de heer die toen het gebied beheerde in Huis de Camp (tegenwoordig ook wel de stenen kamer van Madestein genoemd). Hier stond een voorname boerderij waarvan een deel uit steen was opgetrok­ ken. Op de kaart van Kruikius uit 1712 (afb. 6) ligt het plangebied Madepolderweg ten zuiden van Westmade polder in een polder met de naam ’t Ma’e Blokje. De twee polders worden

30

/

31

2019.

32 33

34 35

2022,9.

2019.

Archis zaakidentificatienr. 5281308100 (Eerste bevindingen veldwerk).

2019, 33. 2022,6.

18

N

-

Plangebied Madepolderweg 59c

o

100 m

gescheiden door de Ma’e Weg, de huidige Madepolderweg. De naam Madepolder geeft ook

Afb, 6

al aanwijzingen over het gebruik ervan. Een made is een stuk land, dat meestal als gras- of

van Kruikius (1712) met daarop de

Een uitsnede van de kaart

locatie van het plangebied

hooiland gebruikt wordt. Daarnaast is ‘made’ verwant met het werkwoord ‘maaien'. Van de

aangegeven (Hoogheemraadschap

naam Madepolder kan dus afgeleid worden dat het gaat om een tussen water gelegen land

van Delfland).

dat geschikt is voor begrazing en kon worden gemaaid.36

Ten zuiden van het plangebied ligt de Boomawatering. Deze waterloop is het restant van een

geul die is ontstaan bij de middeleeuwse doorbraak van het Gantelsysteem, waarbij ook de

Laag van Poeldijk is afgezet.37 Langs de noordkant van de Boomawatering, aan de zuidkant

van het plangebied, lijkt op de kaart uit 1712 een pad of weg te lopen. Ook staan op de kaart

twee buitenplaatsen of ‘hofsteden' aangegeven aan de huidige Madepolderweg. Een van deze percelen bevindt zich binnen het plangebied en het andere ligt circa 600 m ten oosten hier­ van, ter hoogte van de huidige Madepolderweg 45. De buitenplaats in het plangebied bestond

uit vier percelen omgeven door grachten of greppels. De twee meest westelijke percelen bestaan uit een kleine boomgaard en een tuinperceel. Op het middelste perceel staan twee hooischuren en een gebouw aangegeven (direct op de locatie van het plangebied) en nog meer tuingrond. Het derde, meest oostelijke perceel is het grootste en bestaat uit een boomgaard.

36

Historisch Archief Westland, Straatnamen Monster, https://zoeken.erfgoedwestland.nl/detail.

ph p ? i d=23152O335&n av_i d =1 -2&i n d ex=1 op 12-2-2024. 37

2022.

19

Een gedeelte van de buitenplaats aan de Madepolderweg 45 is archeologisch onderzocht door proefsleuven in 201838 en een opgraving in 201939. Een gebouwplattegrondis daarbij niet herkend, waarschijnlijk bevond het centrale deel van het erf zich op dezelfde plek als de huidige bebouwing. In de late 12de en 13de eeuw vinden de eerste activiteiten op deze locatie plaats. Deze zijn met name in het vondstmateriaal terug te vinden, maar zijn niet in de aangetroffen structuren zichtbaar. Pas in de 14de-15de eeuw wordt het erf volop gebruikt. Op dat moment worden op het erf gewassen opgeslagen in hooimijten, dieren begraven en wordt er gedacht aan de waterhuishouding en erfindeling. Middels enkele kavelgreppels wordt het erf ingedeeld. De meeste van deze activiteiten zijn ook terug te zien in de periode 16de-18de eeuw. Op dat moment wordt ook baksteen als bouwmateriaal meer gebruikt op de vindplaats. Uitbraaksleuven van muren zijn hier getuige van, maar ook een mogelijke fruitmuur en afwateringsgoot laten dit zien. Aan de Madepolderweg 55 zijn ook nog sporen uit de middeleeuwen en nieuwe tijd aangetrof­ fen.40 Het betrof de restanten van verschillende kuilen, greppels, sloten en meerdere hooimij­ ten. De meeste hooimijten bestonden uit een kringgreppel met een diameter van tussen 5 en 10 m en daarbinnen paalsporen. De structuren zijn te dateren in de 14de en 15de eeuw.

Bij een van de hooimijten werd een zogenaamde muizenpot41 aangetroffen die te dateren is in de 13de eeuw.42 De vondst van deze hooimijten toont aan dat in de nabijheid ervan middeleeuwse bebouwing moet hebben gestaan. Daarvan zijn tijdens dat onderzoek geen archeologische sporen gevonden. Wel zijn er enkele muur- en greppelresten van bewoning uit de 16de en 17de eeuw onderzocht. Van het middeleeuwse onderzoek zijn geen NAP-waarden in het rapport vermeld. Het eerder uitgevoerde proefsleuvenonderzoek heeft vastgesteld dat sporen uit de middeleeuwen/nieuwe tijd al kunnen voorkomen vanaf 0,5 m - NAP (circa 60 cm onder maaiveld).43 Op 16-02-2024 is een veldbezoek gebracht aan bet plangebied. Tijdens bet veldbezoek zijn verschillende stukken dierlijk bot en drie fragmenten roodbakkend aardewerk aangetroffen. De stukken bot oogden redelijk recent (weinig tot niet verkleurd) en zijn niet meegenomen. Het aardewerk is wel meegenomen en later gedetermineerd door aardewerkspecialist M.M.A. van Veen (afb. 7). Twee stuks betreffen wandfragmenten van roodbakkend aardewerk, waarvan één zijde (de vermoedelijke binnenzijde) volledig geglazuurd is. De andere zijde van dit aar­ dewerk is voor het grootste deel ongeglazuurd, maar laat ook glazuurspetters zien. Dergelijk aardewerk werd geproduceerd in de 15de en 16de eeuw.

Het derde fragment betreft een stuk van een roodbakkende, spaarzaam geglazuurde kookpot met een worstoor. Aan de buitenzijde zijn roetsporen zichtbaar en de glazuur is, naast wat losse spatten tegen de buitenkant, ook aangebracht aan de binnenzijde van de rand. Dergelijk aardewerk is in de 14de en 15de eeuw te dateren.

2019.

38 39

/

2022.

40

/

2022.

41

Dergelijke potten werden bij opslagschuren en hooimijten geplaatst om ongedierte te vangen zodat dit niet bij

de opgeslagen oogst kon. 42 43

/

2022,165, 204.

2019.

20

4

2

■

ra .g A‘

0

Gu ,sr. eg «4ES8S

NX9G%*1

3

tW {0 'BE

1 N

'I

F

7*

25

$5

-7 I- I

1*023 ,.0

21

,-5

“ ez dw"w

Y /‘

1A,

1

K

—

0

952

h

LIIf

L. 4•V*

' *0 5 ■

W

Afb. 7 Afbeelding van het aardewerk aangetroffen tijdens het veld bezoek.

21

2.3 Bouwhistorie en recente gebruiksgescbiedenis De recente gebruiksgescbiedenis van bet plangebied (vanaf 1800) wordt beschreven om vast te stellen of bet gebruik beeft geleid tot verstoringen van de bodemopbouw, waardoor eventuele arcbeologiscbe waarden verloren zijn gegaan. Ook milieuonderzoek en vervuilingen zijn van invloed op bet arcbeologiscb archief en op de mogelijkheden voor onderzoek en worden in dit hoofdstuk benoemd.

Op de kadastrale minuut van 1832 (afb. 8) staat op dezelfde locatie als op de kaart van Kruikius een gebouw aangegeven, boewel van groter formaat. Volgens HisGis is bet perceel van bet plangebied dan eigendom van te Loosduinen.44 Eerder onderzoek uitgevoerd op de buitenplaats Rhijenhof, op een hemelsbrede afstand van circa 4 km tot het plangebied, laat zien dat restanten van bebouwing zoals weergegeven op kaart van Kruikius nog steeds aanwezig kunnen zijn in de hedendaagse bebouwing en ondergrond.45 De verwachting is dan ook dat in het plangebied nog muur- en/of funderingsresten kunnen voorkomen in de eerste meter onder maaiveld. De kans dat deze resten in de late middeleeu­ wen te dateren zijn, is groot. Het is echter niet duidelijk in hoeverre de bouw van de nieuwe huizen in de 20ste eeuw eventuele ondiepe funderingen uit de middeleeuwen/nieuwe tijd hebben verstoord of verwijderd. In het plangebied zijn verder geen bouwhistorische waarden aanwezig. Volgens verschillende kadastrale kaarten46 is dezelfde bebouwing nog aanwezig tot 1891, maar daarna moet deze bebouwing zijn gesloopt en plek hebben gemaakt voor drie nieuwe panden zoals weergege­ ven op het Bonneblad van 1904 (afb. 8). Deze gebouwen blijven gehandhaafd tot circa 1934.

In die periode worden er nog twee gebouwen neergezet en wordt het terrein over de lengte in tweeën gesplitst, vermoedelijk door middel van het graven van een greppel als grens tussen beide percelen (afb. 8; grondbedrijf 1954). Zo is de achter de gebouwen gelegen (moes)tuingrond uit 1904 nu verdeeld tussen een lange strook weiland en een strook (moes)tuingrond. Deze indeling blijft gehandhaafd tot omstreeks 1963, waarna beide percelen weer worden samengevoegd. Vanaf 1981 zijn er op het terrein geen gebouwen meer aanwezig tot omstreeks 1989 wanneer een woonwagen, nissenhut en berenkooien op het perceel worden neergezet. Op afbeelding 9 zijn de locaties van de hierboven genoemde gebouwen ten opzichte van de huidige (en toekomstige) bebouwing globaal op de kaart aangegeven.

Bodemverontreiniging Eerder milieuonderzoek in het nabij het plangebied gelegen gebied Vroondaal Zuid Fase 247 heeft uitgewezen dat verschillende activiteiten in het verleden hebben plaatsgevonden met mogelijke bodemverontreiniging tot gevolg, zoals: teeltruimten (bestrijdingsmiddelen), de opslag van olieproducten, de opslag van bestrijdingsmiddelen, en de opslag en aanmaak van meststoffen.48 Het Vroondaal-gebied bleek licht verontreinigd met op enkele specifiekere plek

44 HisGis.nl: Loosduinen E2O5 t/m E208.Martinus van Kempen, Bouwman te Loosduinen. Huis en erf, ‘bosch’, tuin

en bouwland, klasse 1 en 2 belastbaar inkomen.

45

Deze resten zijn op een diepte van circa 0,5 m - NAP en 1 m onder maaiveld aangetroffen (Lenoir 2019, p. 24, 90 en 95).

46 Zie topotijdreis.nl geraadpleegd op 12-2-2024.

47

Het gebied Vroon daal Zuid Fase 2 beslaat de wijk gelegen tussen het noordwest-zu ld oost georiënteerde deel

van de Madepolderweg (die uitkomt op de Madesteinweg), de daarop haaks gelegen noordoost-zuidwest georiënteerde Madepolderweg, de Sigrid Undsetlaan en de Nieuweweg. 48 Siemons 2017, met verwijzing naar Van Leeuwen 2016.

22

w

r li

I

u

\

\

jI

\

{\

A

I A

li

%

\

\ \I

Topografische kaart 2023

Grondbedrijf 1954

%

h

ü

#

U 1

Bonneblad 1900-1904

Kadaster 1832 (HisGIS) Gebouwen

Grasland Moestuin

ƒ

22 -

I

5 KI1

l

1

Bos k

g

«

-

F g

k

> v"

L # al

Bouwland

1.

2h‘

4

Erf

5

I

g • ;v is g,a

Afb. 8

Uitsnede van verschillende historische kaarten van het plangebied

in verschillende schalen. Het noorden ligt altijd boven, (o.a. HisGIS en

Hoogheemraadschap van Delfland)

Kruikius 1712

23

ken, sterke verontreiniging van grotere omvang in de bodem en in bet grondwater.49 Het betrof met name nikkel en arseen in bet grondwater; deze stoffen komen vaker voor in tuinbouw­ gebieden. Het is goed mogelijk, gezien de gebruiksgescbiedenis (recreatieve tuingrond), dat dergelijke vervuiling ook in bet plangebied aanwezig is. Volgens bet Bodeminformatiepunt moet in bet plangebied nog onderzoek uitgevoerd worden naar bodemverontreinigingen. Volgens Bodem Informatie Online50 is de ondergrond van bet plangebied potentieel ernstig vervuild en verdacht op EOX in de bovengrond bij tuinbouw­ bedrijven en zware metalen As (arsenic), Ni (nickel), Cr (cbronium) en Cd (cadmium) en MO (Molybdenum) en naftaleen in bet grondwater. Tijdens bet ruimen van de gebouwen op bet perceel (in de weken voorafgaand aan bet veldbezoek van 16-02-2024) is asbest aangetroffen. Dit is verwijderd door een hiervoor gecertificeerd bedrijf. Tijdens het veldbezoek werd door een werknemer van het bedrijf KP adviseurs, bodem­ onderzoek uitgevoerd naar de milieutechnische condities van het plangebied. Resultaten van dit onderzoek zijn nog niet bekend ten tijde van het schrijven van het bureauonderzoek.

Bodemverstoring In het begin van 2024 zijn de tuinhuisjes die in het gebied stonden, verwijderd. Foto's van deze éénlaagse gebouwen (houten huisjes), aangeleverd door de opdrachtgever, laten zien dat deze op een soort houten vlonder of verhoging stonden. Het is onduidelijk waar de gebouwen precies op waren gefundeerd, maar het is aan te nemen dat de verstoring van de ondergrond ter plekke minimaal moet zijn geweest. Het is onduidelijk hoe de bebouwing er in de periode tussen 1891 en 1981 uit moet hebben gezien en in welke mate deze bebouwing het onderliggende bodemarchief verstoord heeft. Op afbeelding 9 zijn de locaties van alle eerder genoemde gebouwen aangegeven. Daarmee wordt duidelijk op welke locaties er nog resten van gebouwen met archeologische waarde (Kruikius 1712 en kadastrale minuut 1832) aangetroffen kunnen worden en welke delen door latere bodemingrepen mogelijk zijn aangetast. Tijdens het veldbezoek is de KLIC-melding (door het bedrijf KP adviseurs) ingezien. Hierop staan nagenoeg geen kabels en leidingen aangegeven in het plangebied met uitzondering van de opgang, het deel gelegen tussen de meest oostelijke noord-zuid georiënteerde sloot, die toegang geeft tot het terrein. Hier werd de locatie van een (afgekapt?) riool aangegeven.

Gezien het feit dat het terrein dienst heeft gedaan als particuliere tuingrond, is het goed mogelijk dat in de ondergrond kabels en leidingen aanwezig zijn die niet gemeld zijn bij het kadaster. Indien deze aanwezig zijn, wordt aangenomen dat de aanleg ervan gezorgd zal heb­ ben voor minimale verstoring van het bodemarchief. Nu het terrein braak ligt, zullen de kabels en leidingen niet meer in gebruik zijn en zijn afgesloten.

2.4 De huidige en toekomstige situatie

Huidige situatie In de twee weken voorafgaand aan het veldbezoek is het terrein professioneel geruimd en zijn de bebouwing en begroeiing verwijderd met uitzondering van de grootste bomen. Het terrein bestaat nu uit groengebied en is begroeid met hoge bomen en omgeven door sloten. In het bestemmingsplan Madestein-Vroondaal van 2015 heeft het gebied als enkelbestemming recreatie - volkstuin.

49 Overigens heeft een actualiserend vooronderzoek uitgevoerd door BuroS/L in augustus 2023 uitgewezen dat de

percelen van Vroondaal Zuid Fase 2 inmiddels vrij zijn van vervuiling na verschillende saneringen. 50

Bodem Informatie Online, https://bio-odh.qeoruimte.n1/ op 21-2-2024.

24

In het plangebied (afb. 1) is een peilbuis geplaatst. Het grondwaterniveau hierin is handmatig gemeten tijdens het veldbezoek en bevond zich rond 120 cm onder maaiveld. Volgens het AHN bevindt het maaiveld zich in het plangebied rond 0,6 m + NAP. Door het ruimen van het perceel zou dit met circa 20 cm verlaagd kunnen zijn. Het grondwaterniveau zal zich rond 0,6 en 0,8 m - NAP moeten bevinden. Een peilbuis aan het verder naar het oosten gelegen perceel van de Madepolderweg 59 geeft een grondwaterstand van 0,75 m - NAP (22-01-2024).

Toekomstige situatie De Dienst Stedelijke Ontwikkeling is voornemens het terrein aan de Madepolderweg 59c in te richten voor twee woonwagens (zie afb. 9 en bijlage 2 voor de exacte locatie van de toekom­ stige woonwagens). Volgens de door de opdrachtgever aangeleverde concept ontwerpplannen van maart 2024 (bijlage 2), blijven de meeste bomen op het terrein gehandhaafd. De toekom­ stige gebruikers van het terrein zijn de bewoners van deze woonwagens (particuliere bewo­ ning). Volgens de ontwerpplannen zullen de voorbereidende werkzaamheden (aanleg kabels en leidingen en een zandpakket onder de woonwagens) gepaard gaan met een verstoring van de ondergrond groter dan 50 m2 en tot circa 1 m onder maaiveld. Hierdoor worden eventueel in de ondergrond aanwezige archeologische resten verstoord. Het is niet bekend of er een verandering in milieutechnische condities of waterpeil zal plaatsvinden. Tijdens het schrijven van het bureauonderzoek wordt dit nog onderzocht.

N >

Afb. 9

Locatievan gebouwen zoals

weergegeven op de kaart van Kruikius (1712), de kadastrale

minuut (1832), de kaart van het

grondbedrijf (1954) en de topografische kaart van 2023. Daarnaast is de locatievan de twee

in de toekomst te plaatsen

EeNk

N

Plangebied Madepolderweg 59c

501 m

weergegeven.

^TT

Perceel indeling 1958

Bebouwing Kadastrale minuut 1832 KX Tuinhuisjes tot 2023 Bebouwing op Kruikius 1712

woonwagens hier ook op

Toekomstige locatie woonwagens

Bebouwing grondbedrijfkaart 1958 25

2.5 De gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van bovenstaande kan de volgende gespecificeerde arcbeologiscbe verwachting worden opgesteld: Neolithicum

Voor bet neolithicum (nieuwe steentijd) geldt een archeologische verwachting voor het plan­ gebied. In de omgeving zijn vondsten uit deze perioden alleen aangetroffen op de Laag van Voorburg/duinen/restanten van de strandwal. Het is waarschijnlijk dat de (op de nabijgelegen percelen vastgestelde) Madepolderstrandwal zich verder uitstrekt tot in het plangebied en in dat geval is het mogelijk dat de resten van bewoning die daarop zijn aangetroffen ook binnen het plangebied voorkomen. Tabel 2 Archeologische verwachtingstabel voor het neolithicum.

Eigenschap

Toelichting

1

Datering

Neolithicum (laat neolithicum /Vlaardingencultuur: 3400-2500 v. Chr.).

2

Complextype

Bewoning (niet opgehoogde, individuele huisplaats), vuursteenbewerking. Gehele plangebied.

3

Omvang

4

Diepteligging

Niet zichtbaar: tussen 1,1 en 1,4 m - NAP.

5

Gaafheid en conservering

Sporen: matigtotgoed.

Vondsten anorganisch: goed. Vondsten organisch: goed onder grondwaterniveau (circa 0,75 m - NAP), slecht boven grondwaterniveau. 6

Locatie

7

Uiterlijke kenmerken

Op (de flanken van) de Madepolderstrandwal met lage (secundairverstoven) duinen (Laag van Voorburg) en strandvlakte met Hollandveen.

Bodem: natuurlijk met enkele lossevondsten of omgewerkt tot cultuurlaag.

Vondstmateriaal: organisch (bot, hout) en anorganisch (aardewerk, vuursteen, natuursteen). Grondsporen: paalsporen, (water)kuilen, akker/moestuin sporen, off-site verschijnselen zoals takkenpad in het

veen. 8

Mogelijke verstoringen

Verstuiving van Laag van Voorburg. Aanleg van waterwegen/percelen inde middeleeuwen. Moderne bodemingrepen (kabels en leidingen/aanleg latere tuinhuisjes/gebouwen). Mogelijk aantasting of juist conservering

door jongere Gantel-/Poeldijkafzettingen.

Bronstijd en ijzertijd In de nabijheid van het plangebied zijn geen resten uit de bronstijd aangetroffen. Daarom geldt een zeer lage tot geen verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit deze periode. De kans dat resten uit de ijzertijd aangetroffen worden, is wel aanwezig. Op de Made­ polderstrandwal zijn namelijk zowel op de noordelijke als de zuidelijke flank resten van akkers uit de ijzertijd aangetroffen. Andere sporen zijn de restanten van kuilen en palen. De resten uit ijzertijd komen niet alleen op de strandwal voor, maar ook in de vroegste afzettingen van de Gantel Laag is op naastgelegen terreinen een niveau uit de ijzertijd aangetroffen. De vondst van een plaggenzone in het lagergelegen, natte deel van het landschap (locatie Madepolderweg 45) is hierin sprekend.

26

Tabel 3 Archeologische verwachtingstabel voor de ijzertijd.

Eigenschap

Toelichting

1

Datering

Ijzertijd.

2

Complextype

Bewoning (niet opgehoogde, individuele huisplaats), infrastructuur (veenweg).

3

Omvang

Gehele plangebied.

4

Diepteligging

Niet zichtbaar: Bewoningssporen tussen 0,55 m - NAP en 1,35 m - NAP.

Off-site verschijnselen vanaf 1,50 m - NAP. 5

Gaafheid en conservering

Sporen: matigtotgoed.

Vondsten anorganisch: goed. Vondsten organisch: goed onder grondwaterniveau (circa 0,75 m - NAP), slecht boven grondwaterniveau.

6

Locatie

Op (de flanken van) de Madepolderstrandwal met lage (secundair verstoven) duinen (Laagvan Voorburg) en strand­ vlakte met Hollandveen en mogelijk in de Gantel kleilaag.

7

Uiterlijke kenmerken

Bodem op Laag van Voorburg of (vroege) Gantel Laag: natuurlijk met enkele losse vondsten of omgewerkt tot cultuurlaag. Vondstmateriaal: organisch (bot, hout) en anorganisch (aardewerk, natuursteen, metaal). Grondsporen zandgronden: huizen/paalsporen, (water)putten, akker/moestuinsporen, greppels en verkaveling, Grondsporen op klei/in veen: houten schoeiing, kleiplaggen, infrastructuur.

8

Mogelijke verstoringen

Verstuiving van Laag van Voorburg. Aanleg van waterwegen/percelen inde middeleeuwen. Moderne bodem ingre­

pen (kabels en leidingen/aanleg latere tuinhuisjes/gebouwen). Mogelijk aantasting of juist conservering door

jongere Gantel-/Poeldijkafzettingen.

Romeinse tijd In de omgeving van het plangebied zijn veel vindplaatsen uit de Romeinse tijd bekend. De dichtstbijzijnde ligt op 30 m afstand van het plangebied en is een losse vondstmelding. Daar­ naast wordt verwacht dat de Madepolderstrandwal zich verder uitstrekt tot in het plangebied en dat daarbij ook de Romeinse nederzettingssporen die zijn aangetroffen op de percelen van de Madepolderweg 41 t/m 57, doorlopen tot in het plangebied. Tabel 4 Archeologische verwachtingstabel voor de Romeinse tijd.

Eigenschap

Toelichting

1

Datering

Romeinse tijd.

2

Complextype

Bewoning, infrastructuur (land- en waterwegen).

3

Omvang

Gehele plangebied.

4

Diepteligging

Niet zichtbaar: sporen kunnen voorkomen tussen circa 0,8 m - NAP en 2,75 m - NAP.

5

Gaafheid en conservering

Sporen: matigtotgoed.

Vondsten anorganisch: goed. Vondsten organisch: goed onder grondwaterniveau (circa 0,75 m - NAP), matig boven grondwaterniveau.

6

Locatie

7

Uiterlijke kenmerken

In kleilagen afgezet door de Gantel en onder Poeldijk afzettingen. Mogelijk afgedekt door humeuze kleilaag. Grondsporen: : huizen/paalsporen, (water)kuilen, akker/moestuin, huisplattegronden

Vondstmateriaal: organisch (bot, hout, leer) en anorganisch (aardewerk, natuursteen, baksteen, metaal, glas).

8

Mogelijke verstoringen

Verstuiving van Laag van Voorburg. Aanleg van waterwegen/percelen inde middeleeuwen. Moderne bodemingrepen (kabels en leidingen/aanleg latere tuinhuisjes/gebouwen/tuinbouw). Mogelijk aantasting of juist conservering door

jongere Poeldijkafzettingen

Middeleeuwen en nieuwe tijd Voor de vroege middeleeuwen geldt geen archeologische verwachting. Voor de late middeleeuwen en nieuwe tijd geldt wel een archeologische verwachting in de vorm van het voorkomen van infrastructurele werken (sloten, greppels, etc.) die in verband gebracht kunnen worden met activiteiten van inpoldering vanaf de 13de eeuw. Daarnaast 27

heeft het bureauonderzoek uitgewezen dat het plangebied gesitueerd is op een historisch erf waarvan resten nog in de ondergrond aanwezig kunnen zijn. Op de locatie waar het grootste gebouw heeft gestaan, dat begin 2024 is gesloopt, heeft in de periode tussen 1712 en 1832 ook bebouwing gestaan die zijn oorsprong mogelijk in de late middeleeuwen heeft gehad. Een bezoek aan het plangebied heeft aangetoond dat er in ieder geval nog archeologische resten in de ondergrond kunnen voorkomen die te dateren zijn in de periode tussen de 13de tot 16de eeuw. Tabel 5 Archeologische verwachtingstabel voor de late middeleeuwen en nieuwe tijd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14830805/1