CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS320467 Bijlage Verenigingsmonitor Den Haag 2024

Commissie Samenleving 5 december 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken13.447 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

40

80

40

100

33

10

40

35

10

15

37

38

10

17

30

13

Beperkt actief

43

22

Niet actief

51

N.v.t.

Bron: Mulier Instituut, bevraging sportverenigingen gemeente Den Haag, 2024.

Een derde biedt voorzieningen voor niet-leden Een derde van de verenigingen stelt haar faciliteiten en/of voorzieningen ook beschikbaar voor niet-leden en andere organisaties (35%, niet in figuur). Dit is met name het geval bij grote verenigingen en verenigingen met een eigen accommodatie en/of kantine. Multifunctionele inzet van de sportruimte (15%) en het aanbieden van kinderopvang of werk-/huiswerk-/vergaderruimtes (beide 11%) komt het vaakst voor. Drie op de tien verenigingen wil de komende jaren faciliteiten of voorzieningen (blijven) aanbieden (30%, niet in figuur). Het multifunctioneel inzetten van sportfaciliteiten (13%) en het aanbieden van werk-/huiswerk-/vergaderruimtes (12%) geniet de meeste belangstelling van de verenigingen.

Drie kwart ziet maatschappelijke verantwoordelijkheid voor sportverenigingen 77 procent van de sportverenigingen in gemeente Den Haag zijn het (helemaal) eens met de stelling dat sportverenigingen een maatschappelijke functie hebben. Vier verenigingen zijn het (helemaal) oneens (2%). Dit zijn drie kleine en één grote sportvereniging. Alle andere verenigingen zijn het enigszins eens met de stelling. Toch vindt een op de drie verenigingen (35%) dat ze er vooral zijn om hun leden te laten sporten. Dit sentiment leeft meer bij kleine verenigingen dan bij grote verenigingen. 29 procent van de verenigingen vindt het tegenovergestelde. Zij vinden het wel belangrijk dat een sportvereniging een bredere blik heeft dan enkel de sport- en beweegactiviteiten die ze organiseren. Dit zijn vooral middelgrote en grote sportverenigingen.

60

10

14

Verenigingen zijn vooral bezig met veilig sportklimaat en (sociale) veiligheid Ondanks dat de meeste verenigingen aangeven dat sportverenigingen een maatschappelijke functie hebben, voeren niet alle verenigingen activiteiten uit op maatschappelijke thema’s. Ruim de helft van de verenigingen (56%) voert op ten minste één maatschappelijk thema activiteiten uit (niet in figuur). Kleine verenigingen zijn hier minder mee bezig dan grote verenigingen. 54 procent van de sportverenigingen heeft één of meerdere maatschappelijke thema’s als aandachtspunt voor de korte termijn. Op de lange termijn geldt dit voor 89 procent van de verenigingen. De maatschappelijke thema’s waar de meeste sportverenigingen in Den Haag activiteiten op uitvoeren zijn normen en waarden/veilig sportklimaat en (sociale) veiligheid (respectievelijk 45% en 40%, zie figuur 3.7). Vooral veel grote verenigingen zijn actief op deze onderwerpen (beide 88%, niet in figuur). Een op de drie verenigingen heeft normen en waarden/veilig sportklimaat en/of (sociale) veiligheid als aandachtspunt voor de korte of lange termijn (beide 36%). Figuur 3.7 Aandachtspunten maatschappelijke thema’s voor sportverenigingen (in procenten, n=156) 0

20

Normen en waarden, veilig sportklimaat

40

60

45

(Sociale) veiligheid

19

40

Duurzaamheid, milieu

22

Activiteiten voor kwetsbare doelgroepen

19

Sportstimulering van andere (doel)groepen en/of niet-leden

14

Leefbaarheid in de wijk/buurt/omgeving van de club

14

Gezondheid, gezonde leefstijl

10

Werkgelegenheidsproject/arbeidsre-integratie

4 5

17

21 15

12 19

Voeren activiteiten uit

Aandachtspunt korte termijn

Geen belangstelling

Niet van toepassing

4

19 26 27

17

29

21

20

29

13 31

36

Aandachtspunt lange termijn

Een op de vijf verenigingen is actief met duurzaamheid en milieu (22%) of voert activiteiten uit voor kwetsbare doelgroepen (19%). Een op de zeven is bezig met

thema’s nog beperkt (tussen de 5% en 15%). Op lange termijn zijn de thema’s

31

40

Bron: Mulier Instituut, bevraging sportverenigingen gemeente Den Haag, 2024.

termijn is het aandeel verenigingen dat activiteiten uit wil gaan voeren op deze

14

6

17

36

sportstimulering en/of de leefbaarheid in de omgeving (beide 14%). Op korte

100

14

28

12 5

15

24

10

aandachtspunten voor meer verenigingen (tussen de 24% en 36%).

80

Werkgelegenheid en arbeidsre-integratie is het minst populaire maatschappelijke thema onder de sportverenigingen. Zeven verenigingen (4%) voeren hierop activiteiten uit. Acht verenigingen (5%) noemen het een aandachtspunt voor korte termijn. Dit zijn grote verenigingen, die bijna allemaal een eigen accommodatie hebben (niet in figuur). Ruim twee derde van de verenigingen geeft aan geen belangstelling te hebben in het onderwerp of vindt het niet van toepassing (71%).

Hoofdstuk 4

In dit hoofdstuk bespreken we hoe vitaal de verenigingen in Den Haag zijn. Dat brengen we in beeld door organisatiekracht en maatschappelijke oriëntatie te combineren. Een vitale vereniging is een organisatiekrachtige vereniging die maatschappelijk georiënteerd is. De matrix die zo ontstaat, kan een hulpmiddel zijn voor segmentatie van verenigingen en kan maatwerk bieden bij ondersteuning. Met de vitaliteitsindex zijn globaal vier soorten verenigingen te onderscheiden: de zogeheten kwetsbare verenigingen, maatschappelijke verenigingen, krachtige verenigingen en vitale verenigingen.

Een derde van de verenigingen is vitaal 35 procent van de sportverenigingen in gemeente Den Haag (figuur 4.1) behoort tot het segment vitale vereniging. Deze verenigingen scoren op organisatiekracht en maatschappelijke oriëntatie ‘voldoende’ of ‘goed’. Ze zijn krachtig in hun organisatie en hebben oog voor de maatschappelijke rol die ze vervullen. In Den Haag zijn vooral grote verenigingen vitaal. Meer dan de helft van deze verenigingen scoort op beide indexen ‘voldoende’ of ‘goed’ (58%, niet in figuur). Landelijk is een kwart (24%) van de verenigingen te beschouwen als vitaal. Figuur 4.1 Vitaliteitsmatrix sportverenigingen Den Haag (in procenten, n=156)

Bron: Mulier Instituut, bevraging sportverenigingen gemeente Den Haag, 2024.

Een derde van de verenigingen is krachtig Een op de drie verenigingen in gemeente Den Haag is te beschouwen als een krachtige vereniging (32%). Deze verenigingen zijn organisatiekrachtig, maar (nog) nauwelijks maatschappelijk georiënteerd. In de groep krachtige verenigingen zijn met name kleine en middelgrote verenigingen te vinden. Ongeveer de helft van de

buitensport verenigingen en verenigingen met een eigen sportaccommodatie is krachtig (beide 47%, niet in figuur). Krachtige verenigingen kunnen vitale verenigingen worden. Wanneer de organisatie goed en sterk is, hebben ze de mogelijkheden om buiten de vereniging te kijken en een maatschappelijke rol op zich te nemen.

Een kwart van de verenigingen is kwetsbaar 23 procent van de verenigingen scoort op zowel organisatiekracht als maatschappelijke oriëntatie matig of onvoldoende. Dit zijn de kwetsbare verenigingen. In Den Haag is het aandeel kwetsbare verenigingen lager dan landelijk (30%). Met name kleine verenigingen zijn kwetsbaar. Iets minder dan de helft van de kleine verenigingen (44%) behoort tot dit segment. Daarnaast zijn kwetsbare verenigingen vaker binnensportverenigingen en verenigingen zonder eigen sportaccommodatie. Een op de tien verenigingen is maatschappelijk Een op de tien verenigingen behoort tot de maatschappelijke verenigingen (10%). Deze verenigingen zijn maatschappelijk georiënteerd, maar onvoldoende instaat om het sportaanbod te organiseren. Door de organisatiekracht te vergroten kunnen deze verenigingen zich ontwikkelen tot vitale verenigingen.

Helft van de verenigingen verschoven van segment Ten opzichte van 2022 is 51 procent van de verenigingen, die aan beide monitoren deelnamen, verschoven van segment in de vitaliteitsmatrix. Verenigingen die in 2022 tot de maatschappelijke verenigingen behoorden, verschoven het vaakst (88%). De helft van de maatschappelijke verenigingen in 2022 heeft de organisatiekracht verbeterd en behoort nu tot de vitale verenigingen. Van de verenigingen die in 2022 vitaal waren is meer dan de helft dit nog steeds (58%). Eén vereniging heeft zich in twee jaar tijd ontwikkeld van een kwetsbare vereniging tot een vitale vereniging. Vijf verenigingen waren vitaal, maar behoren nu tot het segment kwetsbaar.

Hoofdstuk 5

Positieve sportcultuur is een belangrijk beleidsthema binnen de gemeente. Het realiseren van (sport)plezier, ontwikkeling en (sociale) veiligheid centraal. Om dit te bereiken stimuleert WSDH sportverenigingen3 in: het ontwikkelen van een positief sportklimaat; het vergroten van ouderbetrokkenheid; het tegengaan en voorkomen van grensoverschrijdend gedrag het vergroten van respect en inclusie. Het stimuleren van het invoeren van de vier basisvoorwaarden voor een veilige sportvereniging is zowel landelijk als in de gemeente Den Haag, inmiddels een belangrijke beleidsmaatregel geworden ter bestrijding van grensoverschrijdend gedrag. De gemeente Den Haag heeft de eerste drie basisvoorwaarde per 1 januari 2024 voorwaardelijk gesteld. In opdracht van gemeente Den Haag heeft het Mulier Instituut onlangs een onderzoek uitgevoerd naar ‘Positieve sportcultuur en lhbtiq+-acceptatie op Haagse sportverenigingen’4. De bevindingen die we in dit hoofdstuk presenteren zijn afkomstig uit dat rapport.

Meer dan acht op de tien sportverenigingen in Den Haag hebben beleid op het gebied van het realiseren van een positieve sportcultuur (83%, zie figuur 5.1). Professionalisering van het trainingskader en pedagogisch sportklimaat (56%), het bevorderen van inclusie en respect (53%) en het vergroten van ouderbetrokkenheid (49%) zijn de meest genomen maatregelen. Het bevorderen van de sportdeelname van mensen met een beperking of chronische ziekte en het tegengaan van discriminatie en grensoverschrijdend gedrag is minder vaak een aandachtspunt. (Middel)grote sportverenigingen (87 en 97 procent), sportverenigingen met jeugdleden (92%) en teamsportverenigingen (87%) hebben vaker beleid gericht op het creëren van een positieve sportcultuur. Van de verenigingen met jeugdleden heeft iets minder dan de helft aandacht voor het tegengaan van fysiek, emotioneel en/of seksueel grensoverschrijdend gedrag (niet in figuur). Vier op de tien hebben aandacht voor het tegengaan van discriminatie. 3

Gemeente Den Haag (2022). Brief actieplan ‘Een positieve sportcultuur’ Den Haag 2023-2025. Gemeente Den Haag. 4 Cremers, R. (2024). Positieve sportcultuur en lhbtiq+-acceptatie op Haagse sportverenigingen. Mulier Instituut.

Figuur 5.1 De mate waarop bij Haagse sportverenigingen op bestuurlijk of uitvoerend niveau aandacht bestaat op het gebied van positieve sportcultuur (in procenten, n=156) 0

20

40

60

Het professionaliseren van het trainingskader en pedagogisch sportklimaat

56

Het bevorderen van inclusie en respect op de vereniging (iedereen is welkom)

53

Het vergroten van ouderbetrokkenheid

49

Het tegengaan van fysiek of emotioneel grensoverschrijdend gedrag

40

Het tegengaan van seksuele intimidatie of seksueel grensoverschrijdend gedrag

38

Het tegengaan van discriminatie naar seksuele voorkeur, etnische herkomst, huidskleur en/of geloofsovertuiging

33

Het bevorderen van sportdeelname van mensen met een beperking en/of chronische ziekte Anders

17 1

Er is geen beleid op zaken binnen positieve sportcultuur

17

Bron: Mulier Instituut, bevraging sportverenigingen gemeente Den Haag, 2024.

Vertrouwenscontactpersoon Driekwart van de sportverenigingen in Den Haag beschikt over een vertrouwenscontactpersoon (74%, zie figuur 5.2). Grote verenigingen (82%) en verenigingen met jeugdleden (82%) beschikken relatief vaak over een vertrouwenscontactpersoon. Dit geldt in het bijzonder ook voor vechtsportverenigingen (92%, niet in figuur). Echter heeft dus bijna één op de vijf verenigingen waar jeugd actief is, geen vertrouwenscontactpersoon.

80

100

Figuur 5.2 De mate waarin Haagse sportverenigingen beschikken over een vertrouwenscontactpersoon, naar verenigingsgrootte en het hebben van jeugdleden (in procenten, n=156) 0

20

40

Totaal

60

80

100

74

t/m 100 leden

56

101 t/m 250 leden

78

Meer dan 250 leden

85

Geen jeugdleden

47

Wel jeugdleden

82

Bron: Mulier Instituut, bevraging sportverenigingen gemeente Den Haag, 2024.

VOG 70 procent van de verenigingen heeft beleid met betrekking tot het aanvragen van VOG’s voor medewerkers of vrijwilligers (zie figuur 5.3). Grote verenigingen vragen relatief vaker een VOG aan dan de middelgrote of kleine verenigingen (niet in figuur). Figuur 5.3 De mate waarin Haagse sportverenigingen Verklaringen Omtrent Gedrag (VOG) aanvragen voor vrijwilligers en/of medewerkers (in procenten, n=156) 0

20

40

Vrijwilligers/werknemers die met jeugd (t/m 17 jaar) en/of kwetsbare doelgroepen werken

60 54

Andere vrijwilligers, trainers

51

Bestuursleden

51

Anders Geen van bovenstaande

3 30

Bron: Mulier Instituut, bevraging sportverenigingen gemeente Den Haag, 2024.

80

100

Van de verenigingen met jeugdleden vraagt 71% VOG’s aan voor vrijwilligers en medewerkers die met jeugd en/of andere kwetsbare doelgroepen werken (zie figuur 5.4). Grote verenigingen (78%) en teamsport (78%) en individuele sportverenigingen (78%) vragen vaker een VOG voor deze groep aan. Figuur 5.4 De mate waarin Haagse sportverenigingen VOG’s aanvragen voor vrijwilligers en/of werknemers die met jeugd en/of kwetsbare doelgroepen werken, onder verenigingen met jeugdleden, naar verenigingsgrootte en type sport. (in procenten, n=118) 0

20

40

Totaal t/m 100 leden

100

59

101 t/m 250 leden

64 78

Team Individueel

80

71

Meer dan 250 leden

Semi-individueel

60

78 57 80

Bron: Mulier Instituut, bevraging sportverenigingen gemeente Den Haag, 2024.

Gedragscode werken met jeugd/kwetsbare groepen en gedragsregels Twee derde van de sportverenigingen in Den Haag met jeugdleden heeft een gedragscode opgesteld voor trainers en begeleiders die met jeugd werken (zie figuur 4.5). Daarbij valt op dat er nauwelijks verschil bestaat op basis van verenigingsgrootte. Teamsportverenigingen (73%) beschikken vaker over een gedragscode dan (semi-) individuele sportverenigingen (64% en 56%). Echter blijken semi-individuele vechtsportverenigingen (83%) juist het vaakst over deze code te beschikken, terwijl overige semi-individuele sportverenigingen hier het minst over beschikken (39%, niet in figuur).

Figuur 5.5 De mate waarin Haagse sportverenigingen met jeugdleden een gedragscode hebben opgesteld voor trainers en begeleiders die met jeugd (t/m 17 jaar) en/of kwetsbare groepen werken, naar verenigingsgrootte en type sport (in procenten, n=116) 0

20

40

Totaal

80

100

81

t/m 100 leden

65

101 t/m 250 leden

75

Meer dan 250 leden Geen jeugdleden

60

96

55

Wel jeugdleden

90

Bron: Mulier Instituut, bevraging sportverenigingen gemeente Den Haag, 2024.

Acht op de tien sportverenigingen in Den Haag hebben gedragsregels opgesteld (81%, niet in figuur). Bijna alle grote verenigingen(96%) en verenigingen met jeugdleden (90%) stellen gedragsregels op. Verenigingen met semi-individueel sportaanbod, anders dan vechtsport(54%), kleine (65%) en middelgrote (75%) verenigingen hebben het minst vaak gedragsregels op papier. 83 procent van de verenigingen beschikt over een gedragscode en/of gedragsregels (niet in figuur) Dat betekent dat 17 procent van de verenigingen geen van beide heeft, of de bestuurder hier niet van op de hoogte is. Van de verenigingen met jeugdleden heeft 92 procent ten minste een van beide. Bijna de helft van de verenigingen (49%) beschikt over zowel gedragsregels als de gedragscode. Onder verenigingen met jeugdleden is dat twee derde (64%). Voldoen aan eerste drie basiseisen NOC*NSF Ruim een derde van de Haagse sportverenigingen voldoet aan de eerste drie basiseisen voor een veilige sportvereniging (38%, figuur 5.6). Aangezien de vierde basiseis van NOC*NSF nog geen vereiste is in de gemeente Den Haag, hebben we deze niet bevraagd. Onder verenigingen met jeugdleden is dat de helft (50%). Daarmee voldoet de helft van de sportverenigingen in Den Haag met jeugdleden dus niet aan de basiseisen (50%). Vooral middelgrote en kleine verenigingen voldoen minder vaak aan de basiseisen.

Ditzelfde patroon bestaat wanneer we alleen kijken naar verenigingen met

jeugdleden. Ook hier voldoen kleine (44%) en middelgrote verenigingen (36%), minder vaak aan de basiseisen dan grote verenigingen (57%, niet in figuur). Indien we naast de gedragscode voor werken met jeugdleden en kwetsbare doelgroepen ook algemene gedragsregels meetellen als het voldoen aan de voorwaarde ‘gedragscode’, dan voldoet 62 procent van de verenigingen aan de eerste drie basiseisen (niet in figuur). Onder verenigingen met jeugdleden is het percentage dan 81 procent. Figuur 5.6 De mate waarin Haagse sportverenigingen voldoen aan de eerste drie basiseisen voor sociale veiligheid op sportverenigingen, naar verenigingsgrootte, het hebben van jeugdleden en type sport (in procenten, n=156) 0

20

Totaal

40

38

t/m 100 leden

23

101 t/m 250 leden

28

Meer dan 250 leden Geen jeugdleden

54 3

Wel jeugdleden

50

Team Semi-individueel Individueel

60

47 35

29

Bron: Mulier Instituut, bevraging sportverenigingen gemeente Den Haag, 2024.

80

100

Hoofdstuk 6

In dit hoofdstuk presenteren we de belangrijkste conclusies van ons onderzoek. Vervolgens doen we enkele aanbevelingen.

Twee derde scoort voldoende tot goed Twee op de drie sportverenigingen in gemeente Den Haag is voldoende of goed in staat het sportaanbod te organiseren (67%). Een kwart van de verenigingen kan dit matig. De andere verenigingen zijn hier onvoldoende toe in staat. Grote sportverenigingen scoren vaker voldoende of goed dan middelgrote en kleine verenigingen. De sportverenigingen in Den Haag scoren gemiddeld beter dan het landelijk gemiddelde. Accommodatie en financiën grootste aandachtspunten De verenigingen in de gemeente Den Haag scoren het laagst op de criteria financiën en accommodatie. Dit zijn de voornaamste aandachtspunten voor de verenigingen. Op het criterium leden scoren de verenigingen het hoogst. Een derde van de verenigingen geeft aan niet op elk gewenst moment over de sportaccommodatie te kunnen beschikken conform de behoefte. Dit is vooral een probleem voor verenigingen zonder eigen sportaccommodatie. Een op de vijf verenigingen geeft aan dat de capaciteit van de accommodatie niet aansluit bij de toekomstige behoefte. Met name buitensportverenigingen en verenigingen met een eigen sportaccommodatie zien hier knelpunten. Ook geeft een op de vijf verenigingen aan dat de accommodatie niet in goede staat is. Dit zijn met name verenigingen die over een eigen accommodatie beschikken.

Niet alle sportverenigingen hebben ruimte binnen de begroting om financiële tegenvallers op te vangen. Bij kleine verenigingen is dit het vaakst het geval. Een op de drie verenigingen behaalt niet jaarlijks een positief resultaat. Een op de acht verenigingen omschrijft de eigen financiële positie van de vereniging als zorgwekkend of minder gezond. Dit is in gelijke mate het geval bij grote en kleine verenigingen.

Bijna de helft scoort voldoende of goed 44 procent van de sportverenigingen in gemeente Den Haag is voldoende of goed maatschappelijke georiënteerd. Deze verenigingen zijn in staat om naast het reguliere sportaanbod een maatschappelijke rol te vervullen. Kleine verenigingen, binnensportverenigingen en verenigingen zonder eigen sportaccommodatie scoren vaker onvoldoende of matig op dit onderdeel. Ten opzichte van het landelijk gemiddelde scoren de verenigingen in Den Haag iets hoger.

Helft is maatschappelijke actief De helft van de sportverenigingen is maatschappelijk actief. Deze verenigingen vervullen een maatschappelijke rol, bijvoorbeeld door samen te werken met andere organisaties, betrokken te zijn bij projecten of activiteiten voor niet leden aan te bieden. Met name grote sportverenigingen in gemeente Den Haag zijn maatschappelijk actief. Helft heeft maatschappelijke intentie De helft van de sportverenigingen heeft de intentie om de maatschappelijke rol van de vereniging (verder) te ontwikkelen in de nabije toekomst. Ze hebben belangstelling voor nieuwe samenwerkingen, betrokkenheid bij projecten of het uitvoeren van activiteiten met betrekking tot maatschappelijke thema’s. De gemeente kan de verenigingen helpen deze belangstelling in de praktijk te brengen. Zo hebben verenigingen belangstelling om samenwerkingen met de gemeente te starten of voort te zetten of aan te sluiten bij initiatieven als de Ooievaarspas, sportstimuleringsprojecten en het Haags Sportinitiatief. Verenigingen die nog niet actief zijn, hebben vaak ook niet de ambitie om dit te worden. Door extra aandacht te schenken aan deze verenigingen en drempels die ze ervaren weg te nemen, kunnen ook deze verenigingen maatschappelijk actief worden.

Een derde is vitaal Een op de drie sportverenigingen in gemeente Den Haag scoort op zowel organisatiekracht als maatschappelijke oriëntatie voldoende of goed. Dit zijn de vitale verenigingen. Deze verenigingen zijn krachtig in hun organisatie en maatschappelijke georiënteerd. Dit zijn met name grote verenigingen, buitensportverenigingen en verenigingen met een eigen sportaccommodatie. In gemeente Den Haag is het aandeel vitale sportverenigingen hoger dan het landelijk gemiddelde (24%). Kwart is kwetsbaar 23 procent van de verenigingen is te beschouwen als kwetsbaar. Deze verenigingen scoren ondermaats op zowel organisatiekracht als maatschappelijke oriëntatie. In Den Haag zijn dit vooral kleine sportverenigingen, die vaak niet over een eigen sportaccommodatie beschikken. Een op de drie is krachtig Een derde van de sportverenigingen is krachtig. Deze verenigingen hebben voldoende organisatiekracht, maar zijn nog niet voldoende maatschappelijk georiënteerd. Krachtige verenigingen kunnen zich ontwikkelen tot vitale vereniging door de maatschappelijke betrokkenheid van de vereniging te vergroten.

Een op de tien is maatschappelijk Een op de tien sportverenigingen valt in het segment maatschappelijk. Deze verenigingen zijn maatschappelijk georiënteerd, maar hebben moeite met het organiseren van het sportaanbod. Als de organisatiekracht van de vereniging verbetert, kan de vereniging doorgroeien tot een vitale vereniging.

Ondersteuning voor kwetsbare verenigingen De kwetsbare verenigingen in Den Haag blijken met name kleine verenigingen, binnensportverenigingen en verenigingen zonder eigen accommodatie. Om de vitaliteit van deze verenigingen te vergroten, is het belangrijk om met de verenigingen in gesprek te gaan over de specifieke problemen die ze ervaren. Door ondersteuning te bieden bij het maken van actieplannen kunnen verenigingen hun vitaliteit vergroten. Extra inzet van een buurtsportcoach en/of verenigingsondersteuner kan in dit geval wenselijk zijn. Zoek naar creatieve oplossingen voor bezetting accommodaties Net als twee jaar geleden is accommodatie een groot aandachtspunt. Bij veel verenigingen die zeer grote problemen ervaren op dit thema, wordt het voortbestaan van de verenigingen erdoor bedreigd (8 van de 11 verenigingen). Vooral de capaciteit van de sportaccommodaties vormt een knelpunt. Met de beperkte ruimte in Den Haag is het uitbreiden van sportparken of de bouw van extra sporthallen niet altijd mogelijk. Door met de verenigingen in gesprek te gaan over de knelpunten en behoeftes kan er gezocht worden naar alternatieve oplossingen, zoals verlenging van speeldagen, gebruik op minder populair dagen en tijden of het gebruik van de openbare ruimte voor activiteiten die dit toestaan.

Ook het faciliteren van gesprekken tussen verenigingen over het uitwisselen of overnemen van uren kan de druk doen dalen. Ondersteun verenigingen bij het vrijwilligersbeleid Ten opzichte van 2022 is de score van de Haagse sportverenigingen op het criterium kader gestegen. Toch ervaren een deel verenigingen (zeer) grote problemen bij het aantrekken en behouden van vrijwilligers (28%) en trainers (14%). Verenigingen hebben openstaande vacatures of zijn opzoek naar extra vrijwilligers om de vereniging draaiende te houden, terwijl ze de bereidheid onder leden om vrijwilligerswerk te doen af zien nemen. De aanwezigheid van taakomschrijvingen voor de verschillende functies die vrijwilligers uitvoeren kan helpen bij het werven en behouden van vrijwilligers. Een op de vijf verenigingen heeft dit nog niet, twee op de vijf slechts voor enkele functies. Buurtsportcoaches en/of verenigingsondersteuners kunnen de verenigingen helpen om taakomschrijvingen op te stellen.

Waak voor onderschatting van financiën Twee op de vijf Haagse sportverenigingen scoren matig of onvoldoende op het criterium financiën (42%). Toch geeft maar 8 procent aan een (zeer) groot probleem te ervaren hierdoor. Dit is een aanzienlijk verschil. Wellicht onderschatten de verenigingen de financiële situatie waarin ze zitten of de buffers die ze hebben. Het is belangrijk om het belang van voldoende buffers en positieve resultaten te benadrukken bij de verenigingen, zodat verenigingen ook in mindere tijden voortbestaan. Stimuleer samenwerking bij kleine verenigingen Kleine sportverenigingen in Den Haag werken minder samen en zijn minder vaak betrokken bij projecten/activiteiten/functionarissen/regelingen dan (middel)grote verenigingen. Door kleine sportverenigingen te laten kennismaken met mogelijke samenwerkingspartners, de meerwaarde van samenwerking en betrokkenheid te benadrukken en bij projecten, regelingen of activiteiten rekening te houden met de behoeftes van kleine verenigingen, kan de maatschappelijke oriëntatie van de verenigingen vergroot worden.

Bijlage 1

Berekening score organisatiekracht Organisatiekracht bestaat uit vijf criteria: beleid, leden, kader, accommodatie en financiën. Elk criterium van organisatiekracht bestaat uit vragen van de verenigingsmonitor waarop verenigingen een score krijgen. De verenigingen kunnen op elk criterium maximaal 100 punten halen. Ze scoren een onvoldoende wanneer ze minder dan 40 procent van de punten voor een criterium halen. Een score ‘matig’ staat voor 40 tot en met 59 procent van het totaalaantal punten, een score ‘voldoende’ voor 60 tot en met 79 procent en een score ‘goed’ voor 80 procent of meer van de punten. De totaalscores van alle vijf de criteria bepalen de totaalscore voor organisatiekracht, waardoor verenigingen op deze totaalscore maximaal 500 punten kunnen behalen. Deze totaalscore delen we vervolgens opnieuw in onvoldoende, matig, voldoende en goed in, volgens de hierboven genoemde indeling.

Berekening score maatschappelijke oriëntatie De maatschappelijke oriëntatie bestaat uit twee criteria: maatschappelijke intentie en maatschappelijke activiteit. Maatschappelijke activiteit staat voor de mate waarin verenigingen actief een maatschappelijke rol vervullen: wat ondernemen en organiseren verenigingen in het kader van een bredere maatschappelijke oriëntatie? Maatschappelijke intentie staat voor de houding van verenigingen ten opzichte van een actieve bredere maatschappelijke rol: zijn verenigingen van plan een bredere maatschappelijke oriëntatie op zich te nemen? Verenigingen kunnen op het criterium maatschappelijk actief maximaal 100 punten en op het criterium maatschappelijke intentie maximaal 70 punten halen. Ze scoren onvoldoende als ze minder dan 40 procent van de punten voor een criterium halen. Een score ‘matig’ staat voor 40 tot en met 59 procent van het totaalaantal punten, een score ‘voldoende’ voor 60 tot en met 79 procent en een score ‘goed’ voor 80 procent of meer van de punten. De scores op de beide criteria bepalen de uiteindelijke totaalscore op de index maatschappelijke oriëntatie. Dit betekent dat verenigingen maximaal 170 punten kunnen halen. Deze totaalscore delen we vervolgens in dezelfde indeling van onvoldoende, matig, voldoende en goed in.

Toelichting totaalscores De totaalscores voor zowel organisatiekracht als maatschappelijke oriëntatie zijn een optelsom van de onderliggende criteria. Dit betekent dat een vereniging die een onvoldoende op de totale organisatiekracht haalt, niet per definitie op elk criterium een onvoldoende heeft behaald. Een vereniging kan bijvoorbeeld drie keer een onvoldoende, één keer een voldoende en één keer een goed hebben gescoord.

Gemiddelde scores De gemiddelde score staat voor het gemiddelde aandeel van het maximaal te behalen aantal punten. De gemiddelde score is te vergelijken met het geven van een cijfer: een gemiddelde score van 75 betekent dat verenigingen gemiddeld een cijfer van 7,5 scoren op dat criterium en daarmee een voldoende behalen (≥ 8 is een ‘goed’). De gemiddelde score kan aanvullend werken bij de interpretatie van de scores.

Bijlage 2

Tabel B2.1 Responsanalyse sportverenigingen Den Haag naar type sport Populatie

Responsgroep

Aantal

Percentage

Aantal

Percentage

Binnensport

157

52%

73

47%

Buitensport

117

39%

63

40%

Beide

29

10%

20

13%

Totaal

303

100%

156

100%

Bron: Op basis van gegevens van de gemeente Den Haag

Tabel B2.2 Responsanalyse sportverenigingen Den Haag naar stadsdeel Populatie

Responsgroep

Aantal

Percentage

Aantal

Percentage

Centrum

39

13%

13

8%

Escamp

74

24%

34

22%

Haagse Hout

39

13%

21

13%

Laak

13

4%

9

6%

Leidschenveen-Ypenburg

16

5%

10

6%

Loosduinen

48

16%

29

19%

Scheveningen

33

11%

13

8%

Segbroek

31

10%

22

14%

Onbekend

9

3%

5

3%

Totaal

303

100%

156

100%

Bron: Op basis van gegevens van de gemeente Den Haag

Tabel B2.3 Vergelijking steekproeven verenigingsmonitoren Den Haag 2022 en 2024 op basis van verenigingsgrootte Steekproef 2022

Steekproef 2024

Aantal Percentage

Aantal Percentage

≤100 leden

54

39%

52

33%

101 t/m 250 leden

25

18%

32

21%

> 250 leden

59

43%

72

46%

Totaal

138

100%

156

100%

Bron: Mulier Instituut, bevraging sportverenigingen gemeente Den Haag, 2022 & 2024.

Tabel B2.4 Vergelijking steekproeven verenigingsmonitoren Den Haag 2022 en 2024 op basis van type sport Steekproef 2022

Steekproef 2024

Aantal Percentage

Aantal Percentage

Binnensport

66

48%

68

44%

Buitensport

62

45%

73

47%

Beide

10

7%

15

10%

Totaal

138

100%

156

100%

Bron: Mulier Instituut, bevraging sportverenigingen gemeente Den Haag, 2022 & 2024.

Niels Meulenbroeks n.meulenbroeks@mulierinstituut.nl Janine van Kalmthout j.vankalmthout@mulierinstituut.nl

Mulier Instituut | 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14844550/1