RIS320381 Beantwoording technische vragen inzake Parkeren
Tekst van het document
Wanneer een aanvrager voldoet aan de voorwaarden dan moet de parkeerplaats worden toegewezen. Een groot aantal gehandicaptenparkeerplaatsen zijn toegewezen op grond van de oude voorwaarden. Het college onderzoekt de mogelijkheid om, wanneer de Europese Gehandicaptenparkeerkaart is verlopen, ook opnieuw te toetsen aan de voorwaarden
24/39
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10814966
87
CU/SGP 87
88 CU/SGP
88
89
CU/SGP
89
voor de gehandicaptenparkeerplaats. Dit wordt meegenomen in de evaluatie van het gehandicaptenparkeerbeleid. Nota Parkeernormen 2024 Kan de overgangsregeling, zoals voorgesteld in de nota parkeernormen 2024, juridisch onderbouwd worden? Wat zijn de voorwaarden om projecten op te nemen in een overgangsregeling? De enige wijziging in de Nota Parkeernormen 2024 die substantieel effect heeft op de lopende projecten, is de aanpassing van de reductiemogelijkheid voor deelauto's in Zuidwest. Er is gekozen om alle lopende projecten waarop deze aanpassing effect heeft, en waar al (contractuele) afspraken over de parkeerbalans zijn vastgelegd, onder het overgangsrecht te laten vallen in het kader van rechtszekerheid. Zoals verzocht door de raad zijn de artikelen in de Nota Parkeernormen 2024 en het voorgenomen besluit om de lopende projecten onder het overgangsrecht te laten vallen getoetst door Advocatenkantoor Pels Rijcken. Parkeerstrategie Waarom wordt in de actualisatie parkeerstrategie herhaaldelijk de parkeerverordening 2021 genoemd, terwijl de Verordening en regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen 2022 bestaat (inclusief wijzigingen uit 2022)? In 2022 is de Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen 2022 (RIS309977) vastgesteld. Dit was een samenvoeging van de Parkeerverordening 1992 en de Verordening parkeerbelasting Den Haag 2021 (RIS306328).
De Parkeerstrategie 20212030 is vastgesteld in 2021, zodat werd verwezen naar de Verordening parkeerbelasting Den Haag 2021 (RIS306328). De Parkeerstrategie is slechts geactualiseerd op de onderdelen die aanpassing behoeven. De verwijzingen naar ouder beleid zijn daarom blijven staan in de Parkeerstrategie. Nota Parkeernormen 2024 Artikel 3:1 – punt b.4: “dit aangetoond wordt met een door betrokken partijen (aanvrager, eigenaar, huurder, etc. en aanbieder deelauto) ondertekende overeenkomst en waarin is vastgelegd dat de deelauto’s 24 uur per dag en 7 dagen ter beschikking staan aan de gebruikers;” Zijn “de gebruikers” hier degenen die in een bouwplan komen te wonen waar de parkeereis gereduceerd is met deelauto's? Betekent dit artikel dat deelauto's die door een ontwikkelaar ingezet worden om de parkeereis te reduceren, nooit een ‘dubbele bestemming’ (als bijv. deelauto voor de buurt) kunnen hebben? In artikel 3.1, punt b2 staat dat de parkeerbehoefte voor bewoners gereduceerd kan worden door de inzet van deelauto's. Bij punt b4 wordt geregeld dat de deelauto's ter beschikking moeten staan van de gebruikers. Dit betreft inderdaad de bewoners die in een bouwplan wonen waar de parkeervraag is gereduceerd door de inzet van deelauto's. De deelauto's zijn onderdeel van de parkeerbalans van het bouwplan.
Indien de deelauto's breder ingezet worden, is er minder beschikbaarheid voor de bewoners en wordt niet voldaan aan de parkeerbalans. Een 'dubbele bestemming' van de deelauto's is alleen mogelijk, als er extra deelauto's worden ingezet, bovenop het in de parkeerbalans berekende aantal.
25/39
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10814966
90
91
Artikel 3:1 – punt b. 10: “publieke deelauto’s die reeds in de openbare ruimte beschikbaar zijn, leiden niet tot een reductie van de parkeervraag.” Betekent dit artikel dat deelauto's in een mobiliteitshub niet gebruikt kunnen worden door een ontwikkelaar van een toekomstig bouwplan om zijn parkeereis te reduceren? Dat ligt aan de situatie. In sommige parkeerhubs (bijvoorbeeld Meleco en Laakhavens) wordt een overmaat aan deelmobiliteit gerealiseerd met als doel om andere gebiedsontwikkelingen eenvoudiger te maken. Deze deelmobiliteit kan wel gebruikt worden om de parkeervraag te reduceren. Bij een enkele deelauto op de openbare straat (die al gebruikt wordt door bestaande bewoners) is dit niet de bedoeling. Nota Parkeernormen 2024 Artikel 3:1 – punt c. 4: “deze extra deelbakfietsparkeerplaatsen worden gerealiseerd op eigen terrein, zijn minimaal 1x2 meter groot, voorzien van een laadvoorziening en zijn bedoeld voor langparkeerders (bewoners, werknemers, studenten);” Betekent dit artikel dat als een parkeereis gereduceerd wordt met deelbakfietsen, deze altijd op eigen terrein gereduceerd moeten worden, en niet op een andere plek? Ja, deze moeten altijd op eigen terrein worden geplaatst.
92
Nota Parkeernormen 2024
CU/SGP 90
91
CU/SGP
Nota Parkeernormen 2024
92
Artikel 4:3 – punt d: “de aanvrager van de omgevingsvergunning de bewoners of gebruikers van de ruimtelijke activiteit bij verkoop of verhuur vooraf informeert dat zij niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning, indien de parkeerplaatsen in de alternatieve parkeervoorziening niet (meer) beschikbaar blijken te zijn.” Er is geen vraag gesteld over het geciteerde artikel.
93
Nota Parkeernormen 2024
CU/SGP
CU/SGP
93
94
CU/SGP
Artikel 4:3 – punt 2: “Het college kan bepalen dat een gebiedsaanpak wordt toegepast, waarbij binnen een gebied een parkeervoorziening wordt voorgesteld als gehele of gedeeltelijke oplossing voor de parkeerbehoefte van het totale gebied.” Wat betekent “het gebied”? Is dat ergens in de nota of op een andere plek gedefinieerd? En wat zijn de voorwaarden op basis waarvan het college kan kiezen voor een gebiedsaanpak? In artikel 1:1 is gebiedsaanpak gedefinieerd als: "in situaties waar gelijktijdig meerdere bouwplannen aan de orde zijn, kan er sprake zijn van schaalvoordelen. Zo biedt een gebiedsgerichte aanpak meer mogelijkheden om dubbelgebruik van parkeervoorzieningen te bewerkstelligen (minder ruimtebeslag, meer inkomsten). Een gebiedsaanpak wordt door het college vastgesteld." 'Het gebied' betekent het deel van de stad waarbinnen een gebiedsaanpak wordt toegepast. De plangrens kan variëren en wordt bepaald door het college. Nota Parkeernormen 2024 Artikel 4:5: “Het college kan de normatieve autoparkeereis geheel of gedeeltelijk naar beneden bijstellen in het kader van het gemeentelijk algemeen belang, indien de aanvrager een goede motivering overlegt over de maatregelen die hij neemt om het
26/39
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10814966
94
95 SP
95
96 SP 96
97 SP
97
98 SP
reduceren van de autoparkeereis te rechtvaardigen.” Wat is het gemeentelijk algemeen belang, en waar is dat gedefinieerd? In de toelichting bij artikel 4:5 staat de volgende nadere toelichting van mogelijke gemeentelijke belangen: "In bijzondere gevallen waarbij het algemeen belang van de stad zwaarder weegt dan het vasthouden aan de parkeereis, kan het college afwijken van de parkeereis. Het college weegt hierbij bijvoorbeeld af in welke mate de door ontwikkelaar voorgestelde maatregelen bijdragen aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van de ontwikkeling op aspecten van onder andere: a. mogelijkheid tot gebruik van alternatieven als openbaar vervoer, deelvervoer en fiets; b. duurzaamheid; c. waterbeheersing; d. groene inpassing; e. sociaal maatschappelijke ontwikkelingen." Voortgangsbrief Naar aanleiding van de invulling die gegeven is aan de aangenomen motie ‘Beleid op venstertijd’ (RIS319561): hoe krijgt de raad inzicht in wat er wordt meegenomen uit de wijkparticipatie? Kan dit tot wijzigingen of afwijkende situaties leiden binnen de parkeerstrategie? Zowel in de afdoening van de motie Beleid op Venstertijd (RIS319561) als in de Voortgangsbrief uitvoering Parkeerstrategie (RIS319386) is een procedure opgenomen voor het aanpassen van venstertijden in een vergunninggebied. Deze procedure is niet opgenomen in de Parkeerstrategie zelf.
Wanneer wordt besloten tot aanpassing van venstertijden in een gebied, wordt de raad daarover geïnformeerd. Daarbij zal ook worden aangegeven hoe de wijk is betrokken bij deze aanpassing. Voortgangsbrief Hoe verschilt de wijkparticipatie waar in de motie om wordt verzocht van de draagvlakmeting? Bij een draagvlakmeting wordt via een enquête het draagvlak voor invoering van betaald parkeren gepeild bij alle bewoners en de ondernemers van de betreffende wijk. Bij wijkparticipatie wordt met de verschillende belangenvertegenwoordigers van een wijk gesproken over een parkeerregeling en tevens een informatieavond georganiseerd. Op deze bijeenkomst halen we op wat eventuele wensen zijn met betrekking tot venstertijden. Uiteindelijk nemen we de resultaten hiervan mee in de bredere afweging om de venstertijden al dan niet aan te passen. Voortgangsbrief Bij “Aanpassen venstertijden parkeerregeling” (pg. 4 RIS319386) staat het volgende: “Daarnaast is er altijd ruimte voor maatwerk mogelijk voor bijv. winkelstraten en toeristische trekpleisters.” – Waarom is er alleen ruimte voor maatwerk bij winkelstraten en toeristische trekpleisters? Wat kwalificeert een gebied of straat voor maatwerk? Er staat "bijvoorbeeld", dus niet uitsluitend bij winkelstraten en toeristische trekpleisters.
Maatwerk is mogelijk bij locaties met een bijzonder/afwijkend profiel qua type parkeerders, openingstijden, etc. Daarbij is de gemeente overigens uiterst terughoudend in verband met uniformiteit, efficiëntie voor handhaving en helderheid voor de parkeerder. Voortgangsbrief Is de wijkparticipatie bij aanpassing van venstertijden vergelijkbaar met de informatiebijeenkomsten die voor nieuwe invoeringen van gereguleerd parkeren worden georganiseerd? Kunnen bewoners daar ook al op de tijden participeren en hoe krijgt de raad mee wat er wel
27/39
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10814966
98
99 SP
99
100 SP
100
101 SP 101
102 SP
of niet wordt meegenomen naar aanleiding van deze bijeenkomsten? Het proces van raadplegen en informeren is gelijk aan het proces van aanpassen van venstertijden. Op basis van de input van bewoners en ondernemers tijdens de raadpleging worden de aanpassingen vervolgens verder uitgewerkt. Wanneer wordt besloten tot aanpassing van venstertijden in een gebied, wordt de raad daarover geïnformeerd. Daarbij zal ook worden aangegeven hoe de wijk is betrokken bij deze aanpassing. Bij invoering van betaald parkeren wordt een maand voorafgaand aan de invoering van betaald parkeren ook nog een informatiebijeenkomst georganiseerd over het aanvragen van parkeervergunningen. Voortgangsbrief Hoe zal het verloop van de parkeerstrategie worden gemonitord en gaat het worden geëvalueerd? Hoe houdt de gemeente signalen van bewoners, ondernemers of andere betrokkenen bij? De parkeerstrategie heeft meerdere doelen die op verschillende manieren gemonitord worden. Parkeerdruk blijft daarbij een belangrijke indicator. Ook het autobezit per huishouden en de leefbaarheidsmonitor worden gevolgd. In de Haagse wijken/buurten wordt om de 4 á 5 jaar de parkeerdruk gemeten en wordt onderzoek gedaan naar de vervoerswijze van de Haagse inwoners. Jaarlijks wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de voortgang van het parkeerbeleid, middels de Voortgangsbrief Uitvoering Parkeerstrategie.
Bij elke nieuwe invoering van gereguleerd parkeren wordt een jaar na de start het effect geëvalueerd. Klachten en meldingen van bewoners zijn daarnaast een goede indicator voor parkeeroverlast. Meldingen van bewoners, ondernemers of andere betrokkenen die bij de gemeente binnenkomen worden geregistreerd in het Signalen systeem, waarmee het ook mogelijk is per wijk te bekijken hoeveel meldingen er binnenkomen over parkeren en wat de strekking daarvan is. Borging parkeerbeleid Wat heeft het college geleerd rondom het dossier van de Hofbadtoren? Hoe gaat het college proberen te voorkomen dat er misstanden ontstaan rondom afspraken met woningcorporaties over parkeervergunningen? De belangrijkste leerpunten van het Hofbadtoren-dossier zijn de volgende. In de eerste plaats het goed vastleggen van alle afspraken in de betreffende vergunningen en overeenkomsten en ervoor zorgen dat deze afspraken door de ontwikkelaar dwingend gecommuniceerd worden met bewoners. In de tweede plaats een betere afstemming met de corporaties over het effect van uitstel van de invoering van parkeerregulering en hun communicatie daarover met de bewoners. Het college bekijkt de komende maanden welke afspraken op welke plek vastgelegd moeten worden en hoe de interne en externe processen beter uitgelijnd kunnen worden om onduidelijkheden en misstanden te voorkomen.
Voortgangsbrief Waarom is er gekozen om op veel plekken in de avond betaald parkeren in te zetten, terwijl in andere steden dit vaak overdag wordt ingevoerd? In veel woonwijken is de parkeerdruk met name in de avond en nacht hoog. In Den Haag is er daarom voor gekozen in de avond gereguleerd parkeren in te voeren, want dan heeft de regeling het meest effect. Voortgangsbrief We lezen weinig over bezoekersparkeervergunningen. Wat is het huidige beleid hierop en worden hier wijzigingen op voorgesteld? Kan iedereen in een gebied
28/39
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10814966
102
met betaald parkeren een bezoekersvergunning aanvragen, en zo niet, waarom niet? In de Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2022 (RIS311076) is in artikel 4:2:10 vastgelegd dat het college per adres één bezoekersvergunning voor bewoners kan verlenen, indien de bewoner in een vergunninggebied woont. Met de bezoekersvergunning kunnen bezoekers van de vergunninghouder gratis parkeren gedurende een vastgesteld aantal uren per jaar. Het aantal bezoekersuren is afhankelijk van de werkingstijd van het gereguleerd parkeren in een vergunninggebied. De vergunninghouder kan per vergunningjaar ten hoogste 50 uren bijkopen en ten hoogste 50 ongebruikte uren meenemen naar het volgende vergunningjaar. Een bezoekersvergunning voor bedrijven kan verstrekt worden aan een bedrijf dat volgens het handelsregister in een vergunninggebied is gevestigd. Een bezoekersvergunning voor bedrijven heeft 2x zoveel bezoekersuren als die voor bewoners. Voor het bijkopen en meenemen van uren gelden dezelfde voorwaarden. De tarieven voor de bezoekersvergunningen en voor het bijkopen van uren zijn vastgelegd in de Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022 (RIS309977). In 2024 kostte een bezoekersvergunning € 32,25 per jaar en kostte het bijkopen van 50 parkeeruren € 50,-.
In de Verordening tot vijfde wijziging van de Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022 (RIS320142) wordt het tarief van de bewonersvergunning bijgesteld tot € 33,40. De prijs van het bijkopen van uren verandert niet. Iedereen die aan de voorwaarden voldoet kan een bezoekersvergunning aanvragen, met een maximum van één per adres of bedrijf. Naast de indexering van het tarief zijn er geen wijzigingen voorgesteld.
103 SP 103
104 SP
104
De huidige regeling bezoekersparkeren is te lezen op https://www.denhaag.nl/nl/parkeren/parkeervergunning-voor-bezoekers-aanvragen/ Daar staan ook de uitzonderingen beschreven. Voortgangsbrief Heeft het college overwogen dat het plaatsen van laadpalen op strategische plekken bedrijfsbusjes ook kan verleiden op bepaalde plekken te parkeren? Nee, het college heeft nog niet overwogen om bepaalde plekken aantrekkelijk te maken voor het parkeren van bedrijfsbusjes door er laadpalen te plaatsen. Dit is een interessante suggestie, die het college wil gaan verkennen. Voortgangsbrief “Daarnaast onderzoekt de gemeente of en, zo ja, hoe eigenaren en gebruikers van de bedrijfsbusjes kunnen worden verleid om hun busje op een veilige locatie buiten of aan de rand van hun woonbuurt te parkeren. […] Uit die verkenning blijkt dat het lastig is om geschikte, betaalbare locaties te vinden.” (pg. 8 RIS319386) – Kan het college toelichten wat ze achten onder geschikte en betaalbare locaties? En voor wie en op wat voor manier betaalbaar, voor de gemeente of voor de gebruiker? Onder geschikte en betaalbare locaties voor het parkeren van bedrijfsbusjes verstaan wij parkeerterreinen of – garages die sociaal veilig zijn. Het sociaal veilig inrichten van een terrein is van belang om ervoor te zorgen dat de bedrijfsbusjes er met inhoud veilig
29/39
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10814966
105 VVD
105
106 VVD
106
107 VVD
107
108 VVD
kunnen worden achtergelaten. Daarnaast zijn parkeerterreinen of – garages geschikt als ze niet al te ver van de woonwijken liggen waar de locatie voor dient. Dit maakt het praktischer en daarmee verleidelijker voor de eigenaren en gebruikers van bedrijfsbusjes om de locatie te gaan gebruiken. De parkeerterreinen of – garages dienen goed ontsloten te zijn met openbaar vervoer en van fietsparkeerplaatsen te zijn voorzien. Zodat voor- en natransport eenvoudig te regelen is. Ten slotte zoekt de gemeente naar parkeerterreinen of – garages waar de huur van de parkeerplaatsen zo laag is dat het aantrekkelijk is voor gebruikers en eigenaren van bedrijfsbusjes om deze kosten zelf op te brengen. Parkeerstrategie Is er onderzoek gedaan naar de gevolgen van het invoeren van een inkomensafhankelijke parkeerregeling voor de parkeerdruk en de regulering van verkeer in Zuidwest? Zo nee, welke data zou daarvoor verzameld moeten worden? Ja, er is advies gevraagd aan advocatenkantoor Pels Rijcken over de mogelijkheid om een inkomensafhankelijke parkeerregeling in te voeren. Dit is terug te vinden als bijlage 2 bij raadsvoorstel 'Actualisatie Parkeerstrategie 2021-2030' (RIS319383), het juridisch advies van Pels Rijcken.
Kort gezegd komt het erop neer dat in Gemeentewet artikel 225 staat dat alleen redenen die te maken hebben met parkeerregulering, bepalend mogen zijn voor de hoogte van de tarieven voor parkeren of parkeervergunningen. Parkeerstrategie Welke juridische mogelijkheden heeft de gemeente om een gereduceerd parkeertarief in te voeren zonder in strijd te zijn met artikel 225 lid 1 en lid 8 van de Gemeentewet, en zijn er uitzonderingen mogelijk? Volgens artikel 225 Gemeentewet mag een gemeente alleen parkeerbelasting heffen in het kader van parkeerregulering. Hierop zijn geen uitzonderingen mogelijk, want het is een wettelijke dwingende bepaling en in de wet zelf is geen uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Tegemoetkoming in de kosten van parkeren voor mensen met een lager budget is wellicht mogelijk via bijvoorbeeld een bijzondere bijstand of andere soortgelijke regelingen voor tegemoetkomingen in kosten voor minima. Dit loopt dan niet via het parkeerbeleid. Parkeerstrategie In hoeverre kan de gemeente onderscheid maken tussen bewoners en niet-bewoners binnen specifieke wijken zoals Zuidwest, zonder het gelijkheidsbeginsel te schenden, zoals geadviseerd door Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.? Na invoering van gereguleerd parkeren kan de gemeente onderscheid maken tussen bewoners en niet-bewoners. Bewoners (m.u.v.
de nieuwbouw) komen namelijk in aanmerking voor een parkeervergunning op straat, waarmee ze voor een lager tarief onbeperkt in de buurt van de woning kunnen parkeren. Niet-bewoners dienen parkeerbelasting per uur te betalen, gedurende de venstertijden. Aangezien dit geen gelijke gevallen betreft, is het gelijkheidsbeginsel hier niet aan de orde. Parkeerstrategie Zijn er objectieve criteria op basis waarvan tijdelijke kortingsregelingen kunnen worden geïmplementeerd tijdens bouwwerkzaamheden, zonder dat dit leidt tot ongewenste precedentwerking in andere wijken van Den Haag
30/39
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10814966
108
109 VVD
109
110 VVD
110
111 VVD
111
112 VVD
Objectieve criteria om te komen tot tijdelijke kortingsregelingen tijdens bouwwerkzaamheden zijn niet mogelijk op grond van artikel 225 Gemeentewet. Zie verder het antwoord bij vraag 106. Parkeerstrategie Welke juridische of beleidsmatige aanpassingen kunnen worden gedaan om bewoners tijdens langdurige bouwwerkzaamheden tegemoet te komen, zonder dat dit in strijd is met de huidige gemeentelijke en wettelijke parkeerreguleringen? Op grond van de regels met betrekking tot het heffen van parkeerbelastingen (Gemeentewet) is het niet mogelijk om bewoners tegemoet te komen in de kosten voor parkeren. Indien een andere grondslag wordt gekozen (zie het antwoord bij vraag 111) is het van belang om mee te nemen dat het lastig is om te bepalen welke kring van bewoners 'last' hebben van langdurige bouwwerkzaamheden en waarom bij juist deze bouwwerkzaamheden een tegemoetkoming in de kosten gewenst is en bij andere bouwwerkzaamheden in Den Haag niet. Parkeerstrategie Er staat ‘om effectiever regie te kunnen voeren op de inrichting van de openbare ruimte en de beschikbaarheid van parkeerplekken in de stad..’.
Op welke manier wordt hier ‘effectiever’ bedoeld als al besloten is dat in de hele stad betaald parkeren wordt ingevoerd behoudens de 2 uitgezonderde wijken en 1 stadsdeel? Hiermee wordt bedoeld 'effectiever' dan wanneer de twee genoemde aanpassingen aan de Parkeerstrategie niet worden gedaan. Ten aanzien van uitbreiding van gereguleerd parkeren was dit inderdaad al besloten, maar nog niet vastgelegd in het daartoe geëigende beleidskader. Door de uitbreiding van gereguleerd parkeren én het scherper reguleren van de vergunninguitgifte krijgt de gemeente meer grip op de parkeerdruk en kan er dus effectiever regie gevoerd worden op de inrichting van de openbare ruimte. Parkeerstrategie ‘In gereguleerde gebieden kan namelijk een hogere reductie worden toegepast bij aanbod van deelmobiliteit dan in niet gereguleerde gebieden…’,. Op basis van welke criteria en onderzoeken wordt het aanbod bepaald? Graag antwoord voor zowel de gereguleerde als niet-gereguleerde gebieden. In de parkeernormennota is opgenomen onder welke voorwaarden reductie op de parkeereis verkregen kan worden, door inzet van deelmobiliteit. Een ontwikkelaar kan zelf bepalen hoeveel deelmobiliteit wordt ingezet, maar de reductie is gemaximeerd, afhankelijk van type deelmobiliteit en of er sprake is van gereguleerd parkeren.
In een gereguleerd gebied zal het gebruik van deelmobiliteit namelijk hoger zijn, aangezien bewoners geen privéauto gratis op straat kunnen parkeren. De voorwaarden staan beschreven in de Nota Parkeernormen 2024, artikel 3:1. Voor de berekening wordt ervan uitgegaan dat 1 deelauto 4 privéauto’s vervangt, dit is gebaseerd op ervaringscijfers van andere projecten in het land. De afgelopen jaren is landelijk meer ervaring opgedaan met deelmobiliteit in bouwplannen. Dit zal meegenomen worden in de integrale herziening van de Nota Parkeernormen. Parkeerstrategie ‘Als neveneffect is parkeerregulering dus ook belangrijk voor de woningbouw en voor de transitie naar duurzame mobiliteit’. Welke positieve en welke
31/39
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10814966
115
negatieve effecten ziet het college dat parkeerregulering op woningbouw heeft? Door het toepassen van parkeerregulering kan met een lage parkeernorm gebouwd worden, zonder risico op parkeeroverlast voor de omgeving, doordat er geen parkeervergunningen worden verstrekt. Hiermee stijgt de financiële haalbaarheid van bouwplannen en kunnen er meer huizen gebouwd worden. Ook kan met parkeerregulering meer gebruik gemaakt worden van deelmobiliteit (zie vraag 111), wat bijdraagt aan de mobiliteitstransitie. Parkeerregulering lijkt geen grote invloed te hebben op het animo om een woning te kopen of huren en heeft daarmee geen negatief effect op de woningbouw. Parkeerstrategie ‘Ook het overzetten van de bewonersvergunningen van het huidige parkeervergunningensysteem naar het nieuwe parkeervergunningensysteem wordt gefaseerd uitgevoerd, op basis van de data voor verlenging van deze vergunningen’. Als het systeem nu niet betrouwbaar is, hoe kan dan het gefaseerd worden op basis van data voor verlenging? De term 'data' slaat hier op de datums waarop in elk afzonderlijk vergunninggebied de parkeervergunningen verlengd worden. Die verlengingsmomenten zijn verspreid over het jaar om de werkdruk van de vergunningverlening te spreiden. De datum van verlenging is niet afhankelijk van het wel/niet goed functioneren van het systeem.
Parkeerstrategie In hoeverre worden doelgroepen meegenomen of geconsulteerd in het aanpassen of samenvoegen van parkeergebieden? Dit proces is nog niet gestart. De manier van aanpassen en/of samenvoegen van parkeergebieden moet nog worden vormgegeven. Parkeerstrategie Op basis van welke criteria wordt bepaald wanneer er ruimte is voor maatwerk voor aanpassing venstertijden? Zie het antwoord op vraag 97. Er zijn geen harde criteria voor toepassing van maatwerk.
116
Parkeerstrategie
112
113 VVD
113
114 VVD 114 115 VVD
VVD
116
117 VVD
117
‘..in een vroeg stadium geïnformeerd en geconsulteerd, als in een gebied gereguleerd parkeren wordt ingevoerd’. Graag een specificatie van wat bedoeld wordt met ‘in een vroeg stadium’. En wie worden precies geïnformeerd en geconsulteerd? Bij aanvang van het project voor invoering van betaald parkeren worden alle adressen in het betreffende gebied aangeschreven met een vooraankondiging en vervolgens worden er diverse (informatie)brieven verstuurd met o.a. een uitnodiging voor informatiebijeenkomsten. Daarnaast vindt er raadpleging plaats, waarbij er gesprekken gevoerd worden met stakeholders in het gebied zoals bewonersorganisatie en ondernemersverenigingen. Parkeerstrategie ‘En ten aanzien van de venstertijden wordt ook input vanuit het betreffende gebied meegenomen in de keuze’. Op welke wijze, bij welke doelgroepen of personen en in welk stadium wordt input meegenomen? Voor welke gebieden wordt tot 2030 gekeken naar uitbreiding van venstertijden? Deze zin staat in een alinea die gaat over nieuwe invoeringen. Bij vraag 116 is aangegeven dat stakeholders worden geïnformeerd en geraadpleegd. Gedurende deze
32/39
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10814966
118
contactmomenten kunnen bewoners, bedrijven en instellingen input leveren op de voorgestelde venstertijd. Deze input wordt meegewogen, voordat er een definitief besluit wordt genomen over de venstertijd. In alle gebieden waar gereguleerd parkeren wordt ingevoerd, dienen ook venstertijden bepaald te worden. Voor alle bestaande gereguleerde gebieden wordt bekeken of meer uniformiteit in de venstertijden mogelijk is. Parkeerstrategie In hoeverre is er binnen de plannen voor uniformiteit van venstertijden rekening gehouden met de specifieke behoeften van verschillende wijken, zoals winkelgebieden of toeristische trekpleisters? Hoe worden deze behoeften vastgesteld, en op basis waarvan wordt bepaald of een wijk in aanmerking komt voor aangepaste venstertijden? Zie het antwoord op vraag 97. Er zijn geen harde criteria voor toepassing van maatwerk.
119
Parkeerstrategie
118 VVD
VVD 119
120 VVD
120
121 VVD
121
122 VVD
Op welke wijze wordt de input van bewoners gevraagd en hoe gaat de input meegenomen worden in de eventuele aanpassing van de venstertijden? Als er een voornemen is venstertijden aan te passen worden alle adressen in het betreffende gebied aangeschreven met een vooraankondiging en vervolgens worden er diverse (informatie)brieven verstuurd met o.a. een uitnodiging voor informatiebijeenkomsten. Daarnaast vindt er raadpleging plaats waarbij er gesprekken gevoerd worden met stakeholders in het gebied zoals bewonersorganisatie en ondernemersverenigingen. Parkeerstrategie Welke mogelijkheden hebben bewoners en ondernemers om bezwaar te maken tegen de voorgestelde aanpassing van de venstertijden tijdens deze vier maanden? Hoe worden hun bezwaren meegenomen in de besluitvorming? Middels raadpleging met vertegenwoordigers van bewoners en ondernemers wordt vooraf input opgehaald; een bewoner of ondernemer kan geen formeel bezwaar maken. Wel worden signalen meegenomen in de evaluatie van de regelingen die meegewogen worden bij een eventuele aanpassingen van die regeling.
Parkeerstrategie Wordt er bij de beslissing om de venstertijden in specifieke wijken te verlengen ook gekeken naar de specifieke oorzaken van de verhoogde parkeerdruk buiten de huidige venstertijden? Zo ja, op welke manier worden deze oorzaken in kaart gebracht en hoe wordt de effectiviteit van het verlengen van de venstertijden gemonitord? Ja, er wordt op verschillende momenten van de dag gemeten en gekeken naar de oorzaken, dus ook buiten de venstertijden. Er wordt rekening gehouden met specifieke behoeften van de wijk of buurt. Er wordt gekeken welke regelingen noodzakelijk zijn; oplossingen kunnen bijvoorbeeld aanpassingen in venstertijden zijn, maar ook aanpassingen van tarieven of vergunningen. Dit beeld wordt gevormd door analyse van data en onderzoeken en signalen uit de buurt. Een jaar na de wijziging wordt een nieuwe meting gedaan om het effect te monitoren. Parkeerstrategie ‘Na uiterlijk een jaar wordt in samenspraak met bewoners en ondernemers geëvalueerd of de regeling goed werkt, of dat aanpassing van de venstertijd nodig
33/39
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10814966
VVD
is’. Op basis van welke criteria wordt vastgesteld of een regeling wel of niet ‘goed’ werkt? Aangezien elk gebied weer andere specifieke kenmerken heeft, is het lastig om harde criteria op te stellen voor de evaluatie. Op basis van klachten/meldingen, input van stakeholders en de resultaten van parkeeronderzoeken wordt vastgesteld of een regeling voldoende goed werkt en of een eventuele aanpassing tot een verbetering kan leiden. Parkeerstrategie Na de zomer start de pilot Gratis OV voor kinderen. Wanneer ontvangen we de brief met nadere informatie over de randvoorwaarden etc. van de pilot? De pilot gratis ov voor kinderen 4 t/m 11 jaar start in de eerste helft van 2025. De Commissie Leefomgeving is hier schriftelijk over geïnformeerd (RIS320268). Parkeerstrategie Wat is de definitie van ‘overbelast’ (onderaan p 4 Actualisatie)
124
Een parkeerdruk van hoger dan 90%
125
Parkeerstrategie
122
123 VVD 123 124
128
Welke criteria worden gebruikt om te bepalen of ‘aanzienlijke negatieve gevolgen’ aan de orde zijn? (Bovenaan p 4 Actualisatie) Het gaat hier over aanzienlijke negatieve gevolgen voor de parkeerdruk. Er wordt uitgegaan van een te hoge parkeerdruk, wanneer deze stijgt tot boven de 90%. Parkeerstrategie ‘Wanneer dit plafond is bereikt, wordt een rem gezet op de uitgifte van nieuwe tweede vergunningen’. Geldt de rem in het geval van een plafond ook op toevoeging van deelvoertuigen? Hoe vaak en op welke gronden kan en zal een plafond worden bijgesteld? In de Strategie Deelmobiliteit 2030 (RIS319377) die afgelopen juli aan de gemeenteraad is aangeboden ter vaststelling staat op pagina 33 het volgende over deelauto’s in relatie tot het vergunningenplafond: 'Voor deelauto’s geldt geen vergunningenplafond en krijgen dus altijd een parkeervergunning – mits ze aan de aanvraagvoorwaarden voldoen.' Het is nu nog niet bekend hoe vaak en op welke gronden het plafond gaat worden bijgesteld. Komende tijd wordt dit verder uitgewerkt.
Voortgangsbrief Welke rol speelt de afweging dat niet alle bewoners voldoende financiële middelen hebben om hun oudere voertuigen te vervangen in het voornemen om het toewijzen van parkeervergunningen op basis van emissieklassen verder te onderzoeken? Welke uitzonderingen of alternatieven worden er geboden voor bewoners met een lage-emissieklassevoertuig? De zaken die u noemt in uw vraag zullen onderdeel uitmaken van de verkenning die in 2025 zal worden gehouden. Er zal een onderzoek worden gedaan naar de gevolgen van een mogelijk in te voeren regeling en indien nodig uitzonderingen worden bedacht. Voortgangsbrief In hoeverre worden in het onderzoek de gevolgen voor bewoners die vanwege beroepsmatige redenen afhankelijk zijn van voertuigen die niet voldoen aan de emissieklassen meegenomen? Zie het antwoord op vraag 127.
129
Voortgangsbrief
VVD 125 126 VVD
126
127 VVD
127
128 VVD
VVD
Onderzoek naar maatschappelijke kosten parkeren – 2025: wat kost dit onderzoek en van welk budget wordt dit gefinancierd? Wordt aan de Raad de
34/39
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10814966
129
130
VVD
130
131
VVD 131
onderzoeksvragen voor dit onderzoek voorgelegd zo ja wanneer? Wat gebeurt met de uitkomsten van het onderzoek? Het is nog niet bekend hoeveel dit onderzoek naar de maatschappelijke kosten van parkeren in de openbare ruimte gaat kosten. Dit onderzoek wordt gefinancierd uit Programma 12, activiteit parkeren, programma PDM. De onderzoeksvragen zullen niet aan de raad worden voorgelegd. De raad wordt wel geïnformeerd over de uitkomsten. De uitkomsten van het onderzoek zijn input voor het parkeerbeleid op basis waarvan het college voorstellen kan gaan doen, bijvoorbeeld over de tarieven van de verschillende parkeervergunningen. Nota Parkeernormen 2024 De komende periode zal nader onderzoek gedaan naar de toepassing van deelmobiliteit in verschillende type bouwplannen. Worden de onderzoeksvragen eerst voorgelegd aan de Raad en zo ja wanneer? Is dit hetzelfde onderzoek waarnaar verwezen wordt op p 4 onderaan ‘Door in de parkeerbalans van een bouwplan onderscheid te maken in meer wooncategorieën is duidelijk welke parkeerplaatsen aan welke woningen toegewezen dienen te worden.. Dit vraag eerst nader onderzoek’?. Wordt dit onderzoek uitgevoerd? Zo ja wanneer? En worden de onderzoeksvragen aan de Raad voorgelegd? Dit zijn twee verschillende onderzoeken.
In het onderzoek naar de toepassing van deelmobiliteit zal gekeken worden naar de werking van deelmobiliteit-oplossingen in de praktijk. Bekeken wordt waar het succes van afhangt en of op basis daarvan meer differentiatie in de reductiefactor zou moeten worden toegepast, bijvoorbeeld per stedelijke zone of per bewonersprofiel. In het onderzoek naar woon categorieën wordt bekeken of het zinvol is om extra woon categorieën voor de parkeernormen toe te voegen, zodat voor bouwplannen een gedetailleerdere parkeerbalans opgesteld wordt en er vervolgens duidelijkere afspraken gemaakt kunnen worden over de beschikbaarheid van parkeerplaatsen voor de verschillende bewonersgroepen. Beide onderzoeken worden uitgevoerd als input voor de integrale herziening van de Nota Parkeernormen, naar verwachting in 2025. In principe worden de onderzoeksvragen niet aan de raad voorgelegd. De uitkomsten worden wel gedeeld met de raad. Nota Parkeernormen 2024 Hoe garandeert de gemeente dat bewoners in Zuidwest, die afhankelijk zijn van een privéauto, voldoende parkeergelegenheid behouden tijdens en na de bouwwerkzaamheden? We gaan in Zuidwest gereguleerd parkeren invoeren. Bewoners van de te renoveren en/of te behouden woningen kunnen een parkeervergunning aanvragen voor de openbare straat.
Met ontwikkelaars in het gebied worden afspraken gemaakt om ook tijdens de bouwwerkzaamheden voldoende parkeerplaatsen voor de bestaande bewoners te behouden. Bewoners van de nieuwbouw krijgen parkeren op eigen terrein en komen niet in aanmerking voor een parkeervergunning, ook niet als de privé plekken vol zijn. Dit is zo bepaald in de Nota Parkeernormen 2024, Artikel 1:3 (RIS319497). Hierdoor blijft de parkeercapaciteit in de openbare ruimte beschikbaar voor bestaande bewoners. Voor
35/39
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10814966
132
VVD 132
133 VVD
133
134
VVD 134
135
VVD 135
bewoners van de nieuwbouw wordt de parkeerbehoefte berekend op basis van de Nota Parkeernormen. Nota Parkeernormen 2024 Hoe wordt ervoor gezorgd dat de parkeerbehoefte van bewoners in Zuidwest wordt vervuld voordat er parkeerplaatsen worden opgeofferd voor andere doeleinden, zoals groenvoorzieningen of deelmobiliteit? Bij een herinrichting van de openbare ruimte wordt een belangenafweging gemaakt tussen verschillende beleidsvelden. Een van deze belangen is de parkeerbehoefte van bewoners. Soms kan het zijn dat een ander beleidsveld zwaarder weegt en worden plekken opgeheven. Soms wegen deze minder zwaar en worden parkeerplaatsen alleen omgezet als de parkeerdruk dat toelaat. Voortgangsbrief Welke concrete plannen heeft de gemeente Den Haag voor de realisatie van parkeergebouwen of parkeergarages in drukke stedelijke gebieden zoals Zuidwest, CID, Binckhorst en Laakhaven, en hoe worden deze plannen afgestemd op de toenemende parkeerdruk en de mobiliteitstransitie naar deelmobiliteit? Door invoering van gereguleerd parkeren, in combinatie met vergunningenplafonds, kan de toename van de parkeerdruk gestopt worden. Uit onderzoek blijkt dat het realiseren en exploiteren van parkeergebouwen een grote structurele kostenpost is.
Om toch meer inpandige openbare parkeerplaatsen te realiseren wordt gezocht naar mogelijkheden om aan te sluiten bij ontwikkelprojecten en gezocht naar subsidies. Twee concrete plannen in Zuidwest zijn bijvoorbeeld Meleco en Denekamp, waar extra parkeerplaatsen voor deelauto's voor de buurt worden gerealiseerd. Ook bij Dreven-Gaarden-Zichten worden grotere, openbare parkeergebouwen gerealiseerd, al zijn deze bedoeld om de parkeerdruk van latere deelplannen op te vangen. In de Binckhorst is parkeergarage Binckpark in aanbouw, die enerzijds voorziet in de parkeereis van de omliggende woonblokken, maar anderzijds ruimte biedt voor bezoekers, deelauto’s en mogelijk ook de parkeervraag uit een groter gebied. In Laakhavens is ook een collectieve parkeergarage gepland om met optimaal dubbelgebruik te voorzien in de parkeerbehoefte en in het aanbod van deelvervoer van Megastores en ruime omgeving. Nota Parkeernormen 2024 Hoeveel parkeervergunningen zullen er beschikbaar blijven voor bewoners van nieuwbouwprojecten in Zuidwest, en hoe voorkomt men dat zij verdrongen worden door nieuwe parkeerbeleidregels? Voor bijna alle nieuwbouwprojecten in Zuidwest wordt voorzien in parkeerplaatsen op eigen terrein voor bewoners. Als bewoners beschikken over parkeren op eigen terrein komen ze niet in aanmerking voor een parkeervergunning op straat.
Nota Parkeernormen 2024 Hoe wordt ervoor gezorgd dat nieuwe parkeeroplossingen, zoals deelmobiliteit, niet ten koste gaan van de parkeerruimte voor bewoners in Zuidwest die afhankelijk zijn van hun eigen auto? Het uitgangspunt bij nieuwbouwontwikkelingen is dat de gehele parkeerbehoefte op eigen terrein wordt opgelost, inclusief de eventueel benodigde deelauto's. In de meeste plannen met deelmobiliteit komen de deelauto's daarom op eigen terrein te staan en is er geen sprake van verlies aan parkeerplaatsen door deelmobiliteit. Indien voor een
36/39
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10814966
136 VVD
136
137 VVD
137
138 VVD
138
139 VVD
139
140 VVD
project wel deelmobiliteit in de openbare ruimte wordt gerealiseerd, dan wordt rekening gehouden met de huidige (en toekomstige) parkeersituatie op openbare straat. X Hoe zorgt de gemeente ervoor dat de uitbreiding van deelmobiliteit in het CID niet leidt tot minder parkeerruimte voor bewoners en ondernemers die een eigen auto gebruiken? De Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS306160) en de betreffende mobiliteitsvisies voor CID en Binckhorst zijn geen onderdeel van de voorliggende actualisatie. Parkeerstrategie Hoe zal het geplande vergunningenplafond, dat vanaf 2026 wordt geïmplementeerd, de beschikbaarheid van parkeervergunningen voor bewoners in wijken zoals Zuidwest, Binckhorst en Laakhaven beïnvloeden, vooral met betrekking tot de beperking op het aantal vergunningen per adres? In de Actualisatie Parkeerstrategie 2021-2030 (RIS319383) wordt het volgende ten aanzien van de vergunninguitgifte voorgesteld: - Iedereen houdt recht op een eerste vergunning tenzij in de omgevingsvergunning anders is bepaald. Er zijn namelijk bouwontwikkelingen en projecten waar geen bewoners- en/of bezoekersvergunningen worden uitgegeven. - Indien het vergunningenplafond bereikt wordt, kunnen aanvragen voor een tweede vergunning op een wachtlijst terecht komen. Bestaande rechten op tweede vergunningen worden niet ingetrokken.
- Er worden geen derde vergunningen meer uit te geven na de ingebruikname van het nieuwe parkeervergunningensysteem. X Welke concrete stappen worden ondernomen om de parkeerdruk in Zuidwest te verlichten, zonder dat dit leidt tot een afname van het aantal parkeerplekken voor privéauto’s? Er zijn meerdere ontwikkelingen die bijdragen aan een verlaging van de parkeerdruk in Zuidwest. Ten eerste wordt bij sloop-/nieuwbouw de parkeerbehoefte voor de nieuwe bewoners op eigen terrein opgelost. Hierdoor komt er ruimte in de openbare ruimte vrij. Ten tweede wordt er gereguleerd parkeren ingevoerd, inclusief een vergunningenplafond. Hierdoor zullen bewoners met een parkeerplaats op eigen terrein deze beter gaan gebruiken en zal het aantal parkeerders van buiten de wijk afnemen. Ten derde gaat de gemeente door met maatregelen ten behoeve van de mobiliteitstransitie, zoals het toevoegen van mobiliteitshubs, waardoor minder eigen autobezit nodig is. X Welke maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat parkeernormen in het CID niet ten koste gaan van de parkeerrechten van bewoners die hun eigen auto willen blijven gebruiken? De Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS306160) en de betreffende mobiliteitsvisies voor CID en Binckhorst zijn geen onderdeel van de voorliggende actualisatie.
X Hoe wordt ervoor gezorgd dat de parkeerbehoeften van bewoners in het CID gelijk worden behandeld met andere mobiliteitsalternatieven, in plaats van dat de privéauto wordt ontmoedigd?
37/39
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10814966
140
141 VVD
141
142 VVD
142
143 VVD
143
144 VVD
144
145 VVD
145
146 VVD
146
147 VVD
De Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS306160) en de betreffende mobiliteitsvisies voor CID en Binckhorst zijn geen onderdeel van de voorliggende actualisatie. X Hoe garandeert de gemeente dat de introductie van deelauto’s en deelfietsen in het CID niet leidt tot een gedwongen keuze voor deze alternatieven, maar bewoners de keuzevrijheid behouden voor eigen autobezit? De Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS306160) en de betreffende mobiliteitsvisies voor CID en Binckhorst zijn geen onderdeel van de voorliggende actualisatie. X Hoe zal de gemeente voorkomen dat de focus op deelmobiliteit in Binckhorst leidt tot een tekort aan parkeerplaatsen voor bewoners die een eigen auto hebben of willen aanschaffen? De Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS306160) en de betreffende mobiliteitsvisies voor CID en Binckhorst zijn geen onderdeel van de voorliggende actualisatie. X Welke garanties worden gegeven aan de bewoners van Binckhorst dat parkeerplaatsen in parkeergarages beschikbaar blijven voor hen en niet alleen voor nieuwe bewoners van grootschalige projecten? De Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS306160) en de betreffende mobiliteitsvisies voor CID en Binckhorst zijn geen onderdeel van de voorliggende actualisatie.
X Hoe wordt de balans tussen parkeerplaatsen voor privéauto’s en de nieuwe mobiliteitsopties gewaarborgd in Binckhorst, zodat de keuzevrijheid van de bewoners behouden blijft? De Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS306160) en de betreffende mobiliteitsvisies voor CID en Binckhorst zijn geen onderdeel van de voorliggende actualisatie. X Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat de parkeerdruk toeneemt door de afname van parkeerplaatsen ten gunste van deelmobiliteit in Binckhorst? De Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS306160) en de betreffende mobiliteitsvisies voor CID en Binckhorst zijn geen onderdeel van de voorliggende actualisatie. X Welke stappen worden ondernomen om ervoor te zorgen dat bewoners in Laakhaven die afhankelijk zijn van hun eigen auto voldoende parkeerruimte behouden, ondanks de uitbreiding van deelmobiliteit? De Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS306160) en de betreffende mobiliteitsvisies voor CID en Binckhorst zijn geen onderdeel van de voorliggende actualisatie. X Hoe zorgt de gemeente ervoor dat de invoering van deelmobiliteit in Laakhaven niet leidt tot een gedwongen
38/39
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10814966
147
148 VVD
148
149 VVD 149
150 VVD
150
151 VVD
151
152 VVD
152
afname van het aantal parkeerplaatsen voor privéauto’s? De Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS306160) en de betreffende mobiliteitsvisies voor CID en Binckhorst zijn geen onderdeel van de voorliggende actualisatie. X Hoe worden de belangen van ondernemers in Laakhaven gewaarborgd bij het uitbreiden van parkeerregulering en het invoeren van mobiliteitsoplossingen zoals deelauto’s? De Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS306160) en de betreffende mobiliteitsvisies voor CID en Binckhorst zijn geen onderdeel van de voorliggende actualisatie. X Welke impact heeft de uitbreiding van mobiliteitshubs in het CID op de beschikbaarheid van parkeerplaatsen voor bewoners die hun eigen auto willen behouden? De Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS306160) en de betreffende mobiliteitsvisies voor CID en Binckhorst zijn geen onderdeel van de voorliggende actualisatie. X Hoe wordt ervoor gezorgd dat de parkeerplaatsen in Binckhorst toegankelijk blijven voor de huidige bewoners, ondanks de groei van nieuwbouwprojecten die minder parkeerruimte eisen? De Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS306160) en de betreffende mobiliteitsvisies voor CID en Binckhorst zijn geen onderdeel van de voorliggende actualisatie.
X Welke strategie hanteert de gemeente om ervoor te zorgen dat parkeerplaatsen voor privéauto’s in Laakhaven niet opgeofferd worden ten gunste van nieuwe mobiliteitsopties zonder dat dit op draagvlak kan rekenen? De Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS306160) en de betreffende mobiliteitsvisies voor CID en Binckhorst zijn geen onderdeel van de voorliggende actualisatie. X Hoe wordt de gemeente aangespoord om eerst voldoende alternatieve parkeervoorzieningen in Laakhaven te creëren voordat bestaande parkeerplaatsen worden omgezet in mobiliteitshubs of plekken voor deelauto’s? De Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS306160) en de betreffende mobiliteitsvisies voor CID en Binckhorst zijn geen onderdeel van de voorliggende actualisatie.
Met vriendelijke groet, de wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen Arjen Kapteijns
39/39