RIS320325 Notulen van de raad van 12 september 2024
Tekst van het document
Het is het percentage dat past bij de ontwikkelingen in de komende jaren, waarbij we ook met lopende projecten ervaring gaan opdoen, heel veel gaan leren en ook gewoon gaan zien hoe dit werkt. Dan hoop ik dat we de jaren daarna weer kunnen gaan kijken of we die deelparkeernorm toch weer wat omhoog kunnen brengen, want als het gaat om het efficiënt toedelen van de schaarse ruimte, is deelmobiliteit natuurlijk cruciaal. Maar het moet wel voldoen aan de behoefte die er bij de toekomstige bewoners is. Dat is de worsteling waar we met elkaar in zitten. Er is mij één specifieke vraag gesteld, door de SP. Ik heb die even opgeschreven: sinds wanneer zijn die gesprekken gaande? Zoals collega Balster zei, zijn die gesprekken in juni begonnen. Toen hebben we de conclusie getrokken dat we terug zouden moeten van 50% naar een lager percentage. Wat je dan doet - dat doe je altijd als je nieuw beleid introduceert - is kijken naar wat de gevolgen zijn voor de projecten die in de pijplijn zitten en voor de projecten die al een businesscase hebben. Dat zijn die vijf projecten geworden - die zijn boven komen drijven - die expliciet in het raadsvoorstel staan. Vervolgens is in de brief van 9 juli van het college, van collega Balster, met zoveel woorden opgeschreven dat voor dit MeLeCo-project geen nieuwe parkeernormen van toepassing zijn. Zo staat het er gewoon.
Het was wellicht beter geweest als het hele parkeerpakket voor de zomervakantie naar u toe was gekomen. Dat was ook de bedoeling. Daar zijn alleen een aantal besprekingen in het college overheen gegaan, zoals dat soms gaat. Vandaar dat het pas afgelopen maandag naar u toegestuurd is. Maar de kern is natuurlijk dat het beleid voor dit project niet veranderd. In dat opzicht denk ik ook niet dat er heel veel reden is om hier heel erg ongerust over te zijn. Lesley Arp (SP). Ik wil hier toch op reageren. Er is blijkbaar al sinds juni onderhandeld over deze exclusieve deal. De wethouder geeft aan dat wethouder Balster dat in juli ook met zoveel woorden heeft gezegd. Ik wil dan toch refereren aan de woorden van de heer Van den Bos: dat is helemaal niet zo expliciet geweest. Er is gesproken over 'lopende projecten'. Dat had echt veel explicieter gekund. Wij weten echt pas hoe de vork in de steel zit drie dagen voor dit debat. Ik vind dat jammer. Ik vind het ook jammer dat het college er dan in volhardt dat dit transparante informatievoorziening is. Als die perspectieven zo van elkaar verschillen, dan blijven we in deze heel moeilijke discussie zitten met zijn allen. Dat vind ik heel jammer nadat we hier veel over hebben gesproken in het kader van bijvoorbeeld het Amare-rapport. Maar er is een tweede vraag gesteld door mijn fractie waar ik ook graag een antwoord op zou willen hebben.
Waarom zit MeLeCo in dit pakket, terwijl er geen besluitvorming over heeft plaatsgevonden? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Toch op het eerste punt reagerend. In de brief van 9 juli staat: deze wijzigingen zijn niet van toepassing op lopende projecten, dat geldt ook voor MeLeCo. Er lag nog geen collegevoorstel. Maar in die situatie was dit wat collega Balster en mijzelf betreft echt de maximale duidelijkheid die we toen hebben kunnen betrachten. Als deze wijzigingen niet gelden voor lopende projecten en ook niet voor MeLeCo, dan staat er toch precies wat we nu ook met elkaar weten? Namelijk dat de oude normen gewoon van toepassing blijven.
84
Jan Willem van den Bos (PvdD). Deze wethouder doet nu ook alsof het heel duidelijk zou zijn. Maar rondom PUK Badhuisweg werd in de commissie Ruimte duidelijk dat een project normaal getoetst wordt aan normen en beleid zoals die gelden op het moment van vergunningsaanvraag. In de brief van 9 juli wordt geschetst dat lopende projecten zijn uitgezonderd. Later hoort de commissie dat het normaal is dat lopende projecten altijd worden getoetst aan het beleid dat geldt. Dus vindt de wethouder dat het nou echt zo duidelijk is geweest in juli? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ik word niet vaak uitgenodigd door de commissie Ruimte. Ik weet dus niet precies hoe de discussies daar gegaan zijn. Ik las net letterlijk de brief voor van 9 juli. Daaruit kan je maar één conclusie trekken, namelijk dat de oude normen van toepassing blijven voor dit specifieke project. Hoe het zit met de Badhuisweg, daar is collega Balster op ingegaan. Dat is een heel ander soort project, ook in een ander deel van de stad. In dat specifieke geval is ook geen sprake van aanpassing van deelmobiliteitsnormen. Dat zijn dus twee lastig vergelijkbare casussen. Jan Willem van den Bos (PvdD). Ik denk dat voor iedereen wel duidelijk was dat in de brief gezegd wordt dat MeLeCo is uitgezonderd. Maar het beeld dat in de brief van juli geschetst is, is alsof dat voor alle lopende projecten altijd normaal is.
Dat blijkt niet zo te zijn. Pas afgelopen maandag werden wat meer invulling en kaders gegeven aan voor welke projecten en onder voorwaarden dat geldt. Ik snap dus ook niet waarom het zo ingewikkeld moet zijn voor het college om toe te geven dat het toen misschien inderdaad onhandig is opgeschreven. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). In zijn algemeenheid kan ik daar best in meegaan. Maar wat daarvoor gold is dat collega Balster en ik natuurlijk niet kunnen vooruitlopen op een collegevoorstel. De nota parkeernormen zoals die nu als raadsvoorstel naar uw raad gestuurd is, was toen nog niet door het college vastgesteld. Dat is natuurlijk de wat ingewikkelde situatie waar we in zaten. Maar ik ben blij dat we het in ieder geval met elkaar eens zijn dat dit voor MeLeCo in de brief van 9 juli afdoende duidelijk was. En inderdaad, wat precies lopende projecten zijn, dat had wellicht meer verduidelijking mogen hebben. Om daar dan op in te gaan, want daar vroeg collega Arp van de SP naar - met het risico dat we het raadsvoorstel nota parkeernormen nu al vast gaan voorbespreken, want dat moet ook nog in de commissie Leefomgeving komen en uw raad moet er ook nog over stemmen. Die vijf projecten zijn geselecteerd omdat daar financiële afspraken aan ten grondslag liggen waarmee gerekend is met de bestaande deelmobiliteitsnormen.
Dat betekent dus dat dit projecten zijn die in een dermate vergevorderd stadium zijn dat als je aan dit soort randvoorwaarden dingen gaat veranderen, ofwel subsidies wegvallen ofwel de rekensom niet meer klopt. Daarmee zou je grote vertraging krijgen bij de voortgang van deze projecten. Lesley Arp (SP). Ik snap dat het college veel waarde hecht aan financiële afspraken met het Rijk, maar hecht het college ook waarde aan besluitvorming in de raad en of die heeft plaatsgevonden? Hoe weegt het college die twee dingen tegenover elkaar? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Uw raad is leidend en kaderstellend, en ook in dit geval besluitvormend. Bij financiële afspraken met het Rijk, voorwaarden waaronder subsidies zijn gegeven, kijken we natuurlijk naar het maatschappelijk belang, het belang voor de stad als we dat soort subsidies zullen kwijtraken. Ik denk ook niet dat u als raad het heel erg prettig zou vinden als allerlei subsidies niet door zouden gaan. Want daarmee lopen de ontwikkelingen in Den Haag Zuidwest, waar iedere euro erg nodig is om die extra woningen toe te voegen en de bereikbaarheid en de leefbaarheid te garanderen, vertraging op of misschien nog wel erger. Lesley Arp (SP).
Ik ben het ermee eens dat het belangrijk is, maar is bij de onderhandelingen over dat pakketje van projecten niet ter sprake gekomen dat er één project zij zit, MeLeCo, waar de raad zich nog over moet buigen en dat het dus wel wat gek is om daar zo al op voor te sorteren? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Voor al deze vijf projecten geldt dat daar op de merites naar gekeken is wat verstandig zou zijn. In het geval van MeLeCo - dat heeft collega Balster denk ik 85
voldoende uitgelegd - zou een lagere deelmobiliteitsnorm dan 40% betekenen dat de rijksbijdragen vervallen en daarmee het hele project weer een aantal jaren achter de horizon zou verdwijnen. Ik denk niet dat dit in het belang is van de ontwikkelingen in Zuidwest. De voorzitter. Daarmee zijn wij aan het einde van de beantwoording van het college. Ik constateer dat alleen de heer Noorlander behoefte heeft aan een tweede termijn. Joren Noorlander (D66). Voorzitter. Ik zou graag mijn amendement aan willen passen na overleg met mede-indiener Klokkenburg naar: de aanvraag van de omgevingsvergunning MeLeCo te toetsen aan het nog vast te stellen Kwaliteitsplan Zuidwest waarin een gebiedspecifieke kwaliteitsopgave ten aanzien van ten minste architectuur en hoogbouw is opgenomen. We zullen de wijziging ook op SharePoint zetten. De voorzitter. Door de heer Noorlander, daartoe gesteund door mevrouw Klokkenburg, wordt het volgende gewijzigde amendement (N.A D66) voorgesteld:
Amendement N.A D66 Beeldkwaliteit voor Morgenstond (gewijzigd) De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 12 september 2024, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Instemmen Planuitwerkingskader Melis Stokelaan Leggelostraat Coevordenstraat (PUK MeLeCo) (RIS319024). Besluit om dictumpunt II toe te voegen: ▪ de aanvraag van de omgevingsvergunning MeLeCo te toetsen aan het nog vast te stellen Kwaliteitsplan Zuidwest waarin een gebiedspecifieke kwaliteitsopgave ten aanzien van ten minste architectuur en hoogbouw is opgenomen. Het gewijzigde amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Balster (PvdA). Voorzitter. Met die wijziging kan het college het amendement aan de raad laten. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. We gaan aan het eind van de vergadering stemmen over de amendementen en de moties. Ik heb een voorstel, na overleg met de griffie en het college, om agendapunt Q, Voorstel van het college inzake Investeren in een nieuw stationsomgeving Laan van NOI, naar voren te halen. Dit heeft namelijk een termijngebondenheid, begreep ik, die noopt om dit eerst te behandelen, want het is alweer half tien. Dan gaan we door met O, M en P. Het voorstel zou dus zijn om Q eerst te doen en dan verder te gaan met O, M en P. Maar ik zie dat de heer De Ridder daar ook nog iets over wil zeggen. Gaat uw gang.
Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter. Wij snappen op zich dat we niet alles meer gaan halen. Maar als we kijken naar wanneer stukken zijn ingediend, dan is het oudste stuk op deze lijst R, het initiatiefvoorstel van de VVD. Dat is op 13 december afgelopen jaar ingediend. Het heeft natuurlijk niet per se de termijngebondenheid in zich, maar wij zouden het wel heel chique vinden als we dat vandaag nog zouden kunnen behandelen. Daarnaast is er vandaag door het Wijkberaad Bezuidenhout een LER aangeboden aan ons. Het zou ook wel chic zijn als we daarover zouden kunnen spreken. Ik begrijp overigens ook het verhaal over Laan van NOI. Ik denk dat dat in tien minuten klaar kan zijn. De voorzitter. Zeer terecht punt, meneer De Ridder. U gaat over uw eigen agenda, laat ik dat vooropstellen. Dit is een suggestie die ik deed na overleg, maar ik begrijp ook heel goed wat u zegt. We kunnen ook nu Q doen en dan R, want u heeft gelijk dat dat punt er al lang op staat. Ik wil dus 86
voorstellen om Q te doen conform het voorstel dat ik net deed en dan R. Want u heeft natuurlijk een terecht punt over het initiatiefvoorstel, meneer De Ridder. Rutger de Ridder (VVD). Om het allemaal nog een beetje te versnellen, zie ik af van het woord over Laan van NOI. Dat helpt al. De voorzitter. We komen er wel met elkaar! Mevrouw De Groot. Hinke de Groot (CDA). Mij zou het wel wat waard zijn als we het voorzieningendebat ook doen. Dat staat volgens mij ook al sinds januari vorig jaar op de agenda. Wat mij betreft behandelen we dat meteen na Laan van NOI. De voorzitter. Dat is O dan, toch? Meneer Noorlander wil er ook nog wat over zeggen. Gaat uw gang. Joren Noorlander (D66). Voorzitter. Van ons ook graag het verzoek om Q en daarna sowieso O te behandelen. Dan hebben wij een lichte voorkeur om daarna P te behandelen, maar ik snap dat het hier in de raad misschien bij andere partijen anders zou kunnen liggen. De voorzitter. Wij gaan die puzzel met elkaar leggen. Ik denk dat het goed is dat we nu gewoon meteen met Q gaan beginnen. Dan gaan we daarmee starten. Dan hebben we de afspraak om het initiatiefvoorstel daarna te doen. Dan denk ik dat we direct doorgaan met O. Laten we gewoon beginnen, want hoe sneller we gaan beginnen, hoe meer we kunnen doen. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik hoor volgens mij mevrouw De Groot en de heer Noorlander zeggen: Q, O, R.
Daar sluit ik me bij aan. Volgens mij was er geen meerderheid voor Q, R, O. De voorzitter. Het was ook niet de bedoeling om daar direct een grote meerderheid voor te zoeken, maar ik begreep wel het punt dat de heer De Ridder hier maakte. Het staat natuurlijk al ontzettend lang op de agenda. Dus ik wilde eigenlijk ook wel een klein beetje in de billijkheid met elkaar zeggen: laten we dat dan doen. Als dat een heel heikel punt is en heel veel weerstand opwekt, dan doen we het op uw manier. Maar ik wilde die geste eigenlijk wel doen richting de VVD-fractie, want ik vond dat ze wel een punt hadden. Maar dan gaan we Q doen en dan O en dan R. Maar dan moeten we er wel mee gaan beginnen, want anders komen we er helemaal niet. Dus laten we dat gaan doen. Dan gaan we nu Q doen.
Aan de orde is: Q. Voorstel van het college inzake Investeren in een nieuw stationsomgeving Laan van NOIfase 1 (RIS318148). De beraadslaging wordt geopend. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Ik hoop dat het een interessante bespreking was afgelopen week in de commissie. Ik was er helaas niet. Dat vind ik heel spijtig. Maar ik had wel wat vragen. Ik vraag me bijvoorbeeld het volgende af. Dit raadsvoorstel zorgt voor de financiële dekking. Het gaat om € 10,9 mln., veel geld. De verdere inhoudelijke behandeling van en besluitvorming over projecten moet dan nog plaatsvinden. Mij is niet helemaal duidelijk waarom dit besluit dan per se vandaag genomen moet worden. Misschien kan de wethouder daarop reageren? Want het participatieproces loopt nog. Waarom moeten wij dan nu een besluit nemen over de financiële dekking? Welk signaal geven we dan ook naar bewoners af, als dat participatietraject nog loopt? Wethouder Van Asten (D66). Voorzitter. Er loopt inderdaad een participatietraject voor de openbare ruimte. Dat loopt ook gewoon binnen de bandbreedte van het bedrag dat daarvoor staat. We geven met dit voorstel het bedrag vrij, zodat het daadwerkelijk uitgegeven kan worden. De plankosten die verder 87
worden gemaakt, kunnen daar dan gelijk mee verrekend worden. Dat maakt het dus een vrij technisch verhaal. Voor elk apart voorstel komen we nog terug naar de raad. Het buitenruimteplan voor SoZa wordt hier gewoon nog aangeboden. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Maar als ik met bewoners praat, dan krijg ik van hen te horen: blijkbaar hebben jullie het in het stadhuis al besloten, waarom moeten wij dan nog participeren? Dat is hoe bewoners er nu naar kijken, doordat wij hier al besluiten gaan nemen over de financiën. Wethouder Van Asten (D66). Ik neem dan aan dat de heer Dubbelaar tegen diezelfde bewoners zegt: het is heel goed dat wij als raad alvast zorgen dat het bedrag voor dit project wordt vastgelegd, zodat de plannen die u maakt binnen dit budget, ook gelijk uitgevoerd kunnen worden. Hinke de Groot (CDA). Ik vond het commissiedebat best wel helder. Er komen namelijk nog voortgangsrapportages waarin over de projecten wordt gerapporteerd. Kunnen daarin ook de verschillende varianten die met bewoners worden besproken, worden meegenomen? Misschien stelt dat de heer Dubbelaar ook wel gerust. Wethouder Van Asten (D66). We zijn aan de slag met de participatie voor het buitenruimteplan. Daar hangt een bedrag aan vast. Daarbinnen moet het natuurlijk ook wel gedaan worden.
Dit voorstel is simpelweg om dat bedrag binnen de gemeente van post a naar b te schuiven, zodat we daar ook mee aan de slag kunnen. Het buitenruimteplan komt, nadat het in participatie is afgestemd, hier voor te liggen ter besluitvorming. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Aanvullend, ter verheldering en misschien ook voor de heer Dubbelaar: het was ook nu bedoeld om de cofinanciering binnen te krijgen. Dat is waarom we het van potje a naar potje b moeten schuiven. Wethouder Van Asten (D66). Dat is juist. De voorzitter. Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Aan het einde van de vergadering stemmen we over het voorstel. Dan gaan we nu door, conform afspraak, naar agendapunt O.
Aan de orde is: O. Voorstel van het college inzake nota 'Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024' (RIS317835). De beraadslaging wordt geopend. Hinke de Groot (CDA). Voorzitter. Voorzieningen staan voor het CDA op nummer één. Want dan pas bouw je echt aan een goede buurt, waar je niet alleen woont, maar ook bij de huisarts terecht kan, naar school kan of mensen ontmoet op de sport. We zien helaas dat de leefbaarheid in sommige delen van de stad onder druk staat en voorzieningen nog niet in gelijke tred meegroeien. Daarom moeten we regie pakken als gemeente, om te zorgen dat we bouwen aan leefbare wijken. Het CDA heeft er grote waardering voor dat wethouder Van Asten in de media ook de oproep deed om voorzieningen op één te zetten, maar nu nog de realiteit. Ook al zijn de referentienormen echt nog niet op alle punten perfect, laten we ook een keer beginnen. Daarbij heb ik nog wel vijf verbetervoorstellen. Om te sturen op een goed voorzieningenniveau is het nodig om altijd vooraf zicht te hebben op dat voorzieningenniveau. Daarom het amendement Altijd zicht op het voorzieningenniveau, dat 88
regelt dat bij alle ruimtelijke plannen standaard een specifiek overzicht wordt gegeven van het huidige voorzieningenniveau, welke voorzieningen in de wijk en wijkoverstijgend nodig zijn voor de toename van het aantal woningen en bewoners. Dit is mede ingediend door de heer De Ridder van de VVD. Isabel Bos (GroenLinks). Dank aan het CDA voor dit amendement. Ik heb hier nog een vraag over. Die gaat specifiek over punt 3 in het amendement: om aan te geven welke voorzieningen wanneer en waar gerealiseerd worden. Die oproep is best al vaak bij verschillende PUK's en NvU's gedaan. U vraagt dit nu al te doen bij ontwikkelvisies, wat nog best wel vage stukken zijn. De antwoorden die we daar steeds op kregen als daarom gevraagd werd was: ja, dat komt later nog in de IHP's; daar hebben we pas meer zicht op als het plan steeds concreter wordt, we kunnen dat niet in zo'n vroeg stadium doen. Hoe verwacht u dat u nu een ander antwoord gaat krijgen dan het antwoord dat we hier altijd op krijgen? Hinke de Groot (CDA). Ik vermoed dat mevrouw Bos het verkeerde amendement voor zich heeft. Er is zonet nog een ander amendement rondgestuurd. Anders bij dezen richting mijn medewerkers de oproep om het goede amendement naar de GroenLinks-fractie te sturen. Wat mijn fractie frustreert, is dat er elke keer zo'n semantische discussie ontstaat over wanneer en hoe concreet het moet zijn.
Waar het ons om gaat, is dat het van algemeen steeds concreter wordt en per project. Daarom hebben wij in onze laatste versie duidelijk aangegeven wat in ontwikkelvisies terecht moet komen en dat het ook specifieker moet dan bij de ontwikkelvisie Den Haag Centraal. Maar ook in de ontwikkelstrategie moet het echt vastgelegd worden en ook per project inzichtelijk. Isabel Bos (GroenLinks). Dank u wel voor deze opheldering. Dan ben ik heel benieuwd naar dat amendement, inderdaad. Volgens mij kunnen wij elkaar daar heel mooi in vinden. Dan zullen we het steunen. Joren Noorlander (D66). Ik vroeg me af hoe het zat met de borging van de financiering en op welk moment dan wat vast moet liggen. Want we hebben dat in IHP's vastgelegd. Wat is dan de relatie tussen de IHP's en dit amendement en de borging daarvan? Hinke de Groot (CDA). Het CDA wil dat er niet steeds verwezen wordt naar allemaal verschillende documenten. Dat frustreert mijn fractie. We moeten vooraf zicht hebben op de voorzieningen die we moeten realiseren en ook de financiering meteen erbij doen. Dus ja, dat wordt in IHP's geregeld, maar laten we dat nou juist bij die voorzieningennormen steeds ook centraal regelen. Daarop ziet dit amendement ook. Joren Noorlander (D66). Ik zit me dan ook een beetje af te vragen hoe dat er dan echt uit gaat zien.
Betekent dit dan dat er vanuit de IHP's de stukken worden gehaald en dan bij de NvU wordt geplakt? Dat je zegt: op pagina zoveel van het IHP staat dit en dit en dit; die financiering heeft u geregeld in die begroting voor zoveel jaar. Is dat de specificatie waar u naar zoekt, of zoekt u naar iets anders? Hinke de Groot (CDA). Ja, daar zoekt het CDA naar, dat ook per voorziening inzichtelijk is uit welk potje het komt en dat er ook een goede planning wordt aangegeven. Samir Ahraui (PvdA). Ik heb een vervolgvraag op de vraag die collega Bos net stelde. Kan ik het amendement ook zo interpreteren dat ook gaandeweg de ontwikkelingen in een gebied het overzicht van de voorzieningen steeds concreter wordt? Dus dat je echt in de allereerste beginfase nog een globaal overzicht hebt van wat je wil bouwen en wat er nu aan woningen en voorzieningen is, en dat dat steeds specifieker wordt. Of zoekt mevrouw De Groot ook al naar een veel specifieker overzicht in de startfase van een gebiedsontwikkeling? Hinke de Groot (CDA). Dat eerste klopt. Het gaat erom dat we eerst moeten kijken of alle voorzieningen passen en hoeveel voorzieningen je nodig hebt voor de woningen. Dan gaan we dat steeds per gebied heel goed inplannen. In de nieuwe versie van het amendement heb ik geprobeerd dat te concretiseren. 89
Samir Ahraui (PvdA). Zit daar voor mevrouw De Groot ook de flexibiliteit in om gaandeweg wellicht te schuiven? Bijvoorbeeld in het ene gebied iets minder, omdat blijkt dat het ruimtelijk moeilijker inpasbaar is, maar dat het elders in hetzelfde gebied bijvoorbeeld wordt gecompenseerd? Of houdt het CDA dan ook echt vast aan de normen zoals je die dan echt in de startfase met elkaar vastklikt? Hinke de Groot (CDA). Je houdt altijd in wijken en wijkoverstijgend bepaalde ruimte, maar het moet wel zo zijn dat we echt goed zicht erop hebben dat de voorzieningen passen. Dat beoogt dit amendement ook. Soms kan compensatie mogelijk zijn, maar we zijn er niet heel erg fan van dat je bijvoorbeeld helemaal naar een andere wijk moet gaan. We moeten ook goed kijken naar de behoefte. Ik kom daar zo meteen met een amendement op. Maar voorzieningen moeten altijd vooraf in zicht. De voorzitter. U vervolgt uw betoog. Hinke de Groot (CDA). Ik kom op mijn tweede amendement. Het is heel belangrijk dat we de behoefte aan voorzieningen goed afstemmen op wijken en dat we dat ook goed doen in samenwerking met experts. Die hebben ons ook goed geholpen met onder andere de huisartsenzorg en wat daarvoor nodig is. Daarom het amendement Voorzieningennormen actualiseren op basis van behoefte.
Dit amendement regelt om na twee jaar de Haagse richtinggevende normen te actualiseren en te evalueren en dat ook te doen in samenwerking met deskundigen. Het is medeondertekend door de heer De Ridder van de VVD. Voorzitter. Vroondaal is al aangehaald in het commissiedebat. Er waren wat vragen over de status van deze wijk. Naar aanleiding daarvan heb ik de motie Neem Vroondaal ook mee. Deze roept het college op te bekijken onder welke categorie woonmilieu de wijk Vroondaal komt te vallen, hierbij ook categorie 'woonmilieu stedelijk' van de nota 'Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024' mee te nemen; hierover de raad te informeren in 2025; bij de ontwikkelingen in Vroondaal ook rekening te houden met voldoende voorzieningen, en hiervoor de Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen te gebruiken. De motie is medeondertekend door de heer Noorlander. De voorzitter. De heer Noorlander heeft nog een interruptie, denk ik, op het vorige punt. Joren Noorlander (D66). Dat klopt, want dit is een uitstekend voorstel waar mevrouw De Groot het over had. Ik vroeg mij af of die actualisatie elke twee jaar niet te snel is, omdat sommige ontwikkelingen relatief lang op zich laten wachten, zeker de grote ontwikkelingen. Dan zien we misschien te weinig verschil om een trend te kunnen opmerken.
Hoe ziet het CDA dat? Hinke de Groot (CDA). Laten we eerst maar na twee jaar kijken - liefst nog eerder wat mijn fractie betreft, maar daar was geen meerderheid voor - hoe het gaat. Dan kunnen we kijken hoe vaak we verder moeten evalueren. Maar we moeten eerst maar een keer flink aan de slag en zorgen dat die voorzieningen verbeteren. Voorzitter. Ik wil nog even inzoomen op een aantal specifieke voorzieningen. Zo zien we dat huisartsen genoeg ruimte nodig hebben, maar dat niet altijd hebben. Daarom tekenen we ook mee onder het amendement waar ChristenUnie/SGP nog mee zal komen om te zorgen voor genoeg ruimte voor huisartsenpraktijken. Ook voor maatschappelijke organisaties is het lastig om geschikte ruimte te vinden. We hebben hier al vaker discussie over gehad in deze raad, als maatschappelijke organisaties dakloos dreigen te raken. Het CDA vindt het belangrijk dat maatschappelijke organisaties een thuisplek hebben, zodat zij door kunnen gaan met hun mooie activiteiten. Activiteiten voor jong en oud, het tegengaan van eenzaamheid; een plek om elkaar te helpen als iemand er zelf niet uitkomt. Daarom moeten we ook bij nieuwbouw zorgen dat we genoeg ruimte organiseren. Daarom de motie Genoeg ruimte voor maatschappelijke organisaties.
Die roept het college op in kaart te brengen of de richtinggevende norm voor 'club- en buurthuis, en wijk- en buurtcentrum' aansluit op de huisvestingsvraag van maatschappelijke organisaties, zodat er bij gebiedsontwikkelingen vooraf 90
rekening wordt gehouden met voldoende ontmoetingsruimtes en multifunctioneel gebruik door meerdere maatschappelijke organisaties; naast het reserveren van genoeg ruimte ook in kaart te brengen welke andere knelpunten er zijn, waardoor maatschappelijke organisaties geen geschikte huisvesting kunnen vinden; de raad hierover in 2025 te informeren. Tot slot. De groei van de stad staat onder druk. Joren Noorlander (D66). Ik heb hier een ander amendement staan. Het is volgens mij gewijzigd dan. Of is het zo altijd geweest? Hinke de Groot (CDA). Het is een motie. Ik heb geen amendement. De voorzitter. O.13, hoor ik. Helemaal goed. Samir Ahraui (PvdA). Ik doe het even uit mijn hoofd, want ik heb ook niet de juiste motie voor me. Bij veel maatschappelijke organisaties spelen natuurlijk vaak de betaalbaarheid en de subsidierelatie vaak een grote rol. Ik vraag me af hoe het CDA dat afweegt op het moment dat je die ontwikkelingen mogelijk gaat maken of dat je die maatschappelijke organisaties daar ook wil kunnen huisvesten. Is dat wat mevrouw De Groot net bedoelde met welke knelpunten die organisaties zouden kunnen hebben, waar je dan nog met een richtinggevende norm wellicht invulling aan moet geven? Of ziet het CDA dat anders? Hinke de Groot (CDA).
Ik heb dit voorstel gewijzigd, omdat maatschappelijke organisaties misschien ook gebruik kunnen maken van voorgestelde normen, zoals voor buurthuizen. Daarom stel ik geen richtinggevende norm voor, maar wil ik juist kijken of die normen ervoor kunnen zorgen dat er genoeg huisvestingsplekken zijn voor maatschappelijke organisaties. Daarnaast kunnen er ook andere knelpunten zijn. Denk aan betaalbaarheid, denk aan schoolgebouwen die nu leegstaan, die maatschappelijke organisaties niet altijd kunnen vinden. Volgens mij zijn er meerdere oplossingen. Die wil het CDA graag in kaart hebben. De voorzitter. Gaat u verder. Hinke de Groot (CDA). Ten slotte. De groei van de stad staat onder druk. Dat hoorden we ook van experts bij de goede werkbespreking over demografische ontwikkelingen. Regie is nodig voor verantwoorde groei en een leefbare stad, voor de toekomstige maar ook de bestaande bewoners. Daarom de motie Verantwoorde groei van de stad: roept het college op in kaart te brengen wat de verwachte demografische ontwikkelingen voor Den Haag betekenen en hoe zich dat verhoudt tot het huidige beleid op gebiedsontwikkeling, het sturen op genoeg beschikbare voorzieningen, en welke keuzes hierin kunnen worden gemaakt; de raad in 2025 te informeren over de uitkomsten. Deze is medeondertekend door Constant Martini van Hart voor Den Haag. De voorzitter.
Door mevrouw De Groot, daartoe gesteund door de heer De Ridder, wordt het volgende amendement (O.A CDA) voorgesteld:
Amendement O.A CDA Altijd zicht op het voorzieningenniveau De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 12 september 2024, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake nota ‘Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024' (RIS317835) Besluit om: Aan het besluit inzake nota ‘Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024' een extra dictumpunt toe te voegen:
91
● ●
●
Bij ontwikkelvisies of gebiedsNvU’s aan te geven welke voorzieningen zijn beoogd, waar deze een plek kunnen krijgen, en hoeveel vierkante meter is voorzien in het betreffende gebied. Bij de ontwikkelstrategieën standaard een specifiek overzicht te geven van: 1. hoeveel voorzieningen worden gerealiseerd; 2. hoe deze zich verhouden tot de Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024; 3. welke voorzieningen wanneer en waar gerealiseerd worden; 4. en hoe deze voorzieningen gefinancierd worden. Indien financiering echter pas later mogelijk is, hiervan een motivatie te geven en een duidelijk traject te schetsen naar de benodigde financiering; Bij NvU’s en PUK’s standaard een overzicht toe te voegen wat het huidige voorzieningenniveau is, welke voorzieningen in de wijk en wijkoverstijgend nodig zijn voor de toename van het aantal woningen en bewoners, en indien van toepassing hoe dit zich verhoudt tot de ontwikkelstrategie.
De voorzitter. Door mevrouw De Groot wordt het volgende amendement (O.C CDA) voorgesteld:
Amendement O.C CDA Voorzieningennormen actualiseren op basis van behoefte De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 12 september 2024, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake nota ‘Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024' (RIS317835) Besluit om: Aan het besluit inzake nota ‘Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024' een extra dictumpunt toe te voegen: ● Het college evalueert en actualiseert na twee jaar de Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024, op basis van evaluatie en samenwerking met deskundigen. De raad wordt hierover gerapporteerd. De amendementen maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door mevrouw De Groot, daartoe gesteund door de heer Martini, wordt de volgende motie (O.1 CDA) ingediend:
Motie O.1 CDA Verantwoorde groei van de stad De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 12 september 2024, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake nota ‘Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024' (RIS317835) Constaterende dat: ● er veel plannen zijn voor extra woningen in onze stad vanwege de huidige woningnood; ● Den Haag al een van de meest verdichte steden is in Nederland; ● in januari 2024 het rapport van de Staatscommissie Demografische ontwikkelingen is gepresenteerd, getiteld ‘Gematigde Groei’; ● experts bij de werkbespreking Demografische Ontwikkelingen ook aangeven dat de groei van de stad onder druk staat en regie vanuit de gemeente nodig is voor verantwoorde groei.
92
Overwegende dat: ● het realiseren van meer woningen hand in hand moet gaan met de omgeving en voldoende voorzieningen; ● ruimte schaars is en Den Haag regie moet nemen op de bepaling van ruimte in relatie tot de verwachte groei; ● richtinggevende voorzieningennormen een goed hulpmiddel kunnen zijn bij het realiseren van een goed gebalanceerd voorzieningenaanbod en groen, wanneer de stad verandert en groeit; ● naast de mate waarin voorzieningen gerealiseerd kunnen worden, ook zaken als beschikbaar personeel, demografische ontwikkelingen en financiering voor voorzieningen belangrijk zijn; ● het belangrijk is om een zorgvuldige discussie te voeren over hoe we recht kunnen doen aan enerzijds de woningnood, demografische ontwikkelingen en anderzijds ook het leefbaar houden van onze stad. Roept het college op: ● in kaart te brengen wat de verwachte demografische ontwikkelingen voor Den Haag betekenen en hoe zich dat verhoudt tot het huidige beleid op gebiedsontwikkeling, het sturen op genoeg beschikbare voorzieningen, en welke keuzes hierin kunnen worden gemaakt; ● de raad in 2025 te informeren over de uitkomsten. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw De Groot, daartoe gesteund door de heer Noorlander, wordt de volgende motie (O.11 CDA) ingediend:
Motie O.11 CDA Neem Vroondaal ook mee De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 12 september 2024, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake nota ‘Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024' (RIS317835) Constaterende dat: • de wijk Vroondaal niet wordt genoemd in het overzicht van wijken in de nota ‘Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024’; • in Vroondaal ook ontwikkelingen zijn voorzien zoals bij het Parnassia terrein en het ADSterrein. Overwegende dat: • het belangrijk is om in alle wijken waar ontwikkeld wordt, te zorgen voor een goed voorzieningenniveau en te bouwen aan leefbare wijken; • de groei in onze stad in gelijke tred moet gaan met voldoende voorzieningen voor een leefbare stad; • Vroondaal kenmerken heeft van de categorie woonmilieu stedelijk. Roept het college op: • te bekijken onder welke categorie woonmilieu de wijk Vroondaal komt te vallen, hierbij ook categorie ‘woonmilieu stedelijk’ van de nota ‘Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024' mee te nemen. Hierover de raad te informeren in 2025; • bij de ontwikkelingen in Vroondaal ook rekening te houden met voldoende voorzieningen, en hiervoor de Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen te gebruiken. En gaat over tot de orde van de dag. 93
De voorzitter. Door mevrouw De Groot wordt de volgende motie (O.13 CDA) ingediend:
Motie O.13 CDA Genoeg ruimte voor maatschappelijke organisaties De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 12 september 2024, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake nota ‘Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024' (RIS317835) Constaterende dat: • er ruim 3000 vrijwilligersorganisaties in Den Haag zijn die maatschappelijke activiteiten organiseren; • het voor veel maatschappelijke organisaties lastig is om geschikte ruimte te vinden; • er afgelopen tijd meerdere raadsdebatten hebben plaatsgevonden om te voorkomen dat maatschappelijke organisaties dakloos raken. Overwegende dat: • maatschappelijke organisaties voor heel veel mensen in Den Haag een onmisbare plek, waar ze zich thuis voelen; • maatschappelijke organisaties en belangrijke bijdrage leveren aan de samenleving in Den Haag en bijdragen aan sociale cohesie; • de laatste tijd we vaak horen dat maatschappelijke organisaties in de bestaande wijken al geen ruimte meer kunnen vinden voor hun activiteiten en dakloos dreigen te raken; • bij nieuwbouw er een kans ligt om vooraf genoeg ruimte te creëren, zodat er ook genoeg maatschappelijke huisvesting bij komt bij de groei van de stad; • in richtinggevende normen (RIS317835) kwantitatieve uitgangspunten zijn opgenomen voor o.a.
wijk- en buurtcentra en club- en buurthuizen; • in de nota Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024' aandacht is voor benutting bestaande ruimte, maar ook gecombineerd, gedeeld en slim ruimtegebruik voor maatschappelijke voorzieningen. Roept het college op: • in kaart te brengen of de richtinggevende norm voor ‘club- en buurthuis, en wijk- en buurtcentrum’ aansluit op de huisvestingsvraag van maatschappelijke organisaties, zodat er bij gebiedsontwikkelingen vooraf rekening wordt gehouden met voldoende ontmoetingsruimtes en multifunctioneel gebruik door meerdere maatschappelijke organisaties; • naast het reserveren van genoeg ruimte ook in kaart te brengen welke andere knelpunten er zijn, waardoor maatschappelijke organisaties geen geschikte huisvesting kunnen vinden; • de raad hierover in 2025 te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Constant Martini (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Ik zal kort zijn. Er zit wat verschil in de visie op en verwachting van de Haagse richtinggevende normen tussen het college en Hart voor Den Haag. Het college veegt in ene keer een aangenomen motie van mij terzijde onder het mom van 'flexibiliteit van het bestuur moet prevaleren boven de rechtszekerheid voor de raad en voor de bevolking'. Dat is jammer.
De motie is uitvoerbaar, dus zou ook uitgevoerd moeten worden. De meerderheid vindt dat klaarblijkelijk niet. Dat leidt er dus toe dat wij nu van oordeel zijn dat dit voorstel op een aantal punten maar aangepast moet worden door middel van amendementen. Daarbij zouden wij ook aandacht willen vragen voor het ontwikkelen van normen die meer op de Haagse situatie zijn toegespitst en wat
94
minder tot stand zijn gekomen door een soort algemeen gemiddelde te trekken van hetgeen er elders in het land heeft plaatsgevonden. Ik heb hier een amendement luidende: 'Het begrip hoogstedelijk zoals gebruikt wordt in de Nota Haagse Richtinggevende Normen vervalt en dient inbegrepen te zijn onder de normering stedelijk gebied.' Die is mede namens de heer De Ridder. Joren Noorlander (D66). 'Hoogstedelijk' vervangen door 'stedelijk' betekent dat we dus de hoogstedelijke vorm met de wat kleinere gezinssamenstelling, de wat kleinere huishoudens, opeens gaan toetsen aan het stedelijk vorm, de wijken met een gezinssamenstelling. Is het geen mismatch als we het op die manier gaan doen? Constant Martini (Hart voor Den Haag). Dat is een kwestie van opvatting. Wij denken dat wij de normen die we willen kunnen vaststellen, heel goed kunnen gebruiken voor de drie wijzen waarop het is ingedeeld. Laat ik het anders zeggen: we hebben hoogstedelijk niet nodig om de normen voor de bevolking op een goede manier in te richten. Joren Noorlander (D66). Dus als ik het goed begrijp, wil Hart voor Den Haag niet de nieuwe hoogstedelijke norm, maar de nu meest hoogstedelijke norm gebruiken voor het hoogstedelijke gebied in Den Haag? Constant Martini (Hart voor Den Haag). Wij vinden dat wat in de nota valt onder 'hoogstedelijk' gewoon ondergebracht moet worden bij 'stedelijk'. Voorzitter.
Het volgende amendement heet Richtinggevend groen: 'De bestaande hoeveelheid van de verschillende aanwezige kwaliteiten groen, zijn bodemnormen.' Deze is ook door de heer De Ridder ondertekend. Een derde amendement heeft betrekking op de rechtszekerheid: 'Alle in de nota Haagse richtinggevende normen vastgestelde normen gelden als bodemnormen.' Dat gaat iets verder dan de vorige. Jan Willem van den Bos (PvdD). Ik heb een vraag over het amendement Richtinggevend groen. Daarin staat dat al het aanwezige groen geldt als bodemnorm. Is dat op te vatten als dat het oppervlaktegroen niet achteruit mag gaan? Of is dat op te vatten als dat het aantal vierkante meter groen per woning gelijk moet blijven? Constant Martini (Hart voor Den Haag). Met kwaliteitsgroen wil ik aangeven dat de kwaliteiten die nu aanwezig zijn met betrekking tot de groennormen, als bodem moeten gelden. Het geldt dus voor allebei de vormen die u noemt. Joren Noorlander (D66). Als vervolg op de vraag van meneer Van de Bos: betekent dit dat daarnaast bij elke woning die wordt toegevoegd, er geen groen bij hoeft te komen? Of moet daar dan wel een bepaalde toename in groen komen? Constant Martini (Hart voor Den Haag). Groen moet niet afnemen per vierkante meter, maar moet juist op hetzelfde niveau blijven. Dus als er een nieuwe woning komt, moet de groennorm daar vervolgens aan voldoen.
Waarvoor heb je anders die norm nodig? De voorzitter. Gaat u verder. Constant Martini (Hart voor Den Haag). Het doet me genoegen dat ik de heer Noorlander heb kunnen verrassen. De voorzitter. Hij is er helemaal confuus van, zie ik. Constant Martini (Hart voor Den Haag). 'Leve de LER' is nog een amendement dat ik samen met de heer De Ridder mag indienen. Het besluit om aan het dictum toe te voegen: 'Bij gebiedsontwikkeling 95
en ruimtelijke plannen die meer dan 10.000 m2 grondgebied beslaan of meer dan 80 woningen en waarvoor medewerking van de gemeente noodzakelijk is, wordt aan de hand van de bestaande Leefbaarheidseffect Rapportage (LER) een nulmeting van de bestaande voorzieningen gehouden.' Voorzitter. Ik heb nog een paar moties. De motie Sanitaire voorzieningen en toiletten draagt het college op een norm te ontwikkelen voor sanitaire voorzieningen in het stedelijk gebied en deze ter besluitvorming voor 31 december 2024 aan de raad voor te leggen. Ook hier heeft de heer De Ridder besloten om mij te steunen en de motie mee in te dienen. Samir Ahraui (PvdA). Ik vroeg me af of de heer Martini met name publieke sanitaire voorzieningen voor zich ziet waar de gemeente eigenaar van is of dat het ook private sanitaire voorzieningen kunnen zijn. Constant Martini (Hart voor Den Haag). Ik mag hopen dat in elk huis wel een private sanitaire voorziening is. Dus het gaat om de openbare sanitaire voorzieningen, de toiletten. Daar moeten normen voor worden ontwikkeld, omdat wij het wel nodig vinden, maar er verder helemaal geen gevolg aan hebben gegeven. Mijn verzoek is om dat te ontwikkelen en daar een norm voor neer te zetten. Samir Ahraui (PvdA). Ik had natuurlijk heel goed begrepen dat we het hier niet over toiletten in huizen zouden hebben.
Het zou wat zijn als we nu ook normen zouden hanteren voor achter de voordeur. Ik bedoelde de openbare toiletten, want zo heb ik het ook begrepen. Het kan natuurlijk zo zijn dat toiletten in de openbare ruimte gemeentelijke toiletten moeten zijn, maar het kan ook zijn dat u wellicht vraagt of private partijen die toiletten daar zouden moeten neerzetten. Ik vroeg me af welk beeld de heer Martini daarbij had. De voorzitter. Zou ik iets meer rust in de zaal mogen, want het is erg rumoerig. Constant Martini (Hart voor Den Haag). Ik heb er geen last van, voorzitter. Voor het deelnemen aan onze samenleving door gehandicapten en oudere stadsgenoten moeten er voorzieningen komen in de openbare ruimte. Ik kan me heel goed voorstellen dat we gemeentelijke sanitaire kiosken ontwikkelen en die dan binnen een te ontwikkelen norm op verschillende plekken neerzetten in het kernwinkelgebied of in het Museumkwartier, maar in ieder geval op plekken waar veel evenementen en dergelijke zijn, zodat iedereen deel kan nemen en niet thuisblijft. Joren Noorlander (D66). Ik heb nog een vraag over het groen. Ik zat bij mijn collega van de VVD na te vragen of ik het goed begrijp.
'De bestaande hoeveelheid van de verschillende aanwezige kwaliteiten groen, zijn bodemnormen.' Bedoelt Hart voor Den Haag dan dat wij nooit, ongeacht welke ontwikkeling, daar onder gaan? Of bedoelt Hart voor Den Haag dat dit het nulpunt is en dat we dus voor elke woning acht vierkante meter daarbovenop moeten realiseren? Constant Martini (Hart voor Den Haag). Het is een bodem die geldt voor de norm die uitgedrukt is of in vierkante meters of in het aantal inwoners. Zo zie ik dat. Ik kan het niet helderder zeggen dan zo. De voorzitter. Gaat u verder, meneer Martini. Constant Martini (Hart voor Den Haag). Ik kom bij de motie Hondenuitlaatnorm. De motie draagt op een norm te ontwikkelen waar ook de leefbaarheid van honden tot haar recht komt in overeenstemming met de letter en geest van de Dierenwelzijnswet. Tot slot de motie Leefbaarheid: draagt het college op geen bouwplannen of afgifte van omgevingsvergunningen te bevorderen die tot gevolg hebben dat bij toepassing van de Haagse richtinggevende normen leefbaarheid niet op de eerste plaats staat. En de 'hondenmotie' was mede ingediend met steun van de heer De Ridder.
96
Isabel Bos (GroenLinks). Ik heb een vraag over de 'hondenmotie', zoals die net al genoemd werd door de heer Martini. Ik wil die gewoon even begrijpen. Wat bedoelt u met de 'leefbaarheid van honden'? Wat is daarvoor nodig? Constant Martini (Hart voor Den Haag). Dat heb ik uitgelegd in de toelichting, maar ik moet een beetje schipperen met mijn tijd. Het betekent dat er voldoende losloop- en uitlaatplekken voor honden moeten komen, met name in die gebieden die we zo waanzinnig gaan verdichten, met 9.000 woningen op een heel klein gebied. Isabel Bos (GroenLinks). De heer Martini gaat natuurlijk zelf over hoe hij moties of amendementen formuleert, maar waarom vraagt hij niet gewoon om een norm voor hondenuitlaatplekken? Constant Martini (Hart voor Den Haag). Ik sta altijd open voor verbetering, maar ik dacht dat ik met deze motie het in voldoende mate tot uitdrukking had gebracht. De voorzitter. Door de heer Martini, daartoe gesteund door de heer De Ridder, worden de volgende amendementen (O.D HvDH, O.E HvDH, O.F HvDH en O.G HvDH) voorgesteld:
Amendement O.D HvDH Leve de LER De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 12 september 2024, ter bespreking van nota ‘Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024’ (RIS317835). Besluit om aan het dictum toe te voegen: ▪ “Bij gebiedsontwikkeling en ruimtelijke plannen die meer dan 10.000 m2 grondgebied beslaan of meer dan 80 woningen en waarvoor medewerking van de gemeente noodzakelijk is, wordt aan de hand van de bestaande Leefbaarheidseffect Rapportage (LER) een nulmeting van de bestaande voorzieningen gehouden.”
Amendement O.E HvDH Rechtszekerheid De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 12 september 2024, ter bespreking van nota ‘Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024’ (RIS317835). Besluit om aan het dictum toe te voegen: ▪ “Alle in de nota Haagse richtinggevende normen vastgestelde normen gelden als bodemnormen.”
Amendement O.F HvDH Richtinggevend groen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 12 september 2024, ter bespreking van nota ‘Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024’ (RIS317835). Besluit om aan het dictum toe te voegen: ▪ “De bestaande hoeveelheid van de verschillende aanwezige kwaliteiten groen, zijn bodemnormen.”
97
Amendement O.G HvDH Weg met Hoogstedelijk De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 12 september 2024, ter bespreking van nota ‘Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024’ (RIS317835). Besluit om aan het dictum toe te voegen: ▪ “Het begrip hoogstedelijk zoals gebruikt wordt in de Nota Haagse Richtinggevende Normen vervalt en dient inbegrepen te zijn onder de normering stedelijk gebied.” De amendementen maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door de heer Martini, daartoe gesteund door de heer De Ridder, worden de volgende moties (O.2 HvDH en O.4 HvDH) ingediend:
Motie O.2 HvDH Honden uitlaatnorm De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 12 september 2024, ter bespreking van nota ‘Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024’ (RIS317835). Constaterende, dat: ▪ losloopplekken en hondenuitlaatplaatsen geen neerslag hebben gekregen in de nota Haagse richtinggevende normen. Draagt het college op: ▪ een norm te ontwikkelen waar ook de leefbaarheid van honden tot zijn recht komt in overeenstemming met de letter en geest van de Dierelwelzijnswet.
Motie O.4 HvDH Sanitaire voorzieningen en toiletten De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 12 september 2024, ter bespreking van nota ‘Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024’ (RIS317835). Constaterende, dat: ▪ in vele winkelgebieden (Kernwinkelapparaat) in de Binnenstad en op Scheveningen of in het Museumkwartier openbare sanitaire voorzieningen ontbreken. Van mening, dat: ▪ dit een ernstige rem zet op het deelnemen aan onze samenleving voor gehandicapten en oudere stadsgenoten; ▪ ook de voorzieningen ten behoeve van baby’s en kleuters de mogelijkheid tot deelname aan het maatschappelijk leven remt; ▪ men thuis blijft. Draagt het college op: ▪ een norm te ontwikkelen voor sanitaire voorzieningen in het stedelijk gebied en deze ter besluitvorming voor 31 december 2024 aan de raad voor te leggen. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door de heer Martini wordt de volgende motie (O.3 HvDH) ingediend: 98
Motie O.3 HvDH Leefbaarheid De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 12 september 2024, ter bespreking van nota ‘Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024’ (RIS317835). Overwegende, dat: ▪ tijdens de commissievergaderingen over de richtinggevende normen in de commissie herhaalde malen werd gesteld dat de leefbaarheid voorop staat bij het hanteren van de richtinggevende normen. Zover dat het zelfs de voortgang van de bouw kan blokkeren. Van mening, dat: ▪ deze verstekkende opvatting in een raadsuitspraak dient te worden vastgelegd. Draagt het college op: ▪ geen bouwplannen of afgifte van omgevingsvergunningen te bevorderen die tot gevolg hebben dat bij toepassing van de Haagse richtinggevende normen leefbaarheid niet op de eerste plaats staat. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Jan Willem van den Bos (PvdD). Voorzitter. Insprekers bij het commissiedebat en vele bewoners waren duidelijk: er is meer aandacht voor groen nodig. Ook in Amsterdam is de groennorm in het centrum ruim twee keer zo hoog. Ook de wetenschappers van de World Health Organization zijn het erover eens: de minimale stedelijke groennorm moet fors hoger zijn voor een gezonde leefomgeving.
De Structuurvisie CID verplicht ons bovendien om te zorgen voor een hoogwaardige groene buitenruimte met een hoge gebruiks- en ecologische waarde. Als het aan de Partij voor de Dieren ligt, zouden we de ambities voor het groen in het Centrum flink opschroeven. Maar we hebben ons ingehouden en stellen nu pragmatische en waardevolle verbeteringen voor waar bewoners massaal om vragen. Daarom dien ik het amendement Kwalitatief groen in. Dit regelt drie punten. Ten eerste. We stellen net als in Amsterdam een ambitie voor van minimaal 5.000 vierkante meter aaneengesloten oppervlakte voor gebruiksgroen, waarvan 60% levend groen is. Zo willen we voorkomen dat buurten alleen veredelde plantenbakken of groene gevels krijgen. Deze ambitie past bij voorbeelden zoals het pocketpark bij de Juliana van Stolberglaan en hopelijk straks een ook een mooi groen KJ-plein en een groene kamer bij het busplatform. Bewoners willen bruikbaar groen waar men graag verblijft, dus laten we dat dan ook duidelijker omschrijven. Als tweede zorgt dit amendement ervoor dat ecosysteemgroen, belangrijk voor klimaatadaptatie en biodiversiteit, voor 75% in de openbare ruimte komt, zodat het niet alleen wordt weggestopt op ontoegankelijke daken of achter hekken. Ten derde. De norm voor het Centrum is zoals gezegd laag. In de huidige vorm kan 40% hiervan verhard zijn.
Bij gebruiksgroen snappen we dat er paden en speelplaatsen zijn, maar wat verhard is moet je dan niet meerekenen als groenoppervlakte. Dit is logisch en daarnaast ook ontzettend belangrijk vanwege klimaatadaptatie. Laat de 8 vierkante meter per woning dan ook echt groen zijn. Want we moeten onze stad echt leefbaar en groen houden. Niet alleen op papier, maar ook in de praktijk. Daarom is het belangrijk deze groene stap te zetten. Tot slot. Net als veel andere partijen draagt de Partij voor de Dieren de Haagse volkstuinverenigingen een warm hart toe. Joren Noorlander (D66). Ik had een vraag over het amendement. Wat zijn de gevolgen voor de daktuinen die nu vaak gerealiseerd worden in relatie tot het ecosysteemgroen, waarvoor de norm wordt aangescherpt? Mogen dan die daktuinen ook maar voor 25% meetellen als groen? Kan dit amendement er niet voor zorgen dat de ambitie voor daktuinen bij ontwikkelaars omlaag gaat?
99
Jan Willem van den Bos (PvdD). Dat is niet het geval. De norm an sich wordt niet aangescherpt. Er wordt alleen aangegeven dat je moet zorgen bij ontwikkeling, bij meer projecten, dat daktuinen, die voor veel mensen in de buurt ontoegankelijk zijn, niet de enige plek zijn waar je dit soort dingen regelt. Je moet ook voor de rest van de buurt zorgen voor een mooie groene omgeving. Joren Noorlander (D66). Ook aan gebruiksgroen wordt nu een grootte gekoppeld, een halve hectare. Zorgt dat er dan ook niet voor dat je bij de daktuinen zegt: laat maar zitten, die mag niet meetellen als gebruiksgroen, dus ik realiseer die daktuin van 0,4 hectare niet meer? Hoe kijkt de Partij voor de Dieren daar naar? Jan Willem van den Bos (PvdD). Dat zijn een aantal vragen in één. Als allereerste die halve hectare: dat wordt vastgesteld als ambitie. Natuurlijk, als er een mooie daktuin gerealiseerd kan worden van 0,4 hectare, is dat heel mooi. Ten tweede. Wat natuurlijk speelt rondom daktuinen is dat door het puntensysteem natuurinclusief bouwen dat vaak sowieso via hoogbouw gerealiseerd moet worden.
Maar wat je op dit moment ziet in de Binckhorst en bij het beeldkwaliteitsplan Laakhavens dat we onlangs bespraken, is dat die tuinen in heel veel gevallen alleen voor de bewoners van het gebouw zijn, vanwege sociale veiligheid, vanwege complexiteit voor ontwikkelaars, omdat je dan extra lichten voor publieke toegankelijkheid moet realiseren. Het is ook belangrijk om echt de omgeving te vergroenen. Daarom willen we die ambitie vastleggen op deze manier. De voorzitter. Meneer Noorlander, voor de derde maal. Joren Noorlander (D66). Er wordt nu een scheiding gemaakt tussen ecosysteemgroen en gebruiksgroen. We hebben best wel wat groen in Den Haag die je als beide kan definiëren. Hoe gaan we dan bijvoorbeeld het Haagse Bos definiëren? Jan Willem van den Bos (PvdD). Het Haagse Bos is stedelijke groene hoofdstructuur, sowieso een waardevol groengebied en een prachtig bos. De stedelijke groene hoofdstructuur is geen onderdeel van hoe deze normen worden beschouwd en geëvalueerd. Ik begrijp wel uw vraag. Hoe ga je in sommige gevallen om met wat tel je als hoe? Want groen is op vele manieren heel waardevol. Daarom is er ook niet voor gekozen om de normen kwantitatief te scheiden. Het is meer om een soort duidelijkheid en richting aan te geven. Daar willen we op inzetten. Dat is ook in lijn met hoe nu vaak gewerkt wordt.
Het geeft voor bewoners en voor onszelf wat meer invulling wat in de structuurvisie is vastgelegd. Want we moeten zorgen voor een hoge gebruiks- en ecologische waarde, maar wat verstaan we daar nou onder? Maar dat groen op veel manieren waardevol is en dat we daar sowieso op moeten inzetten, daar zijn denk ik alle partijen het hier over eens. Voorzitter. Eerder lazen we dat gedacht werd dat volkstuinverenigingen ook als volwaardig openbaar groen zouden kunnen meetellen. Mijn fractie vindt het waardevol dat terreinen van volkstuinverenigingen toegankelijk zijn, maar we moeten ook niet gaan doen alsof het openbaar groen is dat een publiek park voor de wijk kan worden. Daarom dien ik de motie Laat volkstuinen vrij in. Deze roept het college op volkstuinparken, ook als deze in de toekomst meer publiek toegankelijk worden of het groen binnen de parken wordt opgewaardeerd, niet mee te laten tellen bij het halen van de groennorm voor toekomstige bouwontwikkelingen in Den Haag. Voorzitter: de heer Van Zanen. Isabel Bos (GroenLinks). Mijn zorg bij deze motie is de volgende. Wij zijn ook zeker voorstander van volkstuinen. Mijn fractie is eigenlijk bang dat dit ze juist kwetsbaarder gaat maken, omdat we dan minder zouden inzetten op volkstuinen, want we waarderen ze niet meer als groen. Dan kunnen ze misschien ook slachtoffer worden als we in een wijk groen moeten toevoegen.
Want waar kan dat nog? 'Ja, we hebben deze volkstuin, die telt eigenlijk niet echt mee, laten we daar dan maar groen van maken.' Juist in de wijken waar volkstuinen voor heel goede sociale cohesie zorgen, zou ik er echt voor vrezen dat ze door deze nieuwe regel verdwijnen.
100