RIS320242 Bijlage Segregatiemonitor Den Haag 10 oktober 2024
Tekst van het document
% Gebruik regelingen huishoudens met inkomen <130% naar wijk
% Gebruik regelingen minimahuishoudens
79% 0 © OpenStreetMap contributors
Geen waarde bekend
< 60 60 < 66 >= 78
66 < 72
100
Den Haag
72 < 78
DHIC/GDH/SZW + CBS (Armoedemonitor) | 2021
DHIC/GDH/SZW + CBS (Armoedemonitor) | 2021
5.6 Arbeidsparticipatie en positie in de werkkring In Den Haag is de arbeidsdeelname verhoudingsgewijs laag. De ongelijke spreiding van de arbeidsdeelname hangt in Den Haag in tegenstelling tot de andere G4 niet samen met de spreiding van 25-45 jarigen, maar vermoedelijk met andere kenmerken zoals opleidingsniveau en herkomst. De netto arbeidsparticipatie is in 2022 met 52 procent het laagst in de Schildersbuurt en het hoogst in de Binckhorst en de Vruchtenbuurt met respectievelijk 83 en 76 procent. Dit is het geval sinds 2019 maar sinds 2020 neemt de arbeidsparticipatie in alle wijken van Den Haag toe.
% Netto arbeidsparticipatie Wijken
% Netto arbeidsparticipatie Wijken
© OpenStreetMap contributors
Niet van toepassing < 55,0 55,0 < 60,0 60,0 < 65,0 65,0 < 70,0 70,0 < 75 >= 75,0 DHIC/CBS Statline | 2018
© OpenStreetMap contributors
Niet van toepassing < 55,0 55,0 < 60,0 60,0 < 65,0 65,0 < 70,0 70,0 < 75,0 >= 75,0 DHIC/CBS Statline | 2022
Positie in de werkkring
30
Werk is niet altijd en voor iedereen een weg uit armoede. Het aantal werkende armen of precair werkenden groeide ook in Den Haag. Landelijk is bijna 1 op de 3 werkenden een flexwerker. In Den Haag daalde het aandeel flexibel werkenden tussen 2019 en 2022 iets van 33 procent naar 30 procent. Daarnaast is er een grote groep zelfstandigen zonder personeel (21%). In de wijken Schildersbuurt, Hoornwijk, Laakkwartier en Spoorwijk, Moerwijk en Transvaalkwartier liggen de percentages flexwerkers tussen de 30 en 38 procent veel hoger.
Positie in de werkkring
% Werknemers met vaste arbeidsrelatie Wijken
Den Haag 49,0%
0%
30,0%
40%
21,0%
80%
Werknemer met vaste arbeidsrelatie Werknemer met flexibele arbeidsrelatie Zelfstandige
© OpenStreetMap contributors
Niet van toepassing < 40,0 48,0 < 52,0
DHIC/CBS Statline | 2022
% Werknemers flexibele arbeidsrelatie Wijken
21,0 < 24,5 >= 31,5
24,5 < 28,0
DHIC/CBS Statline | 2022
44,0 < 48,0
DHIC/CBS Statline | 2022
% Zelfstandigen Wijken
© OpenStreetMap contributors
Niet van toepassing < 21,0 28,0 < 31,5
40,0 < 44,0 >= 52,0
© OpenStreetMap contributors
Niet van toepassing < 15,0 21,0 < 24,0
15,0 < 18,0 >= 24,0
18,0 < 21,0
DHIC/CBS Statline | 2022
5.7 Moeite met rondkomen Uit de monitor 'Moeite met rondkomen' komt naar voren dat steeds meer personen moeite hebben met rondkomen. Over de hele linie zien we dat er meer personen niet rond kunnen komen in onze stad als we het vergelijken met de cijfers van 2020. In de Schildersbuurt kan maar liefst 51,4 procent van de inwoners niet rondkomen door enerzijds een te laag inkomen, schulden en wat anderzijds een verhoogd risico op gezondheidsproblematiek met zich meebrengt.
31
% Personen dat moeite heeft met rondkomen Wijken
% Personen dat moeite heeft met rondkomen Wijken
© OpenStreetMap contributors
Niet van toepassing < 11,0 22,0 < 27,5
11,0 < 16,5 >= 27,5
16,5 < 22,0
© OpenStreetMap contributors
Niet van toepassing < 11,0 22,0 < 27,5
DHIC/Gezondheidsmonitor GGD/RIVM/CBS | 2020
11,0 < 16,5 >= 27,5
16,5 < 22,0
DHIC/Gezondheidsmonitor GGD/RIVM/CBS | 2022
5.8 Armoede in familienetwerken van Haagse bijstandsontvangers Uit onderzoek van het CBS blijkt dat armoede 1,5 tot 2 keer zo vaak voorkomt in de familienetwerken van Haagse bijstandsontvangers dan in de netwerken van werkende armen en overige werkenden. Onderstaande kaart laat zien dat het gemiddelde percentage familieleden met armoede verschilt tussen bijstandsontvangers die in verschillende wijken in Den Haag wonen. Hoe donkerder blauw de wijk op de kaart kleurt, hoe vaker er armoede voorkomt onder de familieleden van de bijstandsontvangers in die wijk. In de Schildersbuurt, Moerwijk en Transvaalkwartier komt relatief veel armoede voor onder de familieleden van bijstandsontvangers. De mate waarin bijstandsontvangers een arm familienetwerk hebben verschilt dus sterk tussen Haagse wijken.
% Armoede in het familienetwerk van Haagse bijstandsontvangers, wijken
% Armoede in het familienetwerk van Haagse bijstandsontvangers
23% DHIC/CBS | 2018
© OpenStreetMap contributors
Niet van toepassing
< 22
22 < 23 >= 25
23 < 24
24 < 25
DHIC/CBS | 2018
Analyses naar armoede in het familienetwerk van Haagse werkende armen en Haagse niet-arme werkenden laat zien dat de werkende armen met de hoogste percentages arme familieleden in Transvaalkwartier, Groente- en Fruitmarkt en Moerwijk wonen (respectievelijk 24, 27 en 27 procent). De laagste percentages komen voor in Benoordenhout (3 procent) en Duinoord (7 procent). Als gekeken wordt naar het percentage arme familieleden van Haagse niet-arme werkenden dan is dat het laagst in Benoordenhout en de Vogelwijk (beiden 4 procent) en het hoogst in de Schildersbuurt (21 procent). Dit betekent dat werkenden die niet arm zijn in de Schildersbuurt gemiddeld genomen nog altijd een hoger aandeel arme familieleden hebben dan bijstandsontvangers in de Archipelbuurt. Deze cijfers betekenen dat segregatie ook doorwerkt in de familierelaties. Arme inwoners van Den Haag hebben vaker arme familieleden dan rijkere inwoners. Dat is een indicator dat er naast ruimtelijke segregatie ook sprake is van sociale segregatie.
32
33
6. Gezondheid, zorg en welbevinden 6.1 Inleiding Het begrip ‘segregatie’ meet de mate waarin twee of meer groepen mensen fysiek van elkaar gescheiden wonen binnen een stad of regio (zie Massey & Denton, 1988). Meestal gaat het hierbij om de relatieve concentratie van mensen die tot een bepaalde sociaal-economische categorie (denk aan inkomen, werkloosheid of opleidingsniveau) of herkomstgroep behoren binnen een bepaalde stadsbuurt. In een gesegregeerde buurt is een bepaalde groep oververtegenwoordigd ten opzichte van de rest van de stad. In een stad zonder segregatie zouden alle groepen exact gelijk zijn verspreid over de verschillende buurten. Naast ruimtelijke segregatie kan er ook sprake zijn van sociale segregatie. Het gaat dan over de mate waarin mensen uit verschillende groepen elkaar tegenkomen. Een voorbeeld hiervan kan zijn, hoe inwoners met een bepaalde sociaal-economische status vooral omgaan met andere inwoners met dezelfde sociaal-economische status. De beschikbare indicatoren voor gezondheid, welbevinden en zorggebruik brengen met name ruimtelijke segregatie in beeld. Gezondheid, welbevinden en zorggebruik correleert met inkomen, woonsituatie, opleidingsniveau. Dat kan twee kanten op werken: een goede gezondheid stelt in staat om te werken en een inkomen te verdienen.
Een laag inkomen kan andersom zorgen voor een slechtere gezondheid, bijvoorbeeld doordat minder gezond voedsel gekocht kan worden of doordat financiële problemen stress veroorzaken. Er is voor gekozen om indicatoren over gezondheid, welbevinden en zorggebruik in een hoofdstuk te rapporteren vanwege de onderlinge samenhang. Deze brede kijk op gezondheid wordt ook wel positieve gezondheid genoemd. Het is een bredere kijk op gezondheid, uitgewerkt in zes dimensies: dagelijks functioneren, lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen.
6.2 Wat valt op? In wijken waarvan de inwoners een hogere sociaaleconomische status hebben, heeft een groter deel een (zeer) goede ervaren gezondheid dan in wijken waar de inwoners een lagere sociaaleconomische status (SES) hebben. De sociaaleconomische status houdt in: een ‘hogere’ opleiding, een betaalde baan, en/of een hoger inkomen. Dit betekent bijvoorbeeld dat er meer geld is om gezond te eten. Daarnaast is er in wijken waar meer mensen met een hogere SES wonen, meer aanbod van gezond voedsel en andersom in wijken waarin meer mensen met een lagere SES wonen, meer aanbod van ongezond voedsel. Daarbij is het ook zo dat gezonde voeding vaak duurder is dan ongezonde voeding. Bestaanszekerheid is een belangrijke bepalende factor als het gaat om de ervaren gezondheid van mensen. Mensen met een lagere SES wonen vaker in wijken waar ook meer corporatiewoningen cq. goedkope particuliere huurwoningen zijn, de huizen gemiddeld genomen slechter onderhouden zijn, en lagere energielabels hebben. Dat veroorzaakt ook financiële en gezondheidsproblemen. Deze problemen hebben een verband met elkaar: zo hebben financiële problemen en bestaansonzekerheid een duidelijke negatieve invloed op de mentale gezondheid. Een groot aantal andere factoren in de sociale en fysieke leefomgeving zijn eveneens van invloed op de gezondheid.
Denk aan fijnstof, geluidsoverlast, arbeidsomstandigheden, financiële stress, de aanwezigheid van voorzieningen, de mate van sociale cohesie, etc. Naast de SES zijn uiteraard leefstijlkeuzes ten aanzien van voeding, roken en voldoende bewegen, van invloed op de gezondheid. In wijken waar inwoners minder gezond zijn is er vaak een stapeling van problematiek waarbij de problemen onderling samenhangen en elkaar beïnvloeden. In onderliggende kaarten, vanuit verschillende invalshoeken, is steeds zichtbaar dat gezondheidsproblematiek in specifieke wijken verhoogd is en vaak dezelfde segregatielijnen volgt. Dat geldt ook voor de score op geluk en sociale cohesie. Niet verrassend is dat dit ook tot uitdrukking komt in een hoger gebruik van huisartsenzorg.
6.3 Gezondheid Inwoners van de stadsdelen Centrum, Laak en Escamp ervaren over het algemeen een slechtere gezondheid dan inwoners van de overige stadsdelen. Er wonen meer mensen die een minder goede gezondheid ervaren. Anders gezegd: er is segregatie tussen inwoners die een goede/zeer goede algemene gezondheid ervaren en inwoners die een minder goede gezondheid ervaren.
34
% Personen van 18 jaar en ouder dat een goede/zeer goede algemene gezondheidstoestand ervaart Buurten Niet van toepassing < 54,0 54,0 < 58,5 58,5 < 63,0 63,0 < 67,5 >= 67,5
© OpenStreetMap contributors
DHIC/Gezondheidsmonitor GGD/RIVM/CBS | 2022
In lijn daarmee zien we dat de gezonde levensverwachting in aandachtswijken substantieel lager ligt dan in wijken die geen aandachtswijk zijn. Ten opzichte van 2020 is de gezonde levensverwachting gedaald, zowel in aandachtswijken als daarbuiten. Deze verschillen in gezonde levensverwachting zijn ook zichtbaar in verschillen in levensverwachting bij geboorte. Ten opzichte van 2009 is de levensverwachting bij geboorte licht gedaald.
Levensverwachting bij geboorte in jaren
Gezonde levensverwachting bij geboorte in jaren
100
80
80
76,1
81,3
78,7
81,8
60,8
60
59,1
49,5
60
46,4
40 40 20
20 0
0 2022 Man, aandachtswijk Vrouw, aandachtswijk
2022
Man, geen aandachtswijk Vrouw, geen aandachtswijk DHIC/GGD Haaglanden | 2022
Man, aandachtswijk Vrouw, aandachtswijk
Man, geen aandachtswijk Vrouw, geen aandachtswijk DHIC/GGD Haaglanden | 2022
35
Ontwikkeling levensverwachting bij geboorte in jaren
Ontwikkeling gezonde levensverwachting bij geboorte in jaren
84
76
82
68
80
60
78
52
76 74
44
2012
2016
2020
Man, aandachtswijk Vrouw, aandachtswijk
2022
Man, geen aandachtswijk Vrouw, geen aandachtswijk DHIC/GGD Haaglanden | 2012 - 2022
2012
2016
2020
Man, aandachtswijk Vrouw, aandachtswijk
2022
Man, geen aandachtswijk Vrouw, geen aandachtswijk DHIC/GGD Haaglanden | 2012 - 2022
Deze segregatie is zichtbaar op alle indicatoren die iets zeggen over gezondheid; denk aan bewegen, overgewicht of mentale gezondheid. In de volgende twee kaarten is, als voorbeeld, het percentage personen van 18 jaar en ouder met ernstig overgewicht naar wijk in 2012 en in 2022 weergegeven. Gemiddeld in Den Haag in 2022 is het percentage personen van 18 jaar en ouder met ernstig overgewicht 16,7%. In de wijkkaart 2022 is te zien is dat dit percentage in de aandachtswijken hoger ligt. Sinds 2012 is het percentage ernstig overgewicht in Den Haag gestegen. Dit geldt met name voor de stadsdelen Escamp, Centrum, Laak, maar ook in wijken als Duindorp, Loosduinen, Ypenburg en Leidschenveen.
% personen van 18 jaar en ouder met ernstig overgewicht
% Personen 18 jaar en ouder met ernstig overgewicht
© OpenStreetMap contributors
Geen waarde bekend < 10,0 14,0 < 17,0
10,0 < 12,0 >= 17,0
12,0 < 14,0
DHIC/Gezondheidsmonitor GGD/RIVM/CBS | 2012
© OpenStreetMap contributors
Niet van toepassing < 10,0 14,0 < 17,0
10,0 < 12,0 >= 17,0
12,0 < 14,0
DHIC/Gezondheidsmonitor GGD/RIVM/CBS | 2022
Overgewicht onder Haagse kinderen van 2 tot 15 jaar was tot de coronacrisis stabiel: 23% in 2012 en 21% in 2019. De percentages overgewicht zijn het hoogst in wijken met achterstand: 35% van de kinderen in Transvaal tegenover 7% van de kinderen in Benoordenhout.
36
Ontwikkeling % overgewicht 2-15 jarigen naar wijkachterstand in categoriën 40% 32% 24% 16% 8% 0% 2012
2013
2014
2015
2016
2017
Categorie 1 (minste achterstand) Categorie 2 Categorie 4 (meeste achterstand)
2018
2019
Categorie 3
DHIC/GGD Haaglanden | 2012 - 2019
Eenzelfde patroon als bij overgewicht is te zien als het gaat om het risico op een angststoornis of een depressie of het ervaren van stress. Stress is schadelijk voor je gezondheid en tast het denkvermogen aan. Mensen met chronische stress hebben daardoor meer moeite dan anderen om hun leven op orde te krijgen, goed voor zichzelf te zorgen en verstandige (langetermijn-) beslissingen te nemen. De volgende kaarten laten het percentage personen van 18 jaar en ouder met een hoog risico op een angststoornis/depressie en het ervaren van (heel) veel stress zien. De gebieden Zuidwest, Laak en Centrum laten een hogere score op het risico op een angststoornis/depressie en het ervaren van stress zien. Ten opzichte van 2012 is in het algemeen het percentage personen met een hoog risico op een angststoornis/depressie gestegen. Opvallend is dat juist in de aandachtsgebieden de stijging veel minder is dan in andere wijken.
% Personen met een hoog risico op angststoornis of een depressie
% Personen dat (heel) veel stress heeft ervaren
© OpenStreetMap contributors
Niet van toepassing < 6,0 12,0 < 15,0
6,0 < 9,0 >= 15,0
9,0 < 12,0
DHIC/Gezondheidsmonitor GGD/RIVM/CBS | 2022
© OpenStreetMap contributors
Niet van toepassing < 18,0 24,0 < 27,0
18,0 < 21,0 >= 27,0
21,0 < 24,0
DHIC/Gezondheidsmonitor GGD/RIVM/CBS | 2022
Een belangrijke risicofactor voor gezondheid is roken. Ook hier zien we de typische verdeling over Den Haag. In de wijken met een lagere sociaal economische status en een minder goed ervaren gezondheid, is een hoger percentage rokers.
37
% Personen dat rookt Buurten
Ontwikkeling % personen dat rookt 32%
29,2%
24%
26,2% 20,6%
21,8%
2020
2022
16% 8% 0% © OpenStreetMap contributors
Niet van toepassing < 12,0 18,0 < 21,0
12,0 < 15,0 >= 21,0
2012
2016
15,0 < 18,0
DHIC/Gezondheidsmonitor GGD/RIVM/CBS | 2022
DHIC/Gezondheidsmonitor GGD/RIVM/CBS | 2012 - 2022
Er is een verband tussen gezondheid en bewegen. In de volgende kaarten is te zien dat in de wijken met een minder goed ervaren gezondheid ook de beweegrichtlijn minder wordt gehaald. Ook zijn er in deze wijken relatief minder mensen die sporten.
% Personen dat voldoet aan de beweegrichtlijn
% Personen dat minimaal 1 keer per week sport
© OpenStreetMap contributors
Niet van toepassing < 42,5 47,5 < 50,0
42,5 < 45,0 >= 50,0
45,0 < 47,5
DHIC/Gezondheidsmonitor GGD/RIVM/CBS | 2022
© OpenStreetMap contributors
Niet van toepassing < 40,5 49,5 < 54,0
40,5 < 45,0 >= 54,0
45,0 < 49,5
DHIC/Gezondheidsmonitor GGD/RIVM/CBS | 2022
Het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) maakt data over kanker inzichtelijk in de Kankeratlas. Voor de analyse is data gebruikt van mensen die een kankerdiagnose kregen in de periode 2011 tot en met 2020 per postcodegebied. In de onderstaande twee kaarten is de afwijking ten opzichte van het Nederlands gemiddelde weergegeven van diagnoses voor lever- en galwegkanker (1e kaart) en van longkanker (2e kaart) per postcodegebied in Den Haag en omstreken. De rode gebieden geven de grootste (negatieve) afwijking weer. Zo ligt in het postcodegebied in Escamp de verwachting van lever- en galwegkankerdiagnoses 63% hoger dan het Nederlands gemiddelde. De verwachting van longkankerdiagnose in dit gebied is 36% hoger dan het Nederlands gemiddelde. Meer cijfers en informatie over dit onderwerp is te vinden op de website van IKNL
38
De volgende figuren laten het verband tussen verschillende indicatoren voor gezondheid zien ten opzichte van het inkomen. Deze figuren illustreren voor alle indicatoren dat de inwoners (18+) met een huishoudinkomen van 130 procent of meer van het beleidsmatig minimum een gunstiger gezondheid hebben.
% Personen dat zich matig tot (zeer) ernstig eenzaam voelt, naar inkomen
% Personen dat niet voldoet aan beweegrichtlijn, naar inkomen
100%
80%
80%
73,4%
75,3%
60%
60%
53,5%
59,1%
62,5% 50,2%
40%
40% 20%
20% 0%
0% 2022 Inkomen tot 110%
2022
Inkomen 110-130%
Inkomen > 130%
Inkomen tot 110%
Inkomen 110-130%
DHIC/GGD Haaglanden | 2022
Inkomen > 130%
DHIC/GGD Haaglanden | 2022
% Personen met een hoog risico op een angststoornis/depressie, naar inkomen
% Personen met (ernstig) overgewicht, naar inkomen
24%
80%
21,0%
60%
17,0%
16%
57,7%
57,8%
47,9%
40%
7,6%
8%
0%
20% 0%
2020 Inkomen tot 110%
2022
Inkomen 110-130%
Inkomen > 130%
DHIC/GGD Haaglanden | 2020
Inkomen tot 110%
Inkomen 110-130%
Inkomen > 130%
DHIC/GGD Haaglanden | 2022
39
% Personen dat geen (zeer) goede gezondheidstoestand ervaart, naar inkomen 80% 60%
60,0%
59,3%
40%
31,1%
20% 0%
Inkomen tot 110%
Inkomen 110-130%
Inkomen > 130%
DHIC/GGD Haaglanden | 2022
6.4 Welbevinden Er is substantieel meer eenzaamheid in de stadsdelen Centrum, Laak en Escamp. Ten opzichte van 2012 is de eenzaamheid over de hele linie in heel Den Haag gegroeid.
% Personen dat zich ernstig eenzaam voelt Buurten
% Personen dat zich ernstig eenzaam voelt 24%
20,7% 16%
13,4%
14,4%
16,1%
8%
0% © OpenStreetMap contributors
Niet van toepassing < 12,0 18,0 < 21,0
12,0 < 15,0 >= 21,0
2012
2016
2020
2022
15,0 < 18,0
DHIC/Gezondheidsmonitor GGD/RIVM/CBS | 2022
DHIC/Gezondheidsmonitor GGD/RIVM/CBS
In eenmalig onderzoek uit 2019 naar lokaal geluk in Den Haag door EHERO bleek dat Den Haag de derde plek innam in de top tien ongelukkigste gemeenten van Nederland. 82,5% van de inwoners van Den Haag is gelukkig, ten opzichte van bijvoorbeeld 90,3% in Westland en 85,3% in Utrecht. Conclusie was dat er significante verschillen in geluk bestaan tussen bepaalde groepen in Den Haag. Kwetsbare groepen scoren slechter op geluk. Het gaat dan bijvoorbeeld om eenzame mensen, mensen met geldzorgen en mensen die zich onveilig voelen. Het rapport verklaart deze verschillen door de ‘selectieve vestiging van personen’ en door ‘de leefbaarheid van de omgeving’. Steden zijn aantrekkelijk voor relatief ongelukkige mensen vanwege de grotere kans op een baan en de beschikbare sociale voorzieningen. Daarnaast hangt de omvang van de stad negatief samen met geluk. Dat worden agglomeratienadelen genoemd. Zoals ‘hogere misdaadcijfers, meer files, meer vervuiling en meer kans op sociaal isolement en eenzaamheid. Doordat deze kwetsbare groepen in dezelfde stadsdelen in Den Haag wonen, is de verwachting dat ook de geluksscores deze segregatie laten zien. Dat blijkt inderdaad het geval, zoals uit onderstaande kaart blijkt. Het grootste deel van deze verschillen kan verklaard worden uit de bevolkingssamenstelling van de wijken.
Waar relatief meer kwetsbare groepen wonen, is sprake van een lagere geluksscore.
40
Gemeentelijke Geluksindex Wijken Niet van toepassing < 75,0 75,0 < 78,0 78,0 < 81,0 81,0 < 84,0 >= 84,0
© OpenStreetMap contributors
DHIC/EHERO | 2018
Uit de Veiligheidsmonitor blijkt dat de sociale cohesie in Den Haag verschillend wordt gewaardeerd. Zuidwest, Laak en Centrum geven een rapportcijfer lager dan 5,6. In andere wijken van Den Haag is dit hoger. In de stadsdelen met een rapportcijfer lager dan 5,6 vallen vooral de wijken Morgenstond, Transvaalkwartier, Binckhorst, en Laakkwartier en Spoorwijk op. Deze scoren alle een 5,0 of lager. In de wijken waar men de sociale cohesie een laag rapportcijfer geeft, is men in overwegende mate ook niet tevreden over de bevolkingssamenstelling. In bijvoorbeeld Laakkwartier en Spoorwijk is slechts 37% tevreden over de bevolkingssamenstelling in de buurt. Vergelijkbare scores zijn te zien in reactie op stellingen als ‘De mensen kennen elkaar in deze buurt nauwelijks’, en ‘Ik heb veel contact met andere buurtbewoners’.
Rapportcijfer 'Sociale Cohesie' Wijken
% Tevredenheid bevolkingssamenstelling Wijken
© OpenStreetMap contributors
Geen waarde bekend < 5,2 5,2 < 5,6 6,0 < 6,4 >= 6,4
5,6 < 6,0
DHIC/Veiligheidsmonitor | 2023
© OpenStreetMap contributors
Geen waarde bekend < 42,0 56,0 < 63,0
42,0 < 49,0 >= 63,0
49,0 < 56,0
DHIC/Veiligheidsmonitor | 2023
6.5 Zorggebruik Een slechtere gezondheid vertaalt zich naar verwachting in een hoger gebruik van huisartsenzorg. Uit onderstaande figuur blijkt dat inderdaad in de wijken met een lagere gezonde levensverwachting doorgaans sprake is van een hoger gebruik van huisartsenzorg. Dat geldt overigens ook voor wijken waar veel ouderen wonen.
41
% Inwoners dat huisartsenzorg gebruikt Wijken Geen waarde bekend < 50,0 50,0 < 55,0 55,0 < 60,0 60,0 < 65,0 >= 65,0
© OpenStreetMap contributors
DHIC/gemeentezorgspiegel | 2023
42
Toelichting begrip en discussie Het begrip segregatie Het begrip segregatie, dat letterlijk scheiding betekent, heeft in verschillende contexten verschillende betekenissen. Sociologen spreken van segregatie als groepen mensen op basis van ras of sekse worden gescheiden. Segregatie kan onvrijwillig zijn, gestuurd door bewuste discriminatie vanuit overheid en samenleving; denk aan voorbeelden in het buitenland, zoals apartheidsbeleid en ‘red zoning’ door bedrijven en overheden, op basis van ras. Segregatie kan ook het onbedoelde effect zijn van beleidskeuzes, zoals geconcentreerde ontwikkeling van sociale woningbouw. Ook kan een groep mensen vrijwillig voor segregatie kiezen om zo een eigen afgezonderde leefgemeenschap te vormen. Hoewel segregatie een neutraal, beschrijvend begrip is, wordt het doorgaans in een problematische context gebruikt. Vanwege de verschillende definities is het belangrijk om voor het inrichten van de segregatiemonitor van Den Haag het begrip segregatie voor dit specifieke doel te definiëren. Hierbij hanteren wij de volgende definitie (bron: CBS). Het begrip ‘segregatie’ meet de mate waarin twee of meer groepen mensen fysiek van elkaar gescheiden wonen binnen een stad of regio (zie Massey & Denton, 1988).
Meestal gaat het hierbij om de relatieve concentratie van mensen die tot een bepaalde sociaal-economische categorie (denk aan inkomen, werkloosheid of opleidingsniveau) of herkomstgroep behoren binnen een bepaalde stadsbuurt. In een gesegregeerde buurt is een bepaalde groep oververtegenwoordigd ten opzichte van de rest van de stad. In een stad zonder segregatie zouden alle groepen exact gelijk zijn verspreid over de verschillende buurten. Deze definitie van segregatie is helder en meetbaar. Er kan immers gekeken worden waar een hoog aandeel mensen woont die tot een bepaalde sociaal-economische categorie of herkomstgroep behoren. Dat kan zowel een hoge of lage sociaal-economische status betreffen, hoog- of laag opgeleid, et cetera. Voor beleidsmakers is het van belang zich vervolgens te verdiepen in de wijk of buurt, omdat een hoger aandeel mensen in een wijk die tot een bepaalde groep behoren nog niet betekent dat er ook een probleem is. De belevingswereld van mensen is daarnaast een belangrijke informatiebron om de data en kaartbeelden goed te kunnen duiden.
Ruimtelijke en sociale segregatie Ruimtelijke verschillen vallen vaak samen met sociale verschillen op diverse terreinen, zoals gezondheid, taalvaardigheid, maatschappelijke participatie en brede welvaart. Waarde van woning en gemeten en ervaren welvaart vertonen een sterk verband: in delen van de stad met relatief veel goedkopere woningvoorraad zien we ook meer sociale problematiek. In delen van de stad met relatief duurdere woningvoorraad, veel minder. We zien in een deel van de stad een fors aandeel (kwetsbare) mensen met meervoudige problematiek, dit in schril contrast ten opzichte van andere wijken. Het kan ertoe leiden dat groepen mensen buitengesloten worden (of dat zo ervaren) door de samenleving maar ook dat groepen zichzelf en haar leden afsluiten van de samenleving (zelfsegregatie). Ontmoeting en verbinding met andere groepen in de samenleving worden in beide gevallen daardoor ontmoedigd. Hoewel dat door betrokkenen niet altijd als een knelpunt hoeft te worden ervaren, zoals ook blijkt uit interviews in kwalitatief buurtonderzoek, wordt toch verondersteld dat dit voor het individueel en maatschappelijke welzijn ongewenst is. Deze situaties kunnen leiden tot een verdere cumulatie van problemen, hardnekkige armoede en achterstanden die zich ook manifesteren bij volgende generaties (structurele kansenongelijkheid).
Eén van de scheidslijnen waar het SCP en de WRR op gewezen hebben vormen de gescheiden sociale netwerken van hoog- en laagopgeleiden: hoger en lager opgeleiden komen elkaar minder vaak tegen. Geloof, sport en verenigingsleven vormen minder dan voorheen een verbindende factor tussen inkomens- en opleidingsniveaus. Daarbij komt dat kinderen van ouders met een lagere of praktische opleiding zelf ook minder vaak instromen in havo/vwo en hoger onderwijs. Maatschappelijke verschillen zetten zich dan over generaties heen voort en sociale segregatie wordt verder bestendigd. Dit speelt vaker bij mensen met een migratieachtergrond, waarbij eerste generaties vaker een hoger opleidingsniveau missen. Ruimtelijke segregatie naar inkomensniveau, bijvoorbeeld als gevolg van een groot aandeel betaalbare (huur)woningen in wijken kan deze ontwikkeling versterken. Gevolg daarvan kan weer zijn dat het onderwijsaanbod en de schoolsamenstelling deze eenzijdigheid weerspiegelen en daardoor sociale segregatie voortzetten. Ruimtelijke segregatie valt echter niet noodzakelijkerwijs samen met sociale segregatie. Wie in een bepaalde wijk woont, kan immers omgaan met iemand uit een andere wijk. Ook kan de schoolkeuze ervoor zorgen dat de ruimtelijke segregatie niet uitmondt in sociale segregatie, bijvoorbeeld als de schoolsamenstelling divers is.
Sociale segregatie wordt versterkt door sociale media waardoor bubbels van gelijkgestemden ontstaan. Mensen komen daardoor weinig in aanraking met andere opvattingen. Deze bubbels hoeven niet ruimtelijk geconcentreerd te zijn. In de segregatiemonitor brengen we vooral de ruimtelijke segregatie in beeld. Data over sociale segregatie zijn schaars.
Ruimtelijke verschillen 43
Deze segregatiemonitor brengt ruimtelijke verschillen en ongelijkheid in spreiding in beeld. Deze kunnen negatieve gevolgen hebben. Onwenselijke situaties ontstaan wanneer ruimtelijke segregatie een resultaat is van sociale segregatie, structurele kansenongelijkheid of uitsluiting. Ook wanneer ze wijst op het ontstaan van gemeenschappen die niet deelnemen aan de (kernwaarden van) de Nederlandse samenleving is nadere aandacht hiervoor nodig. Deze segregatiemonitor presenteert daarom ook een aantal thematische indicatoren die een signaalfunctie kunnen vervullen voor deze aandachtspunten. Segregatie op opleiding kan bijvoorbeeld negatief uitpakken voor de kansengelijkheid. In contact komen met mede-inwoners met een hoger opleidingsniveau, is immers belangrijk voor sociale stijging. Ook kan segregatie naar wel of niet werken negatief zijn voor bestaanszekerheid. Wie in zijn omgeving weinig mensen heeft die werken, moet meer moeite doen om zelf aan het werk te gaan. Segregatie kan zorgen voor een concentratie van achterstanden en een stapeling van problematiek waardoor een neerwaartse spiraal ontstaat. Het SCP geeft in een publicatie over buurteffecten aan dat de buurt zeker invloed heeft op bijvoorbeeld schoolprestaties.
Hoewel het begrip dus doorgaans in een negatieve context wordt gebruikt, duidt het ook op de menselijke neiging om te gaan met mensen die op je lijken of bepaalde kenmerken delen. Bijvoorbeeld op het gebied van sport, cultuur, religie. Daardoor ontstaat vanzelf een zekere segregatie. Dat hoeft op zichzelf niet verkeerd te zijn. Doorgaans beschouwen we segregatie pas als negatief, als er negatieve consequenties aan verbonden zijn. Een hoog aandeel lage inkomens in een wijk kan bijvoorbeeld ook staan voor een goed functionerende en betaalbare volksbuurt waar mensen naar elkaar om kijken en voor elkaar zorgen. Wanneer mensen bepaalde kenmerken of achtergrond met elkaar delen, kan de steun van de eigen groep hen verder brengen. Bijvoorbeeld in wijken van aankomst, kunnen groepen nieuwkomers die onderaan de maatschappelijke ladder moeten beginnen daarvan profiteren. Het Kenniscentrum Inclusief Samenleven zegt daarover in hun kennissynthese segregatie: “Opvallend is dat de aanwezigheid van ‘ons soort mensen’ in deze wijken de maatschappelijke integratie van mensen met een migratieachtergrond ten goede lijkt te komen. Wanneer er al een migrantengemeenschap (herkomstgenoten met een baan) aanwezig is in de buurt van aankomst, hebben nieuwkomers meer kansen om te participeren op de arbeidsmarkt".
Paradoxaal genoeg zorgt de toename van diversiteit in wijken voor een afname van ruimtelijke segregatie, maar werkt dit sociale segregatie in de hand. Men trekt zich terug in eigen kring. Beleid kan segregatie ook onbedoeld vergroten, als neveneffect van op zichzelf goede maatregelen. Gerichte investeringen kunnen er bijvoorbeeld voor zorgen dat de cijfermatige verschillen tussen rijkere gebieden en armere gebieden groter worden. Algemene maatregelen om gezondheidsverschillen terug te dringen leiden bijvoorbeeld weliswaar tot gezondheidswinst, maar mensen bovenaan de maatschappelijke ladder profiteren daar meer van dan mensen onderaan de ladder.
44