RIS320169 Bijlage onderbouwing RHO Redacted
Tekst van het document
OPVANGLOCATIE SPORTLAAN 600, GEBOUW E2, PERMANENTE WINTER OPVANG (PWO) ‘s-Gravenhage Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) 20 september 2024
1/2
DATUM KENMERK
20 september 2024 0518.xsd-0001
PROJECT
Opvanglocatie Sportlaan 600, Gebouw E2, Permanente Winter opvang (PWO) ir.
PROJECTLEIDER
OPDRACHTGEVER Gemeente Den Haag PROJECTNUMMER 20240783 AUTEUR STATUS
2/2
ing. Definitief
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging projectgebied
7
1.3
Te doorlopen vergunningprocedure
8
1.4
Leeswijzer
9
Beschrijving van het project en zijn omgeving
11
2.1
Huidige situatie
11
2.2
Toekomstige situatie
15
2.3
Juridische activiteiten
16
2.4
Milieueffectrapportage
16
Hoofdstuk 3
Participatie
17
Hoofdstuk 4
Beleidskader
19
4.1
Rijk
19
4.2
Provincie
20
4.3
Gemeente Den Haag
21
Hoofdstuk 5
Beoordelingsregels
23
5.1
Inleiding
23
5.2
Waarborgen van de veiligheid
24
5.3
Beschermen van de waterbelangen
25
5.4
Kwaliteit van de buitenlucht
25
5.5
Geluid door activiteiten
26
5.6
Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen
26
5.7
Bodemkwaliteit
27
5.8
Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed
27
5.9
Ladder voor duurzame verstedelijking
28
5.10
Mobiliteit en parkeren
29
5.11
Ecologie: soortenbescherming en gebiedsbescherming
30
5.12
Ruimtelijke kwaliteit
31
Hoofdstuk 2
3/35
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
33
6.1
Financiële uitvoerbaarheid
33
6.2
Kostenverhaal
33
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
35
Hoofdstuk 7 Bijlagen toelichting Bijlage 1
Participatie hand-out
Bijlage 2
Participatiememo
Bijlage 3
GGDH Rapportage PWO 2022-2023
Bijlage 4
GGDH Rapportage PWO 2024
Bijlage 5
Uitnodiging 3 juli aan bewoners Vogelwijk
Bijlage 6
Verslag Werkgroep Leefbaarheid en Veiligheid 3 juli
Bijlage 7
Uitnodiging Werkgroep Leefbaarheid en Veiligheid 12 september
Bijlage 8
Uitgereikte informatie mbt de gebouwindeling Niveau 0
Bijlage 9
Uitgereikte informatie mbt de gebouwindeling Niveau -1
Bijlage 10
Hand out werkgroep Leefbaarheid en Veiligheid 12 september
Bijlage 11
Verslag Werkgroep Leefbaarheid en Veiligheid 12 september
Bijlage 12
Opbrengst bewonersavond 12 september
4/35
TOELICHTING
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Den Haag heeft onlangs het leegstaande HagaZiekenhuis aan de Sportlaan 600 aangekocht met de intentie het pand te hergebruiken voor de opvang en huisvesting van diverse doelgroepen. De uiteindelijke doelstelling is om de hele locatie van het voormalige HagaZiekenhuis op termijn (maximaal 7 jaar) te her ontwikkelen. Tot die tijd wil de gemeente de bestaande gebouwen een tijdelijke functie geven. In deze motivering ligt de focus specifiek op de eerste twee bouwlagen van gebouw E2, waar de opvang van 80 daklozen gedurende de winterperiode (van 1 november 2024 tot uiterlijk 1 mei 2025) mogelijk wordt gemaakt. Dit gebouw is eerder in gebruik geweest als permanente winteropvang (PWO) voor 80 daklozen. Voor het seizoen 2022-2023 werd een tijdelijke vergunning verleend voor het 'handelen in strijd met de regels van de bestemming' en een voorbehoud voor het seizoen 2023-2024. Voor het seizoen 2023-2024 bleek geen sprake van een vergunbare aanvraag en is, met het oog op veiligheid, gekozen voor een oplossing met 24-uurs aanwezigheid van brandwachten. Omdat de beoogde gebruiksactiviteit, het opvangen van maximaal 80 daklozen in de winterperiode, strijdig is met de activiteiten die het omgevingsplan van de gemeente Den Haag toestaat, dient een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: BOPA) aangevraagd te worden.
Voorliggende motivering is onderdeel van deze aanvraag en toont aan dat de voorgenomen activiteiten voldoen aan de wettelijke vereisten, waaronder een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied betreft een voormalig onderdeel van het HagaZiekenhuis in Den Haag. Het betreft de P-vormige vleugel van het ziekenhuis (hierna: gebouw E2). Het projectgebied is gelegen in de Bomen- en Bloemenbuurt in het stadsdeel Segbroek. De bebouwing is gelegen binnen het kadastraal perceel met de aanduiding GVH30-AN-5027. De ligging van het projectgebied c.q. het bouwdeel, is weergegeven in figuren 1.2.1.
7/35
Figuur 1.2.1 - Ligging projectgebied (Bron: Streetsmart Cyclomedia)
1.3
Te doorlopen vergunningprocedure
Voor de beoogde activiteit (het opvangen van maximaal 80 daklozen gedurende de winterperiode) is een omgevingsvergunning voor een BOPA benodigd. Een BOPA is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningsvrij is. Voor een dergelijke aanvraag geldt in principe de reguliere vergunningsprocedure, tenzij anders bepaald. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning voor een BOPA verlenen als de activiteit voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) en er overeenstemming is met de instructieregels van het Rijk en de provincie. Bevoegd gezag Voor een aanvraag omgevingsvergunning voor een BOPA is het college van B&W bevoegd gezag. Bindend adviesrecht en verplichte participatie In de gemeente Den Haag heeft de gemeenteraad onder andere bindend adviesrecht voor ontwikkelingen waarbij andere functies dan wonen met meer dan 1.000 m² bruto vloeroppervlak aan bouwwerken worden gerealiseerd, veranderd en/of uitgebreid. In dit geval is hier sprake van een functiewijziging groter dan 1.000 m² en geldt bindend adviesrecht en verplichte participatie.
8/35
1.4
Leeswijzer
Deze motivering is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe vooroverleg en participatie hebben plaatsgevonden en hoe dit heeft bijgedragen aan de voorgenomen ontwikkeling. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 het project getoetst aan relevant beleidskader. In hoofdstuk 5 wordt het project getoetst aan de relevante beoordelingsregels. Hoofdstuk 6 bevat de financiële aspecten van het project. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 ingegaan op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
9/35
10/35
Hoofdstuk 2
Beschrijving van het project en zijn omgeving
2.1
Huidige situatie
2.1.1
Situatie projectgebied
Het projectgebied betreft een leegstaand gebouw dat voorheen in gebruik was als onderdeel van het voormalige HagaZiekenhuis. Het gebouw heeft drie bouwlagen. De eerste twee bouwlagen van dit gebouw zijn eerder in gebruik geweest ten behoeve van de permanente winteropvang (PWO) voor daklozen.
Figuur 2.1.1 - Aanzicht op gebouw E2 vanaf het oosten, Fahrenheitstraat (Bron: Streetsmart Cyclomedia)
11/35
Figuur 2.1.2 - Vogelvlucht aanzicht op gebouw E2 vanaf het zuiden (Bron: Streetsmart Cyclomedia) 2.1.2
Omgeving projectgebied
Het voormalige HagaZiekenhuis is gelegen in een groene zone tussen de Vogelwijk en de Bomen- en Bloemenbuurt, twee wijken die voornamelijk woonfuncties hebben. Binnen hetzelfde kadastrale perceel als gebouw E2 bevinden zich ook de andere gebouwen van het HagaZiekenhuis (A t/m E1). Deze gebouwen staan overwegend leeg. Bouwdeel C wordt af en toe gebruikt voor tijdelijke functies die uitsluitend overdag in gebruik zijn. De gemeente Den Haag heeft het voornemen om na gebouw E2, ook de andere bouwdelen tijdelijke functies te laten vervullen. De verdere invulling van het voormalig ziekenhuiscomplex met tijdelijke functies, maakt overigens geen deel uit van de huidige BOPA-aanvraag en daarom evenmin van deze motivering.
Figuur 2.1.3 - Ligging projectgebied in de omgeving (Bron: Concept PUK HagaZiekenhuis Sportlaan)
12/35
Figuur 2.1.4 - Ligging projectgebied in de omgeving (Bron: Concept PUK HagaZiekenhuis Sportlaan)
Figuur 2.1.5 - Gebouw E2 aangewezen binnen groter geheel van de ontwikkeling (Bron: Gemeente Den Haag) 2.1.3
Relevante regels omgevingsplan
Het omgevingsplan gemeente Den Haag bevat regels in het tijdelijk deel. De regels voor de onderhavige locatie zijn opgenomen in de volgende onderdelen (artikel 22.1 Omgevingswet): De besluiten genoemd in artikel 4.6, eerste lid van de Invoeringswet Omgevingswet, waaronder een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening en tevens de volgende verordeningen:
13/35
1. een regel als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet; 2. een verordening als bedoeld in artikel 6 van de Wet geurhinder en veehouderij; 3. een verordening als bedoeld in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer en een besluit tot aanwijzing van een gebied op grond van die verordening; De kaarten, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet, en de besluiten, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, van die wet; De Bruidsschat.
Hierna wordt kort ingegaan op deze onderdelen uit het omgevingsplan die van belang zijn voor het voorliggende initiatief. In paragraaf 2.3 wordt getoetst aan dit toetsingskader en ingegaan op de strijdigheden die ontstaan met het omgevingsplan. Bestemmingsplan Vogelwijk Op basis van de geldende planologische regeling, het omgevingsplan van rechtswege van de gemeente Den Haag waarvan het bestemmingsplan 'Vogelwijk' onderdeel uitmaakt, geldt ter plaatse van het projectgebied de bestemming Maatschappelijk - Gezondheidszorg (zie figuur 2.1.6). Binnen deze bestemming is uitsluitend een ziekenhuis toegestaan.
Figuur 2.1.6 - Projectgebied wit omlijnd in het omgevingsplan gemeente Den Haag, bestemmingsplan 'Vogelwijk'
14/35
Verordening Er zijn geen specifieke regels uit verordeningen die deel uitmaken van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan van de gemeente Den Haag die relevant zijn voor de beoogde ontwikkeling. Bruidsschat Op grond van artikel 22.1 sub c van de Omgevingswet maken de regels als bedoeld in artikel 22.2 Omgevingswet ook onderdeel uit van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Het gaat hier om de zogenoemde Bruidsschat. Daarbij gaat het om een set regels die voorheen op rijksniveau werden gesteld. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet en gedurende de overgangsfase hebben gemeenten de tijd om deze regels op te nemen in het Omgevingsplan. Om te voorkomen dat bepaalde onderwerpen bij inwerkingtreding van de Omgevingswet nog ongeregeld zijn, zijn deze regels opgenomen in de Bruidsschat, die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 van rechtswege is ontstaan en als zodanig onderdeel uitmaken van het tijdelijke deel van het omgevingsplan.
2.2
Toekomstige situatie
Deze motivering voorziet in het mogelijk maken van maximaal 80 opvangplekken voor daklozen gedurende de winterperiode van 1 november 2024 tot uiterlijk 1 mei 2025. De voorziening is gedurende deze periode 24 uur per dag en 7 dagen in de week open. In de voorziening zijn zowel 1 als 2 persoonskamers aanwezig. De mannen en de vrouwen worden gescheiden opgevangen en de beoogde doelgroep is 18+. Er is 24 uurs aanwezigheid van 3 tot 4 beveiligers en dagelijks zijn er 5 tot 6 begeleiders aanwezig. Er worden strikte voorwaarden en huisregels gehanteerd. Zo moeten de daklozen bijvoorbeeld uiterlijk om 10 uur 's-avonds binnen zijn. De voorziening wordt ondersteund door maatschappelijke partners, waaronder de Zorgspartners, het Haags Straatteam (onderdeel van het daklozenloket) en de Haagse Wijk- en Woonzorg (deze zijn wisselend aanwezig, gemiddeld dagelijks 3 mensen). Eerste twee bouwlagen De opvangplekken zijn reeds gerealiseerd in de eerste twee bouwlagen (begane grond en 1e verdieping) van gebouw E2 (zie figuur 1.2.2) van het voormalige HagaZiekenhuis. Ten behoeve van de opvang vinden nog enkele interne werkzaamheden plaats welke niet in strijd zijn met het omgevingsplan. Deze werkzaamheden worden met behulp van een bouwtechnische activiteit aangevraagd. Omschrijving activiteit De permanente winteropvang (PWO) biedt mensen een 24 uur per dag verblijf, tussen 1 november en 1 mei.
Dit betekent dat mensen er zowel overdag als in de nacht (kunnen) verblijven. De duur van het verblijf verschilt per persoon. Sommige mensen verblijven er enkele dagen, anderen 3 maanden. Er is een digitaal registratiesysteem, zodat dagelijks de aanwezigheid wordt bijgehouden.
15/35
Doelgroep In de PWO worden dakloze Haagse burgers boven de 18 jaar opgevangen en wordt er gedurende de periode gewerkt aan herstel. Het is een doorstroomvoorziening. Concreet betekent dit dat samenwerkende partners in het pand aanwezig zijn en met elkaar samenwerken om deze mensen door te laten stromen naar een duurzame woonoplossing. Partijen ISA doet de beveiliging en zorg voor de veiligheid in en om het gebouw. Het Leger des Heils doet de woonbegeleiding. Collega's van het daklozenloket (Straatteam) zijn aanwezig om het perspectief met de mensen te bekijken en ze toe te leiden naar een structurele oplossing. Er worden dagactiviteiten georganiseerd. Er worden dagelijks activiteiten (schoonmaak, opruimen, helpen in de kledingwinkel etc) georganiseerd waar mensen een zakcentje mee kunnen verdienen. Overleg en regels Wekelijks is er overleg met politie, Leger des Heils, Beveiliging, Stadsdeel, Veiligheid, Straatteam, Stad & Bestuur en Communicatie om de signalen uit de wijk te bespreken en waar mogelijk direct aanpassingen in de manier van organiseren te doen. Zo zijn camera's opgehangen, doet de beveiliging met meerdere keren per dag een rondje rondom de locatie. In de Fahrenheit straat zijn extra bikers van de handhavingsorganisatie ingezet. Ook hebben we extra beveiliging in de vorm van de Haags Host ingezet in de wijk en winkelstraat.
In het GGD rapport kun je lezen hoe dat hand in had gaat met de ondernemers, handhaving en politie. Daarnaast gelden er naast huisregels binnen, ook huisregels buiten. Hierop wordt strikt gehandhaafd en zo nodig wordt mensen op basis van hun gedrag de toegang ontzegd. Bereikbaarheid Er is een algemeen nummer en mail adres beschikbaar waar mensen overlast kunnen melden. Ook is er nauw contact met een afgevaardigde van het wijkteam en de eigenaar van de AH om zo snel in te kunnen spelen op signalen.
2.3
Juridische activiteiten
Een project bestaat uit juridische activiteiten. De juridische activiteiten zijn onder te verdelen in drie categorieën: I. activiteiten die niet in strijd zijn met het omgevingsplan; II. activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan, omgevingsplanactiviteiten waarvoor de aanvraag voor de BOPA wordt ingediend; III. activiteiten die niet in het omgevingsplan worden geregeld en geen omgevingsplanactiviteit zijn (voorbeeld: de natura 2000-activiteit of de technische bouwactiviteit). De juridische activiteit die mogelijk gemaakt wordt met deze motivering is uitsluitend het opvangen van groepen mensen in een gebouw. Deze activiteit betreft een activiteit die in strijd is met het omgevingsplan en valt onder categorie II. Dit is de enige activiteit die vergund dient te worden met deze motivering.
2.4
Milieueffectrapportage
De ontwikkeling heeft geen betrekking op een van de activiteiten die in bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn aangewezen als m.e.r.-plichtig/m.e.r.-beoordelingsplichtig.
16/35
Hoofdstuk 3
Participatie
De voorgenomen ontwikkeling ziet toe op een functiewijziging anders dan wonen van meer dan 1.000 m² bruto vloeroppervlak. Dergelijke ontwikkelingen zijn in de gemeente Den Haag verplicht gesteld voor participatie. Dit is opgenomen in de lijst met gevallen waarvoor verplichte participatie en bindend advies geldt. Informatiebijeenkomsten In het kader van de tijdelijke invulling van alle gebouwen die behoren tot het voormalige HagaZiekenhuis, hebben in de afgelopen periode drie informatiebijeenkomsten plaatsgevonden. Tijdens deze bijeenkomsten is ook aan bod gekomen dat gebouw E2 weer in gebruik genomen zal worden voor de opvang van daklozen gedurende de winterperiode. De omwonenden zijn in de gelegenheid gesteld hun reactie te geven op dit voornemen. Het al dan niet komen van deze toekomstige functie heeft tijdens de bijeenkomsten niet ter discussie gestaan omdat de omwonenden geen invloed kunnen uitoefenen op dit voornemen. Ondanks deze beperking hebben de geuite bedenkingen en zienswijzen die tijdens de informatiebijeenkomsten naar voren zijn gebracht, ertoe geleid dat de verplaatsing van de primaire entree geen onderdeel uitmaakt van voorliggende motivering. Er waren diverse reacties die twijfel uitdrukten over de verplaatsing van de entree naar de Fahrenheitlaan.
Het oorspronkelijke doel van de verplaatsing was om mogelijke overlast van rokende, pratende en rondhangende daklozen op het afgezette voorterrein te verminderen door de entree te verplaatsen naar de Fahrenheitstraat. Uit de reacties van omwonenden blijkt dat de verplaatsing van de entree mogelijk conflicten kan veroorzaken met de speelplaats in het Rodekruisplantsoen. Daarom ziet de aanvrager in elk geval voor onderhavige aanvraag zonder gerichte participatie, af van de verplaatsing van de entree. Bij de realisatie van het project zullen waar mogelijk omwonenden geconsulteerd worden, dan kan bijvoorbeeld meegedacht worden over de inrichting/aankleding van het voorterrein. In Bijlage 1 is de handout opgenomen die naar omwonenden is gezonden. In Bijlage 2 is in een memo toelichting gegeven op het participatieproces en de behaalde resultaten. Structureel overleg met afvaardiging van bewoners en ondernemers in Bomen & Bloemenbuurt en Vogelwijk In de afgelopen jaren heeft er iedere maand tijdens openstelling van de PWO een overleg plaatsgevonden met vertegenwoordigers van de bewonersorganisaties en de ondernemersvereniging. Dit is terug te zien in de bijgevoegde evaluaties door de GGD van de PWO (bijlagen 3 en 4). Dit overleg wordt sterk gewaardeerd door de deelnemers.
Op het overleg worden signalen gedeeld, voortgang besproken en waar nodig aanpassingen gedaan op het gebied van leefbaarheid en veiligheid. Tijdens de feestdagen in 2023 – 2024 hebben deze aanpassingen geleid tot de inzet van Haagse Hosts, naar de nadrukkelijke wens van de ondernemers. Deze inzet zal in het komend seizoen worden voortgezet vanaf de opening op 1 november. Een andere wens vanuit dit overleg is om het aantal op te vangen mensen in de PWO te verlagen van 120 naar 80 opvangplekken, dat overeenkomt met het advies van de driehoek. Deze “afschaling” is overgenomen in de realisatie van de PWO 2024 -2025.
17/35
Op 14 augustus heeft het laatste overleg met deze partijen plaatsgevonden waarbij aandacht is gevraagd voor de aanvraag van de omgevingsvergunning. Partijen hebben hierbij aangegeven geen bezwaar te zien tegen de omgevingsvergunning mits de toegezegde maatregelen gehandhaafd blijven. Werkgroep Leefbaarheid & Veiligheid. In het kader van de Tijdelijke Invulling voormalig Haga-complex zijn in de eerste week van juli 2024 twee werkgroepen opgericht, waarvan een met het thema Leefbaarheid en Veiligheid. Bewoners van de Bloemen-, Bomenbuurt en Vogelwijk zijn uitgenodigd deel te nemen aan deze werkgroepen door middel van een huis-aan-huis verspreide bewonersbrief vanuit de gemeente Den Haag (zie bijlage 5). Voor de eerste bijeenkomst van de werkgroep op woensdag 3 juli hadden zich circa 42 bewoners aangemeld. Op de bijeenkomst zijn meerdere signalen verzameld over zorgen met betrekking tot leefbaarheid en veiligheid (zie bijlage 6). Na de zomer zijn de mensen die zich in juli hebben aangemeld voor deze werkgroep nogmaals uitgenodigd voor een bijeenkomst van de werkgroep op 12 september jl. In de uitnodiging is nadrukkelijk vermeld dat deze bijeenkomst in het teken staat van de leefbaarheid & veiligheid met betrekking tot de PWO in het kader van de omgevingsvergunning (zie bijlage 7).
Op de bijeenkomst zijn diverse materialen verstrekt om de deelnemers inzicht te geven in de plannen voor de PWO en de te nemen maatregelen. (zie bijlagen 8, 9 en 10). Op de bijeenkomst zijn diverse meningen, zorgen en ideeën verzameld (zie bijlage 11). Op alle ingeleverde zienswijzen heeft een beantwoording plaatsgevonden en deze worden in de week van 16 september teruggekoppeld aan de deelnemers. In de beantwoording (zie bijlage 12) is te zien dat een aantal suggesties van omwonenden nader worden onderzocht danwel zijn overgenomen.
18/35
Hoofdstuk 4
Beleidskader
4.1
Rijk
4.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
Met de NOVI wordt richting gegeven aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende 30 jaar ingrijpend zullen veranderen. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toetsing De NOVI is van een dusdanig schaal- en abstractieniveau, dat er geen specifieke uitspraken uit volgen die voor deze aanvraag relevant zijn. Gelet op de strekking, de omvang en de tijdelijke aard van de beoogde activiteit, staat deze de ambities uit de NOVI niet in de weg. 4.1.2
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)
Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is één van de vier AMvB’s die invulling geven aan de Omgevingswet. Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat instructieregels en is één van de beoordelingskaders waaraan de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de BOPA wordt getoetst. Met behulp van de digitale voorziening 'Regels op de kaart' (Omgevingsloket) is voor het projectgebied bepaald of er gebiedsgerichte instructieregels uit het Bkl voor dit project relevant zijn.
19/35
Voor dit project zijn er geen relevante gebiedsgerichte instructieregels. Voor zover thematische instructieregels uit het Bkl van belang zijn voor dit project, vindt een afweging van deze instructieregel plaats in hoofdstuk 4 van deze motivering. De overige instructieregels uit het Bkl zijn niet relevant voor dit project, omdat deze ofwel het schaalniveau overstijgen ofwel op een voor dit project onbelangrijk thema betrekking hebben.
4.2
Provincie
Omgevingsvisie Zuid-Holland (in werking per 1 april 2023) Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Toekomstige beleidsvernieuwing biedt kansen voor verbeteringen in Zuid-Holland. De volgende beleidskeuzes zijn voor de ontwikkeling relevant: Ruimtelijke kwaliteit De provincie stuurt op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, als onderdeel van de kwaliteit van de leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit is het evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning op een positieve manier bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. Ruimtelijke kwaliteit begint met het kiezen van de juiste plek voor nieuwe ontwikkelingen. Wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningcorporaties, in voldoende en passende woningen op de juiste plekken voor de verschillende doelgroepen, waaronder bijzondere doelgroepen en de doelgroepen van woningcorporaties. Groenblauwe stedelijke structuur De groenblauwe stedelijke structuur is een samenhangend stelsel van verschillende groenblauwe ruimtes en routes in en rondom het stedelijk gebied.
Van een fijnmazig netwerk van groenblauwe plekken binnen het bebouwd gebied, via meer grofmazige robuuste groenblauwe routes die steden en stad en land met elkaar verbinden, tot aan de grote groenblauwe gebieden buiten het bebouwd gebied. De provincie zet in op een groenblauwe stedelijke structuur waarin voldoende groen en water aanwezig zijn om de leefbaarheid, gezondheid en natuurwaarden te behouden en versterken, ook in tijden van extreme wateroverlast en extreme droogte en hitte. Er ligt een opgave om deze integrale structuur te behouden en waar nodig te versterken. In het verlengde hiervan wil de provincie de biodiversiteit in het stedelijk gebied duurzaam te behouden en te versterken. Toetsing De ontwikkeling voorziet in de maatschappelijke opvang van daklozen gedurende de winterperiode in bestaande bebouwing die reeds gereed gemaakt is voor de opvang van de doelgroep. Met de winteropvang krijgen daklozen de mogelijkheid om binnen te slapen gedurende de wintermaanden. Dit draagt voor deze doelgroep bij aan een goede leefomgevingskwaliteit zoals de omgevingsvisie van Zuid-Holland voor ogen heeft.
20/35
Het projectgebied is in de omgevingsvisie aangewezen als groenblauwe stedelijke structuur. Voor de gebieden die als zodanig zijn aangewezen geldt dat de daar aanwezige groenblauwe structuur behouden dient te blijven. Omdat de beoogde gebruiksactiviteit voorzien is in de bestaande bebouwing van het voormalig HagaZiekenhuis, blijft de bestaande groenblauwe stedelijke structuur behouden.
4.3
Gemeente Den Haag
4.3.1
Omgevingsvisie Den Haag 2050
De omgevingsvisie is een langetermijnvisie waarin de gemeente aangeeft wat de kwaliteiten zijn van de fysieke leefomgeving en op welke wijze deze kwaliteiten ontwikkeld of beschermd moeten worden in het licht van trends en ontwikkelingen die op de stad afkomen. De omgevingsvisie van de gemeente Den Haag is nog in ontwikkeling. Als eerste stap is een ambitiedocument opgesteld dat in oktober 2021 door het college vastgesteld is waarmee de basis gelegd is voor de inhoud. In het ambitiedocument zijn zes integrale ambities voor de toekomst benoemd. Deze ambities geven richting aan de verdere inhoudelijke uitwerking van de omgevingsvisie: Een rechtvaardig en inclusief Den Haag Een betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad in Den Haag Een klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief Den Haag Een economisch vitaal Den Haag Een gezond en veilig Den Haag Een duurzaam bereikbaar Den Haag Toetsing De omgevingsvisie vormt dus nog geen formeel toetsingskaders voor ontwikkelingen in Den Haag. Echter kan wel beschreven worden hoe de voorgenomen ontwikkeling bijdraagt aan de ambities die voor de omgevingsvisie gesteld zijn. De voorgenomen ontwikkeling draagt het meest bij aan de gestelde ambitie op het gebied van een gezond en veilig Den Haag.
Door daklozen een veilige en warme plek te bieden om te overnachten in koude wintermaanden, wordt het aantal mensen dat op straat verminderd. Dit draagt bij aan een schonere en opgeruimdere openbare ruimte, wat de algehele leefbaarheid in de gemeente verbeterd. Daarnaast zorgt een opvang ervoor dat de leefomgeving ‘s nachts rustiger en veiliger is voor alle inwoners. Dit kan helpen om overlast en criminaliteit binnen de gemeente te verminderen wat van positieve invloed is op de fysieke en sociale leefomgeving. Daarnaast hebben de daklozen in de opvang toegang tot basisvoorzieningen en ondersteuning en begeleiding. Dit zorgt ervoor dat zij hun persoonlijke hygiëne beter kunnen onderhouden en dat zij stappen kunnen zetten richting herstel en re-integratie. Dit draagt bij aan een stabielere en gezondere gemeenschap. Al met al helpt een opvang voor daklozen om een schonere, veiligere, en gezondere leefomgeving te creëren, wat de leefbaarheid en het welzijn van de gehele gemeenschap bevordert.
21/35
22/35
Hoofdstuk 5 5.1
Beoordelingsregels
Inleiding
Voor het beoordelen van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de BOPA gelden beoordelingsregels. De beoordelingsregels hebben betrekking op: De evenwichtige toedeling van functies aan locaties Instructieregels van Rijk en provincie Instructies van Rijk en provincie Voorbeschermingsregels Projectbesluiten Gestelde maatwerkregels Voor de ontwikkeling zijn de volgende instructieregels relevant, die vervolgens in de genoemde paragrafen van deze motivering verder getoetst worden: Instructieregels Bkl Afdelingen en paragrafen Bkl
Paragraaf en omgevingsaspect/thema in deze motivering
Voldoet aan instructieregel? (ja/nee)
§ 5.1.2 Waarborgen van de veiligheid
5.2 Waarborgen van de veiligheid
Ja
§ 5.1.3 Beschermen van de waterbelangen
5.3 Beschermen van de waterbelangen
Ja
§ 5.1.4 Beschermen van de gezondheid en het milieu
5.4 Kwaliteit van de buitenlucht 5.5 Geluid door activiteiten 5.6 Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen 5.7 Bodemkwaliteit
Ja
Afdeling 5.1
§ 5.1.5 Beschermen van 5.8 Beschermen van landschappelijke of landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed stedenbouwkundige waarden 5.9 Ladder voor duurzame verstedelijking en cultureel erfgoed
Ja
Voor deze ontwikkeling zijn de volgende instructieregels uit de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening TAM-IMRO (in werking per 15 juni 2024) relevant: Instructieregels Omgevingsverordening § 7.3.8 Stedelijke ontwikkelingen
23/35
5.9 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.10 Mobiliteit en parkeren
Ja
5.2
Waarborgen van de veiligheid
Toetsingskader Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat in paragraaf 5.1.2. instructieregels voor het waarborgen van de veiligheid. Bij het toelaten van een activiteit spelen vaak veiligheidsrisico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Ook zal moeten worden gemotiveerd hoe voor risico's van branden, rampen en crises rekening gehouden met het belang van: a. het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan; b. de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en c. de geneeskundige hulpverlening. Toetsing De beoogde ontwikkeling maakt het tijdelijk bieden van onderdak aan daklozen gedurende de winterperiode mogelijk. Dit soort opvang wordt gekwalificeerd als een logiesfunctie c.q. kwetsbaar gebouw en daarom zijn de paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 uit het Bkl van toepassing op deze ontwikkeling. Uit de kaart met betrekking tot externe veiligheid van Atlas Leefomgeving (zie figuur 5.2.1) blijkt dat er in de directe omgeving van het projectgebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. Tevens vindt er in de directe omgeving geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over het spoor, het water of door buisleidingen dat van invloed is op de externe veiligheidssituatie in het projectgebied.
Figuur 5.2.1 – Uitsnede atlasleefomgeving kaarten veiligheid (Bron: Atlasleefomgeving.nl) Conclusie Er zijn geen externe veiligheidsrisico's nabij het projectgebied gelegen. Het initiatief voldoet aan de geldende instructieregels omtrent het waarborgen van veiligheid.
24/35
5.3
Beschermen van de waterbelangen
Toetsing Bij de vaststelling van het omgevingsplan moet de gemeente rekening houden met de weging van het waterbelang. Dit komt erop neer dat in een vroeg stadium de opvattingen van de waterbeheerder moeten worden betrokken. Dit volgt uit artikel 5.37 van het Bkl. Deze instructieregel is van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning voor een BOPA via artikel 8.0b Bkl. Een BOPA moet ook worden getoetst aan de instructieregels uit de waterschapsverordening en de provinciale omgevingsverordening. De waterbeheerder voor deze locatie is Hoogheemraadschap van Delfland. De gemeente of initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het opstellen van de uitwerking, mogelijke effecten en de te nemen maatregelen om aan te tonen dat wordt voldaan aan de normen. De gemeente kan strengere normen opnemen in het omgevingsplan. Dit is altijd maatwerk en gebiedsafhankelijk. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling is niet gelegen in een aandachtsgebied of beschermingszone gerelateerd aan waterbelangen. De ontwikkeling betreft slechts een functiewijziging waarbij opvang voor daklozen gedurende de winterperiode wordt mogelijk gemaakt in bestaande bebouwing. Het verhard oppervlak blijft dan ook gelijk. Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.
5.4
Kwaliteit van de buitenlucht
Toetsingskader Als een BOPA betrekking heeft op een activiteit die leidt tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van luchtverontreinigende stoffen, kan deze alleen worden verleend als de omgevingswaarden voor deze stoffen in acht worden genomen (artikel 5.51 lid 4 Bkl). Dit wil zeggen dat deze omgevingswaarden niet mogen worden overschreden. De kans op overschrijding is met name aanwezig als een activiteit in of nabij een aandachtsgebied plaatsvindt. In aandachtsgebieden (aangewezen in artikel 5.51, lid 2, van het Bkl) bestaat een reële kans op (een dreigende) overschrijding van een omgevingswaarde. Onderzoek zal moeten uitwijzen of de activiteiten die zorgen voor een toename van de verkeersintensiteit op wegen, vaarwegen of spoorwegen en milieubelastende activiteiten daadwerkelijk leidt tot een overschrijding van de omgevingswaarden. Onderzoek is niet nodig als de activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit is het geval als activiteiten leiden tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel stikstofdioxide als PM10 van 1,2 µg/m³ of minder. Daarnaast zijn in artikel 5.54 Bkl standaardactiviteiten genoemd die niet in betekenende mate bijdragen.
Als een activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, dan is het omgevingsaspect luchtkwaliteit geen belemmering.
25/35
Toetsing Het projectgebied bevindt zich in artikel 5.51 (van het Bkl) vermeldde aandachtsgebieden voor stikstofdioxide en fijnstof; aandachtsgebied voor NO2 en PM10 Den Haag/Leiden. In de beoogde situatie worden opvangplekken voor daklozen mogelijk gemaakt. De opvangplekken hebben een tijdelijke woonfunctie. Het initiatief valt daarom onder de standaardgevallen niet in betekenende mate luchtkwaliteit, zoals vermeld in Artikel 5.54 van het Bkl. Naast een beoordeling van de bijdrage aan de luchtkwaliteit door de activiteit zelf is het ook nodig om te beoordelen of de nieuwe functie aan de betreffende locatie kan worden toegewezen gelet op de achtergrondconcentratie van luchtverontreinigende stoffen. Dit kan worden beoordeeld met behulp van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Uit de kaart blijkt dat in 2022 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof in de plangebieden ruimschoots onder de omgevingswaarden (genoemd in Artikel 22.3 van het Bkl) lagen. De luchtkwaliteit ter plaatse is aanvaardbaar. Er wordt voldaan aan de geldende instructieregels. Conclusie De kwaliteit van de buitenlucht vormt geen belemmering voor de voorgenomen functiewijziging.
5.5
Geluid door activiteiten
Toetsingskader In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu dient rekening te worden gehouden met geluid. De instructieregels voor het geluid door activiteiten zijn opgenomen in paragraaf 5.1.4.2 van het Bkl. Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw bij een activiteit maar ook bij het toelaten van een geluid veroorzakende activiteit bij een geluidgevoelig gebouw wordt het geluid beoordeeld. De instructieregels uit het Bkl bevatten waarden, eisen en mogelijkheden voor het beoordelen van geluid. Toetsing De ontwikkeling voorziet niet in het toelaten van een geluid veroorzakende activiteit. Er zijn ook geen geluid veroorzakende activiteiten in de nabije omgeving aanwezig die de toekomstige functie (een logiesfunctie voor maximaal 6 maanden) belemmeren. Conclusie Het geluid door activiteiten staat de voorgenomen functiewijziging niet in de weg.
5.6
Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen
Toetsingskader In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu dient rekening te worden gehouden met geluid. De instructieregels voor het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen zijn opgenomen in paragraaf 5.1.4.2a van het Bkl. Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied van wegen, spoorwegen en/of industrieterreinen wordt het geluid beoordeeld. De instructieregels in het Bkl bevatten waarden en eisen voor het beoordelen van geluid.
26/35
Toetsing Een opvanglocatie voor daklozen gedurende de winterperiode wordt onder de Omgevingswet gezien als een gebouw met een logiesfunctie. Het gebouw is bedoeld voor het bieden van tijdelijk onderdak aan personen voor een periode van niet meer dan zes maanden. Dit soort gebouwen zijn niet-geluidgevoelig en daarom is een toetsing aan het geluid van omliggende (spoor)wegen of industrieterreinen niet noodzakelijk. Conclusie Het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen staat de voorgenomen functiewijziging niet in de weg.
5.7
Bodemkwaliteit
Toetsingskader In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu dient rekening te worden gehouden met de bodemkwaliteit. De instructieregels voor bodemkwaliteit zijn opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 van het Bkl. Voor een nieuwe ontwikkeling geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit, waarbij wordt getoetst aan de geldende grenswaarden. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in een nieuwe ontwikkeling, het betreft uitsluitend een functiewijziging waarbij de tijdelijke opvang voor daklozen in één winter (1 november 2024 tot uiterlijk 1 mei 2025) wordt mogelijk gemaakt. Een bodemonderzoek is voor een dergelijke functie niet vereist. Conclusie De bodemkwaliteit staat de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg.
5.8 Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed Toetsingskader De instructieregels voor het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed zijn opgenomen in paragraaf 5.1.5 van het Bkl. Landschappelijke of stedenbouwkundige waarden zijn een element van omgevingskwaliteit. Hieronder vallen onder andere het behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten zoals het behoud van de vrije horizon vanaf de gemiddelde hoogwaterlijn met de blik op zee. Ook het cultureel en natuurlijk UNESCO-werelderfgoed, kenmerkende stads- en dorpsgezichten, rijksmonumenten en cultuurhistorische waarden in of op de zeebodem vallen hier onder. Daarnaast moet in het omgevingsplan rekening worden gehouden met cultureel erfgoed. Daar vallen ook cultuurlandschappen onder, zoals historische verkavelingsstructuren met houtsingels of landgoederen. Onder cultureel erfgoed vallen ook archeologische monumenten, gebouwde en aangelegde monumenten. Het gaat hierbij om cultureel erfgoed dat deel uitmaakt van of anderszins relevant is voor de fysieke leefomgeving. Bij verlening van een omgevingsvergunning voor een BOPA dient rekening gehouden te worden met het belang van het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed.
27/35
Toetsing Het gebied (en met name het gebouw) is van bijzondere landschappelijke en stedenbouwkundige waarde, namelijk gelegen in het plangebied van 'Basisplan wederopbouw Sportlaan - Zorgvliet' van architect en stedenbouwkundige W.M. Dudok. Dit plan zorgde voor stedenbouwkundig herstel van de tankgracht aangebracht door de Duitse bezetter tijdens de tweede wereldoorlog. Het gebied is uitgeroepen tot ecologische verbindingszone en groengebieden langs de Haagse beek. Cultuurhistorische waarden Het voormalige Haga Ziekenhuis aan de Sportlaan is zelf geen beschermd monument. Het gebouw betreft een uitzondering binnen de positionering van bouwkundige volumes in het stedenbouwkundige plan en vormt een verbindende schakel tussen de bomenbuurt en vogelbuurt. Het maakt wel onderdeel uit van het gemeentelijk beschermd stadsgezicht 'Sportlaan - Segbroeklaan en omgeving'. Daarom is in de geldende planologische regeling opgenomen dat de naar de openbare ruimte gerichte gevelindeling gehandhaafd dient te blijven. De ontwikkeling betreft slechts een tijdelijke functiewijziging waarbij opvang voor daklozen gedurende de winterperiode wordt mogelijk gemaakt in bestaande bebouwing. Gezien er geen ingrepen in de fysieke leefomgeving plaatsvinden blijven de aanwezige landschappelijke , stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden gelijk.
Conclusie De landschappelijke en stedenbouwkundige waarden zijn niet in het geding. Het aspect vormt geen belemmering voor de voorgenomen functiewijziging.
5.9
Ladder voor duurzame verstedelijking
Toetsingskader De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand welke is opgenomen in paragraaf 5.1.5.4 van het Bkl. Artikel 5.129g regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Dit is ook benoemd in artikel 7.45 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Artikel 8.0b Bkl bepaalt dat deze instructieregel ook geldt voor een BOPA. Bij een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is, wordt rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling, en als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Voor wonen is de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling.
Bij andere stedelijke functies is de ondergrens 'in beginsel' 500 m2.
28/35
De grens van het stedelijk gebied wordt bepaald door de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het omgevingsplan en de aard van de omgeving. Toetsing en conclusie De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing als de ontwikkeling voldoende substantieel is. Gezien geen uitbreidingen van bouwkundige volumes worden voorzien en de tijdelijkheid van de PWO is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is voor de beoogde ontwikkeling niet van toepassing.
5.10 Mobiliteit en parkeren Toetsingskader Het Bkl bevat geen instructieregels met betrekking tot mobiliteit en parkeren. Echter, bij het toelaten van een nieuwe ontwikkeling zal met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aangetoond moeten worden wat het effect is op de bereikbaarheid, verkeersafwikkeling en parkeerdruk. Ook wordt in beeld gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto's, fietsen (en scooters). Deze informatie is ook nodig in verband met het in beeld brengen van de gevolgen voor het geluid door wegen (5.6), luchtkwaliteit (5.4) en de emissie van stikstof (5.11). Volgens de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening ligt het projectgebied binnen de grenzen van stationsomgevingen. Artikel 7.45e stelt voor deze gebieden een parkeernorm van 0,7 autoparkeerplaats per nieuwbouwwoning vast, waarvan onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken. Toetsing De projectlocatie bevindt zich binnen de grenzen van stationsomgevingen. Conform artikel 7.45e van de Zuid-Hollandse omgevingsverordening geldt hier een parkeernorm van 0,7 autoparkeerplaats per gerealiseerde woning. De voorgenomen ontwikkeling omvat echter geen nieuwe woningen en valt daarom niet onder deze instructieregel. De geplande ontwikkeling betreft een opvang voor daklozen.
Deze doelgroep bezit doorgaans geen auto's, waardoor de ontwikkeling uitsluitend verkeer aantrekt vanuit het personeel dat op de locatie aanwezig zal zijn. Gezien het feit dat de locatie voorheen dienstdeed als ziekenhuis, waar doorgaans een aanzienlijk hoger verkeersvolume door patiënten, bezoekers en personeel werd gegenereerd, zal de verkeersaantrekkende werking van de tijdelijke opvang aanzienlijk lager zijn. Dit verschil resulteert al sinds het vertrek van de ziekenhuisfunctie in een significante ontlasting van het omliggende wegennetwerk, wat bijdraagt aan een verbeterde verkeerssituatie rondom de projectlocatie. De locatie is goed bereikbaar voor personeel dat met de auto of fiets komt, en het voormalige ziekenhuis beschikt over voldoende parkeergelegenheid. Daarnaast is de dichtstbijzijnde bushalte, 'Eksterlaan, Den Haag', praktisch naast de projectlocatie gelegen. Vanuit deze halte vertrekken er elk kwartier bussen richting Den Haag Kijkduin en Station DH Mariahoeve, waardoor ook het openbaar vervoer een efficiënte optie is voor het personeel. Conclusie Mobiliteit en parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde functiewijziging.
29/35
5.11 Ecologie: soortenbescherming en gebiedsbescherming Toetsingskader Het Bkl bevat geen instructieregels met betrekking tot ecologie. Echter, bij het toelaten van een nieuwe ontwikkeling zal met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aangetoond moeten worden wat het effect is op flora en fauna en natuurgebieden (zoals Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland, houtopstanden). Dit vergt doorgaans onderzoek, zoals een quickscan ecologie en een stikstofberekening. Het toelaten van een nieuwe ontwikkeling kan immers hinder en schade opleveren voor de natuur. Een voorbeeld is een woningbouwontwikkeling. Deze kan tot gevolg hebben dat planten en dieren op de ontwikkellocatie verdwijnen, bijvoorbeeld door het bouwen van woningen, aanleggen van verharding, het rooien van bomen en het dempen van sloten. De bouw en het gebruik van de woningen kunnen ook gevolgen hebben voor een Natura 2000- of ander natuurgebied. Denk hierbij aan de depositie van stikstof in een Natura 2000-gebied vanwege de bouwfase maar ook aan andere gevolgen, bijvoorbeeld door geluid en licht die door de nieuwe ontwikkeling worden veroorzaakt. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een BOPA voor het toelaten van een nieuwe ontwikkeling is ecologie van belang in verband met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Naast een omgevingsvergunning voor de BOPA kan een omgevingsvergunning nodig zijn voor een flora- en fauna-activiteit en/of een Natura 2000-activiteit. Toetsing Soortenbescherming Een quickscan soortenbescherming is niet noodzakelijk voor de geplande ontwikkeling omdat er geen bouw- of sloopwerkzaamheden benodigd zijn en geen beplanting wordt verwijderd om de voorgenomen functiewijziging mogelijk te maken. Daardoor is er geen risico op het verstoren of vernietigen van leefgebieden van beschermde soorten. Zonder fysieke ingrepen blijft de huidige ecologische situatie onaangetast. Gebiedsbescherming Een stikstofonderzoek is niet noodzakelijk voor de voorgenomen ontwikkeling van een functiewijziging van ziekenhuis naar opvang voor daklozen omdat er geen bouw- of sloopwerkzaamheden nodig zijn. Hierdoor wordt er geen extra stikstofuitstoot veroorzaakt door zware machines, voertuigen of andere bouw gerelateerde activiteiten die normaal gesproken bijdragen aan verhoogde stikstofdepositie. De interne werkzaamheden die benodigd zijn, zijn niet in strijd met het omgevingsplan. Deze werkzaamheden worden in een apart traject aangevraagd. Het toekomstige gebruik als opvang genereert bovendien aanzienlijk minder verkeersbewegingen in vergelijking met de voormalige ziekenhuisfunctie.
Een ziekenhuis trekt doorgaans een groot aantal patiënten, bezoekers en personeel, wat resulteert in frequent verkeer en hogere stikstofuitstoot. De opvang zal daarentegen voornamelijk verkeer van een beperkt aantal personeelsleden aantrekken, waardoor de algehele verkeersgerelateerde stikstofemissies zullen afnemen. Daarnaast is het aanleggen van nieuwe infrastructuur niet nodig. Dit betekent dat er geen extra bouwactiviteiten of aanpassingen nodig zijn die tot extra stikstofuitstoot zouden kunnen leiden.
30/35
De overgang van een intensief gebruikte stedelijke functie (ziekenhuis) naar een opvang, die minder intensieve dagelijkse activiteiten en verkeersbewegingen met zich meebrengt, resulteert in een lagere algehele milieubelasting. Dit draagt bij aan een vermindering van de stikstofdepositie in het gebied. Gezien deze factoren is het niet nodig een stikstofonderzoek uit te voeren. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen functiewijziging.
5.12 Ruimtelijke kwaliteit Toetsingskader Het toetsingskader voor ruimtelijke kwaliteit volgt uit de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Hieronder worden de artikelen waaraan voor dit onderwerp getoetst dient te worden opgesomd: Artikel 7.43a (borgen ruimtelijke kwaliteit) 1. Een omgevingsplan laat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling alleen toe als de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. In een omgevingsplan wordt voor het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit rekening gehouden met: a. de beschermingscategorie en het gebiedstype; b. het soort en de mate van ingrijpendheid van de ruimtelijke ontwikkeling: inpassen, aanpassen en transformeren; c. de relevante richtpunten genoemd in bijlage IX, onder A. Artikel 7.43c (randvoorwaarden soorten ruimtelijke ontwikkeling) 1. Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort inpassen als deze rekening houdt met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort aanpassen mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. 3.
Een omgevingsplan kan alleen voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van de soort transformeren als de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. Toetsing Het projectgebied is niet aangemerkt als bijzondere beschermingscategorie. Het wijzigen van de functie van een ziekenhuis naar een (tijdelijke) logiesfunctie, wordt beschouwd als 'inpassen'. De ontwikkeling voorziet niet in ruimtelijke ingrepen op de locatie. Conclusie De ruimtelijke kwaliteit wordt met de voorgenomen functiewijziging in stand gehouden.
31/35
32/35
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
In dit hoofdstuk wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling economisch niet evident onuitvoerbaar is. Dit houdt in dat: 1. de ruimtelijke ontwikkeling niet evident financieel onuitvoerbaar mag zijn en 2. als de ruimtelijke ontwikkeling kostenverhaalplichtige activiteiten omvat, het kostenverhaal verzekerd moet zijn.
6.1
Financiële uitvoerbaarheid
De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling ziet toe op het tijdelijk mogelijk maken van een opvang voor daklozen. De opvang zal uitsluitend in de winterperiode plaatsvinden van 1 november 2024 tot uiterlijk 1 mei 2025. De winteropvang wordt mogelijk gemaakt door de gemeente Den Haag. De gemeente is de initiatiefnemer en realiseert deze tijdelijke ontwikkeling voor eigen rekening en risico. De gemeente heeft middelen beschikbaar vanuit de begroting om de ontwikkeling te realiseren. Daarmee is aan de eerste vereiste voldaan.
6.2
Kostenverhaal
De voorgenomen ontwikkeling betreft uitsluitend het wijzigen van een functie in een gebouw waarin de toekomstige functie al eerder mogelijk was. Er is daarmee geen sprake van een kostenverhaalplichtige activiteit als bedoeld in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit.
33/35
34/35
Hoofdstuk 7
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
De beoogde ontwikkeling is getoetst aan het relevante beleidskader, de relevante instructieregels en aan andere onderwerpen die raken aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In hoofdstuk 4 en 5 zijn de toetsing aan het beleidskader en de relevante beoordelingsregels beschreven. Hieruit volgt dat de aangevraagde activiteit kan worden vergund met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
35/35
BIJLAGEN
Bijlage 1 Participatie hand-out
Tijdelijke invulling van het oude Haga-ziekenhuis ziekenhuis gekocht om hier nieuwe woningen te kunnen
3. Wat gaat er na de tijdelijke invulling van Haga gebeuren?
bouwen. Hier moeten plannen voor gemaakt worden en
In de komende periode wordt er een Nota van
dat kost tijd. Daarom wil de gemeente het pand laten
Uitgangspunten opgesteld. Daarin staan de belang-
verbouwen voor tijdelijke opvangplekken en woon-
rijkste punten en voorwaarden voor het bouwen van
ruimte voor verschillende groepen mensen. Ook komen
nieuwe woningen op deze plek. Het opstellen van deze
er in het gebouw diverse voorzieningen waar de buurt
nota gebeurt samen met de buurt. De opmerkingen
iets aan heeft. Denk aan een ontmoetingsplek, ruimte
en ideeën die bewoners op de eerdere plannen gaven,
voor nieuwe buurtinitiatieven of startups. De keuze
worden daarbij meegenomen. Dit proces en de vervolg-
wordt gemaakt in overleg met de buurt.
stappen kosten tijd. We zijn minimaal 5 jaar verder
De gemeente heeft in januari 2024 het oude Haga-
voordat er echt gebouwd kan gaan worden. We krijgen hier veel vragen over. De belangrijkste zetten we hieronder op een rij.
Na die tijd zal een groot deel van de huidige gebouwen waarschijnlijk worden gesloopt om nieuwe woningen
1. Wie komen er tijdelijk in het oude Hagaziekenhuis wonen?
te kunnen neerzetten. De gevels met cultuurhistorische
In totaal komen er rond de 750 mensen wonen:
te bouwen voor verschillende groepen bewoners.
waarde blijven staan. Het idee is om 300-400 woningen Een deel van de ruimte blijft gebruikt worden voor
• Asielzoekers (ongeveer 440)
buurtvoorzieningen.
• Dak- en thuisloze mensen (ongeveer 80) • Jongeren/starters (ongeveer 100) • Statushouders (ongeveer 40) • Dakloze gezinnen (ongeveer 50 gezinsleden) • Jonge zorguitstromers (ongeveer 30)
4. Waarom worden er zoveel groepen tijdelijke bewoners bij elkaar neergezet die om zorg en begeleiding vragen? En is er rekening gehouden met de kansen en risico's van de opvang van de verschillende groepen?
Deze mensen komen niet allemaal tegelijk. De eerste
Er zijn in het oude Haga-gebouw veel verschillende
bewoners verwachten we begin 2025. Op 1 juli 2025 zijn
ruimtes in bouwdelen die goed van elkaar te scheiden
alle tijdelijke bewoners naar het Haga verhuisd.
zijn. Daarom kunnen er gemakkelijk verschillende groepen mensen in ondergebracht worden. Voor veel
2. Waarom is er voor deze locatie gekozen?
nieuwe bewoners is deze tijdelijke huisvesting een
Het duurt nog minstens 5 jaar voordat er gebouwd
verbetering van hun huidige situatie. Een groot deel van
kan worden. Tot die tijd staat het gebouw leeg.
hen heeft geen zorg nodig, maar gaan naar school of
Tegelijkertijd is er een grote vraag naar opvangplekken
hun werk.
en tijdelijke huisvesting voor verschillende groepen mensen. Daarom wilde de gemeente het pand niet
Een aantal bewoners heeft meer begeleiding nodig.
zomaar leeg laten staan.
Daar wordt voor gezorgd. In de winteropvang voor dakloze mensen is bijvoorbeeld dag en nacht
240804 OCW A4 Hand-out_v3.indd 1
06-06-2024 14:39
begeleiding aanwezig. Dat geldt ook voor het woongedeelte
met ons deelt en met ons meedenkt of -doet. Bij binnenkomst
van de asielzoekers.
op de bijeenkomst van 11 juni heeft u een aanmeldformulier ontvangen waar u op kunt schrijven over welke thema’s u graag
Verschillende groepen bewoners die iets aan elkaar kunnen
mee zou willen denken, praten of organiseren. Voorbeelden
hebben, gaan we aan elkaar koppelen. Denk bijvoorbeeld aan
zijn: hoe kunnen we gemeenschappelijke ruimtes in en om het
contact tussen jonge statushouders en studenten en gezamen-
Haga inrichten, gezamenlijke activiteiten, en wat kunnen we
lijke activiteiten die daaruit kunnen ontstaan.
extra doen op het gebied van leefbaarheid. Als u uw contactgegevens invult, krijgt u nog voor de zomer een uitnodiging voor
5. Hoe nemen we de buurtbewoners mee? Is er inspraak?
een van de werkgroepen.
Het college van B&W van Den Haag heeft een voorstel gedaan
Wij waarderen uw inzet en deelname zeer! Heeft u geen
voor de tijdelijke invulling van het oude Haga-ziekenhuis aan
aanmeldformulier ontvangen of het formulier niet op de avond
de gemeenteraad. De gemeenteraad gaat daar op 20 juni of
zelf ingeleverd? Of heeft u andere vragen of opmerkingen? Mail
daarna (deze datum is nog niet zeker) over praten en besluiten.
ons dan: nieuweburen@denhaag.nl
Bewoners kunnen inspreken bij vergaderingen van de gemeenteraad. Bij de keuze voor opvangplekken van asielzoekers, Oekraïense
Tijdelijke invulling van het oude Hagaziekenhuis door de tijd heen
ontheemden en mensen die bijvoorbeeld dakloos zijn of uit een
• 2022: Haga start een participatietraject om
zorginstelling komen, is in Den Haag in principe geen inspraak
input uit de buurt op te halen voor de toekomst
mogelijk. Dit omdat er weinig beschikbare locaties zijn.
van het oude ziekenhuis • Januari 2024: gemeente Den Haag koopt Haga
Communicatie
om er uiteindelijk woningen te kunnen bouwen
Over de tijdelijke invulling van het oude Haga-ziekenhuis
• Juni 2024 (onder voorbehoud): de gemeenteraad
proberen we u zo goed en snel mogelijk te informeren.
besluit over de investeringen voor de verbou-
We hebben alle omwonenden en ondernemers in de buurt een
wing die nodig is om het gebouw en de ruimte
brief gestuurd, ruim een half jaar voordat de eerste bewoners
erom heen geschikt te maken voor de tijdelijke
er komen wonen. Ook hebben we huis-aan-huisbezoeken
invulling
afgelegd op de Sportlaan. Daarnaast is er overleg geweest met
• September 2024: start van de werkzaamheden
vertegenwoordigers van bewoners en ondernemers en hebben
• Najaar 2024: start van het participatietraject
we deze inloopavond georganiseerd.
voor de permanente invulling van het gebouw en terrein (het samen opstellen van een Nota
Samen met de buurt In de tweede helft van 2024 gaan we op verschillende manieren samenwerken met de buurt. Bijvoorbeeld door de nog leegstaande ruimtes in het programma samen met de buurt te gaan inrichten en benutten of door gezamenlijke activiteiten te gaan opzetten. Ook komt er een klankbordgroep van buurtbewoners en anderen om snel in te kunnen spelen op wat er in de buurt leeft en gebeurt en mooie initiatieven de ruimte te geven.
van Uitgangspunten) • 1 november 2024 (onder voorbehoud): opening winteropvang voor dakloze mensen • Januari 2025: eerste nieuwe (tijdelijke) bewoners komen in het Haga te wonen • Juli 2025: alle nieuwe bewoners wonen in het Haga • 2025: de Nota van Uitgangspunten voor de permanente invulling van Haga is klaar • Juli 2030: de tijdelijke bewoners vertrekken