RIS320060 Bijlage 13 Actualisatie Watertoets Zichten 2 3 en 7 Den Haag
Tekst van het document
Watertoets
Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag
projectnummer 0493485.100 definitief revisie 04 27 september 2024
www.anteagroup.nl
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 definitief revisie 04 27 september 2024
Auteur(s) Y. Adam M. Koops
Opdrachtgever Gemeente Den Haag (DSO) Potbus 12655 2500 DP Den Haag
Gecontroleerd A. Schuphof S. van den Driest-van der Kruijs
datum 27 september 2024
beschrijving Definitief
vrijgave H. Lindeboom
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Doel Leeswijzer
4 4 4
2.
Huidige situatie
5
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7
Locatie Maaiveld Bodemopbouw Grondwater Watersysteem Vuil- en hemelwater Waterveiligheid
5 5 6 9 10 12 12
3.
Wetgeving en beleid
13
3.1 3.2 3.3 3.4
Rijksoverheid Beleid provincie Zuid-Holland Hoogheemraadschap van Delfland Beleid en ambities gemeente Den Haag
13 14 14 16
4.
Overeengekomen uitgangspunten
19
5.
Toekomstige situatie
20
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12
Voorgenomen ontwikkeling Oppervlakteverdeling Wateropgave Klimaatadaptatie en invulling waterbergingsopgave Watersysteem Beheer Grondwater en ondergrond Vuil- en hemelwater Waterkwaliteit Waterveiligheid Juridische borging Conclusie / weging van het waterbelang
20 20 22 25 25 29 29 29 30 30 31 31
1.
Bijlage 1 Watersleutel
32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding Gemeente Den Haag, Staedion en Heijmans wensen te starten met de herstructurering van het gebied Dreven, Gaarden, Zichten in Den Haag Zuidwest. In De Zichten is een grote renovatie-, herstructurering- en verdichtingsoperatie gepland. Zichten 2, 3 en 7 is één van de eerste beoogde ontwikkelingen, gelegen in de wijk Bouwlust-Vrederust, in het zuiden van stadsdeel Den Haag Zuidwest. In het plangebied is een verdichtingsopgave gepland met extra woningen, enige extra bedrijfsruimte en een parkeergarage.
Figuur 1-1: Plangebied Zichten 2, 3 en 7 (bron: Gemeente Den Haag, 2024).
1.2
Doel Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerders (in dit geval het Hoogheemraadschap Delfland en de Gemeente Den Haag) in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt.
1.3
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie van de locatie beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft het vigerende beleid. In hoofdstuk 4 worden de overeengekomen uitganspunten van het hoogheemraadschap en de gemeente uiteengezet. In hoofdstuk 5 wordt de toekomstige situatie beschreven en worden de randvoorwaarden vertaald naar wat dit betekent voor de voorgenomen ontwikkeling.
blad 4 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
2.
Huidige situatie Opmerking vooraf: Er heeft een actualisatie plaatsgevonden van de toetsing van deze ontwikkeling. Daarom wijkt de visuele weergave van enkele beschrijvingen van het plangebied af van het actuele ontwerp in de onderstaande kaarten, behorende bij de huidige situatie. De afwijking is minimaal een heeft geen gevolgen voor de effectbeoordeling en de berekening van de wateropgave. In hoofdstuk 3 is hier rekening mee gehouden bij het actuele ontwerp.
2.1
Locatie De ontwikkeling van Zichten is onderdeel van een groter herontwikkelingsplan van de gemeente Den Haag. Het plangebied Zichten 2, 3 en 7 (Figuur 2-1), waarvoor deze watertoets wordt uitgevoerd, wordt aan de noordoostzijde begrensd door het sportpark en aan de noordwestzijde door de Hengelolaan. De Melis Stokelaan vormt de grens aan de zuid(oost)zijde van het plangebied.
Figuur 2-1: Plangebied (groen contour) Zichten 2, 3 en 7 te den Haag waarvoor het nieuwe bestemmingsplan wordt vormgegeven.
2.2
Maaiveld Om de maaiveldhoogtes in het plangebied te analyseren is de AHN-viewer geraadpleegd. Het maaiveld binnen het gehele plangebied bevindt zich op circa -0,1 m NAP. In Figuur 2-2 is een overzicht van de maaiveldhoogte weergegeven.
blad 5 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
Figuur 2-2: Maaiveldhoogten van het plangebied (bron: AHN). *als gevolg van de actualisatie (zie ook opmerking vooraf in dit hoofdstuk) is plangebied later gewijzigd, de variatie van het maaiveld in het plangebied is daardoor echter niet gewijzigd.
2.3
Bodemopbouw Regionale bodemopbouw op basis van REGIS II (TNO) REGIS II v2.2 De diepere bodemopbouw is in Figuur 2.3 weergegeven als hydrogeologisch profiel volgens REGIS II v2.2. In dit profiel zijn de lagen aangeduid als de stratigrafische eenheid waartoe zij behoren en de aard van de afzettingen waaruit zij bestaan. Voor de Holocene deklaag zijn in REGIS geen parameterwaarden (c-waarden, k-waarden, kD-waarden) aanwezig. Voor de verschillende zandige formaties zijn in REGIS kh-waarden en kD-waarden opgenomen. Voor de kleiige formaties zijn kv-waarden en c-waarden vermeld.
blad 6 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
Figuur 2.3: Doorsnede bodemopbouw ter plaatse van plangebied, model REGIS II (bron: DINOloket.nl, benaderd 9-8-23).
In Figuur 2.3 is te zien dat de ondergrond ter plaatse van de werklocatie tot circa -28 m NAP uit de Holocene deklaag bestaat. De Holocene deklaag bestaat uit afwisselende lagen van zand, klei en veen. Vanwege de heterogene bodemopbouw van de Holocene deklaag zijn hier geen doorlatendheden bekend. Onder de Holocene deklaag is het eerste watervoerende pakket gelegen van de Formaties Boxtel, Kreftenheye en Urk. Het eerste watervoerende pakket loopt door tot circa -50 m NAP. De doorlatendheid varieert van 2,5 tot 100 m/dag. Onder de zandlagen is een dunne slecht doorlatende laag van de Formatie van Waalre aanwezig tot circa -53 m NAP. De weerstand van de slecht doorlatende laag varieert tussen 0 en 50 dagen. GeoTOP v1.4 Op basis van GeoTOP blijkt dat de eerste meters van de bodemopbouw uit zand- en veenlagen bestaat met sporadisch klei ertussen. Vanaf circa -3 m NAP tot -8 m NAP is zand aanwezig, waarna klei en kleiig zand aanwezig is. In Figuur 2.4 is een overzicht weergegeven van de meest waarschijnlijke lithoklasse.
Figuur 2.4: Bodemopbouw plangebied, model GeoTOP (bron: DINOloket.nl, benaderd 9-8-23).
blad 7 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
DINOloket Om de bodemopbouw ter plaatse van de planlocatie te analyseren zijn grondboringen uit het DINOloket geraadpleegd. Binnen het plangebied zijn geen boringen uitgevoerd. Direct rondom het plangebied zijn wel 2 relevante boringen aanwezig. Boring B30D1337 ligt circa 200 meter ten zuidwesten van het plangebied. Boring B30D0344 ligt circa 100 meter ten noordwesten van het plangebied. Beide boringen laten een andere bodemopbouw zien, de boring ten noorden van het plangebied laat een meer kleiige opbouw zien terwijl de westelijke boring een meer venige opbouw laat zien. Het maaiveld verschil tussen de locaties van beide boringen is meer dan een meter wat mogelijk zorgt voor dit verschil, maar er kan ook sprake zijn van een natuurlijke heterogeniteit in de ondergrond. De geschematiseerde bodemopbouw is weergegeven in Tabel 2-1. In figuren Figuur 2.5 en Figuur 2.6 staan de locaties en de beschrijvingen van de boringen uit DINOloket. Tabel 2-1: Geschematiseerde bodemopbouw relevante boringen in de buurt van het plangebied (bron: DINOloket.nl, benaderd 9-8-23). Diepte
Grondsoort per boring
(m -mv.)
B30D0344 mv: -0,35 m NAP
B30D1337 mv: -1,44 m NAP
Maaiveld tot 0,5
Niet benoemd
Veen
0,5 tot 1,5
Klei
1,5 tot 1,7
Klei
Klei
1,7 tot 2,0
Veen
Zand, fijn
2,0 tot 2,4
Veen
Einde boring
2,4 tot 3,6
Klei
Figuur 2.5: Locatie en boorbeschrijving boring ten westen van plangebied (bron: DINOloket.nl, benaderd 9-8-23).
blad 8 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
Figuur 2.6: Locatie en boorbeschrijving boring ten noorden van plangebied (bron: DINOloket.nl, benaderd 9-8-23).
2.4
Grondwater DINOloket Binnen het plangebied en de directe omgeving daarvan zijn geen relevante peilbuizen aanwezig in DINOloket. Grondwatertools Vanuit Grondwatertools is het niet mogelijk om ter plaatse van het plangebied isohypsepatronen op te stellen. Grondwatermeetnet Den Haag De gemeente heeft een eigen grondwatermeetnet. Op 100 meter ten zuiden van het plangebied is een peilbuis aanwezig. De grondwaterstand in de peilbuis fluctueerde in de afgelopen 3 jaar tussen de-1,3 m NAP en -1,7 m NAP. De gemiddelde grondwaterstand is -1,6 m NAP. In Figuur 2.7 zijn de handmetingen van de afgelopen 3 jaar weergegeven.
Figuur 2.7: Meetreeks grondwaterstand 100 meter ten zuiden van plangebied (bron: grondwatermeetnet gemeente Den Haag, benaderd 98-23).
Drooglegging en ontwateringsdiepte Op basis van de gemiddelde maaiveldhoogte ( -0,2 m NAP) en het waterpeil op -1,6 m NAP is de drooglegging 1,4 m. De ontwateringsdiepte varieert door de fluctuatie van het grondwater tussen 1,1 en 1,5 m -mv.
blad 9 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
Grondwateronttrekkingen Op basis van de WKO-tool zijn in de directe omgeving van het plangebied een drietal grondwateronttrekkingen aanwezig. In Figuur 2.8 is een overzicht weergegeven van het plangebied en de onttrekkingen in de directe omgeving. Volgens de tool zijn de grondwateronttrekkingen en bodemenergiesystemen nabij het plangebied in gebruik. Het is onbekend waar de grondwateronttrekkingen voor worden gebruikt.
Figuur 2.8: Grondwateronttrekkingen nabij het plangebied volgens de openbare WKO-tool (bron: wkotool.nl, downloaddatum 4-7-24).
Grondwaterbeschermingsgebied Het plangebied is niet in een grondwaterbeschermings-, waterwingebied of boringsvrije zone gelegen op basis van de ‘Bodematlas’ van de provincie Zuid-Holland.
2.5
Watersysteem Het plangebied ligt aan de oostkant binnen de beschermingszone van een secundaire watergang van het Hoogheemraadschap van Delfland. Tevens toont de legger een verruiming van het watervoerende deel van de watergang binnen het plangebied. De situatie is weergegeven in Figuur 2.9.
blad 10 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
Figuur 2.9: Oppervlaktewatersysteem conform de legger van Delfland (bron: leggerkaart Delfland, downloaddatum 9-8-23).
Water op maaiveld De gemeente Den Haag heeft in haar klimaatatlas een interactieve viewer waarin is weergegeven welk effect extreme neerslag heeft op de omgeving. In Figuur 2.10 is weergegeven hoeveel water op straat komt te staan bij een neerslagevent van 70 mm/uur, hierbij is ook weergegeven welke wegen begaanbaar zijn tijdens een dergelijke neerslaggebeurtenis.
Figuur 2.10: Gemodelleerde wateroverlast en begaanbaarheid van wegen voor een bui van 70 mm/uur in het plangebied, volgens Klimaateffectatlas gemeente Den Haag (bron: denhaag.klimaatmonitor.net).
blad 11 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
2.6
Vuil- en hemelwater Naast het plangebied ligt een gemengd rioleringsstelsel (Figuur 2.11). Ten oosten van het plangebied ligt een HWA- stelsel tussen de sportvelden. Bij de primaire watergang in het zuiden van het plangebied ligt ook een HWA-stelsel.
Figuur 2.11: Riolering ter plaatse van plangebied (bron: Geoportaal gemeente Den Haag).
2.7
Waterveiligheid Uit de legger van het hoogheemraadschap blijkt dat het plangebied zich niet in de kern- of beschermingszones van waterkeringen bevindt. Overstromingsrisico In de klimaateffectatlas van Nederland is een overzicht weergegeven van het verwachte overstromingsrisico voor het jaar 2050. Ten aanzien van het plangebied is de kans zeer klein (1:3.000 tot 1:30.000 per jaar) dat een overstroming (waterdiepte: 0,5 m) plaatsvindt.
blad 12 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
3.
Wetgeving en beleid
3.1
Rijksoverheid Waterwet en Omgevingswet In 2009 is de Waterwet in werking getreden en op 1 januari 2024 vervangen door de Omgevingswet. De Waterwet en nu de Omgevingswet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties (zoals de drinkwatervoorziening). De wet biedt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning. De Wet gemeentelijke watertaken is onderdeel van de Waterwet. In deze Wet heeft de gemeente de zorgplicht gekregen voor: Het doelmatig inzamelen en verwerken van overtollig afvloeiend hemelwater; Het doelmatig nemen van maatregelen in openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Omgevingswet is de derde zorgplicht voor de gemeente opgenomen. De gemeente dient zorg te dragen voor het inzamelen transporteren van stedelijk afvalwater.
Wet ruimtelijke ordening en de watertoets De watertoets is sinds 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). De watertoets betekent dat ruimtelijke plannen (waaronder bestemmingsplannen) die vanaf deze datum ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer (bijv. gemeente of projectontwikkelaar) worden overlegd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies. Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022–2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016- 2021. Met de samenvoeging van deze twee plannen wordt geanticipeerd op de Omgevingswet, waarin het programma als een van de instrumenten is opgenomen.
Het Nationaal Water Programma bevat: Een uitwerking van het te voeren beleid (inclusief het nationale ruimtelijke en ecologische beleid) voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer en de bescherming of het behoud van water; Maatregelen vanwege nationale belangen en om wateropgaven te bereiken en daaraan te blijven voldoen. Nationaal Bestuursakkoord Water Met het NBW-Actueel (2008) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Een actualisatie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) uit 2003 komt voort uit de invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de noodzaak tot het aanscherpen van een aantal begrippen en het beschikbaar komen van nieuwe klimaatscenario's. blad 13 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
Kaderrichtlijn Water (KRW) Door de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft Nederland een resultaatsverplichting voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit en ecologie van grond- en oppervlaktewatersystemen. Voor grote wateren of watersystemen, de zogenaamde KRW-waterlichamen, zijn hiertoe doelen opgesteld. De (bindende) maatregelen om de doelen te bereiken zijn vastgelegd in de stroomgebiedsplannen. Voor de overige wateren geldt minimaal het standstill principe. Waterbeheerders mogen hiervoor zelf aanvullende doelen opstellen
3.2
Beleid provincie Zuid-Holland Regionaal Waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 Het regionaal waterprogramma bevat de uitwerking van het beleid van de provincie Zuid-Holland. Het regionaal waterprogramma beschrijft in ieder geval wat de provincie doet om uitvoering te geven aan de Europese richtlijnen die betrekking hebben op water: de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Grondwaterrichtlijn, de Drinkwaterrichtlijn, de Richtlijn Overstromingsrisico’s en de Zwemwaterrichtlijn. Het omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland wordt gevormd door de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma en de Omgevingsverordening. Er zijn drie hoofdthema’s bijgewerkt: Kwaliteitsverbetering van het omgevingsbeleid, Klimaatadaptatie en Verandering van wetgeving. Andere beleidsdocumenten Het waterbeleid met een ruimtelijke component staat in de Omgevingsvisie. Hierin staat: “De provincie wil ZuidHolland beschermen tegen wateroverlast en overstromingen en de gevolgen van eventuele overstromingen zoveel mogelijk beperken. Deze opgave wordt groter door de effecten van klimaatverandering (zeespiegelstijging en toenemende extreme neerslag), bodemdaling en toenemende druk op de beschikbare ruimte.
De provincie heeft bij de preventie van overstromingen en wateroverlast een kaderstellende rol (regionale keringen normeren en normen voor wateroverlast vaststellen) en keurt dijkversterkingsplannen van de waterschappen goed. De provincie zet in op een robuuste ruimtelijke inrichting en op een goede voorbereiding van de rampenbestrijding (meerlaagse veiligheid) onder andere door deelname aan de Interregprojecten FRAMES (als leadpartner en deelnemer) en STARS2C’s en door deelname aan het Deltaprogramma. Volgens de Deltabeslissingen en de Nationale Adaptatie Strategie moet Nederland in 2050 ‘waterrobuust’ zijn ingericht, met een basisveiligheid voor iedereen tegen overstromingen.” Het beleid voor waterkwaliteit staat in de Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water 2022-2027. Voor een klein aantal onderdelen blijft het provinciale waterplan 2016-2021 ongewijzigd van kracht. Hierin staan de doelen van de provincie met betrekking tot maatregelen voor waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewater.
3.3
Hoogheemraadschap van Delfland Waterbeheerprogramma Het waterbeheerprogramma 2022-2027 is het document waarin het hoogheemraadschap de ambities voor de komende jaren heeft vastgelegd. Het waterbeheerprogramma bestaat uit drie niveaus. Het ‘WBP6 op hoofdlijnen’, een internetpagina met thema’s en maatregelen en het derde niveau betreft de optie ‘meer weten’ voor extra achterliggende informatie.
blad 14 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
Voor het hoogheemraadschap staat de missie ‘droge voeten, voldoende water, schoon water en gezuiverd afvalwater’ centraal. Daarnaast oriënteert het hoogheemraadschap zich op de trends en ontwikkelingen van vandaag, morgen en overmorgen. Hierin is de grootste impact de klimaatverandering. Naast klimaatverandering focust het hoogheemraadschap zich ook op minder zichtbare thema’s, zoals bijvoorbeeld de kwaliteit van het water of de bodemdaling. Ook dient het hoogheemraadschap een invulling te geven aan de uitgangspunten van de Nationale Omgevingsvisie (waterpeil bepaalt welke functies op welke plekken mogelijk zijn). Het tweede niveau thema’s is onderverdeeld in 32 verschillende thema’s waaronder, biodiversiteit, grondwater, overstromingsrisico’s, etc. Ten aanzien van de thema’s is daar ook onderscheid gemaakt in onder andere waterveiligheid, Natura 2000, zeespiegelstijging, etc. Eén van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is de watertoets. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Delfland heeft de Handreiking watertoets voor gemeenten opgesteld.
De meest actuele versie van de handreiking is te vinden op de website van Delfland: hhdelfland.nl/regelen/watertoets-ruimtelijke-plannen/. In de handreiking worden de randvoorwaarden en uitgangspunten voor een plan per thema toegelicht. Uitgangspunten Beleidsnota Beperken en voorkomen wateroverlast De basis van het beleid wordt gevormd door de volgende zes algemene beginselen: 1. Norm als ijkpunt: Delfland hanteert de waterkwantiteitsnormen uit de provinciale Omgevingsverordening als maatstaf om te voldoen aan haar wettelijke taak als waterkwantiteitsbeheerder. Deze normen zijn geformuleerd als overstromingskans vanuit het oppervlaktewater. 2. Standstill-beginsel: Het minimale uitgangspunt voor planontwikkelingen is dat plannen hydrologisch worden getoetst op klimaatbestendigheid en hydrologisch neutraal moet worden ontwikkeld met als doel geen gevolgen voor de waterveiligheid, het grond- en oppervlaktewater en de waterkwaliteit en ecologie. Daarmee wordt geborgd dat de ontwikkeling van het gebied met betrekking tot wateraspecten duurzaam is. Wanneer andere waterbelangen zwaarder wegen dan het voorkomen van wateroverlast, kan hiervan worden afgeweken. 3. Effectgericht: Functioneren van het gehele watersysteem staat centraal.
Bij de uitwerking en afweging van maatregelen om het watersysteem op orde te brengen en te houden, staat het functioneren van het gehele watersysteem centraal. Dit betekent dat niet alleen moet worden gekeken naar de effecten voor de waterloop waar de maatregel of ingreep plaatsvindt, maar ook naar de effecten op andere plaatsen in het systeem. 4. Gebiedsgericht: Door verwevenheid van functies en de ruimtedruk zijn een gebiedsbrede aanpak en samenwerking met gebiedspartners nodig om het watersysteem op orde te brengen en te houden. Delfland wil in een vroegtijdig stadium van planvormingsprocessen meedenken met gemeenten over oplossingen, dit ook op het gebied van wateroverlast. 5. Marktgericht: Hoogst maatschappelijke rendement tegen de laagste kosten. Delfland zet in op maatregelen, die leiden tot het hoogst maatschappelijke rendement (conform uitgangspunten 1 t/m 4) tegen de laagst maatschappelijke kosten. 6. Alle oplossingen meewegend: Op voorhand worden geen oplossingen uitgesloten om het watersysteem op orde te brengen of te houden. Bij de keuze van geschikte maatregelen worden factoren waaronder effectiviteit, betrouwbaarheid, integraliteit meegewogen. Delfland wil op deze manier integrale en innovatieve oplossingen mogelijk maken, waarbij meerdere functies of belangen gecombineerd kunnen worden en een oplossing kunnen bieden in gebieden waar ruimte schaars is.
Convenant Klimaatadaptief Bouwen In de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie heeft het Deltaprogramma voorstellen opgenomen om de ruimtelijke inrichting van Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken. Vanuit het convenant klimaatadaptief bouwen, dat zowel door hoogheemraadschap van Delfland als gemeente Den Haag is ondertekend, geldt dat lokaal vasthouden (50 mm) in het plangebied moet worden nagestreefd. Van belang is dat deze neerslag van een korte hevige bui op privaat terrein wordt opgevangen waarna het vertraagd wordt afgevoerd. Randvoorwaarde is dat de berging niet eerder dan in 24 uur geloosd wordt, waarna de berging binnen maximaal 48 uur weer beschikbaar is1 . Bron: leidraad klimaat adaptief bouwen; Convenant Klimaatadaptief Bouwen Zuid Holland https://bouwadaptief.nl/uploads/LeidraadKlimaatadaptief-Bouwen_leidraad.pdf 1
blad 15 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
Richtlijn Vasthoudmaatregelen Om versnelde afvoer te voorkomen, beschouwt Delfland het creëren van extra oppervlaktewater als de meest betrouwbare en beheerbare compensatiemethode. Indien het voor een ontwikkeling niet mogelijk is compensatie in oppervlaktewater te realiseren, kan ook worden gezocht naar compensatie in het onderdeel van de trits vasthouden-bergen-afvoeren. Als een alternatieve voorziening wordt toegepast, is het belangrijk dat deze goed functioneert en ook op de lange termijn betrouwbaar is. De eigenaar van het perceel is hierbij volledig verantwoordelijk voor de aanleg, het functioneren en passend onderhoud van de voorziening. Vanwege het belang voor de waterhuishouding hanteert Delfland criteria bij de beoordeling van vasthoudmaatregelen ter compensatie van verharding. De criteria zijn vooral gericht op stedelijk gebied. Voor glastuinbouwgebied gelden in sommige gevallen andere uitgangspunten. Het stroomschema voor het toepassen van vasthoudmaatregelen is onderstaand weergegeven. De richtlijn kan samen met de factsheets helpen bij het maken van een goede keuze voor effectieve maatregelen. De beoordelingscriteria zijn te lezen op website https://www.hhdelfland.nl/overons/beleid/beleid/
In geval van waterberging loost de hemelwaterafvoer via bodempassage op het oppervlaktewater. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan zorgvuldige materiaalkeuze (pakket duurzaam bouwen), geen blootstelling van uitloogbare bouwmaterialen zoals zink, koper en lood aan hemelwater en een verantwoord beheer van de openbare ruimte (weg- en groenbeheer). Waterschapsverordening Hoogheemraadschap van Delfland 2024 Door de ingang van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is de Keur vervangen door de Waterschapsverordening Hoogheemraadschap van Delfland 2024. De Waterschapsverordening is een verordening met de wettelijke regels die het hoogheemraadschap hanteert bij de bescherming van oppervlaktewaterlichamen (beken, sloten en rivieren), waterkeringen, bergingsgebieden, grondwater en bijbehorende kunstwerken (gemalen, stuwen, etc.). In de Waterschapsverordening wordt specifieker gekeken naar de regelgeving voor verschillende soorten gebieden en activiteiten.
3.4
Beleid en ambities gemeente Den Haag Om te zorgen dat de hierna beschreven Haagse ambities en eisen gerealiseerd worden, is er een stappenplan voor klimaatbestendig ontwerpen ontwikkeld. Het stappenplan biedt projectleiders, ontwerpers en beheerders van de gemeente en van externe partijen een handreiking voor acties en afwegingen. Als één van de eerste gemeenten in Nederland heeft Den Haag in 2012 een Uitvoeringsplan Klimaatbestendig gelanceerd (RIS252427). In de Haagse Nota Duurzaamheid ‘Schone energie in een groene stad’ (RIS301829) zijn de kaders voor duurzaamheid opgenomen. Deze Wegwijzer Den Haag klimaatbestendig is een uitwerking van het thema klimaatadaptatie.
blad 16 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
Haagse ambities en eisen extreme neerslag Korte, hevige buien zullen naar verwachting steeds vaker voorkomen. Dit klimaateffect heeft een grote impact in stedelijk gebied. Wateroverlast is bij deze extreme buien niet te voorkomen. Het is daarom niet de vraag of, maar vooral waar de wateroverlast zal optreden, en welke gevolgen te verwachten zijn. Zie ‘Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig’ en denhaag.nl/klimaatbestendig. Om de effecten van klimaatverandering voor Den Haag en mogelijke kwetsbaarheden inzichtelijk te maken werkt te gemeente met zogenaamde stresstestenkaarten voor extreme neerslag (inclusief begaanbaarheid wegen en waterschade), hitte en droogte. Deze stresstestkaarten zijn te vinden op https://denhaag.klimaatatlas.net/. Hoewel de stresstesten een goede indicatie geven van de kwetsbaarheden in de stad is het altijd van belang om per plek nader in te zoomen op de precieze problematiek en de mate van urgentie ervan. Extreme neerslag Als algemene ambitie streeft de gemeente ernaar dat in 2050 in Den Haag bij een korte hevige bui van 70 mm in 1 uur (eens in 100 jaar in 2050 volgens huidig klimaatscenario KNMI/STOWA): Er geen schade vanuit de openbare ruimte ontstaat aan gebouwen; Vitale infrastructuur en nutsvoorzieningen blijven functioneren; Routes en locaties voor hulpdiensten beschikbaar blijven.
Klimaatatlas De gemeente heeft met de klimaatatlas de verwachte effecten van de klimaatverandering inzichtelijk gemaakt. Deze effecten zijn op hoog detailniveau bepaald met de meest recente gegevens en berekeningsmethoden. Hiermee biedt deze atlas geen pasklare oplossingen, maar wel een basis voor beleidsmakers, beheerders, inwoners, bedrijven, instellingen en belangengroeperingen om te bespreken welke problemen we verwachten en wie daarmee aan de slag kan. Modelinfo wateroverlast: Integraal model met riolering. Dit betekent dat in de modellering de stroming over maaiveld (inclusief frictie en infiltratie) en de afvoer via riolering en open water is meegenomen. Voor nieuwe ontwikkelingen en herinrichtingen geldt daarnaast: A. Bij nieuwbouw stelt de gemeente de eis dat 50 mm van een korte hevige bui van 70 mm in 1 uur op privaat terrein tijdelijk kan worden opgevangen en dat na minimaal 24 en maximaal 48 uur de bergingscapaciteit weer beschikbaar is. B. Bij nieuwe ontwikkelingen is de ambitie dat gebouwen waterrobuust worden gerealiseerd: Een waterrobuust ontwerp op het niveau van het gebouw voorkomt/ beperkt waterschade bij extreme neerslag (bijvoorbeeld geen vitale of kwetsbare functies in kelders).
De gemeente wijst ontwikkelende partijen in de stad op de uitgevoerde stresstesten, zodat ze zelf aanvullende maatregelen kunnen nemen (om bijvoorbeeld schade bij een nog extreem heviger bui van 100 mm/2 uur te voorkomen). C. Via de herinrichting van de openbare ruimte in de bestaande stad treft de gemeente maatregelen om voor 2050 de bekende knelpunten in de openbare ruimte bij een bui van 70 mm te verhelpen. De volgorde in waterrobuust ontwerpen is eerst vasthouden, bergen en gebruiken en dan afvoeren. Het is wenselijk om dit te combineren met groene ontwikkeling van de openbare ruimte. Hitte In Nederland zullen hittegolven vaker en langduriger voorkomen als gevolg van klimaatverandering. In 2050 is het aantal zomerse dagen in Den Haag bijna verdubbeld en het aantal tropische dagen is meer dan verdrievoudigd (RIVM, Wh-scenario). Dat betekent dat het bijna twee maanden lang (in totaal 60 dagen) zomers en tropisch warm is in 2050 (ten opzichte van 30 dagen in 2000). Daarnaast is het ook nu al in iedere stad in Nederland, groot en klein, warmer dan in de minder dicht bebouwde omgeving. Als algemene ambitie streeft de gemeente ernaar dat Den Haag in 2050 beter bestand is tegen hitte. Hierbij draagt het toepassen van water in het ruimte plan van de openbare ruimte en gebouwen bij aan het hittebestendiger maken van de leefomgeving.
Bij herinrichting/ nieuwrealisatie van stedelijk groen dienen maatregelen voor aanvullende watervoorziening onderzocht te worden. Daarnaast bieden waterfonteinen, verneveling en stromend water verkoeling. Doorspoelbare of voldoende diepe watergangen zijn belangrijk om opwarming/uitstraling van het water op de omgeving te voorkomen.
blad 17 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
Zie verder ook Nota Haagse hoogbouw (RIS 298448). Droogte De klimaatmodellen geven aan dat er in de toekomst vaker langere perioden van droogte zullen optreden. De afgelopen jaren heeft Den Haag meerdere droge zomers gehad, met een uitschieter in 2018. Algemene ambitie is in Den Haag dat droogte in 2050: Wordt beperkt door maximale sponswerking in de stad via oplossingen in groen en bodembuffers en door wateraanvoer via het (stedelijke/regionale) oppervlaktewatersysteem; Niet leidt tot onomkeerbare schade aan kwetsbare gebouwen, infrastructuur, groen en ecologische waarden. Voor nieuwe ontwikkelingen/herinrichtingen geldt daarnaast: A. In het plangebied is de ambitie om 50% (450 mm) van de jaarlijkse neerslag te infiltreren en/of te hergebruiken. B. Bij de herinrichting van de openbare ruimte in de bestaande stad treft de gemeente maatregelen om de gevolgen van droogte structureel te beperken.
De ontwerpprincipes voor Ontwerpprincipes verminderen extreme droogte: vasthouden water/ infiltreren, bergen en gebruiken en accepteren/ adapteren Groen Het vergroenen heeft verschillende voordelen: Een groene leefomgeving draagt bij aan de gezondheid, omdat mensen zich in groene omgevingen prettiger voelen en meer geneigd zijn te bewegen, te sporten en te recreëren; Een groene leefomgeving bestrijdt hittestress in de zomer; Groenvoorzieningen zijn belangrijk voor de infiltratie van regenwater in de grond, de zogenaamde ‘sponswerking’ van de stad; Groen aanleggen is goedkoper dan het uitbreiden van het rioleringsstelsel; Infiltreren van meer regenwater in plaats van afvoeren is een goede maatregel tegen droogte, omdat het regenwater het grondwater aanvult; Een groene, natuurvriendelijke inrichting biedt veel kansen voor de stadsnatuur Integraal Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 Ontwateringsdiepte De gemeente hanteert voor openbare wegen en de vloer van woningen een ontwateringsdiepte van 0,7 m -mv. Onder een kruipruimte dient de ontwateringsdiepte 0,2 m onder de bodem van de kruipruimte te zijn. Een overzicht hiervan is weergegeven in Figuur 3-1. Voor openbaar groen staat in het beleid dat dit een eigen uniek ontwateringssysteem heeft. Tevens dient het vloerpeil van een woning 0,2 m boven het maaiveld te zijn.
Figuur 3-1: Ontwateringsdiepte.
blad 18 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
4.
Overeengekomen uitgangspunten De uitgangspunten en randvoorwaarden zijn door gemeente Den Haag en hoogheemraadschap van Delfland in de planvormingsfase onderling afgestemd. Hierbij is rekening gehouden met wetgeving en beleid, zoals genoemd in hoofdstuk 3. Specifieke afstemming heeft plaatsgevonden over de uitwerking van de volgende onderliggende documenten bij het beleid: Wegwijzer Den Haag klimaatbestendig; Richtlijnen vasthoudingsmaatregelen HH Delfland; Convenant klimaat adaptief bouwen; Stresstest klimaatatlas; Handreiking watertoets Verwerking watercompensatie vanuit de watersleutel en eisen vanuit het convenant klimaatadaptief bouwen/wegwijzer Den Haag klimaatbestendig Naar aanleiding van de benodigde compensatie uit de watersleutel en het beleid van het convenant klimaatadaptief bouwen is afgestemd hoe omgegaan wordt met de 2 componenten van de opgave in de watersleutel: het huidige klimaat (A) en de aanvullende opgave om te voldoen aan het klimaat in 2050 (B). Ten aanzien van component B kan gekozen worden om dit uit te voeren door middel van vasthoudmaatregelen. Derhalve mogen de genoemde eisen vanuit het convenant klimaatadaptief bouwen/wegwijzer Den Haag klimaatbestendig verwerkt worden in component B van de watersleutel.
Door het hoogheemraadschap is hierbij wel gevraagd om de keuze te onderbouwen en daarbij met name de instandhouding en beheer, omdat daarin een extra risico aanwezig is ten opzichte van de voorkeur van het hoogheemraadschap. De voorkeur van het hoogheemraadschap gaat ernaar uit om eerst te bepalen of realisatie van de opgave in oppervlaktewater mogelijk is. Bij het bepalen van de gemeentelijke wateropgave voor vasthoudmaatregelen geldt dat het gehele oppervlak van de kavels meegenomen moet worden. Er is specifiek door het Hoogheemraadschap aangegeven dat de nieuwe bestemmingen voor het ontwerp Zichten 2, 3 en 7 een dusdanig grote impact hebben op de leggerwateren dat op een ‘waterkaart’ aangetoond dient te worden hoe de inrichting van het nieuwe watersysteem eruit gaat zien. Er wordt door de gemeente in afstemming met het hoogheemraadschap een waterstructuurplan opgesteld waarin ook rekening wordt gehouden met het hydrologisch neutraal ontwikkelen van de gehele herstructurering. Er is afgesproken om de ontwikkeling ‘Zichten’ in deze rapportage individueel te toetsen en daarvoor de wateropgave te bepalen.
blad 19 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
5.
Toekomstige situatie
5.1
Voorgenomen ontwikkeling Programma Het programma in Zichten 2, 3 en 7 bestaat uit extra woningen, bedrijfsruimten in plinten en een parkeergarage. Voor het aspect water wordt extra oppervlaktewater gegraven. De volgende ontwikkelingen horen bij het programma: sloop bestaande woningen; renovatie appartementen; woningbouw; bvo aan commerciële ruimte; renovatie bestaande bvo; ombouw parkeergarage.
5.2
Oppervlakteverdeling In de nieuwe situatie maakt de huidige bebouwing plaats voor nieuwe woningen. De huidige verhardingssituatie is weergegeven in Figuur 5-1. De nieuwe verhardingssituatie is weergegeven in Figuur 5-2. De oppervlakteverdeling in Figuur 5-2 is gebaseerd op het vastgestelde schetsontwerp voor de openbare ruimte van De Zichten. Inmiddels wordt er gewerkt aan het voorlopig ontwerp (VO). Hierin wordt voor de nieuw te graven sloot langs de Hengelolaan uitgegaan van een kleinere wateroppervlakte, 638 m2 in plaats van 828 m2. Dit houdt in dat de totale hoeveelheid oppervlaktewater in Figuur 5-2 kleiner wordt met 190 m2 (828 – 638). In Tabel 5-1 wordt daarom gerekend met 11.765 m2 toekomstig oppervlaktewater in plaats van de in de figuur opgenomen hoeveelheid van 11.955 m2. Door een veminderde hoeveelheid oppervlaktewater wordt de hoeveelheid onverhard oppervlak ook met 190 m2 hoger. Tabel 5-1: Oppervlakteverdeling plangebied Zichten 2, 3 en 7 zoals weergegeven in figuur 5.1 en 5.2. Onderdeel
Huidig (m2)
Verhard
Huidig (m2)
Toekomstig (m2) Toekomstig (m2)
Toename (m2) Toename (m2)
Gemeente
10.302
12.336
+2.034
Eigen perceel
6.288
10.711
+4.423
Totaal
16.590
23.047
+6.457
Groen/onverhard
Huidig (m2)
Toekomstig (m2)
Toename (m2)
Gemeente
24.592
19.736
-4.856
Eigen perceel
8.406
3.988
-4.418
Totaal
32.998
23.724
-9.274
Water
Huidig (m2)
Gemeente
Toekomstig (m2)
Toename (m2)
8.948
11.765
+2.817
0
0
0
Totaal
8.948
11.765
+2.817
Totaal
58.536
58.536
0
Eigen terrein
blad 20 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
Figuur 5-1 Bestaande situatie Zichten 2, 3 en 7 (bron: Gemeente Den Haag).
blad 21 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
Figuur 5-2: Plangebied van nieuwe bestemmingen met voorgenomen inrichting Zichten 2, 3 en 7 (bron: Gemeente Den Haag).
5.3
Wateropgave Ruimtelijke plannen, waarbij het verhard oppervlak uitbreidt, hebben tot gevolg dat het hemelwater van dit oppervlak versneld tot afvoer komt. Het oppervlaktewatersysteem wordt hierdoor zwaarder belast met mogelijk wateroverlast als gevolg. Om de waterhuishouding niet te verslechteren geldt een waterbergingsopgave. blad 22 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
Ten behoeve van de waterbergingsopgave zijn er eisen vanuit het hoogheemraadschap en vanuit de gemeente. Het hoogheemraadschap werkt conform de ‘Watersleutel’ en de gemeente heeft aspecten vanuit het ‘Convenant Klimaatadaptief Bouwen’ vastgelegd in haar klimaatbeleid. De benodigde watercompensatie vanuit beide waterbeheerders wordt onderstaand uiteengezet. Hoogheemraadschap van Delfland Op basis van de Watersleutel (zie bijlage 0) blijkt dat door de toename van verharding in de voorgenomen ontwikkeling 965 m2 aan nieuw oppervlaktewater of 579,3 m3 waterberging gerealiseerd dient te worden. Daarnaast is er een klimaatopgave opgenomen waarin 737 m2 aan oppervlaktewater of 442,2 m3 aan waterberging moet worden gerealiseerd. De Watersleutel biedt niet de mogelijkheid om toekomstig oppervlaktewater in te vullen. Daarom is het oppervlak water in de nieuwe situatie als ‘onverhard oppervlak’ stedelijk opgevoerd. Als het realiseren van nieuw oppervlaktewater aantoonbaar niet mogelijk is binnen het plangebied kan dit ook voor de ontwikkeling worden ingevuld met het realiseren van waterberging. De waterberging dient ingericht te worden conform de vasthoudmaatregelen van het hoogheemraadschap (zie paragraaf 3.3). Deze watercompensatie is benodigd op basis van de gegevens van verhard en onverhard oppervlak uit paragraaf 5.1.
De Watersleutel met de berekende opgave, is onderverdeeld in 2 componenten: Het huidige klimaat en een aanvullende opgave om te voldoen aan het klimaat in 2050. Gemeente Den Haag De wateropgave moet voor de gemeente Den Haag worden berekend over het geheel kaveloppervlak en niet enkel de bebouwing of verharding. Daarnaast moet dit per kavel los worden berekend. Er geldt een compensatie van 50 mm/m2 binnen de kaveloppervlaktes van de ontwikkeling. Deze regeling geldt alleen voor nieuwbouw, waardoor de kavels Zichten 2, 3 en 7 hiervoor in aanmerking komen. Daarnaast geldt de regeling niet voor het oppervlak aan toekomstig openbaar terrein (Figuur 5-2). De wateropgave voor Zichten 2 bedraagt: 3.233
m2 * 0,05 m = 162 m3 162 m3
+
De wateropgave voor Zichten 3 bedraagt: 5.233
m2 * 0,05 m = 262 m3 262 m3
+
De wateropgave voor Zichten 7 bedraagt: 2.099
m2 * 0,05 m = 105 m3 105 m3
+
De gemeentelijke bergingsopgave voor de ontwikkeling Zichten 2, 3 en 7 betreft 162 m3 (2), 262 m3 (3) en 105 m3 (7). Dit is in totaal 529 m3. Neerslag gebeurtenis 70 mm/uur In het kader van klimaatadaptatie is het ‘Convenant Klimaatadaptief Bouwen’ opgesteld en heeft de gemeente Den Haag dit als beleid vastgesteld in de ‘Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig’. Derhalve zijn de gestelde eisen in het convenant geen ambitie van de gemeente, maar hun beleid waaraan dient te worden voldaan. In het beleid van de gemeente is opgenomen dat 50 mm/m² bij een korte hevige bui (70 mm/uur) opgevangen dient te worden op privaat terrein. Hierbij wordt als randvoorwaarde gesteld dat het opgevangen water niet eerder dan na 24 uur wordt afgevoerd en dat de berging binnen 48 uur weer beschikbaar dient te zijn.
blad 23 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
Neerslag gebeurtenis 90 mm/uur Bij een neerslag gebeurtenis van 90 mm/uur is in het convenant en de wegwijzer opgenomen dat in het plangebied geen schade optreedt aan infrastructuur, gebouw, eigendommen of groen in de bebouwde omgeving. Enige hinder is hierbij wel toegestaan. Langdurige droogte Langdurige droogte mag niet leiden tot verdroging of schade aan de bebouwde omgeving. Hierbij dient ernaar gestreefd te worden dat 50% van het jaarlijks gemiddelde neerslag in het plangebied geïnfiltreerd wordt. Daarnaast dient de inrichting van het plangebied afgestemd te worden met de verwachte grondwaterstanden en de beschikbaarheid van zoetwater tijdens droogte. Conclusie Uit de vergelijking van de Watersleutel en het Convenant Klimaatadaptief Bouwen/De Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig blijkt dat beide waterbergingsopgaven maatgevend zijn. De opgave van het hoogheemraadschap behandelt de toename aan verhard oppervlak voor de gehele ontwikkeling. De uitkomsten daarvan bestaan uit twee verschillende onderdelen. Het onderdeel van de toename verhard oppervlak en het onderdeel van de klimaateffecten. Het onderdeel voor toename verhard oppervlak heeft een benodigde hoeveelheid van 965 m2 oppervlaktewater (of waterberging van 579,3 m3) en het onderdeel klimaateffecten heeft een hoeveelheid van 737 m2 oppervlaktewater (of 442,2 m3 waterberging).
Indien mogelijk dient de compensatie te worden gedaan in oppervlaktewater. De gemeentelijke waterbergingseis is geldig over de kaveloppervlakten. De benodigde berging voor Zichten 2 is 162 m3, voor Zichten 3 is 262 m3 en voor Zichten 7 is 105 m3 (totaal: 529 m3). De bergingsopgave voor de ontwikkeling Zichten 2,3 en 7 betreft 965 m2 oppervlaktewater of 579,3 m3 aan vasthoudmaatregelen vanuit het hoogheemraadschap. De klimaatopgave voor de ontwikkeling van het hoogheemraadschap betreft 737 m2 of 442,2 m3. Daarnaast is er een eis van 529 m3 aan vasthoudmaatregelen op de respectievelijke kavels vanuit de gemeente. Tabel 5-2: Compensatie-eisen gemeente en hoogheemraadschap.
Ontwikkeling
Beleid
Opgave
Invulling opgave richtlijnen.
Zichten 2
Wegwijzer Den Haag klimaatbestendig
162 m3
Invulling van opgave dient binnen plangebied van Zichten fase 2 gerealiseerd te worden.
Zichten 3
Wegwijzer Den Haag klimaatbestendig
262 m3
Invulling van opgave dient binnen plangebied van Zichten fase 3 gerealiseerd te worden.
Zichten 7
Wegwijzer Den Haag klimaatbestendig
105 m3
Invulling van opgave dient binnen plangebied van Zichten fase 7 gerealiseerd te worden.
Zichten 2, 3 en 7
Watersleutel Hoogheemraadschap van Delfland
Ontwikkeling: 965 m2 Klimaatopgave: 737 m2 Totaal: 1.702 m2
Hydrologische neutraal: dus in 1e instantie binnen het plangebied. Eventueel kan worden gekeken naar berging in de nabijgelegen delen van de wijk, maar in ieder geval binnen hetzelfde peilvak. Daarna volgt de verkenning om te compenseren in anders peilvak, waar de ontwikkeling op afwatert.
Of Ontwikkeling: 579,3 m3 Klimaatopgave: 442,2 m3 Totaal: 1.021,5 m3
Door de invulling van de gemeentelijke waterbergingsopgave van 529 m3 wordt voldaan aan de klimaatopgave van het hoogheemraadschap van 442,2 m3. De klimaatopgave van het hoogheemraadschap blijft onderliggend nog steeds van kracht. In de volgende paragraaf (5.4) is opgenomen hoe aan de bergingsopgave voldaan kan worden. Dit dient in een latere planfase ook nader uitgewerkt te worden.
blad 24 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
5.4
Klimaatadaptatie en invulling waterbergingsopgave In de toekomstige situatie wordt het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) niet op het riool aangesloten maar binnen het plangebied verwerkt. Hemelwatervoorzieningen Het gemeentelijk beleid dient daarnaast op kavelniveau te worden toegepast, dit houdt in dat voor Zichten 2 een hoeveelheid berging van 162 m3 noodzakelijk is, 262 m3 voor Zichten 3 en 105 m3 voor Zichten 7. In totaal bedraagt dit 529 m3. Bij invulling van de opgave wordt eveneens voldaan aan de klimaatopgave van het hoogheemraadschap van 442,2 m3. De gemeentelijke waterbergingsopgave bestaat uit een totaal van 529 m3 en dient volgens het beleid van de gemeente op privaat terrein geborgen te worden. Dit is in lijn met de volgorde voor waterrobuust ontwerpen: eerst vasthouden, bergen en gebruiken en dan afvoeren. Het is wenselijk om dit te combineren met groene ontwikkeling van de openbare ruimte. Om 529 m3 binnen de percelen te bergen kan gedacht worden aan het toepassen van retentiekratten, groene daken of andere inrichtingen van de te bouwen inrichting zolang hemelwater binnen de percelen wordt opgevangen waarbij na minimaal 24 en maximaal 48 uur de bergingscapaciteit binnen het perceel weer beschikbaar is.
Nieuw oppervlaktewater De ontwikkeling Zichten 2, 3 en 7 voorziet in een toename aan oppervlaktewater van 2.817 m2, waarmee wordt voldaan de waterbergingsopgave vanuit het Hoogheemraadschap van Delfland. Een deel hiervan, 182 m2, is al toegerekend aan de planontwikkeling van het project Steenzicht, als autonome ontwikkeling naast Zichten 2, 3 en 7. Voor de planontwikkeling van Zichten 2, 3 en 7 is dus nog 2.635 m2 beschikbaar, hiermee wordt nog steeds voldaan aan de waterbergingsopgave vanuit het Hoogheemraadschap van Delfland. De verplichtte hoeveelheid oppervlaktewater is gerealiseerd. De extra toename is in het planvoornemen 1.670 m2 (2.817 - 965 - 182). De resterende nieuwe hoeveelheid oppervlaktewater kan voor andere ontwikkelingen worden benut. Conclusie In de voorgenomen ontwikkeling wordt voldaan aan de wateropgave van het hoogheemraadschap en is voldoende ruimte om te voldoen aan de gemeentelijke wateropgave, mits daar in de definitieve inrichting van de percelen op bovenstaande wijze rekening mee wordt gehouden. Wateroverlast In de huidige situatie wordt volgens de klimaatatlas van de gemeente Den Haag wateroverlast van 20 cm of meer verwacht in het noorden van het plangebied.
Bij de inrichting van dit perceel dient enerzijds rekening te worden gehouden dat de overlast niet verergert als gevolg van afstromend regenwater vanaf het perceel, anderzijds dient het perceel zo ingericht te worden dat water op het maaiveld niet leidt tot schade aan bijvoorbeeld panden/kelders door overstroming van het perceel. Dit is nodig om te voldoen aan het beleid om wateroverlast te voorkomen.
5.5
Watersysteem Waterpeil en legger Het plangebied is gelegen in peilgebied GPG2007EHP1 en heeft een vast peil van NAP -1,75 m. Dit peil mag niet aangepast worden. In de toekomstige situatie blijft dit peil dus gehandhaafd. Verharding, onverhard oppervlak en oppervlaktewater In de toekomstige situatie neemt het verhard oppervlak toe met 6.457 m2 en het onverharde oppervlak af met circa 9.274 m2. Hier is water buiten beschouwing gelaten. Naast de toename verharding wordt in totaal 2.817 m2 aan nieuw oppervlaktewater gerealiseerd.
blad 25 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
Oppervlaktewatersysteem Het oppervlaktewatersysteem wordt aangepast met de voorgenomen ontwikkeling. Het watersysteem moet ten alle tijden blijven functioneren, dat is een belangrijk aandachtspunt vanuit het hoogheemraadschap. Daarom dienen de nieuwe elementen in de inrichting te voldoen aan de beleidsregels van het hoogheemraadschap. Door het hoogheemraadschap is aangegeven (zie hoofdstuk 4) dat er naast de watertoets ook een waterkaart nodig is waaruit duidelijk wordt hoe het nieuwe watersysteem eruit gaat zien. Dit moet blijken uit het waterstructuurplan wat separaat wordt opgesteld door de gemeente in afstemming met het hoogheemraadschap. In deze watertoets wordt wel aangegeven waar rekening mee gehouden dient te worden. Op basis van het schetsontwerp wordt hieronder aangegeven welke onderdelen van het huidige watersysteem worden aangepast. In de tabel is aangegeven met welk beleid in ieder geval2 rekening moet worden gehouden, op de kaart is zichtbaar gemaakt waar de wijzigingen zijn voorzien. 1. De secundaire watergang naast de sportvelden wordt verbreed. 2. De secundaire watergang naast de sportvelden wordt door middel van een nieuwe duiker verbonden met de primaire watergang. 3. Op verschillende plaatsen staan overkluizingen opgenomen. Deze worden over primair en secundair water gerealiseerd. 4.
Er zijn natuurvriendelijke oevers (hierna NVO’s) voorzien langs de nieuwe watergangen. 5. Bouwwerken realiseren in de beschermingszone van een secundaire watergang. 6. Aan de zuidkant van de sportvelden wordt in de nieuwe situatie het restant van de bestaande secundaire watergang middels een duiker aangesloten op de primaire watergang. 7. Aan de zuidzijde van de bestaande secundaire watergang wordt een kade/beschoeiing aangebracht. 8. Er wordt een nieuwe sloot aangelegd ten oosten van de Hengelolaan. Onderhoud van de watergangen vindt varend plaats, zodat er naast de watergangen minder onderhoudsruimte gereserveerd hoeft te worden. Tabel 5-3: Elementen en beleidsregel bij nieuwe inrichting watersysteem.
2
nummer
Element
Beleid
Toepassing
1
Verbreden secundaire/primaire watergang
Beleidsregel werken in het profiel van water / Omgevingsvergunning wateractiviteit / Beleidsregel graven
Vereiste
2
Nieuwe duiker in secundair/primair water
Beleidsregel kunstwerken
Mogelijk
3
Aanbrengen overkluizing primair/secundair water
Waterschapsverordening
Mogelijk
4
NVO’s in leggerwatergang (invulling wordt nader bepaald)
Beleidsregel NVO’s NEZ
Vereiste
5
Bouwen in beschermingszone oppervlaktewater
Beleidsregel werken in het profiel van wateren / Beleidsregel graven
Vereiste
6
Verbinden secundair water met primair water
Beleidsregel graven
Vereiste
7
Aanbrengen kade/beschoeiing secundaire watergang
Beleidsregel graven
Vereiste
8
Nieuwe sloot Hengelolaan
Beleidsregel graven
Opgave vanuit vergunning Steenzicht
Generiek
Onderhoudsruimte
Varend onderhoud
Vereiste
Bij het verder uitwerken moet gecontroleerd worden aan welk beleid voldaan moet worden.
blad 26 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
Alle effecten van het nieuwe watersysteem op stroomsnelheden, opstuwing door vernauwing of erosie worden niet verwacht, mits het vereiste stroomprofiel van de nieuwe secundaire en primaire watergangen gewaarborgd blijft. In het ontwerp vormt de nieuwe sloot een doodlopende watergang. Het advies, en de wens van het hoogheemraadschap, is om doodlopende watergangen te voorkomen. Hier geldt de aanbeveling om in het waterstructuurplan te verkennen of deze nieuwe sloot aan de Hengelolaan aan twee kanten verbonden kan worden met het oppervlaktewater.
Figuur 5-3: Locaties van wijzigingen in het watersysteem. De nummers corresponderen met bovenstaande tabel.
Hieronder volgen diverse vereisten uit de beleidsregels van het hoogheemraadschap die van toepassing zijn op het SO o.b.v. de hierboven beschreven wijzigingen. De opgenomen regels zijn een selectie van de totale eisen. In de vergunningsaanvraag dient de uitwerking conform alle regels te zijn. Verbreden watergang – graven van en in water Het hoogheemraadschap stelt de volgende toetsingscriteria en afmetingen aan de verbreding van de watergang. Als tot verbreding van wateren wordt overgegaan, dan dient: Het nieuwe bodenwaterloop minimaal te voldoen aan de eisen voor bovenwaterlopen (tabel 4.1 van de beleidsregel, zie Tabel 5-4). De verhouding waterdiepte staat tot waterbreedte conform de beleidsregel (tabel 4.1 van de beleidsregel, zie Tabel 5-4). De verbreding minimaal 0,2 meter te bedragen. De verbreding gelijkmatig verdeeld te worden over de gehele lengte van de te verbreden watergang voor zover het eigendom sterkt. De voorgenomen verbreding te worden toegepast op het gehele profiel.
blad 27 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO) Tabel 5-4: Tabel 4.1 uit de eisen voor het verbreden van watergangen (bron: Hoogheemraadschap van Delfland). Primaire wateren, met uitzondering van dijksloten
Secundaire wateren met uitzondering van dijksloten
Minimaal bovenwaterbeloop
1:1 of beschoeiing
1:1 of beschoeiing
Verhouding tot waterdiepte staat tot waterbreedte voor watergangen tot een breedte van 5 m
1:5
1:5
Verhouding tot waterdiepte staat tot waterbreedte voor watergangen breder dan 5 m
1:5, maar maatwerk mogelijk
1:5, maat maatwerk mogelijk
Graven watergang Het hoogheemraadschap stelt de volgende toetsingscriteria en afmetingen aan het graven van een watergang. Toetsingscriteria voor de aanleg van nieuw oppervlaktewater. 1. De dimensionering van wateren dient minimaal gebaseerd te zijn op het normdebiet. 2. Nieuw aan te leggen wateren moeten voldoen aan de normen voor stroomsnelheid en verhang, en moeten na aanleg ten minste voldoen aan de afmetingen uit Tabel 5-5. 3. Wateren moeten 10 cm dieper worden aangelegd, dan p basis van de normering benodigd is. 4. De oevers van de vergraving moeten met deugdelijke materialen en op doelmatige wijze tegen uitspoeling en afkalving worden beschermd. 5. Voor de aansluiting va nieuwe wateren op bestaande wateren dient een graduele overgang over een lengte van 10 meter te worden aangelegd. Indien het nieuwe water zo kort is dat deze overgang niet kan worden gerealiseerd, dan moet het nieuwe water met de leggerdiepte en leggerbreedte van het huidige water worden aangelegd. Tabel 5-5: Tabel 3.1 minimale afmetingen voor nieuw aan te leggen wateren (bron: Hoogheemraadschap van Delfland). Primaire wateren, met uitzondering van dijksloten
Secundaire wateren met uitzondering van dijksloten
Minimaal bovenwaterbeloop
1:1 of beschoeiing
1:1 of beschoeiing
Verhouding tot waterdiepte staat tot waterbreedte voor watergangen tot een breedte van 5 m
1:5
1:5
Verhouding tot waterdiepte staat tot waterbreedte voor watergangen breder dan 5 m
1:5, maar maatwerk mogelijk
1:5, maar maatwerk mogelijk
Minimale waterdiepte
1m
1m
Minimale waterbreedte
5m
2,5 m
Aanleg en Onderhoud Het Hoogheemraadschap van Delfland is verantwoordelijk voor het functioneren van het watersysteem, de verbreding van sloten, het verbinden van sloten en de aanleg van NVO’s en duikers mag daar geen belemmering in vormen. De gemeente dient te zorgen dat onderhoud mogelijk is, dit is nodig om te voldoen aan de beleidsregels, waarschijnlijk blijkt dat varend onderhoud nodig is. Bij de aanleg van nieuwe wateren en het verbreden van bestaande wateren zijn de volgende breedtes van onderhoudsstroken vereist: Bij wateren met een breedte tot 5 meter is een onderhoudsstrook van 4 meter aan één zijde voldoende. De (onderhouds)strook aan de andere zijde kan 1 meter breed zijn. Wateren met een breedte tussen de 5 en 10 meter moeten aan beide kanten kunnen worden onderhouden. Hiervoor zijn aan weerszijden van de wateren onderhoudsstroken met een breedte van 4 meter nodig. Wateren met een breedte groter dan 10 meter moeten varend worden onderhouden. Voor varend onderhoud zijn onderhoudsstroken nodig van 1 meter aan weerszijden van de wateren. Langs een nieuw aan te leggen natuurvriendelijke oever met een plasberm, drasberm of vooroever dient een onderhoudsstrook van 4 meter aanwezig te zijn of vrijgehouden te worden. blad 28 van 32
Watertoets Ontwikkellocatie Zichten 2, 3 en 7 te Den Haag projectnummer 0493485.100 27 september 2024 revisie 04 Gemeente Den Haag (DSO)
De volgende criteria gelden voor varend onderhoud. Varend onderhoud wordt alleen toegestaan indien aan de volgende eisen wordt voldaan: Waterganglengte van ten minste 500 m of aaneengesloten wateroppervlak van 1.750 m², zonder nietdoorvaarbare obstakels. Minimale breedte watergang: 3,5 m, gemeten op de waterlijn. Minimale diepte watergang: 1 m. Minimale doorvaarbare hoogte: 1 m. Faciliteiten voor tewaterlating van onderhoudsmateriaal dienen aanwezig te zijn of door de initiatiefnemer aangelegd te worden. Deze faciliteiten moeten vanaf de openbare weg goed bereikbaar zijn en blijven.
5.6
Beheer De "Delftse stoep" houdt in dat het overgangsstuk tussen het gebouw en de stukken die in beheer zijn bij de gemeente groen blijven. Dit voorkomt dat extra verharding plaatsvindt. In de leveringsakte naar de corporatie wordt opgenomen dat de groene delen in beheer blijven bij de corporatie en dat deze overgangsstukken ook groen dienen te blijven. In een later stadium wordt er een beheer- en onderhoudsplan met een geselecteerde hovenier vastgesteld voor het onderhoud van de infiltratievoorzieningen.
5.7
Grondwater en ondergrond Om het risico op grondwateroverlast te beperken dient de ontwateringsdiepte voldoende te zijn. De ontwateringsdiepte is de afstand tussen de gemiddeld hoogtegrondwaterstand en het straatpeil, het maaiveld en/of vloerpeil (zie ook Figuur 5-4).