CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS320044 Bijlage Evaluatie LISE-pilot

Commissie Leefomgeving 12 december 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief inzake Verkenning van mogelijke rolnemingen voor de gemeente Den Haag in een publiek warmtebedrijf13.468 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Evaluatie pilot LISE-fonds

Gemeente Den Haag ERAC Postbus 90102 | 5200 MA 's-Hertogenbosch | +31 (0)73 7000 340 | info@erac.nl | www.erac.nl

Inhoud Samenvatting .................................................................................................................................................. 3 Introductie en onderzoeksmethode ......................................................................................................... 3 Conclusies in relatie tot hoofdstuk 3 - Onderzoeksresultaten .......................................................... 4 Conclusies in relatie tot hoofdstuk 4 - Rekenkamer Den Haag ........................................................ 6 Aanbevelingen in relatie tot hoofdstuk 3 - Onderzoeksresultaten .................................................. 7 Aanbevelingen in relatie tot hoofdstuk 3 - Rekenkamer Den Haag ................................................ 8 1.

Inleiding ............................................................................................................................................... 10 1.1.

Achtergrond en aanleiding ....................................................................................................... 10

1.2.

Doelstelling .................................................................................................................................. 11

1.3.

Begeleidingsgroep...................................................................................................................... 11

1.4.

Leeswijzer..................................................................................................................................... 11

2.

Onderzoeksaanpak ........................................................................................................................... 12 2.1.

Kwantitatieve analyse................................................................................................................ 12

2.2.

Kwalitatieve analyse .................................................................................................................. 12

2.3.

Rekenkamer Den Haag ............................................................................................................. 13

3.

Onderzoeksresultaten...................................................................................................................... 15 3.1.

Inhoudelijke en financiële voortgang, fondsmanagement en -beheer ........................... 15

3.2.

Investeringsstrategie en - voorwaarden ............................................................................... 16

3.3.

Investeringsproces ..................................................................................................................... 21

3.4.

Communicatie en afstemming ................................................................................................. 22

3.5.

Toezicht en verantwoording (governance) ........................................................................... 23

3.6.

Conclusies .................................................................................................................................... 25

4.

Rekenkamer Den Haag.................................................................................................................... 27 4.1.

Kernvraagstukken en keuzes ................................................................................................... 27

4.2.

Conclusies .................................................................................................................................... 30

5.

Aanbevelingen ................................................................................................................................... 31 5.1.

Aanbevelingen - Onderzoeksresultaten (hoofdstuk 3)...................................................... 31

5.2.

Aanbevelingen - Rekenkamer Den Haag (hoofdstuk 4).................................................... 33

Bijlagen ............................................................................................................................................................ 35

Evaluatie pilot LISE-fonds

Colofon Opdrachttitel Evaluatie pilot LISE-fonds

Opdrachtgever Gemeente Den Haag

Projectteam ERAC Luc van Aart (projectleider) Sander Elemans

Documentnummer 001028

Datum opdrachtverstrekking 11 mei 2023

Datum eindrapport 22 juni 2023 European and Regional Affairs Consultants (ERAC) B.V. Prinses Beatrixlaan 582 2595 BM Den Haag T. +31 (0) 73 700 03 40

Evaluatie pilot LISE-fonds | 2

Samenvatting Introductie en onderzoeksmethode Achtergrond De Haagse energietransitie is gebaat bij de versnelde ontwikkeling en uitrol van nieuwe lokale energietransitieprojecten op wijkniveau. Het bereiken van minimaal 50% lokaal eigenaarschap staat daarbij centraal. Hiermee geeft de gemeente Den Haag invulling aan landelijke uitgangspunten uit het Klimaatakkoord1. Het ontwikkelfonds Lokaal Initiatievenfonds Schone Energie (LISE) kan daaraan een belangrijke bijdrage leveren omdat het de pijplijn aan projecten voor realisatie stimuleert. LISE kent daarmee dan ook een groot maatschappelijk rendement. Naast deze hoofddoelstelling kan LISE er ook voor zorgen dat de investeringsfondsen – zoals het Energiefonds Den Haag en het VvE duurzaamheidsfonds - meer slagkracht krijgen. Zo ook is het beter mogelijk om investeringsmiddelen vanuit de private kapitaalmarkt aan te trekken. Het eerste uitvoeringsjaar van LISE betrof een pilot. Deze pilot was bedoeld om het instrument neer te zetten, te bezien of LISE inderdaad in een behoefte zou voorzien, na te gaan op welke wijze de governance en het fondsmanagement van het fonds goed konden worden belegd en ingeregeld, de samenwerking met betrokken gemeentelijke afdelingen/ diensten vorm te geven en vooral ook - om praktijkervaring op te doen.

De in de pilot opgedane inzichten en leerervaringen kunnen - na eventuele positieve (principe-) besluitvorming - worden meegenomen in de definitieve vormgeving van het fonds.

Onderzoeksmethode De evaluatie kent in overwegende mate een kwalitatief karakter. Veel informatie is ontsloten op basis van interviews. In overleg met de begeleidingsgroep zijn de doelgroepen (stakeholders), de interviewpartners en de interviewvragen bepaald. Het kwantitatieve deel van de evaluatie dient bezien te worden in het perspectief van het feit dat er in de pilot geen uitzettingen aan de doelgroep van LISE zijn geweest. Wel is er inzicht verkregen in de projectenpijplijn. Nota bene: De in het evaluatieonderzoek betrokken energiecoöperaties en VvE's zijn uiteraard een selectie uit het grote aantal energiecoöperaties en met name VvE's dat de gemeente Den Haag kent. Daarnaast vormen VvE's en energiecoöperaties slechts een deel van de beoogde brede doelgroep van LISE. Onderhavige evaluatie is daarom nadrukkelijk ook geen doelgroepenonderzoek. Bij het opstellen van de interviewvragen van deze tussentijdse evaluatie en de opbouw van onderhavig evaluatierapport is rekening gehouden met verschillende documenten van de hand van de Rekenkamer Den Haag.

1

In reactie op de aangenomen motie '50% lokaal eigendom bij duurzaamheidsplannen' (RIS306814) erkent het college van BenW de meerwaarde van lokaal eigenaarschap bij gemeentelijke duurzaamheidplannen voor duurzame opwek. Door middel van intensieve enthousiasmering, stimulering en het vervullen van de rol van 'makelaar' tussen eigenaren en coöperaties wenst het college het streven naar 50% lokaal eigenaarschap uit het Klimaatakkoord te bevorderen.

Evaluatie pilot LISE-fonds | 3

Een en ander heeft aanleiding gegeven in deze evaluatie specifiek in te gaan op vier (van de in totaal zes) door de Rekenkamer Den Haag geïdentificeerde kernvraagstukken: 1.

Een revolverend fonds of niet?

2.

Welke mate van revolverendheid willen we en welk fondsvermogen is nodig?

3.

Wat is de looptijd van het fonds?

4.

Hoe willen we investeren?

Introductie LISE LISE heeft tot doel om een deel van de aanloopkosten in het voortraject van (kleinschalige) Haagse energiebesparingsinitiatieven voor te financieren. Ook kleinschalige duurzame opwekinitiatieven worden ondersteund. Dit met als oogmerk businesscases gericht op de daadwerkelijk realisatie van initiatieven financierbaar te maken. Tot de doelgroep van LISE behoren verenigingen of samenwerkingsverbanden van wijkbewoners, lokaal MKB (micro of klein), (sport)verenigingen en VvE’s. Het voorfinancieren doet LISE met behulp van een lening tegen gunstige voorwaarden, te weten: •

Leenbedrag tussen € 5.000 en € 25.000;

•

Eigen bijdrage van minimaal 30% door inbreng van eigen middelen of inzet van vrijwilligersuren tegen een fictief tarief van € 65 per uur;

•

Wanneer aan het eind van het voortraject blijkt dat de businesscase financierbaar is (en ook de benodigde vergunningen e.d. zijn verkregen), dan moet het volledige leenbedrag worden terugbetaald met daarbovenop een eenmalige ‘succesfee’ van 10%. Wanneer aan het eind van het voortraject blijkt dat een project onverhoopt niet door kan gaan of onuitvoerbaar is, dan wordt de verstrekte lening omgezet in een subsidie (kwijtschelding).

Voor de pilot is € 500.000 door het college van BenW ter beschikking gesteld. Het fondsmanagement wordt uitgevoerd door coöperatie EnergieSamen, het fondsbeheer door stichting Nationaal Groenfonds. Omwille van het feit dat deze partijen als enige partij in de markt waren om een dergelijk fonds te managen/ beheren en het feit dat voor deze pilot geen - deels prestatiegerelateerde - prijsstelling kon worden afgegeven, is besloten het fondsmanagement van de pilot niet openbaar aan te besteden. Tegen deze achtergrond heeft de gemeente Den Haag beide partijen een subsidiebijdrage verstrekt ter hoogte van (afgerond) € 92.000. Stichting HEID heeft in relatie tot de kosten van juridische ondersteuning € 17.500 ontvangen, circa € 390.500 is ingebracht als fondsvermogen.

Conclusies in relatie tot hoofdstuk 3 - Onderzoeksresultaten Inhoudelijke en financiële voortgang, fondsmanagement en -beheer •

Er zijn in de pilotfase zes vooraanmeldingen geweest (daarnaast drie vooraanmeldingen buiten de pilotperiode). Er is geen enkele aanvraag ingediend. Het is zeer wel voorstelbaar dat de Corona pandemie - en de restricties ten aanzien van het elkaar kunnen ontmoeten - daarin een factor is geweest;

•

Het was niet passend het fondsmanagement en - beheer van de pilot op basis van een openbare aanbesteding te beleggen;

Evaluatie pilot LISE-fonds | 4

•

Het fondsmanagement en het - beheer van de LISE-pilot zijn op basis van een subsidierelatie belegd bij coöperatie EnergieSamen respectievelijk stichting Nationaal Groenfonds. Er zijn in de subsidiebeschikking geen specifieke prestatieafspraken (KPI's) vastgelegd.

Investeringsstrategie en - voorwaarden •

Een leenfaciliteit met een optie tot omzetting in een subsidie (kwijtschelding) lijkt in een behoefte bij

de doelgroep te voorzien.

LISE draagt

bij

aan

het

financierbaar

maken

van

investeringsproposities; •

De leningcondities worden - ook door de doelgroep - over het algemeen positief beoordeeld. De 10% succesfee stuit evenwel op onbegrip en weerstand;

•

Het instrument is in belangrijke mate additioneel aan ander stimuleringsinstrumentarium (lokaal, provinciaal, nationaal).

Investeringsproces •

Projectsourcing en acquistitie waren eng en daarmee kwetsbaar bij één persoon binnen de gemeentelijke organisatie belegd;

•

Het proces van business development - in termen van communicatie, scouten, begeleiding en preselectie van proposities door betrokken gemeentelijke afdelingen en diensten voorafgaand aan doorgeleiding naar de fondsmanager - was niet optimaal ingeregeld;

•

Het niet maken van sluitende afspraken ('service level agreement') over projectsourcing en acquisitie - het meest cruciale onderdeel van het investeringsproces - is de gemeente, maar zeker ook de fondsmanager verwijtbaar. Er is geen regie getoond in het proces, er zijn geen afspraken vastgelegd, en geen - dan wel in een laat stadium - knelpunten op tafel gelegd.

Communicatie en afstemming •

Het instrument was niet breed bij de doelgroep bekend. De communicatie over het instrument was beperkt. Dit roept de vraag op of LISE wel voldoende en voldoende onderscheidend in de markt is gezet;

•

LISE was niet goed bekend binnen betrokken gemeentelijke afdelingen en diensten, kennis over en potentiële meerwaarde van het fonds was onvoldoende in beeld. Van brede onderlinge afstemming lijkt nauwelijks sprake te zijn geweest;

•

Er was geen sprake van brede, structurele informatie uitwisseling met/ afstemming tussen betrokken gemeentelijke afdelingen en diensten - stichting HEID - coöperatie EnergieSamen/ stichting Nationaal Groenfonds.

Toezicht en verantwoording (governance) •

Het toezichthoudende Investeringscomité was zich in onvoldoende mate bewust van haar formele verantwoordelijkheden. Dit lijkt in belangrijke mate veroorzaakt te zijn door een (initieel) gebrek aan kennis, voorbereiding en sturing van de zijde van de fondsmanager;

•

Het toezicht door DSO-Wonen en stichting HEID op de dagelijkse operatie van het fonds was reactief;

•

In de gemeentelijke subsidiebeschikking aan stichting HEID in relatie tot de beschikbaarstelling van het fondskapitaal van LISE zijn geen voorwaarden gesteld met betrekking tot tussentijdse inhoudelijke en financiële voortgangsrapportages;

Evaluatie pilot LISE-fonds | 5

•

Hetzelfde doet opgeld ten aanzien van de gemeentelijke subsidiebeschikking ten behoeve van (penvoerder) stichting Nationaal Groenfonds in relatie tot het fondsmanagement en -beheer;

•

In de leningovereenkomst tussen stichting HEID en (penvoeder) stichting Nationaal Groenfonds zijn

wel

verplichtingen

opgenomen

ten

aanzien

van

(onder

meer)

tussentijdse

voortgangsrapportages en het organiseren van een evaluatie. Daaraan is evenwel in formele zin (nog) niet door stichting Nationaal Groenfonds aan voldaan.

Conclusies in relatie tot hoofdstuk 4 - Rekenkamer Den Haag Kernvraagstuk: Een revolverend fonds of niet? •

Uit de interviews komt het beeld naar voren dat er bij de doelgroep behoefte bestaat aan een instrument als LISE. Een kwantitatieve onderbouwing van deze behoefte ontbreekt evenwel;

•

De private kapitaalmarkt voorziet niet in een dergelijke vorm van ondersteuning, er vindt geen verdringing plaats;

•

Voor LISE is een staatsteunanalyse opgesteld. LISE is zodanig ingericht dat "geoorloofde staatssteun" kan worden versterkt.

Kernvraagstuk: Welke mate van revolverendheid willen we en welk fondsvermogen is nodig? •

Een revolverendheidspercentage van LISE van gemiddeld 25-40% lijkt gezien het type initiatieven dat wordt ondersteund acceptabel;

•

Respondenten geven aan dat het maatschappelijk rendement potentieel groot is. En dat daarmee de lage revolverendheid van LISE te rechtvaardigen is;

•

Het is zeer wenselijk om de optimale omvang van het fondsvermogen van LISE op basis van een kapitaalmarktonderzoek dan wel een zogenaamde 'ex ante beoordeling'2 te bepalen. Een prognose - mede op basis van de ingeschatte revolverendheid - maakt daar integraal onderdeel van uit.

Kernvraagstuk: Wat is de looptijd van het fonds? •

De optimale winding up strategie van LISE worden idealiter bepaald eerst na een eventueel (principe)besluit tot continuering van LISE. Eventueel op basis van een ex ante beoordeling.

Kernvraagstuk: Hoe willen we investeren? •

Mocht besloten worden tot een eventuele doorstart van LISE dan lijkt het wenselijk het investeringskader - en de daarop in sterke mate gebaseerde investeringsstrategie - aan te passen, Thematische verbreding - eventueel gebaseerd op het Bauhaus model, of bijvoorbeeld een koppeling met het potentieel op te richten Stadmakersfonds - zou daarbij aan de orde kunnen zijn. Een doelgroepenonderzoek is daarbij van belangrijke meerwaarde;

•

Het wordt niet noodzakelijk geacht dat de investeringskracht van het fonds op een gelijk niveau blijft.

2

Een ex ante beoordeling is verplicht indien het voornemen bestaat om bij de kapitalisering van een financieringsinstrument een beroep te doen op Europese Structuur en Investeringsfondsmiddelen. Een ex ante beoordeling is duidelijk meeromvattend dan een "regulier" kapitaalmarktonderzoek.

Evaluatie pilot LISE-fonds | 6

Aanbevelingen in relatie tot hoofdstuk 3 - Onderzoeksresultaten Inhoudelijke en financiële voortgang, fondsmanagement en -beheer •

Indien wordt besloten LISE te continueren (op basis van een revolverend fondsconstruct) wordt aanbevolen het fondsmanagement en het - beheer openbaar aan te besteden. Het is in de contractuele vastlegging daarbij van groot belang om prestatieafspraken (KPI's) op te nemen.

Investeringsstrategie en - voorwaarden •

Geadviseerd wordt een eventueel besluit tot continuering van LISE mede op basis van een kapitaalmarktonderzoek (of een ex ante beoordeling) en een doelgroepenonderzoek te nemen. Daarmee wordt inzicht gecreëerd ten aanzien van (onder meer) inhoudelijke scope, gewenste aard en omvang van de ondersteuning aan de doelgroep, gewenste omvang van het instrument en de toepasselijke instrumentering en optimale uitvoering van het (financierings)instrument. Een staatssteunanalyse maakt integraal deel uit van een ex ante beoordeling;

•

Ten aanzien van de inhoudelijke scope verdient het aanbeveling te onderzoeken of er behoefte is bij de doelgroep aan een thematische verbreding van LISE met bijvoorbeeld het thema duurzaamheid. Ook onderwerpen en thema's die in het Europese Bauhaus-initiatief centraal staan en/of een koppeling met het potentieel op te richten Stadmakersfonds kunnen hierin worden meegenomen.

Instrumentering •

Ten aanzien van de toepasselijke instrumentering verdient het aanbeveling te onderzoeken of een revolverend fondsconstruct in deze situatie wel het meest optimale uitvoeringsinstrument is. Een subsidie in de vorm van een terug te betalen, achtergestelde lening zou mogelijk een goed alternatief kunnen zijn;

•

Het verdient aanbeveling de gemeentelijke instrumentering ten aanzien van het stimuleren van energietransitie op onderlinge complementariteit te onderzoeken en eventueel aanpassingen door te voeren.

Investeringsvoorwaarden •

Aanbevolen wordt de 10% succesfee bij een eventuele continuering van LISE nadrukkelijk te heroverwegen.

Investeringsproces •

Het investeringsproces in de pilot van LISE beperkte zich tot het onderdeel 'projectsourcing en acquisitie'. Het verdient sterk aanbeveling om sluitende (service level) afspraken te maken tussen de fondsmanager en de gemeente om dit cruciale onderdeel van het investeringsproces goed te beleggen;

•

Het verdient aanbeveling om de "linking pin positie" tussen de verschillende gemeentelijke diensten en afdelingen enerzijds en tussen de gemeentelijke diensten en afdelingen en de fondsmanager anderzijds bij een mogelijk vervolg van LISE steviger in de organisatie te verankeren en ook tot een duidelijke taakafbakening te komen.

Evaluatie pilot LISE-fonds | 7

Communicatie en afstemming •

Enkele respondenten gaven aan dat zij de weg binnen de gemeente niet goed konden vinden. Daarnaast zijn er ook vele wegen binnen de gemeente. In het verlengde van Duurzame stad Den Haag en initiatieven gericht op de optimalisering van de ambtelijke samenwerking verdient het aanbeveling om het concept 'one stop shop loket' op meerwaarde te onderzoeken;

•

De bekendheid van LISE onder de doelgroep van LISE was beperkt. Dit roep de vraag op of LISE wel voldoende, voldoende breed onder de doelgroepen en als instrument ook voldoende onderscheidend in de markt is gezet. Aanbevolen wordt bij een eventueel vervolg van LISE hier nadrukkelijk aandacht aan te besteden;

•

Ook de bekendheid van LISE in de gemeentelijke organisatie was niet optimaal. Het verdient aanbeveling LISE bij een eventueel vervolg ook actief intern te communiceren om zodoende kennis over het instrument - en draagvlak en enthousiasme voor het instrument - bij de medewerkers te stimuleren;

•

Het verdient aanbeveling om bij een eventuele doorstart van LISE structureel afstemmingsoverleg te houden tussen de meest bij de uitvoering van LISE betrokken partijen: DSO-Wonen, DPZ, fondsmanager en stichting HEID.

Toezicht en verantwoording (governance) •

Het verdient nadrukkelijk aanbeveling dat het toezichthoudende Investeringscomité onmiddellijk bij de eventuele (door)start van LISE zowel het Reglement van Orde van het Investeringscomité als de investeringsstrategie van LISE ter vaststelling wordt voorgelegd. Overweeg een onafhankelijk vakexpert in het Investeringscomité op te nemen;

•

Het verdient sterk de aanbeveling om in een eventuele gemeentelijke subsidiebeschikking die strekt tot het verstrekken van additioneel fondskapitaal aan stichting HEID ten behoeve van LISE expliciete voorwaarden op te nemen ten aanzien van de frequentie en inhoud van tussentijdse voortgangsrapportages - en ook actief toe te zien op het daadwerkelijk nakomen daarvan.

Aanbevelingen in relatie tot hoofdstuk 3 - Rekenkamer Den Haag Kernvraagstuk 'Een revolverend fonds of niet?' •

Aanbevolen wordt een eventueel besluit tot continuering van LISE mede te nemen op basis van een kapitaalmarktonderzoek (of een ex ante beoordeling) en een doelgroepenonderzoek. Mede op basis daarvan kan een beter gefundeerde keuze worden gemaakt voor het type financieel ondersteuningsinstrument (bijvoorbeeld een revolverend fonds, een subsidieregeling met terugbetaalverplichting of anderszins) en kan deze optimaal worden gericht qua doelgroep, breedte van thematiek, gewenste aard en omvang van financiële ondersteuning en optimale uitvoering.

Kernvraagstuk: 'Welke mate van revolverendheid willen we en welk fondsvermogen is nodig?' •

Een propositie opwerkfonds kent vrijwel per definitie een lage revolverendheid - maar een (potentieel) groot maatschappelijk rendement. Aanbevolen wordt daarom geen hoge eisen te stellen aan de mate van revolverendheid;

•

Aanbevolen wordt voorts op basis van een kapitaalmarktonderzoek (of een ex ante beoordeling), en een doelgroepenonderzoek een optimale fondsomvang te bepalen.

Evaluatie pilot LISE-fonds | 8

Kernvraagstuk: 'Wat is de looptijd van het fonds?' • Aanbevolen wordt de looptijd van LISE mede af te stemmen op de gemeentelijke beleidshorizon ten aanzien van het inhoudelijke thema waarop LISE ondersteuning biedt; •

Ten aanzien van de winding up strategie wordt aanbevolen deze mede te koppelen aan de inzichten die een eventueel uit te voeren ex ante beoordeling zal opleveren. Een winding up zou ook op basis van een tussentijdse evaluatie van het fonds aan de orde kunnen zijn.

Kernvraagstuk: Hoe willen we investeren? •

Aanbevolen wordt het investeringskader - en de daarop te baseren investeringsstrategie - op te stellen mede op basis van de resultaten van een kapitaalmarktonderzoek (of een ex ante beoordeling), en een doelgroepenonderzoek. Eén en ander uiteraard binnen de contouren van de gemeentelijke beleidsambities en - finaal - bestuurlijke besluitvorming;

•

Ten aanzien van de investeringskracht van een propositie opwerkfonds als LISE wordt aanbevolen deze te laten afnemen.

Evaluatie pilot LISE-fonds | 9

1.

Inleiding

1.1.

Achtergrond en aanleiding

De Haagse energietransitie is gebaat bij de versnelde ontwikkeling en uitrol van nieuwe lokale energietransitieprojecten op wijkniveau. Het bereiken van minimaal 50% lokaal eigenaarschap staat daarbij centraal. Hiermee geeft de gemeente Den Haag invulling aan landelijke uitgangspunten uit het Klimaatakkoord3. Het ontwikkelfonds Lokaal Initiatievenfonds Schone Energie (LISE) kan daaraan een belangrijke bijdrage leveren omdat het de pijplijn aan projecten voor realisatie stimuleert. LISE kent daarmee dan ook een groot maatschappelijk rendement. Naast deze hoofddoelstelling kan LISE er ook voor zorgen dat de investeringsfondsen – zoals het Energiefonds Den Haag en het VvE duurzaamheidsfonds - meer slagkracht krijgen. Zo ook is het beter mogelijk om investeringsmiddelen vanuit de private kapitaalmarkt aan te trekken. In bijlage 1 is een korte kenschets van het fonds LISE opgenomen. LISE is geïnspireerd op - maar duidelijk complementair aan - het Ontwikkelfonds voor energiecoöperaties. LISE focust zich op (relatief) kleinschalige energietransitie- en opwekprojecten in de gemeente Den Haag. Het Ontwikkelfonds voor energiecoöperaties richt zich op grootschalige opwekprojecten zoals zonne- en windmolenparken. Voor dit type grootschalige opwekprojecten is in Den Haag geen plaats.

Bij het Ontwikkelfonds voor energiecoöperaties waren ten tijde van de start van de pilot van LISE onder meer de ministeries van EZK en BZK, provincies Zuid-Holland, Utrecht, Drenthe en Limburg, coöperatie EnergieSamen en stichting Nationaal Groenfonds betrokken. Voor de 1 jarige pilot van het LISE-fonds heeft stichting HEID van de gemeente Den Haag een subsidie van € 407.949 ten behoeve van het fondskapitaal ontvangen. Dit bedrag – minus de kosten van stichting HEID (€ 17.500) – is door stichting HEID in de vorm van een lening beschikbaar gesteld aan coöperatie EnergieSamen en stichting Nationaal Groenfonds (fondsmanager resp. fondsbeheerder van LISE). Ten behoeve van de kosten voor het fondsmanagement/ beheer heeft het stichting Nationaal Groenfonds (in vervolg Nationaal Groenfonds) daarnaast een subsidiebedrag van € 92.051 van de gemeente Den Haag ontvangen. 3

In reactie op de aangenomen motie '50% lokaal eigendom bij duurzaamheidsplannen' (RIS306814) erkent het college van BenW de meerwaarde van lokaal eigenaarschap bij gemeentelijke duurzaamheidplannen voor duurzame opwek. Door middel van intensieve enthousiasmering, stimulering en het vervullen van de rol van 'makelaar' tussen eigenaren en coöperaties wenst het college het streven naar 50% lokaal eigenaarschap uit het Klimaatakkoord te bevorderen.

Evaluatie pilot LISE-fonds | 10

Op 21 december 2021 is de leningovereenkomst tussen stichting HEID (in vervolg HEID) met coöperatie EnergieSamen (in vervolg EnergieSamen) en Nationaal Groenfonds getekend. Begin maart 2022 is het “loket” van LISE opengesteld voor aanvragen van de doelgroep, in april 2023 is het loket gesloten.

1.2.

Doelstelling

In de subsidieaanvraag van HEID aan de gemeente Den Haag staat aangeven ’Meer specifiek willen we het eerste uitvoeringsjaar benutten om praktijkervaring op te doen en mee te nemen in de definitieve vormgeving van het fonds'. Deze pilot was bedoeld om het instrument neer te zetten, te bezien of LISE inderdaad in een behoefte zou voorzien, na te gaan op welke wijze de governance en het fondsmanagement van het fonds goed konden worden belegd en ingeregeld, de samenwerking met betrokken gemeentelijke afdelingen/ diensten vorm te geven en vooral ook - om praktijkervaring op te doen. De in de pilot opgedane inzichten en leerervaringen kunnen - na eventuele positieve (principe-)besluitvorming - worden meegenomen in de definitieve vormgeving van het fonds De Haagse Rekenkamer doet in haar rapport ‘Uitkomsten kort onderzoek LISE revolverend fonds’ (17 oktober 2022) diverse aanbevelingen ‘die de gemeenteraad kan betrekken bij de besluitvorming over het vervolg op de pilot’. Het college neemt in haar reactie van 5 juli 20224 de aanbevelingen die direct op LISE waren gericht over. En zijn daarom ook meegenomen in deze evaluatie.

1.3.

Begeleidingsgroep

De gemeente Den Haag heeft opdracht verstrekt aan ERAC voor de uitvoering van de evaluatie. Het evaluatieonderzoek is begeleid door een begeleidingsgroep. Deze is als volgt samengesteld: •

Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling: Jeroen Laven, Josh Geuze;

•

Gemeente Den Haag, Dienst Publiekzaken: Jacqueline de Wijs;

•

Onafhankelijk expert LCCG: Saskia Langbroek-Coppus;

•

Stichting HEID: Ton Overmeire.

De begeleidingsgroep heeft aangeven belang te hechten aan een pragmatische evaluatie, daarbij rekening houdend met onder meer procesaspecten, de organisatie en de beleving van het fonds.

1.4.

Leeswijzer

De opzet van dit evaluatierapport is als volgt. Allereest vindt een beschrijving van de onderzoeksaanpak plaats in hoofdstuk 2 met daarbij aandacht voor de gehanteerde analyse (kwantitatief en kwalitatief) en de omgang in het evaluatierapport met de kernvraagstukken van de Rekenkamer Den Haag aangaande LISE. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de onderzoeksresultaten, de verschillende bevindingen ten aanzien van het functioneren van de pilot gepresenteerd. Hierbij is onder meer aandacht voor de voortgang, investeringsstrategie en -voorwaarden, investeringsproces, communicatie en verantwoording. Daarna staan in hoofdstuk 4 de kernvraagstukken van de Rekenkamer Den Haag centraal. Deze worden stapsgewijs doorlopen. Dit rapport sluit in hoofdstuk 5 af met een aantal aanbevelingen.

4

In het Rekenkamerrapport is de reactie van het college meegenomen, vandaar dat de publicatiedatum van het rapport later is dan de reactie van het college van BenW

Evaluatie pilot LISE-fonds | 11

2.

Onderzoeksaanpak

Dit hoofdstuk gaat in op de gevolgde onderzoeksmethodiek. In paragraaf 2.1 wordt kort ingegaan op de kwantitatieve analyse. De wijze waarop data zijn verzameld in relatie tot de kwalitatieve analyse komt in paragraaf 2.2 aan de orde. In paragraaf 2.3 tot slot wordt ingaan op de wijze waarop in de evaluatie rekening is gehouden met drie documenten van de hand van de Rekenkamer Den Haag, die direct dan wel indirect betrekking hebben op de pilot van het LISE-fonds.

2.1.

Kwantitatieve analyse

Het kwantitatieve deel van de evaluatie dient te worden bezien in het perspectief van het feit dat er in de pilot geen uitzettingen aan de doelgroep van LISE zijn geweest. Wel is er primair op basis van overleg met DSO-Wonen inzicht verkregen in de projectenpijplijn.

2.2.

Kwalitatieve analyse

De evaluatie kent in overwegende mate een kwalitatief karakter. Veel informatie is ontsloten op basis van interviews. In overleg met de begeleidingsgroep zijn de doelgroepen (stakeholders), de interviewpartners en de interviewvragen bepaald. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de respondenten. De interviews zijn via Microsoft Teams in de periode 8 - 25 mei 2023 afgenomen. Soms op individuele basis, soms is er voor gekozen interviews in focusgroep verband af te nemen. Zo zijn bijvoorbeeld de interviewpartners van DSO-Energie gelijktijdig bevraagd. In totaal zijn er zes vooraanmeldingen (en dus geen aanvragen) voor de sluiting van de pilot geweest. Vier afkomstig van VvE's, twee van energiecoöperaties. Bij drie van de vier VvE's zijn interviews met hun vertegenwoordigers afgenomen. Vertegenwoordigers van beide betrokken energiecoöperaties zijn in focusgroepverband geïnterviewd. Nota bene: De in het evaluatieonderzoek betrokken energiecoöperaties en VvE's zijn uiteraard een selectie uit het grote aantal energiecoöperaties en met name VvE's dat de gemeente Den Haag kent. Daarnaast vormen VvE's en energiecoöperaties slechts een deel van de beoogde brede doelgroep van LISE.

Evaluatie pilot LISE-fonds | 12

Volgens de investeringsstrategie van LISE (20 oktober 2022) bestaat de doelgroep immers uit: •

De (verenigde) wijkbewoners;

•

Het lokale MKB;

•

(Sport)verenigingen;

•

VvE's;

•

Ondernemers uit Den Haag die wijkinitiatieven willen ontplooien gericht op investeringen in: o

Energiebesparing;

o

En/ of (kleinschalige) duurzame energie- en warmteopwek;

o

En/ of het beter verdelen van de energievraag (voorkomen van piekbelasting, rechtstreeks of lokaal gebruik elektriciteit bijvoorbeeld door gebruik van een microgrid).

Hoewel de (verenigde) wijkbewoners, het lokale MKB en (sport)verenigingen deel uitmaken van de doelgroep, zijn zij in het kader van deze evaluatie niet bevraagd. Deze evaluatie is immers geen doelgroepenonderzoek.

2.3.

Rekenkamer Den Haag

Bij het opstellen van de interviewvragen van deze tussentijdse evaluatie en de opbouw van onderhavig evaluatierapport is rekening gehouden met drie documenten van de hand van Rekenkamer Den Haag. Het betreft de 'Handreiking revolverende fondsen', de 'Aankondiging kortlopend onderzoek instelling Lokaal Initiatievenfonds voor Schone Energie' en tot slot 'Uitkomsten kort onderzoek LISE revolverend fonds'.

Handreiking revolverende fondsen (15 september 2020) De Rekenkamer Den Haag heeft - bij wijze van advies - een handreiking opgesteld die de gemeenteraad kan gebruiken indien het college van BenW haar voorstellen voor het opzetten van een revolverend fonds voorlegt. De handreiking is opgesteld rond zes kernvraagstukken die van belang zijn bij het opzetten van een revolverend fonds. Het betreft: 1.

Wat is de gemeentelijke taak?

2.

Een revolverend fonds of niet?

3.

Wie gaat het fonds beheren?

4.

Welke mate van revolverendheid willen we en welk fondsvermogen is nodig?

5.

Wat is de looptijd van het fonds?

6.

Hoe willen we investeren?

Aankondiging kortlopend onderzoek instelling LISE (26 november 2021) De Rekenkamer Den Haag kondigt in een brief aan de Commissie Leefomgeving aan dat zij heeft besloten om een kortlopend onderzoek te doen naar de instelling van het Lokaal Initiatievenfonds voor Schone Energie - en dat zij in het voorjaar de nieuwe gemeenteraad op de hoogte zal brengen van de uitkomsten van dit onderzoek. 'Een eerste analyse van de documenten geeft daar aanleiding toe. Bovendien dient de raad te beslissen over projecten van meer dan € 2,5 mln.5 en constateren wij dat de oprichting van het fonds niet ter besluitvorming aan u is voorgelegd, terwijl de omvang van het fonds het bedrag van € 2,5 mln. wel kan overschrijden'.

5

RIS306372 Voorstel van het college inzake Bestedingsplan Enecomiddelen Duurzaamheid en Energietransitie, 12 oktober 2020

Evaluatie pilot LISE-fonds | 13

Uitkomsten kort onderzoek LISE revolverend fonds (17 oktober 2022) In dit onderzoeksrapport doet de Rekenkamer Den Haag diverse aanbevelingen ‘die de gemeenteraad kan betrekken bij de besluitvorming over het vervolg op de pilot’. Het college geeft in haar reactie op dit onderzoeksrapport (5 juli 2022) aan zich volledig te kunnen vinden in alle voor LISE relevante aanbevelingen. Het betreft (kortweg): •

Aanbeveling 1: ga in op alle kernvraagstukken (zie hierboven) - in het bijzonder op die kernvraagstukken die bij de opzet van de pilot niet (zichtbaar) zijn overwogen of uitgevoerd. Daaronder een duidelijke exitstrategie6, een staatssteuntoets en een doelgroepenonderzoek;

•

Aanbeveling 2: ga in op de voor- en nadelen van de mogelijke varianten waaronder in ieder geval: o

Een fonds in eigen beheer of onder extern beheer;

o

Positie van LISE wel of niet onder stichting HEID.

Ten aanzien van aanbeveling 2 stelt het college van BenW in haar reactie het volgende: 'Bij de aanbieding van het definitieve voorstel voor de oprichting van LISE (de fase na de pilot) zal het college expliciet de vooren nadelen van de uitvoeringsvarianten en de positionering onder stichting HEID uitwerken, inclusief de bijbehorende vraagpunten vanuit bestuursrechtelijke optiek, zoals genoemd onder aanbeveling 2'7. Beide aanbevelingen van de Rekenkamer Den Haag - en de reactie van het college daarop - hebben gevolgen voor de inhoud van onderhavig evaluatieonderzoek. En wel in die zin dat in het onderzoek ook informatie is verzameld en geanalyseerd, die van belang is in relatie tot de onderscheiden Kernvraagstukken waaraan in aanbeveling 1 wordt gememoreerd. Kernvraagstuk 3: 'Wie gaat het fonds beheren?'' evenwel maakt geen deel uit van dit evaluatieonderzoek. Immers, de verschillende achterliggende, meer fundamentele vraagstukken met betrekking tot deze specifieke beheeraspecten van de pilot van het fonds LISE behoren expliciet niet tot de scope van onderhavig evaluatieonderzoek.

6

In geval van beëindiging van een revolverend fonds wordt in het jargon de term 'winding up' gehanteerd. Een 'exit' heeft betrekking op de beëindiging van een individuele (equity) financiering. In deze context wordt in het vervolg van dit rapport de term 'winding up' gehanteerd. 7

Citaat reactie college van BenW d.d. 5 juli 2022

Evaluatie pilot LISE-fonds | 14

3.

Onderzoeksresultaten

In dit hoofdstuk worden de verschillende bevindingen ten aanzien van het functioneren van de pilot van het LISE-fonds gepresenteerd. In paragraaf 3.1. worden de geboekte resultaten van het fonds beschreven in termen van de inhoudelijke- en de financiële voortgang van de pilot. Daarbij komt ook de ontwikkeling van de projectenpijplijn aan bod en wordt kort ingegaan op de wijze waarop het fondsmanagement en - beheer is belegd. De investeringsstrategie en de -voorwaarden zijn het onderwerp van paragraaf 3.2. De bevindingen ten aanzien van het investeringsproces worden in paragraaf 3.3. besproken. Paragraaf 3.4 handelt over de in- en externe communicatie en afstemming. Toezicht op - en verantwoording van - de pilot van het LISE-fonds komen in paragraaf 3.5 aan de orde. In paragraaf 3.6 tot slot worden de belangrijkste conclusies ten aanzien van dit hoofdstuk op een rijtje gezet.

3.1.

Inhoudelijke en financiële voortgang, fondsmanagement en -beheer

Inhoudelijke voortgang Op dit moment zijn er nog geen proposities die vanuit het LISE-fonds een lening hebben ontvangen. Er zijn ook geen formele aanvragen ingediend. Mogelijk dat de Corona pandemie - en de restricties ten aanzien van het elkaar kunnen ontmoeten - hierin een factor van belang is geweest. Wel is er ten aanzien van zes initiatieven contact geweest tussen gemeente Den Haag en de initiatiefnemers. Het betreft hier zogenaamde vooraanmeldingen. In deze contacten zijn de mogelijkheden van het LISE-fonds en de potentiële aansluiting van de specifieke businesscase bij LISE onderzocht. Fondsmanager EnergieSamen had hierbij geen rol - overigens in lijn met de gemaakte afspraken. De initiatieven betreffen: •

VvE Ranonkelstraat 1-197;

•

VvE Ranonkelstraat 197-293;

•

VvE Gedempte Burgwal Wagenstraat;

•

VvE Forellendaal 300-1036;

•

Solar carport Machiel Vrijenhoeklaan;

•

Slim laadplein.Bomenbuurt Vlierboomstraat.

Deze contacten hebben zich om diverse redenen - primair vanwege ontwikkelingen en diverse overwegingen bij de betrokken initiatiefnemers zelf - niet vertaald in concrete aanvragen voor een bijdrage uit het fonds.

Evaluatie pilot LISE-fonds | 15

Financiële voortgang

Voor de pilot is € 500.000 door het college van BenW ter beschikking gesteld. Het grootste gedeelte hiervan - circa € 390.500 - is door HEID aan LISE versterkt in de vorm van een renteloze lening. Door het uitblijven van gehonoreerde aanvragen bij LISE, is dit volledige bedrag momenteel nog beschikbaar ter ondersteuning van initiatiefnemers. Voor de uitvoering van het fondsmanagement en het fondsbeheer door respectievelijk Energie Samen en Nationaal Groenfonds heeft de gemeente Den Haag een subsidie verstrekt van (afgerond) € 92.500. Het resterende bedrag - € 17.500 euro - is door stichting HEID ingehouden in verband met de gemaakte (juridische) kosten voor de pilot.

Stand van zaken ontwikkeling projectenpijplijn Na de sluiting van het loket van deze pilot in april 2023 hebben zich nog drie initiatiefnemers bij de gemeente Den Haag gemeld (stand van zaken medio mei 2023). Het betreft: •

VvE: Verduurzaming warmteopwekking Huize Boschzicht (Haagse Hout);

•

VvE: Appartementencomplex De Roef (Scheveningen);

•

Andersoortig initiatief: Bosbeskapel - PKN (Vruchtenbuurt).

Daarmee komt het totaal aan vooraanmeldingen op 9. In paragraaf 3.2. wordt vanuit een procesinsteek dieper op de pijplijnontwikkeling ingegaan.

Beleggen fondsmanagement en beheer Het fondsmanagement en beheer is op basis van een subsidierelatie belegd bij respectievelijk EnergieSamen respectievelijk Nationaal Groenfonds. Omwille van het feit dat deze partijen als enige partij in de markt waren om een dergelijk fonds te managen/ beheren en het feit dat voor deze pilot door deze partijen geen (prestatiegerelateerde) prijsstelling kon worden afgegeven is besloten het fondsmanagement en - beheer niet aan te besteden. Tegen deze achtergrond heeft gemeente Den Haag een subsidiebijdrage aan Nationaal Groenfonds (penvoerder) verstrekt ter hoogte van (afgerond) €92.000,-. Er zijn daarbij geen specifieke voorwaarden gesteld in relatie tot rapportageverplichtingen. Evenmin zijn specifieke KPI's opgelegd.

3.2.

Investeringsstrategie en - voorwaarden

Investeringsstrategie Instrumentele positionering van LISE •

Door veel respondenten wordt aangegeven dat zij LISE als een goed instrument beschouwen om de energietransitie te versnellen. De tweede fase van een drietrapsraket als het ware, waarbij: 1.

Met onder meer Subsidie Duurzame Wijkactie8, Community Led Local Development (CLLD) en hulp door de VvE balie verschillende buurt en wijkinitiatieven laagdrempelig, op basis van een subsidiebijdrage dan wel concrete ondersteuning, in de gelegenheid worden gesteld een

8

Oprichting van stichting/vereniging, inschrijving KvK, kosten van tekstschrijver, zaalhuur- en vergaderkosten, juridisch advies voor uitwerken projectidee, kosten max. 3 voorlichtingsbijeenkomsten in wijk ontwikkeld of ondersteund door deskundige, communicatiekosten, kosten voor ANBI-verklaring of VOG-RP, kosten voor individuele coaching of groepscoaching door professionals.

Evaluatie pilot LISE-fonds | 16

duidelijke stap te maken in relatie tot draagvlakverbreding en concretisering. De eerste trap die een extra "boost" geeft in deze lastige opstartfase als het ware; 2.

De tweede trap - gericht op de verdere professionalisering van de initiatieven - bestaat uit twee complementaire instrumenten: a.

Energie in de Wijk Challenge waar subsidie wordt verstrekt voor werkzaamheden of activiteiten van groepen bewoners die bijdragen aan de energietransitie;

b.

LISE waar investeringsproposities op basis van een lening financierbaar worden gemaakt en contact met private of publieke investeringskapitaalverstrekkers wordt gelegd met het oogmerk om daadwerkelijk tot investeringen te komen9;

3.

De derde trap waar daadwerkelijk financiering wordt aangetrokken om tot realisatie van de investeringsplannen te komen. De Haagse revolverende investeringsfondsen Energiefonds Den Haag (ED) en/of het VvE duurzaamheidsfonds kunnen hier bijvoorbeeld een goede rol in vervullen. Maar bijvoorbeeld ook het nationale Warmtefonds en - niet in het laatst investeringsmiddelen

uit

de

private

kapitaalmarkt

(bijvoorbeeld

bancair,

private

investeringsfondsen).. Overigens, uit interviews met enkele initiatiefnemers blijkt dat zij vooraanmeldingen bij LISE hebben gedaan met (deels) een ander oogmerk dan puur het verkrijgen van financiële ondersteuning bij het financierbaar maken van investeringsproposities. Eén VvE zocht bijvoorbeeld een ingang bij het gemeentehuis om hun energiebesparingsinitiatief te bespreken - en dat is via LISE inderdaad gelukt. Dit voorbeeld is - naast andere opgehaalde casuïstiek een illustratie van het feit dat een deel van de inwoners de weg binnen de gemeente niet goed weet te vinden. En ook dat er vele wegen binnen de gemeente blijken te zijn. Maar ook dat het zogenaamde marktfalen (in feite de legitimatie om als gemeente op de markt te interveniëren) wellicht niet alleen betrekking heeft het gebrek aan financiële ondersteuning, maar ook op transparantie van de gemeentelijke ondersteuning. Juist omdat laagdrempeligheid en verbinding erg belangrijk zijn om op grotere schaal wijkbewoners te bereiken en in actie te krijgen in relatie tot energietransitie - is dit een belangrijk aandachtpunt. In het verlengde van Duurzame stad Den Haag en initiatieven gericht op een de optimalisering van de ambtelijke samenwerking zou een 'one stop shop loket' wellicht belangrijke meerwaarde kunnen hebben. Naast deze VvE hadden ook beide energiecoöperaties (deels) een ander motief.

Beide coöperaties lopen om diverse - deels bestemmingsplan- en/of vergunningtechnische - redenen vast bij het realiseren van hun ambities. Hoewel financiële ondersteuning bij het financierbaar maken van hun respectievelijke investeringsproposities welkom was (en is) zo werd aangegeven, hadden zij de verwachting dat - op basis van een eventuele positieve beoordeling van de financieringsaanvraag - de door hen ervaren diverse obstakels bij het realiseren van hun plannen weg zouden worden genomen.

9

Nota bene: enkele "afvallers" van de Energie uit de Wijk challenge hebben zich voor LISE aangemeld.

Evaluatie pilot LISE-fonds | 17

In de investeringsstrategie van LISE is de volgende passage opgenomen: Werkwijze LISE: 'Initiatieven die aan de voorwaarden voldoen (..…) krijgen een achtergestelde lening waarmee de betrokken initiatiefnemers de kosten van de ontwikkelfase kunnen financieren. De ontwikkelfase wordt afgesloten met een uitvoeringsplan, de benodigde vergunningen, een robuuste businesscase en een financieringsplan dan wel eindigen met de conclusie dat het initiatief geen doorgang kan vinden vanwege technische, juridische of financiële belemmeringen.' Oriëntatie op andere financiële ondersteuningsopties •

De meerderheid van de initiatiefnemers die een vooraanmeldingen hebben gedaan geeft aan zich breder te hebben georiënteerd op financiële ondersteuningsmogelijkheden. Binnen Den Haag, maar ook provinciaal en nationaal. In eén situatie is zelfs een extern bureau aangetrokken dat de verschillende financiële ondersteuningsmogelijkheden in kaart heeft gebracht;

•

Er zijn verschillende initiatieven/ regelingen die in meer of mindere mate op onderdelen "concurreren" met LISE. Het betreft onder andere: o

De Subsidie Duurzame Wijkactie (gemeente Den Haag);

o

Energie uit de Wijk Challenge (gemeente Den Haag);

o

Fonds 1818 (maatschappelijk fonds met expliciete focus gemeente Den Haag);

o

Subsidieregeling verduurzaming voor verenigingen van eigenaars (SVVE, nationaal);

o

VvE Energiebespaarlening (nationaal);

o

Ontwikkelfonds voor energiecoöperaties (nationaal);

Deze concurrentie concentreert zich rond VvE’s; •

Geconcludeerd wordt dat - hoewel er op onderdelen sprake is van een zekere overlap - de verschillende financiële ondersteuningsmogelijkheden voor initiatiefnemers in de gemeente Den Haag elkaar eerder lijken aan te vullen dan te beconcurreren. Desalniettemin verdient het aanbeveling de instrumentering ten aanzien van het stimuleren van energietransitie op onderlinge complementariteit te onderzoeken en eventueel aanpassingen door te voeren. Omwille van de vergroten van de transparantie en de laagdrempeligheid - en daarmee het bereik van het instrumentarium (niet alleen de "usual suspects" die de weg prima weten te vinden) - zou daarbij ook een 'one stop shop' benadering wellicht belangrijke meerwaarde hebben.

Doelgroep van LISE •

De keuze voor de breedte van doelgroep van LISE wordt door de grote meerderheid van de respondenten onderschreven. De fondsmanager kent daarbij als "natuurlijke achterban" (en netwerk) vooral energiecoöperaties.

Inhoudelijke focus Ten aanzien van de inhoudelijke focus van LISE zijn er meerdere signalen opgetekend: •

De fondsmanager geeft aan dat het zeer lastig is om de op basis van energietransitieprojecten te bereiken energiebesparing te kapitaliseren en te verwerken in een financierbare businesscase. De zoektocht naar vervolgfinanciering is daarom zeer uitdagend.

Evaluatie pilot LISE-fonds | 18

Bij het Ontwikkelfonds voor energiecoöperaties, dat voorziet in het financierbaar maken van grootschalige energie opwekprojecten (bijvoorbeeld windmolen- en zonneparken), kan deze kapitalisering wel goed worden doorgerekend, wat de financierbaarheid van de businesscase sterk ten goede komt. Dit fonds is met circa 30 uitzettingen ter hoogte van in totaal €4 miljoen volgens opgave van fondsmanager EnergieSamen een succes. Dit signaal roept evenwel de vraag op EnergieSamen zich wel voldoende heeft verdiept in de strekking van het fonds LISE - en daarmee - zich ook voldoende heeft gerealiseerd wat de fondsmanagementopdracht precies inhield; •

Door meerdere respondenten werd de suggestie gedaan om te overwegen de inhoudelijk focus van het fonds te verbreden. Genoemd werden onder meer thema's als verduurzaming, schimmelproblematiek, sociale woningbouw, groot onderhoud en mobiliteit. Zo ook een koppeling met een eventueel op te richten Stadmakersfonds. Uiteraard dient bij een eventuele verbreding goed bewaakt te worden dat het financiële product scherp blijft. Wat financier je? Wat subsidieer je?

•

Tevens werd door twee respondenten de suggestie gedaan om te bezien in hoeverre het door de Europese Commissie gelanceerde Bauhaus model ter inspiratie kan dienen voor LISE. Een vertegenwoordiging namens Directoraat Generaal Regio van de Europese Commissie en de Europese Investeringsbank (EIB) hebben jongstleden maart samen een werkbezoek aan Den Haag gebracht, juist om te zien hoe Den Haag kleinschalige projecten financiert. De Bauhaus beweging sluit heel goed aan op het samen stad maken, het opnemen van zowel inclusieve, esthetische en duurzame aspecten in het ondersteuningsinstrumentarium.

Het New European Bauhaus (NEB) initiatief heeft als doel om de Europese Green Deal naar de leefomgeving te brengen. Het initiatief is gericht op een nieuwe leefwijze waarbij duurzaamheid en stijl worden samengebracht. NEB voegt een culturele en creatieve dimensie toe aan de Green Deal om zodoende een duurzame, inclusieve en esthetisch aantrekkelijke toekomst voor Europa te creëren. Door samenwerking tussen disciplines en het betrekken van burgers, creatieve gemeenschappen en experts wil het initiatief oplossingen vinden voor de uitdagingen op het gebied van klimaatverandering, circulariteit, innovatie en sociale cohesie. Het New European Bauhaus streeft naar een holistische benadering van design en architectuur, waarbij de nadruk ligt op duurzaamheid, veerkracht en het welzijn van mensen. Door te focussen op zowel technologische vooruitgang als culturele expressie wil het initiatief een brug slaan tussen wetenschap, kunst en maatschappij. De hoofdwaardes van NEB zijn: 1.

(Beautiful) Esthetiek: kwaliteit van de stijl en ervaring;

2.

(Sustainable) Duurzaamheid: gericht op klimaat doelen, circulariteit, biodiversiteit en

3.

(Together) Inclusie: waarde hechtend aan diversiteit en gelijkheid.

Beperkte revolverendheid Het fonds is opgezet vanuit de wetenschap dat het fonds waarschijnlijk in beperkte mate revolveert. Zo staat onder meer ook in de eerder aangehaalde investeringsstrategie aangegeven. Centraal staat dat businesscases worden opgewerkt die in potentie kunnen renderen. Dat is ook de reden om het instrument lening in te zetten in plaats van subsidie.

Evaluatie pilot LISE-fonds | 19

Aan degene die niet tot de specifieke doelgroep van LISE behoorden is de vraag voorgelegd hoe zij tegen deze beperkte revolverendheid aankijken. De gemeenschappelijke lijn in hun reacties is dat deze eigenschap van het fonds voor de hand ligt gezien het onzekere, risicovolle karakter van de proposities. Het fonds voorziet in een lacune waar de private kapitaalmarkt niet voor niets niet op acteert. Een respondent gaf aan dat de beperkte revolverendheid juist de meerwaarde onderstreept van publieke interventie.

Investeringsvoorwaarden

Over het algemeen geven de meeste respondenten aan zich goed te kunnen vinden in de investeringsvoorwaarden. De volgende elementen zijn onderzocht: •

Lening: Het instrument lening wordt door (vrijwel) alle respondenten als positief beoordeeld. Een lening heeft belangrijke instrumentele meerwaarde, wordt als minder vrijblijvend gezien dan een subsidiebijdrage en wordt beschouwd als de "next step" richting de daadwerkelijke realisatie van energietransitie;

•

Omzetting tot een subsidie (kwijtschelding): De combinatie van een lening met de omzetting tot een subsidie in geval de vervolginvestering onverhoopt niet kan worden gerealiseerd, wordt door de respondenten eveneens positief beoordeeld. Een respondent gaf aan het een 'elegante voorwaarde' te vinden. De combinatie lening met subsidie is een richting waarop de Europese Commissie met meer nadruk op inzet. Hiermee wordt meer recht gedaan aan de diversiteit aan business cases en kan er ook daadwerkelijk sprake zijn van 'financial engineering';

•

Minimale omvang leenbedrag: Over de minimale omvang van de lening (€ 5.000,-) was de meerderheid van de respondenten van mening dat deze in orde was. Een enkeling vond het leenbedrag te hoog, een andere respondent vond het minimale leenbedrag juist aan de lage kant;

•

Eigen bijdrage: De verplichte eigen bijdrage van minimaal 30% wordt positief beoordeeld. Door enkele respondenten uit de doelgroep temeer ook omdat ook de inzet van eigen uren (a € 65 per uur) bij wijze van eigen bijdrage kan worden ingezet;

•

10% vergoeding: Het beeld dat uit de interviews naar voren komt ten aanzien van de eenmalige 10% vergoeding over het leenbedrag in geval daadwerkelijk vervolgfinanciering kan worden aangetrokken is sterk wisselend: o

Enkele respondenten - een enkeling ook vanuit de doelgroep van LISE - geven aan daar geen enkele moeite mee te hebben;

o

Een respondent uit de doelgroep gaf aan dat deze 10% het niet aantrekkelijk zou hebben gemaakt een lening aan te gaan. Dit omdat in deze casus de looptijd van deze lening - gezien de met eigen middelen bekostigde vergevorderde status van de voorbereidingen - erg kort zou zijn. En daarmee de lening relatief "duur";

o

Door enkele respondenten is aangegeven dat de beeldvorming rondom deze 10% vergoeding niet positief is en verwarring in de hand kan werken. Genoemd werden onder meer: ▪

De eenmalige 10% vergoeding wordt gezien als jaarlijks te betalen 10% rente;

▪

Het beeld ontstaat dat deze 10% vergoeding is bedoeld als vergoeding van de fondsmanager.

De diverse interviews geven een wisselend beeld ten aanzien van de 10% succesfee. Dit roept de vraag op of de functionaliteit van deze succesfee (bedoeld om de revolverendheid van LISE enigszins op peil te houden in combinatie met een zekere mate van "skin in the game effect") opweegt tegen de drempel die deze 10% om meerdere redenen voor initiatiefnemers opwerpt.

Evaluatie pilot LISE-fonds | 20

Ten aanzien van het skin in the game effect kan bovendien worden aangevoerd dat met een verplichte eigen bijdrage van 30% al een directe incentive wordt gerealiseerd.

3.3.

Investeringsproces

In het investeringsproces zijn op hoofdlijnen de volgende fases te onderscheiden: 1.

Projectsourcing en acquisitie;

2.

Begeleiding aanvraagtraject;

3.

Intake aanvraag;

4.

Beoordeling aanvraag;

5.

Honorering dan wel afwijzing aanvraag;

6.

Rapportage/ verantwoording;

7.

Aantrekken vervolgfinanciering;

8.

Terugbetaling dan wel kwijtschelding lening.

Zoals reeds aangegeven zijn er geen projectaanvragen gedaan en dus ook geen uitzettingen vanuit LISE gerealiseerd. Alleen fase 1 - projectsourcing en acquisitie - is aan de orde geweest. Op basis van deskresearch en de interviews wordt ten aanzien van deze fase het volgende geconstateerd: •

De gemeente Den Haag was verantwoordelijk voor projectsourcing en de acquisitie van projectinitiatieven voor de brede doelgroep. Citaat uit investeringsstrategie LISE 'De gemeente Den Haag ontvangt de aanvragen en zal in eerste aanleg toetsten of het initiatief in de doelstelling en de doelgroep valt. Na deze toets zal zij de akkoord bevinden initiatieven doorzetten naar de fondsmanager'; Geconstateerd wordt dat het proces van business development - in termen van communicatie, scouten, begeleiding en preselectie van proposities door betrokken gemeentelijke afdelingen en diensten voorafgaand aan de doorgeleiding naar de fondsmanager - niet optimaal was ingeregeld;.

•

De fondsmanager komt formeel eerst in beeld bij de begeleiding van aanvraagtrajecten. Zover is het niet gekomen;

•

De opstelling van de fondsmanager - zeker na interne personele wijzigingen - wordt ervaren als formeel en daarmee reactief ten aanzien van projectsourcing en acquisitie. Er zijn geen service level afspraken gemaakt;

•

Binnen de gemeente Den Haag zijn meerdere afdelingen en diensten betrokken bij energietransitie. In deze in het bijzonder Dienst Publiekzaken (DPZ), Dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO)-wonen en DSO-energie. Binnen deze afdelingen en diensten zijn meerdere "loketten" waar geïnteresseerde partijen kunnen aankloppen om informatie, ondersteuning en financiële ondersteuning. De VvE balie bijvoorbeeld, maar ook de 'wijk wiki's' en 'Hou van je huis';

•

Binnen de betrokken gemeentelijke afdelingen, diensten en loketten was het LISE niet breed bekend. Laat staan de specifieke doelstellingen, doelgroepen en voorwaarden waaraan moest worden voldaan om voor financiële ondersteuning in aanmerking te komen;

•

Tussen en binnen de diverse betrokken afdelingen en diensten in Den Haag was een projectleider als "linking pin" betrokken. Deze onderhield tevens contacten in het veld en overlegde van tijd tot tijd met de fondsmanager. Deze persoon heeft per 1 januari 2023 een ander functie aanvaard. In de opvolging gedurende de korte restantperiode van de pilot is voorzien door DSO-Wonen. Hieraan is extern onder de doelgroepen noch intern in het gemeentelijk apparaat brede bekendheid gegeven.

Evaluatie pilot LISE-fonds | 21

Al met al moet worden geconstateerd dat de projectsourcing en acquisitie stroef is verlopen. Hier zijn meerdere oorzaken voor aan te wijzen; deels liggen deze bij de gemeente, deels bij de fondsmanager. Het fonds LISE was niet goed bekend binnen betrokken gemeentelijke afdelingen en diensten, kennis over en potentiële meerwaarde van het fonds was onvoldoende in beeld, van brede onderlinge afstemming lijkt nauwelijks sprake te zijn geweest . De "linking pin positie" was eng belegd en daarmee kwetsbaar. De vraag werpt zich op of de projectleider niet met een onmogelijke opdracht op pad is gestuurd. En ook, was er wel voldoende enthousiasme en intern draagvlak voor het instrument? Tot slot bevat de subsidiebeschikking aan Nationaal Groenfonds te weinig kaders en verplichtingen om bijvoorbeeld in relatie tot projectsourcing en acquisitie goed te kunnen bijsturen. Tegelijkertijd kunnen vraagtekens worden geplaatst bij het commitment van het fondsmanagement. Reden voor de gemeente Den Haag om een fonds uit te besteden is dat de gemeente een beroep wil doen op een professionele fondsmanager. Het niet maken van sluitende afspraken over projectsourcing en acquisitie het meest cruciale onderdeel van het proces - is zeker ook de fondsmanager verwijtbaar.

Er is geen regie getoond in het proces, er zijn geen afspraken vastgelegd en geen - dan wel in een laat stadium - knelpunten op tafel gelegd.

3.4.

Communicatie en afstemming

Communicatie Uit de interviews komt het beeld naar voren dat de communicatie over LISE niet optimaal is geweest. Extern met de doelgroep, noch intern binnen de gemeentelijke organisatie. Ten aanzien van de externe communicatie met de diverse doelgroepen kan worden geconstateerd dat de fondsmanager en de gemeente Den Haag informatie over LISE op hun respectievelijke internetportalen hebben geplaatst. De projectleider ("linking pin") namens de gemeente Den Haag heeft - soms in gezelschap van de fondsmanager (voorafgaand aan de eerder aangehaalde personele wijziging) - actief bekende leads persoonlijk benaderd. Veelal waren deze bekend vanuit de voucherregeling die als voorloopregeling van LISE heeft gefunctioneerd. De energiecoöperaties zijn actief benaderd via een mailing door fondsmanager EnergieSamen (de energiecoöperaties vormen hun natuurlijk "achterban"). Ook stichting Duurzaam Den Haag heeft informatie doorgezet naar initiatieven en geïnteresseerden binnen haar platform. De (overige) VvE's noch de andere doelgroepen zijn voor zover bekend actief benaderd. Kenmerkend is wellicht het feit dat de vertegenwoordigers van VvE's die in het kader van deze evaluatie zijn geïnterviewd hebben aangegeven zich niet meer exact te kunnen herinneren hoe zij op het spoor van LISE zijn gekomen.

Een publicatie in de krant, contact met de VvE-balie, een nieuwsbrief? Eén en ander werpt de vraag op of LISE wel voldoende, voldoende breed onder de doelgroepen en als instrument ook voldoende onderscheidend in de markt is gezet. Ook kan de vraag worden gesteld of er wellicht minder aandacht was voor promotie - juist omdat de interne organisatie rondom projectsourcing en acquisitie niet optimaal was ingeregeld.

Evaluatie pilot LISE-fonds | 22

Ook de bekendheid van LISE in de gemeentelijke organisatie was niet optimaal. Het fonds leefde niet echt, inhoudelijk kennis over en inzicht in de potentiële meerwaarde van het fonds was maar bij een enkeling aan de orde. Voor zover bekend is de lancering van LISE in relatieve stilte verlopen. Van actieve, interne communicatie was nauwelijks sprake.

Afstemming Er was in de pilot geen sprake van structureel afstemmingsoverleg in relatie tot LISE. Op geen enkel gebied. Noch tussen de bij energietransitie betrokken gemeentelijke afdelingen en diensten, noch tussen stichting HEID en de fondsmanager, noch tussen HEID en de betrokken gemeentelijke afdelingen, noch tussen de betrokken afdelingen en de fondsmanager. Op ad hoc basis vond er wel afstemmingsoverleg plaats - vaak vanwege een concrete, acute aanleiding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14676740/1